De troonsbestijging van de Opgestane en de troonrede die Hij houdt

De troonsbestijging van de Opgestane en de troonrede die Hij houdt
Exegetische, homiletische en catechetische opmerkingen bij Mattheüs 28:16-20

De oudtestamenticus Thomas Pola publiceerde in 2013 een aantal opmerkingen bij Mattheüs 28:16-20. Dit gedeelte staat bekend als de verschijning van de Opgestane of het zendingsbevel. Deze perikoop is de lezing voor  de 6e zondag na Trinitatis (van het eerste jaar). In veel gemeenten wordt op deze zondag dan stilgestaan bij de betekenis van de doop.

1) Deze perikoop is in twee delen te verdelen: in deel 1 (vers 16-17) handelen de leerlingen, in deel 2 (vers 18-20) handelt Jezus. Dit tweede deel heeft de nadruk. De beide delen zijn met elkaar verboden door de woorden leerling / jongere en leren. Zij vormen een motief in deze perikoop. Ook het werkwoord gaan / reizen verbindt de beide delen.

2) De 11 leerlingen representeren het nieuwe volk van God. Ze zijn op deze berg om een openbaring van Jezus te ontvangen.

3) De berg van deze openbaring is zonder naam. Dat is ongewoon, want meestal wordt er wel een naam genoemd. Maar ook bij de bergrede en de berg van de verheerlijking wordt de naam van de berg niet genoemd. Het lijkt erop dat voor Mattheüs de betekenis van de berg belangrijker is dan de lokalisatie. De bergen van de bergrede en van de verheerlijking roepen de herinnering op aan de Sinaï. Deze berg heeft trekken van de Zion. Ook deze berg heeft trekken van de Sinaï. In de geschiedenis van de exegese wordt gesproken over een “eschatologische Sinaï” (Ernst Lohmeyer). Volgens Joachim Gnilka gaat het om een gebeuren dat de beperkingen van ruimte en tijd overstijgt zonder aan werkelijkheid te verliezen.

4) In het evangelie van Mattheüs verschijnt de Opgestane zowel in Judea als in Galilea. Daarmee onderstreept Jezus Zijn claim als eschatologische heerser die het voormalige Zuidrijk en Noordrijk verenigt. Jezus vervult in het evangelie van Mattheüs de beloften van de eschatologische nazaat van David die beide delen zal verenigen (zie bijvoorbeeld Jeremia 30:1-31, 33:14-16; Ezechiël 34:20-31; 37:1-14).

5) In deze perikoop gaat het niet om een verschijning van Jezus, want Hij is daar reeds op de berg als de leerlingen daar aankomen. Was JHWH ook niet aan een berg verbonden (zie bijvoorbeeld 1 Koningen 20: 23, 28). Gedeelten uit de tijd van de ballingschap gaan er vanuit dat JHWH voortdurend op het als Sinaï getypeerde Zion woont (Exodus 25:8, 29:45v, 40:35). Aanduidingen die in de tijd voor de ballingschap met de Zion verbonden worden, worden nu aan de Sinaï verbonden.

6) Zodra de leerlingen Jezus zien vallen ze aan Zijn voeten om Hem te aanbidden. Jezus is voor hen zowel God als hun koninklijke heerser. Dit neerknielen functioneert in deze perikoop als acclamatie van het volk van de troonsbestijging van Jezus. Jezus zelf had geweigerd om ‘op een hoge berg’ voor de satan neer te knielen en wilde de satan niet aanbidden (Mattheüs 4:8-10).

7) De leerlingen die Jezus zien op de berg zijn een herinnering aan het volk van God, die de God van Israël op de berg Sinaï konden aanschouwen (Exodus 24:9-11). Dit motief van het aanschouwen van God wordt in Jesaja opgenomen, waarin gesproken wordt over een maaltijd van alle volken op een niet bij name genoemde berg.
In deze perikoop gaat het allereerst om de zending tot de volkeren. Wanneer deze boodschap gehoord wordt, zal het tot een eschatologische pelgrimstocht van de volkeren naar Jeruzalem komen (Zacharia 14:16-19).

8) In deze perikoop wordt niet gesproken over de hemelvaart van Jezus. Het gaat hier om de troonsbestijging van de Opgestane, die verhoogd is. Hij treedt aan als kosmische heerser.

9) Deze kosmische heerser die van God de volmacht heeft ontvangen en door God is opgewekt uit de dood gaat op de jongeren af om hen een troonrede te geven.

10) Het eerste deel van die troonrede is de zelfopenbaring van Jezus. Analoog aan de manier waarop JHWH Zich op de berg Sinaï presenteerde (Ik ben JHWH, uw God) dient er een formulering te komen waarin Jezus zichzelf voorstelt als de kosmische heerser: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. De naam van Jezus is immers reeds bekend.
Vanuit de oudtestamentische traditie waarin JHWH Zichzelf voorstelt dient er een opdracht te komen. De opdracht die Jezus geeft is om op weg te gaan en alle volkeren tot leerlingen te maken.
De hemel en de aarde waarover Jezus de volmacht heeft gekregen, is de nieuwe kosmos. Met de volmacht wordt ook de traditie van de Mensenzoon opgenomen, die goddelijke volmacht heeft ontvangen (Daniël 7:14).

11)   (a)De opdracht die Jezus geeft heeft de structuur van Psalm 96:1-3. Deze psalm heeft als thema dat God koning wordt over heel de kosmos. Het gaat hier om een eschatologisch visioen dat verwoord wordt in een tijd van na de ballingschap (Perzische tijd). In de cultus in de tempel wordt die eschatologische tijd waarin JHWH over heel de kosmos regeert reeds in het heden ervaren. Het zendingsbevel heeft daarom de betekenis van de openbaring, het bekendmaken van het Koninkrijk van God aan alle volkeren.

(b) De redding waarover in Psalm 96:2 gesproken wordt kan in verband gebracht worden met de naam van Jezus. Het verkondigen wordt in de Septuagint met euangelisesthe vertaald. In dat woord klinkt het evangelie uitdragen door. Wanneer deze opdracht wordt vervuld komt volgens Mattheüs 24:14 het einde van de tijden.

(c) Oorspronkelijk trok Abram weg uit zijn vaderland, het land van de hoge culturen van het Tweestromenland, om een zegen te worden voor alle volkeren. Nu zendt de Zoon van Abraham (Mattheüs 1:1) Zijn leerlingen naar alle volkeren uit met de boodschap van de nieuwe werkelijkheid.

(d) Het zendingsbevel kan gelezen worden tegen de achtergrond van de roepingsgeschiedenissen uit het Oude Testament. Deze roepingsgeschiedenissen hebben niet een vast schema. Binnen dit genre van de troonsbestijging is de roeping een motief. Dit motief heeft de volgende kenmerken:
* het zien van God of van een engel
* mededeling van de opdracht
* degene die de opdracht ontvangt deinst terug voor het vervullen van de opdracht en wordt door JHWH of de engel gecorrigeerd (ontbreekt in deze perikoop)
* degene die op pad gestuurd wordt ontvangt de belofte dat JHWH meegaat

(e) Doel van de opdracht is om de volkeren te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Aan deze opdracht gaat vooraf dat alle volkeren tot leerling gemaakt worden en dat de volkeren geleerd wordt om de boodschap van Jezus te bewaren en te houden. Het hoofdwerkwoord is tot leerling maken. De woorden ga op weg en dopen zijn afhankelijk van dit hoofdwerkwoord. In het Grieks gaat het om participia. Catechese gaat vooraf aan de heilige doop!

(f) De kosmische heerschappij wordt niet met militaire middelen doorgezet, maar alleen door de woorden van Jezus die zorgvuldig zijn doorgegeven en bewaard.

12) Jezus had hen opgedragen om naar deze berg te komen (vers 16). De leerlingen dienen zelf andere volkeren tot leerling van Jezus te maken.  Zoals Jezus de leerlingen heeft geleerd (Mattheüs 5:1vv), zo dienen de leerlingen de volkeren te onderwijzen.

13) Daaruit volgt homiletisch: geloof en goede kennis van de verhalen over Jezus horen samen. Een zorgvuldige theologische opleiding voor verkondigers van het evangelie en godsdienstleraren is noodzakelijk, omdat de Opgestane daar zelf toe opdraagt. Bij die zorgvuldige opleiding hoort ook het leren van de Bijbelse talen (omdat via deze talen de werkelijkheidsopvatting van de Bijbel kan worden ontdekt).

14) Ook al is het wereldbeeld van de Bijbel, die immers een boek uit de Antieke Oudheid is, verouderd, de keuze om in de protestantse erediensten de lezing en de uitleg van een perikoop uit de Bijbel centraal te stellen is goed te rechtvaardigen. Het boek dat in de christelijke eredienst gelezen wordt, houdt ons voor om onszelf te identificeren met vormen van het volk van God. We kijken mee in het verleden, waarbij de historische distantie wordt overbrugd. In die gebeurtenissen ziet de lezer (of luisteraar) de van God verwachte toekomst. ‘Door historische waarneming ontmoeten wij God.’ (Heinzpeter Hempelmann) Door onszelf te identificeren met het volk dat geoordeeld wordt en dat de heilsdaden van God (zowel in OT als NT) mocht ervaren, zien we onze toekomst. Onze eredienst is ons heden ver vooruit. Zeker de verkondiging!

