Eugene Peterson was pastor voor predikanten

Eugene Peterson was pastor voor predikanten

Op 22 oktober overleed Eugene H. Peterson. Hij werd 85 jaar. Met zijn boeken, lezingen en interviews wordt Peterson gezien als een pastor voor predikanten. Van zijn boeken zijn alleen de eerste boeken vertaald, zoals
Een zaak van lange adem, Dragende delen en Onder de wonderboom. Met een Nederlandse vertaling van zijn eigen Bijbelvertaling The Message is men bezig.

peterson-square

Peterson was 26 jaar lang predikant van dezelfde gemeente: de Christ Our King Church in Bel Air (Maryland). Hij stichtte deze gemeente namens de Presbyteriaanse Kerk (PCUSA). Daarna werd hij hoogleraar Spirituele Theologie aan het Regent College in Vancouver. Hij publiceerde meer dan 30 boeken op het gebied van spiritualiteit. Het was vanwege zijn spirituele theologie, die hij in zijn boeken verwoordde, dat hij een pastor voor predikanten werd. Zijn boeken hielpen predikanten om spiritualiteit als het belangrijkste onderdeel van hun predikantschap te zien.

Spiritualiteit
Voor Peterson zijn spiritualiteit en theologie niet van elkaar los te maken. Spiritualiteit kan niet zonder theologie en theologie is alle onderdelen spiritualiteit. Spiritualiteit is voor Peterson leven met de levende God. Hij signaleerde dat spiritualiteit een modewoord was, maar dan wel een hele vage, elitaire invulling kreeg. Spiritualiteit had voor Peterson te maken met Jezus, die God-in-ons-midden is. Door Jezus is de spiritualiteit heel alledaags en concreet. Spiritualiteit heeft te maken met bidden, lezen in de Bijbel, werken, relaties binnen het gezin en vriendschap. Spiritualiteit is voor hem niets anders dan christelijk leven, een leven tot eer van God.

Kwijtgeraakt
Tijdens zijn predikantschap merkte Peterson dat de Amerikaanse kerk de alledaagse, door Jezus gevormde en op de levende God gerichte spiritualiteit was kwijtgeraakt. Zijn gemeenteleden waren meer Amerikaan dan christen, meer consument dan discipel. Christenen en kerk waren onderdeel van een consumptiemaatschappij, waarin alles snel voorhanden is en verlangens en behoeften direct bevredigd konden worden. Peterson begon daar discipelschap tegenover te stellen. Discipelschap was een zaak van lange adem: een moeizame weg van gehoorzaamheid die om volharding vraagt. God is niet ons idee of ons project.

1001004001376993
Afgoderij
Wanneer we de levende God vervangen door ons idee of ons project vervallen we in afgoderij, een verleiding die volgens Peterson de kerk voortdurend bedreigt. Snelle doelen kunnen in het geloof niet worden gehaald. Elke kleine stap die je zet is al een aankomst. Predikanten hield hij voor zich niet te laten imponeren door de megakerken, die vaak de media halen. Zulke megakerken zijn volgens hem bij uitstek gevoelig voor afgoderij en de consumptiementaliteit, die het moeilijk maakt om discipel te zijn. Predikanten doen er beter aan om trouw te zijn aan de lokale gemeenschap en daar in kleine kring het evangelie te leven, trouw en volhardend, puttend uit de Bijbel en steeds weer in gebed, in vertrouwen op God die werkt. De predikant leeft het evangelie van de opgestane Heer. Predikantschap heeft met de ziel te maken. Het woord ziel is uit de gratie geraakt en werd een term die alleen maar binnen geestelijke kring werd gehanteerd. Ziel was vervangen door zelf en dat onthult veel over de maatschappij waarin we leven. Wanneer we over ziel spreken, heeft onze identiteit met de levende God te maken. Wanneer we het hebben over zelf, is onze identiteit ik-gericht.
Peterson was zelf predikant geweest en kende de eenzaamheid en de verleidingen van het predikantschap. Na 6 jaar in zijn gemeente gestaan te hebben, raakte hij in een crisis. In die crisis kwam hij niet bij modellen en methoden uit, maar bij de traditie van de kerk. Vanaf die tijd wilde hij de rijke spirituele traditie doorgeven. Om zijn gemeente te helpen meer discipel dan Amerikaan te worden, vertaalde hij de brief van Paulus op een eigentijdse manier. Uit deze Galatenvertaling groeide een hele Bijbelvertaling: The Message.

Interview met Eugene H. Peterson over de vraag waarom hij The Message vertaalde

In een van de levensbeschrijvingen die ik las in de afgelopen dagen wordt Peterson beschreven als een protestantse monnik. Hij had ook iets wereldvreemds. Nadat hem gemeld werd, dat Bono van U2 met hem in contact wilde komen, vroeg hij verbaasd wie dat was. Toen zijn vertaling The Message miljoenen keren verkocht werd, vroeg hij een vriend wat hij eigenlijk met het geld moest doen dat hij met de verkoop verdiende.

Verwondering
Als predikant hield hij de maandag vrij. Dan hield hij zijn sabbat, omdat hij door te preken op zondag niet aan rust toe kwam. Dan trok hij er samen met zijn vrouw op uit. Eerst lazen ze iets uit de Bijbel, dan wandelden ze een hele tijd. Na afloop noteerden ze iets in hun dagboek. Maar meer dan wat ze onderweg gezien hadden aan vogels en planten was het niet. Peterson was ook dichter en schreef zelf gedichten. Steeds weer komt in zijn boeken de verwondering over God die overal terug te vinden is naar voren. In zijn boeken leert hij zijn lezers om oog te krijgen voor Gods werk in onze nabije omgeving. Peterson was ook lezer. Hij vond het als predikant van belang om grote literaire werken te lezen. In zijn agenda noteerde hij twee keer per week een blok van twee uur voor een gesprek met FD. Dan las hij Fjodor Dostowjeski om zijn gemeenteleden beter te begrijpen.

Eugene-Peterson-04

Gesprek
Gesprek is een kernwoord in Petersons spiritualiteit. Zijn boeken waarin hij zijn spirituele theologie uiteenzette noemde hij conversaties in spirituele theologie. Hij benadrukte dat gesprekken de alledaagse vorm is waarmee Jezus optrad. In zijn boeken benadrukt hij dat in een cultuur waarin het geloof niet meer bekend is, gesprekken over God, geloof, ziel minstens net zo belangrijk zijn als preken en onderwijs. Net zoals Jezus in Samaria (Lukas hoofdstuk 9-19) vooral gelijkenissen vertelde en gesprekken aanging. De boeken van Peterson zijn vaak met een twinkeling geschreven, hoopvol van toon en vol mooie anekdotes. Zijn werk blijft de komende tijd de moeite waard.

