Theologie voor een onverschillige wereld.

Theologie voor een onverschillige wereld
Altijd dat kruis – 2

Onze wereld is onverschillig geworden ten opzichte van God. Als er nog een sentiment is met betrekking tot God is dat een opluchting: we zijn blij dat we van God en geloof bevrijd zijn. Velen hebben zelfs dat sentiment niet meer. Voor hen is God, geloof, kerk is van voorbije tijden: van een opa die nog naar de kerk ging. Je hebt God niet nodig. Je kunt prima leven zonder Hem en je mist Hem niet.

Deze wereld is de reden waarom dr. A. van de Beek zijn theologie schrijft. Niet om God alsnog aantrekkelijk te maken. Daarmee red je het niet: de mensen om je heen gaan daar niet door geloven. Bovendien: hoe aantrekkelijk je God ook maakt, Hij blijft toch altijd iets aanstootgevends houden.
9789021170633_5893_front
Gods weg
De schade om God aantrekkelijk te maken is veel groter dan de winst. Met het aantrekkelijk maken van God lever je zoveel in van God dat je niet meer te maken hebt met God. Denk niet dat het ooit beter is geweest. Dat er een tijd was, waarin God acceptabeler was. Het is juist het kenmerk van Gods weg in deze wereld, dat mensen Hem niet opmerken en niet willen opmerken. Dat ligt niet alleen aan de mensen. God kiest vooral om zich te laten zien op een manier waarop de mensen wel aan Hem voorbij moeten gaan.
Als Hij een volk kiest, dat moet laten zien hoe je volgens Gods richtlijnen leeft, kiest Hij het moeilijkste volk uit: een volk waar het afdwalen erin gebakken zit. Op het belangrijkste moment waarop God zich in deze wereld laat zien, het moment waarop de wereld het meest beslissend veranderd wordt door God, lachen ze Hem uit en bespotten ze Hem. Ze lopen langs het kruis en staan er hooguit even bij stil, maar ze gaan weer verder op hun weg zonder dat er iets gebeurt in hun leven. Dat is in onze tijd niet anders dan voor de menigte in Jeruzalem.

Bevrijding
Onze wereld ervaart het loslaten van God als een enorme bevrijding. Het geeft ons de vrijheid van de onmondigheid die we ooit door te geloven onszelf hebben opgelegd. Als je God aantrekkelijk gaat maken, begrijp je niet dat het bij Hem hoort dat mensen schouderophalend aan Hem voorbij gaan. En als ze stilstaan is dat hooguit om Hem even te bespotten. Wie God is, wordt het meest zichtbaar in het kruis. Jezus is geen bijzondere mens, wiens leven opeens tragisch afloopt doordat hij gearresteerd wordt en aan het kruis gehangen wordt.

Kruis
Jezus is God zelf en Zijn komst naar de aarde had het kruis als doel. Heel de wereldgeschiedenis is op dit kruis gericht en de schepping niet meer dan een lichtkring om het kruis. Niet het kruis als symbool van overwinning, maar als teken van verlaten zijn door God en mensen. God is geen ideale God, maar een gekruisigde God, die te schande hangt en bespot wordt aan het kruis. Hij hangt daar niet zomaar. Daar heeft Hij de hele wereld op zijn nek: de slachtoffers en de daders. Daar draagt Hij Gods oordeel over  hoe wij met God hebben afgerekend. God neemt verantwoordelijkheid voor onze zonden. Het lijden en de schuld neemt Hij op zich.

Driften
De bevrijding die de verlichting brengt is slechts oppervlakkig. De Verlichting doet alsof we rationele mensen zijn, die geleid worden door ons verstand. Dan had de Romantiek het beter gezien: we worden geleid door onze driften en emoties, tegen God en tegen onze medemens. Aan het kruis wordt dat zichtbaar. Maar wordt dat ook weggedragen, sterven wij mee en worden we zo met God verzoend.

Verlegen
Over het kruis moet je niet teveel praten. Het valt toch niet begrijpelijk te maken en aantrekkelijk al helemaal niet.Je kunt er alleen maar verlegen mee zijn. Of vieren dat jijzelf daar op Golgotha bent gestorven, meegekruisigd met Christus. Je moet er niet over praten, maar dat vieren in het avondmaal dat je niet meer van jezelf bent. Als christen deel je in het kruis. Dat is geen succesverhaal. Integendeel. Met de kerk gaat het niet beter dan met haar Heer. De kerk in Syrië laat meer zien hoe het leven met Christus bedoeld is dan de kerk in Nederland.

