Luther – zijn leven, zijn werk (recensie)

Luther – zijn leven, zijn werk (recensie)

Het is markant beeld: de monnik Maarten Luther die een vel papier op de deur van de Slotkapel van Wittenberg met een hamer vastspijkert, waarmee hij de startsein geeft voor een vernieuwing van de kerk. Geen wonder dat 31 oktober internationaal wordt gebruikt om 500 jaar Reformatie te vieren. Maar wie was die Luther? Waarom kwam hij in verzet en stond juist hij aan het begin van vernieuwing van de kerk?

In de afgelopen eeuwen is Luther heel wat keren herdacht als held van de Duitse nationale geschiedenis of de protestantse kerkgeschiedenis, zonder dat helder was wat de inhoud van zijn boodschap was. Bij deze Reformatieherdenking zijn er gelukkig heel wat publicaties, die de levensweg en de inhoud van deze reformator bekendheid willen geven.
9789043528054-luther-zijn-leven-zijn-werk-m-LQ-f
Een van die publicaties is het boek Luther, zijn leven, zijn werk onder redactie van Sabine Hiebsch en Martin L. van Wijngaarden (zie: hier). Het gaat om een derde druk van een boek dat al in 2007 verscheen en dat vanwege het Reformatiejubileum geactualiseerd is. Het doel van dit boek is om de erfenis van Luther door te geven. Om Luther voor een breed publiek toegankelijk te maken is er gekozen voor een heldere opzet: het lopende verhaal is de biografie van Luther. Tussendoor worden in kleine hoofdstukjes belangrijke thema’s uit Luthers leven en theologie uitgelegd.

Luther werd op 10 november 1483 geboren als Martin Luder, zoon van Hans Luder die via de kopermijnen maatschappelijk promotie had gemaakt. Zijn zoon Martin mocht studeren om maatschappelijk nog meer vooruit te komen. Deze plannen van vader Luder gaan niet door als Martin op 2 juli 1505 op reis naar zijn ouders wordt overvallen door onweer.

Het is niet duidelijk waarom hij die reis ondernam. Het zou kunnen dat hij zijn studie met zijn vader wilde bespreken of dat zijn vader hem gevraagd had om thuis te komen om huwelijksplannen te bespreken.

Als hij vlakbij het dorpje Stotternheim door heftig onweer wordt overvallen door heftig onweer, roept hij de heilige Anna aan en legt de gelofte af dat hij als hij het er levend van afbrengt monnik zal worden. Een jaar eerder overleefde Martin een levensbedreigende beenwond. Hij legde toen geen gelofte af. Zijn vader reageert fel op de voorgenomen wijziging van studie.

Op 17 juli doet hij intrede bij de augustijneremieten in Erfurt,  een kloosterorde waarin armoede, kuisheid en gehoorzaamheid een centrale rol speelde. Tijdens zijn rechtenstudie was hij al bezig met de vraag naar een genadige God. Door een strenge, ascetische levenswijze, waarbij zelfkastijding ook een rol speelde, probeerde hij Gods genade te ontvangen en daarmee rust voor zijn ziel en geweten. Hij liep daarin echter steeds meer vast. Daardoor konden zijn biechten steeds langer duren en konden uren in beslag nemen.

Tijdens zijn studie in Erfurt komt hij in aanraking met het nominalisme. Dit nomalisme is een vrij recente ontwikkeling in de Middeleeuwse theologie en werd daarom via moderna (de moderne weg) genoemd. Uitgangspunt van het nominalisme was algemene begrippen, die aan voorwerpen of (groepen) mensen toegeschreven niet zozeer werkelijk bestaande objecten waren, maar namen (nomina) die door mensen voor deze begrippen zijn bedacht.

Het effect van het nominalisme was dat mensen als zelfstandige individuen werden gezien in plaats van onderdeel van de ‘categorie mens’. Het nominalisme was bovendien van mening dat de werkelijkheid niet gekend kan worden zonder het verstand, de ervaring en de geest van degene die de werkelijkheid tracht te doorgronden. Het nominalisme was een stroming die ruimte bood aan nieuwe, revolutionaire ideeën. Deze ideeën moesten niet worden aangepast aan wat reeds bekend is. Voor het ontstaan van de Reformatie is het van grote betekenis geweest dat Luther in deze traditie werd onderwezen.

Zijn eigen ervaring dat hij geen genade van God kon krijgen door zichzelf hard aan te pakken was een van de factoren die leidde tot Luthers ontdekking dat deze genade niet verdiend wordt, maar door God geschonken wordt. Deze ontdekking doet Luther op tijdens de voorbereidingen van colleges over de Psalmen, de brief aan de Romeinen en de Hebreeënbrief.

Als in dezelfde tijd Tetzel op pad gaat om aflaten, die dienen vrijspraak in het oordeel van God te verkrijgen, te verkopen komt Luther in geweer. Hij vindt dat een misstand in de kerk, omdat op deze manier mensen God uit de weg gaan en geen echte boetedoening afleggen en daarmee ook niet de genade ontvangen. Hij verwoordt zijn bezwaren in 95 stellingen.

In het boek wordt wel betwijfeld of Luther daadwerkelijk deze stellingen heeft vastgespijkerd op de deur van de Slotkapel. De stellingen waren namelijk in het Latijn, bedoeld voor wetenschappelijke disputatie. Op 31 oktober 1517 verstuurt hij ze wel naar de bisschop van het gebied waarin Tetzel actief is. In deze brief gebruikt hij voor het eerst zijn nieuwe naam Luther, afgeleid van het Griekse Eleutherus (‘de bevrijdde’). Deze stellingen verspreiden zich snel, maar echt invloedrijk is pas zijn Preek over de aflaat en genade die hij een jaar later in het Duits publiceert.

Luthers intentie was niet om een nieuwe kerk te stichten, maar om de kerk te vernieuwen. Luther moet zijn theologie steeds verder blijven ontwikkelen, want radicale stromingen vinden dat hij niet ver genoeg gaat en boeren zien in Luthers optreden een legitimatie om in opstand te komen.

In het boek komen de belangrijkste thema’s uit Luthers werk op een begrijpende wijze aan de orde, zoals waarom het kruis van Christus zo belangrijk voor hem was, zijn visie op wet en evangelie, zijn visie op het avondmaal, op de praktijk van de gemeente, enzovoort.