Gepubliceerd op 31 oktober 2018 in het Friesch Dagblad

Andere blogs over Peterson:
– Over zijn memoires ThePastor: blog over The Pastor
– Over Tell it Slant (deel 1): Tell it Slant deel 1
– Over Tell it Slant (deel 2): Tell it Slant deel 2
– Over Run with the Horses (Jeremia): Run with the Horses
– Over Een zaak van lange ademEen zaak van lange adem

Advertenties

Gerrit Immink over de preek -1

Gerrit Immink over de preek -1

In deze dagen ben ik bezig met het boek van Gerrit Immink, Over God gesproken. Preken in theorie en praktijk. Immink was tot voor kort hoogleraar Praktische Theologie aan de Protestantse Theologische Faculteit. Toen ik in Utrecht studeerde heb ik een aantal colleges bij hem gevolgd. Praktische theologie bestudeert de praktijk van geloven, van de  kerk en van de gelovige. Bij het bestuderen ervan kan op verschillende facetten gelet worden. Bijvoorbeeld: Hoe gebeurt het? Welke vormen en rituelen worden gebruikt? Wat doet het met de mensen die betrokken zijn? Op welke manier is God erin aanwezig?

9200000085931893

In zijn boek beschouwt Immink als een samenspel: een samenspel van God en mensen, van predikant en luisteraars. Preken heeft daarom altijd iets dubbels. Wie preken onderzoekt kan kijken naar de menselijke kant van de preek en ook naar de manier waarop God in en door de preek werkt. Vanuit mijn studie weet ik dat Immink zich graag bezighoudt met zowel de menselijke kant als de manier waarop God in en door de preek werkt. Ook in dit boek komt dat naar voren. Bij de menselijke kant kun je kijken of de preek als toespraak goed is voorbereid en opgebouwd en als toespraak goed wordt gehouden. Aandacht voor welsprekendheid is daarom van groot belang.

Over God gesproken
Over de manier waarop God in en door de preek werkt is Immink voorzichtig. De preek is niet bij voorbaat het woord van God. Immink zegt liever dat in de preek over God wordt gesproken. Daarom de titel: Over God gesproken. God is wel in staat om de preek te gebruiken als de manier waarop Hij tot mensen komt. God mag wel in de dienst verwacht worden, geeft Immink aan. De mensen die luisteren naar de preek, doen dat om meer over God te horen en geregeld ook om God te ervaren.

Luisteraar
In zijn boek heeft Immink niet alleen aandacht voor de predikant maar ook voor de luisteraar. De kerkganger is tijdens de preek niet passief. De luisteraar is meer dan een consument. Tijdens de preek luistert de kerkganger naar het betoog en betrekt de luisteraar wat hij of zij hoort op het eigen leven. De kerkganger maakt geregeld een eigen toepassing. Of de gedachten dwalen af. Soms door een enkel woord of een enkele zin. Dan denkt de luisteraar hierover na, omdat hij of zij daar vol van is. De ene luisteraar heeft liever een preek waarover nagedacht moet worden. De andere luisteraar hoort liever een preek waarin hij of zij innerlijk wordt geraakt. Het gehoor van een predikant is altijd divers. Tijdens het luisteren speelt ook altijd de situatie van de luisteraar en de gemeente mee.

Band
Voor het luisteren naar de preek kan een band tussen predikant en luisteraar behulpzaam zijn. Wanneer een predikant net op bezoek geweest is of betrokken is geweest bij de begrafenis van een geliefde, kan er anders naar de preek geluisterd worden dan wanneer er geen sterke band is. Voor een deel van de kerkgangers is het belangrijk om een band met de predikant te hebben om in de preek meegenomen te worden.

De vanzelfsprekendheden zijn verdwenen
Een predikant heeft er rekening mee te houden, dat niet iedereen goed thuis is in de Bijbel of goede kennis heeft van de christelijke leer. Er zijn gelovigen, die – zoals Immink dat noemt – religieus laaggeletterd zijn. In de preek kunnen zij toch kennis opdoen over God en over geloof. Door televisie, social media als Facebook en Twitter komt zo ontzettend veel informatie binnen, dat er een gevoel kan ontstaan de wereld niet meer te overzien. Er is dan sprake van desoriëntatie. Zeker voor de jongere generaties in de kerk geldt dat, die toch niet meer zo makkelijk kunnen terugvallen op vertrouwde wegen als de oudere generaties. De vanzelfsprekendheden als een christelijke school, het leren van een psalm, het hebben van gelovige voorbeelden kunnen verdwenen zijn. De preek kan helpen oudere en jongere gemeenteleden richting bieden.

Toe-eigening
In het boek zal ook aandacht zijn voor de toepassing. Immink spreekt liever van toe-eigening, omdat toepassing de suggestie kan wekken dat de boodschap kant-en-klaar kan worden toegepast. In de toe-eigening gaat het om de vraag: Wat heeft deze Bijbeltekst mij in het hier-en-nu te zeggen? In de preek gaat het daarom om de uitleg van de Bijbel en om het helpen van de gemeenteleden bij het toe-eigenen van de boodschap van dit gedeelte.

Volgende keer: verschillende visies op de preek in de Nederlandse kerkgeschiedenis.

N.a.v. Gerrit Immink, Over God gesproken. Preken in theorie en praktijk (Utrecht: Uitgeverij Boekencentrum, 2018), p. 9-30 (=hoofdstuk 1: De preek als godsdienstig samenspel)

Aansporing om trouw te blijven aan Christus

Aansporing om trouw te blijven aan Christus
Recensie van Klaus Bergers monumentale commentaar op Openbaring

Tussen Pasen en Pinksteren dit jaar had ik een prekenserie over het bijbelboek Openbaring gepland. In het kerkblad had ik deze serie aangekondigd en vermeld dat ik over gedeelten zou preken, waarover niet vaak gepreekt wordt. Ik kondig altijd in het kerkblad aan over welke gedeelten ik preek, maar nog nooit werd ik zo vaak op aangesproken door gemeenteleden als deze keer. Tijdens deze serie over Openbaring had ik meer gesprekken over de preek en het bijbelgedeelte dan anders. Blijkbaar fascineert dit bijbelboek heel wat gemeenteleden.

Een van de redenen om te preken over Openbaring was dat er in de laatste jaren goede commentaren op dit bijbelboek verschenen zijn. Een van die commentaren was geschreven door de Duitse nieuwtestamenticus Klaus Berger.

180px-KlausBerger
Klaus Berger (bron: Kathpedia)

Historisch-kritische en meditatieve exegese
Ik heb wel wat met Berger: altijd goed voor een een provocatieve stellingname, nogal eens te provocatief, maar wel op basis van grondige kennis van de tijd van de Bijbel. Berger begon als historisch-kritisch exegeet, werkte van 1970-1974 in Leiden en daarna tot 2006 in Heidelberg. Hij hield zich bezig met de vormen en de genres waarin teksten geschreven zijn en verdiepte zich met name in Joodse apocalyptische geschriften. Halverwege zijn loopbaan ontdekte hij de meditatieve exegese uit de Middeleeuwen, met name de cisterciënzer spiritualiteit. Vanaf die tijd combineerde hij in zijn werk de wetenschappelijke exegese met deze kloosterspiritualiteit.

die-apokalypse-des-johannes-kommentar-978-3-451-34779-5-49193

Vanwege deze combinatie was ik benieuwd naar zijn commentaar op Openbaring. Zijn commentaar, resultaat van 50 jaar intensief bezig zijn met dit bijbelboek en uitgegeven in 2 dikke delen, is inderdaad een combinatie. Vanuit zijn kennis van de Joodse apocalyptische geschriften weet hij steeds parallellen aan te dragen, die helpen om de opbouw en de gebruikte beelden in Openbaring te begrijpen.

