Ook Augustinus was iemand met een dubbele culturele achtergrond

Ook Augustinus was iemand met een dubbele culturele achtergrond

Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in God. Het is een beroemde uitspraak van de kerkvader Augustinus (354-430). Volgens de Cubaans-Amerikaanse kerkhistoricus Justo L. Gonzalez is die onrust niet alleen een geestelijke onrust, maar laat die onrust ook een innerlijke worsteling tussen twee culturen zien.

augustinus (1)

Augustinus behoorde tot zowel de Romeinse als tot de Afrikaanse cultuur. De Romeinse cultuur kreeg hij van zijn vader Patricius mee en de Afrikaanse cultuur via zijn moeder Monica, die mogelijk van Berberse komaf was en christen was. Net als bij vele anderen, die ook een dubbele achtergrond hadden, zorgde de dubbele culturele achtergrond geregeld tot innerlijke botsingen. Die dubbele culturele achtergrond heeft de ontwikkeling van Augustinus bepaald en is ook terug te vinden in zijn theologische en kerkelijke stellingnames. Het heeft een tijd geduurd voordat Augustinus het christelijke geloof van zijn moeder kon verenigen met de cultuur van zijn vader. Hij moest een hele weg afleggen, via het Manicheïsme en het Neo-Platonisme, totdat hij bij bisschop Ambrosius in Milaan een vorm van christelijk geloof ontdekte dat gecombineerd was met de Romeinse cultuur. Toch bleef Augustinus ook Afrikaan. Hij keerde na zijn bekering terug naar zijn geboortegrond en werd daar uiteindelijk bisschop van Hippo.

3249333776

Elite en gewoon volk
In de strijd tegen de Donatisten opereerde hij als Romein. Augustinus had door zijn verworteling in de Romeinse cultuur niet door, dat de strijd met de Donatisten ook een vorm van verzet was tegen de Romeinse kolonisatie van Noord-Afrika. Het christendom was in Noord-Afrika kreeg namelijk allereerst vooral aanhang onder het gewone volk. Nadat de Romeinen Carthago en de rest van Noord-Afrika hadden veroverd, gingen ze zich steeds meer als kolonisator gedragen en gebruikten Noord-Afrika als wingewest om de grootsheid van Rome te onderhouden. Er kwam een tweedeling: een Romeinse elite, vaak uit Rome afkomstig, en het gewone volk van de Berbers. Omdat het christelijk geloof door de Romeinse overheid vervolgd werd, zag het gewone volk in het christelijk geloof een vorm van verzet tegen de Romeinse kolonisator.
De vervolgingen gingen echter door en het gewone volk in Noord-Afrika kreeg daar ook mee te maken. Er waren gelovigen die trouw bleven aan het geloof. Er waren er ook die het geloof vaarwel zeiden of op de vlucht gingen. Nadat de vervolgingen voorbij waren, gaf dat een geweldig probleem voor de kerk. Radicale christenen, die later Donatisten werden genoemd, vonden dat degenen die hun geloof afzworen of op de vlucht gingen, opnieuw gedoopt moesten worden. Deze radicale stroming was erg populair onder de Berbers en was op vele plaatsen invloedrijker dan de katholieke kerk.

Reputatie
Nadat de bisschop van Carthago was overleden, werd snel een gematigde bisschop Caecilianus aangesteld. Caecilianus werd echter niet erkend door de radicale christenen. Er was hier sprake van een botsing van culturen in de kerk. Caecilianus stond dichterbij de Romeinse overheid dan zijn tegenstanders. Caecilianus had ook een Romeinse opvatting over gezag en zijn tegenstanders een Afrikaanse opvatting. In een Romeinse visie op gezag bepaalt het ambt de waardigheid. Wanneer iemand niet het juiste charisma heeft of een twijfelachtige reputatie wordt dat gecorrigeerd door het ambt dat waardigheid verleent. In de Afrikaanse opvatting gaat het om de waardigheid van de persoon. Iemand komt pas in aanmerking voor een ambt als hij een goede reputatie heeft, bekend staat als een wijs persoon, charismatisch is en gezag uitstraalt. Iemand die op de vlucht is geslagen of het geloof vaarwel heeft gezegd, heeft zijn gezag verloren. Dat gezag kan niet door de officiële kerk worden teruggegeven, maar door toonaangevende personen uit de gemeenschap, die in de tijd van de vervolging op een indrukwekkende manier standhielden. Augustinus koos later als bisschop in zijn strijd tegen de Donatisten voor de Romeinse opvatting voor gezag en werkte zelfs samen met de Romeinse overheid in de strijd tegen de Donatisten. Tot aan de verovering door de Arabieren bleven de Donatisten volop aanwezig. Wel viel deze stroming steeds meer uiteen in radicalere en ook gewelddadige fracties.

Goed en kwaad
In zijn strijd tegen Pelagius toonde hij zich meer als Afrikaan. Zo werd hij ook door zijn tegenstanders bespot: als de Punische Exegeet of de Afrikaanse Aristoteles. Augstinus werd door Pelagius aangevallen, omdat volgens Augustinus de mens vanaf geboorte een zondaar was. Daarmee kreeg volgens Pelagius God de schuld van de zonde. Volgens hem was de mens in staat om heilig te leven door zich aan Gods wet te houden. Alleen dan kan God volgens Pelagius de mens straffen voor zijn zonden en belonen voor zijn goede daden. Er was niet alleen verschil in levensstijl: Pelagius leidde een voorbeeldig ascetisch leven, terwijl Augustinus een turbulente jeugd had. Ook hier speelde het verschil tussen Romeins en Afrikaans gezag. Alleen dan in de visie op God. Volgens de Pelagianen was ook God onderworpen aan de wetten voor wat goed en kwaad is. Volgens Augustinus is het God zelf die bepaalt wat goed en kwaad is.

