‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

Net als in de openingsscène van een film onthult de introductie van de preek iets van waar de preek over gaat. De tafel wordt gedekt, maar de maaltijd nog niet opgediend. De geur hangt al wel in huis. De introductie heeft een belofte die in de preek waargemaakt wordt.

Voor de luisteraar is de introductie ook bedoeld om vertrouwen te krijgen in degene die de preek houdt: ‘Wie is hij of zij? Ben ik het eens met de aanpak? Kan ik vertrouwen stellen in wat er gezegd wordt?’

In het verleden werd er niet veel aandacht besteed aan de introductie van de preek. Door de New Homiletic, die wil dat de preek een ervaring of een belevenis is, is er aandacht gekomen voor de introductie, waarin de luisteraar wordt meegenomen in het verhaal.

De preek kan beginnen met pagina 2 (Trouble in onze eigen wereld). Wanneer het hedendaagse materiaal beperkt kan blijven tot een of twee paragrafen is het zinvoller om deze paragrafen te zien als introductie op de hele preek en daarmee ook op pagina 1 (Trouble in de Bijbel).

Volgens Paul Scott Wilson zijn er 6 manieren om de preek te beginnen:

  1. Vertel een verhaal dat het tegenovergestelde is van de boodschap (theme sentence) en van het handelen van God (grace).
  2. Begin met een niet al te serieuze ervaring van de boodschap (theme sentence).
  3. Start met de gekozen Bijbeltekst.
  4. Start met sociale gerechtigheid.
  5. Start met een nieuwsbericht.
  6. Start met een fictief verhaal.


Zelf zou ik nog een 7e toevoegen: koppeling aan het kerkelijk jaar of het eigene van de desbetreffende zondag. Paul Scott Wilson stelt dat echter in het slot van de preek aan de orde.

Regels voor een verhaal aan het begin

  • Start in medias res: op de plaats en met de gebeurtenis of handeling waar het om gaat.
  • Neem geen lange aanloop waarvan niet duidelijk is waar het naar toe gaat.

Wat je in een introductie niet moet doen

  1. Begin niet met een vraag.
  2. Ga de luisteraars niet manipuleren.
  3. Begin niet met een grap of een mop (tenzij deze grap of mop heel goed aan de Bijbelse tekst verbonden kan worden).
  4. Gebruik geen lange zinnen.
  5. Start niet met een verhaal met een lange aanloop. Begin direct bij de pointe van het verhaal en vertel de rest eventueel als een terugblik.
  6. Start niet te diep of met een te aangrijpend verhaal.
Advertenties

‘De vier pagina’s van de preek’- 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

‘De vier pagina’s van de preek’ – 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

img_3152

Bij De vier pagina’s van de preek, het preekmodel van Paul Scott Wilson, hoort ook een verdeling van de werkzaamheden over de week. Daarbij wordt op die dag de desbetreffende pagina niet alleen voorbereid, ook daadwerkelijk uitgeschreven:

  • Maandag:
    – exegese
    – invullen van het ezelsbruggetje The Tiny Dog Now is Mine
    – titels van de vier pagina’s
    – introductie van de preek
  • Dinsdag:
    – Pagina 1: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in de Bijbel
  • Woensdag:
    – pagina 2: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in onze eigen tijd
  • Donderdag:
    – Pagina 3: in woorden ‘verfilmen’ van grace in de Bijbel
  • Vrijdag:
    – Pagina 4: in woorden ‘verfilmen’ van grace in onze eigen tijd
    – slot van de preek onder woorden brengen

preach_4pages

‘De vier pagina’s van de preek’ – 2: Eenheid in de preek

‘De vier pagina’s van de preek’ – 2: Eenheid in de preek

Voor Paul Scott Wilson is het van belang dat de preek een eenheid is. De vier pagina’s van de preek zijn in feite vier variaties op één thema. Dan wel weer steeds op een andere manier uitgewerkt.


De preek hoort een eenheid te zijn. Daarom:

  • één bijbelgedeelte – one text
  • één boodschap – one theme sentence
  • één onderdeel van de christelijke geloofsleer – one doctrine
  • één vraag uit de gemeente – one need
  • één (voor)beeld of slogan – one image
  • één taak om uit te voeren – one mission

Als ezelsbruggetje: The Tiny Dog Now Is Mine.

images (1)

Eén bijbelgedeelte
Een leesrooster kan verschillende lezingen opgeven voor de desbetreffende zondag. Of bij een bepaald onderwerp kan een predikant verschillende Schriftlezingen hebben. De preek kan echter maar over één Bijbelgedeelte gaan. In de preekvoorbereiding heeft een predikant ook geen tijd om meer dan één Bijbelgedeelte te onderzoeken.

