Preek zondag 13 januari 2019

Preek zondag 13 januari 2019
Mattheüs 5:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
Een echtpaar van in de zestig krijgt een telefoontje van hun zoon
met de mededeling dat hij langskomt om iets belangrijks te vertellen.
Ze schrikken van dat telefoontje en hebben geen goed gevoel bij dat telefoontje.
Hun voorgevoel wordt bevestigd als ze zien dat hun zoon alleen komt.
Ze hebben in de afgelopen maanden al vaak met elkaar gesproken
over het huwelijk van hun zoon, omdat ze hun zorgen daarover hebben.
De zoon komt inderdaad vertellen waar ze al bang voor waren,
toen ze in de afgelopen maanden met elkaar hun zorgen delen.
Hun zoon komt inderdaad vertellen dat hij en zijn vrouw uit elkaar gaan.
Dus toch, gaat het door het echtpaar heen en allerlei gedachten buitelen over elkaar heen:
over wat er gebeurd kan zijn, over hun zoon,
over hun schoondochter, die hun hun ex-schoondochter zal zijn,
en ze denken vooral aan hun twee kleinkinderen: hoe zal het met hen gaan.
Ze voelen zich boos en verdrietig en ze zouden willen dat ze er iets aan kunnen doen,
maar nee, ze kunnen er niets aan doen. Dit is hun keuze.
De ouders voelen gelijk aan, dat hun leven verder nooit meer hetzelfde zal zijn.
Altijd zal er de pijn zijn over de scheiding van hun zoon,
een pijn die zijn niet kunnen oplossen en wel moeten dragen.

Een jongere zit in de klas bij een meisje dat hier niet geboren is.
Haar ouders zijn hier naar toe gevlucht.
Het meisje en haar ouders hebben echter te horen gekregen dat ze hier niet mogen blijven.
De asielverzoeken die zijn ingediend worden niet ingewilligd
en steeds duidelijker wordt dat het meisje en haar ouders zullen worden uitgezet.
Die jongere moet er niet aan denken, niemand in de klas trouwens
en de hele school voert actie om het meisje toch hier te laten blijven.
Ondanks alle acties blijft het asielverzoek afgewezen.
Op een dag worden het meisje en de ouders opgehaald en op het vliegtuig gezet.
Hun leven in Nederland is voorbij en ze moeten terug naar hun land.
Haar klasgenoten blijven ontredderd achter, teleurgesteld.
maar vooral voelen ze hun machteloosheid
en ook hun boosheid: kan het in ons land niet anders geregeld zijn.
Waarom moet het er zo oneerlijk aan toe gaan?

Twee voorbeelden van hoe er in deze wereld pijn geleden kan worden
en hoe je er aan kunt lijden dat de wereld zo onrechtvaardig zo oneerlijk is.
Ze kunnen aangevuld worden met voorbeelden van dichtbij, uit je eigen leven
of van verder weg, over het onrecht in deze wereld, waar je over hoort of over leest.
Deze wereld is niet de wereld zoals God bedoeld heeft, zoals God geschapen heeft.
Dit is een wereld waaraan je kunt lijden, aan de pijn die er is, de oneerlijkheid.

(2) Jezus heeft oog voor de onrechtvaardigheid van deze wereld (pagina 1)
Als Jezus al die mensen voor zich ziet, ziet hij bij hen dit lijden aan deze wereld,
De pijn die ze ervaren, de oneerlijkheid die ze dag in dag uit ervaren.
Als Jezus de menigte ziet, ziet hij hen niet als groep of als massa,
maar ziet Hij hen stuk voor stuk: hun gezichten, hun ogen, hun houding.
Hij weet dat er mannen tussen zitten, die van ‘s morgens tot ‘s avonds laat
hard moeten werken op de akker en daar weinig voor betaald krijgen
en hun gezin nauwelijks genoeg eten kunnen bieden.
Hij weet dat er vrouwen tussen zitten die hun zorgen hebben over hun gezin
over of er wel genoeg te eten is en over of er wel een toekomst is voor hun kinderen,
Hij weet dat ook die vrouwen, die hun zorgen hebben,
zelf hard werken en weinig krijgen.

Hij weet dat er vrouwen tussen staan, die jong weduwe geworden zijn
En er nu van afhankelijk zijn van de goedheid van hun familie
En die maar moeten wachten of hun familie bereid is om hen te helpen
En zo niet, dan hebben ze niets te eten en moet zij zichzelf met haar kinderen verhuren.
Er staan ouderen tussen, oud geworden door alle zware arbeid,
kinderen en jongeren, van wie de meesten niet naar school kunnen maar moeten werken.
De meeste van die mensen die hier bij Jezus staan,
zijn niet in staat om zelf iets aan hun leven te veranderen,
Ze hebben maar te gehoorzamen wat hun baas zegt
En hebben het maar te accepteren als hun baas hen afscheept met een hongerloontje.
Geloven ze nog dat het ooit anders kan worden,
dat het er anders aan toe zal gaan in deze wereld, een eerlijker wereld?
Jezus deze mensen stuk voor stuk en weet wat hun leven is, wat ze doormaken.
Als discipelen van Jezus bij Hem komen om naar Hem te luisteren
geeft Hij aan Zijn leerlingen onderwijs, zodat zij die mensen kunnen vertellen over Hem,
de mensen die op de achtergrond meeluisteren naar het onderwijs van Jezus.
Er zijn mensen, die arm van geest zijn zegt Jezus.
Dat zijn de mensen die ervaren dat deze wereld oneerlijk is
en ver verwijderd van hoe God deze wereld bedoelde toen Hij deze wereld schiep.
Ze maken het zelf mee dat deze wereld oneerlijk is,
Of ze zien het om zich heen bij de mensen die om hen heen zijn.
Ze merken dat ze er niets aan kunnen doen en ze lijden dat deze wereld zo is
En ze lijden eraan dat zij aan deze wereld niet kunnen veranderen.
Ze kunnen alleen maar roepen tot God.
Wil Jezus aan Zijn leerlingen leren dat ook zij moeten lijden aan deze wereld
of weet Hij dat zij ook lijden aan deze wereld als zij die mensen daar zien
of hun eigen ervaringen hebben.
Zij  hebben verdriet over deze wereld om deze wereld niet meer is,
zoals God die geschapen. Ze zijn in rouw.
Ze hebben niet de invloed en de macht om de wereld te kunnen veranderen.
Zij ervaren hun onmacht. ‘Zachtmoedigen’, noemt Jezus hen.
Die onmacht is voor hen kruisdragen.
Hun pijn en lijden lijkt op honger en dorst.
Het lijden is een intens verlangen naar een eerlijke, rechtvaardige wereld.
Het lijden is een intens verlangen naar een wereld waarin Gods richtlijnen worden gevolgd.