Gevaarlijk
Maar we leven wel in Nederland, waar velen kerkzijn of God aantrekkelijk proberen te maken voor de mensen die onverschillig zijn. Dat is gevaarlijk, want je past God aan je eigen beeld aan. Je laat al snel het kruis weg. Of de hand die God in het lijden heeft. Of de leiding van God in deze wereld vol machthebbers die alleen maar met zichzelf bezig zijn. Maar wat je dan weglaat, is net zo wezenlijk voor God als het beeld dat je zelf van God hebt. God is inderdaad een liefdevolle God, maar ook een God die berinnen kan loslaten als zijn profeet wordt bespot.

Cynisch
Geen wonder dat je cynisch wordt van God. Niet zo raar dat je overhoop ligt met God en dat geloven eerder een donkere nacht is dan een leven in een rozentuin. Dat is altijd nog beter dan God klein maken en zeggen dat Hij er ook allemaal niets aan kan doen en dat Hij ook lijdt aan deze wereld. Want dan ga je eraan voorbij dat deze wereld door God geschapen is. Deze wereld inclusief de mogelijkheid van zonde en kruis. Onze wereld wordt nooit beter.

Niet ons thuis
Het heeft ook geen zin om te werken aan verbetering van deze wereld. Want door te werken aan verbetering van deze wereld bega je al snel ook onrecht en sta je eerder aan de kant van de daders dan van de slachtoffers. Bovendien: door te werken aan verbetering van de wereld ga je eraan voorbij dat deze wereld niet ons thuis is. Ons thuis is in de hemel en heel het bestaan hier op aarde staat in het teken van het leven dat komt. De bijdrage van de christen aan de nieuwe wereld is de viering van het avondmaal, elke zondag opnieuw, omdat we meegekruisigd zijn met Hem.

N.a.v. dr. A. van de Beek, Altijd dit kruis (Utrecht: KokBoekencentrum, 2018).

Altijd dat kruis – preludium

Altijd dat kruis – preludium

De eerste keer dat ik een preek hoorde van dr. A. van de Beek was ik een jaar of 16. Hij preekte in de Oude Kerk te Veenendaal. Ik was op dat moment niet hervormd, maar was door mijn orgelleraar gevraagd om te helpen bij het registreren. De naam zei me toen nog niet zo veel. Wat ik nog weet was dat het Eerste Paasdag was en dat de preek ging over 1 Korinthe 5:7: Ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus: Wat ik van die preek onthouden heb, was dat in de Vroege Kerk Goede Vrijdag en Pasen op één dag werden gevierd.

9789021170633_5893_front
Evangelie voor de 21e eeuw
Later heb ik meer preken gehoord. Een preek over Markus 16, waarin Van de Beek aangaf dat deze perikoop die geschreven is voor de 21e eeuw: in de vroegste versie ontbreekt namelijk een duidelijke aanwijzing dat Jezus is opgestaan.

Uria, de Hethiet
Of een preek over 2 Samuël 23:39. Deze tekst stond op het psalmbord. Degene die achter mij zat, had voor de kerkdienst de Schriftlezing reeds opgezocht en zei tegen de buurman of buurvrouw: ‘Hoe kun je hier nu een preek over houden.’ De tekst was namelijk: Uria de Hethiet, bij elkaar zevenendertig. De Schriftlezingen maakten je weinig wijzer: naast de opsomming van de namen van de helden van David werd het geslachtsregister uit Mattheüs 1 gelezen. Van de Beek begon zijn preek: ‘Het is net of je de medewerkers van Clinton hoort opnoemen. Ze zeggen je niets, totdat je de naam van Monica Lewinsky hoort.’ Zoals Clinton voor altijd in verband wordt gebracht met Lewinsky, wordt de naam van David in het Oude Testament voor altijd in verband gebracht met Uria. Pas als de naam van Jezus genoemd wordt kan de naam van David los komen van Uria. Naast de voor mij originele verwoording van verzoening door Christus viel mij de nauwkeurigheid waarmee Van de Beek de Bijbel las.