Eén boodschap
Een preek kan maar boodschap bevatten. De boodschap wordt geformuleerd als een korte, krachtige zin. In deze zin is God het onderwerp. Hij handelt. Het werkwoord is een sterk werkwoord. Bijvoorbeeld:

  • God geeft een betere wereld
  • God geeft Israël een nieuwe identiteit
  • God handelt reeds in ons leven
  • God kan niet worden tegengehouden
  • De Geest werkt ten behoeve van Paulus
  • Christus is voor iedereen gestorven en opgestaan

Een boodschap kan worden ontdekt door de vraag: Wat doet God in deze tekst? Of, als dat niet duidelijk is: Wat doet God achter deze tekst?

Een boodschap (theme sentence) bevat steeds:

  • Een van de drie Personen van de Triniteit als onderwerp
  • Een actief werkwoord
  • Een reddende of versterkende handeling
  • Een complete gedachte, waarin Gods handelen in het heden ook helder in wordt uitgedrukt
  • Een korte, enkelvoudige zin: onderwerp – actief werkwoord – handeling – eventueel ten behoeve van: … (geen complexe samengestelde zin)

photo-4
Daarom:

  • Geen zwakke, statische of passieve werkwoorden
  • Geen werkwoorden als ‘zegt’ of ‘vertelt’.
  • Geen vragen (Werk vragen om tot een statement met God als handelende persoon)
  • Geen boodschap onder voorbehoud
  • Geen complexe of samengestelde zinnen

Manieren waarop een theme sentence gevonden wordt:

  • Het Bijbelgedeelte herschrijven in actieve zinnen, zoals ik deed met Mattheüs 5:1-16.
  • Op basis van exegese. Bij zijn model heeft Paul Scott Wilson 35 vragen opgesteld die behulpzaam zijn bij het vinden van de theme sentence.
  • Antwoord op de vraag: Wat doet God in of achter deze tekst?
  • Omkering van de trouble.
  • Antwoord op een vraag die in de gemeente leeft (need).

De boodschap (theme sentence) is ook de titel van pagina 3 en/of 4. Het verschilt tussen beide pagina’s is dat de titel op pagina 4 de toevoeging ‘nu’ of ‘ten behoeve van ons’ heeft.

Deze korte, eenvoudige zin wordt door de preek heen, maar vooral op pagina 3 en 4 verschillende keren genoemd en uitgewerkt (zoals verbeeld of met woorden gefilmd).

Eén onderdeel uit de christelijke geloofsleer
In de dogmatiek, het nadenken over de christelijke geloofsleer, wordt  nagedacht over Gods handelen in heden, verleden en toekomst. Elke boodschap, geformuleerd als theme sentence, heeft betrekking op één van de onderdelen van de dogmatiek. Voor de preek is de dogmatiek van belang, omdat de geloofsleer nagaat of de beweringen die ik doe over God terecht en houdbaar zijn.

Dit onderdeel van de geloofsleer kan de predikant helpen in de geloofsleer om de theme sentence in al zijn kracht en gevarieerdheid, maar ook in zijn ambivalentie (aanvechting, twijfel, complexiteit, contra-argumenten) te gebruiken in de preek.

Gerhard Ebeling: ‘Theologie is noodzakelijk met als doel de prediking zo moeilijk te maken als voor de prediker nodig is.’

Voor Paul Scott Wilson is het echter de bedoeling dat de keuze voor één onderdeel uit de christelijke geloofsleer helpt om de gedachten in de preek eenvoudiger, helderder en dieper te laten worden.


Het zou de moeite waard zijn om een geloofsleer of dogmatiek uit te werken die allereerst gericht is op de preekvoorbereiding en niet op de interne dogmatische discussies.

sermon-preparation

Eén vraag uit de gemeente
Elke preek hoort één vraag op te pakken, die in de gemeente zou kunnen leven. Daarbij kan gedacht worden:

  • aan een pastorale vraag
  • een gemis dat gevoeld wordt
  • een verlangen dat leeft binnen de gemeente
  • een aanvechting met betrekking tot Gods handelen
  • een worsteling om iets in praktijk te brengen

Van belang is dat de boodschap van de preek (theme sentence) een antwoord formuleert op deze vraag die in de gemeente zou kunnen leven. Dat antwoord hoeft niet afgerond te zijn. Dat antwoord kan fragmentarisch en voorlopig zijn, met eschatologisch voorbehoud. Maar dan wel op zo’n manier dat duidelijk wordt hoe God handelt.

De vraag die leeft wordt uitgewerkt op pagina 2. Het antwoord in al zijn gevarieerdheid wordt uitgewerkt op pagina 4.

Eén (voor)beeld
Bij het (voor)beeld (image) gaat het om een beeld in woorden of een evocatieve zin. In de meest ideale vorm kan dit beeld aan de boodschap (theme sentence) worden gelinkt en is dit beeld afkomstig uit het Bijbelgedeelte. Elke preek hoort een (voor)beeld te hebben om te voorkomen dat een preek abstracte ideeën uitwerkt. Een (voor)beeld maakt de trouble en de grace met woorden inzichtelijk en invoelbaar voor de gemeenteleden. Een (voor)beeld is een visueel hulpmiddel om Gods daden in het heden te blijven onthouden.