Het boek is extra bijzonder door de vele afbeeldingen die opgenomen zijn, waarmee we een indruk krijgen van de betekenis van Luther door de eeuwen heen. Daarbij is ook veel materiaal in Nederland opgenomen. Naar mijn idee zijn de auteurs van dit boek erin geslaagd om de persoon en de betekenis van Luther op een begrijpelijke wijze te schetsen.

N.a.v. Sabine Hiebsch (tekstredactie), Martin L. van Wijngaarden (beeldredactie), Luther, zijn leven, zijn werk (Utrecht: Uitgeverij Kok, 2017)

Advertenties

Handboek missionair jongerenwerk (recensie)

Handboek missionair jongerenwerk (recensie)

In de laatste tijd zijn alle grote kerkverbanden in Europa zich bewust geworden van de missionaire uitdaging. Van degenen die de kerken zouden willen bereiken met is de bij de jongeren de uitdaging misschien wel het grootst. Alle onderzoeken geven aan dat de meeste jongeren vandaag de dag thuis of op school niets van het geloof meekrijgen. Op welke manier kunnen de kerken hen toch bereiken? Wat hebben de kerken jongeren, die niet of nauwelijks een godsdienstige achtergrond hebben, te bieden?

Om op die vragen een antwoord te kunnen bieden, is er in Duitsland een serie opgestart. Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit. De eerste twee delen van deze serie zijn verschenen. Het eerste deel is een Handboek missionair jongerenwerk; in het tweede deel worden concepten en bijbehorende werkvormen uitgewerkt.

978-3-7615-6286-4

Persoonlijke geloofskeuze
Missionair jongerenwerk bestaat al vanaf de 19e eeuw, toen verschillende organisaties jongeren die van de kerk vervreemd waren probeerden te bereiken. Vaak waren het organisaties uit piëtistische hoek, waar de nadruk op een persoonlijke geloofskeuze voor Christus lag. Deze stroming heeft een theologische insteek en neemt het vertrekpunt in de zendingsopdracht die Jezus aan zijn discipelen gaf.

Maatschappelijk geëngageerd
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde zich een nieuwe stroming. De jongeren die waren opgegroeid in het nazi-Duitsland moesten zich ontwikkelen tot vrije burgers, die van harte de democratische waarden konden onderschrijven. Deze meer maatschappelijk geëngageerde stroming heeft een meer sociaalpedagogische insteek: jongeren helpen bij hun ontwikkeling naar zelfstandige, mondige volwassenen.

Meerdere perspectieven
In het handboek worden beide stromingen samengebracht: missionair jeugdwerk is er op gericht om de jongeren te begeleiden tot worden van een zelfstandige, volwassen persoon, die vertrouwd geraakt  is met het christelijk geloof en mogelijk zelf ook leeft uit het geloof in Jezus Christus. Dit handboek beperkt zich niet tot één christelijke stroming, maar wil van betekenis zijn voor zowel het protestantse als het katholieke en het evangelische missionaire jeugdwerk.

Functies van de kerk
In het handboek wordt van het bijbelse spreken over zending en van de recente ontwikkelingen uitgewerkt wat dit betekent voor het missionair jeugdwerk. De eindredacteuren van het handboek zetten zelf wat lijnen uit. Zij gaan uit van 5 functies van de kerk: martyria (verkondiging), leiturgia (eredienst, vieren), koinonia (gemeenschap), diakonia (dienstverlening) en paideia (onderwijs, vorming en toerusting). Niet in elke vorm hoeft alle functies te hebben. Wel is het goed om aan de hand van deze functies te kijken of er niet iets over het hoofd gezien wordt.

Ontwikkeling
Geloven gebeurt vaak niet van de een op de andere dag. Pedagoge Martina Walter werkt uit met elke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden op persoonlijk vlak en op geloofsgebied bij een jongere. Walter werkt dat uit aan de hand van de fasen die Erikson en James W. Fowler reconstrueren.

Contact
Contact krijgen met deze doelgroep is ook niet altijd makkelijk. Nathanael Volke gaat in op de missionaire uitdaging van social media. Soms hebben kerken nog wel contact. De bekende godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer roept op ook de kerken die nog catechese hebben de catechese te zien als missionaire kans. Daniela Mailänder vraagt om de jongeren niet uit het oog te verliezen als ze volwassen geworden zijn.

Te druk
Een andere belemmering is het toenemende gebrek aan tijd bij jongeren. Kon het missionair jeugdwerk voorheen nog gebruik maken van de vrije tijd van jongeren, nu moet er geconcurreerd worden met een bijbaantje en activiteiten van school en sportclub die ook steeds meer in de vrije tijd wordt georganiseerd. Ook het vinden van leiding is lastiger geworden door de afname van vrije tijd. Dat vraagt om flexibele structuren en goede afstemming met andere verenigingen die ook voor deze doelgroep werken. Uitgewerkt wordt hoe men met scholen kan afstemmen of samenwerken.

Verschil in sociale milieus
Jongeren hebben niet allemaal dezelfde achtergrond. Dé jongerencultuur bestaat niet. In het missionaire werk wordt tegenwoordig rekening gehouden met verschillende sociale milieus. Heinzpeter Hempelmann werkt uit op welke manier het missionair jeugdwerk kan afstemmen op de verschillende milieus. Ernst-Ulrich Huster laat zien op welke manier er rekening gehouden kan worden met armoede. Sarah Koyyuru gaat in op missionair jeugdwerk met jongeren met een migrantenachtergrond. Karsten Jung laat de spanningen en de mogelijkheden zien van missionair jeugdwerk met jongeren die tot een andere godsdienst behoren.

Inhoud
Missionair werk is niet zonder inhoud. Daarom laat Jörg Kresse zien welke cursussen er voor jongeren zijn om hen met het geloof vertrouwd te maken. Steffen Kaupp gaat in op wat er nodig is om jongerendiensten een missionaire uitstraling te geven: voordat je een dienst organiseert moet je eerst de jongeren in beeld hebben. De missionaire kracht van een dienst neemt toe als je in vorm en inhoud kunt afstemmen op wat jongeren bezig houdt. Hoe meer ze wat er gezegd wordt in hun dagelijks leven herkennen en hoe meer de boodschap hen in hun dagelijks leven iets te zeggen heeft, des te zinvoller wordt zo’n dienst. Geloofsthema’s zeggen meer als ze verbonden worden met zingevingsthema’s. Deze zingevingsthema’s moeten niet als opstapje worden gebruikt om het alsnog over geloof te hebben, maar zinvol met elkaar verbonden worden.