Jezus Kurios
Van de Beek was net begonnen aan een serie boeken over Spreken over God. Ik had als beginnend student zijn Schepping. De wereld als voorspel voor de eindigheid gelezen. Ik las het boek helemaal uit zonder het te begrijpen. Ook zijn boek over wonderverhalen las ik zonder echt te begrijpen wat hij in dat boek deed. Het eerste deel van de serie raakte mij echter direct en existentieel: Jezus Kurios. Ik las het in de tijd dat ik inleiding bijbelwetenschappen kreeg en hoorde over de zoektocht naar de historische Jezus. Deze keer begreep ik wel de radicale insteek: hij draaide de zoektocht naar historische Jezus om: over God kunnen we alleen spreken als we het hebben over Christus. En dan niet de aardse, historische Jezus die een voorbeeld van geloof liet zien. Nee: God die wij kennen in de gekruisigde Christus. Alleen aan het kruis kun je als mens God kennen.
666750620
Een met de schuldige, verloren wereld
Aan het kruis wordt God één met de schuldige, verloren wereld. God deelt ons leven en redt daarmee ons leven. God maakt vuile handen door in onze wereld te komen en onze wereld aan te nemen. Dit boek leerde mij dat juist een hoge christologie (technische term van Jezus als God de Zoon) hoopvol is voor een wereld vol lijden en onrecht. Van de Beek vertelt hoe hij in Zuid-Afrika op weg naar de universiteit steeds langs de sloppenwijken liep. Die ervaring staat aan de basis van
Jezus Kurios, zoals het lijden dat hij onder andere als predikant steeds tegenkwam voortdurend zijn denken over God vormde. Zijn denken hielp mij om het lijden van deze wereld in mijn theologie een plek te geven. En niet alleen het lijden dat via de media tot ons komt. In zijn preken en columns in het ND heeft Van de Beek het vooral over het lijden dat in het westen vergeten is en voor het lijden waar het westen voor verantwoordelijk is.

Zoektocht
Na dit boek bleef ik Van de Beek volgen en schafte zijn boeken aan, voor zover mijn budget als student en beginnend predikant dat toeliet. Zijn boeken deden stof opwaaien. Al begreep ik nooit echt goed waarom. Ik begon als predikant in Noord-Holland, waar kerkgang verre van vanzelfsprekend was. Het was voor mij zoeken wat predikantschap inhield en vooral zoeken wat verkondiging was. Het was voor mij zoeken naar hoe ik dat zou moeten doen: verkondigen. Al was niet elk boek of elk hoofdstuk even sterk, de boeken van Van de Beek waren voor mij behulpzaam tijdens die zoektocht.

Uit beeld
In de laatste jaren is Van de Beek wat uit beeld gebracht. Ik schafte nog wel
Mijn Vader, uw vader aan, maar na het eerste hoofdstuk gelezen te hebben, legde ik het boek weg. Het pakte me niet. De publicatie van Altijd dat kruis ging aan mij voorbij. Tot mijn zwager onlangs zij dat hij dat boekje gelezen had en bij mij achterliet. Met wat tegenzin begon ik het te lezen en ik kwam er niet goed in. Van de Beek probeert het aanstootgevende van het kruis te bewijzen. Het werkt echter averechts: als je het aanstootgevende moet aantonen is het niet aanstootgevend. De karikaturale weergave van wat Van de Beek afwijst werkt ook niet echt mee. Tijdens het lezen dacht ik: het boek had beter de titel kunnen krijgen Tegen de vrijzinnigen, de vrijgemaakten en de (charismatische) evangelischen.

Onverschillige wereld
Totdat ik in hoofdstuk 6 aankwam. Opeens begreep ik waar het Van de Beek in zijn theologie om te doen is. Hij schrijft theologie voor een wereld, die onverschillig is geworden als het gaat om God. God, Christus, geloof, kerk: het zegt mensen uit deze tijd helemaal niets meer. Ze worden er niet koud of warm van. Die woorden hebben gewoon niets meer met hun leven te maken. Hooguit kennen ze het nog als woorden, die bij het leven van hun opa hoorde, die nog wel naar de kerk ging. In deze wereld is de theologie van Van de Beek geboren en voor deze wereld is zijn theologie uitgewerkt.