15) Met de kosmische heerschappij van Christus treedt een nieuwe hiërarchische ordening aan. In plaats van die ene davidische koning komt het nieuwe volk van God. In plaats van de unieke plaats van het volk van God komen alle volkeren. Eerst had Jezus de leerlingen geelrd. Nu zullen de leerlingen conform Zijn opdracht de volkeren leren.

16) Zoals JHWH eens de profeet Jeremia de opdracht gaf om in Zijn naam het oordeel en het heil over volkeren en koninkrijken te brengen (Jeremia 1:10), zo draagt Jezus het nieuwe volk van God op om Zijn woord te verkondigen. Beslissend daarbij is dat degene die gezonden wordt in optreden en levensstijl zijn of haar opdrachtgever representeert.

17) De opdracht gaat gepaard met de belofte dat Jezus zelf meegaat. Deze belofte gaf ook God mee aan profeten, koningen en anderen die in Zijn naam gingen. Het nieuwe is dat Jezus hier spreekt in plaats van God. Daarmee komen de leerlingen in de rang van profeten en koningen. Met deze belofte er altijd bij te zijn gaat ook de Immanuël-profetie (Jesaja 7:14) in vervulling. De heilvolle aanwezigheid van Jezus manifesteert zich tot het einde van de wereld op cultische wijze (door gemeenschappelijk gebed, in de christelijke eredienst).

18) Er zijn 11 leerlingen die de opdracht krijgen. Er ontbreekt er 1. Dat duidt op de gebrokenheid. Ook staat er dat er van deze 11 ook nog sommigen twijfelden. Ook al hebben we te maken met de troonsbestijging van de Opgestane, in deze wereld blijft het geloof in de spanning van gebed (oratio) en aanvechting (tentatio). ‘Ook degenen die twijfelen wachten op de woorden waarmee de Heer hen zal gebieden.’ (Ernst Lohmeyer)

19) In homiletisch opzicht past deze lezing bij de 6e zondag na Trinitatis. De heilige doop wordt hier gezien als gevolg van de catechese. De doop moet worden gezien in het kader van het aanbrekende Koninkrijk van God. Wat er over de kerk geleerd wordt (de ecclesiologie) is ondergeschikt aan dit Koninkrijk van God.

20) De verkondiger heeft duidelijk te maken dat het hier gaat om het totale en het definitieve: alle volmacht, alle volkeren, alles wat Ik u geboden heb, alle dagen.

N.a.v. Thomas Pola, ‘Der inthronisierte Auferstandene und seine Thronrede. Traditionsgeschichtliches, Homiletisches und Kathechetisches zu Matthäus 28,16-20’, Theologische Beiträge 44/2 (2013) 58-67

Advertenties

Preek zondag 17 september 2017

Preek zondag 17 september 2017
Opening winterwerk
Schriftlezing: Johannes 9:1-7, 35-41

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Paulien is verliefd.
Paulien is verliefd op een jongen uit haar klas: Chris.
Al vanaf de allereerste dag dat hij bij haar in de klas kwam was zij op het verliefd.
Chris is de leukste jongen van haar klas, van de hele school.
Hij maakt leuke opmerkingen tegen de leraren, waar de hele klas om moet lachen.
Overal waar hij is, is een gezellige sfeer.
Paulien heeft echter een probleem, want Chris weet niet dat zij hem leuk vindt.
Ze vraagt zich zelfs af of hij haar wel ziet.
‘s Morgens bij het aankleden bedenkt ze zich welke kleren ze zal aantrekken,
zodat Chris haar ziet staan.
Op school probeert ze zo vaak mogelijk in zijn beurt te staan,
zodat ze met hem in gesprek kan raken.
Ze weet inmiddels welke route hij altijd naar huis gaat
en probeert het zo te regelen dat ze ook die kant op moet gaan.
Maar wat ze ook probeert, Chris heeft niet door.
Het lijkt wel of hij blind is.
Hoe langer ze verliefd is, hoe wanhopiger ze wordt.
Ze zou het wel tegen hem willen roepen: Doe je ogen toch eens open, blinde!
Haar vriendinnen zien het gebeuren.
Ze weten hoe verliefd Paulien is
en ze zien welke pogingen ze onderneemt  zodat Chris haar zal zien.
Ze vinden het zielig voor Paulien, maar ook komisch dat Chris helemaal niets door heeft.
Wat moet Paulien doen, zodat Chris het doorkrijgt dat ze op hem verliefd is?
Hoe gaan de ogen van Chris open?
Hoe krijgt ze Chris zover dat hij ziet dat het hart van Paulien helemaal vol is van hem?
Ze kan het zelf tegen hem zien. Ze kan het vriendinnen laten zeggen.

Vandaag gaat het in deze preek erom hoe onze ogen open gaan voor God.
En dat we zien dat Gods hart helemaal vol is van ons.
Net zoals Chris helemaal geen erg heeft in de verliefdheid van Paulien
kunnen wij als mensen er helemaal geen erg hebben dat God van ons houdt.
Wat moet God doen om ervoor te zorgen dat wij dat wel gaan zien?
We hebben gelezen over iemand die vanaf zijn geboorte blind is.
Deze man heeft nooit de zon kunnen zien, of de maan, de lucht, de bloemen, de vogels.
Nooit heeft hij het gezicht van zijn vader of moeder kunnen zien.
Hij weet niet dat er kleuren zijn.
Als hij ergens komt, waar hij niet bekend is, moet hij voorzichtig lopen om niet te struikelen.
Vaak moet hij bij de hand genomen worden en moet hem de weg gewezen worden.
Als de Heere Jezus met Zijn discipelen deze man tegenkomen,
is het de vraag van de discipelen hoe het komt dat deze man blind is.
Is dat een straf geweest? Hebben zijn vader of zijn moeder ooit eens iets slechts gedaan,
waardoor de Heere hen gestraft heeft met een zoon die niet kan zien?
Of heeft die man zelf ooit eens iets slechts gedaan, waarvoor hij met blindheid is gestraft?
Nee, het is geen van beiden, zegt de Heere Jezus.
Deze man, die vanaf zijn geboorte blind is, moet iets laten zien.
Deze man moet met zijn blindheid laten zien, dat het volk Israël blind is voor wat God doet.
Er zijn heel wat mens in Israël die niet geloven dat Jezus door God gestuurd is.
Er zijn wel gemeenteleden die zeggen:
Als ik in de tijd van de Heere Jezus had geleefd, dan had ik veel gemakkelijker geloofd.
Want dan zag ik de Heere Jezus. Dan zag ik welke wonderen Hij deed.
Dan hoorde ik Zijn stem en hoorde ik de verhalen die Hij vertelde.
Ik weet nietnf of dat veel uit zou maken. Misschien zouden we net zo blind zijn als Chris.
Deze man die blind is vanaf zijn geboorte moet met zijn blindheid laten zien
hoe velen in het volk Israël niet kunnen zien dat Jezus de messias, de Christus is
en dat Hij door God is gestuurd.
Deze man is blind, vertelt de Heere Jezus, zodat Ik kan laten zien
dat Ik gekomen ben om de ogen te openen voor God en voor Mijn taak in deze wereld.
Wat betekent eigenlijk om blind te zijn?
Je kunt geen kleuren zien, je kunt de gezichten van anderen niet zien,
je kunt niet zo makkelijk de weg vinden,
want je kunt niet vooruitkijken welke kant je op moet gaan
en je ziet ook niet welke kuilen er zijn, of welke obstakels waarover je zou struikelen,
Waar je tegenop zou botsen.
tegenwoordig kunnen blinde mensen vaak heel goed meedoen in onze maatschappij,
maar in die tijd moest je door anderen geholpen worden en was je afhankelijk van anderen.
Zo was het volk Israël: ze zagen het Licht van de wereld niet,
want Jezus zei van zichzelf: Ik ben het Licht van de wereld.
Als je in Mij gelooft, hoef je niet in het duister te wandelen.
Maar omdat er geen geloof is, wandelden de meesten in het volk van Israël
wel in het donker, ook al konden ze zien en hadden ze hun ogen open,
maar wat ze moesten zien, dat zagen ze niet.
Zoals Chris niet zag dat Paulien om hem gaf en verliefd op hem was.
Hij zag Paulien heus wel zitten, hij hoorde haar praten, hij zag misschien wat ze aan had.
Maar wat hij moest zien, dat zag hij niet.
Zo zag het volk Israël niet wat ze moesten zien: namelijk de liefde van God
die in de persoon van Jezus op aarde kwam.
Maar deze man, zo zegt Jezus, kan ook laten zien hoe het kan veranderen.
Hoe iemand bij iemand die blind is weer de ogen open kunnen gaan, zodat hij weer zien,
zodat zelf de weg kan vinden, zonder van iemand anders afhankelijk te zijn,
zonder steeds te struikelen, ja wat kun je allemaal niet als je weer kunt zien?
Jezus is gekomen om onze ogen te openen, zodat wij kunnen zien!
Zodat wij God aan het werk kunnen zien en kunnen begrijpen waarom Jezus gekomen is.
Dat Hij door God gestuurd is naar de aarde om voor ons aan het kruis te lijden en te sterven.
Als je dat niet ziet, dan ben je blind, ook al heb je je ogen open.