978-3-7615-6395-3

Concepten en werkvormen
In het tweede deel worden concepten uiteengezet, die recent binnen de godsdienstpedagogiek zijn ontstaan, zoals jongerentheologie, creatieve bijbeldidactiek, biblioloog, Godly Play, performatieve godsdienstdidactiek, e.a.Daarbij worden werkvormen gegeven, waarbij heel concreet wordt uitgewerkt wat er nodig is om voor te bereiden, hoeveel tijd het kost en op welke manier zo’n vorm ingezet kan worden.

Conclusie
De beide boeken zijn een waardevolle bijdrage aan het missionaire debat. Ze bevatten genoeg uitdagingen, inzichten en praktische uitwerkingen  die ook in Nederland ingezet kunnen worden.

N.a.v. Florian Karcher / Gerco Zimmermann (Hg.), Handbuch missionarische Jugendarbeit (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2016).
Florian Kracher / Petra Freudenberger-Lötz / Gerco Zimmermann (Hg.), Selbst glauben. 50 religionspädagogische Methoden und Konzepte für Gemeinde, Jugendarbeit und Schule
(Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2017).

Een volwaardige plek voor het Oude Testament in de christelijke eredienst

Een volwaardige plek voor het Oude Testament in de christelijke eredienst

In de kerk moet het Oude Testament volop klinken. Daardoor wordt elke kerkdienst weer duidelijk dat God de God van Israël is. En daarvan mag de christelijke gemeente zich wel wat meer bewust zijn, schrijft Jürgen Ebach

Heeft het Oude Testament een minderwaardige plaats in het christelijk geloof? Nee! is het stellige antwoord van Jürgen Ebach, die tot 2010 hoogleraar Oude Testament aan de universiteit van Bochum was. In de christelijke eredienst komt het Oude Testament volop tot klinken. Daardoor wordt het elke kerkdienst weer duidelijk dat God de God van Israël is. Daar mag de christelijke gemeente zich wel meer bewust van zijn, vindt Ebach.

csm_DEKT_Juergen_Ebach_wide_90073f50b9

Concrete eredienst
In zijn boek gaat hij de zondagse liturgie stap voor stap door vanuit de vraag: waar en hoe klinkt het Oude Testament in de concrete eredienst? Haast elke stap en elke formulering in de eredienst is te herleiden op of te verdiepen vanuit het Oude Testament. Een belangrijke vraag daarbij is: hoe kunnen we in de christelijke eredienst woorden en zinsneden uit het Oude Testament opnemen, zonder daarbij het Oude Testament van Israël af te pakken? Het gaat hem er vooral om verdieping door inzicht, dat het Oude Testament zoveel betekent voor de concrete eredienst.

Vragen
Dat doet hij steeds weer door vragen te stellen, bij de antwoorden die christenen geven. Dat is de theologische stijl die hem kenmerkt. Deze stijl van steeds weer vragen stellen heeft hij geleerd in het gesprek met Israël.

62061103

Waar woont God?
Ebach start zijn uiteenzetting met het kerkgebouw. Hij doet dat vanuit de vraag: waar woont God? Kun je zeggen dat er ruimten zijn waarin God dichter bij ons is en ook ruimten waar Hij verder is? Hij wijst erop, dat er in het Oude Testament verschillende stemmen zijn, die naast elkaar klinken en die niet geharmoniseerd moeten worden.

Er is een tempel waar het volk een cultus heeft om God te eren. Die tempel is echter te klein om God te kunnen bevatten, want als de hemelen al te klein zijn om God te kunnen bevatten, is een aards gebouw dat zeker. Het volk heeft wel een plek nodig om God te kunnen dienen, om te weten dat God in hun midden is. Het kerkgebouw is er voor de gemeente, om een plek te hebben bij God te komen.

Als de gemeente bij elkaar is in de naam van de Heer dan betreedt ze de ruimte van Gods zegen en bescherming. Het is kenmerkend voor de God van Israël dat Hij zowel in de hemel woont als op de laagste plaatsen, bij de minsten op aarde. God is benaderbaar, maar Hij wordt geen bezit. Zelfs niet van Israël.

Genderneutraal
Ebach spreekt niet zomaar over Hij als het gaat om God, maar wisselt tussen Hij en Zij. Ebach streeft naar een genderneutraal spreken over God. Hij is ook betrokken geweest bij de Bibel in gerechter sprache. God is niet mannelijk of vrouwelijk en in het Oude Testament zijn er ook vrouwelijke beelden van God, zoals God die als een hen is, die de kuikens verzamelt. Daarom is God meer dan een vader. Aan het begin van een kerkdienst kan volgens Ebach beter klinken: Wij vieren deze eredienst in de naam van God, die voor ons Vader en moeder is. Dat is voor Ebach geen meewaaien met genderneutrale winden, maar een gevolg van nauwkeurig luisteren naar de Schrift.

Naam
Op de weergave van de naam van God met Heer is Ebach dan ook kritisch. Liever heeft Ebach de weergave van Adonaj. Uit respect voor de Joodse traditie en om vast te houden dat de naam van God onuitspreekbaar is.

Psalmen
Ongelukkig is Ebach met de manier waarop psalmen in het Evangelische Gesangbuch terechtgekomen zijn. De onderdelen die weggelaten zijn, zijn voor Ebach juist wat de psalmen maken tot liederen van Israël: de zinnen over achtervolgd worden, over de goddelozen. Daarmee spreekt de kerk impliciet uit, dat die frasen stammen uit een primitievere fase van geloven, die de kerk is ontgroeid en waarin het Jodendom nog is blijven steken.

Schriftlezing
Als het gaat om de Schriftlezing voert Ebach een pleidooi voor zowel een oudtestamentische als een nieuwtestamentische lezing. Hij is blij met voorstellen om meer aandacht te geven aan het Oude Testament, zoals de nieuwe perikopenordening die meer oudtestamentische lezingen voorstelt.

383_08242_168870

Geloofsbelijdenis
Ook de apostolische geloofsbelijdenis brengt Ebach in gesprek met het Oude Testament. Hij wil deze belijdenis niet aanpassen, maar wel vragen stellen bij de belijdenissen, vragen bij de antwoorden, die hem, mondig mens, helpen om zijn geloof te belijden.

Een bijzonder voorstel is om de almacht van God te doordenken vanuit het berouw van God. Hij snapt de moderne kritiek op de almacht van God en wil die ook serieus nemen, maar gaat niet zover om te spreken over de onmacht van God. De almacht van God bestaat voor Ebach hierin, dat God in staat is om zijn eerder aangekondigde oordeel uit te stellen of op te heffen. God hoeft zich niet krampachtig aan de macht vast te houden of zich te laten leiden door de regels van de macht. God heeft de macht over de macht. En dat is volgens Ebach juist almacht.