Het ergste wat je kunt doen in deze wereld
Het ergste wat je in deze wereld kunt doen is je theologie aantrekkelijk maken. Door je beeld over God op te leuken door de scherpe kantjes ervan af te halen. Door verhalen weg te laten uit de Bijbel. Door liederen te zingen die makkelijk in het gehoor liggen. Door Jezus als een goed mens te typeren. Door iets te doen om een betere wereld voor elkaar te krijgen. Maar je hebt niet door, dat de mensen helemaal niet meer op je zitten te wachten, al leuk je alles nog zoveel op. Ondertussen verkoop je wel je ziel aan de duivel en maak je alles in de kerk gelijk aan de wereld. ‘In die wereld hebben we het over vreemdelingschap voor christenen, over opstanding uit de doden, een leven aan gene zijde van de dood, over de hemel waarheen Jezus gegaan is en waar ons thuis is. Dat zeggen we in een context waar deze wereld het enige is wat is overgebleven. Het gaat dus nergens over. Het is allemaal onzin. Zo ervaart de seculiere mens de klassieke versie van het christelijk geloof.’ (p. 76-77)

Ik had het kunnen weten. Want zo begint Jezus Kurios ook: begin maar gelijk met Christus, want met redeneren en aantonen help je niemand: je atheïstische vriend niet en je eigen aangevochten geloof ook niet.

Met Christus gekruisigd
In die voor geloof onverschillige wereld is de kerk geroepen om te leven: met Christus gekruisigd, in de doop in Zijn dood ondergegaan, om zijn lijden en sterven in het avondmaal elke zondag opnieuw te vieren. Dat kun je op zondagmorgen doen als je met maar een handjevol mensen bij elkaar bent om Christus’ dood te gedenken. Dat verhaal wordt niet persé geloofwaardiger als je dat met een grote groep doet. Eerder omgekeerd: als je dat doet met een handjevol mensen op een dorp of in een wijk waarin de meeste mensen de kerk niet eens zouden missen als dit groepje niet bij elkaar zou komen, omdat het geloven hen niets meer zegt.

Wel het goede antwoord?
Tot aan hoofdstuk 6 vroeg ik mij af of Altijd dat kruis niet een mislukt boek was. Ik vond het jammer dat Van de Beek bezweken was om zijn critici, die vinden dat hij te somber is, te antwoorden met dit boek. Een passender antwoord had naar mijn idee de uitgave van een bundel preken geweest. Eerlijk gezegd hoop ik dat die bundel preken ooit nog uitgegeven gaat worden. Om te helpen bij de vraag hoe je in deze onverschillige wereld blijft verkondigen dat Jezus de Here is.

N.a.v. dr. A. van de Beek, Altijd dat kruis (Utrecht: KokBoekencentrum, 2018).

P.s. Binnenkort verschijnt in Christelijk Weekblad een artikel over Van de Beek, waarbij ik begin bij zijn uitgangspunt: een theologie voor een onverschillige wereld. Daarin werk ik uit hoe hij dat voor zich ziet.

 

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

Het is verstandig om een preek te beperken tot één kernboodschap. Paul Scott Wilson noemt die kernboodschap van de preek:
theme sentence. Ik heb daar al eens eerder over geblogd.

In de preekvoorbereiding wordt de kernboodschap gevonden door te vragen: Wat doet God in of achter de tekst?
Om te ontdekken wat God doet, is het nodig om de tekst theologisch te lezen: gericht op het handelen van God dus.
Voor Paul Scott Wilson heeft de kernboodschap immers te maken met de verkondiging van het evangelie (gospel). En die verkondiging is voor Wilson: de menselijke nood, het verlangen, de zonde (trouble) in combinatie met het handelen van God (grace).

Onderdelen van de kernboodschap

  • Een van de personen van de Triniteit als onderwerp
  • een actief werkwoord
  • een handeling of actie, waarmee God redt of kracht geeft
  • een complete gedachte
  • een eenvoudige, korte zin (niet samengesteld)

Wat je moet vermijden:

  • Vermijd zwakke werkwoorden
  • Vermijd werkwoorden als ‘zegt’ of ‘vertelt’.
  • Vermijd vragen (maak van de vraag een stelling)
  • Vermijd het stellen van voorwaarden voor het goede nieuws
  • Vermijd samengestelde en ingewikkelde zinnen
  • Vermijd een kernboodschap, die niet zoveel zeggen.
    Zoals:
    – God schept het licht. Maak ervan: Christus verlicht ons leven
    – De vader is verkwistend in zijn liefde. Maak ervan: God is buitensporig in zijn liefde voor ons.