5150

Geuzennaam
Om de dubbele culturele achtergrond te kenschetsen en vooral om te laten zien welke complexiteit een dubbele culturele achtergrond meegeeft, typeert Gonzalez Augustinus als mestizo. Aanvankelijk was dit een scheldwoord voor Mexicanen, die als halfbloed (en daarmee minderwaardig) werden gezien.  In 1925 ging de Mexicaanse wetenschapper en presidentskandidaat dit woord als een geuzennaam gebruiken. Een halve eeuw later introduceerde Vergilio Elizondo, een vriend van Gonzalez, deze term in de theologie en de kerk. Gonzalez zelf is als Cubaans Amerikaan een van de toonaangevende theologen met een latino achtergrond en een wereldwijd gerespecteerd kerkhistoricus. Dat een dubbele culturele achtergrond niet eenvoudig is, deelt hij met veel christenen in de VS met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. Vanuit de vele gesprekken die hij met hen heeft gehad, heeft hij dit boek over de dubbele achtergrond van Augustinus geschreven om te laten zien dat zij niet de enige zijn die met een dubbele achtergrond worstelen. Daarom droeg hij het op ‘aan de vele Latina’s en Latino’s, wiens mestizaje mij hebben verrijkt’. Hij schreef het oorspronkelijk in het Spaans, waarna hij het in het Engels publiceerde.

Justo L. Gonzalez, The Mestizo Augustine. A Theologian Between Two Cultures (Downers Grove: IVPress, 2016)

7283

 

Beethoven brengt voor velen de hemel dichterbij

Beethoven brengt voor velen de hemel dichterbij

Beethoven, wiens sterfdag afgelopen week herdacht werd, heeft een oeuvre waarvan vooral de pianomuziek voor veel mensen een religieuze ervaring is. Dat ontdekte Martin Nicol, die zelf als amateur-pianist een liefhebber is van Beethovens pianosonates. Nicol is geïnteresseerd in de wisselwerking tussen de wereld van het alledaagse en de wereld van het geloof. Dat zijn voor hem geen gescheiden werelden. Bij de pianosonates wordt de alledaagse werkelijkheid gevormd door de noten die ingestudeerd moeten worden. Tijdens het spelen of het beluisteren kan de muziek de klank van God worden.

Beethoven.jpg


In 2008 ging Martin Nicol enkele dagen naar het Beethoven Haus in Bonn, om zich wat te verdiepen in Beethovens pianosonates. Hij was verrast over het feit hoe vaak luisteraars hun ervaring van het beluisteren van deze muziek zo vaak in religieuze taal verwoordden. Luisteraars gaven aan dat deze muziek hen meeneemt vanuit deze aardse wereld naar een hogere werkelijkheid. In 1919 schreef de Duitse dirigent en muziekwetenschapper Fritz Volbach (1861-1940) over de sonate uit de eerste pianosonate (opus 2): ‘Dit adagio behoort tot het heiligste en het schoonste dat we in onze kunst hebben. Hierin heeft de meester het diepste en wonderbaarlijkste, wat zijn sublieme ziel vervulde, uitgedrukt. Ver weg van al het aardse leidt hij ons naar een wijdse, stille oneindigheid, waar de hemelse glans van het milde sterrenlicht doorheen stroomt, dat ons het geheimenis van de nacht openbaart. Ons ingekeerde oog ziet scherp en schouwt de sublimiteit van het heelal en ons oor hoort scherp en verneemt het gezang van de sferen. Alles wat ons omringt, de diepe pijn en de hoogste vrede, alles wordt verklaard in dit licht en wordt tot gebed, dat ons zalige vrede en verlossing brengt. Dit vernemen we reeds in het eerste adagio van zijn eerste sonate.’

Bidden
Als de muziek de luisteraar meeneemt naar een andere werkelijkheid, moet de componist zelf ook religieus zijn. ‘Als zeer religieus mens bidt Beethoven in bijna al zijn sonates’,schreef Jacques de La Goutte in 1951. In de periode dat Beethoven (die op 16 december 1770 werd geboren en op 26 maart stierf) zijn muziek componeerde en publiceerde vindt er in de cultuur een omslag plaats naar de Romantiek. In de Romantiek kreeg de kunst een religieuze status. De kerk maakt plaats voor de concertzaal. De cantates met gezongen teksten maken plaats voor muziek zonder woorden, zoals pianosonates. De kunstreligie van de Romantiek wordt gekenmerkt door het besef dat het hogere niet in woorden te vatten is. Als de religieuze ervaring toch onder woorden gebracht moet worden, valt men terug op Bijbelse taal of begrippen uit de christelijke traditie.
Zowel de persoon Beethoven en zijn muziek deed het goed in deze kunstreligie. Hij kreeg een cultstatus in de kunstreligie van de Romantiek. Al tijdens zijn leven werd er in religieuze bewoordingen over Beethoven en zijn pianomuziek geschreven. Beethoven wordt als een muzikaal en spiritueel genie gezien, die de mensen uit zijn eigen tijd voor is en een unieke toegang tot de goddelijke wereld heeft. Op afbeeldingen wordt hij afgebeeld als verwijlend in een andere wereld waar hij als enige sterveling kon komen. Zijn muziek heeft een openbarende functie, waarin kennis over die andere wereld, die voor gewone stervelingen verborgen is, wordt geopenbaard. Extra bewondering dwingt Beethoven door het besef dat hij in zijn latere leven doof werd en niet meer in staat was de muziek die hij componeerde met zijn eigen oren te horen.

Wolkkolom
Vaak worden er Bijbelse bewoordingen en beelden gebruikt. Beethoven wordt beschreven als Christus die worstelt in Getsemane, als Jakob die de Jabbok oversteekt en onderweg worstelt met een onbekende figuur of als Mozes die voor zijn volk bidt of voorgaat in de woestijn. In 1852 schreef Franz Liszt: ‘Voor ons musici lijkt het werk van Beethoven op de wolkkolom en de vuurkolom, die de Israëlieten begeleidden op hun weg door de woestijn – wolkolom om ons overdag te leiden en vuurkolom om ons ’s nachts te verlichten, om voor ons de weg te verlichten waarop wij zouden gaan.’
De gelovige pianist Wilhelm Kempff (1895-1991), die vaak de muziek van Beethoven speelde, gebruikt het beeld van de brandende braambos. Om aan te geven dat in het alledaagse leven, door opgenomen te worden in de muziek van Beethoven, er een onverwachte ontmoeting met God kan zijn. Voor Kempff – die beroemd werd als vertolker van onder meer Schubert, Brahms en vooral Beethoven –  is niet voor niets de muziek een middel om die ontmoeting met God te hebben. De omgangstaal is volgens hem ontoereikend voor de lof op God. Naast de muziek is alleen de taal van de Bijbel toereikend.