(3) We leven in een onrechtvaardige wereld (pagina 2)
Als Jezus hier voor in de kerk zou staan, dan zou Hij ook ieder van ons zien, stuk voor stuk.
Hij zou onze gezichten zien, onze houding, zien hoe onze ogen staan,
of ze stralen of dat ze eerder een bezorgde uitdrukking hebben, of zelfs uitgeblust ogen.
Hij zou van ieder van ons weten, hoe ons leven is, wat we hebben meegemaakt,
wat onze worstelingen zijn, wat ons verlangen is.
Wat zou Hij vandaag de dag, hier voor in de kerk, tegen Zijn leerlingen zeggen,
tegen degenen die erop uit gaan voor een bezoek, catechisatie geven en club leiden?
Zou Hij ook beginnen over degenen die arm van geest zijn,
dat wil zeggen: degenen die hier niets in de melk te brokkelen hebben?
Zou Hij u als gemeentelid typeren als iemand die geen enkele invloed heeft,
niets kan beginnen in deze wereld?
Ik denk dat er kinderen en jongeren hier in de kerk zijn,
die heel wat zouden willen veranderen in onze wereld.
Je zou iets willen doen om het milieu te verbeteren,
net als de 24jarige Boyan Slat, die als tiener met een plan kwam
om de grote hoeveelheden plastic in de oceanen op te ruimen.
Hij kwam voor de kerst in het nieuws, omdat hij tegenslag had
en zijn slimme plan niet zo bleek te werken.
Er kunnen volwassenen in de kerk zitten, die als zij aan hun eigen jeugd denken,
herkennen de drang om iets te willen doen
en misschien nog steeds ook wel wat doen om een betere wereld na te laten.
Vrijwel de meesten kunnen alleen maar iets op kleine schaal betekenen:
Hooguit in de gemeenteraad of meedenken met een politieke partij,
of een beroep gekozen, waarbij je iets voor een betere wereld kunt doen:
de zorg of het onderwijs.
Je doet dit werk vanuit een ideaal en tegelijkertijd loop je steeds op tegen de regels,
Tegen wat niet kan volgens het systeem.
Soms word je moedeloos, dan weer probeer je alles te doen wat jij kunt doen.
Deze wereld is vaak geen eerlijke, rechtvaardige wereld
En er zijn er vanmorgen maar weinig die iets aan dat oneerlijke kunnen veranderen.
Je zou wel willen, je hebt een droom dat het er in ons land anders aan toe gaat, eerlijker.
Je zou willen horen wat je kunt doen, al is het op kleine schaal.
En als gelovige, als christen zou je ook willen zien dat God er iets aan doet.
Dat Hij mensen in beweging zet of zelf ingrijpt en onze wereld verbetert.
Hoe moet je je als christen opstellen in een wereld die niet is,
zoals God die bedoeld heeft,

een wereld die oneerlijk is, onrechtvaardig, die niet ten goede lijkt te veranderen?
Hoe leef je in deze wereld, als je nauwelijks mogelijkheden hebt
om daar iets aan te doen, om een betere wereld te geven.
Dat wil niet zeggen dat je er altijd last van hebt, dat je altijd aan lijdt aan deze wereld.
Dat is misschien ook niet vol te houden.
Maar er kunnen wel momenten zijn, waarop je je juist als gelovige druk maakt
over hoe deze wereld is en wat we als mensen elkaar aandoen.
Je wilt niet cynisch worden, soms is dat al het hoogst haalbare,
dat je zorgt dat je niet afknapt en gewoon de dingen blijft doen, die je doet.
Je kleine bijdrage die je levert voor een betere, eerlijkere wereld.

