Als christen het Oud-Testamentische Bijbelboek Richteren lezen

Als christen het Oud-Testamentische Bijbelboek Richteren lezen

Het bijbelboek Richteren (Rechters) is voor de hedendaagse lezer van de Bijbel een behoorlijke opgave. Het begint met de verovering van het land, waarbij het volk van God de opdracht krijgt om met geweld de reeds aanwezige bewoners te verdrijven. Het eindigt met een bizar verhaal over een (bij)vrouw, die door haar man wordt opgeofferd om verkracht te worden, zodat hij een verkrachting kan ontlopen.

Na een gewelddadige groepsverkrachting blijft de man onverschillig over het lot van de vrouw en snijdt haar bij thuiskomst in stukken, waarbij het voor de lezer niet duidelijk is of de dan nog leeft of reeds overleden is. In de verhalen daartussendoor worden verteld ontbreken de nodige gruwelijke details niet: een koning wiens buik opengesneden wordt, waarbij zijn darmen en de inhoud van zijn darmen naar buiten komen, een legeraanvoerder die door een vrouw aan een tentpin aan de grond genageld wordt, een troonpretendent die zijn 70 halfbroers slacht op een offersteen, een vader die zijn dochter misschien wel letterlijk offert omdat hij dat God beloofd heeft.

Wat moet je als hedendaagse lezer met deze verhalen? Bevestigen deze verhalen niet het beeld dat de Bijbel een gewelddadig boek is? Kun je eigenlijk wel over deze verhalen preken?
Magdel le Roux 1
De Zuid-Afrikaanse hoogleraar Oude Testament Magdel le Roux publiceerde vorig jaar een commentaar op dit bijbelboek in een serie De Prediking van het Oude Testament. In haar uitleg zoekt ze steeds naar de christelijke boodschap van dit bijbelboek. Na elk hoofdstuk verwoordt ze ook wat in haar ogen dit bijbelboek ons als christenen vandaag de dag te zeggen heeft.

653f3698349e6d0dc9009b8f837a0db36d59d576

Het achterhalen van die boodschap moet een hele klus geweest zijn, want de verhalen roepen vaak in eerste instantie vooral verlegenheid op. Hebben bijvoorbeeld de oudere kinderbijbels al niet alle verhalen uit Richteren, in de huidige kinderbijbels komen de verhalen uit Richteren vaak al helemaal niet voor. Als er uit Richteren gepreekt is, zal het hooguit over Deborah, Gideon of Simson zijn geweest.

Verhaal van verval
In haar uitleg laat Le Roux zien dat om Richteren te begrijpen het belangrijk is om oog te hebben voor het geheel van het boek en voor de manier waarop er verteld wordt. Als een hoofdstuk geïsoleerd wordt van het geheel, wordt vaak niet duidelijk wat de bizarre onderdelen van het verhaal te zeggen hebben. Als de lezer geen oog heeft voor de manier waarop er verteld wordt, blijft hij of zij vaak vooral achter met een gevoel van verbijstering en vervreemding.

Volgens Le Roux moet Richteren gezien worden als een verhaal van verval: het volk Israël is bedoeld om een zegen te zijn voor de volken. De Israëlieten hebben de hoge roeping om in het land dat God hen geeft voorbeeldig gedrag te vertonen en zo te laten zien wie God is. Daarvoor moeten wel de Kanaänieten wijken. Daarom geeft God aan de stammen de opdracht om het land in bezit te nemen en de volkeren te verdrijven.

Geen opdracht tot genocide
Daarbij is het van belang om te zien dat het bij die opdracht niet gaat om het uitmoorden van mensen. Wie in die opdracht een oproep tot genocide of een rechtvaardiging van volkerenmoord ziet, mist de clou: het gaat om het uitbannen van de Kanaänitische levensstijl. Dat het niet om volkerenmoord gaat, blijkt wel uit de talloze niet-Israëlieten die de held of zijn of voorbeeldig voor de dag komen. En ook uit de afkeuring van de stam Dan die een vredelievend volk buiten het door God aangewezen gebied veroveren.

Kanaänitische levensstijl
Die afkeuring wordt niet verteld, maar in de narratieve opbouw van het verhaal bijna aan het einde van Richteren wordt duidelijk dat het optreden van Dan een nog erger dieptepunt is dan het optreden van Simson, die van alle richters al de meest ontspoorde richter was. De Kanaänitische levensstijl is een egoïstische, hardvochtige en onderdrukkende levensstijl, die zijn oorsprong vindt in de afgodendienst. Maar in plaats van voorbeeldig te leven en tot zegen van de volkeren te zijn, willen de Israëlieten dat niet.

De Kanaänitische levensstijl is aantrekkelijker dan het leven volgens Gods richtlijnen. Het begint al in hoofdstuk 1: de stammen volgen de opdracht slechts halfslachtig op, laten de Kanaänieten in hun midden en vermengen zich zelfs met hen.

Grote richters laten de neergang zien
Op de basisschool heb ik de namen van de richters uit mijn hoofd moeten leren. Daarbij leerde ik het onderscheid tussen kleine en grote richters. Le Roux laat echter zien, dat die benaming juist omgekeerd is. De verhalen over de zogenaamde ‘grote’ richters laten juist de neergang zien: Barak durft niet alleen op de vijand af. Gideon laat de 300 mannen die hij overhoudt niet alleen voor de Here strijden maar ook voor zichzelf. Als hij niet door de stad Pnuël geholpen wordt, keert hij na de overwinning terug om de stad met de grond gelijk te maken. Hij slaat weliswaar de koningstitel af, maar laat zich wel als koning behandelen en voert de afgodendienst weer in.

Jefta, die door zijn broers verbannen is, wil alleen helpen als hij de aanvoerder van het volk wil zijn. Zijn overwinning leidt zijn roekeloze belofte in, die uitloopt op het misschien wel letterlijk offeren van zijn enige dochter. Dat die belofte en dat offer door de verteller afgekeurd wordt, blijkt wel uit het vervolg, waarbij hij zijn conflict met de Efraïmieten laat uitlopen op een burgeroorlog.

De meest erge
De allerlaatste ‘grote’ richter is de meest erge. Hij wordt door God voorbestemd tot nazireeër, een aan God gewijd persoon. Simson lapt echter alle regels die bij een nazireeër horen aan zijn laars: ondanks dat hij geen wijn mag drinken, betreedt hij een wijngaard. De leeuw die hij daar tegenkomt, wordt door hem verscheurd. Ondanks dat hij als nazireeër geen dode dieren of dode mensen mag aanraken haalt hij honing uit de dode leeuw. Zijn kracht gebruikt hij om zichzelf te wreken. ‘De wijze van optreden van Simson deed denken aan een bedorven brok voedsel’, schrijft Le Roux. Niet Simson is de geloofsheld, maar zijn moeder is in die hoofdstukken het vrome voorbeeld.