De Heere Jezus geneest een blinde man, zodat hij weer kan zien.
Dat is bijzonder.
In het Oude Testament zijn er geen verhalen over een blinde die genezen wordt.
En in de tijd van de Heere Jezus hoor je wel van andere mensen die konden genezen,
maar verhalen over iemand die genezen wordt van een blindheid zijn heel zeldzaam.
Genezen van een blinde was alleen iets dat God kon doen.
In het Oude Testament zijn er wel profeten die aankondigen dat blinden zullen zien en
dat als dat een gebeurt het een teken is dat er een bijzondere tijd van God is aangebroken.
Een tijd waarin je merkt dat God er voor Zijn volk is
een tijd waarin God bij Zijn volk op aarde woont.
Open je ogen, dat is wat Jezus de mensen om zich heen voorhoudt,
zie je niet dat in Mij God zelf aan het werk is.
God heeft Mij gestuurd, niet zomaar als boodschapper, maar als Zijn Zoon.
Met Jezus is God zelf op aarde gekomen.

Is het je trouwens opgevallen op welke manier de Heere Jezus geneest?
Met wat spuug maakt Hij modder en smeert dat op de ogen van de man die blind is.
Waarom zou de Heere Jezus dat doen.
Waarom legt Hij hem niet de handen op.
Waarom zegt Hij het niet gewoon: ‘Doe je ogen open, want ze zijn genezen.’
Ik begreep dat we daarvoor ook naar het Oude Testament moeten.
Ik hoor wel eens gemeenteleden zeggen dat zij het Nieuwe Testament mooier vinden
dan het Oude Testament, meer van deze tijd, of begrijpelijker.
Om het Nieuwe Testament te begrijpen moet je ook het Oude Testament kennen.
Je moet daarvoor helemaal naar het begin van de Bijbel.
Niet de allereerste bladzijde, maar het tweede hoofdstuk.
Daar staat hoe de Heere God de mens maakte. Adam, gemaakt uit stof.
Door van dat zand dat op de grond ligt modder te maken, een soort klei
laat de Heere Jezus zien dat Hij ook schepper is net als Zijn Vader.
Het scheppen van God heeft ook iets van boetseren,
iets moois van klei maken: een kruik of een mooi figuur, kunstig gemaakt.
Ook dat de man naar Siloam wordt gestuurd dat zou niet zomaar kunnen zijn.
Siloam heeft al een betekenis: dat betekent gestuurd.
Daarmee zou de Heere Jezus willen zeggen: Zie je niet dat Ik ben gestuurd?
Dat Ik gestuurd ben om van jou een heel nieuw mens te maken,
Ik was vroeger blind, maar nu kan ik zien.

Open je ogen.
Het zou ook best zo kunnen zijn dat jij geholpen moet worden om God bezig te zien.
Dat je nu helemaal niet met God bezig bent.
Je bent bezig met school, of met je sport, je bent bezig met het kiezen van een beroep.
Daarom zijn er clubs en is er catechisatie,
die zijn er om je te helpen.
Ze zijn er om tegen je te zeggen: doe je ogen open! Open je ogen!
Of als je wel kijkt, maar het niet kan zien, om je te helpen hoe je God bezig kunt zien
in jouw leven, waar Hij is in deze wereld als je niets van God ziet.
Dan zijn de clubs en de catechisaties er om jou te helpen met kijken.
Omdat de leiding en misschien ook wel de anderen op clubs of catechisatie
mensen zijn die zelf ook hebben moeten leren kijken.
Ze kunnen je vertellen hoe dat bij hen gegaan is, dat ze hebben leren kijken,
dat ze hebben leren zien hoe God aan het werk is, in deze wereld, in hun eigen leven.

Open je ogen.
Dat is een thema die landelijk is afgesproken bij de HGJB,
een christelijke organisatie voor jongeren, die er voor jongeren is
maar ook kerken wil helpen bij om de jongeren te leren geloven
en tieners en jongeren een plek te geven in de gemeente,
om met volwassenen, kinderen, ouderen God te leren kennen en Hem te dienen.
Deze commissie heeft het thema niet alleen uitgekozen om te zien
waar God aan het werk is – open je ogen … voor God,
maar ook dat je leert kijken, zoals de Heere Jezus,
die deze blinde man zag.
Want je kunt het ook gewoon vinden
en hoeveel mensen zullen er niet gedachtenloos langs hem heen gelopen zijn.
Ik weet dat van mijzelf dat toen ik met de trein naar de universiteit ging,
dan stonden er mensen te bedelen om geld, vaak zwervers.
In het begin keek ik altijd langs hen heen, ik wilde hen niet zien,
ook niet omdat ik geen geld wilde geven.
Maar ik leerde op een gegeven moment, dat het heel kwetsend is om je hoofd weg te draaien en iemand bewust niet te zien.
Toen ben ik maar begonnen om iedereen die stond te bedelen in ieder geval te begroeten
en een fijne dag te wensen.
Of het voor die mensen anders werd weet ik niet, wel voor mijzelf.
Ik ging hen als echte mensen zien. Ik ging ze zien
en toen ik ze vaker zag ging ik ze herkennen en dan leer je mensen steeds meer kennen.
Waarom is dat nou belangrijk?
Omdat je als christen ook iets van God laat zien.
Iemand die niets van God ziet, kan aan jou zien hoe God is.
Dat is niet de enige manier die de Heere God gebruikt,
maar het is wel een manier die Hij kan gebruiken.
Dat iemand die God niet kent, iets van God gaat zien,
omdat jij iets van God laat zien, omdat je hebt leren kijken, zoals de Heere Jezus keek.
Niet de mensen voorbij kijken, maar hen zien,
hen niet uit de weg gaan, maar op hen afstappen.
Daarom hebben wij elk jaar een winteractie, die gaat ook vandaag weer beginnen.
Niet alleen om geld op te halen, maar ook om met anderen bezig te zijn
niet om hen alleen te zien als zielig, die ons geld nodig hebben,
– We hebben het beter en we hebben meer, maar we zijn niet beter en we zijn niet meer – . maar als mensen, die ook door God geschapen zijn, voor wie Jezus ook gekomen is.
Open je ogen … voor God en voor de ander die net als jij God nodig heeft.
Amen




Luther – zijn leven, zijn werk (recensie)

Luther – zijn leven, zijn werk (recensie)

Het is markant beeld: de monnik Maarten Luther die een vel papier op de deur van de Slotkapel van Wittenberg met een hamer vastspijkert, waarmee hij de startsein geeft voor een vernieuwing van de kerk. Geen wonder dat 31 oktober internationaal wordt gebruikt om 500 jaar Reformatie te vieren. Maar wie was die Luther? Waarom kwam hij in verzet en stond juist hij aan het begin van vernieuwing van de kerk?

In de afgelopen eeuwen is Luther heel wat keren herdacht als held van de Duitse nationale geschiedenis of de protestantse kerkgeschiedenis, zonder dat helder was wat de inhoud van zijn boodschap was. Bij deze Reformatieherdenking zijn er gelukkig heel wat publicaties, die de levensweg en de inhoud van deze reformator bekendheid willen geven.
9789043528054-luther-zijn-leven-zijn-werk-m-LQ-f
Een van die publicaties is het boek Luther, zijn leven, zijn werk onder redactie van Sabine Hiebsch en Martin L. van Wijngaarden (zie: hier). Het gaat om een derde druk van een boek dat al in 2007 verscheen en dat vanwege het Reformatiejubileum geactualiseerd is. Het doel van dit boek is om de erfenis van Luther door te geven. Om Luther voor een breed publiek toegankelijk te maken is er gekozen voor een heldere opzet: het lopende verhaal is de biografie van Luther. Tussendoor worden in kleine hoofdstukjes belangrijke thema’s uit Luthers leven en theologie uitgelegd.

Luther werd op 10 november 1483 geboren als Martin Luder, zoon van Hans Luder die via de kopermijnen maatschappelijk promotie had gemaakt. Zijn zoon Martin mocht studeren om maatschappelijk nog meer vooruit te komen. Deze plannen van vader Luder gaan niet door als Martin op 2 juli 1505 op reis naar zijn ouders wordt overvallen door onweer.

Het is niet duidelijk waarom hij die reis ondernam. Het zou kunnen dat hij zijn studie met zijn vader wilde bespreken of dat zijn vader hem gevraagd had om thuis te komen om huwelijksplannen te bespreken.

Als hij vlakbij het dorpje Stotternheim door heftig onweer wordt overvallen door heftig onweer, roept hij de heilige Anna aan en legt de gelofte af dat hij als hij het er levend van afbrengt monnik zal worden. Een jaar eerder overleefde Martin een levensbedreigende beenwond. Hij legde toen geen gelofte af. Zijn vader reageert fel op de voorgenomen wijziging van studie.

Op 17 juli doet hij intrede bij de augustijneremieten in Erfurt,  een kloosterorde waarin armoede, kuisheid en gehoorzaamheid een centrale rol speelde. Tijdens zijn rechtenstudie was hij al bezig met de vraag naar een genadige God. Door een strenge, ascetische levenswijze, waarbij zelfkastijding ook een rol speelde, probeerde hij Gods genade te ontvangen en daarmee rust voor zijn ziel en geweten. Hij liep daarin echter steeds meer vast. Daardoor konden zijn biechten steeds langer duren en konden uren in beslag nemen.

Tijdens zijn studie in Erfurt komt hij in aanraking met het nominalisme. Dit nomalisme is een vrij recente ontwikkeling in de Middeleeuwse theologie en werd daarom via moderna (de moderne weg) genoemd. Uitgangspunt van het nominalisme was algemene begrippen, die aan voorwerpen of (groepen) mensen toegeschreven niet zozeer werkelijk bestaande objecten waren, maar namen (nomina) die door mensen voor deze begrippen zijn bedacht.