266px-Johannes_op_Patmos_Jeroen_Bosch
Jheronimus Bosch – Johannes op Patmos

Joodse traditie, Paulus
Hij laat zien dat Openbaring volop in de Joodse traditie staat, maar dan wel een volop christelijk geschrift. In die tijd betekende dat echter geen tegenstelling. Berger, die zich ook altijd verdiept heeft in de verhouding tussen de verschillende stromingen binnen het Vroege Christendom en de geschriften van het Nieuwe Testament gaat uitgebreid in op de relatie tussen Openbaring en Paulus. Ze werkten immers in dezelfde tijd en in hetzelfde gebied. Volgens Berger zijn er wel verschillen, maar zijn de overeenkomsten groter. Het grootste verschil tussen hen beiden is, is dat Johannes preciezer is waar Paulus rekkelijker is.

Pastoraal
Volgens Berger is Openbaring niet een boek dat over de toekomst gaat, maar over het heden. Openbaring is een pastoraal geschrift om te gelovigen, die net tot bekering gekomen zijn, aan te sporen om trouw te blijven aan Christus. Hun geloof staat onder druk, onder andere vanwege het Romeinse imperium dat hen als een gevaar ziet, maar ook vanwege de vele verleidingen die er zijn om zich in hun levensstijl aan te passen aan de omgeving. Johannes doet die aansporing door middel van beelden over de toekomst. Die beelden over de toekomst zijn, net als de geschriften van de Profeten, bedoeld om de ogen van de gelovigen te openen voor de tijd waarin zij leven. Ze leven in een tijd waarin twee machten met elkaar strijden: God de schepper van hemel en aarde en de duivel die de macht van God op aarde heeft willen overnemen.

Diabolische triniteit
Voor de gelovige manifesteert de duivel zich in verleiding tot aanpassing en in de druk door de overheid. Johannes kan de gelovigen bemoedigen door erop te wijzen dat de duivel God alleen maar kan nabootsen. Het beest uit de afgrond en het beest uit de zee zijn slechts diabolische imitaties van God, die zijn Zoon en zijn Geest naar de aarde zond. Met die twee beesten vormt de duivel een diabolische triniteit. De troost is dat die dreiging en verleiding slechts tijdelijk is: deze wereld gaat voorbij en er komt een nieuwe wereld. Wie trouw blijft, wacht in de nieuwe wereld een beloning.
800px-B_Valladolid_93
Beatus van Liébana – De apocalyptische ruiters

Berger laat zien dat  vanwege deze aansporing om trouw te zijn en de bemoediging dat God alles in de hand heeft dit bijbelboek in de geschiedenis van de kerk altijd gelezen is als troostboek. Vooral in tijden waarin de kerk onder druk stond door vervolging of in tijden waarin de kerk corrumpeerde en een instituut van macht en rijkdom werd, werd dit boek gelezen. Voortdurend haalt Berger laat zien hoe bijvoorbeeld Mozarabische christenen, christenen die in Spanje van de 8e tot de 15e eeuw leefden onder de Moorse overheersing in hun liturgie teruggrepen op Openbaring. Denk bijvoorbeeld aan de illustraties van Beatus van Liébana.

800px-B_Facundus_191v
Beatus van Liébana – De aanbidding van het beest

Kritisch beeld van de kerk
Preken en commentaren uit de Middeleeuwen laten een kritisch beeld van de kerk zien. Deze liturgieën, preken en commentaren hielpen de gelovige om zich niet aan te passen, maar hoop te houden op een andere tijd die door God gegeven wordt. Als dat niet in de aardse geschiedenis zal zijn, dan in de hemel of na de Wederkomst. Het Duizendjarig Rijk uit Openbaring moet dan ook niet opgevat worden als iets dat nog moet komen, maar is laat een dubbel perspectief op het heden zien: aan de ene kant op aarde nog de werkelijkheid van de diabolische imitatie, aan de andere kant het geloof dat deze hele werkelijkheid in Gods hand is, omdat de boze reeds verslagen is. Hoe fel de boze zich nog uit en met welke manifestaties hij God imiteert, het einde van zijn macht is aangebroken. Door dit dubbele perspectief weet de gelovige in welke tijd hij leeft en leert hij om zijn ziel niet voor deze korte tijd aan de duivel te verkopen.

Goslar_42-X3
Replica van de Dom van Goslar

Ontmaskeren
Dit commentaar is opgedragen aan de herinnering van de Dom van Goslar, de geboorteplaats van Berger. Deze Dom uit de 11e eeuw werd in de 19e eeuw afgebroken om plaats te maken voor een kazerne. Deze kazerne stond er slechts 80 jaar. Berger ziet hierin dat gelovigen steeds in de verleiding staan om het werk van Christus te vervangen door macht die imponeert. Hoe men dat ook probeert en hoe die macht imponeert, die macht is slechts tijdelijk. Luisteren naar Openbaring helpt om die imponerende macht steeds weer te relativeren en te ontmaskeren.

N.a.v. Klaus Berger, Die Apokalypse des Johannes. 2 delen (Freiburg / Basel / Wenen: Herder Verlag, 2017).

Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 21 september 2018

Waarom Evangelicals in de VS Trump massaal steunen

Waarom Evangelicals in de VS Trump massaal steunen

Dat Trump verkozen werd als president kwam al als een grote schok, maar dat een groot deel van de evangelicale christenen hem aan de macht hadden geholpen, verbijsterde menigeen. Hoe kan dat nou, een gemeenschap met zulke hoogstaande ethische principes die een overspelige en vuilbekkende man aan de macht helpt? John Fea (@johnfea1), zelf evangelicaal, ging het uitzoeken.

(Geschreven op verzoek van Christelijk Weekblad. Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 27 juli 2018)

160203_trump

Toen Trump op 8 november 2016 werd verkozen tot 45e president van de Verenigde Staten, had hij die winst mede te danken aan de grote steun onder evangelicale christenen. 81 % van hen kozen voor Trump, een veel groter percentage dan bij eerdere kandidaten voor de Republikeinse partij.

Fea_speaking
John Fea

Verbijsterd
John Fea, hoogleraar Amerikaanse Geschiedenis aan Messiah College (Grantham, Pennsylvania) en zelf evangelicaal christen, was verbijsterd over de winst van Trump en nog meer over de enorme steun door evangelicale christenen. In zijn boek Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump (website) gaat hij op zoek naar de redenen voor deze steun. Zijn boek draagt hij op ‘aan de 19%’, de evangelicale christenen die Trump niet steunen.