Epiloog
Als je denkt als lezer dat je niet dieper kunt zinken, komt de epiloog van hoofdstuk 17-21: Micha die zijn eigen moeder besteelt en een eigen privéheiligdom bouwt en zijn eigen priester aanstelt. De privétempel van Micha wordt echter leeggeroofd door een groep Danieten die daarmee hun veroveringstocht van een gebied waarin mensen onbeschermd wonen van een vrome legitimering voorzien. Daarna worden de bladzijden nog zwarter: de Benjaminieten die weigeren om gastvrij te zijn naar een eigen volksgenoot en hem willen verkrachten en uiteindelijk maar hun gang gaan met zijn bijvrouw als ze hem niet te grazen kunnen nemen.

Vrouwen
Vrouwen spelen vaker een kenmerkende rol in dit bijbelboek. Een enkele keer gaan ze mee in de harde, wrede werkelijkheid, zoals de moeder van Sisera, die ervan uitgaat dat haar zoon nog niet thuiskomt omdat hij eerst enkele meisjes als oorlogsbuit moet uitzoeken. Soms komen de vrouwen voor als slachtoffer, zoals in de hoofdstukken 17-21. Geregeld komen ze juist verrassend daadkrachtig naar voren, zoals Achsa die haar erfenis opeist, Deborah die Barak aanzet tot de bevrijding, Jaël die zichzelf beschermt en daarmee Israël verlost van een onderdrukker, de naamloze moeder van Simson die de engel gelooft.

Falen van Gods volk
Richteren is het falen van Gods volk. Het lukt Israël niet om te leven zoals God vraagt. De wereld is aantrekkelijker: men kiest steeds weer voor de egoïstische, op genot en bevrediging gerichte levensstijl. Le Roux is realistisch genoeg om te beseffen dat christenen het niet beter doen. Ze leest Richteren vooral als christen. Ze ziet hoe door de ontrouw van het volk God steeds weer verrassend genadig is en Zijn volk redt.

Geregeld ziet ze in de afwijzing door het volk en de kwetsbare weg van God om met dit steeds weer ongehoorzame volk het kruis van Christus opdoemen. Aan dat kruis lijdt Christus voor de zonde, aan de onverschilligheid van de mensen en overwint Hij het kwade. Lezend in het commentaar van Le Roux besef ik: als christen moet ik Richteren niet aan de kant leggen, maar juist grondig bestuderen, omdat ik daar zie hoe God in deze wereld vol zonde, afwijzing, wreedheid en onrecht genadig Zijn weg gaat.

Verschenen in CW Opinie

N.a.v. dr. Magdel le Roux, Richteren. Serie: De Prediking van het Oude Testament (Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers, 2018).

In de eredienst gevormd voor de samenleving

In de eredienst gevormd voor de samenleving
Recensie van James K.A. Smith – Awaiting the King (2017)

Wat is de plek van christenen in de samenleving? Dat is een vraag die christenen al vanaf de 19e eeuw bezig houdt, toen niet meer het christendom, maar het liberalisme de bepalende factor in de maatschappij werd en de bestuursvorm democratie werd. De vraag werd nog acuter in de afgelopen decennia door de opkomende secularisatie en de toenemende marginalisering van de kerk.

Moet je je als christen afzijdig houden? Moet je je plek bevechten om de maatschappij om de negatieve gevolgen van de seculiere maatschappij tegen te gaan? Moet je daarvoor de politiek gebruiken? Moet je als christen juist positief in deze maatschappij staan? Voor veel christenen is het een zoektocht.
51Jr8BZaqRL._SX331_BO1,204,203,200_

Neocalvinisme
In het werk van de van oorsprong Canadese filosoof James K.A. Smith is die zoektocht te zien. Hij groeide op in een piëtistische gemeenschap, die meer afzijdig stond van de maatschappij. Tijdens het studeren ontdekte hij dat de neocalvinistische traditie, waarin hij opgegroeid was, met Kuyper en Bavinck juist een maatschappelijke betrokkenheid van christenen wilde stimuleren.

hauerwas-stanley-2
Stanley Hauerwas

Hauerwas
Nadat hij kennis maakte met de kritische visie van Stanley Hauerwas ontdekte hij dat zijn neocalvinistische traditie wel heel optimistisch en naïef was in hun houding naar de cultuur toe. Hauerwas is van mening dat de kerk een contrastsamenleving moet vormen vanuit het evangelie. De gelovige leeft wel in deze wereld, maar kan niet volop meedoen, omdat veel facetten in de maatschappij, en zeker in de politiek, botsen met de normen van het evangelie. In een tijd waarin veel evangelicale christenen zich in de VS verbonden aan de conservatieve stroming binnen de Republikeinse partij werd Hauerwas als kritische stem belangrijker.

Smith wilde een boek schrijven waarin hij wilde aangeven hoe zijn eigen neocalvinstische traditie, die optimistisch is over de rol van christenen in de samenleving, gecorrigeerd diende te worden vanuit de gedachten van Hauerwas. Hauerwas heeft er geen bezwaar tegen als christenen in de samenleving actief zijn. Hij wil vooral de kerk a-politiek houden. Wanneer de kerk in aanraking komt met politiek komt er een conflict met de normen van het evangelie.

Toch kon Smith het bij Hauerwas niet helemaal vinden. Smith vond dat Hauerwas, ondanks dat hij pleit voor gelovigen die een contrastsamenleving vormen, geen werkbare visie op de kerk in deze samenleving heeft.

maxresdefault (1)
Oliver O’Donovan

O’Donovan
Bovendien leerde door de Britse theoloog Oliver O’Donovan kennen. O’Donovan is, op basis van zijn studie van Augustinus, veel positiever over de huidige samenleving. Op allerlei manieren wordt onze moderne samenleving nog gestempeld door het christendom. Al willen velen dat niet meer zien, de christelijke wortels blijven onmiskenbaar.

2003spring_augustine_a_giant_out_of_his_time_1280x720
Augustinus
Door O’Donovan leert Smith Augustinus waarderen. Augustinus helpt Smith bij een visie die christenen niet stimuleert om zich terug te trekken van de samenleving en de politiek en zich alleen op de kerk te richten en de samenleving en de politiek alleen aan niet-christenen over te laten. Augustinus beschrijft in zijn boek De stad van God twee steden: een aardse en een hemelse stad. In de visie van Augustinus gaat het om twee samenlevingen, die tegenovergesteld van elkaar zijn en botsen. Het luistert wel nauw hoe deze visie van Augustinus wordt weergegeven.

Nogal eens wordt de visie van Augustinus zo weergegeven dat de stad van God niet van deze wereld is en dat christenen zich daarom niet met de maatschappij en zeker niet met de politiek moeten inlaten. Dat is echter niet wat Augustinus beoogde, volgens Smith. Het gaat om twee botsende visies over hoe een samenleving moet worden ingericht, over wat van burgers verwacht mag worden en wat toekomstige burgers in hun onderwijs en vorming moeten meekrijgen. Deze twee visies concurreren, omdat ze allebei een andere godsdienstige achtergrond hebben, die doorwerkt in de normen voor burgers en de normen voor onderwijs en vorming.