Een kernboodschap vinden:
(1)  vanuit waar de tekst over gaat
Een manier om de kernboodschap te vinden is om van waar de tekst over gaat (concern of the text) stelling te maken, die over Gods handelen in het heden gaat:

  • God wil dat Israël zich verandert => God geeft Israël (of: ons) een nieuwe identiteit
  • Jezus roept Israël op tot bekering => Jezus brengt ons tot berouw
  • De Heilige Geest overtuigt Paulus => De Heilige Geest werkt in Paulus (of: in ons).
  • God nodigt Jeremia uit om te handelen => God stelt Jeremia in staat om te handelen
  • Als Israël zich zal …, dan zal God … => Christus maakt in ons de voorwaarden voor Gods liefde compleet
  • God kan in je leven handelen => God handelt (of: heeft gehandeld) in je leven
  • Laat God in je leven handelen => God is niet tegen te houden

(2) Vanuit de nood / het verlangen / de zonde
De kernboodschap is een antwoord op de nood, het verlangen of de zonde. Daarom wordt de kernboodschap uitgewerkt in pagina 3 en 4 als antwoord op pagina 1 en 2.

  • Hoe kan ik opnieuw beginnen? => God betaalt de prijs
  • Wat heeft God met dit alles te maken => God heeft alles geschapen
  • Waarom zou ik gaan? => God koos Jeremia (of ons in Christus)
  • Wie kan dit begrijpen? => God weet alle dingen
  • Hoe kunnen we volhouden => God kan elk moment komen
  • Wat moet ik doen als ik geen werk kan vinden => Christus voorziet in alle noden
  • Wat zal er met onze kerk gebeuren? => Christus onderhoudt de kerk

(3) Vanuit de dogmatiek
De dogmatiek kan helpen om de kernboodschap te vinden:

  • Door te helpen bij de reflectie om welk handelen van God het gaat
  • Door te helpen om de ambivalenties, spanningen en aanvechtingen te vinden
  • Door te helpen bij het vinden van het antwoord op de nood, het verlangen, de zonde

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

Het voordeel van het model van “De vier pagina’s” van de preek” is dat de dogmatiek daarin een rol kan spelen bij de preekvoorbereiding.

De dogmatiek kan helpen bij:

  1. het vinden van de boodschap (theme sentence).
  2. het beperken tot één onderdeel van de dogmatiek.
  3. het ontdekken van trouble (pagina 2 en evt 1) en grace (pagina 4 en evt 3) bij deze boodschap.
  4. het ontdekken van de vraag of het verlangen dat in de gemeente leeft bij deze boodschap.
  5. de uitwerking (of zoals Paul Wilson het noemt: verfilmen) van pagina 2 en 4:
    – wat is er aan de orde of wat staat er op het spel bij de boodschap, trouble, grace en vraag of verlangen?
    – welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten aan de orde komen? Welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten juist achterwege blijven?
    – wat is het verschil in uitwerking voor doorgewinterde kerkgangers en voor incidentele bezoekers van kerkdiensten?
  6. de reflectie op de vraag of de boodschap van de preek wel een antwoord geeft op het verlangen en de vraag in de gemeente.
  7. de reflectie op welke thema’s er veel aan de orde komen en welke thema’s blijven liggen.
  8. de reflectie op hoe de boodschap betrokken kan worden op het werk van Christus (incarnatie, kruis, opstanding, koningschap in de hemel).
  9. de reflectie op wat gemeenteleden van dat gedeelte van de dogmatiek zouden moeten weten en wat tot vakkennis behoort.

 

In een vorig blog schreef ik: Het zou de moeite waard zijn om een geloofsleer of dogmatiek uit te werken die allereerst gericht is op de preekvoorbereiding en niet op de interne dogmatische discussies.
Collega’s die affiniteit hebben met dogmatiek zullen daar tegen in het geweer komen: die tegenstelling bestaat niet. Toch is mijn ervaring dat die tegenstelling er wel degelijk. In de jaren dat ik preek heb ik geregeld de dogmatiek erbij gehaald, maar zelden werkte de dogmatiek op de bovenstaande manier. In mijn ervaring zijn dogmatische handboeken bijna altijd gericht op:
– discussies in de kerkgeschiedenis
– discussie met filosofie of min of meer seculiere wereld waarin we leven
– intern-dogmatische discussies.

