WO I en de reactie van Duitse predikanten

Nooit zal God meer op zo’n indrukwekkende manier tot ons spreken

 

‘Dit is een stuk bijbelse geschiedenis.’ ‘Wij hebben de geweldige Geest van de liefde meegemaakt. Net zoals de eerste christenen op het Pinksterfeest. Het was de Geest van God die op ons als Duitsers was uitgestort.’ Dat waren de woorden die klonken van de Duitse kansels in augustus 1914.

 

Op Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd in die tijd gezien als een bijzondere openbaring van God. Gedurende de hele oorlog bleven predikanten die periode zien als een nieuw Pinksterfeest. Otto Dibelius, later een belangrijkste protestantse leiders, zei in die tijd in de preek: ‘Nooit zal God nog op zo’n indrukwekkende manier tot ons spreken als in deze maanden. Nooit zal Zijn genade en Zijn eis zo dichtbij komen als nu. Ook al staat Zijn vaderhart altijd voor u open – nooit zullen Gods engelen u meer op adelaarsvleugels dragen dan in deze tijd. Vind u nu geen moed tot volledige overgave aan uw God, dan opneemt u zichzelf de hoop dat u dit ooit nog zult vinden.’

Waarom waren predikanten zo enthousiast? Waarom bleven zij bij dit standpunt tijdens de oorlog, terwijl het gewone volk daar minder enthousiast voor werd?

 

Verdeeldheid en verlies aan invloed

In 1914 had de kerk niet veel invloed meer. De moderniteit had zijn intrede gedaan. Daardoor verloor de kerk veel van de elite. De theologen waren somber: hoe kon het christelijk geloof aansluiting vinden? Tegelijkertijd was de kerk ook de arbeiders kwijtgeraakt aan de socialisten en communisten. De kerk was haar invloed kwijtgeraakt.

In 1914 was Duitsland een sterk verdeeld land. In 1866 was het ontstaan uit een (gedwongen) samenvoeging van lappendeken van vorstendommen. De eenheid werd niet gevonden. Daarnaast was Duitsland ook godsdienstig sterk verdeeld: het noorden was grotendeels protestants (luthers of gereformeerd), het zuiden was katholiek.

 

De Duitse geschiedenis als Gods geschiedenis

Een sterk verdeeld land krijgt van God de mogelijkheid om één te worden. Een land, dat weinig meer om de kerk gaf, krijgt de gelegenheid om terug te keren tot God. Toen de oorlog in 1914 uitbrak, stroomden de kerken weer vol. Beduusd van zoveel aandacht werden de predikanten aangestoken door het enthousiasme.

De oorlog in 1914 werd gezien als een teken van God, een nieuw Pinksterfeest. God stortte Zijn Heilige Geest uit. Een laatste kans voor het Duitse volk. Dit geloof leefde kerkbreed. Het verschil tussen kerken en stromingen viel weg. Zowel vrijzinnige als meer piëtistische predikanten, zowel luthersen als gereformeerden werden aangestoken door deze geest.

 

Dolkstootlegende

Gedurende de hele oorlog bleven predikanten hier aan vast houden. In preken, die gehouden werden tijdens pinksteren 1915, greep men op deze ervaring terug. Ook toen het enthousiasme voor de oorlog bekoelde, preekten predikanten vanuit deze geest. Zij zagen het als hun taak om dat enthousiasme weer aan te wakkeren. Men dacht: als het volk de moed verliest, verliest het ook weer de Heilige Geest.

Het was daarom ook een bittere pil toen de nederlaag voor Duitsland in zicht kwam. Het bijzondere is dat men niet uitkwam bij God. Men ging op zoek naar zondebokken. Een heilige zaak, de zaak van God, was verraden! De nederlaag had geen militaire oorzaak, maar een godsdienstige. Doordat men niet meer standvastig was en trouw aan Gods stem, kregen verderfelijke stemmen – zoals het socialisme en democratische gedachten – hun invloed.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam de dolkstootlegende op: de Duitse zaak was verraden van binnenuit. Democraten en socialisten hadden het Duitse leger als het ware in de rug aangevallen. Dat kwam doordat men het moreel van het Duitse volk en het leger ondermijnde. Deze dolkstootlegende treedt voor het eerst op in een preek van de Berlijnse predikant Bruno Doehring.

 

Wat ging er mis?

De Duitse kerken stonden in 1914 te weinig kritisch ten opzichte van het nationalisme. Al voor 1914 was het geloof sterk verweven met het nationalisme. Geloofshelden waren de grote figuren uit de Duitse geschiedenis, zoals Luther (de reformator) en Bismarck (degene die Duitsland verenigde). De Duitse geschiedenis werd gezien als door God geleid. De Duitse vijanden waren Gods vijanden. Fransen en Engelsen waren moreel verderfelijk. Door hen te verslaan, voltooide men Gods geschiedenis.

Terecht geloofde men in die tijd dat God de geschiedenis leidt. Men maakte echter de fout om God voor het eigen karretje te spannen. Men zag de nederlaag niet als ingrijpen van God, maar als het afdwalen van het Duitse volk. Een denkfout die al in de Bijbel wordt aangewezen: je denkt dat je zelf het oordeel van God ontloopt. Het oordeel van God zal jouw vijanden treffen. Volgens de Bijbel zijn dat valse profeten, die dat zeggen.

In 1932, wanneer Hitler aan de macht komt, zouden vele christenen weer diezelfde fout maken. Men zag toen Hitler als de leider, die door God was gezonden om het Duitse volk te redden.

                                              

                                   Matthijs Schuurman

 N.a.v. Wilhelm Pressel, Der Kriegspredigt 1914-1918 in der evangelischen Kirchen Deutschlands. Arbeiten zur Pastoraltheologie, Band 5 (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1967).

Eerder gepubliceerd in: Maandblad Réveil