Liberale democratie
Ook al is onze liberale democratie seculier geworden, ze heeft wel een visie op wat van burgers verwacht mag worden en wat voor burgers nodig is. Net als het christendom heeft de liberale democratie daar rituelen voor om burgers te beïnvloeden met die visie en die normen. Daardoor zijn in zekere zin liberale democratie en christendom als concurrenten, omdat de liberale democratie de liberale normen en waarden wil meegeven. Die liberale normen en waarden komen niet altijd overeen met christelijke normen en waarden. De liberale democratie heeft daarom steeds moeite om het onderwijs en de vorming door de christelijke traditie.

Het christendom, en zeker de neocalvinistische traditie, is volgens Smith meer dan de liberale democratie in staat om ruimte te bieden aan andersdenkenden. Het neocalvinisme is ook opgekomen als een beweging die binnen de eenvormigheid van de liberale democratie de eigen stem te laten klinken.

Kritiekloos
Het zwakke punt van het neocalvinisme was, volgens hem, dat men tevreden was als men een plek aan tafel had gekregen. Had men eenmaal een plek aan tafel gekregen, dan liet men het specifieke christelijke geluid achterwege, omdat men teveel onder de indruk was van de seculiere wereld en accepteerde men die kritiekloos. Begonnen als een beweging om het specifiek christelijke geluid te laten horen, eindigde het als een beweging die Christus onbedoeld buiten de politiek hield.

Eigen geluid
Volgens Smith doet de overheid er in een liberale democratie er goed aan om verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen de ruimte geven dat eigen geluid te laten horen. Juist ten dienste van de democratie en de samenleving. Godsdienstige stromingen zijn beter dan het liberalisme in staat om de diversiteit van de multiculturele samenleving recht te doen en zijn beter in staat om tolerantie te waarborgen dan het liberalisme, is de mening van Smith.

De rol van de kerk
De rol van de kerk is om de christenen te vormen voor hun taak in de samenleving. Dat gebeurt onder andere in de eredienst. Die vorming is wel kritisch, omdat in de eredienst de christen belijdt dat Christus Koning is. De christen kijkt uit naar de wederkomst van die Koning. Zolang die Koning nog niet gearriveerd is, is elke samenleving voorlopig en geen enkele regeringsvorm of politiek perfect. Vanuit die relativering van het politieke kan de christen een constructieve bijdrage leveren aan samenleving en politiek.

Correctie van het neocalvinisme
Dat de taak van de kerk is om christenen te vormen ziet Smith als zijn eigen correctie op het neocalvinisme. In de strijd voor de eigen plek in de samenleving vergaten neocalvinisten dat het wezenlijk is hoe de christenen zich in de samenleving gedragen. De kerk is er om christenen te vormen als christenen, met christelijke deugden. Om zo als christen gevormd de plek in te nemen.

James K.A. Smith – Awaiting the King. Reforming Public Theology. Cultural Liturgies 3 (Grand Rapids, Michigan: Baker Academic, 2017).

Als christen toegerust voor een taak in de wereld

Als christen toegerust voor een taak in de wereld
Proefschrift van Marinus de Jong over de visie van Klaas Schilder op kerk & wereld

Hebben christenen nog iets te zoeken in deze samenleving? Of is bijdragen aan de samenleving juist hun opdracht? Voor Klaas Schilder – bekend dan wel berucht van de vrijmaking in 1944, maar ook in vergetelheid geraakt – was dat geen vraag. Zijn visie op kerk, cultuur en maatschappij was onderwerp van promotieonderzoek.

Nederlandse christenen zijn onderdeel van een multireligieuze samenleving: er zijn nog meer religies. Daarnaast is de invloed van het christelijk geloof op de samenleving veel minder groot dan vroeger. Daarom kunnen we ook spreken van een postchristelijke samenleving. 

Dat roept vragen op naar de plek en de rol van de kerk in deze multireligieuze, postchristelijke samenleving: Moet de kerk zich volop inzetten in deze samenleving om zo het christelijk geluid te laten horen of moet de kerk zich juist afzonderen omdat de ontwikkelingen in de samenleving haaks staan op het evangelie? Moeten christenen maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid nemen of brengen ze zich dan in situaties, waarin ze maatregelen moeten nemen die afbreuk doen aan het christelijk geluid in de samenleving?

Marinus de Jong, sinds kort predikant van de gereformeerd-vrijgemaakte Oosterparkkerk in Amsterdam-West, promoveerde op 6 juni aan de Theologische Universiteit Kampen op deze vraagstelling. Hij deed in de afgelopen jaren onderzoek naar de theologie van Klaas Schilder (1890-1952), waarbij hij de visie van Schilder vruchtbaar wilde maken voor het heden.
D8Y-schXoAEfK1-

Dat hij Klaas Schilder als inspiratiebron nam, is verrassend. Zelfs voor iemand die onderzoek deed in Kampen. Want Schilder is een theoloog, die in de vergetelheid is geraakt. Zelfs in Kampen. 

Polemisch
De erfenis van Schilder in de Vrijmaking riep in de afgelopen decennia – zeker na de opening van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt – vooral verlegenheid op, omdat de theologie van Schilder vaak erg polemisch was.

Dat Schilder niet meer gelezen wordt, kan ook te maken hebben met een bepaald beeld van Schilder, dat werd doorgegeven. Dat was een beeld waarin alle spanning was weggehaald, en een beeld dat bepaalde Vrijgemaakten goed uitkwam.

Toen zijn leerlingen en volgelingen artikelen gingen heruitgeven, lieten ze ook wel artikelen weg die niet goed pasten bij het beeld van Schilder dat ze wilden doorgeven.

De Jong gaat achter dat beeld terug en wil laten zien dat Schilder soms moest zoeken naar zijn weg. Dat zijn theologie veel meer spanningen kende dan leerlingen wilden toegeven. Door die spanningen wordt de theologie van Schilder weer boeiender.

Schilder is zijn hele leven bezig geweest met de vraag, hoe de kerk zich moest opstellen in de wereld. Zelf afkomstig uit een arm arbeidersmilieu, ontwikkelde hij zich en klom zelf op tot professor. Voortdurend was hij bezig om in zijn eigen achterban te benadrukken, dat de kerk zich niet afzijdig moest houden van de wereld, maar daar haar plaats moest innemen.
Kaft-K-Schilder
Schilder stelde dat de mens een medewerker van God is en door God wordt gebruikt om Zijn weg in deze wereld te gaan. Voor Schilder was het ‘ambt van alle gelovigen’ van groot belang. Gelovigen waren vrijgekocht uit de zonde en waren nieuwe mensen geworden, die Gods gebod in praktijk konden brengen. Niet alleen de mensen aan de top zoals ambtsdragers en hoogleraren moesten hun bijdrage leveren, maar ook het gewone gemeentelid.

Vanuit de zondagse eredienst – voor Schilder het startpunt van het ambt van alle gelovigen – werden ook de gewone gemeenteleden in staat gesteld om hun bijdrage te leveren in de wereld: op hun werk, in het vrijwilligerswerk, in kunst en cultuur.