Collecte
Veel aandacht besteedt Ebach aan de collecte, omdat de collecte zichtbaar maakt dat het in het dienen van God om gerechtigheid gaat. De Bijbelse gerechtigheid is geen iustitia, waarbij iedereen het zijne krijgt. Gerechtigheid is z’daka: iemand die zich solidair toont met een lager geplaatst iemand, die voor hem of haar op komt en zorgt dat er hem of haar recht gedaan wordt. In de Bijbel kan gerechtigheid niet los gezien worden van recht krijgen of recht gedaan worden.

Verkondiging
Kort gaat Ebach ook in op de verkondiging vanuit het Oude Testament. Hij wijst een een manier van preken af, die in het Oude Testament iets voorlopigs ziet, iets dat minder is of alleen maar belofte is en dat in het Nieuwe Testament compleet gemaakt wordt of vervuld wordt. Het gaat om een nauwkeurig lezen van de Schrift. Om te ontdekken wat de Schrift in en over onze tijd te zeggen heeft. Het gaat niet om goedkope actualisering, maar om de eigen tijd te begrijpen in het licht van de tekst.

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad van 12 augustus 2017

N.a.v. Jürgen Ebach,
Das Alte Testament als Klangraum des evangelischen Gottesdienstes. Gütersloher Verlagshaus, 2016.

Ook Augustinus was iemand met een dubbele culturele achtergrond

Ook Augustinus was iemand met een dubbele culturele achtergrond

Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in God. Het is een beroemde uitspraak van de kerkvader Augustinus (354-430). Volgens de Cubaans-Amerikaanse kerkhistoricus Justo L. Gonzalez is die onrust niet alleen een geestelijke onrust, maar laat die onrust ook een innerlijke worsteling tussen twee culturen zien.

augustinus (1)

Augustinus behoorde tot zowel de Romeinse als tot de Afrikaanse cultuur. De Romeinse cultuur kreeg hij van zijn vader Patricius mee en de Afrikaanse cultuur via zijn moeder Monica, die mogelijk van Berberse komaf was en christen was. Net als bij vele anderen, die ook een dubbele achtergrond hadden, zorgde de dubbele culturele achtergrond geregeld tot innerlijke botsingen. Die dubbele culturele achtergrond heeft de ontwikkeling van Augustinus bepaald en is ook terug te vinden in zijn theologische en kerkelijke stellingnames. Het heeft een tijd geduurd voordat Augustinus het christelijke geloof van zijn moeder kon verenigen met de cultuur van zijn vader. Hij moest een hele weg afleggen, via het Manicheïsme en het Neo-Platonisme, totdat hij bij bisschop Ambrosius in Milaan een vorm van christelijk geloof ontdekte dat gecombineerd was met de Romeinse cultuur. Toch bleef Augustinus ook Afrikaan. Hij keerde na zijn bekering terug naar zijn geboortegrond en werd daar uiteindelijk bisschop van Hippo.

3249333776

Elite en gewoon volk
In de strijd tegen de Donatisten opereerde hij als Romein. Augustinus had door zijn verworteling in de Romeinse cultuur niet door, dat de strijd met de Donatisten ook een vorm van verzet was tegen de Romeinse kolonisatie van Noord-Afrika. Het christendom was in Noord-Afrika kreeg namelijk allereerst vooral aanhang onder het gewone volk. Nadat de Romeinen Carthago en de rest van Noord-Afrika hadden veroverd, gingen ze zich steeds meer als kolonisator gedragen en gebruikten Noord-Afrika als wingewest om de grootsheid van Rome te onderhouden. Er kwam een tweedeling: een Romeinse elite, vaak uit Rome afkomstig, en het gewone volk van de Berbers. Omdat het christelijk geloof door de Romeinse overheid vervolgd werd, zag het gewone volk in het christelijk geloof een vorm van verzet tegen de Romeinse kolonisator.
De vervolgingen gingen echter door en het gewone volk in Noord-Afrika kreeg daar ook mee te maken. Er waren gelovigen die trouw bleven aan het geloof. Er waren er ook die het geloof vaarwel zeiden of op de vlucht gingen. Nadat de vervolgingen voorbij waren, gaf dat een geweldig probleem voor de kerk. Radicale christenen, die later Donatisten werden genoemd, vonden dat degenen die hun geloof afzworen of op de vlucht gingen, opnieuw gedoopt moesten worden. Deze radicale stroming was erg populair onder de Berbers en was op vele plaatsen invloedrijker dan de katholieke kerk.

Reputatie
Nadat de bisschop van Carthago was overleden, werd snel een gematigde bisschop Caecilianus aangesteld. Caecilianus werd echter niet erkend door de radicale christenen. Er was hier sprake van een botsing van culturen in de kerk. Caecilianus stond dichterbij de Romeinse overheid dan zijn tegenstanders. Caecilianus had ook een Romeinse opvatting over gezag en zijn tegenstanders een Afrikaanse opvatting. In een Romeinse visie op gezag bepaalt het ambt de waardigheid. Wanneer iemand niet het juiste charisma heeft of een twijfelachtige reputatie wordt dat gecorrigeerd door het ambt dat waardigheid verleent. In de Afrikaanse opvatting gaat het om de waardigheid van de persoon. Iemand komt pas in aanmerking voor een ambt als hij een goede reputatie heeft, bekend staat als een wijs persoon, charismatisch is en gezag uitstraalt. Iemand die op de vlucht is geslagen of het geloof vaarwel heeft gezegd, heeft zijn gezag verloren. Dat gezag kan niet door de officiële kerk worden teruggegeven, maar door toonaangevende personen uit de gemeenschap, die in de tijd van de vervolging op een indrukwekkende manier standhielden. Augustinus koos later als bisschop in zijn strijd tegen de Donatisten voor de Romeinse opvatting voor gezag en werkte zelfs samen met de Romeinse overheid in de strijd tegen de Donatisten. Tot aan de verovering door de Arabieren bleven de Donatisten volop aanwezig. Wel viel deze stroming steeds meer uiteen in radicalere en ook gewelddadige fracties.