Waar komt een (voor)beeld vandaan?

  1. Uit de Bijbeltekst
  2. Uit onze eigen (leef)wereld
  3. Een retorische zinsnede of een refrein van woorden

Peter Jonker schreef op basis van het model van “De vier pagina’s van de preek” een boek over de (voor)beelden in de preek.
preaching-in-pictures

Eén missie
De preek laat zien wat Gods handelen verandert in ons leven en onze werkelijkheid. Missie gaat over hoe wij Christus kunnen ontmoeten in onze eigen werkelijkheid en over hoe God ons in staat stelt om te leven tot Zijn wil en eer.
Van belang is wel dat de missie uiteindelijk wordt geformuleerd als handelen van God. De mens kan wel in de preek aan de orde komen als medewerker van God, als ‘junior verbondspartner’, waarbij God degene is die uiteindelijk handelt. Wanneer de last bij mensen komt te liggen en niet bij God, dan hoort een missie thuis op pagina 2. Op pagina 4 wordt uiteengezet hoe Gods handelen ons in staat stelt tot deze missie.

  • Missie op pagina 2: Appèl vanuit Gods woord, vanuit Zijn geboden; menselijk falen; niet kunnen of willen voldoen aan dit appèl; verlangen om dit te doen, maar de eigen onmacht ervaren.
  • Missie op pagina 4: Gods reddend of versterkend handelen. Aandacht voor Christus die voltooit of de Geest die ons in staat stelt.

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

Een preek maken is geen eenvoudige bezigheid. De exegese gaat mij vaak wel goed af. De opbouw en de uitwerking van een preek vind ik steeds een hele klus. Het heeft een tijd geduurd voor ik een model van preekopbouw gevonden had dat bij mij paste. Het is het model van
De vier pagina’s van de preek van Paul Scott Wilson.

Ik heb dat een paar jaar geleden enige tijd gebruikt, maar had het toch weer weggelegd. Nadat ik enige tijd geleden terughoorde dat luisteraars mijn preken niet altijd konden volgen, heb ik het boek van Paul Scott Wilson weer uit de kast gepakt en ben ik er intensiever dan voorheen mee aan de slag gegaan. Ik merk nu ik het enige tijd gebruik, dat het een model is, dat erg behulpzaam is voor de opbouw van de preek. In dit model wordt niet alleen een structuur gegeven aan de hand van ‘de 4 pagina’s van de preek’. Er wordt ook aandacht besteed aan de introductie en het slot en aan de opbouw van de afzonderlijke pagina’s van de preek.
images (1)
Paul Scott Wilson

Het aardige is dat Paul Scott Wilson eind 2018 een update van zijn The Four Pages of the Sermon publiceerde, waarin hij zijn model preciezer uitwerkt op basis van de jarenlange ervaring als hoogleraar Homiletiek.

511h28bhz5l._sx334_bo1,204,203,200_
Voorkant van de ‘revised and updated version’ van “The Four Pages of the Sermon”

Het model van De vier pagina’s van de preek is eenvoudig: de preek bestaat uit 4 kwadranten, die de polen trouble, grace, Bijbel, vandaag de dag verwerken.

  • Pagina 1: trouble in de Bijbel
  • Pagina 2: trouble vandaag de dag
  • Pagina 3: grace in de Bijbel
  • Pagina 4: grace vandaag de dag.

preach_4pagesPaul Scott Wilson noemt deze kwadranten pagina’s, omdat als dit kwadrant een volledige pagina van een preekmanuscript is geschreven. Het volledige manuscript bestaat dan uit 4 even lange pagina’s, eventueel aangevuld met een aparte introductie en een apart slot.

De winst van deze update is dat Paul Scott Wilson iets meer ingaat om wat hij beschouwt als trouble en grace.

 

  • Trouble
    trouble
    is voor hem vrij breed. Trouble gaat over zonde, menselijk falen, maar betekent nog meer. Het betreft ook het verlangen van de christen om te leven tot Gods wil, maar het elke dag merken dat het niet lukt om dat verlangen in praktijk te brengen. Kenmerk van deze eerste twee bladzijden is dat de last op mensen komt te liggen: de last om de schuld te dragen, om het goed te maken, om te leven naar Gods wil. De mens is niet in staat om dit volledig te dragen.
    Trouble
    kan ook uitgewerkt worden als een menselijk verlangen (need), waarbij de mens (of de gelovige) niet in staat is dat verlangen zelf te vervullen.

 

  • Grace
    Grace
    is het handelen van God, waarmee God in Christus ten gunste handelt van de mens of de menselijke last aanvaardt en Zelf de last draagt of door de Geest de kracht geeft om de last enigszins te dragen. Grace berust op Gods handelen als Schepper of als Herschepper, berust op kruis en opstanding en op de gave van de Heilige Geest.