(4) God geeft een betere wereld (pagina 3)
Die betere wereld komt Jezus brengen: Gods nieuwe wereld.
Die nieuwe wereld die Jezus komt brengen wordt ook wel het Koninkrijk van God genoemd.
Jezus is die nieuwe wereld van God, Hij is het Koninkrijk van God
en hier als brenger van dat Koninkrijk van God,
de nieuwe wereld waarop het er alleen maar eerlijk aan toe zal gaan,
Waarop mensen elkaar niet meer pijn zullen doen, of tegen elkaar zullen strijden,
niet meer van elkaar af zullen gaan, of elkaar zullen haten.
Die nieuwe wereld van God komt met Jezus.
Je zou denken, zegt Jezus, dat je met deze mensen medelijden moet hebben,
maar je moet beseffen dat deze mensen de meest gelukkige mensen zijn,
omdat God hen een betere wereld geeft

God geeft hen een betere wereld en die betere wereld kom Ik brengen.
Die betere wereld is bestemd voor wie aan deze wereld lijden.
Zij ontvangen met die betere een geluk dat het aardse overstijgt.
Ze krijgen met die nieuwe wereld die Ik kom brengen een troost die nergens te vinden is.
Ze hoeven niet meer in rouw te zijn.
Zij zullen zien, zij zullen het zelf ervaren dat God een betere wereld geeft,
de betere wereld die Ik kom brengen, zegt Jezus
Die betere wereld is niet alleen iets van de toekomst,
maar de menigte die op de achtergrond mee staat te luisteren naar Jezus’ onderwijs
mag er op dat moment zelf al iets van veranderen
Dat met de komst van Jezus er al iets van dat Koninkrijk van God gekomen is.
Niet volledig, want als Jezus dit vertelt is Hij nog niet aan het kruis gegaan
en is Hij nog niet opgestaan uit de dood en is Hij nog niet teruggekomen op aarde.
Maar Hij geeft hen op dat moment als ze luisteren al iets van die nieuwe wereld.
Hij betrekt hen in die nieuwe wereld.
Zij kunnen zich op een bepaalde manier gedragen in deze oneerlijke wereld.
En dat ze zich op die manier kunnen gedragen is de kracht die ze van Jezus ontvangen,
nu nog in de woorden die Hij spreekt, die in hen iets wakker roepen,
en later als Hij naar de hemel is gegaan de kracht van de Heilige Geest.
Na die eerste zaligsprekingen kantelt het perspectief
en ligt de nadruk niet meer op wat ze niet kunnen, op hun machteloosheid,
maar laat Jezus hen zien, wat zij wel kunnen doen in deze oneerlijke wereld,
wat ze kunnen doen in Zijn kracht:
Zij kunnen hun hart laten spreken. Zalig de barmhartigen.
Zij kunnen hun hart laten spreken voor medemensen in nood.
Zij kunnen mild zijn in hun oordeel over anderen.
Zij kunnen in het klein iets voor anderen betekenen.
Als zij hun hart laten spreken,
als hun daden gekenmerkt worden door deze bewogenheid en mildheid
laten ze in deze wereld iets van God zien.
Wie zo leeft is als een licht in deze wereld.
Als het donker is in deze wereld, omdat het er zo oneerlijk aan toe gaat,
Zij stralen zij – misschien wel zonder dat ze het zelf beseffen het licht van God uit.
Het licht dat scheen bij de schepping over Gods goede wereld,
het licht dat straalde op de Opstandingsmorgen, nadat Jezus de dood had overwonnen,
straalt dan door hen heen en dat licht laat zien dat God een betere wereld geeft.

(5) God geeft ons een betere wereld (pagina 4)
Als jij denkt dat je aan deze wereld niets veranderen en je machteloos voelt,
kun je wel voorkomen dat de wereld jou verandert.
Of beter gezegd: mag je erop vertrouwen dat je een God hebt die je hart beschermt
en dat je Zijn Heilige Geest mag krijgen om te voorkomen dat de wereld jouw hart verandert.
En dat in jouw hart de normen van deze wereld worden ingeruild voor Zijn goede werken
Die normen van deze wereld zijn: ik-gerichtheid, gebrek aan compassie, aan empathie,
over de grenzen van anderen gaan, anderen beschadigen.
Als je integer leeft, rein van hart bent, zul je God mogen zien,
niet alleen later, als je in Zijn Koninkrijk mag binnen gaan,
maar nu al in de wereld om je heen, in de goede daden die mensen verrichten,
het licht dat je dan ziet, omdat je Gods werk in hen herkent.
Dat is een geluk dat niemand je afneemt, een geluk dat het aardse overstijgt,
Dat je nu al mag ontvangen, als een voorbode van het geluk in de hemel
als je God van aangezicht tot aangezicht mag zien.
God geeft een betere wereld, Hij vernieuwt deze wereld
en maakte met de komst van Christus onze oneerlijke wereld weer tot Zijn wereld.

Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht,
dat wij zijn als kaarsjes in de nacht.
Hij maakt ons tot een licht, waarmee Zijn licht door ons heenstraalt,
het is het licht van de schepping,
het is het licht dat weer terugkwam nadat Christus in de diepste donkerheid afdaalde
aan het kruis, het is het licht van Christus’ opstanding en van Zijn nieuwe wereld,
door ons heen.
Alleen dat maakt het waard om God te loven,
niet alleen met ons lied, maar ook met onze daden, omdat Hij ons tot dat licht maakt
En een licht laat zijn en ons gebruikt om iets van Hem te laten zien, in deze wereld.

Dat je iets van God laat zien als je zoon komt vertellen dat hij gaat scheiden
en je je zorgen maakt over hem en over wat er van je kleinkinderen moet worden.
Je kunt niet misschien niet meer doen dat strijden tegen je eigen boosheid
en je mond houden en je oordeel voor je houden, klaar staan voor hem en de kleinkinderen
en het in gebed bij God brengen.