Goed en kwaad
In zijn strijd tegen Pelagius toonde hij zich meer als Afrikaan. Zo werd hij ook door zijn tegenstanders bespot: als de Punische Exegeet of de Afrikaanse Aristoteles. Augstinus werd door Pelagius aangevallen, omdat volgens Augustinus de mens vanaf geboorte een zondaar was. Daarmee kreeg volgens Pelagius God de schuld van de zonde. Volgens hem was de mens in staat om heilig te leven door zich aan Gods wet te houden. Alleen dan kan God volgens Pelagius de mens straffen voor zijn zonden en belonen voor zijn goede daden. Er was niet alleen verschil in levensstijl: Pelagius leidde een voorbeeldig ascetisch leven, terwijl Augustinus een turbulente jeugd had. Ook hier speelde het verschil tussen Romeins en Afrikaans gezag. Alleen dan in de visie op God. Volgens de Pelagianen was ook God onderworpen aan de wetten voor wat goed en kwaad is. Volgens Augustinus is het God zelf die bepaalt wat goed en kwaad is.

5150

Geuzennaam
Om de dubbele culturele achtergrond te kenschetsen en vooral om te laten zien welke complexiteit een dubbele culturele achtergrond meegeeft, typeert Gonzalez Augustinus als mestizo. Aanvankelijk was dit een scheldwoord voor Mexicanen, die als halfbloed (en daarmee minderwaardig) werden gezien.  In 1925 ging de Mexicaanse wetenschapper en presidentskandidaat dit woord als een geuzennaam gebruiken. Een halve eeuw later introduceerde Vergilio Elizondo, een vriend van Gonzalez, deze term in de theologie en de kerk. Gonzalez zelf is als Cubaans Amerikaan een van de toonaangevende theologen met een latino achtergrond en een wereldwijd gerespecteerd kerkhistoricus. Dat een dubbele culturele achtergrond niet eenvoudig is, deelt hij met veel christenen in de VS met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. Vanuit de vele gesprekken die hij met hen heeft gehad, heeft hij dit boek over de dubbele achtergrond van Augustinus geschreven om te laten zien dat zij niet de enige zijn die met een dubbele achtergrond worstelen. Daarom droeg hij het op ‘aan de vele Latina’s en Latino’s, wiens mestizaje mij hebben verrijkt’. Hij schreef het oorspronkelijk in het Spaans, waarna hij het in het Engels publiceerde.

Justo L. Gonzalez, The Mestizo Augustine. A Theologian Between Two Cultures (Downers Grove: IVPress, 2016)

7283

 

Beethoven brengt voor velen de hemel dichterbij

Beethoven brengt voor velen de hemel dichterbij

Beethoven, wiens sterfdag afgelopen week herdacht werd, heeft een oeuvre waarvan vooral de pianomuziek voor veel mensen een religieuze ervaring is. Dat ontdekte Martin Nicol, die zelf als amateur-pianist een liefhebber is van Beethovens pianosonates. Nicol is geïnteresseerd in de wisselwerking tussen de wereld van het alledaagse en de wereld van het geloof. Dat zijn voor hem geen gescheiden werelden. Bij de pianosonates wordt de alledaagse werkelijkheid gevormd door de noten die ingestudeerd moeten worden. Tijdens het spelen of het beluisteren kan de muziek de klank van God worden.

Beethoven.jpg


In 2008 ging Martin Nicol enkele dagen naar het Beethoven Haus in Bonn, om zich wat te verdiepen in Beethovens pianosonates. Hij was verrast over het feit hoe vaak luisteraars hun ervaring van het beluisteren van deze muziek zo vaak in religieuze taal verwoordden. Luisteraars gaven aan dat deze muziek hen meeneemt vanuit deze aardse wereld naar een hogere werkelijkheid. In 1919 schreef de Duitse dirigent en muziekwetenschapper Fritz Volbach (1861-1940) over de sonate uit de eerste pianosonate (opus 2): ‘Dit adagio behoort tot het heiligste en het schoonste dat we in onze kunst hebben. Hierin heeft de meester het diepste en wonderbaarlijkste, wat zijn sublieme ziel vervulde, uitgedrukt. Ver weg van al het aardse leidt hij ons naar een wijdse, stille oneindigheid, waar de hemelse glans van het milde sterrenlicht doorheen stroomt, dat ons het geheimenis van de nacht openbaart. Ons ingekeerde oog ziet scherp en schouwt de sublimiteit van het heelal en ons oor hoort scherp en verneemt het gezang van de sferen. Alles wat ons omringt, de diepe pijn en de hoogste vrede, alles wordt verklaard in dit licht en wordt tot gebed, dat ons zalige vrede en verlossing brengt. Dit vernemen we reeds in het eerste adagio van zijn eerste sonate.’

Bidden
Als de muziek de luisteraar meeneemt naar een andere werkelijkheid, moet de componist zelf ook religieus zijn. ‘Als zeer religieus mens bidt Beethoven in bijna al zijn sonates’,schreef Jacques de La Goutte in 1951. In de periode dat Beethoven (die op 16 december 1770 werd geboren en op 26 maart stierf) zijn muziek componeerde en publiceerde vindt er in de cultuur een omslag plaats naar de Romantiek. In de Romantiek kreeg de kunst een religieuze status. De kerk maakt plaats voor de concertzaal. De cantates met gezongen teksten maken plaats voor muziek zonder woorden, zoals pianosonates. De kunstreligie van de Romantiek wordt gekenmerkt door het besef dat het hogere niet in woorden te vatten is. Als de religieuze ervaring toch onder woorden gebracht moet worden, valt men terug op Bijbelse taal of begrippen uit de christelijke traditie.
Zowel de persoon Beethoven en zijn muziek deed het goed in deze kunstreligie. Hij kreeg een cultstatus in de kunstreligie van de Romantiek. Al tijdens zijn leven werd er in religieuze bewoordingen over Beethoven en zijn pianomuziek geschreven. Beethoven wordt als een muzikaal en spiritueel genie gezien, die de mensen uit zijn eigen tijd voor is en een unieke toegang tot de goddelijke wereld heeft. Op afbeeldingen wordt hij afgebeeld als verwijlend in een andere wereld waar hij als enige sterveling kon komen. Zijn muziek heeft een openbarende functie, waarin kennis over die andere wereld, die voor gewone stervelingen verborgen is, wordt geopenbaard. Extra bewondering dwingt Beethoven door het besef dat hij in zijn latere leven doof werd en niet meer in staat was de muziek die hij componeerde met zijn eigen oren te horen.