 

 

Hij geeft aan dat zijn preekmodel kan worden beschouwd als een variant op de Lutherse verhouding wet – evangelie.

Bijbel als basis
Paul Scott Wilson begint bewust met de Bijbel. De Bijbel is de basis van de verkondiging. De Bijbel laat de
trouble zien. De Bijbel laat ook zien hoe God handelt ten aanzien van de trouble (de menselijke schuld, nood, het verlangen van de mens).

Heden
Voor Paul Scott Wilson is het wezenlijk dat het in de verkondiging niet alleen de Bijbel bepreekt wordt. Het gaat ook over het heden: over hoe we zicht krijgen op onze
trouble in het heden en op Gods handelen in het heden.

Handelen van God
Vooral de focus op Gods handelen is een punt dat hij steeds naar voren brengt. Naar zijn idee ontbreekt in het allergrootste deel van de preek de aandacht voor Gods handelen in het heden. Preken gaan uitgebreid in op schuld, nood of verlangen, maar laten de gemeente niet zien hoe God handelt. Voor Paul Scott Wilson is de verkondiging van het evangelie daarom: zowel trouble als Gods handelen: Gospel = trouble + grace.

Grammatica
Dit model is niet persé bedoeld als opbouw van de preek. Het is allereerst bedoeld als grammatica voor degene die de preek voorbereidt om helder te hebben dat alle 4 de aspecten van het evangelie (
trouble in the Bible, trouble now, grace in the Bible, grace now) in elke preek evenveel aandacht krijgen.

maxresdefault

Opbouw
Het mooie is dat het model tegelijk ook wel degelijk mogelijk is om de preek op te bouwen. De 4 pagina’s kunnen achter elkaar uitgeschreven worden, eventueel met inleiding en slot. Wanneer iemand de pagina’s helder heeft kan er ook gevarieerd worden in de volgorde. Het waardevolle van dit model is dat er volop aandacht is aan de uitwerking van de 4 bladzijden en ook aan de overgangen naar de volgende bladzijde.

Ook voor een preek in 3 punten
Het model kan eventueel zelfs gebruikt worden als model voor een preek in drie punten, waarbij de inleiding op de drie punten pagina 1 of 2 bevat. Bijvoorbeeld:

  • Inleiding: pagina 1 (of 2)
  • punt 1: pagina 2 (of 1)
  • punt 2: pagina 3
  • punt 3: pagina 4

download (2)

Variatie
Wie dit model gebruikt, hoeft niet bang te zijn voor eenvormigheid of preken die steeds overeenkomen. De introductie kan al op 6 à 7 verschillende manieren uitgewerkt worden. Daarnaast ligt aan elke preek één onderdeel uit de christelijke geloofsleer ten grondslag. De predikant kan steeds in de gaten houden dat er volop gevarieerd wordt met betrekking tot de onderdelen van de dogmatiek.


Terugblik
Het mooie van dit model is dat het ook een handvat biedt om terug te kijken welke thema’s uit de geloofsleer in de afgelopen preken wel aan de orde gekomen zijn en welke er zijn blijven liggen. Bovendien kan de predikant bijhouden welke vragen, die er in de gemeente zou kunnen leven, aan de orde zijn gesteld.

In de komende tijd wil ik het waardevolle van dit model laten zien en daarbij ook meenemen wat Paul Scott Wilson in zijn update verwerkt.

Recensie Slenczka

Vom Alten Testament und vom Neuen. Beiträge zur Neuvermessung ihres Verhältnisses. Notger Slenczka, Evangelische Verlagsanstalt Leipzig 2017, 506 blz., € 44,-.