Wilhelm Kempff – Beethoven – Piano Sonata No 29, Hammerklavier

Vaak is er ook de verwachting dat de muziek van Beethoven effect zal hebben. Na de Eerste Wereldoorlog schrijft de eerder al aangehaalde Fritz Volbach: ‘Nu in deze sombere, treurige tijd zal de muziek van Beethoven voor ons onontbeerlijk zijn. Door deze muziek kunnen we ons weer oprichten, zullen we weer trots en zelfvertrouwen vinden en leren wij weer Duits te zijn.’
De pianiste Elly Ney tijdens de Tweede Wereldoorlog veelvuldig op in gevangenissen, in veldhospitalen waar gewonde Duitse soldaten zijn om hen als een muzikale pastor door de muziek van Beethoven te troosten. Deze concerten op ongebruikelijke plaatsen ensceneert Ney bewust als religieuze gebeurtenissen. De rol van Elly Ney is trouwens erg omstreden, omdat ze tijdens het nazibewind blijft optreden en te weinig afstand neemt van de cultuurpolitiek van het Derde Rijk.

download

Martin Nicols nieuwsgierigheid naar de oorsprong van de religieuze interpretatie leidde tot een boek dat twee jaar na verschijning (nog) niet in het Nederlands vertaald is en dus niet in het oog ligt, maar dat wel zeer actueel is.Hij concludeert dat de religieuze beleving van Beethovens pianomuziek vooral te maken met het rustige middenstuk in van de pianosonates: het adagio. Geregeld wordt het adagio getypeerd als een gebed. Wilhelm Kempff zag de eerste en de laatste delen van de pianosonates als voor- en naspelen van de langzame stukken en zag in de langzame stukken het bijzondere credo van een mens die tegen God durft te zeggen wat hij moet doorstaan. Nicol spreekt daarom van een adagio-vroomheid. Hij begrijpt waarom juist de langzame delen diep religieus ervaren worden, maar vindt de adagio-vroomheid tekortschieten. In muzikaal opzicht krijgt het adagio teveel aandacht vergeleken met de andere delen. In geestelijk opzicht is het een bezwaar dat alleen het middengedeelte dat als heel serieus wordt gezien intense religieuze ervaringen oproept, omdat op deze manier de humor en de grap geen plek krijgen in de spiritualiteit.

2076
Martin Nicol (bron: uitgeverij Vandenhoeck & Ruprecht)

Polariteiten
Voor Nicol was het een verrassing om deze religieuze duiding van Beethovens muziek tegen te komen. Deze duiding past wel in zijn visie op praktische theologie. Nicol is geïnteresseerd in de wisselwerking tussen de wereld van het alledaagse en de wereld van het geloof. Dat zijn voor hem geen gescheiden werelden.  Ook kunst en cultuur kunnen voor hem de werkelijkheid van God beschrijven. Het alledaagse en de wereld van God zijn vaak polariteiten, maar kunnen niet van elkaar losgemaakt worden. Bij de pianosonates wordt de alledaagse werkelijkheid gevormd door de noten die ingestudeerd moeten worden, door de vingerzetting die opgeschreven moeten worden, de analyse van de muziek. Deze alledaagse werkelijkheid is nodig om de muziek te kunnen spelen. Tijdens het spelen of het beluisteren kan de muziek de klank van God worden. In een interview verwoordde Kempff het als volgt: ‘In de muziek van Bach, in een Largo van Beethoven kunnen wij mensen in deze apocalyptische tijd de stem van God vernemen, waarvan we dachten dat die verloren was gegaan.’

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad, zaterdag 1 april 2017

N.a.v. Martin Nicol, Gottesklang und Fingersatz. Beethovens Klaviersonaten als religiöses Erlebnis (Bonn: Verlag Beethoven-Haus, 2015)

 

Liturgie van het gewone bestaan

Liturgie van het gewone bestaan

Wat je kunt leren van alledaagse rituelen als opstaan, bed opmaken, tanden poetsen, thee drinken en slapen kunt leren voor onderhouden van je geloof 

In gesprekken met twintigers en dertigers merk ik dat zij het lastig vinden om het geloof een plek te geven in hun dagelijks leven. Ze hebben heel wat ballen in de lucht te houden: werk, een eigen huishouden, soms een gezin, vrienden, kerkelijke activiteiten. Er is heel wat dat hun aandacht en inzet opeist. Temidden van die al die bezigheden komt hun eigen geloof in de verdrukking.

download

Tish Harrison Warren, een Anglicaanse priester, echtgenote en moeder, liep hier ook tegenaan. Ze is afkomstig uit de evangelicale stroming van de Anglicaanse kerk. De evangelicale stroming legt de nadruk op een direct beleven van het geloof en is kritisch op vaste vormen voor het geloof, omdat die vormen een directe beleving kunnen belemmeren.
In de afgelopen jaren ontdekte Warren dat er in het gewone dagelijkse leven veel aanknopingspunten zitten voor liturgische vormen. Zij schrijft over die ontdekkingen in
Liturgie van het gewone bestaan. Geheiligde praktijken in het leven van alledag.   Haar boek is op social media, waarop ze zelf ook actief is o.a. als @Tish_H_Warren, al heel wat positief besproken.

Opstaan
Het begint met wakker worden. Je kunt nog even snoozen en dan je bed uit rollen, je telefoon pakken om social media te checken. Daarmee zet je de toon voor die dag: wat je dag bepaalt zijn de activiteiten die je gepland hebt, wat zich aandient, de aandacht die het nieuws en social media opeisen.