Wolkkolom
Vaak worden er Bijbelse bewoordingen en beelden gebruikt. Beethoven wordt beschreven als Christus die worstelt in Getsemane, als Jakob die de Jabbok oversteekt en onderweg worstelt met een onbekende figuur of als Mozes die voor zijn volk bidt of voorgaat in de woestijn. In 1852 schreef Franz Liszt: ‘Voor ons musici lijkt het werk van Beethoven op de wolkkolom en de vuurkolom, die de Israëlieten begeleidden op hun weg door de woestijn – wolkolom om ons overdag te leiden en vuurkolom om ons ’s nachts te verlichten, om voor ons de weg te verlichten waarop wij zouden gaan.’
De gelovige pianist Wilhelm Kempff (1895-1991), die vaak de muziek van Beethoven speelde, gebruikt het beeld van de brandende braambos. Om aan te geven dat in het alledaagse leven, door opgenomen te worden in de muziek van Beethoven, er een onverwachte ontmoeting met God kan zijn. Voor Kempff – die beroemd werd als vertolker van onder meer Schubert, Brahms en vooral Beethoven –  is niet voor niets de muziek een middel om die ontmoeting met God te hebben. De omgangstaal is volgens hem ontoereikend voor de lof op God. Naast de muziek is alleen de taal van de Bijbel toereikend.


Wilhelm Kempff – Beethoven – Piano Sonata No 29, Hammerklavier

Vaak is er ook de verwachting dat de muziek van Beethoven effect zal hebben. Na de Eerste Wereldoorlog schrijft de eerder al aangehaalde Fritz Volbach: ‘Nu in deze sombere, treurige tijd zal de muziek van Beethoven voor ons onontbeerlijk zijn. Door deze muziek kunnen we ons weer oprichten, zullen we weer trots en zelfvertrouwen vinden en leren wij weer Duits te zijn.’
De pianiste Elly Ney tijdens de Tweede Wereldoorlog veelvuldig op in gevangenissen, in veldhospitalen waar gewonde Duitse soldaten zijn om hen als een muzikale pastor door de muziek van Beethoven te troosten. Deze concerten op ongebruikelijke plaatsen ensceneert Ney bewust als religieuze gebeurtenissen. De rol van Elly Ney is trouwens erg omstreden, omdat ze tijdens het nazibewind blijft optreden en te weinig afstand neemt van de cultuurpolitiek van het Derde Rijk.

download

Martin Nicols nieuwsgierigheid naar de oorsprong van de religieuze interpretatie leidde tot een boek dat twee jaar na verschijning (nog) niet in het Nederlands vertaald is en dus niet in het oog ligt, maar dat wel zeer actueel is.Hij concludeert dat de religieuze beleving van Beethovens pianomuziek vooral te maken met het rustige middenstuk in van de pianosonates: het adagio. Geregeld wordt het adagio getypeerd als een gebed. Wilhelm Kempff zag de eerste en de laatste delen van de pianosonates als voor- en naspelen van de langzame stukken en zag in de langzame stukken het bijzondere credo van een mens die tegen God durft te zeggen wat hij moet doorstaan. Nicol spreekt daarom van een adagio-vroomheid. Hij begrijpt waarom juist de langzame delen diep religieus ervaren worden, maar vindt de adagio-vroomheid tekortschieten. In muzikaal opzicht krijgt het adagio teveel aandacht vergeleken met de andere delen. In geestelijk opzicht is het een bezwaar dat alleen het middengedeelte dat als heel serieus wordt gezien intense religieuze ervaringen oproept, omdat op deze manier de humor en de grap geen plek krijgen in de spiritualiteit.

2076
Martin Nicol (bron: uitgeverij Vandenhoeck & Ruprecht)

Polariteiten
Voor Nicol was het een verrassing om deze religieuze duiding van Beethovens muziek tegen te komen. Deze duiding past wel in zijn visie op praktische theologie. Nicol is geïnteresseerd in de wisselwerking tussen de wereld van het alledaagse en de wereld van het geloof. Dat zijn voor hem geen gescheiden werelden.  Ook kunst en cultuur kunnen voor hem de werkelijkheid van God beschrijven. Het alledaagse en de wereld van God zijn vaak polariteiten, maar kunnen niet van elkaar losgemaakt worden. Bij de pianosonates wordt de alledaagse werkelijkheid gevormd door de noten die ingestudeerd moeten worden, door de vingerzetting die opgeschreven moeten worden, de analyse van de muziek. Deze alledaagse werkelijkheid is nodig om de muziek te kunnen spelen. Tijdens het spelen of het beluisteren kan de muziek de klank van God worden. In een interview verwoordde Kempff het als volgt: ‘In de muziek van Bach, in een Largo van Beethoven kunnen wij mensen in deze apocalyptische tijd de stem van God vernemen, waarvan we dachten dat die verloren was gegaan.’

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad, zaterdag 1 april 2017

N.a.v. Martin Nicol, Gottesklang und Fingersatz. Beethovens Klaviersonaten als religiöses Erlebnis (Bonn: Verlag Beethoven-Haus, 2015)

 

Liturgie van het gewone bestaan

Liturgie van het gewone bestaan

Wat je kunt leren van alledaagse rituelen als opstaan, bed opmaken, tanden poetsen, thee drinken en slapen kunt leren voor onderhouden van je geloof 

In gesprekken met twintigers en dertigers merk ik dat zij het lastig vinden om het geloof een plek te geven in hun dagelijks leven. Ze hebben heel wat ballen in de lucht te houden: werk, een eigen huishouden, soms een gezin, vrienden, kerkelijke activiteiten. Er is heel wat dat hun aandacht en inzet opeist. Temidden van die al die bezigheden komt hun eigen geloof in de verdrukking.

download

Tish Harrison Warren, een Anglicaanse priester, echtgenote en moeder, liep hier ook tegenaan. Ze is afkomstig uit de evangelicale stroming van de Anglicaanse kerk. De evangelicale stroming legt de nadruk op een direct beleven van het geloof en is kritisch op vaste vormen voor het geloof, omdat die vormen een directe beleving kunnen belemmeren.
In de afgelopen jaren ontdekte Warren dat er in het gewone dagelijkse leven veel aanknopingspunten zitten voor liturgische vormen. Zij schrijft over die ontdekkingen in
Liturgie van het gewone bestaan. Geheiligde praktijken in het leven van alledag.   Haar boek is op social media, waarop ze zelf ook actief is o.a. als @Tish_H_Warren, al heel wat positief besproken.