Het effect van het nominalisme was dat mensen als zelfstandige individuen werden gezien in plaats van onderdeel van de ‘categorie mens’. Het nominalisme was bovendien van mening dat de werkelijkheid niet gekend kan worden zonder het verstand, de ervaring en de geest van degene die de werkelijkheid tracht te doorgronden. Het nominalisme was een stroming die ruimte bood aan nieuwe, revolutionaire ideeën. Deze ideeën moesten niet worden aangepast aan wat reeds bekend is. Voor het ontstaan van de Reformatie is het van grote betekenis geweest dat Luther in deze traditie werd onderwezen.

Zijn eigen ervaring dat hij geen genade van God kon krijgen door zichzelf hard aan te pakken was een van de factoren die leidde tot Luthers ontdekking dat deze genade niet verdiend wordt, maar door God geschonken wordt. Deze ontdekking doet Luther op tijdens de voorbereidingen van colleges over de Psalmen, de brief aan de Romeinen en de Hebreeënbrief.

Als in dezelfde tijd Tetzel op pad gaat om aflaten, die dienen vrijspraak in het oordeel van God te verkrijgen, te verkopen komt Luther in geweer. Hij vindt dat een misstand in de kerk, omdat op deze manier mensen God uit de weg gaan en geen echte boetedoening afleggen en daarmee ook niet de genade ontvangen. Hij verwoordt zijn bezwaren in 95 stellingen.

In het boek wordt wel betwijfeld of Luther daadwerkelijk deze stellingen heeft vastgespijkerd op de deur van de Slotkapel. De stellingen waren namelijk in het Latijn, bedoeld voor wetenschappelijke disputatie. Op 31 oktober 1517 verstuurt hij ze wel naar de bisschop van het gebied waarin Tetzel actief is. In deze brief gebruikt hij voor het eerst zijn nieuwe naam Luther, afgeleid van het Griekse Eleutherus (‘de bevrijdde’). Deze stellingen verspreiden zich snel, maar echt invloedrijk is pas zijn Preek over de aflaat en genade die hij een jaar later in het Duits publiceert.

Luthers intentie was niet om een nieuwe kerk te stichten, maar om de kerk te vernieuwen. Luther moet zijn theologie steeds verder blijven ontwikkelen, want radicale stromingen vinden dat hij niet ver genoeg gaat en boeren zien in Luthers optreden een legitimatie om in opstand te komen.

In het boek komen de belangrijkste thema’s uit Luthers werk op een begrijpende wijze aan de orde, zoals waarom het kruis van Christus zo belangrijk voor hem was, zijn visie op wet en evangelie, zijn visie op het avondmaal, op de praktijk van de gemeente, enzovoort.

Het boek is extra bijzonder door de vele afbeeldingen die opgenomen zijn, waarmee we een indruk krijgen van de betekenis van Luther door de eeuwen heen. Daarbij is ook veel materiaal in Nederland opgenomen. Naar mijn idee zijn de auteurs van dit boek erin geslaagd om de persoon en de betekenis van Luther op een begrijpelijke wijze te schetsen.

N.a.v. Sabine Hiebsch (tekstredactie), Martin L. van Wijngaarden (beeldredactie), Luther, zijn leven, zijn werk (Utrecht: Uitgeverij Kok, 2017)

Psalm 80

Psalm 80

Het Common Revised Lectionary geeft voor de 4e zondag van het Jaar A Psalm 80 op als psalmlezing. In het Dienstboek is Psalm 80 de psalm van de zondag van de tweede zondag van advent.

Psalm 80 begint waar Psalm 79 eindigt: met de Heer, die zijn volk als herder hoedt. Dat is niet de enige overeenkomst met Psalm 79. Net als de voorafgaande psalm is Psalm 80 een gebed, waarin naar God toe wordt geklaagd over de omstandigheden waarin het volk en het land zich bevinden. De psalm doet dat in een krachtig beeld: het land ligt open en weerloos, zoals een wijngaard zonder beschuttende omheining. Iedereen die langskomt, met goede of kwade intenties, heeft vrij spel: voorbijgangers plukken hem leeg, wilde zwijnen wroeten hem om, velddieren vreten hem kaal. Dit beeld doet vermoeden dat de psalm ontstaan is in een tijd, waarin het land werd veroverd door vijandelijke legers. Deze vijandelijke legers hebben in het land huisgehouden en het volk was machteloos.
Psalm 80 is zowel een appèl naar God toe om redding als een klacht naar God toe waarom hij dit heeft laten gebeuren. In dit gebed klinkt zelfs door dat God zich tegen het volk heeft gekeerd. In de vijandelijke legers die gekomen zijn en Israël hebben overwonnen wordt de toorn van God zichtbaar. De psalm is daarom een gebed, waarin de nood naar God toe wordt geschilderd, om hem tot ingrijpen te bewegen. De psalm is een klacht over de handelswijze van de Heer, die niet meer aan de zijde van zijn volk staat en voor zijn volk opkomt. De uittocht uit Egypte en de intocht in het land worden naar voren gehaald, waarin God zijn zorg voor het volk liet zien. Israël wordt vergeleken met een wijnstok. De vergelijking met de wijnstok of een wijngaard wordt gebruikt als een beeld voor het verbond dat de Heer met Israël gesloten heeft. In deze psalm functioneert dit beeld op een dubbele manier: Het wordt gebruikt als een herinnering aan het verleden, waarin Gods trouwe zorg zichtbaar was: als een wijnstok die was uitgegraven in Egypte en in Kanaän een nieuwe plek kreeg. Tegelijkertijd wordt dit beeld gebruikt om de hopeloze situatie van het heden uit de doeken te doen: een wijngaard die omver geploegd is door wilde zwijnen.
In deze psalm komt steeds is er een refrein: God, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat. Dit refrein wordt steeds meer uitgebreid in Godsnamen: God (vers 4), God van de hemelse machten (vers 15), HEER, God van de hemelse machten (vers 19). De aanduiding van de Heer als God van de hemelse machten geeft de macht van de Heer over heel de wereld aan. Dat wordt in deze psalm nog eens benadrukt door van de Heer te zeggen dat hij troont op de cherubim. In de tempel in Jeruzalem stond een ark als representant van deze troon in de hemel. Deze Godsnamen worden niet voor niets gebruikt: ze spreken God aan op zijn macht over de geschiedenis en op zijn verbond met Israël. Hij is het die de vijanden deed komen. Hij is het ook die hen weer kan weg doen gaan en redding kan brengen. Dat deze Godsnamen in een klacht naar de Heer toe worden gebruikt, geeft aan dat aan de basis van deze psalm een diep geloof in de Heer ligt: alleen hij is in staat om in te grijpen. Alleen hij heeft die macht. Alleen die macht wordt niet ervaren. De psalm is daarom een appèl om de omstandigheden te veranderen. De psalm vraagt om een theofanie, om een verschijning van God in zijn luister ten gunste van het volk. De psalm vraagt om de terugkeer van de Heer naar zijn volk, die hij had losgelaten. Het lichtend gelaat laten zien is een gracieus gebaar van een hoger geplaatste ten gunste van een ondergeschikte. Het is een gebed om een genereuze interventie om Israël redding te geven.

Preek kerkproeverij, 10 september 2017

Preek kerkproeverij, 10 september 2017

Komende zondagmorgen mag ik een kerkdienst leiden in Broek op Langedijk. De gemeente doet mee met “kerkproeverij”. Daar heb ik deze preek voor geschreven

Schriftlezing: Romeinen 1:1-17, tekst: vers 16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, gasten in ons midden,

Waarom zou u of jij eigenlijk van de kerk moeten proeven?
Is dat net als bij verschillende verenigingen om leden te krijgen,
omdat de vereniging anders niet meer kan draaien?
Mijn vrouw wilde met een vrienden samen wat tennissen.
Dat kon op de plaatselijke tennisbaan,
maar ze moest wel eerst lid worden van de tennisvereniging
en toen ze nog maar kort lid was kreeg ze al de vraag of ze in het bestuur wilde.
Ze heeft dat niet gedaan.
Is dat de reden, omdat de kerk hier wel wat extra mensen kan gebruiken
om het gebouw te vullen op zondagmorgen of zondagavond,
of straks in het bestuur van de kerk zitting kunnen nemen
Of mee kunnen helpen met activiteiten van de kerk?

Nee, u moet het eerder vergelijken met de muziekvereniging bij ons op het dorp.
Onze muziekvereniging wil tot de beste muziekkorpsen van ons land behoren,
doet ook mee met nationale concoursen en wint eindigt vaak heel hoog, soms zelfs eerste.
Om kwaliteit te blijven behouden, steken ze veel tijd in de opleiding van jeugd.
Ze betrekken kinderen en jongeren enorm om hen de waarde van muziek te laten ervaren.
Mijn dochter van 8 kreeg via een school een uitnodiging om te komen kijken,
Ze mocht aan aantal instrumenten uitproberen en kwam enthousiast terug
met de mededeling dat ze of bugel of schuiftrombone zou kunnen spelen.
Daar ben ik erg blij mij, want ik heb zelf wel iets met muziek
en vind het mooi als mijn dochter niet alleen maar muziek kan beluisteren,
maar zelf ook actief muziek kan beoefenen. Dat is voor haar een hele verrijking.
Zo is het ook met de kerk: we hebben iets voor u, voor jou dat je leven verrijkt.
En dat is: het leren kennen van God en leren om God in je leven een plek te geven.
Niet dat wij God in de aanbieding hebben,
maar net als de muziek, dat mijn dochter geholpen wordt om muziek te maken
om helemaal op te gaan in de muziek,
kunnen wij u helpen om in aanraking te komen met God
en kunnen wij u, jou helpen om meer van God te weten te komen
en kunnen wij meehelpen en meedenken, wat jij, wat u nou aan God kunt hebben.