Kruisje slaan
Ze ontdekte dat Lutheranen de dag beginnen met het slaan van een kruisje. Dat slaan van een kruisje bij het opstaan herinnert aan de doop. Je begint de dag als gedoopte. Je herinnert jezelf eraan, dat Gods trouw, genade en vergeving er al is voor je iets hebt ondernomen deze dag. Je herinnert jezelf eraan dat je deze dag begint vanuit Gods belofte die Hij in de doop heeft meegegeven. Daarmee begin je de dag met een ontvankelijkheid voor Gods zorg.

Bed opmaken

Warren beschrijft hoe zij haar bed uitrolde zonder haar bed op te maken. De telefoon met appjes, mail en Facebook vroeg immers haar aandacht. Op Facebook vroeg zij aan vriendinnen wanneer zij dat deden: bed opmaken. Daardoor ging zij haar bed wel opmaken. Het was een kleine handeling, maar Warren merkte dat zij daardoor de dag anders begon.  Door deze kleine handeling kwam er meer orde in de kleine chaos van haar bestaan. Ze was zich daardoor meer bewust dat zij de dag van God ontving.

Tanden poetsen

Aan het tanden poetsen koppelt zij de zorg die de christelijke traditie voor het aardse lichaam heeft. Omdat Gods Zoon mens werd en een lichaam aannam, heeft de kerk de waarde van het lichaam altijd verdedigd tegenover stromingen die het lichaam onbelangrijk en minderwaardig vonden. Het belang van het lichaam voor het geloof ontdekte zij toen zij in haar studententijd in contact kwam met een familie die een dochter met een beperking had. Tot die tijd was haar leven vooral het zorgen dat er in haar hoofd de goede ideeën zijn en had zij geen echte aandacht voor haar lichaam.

Non-verbaal gebed
Haar ontdekking is dat de zorg voor het lichaam gebaseerd is op de opstanding van Christus. Het poetsen van haar tanden is voor haar daarom een non-verbaal gebed, een liturgische handeling die in het teken staat van de opstanding op de Jongste Dag. Tanden poetsen is een kleine voorsmaak van de eeuwige heerlijkheid.

Sleutels kwijtraken

Warren is niet de ideale vrouw. Dat beschrijft ze in de hoofdstukken over het kwijtraken van haar sleutels en de ruzie met haar echtgenoot. Als ze haar sleutels verliest, kan ze heel melodramatisch worden en het gevoel hebben dat ze in wanhoop gestort wordt.
Ze beschrijft dat ze erop voorbereid is om in grootse, dramatische gebeurtenissen, zoals een schipbreuk, in staat is om de vraag toe te laten waarom God lijden toelaat. Bij de kleine alledaagse tegenslagen lijdt haar geloof al snel schipbreuk. Op zulke beproevingen is ze niet voorbereid. De opdracht van Paulus om alles zonder morren en zonder meningsverschillen te doen (Filippenzen 2:14) is juist voor het alledaagse bestaan ingewikkeld.

Conflictjes
Ook het liefhebben van de vijanden is in huiselijke context van de conflictjes met de echtgenoot en het aandacht vragen van de kinderen niet eenvoudig. Haar principes zijn niet in staat om haar te helpen in die alledaagse ruzietjes: ‘Ik ben een pacifist, die gilt tegen mijn echtgenoot.’

Voedsel

Nadenken over het alledaagse bestaan helpt soms ook weer verder in het geloof. Ze ontdekt een overeenkomst tussen de evangelicale traditie en haar gedrag als consument. In beide gevallen gaat het om iets direct willen hebben. Dat er aan het voedsel bereiden een heel proces van zorg en aandacht voor het voedsel aan vooraf gegaan is, was zij niet bewust. Ze gaat meer zorg en aandacht aan het eten besteden door ook heel bewust mee bezig te zijn waar het eten vandaan komt.

Thee drinken

Warren deelt veel mooie inzichten die ontleend zijn aan het alledaagse leven. Wachten in het verkeer doet haar nadenken over Gods geduld. Mail checken geeft het inzicht dat ook moderne technische beroepen en dienstverlening een manier zijn om God te eren en te heiligen. Thee drinken zorgt voor een mijmering over klein alledaags geluk dat je zomaar toevalt als je tijd neemt voor ontspanning.

Slapen

Slapen is van groot belang voor het geloof om te ontdekken dat het leven niet alleen uit werken bestaat, maar dat God op zijn eigen manier zorgt. Warren werkt tegenwoordig veel met studenten. Ze raadt hen aan om eerder te stoppen met werken en meer aandacht en zorg voor hun lichaam te hebben, door bijvoorbeeld meer te slapen: ‘Dat is in geestelijk opzicht meestal het meest zinvolle en belangrijkste advies dat ik kan geven.’

Nachtrust
In onze overwerkte en op prestaties gerichte cultuur is slapen een vorm van discipelschap, die laat zien dat je ook anders kunt leven. God wil niet alleen dat we heilig leven en een biddend leven, maar ook dat we steeds weer uitrusten. Een eerste stap naar een heilig leven met gebed is een goede nachtrust.

Geschreven voor het Friesch Dagblad

N.a.v. Tish Harrison Warren, Liturgy of the ordinary. Sacred practices in everyday life (Downers Grove: InterVarsity Press, 2016).

 

Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

De prediking binnen de Afro-Amerikaanse kerken hebben een uniek karakter. Dat stelt Frank A. Thomas in zijn Introduction to the Practice of African American Preaching. Tegelijkertijd komt deze cultuur steeds verder van de realiteit van alledag af te staan.

Thomas is zelf Afro-Amerikaan en Nettie Sweeney and Hugh Th. Miller hoogleraar Homiletiek aan de Christian Theological Seminary te Indianapolis (Indiana) en rector van de aan dezelfde universiteit verbonden Academy of Preaching and Celebration. Hij is een warm pleitbezorger van de Afro-Amerikaanse prediking. Hij doet dat door onder andere preken uit de afgelopen eeuwen te publiceren en nu ook met deze introductie.