De ene evangelical is de andere niet. Evangelicals hebben gemeenschappelijk dat ze de Bijbel van kaft tot kaft serieus willen nemen en hebben conservatieve ideeën over abortus en het gezin. Ze geloven ook vaak dat de VS een speciale taak heeft in het heilsplan van God in deze wereld.

Soorten evangelicals die Trump steunen
Er zijn drie soorten evangelicals die Trump steunen. Allereerst de evangelicals van de Moral Majority en de Christian Right, de beweging die strijd tegen abortus en voor het traditionele huwelijk, met voorgangers als Robert Jeffress, Jerry Falwell jr, James Dobson.

trumpprayer

Ook heeft Trump de steun van charismatische pinkstervoorgangers. Zij claimen allerlei profetieën over Trump te hebben ontvangen, bijvoorbeeld dat hij een nieuwe Kores zal zijn, de oudtestamentische Perzische koning die het volk Israel liet terugkeren uit de ballingschap. Dat was een profetie die in hun ogen waar werd toen Trump voorstelde de ambassade in Israël naar Jeruzalem te verplaatsen.

Deze charismatische voorgangers geloven dat als alle belangrijke posten in de VS in handen van de christenen zijn gekomen, Christus zal terug komen naar de aarde. De charismatische pinkstergelovigen steunden eerst Ted Cruz, maar stapten later over op Trump.

donald-trump-and-pastor-paula-white
Trump met Paula White

Court Evangelicals
Daarnaast wordt Trump gesteund door propageerders van het welvaartsevangelie, als Paula White. Met een aantal voorgangers heeft Trump al contact voor hij zich kandidaat stelde als president. Zij kregen in ruil voor hun steun een rol bij zijn inauguratie als president. Omdat ze geregeld in het Witte Huis mogen komen, worden ze ook wel
hofevangelicals (Court Evangelicals) genoemd. De grote vraag is echter of deze hofevangelicals wel invloed hebben op het beleid van Trump of dat zij door hem voor zijn karretje gespannen worden.
34383318445_2f7239650c_oDe laatste decennia is de invloed van charismatische pinkstergelovigen en aanhangers van het welvaartsevangelie invloedrijker geworden binnen deze groep.

Fatale mix
In de ogen van Fea ligt aan de evangelicale steun voor Trump een fatale mix van angst, nostalgie en verlangen naar macht ten grondslag. Om bij die angst te beginnen: er leeft een diepe angst dat de morele bakens in het land nog meer worden verzet dan onder Obama al is gebeurd.

Normen en waarden
Tijdens het presidentschap van Obama is niet alleen het homohuwelijk mogelijk gemaakt, maar zagen evangelicals ook dat er voor hen geen ruimte meer was om hun eigen opvattingen over homoseksualiteit te uiten. Een bakker die geen taart wilde bakken voor een homostel dat ging trouwen werd veroordeeld. Christelijke scholen en universiteiten die in beleid tegen homoseksualiteit zijn, zien zich in hun bestaan bedreigd, omdat hun bestaansrecht ter discussie werd gesteld.

Christelijke scholen
Vooral de dreiging dat christelijke scholen niet meer kunnen of mogen bestaan, leeft diep, want op deze scholen worden christelijke studenten opgeleid in een christelijke wereldbeschouwing. Ook zijn de evangelicals bang dat zij niet meer hun eigen normen en waarden mogen hebben over thema’s als huwelijk en abortus.

trump-rally-1400x788

Sterke man
Evangelicals zien in Trump een sterke man, die hen in staat stelt om in de VS hun geloof vorm te geven zoals zij dat zelf graag willen doen. De verkiezing van Trump is zeker voor de evangelicals een afrekening met het moreel-ethische beleid van Obama.

Benoeming opperrechters
Een belangrijke factor in de verkiezingscampagne was dat de verkozen president nieuwe rechters voor het hooggerechtshof zou mogen benoemen. In de laatste decennia zagen evangelicale christenen dat de opperrechters zich steeds uitspraken tegen thema’s die voor hen van grote betekenis waren: bijbelstudies en gebed op openbare scholen werden verboden, ruimte om tegen homoseksualiteit en abortus te zijn werd ingeperkt. Met een nieuwe president was het mogelijk om het hooggerechtshof een conservatievere richting in te sturen.

Steun nodig
Trump besefte heel goed dat hij de evangelicale steun nodig had om de nominatie voor de Republikeinse partij te winnen. Daarom publiceerde hij tijdens de strijd om de kandidatuur een lijst met namen die hij als hij president was zou benoemen tot opperrechter. Vanaf het moment dat deze lijst openbaar was, won hij de strijd binnen de Republikeinse partij en kreeg hij ook de evangelicals achter zich.

Dat lag in eerste instantie nog niet voor de hand. Er waren andere kandidaten die meer door de evangelicals gedragen werden. Bovendien lag het niet voor de hand dat de kritische evangelicals Trump zouden steunen, omdat zijn levensstijl en zijn opvattingen niet bij hun idealen pasten. De reden was waarom Trump wel de steun won, was dat zij in Trump de enige sterke man zagen die in staat zou zijn de koers van de VS te veranderen.

Levensstijl
De evangelicals hebben met Trump wel een probleem: zijn karakter, zijn levensstijl en zijn opvattingen passen niet bij waar de evangelicals voor staan. Dat wringt des te meer, omdat de toonaangevende evangelicals die nu Trump steunen, president Bill Clinton hard aanvielen op zijn affaire met Monica Lewinsky. Zijn gedrag en levensstijl waren niet passend bij het voorbeeld dat een president hoort te geven.

Nu vergoelijken ze Trump: Hij is nog maar net christen. Bij deze president gaat het niet om zijn levensstijl maar om de daadkracht die hij toont. Paula White, voorganger van een megakerk met wie Trump al sinds 2002 contact heeft, claimt hem tot Jezus te hebben geleid. Voor deze evangelicals is de kloof met Obama en Hillary Clinton, die ook christen zijn, voor hun gevoel nog groter dan met Trump.

Afkeer van Obama en Clinton
Van Obama wordt betwijfeld of hij wel echt christen is, omdat hij tot een meer liberale kerk behoort. Tussen Clinton en de evangelicals bestaat wederzijds afkeer. Een van de redenen waarom Clinton verloor en Trump zo massaal gesteund werd door evangelicals was dat men van Clinton een beleid verwachtte waarin nog minder ruimte zou zijn voor hun normen en waarden dan onder Obama.

anti-obama-armed-protest

Volgens Fea had Hillary Clinton bij geen enkele andere tegenkandidaat de stem van de evangelicals gehad, maar juist bij Trump had ze kans een deel van hen voor zich te winnen. Dat had gekund als ze had aangegeven de zorgen van de evangelicals te begrijpen op de voor hen belangrijke thema’s als abortus en, het traditionele huwelijk en wat voor hen op het spel staat met betrekking tot de godsdienstvrijheid.