Ik grijp mis als ik wil in de preek wil nadenken over bij thema’s als karaktervorming, verleiding, aanwezigheid van God in het dagelijks leven, praktisch en inzichtelijk maken van waarom Christus onze redder is, incarnatie, koningsheerschappij van Christus. Natuurlijk zijn de oudtestamentische verhalen vrij lastig aan de dogmatiek te relateren, maar gek genoeg zijn ook de verhalen uit de evangeliën niet zo gemakkelijk met de dogmatiek te verbinden is mijn ervaring.
(Misschien mis ik een leeswijzer om de publicaties op het terrein van de dogmatiek, die ik heb, op een zinvolle manier te gebruiken.)

Wil de dogmatiek relevant zijn voor de preekvoorbereiding, dan kan het zinvol zijn om te kijken hoe godsdienstpedagogen de dogmatiek relevant maken voor het godsdienstonderwijs. Een voorbeeld van wat ik bedoel is het boek van Kees en Margriet van der Kooi over het gesprek tussen dogmatiek en pastoraat: Goed gereedschap is het halve werk.

Ps voor wie denkt, dat ik niet genoeg dogmatiek in huis heb- in mijn kast staan de dogmatieken van Allen / Swain, Althaus, Barth, Van de Beek, Beker/Hasselaar, Berkhof, Berkouwer, Van den Brink & Van der Kooi, Brunner, Ebeling, Elert, Van Genderen & Velema, Kraus, Kreck, Mildenberger, Van Niftrik, Noordmans, Joest, Pannenberg, Sonderegger, Weber.

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

Net als in de openingsscène van een film onthult de introductie van de preek iets van waar de preek over gaat. De tafel wordt gedekt, maar de maaltijd nog niet opgediend. De geur hangt al wel in huis. De introductie heeft een belofte die in de preek waargemaakt wordt.

Voor de luisteraar is de introductie ook bedoeld om vertrouwen te krijgen in degene die de preek houdt: ‘Wie is hij of zij? Ben ik het eens met de aanpak? Kan ik vertrouwen stellen in wat er gezegd wordt?’

In het verleden werd er niet veel aandacht besteed aan de introductie van de preek. Door de New Homiletic, die wil dat de preek een ervaring of een belevenis is, is er aandacht gekomen voor de introductie, waarin de luisteraar wordt meegenomen in het verhaal.

De preek kan beginnen met pagina 2 (Trouble in onze eigen wereld). Wanneer het hedendaagse materiaal beperkt kan blijven tot een of twee paragrafen is het zinvoller om deze paragrafen te zien als introductie op de hele preek en daarmee ook op pagina 1 (Trouble in de Bijbel).

Volgens Paul Scott Wilson zijn er 6 manieren om de preek te beginnen:

  1. Vertel een verhaal dat het tegenovergestelde is van de boodschap (theme sentence) en van het handelen van God (grace).
  2. Begin met een niet al te serieuze ervaring van de boodschap (theme sentence).
  3. Start met de gekozen Bijbeltekst.
  4. Start met sociale gerechtigheid.
  5. Start met een nieuwsbericht.
  6. Start met een fictief verhaal.


Zelf zou ik nog een 7e toevoegen: koppeling aan het kerkelijk jaar of het eigene van de desbetreffende zondag. Paul Scott Wilson stelt dat echter in het slot van de preek aan de orde.

Regels voor een verhaal aan het begin

  • Start in medias res: op de plaats en met de gebeurtenis of handeling waar het om gaat.
  • Neem geen lange aanloop waarvan niet duidelijk is waar het naar toe gaat.

Wat je in een introductie niet moet doen

  1. Begin niet met een vraag.
  2. Ga de luisteraars niet manipuleren.
  3. Begin niet met een grap of een mop (tenzij deze grap of mop heel goed aan de Bijbelse tekst verbonden kan worden).
  4. Gebruik geen lange zinnen.
  5. Start niet met een verhaal met een lange aanloop. Begin direct bij de pointe van het verhaal en vertel de rest eventueel als een terugblik.
  6. Start niet te diep of met een te aangrijpend verhaal.