Zo’n bijdrage leveren, was volgens Schilder een goddelijk gebod. Wie zich daaraan onttrok, was ongehoorzaam aan Gods gebod. De Jong noemt deze lijn ‘kerk in de breedte’.
the-church-is-the-means-the-world-is-the-end-215x300
Cultuur
In de ogen van Schilder was de aarde niet een voorspel van de hemel (of van de hel), maar had de tijd hier op aarde een eigen waarde voor God. In deze tijd werkt God. Volgens De Jong is het handelen van God in de tijd hier op aarde de belangrijkste kern van Schilders theologie.

Dat handelen van God gaat al terug op de schepping. Bij de schepping van de mens kreeg de mens de opdracht om in de cultuur te werken. In het paradijs was er een eenheid van geloof en cultuur. Bij de zondeval raakte die eenheid versplinterd en koos de gelovige voor geloof en de ongelovige voor cultuur.

Zonder geloof is de cultuur echter onvolledig, hoe indrukwekkend de cultuuruiting ook kunnen zijn. Met de komst van Christus werd de eenheid van cultuur en geloof weer hersteld.

De nieuwe mensen, die door Christus zijn vrijgekocht, geven de cultuur een waarde, die een ongelovige niet kan geven.

Deze visie had wel nadelen. Hervormde theologen als Noordmans en Miskotte zagen deze opvatting leiden tot arrogante christenen, die wel weten hoe het zit. Daarnaast vonden ze dat deze visie te weinig kritisch was op de cultuur en daarmee een wereldgelijkvormigheid in huis haalde.

Noordmans en Miskotte hadden echter geen oog voor de sociale achtergrond van Schilder en zagen niet dat Schilder zijn eigen achterban wilde laten emanciperen.

Ware kerk
Een ander nadeel van deze visie is dat de nieuwe mensheid samenvalt met de concrete kerk. Het is dan een kleine stap om te zeggen dat je eigen kerk de ware kerk is. Schilder heeft dat nooit willen beweren en na de Vrijmaking in 1944 streed hij tevergeefs tegen die duidelijke koppeling die bepaalde Vrijgemaakten wel maakten.

Helemaal ongelijk hadden ze niet, omdat Schilder met zijn koppeling tussen de nieuwe mensheid en de concrete kerk wel die suggestie wekte.

Schilder streed echter niet voor de ware kerk. Hij was realistisch genoeg om te beseffen dat een kerkgenootschap nooit een ware kerk kon zijn, omdat het leven hier op deze aarde per definitie onaf is. Het gaat alleen om de wettige kerk. Daar zette hij zich voor in.

Om die reden polemiseerde hij met de Nederlands Hervormde Kerk, die door het kwijtraken van de binding aan de belijdenis volgens hem geen wettige kerk meer was. Omdat Schilder zich inzette voor een wettige kerk, hield hij zich veel bezig met de belijdenis en met de formele kant van kerkzijn, zoals de kerkorde en de vraag hoeveel pluriformiteit een kerk aankon.

Juist omdat het nadenken over de wettige kerk hem zo bezig hield, raakte het conflict in 1944 – dat uitliep op de Vrijmaking – hem diep. Vanwege meningsverschillen over de leer, die voor de oorlog hoop opliepen, wilde men in de oorlog duidelijke keuzes maken. Om vaart te maken, verlengde de synode de eigen zittingstermijn.

In Schilders ogen verloor de synode daarmee het gezag. Zeker toen de synode keuzes maakten, die tegen zijn visie inging, verzette hij zich tegen deze in zijn ogen niet-rechtsgeldige synode. 

Toen deze synode hem schorste, raakte dat hem persoonlijk diep. Naar zijn idee was hij aangepakt op de kern van zijn theologie. De schorsing door de synode was een traumatische ervaring voor hem.

De gevolgen waren echter paradoxaal. De groep die meegingen in de Vrijmaking begonnen vol bewijsdrang een nieuwe zuil op te bouwen. Soms tegen de zin van Schilder in.

De ‘synodalen’ (in de termen van Schilder: ‘synodocratischen’) bleven verdoofd achter. De Vrijmaking is een van de grote raadsels van de Nederlandse kerkgeschiedenis.

Eigenheid
Voor De Jong is het nadenken over de wettige kerk en het staan op Schrift en belijdenis de kerk in de diepte. In zijn proefschrift wil hij beide lijnen van Schilder combineren: een robuuste kerk die betrokken is op een wereld die op veel punten van haar afwijkt. Daarbij waakt de kerk steeds voor haar eigenheid en laat ze zich niet teveel beïnvloeden door wat de wereld wil.

Tegelijkertijd betekent de eigenheid van de kerk niet een terugtrekken van de wereld. Juist die eigenheid krijgt gestalte in de samenleving. Het publieke karakter van de kerk, haar staan in de wereld, is wezenlijk voor haar geloofwaardigheid.

Een goed proefschrift roept altijd vragen op, die uitdagen om verder op onderzoek te gaan. Een van de vragen die zijn proefschrift oproept, gaat over Schilder zelf. Er gebeurt iets in de jaren ‘30, waardoor de wind die Schilder eerst in de zeilen blies, zich tegen hem keerde en zelfs leidde tot zijn schorsing. Toen A.G. Honig als hoogleraar Dogmatiek aan de Theologische Universiteit Kampen moest worden opgevolgd, was Schilder de gedoodverfde opvolger. Als vanzelfsprekend werd hij het. Tien jaar later werd hij geschorst. Waren de verwachtingen die men had niet uitgekomen? Had hij zijn hand overspeeld?

Een andere vraag gaat over de praktische uitwerking van de kerkvisie die De Jong hier op basis van Schilders theologie neerlegt. De Jong pleit voor een kerk in de breedte en de diepte, een kerk die haar eigenheid bewaakt en tegelijkertijd volop haar rol heeft in de samenleving.

Mij werd alleen niet goed duidelijk hoe De Jong dat voor zich ziet. Bij Schilder – en ik vermoed dat De Jong hem hier volgt – gaat het via de gemeenteleden die op zondag in de kerk geweest zijn en daar aangevuurd zijn om hun taak op te nemen. Dan word ik nieuwsgierig: Wat voor soort kerkdienst is dat? Wat vraagt dat van de liturgie en de preek?

Naast deze vragen wil ik stellen dat De Jong Schilder terecht weer onder het stof vandaan haalt. Ontdaan van alle polemiek is Schilders theologie een waardevolle bijdrage om het gewone, dagelijkse leven als christen serieus te nemen. Dat dagelijks leven is niet alleen gezin of ethiek, maar ook werk, vrijwilligerswerk, kunst en cultuur.

Schilder daagt de gelovige uit om die terreinen niet te mijden. Persoonlijk zou ik iets voorzichtiger zijn met de identificatie van de gelovigen met de nieuwe mensheid, omdat de gevolgen van de zonde niet hier in het aardse bestaan al hersteld worden. Maar ook met die correctie biedt Schilder genoeg uitdaging om de roeping van God in onze samenleving als christen serieus gestalte te geven.