51yynlrbv6l-_sx331_bo1204203200_

Mondeling
Het unieke van deze preektraditie is onder andere het mondelinge karakter. Dat maakt het onderzoek al ingewikkeld: de meeste preken zijn niet op papier gezet en de preken die wel zijn gepubliceerd zijn vaak gelegenheidsgeschriften bij een jubileum van een kerk. Lange tijd is de de Afro-Amerikaanse preektraditie onzichtbaar geweest voor de bredere Amerikaanse samenleving en ook voor de homiletiek. In de vroegste fase werd de Afro-Amerikaanse preektraditie alleen bestudeerd door onderzoekers die zich met de Afro-Amerikaanse gemeenschap bezighielden, zoals cultureel antropologen en etnologen. De retorische kracht van preken werd pas zichtbaar in de tijd van de burgerrechtenbeweging uit de vijftiger en zestiger jaren van de twintigste eeuw. Onder andere door de preken en toespraken van Martin Luther King en andere betrokken Afro-Amerikaanse predikanten.

Gestudeerd
De Afro-Amerikaanse preektraditie dateert al uit de 18e eeuw, toen de Afrikanen naar Amerika werden gebracht om daar als slaven op de plantages de dienen. In de eerste tijd hielden zij vast aan hun godsdienstige tradities, die zij uit Afrika meebrachten. Ze deden dat vaak in het verborgen en ‘s nachts. In de 19e eeuw worden veel Afro-Amerikanen christen, door onder andere opwekkingsbewegingen binnen deze gemeenschap. In het noorden, waar de slavernij was afgeschaft, konden Afro-Amerikanen een opleiding volgen en studeren.en waren er ook gemeenten, vooral van Methodische snit, waarin blank en zwart gelijkwaardig lid waren. Hier kwam de intellectuele manier van preken op: Afro-Amerikaanse predikanten die aan een universiteit of een seminarie hadden gestudeerd. Hun preken hadden dezelfde geleerde, rationalistische inslag als de preken van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag. Met deze preekstijl wilden de Afro-Amerikaanse predikers laten zien dat zij intellectueel niet onder deden.

58348
(Gardner C. Taylor (1918-2015), “the dean of the nation’s black preachers”,
van wie een preek wordt besproken als voorbeeld van Afro-Amerikaanse prediking. Bron foto: een in memoriam in Christianity Today)

Whooping
In het zuiden, waar de slavernij pas na de Amerikaanse Burgeroorlog werd afgeschaft, bleef de segregatie een veel grotere rol spelen: als Afro-Amerikanen christen werden, kregen ze hun eigen kerken. De voorgangers waren vaak lekepredikers, die het preken hadden geleerd door dat bij andere voorgangers af te kijken en die na te doen. Deze volkse preekstijl was eenvoudiger en emotioneel geladen. Deze predikanten maakten gebruik van whooping: een emotioneel appèl op de gemeente door zangerig te preken of zelfs te zingen en daarbij de gemeente om een antwoord te vragen. Ondanks hun gebrek aan opleiding waren deze predikers heuse dichters, die gebruik maakten van de kracht van de taal.

Retorica
Wat de Afro-Amerikaanse preken bijzonder maakt ten opzichte van de dominante preekstijl van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag, was dat voor Afro-Amerikanen retorica niet verdacht was. De preek is geen theoretische uiteenzetting. De boodschap moet immers worden overdragen en dat kan niet zonder een emotioneel appèl op de gemeente.

Profaan
Bijzonder is de Afro-Amerikaanse preektraditie ook doordat er geen groot verschil is tussen de preek in een kerkdienst en verkondiging in het alledaagse leven. Vrouwen die in de kerkdienst niet mochten preken, konden dat wel doen binnen hun gezin of bij bijeenkomsten van de gemeenschap buiten de kerkdienst om. Wie de Afro-Amerikaanse preektraditie wil bestuderen, dient daarom ook breder te kijken dan preek tijdens de kerkdienst. Ook kent deze gemeenschap geen sterk onderscheid tussen heilig en profaan.

Jay-Z
Om dit te illustreren geeft Thomas een homiletische reflectie op de rapper Jay-Z. De song ‘Meet the Parents’ start met een begrafenis van een 15jarige jongen. Deze jongen is doodgeschoten, naar later blijkt door zijn eigen vader die zijn zoon na de geboorte verliet.

Predikanten kunnen veel van Jay-Z leren, aldus Thomas. Jay-Z wil met zijn songs maximaal effect sorteren. Predikanten mogen bij hun preken dat meer bedenken. Daarnaast wil Jay-Z authentiek zijn en contact houden met waar hij vandaan komt. Van rappers die door succes zich anders gaan kleden en gedragen, moet hij niets hebben. Jay-Z deinst er niet voor terug om moeilijke thema’s zoals geweld binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap en de verbroken gezinnen aan de orde te stellen. De details van de songs laten merken dat hij weet waarover hij het heeft. Predikanten doen er goed aan om niet alleen geestelijke thema’s aan de orde te stellen, maar ook wat er leeft in de maatschappij. Daarbij is het wel een vereiste dat zij weten waar ze het over hebben en zich daarover desnoods laten informeren.

Distantie
Thomas is onder de indruk van de geschiedenis van de prediking binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Hij maakt zich wel zorgen over de toekomst. Hij signaleert dat veel Afro-Amerikaanse kerken hun tieners niet kunnen vasthouden, omdat zij bepaalde thema’s uit de weg gaan. Bovendien zijn veel Afro-Amerikaanse kerken conservatief in hun opvattingen en thematiseren ze niet de tweederangspositie van de Afro-Amerikanen binnen de samenleving, het geweld tegen Afro-Amerikanen en het geweld binnen deze gemeenschap.

#BlackLivesMatter
Doordat de huidige beweging, die opkomt voor de rechten en de plek van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, zoals #BlackLivesMatter, ook opkomt voor de rechten van de LBTQ-gemeenschap, distantiëren veel kerken zich van deze beweging. Bij de burgerrechtenbeweging uit de jaren’50 en -’60 waren de kerken meer betrokken. Ook toen ging het om een minderheid van de kerken en de predikanten. De angst van Thomas is dat de Afro-Amerikaanse kerken door hun afwijzende houding en het uit de weg gaan van deze maatschappelijke thema’s de band met hun jongeren kwijtraakt en de kerken irrelevant worden voor de opgroeiende Afro-Amerikanen.