161215_POL_Hillary-Evangelicals.jpg.CROP.promo-xlarge2

Clinton deed echter geen enkele moeite om toenadering te zoeken tot de evangelicals. Ze had geen enkel begrip voor de worstelingen van de evangelicals en vervreemde zich nog meer van hen door over de aanhangers van Trump te spreken als een ‘basket of deplorables’. Ook de rooms-katholieken joeg ze tegen zich in het harnas. Fea had verwacht dat Clinton desondanks zou winnen.

VS als christelijk land
Een dieper liggend probleem is dat evangelicals de VS als een christelijk land zien en dat ze vanaf de Tweede Wereldoorlog de politiek zien als een manier om het christelijke karakter van het land te behouden of te herstellen. In de leus Make America Great Again zien ze de mogelijkheid om het christelijke karakter van de VS te herstellen.

Speciale rol in Gods heilsplan
Voor evangelicals heeft de VS een speciale rol in het heilsplan van God. Daardoor is er een mix ontstaan van christelijk geloof en patriottisme, die zelfs tot in de kerkdiensten doorwerkt. Het christelijke verleden van de VS wordt geromantiseerd. De oprichters waren immers protestanten met verlichte ideeën waar evangelicals van zouden gruwen.

Eeuwenlang was er een wantrouwen ten opzichte van katholieken, en ook de omgang met de Afro-Amerikaanse gemeenschap is niet voorbeeldig geweest. De suggestie dat de VS een christelijk land is negeert de niet-christelijke minderheden en is bovendien pijnlijk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

De Afro-Amerikaanse gemeenschap heeft altijd te maken met ook het racisme van de evangelicale gemeenschap: nadat de openbare scholen opengesteld werden voor leerlingen uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap, richtte men eigen private scholen op om te kunnen segregeren. Deze scholen ziet men bedreigd door het beleid van Obama en Clinton. De grootste universiteit, de Liberty University, is opgericht door Jerry Falwell. Zijn zoon Jerry Falwell jr, die nu deze universiteit leidt, is een trouw supporter van Trump.

1200px-Liberty_University_seal.svg

Geloofwaardige presentie
Fea is verbijsterd over de steun van zijn medegelovigen voor Trump. Hij vreest dat door de keuze om via de politiek het christelijk karakter van de VS terug te krijgen op termijn de schade voor de verkondiging van het evangelie groot zal zijn. In zijn ogen doen zijn broeders en zusters er beter aan om lokaal geloofwaardige gemeenschappen te stichten, die met woord en daad het evangelie uitdragen.

Hoop
De nostalgie naar wat een veel ambivalenter verleden is dan evangelicals waar willen hebben – en met duidelijk racistische trekken – kan beter ingeruild worden door de door het christelijk geloof gevoede hoop op een betere samenleving. Die is te vinden is bij de Burgerrechtenbeweging van Martin Luther King en de zijnen.

Dat is een hoop die niet via de politiek bereikt hoeft te worden. Na de winst van Trump gaat Fea de plaatsen na die voor deze beweging belangrijk waren. bij hen doet hij inspiratie.

Kerk in de marge
Fea ziet ook een ontwikkeling bij zijn studenten, en dat is eenzelfde ontwikkeling als bij hemzelf: een keuze om niet de tradionele culture war te strijden, maar na te denken over de kerk in de marge. Die plaats is voor de kerk geloofwaardiger dan een voet in het Witte Huis.

5101e574-4c2f-4e5a-8b90-5366b66f02f1._CR63,0,375,500_PT0_SX300__

N.a.v. John Fea, Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump (Grand Rapids, Michigan: William B. Eerdmans Publishing Company)

Pleidooi om het publieke debat te voeren op basis van argumenten en niet op basis van morele appèls en gevoelsargumenten

Pleidooi om het publieke debat te voeren op basis van argumenten en niet op basis van morele appèls en gevoelsargumenten

De theoloog Ulrich Körtner maakt zich zorgen over het publieke debat. Politici, journalisten en burgers gebruiken gebruiken steeds vaker gevoelsargumenten en morele appèls als feiten.

download (1).jpg

Fake news & MSM
Na een onderzoek waarin vastgesteld werd dat 98% van de migranten zich aan de wet houdt, was de reactie de Duitse AfD-politicus Georg Pazderski: ‘Wat iemand voelt is ook een feit.’ Als er nieuws gebracht wordt dat in de eigen straat past, wordt dat afgedaan als fake news. Er wordt gesproken over MSM: MainStreamMedia. Daarmee wordt bedoeld dat de belangrijkste media bewust positieve verhalen over Trump en negatieve verhalen over migranten bewust verzwijgen.

Niet alleen bij populistisch-rechts
Körtner ziet dat niet alleen bij populistisch-rechts gebeuren. Links laat zich als het gaat om de complexe wereld van de geglobaliseerde economie liever door Thomas Piketty of door Yanis Varoufakis voorlichten dan door serieuze economen. Hij ziet het ook gebeuren als Merkel in de vluchtelingencrisis benadrukt dat Duitsland een cultuur van verwelkomen heeft.

Ortsschild_JiSign---Fotolia_6a00d13255

Zorgen
Het morele appèl verdringt de discussie over de gevolgen van haar beleid en over wat er allemaal komt kijken bij opvang en integratie van migranten.  Körtner maakt zich zorgen, omdat het debat binnen een democratie alleen maar goed gevoerd kan worden als het op basis van rationele argumenten en controleerbare feiten wordt gevoerd.

Körtner begrijpt wel waarom er vaak gevoelsargumenten gebruikt worden. Dat heeft te maken met bezorgdheid. Bezorgdheid over de instroom van migranten uit een andere cultuur. Of juist bezorgdheid dat bij het sluiten van de grenzen Europa de eigen normen en waarden verloochent. Die bezorgdheid is niet altijd hard te maken, maar is wel een reëel gevoel. Daarom worden gevoelens als feiten gebracht.

Wees bezorgd!
Körtner neemt in deze tijd een moreel gebod waar: wees bezorgd! Wie niet bezorgt is, krijgt het verwijt de kop in het zand te steken. Dat morele gebod dat zowel door links en rechts wordt benadrukt is een roep om moreel leiderschap. Hij ziet zowel bij rechts als bij links een populisme ontstaan, dat aansluit bij die bezorgdheid en die bezorgdheid uitvergroot om politieke winst te behalen.
demo_fuer_eine_menschliche_asylpolitik_-_30_-_hans_breuer_konvoi_aus_ungarn_1
Omdat politici op die morele trom slaan, is het moeilijk om een weerwoord te bieden. Want wat moet je antwoorden als iemand zegt: ‘Er zijn teveel vluchtelingen!’ Of bij het tegenovergestelde: ‘Wie barmhartig is, kan de grenzen niet sluiten voor vluchtelingen!’