N.a.v. Marinus de Jong, The Church is the Means, the World is the End. The Development of Klaas Schilder’s Thought on the Relationship between the Church and the World (Uitgave: Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Kampen).

Gepubliceerd in Christelijk Weekblad

Richard Mouw houdt de evangelicale beweging in de VS een spiegel voor

Richard Mouw houdt de evangelicale beweging in de VS een spiegel voor

De evangicale wereld in de VS is in crisis. Jongeren, maar ook ouderen, nemen afscheid van deze beweging. Zij kunnen de zeer conservatieve normen en waarden niet meer onderschrijven. Ze breken stuk op het gebrek aan bereidheid om andersdenkenden serieus te nemen. Ook de steun van veel evangelicals voor president Trump is reden om de evangicale beweging vaarwel te zeggen.

De toonaangevende evangelical Richard J. Mouw (*1940) ziet zich, nu vrienden en oud-studenten van hem afscheid nemen van de evangelicale beweging voor de vraag of hij zichzelf nog wel als evangical kan zien. In zijn boek Restless Faith geeft hij aan, dat hij geen afscheid kan nemen, omdat hij met hart en ziel verbonden is aan waar de evangelicale beweging voor stond.
d5df152e20908e75d0017d93f2a154f3_XL
Bovendien heeft hij decennialang studenten opgeleid in de evangelicale wereld- en levensbeschouwing. Wanneer hij afscheid neemt van deze beweging laat hij hen zonder oriëntatie achter. Mouw is er niet gerust op dat evangelicalen trouw blijven aan hun oorspronkelijke uitgangspunten. Zijn boek is niet alleen een verdediging waarom hij zichzelf nog als evangelical ziet, maar ook een herinnering aan wat een evangelical zou moeten zijn.

Bebbingtons kenmerken
Om aan te geven waar een evangelical voor staat, sluit Mouw zich aan bij de historicus David Bebbington, die onderzoek deed naar de evangelicale beweging. Bebbington constateerde 4 bijzonderheden, die kenmerkend zijn voor deze beweging: (1) het geloof in noodzaak van bekering, (2) geloof in het gezag van de Bijbel, (3) een theologie die de kern ziet in Christus die aan het kruis stierf, (4) een actief geloof, dat niet beperkt is tot de zondagse eredienst, maar dagelijkse discipelschap.
68101

Nu zullen christenen uit andere stromingen deze uitgangspunten kunnen onderschrijven. Het kenmerkende van de evangelical is dat hij hier de nadruk op legt. Het is volgens Mouw niet voldoende is om jezelf te beschrijven als ‘gewoon christen’. Elke christen uit een bepaalde stroming heeft kenmerken, die afwijkend zijn ten opzichte van andere stromingen.

Mormonen
Nu voldoet Mouw niet aan het standaardbeeld van de evangelical. Al vroeg in zijn studie ontwikkelt hij een openheid voor andere christelijke stromingen. Hij raakt tijdens zijn studie bevriend met rooms-katholieke en oosters-orthodoxe leeftijdsgenoten. Hij ontdekt dat wat zijn hoogleraren hem vertellen over deze andere stromingen niet kloppen. Daardoor raakt hij overtuigd van de noodzaak om niet over anderen te praten, maar met anderen. Hij veroorzaakt opschudding door bij een toespraak voor Mormomen in Salt Lake City vergeving te vragen voor hoe evangelicalen met Mormonen zijn omgegaan. Als hij ergens gevraagd wordt om een lezing te geven over de dialoog met Mormonen staat hij erop dat er ook Mormonen uitgenodigd worden om met hen de dialoog aan te gaan. Hij geeft ook voorbeelden hoe je als evangelical met moslims in dialoog kunt gaan.

Burgerrechtenbeweging
In de jaren-’60 raakt hij door zijn verzet tegen de Viëtnamoorlog en geïnspireerd door Martin Luther King betrokken bij de burgerrechtenbeweging. Tot dan toe is de evangelicale beweging a-politiek en niet betrokken op de maatschappij. Hij verkeert in progressievere kringen, maar kan zich door een andere geloofsbeleving niet aansluiten. Samen met anderen werken ze aan maatschappelijk engagement onder evangelicalen. Samen met anderen komen ze in 1973 in Chicago bij elkaar en publiceren The Chicago Declaration of Evangelical Social Concerns.

Neocalvinistische traditie
Mouw, die opgroeit binnen de Dutch Reformed traditie ontdekt dat zijn eigen neocalvinistische traditie van Calvijn, A.  Kuyper en H. Bavinck volop nadenkt over de maatschappelijke betrokkenheid van christenen.
Mouw is geen relativist. Hij waardeert het robuuste van het evangelicale geloof, zodat bijvoorbeeld duidelijk is over zonde en genade. (Restless in de titel staat niet voor rusteloos, maar voor robuust, geworteld op een fundament.) Hij is wel leergierig en ziet overal om zich heen uitdaging om als evangelicaal theoloog over na te denken. Zijn calvinistische achtergrond geeft hem in zijn ogen een ontspannen houding naar andersdenkenden: hij kan hen het geloof niet geven en de (neo)calvinisten hebben via de gedachte van de algemene genade oog voor Gods werk onder andersgelovigen.

Geen afgeronde theologie
Hij wil niemand bij voorbaat uitsluiten of afschrijven. Wanneer Rob Bell de evangelicale wereld in beroering brengt door afscheid te nemen van de hel, geeft Mouw aan dat Bell belangrijke vragen stelt. Hij houdt niet van een afgeronde theologie. Zijn eigen theologie heeft iets rommeligs, een openheid voor het mysterie, dat God vaak via verrassende wegen werkt. In de loop van jaren heeft hij geleerd dat de boodschap met oog voor de context waarin mensen leven gebracht moet worden. In dat kader kan hij verrassend positief zijn over de tv-predikant Robert Schuller, die aansluiting wist te vinden vanuit het christelijk geloof met de populaire therapeutische cultuur, die in de jaren-’70 ontstond. Mouw heeft geleerd om door te vragen naar de diepste verlangens van mensen en daar vanuit het christelijk geloof bij aan te sluiten.
download (6)
Geen profetische kritiek
Hoewel Mouw kritisch is op de recente ontwikkelingen binnen de evangelicale beweging, voelt hij niets voor profetische kritiek. Hij vindt dat te vrijblijvend. Liever besteedt hij tijd aan goed onderwijs om studenten een robuuste levensbeschouwing en toch een open, betrokken en nieuwsgierige houding naar andersdenkenden, een houding om kritisch op de eigen ontwikkeling te kunnen reflecteren en met die kritische reflectie een onbevangen houding naar de eigen uitgangspunten en die van anderen te ontwikkelen. Alleen op die manier kan de evangelicale beweging bestand zijn tegen hen, die de beweging willen kapen voor hun conservatieve of politieke belangen. Dan hoeft er ook geen afscheid genomen te worden van de evangelicale beweging, maar kan juist het waardevolle van deze beweging ingezet worden in kerk en maatschappij.