Zie ook de websitie en het YouTubekanaal van Frank A. Thomas. Deze recensie verscheen ook op 28 februari in het Friesch Dagblad.

N.a.v. Frank A. Thomas, Introduction to the Practice of African American Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2016)

De liturgie van het gewone, alledaagse bestaan

De liturgie van het gewone, alledaagse bestaan
download
De voorkant van het boek was al genoeg: twee belegde boterhammen. En dan het onderwerp: vormen en manieren vinden om in het alledaagse bestaan bezig te zijn met God. Een mooi boekje van Tish Harrison Warren (Anglicaans priester en als moeder van een gezin maar te zeer bekend met het alledaagse bestaan): Liturgy of the ordinary. Sacred places in everyday life. Met dit boekje ben ik bezig vanwege een recensie voor het Friesch Dagblad.

Het dagelijkse leven kent ook een liturgie (net als een kerkdienst). Dat ontdekte Tish Harrison Warren toen ze in de Veertigdagentijd de dag begon met bed opmaken. Voorheen begon ze met haar mobiel eerst Facebook en Twitter te checken. Al scrollend ontbeet ze, waarbij ze chagrijnig op de vragen van haar kinderen reageerde. Over dat bed opmaken had ze wel eens iets gevraagd op Facebook en had toen veel reactie gekregen. Beginnen met opmaken is de dag beginnen met orde in de chaos scheppen. Toen ze zich meer ging verdiepen in die alledaagse liturgie ontdekte ze dat Lutheranen de dag beginnen met een kruisje slaan als teken dat ze de dag beginnen als gedoopte.

Nog twee citaten:
‘Tijdens zijn promotieonderzoek leerde mijn man Jonathan een voormalig Jezuïet kennen die nu een getrouwde hoogleraar is, een man die heiligheid uitstraalde, een provocateur en geliefd bij zijn studenten. Op een keer kwam een student naar hem toe met een klacht over Augustinus’ Confessiones die hij had moeten lezen: ‘Het is zo saai.’ ‘Je bent zelf saai,’ antwoordde deze professor.
Wat Jonathans professor bedoelde was dat als wij de rijkdom van het evangelie en van de kerk saai vinden, wijzelf in feite uitgehold zijn. We hebben ons vermogen verloren om ons te verwonderen over wat echt de moeite waard is. We moeten (opnieuw) gevormd worden als mensen die in staat zijn het goede, het ware en het schone te waarderen.’

‘Onze verslaving aan stimulansen, input en entertainment maken ons leeg. Ze zorgen ervoor dat wij niet meer in staat zijn om het bijzondere van het gewone, alledaagse leven in Christus te omarmen.
Zoals Kathleen Norris schrijft: ‘Net als de liturgie ontleent het schoonmaken betekenis aan de herhaling, van het gegeven dat het nooit af is, maar alleen even aan de kant gezet wordt tot de volgende dag. Zowel de liturgie als wat we eufemistisch “huishoudelijk werk” noemen hebben een intense relatie met zijn in het nu, een vorm van geloof in het heden waardoor de hoop gevoed wordt en het leven mogelijk wordt van dag tot dag.’
Dagelijks leven, de vaat, de kinderen die elke dag dezelfde vragen stellen en de zelfde verhalen steeds weer willen horen, en weer opnieuw, de windstilte van de avond – deze onderdelen zijn gevuld met herhaling. En veel van het christelijke leven houdt in dat we steeds hetzelfde werk doen en dezelfde gewoonten in de eredienst. We moeten ons steeds weer opnieuw met dezelfde geestelijke worstelingen bezighouden. Opnieuw en weer opnieuw hebben we berouw en geloven we.
Aan de muur van een nieuwe christelijke monastieke communiteit zag ik een uitspraak: ‘Iedereen wil revolutie. Niemand wil de vaat doen.’ Ik was een christen die verlangde naar revolutie en blijf zo’n christen: alles nieuw en heel maken en dat groots en meeslepend. Wat is langzaam aan het ontdekken ben is dat er geen revolutie plaatsvindt als de vaat niet gedaan wordt. De vorm van het spirituele leven en disciplines waardoor het christelijke leven onderhouden wordt zijn niet luidruchtig, hebben een herhalend karakter en zijn heel gewoon en heel alledaags. Ik zou het saaie graag willen overslaan en dat alledaagse willen inruilen voor een spannend christelijk leven waarbij ik de grenzen opzoek. Maar het dagelijkse van het christelijk geloof – het bed opmaken, de vaat doen, bidden voor mijn vijanden, het lezen in de Bijbel, het stille, het kleine – zo schiet Gods verandering wortel en groeit deze verandering in mij.’

Kun je vandaag de dag nog wel in wonderen geloven?

Kun je vandaag de dag nog wel in wonderen geloven?

De wonderen die Jezus verrichtte roepen in onze tijd veel scepsis op. Moeten we het geloof in wonderen dan maar opgeven? Nee, zegt Kurt Erlemann, hoogleraar Nieuwe Testament en Vroege Kerkgeschiedenis aan de Bergische Universiteit van Wuppertal, de wonderen hebben met een aantal hoofdpunten van het christelijk geloof te maken. Als het geloof in wonderen opgegeven wordt, heeft dat ook consequenties voor die hoofdpunten van het christelijk geloof.

Erlemann is bezig met een serie boeken over thema’s uit het Nieuwe Testament, die hij voor op een begrijpelijke manier wil uitleggen voor geïnteresseerden die niet thuis zijn in de discussies binnen de nieuwtestamentische wetenschap: Nauwelijks te geloven. Wonderen in het Nieuwe Testament. Het boek over wonderen is het zesde deel in deze serie. Eerder publiceerde hij al over hoe het Nieuwe Testament spreekt over God, Christus, de Heilige Geest, triniteit en toekomstverwachting. Het volgende deel over de gelijkenissen heeft hij al aangekondigd.