In 2015 leidde een artikel uit 2013 van de systematisch-theoloog Notger Slenczka tot een rel in Duitsland. In dat artikel stelde Slenczka dat het Oude Testament zijn canonieke status had verloren en dat de kerk er beter aan deed om het Oude Testament de status van apocriefe boeken te geven. Deze stelling werd een rel, omdat velen dachten dat Slenczka het Oude Testament wilde afschaffen. Men zag allerlei spookbeelden uit de jaren-’30, zoals antisemitisme, opdoemen. In 2017 publiceert Slenczka een verzamelbundel met het bewuste artikel en andere artikelen die hij schreef om zijn positie te verduidelijken. Ook zijn artikelen van na de rel toegevoegd, waarin hij de consequenties van zijn stelling laat zien. Voortdurend laat hij doorschemeren dat de kritiek hem ook persoonlijk geraakt heeft. Ook omdat wat Slenczka stelt in eigen ogen helemaal niet nieuw is, maar een lijn is die binnen de Duitse theologie steeds is aangehangen.
Voor Slenczka kan het Oude Testament alleen canonieke status hebben als kerk en theologie ervan uitgaan dat het Oude Testament over Christus gaat. In dat geval is het Oude Testament een onderdeel van de geschiedenis van de kerk. Vanaf de 19e eeuw leidt het opkomende historische bewustzijn tot het inzicht dat het Oude Testament niet op de kerk is gericht, maar op een specifiek volk. Voor Schleiermacher – en een eeuw later Von Harnack – reden om te stellen dat de gerichtheid op een specifiek volk niet past bij het universele geloof van de kerk. Het Oude Testament is van minder kwaliteit dan het Nieuwe Testament. De historisch-kritische exegese versterkt nog eens het inzicht dat het Oude Testament van oorsprong niet aan de kerk was geadresseerd. Door de opkomst van bijvoorbeeld de theologie van het Oude Testament vanaf de jaren ’30, waarin men volhield dat het Oude Testament vanaf de allereerste oorsprong wel op Christus was gericht, kon men nog volhouden dat het Oude Testament canoniek was. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de dialoog met tussen Joden en christenen op gang. In de laatste decennia wordt in die dialoog door zowel Joden als christenen gesteld dat het Oude Testament niet van oorsprong op Christus was gericht. Deze gedachte wordt inmiddels breed in de kerk aangehangen. Daarmee is echter volgens Slenczka de laatste pijler voor de canonieke status van het Oude Testament ondergraven. Het Oude Testament is in de praktische omgang niet meer canoniek, maar apocrief. Dat het Oude Testament wel in het Nieuwe Testament wordt geciteerd is niet afdoende, want dan zou ook bepaalde Griekse of Romeinse literatuur, die in het Nieuwe Testament wordt geciteerd canoniek zijn. Slenczka komt tot de conclusie dat het Oude Testament slechts tot de voorgeschiedenis van het christendom behoort. Het Oude Testament gaat niet over Christus. Het Oude Testament hoeft niet te worden afgeschaft. Er kan zelfs over gepreekt worden. Het Oude Testament heeft dan de functie die bij Luther de wet heeft: het beschrijft de situatie zonder Christus. In deze verzamelbundel is ook een aantal preken opgenomen, zodat duidelijk wordt hoe Slenczka deze functie ziet.
Ten tijde van de rel is Slenczka verweten dat hij niet op de hoogte is met recente discussies rondom het Nieuwe Paulusperspectief en rondom de dialoog tussen Joden en christenen. In dit boek laat hij zien dat hij deze discussies terdege heeft gevolgd. In zijn ogen onderbouwen die discussies juist zijn stellingname. Hij sluit af met enkele kritische bijdragen over de uitkomsten van de dialoog tussen Joden en christenen. Slenczka is van mening dat christenen vanuit de Lutherse tweerijkenleer wel voor het bestaan van de staat Israël op mogen komen, maar daar geen Bijbelse argumenten voor kunnen gebruiken. De staat Israël moet ook geen bijzondere theologische status krijgen, maar in ethisch opzicht net als elke andere staat worden benaderd. Slenczka is kritisch op de ontwikkelingen in de dialoog tussen Joden en christenen, omdat hij van mening is dat aan christelijke zijde teveel water bij de wijn gedaan wordt. Christelijke theologen zijn bereid om het specifieke van christelijke Godsbeeld op het spel te zetten om de Joden tegemoet te komen. In een kritisch artikel over Berthold Klappert vraagt hij zich af waarom Klappert niet over wil gaan tot het Jodendom maar christen blijft. Ook is hij van mening dat de christelijke visie nog behoorlijk aanmatigend blijft als er gesteld wordt dat christenen opgenomen worden in het verbond dat God met Israël sluit. Wat blijft er van deze gedachte over als Joodse stromingen ontkennen dat christenen ook tot het verbond zijn toegetreden? Alleen al vanwege deze kritische reflectie op de dialoog tussen Joden en christenen en de consequenties voor de christelijke theologie maakt Slenczka’s boek de moeite waard.
Tijdens het lezen van Slenczka kreeg ik de indruk dat het hier om een debat binnen de Lutherse traditie gaat. Binnen de gereformeerde of de evangelicale traditie zullen andere afwegingen gemaakt kunnen worden, waardoor het Oude Testament toch zijn canonieke status blijft behouden zonder dat een christologische interpretatie strikt noodzakelijk is. Binnen de gereformeerde traditie kan dat bijvoorbeeld de gedachte van de voortgaande openbaring zijn. Of het ‘tegoed van het Oude Testament’. Het zwakke punt in zijn betoog vind ik dat hij het specifiek christelijke van Christus koppelt aan het nieuwe dat Christus bracht. Met dat uitgangspunt kom je al snel in een verschil in waardering van het Oude en Nieuwe Testament. Het duurde wel een tijd voor het boek echt op gang kwam, omdat Slenczka in het begin het artikel dat aanleiding gaf voor de rel wil uitleggen. Dat geeft in het eerste deel veel herhaling. Naarmate het boek vorderde, werd het een spannend en leerzaam betoog. Al deel ik zijn uitkomst niet en hecht ik meer waarde aan de eigenheid van het Oude Testament, een aantal uitgangspunten van Slenczka zijn relevant in de huidige theologische discussies, zoals het serieus nemen van de eigen theologische geschiedenis en het vasthouden aan de eigenheid van het christelijk geloof. Een van de oorzaken waarom hij bij de krasse stelling van zijn boek uitkomt, is dat hij zich zorgen maakt over de theologie in deze tijd, die als het gaat om het christelijk Godsbeeld te veel inlevert en daarmee het specifieke christelijke op het spel zet.