N.a.v. Richard. J. Mouw, Restless Faith. Holding Evangelical Beliefs in a World of Contested Labels (Grand Rapids, Michigan: Brazos Press, 2019).

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op 22 mei 2019

Iedere christen monnik

Iedere christen monnik

Voor veel christenen is het geloof meer dan ’s zondags naar de kerk gaan. Zij vinden dat je als gelovige om in woord en daad je geloof moet uitdragen en vanuit je geloof je moet inzetten voor de kerk en de maatschappij. Deze christenen zeggen dan: iedere christen is ook discipel. Zelf heb ik altijd mijn aarzelingen gehad bij het benadrukken van discipelschap. Naar mijn idee komt de nadruk te liggen op de activiteiten die je doet vanuit je geloof, je inzet voor kerk en maatschappij. Greg Peters vervangt het woord discipel door monnik en stelt dat iedere gelovige een monnik is.
220px-Trappist_praying_2007-08-20_dti
Ik vind dat wel een mooi idee, omdat bij de gedachte dat elke gelovige monnik is de nadruk niet ligt op het doen, maar op het ergens zijn. Als discipel draag je bij aan de samenleving en de kerk, liefst nog om de samenleving te veranderen. Als monnik ben je aanwezig, wortel je je op de plek waar je woont. Meer dan bij het discipelschap gaat het bij het bestaan als monnik erom, dat dagelijks leven en geloof worden geïntegreerd. Daarbij vind ik het mooie dat bij de gedachte dat elke gelovige monnik is ook het contemplatieve, het dagelijks gebed, geduld en volharding wezenlijk onderdeel zijn van het dagelijks bestaan.
51fGCamCAnL._SX331_BO1,204,203,200_
Peters zal de discussie over discipelschap kennen. Hij groeide op als baptist, maar ging over naar de Episcopale (Anglicaanse) kerk en is nu hoofddocent Middeleeuwse en Spirituele theologie aan de Biola Universiteit (Californië). Met zijn boek
The Monkhood of All Believers wil hij het waardevolle van monastieke leven als protestant doordenken. Voor Peters is het monastieke leven niet een uitzondering op hoe christenen leven, maar juist een manier van leven dat laat zien hoe de roeping als christen in het dagelijks leven gestalte krijgt en hoe geloof en dagelijks leven geen twee aparte werelden zijn, maar één zijn.

Eén gerichtheid
Bij de gedachte dat iedere gelovige monnik is, zal de eerste vraag zijn: moet iedere gelovige dan celibatair leven? Volgens Peters is het celibataire leven niet kenmerkend voor het bestaan als monnik. Kenmerkend voor het bestaan als monnik is dat het hart helemaal gericht is op God. Het hart is één in deze gerichtheid op God en is niet verdeeld door ook uit te gaan naar de wereld. Monnik komt van monachos. Met dat woord wordt niet het eenzame bestaan uitgedrukt, maar die ene gerichtheid van het hart op God.
9144508-large
Men kan daarbij denken aan de eerste gemeenten die één van hart zijn (Handelingen 4:32). Of aan de Bergrede waarin Christus aangeeft, dat een volgeling van Hem volmaakt moet zijn (Mattheüs 5:48). Dat volmaakte van het hart heeft ook te maken met die éne gerichtheid op God. In beide teksten komt het woord
monachos niet voor, maar zijn wel van belang om te begrijpen waar het in het monastieke leven om gaat. Vanaf het ontstaan van de kerk hebben gelovigen gestreefd om die volmaaktheid en die éne gerichtheid in praktijk te brengen. Daarvoor zonderden ze zich geregeld af en trokken ze zich terug.

Oefenen
Voor Peters is het van belang dat wat voor een monnik geldt ook voor een gelovige geldt. Ook een gelovige heeft dagelijks te bidden, de Bijbel te overdenken en zich te oefenen in die éne gerichtheid van het hart, te streven naar een heilig leven en te strijden tegen verleidingen, die de wereld biedt. Als er een verschil valt aan te geven, zou je kunnen denken aan de vormen van het geloof, zoals dagelijks gebed, waardoor het geloofsleven van een monnik meer gestructureerd is dan van een ‘gewone’ gelovige.

Structuur
Juist in dat meer structuur hebben zit de waarde van het bestaan als monnik voor gewone gelovigen. Ik merk bij mijzelf en bij mijn generatie dat geloof en dagelijks leven twee werelden dreigen te worden, omdat het dagelijks leven zoveel vraagt dat je aan het structureel onderhouden van je band met God niet toekomt. Er is wel een verlangen om meer uit het geloof te leven, maar in de praktijk verzandt het. Juist in dat meer structuur hebben zit de waarde van het bestaan als monnik voor gewone gelovigen.
download (3)
Streven naar een heilig leven
In de loop van de traditie hebben monniken zelf ook veel nagedacht over hun manier van leven. Soms komen ze erop uit dat hun manier van leven superieur is aan dat van ‘gewone’ gelovigen. In veel gevallen vinden zij echter dat het leven als monnik niet hoogstaander is, maar een van de vormen om christen te zijn naast andere vormen. De monnik levert alleen een voorbeeld voor andere gelovigen, hoe zij in hun eigen bestaan kunnen streven naar een heilig leven.

images (2)
Paul Endokimov

Endokimov
Peters sluit aan bij Paul Evdokimov (1901-1970), een Russisch-orthodoxe theoloog, die na de Russische revolutie naar Frankrijk vluchtte en daar in een nieuwe context moest nadenken over de waarde van zijn eigen traditie. Hij sprak over ‘het verinnerlijkte monnikendom’: de uiterlijke kenmerken van een monnik zijn niet het wezen van het monnikendom, maar hoe je innerlijk op God bent afgestemd. De drie monastieke geloften zijn in zijn ogen na te leven door elke gelovige: de gelofte van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Evdokimov was van mening dat deze geloften bevrijdend werkten. Zijn gedachten werden opgepikt door Alexander Schmemann (1921-1983), die in de Amerikaanse context de waarde van de Russisch-orthodoxe traditie moest doordenken.
Alexander_Schmemann
Alexander Schemann

Richtlijnen
In alle hoofdstromen van het christendom is er een monastiek leven ontwikkeld. In al die vormen komt met uit op een ascetisch leven. In een ascetisch leven gaat het niet om de regels, maar gaat het allereerst om leven in de werkelijkheid van Christus. De richtlijnen voor het ascetische leven moeten daar dienstbaar aan zijn. De richtlijnen en praktijken mogen voor ‘gewone’ gelovige anders zijn, de roeping is hetzelfde: leven in de werkelijkheid van Christus, tot eer van God en in dienst van de naaste. Dat leven in de werkelijkheid en volgens die roeping wordt gevoed door het voortdurend gebed, dat geïntegreerd is in het dagelijks bestaan.

N.a.v. Greg Peters, The Monkhood of All Believers. The Monastic Foundation of Christian Spirituality (Grand Rapids, Michigan: Baker Academic, 2018).