Als je ziet dat je klasgenoot het land uitgezet is en het enige dat je er aan kunt doen
is het niet gewoon blijven vinden,
het niet accepteren dat er zoveel oneerlijkheid is in asielprocedures,

en dat aankaarten bij de hoogste Rechter in het heelal, in een klacht bij God zelf.
Dan maakt God je tot een licht in deze wereld
al kun je niet uit jezelf dat licht zijn en weet je niet of jouw licht voor anderen zichtbaar is,
maar door je heen schijnt wel Zijn licht,
opdat de mensen jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. Amen

De vier pagina’s van de preek (model van Paul Scott Wilson)
Text: Mattheüs 5:1-16
Theme sentence: God geeft ons een betere wereld
Doctrine: Vernieuwing van deze wereld (eschatologie)
Need: Hoe kan ik als gelovige in deze onrechtvaardige wereld leven?
Image: De gelovige als licht in een donkere wereld
Mission: God maakt de gelovigen tot een licht in de wereld

Pagina 1: Jezus heeft oog voor de onrechtvaardigheid van deze wereld
Pagina 2: We leven in een onrechtvaardige wereld
Pagina 3: God geeft een betere wereld
Pagina 4: God geeft ons een betere wereld

 

 

Advertenties

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

Net als in de openingsscène van een film onthult de introductie van de preek iets van waar de preek over gaat. De tafel wordt gedekt, maar de maaltijd nog niet opgediend. De geur hangt al wel in huis. De introductie heeft een belofte die in de preek waargemaakt wordt.

Voor de luisteraar is de introductie ook bedoeld om vertrouwen te krijgen in degene die de preek houdt: ‘Wie is hij of zij? Ben ik het eens met de aanpak? Kan ik vertrouwen stellen in wat er gezegd wordt?’

In het verleden werd er niet veel aandacht besteed aan de introductie van de preek. Door de New Homiletic, die wil dat de preek een ervaring of een belevenis is, is er aandacht gekomen voor de introductie, waarin de luisteraar wordt meegenomen in het verhaal.

De preek kan beginnen met pagina 2 (Trouble in onze eigen wereld). Wanneer het hedendaagse materiaal beperkt kan blijven tot een of twee paragrafen is het zinvoller om deze paragrafen te zien als introductie op de hele preek en daarmee ook op pagina 1 (Trouble in de Bijbel).

Volgens Paul Scott Wilson zijn er 6 manieren om de preek te beginnen:

  1. Vertel een verhaal dat het tegenovergestelde is van de boodschap (theme sentence) en van het handelen van God (grace).
  2. Begin met een niet al te serieuze ervaring van de boodschap (theme sentence).
  3. Start met de gekozen Bijbeltekst.
  4. Start met sociale gerechtigheid.
  5. Start met een nieuwsbericht.
  6. Start met een fictief verhaal.


Zelf zou ik nog een 7e toevoegen: koppeling aan het kerkelijk jaar of het eigene van de desbetreffende zondag. Paul Scott Wilson stelt dat echter in het slot van de preek aan de orde.

Regels voor een verhaal aan het begin

  • Start in medias res: op de plaats en met de gebeurtenis of handeling waar het om gaat.
  • Neem geen lange aanloop waarvan niet duidelijk is waar het naar toe gaat.

Wat je in een introductie niet moet doen

  1. Begin niet met een vraag.
  2. Ga de luisteraars niet manipuleren.
  3. Begin niet met een grap of een mop (tenzij deze grap of mop heel goed aan de Bijbelse tekst verbonden kan worden).
  4. Gebruik geen lange zinnen.
  5. Start niet met een verhaal met een lange aanloop. Begin direct bij de pointe van het verhaal en vertel de rest eventueel als een terugblik.
  6. Start niet te diep of met een te aangrijpend verhaal.

‘De vier pagina’s van de preek’- 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

‘De vier pagina’s van de preek’ – 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

img_3152

Bij De vier pagina’s van de preek, het preekmodel van Paul Scott Wilson, hoort ook een verdeling van de werkzaamheden over de week. Daarbij wordt op die dag de desbetreffende pagina niet alleen voorbereid, ook daadwerkelijk uitgeschreven:

  • Maandag:
    – exegese
    – invullen van het ezelsbruggetje The Tiny Dog Now is Mine
    – titels van de vier pagina’s
    – introductie van de preek
  • Dinsdag:
    – Pagina 1: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in de Bijbel
  • Woensdag:
    – pagina 2: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in onze eigen tijd
  • Donderdag:
    – Pagina 3: in woorden ‘verfilmen’ van grace in de Bijbel
  • Vrijdag:
    – Pagina 4: in woorden ‘verfilmen’ van grace in onze eigen tijd
    – slot van de preek onder woorden brengen

preach_4pages

‘De vier pagina’s van de preek’ – 2: Eenheid in de preek

‘De vier pagina’s van de preek’ – 2: Eenheid in de preek

Voor Paul Scott Wilson is het van belang dat de preek een eenheid is. De vier pagina’s van de preek zijn in feite vier variaties op één thema. Dan wel weer steeds op een andere manier uitgewerkt.


De preek hoort een eenheid te zijn. Daarom:

  • één bijbelgedeelte – one text
  • één boodschap – one theme sentence
  • één onderdeel van de christelijke geloofsleer – one doctrine
  • één vraag uit de gemeente – one need
  • één (voor)beeld of slogan – one image
  • één taak om uit te voeren – one mission

Als ezelsbruggetje: The Tiny Dog Now Is Mine.

images (1)

Eén bijbelgedeelte
Een leesrooster kan verschillende lezingen opgeven voor de desbetreffende zondag. Of bij een bepaald onderwerp kan een predikant verschillende Schriftlezingen hebben. De preek kan echter maar over één Bijbelgedeelte gaan. In de preekvoorbereiding heeft een predikant ook geen tijd om meer dan één Bijbelgedeelte te onderzoeken.