41yn8vd4oml-_sx327_bo1204203200_

Christelijk geloof kan niet zonder geloof in wonderen. Het is een rode draad door heel de Bijbel heen dat God wonderen verricht. De geschiedenis van Israël, die in het Oude Testament verteld wordt, is in feite één groot wonderverhaal: God leidt het volk Israël uit de slavernij in Egypte en laat het volk door de woestijn trekken totdat het in Kanaän aankomt.
In het Oude Testament wordt de macht van God verteld en bezongen. Bijvoorbeeld de macht die Hij als schepper heeft over de chaosmachten, die het leven op aarde bedreigen, en de macht die God als Heer over de hele wereld heeft over de volkeren op deze aarde. De Heer kan vijandige volken die op Israël afkomen tegenhouden of juist die volken sturen om zijn volk te laten kennismaken met zijn toorn. In de wonderen die Jezus verricht wordt deze lijn uit het Oude Testament doorgetrokken.

een tijd van wonderen?
Nu kan men tegenwerpen dat het niet vreemd was dat er in de tijd van Jezus geloof in wonderen was. Iedereen in die tijd geloofde immers in wonderen? Volgens Erlemann is dat helemaal niet zo, in dat iedereen de tijd van de Antieke Oudheid in wonderen geloofde. Er was in die tijd geregeld scepsis met betrekking tot de wonderen, waarover verteld werd. Scepsis ten aanzien van wonderen komt niet pas met de Verlichting op, maar is ook al in de Antieke Oudheid aanwezig. In het Nieuwe Testament komt de scepsis voor bij de tegenstanders van Jezus, die zijn bevoegdheid om wonderen te doen niet willen erkennen.

soorten wonderen
Erlemann loopt verschillende soorten wonderen na die Jezus verricht. Die wonderen kunnen te maken hebben met zijn eigen verschijning en identiteit als Zoon van God: de verheerlijking op de berg en de verschijningen in een verheerlijkt lichaam na zijn opstanding. Jezus dreef demonen uit en genas zieken.Hij wekte overledenen op uit de dood. Hij voorzag grote meningten van brood. Hij bracht de storm tot bedaren. De wonderen wijzen vooruit naar het koninkrijk van God dat komen zal, een nieuwe wereld waarin deze nood afwezig zal zijn. Daarom gaat de genezing in sommige gevallen ook gepaard met het geschenk van vergeving van zonden.

kernthema’s
De verhalen over de wonderen zijn verbonden met andere belangrijke thema’s uit de Bijbel: God die reddend ingrijpt, de hoop dat God gebeden hoort, de hoop op een betere toekomst, de macht van God over alles, de betrokkenheid van God op deze wereld, de concrete nood op aarde die Gods bewogenheid oproept, het terugbrengen van degenen die de gemeenschap met God zijn kwijtgeraakt, God die de zonden vergeeft. Dat laat zien dat de wonderen van Jezus geen marginale verschijnselen zijn, die zonder ingrijpende consequenties geschrapt kunnen worden.

niet te bewijzen, maar ook niet te weerleggen
Sinds de Verlichting hebben kerk en theologie te maken met een sterke scepsis ten aanzien van wonderen. Omdat de gebeurtenissen in deze verhalen niet op een rationele manier verklaard kunnen worden, kunnen ze nooit echt gebeurd zijn.
Om toch iets van de wonderverhalen te kunnen maken worden deze verhalen op een psychologische, sociologische of symbolische manier uitgelegd. Volgens Erlemann laat zo’n uitleg echter zien dat het uiteindelijke wonder, dat verteld wordt, wegverklaard wordt. Erlemann stelt dat wonderen weliswaar niet bewezen kunnen worden, maar ook niet weerlegd. Of wonderen geaccepteerd worden, hangt af van het wereldbeeld dat iemand heeft: is er in dat wereldbeeld ruimte voor God die verrassend ingrijpt?

provocatie van onze wereldbeeld
De wonderen waarover in het Nieuwe Testament verteld wordt en die vandaag de dag nog gebeuren zijn een provocatie voor ons wereldbeeld. Deze wonderen laten zien dat er verschillende manieren van waarneming nodig zijn om onze wereld te kunnen begrijpen. Erlemann komt in zijn boek met een model van verschillende vormen van waarneming die elkaar aanvullen, maar ook op elkaar botsen. Naast de waarneming, die binnen de natuurwetenschappen gebruikelijk is, is er bijvoorbeeld ook een esthetisch-poëtische waarneming: de manier waarop kunstenaars naar deze werkelijkheid kijken. De religieus-mystieke waarneming is een geheel eigen manier van waarnemen, die deze wereld ziet als schepping van God. Deze manier van waarnemen heeft oog voor heilige tijden en plaatsen en religieuze ervaringen.

Wonderen onthullen in onze aardse werkelijkheid iets van de onzichtbare werkelijkheid van God. Wonderen kunnen nu nog steeds gebeuren, al is dat wel minder dan in de bijzondere tijd van Jezus. Wonderen zijn niet te verklaren, maar ook niet te weerleggen. Wonderen voeden de hoop op het ingrijpen van God en wakkeren de hoop aan op Gods nieuwe wereld: de verlossing van deze gebroken wereld. Wonderen houden ons voor: Gods koninkrijk komt.

N.a.v. Kurt Erlemann, Kaum zu glauben. Wunder im Neuen Testament (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlag, 2016)

Luther lezen

Luther lezen

Op 31 oktober 1517 stuurde Maarten Luther 95 stellingen naar een aantal bisschoppen en naar vrienden. Zijn vriend Philippus Melanchton verklaarde later dat Luther deze 95 stellingen ook aan de deur van de slotkapel van Wittenberg, die door de universiteit werd gebruikt als aula, had vastgespijkerd. Later werd 31 oktober de dag om de kerkhervorming te gedenken. Volgend jaar is het 500 jaar geleden dat deze gebeurtenis plaatsvond, een jubileum waar komend jaar uitgebreid bij stilgestaan wordt.