Gepubliceerd in CW Opinie van 3 mei 2019

Lezen van literatuur vormt je karakter

Lezen van literatuur vormt je karakter

Een van de vragen waar ik als predikant steeds mee bezig ben is welk effect het evangelie heeft op mijn eigen karakter en op dat van gemeenteleden. Met name tijdens de voorbereiding van de preek en van de catechisaties houdt die vraag me bezig. Welk moreel appèl doet het evangelie op ons karakter? Welke bijdrage kan ik als predikant vanuit het evangelie daaraan leveren?

Prior_OnReadingWell_3D-1
Deugdzaam leven
Daarom was ik benieuwd naar het boek On Reading Well van Karen Swallow Prior. Zij is hoogleraar Engels aan de Liberty University, een Amerikaanse christelijke universiteit. In On Reading Well laat Prior zien hoe het lezen van literatuur kan helpen een deugdzaam leven te vinden. Ze behandelt twaalf christelijke deugden aan de hand van een roman of een kort verhaal, waarin zo’n deugd wordt uitgetekend. Of juist een hoofdzonde als het tegenovergestelde van de christelijke deugd.
webRNS-Prior-Profile8-082018-1-990x556

Karaktervorming
In haar boek stelt Prior dat het lezen van literatuur goed is voor onze karaktervorming en morele ontwikkeling. Romans, verhalen en toneelstukken kennen een plot, waarin het karakter van de hoofdpersoon wordt onthuld. Als lezer volgen we een hoofdpersoon op de voet en zien van nabij wat hem of haar overkomt en wat hij of zij doet. Door de hoofdpersoon op de voet te volgen, krijgt de lezer inzicht in de afwegingen en keuzes die iemand maakt. Omdat niet elke keuze of beweegreden integer is, doet de lezer kennis op van goed en van kwaad. Deze inzichten in goed en kwaad kunnen de lezer helpen om zelf tot de juiste morele beslissingen te komen. Dat vraagt van de lezer een beoordeling. Prior laat zien dat literatuur vaak om morele beoordelingen van de lezer vraagt.
download
In het hoofdstuk over wijsheid behandelt Prior
De geschiedenis van Tom Jones (1749) van Henry Fielding, waarbij er een verteller die de morele beoordeling expliciet aan de lezer meldt. In De grote Gatsby van F. Scott Fitzgerald (in het hoofdstuk over matigheid) en in Stilte van Shusako Endo (in het hoofdstuk over geloof) gebeurt de beoordeling op een impliciete manier doordat een figuur over de hoofdpersoon vertelt.

Wijsheid
De eerste deugd die besproken wordt is wijsheid. Wijsheid is volgens Prior het hart van het morele karakter. Wijsheid is als een wagenmenner die iemand aanstuurt. Wijsheid is geen deugd die in een ivoren toren wordt ontwikkeld, maar in de praktijk tot uitdrukking komt door te kiezen voor het goede en het kwade te vermijden.
Beautiful young brunette with blue eyes reading a book,sitting in a park
Wijsheid is daarom moraliteit die in praktijk wordt gebracht. Wijsheid heeft te maken met vooruitkijken. Je ziet wat er op je afkomt en wat daarbij van je gevraagd wordt om de juiste keuze te maken en het kwade uit de weg te kunnen gaan. Daarbij is niet alleen het einddoel van belang, maar ook de manier waarop het nastrevenswaardige doel wordt behaald. Een wijs persoon zal nooit zeggen dat het doel alle middelen heiligt. Het tegenovergestelde van wijsheid is daarom sluwheid. Een sluw persoon weet zijn doel te bereiken via een weg van kwade handelingen of kwade intenties.

Gemeenschappelijk gebeuren
Wat mij opviel bij het lezen over de deugden is dat het kunnen ontwikkelen van een deugd een gemeenschappelijk gebeuren is, maar dat het kiezen voor een verkeerde weg vaak een individueel streven is met publieke gevolgen. Neem gerechtigheid, een deugd die het beste in praktijk gebracht kan worden als de gehele gemeenschap vanuit gerechtigheid denkt en handelt. Een onrechtmatige daad heeft altijd publieke gevolgen. Al is die onrechtmatige daad in kleine kring uitgevoerd. Prior laat dat zien aan de hand van Twee steden van Charles Dickens, waarin de Franse Revolutie, die ontstaat uit het streven naar gerechtigheid ontaardt in een spiraal van geweld en daarbij ook weer onrecht begaan wordt.

9780451531315

Kuisheid
Ook de deugd van de kuisheid is een deugd die een appèl doet op een hele samenleving. Volgens Prior is er in deze tijd een verkeerd beeld van kuisheid. Bij kuisheid gaat het niet om uit de weg gaan van seksuele verleiding, maar juist toewijding aan de ander die aan je gegeven is. De roman die aan de orde komt is Ethan Frome (1911) van Edith Wharton. De hoofdpersoon Ethan Frome, getrouwd met Zeena, knoopt een relatie aan met Mattie. Aan zijn vreemdgaan ligt niet de ontmoeting met Mattie ten grondslag, maar het eerder al niet meer zien van Zeena en van het goede dat zijn vrouw in zijn leven brengt. Had Ethan zijn vrouw niet verwaarloosd, had zijn relatie met haar veel beter kunnen zijn. Kuisheid als gerichtheid op de ander is een voorwaarde om liefde te kunnen laten bloeien.

9200000005454557
Endo
Indrukwekkend is het hoofdstuk over geloof, waarin Stilte (1966) van Shusaku Endo aan de orde komt. Stilte gaat over de trotse Jezuïet Rodrigues die in Japan aankomt tijdens de vervolgingen van christenen. Hij kan het leven van christenen redden door het beeld van Christus te vertrappen. De vraag die het boek oproept is: betekent dat vertrappen van Christus het einde van zijn geloof of juist het begin van een geloof zoals Rodrigues nog nooit heeft gehad? Prior waarschuwt ervoor om Endo niet teveel vanuit de eigen dogmatiek te lezen. De roman houdt de lezer een spiegel voor: geloof is geen menselijke prestatie. Geloof is een deugd omdat we daarin kunnen uitblinken in onze afhankelijkheid van God.

img_1770

McCarthy
Inzichtgevend was ook het hoofdstuk over hoop. Deze deugd laat zien dat we onderweg zijn naar een betere toekomst. Volgens Prior is het onderweg-zijn van mensen een eeuwenoud literair motief. In dit hoofdstuk bespreekt ze De weg (2006) van Cormac McCarthy. Hoop is een belangrijke deugd, omdat hoop een realistische kijk op de wereld veronderstelt. Wanhoop is een hoofdzonde, omdat het geen realistische kijk op de wereld heeft en daardoor aanzet tot verkeerd handelen.

N.a.v. Karen Swallow Prior, On Reading Well. Finding the Good Life through Great Books (Grand Rapids: Brazos Press, 2018).

Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad

Eugene Peterson was pastor voor predikanten

Eugene Peterson was pastor voor predikanten

Op 22 oktober overleed Eugene H. Peterson. Hij werd 85 jaar. Met zijn boeken, lezingen en interviews wordt Peterson gezien als een pastor voor predikanten. Van zijn boeken zijn alleen de eerste boeken vertaald, zoals
Een zaak van lange adem, Dragende delen en Onder de wonderboom. Met een Nederlandse vertaling van zijn eigen Bijbelvertaling The Message is men bezig.

peterson-square

Peterson was 26 jaar lang predikant van dezelfde gemeente: de Christ Our King Church in Bel Air (Maryland). Hij stichtte deze gemeente namens de Presbyteriaanse Kerk (PCUSA). Daarna werd hij hoogleraar Spirituele Theologie aan het Regent College in Vancouver. Hij publiceerde meer dan 30 boeken op het gebied van spiritualiteit. Het was vanwege zijn spirituele theologie, die hij in zijn boeken verwoordde, dat hij een pastor voor predikanten werd. Zijn boeken hielpen predikanten om spiritualiteit als het belangrijkste onderdeel van hun predikantschap te zien.

Spiritualiteit
Voor Peterson zijn spiritualiteit en theologie niet van elkaar los te maken. Spiritualiteit kan niet zonder theologie en theologie is alle onderdelen spiritualiteit. Spiritualiteit is voor Peterson leven met de levende God. Hij signaleerde dat spiritualiteit een modewoord was, maar dan wel een hele vage, elitaire invulling kreeg. Spiritualiteit had voor Peterson te maken met Jezus, die God-in-ons-midden is. Door Jezus is de spiritualiteit heel alledaags en concreet. Spiritualiteit heeft te maken met bidden, lezen in de Bijbel, werken, relaties binnen het gezin en vriendschap. Spiritualiteit is voor hem niets anders dan christelijk leven, een leven tot eer van God.

Kwijtgeraakt
Tijdens zijn predikantschap merkte Peterson dat de Amerikaanse kerk de alledaagse, door Jezus gevormde en op de levende God gerichte spiritualiteit was kwijtgeraakt. Zijn gemeenteleden waren meer Amerikaan dan christen, meer consument dan discipel. Christenen en kerk waren onderdeel van een consumptiemaatschappij, waarin alles snel voorhanden is en verlangens en behoeften direct bevredigd konden worden. Peterson begon daar discipelschap tegenover te stellen. Discipelschap was een zaak van lange adem: een moeizame weg van gehoorzaamheid die om volharding vraagt. God is niet ons idee of ons project.

1001004001376993
Afgoderij
Wanneer we de levende God vervangen door ons idee of ons project vervallen we in afgoderij, een verleiding die volgens Peterson de kerk voortdurend bedreigt. Snelle doelen kunnen in het geloof niet worden gehaald. Elke kleine stap die je zet is al een aankomst. Predikanten hield hij voor zich niet te laten imponeren door de megakerken, die vaak de media halen. Zulke megakerken zijn volgens hem bij uitstek gevoelig voor afgoderij en de consumptiementaliteit, die het moeilijk maakt om discipel te zijn. Predikanten doen er beter aan om trouw te zijn aan de lokale gemeenschap en daar in kleine kring het evangelie te leven, trouw en volhardend, puttend uit de Bijbel en steeds weer in gebed, in vertrouwen op God die werkt. De predikant leeft het evangelie van de opgestane Heer. Predikantschap heeft met de ziel te maken. Het woord ziel is uit de gratie geraakt en werd een term die alleen maar binnen geestelijke kring werd gehanteerd. Ziel was vervangen door zelf en dat onthult veel over de maatschappij waarin we leven. Wanneer we over ziel spreken, heeft onze identiteit met de levende God te maken. Wanneer we het hebben over zelf, is onze identiteit ik-gericht.
Peterson was zelf predikant geweest en kende de eenzaamheid en de verleidingen van het predikantschap. Na 6 jaar in zijn gemeente gestaan te hebben, raakte hij in een crisis. In die crisis kwam hij niet bij modellen en methoden uit, maar bij de traditie van de kerk. Vanaf die tijd wilde hij de rijke spirituele traditie doorgeven. Om zijn gemeente te helpen meer discipel dan Amerikaan te worden, vertaalde hij de brief van Paulus op een eigentijdse manier. Uit deze Galatenvertaling groeide een hele Bijbelvertaling: The Message.

Interview met Eugene H. Peterson over de vraag waarom hij The Message vertaalde

In een van de levensbeschrijvingen die ik las in de afgelopen dagen wordt Peterson beschreven als een protestantse monnik. Hij had ook iets wereldvreemds. Nadat hem gemeld werd, dat Bono van U2 met hem in contact wilde komen, vroeg hij verbaasd wie dat was. Toen zijn vertaling The Message miljoenen keren verkocht werd, vroeg hij een vriend wat hij eigenlijk met het geld moest doen dat hij met de verkoop verdiende.

Verwondering
Als predikant hield hij de maandag vrij. Dan hield hij zijn sabbat, omdat hij door te preken op zondag niet aan rust toe kwam. Dan trok hij er samen met zijn vrouw op uit. Eerst lazen ze iets uit de Bijbel, dan wandelden ze een hele tijd. Na afloop noteerden ze iets in hun dagboek. Maar meer dan wat ze onderweg gezien hadden aan vogels en planten was het niet. Peterson was ook dichter en schreef zelf gedichten. Steeds weer komt in zijn boeken de verwondering over God die overal terug te vinden is naar voren. In zijn boeken leert hij zijn lezers om oog te krijgen voor Gods werk in onze nabije omgeving. Peterson was ook lezer. Hij vond het als predikant van belang om grote literaire werken te lezen. In zijn agenda noteerde hij twee keer per week een blok van twee uur voor een gesprek met FD. Dan las hij Fjodor Dostowjeski om zijn gemeenteleden beter te begrijpen.

Eugene-Peterson-04

Gesprek
Gesprek is een kernwoord in Petersons spiritualiteit. Zijn boeken waarin hij zijn spirituele theologie uiteenzette noemde hij conversaties in spirituele theologie. Hij benadrukte dat gesprekken de alledaagse vorm is waarmee Jezus optrad. In zijn boeken benadrukt hij dat in een cultuur waarin het geloof niet meer bekend is, gesprekken over God, geloof, ziel minstens net zo belangrijk zijn als preken en onderwijs. Net zoals Jezus in Samaria (Lukas hoofdstuk 9-19) vooral gelijkenissen vertelde en gesprekken aanging. De boeken van Peterson zijn vaak met een twinkeling geschreven, hoopvol van toon en vol mooie anekdotes. Zijn werk blijft de komende tijd de moeite waard.

Gepubliceerd op 31 oktober 2018 in het Friesch Dagblad

Andere blogs over Peterson:
– Over zijn memoires ThePastor: blog over The Pastor
– Over Tell it Slant (deel 1): Tell it Slant deel 1
– Over Tell it Slant (deel 2): Tell it Slant deel 2
– Over Run with the Horses (Jeremia): Run with the Horses
– Over Een zaak van lange ademEen zaak van lange adem