Opstaan
Het begint met wakker worden. Je kunt nog even snoozen en dan je bed uit rollen, je telefoon pakken om social media te checken. Daarmee zet je de toon voor die dag: wat je dag bepaalt zijn de activiteiten die je gepland hebt, wat zich aandient, de aandacht die het nieuws en social media opeisen.

Kruisje slaan
Ze ontdekte dat Lutheranen de dag beginnen met het slaan van een kruisje. Dat slaan van een kruisje bij het opstaan herinnert aan de doop. Je begint de dag als gedoopte. Je herinnert jezelf eraan, dat Gods trouw, genade en vergeving er al is voor je iets hebt ondernomen deze dag. Je herinnert jezelf eraan dat je deze dag begint vanuit Gods belofte die Hij in de doop heeft meegegeven. Daarmee begin je de dag met een ontvankelijkheid voor Gods zorg.

Bed opmaken

Warren beschrijft hoe zij haar bed uitrolde zonder haar bed op te maken. De telefoon met appjes, mail en Facebook vroeg immers haar aandacht. Op Facebook vroeg zij aan vriendinnen wanneer zij dat deden: bed opmaken. Daardoor ging zij haar bed wel opmaken. Het was een kleine handeling, maar Warren merkte dat zij daardoor de dag anders begon.  Door deze kleine handeling kwam er meer orde in de kleine chaos van haar bestaan. Ze was zich daardoor meer bewust dat zij de dag van God ontving.

Tanden poetsen

Aan het tanden poetsen koppelt zij de zorg die de christelijke traditie voor het aardse lichaam heeft. Omdat Gods Zoon mens werd en een lichaam aannam, heeft de kerk de waarde van het lichaam altijd verdedigd tegenover stromingen die het lichaam onbelangrijk en minderwaardig vonden. Het belang van het lichaam voor het geloof ontdekte zij toen zij in haar studententijd in contact kwam met een familie die een dochter met een beperking had. Tot die tijd was haar leven vooral het zorgen dat er in haar hoofd de goede ideeën zijn en had zij geen echte aandacht voor haar lichaam.

Non-verbaal gebed
Haar ontdekking is dat de zorg voor het lichaam gebaseerd is op de opstanding van Christus. Het poetsen van haar tanden is voor haar daarom een non-verbaal gebed, een liturgische handeling die in het teken staat van de opstanding op de Jongste Dag. Tanden poetsen is een kleine voorsmaak van de eeuwige heerlijkheid.

Sleutels kwijtraken

Warren is niet de ideale vrouw. Dat beschrijft ze in de hoofdstukken over het kwijtraken van haar sleutels en de ruzie met haar echtgenoot. Als ze haar sleutels verliest, kan ze heel melodramatisch worden en het gevoel hebben dat ze in wanhoop gestort wordt.
Ze beschrijft dat ze erop voorbereid is om in grootse, dramatische gebeurtenissen, zoals een schipbreuk, in staat is om de vraag toe te laten waarom God lijden toelaat. Bij de kleine alledaagse tegenslagen lijdt haar geloof al snel schipbreuk. Op zulke beproevingen is ze niet voorbereid. De opdracht van Paulus om alles zonder morren en zonder meningsverschillen te doen (Filippenzen 2:14) is juist voor het alledaagse bestaan ingewikkeld.

Conflictjes
Ook het liefhebben van de vijanden is in huiselijke context van de conflictjes met de echtgenoot en het aandacht vragen van de kinderen niet eenvoudig. Haar principes zijn niet in staat om haar te helpen in die alledaagse ruzietjes: ‘Ik ben een pacifist, die gilt tegen mijn echtgenoot.’

Voedsel

Nadenken over het alledaagse bestaan helpt soms ook weer verder in het geloof. Ze ontdekt een overeenkomst tussen de evangelicale traditie en haar gedrag als consument. In beide gevallen gaat het om iets direct willen hebben. Dat er aan het voedsel bereiden een heel proces van zorg en aandacht voor het voedsel aan vooraf gegaan is, was zij niet bewust. Ze gaat meer zorg en aandacht aan het eten besteden door ook heel bewust mee bezig te zijn waar het eten vandaan komt.

Thee drinken

Warren deelt veel mooie inzichten die ontleend zijn aan het alledaagse leven. Wachten in het verkeer doet haar nadenken over Gods geduld. Mail checken geeft het inzicht dat ook moderne technische beroepen en dienstverlening een manier zijn om God te eren en te heiligen. Thee drinken zorgt voor een mijmering over klein alledaags geluk dat je zomaar toevalt als je tijd neemt voor ontspanning.

Slapen

Slapen is van groot belang voor het geloof om te ontdekken dat het leven niet alleen uit werken bestaat, maar dat God op zijn eigen manier zorgt. Warren werkt tegenwoordig veel met studenten. Ze raadt hen aan om eerder te stoppen met werken en meer aandacht en zorg voor hun lichaam te hebben, door bijvoorbeeld meer te slapen: ‘Dat is in geestelijk opzicht meestal het meest zinvolle en belangrijkste advies dat ik kan geven.’

Nachtrust
In onze overwerkte en op prestaties gerichte cultuur is slapen een vorm van discipelschap, die laat zien dat je ook anders kunt leven. God wil niet alleen dat we heilig leven en een biddend leven, maar ook dat we steeds weer uitrusten. Een eerste stap naar een heilig leven met gebed is een goede nachtrust.

Geschreven voor het Friesch Dagblad

N.a.v. Tish Harrison Warren, Liturgy of the ordinary. Sacred practices in everyday life (Downers Grove: InterVarsity Press, 2016).

 

Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

De prediking binnen de Afro-Amerikaanse kerken hebben een uniek karakter. Dat stelt Frank A. Thomas in zijn Introduction to the Practice of African American Preaching. Tegelijkertijd komt deze cultuur steeds verder van de realiteit van alledag af te staan.

Thomas is zelf Afro-Amerikaan en Nettie Sweeney and Hugh Th. Miller hoogleraar Homiletiek aan de Christian Theological Seminary te Indianapolis (Indiana) en rector van de aan dezelfde universiteit verbonden Academy of Preaching and Celebration. Hij is een warm pleitbezorger van de Afro-Amerikaanse prediking. Hij doet dat door onder andere preken uit de afgelopen eeuwen te publiceren en nu ook met deze introductie.