Nu bent u, ben jij  meegekomen, omdat je een uitnodiging hebt gehad.
Je kunt best geaarzeld hebben: kerk, geloof, God – is dat wel iets voor mij?
Een van die aarzelingen zou kunnen zijn dat je bij jezelf denkt:
Ik ben niet zo gelovig en als je in een kerk komt,
dan heb je toch mensen die alles goed weten
die heel stellig zijn, over God, over wat je wel mag en wat je niet mag.
Maar zo is het niet: de kerk is niet een club mensen die alles over God zo goed weten,
wel een groep mensen bij elkaar, een gemeenschap,
die samen op zoek is naar God en meer over Hem wilt weten
en die elkaar wilt helpen, door elkaar te vertellen hoe je iets beleeft,
door elkaar op te zoeken en samen te luisteren naar een verhaal over God,
samen te zingen en bij dat alles iets van God te ervaren.
In de kerk weten we dat God er is en dat je naar God toe kunt gaan,
maar dat wil niet zeggen dat iedereen elke dag God heel duidelijk ervaart.
Ook voor mensen hier in de kerk kan God heel ver weg zijn.
Ik bezoek vaak mensen namens de kerk
en als er dan iets moeilijks in hun leven gebeurt, dan vragen ze zich af:
Waar is God nu?
Ze kunnen teleurgesteld raken, bij een echtscheiding, als iemand ziek die ze goed kennen
en die dan veel moet lijden en niet beter kan worden.
Pas sprak ik iemand die ouderling geweest is.
Hij zei tegen mij: het geloof zegt me niet zo veel meer.
Als ik naar het nieuws kijk, dan vraag ik me af waar God is en waarom Hij er niets aan doet.
Ik ga nog wel naar de kerk, maar ik verwacht er niet veel meer van.
Ik verwacht niet dat er in de kerk iets met mij gebeurt.
Dat is juist wel de reden waarom de meesten naar de kerk gaan.
Om toch iets van God te ervaren:
De een, omdat hij of zij in de week met zoveel zorgen te maken heeft
en die wil die zorgen kwijt, of even rust, even op adem, even bijtanken.
Een ander is weer heel dankbaar en wil juist dat tegen God zeggen.
Geloven kun je misschien wel alleen doen, maar juist met elkaar kun je elkaar helpen.
Als ik God niet begrijp, kan ik als iemand op bezoek komt
of op een avond waarop we bij elkaar zijn om de Bijbel te lezen, mijn vragen stellen.
Dan wordt er geluisterd en dat is al fijn.
Door bij elkaar te komen, zoals nu vanmorgen, dan denk je er weer aan
En samen zing je, je haalt geld met elkaar op voor een goed doel,
je luistert naar een verhaal waarvan je iets wilt leren
en na de dienst spreek je nog even met elkaar om te horen hoe het gaat.
Maar het gebeurt vooral, omdat je wilt dat God een plek in je leven heeft,
omdat er die ontdekking is geweest: als ik God geen aandacht schenk, dan mis ik iets.

Om dat uit te leggen kom ik terug bij wat we in de Bijbel hebben gelezen.
We hebben met elkaar een brief gelezen, die Paulus aan een gemeente schreef,
deze mensen woonden in de grote wereldstad Rome.
Paulus schreef deze brief onder andere om uit te leggen waarom hij nooit gekomen is,
ondanks dat hij dat had beloofd.
Toen Paulus nooit kwam, waren er christenen in Rome die begonnen te lachen om Paulus.
Paulus is een angsthaas, hij durft niet.
Hij geneert zich voor zijn boodschap.
Omdat hij die boodschap niet durft te vertellen, daarom komt hij maar niet.
Hij is bang dat hij hier bij ons in zijn hemd staat.
Nee, zegt Paulus, ik schaam mij niet
en dan legt Paulus iets uit over het geloof.
Het geloof heeft een kracht – nou niet het geloof zelf,
maar de boodschap van God, Paulus noemt dat evangelie
en dat betekent goed nieuws. Goed nieuws over God,
waarvan je opveert, waardoor je opgelucht wordt,
Waardoor je echt een heel ander mens wordt, omdat er een last van je afvalt.
Die boodschap die God voor ons heeft, is goed nieuws
en niet alleen nieuws waarvan je blij wordt,
maar ook nieuws waardoor je veranderd wordt, een ander mens wordt.
Er gebeurt iets met je, het raakt je, niet alleen maar als gevoel,
maar dat nieuws over God en van God gaat ook bepalen hoe je naar jezelf kijkt.
Dat evangelie is een kracht, en niet zomaar een kracht, maar tot behoud, tot zaligheid.

Nu kun bij kracht denken aan iets dat geweldig is, iets dat je echt merkt.
Paulus schreef in het Grieks en het woord dat hij gebruikt, dynamis, daar zit dynamiet in.
Het evangelie heeft een enorme kracht.
Sommigen merken da t als het alsof de bliksem bij hen inslaat, opeens dat besef:
er is een God en ik kan niet zonder God en ik moet zorgen dat ik Hem leer kennen.
Maar vaak is die kracht veel minder sterk te merken,
haast een onmerkbare kracht, eerder heel stil en zacht,
doordat je erover na gaat denken, hé wat als er een God zou zijn
en je gaat er meer over nadenken, je zoekt op internet,
of praat met een vriend of vriendin die gelovig is om meer te weten,
je neemt een uitnodiging aan om mee te gaan naar de kerk.
Allemaal grote stappen, maar het gebeurt, zonder dat je er zelf op uit bent,
je wordt meegenomen, het gebeurt.
Een kracht, een kracht die in je werkt, want je houdt het niet tegen.

In de kerk gaat het niet alleen over God, maar ook over Jezus,
of zoals zijn andere naam: Christus.
Met deze Jezus of deze Christus heeft dat goede nieuws over God alles te maken.
Want dat verhaal van Jezus betekent, dat God niet in de hemel bleef zitten
toen het op aarde mis ging.
God, die mensen had geschapen en heel de wereld, die de wereld bestuurt,
werd zelf mens: en dat gebeurde met Jezus. God werd mens, geboren uit een mens,
de familie van David.
God kwam in onze wereld
en waarom kwam Hij?
Omdat er bij ons mensen iets was gebeurd, waardoor we niet meer bij God konden horen.
Er zit in ons mensen ook een andere kracht: een kracht van jaloezie of haat,
een kracht waarmee het mooie dat er is kapot kunnen maken,
of een kracht die ons meeneemt op de verkeerde weg,
een kracht die ervoor zorgt dat we aarzelen als het om God gaat,
of Hem uit de weg gaan.
Er is iets misgegaan tussen God en ons, en dat lag niet aan God, maar aan ons.
Maar met Jezus die op aarde kwam zegt God: Ik maak het weer goed
en ik betaal daar zelf voor, Ik offer mijzelf op, om het weer goed te maken
waardoor jij weer bij Mij kan komen, bij Mij mag horen.
Al jouw fouten, naar God toe of naar mensen om je heen,
Heb ik weggedaan, dat gebeurde aan het kruis en dat kruis stond op Golgotha.
Sindsdien is er vanuit God een uitnodiging:
Kom weer naar Mij toe, je mag bij Mij horen. Ik wil jouw God zijn.
Er staat niets meer tussen ons in.

Dat we bij God mogen horen, is een geschenk. Hij geeft dat aan ons
En we hoeven er niets voor terug te betalen,
je hoeft het alleen maar aan te pakken.
Ik vergelijk het nogal eens met het busje van TNTPost, dat bij ons in de straat komt.
Bijna elke dag wel, want we wonen op een dorp met weinig winkels
En de winkelcentra zijn verder weg.
Elke dag is er wel iemand die een bestelling heeft gedaan,
die gebracht moet worden.
Stel dat er zo’n busje in de straat komt en stopt voor uw huis.
Er wordt aangebeld, ook al heb je zelf geen pakketje besteld.
Je doet open, omdat je denkt dat er voor je buren iets moet worden aangepakt.
Maar nee, jouw naam staat erop, het is voor jou.
Zou je dat weigeren? Ik denk dat je nieuwsgierig zou zijn, het zou aanpakken.
Zo is geloof ook een geschenk,
een geschenk van God, voor jou bestemd.
Je hebt het zelf misschien niet eens besteld, maar het is wel voor jou.
Je hoeft het alleen maar aan te pakken
en dat doe je door in jezelf te zeggen: ‘Voor mij? Dankuwel.’
En als je het aanpakt, dan hoor je weer bij God.
Dan heb je niet alleen zolang je leeft iets met God,
maar ook als je leven op aarde voorbij is.
Dan mag je later bij Hem in de hemel komen.
Maar niet alleen voor de hemel, maar zolang je hier op aarde leeft,
mag je dan met God leven.
Amen

Missionair jongerenwerk: doelen, uitgangspunten, dimensies

Missionair jongerenwerk: doelen, uitgangspunten, dimensies

Al enige tijd staat het missionaire werk op de agenda van de kerk. Daarbij is het het winnen van jongeren voor het evangelie weer een specifieke taak, omdat jongeren vaak zich in eigen leefwerelden bevinden én de afstand tot de kerk vaak groot is. Dat vraagt dan ook weer om een specifieke doordenking en een specifieke aanpak.