Eén boodschap
Een preek kan maar boodschap bevatten. De boodschap wordt geformuleerd als een korte, krachtige zin. In deze zin is God het onderwerp. Hij handelt. Het werkwoord is een sterk werkwoord. Bijvoorbeeld:

  • God geeft een betere wereld
  • God geeft Israël een nieuwe identiteit
  • God handelt reeds in ons leven
  • God kan niet worden tegengehouden
  • De Geest werkt ten behoeve van Paulus
  • Christus is voor iedereen gestorven en opgestaan

Een boodschap kan worden ontdekt door de vraag: Wat doet God in deze tekst? Of, als dat niet duidelijk is: Wat doet God achter deze tekst?

Een boodschap (theme sentence) bevat steeds:

  • Een van de drie Personen van de Triniteit als onderwerp
  • Een actief werkwoord
  • Een reddende of versterkende handeling
  • Een complete gedachte, waarin Gods handelen in het heden ook helder in wordt uitgedrukt
  • Een korte, enkelvoudige zin: onderwerp – actief werkwoord – handeling – eventueel ten behoeve van: … (geen complexe samengestelde zin)

photo-4
Daarom:

  • Geen zwakke, statische of passieve werkwoorden
  • Geen werkwoorden als ‘zegt’ of ‘vertelt’.
  • Geen vragen (Werk vragen om tot een statement met God als handelende persoon)
  • Geen boodschap onder voorbehoud
  • Geen complexe of samengestelde zinnen

Manieren waarop een theme sentence gevonden wordt:

  • Het Bijbelgedeelte herschrijven in actieve zinnen, zoals ik deed met Mattheüs 5:1-16.
  • Op basis van exegese. Bij zijn model heeft Paul Scott Wilson 35 vragen opgesteld die behulpzaam zijn bij het vinden van de theme sentence.
  • Antwoord op de vraag: Wat doet God in of achter deze tekst?
  • Omkering van de trouble.
  • Antwoord op een vraag die in de gemeente leeft (need).

De boodschap (theme sentence) is ook de titel van pagina 3 en/of 4. Het verschilt tussen beide pagina’s is dat de titel op pagina 4 de toevoeging ‘nu’ of ‘ten behoeve van ons’ heeft.

Deze korte, eenvoudige zin wordt door de preek heen, maar vooral op pagina 3 en 4 verschillende keren genoemd en uitgewerkt (zoals verbeeld of met woorden gefilmd).

Eén onderdeel uit de christelijke geloofsleer
In de dogmatiek, het nadenken over de christelijke geloofsleer, wordt  nagedacht over Gods handelen in heden, verleden en toekomst. Elke boodschap, geformuleerd als theme sentence, heeft betrekking op één van de onderdelen van de dogmatiek. Voor de preek is de dogmatiek van belang, omdat de geloofsleer nagaat of de beweringen die ik doe over God terecht en houdbaar zijn.

Dit onderdeel van de geloofsleer kan de predikant helpen in de geloofsleer om de theme sentence in al zijn kracht en gevarieerdheid, maar ook in zijn ambivalentie (aanvechting, twijfel, complexiteit, contra-argumenten) te gebruiken in de preek.

Gerhard Ebeling: ‘Theologie is noodzakelijk met als doel de prediking zo moeilijk te maken als voor de prediker nodig is.’

Voor Paul Scott Wilson is het echter de bedoeling dat de keuze voor één onderdeel uit de christelijke geloofsleer helpt om de gedachten in de preek eenvoudiger, helderder en dieper te laten worden.


Het zou de moeite waard zijn om een geloofsleer of dogmatiek uit te werken die allereerst gericht is op de preekvoorbereiding en niet op de interne dogmatische discussies.

sermon-preparation

Eén vraag uit de gemeente
Elke preek hoort één vraag op te pakken, die in de gemeente zou kunnen leven. Daarbij kan gedacht worden:

  • aan een pastorale vraag
  • een gemis dat gevoeld wordt
  • een verlangen dat leeft binnen de gemeente
  • een aanvechting met betrekking tot Gods handelen
  • een worsteling om iets in praktijk te brengen

Van belang is dat de boodschap van de preek (theme sentence) een antwoord formuleert op deze vraag die in de gemeente zou kunnen leven. Dat antwoord hoeft niet afgerond te zijn. Dat antwoord kan fragmentarisch en voorlopig zijn, met eschatologisch voorbehoud. Maar dan wel op zo’n manier dat duidelijk wordt hoe God handelt.

De vraag die leeft wordt uitgewerkt op pagina 2. Het antwoord in al zijn gevarieerdheid wordt uitgewerkt op pagina 4.

Eén (voor)beeld
Bij het (voor)beeld (image) gaat het om een beeld in woorden of een evocatieve zin. In de meest ideale vorm kan dit beeld aan de boodschap (theme sentence) worden gelinkt en is dit beeld afkomstig uit het Bijbelgedeelte. Elke preek hoort een (voor)beeld te hebben om te voorkomen dat een preek abstracte ideeën uitwerkt. Een (voor)beeld maakt de trouble en de grace met woorden inzichtelijk en invoelbaar voor de gemeenteleden. Een (voor)beeld is een visueel hulpmiddel om Gods daden in het heden te blijven onthouden.

Waar komt een (voor)beeld vandaan?