Kerken
Wat Körtner ook ziet, is dat de kerken graag inhaken op het morele leiderschap dat gevraagd wordt. Körtner is daar kritisch op. In zijn ogen negeren de kerken daarmee dat hun positie marginaal in de maatschappij geworden is. De kerk moet niet in de valkuil trappen om het door secularisatie verloren terrein via dit morele leiderschap te willen winnen.

Met de manier waarop de kerken dat morele leiderschap tonen is Körtner ook niet gelukkig. Dat is slecht voor zowel de theologie als de maatschappij.In de theologie is bij velen de God die in deze wereld ingrijpt ingewisseld voor de mensen die Gods handen zijn geworden. Gods rol is daarmee uitgespeeld en de last licht bij mensen. Voor de samenleving is het nadelig, omdat de kerken politieke kwesties versimpelen, doordat ook de kerken de moraal als basis voor beleid benadrukken.

33ab5c15ea23dff3abfffe3697f26244

Elke vorm van kritiek op het vluchtelingenbeleid van Merkel wordt afgedaan als rechts-populisme, dat in strijd is met de christelijke waarden van barmhartigheid en naastenliefde.

Twee verschillende domeinen
Wat Körtner daarin stoort, is dat de kerken daarmee hun eigen traditie uit het oog verliezen. In de Lutherse traditie wordt er namelijk een onderscheid gemaakt tussen de taak op politiek terrein en de taak op kerkelijk terrein. Dat zijn twee verschillende domeinen die niet vermengd mogen worden.

2-reiche-lehre-730x400

Niet direct in politiek beleid te vertalen
De christelijke waarde van barmhartigheid en naastenliefde is niet direct in politiek beleid te vertalen, omdat de overheid volgens de christelijke traditie ook de taak heeft om voor de eigen burgers te zorgen en voor veiligheid te zorgen. In het domein van de politiek is het nodig om de juiste balans te vinden tussen barmhartigheid en veiligheid, naastenliefde en rechtvaardigheid.

Waarschuwen voor een teveel aan moreel appèl
Het is niet de taak van de kerk om een moreel appèl op de samenleving te doen, maar juist te waarschuwen voor een teveel aan moreel appèl in de samenleving, omdat daarmee in de politieke besluitvorming de argumentatie op basis van feiten wordt ingeruild op basis van gevoelens en morele appèls. In feite is dat het einde van het democratisch debat. Want op basis van gevoelens en morele appèls is geen beleid te maken.

WB_LH_Gesetz-und-Gnade-470x260

Agressiviteit van waarden
De protestantse theologie is trouwens niet zo gelukkig met een ethiek op basis van waarden. Ethiek op basis van waarden en christelijke ethos zijn vijanden van elkaar, stelt de theoloog Eberhard Jüngel. In zijn ogen hebben waarden altijd iets agressief, de wil om anderen te overwinnen. In die agressiviteit is er voor hem een verband tussen waarden en zonde in de mens. Waarden verbinden niet, maar waarden grenzen af en sluiten uit.

Visie en praktijk
Moraal vraagt om beleid en in praktijk te brengen visie. Wie stelt een land een cultuur van verwelkomen heeft, moet ook beleid ontwikkelen hoe dat verwelkomen in praktijk gebracht wordt. Er is een beleid nodig voor opvang, voor integratie, voor het vinden van banen voor deze nieuwkomers. Er is een visie nodig op wanneer die nieuwkomers hun eigenheid mogen bewaren en wanneer ze zich moeten aanpassen aan de nieuwe samenleving. Opvang van migranten moet ook gepaard gaan met het besef dat het land van herkomst aan opleidingsniveau inboet, omdat het de hoger opgeleiden zijn die wegtrekken naar Europa.

684714

Marginaal
Körtner is voorstander van een theologie die zich uit in het publieke debat. Als het maar gebeurt vanuit het besef dat de kerk zich in de diaspora bevindt en heel marginaal geworden is en in de multireligieuze samenleving slechts een van de vele stemmen is. In het debat kunnen de kerken zich ook niet op christelijke morele appèls beroepen, omdat er slechts een minderheid is die de onderliggende visie deelt. Deze visie kan alleen in het debat ingebracht te worden als de argumenten ook voor niet-gelovigen te begrijpen zijn.

cover_koertner_vernunft

N.a.v. Ulrich H.J. Körtner, Für die Vernunft. Wider Moralisierung und Emotionalisierung in Politik und Kirche. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2017.

Voetbal houdt de kerk en de maatschappij een spiegel voor

Voetbal houdt de kerk en de maatschappij een spiegel voor

Vele mensen zitten deze weken voor de buis om het WK voetbal in Rusland te volgen. Voetbal kan de kerk helpen om te ontdekken waar hedendaagse mensen door gegrepen worden en waar ze helemaal voor kunnen gaan, zo is te lezen in Leidenschaft und Fussball.

Recensie

DSCN4298

In de jaren dat Nederland meedeed met een WK of EK Voetbal zocht ik ruim van tevoren het speelschema op om de wedstrijden die Nederland moest spelen in mijn agenda te vullen. Daarmee kon ik voorkomen dat er een kerkelijke activiteit of een vergadering gepland zou zijn op een dag waarop Oranje zou moeten spelen. Niet eens omdat ik zelf alle wedstrijden wil kijken, maar om gemeenteleden niet voor een dilemma te plaatsen waar ze prioriteit aan zouden (moeten) geven.

Voetbal heeft zo’n impact dat mensen er kerkdiensten of andere belangrijke bijeenkomsten voor laten schieten om de wedstrijd te kunnen volgen. Waarom heeft voetbal eigenlijk zo’n impact? En wat kan de kerk daarvan leren? Op deze vragen promoveerde de Duitse rooms-katholieke theoloog dr. Thorsten Kapperer. Kapperer is kerkelijk werker (Pastoralreferent) voor het bisdom Würzburg en jeugdtrainer.

Onlangs vertelde ik iemand uit mijn gemeente in Oldebroek dat ik een boek aan het lezen was over wat de kerk van voetbal zou kunnen leren. ‘Niets!’, zei hij direct, met een grijns op zijn gezicht. Hij had mij immers aangesproken over de club die ik volgde. Ik was bij iemand op bezoek geweest die enthousiast fan van Vitesse was. Daarom had ik aangegeven welke club ik volgde. Dat was in de ogen van degene die ik sprak niet de juiste club geweest… Ik had de club van de regio moeten volgen: PEC Zwolle.

DSCN4431

Orgelles
Ik ben zelf opgevoed met een duidelijke tegenstelling tussen kerk en betaald voetbal. Wedstrijden kon ik niet kijken, omdat we geen televisie hadden en de dominees waarschuwden ’s zondags op de kansel tegen ‘voetbal als afgod’. Amateurvoetbal mocht wel: mijn vader had gevoetbald en een paar broers van mij voetbalden. Ik ben mijn oudste broer altijd dankbaar geweest: omdat hij voor voetbal koos en daarom van orgelles af moest, kreeg ik de kans om op orgelles te gaan.