Florian Karcher en Germo Zimmermann, die beiden als docent betrokken zijn bij de CJVM-Hochschule (een particulier Duits missionair opleidingsinstituut dat ook door de staat is erkend), hebben een handboek Missionair jongerenwerk geredigeerd. In het eerste hoofdstuk geven zij een aftrap door de doelen, uitgangspunten en dimensies van het missionair jongerenwerk te schetsen.

c5c0f1c6-7c50-464a-9574-82dfeb5e661c
I. DOELEN

In het beleidsstuk van de EKD waarmee beoogd werd de missionaire uitdaging kerkbreed op te pakken wordt gesteld dat het aanspreken van mensen om hen tot geloof te wekken behoort tot alle terreinen van de kerk. Het missionair jongerenwerk wil dat aanspreken met als bedoeling met geloof in aanraking te brengen of tot geloof bewegen oppakken met het oog op jongeren. Missionair jongerenwerk heeft verschillende doelen:

1.1 Verwerkelijking van de zendingsopdracht van de kerk
Missionair jongerenwerk is afgeleid van het zendingsbevel (Mattheüs 28:16-20). Een missie houdt in dat je gezonden wordt door iemand. In het geval van missionair jongerenwerk door Christus (de missio Dei). Bij een missie wordt je ook naar iemand toe gestuurd. In het geval van missionair jongerenwerk: naar jongeren toe. Missionair houdt in dat er aandacht voor geloof is en dat jongeren uitgenodigd worden om te geloven. Het evangelie hoeft niet achterwege te blijven.

1.2 Sociaal-pedagogische verantwoordelijkheid
Missionair jongerenwerk vindt plaats in een maatschappij die het van groot belang vindt dat jongeren zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen, die hun eigen keuzes kunnen maken en voor hun eigen leven verantwoordelijk zijn. Missionair jongerenwerk heeft tot taak de jongeren in dit proces van subjectwording te steunen en uit te dagen. In het missionair jongerenwerk gaat het niet alleen om aandacht voor het evangelie, maar ook om een bijdrage te leveren aan de persoonlijke vorming en ontwikkeling van jongeren.

1.3. Christelijke opdracht tot vorming en toerusting
In theologisch opzicht vormt vorming en toerusting van jongeren geen bijzaak. Ook voor het missionair jongerenwerk is vorming en toerusting geen bijzaak, maar is vorming en toerusting onlosmakelijk met missionair jongerenwerk verbonden. Die vorming en toerusting gebeurt op veel manieren: door te ervaren, door relaties, door kennisoverdracht, enz. Veelal gebeurt het op een informele manier.

kinder

II. UITGANGSPUNTEN
Jongerenwerk wordt gekenmerkt door een uitnodigende openheid en toegankelijkheid, door vrijwillige deelname, door participatie van jongeren. Missionair jongerenwerk vormt daar geen uitzondering op. In het missionair jongerenwerk zijn in ieder geval de volgende uitgangspunten van belang:

2.1 Respectvolle houding
Missionair jongerenwerk gebeurt in een pluralistische en multireligieuze samenleving. Dat vraagt om:
– een respectvolle benadering van elke jongere, ook van de jongeren die andersgelovig zijn.
– het tegengaan van manipulatie. Jongeren mogen nooit gemanipuleerd worden om gelovig te worden.
– het helpen van de jongeren om ook kritisch op het christelijk geloof te kunnen reflecteren.
– jongeren te zien als subject (dat wil zeggen dat zij over hun eigen leven hun eigen beslissing kunnen nemen en dat zij bepaalde verantwoordelijkheden kunnen dragen).
– een begeleiding naar een eigen, zelfstandig geloof.
– de keuze bij jongeren te laten over wat zij voor zichzelf plausibel en relevant voor hun eigen leven vinden.

2.2. Aandacht voor de verschillende sociale milieus
Missionair jongerenwerk heeft als doel om jongeren te bereiken in hun eigen leefwerelden. Daarbij dient er rekening mee gehouden worden, dat recent onderzoek naar de sociale milieus ervan uitgaat dat er verschillende sociale milieus zijn waartoe jongeren behoren. Er is niet één jongerencultuur. Deze sociale milieus worden inzichtelijk gemaakt aan de hand van demografische kenmerken.
Deze inzichten in de verschillende sociale milieus waartoe jongeren behoren zijn niet alleen belangrijk om hen te bereiken in hun sociale milieu. Het is ook van belang om voor de jongeren inzichtelijk te maken wat het evangelie concreet voor het dagelijkse leven in dat sociale milieu inhoudt.

zie voor meer informatie: hier

2.3. Mogelijk maken van democratische participatie
In het jongerenwerk – en dus ook in het missionaire jongerenwerk – is van belang dat jongeren zelf mee kunnen werken en mee kunnen denken en bepalen.

2.4 Resource-geörienteerd en YouthEmpowerment
Wanneer we ervan uit kunnen gaan dat elk mens van God gaven en talenten heeft ontvangen, gaat het er in het missionair jongerenwerk erom de bekende gaven en talenten in te zetten (resource-geörienteerd). Daarnaast gaat het erom op het spoor te komen wat een jongere in potentie in zich heeft en dat verder te helpen te ontwikkelen (YouthEmpowerment).

2.5 Relatiegericht
In het missionair jongerenwerk zijn draagkrachtige relaties van belang, waarbij leiders authentiek en betrouwbaar zijn. Vaak zijn degenen die zich inzetten in het missionair jongerenwerk gedreven. Ze hebben een persoonlijke motivatie om het geloof door te geven. Ook al doen zij dat vaak als vrijwilligers, het vraagt wel om een professionele inzet. Zeker met jongeren uit precaire sociale milieus is een professionele houding van belang.
Uit onderzoek is gebleven dat persoonlijke relaties, de ervaring onderdeel te zijn van een gemeenschap, betrokkenheid op sociale milieus en het inzichtelijk maken van wat het evangelie voor iemand persoonlijk kan betekenen een belangrijke bijdrage leveren als iemand tot geloof komt.

III DIMENSIES
Alle dimensies van de kerk kunnen hun bijdrage leveren aan het missionaire werk. Deze dimensies moeten niet behandeld worden als verschillende sectoren binnen de kerk, die niets met elkaar te maken hebben.

3.1 Martyria:
in het missionair jongerenwerk wordt het evangelie van Jezus doorgegeven
Een belangrijke manier om het evangelie door te geven is door erover te spreken. Bijvoorbeeld door een preek in een missionaire dienst, in een overdenking tijdens een jongerenvakantie, in een toespraak tijdens een georganiseerde avond. Er zijn echter veel meer manieren om het evangelie door te geven.
Het doorgeven van het evangelie door middel van een preek, een overdenking of een toespraak gebeurt vaak door leken. Het gevaar is een eenzijdige inhoud of een manipulatieve insteek. Het pluspunt is dat degenen die hier spreken vaak dicht bij de leefwereld van de jongeren staan, die niet bekend zijn met de kerk en het geloof. Het zou jammer zijn als daar geen gebruik van gemaakt wordt. Een (eenvoudige) toerusting door middel van een cursus zou kunnen bijdragen aan de kwaliteit. (zie bijvoorbeeld de Juleica bij 3.5)
In didactisch opzicht is de preek of de toespraak wel eenzijdig. Er zijn veel andere manieren om het evangelie ook door te geven, bijvoorbeeld te leren door te ervaren (in een viering bijvoorbeeld), door gesprekken, door ervaring van gemeenschap.

3.2 Koinonia
missionair jongerenwerk schept ruimte voor relatie en gemeenschap
Door mee te doen ervaren de jongeren een gemeenschap, waarin ze opgenomen zijn en er helemaal bij horen. Volgens de ontwikkelingspsychologie is het voor jongeren van groot belang om tot een gemeenschap te behoren. Ook al moet ieder individu zelf de keuze maken om al dan niet in te gaan op de uitnodiging vanuit het evangelie, geloof gebeurt altijd in een gemeenschap. Het evangelie kan ook doorgegeven worden doordat jongeren weten dat ze geaccepteerd zijn, dat ze er helemaal bijhoren. Het gaat hier om de ervaring van welkom te zijn en helemaal geaccepteerd te worden zoals ze zijn. Het gaat om contact en aandacht zonder dat het benauwend wordt. Het gaat om betrouwbare relaties waarbij jongeren een voorbeeld hebben van hoe geloof werkt en bij wie ze terechtkunnen voor vragen over zichzelf, over het geloof en deze wereld.

Juki

3.3 Leiturgia
Missionair jongerenwerk biedt ruimte voor geestelijke ervaringen
Jongeren leren het evangelie nooit echt kennen en het christelijk geloof nooit echt begrijpen als het bij alleen maar kennis over het evangelie en over God blijft. Het is van belang om jongeren te helpen bij het ervaren van God. De christelijke traditie kent volop vormen waarin dat mogelijk is: een kerkdienst, een viering. Dat vraagt om aandacht voor rituelen, symbolen, hoogtijdagen, enz. Een viering kan groots, maar ook klein en intiem. Dat kan in een kerkzaal, in een sportkantine, aan een tafel waar samen gegeten wordt, enz. In de godsdienstpedagogiek is er de laatste jaren veel aandacht voor het in aanraking brengen met het geloof door jongeren te laten ervaren. Jongerenkerken en praiseavonden steken volop in op de dimensie van de leiturgia.