‘De vier pagina’s van de preek’- 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

‘De vier pagina’s van de preek’ – 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

img_3152

Bij De vier pagina’s van de preek, het preekmodel van Paul Scott Wilson, hoort ook een verdeling van de werkzaamheden over de week. Daarbij wordt op die dag de desbetreffende pagina niet alleen voorbereid, ook daadwerkelijk uitgeschreven:

  • Maandag:
    – exegese
    – invullen van het ezelsbruggetje The Tiny Dog Now is Mine
    – titels van de vier pagina’s
    – introductie van de preek
  • Dinsdag:
    – Pagina 1: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in de Bijbel
  • Woensdag:
    – pagina 2: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in onze eigen tijd
  • Donderdag:
    – Pagina 3: in woorden ‘verfilmen’ van grace in de Bijbel
  • Vrijdag:
    – Pagina 4: in woorden ‘verfilmen’ van grace in onze eigen tijd
    – slot van de preek onder woorden brengen

preach_4pages

‘De vier pagina’s van de preek’ – 2: Eenheid in de preek

‘De vier pagina’s van de preek’ – 2: Eenheid in de preek

Voor Paul Scott Wilson is het van belang dat de preek een eenheid is. De vier pagina’s van de preek zijn in feite vier variaties op één thema. Dan wel weer steeds op een andere manier uitgewerkt.


De preek hoort een eenheid te zijn. Daarom:

  • één bijbelgedeelte – one text
  • één boodschap – one theme sentence
  • één onderdeel van de christelijke geloofsleer – one doctrine
  • één vraag uit de gemeente – one need
  • één (voor)beeld of slogan – one image
  • één taak om uit te voeren – one mission

Als ezelsbruggetje: The Tiny Dog Now Is Mine.

images (1)

Eén bijbelgedeelte
Een leesrooster kan verschillende lezingen opgeven voor de desbetreffende zondag. Of bij een bepaald onderwerp kan een predikant verschillende Schriftlezingen hebben. De preek kan echter maar over één Bijbelgedeelte gaan. In de preekvoorbereiding heeft een predikant ook geen tijd om meer dan één Bijbelgedeelte te onderzoeken.

Eén boodschap
Een preek kan maar boodschap bevatten. De boodschap wordt geformuleerd als een korte, krachtige zin. In deze zin is God het onderwerp. Hij handelt. Het werkwoord is een sterk werkwoord. Bijvoorbeeld:

  • God geeft een betere wereld
  • God geeft Israël een nieuwe identiteit
  • God handelt reeds in ons leven
  • God kan niet worden tegengehouden
  • De Geest werkt ten behoeve van Paulus
  • Christus is voor iedereen gestorven en opgestaan

Een boodschap kan worden ontdekt door de vraag: Wat doet God in deze tekst? Of, als dat niet duidelijk is: Wat doet God achter deze tekst?

Een boodschap (theme sentence) bevat steeds:

  • Een van de drie Personen van de Triniteit als onderwerp
  • Een actief werkwoord
  • Een reddende of versterkende handeling
  • Een complete gedachte, waarin Gods handelen in het heden ook helder in wordt uitgedrukt
  • Een korte, enkelvoudige zin: onderwerp – actief werkwoord – handeling – eventueel ten behoeve van: … (geen complexe samengestelde zin)

photo-4
Daarom:

  • Geen zwakke, statische of passieve werkwoorden
  • Geen werkwoorden als ‘zegt’ of ‘vertelt’.
  • Geen vragen (Werk vragen om tot een statement met God als handelende persoon)
  • Geen boodschap onder voorbehoud
  • Geen complexe of samengestelde zinnen

Manieren waarop een theme sentence gevonden wordt:

  • Het Bijbelgedeelte herschrijven in actieve zinnen, zoals ik deed met Mattheüs 5:1-16.
  • Op basis van exegese. Bij zijn model heeft Paul Scott Wilson 35 vragen opgesteld die behulpzaam zijn bij het vinden van de theme sentence.
  • Antwoord op de vraag: Wat doet God in of achter deze tekst?
  • Omkering van de trouble.
  • Antwoord op een vraag die in de gemeente leeft (need).

De boodschap (theme sentence) is ook de titel van pagina 3 en/of 4. Het verschilt tussen beide pagina’s is dat de titel op pagina 4 de toevoeging ‘nu’ of ‘ten behoeve van ons’ heeft.

Deze korte, eenvoudige zin wordt door de preek heen, maar vooral op pagina 3 en 4 verschillende keren genoemd en uitgewerkt (zoals verbeeld of met woorden gefilmd).