Thorsten Kapperer laat zien dat de kerken vanaf de negentiende eeuw enthousiaste supporters van voetbal waren. Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als de protestantse kerken in Europa zagen in voetbal een manier om arbeiders en kinderen uit achterstandswijken  verantwoorde ontspanning te bieden. Het was volgens de kerk ook ‘een manier om hun emoties te kanaliseren’. De sport bood bovendien een mogelijkheid om de arbeiders, die in te kleine en verloederde huizen woonden, en vaak ongezond werk, een gezonde levensstijl aan te leren. Vandaar ook dat in het Ruhrgebied, waar vroeger veel mijnbouw was, er clubs ontstonden als bijvoorbeeld FC Schalke 04 en VFL Bochum.

Nog steeds organiseert het Vaticaan verschillende voetbaltoernooien, zoals toernooien voor priesters of voor daklozen. Voetbal werd in Engeland halverwege de negentiende eeuw opnieuw uitgevonden. Dat was in de tijd waarin er een massale migratie van het platteland naar de stad was. De voetbalclubs, die overal uit de grond schoten, boden een gelegenheid om zich te identificeren met de plaats waar ze nieuw waren komen te wonen. Het gaf een onderlinge verbondenheid aan degenen die door de verhuizing naar de stad ontworteld waren geraakt.
Kapperer is vooral geïnteresseerd in de impact van voetbal op mensen. Er zijn veel verhalen te vertellen van fans, die nog heel goed weten hoe zij de eerste keer een voetbalstadion bezochten en gegrepen waren door de sfeer. Voetbal werd hun leven.

Als voetbal zo’n impact heeft op mensen, is het dan geen godsdienst? Nee, zegt Kapperer duidelijk. Voetbal verleent fans een identiteit en een levensinvulling, maar er ontbreekt duidelijk een link naar het hogere, naar God. Er wordt wel vaak religieuze taal gebezigd wanneer op de wedstrijd teruggekeken wordt, maar dat gebeurt vaak op een ironische wijze. Hooguit kun je spreken van sporen van het heilige: in een cultuur, waarin velen geen binding hebben met een religie, kun je in voetbal iets opmerken van de functies die godsdienst voor mensen kan hebben: in de levensinvulling, in de beleving, in de rituelen rondom de wedstrijd. De beleving van voetbal komt in de buurt van een spirituele ervaring.
In een cultuur waarin velen de band met godsdienst zijn kwijtgeraakt, is het van belang dat kerken op zoek gaan waar zij zich bevinden. Voetbal kan de kerk helpen om te ontdekken waar hedendaagse mensen door gegrepen worden en waar ze helemaal voor kunnen gaan. Voetbal houdt de kerk en de maatschappij een spiegel voor en heeft zelfs een theologische betekenis, stelde emerituspaus Benedictus eens. Het ensceneert dé ambivalentie die er in onze cultuur ingebakken zit: dat alles maakbaar is en tegelijkertijd de ervaring dat zoveel onberekenbaar is.

Door betrokken te raken bij voetbal, kan de kerk actief worden in de wereld buiten de kerk. Het is een stap om theologisch narcisme tegen te gaan, waarbij de kerk alleen maar in zichzelf gekeerd is. Kapperer geeft verschillende voorbeelden: Predikanten en priesters die betrokken zijn bij een fanclub. Het bisdom Würzburg dat een eigen elftal heeft. De kapel in  het stadion van FC Schalke in Gelsenkirchen. Een mooi voorbeeld is ook een kerkendag die wordt gehouden in het stadion van Borussia Mönchengladbach. Deze club ging bijna ten onder, maar werd gered door een plaatselijke mecenas. De wederopstanding leidde tot de bouw van een nieuw stadion.

De overstap naar dat nieuwe, moderne stadion, dat nog niet de sfeer had van het oude op de Bökelberg, leverde vragen op over de toekomst van de kerk. Wat laat je achter, omdat het niet meer voldoet, terwijl je met het loslaten mogelijk wel aan sfeer verliest? Wat is er nodig om  in de nieuwe situatie net zo’n thuisgevoel te creëren als in de oude situatie? Zulke vragen zouden niet gesteld worden als de kerkendag niet in een voetbalstadion gehouden was.
De kerk kan van voetbal leren om een kerk voor werkelijk iedereen te zijn, stelt Kapperer. Meer dan de kerk weet het voetbal verschillende lagen van de bevolking aan te spreken. Voetbal kan ook een voorbeeld zijn in hoe jongeren binnen de eigen club worden getraind en gecoacht. Voor hun taak op het veld. Voor hun rol binnen de vereniging, als trainer van pupillen of als scheidsrechter.

Als ik als vader langs de lijn sta om de wedstrijd te volgen, waarin mijn oudste dochter keept of mijn zoon voetbalt, staat mijn eigen theologische reflectie niet stil. Geregeld denk ik dan na over wat er nodig is om een team te coachen, om bij een achterstand ze aan te sturen, om bij tegenslag ze te troosten of moed in te spreken. Om ze de normen en waarden van het voetbal aan te leren. De beste les van voetbal kreeg ik ooit van een gemeentelid. Haar kinderen waren afgehaakt van catechisatie. Ze sprak mij daarop aan en hield de plaatselijke voetbalvereniging mij als voorbeeld voor: ‘Nadat mijn jongens stopten met voetbal was er de volgende morgen direct iemand van de club die vroeg waarom ze stopten. Van de kerk heb ik nooit iemand gezien en ze zijn er nooit op aangesproken dat ze gestopt zijn.’

N.a.v. Thorsten Kapperer, Leidenschaft und Fussball. Ein pastoral-theologisches Lernfeld. Würzburg: Echter Verlag. 42 euro

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad

Duitse “Kriegspfarrer” geloofden in de heilige strijd tegen het bolsjewisme

Duitse “Kriegspfarrer” geloofden in de heilige strijd tegen het bolsjewisme

Hitler voerde de oorlog aan het Oostfront met het motief het Slavische ras te vernietigen. Legerpredikanten en aalmoezeniers zagen er een heilige strijd in tussen het goddeloze bolsjewisme en het christendom.

In de nacht van 22 juni 1941 vielen 3,3 miljoen Duitse soldaten de Sovjet-Unie binnen. Het was een oorlog die vanaf het begin was bedoeld als om het slavische ras te vernietigen. Het was een oorlog die vanaf het begin was bedoeld als om het slavische ras te vernietigen. De oorlog aan het Oostfront was daarmee een andere oorlog dan de campagne in West-Europa.
Tussen die miljoenen soldaten trokken ook honderden legerpredikanten en aalmoezeniers mee. Waarom gingen zij mee? Na de nederlaag verklaarden de legerpredikanten en aalmoezeniers dat zij er slechts waren om de Duitse gewonden te troosten en de gesneuvelde soldaten te begraven.
Dagboeken en brieven uit die tijd laten echter een ander beeld zien: ze wisten dat deze strijd anders zou zijn. Dat was ook een van de redenen waarom ze meegingen: men verwachtte dat er een oorlog van apocalyptische omvang zou komen tussen twee wereldbeschouwingen: het goddeloze, antichristelijke, onmenselijke bolsjewisme en het gelovige, beschaafde christendom. Deze strijd zou hoe dan ook komen. Een preventieve aanval is dan ook de beste verdediging.