eerder verschenen in Soteria

Matthijs SchuurmanPredikant van de Hervormde Gemeente Oldebroek (PKN)

Advent is geen tijd voor zwakkelingen

Advent is geen tijd voor zwakkelingen

In de afgelopen adventsperiode kon ik met
Advent: The Once & Future Coming of Jesus Christ (Fleming Rutledge, twitter: @flemingrut) een boek lezen, dat paste bij de tijd van het jaar. Dit boek bevat een groot aantal adventspreken, die Rutledge in de afgelopen decennia hield. Veel van die preken zijn gehouden in New York in de Grace Church, waar ze lange tijd aan verbonden was. Het lezen van dit boek was een indrukwekkende ervaring en leerde mij veel over de tijd van advent.
advent rutledge‘Advent is geen tijd voor zwakkelingen (sissies = mietjes)’, schrijft ze herhaaldelijk in een preek. Want in de periode van advent draait het om de wereld die duister is geworden door de macht van de boze, die in deze wereld kwam. De periode van advent is de tijd om de grote vragen te stellen, te worstelen met Gods leiding en aanwezigheid in deze wereld. Want in de lezingen van advent komt naar voren dat God de verborgene is.

Een eigen tijd
Advent is voor Rutledge geen voorbereiding op het Kerstfeest, maar een eigen periode met een eigen thematiek: de wederkomst van Christus. Rutledge is opgegroeid in de Episcopale kerk (de Amerikaanse tak van de Anglicaanse kerk) en vermeldt steeds dat in haar jeugd er geen kerstversieringen waren in de kerk en ook nog geen kerstliederen gezongen wordt. In haar preken geeft ze naar gasten in de kerk aan, dat ze zich misschien verbazen over het gebrek aan kerstsfeer in de kerk. Maar, zo geeft ze aan, als je advent gaat snappen, ga je er van houden en zou je niet anders meer willen.

yY623rKO_400x400

7 weken
De periode van advent is de tijd waarin er geen grotere kloof is tussen de sfeer binnen de kerk en de sfeer buiten de kerk. Buiten de kerk komt alles in de feeststemming. Black Friday, de dag na Thanksgiving, is het startsein om kerstinkopen te doen. Rutledge geeft aan, dat zij ook meedoet: ook zij heeft een schattige adventskalender en heeft in huis kerstkransen hangen. In de Anglicaanse kerk is de adventsperiode al begonnen voor Thanksgiving. Die periode begint 7 weken voor kerst en omvat de feestdag van de engel Michaël en de laatste zondag van het kerkelijk jaar (de zondag van Christus Koning). Het einde van het kerkelijk jaar gaat in de adventsperiode dan ook heel vloeiend over in het nieuwe kerkelijke jaar.

Tijd van donkerheid
Deze tijd van het jaar is volgens Rutledge de makkelijkste om te preken. Voorbeelden om de duisternis en de donkerheid van de adventsperiode liggen voor het oprapen. In alle preken komen gebeurtenissen uit het nieuws naar voren: de genocide in Rwanda, schietpartijen op scholen, de aanslagen van 9-11, ontwikkelingen in de Amerikaanse politiek, de crisis in de Amerikaanse kerken (waarvan ze in een voetnoot aangeeft, dat ze in haar eigen preken constateert dat die crisis al in de jaren-’70 begon).

Als ze de voorbeelden niet uit het recente nieuws haalt, dan haalt ze die voorbeelden wel uit artikelen uit de New York Times of interviews die ze tegenkwam en die ze bewaart in een knipselmap om later bij een preek uit te putten. Of ze heeft een boek gelezen over Abraham Lincoln, over Roméo Dallaire, de Canadese generaal die in Rwanda verbleef ten tijde van de genocide. Geregeld komt een van zijn uitspraken terug in preken: ‘In de tijd van de genocide was de hel leeg, want alle duivels waren actief in Rwanda.’ Het kwaad is overigens niet alleen iets dat in de ander woont, ook christenen hebben volop te maken met het kwaad in zichzelf en de vatbaarheid voor het kwaad.