  1. Uit de Bijbeltekst
  2. Uit onze eigen (leef)wereld
  3. Een retorische zinsnede of een refrein van woorden

Peter Jonker schreef op basis van het model van “De vier pagina’s van de preek” een boek over de (voor)beelden in de preek.
preaching-in-pictures

Eén missie
De preek laat zien wat Gods handelen verandert in ons leven en onze werkelijkheid. Missie gaat over hoe wij Christus kunnen ontmoeten in onze eigen werkelijkheid en over hoe God ons in staat stelt om te leven tot Zijn wil en eer.
Van belang is wel dat de missie uiteindelijk wordt geformuleerd als handelen van God. De mens kan wel in de preek aan de orde komen als medewerker van God, als ‘junior verbondspartner’, waarbij God degene is die uiteindelijk handelt. Wanneer de last bij mensen komt te liggen en niet bij God, dan hoort een missie thuis op pagina 2. Op pagina 4 wordt uiteengezet hoe Gods handelen ons in staat stelt tot deze missie.

  • Missie op pagina 2: Appèl vanuit Gods woord, vanuit Zijn geboden; menselijk falen; niet kunnen of willen voldoen aan dit appèl; verlangen om dit te doen, maar de eigen onmacht ervaren.
  • Missie op pagina 4: Gods reddend of versterkend handelen. Aandacht voor Christus die voltooit of de Geest die ons in staat stelt.

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

Een preek maken is geen eenvoudige bezigheid. De exegese gaat mij vaak wel goed af. De opbouw en de uitwerking van een preek vind ik steeds een hele klus. Het heeft een tijd geduurd voor ik een model van preekopbouw gevonden had dat bij mij paste. Het is het model van
De vier pagina’s van de preek van Paul Scott Wilson.

Ik heb dat een paar jaar geleden enige tijd gebruikt, maar had het toch weer weggelegd. Nadat ik enige tijd geleden terughoorde dat luisteraars mijn preken niet altijd konden volgen, heb ik het boek van Paul Scott Wilson weer uit de kast gepakt en ben ik er intensiever dan voorheen mee aan de slag gegaan. Ik merk nu ik het enige tijd gebruik, dat het een model is, dat erg behulpzaam is voor de opbouw van de preek. In dit model wordt niet alleen een structuur gegeven aan de hand van ‘de 4 pagina’s van de preek’. Er wordt ook aandacht besteed aan de introductie en het slot en aan de opbouw van de afzonderlijke pagina’s van de preek.
images (1)
Paul Scott Wilson

Het aardige is dat Paul Scott Wilson eind 2018 een update van zijn The Four Pages of the Sermon publiceerde, waarin hij zijn model preciezer uitwerkt op basis van de jarenlange ervaring als hoogleraar Homiletiek.

511h28bhz5l._sx334_bo1,204,203,200_
Voorkant van de ‘revised and updated version’ van “The Four Pages of the Sermon”

Het model van De vier pagina’s van de preek is eenvoudig: de preek bestaat uit 4 kwadranten, die de polen trouble, grace, Bijbel, vandaag de dag verwerken.

  • Pagina 1: trouble in de Bijbel
  • Pagina 2: trouble vandaag de dag
  • Pagina 3: grace in de Bijbel
  • Pagina 4: grace vandaag de dag.

preach_4pagesPaul Scott Wilson noemt deze kwadranten pagina’s, omdat als dit kwadrant een volledige pagina van een preekmanuscript is geschreven. Het volledige manuscript bestaat dan uit 4 even lange pagina’s, eventueel aangevuld met een aparte introductie en een apart slot.

De winst van deze update is dat Paul Scott Wilson iets meer ingaat om wat hij beschouwt als trouble en grace.

 

  • Trouble
    trouble
    is voor hem vrij breed. Trouble gaat over zonde, menselijk falen, maar betekent nog meer. Het betreft ook het verlangen van de christen om te leven tot Gods wil, maar het elke dag merken dat het niet lukt om dat verlangen in praktijk te brengen. Kenmerk van deze eerste twee bladzijden is dat de last op mensen komt te liggen: de last om de schuld te dragen, om het goed te maken, om te leven naar Gods wil. De mens is niet in staat om dit volledig te dragen.
    Trouble
    kan ook uitgewerkt worden als een menselijk verlangen (need), waarbij de mens (of de gelovige) niet in staat is dat verlangen zelf te vervullen.

 

  • Grace
    Grace
    is het handelen van God, waarmee God in Christus ten gunste handelt van de mens of de menselijke last aanvaardt en Zelf de last draagt of door de Geest de kracht geeft om de last enigszins te dragen. Grace berust op Gods handelen als Schepper of als Herschepper, berust op kruis en opstanding en op de gave van de Heilige Geest.

 

 

Hij geeft aan dat zijn preekmodel kan worden beschouwd als een variant op de Lutherse verhouding wet – evangelie.

Bijbel als basis
Paul Scott Wilson begint bewust met de Bijbel. De Bijbel is de basis van de verkondiging. De Bijbel laat de
trouble zien. De Bijbel laat ook zien hoe God handelt ten aanzien van de trouble (de menselijke schuld, nood, het verlangen van de mens).

Heden
Voor Paul Scott Wilson is het wezenlijk dat het in de verkondiging niet alleen de Bijbel bepreekt wordt. Het gaat ook over het heden: over hoe we zicht krijgen op onze
trouble in het heden en op Gods handelen in het heden.