51yynlrbv6l-_sx331_bo1204203200_

Mondeling
Het unieke van deze preektraditie is onder andere het mondelinge karakter. Dat maakt het onderzoek al ingewikkeld: de meeste preken zijn niet op papier gezet en de preken die wel zijn gepubliceerd zijn vaak gelegenheidsgeschriften bij een jubileum van een kerk. Lange tijd is de de Afro-Amerikaanse preektraditie onzichtbaar geweest voor de bredere Amerikaanse samenleving en ook voor de homiletiek. In de vroegste fase werd de Afro-Amerikaanse preektraditie alleen bestudeerd door onderzoekers die zich met de Afro-Amerikaanse gemeenschap bezighielden, zoals cultureel antropologen en etnologen. De retorische kracht van preken werd pas zichtbaar in de tijd van de burgerrechtenbeweging uit de vijftiger en zestiger jaren van de twintigste eeuw. Onder andere door de preken en toespraken van Martin Luther King en andere betrokken Afro-Amerikaanse predikanten.

Gestudeerd
De Afro-Amerikaanse preektraditie dateert al uit de 18e eeuw, toen de Afrikanen naar Amerika werden gebracht om daar als slaven op de plantages de dienen. In de eerste tijd hielden zij vast aan hun godsdienstige tradities, die zij uit Afrika meebrachten. Ze deden dat vaak in het verborgen en ‘s nachts. In de 19e eeuw worden veel Afro-Amerikanen christen, door onder andere opwekkingsbewegingen binnen deze gemeenschap. In het noorden, waar de slavernij was afgeschaft, konden Afro-Amerikanen een opleiding volgen en studeren.en waren er ook gemeenten, vooral van Methodische snit, waarin blank en zwart gelijkwaardig lid waren. Hier kwam de intellectuele manier van preken op: Afro-Amerikaanse predikanten die aan een universiteit of een seminarie hadden gestudeerd. Hun preken hadden dezelfde geleerde, rationalistische inslag als de preken van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag. Met deze preekstijl wilden de Afro-Amerikaanse predikers laten zien dat zij intellectueel niet onder deden.

58348
(Gardner C. Taylor (1918-2015), “the dean of the nation’s black preachers”,
van wie een preek wordt besproken als voorbeeld van Afro-Amerikaanse prediking. Bron foto: een in memoriam in Christianity Today)

Whooping
In het zuiden, waar de slavernij pas na de Amerikaanse Burgeroorlog werd afgeschaft, bleef de segregatie een veel grotere rol spelen: als Afro-Amerikanen christen werden, kregen ze hun eigen kerken. De voorgangers waren vaak lekepredikers, die het preken hadden geleerd door dat bij andere voorgangers af te kijken en die na te doen. Deze volkse preekstijl was eenvoudiger en emotioneel geladen. Deze predikanten maakten gebruik van whooping: een emotioneel appèl op de gemeente door zangerig te preken of zelfs te zingen en daarbij de gemeente om een antwoord te vragen. Ondanks hun gebrek aan opleiding waren deze predikers heuse dichters, die gebruik maakten van de kracht van de taal.

Retorica
Wat de Afro-Amerikaanse preken bijzonder maakt ten opzichte van de dominante preekstijl van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag, was dat voor Afro-Amerikanen retorica niet verdacht was. De preek is geen theoretische uiteenzetting. De boodschap moet immers worden overdragen en dat kan niet zonder een emotioneel appèl op de gemeente.

Profaan
Bijzonder is de Afro-Amerikaanse preektraditie ook doordat er geen groot verschil is tussen de preek in een kerkdienst en verkondiging in het alledaagse leven. Vrouwen die in de kerkdienst niet mochten preken, konden dat wel doen binnen hun gezin of bij bijeenkomsten van de gemeenschap buiten de kerkdienst om. Wie de Afro-Amerikaanse preektraditie wil bestuderen, dient daarom ook breder te kijken dan preek tijdens de kerkdienst. Ook kent deze gemeenschap geen sterk onderscheid tussen heilig en profaan.

Jay-Z
Om dit te illustreren geeft Thomas een homiletische reflectie op de rapper Jay-Z. De song ‘Meet the Parents’ start met een begrafenis van een 15jarige jongen. Deze jongen is doodgeschoten, naar later blijkt door zijn eigen vader die zijn zoon na de geboorte verliet.

Predikanten kunnen veel van Jay-Z leren, aldus Thomas. Jay-Z wil met zijn songs maximaal effect sorteren. Predikanten mogen bij hun preken dat meer bedenken. Daarnaast wil Jay-Z authentiek zijn en contact houden met waar hij vandaan komt. Van rappers die door succes zich anders gaan kleden en gedragen, moet hij niets hebben. Jay-Z deinst er niet voor terug om moeilijke thema’s zoals geweld binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap en de verbroken gezinnen aan de orde te stellen. De details van de songs laten merken dat hij weet waarover hij het heeft. Predikanten doen er goed aan om niet alleen geestelijke thema’s aan de orde te stellen, maar ook wat er leeft in de maatschappij. Daarbij is het wel een vereiste dat zij weten waar ze het over hebben en zich daarover desnoods laten informeren.

Distantie
Thomas is onder de indruk van de geschiedenis van de prediking binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Hij maakt zich wel zorgen over de toekomst. Hij signaleert dat veel Afro-Amerikaanse kerken hun tieners niet kunnen vasthouden, omdat zij bepaalde thema’s uit de weg gaan. Bovendien zijn veel Afro-Amerikaanse kerken conservatief in hun opvattingen en thematiseren ze niet de tweederangspositie van de Afro-Amerikanen binnen de samenleving, het geweld tegen Afro-Amerikanen en het geweld binnen deze gemeenschap.

#BlackLivesMatter
Doordat de huidige beweging, die opkomt voor de rechten en de plek van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, zoals #BlackLivesMatter, ook opkomt voor de rechten van de LBTQ-gemeenschap, distantiëren veel kerken zich van deze beweging. Bij de burgerrechtenbeweging uit de jaren’50 en -’60 waren de kerken meer betrokken. Ook toen ging het om een minderheid van de kerken en de predikanten. De angst van Thomas is dat de Afro-Amerikaanse kerken door hun afwijzende houding en het uit de weg gaan van deze maatschappelijke thema’s de band met hun jongeren kwijtraakt en de kerken irrelevant worden voor de opgroeiende Afro-Amerikanen.

Zie ook de websitie en het YouTubekanaal van Frank A. Thomas. Deze recensie verscheen ook op 28 februari in het Friesch Dagblad.

N.a.v. Frank A. Thomas, Introduction to the Practice of African American Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2016)