Eén onderdeel uit de christelijke geloofsleer
In de dogmatiek, het nadenken over de christelijke geloofsleer, wordt  nagedacht over Gods handelen in heden, verleden en toekomst. Elke boodschap, geformuleerd als theme sentence, heeft betrekking op één van de onderdelen van de dogmatiek. Voor de preek is de dogmatiek van belang, omdat de geloofsleer nagaat of de beweringen die ik doe over God terecht en houdbaar zijn.

Dit onderdeel van de geloofsleer kan de predikant helpen in de geloofsleer om de theme sentence in al zijn kracht en gevarieerdheid, maar ook in zijn ambivalentie (aanvechting, twijfel, complexiteit, contra-argumenten) te gebruiken in de preek.

Gerhard Ebeling: ‘Theologie is noodzakelijk met als doel de prediking zo moeilijk te maken als voor de prediker nodig is.’

Voor Paul Scott Wilson is het echter de bedoeling dat de keuze voor één onderdeel uit de christelijke geloofsleer helpt om de gedachten in de preek eenvoudiger, helderder en dieper te laten worden.


Het zou de moeite waard zijn om een geloofsleer of dogmatiek uit te werken die allereerst gericht is op de preekvoorbereiding en niet op de interne dogmatische discussies.

sermon-preparation

Eén vraag uit de gemeente
Elke preek hoort één vraag op te pakken, die in de gemeente zou kunnen leven. Daarbij kan gedacht worden:

  • aan een pastorale vraag
  • een gemis dat gevoeld wordt
  • een verlangen dat leeft binnen de gemeente
  • een aanvechting met betrekking tot Gods handelen
  • een worsteling om iets in praktijk te brengen

Van belang is dat de boodschap van de preek (theme sentence) een antwoord formuleert op deze vraag die in de gemeente zou kunnen leven. Dat antwoord hoeft niet afgerond te zijn. Dat antwoord kan fragmentarisch en voorlopig zijn, met eschatologisch voorbehoud. Maar dan wel op zo’n manier dat duidelijk wordt hoe God handelt.

De vraag die leeft wordt uitgewerkt op pagina 2. Het antwoord in al zijn gevarieerdheid wordt uitgewerkt op pagina 4.

Eén (voor)beeld
Bij het (voor)beeld (image) gaat het om een beeld in woorden of een evocatieve zin. In de meest ideale vorm kan dit beeld aan de boodschap (theme sentence) worden gelinkt en is dit beeld afkomstig uit het Bijbelgedeelte. Elke preek hoort een (voor)beeld te hebben om te voorkomen dat een preek abstracte ideeën uitwerkt. Een (voor)beeld maakt de trouble en de grace met woorden inzichtelijk en invoelbaar voor de gemeenteleden. Een (voor)beeld is een visueel hulpmiddel om Gods daden in het heden te blijven onthouden.

Waar komt een (voor)beeld vandaan?

  1. Uit de Bijbeltekst
  2. Uit onze eigen (leef)wereld
  3. Een retorische zinsnede of een refrein van woorden

Peter Jonker schreef op basis van het model van “De vier pagina’s van de preek” een boek over de (voor)beelden in de preek.
preaching-in-pictures

Eén missie
De preek laat zien wat Gods handelen verandert in ons leven en onze werkelijkheid. Missie gaat over hoe wij Christus kunnen ontmoeten in onze eigen werkelijkheid en over hoe God ons in staat stelt om te leven tot Zijn wil en eer.
Van belang is wel dat de missie uiteindelijk wordt geformuleerd als handelen van God. De mens kan wel in de preek aan de orde komen als medewerker van God, als ‘junior verbondspartner’, waarbij God degene is die uiteindelijk handelt. Wanneer de last bij mensen komt te liggen en niet bij God, dan hoort een missie thuis op pagina 2. Op pagina 4 wordt uiteengezet hoe Gods handelen ons in staat stelt tot deze missie.

  • Missie op pagina 2: Appèl vanuit Gods woord, vanuit Zijn geboden; menselijk falen; niet kunnen of willen voldoen aan dit appèl; verlangen om dit te doen, maar de eigen onmacht ervaren.
  • Missie op pagina 4: Gods reddend of versterkend handelen. Aandacht voor Christus die voltooit of de Geest die ons in staat stelt.