De Duitse dr. Dagmar Pöpping, verbonden als wetenschappelijk medewerker aan de Ludwig Maximilians-Universiteit in München, schreef over dit niet heel bekende verhaal uit de Tweede Wereldoorlog het boek Kriegspfarrer an der Ostfront. Evangelische und katholische Wehrmachtseelsorge im Vernichtungskrieg 1941-1945.   

Bevrijders

De oorlog aan het Oostfront was een andere oorlog dan de campagne in West-Europa. Legerpredikanten en aalmoezeniers zagen het als een manier om Rusland, dat ten prooi gevallen was aan een antichristelijke macht, te bevrijden en het christendom daar weer terug te brengen. In 1941 werden de Duitsers ook als bevrijders binnengehaald. De geestelijken die met het leger meekwamen richtten zich op de opbouw van de christelijke gemeente: ze herstelden verwaarloosde kerkgebouwen in ere, hielden kerkdiensten, doopten veel inwoners.

Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als de protestantse kerk stond er niet goed voor in Duitsland. Rooms-Katholieken werden gewantrouwd, omdat hun uiteindelijke loyaliteit bij Rome lag. Door zich in de Tweede Wereldoorlog enthousiast in te zetten voor de Duitse zaak konden ze laten zien dat ook zij trouw aan het vaderland waren. De protestantse kerk had na de Eerste Wereldoorlog te maken met een aanzienlijke verlies van status en een enorme kerkverlating. Was deze kerk voorheen de volkskerk, nu was een groot deel van de hoger opgeleiden en van de stedelijke bevolking onkerkelijk geworden. Zowel protestantse als rooms-katholieke geestelijken gingen het leger dus in vanuit een missionaire intentie: het bereiken van mannen die vervreemd waren van de kerk en het evangelie.
De beide kerken stonden ambivalent tegenover het nazi-regime en de oorlog aan het Oostfront. In eerste instantie waren ze tégen de oorlog, omdat de verliezen van de Eerste Wereldoorlog nog sterk werden gevoeld. Aan de andere kant was er het besef van een onvermijdelijke confrontatie met het bolsjewisme. Toen de oorlog eenmaal begon, vonden de kerken dat de Duitse zaak en de verdediging van het christendom in Europa belangrijker was dan hun eigen conflict met het nazi-regime.

Degradatie
Het nazi-regime stelde zich steeds meer antikerkelijk op. Bezittingen van de Rooms-Katholieke Kerk werden onteigend. Het merendeel van de nazi-leiders, zoals Martin Bormann en Joseph Goebbels, wilden de legerpredikanten en aalmoezeniers uit het leger weren. Alleen führer Adolf Hitler vond daar de tijd niet rijp voor. Wel vond er een aanzienlijke degradatie plaats. Behoorden de pastores in de Eerste Wereldoorlog nog tot de officieren, in de Tweede Wereldoorlog hooguit tot de rang van onderofficier –  en ze moesten hun plek steeds meer bevechten. Ze waren afhankelijk van de steun van officieren, die positief tegenover de kerk stonden. Vanaf 1942 mochten er geen nieuwe legerpredikanten en aalmoezeniers meer worden opgeleid en aangesteld. Op 22 december 1943 kwam het besluit van Hitler om de legerpredikanten en de aalmoezeniers te vervangen door nazi-functionarissen. Hoe verder de oorlog vorderde, hoe meer de legerpredikanten en de aalmoezeniers uit het leger werden weggewerkt.

Voor de geestelijken gaf dat een loyaliteitsconflict: ze wilden trouw zijn aan de Duitse zaak, maar hoorden steeds meer dat de kerken in het vaderland steeds vaker werden tegengewerkt. Zij zagen hun taak echter als onmisbaar. Ze hielden korte, krachtige kerkdiensten in het veld, waarin ze de soldaten opriepen om het hoogste offer te brengen. Met als motto: wie dicht bij de dood is, is dicht bij God. Katholieken en protestanten werden vaker gedwongen om samen te werken. Soms ontstond er een bepaalde oecumene, maar geregeld was er ook sprake van concurrentie. Bij een gemeenschappelijke dienst werd er door de aalmoezenier na afloop nog een mis aangeboden.

Naast de kerkdiensten in het veld om het moreel van de soldaten hoog te houden, was het de taak van de geestelijke om gewonden en stervenden bij te staan. En natuurlijk om  gesneuvelde soldaten te begraven. In de hospitalen schreven ze voor de gewonden brieven naar het thuisfront. Eind 1941 had het Duitse leger al te maken met een collectieve burnout. Het werd voor de voorgangers ingewikkelder om preken te maken om het moreel hoog te houden. Steeds vaker vielen ze terug op het lijden van Christus. Ze hielden de lijdensweg van Christus voor als een voorbeeld voor de soldaten. De oorlog werd een test om te volharden in het geloof.

 

Dat moesten ze doen onder verschrikkelijke omstandigheden. De legerpredikanten waren getuige van de wreedheden van de Duitse soldaten. Slechts een enkele keer kwam een aalmoezenier of een predikant in verzet. Meestal zweeg men omdat men te geschokt was of beschouwde men het als onvermijdelijk. De begane wreedheden tegen de Joden werden gezien als een gevolg van de vloek die God over dit volk bracht en welke nu op een aangrijpende manier zichtbaar werd.

Het duurde wel even voor de Duitse kerk hier een andere visie op kreeg. De nederlaag bracht namelijk over het algemeen geen zelfreflectie op gang. Er werd niet gesproken over de schuld van de Duitsers, maar de nadruk kwam – ook nu weer –  te liggen op het lijden van de Duitse soldaten met de lijdende Christus als voorbeeld. Dat gaf ook weer hoop. Na het lijden en het sterven van Christus kwam immers de opstanding. Zo hoopten ze op de opstanding van het Duitse volk. Als ze al nadachten over schuld, dan kwam daar het nazi-regime voor in aanmerking. Dat bewind presenteerde zich immers steeds meer als antikerkelijk, waardoor de nederlaag als een goddelijk oordeel over dit bewind kwam. Slechts een enkele geestelijke kwam tot inzicht dat ze door deelname aan de oorlog de duivel van het bolsjewisme hadden uitgedreven met de duivel van het nationaal-socialisme.

N.a.v. Dagmar Pöpping, Kriegspfarrer an der Ostfront. Evangelische und katholische Wehrmachtseelsorge im Vernichtungskrieg 1941-1945. Arbeiten zur Kirchlichen Zeitgeschichte Serie B, Band 66. (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2017). 75 euro

Gepubliceerd in: Friesch Dagblad, dinsdag 1 mei 2018