Apocalyptisch
Rutledge heeft een apocalyptische visie op het Nieuwe Testament. Ze legt dat in haar preken ook uit: je hebt naast God, die de wereld geschapen heeft en de mensen die door God geschapen zijn ook nog een derde macht: de duivel. De duivel is de kwade macht die in de wereld gekomen is en die door Christus’ eerste komst verslagen is en met Zijn tweede komst definitief van deze wereld verdreven zal zijn. We leven, zoals ze vaak de dichter W.H. Auden aanhaalt: ‘in de tussentijd’. Je kunt in haar boeken merken dat ze een leerling is van onder andere J. Louis Martyn en dat ze veel opgestoken heeft van Raymond E. Brown.

Wederkomst
Zelden heb ik trouwens een boek gelezen waarin de verwachting van Christus’ Wederkomst zo’n rol speelt. Rutledge geeft ook aan, dat die verwachting in haar jeugd ook niet zo speelde. Toen ging het er vooral om dat Christus in je hart kwam. Door alle gebeurtenissen in en na de Tweede Wereldoorlog is de theologie het apocalyptische spreken van het Nieuwe Testament serieus gaan nemen en dat is in de preken van Rutledge volop te merken.

Oordeel
Veel preken gaan over apocalyptische teksten of over teksten waarin het oordeel van God wordt aangekondigd (waarbij ze zegt dat het vooral de mensen die zelf het oordeel vrezen vragen om deze thematiek in preken uit de weg te gaan). Of over de strijd tegen het kwaad, de geestelijke wapenrusting en het kwaad in onszelf. Omdat in de Middeleeuwen op de laatste zondag van advent gepreekt werd over de hel is ook een preek van haar over de hel opgenomen, die ze hield op de laatste adventszondag.

Workshop_of_El_Greco_-_Saint_John_the_Baptist_and_Saint_Francis_of_Assisi_-_Google_Art_Project
Johannes de Doper
Een belangrijke persoon die geregeld in de preken naar voren komt is Johannes de Doper. Hij is bij uitstek de persoon van advent. Hij is onderdeel van de oude wereld, de wereld van de belofte en tegelijkertijd hoort hij bij de nieuwe wereld, de wereld van de vervulling. Zijn taak is het om de gemeente klaar te maken om de messias te ontvangen. Hij doet dat door het oordeel aan te kondigen. Rutledge heeft duidelijk een zwak voor deze persoon. Ze zegt in verschillende preken dat ze wel eens een schattige adventskalender zou willen ontwerpen, waarbij je als je een van de deurtjes opendoet een ernstige Johannes de Doper je aankijkt en tegen je zegt: “Gij addergebroed’.


Deze prekenbundel is de moeite waard om meer van advent te weten te komen. Daarnaast is het de moeite waard om te zien hoe Rutledge omgaat met de Bijbellezingen in de preek en hoe ze haar preken in deze tijd plaatst.

N.a.v. Fleming Rutledge, Advent: The Once & Future Coming of Jesus Christ (Michigan, Grand Rapids: Eerdmans, 2018).

Lezen van literatuur vormt je karakter

Lezen van literatuur vormt je karakter

Een van de vragen waar ik als predikant steeds mee bezig ben is welk effect het evangelie heeft op mijn eigen karakter en op dat van gemeenteleden. Met name tijdens de voorbereiding van de preek en van de catechisaties houdt die vraag me bezig. Welk moreel appèl doet het evangelie op ons karakter? Welke bijdrage kan ik als predikant vanuit het evangelie daaraan leveren?

Prior_OnReadingWell_3D-1
Deugdzaam leven
Daarom was ik benieuwd naar het boek On Reading Well van Karen Swallow Prior. Zij is hoogleraar Engels aan de Liberty University, een Amerikaanse christelijke universiteit. In On Reading Well laat Prior zien hoe het lezen van literatuur kan helpen een deugdzaam leven te vinden. Ze behandelt twaalf christelijke deugden aan de hand van een roman of een kort verhaal, waarin zo’n deugd wordt uitgetekend. Of juist een hoofdzonde als het tegenovergestelde van de christelijke deugd.
webRNS-Prior-Profile8-082018-1-990x556

Karaktervorming
In haar boek stelt Prior dat het lezen van literatuur goed is voor onze karaktervorming en morele ontwikkeling. Romans, verhalen en toneelstukken kennen een plot, waarin het karakter van de hoofdpersoon wordt onthuld. Als lezer volgen we een hoofdpersoon op de voet en zien van nabij wat hem of haar overkomt en wat hij of zij doet. Door de hoofdpersoon op de voet te volgen, krijgt de lezer inzicht in de afwegingen en keuzes die iemand maakt. Omdat niet elke keuze of beweegreden integer is, doet de lezer kennis op van goed en van kwaad. Deze inzichten in goed en kwaad kunnen de lezer helpen om zelf tot de juiste morele beslissingen te komen. Dat vraagt van de lezer een beoordeling. Prior laat zien dat literatuur vaak om morele beoordelingen van de lezer vraagt.
download
In het hoofdstuk over wijsheid behandelt Prior
De geschiedenis van Tom Jones (1749) van Henry Fielding, waarbij er een verteller die de morele beoordeling expliciet aan de lezer meldt. In De grote Gatsby van F. Scott Fitzgerald (in het hoofdstuk over matigheid) en in Stilte van Shusako Endo (in het hoofdstuk over geloof) gebeurt de beoordeling op een impliciete manier doordat een figuur over de hoofdpersoon vertelt.