Handelen van God
Vooral de focus op Gods handelen is een punt dat hij steeds naar voren brengt. Naar zijn idee ontbreekt in het allergrootste deel van de preek de aandacht voor Gods handelen in het heden. Preken gaan uitgebreid in op schuld, nood of verlangen, maar laten de gemeente niet zien hoe God handelt. Voor Paul Scott Wilson is de verkondiging van het evangelie daarom: zowel trouble als Gods handelen: Gospel = trouble + grace.

Grammatica
Dit model is niet persé bedoeld als opbouw van de preek. Het is allereerst bedoeld als grammatica voor degene die de preek voorbereidt om helder te hebben dat alle 4 de aspecten van het evangelie (
trouble in the Bible, trouble now, grace in the Bible, grace now) in elke preek evenveel aandacht krijgen.

maxresdefault

Opbouw
Het mooie is dat het model tegelijk ook wel degelijk mogelijk is om de preek op te bouwen. De 4 pagina’s kunnen achter elkaar uitgeschreven worden, eventueel met inleiding en slot. Wanneer iemand de pagina’s helder heeft kan er ook gevarieerd worden in de volgorde. Het waardevolle van dit model is dat er volop aandacht is aan de uitwerking van de 4 bladzijden en ook aan de overgangen naar de volgende bladzijde.

Ook voor een preek in 3 punten
Het model kan eventueel zelfs gebruikt worden als model voor een preek in drie punten, waarbij de inleiding op de drie punten pagina 1 of 2 bevat. Bijvoorbeeld:

  • Inleiding: pagina 1 (of 2)
  • punt 1: pagina 2 (of 1)
  • punt 2: pagina 3
  • punt 3: pagina 4

download (2)

Variatie
Wie dit model gebruikt, hoeft niet bang te zijn voor eenvormigheid of preken die steeds overeenkomen. De introductie kan al op 6 à 7 verschillende manieren uitgewerkt worden. Daarnaast ligt aan elke preek één onderdeel uit de christelijke geloofsleer ten grondslag. De predikant kan steeds in de gaten houden dat er volop gevarieerd wordt met betrekking tot de onderdelen van de dogmatiek.


Terugblik
Het mooie van dit model is dat het ook een handvat biedt om terug te kijken welke thema’s uit de geloofsleer in de afgelopen preken wel aan de orde gekomen zijn en welke er zijn blijven liggen. Bovendien kan de predikant bijhouden welke vragen, die er in de gemeente zou kunnen leven, aan de orde zijn gesteld.

In de komende tijd wil ik het waardevolle van dit model laten zien en daarbij ook meenemen wat Paul Scott Wilson in zijn update verwerkt.

Recensie Slenczka

Vom Alten Testament und vom Neuen. Beiträge zur Neuvermessung ihres Verhältnisses. Notger Slenczka, Evangelische Verlagsanstalt Leipzig 2017, 506 blz., € 44,-.