M3351M-T013

3.4 Diakonia
Missionaire jongerenwerk stelt zich belangeloos in deze wereld op
Diakonia is de naastenliefde die Jezus vraagt in praktijk gebracht. Voorheen werden een diakonale insteek en een missionaire insteek als concurrenten gezien. Tegenwoordig wordt gezien dat ze elkaar kunnen aanvullen in het bereiken van mensen en in het zich opstellen ten dienste van deze wereld om daarmee iets van Christus te laten zien. In het missionair jongerenwerk kan de diakonale insteek genomen worden door jongeren uit precaire sociale milieus huiswerkcursussen of cursussen voor sociale vaardigheden aan te bieden. Er kan de insteek genomen worden om jongeren uit de precaire milieus te helpen om een baan te vinden. Er kunnen projecten ontwikkeld om kinderen en jongeren uit deze milieus meer zelfvertrouwen en eigenwaarde te geven.

3.5 Paideia
Missionair jongerenwerk stimuleert informele vormingsprocessen
De dimensie van vorming ontbreekt niet in de andere dimensies. ‘Spiritualiteit heeft altijd vorming nodig om zich te kunnen ontvouwen.’ (G. Fermor) Vorming kan er zijn voor de jongeren die niets of weinig over het geloof of de kerk weten, bijvoorbeeld door een missionaire cursus als YouthAlpha. Vorming kan er ook zijn voor de degenen die in het missionair jongerenwerk actief zijn. In Duitsland is het mogelijk dat degenen die in het jongerenwerk actief zijn via scholing of cursussen een certificaat behalen: de Jugendleiter-Card (Juleica, zie voor meer informatie: hier). Ook in het missionair jongerenwerk zijn zulke cursussen te volgen om een Juleica te ontvangen. Daarmee zijn ze gekwalificeerd voor hun taak en kunnen ze zich steeds verder ontwikkelen.

home_2015

3.6. Instrumentarium om te analyseren
Deze vijf dimensies zijn bedoeld om te kijken wat een bepaalde vorm van missionair jongerenwerk goed heeft opgepakt. Daarnaast kan gekeken worden welke dimensies over het hoofd worden gezien.

978-3-7615-6286-4

IV AANDACHTSPUNTEN
Het handboek Missionair jongerenwerk is bedoeld als stimulans om het missionaire jongerenwerk verder te ontwikkelen. Karcher en Zimmermann zien de volgende uitdagingen:
– Meer aandacht voor de dimensie van de diakonia in de concrete vormen van missionair jongerenwerk.
– Het vinden van effectief aanbod en effectieve werkvormen. Daarvoor is het nodig dat missionair jongerenwerk leert van de recente ontwikkelingen en onderzoeken binnen de godsdienstpedagogiek en en de sociaal-pedagogische vakken.
– Betrekken van de ervaring die (partner)organisaties elders op de wereld hebben opgedaan.

Missionair jongerenwerk is geen concept dat werkt als er maar de juiste methode gevonden wordt. Missionair jongerenwerk vraagt om passie en enthousiasme voor zowel het evangelie als voor jongeren.

csm_Florian_Portrait_web_01_aea8ce03f7  csm_Germo_Zimmermann_09-2015_09cbb1be4a
Florian Karcher          Germo Zimmermann

N.a.v. Florian Karcher / Germo Zimmermann, ‘Was ist missionarische Jugendarbeit? Ziele, Leitlinien und Dimensionen’, in: Idem (Hg), Handbuch missionarische Jugendarbeit. Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit, Bd. 1 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2016) 17-49.

Preek zondagavond 3 september 2017

Preek zondagavond 3 september 2017
Romeinen 1:1-20
Tekst: vers 11-12
Nabetrachting Heilig Avondmaal

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In het avondmaal worden we versterkt in onze band met Christus
en in onze band met elkaar.
We kunnen onze band met Christus niet versterken
als daar ook niet de onderlinge band in wordt meegenomen.
Ik word niet in mijn eentje opgebouwd en niet alleen mijn geloof wordt versterkt.
Daar aan de tafel zijn we een gemeenschap
en niet alleen als we aan de tafel zitten.
Zij die niet konden aangaan, zijn niet buitengesloten van deze gemeenschap.
Steeds weer kom ik onder de indruk van het bijzondere van de kerk als gemeenschap.
Het is makkelijk om te zeggen dat we als kerk geen een geheel zijn, geen gemeenschap,
maar ik kom daar steeds weer iets van tegen:
dat we als kerk bij elkaar horen, een gemeenschap met elkaar, om Christus heen.
Je hoeft maar in het ziekenhuis te komen bij een gemeentelid en de kaarten te zien.
Je hoeft maar een seizoen mee te draaien op de belijdeniscatechisatie
of een aantal jaar op de Bijbelkring om te zien hoe waardevol het is
om met elkaar het geloof te beleven, te belijden.
Steeds weer ontdek ik dat juist in dat samen optrekken zoveel genade gegeven wordt.
Je kunt bijvoorbeeld van elkaar leren,
van hoe iemand in zijn geloof staat,
bemoedigd worden door wat iemand vertelt over wat er is gebeurd in zijn of haar leven.
je kunt van elkaar leren hoe je omgaat met de dingen die je niet goed afgaan,
je worstelingen die je steeds het idee geven dat je niet verder komt
en dan hoor je een ambtsdrager of een ouder gemeentelid vertellen
dat zij die worstelingen maar al te goed kennen en daar soms nog wel te maken hebben.
Dat zijn de dingen die je ziet en die je hoort.
Er is ook een kant van de gemeenschap die je niet ziet, soms wel ervaart,
maar er wel degelijk is.
Bijvoorbeeld in het gebed voor elkaar.
Ik hoor dat wel eens terug dat er gemeenteleden zijn,
die in de week voor mij bidden of op zaterdagavond.
Dat is trouwens niet altijd makkelijk te aanvaarden,
want als ik in een slechte bui ben, denk ik:
je vertelt aan God dan ook hoe ik zou moeten preken.
Maar daarbij ga ik er aan voorbij dat zij voor mij bidden
en dat zij op hun eigen manier meewerken aan de preek
door mij bij God te brengen.
Het zou best eens een vorm van trots kunnen zijn
om de gebeden van een ander niet te kunnen verdragen.
Wat dat betreft kunnen we heel wat leren van Paulus.
Ik ben steeds weer onder de indruk van Paulus,
zo’n intelligente theoloog, zo’n grootse denken, zo’n harde werker.
Zijn grootheid, zo ontdek ik steeds meer, is dat hij voor zich laat bidden,
dat gebed nodig heeft
en omdat hij weet dat hijzelf dat gebed nodig heeft,
Steeds weer voor de gemeente bidt
vol dankbaarheid voor wat de Heere in de gemeente werkt.
Hij heeft daar oog voor; hij staat daar bewust bij stil.
En dat vind ik ook het bijzondere aan Paulus:
Dat hij zich niet verheven voelt boven anderen, meer dicht bij Christus,
maar dat hij andere mensen om zich heen nodig heeft,
een gemeenschap die voor hem bidt,
een groep mensen in wie hij kan zien hoe God bezig is.

Dat met elkaar bezig zijn met de dingen van de Heere – dat is het mooie aan de kerk.
Ik weet niet of in de afgelopen week in de voorbereiding van het avondmaal
alleen maar bezig geweest bent met uzelf.
Het kan zijn dat u de handen vol hebt aan uzelf, of u wel aan zou kunnen gaan.
In de week voor het avondmaal bid ik extra voor de gemeente,
voor degenen die naar het avondmaal uitkijken
en mijn gebed is dat die gemeenteleden, dat u, dat jij, sterker in het geloof wordt.
Ik bid voor degenen die aarzelen, die de worsteling kennen
en mijn gebed is dan dat u de ruimte ervaart om de uitnodiging aan te nemen
en dat u weet dat er ook voor u, voor jou bij de Heere aan de tafel een plek is.
En ook voor degenen die niet aan kunnen gaan,
of die op die zondagmorgen niet naar de kerk komen bid ik.
Het is bijzonder om zo voor bij de tafel te staan om te zien, hoe gemeenteleden opstaan
en de gang naar de tafel maken, naar voren komen.
Dan merk je de verbondenheid, ook omdat je van een aantal de achtergrond weet
of hebt mogen zien hoe ze in de afgelopen tijd zijn gegroeid,
bijvoorbeeld door belijdeniscatechisatie te volgen,
door mooie dingen die gebeurden: een huwelijk, een geboorte, of juist door tegenslag.
Het is bijzonder om te zien welke manieren de Heere gebruikt
om iemand verder te laten groeien in het geloof.
Ik kan me goed voorstellen dat het Paulus’ verlangen is om naar Rome te mogen gaan.
Want het is een voorrecht om te zien hoe de Heere werkt.
Dat zou ik ook willen meegeven aan de broeders
die door de kerkenraad op de lijst zijn geplaatst voor de verkiezing ambtsdragers
en ook tot degenen die opgelucht zijn, omdat zij juist niet op de lijst geplaatst zijn.
Ambtsdrager zijn is niet alleen een last, een opgave, natuurlijk dat kan het ook zijn,
maar ambtsdrager zijn is ook een genade en een voorrecht:
Het voorrecht om getuige te mogen zijn van wat God in een mensenleven doet.
Het is een extra voorrecht, omdat je zelf ook weer bemoedigd wordt
als je ziet hoe iemand verder komt in het geloof.
Hoeveel de gemeente voor Paulus betekent, blijkt wel in zijn gebed
en in de vele praktische aanwijzingen aan het einde van elke brief voor de gemeente.
Geloven heeft voor Paulus alles te maken met hoe je in de gemeente met elkaar omgaat,
hoe je je naar elkaar opstelt, of je bereid bent om een stapje terug te doen,
juist om de ander dichter bij Christus te brengen,
om de ander in staat te stellen God te leren kennen of beter te leren kennen.

Je bent nooit uitgeleerd, niet als beginnend gelovige, niet als ambtsdrager,
als ouderling of als predikant en ook niet als apostel.
Steeds weer heb je die gemeenschap om je heen nodig,
om meer te leren van de weg die Christus met mensen gaat.
Paulus schrijft dat graag naar Rome wil komen om zelf ook bemoedigd te worden.
Er zit iets wederzijds in – samen, we bemoedigen elkaar.
Geloven doe je niet alleen, maar met elkaar in een gemeente
en wanneer je wegblijft houd je iets wezenlijks achter voor je gemeenteleden,
namelijk hoe de Geest in jou bezig is
en laat je de mogelijkheid onbenut dat je voor een ander tot voorbeeld bent,
dat jij er aan mag bijdragen dat je het geloof van een ander versterkt.
Bemoedigd worden gaat voor Paulus niet één kant op, maar gaat twee kanten op:
Ik bemoedig de ander en de ander bemoedigt mij
en uiteindelijk komt die bemoediging van de Heere vandaan
– we worden bemoedigd samen, namelijk door God
en daar gebruikt Hij mensen voor, zoals Paulus, zoals een ouderling of een predikant,
iemand op de Bijbelkring of iemand die catechese geeft
of meedoet met de kindernevendienst of een morgen op zondagsschool leiding geeft,
maar ook degenen die maar een hele kleine taak heeft
of zelfs helemaal geen taak binnen de gemeente, maar alleen op zondag aanwezig is.
God gebruikt ons allemaal om elkaar te bemoedigen.
Daarom hoop ik trouwens dat er aanmeldingen zullen zijn
voor de belijdeniscatechisatie – om de Heere beter te leren kennen.
Juist als u voor uw gevoel niet zoveel te brengen hebt, dan bent u welkom.
Want juist het er open voor staan, het op zoek gaan om meer te weten
de bereidheid om te leren – maakt steeds weer indruk op mij
en het is mooi om te zien hoe iemand groeit in geloof,
van een aarzelend geloof, een geloof met misschien wel weinig kennis
naar een geloof dat bereid is om van Christus te zeggen: U bent mijn Heer, mijn Redder.
Bovendien: geloof is nooit een prestatie van onszelf, niet iets dat wij zelf moeten doen
en geloof is dus ook nooit een niveau dat we kunnen bereiken uit onszelf.
Geloof is voor Paulus een geschenk – en hij heeft dat zelf ervaren
toen hij op de weg naar Damaskus stil gezet werd.
Misschien is het wel een voordeel als u er weinig van weet,
en als u er niet zo goed in bent om het geloof in praktijk te brengen,
want dan staat u er misschien meer voor open om het geloof te ontvangen.
Veel kennis kan ook een belemmering worden, als het gepaard gaat met een trots,
een belemmering als je te trots bent om te buigen, omdat je het zo goed weet.
En ook dat kan een bemoediging zijn, als je ziet dat iemand die te trots is om te geloven
nederig wordt en bereid is om neer te knielen en zich over te geven aan God.
Laat het in ieder geval geen trots zijn, waardoor u niet verder komt in het geloof.
Want trots is nooit zo goed voor het geloof, eerder een belemmering.
Ik las in deze week bij een schrijfster die geregeld kloosters bezoekt,
dat deel uit maken van een klooster een oefening is in nederigheid.
Deze schrijfster was protestants opgevoed, maar van de kerk afgehaakt
omdat ze haar eigen weg wilde volgen, zichzelf ontwikkelen.
Als ze vastloopt in haar leven begint ze kloosters te bezoeken.
Juist om die wereld vreemd voor haar is, vallen de dingen op.
Als ze een keer het ontbijt klaar maakt voor een monnik, met wie ze bevriend raakt,
vraagt ze hem hoe hij zijn ei bij het ontbijt wil.
Hij kijkt haar verbaasd aan en weet eigenlijk niet goed wat hij moet zeggen.
Hij is dat niet gewend dat die keuze aan hem gevraagd wordt.
Hij krijgt zijn eten steeds voorgeschoteld zonder een keuze te kunnen maken.
De behoefte van de gemeenschap gaat voor het individu.
Ze voegt daar de waarneming aan toe dat het juist in deze tijd zo moeilijk is
om gelovig te leven, omdat alles in onze maatschappij erop gericht is
om je eigen keuze te maken, zelfs als dat ten koste gaat van de gemeenschap.
Eerst mijn eigen behoefte bevredigen en wat dat met de ander te maken heeft
dat zoekt die ander maar uit, dat is niet mijn pakkie-an.
Ik las dat gisteren in twee columns in Trouw terug:
de ene column ging over de politiek,
over de presidentsverkiezingen in de VS en de verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Hoe je in die verkiezingen kunt zien, dat de ontwikkelingen in de afgelopen 50 jaar
ertoe hebben bijgedragen aan de vrijheid van het individu,
maar dat dat wel ten koste gaat van de gemeenschap en
dat zowel Trump als Clinton geen visie hadden hoe de gemeenschap gediend kan worden.
En dat we dat ook bij de kabinetsformatie kunnen zien
dat er steeds minder partijen bereid zijn om te denken aan het geheel van ons land
en alleen nog maar in achterbannen.
De ander ging over voetbal, dat je in de huidige generatie niet meer de bereidheid ziet
om jezelf dienstbaar te stellen in het bredere geheel.
Ik noem dit alleen om aan te geven, hoe kostbaar het evangelie is
en hoe zuinig we moeten zijn op de kerk als gemeenschap
en dat het niet iets vanzelfsprekends is dat we binnen de kerk elkaar dienen
en dat we daar steeds weer aan moeten werken
dat we steeds moeten beseffen dat we kwetsbaar zijn
als eigenbelang en trots vrij spel krijgen en niet bestreden worden.

Als ik de brieven van Paulus lees, voelt hij het haarscherp aan,
dat trots en eigenbelang haaks staan op het dienen van Christus.
Het moet wel dat hij dat zelf heeft herkend dat trots met je aan de haal kan gaan.
Paulus houdt mij daarom steeds weer een spiegel in – om te strijden tegen die trots,
Paulus die zelf gedwongen werd om te knielen,
omdat hij vanuit zijn trots tegen God streed in plaats van voor God werkte.
Paulus is dienaar geworden, je zou het ook kunnen vertalen als slaaf:
Hij heeft Christus een Meester gekregen die over zijn leven bepaalt.
Als hij schrijft dat hij niet kan komen, is dat niet omdat er geen financiën waren
en ook niet omdat hij een te volle agenda is, of dat het bezoek er bij in geschoten is,
Nee, Paulus heeft verscheidene keren plannen gemaakt,
maar hij kreeg geen groen licht van zijn Meester, hij mocht niet gaan,
omdat hij elders nodig was, waarschijnlijk op plekken waar het evangelie nog niet gebracht was, en Rome was minder nodig, want daar was al een gemeente ontstaan.
Groeien in geloof is voor Paulus groeien in gehoorzaamheid, in overgave,
groeien in nederigheid en niet meer denken vanuit je eigen belang,
en niet meer je laten leiden door je trots, maar Christus op de eerste plaats stellen.
Dat is groei in geloof.
Gebed voor de gemeente, voor elkaar is na de avondmaalszondag niet voorbij.
Het gaat er nu om te leven uit wat u gekregen hebt.
Vergeving van zonden is heel mooi, een kostbaar geschenk,
maar je verwaarloost dat geschenk ook weer als je die vergeving niet ziet
als een aansporing om in de komende tijd wel weer te proberen te leven in gehoorzaamheid.

laat ieder zijn of haar geweten onderzoeken of u ook gezind bent voortaan met uw hele leven waarachtige dankbaarheid aan God de Heere te bewijzen en oprecht te wandelen voor Gods aangezicht. En eveneens of u, terwijl hij van harte alle vijandschap, haat en afgunst aflegt, zonder enig huichelen, een ernstig voornemen heeft voortaan in waarachtige liefde en eensgezindheid met uw naaste te leven.


Ondanks dit alles, omdat wij door de genade van de Heilige Geest van harte bedroefd zijn over zulke gebreken en wij verlangen tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven,

Ook daarom hebben we elkaar nodig,
om elkaar hierbij te helpen de weg van Christus te gaan,
om te strijden voor wat we kunnen, met hulp van de Heilige Geest
Zo word je door elkaar bemoedigd in het geloof.

Samen te strijden in woord en in werk.
Eén zijn in U, dat alleen maakt ons sterk.
Delen in vreugde, in zorgen, in pijn,
als uw kerk, die waarachtig wil zijn.

Zo samen in liefde te gaan, schouder aan schouder te dienen in Gods wijngaard,
is een voorrecht, die ons door God wordt gegeven,
want zo met elkaar kunnen we bij elkaar zien wie God is.

Heer, wat een voorrecht om in liefde te gaan,
schouder aan schouder in uw wijngaard te staan,
samen te dienen, te zien wie U bent.
Amen