Maar waar stond Luther eigenlijk voor en wat is er in die 500 jaar van zijn gedachtengoed overgebleven? In 1883, vier eeuwen na de geboorte van Luther, begon men met een groots project om alle teksten van Luther uitgegeven. Deze serie, bekend als de Weimarer Ausgabe, bestaat inmiddels uit 127 delen met meer dan 80.000 bladzijden. Daarnaast zijn vele bloemlezingen uit het werk van Luther verschenen.

Dit jaar kwam er een kleine bloemlezing bij, uitgegeven door Luther-deskundige Martin H. Jung in opdracht van de Vereinigte Evangelisch-Lutherse Kirche Deutschlands (VELKD) om het jaar van het Reformatiejubileum ook het gedachtengoed van Luther meer bekendheid te geven.

Gezag
Wat mij bij het lezen van deze bloemlezing opvalt, is dat veel discussies gaan over macht en gezag. Wie heeft bijvoorbeeld het gezag om de zonden te vergeven? Daar gaan de 95 stellingen van 31 oktober 1517 onder andere over. Luther bestrijdt in deze stellingen dat de vergeving van de zonden het alleenrecht van de paus en andere geestelijken is. De paus en de andere geestelijken zijn niet meer dan de gewone gelovigen. Ze hebben alleen een andere taak binnen deze wereld dan de overige gelovigen.

Aflaat
Het alleenrecht van de geestelijken over de vergeving van de zonden misbruik in de hand: de verleiding om geld te vragen voor de vergeving van de zonden. Fel is Luther tegen de aflaat, het kopen van de vergeving van zonden, omdat door de aflaat het gezag van God over de mens ontweken wordt. De aflaat heeft het effect dat mensen het doen van boete voor Gods aangezicht ontlopen. Niet alleen het gezag van God ontlopen ze, maar ook de genade. Want alleen wanneer er voor God oprechte boetedoening wordt gedaan, geeft God vergeving. De kerk moet niet inzetten op de aflaat, maar op de verkondiging van het evangelie, waardoor mensen met hun zonden berouwvol voor God komen en van Hem vergeving ontvangen.

Politiek
Het misbruik van het gezag gaat verder: ook op het gebied van het recht en van de politiek misbruiken de geestelijken en de paus hun macht en gezag. Door te zeggen dat de geestelijke stand een eigen stand is naast de wereldlijke overheid hebben de geestelijken zich immuun verklaard voor kritiek en strafvervolging. Zijn geschrift uit 1520 dat gericht is aan de christelijke adel kaart dit misbruik van gezag aan. Dit geschrift is een van de meest invloedrijke publicaties van Luther geweest. Daarin stelt hij dat de geestelijken op basis van de doop hetzelfde niveau als de andere gelovigen zijn. De overheid heeft van God het gezag ontvangen om misstanden te bestrijden, ook binnen de kerk. Daar mag de geestelijke stand zich niet aan onttrekken.

Vrijheid
Het thema gezag keert ook terug in een ander belangrijk geschrift uit 1520 over de vrijheid van een christen. In het begin van dit geschrift stelt Luther op basis van de brieven van Paulus dat een christen niemands onderdaan is en vrij heer is over alles. Tegelijk stelt hij een christen ieder ander ondergeschikt is en hoort te dienen. De vrijheid is een innerlijke vrijheid en daarmee ruimte voor het geweten: de christen is voor zijn doen en laten allereerst verantwoording aan Christus schuldig. Christus die de gelovige heeft bevrijd uit de boeien van de duivel. Deze innerlijke vrijheid is een geschonken vrijheid. De wil van de mens is van nature geknecht door de macht van de duivel over de wil. Door Christus, die zijn gaf om zondaars vrij te kopen, kan de wil worden bevrijd. Omdat Christus kwam om te dienen, kan een christen in navolging zich ook dienstbaar opstellen naar anderen toe.

Maatschappelijke hervormingen
Het weghalen van onderscheid tussen leken en geestelijken houdt ook in dat het alledaagse leven en het dagelijks werk een nieuwe waardering ontvangt. Het gewone leven en het gewone werk is niet van minder waarde dan het werk van geestelijken. Ook op dat terrein is er een hervorming nodig. Luther streefde niet alleen naar een hervorming van de kerk, maar ook van de maatschappij. In 1524 publiceert hij zijn kritiek op het grootkapitaal. Daarmee wekt Luther ook wel weer verwachtingen. Als een jaar later de Boerenopstand uitbreekt, denken de boeren, waarvan velen lijfeigenen zijn, Luther aan hun kant te hebben. Groot is dan ook de teleurstelling als Luther zich uitspreekt voor het recht van de overheid om de opstand te beëindigen met geweld en zich niet uitspreekt voor het beëindigen van het lijfeigenschap.

Joden
In deze tijd kan er geen aandacht zijn voor Luther zonder aandacht te hebben voor zijn houding ten opzichte van de Joden. In 1523 verdedigt hij de Joodse afkomst van Jezus en benadrukt hij vriendelijk met Joden om te gaan in de hoop hen te winnen voor het geloof in Jezus als de Messias. In 1543 roept hij op de Joden te verbannen en hun synagogen te verbranden en geeft hij de bestaande Middeleeuwse stereotypen over de Joden door.
Dat laat zien dat Luther geen heilige was, maar ook iemand die de vergeving nodig heeft. Daar was hij zich ook van bewust. Hij hield daarom ook vast aan de biecht en aan het geloof dat de vergeving bij Christus te verkrijgen is. De bloemlezing eindigt met een bericht over het sterven van Luther, waarin hij zijn geloof in Jezus als heiland en verlosser beleed.
(zie ook mijn eerdere bijdrage over Luther en de Joden)

Luther lesen. Die zentrale Texte. Bearbeitet und kommentiert vond Martin H.Jung. Herausgegeben vom Amt der Vereinigten Evangelisch-Lutherischen Kirche Deutschlands (VELKD)

Gerecenseerd voor het Friesch Dagblad