In 2015 leidde een artikel uit 2013 van de systematisch-theoloog Notger Slenczka tot een rel in Duitsland. In dat artikel stelde Slenczka dat het Oude Testament zijn canonieke status had verloren en dat de kerk er beter aan deed om het Oude Testament de status van apocriefe boeken te geven. Deze stelling werd een rel, omdat velen dachten dat Slenczka het Oude Testament wilde afschaffen. Men zag allerlei spookbeelden uit de jaren-’30, zoals antisemitisme, opdoemen. In 2017 publiceert Slenczka een verzamelbundel met het bewuste artikel en andere artikelen die hij schreef om zijn positie te verduidelijken. Ook zijn artikelen van na de rel toegevoegd, waarin hij de consequenties van zijn stelling laat zien. Voortdurend laat hij doorschemeren dat de kritiek hem ook persoonlijk geraakt heeft. Ook omdat wat Slenczka stelt in eigen ogen helemaal niet nieuw is, maar een lijn is die binnen de Duitse theologie steeds is aangehangen.
Voor Slenczka kan het Oude Testament alleen canonieke status hebben als kerk en theologie ervan uitgaan dat het Oude Testament over Christus gaat. In dat geval is het Oude Testament een onderdeel van de geschiedenis van de kerk. Vanaf de 19e eeuw leidt het opkomende historische bewustzijn tot het inzicht dat het Oude Testament niet op de kerk is gericht, maar op een specifiek volk. Voor Schleiermacher – en een eeuw later Von Harnack – reden om te stellen dat de gerichtheid op een specifiek volk niet past bij het universele geloof van de kerk. Het Oude Testament is van minder kwaliteit dan het Nieuwe Testament. De historisch-kritische exegese versterkt nog eens het inzicht dat het Oude Testament van oorsprong niet aan de kerk was geadresseerd. Door de opkomst van bijvoorbeeld de theologie van het Oude Testament vanaf de jaren ’30, waarin men volhield dat het Oude Testament vanaf de allereerste oorsprong wel op Christus was gericht, kon men nog volhouden dat het Oude Testament canoniek was. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de dialoog met tussen Joden en christenen op gang. In de laatste decennia wordt in die dialoog door zowel Joden als christenen gesteld dat het Oude Testament niet van oorsprong op Christus was gericht. Deze gedachte wordt inmiddels breed in de kerk aangehangen. Daarmee is echter volgens Slenczka de laatste pijler voor de canonieke status van het Oude Testament ondergraven. Het Oude Testament is in de praktische omgang niet meer canoniek, maar apocrief. Dat het Oude Testament wel in het Nieuwe Testament wordt geciteerd is niet afdoende, want dan zou ook bepaalde Griekse of Romeinse literatuur, die in het Nieuwe Testament wordt geciteerd canoniek zijn. Slenczka komt tot de conclusie dat het Oude Testament slechts tot de voorgeschiedenis van het christendom behoort. Het Oude Testament gaat niet over Christus. Het Oude Testament hoeft niet te worden afgeschaft. Er kan zelfs over gepreekt worden. Het Oude Testament heeft dan de functie die bij Luther de wet heeft: het beschrijft de situatie zonder Christus. In deze verzamelbundel is ook een aantal preken opgenomen, zodat duidelijk wordt hoe Slenczka deze functie ziet.
Ten tijde van de rel is Slenczka verweten dat hij niet op de hoogte is met recente discussies rondom het Nieuwe Paulusperspectief en rondom de dialoog tussen Joden en christenen. In dit boek laat hij zien dat hij deze discussies terdege heeft gevolgd. In zijn ogen onderbouwen die discussies juist zijn stellingname. Hij sluit af met enkele kritische bijdragen over de uitkomsten van de dialoog tussen Joden en christenen. Slenczka is van mening dat christenen vanuit de Lutherse tweerijkenleer wel voor het bestaan van de staat Israël op mogen komen, maar daar geen Bijbelse argumenten voor kunnen gebruiken. De staat Israël moet ook geen bijzondere theologische status krijgen, maar in ethisch opzicht net als elke andere staat worden benaderd. Slenczka is kritisch op de ontwikkelingen in de dialoog tussen Joden en christenen, omdat hij van mening is dat aan christelijke zijde teveel water bij de wijn gedaan wordt. Christelijke theologen zijn bereid om het specifieke van christelijke Godsbeeld op het spel te zetten om de Joden tegemoet te komen. In een kritisch artikel over Berthold Klappert vraagt hij zich af waarom Klappert niet over wil gaan tot het Jodendom maar christen blijft. Ook is hij van mening dat de christelijke visie nog behoorlijk aanmatigend blijft als er gesteld wordt dat christenen opgenomen worden in het verbond dat God met Israël sluit. Wat blijft er van deze gedachte over als Joodse stromingen ontkennen dat christenen ook tot het verbond zijn toegetreden? Alleen al vanwege deze kritische reflectie op de dialoog tussen Joden en christenen en de consequenties voor de christelijke theologie maakt Slenczka’s boek de moeite waard.
Tijdens het lezen van Slenczka kreeg ik de indruk dat het hier om een debat binnen de Lutherse traditie gaat. Binnen de gereformeerde of de evangelicale traditie zullen andere afwegingen gemaakt kunnen worden, waardoor het Oude Testament toch zijn canonieke status blijft behouden zonder dat een christologische interpretatie strikt noodzakelijk is. Binnen de gereformeerde traditie kan dat bijvoorbeeld de gedachte van de voortgaande openbaring zijn. Of het ‘tegoed van het Oude Testament’. Het zwakke punt in zijn betoog vind ik dat hij het specifiek christelijke van Christus koppelt aan het nieuwe dat Christus bracht. Met dat uitgangspunt kom je al snel in een verschil in waardering van het Oude en Nieuwe Testament. Het duurde wel een tijd voor het boek echt op gang kwam, omdat Slenczka in het begin het artikel dat aanleiding gaf voor de rel wil uitleggen. Dat geeft in het eerste deel veel herhaling. Naarmate het boek vorderde, werd het een spannend en leerzaam betoog. Al deel ik zijn uitkomst niet en hecht ik meer waarde aan de eigenheid van het Oude Testament, een aantal uitgangspunten van Slenczka zijn relevant in de huidige theologische discussies, zoals het serieus nemen van de eigen theologische geschiedenis en het vasthouden aan de eigenheid van het christelijk geloof. Een van de oorzaken waarom hij bij de krasse stelling van zijn boek uitkomt, is dat hij zich zorgen maakt over de theologie in deze tijd, die als het gaat om het christelijk Godsbeeld te veel inlevert en daarmee het specifieke christelijke op het spel zet.

eerder verschenen in Soteria

Matthijs SchuurmanPredikant van de Hervormde Gemeente Oldebroek (PKN)

Vragen bij Richteren 6

Vragen bij Richteren 6
download (1)
Ferdinand Bol – Het offer van Gideon (1640)

  1. Hoe komt het dat het volk Israël vatbaar is voor het afdwalen? Zijn wij ook zo vatbaar voor afdwalen?
  2. Hoe komt het dat het volk Israël zo lang er over doet om in te zien dat het op de verkeerde weg is? Wat heeft u nodig om in te zien wanneer u op de verkeerde weg bent?
  3. Gideon lijkt de verkeerde persoon om Israël te bevrijden: hij is bang en onzeker. Waarom wordt hij toch uitgekozen?
  4. Als God Gideon roept voor zijn taak, reageert Gideon eerst met een klacht over Gods afwezigheid. Welke klachten over God kunnen er vandaag de dag zijn?
  5. Gideon heeft heel wat aarzelingen nodig om aan zijn roeping gehoor te geven. Kunt u zijn aarzelingen begrijpen? Welke aarzelingen hebt u als God u roept voor een taak?
  6. Welke bemoedigingen ontvangt Gideon? Welke bemoedigingen zou u kunnen ontvangen?
  7. Gideon krijgt opdracht op de afgodsbeelden te verwijderen. Wat moet er in uw leven  verwijderd worden?
  8. Gideon verslaat de vijanden van Israël met een kleine legermacht en zonder al te veel strijd. Wat heeft dat ons te zeggen?