Wijsheid
De eerste deugd die besproken wordt is wijsheid. Wijsheid is volgens Prior het hart van het morele karakter. Wijsheid is als een wagenmenner die iemand aanstuurt. Wijsheid is geen deugd die in een ivoren toren wordt ontwikkeld, maar in de praktijk tot uitdrukking komt door te kiezen voor het goede en het kwade te vermijden.
Beautiful young brunette with blue eyes reading a book,sitting in a park
Wijsheid is daarom moraliteit die in praktijk wordt gebracht. Wijsheid heeft te maken met vooruitkijken. Je ziet wat er op je afkomt en wat daarbij van je gevraagd wordt om de juiste keuze te maken en het kwade uit de weg te kunnen gaan. Daarbij is niet alleen het einddoel van belang, maar ook de manier waarop het nastrevenswaardige doel wordt behaald. Een wijs persoon zal nooit zeggen dat het doel alle middelen heiligt. Het tegenovergestelde van wijsheid is daarom sluwheid. Een sluw persoon weet zijn doel te bereiken via een weg van kwade handelingen of kwade intenties.

Gemeenschappelijk gebeuren
Wat mij opviel bij het lezen over de deugden is dat het kunnen ontwikkelen van een deugd een gemeenschappelijk gebeuren is, maar dat het kiezen voor een verkeerde weg vaak een individueel streven is met publieke gevolgen. Neem gerechtigheid, een deugd die het beste in praktijk gebracht kan worden als de gehele gemeenschap vanuit gerechtigheid denkt en handelt. Een onrechtmatige daad heeft altijd publieke gevolgen. Al is die onrechtmatige daad in kleine kring uitgevoerd. Prior laat dat zien aan de hand van Twee steden van Charles Dickens, waarin de Franse Revolutie, die ontstaat uit het streven naar gerechtigheid ontaardt in een spiraal van geweld en daarbij ook weer onrecht begaan wordt.

9780451531315

Kuisheid
Ook de deugd van de kuisheid is een deugd die een appèl doet op een hele samenleving. Volgens Prior is er in deze tijd een verkeerd beeld van kuisheid. Bij kuisheid gaat het niet om uit de weg gaan van seksuele verleiding, maar juist toewijding aan de ander die aan je gegeven is. De roman die aan de orde komt is Ethan Frome (1911) van Edith Wharton. De hoofdpersoon Ethan Frome, getrouwd met Zeena, knoopt een relatie aan met Mattie. Aan zijn vreemdgaan ligt niet de ontmoeting met Mattie ten grondslag, maar het eerder al niet meer zien van Zeena en van het goede dat zijn vrouw in zijn leven brengt. Had Ethan zijn vrouw niet verwaarloosd, had zijn relatie met haar veel beter kunnen zijn. Kuisheid als gerichtheid op de ander is een voorwaarde om liefde te kunnen laten bloeien.

9200000005454557
Endo
Indrukwekkend is het hoofdstuk over geloof, waarin Stilte (1966) van Shusaku Endo aan de orde komt. Stilte gaat over de trotse Jezuïet Rodrigues die in Japan aankomt tijdens de vervolgingen van christenen. Hij kan het leven van christenen redden door het beeld van Christus te vertrappen. De vraag die het boek oproept is: betekent dat vertrappen van Christus het einde van zijn geloof of juist het begin van een geloof zoals Rodrigues nog nooit heeft gehad? Prior waarschuwt ervoor om Endo niet teveel vanuit de eigen dogmatiek te lezen. De roman houdt de lezer een spiegel voor: geloof is geen menselijke prestatie. Geloof is een deugd omdat we daarin kunnen uitblinken in onze afhankelijkheid van God.

img_1770

McCarthy
Inzichtgevend was ook het hoofdstuk over hoop. Deze deugd laat zien dat we onderweg zijn naar een betere toekomst. Volgens Prior is het onderweg-zijn van mensen een eeuwenoud literair motief. In dit hoofdstuk bespreekt ze De weg (2006) van Cormac McCarthy. Hoop is een belangrijke deugd, omdat hoop een realistische kijk op de wereld veronderstelt. Wanhoop is een hoofdzonde, omdat het geen realistische kijk op de wereld heeft en daardoor aanzet tot verkeerd handelen.

N.a.v. Karen Swallow Prior, On Reading Well. Finding the Good Life through Great Books (Grand Rapids: Brazos Press, 2018).

Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad