Preek oudejaarsavond 2016

Preek oudejaarsavond 2016
Schriftlezing: Johannes 1:1-18
Tekst: En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond  (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader),  vol van genade en waarheid. (vers 14)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Hij heeft onder ons gewoond.
Het zou mooi zijn als we dat over het afgelopen jaar kunnen zeggen:
dat Christus (die hier bedoeld wordt met het Woord) onder ons heeft gewoond.
Dat we hebben gemerkt, dat Hij in ons midden was.
Dat we dat hebben gemerkt in de kerkdiensten die er waren,
waarin de Bijbel mocht open gaat,
waarin gedoopt werd en het avondmaal werd gevierd,
diensten waarin broeders tot ambtsdragers werden bevestigd
en gemeenteleden werden uitgezonden voor hun dienst in het buitenland.
Hij heeft onder ons gewoond.
Het zou mooi zijn als we dat ook kunnen vertellen
over wat er in de gemeente buiten de kerkdiensten om:
op de catechisaties en de clubs, op de bijbelkring,
in de bezoeken die er waren vanuit de gemeente.
Dat we daarin iets merkten dat Christus onder ons woonde.
Dat u bij een huwelijksjubileum dat merkte
en zelfs bij een begrafenis en de tijd na de begrafenis,
dat u merkte dat u niet alleen was,
maar dat Christus er was,
dat Hij onder ons gewoond heeft
zoals Johannes dat zegt in het begin van zijn evangelie:
Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond
en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien.

Heeft u dat ook gemerkt, dat Christus als het Woord van God onder ons was
en heeft u ook de heerlijkheid van Christus gezien?
Want als Johannes spreekt over ‘ons’ en ‘wij’
dan bedoelt hij niet alleen zichzelf en de gemeenteleden uit zijn eigen tijd,
maar bedoelt hij alle gelovigen die na Christus leven
en sluit hij er ons hier vandaag in Oldebroek bij in.
Christus heeft onder ons gewoond
en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien.
Kunnen we dat ook over het afgelopen jaar zeggen
waarin ook in het wereldgebeuren nogal wat gebeurde?

Of is er in uw eigen leven ook teveel gebeurd
Waardoor u niet merkte dat Christus onder ons was
en dat we Zijn heerlijkheid hebben kunnen zien?
Ook in het afgelopen jaar hebben we geregeld stil gestaan bij iemand uit ons midden
die van ons is heengegaan
en hebben we daar samen met de achtergeblevenen bij stil gestaan
en vanavond hebben we hun namen opnieuw in herinnering gebracht
we hebben hen herdacht voor Gods aangezicht
en degenen die achtergebleven zijn hebben we voor de troon van God gebracht.
Wanneer je dat overkomt, kun je helemaal in beslag genomen worden
door het gemis en het verdriet.
In een aantal gevallen was het overlijden onverwachts,
Waardoor degenen die achterbleven de eerste tijd bezig waren
met de vraag wat er in de afgelopen tijd, voorafgaande aan het overlijden, was gebeurd.
Het kan zo intensief zijn om voor iemand te zorgen
en je kunt zo verslagen zijn door een overlijden, zeker als het onverwachts is
of je handen vol hebben aan het verdriet
dat je er geen oog voor kunt hebben, dat Christus er ook was.
Ik hoop ook dat u of jij, ook als je in het afgelopen jaar een pittig jaar hebt gehad
kunt zeggen: er waren toch momenten dat Hij er was.
Dat Hij onder ons woonde.

Johannes verwoordt de komst van Jezus op aarde op een bijzondere manier:
Het Woord is vlees geworden.
Het Woord, het spreken van God waardoor de wereld ontstond,
Gods machtig spreken dat effect heeft,
dat in het leven roept wat er niet is
en uit de dood kan roepen wat gestorven is.
Het Woord, dat is de zorg en de aandacht God op de aarde
en Zijn handelen waardoor alles geschapen werd
en waardoor Hij de wereld in stand houdt.
Dat spreken van God – voor Johannes is dat een manier om aan te geven
wie Christus was voor Hij mens op aarde werd.
Al voor Hij vlees en bloed werd, was Hij op de aarde gericht
door te spreken, door tot leven te wekken, door aan te spreken.
En toch komt het zover, dat Hij naar de aarde komt om mens te worden.
Op aarde wordt Hij net als wij: Hij wordt van vlees en bloed
en deelt met ons een menselijk lichaam, kwetsbaar en vergankelijk.
Hij door wie als geschapen is, door wie alles geworden is,
wordt zo kwetsbaar als mens dat ook Hij de weg van de dood gaat.
Hij die alles in het leven heeft geroepen, geschapen uit het niets,
begeeft zich op aarde om de weg naar de dood te gaan.
Gods Zoon is op aarde gekomen om die weg te gaan
die wij mensen moeten gaan.
En Hij is er niet voor even geweest,
maar Hij heeft onder ons gewoond.
Het is een bijzonder woord dat Johannes gebruikt voor wonen: tent opslaan.
De Zoon van God, het spreken van God dat ons vlees en bloed wordt,
de Zoon van God heeft op onze aarde Zijn tent opgeslagen.
Daarmee wil Johannes niet zo zeer aangeven dat Jezus maar voor korte tijd wilde blijven
maar dat Hij in een wereld kwam, waar niet direct voor Hem geen plek was.
Zoals Lukas vertelde dat er voor Hem geen plek was in de herberg,
zo geeft Johannes aan dat Jezus zelf Zijn plek op aarde moet creëren.
Christus moet ruimte maken voor Zichzelf en dat doet Hij dan ook.
Misschien moest dat in het afgelopen jaar ook wel in uw leven gebeuren
dat Christus Zijn tent opsloeg, in uw hart
en dat Hij ruimte maakte in uw leven voor ZIchzelf.
Ik was er niet op bedacht, maar het gebeurde.
Ik ging me voor Hem interesseren, Hij begon voor mij te leven
en ik wist het opeens: Hij is ook voor mij op aarde gekomen.

Kunt u ook zeggen dat u, dat jij Zijn heerlijkheid heeft gezien?
Want dat is wat Johannes ook wil aangeven,
dat ook wij, ook al leven wij nu, de heerlijkheid van Christus hebben gezien
en heerlijkheid is dan het kunnen ervaren van God in Zijn grootheid,
de heerlijkheid en de glans van God in de hemel,
waarvan er op aarde iets zichtbaar wordt.
Wij hebben de heerlijkheid van Christus gezien,
de grootheid, waardoor we Zijn hemelse komaf hebben opgemerkt,
die heerlijkheid, die hemelse glans hebben we zelf ook gezien.
Kunt u dat zeggen, dat u Christus op deze manier hebt gezien?

Of zegt u: ik heb wel iets van Christus gezien en ervaren,
maar omdat nu Zijn grootheid heb gezien, was dat maar waar
dan zou het voor mij gemakkelijker zijn om te geloven in Hem
en dan hoefde ik niet te twijfelen.
De heerlijkheid van de eniggeborene van de Vader
– hoe hebben we die heerlijkheid dan kunnen zien,
waarin we konden zien dat Christus de heerlijkheid van Zijn Vader
en Zijn hemelse afkomst als de Zoon van God aan ons  liet zien?

Die grootheid zien we allereerst doordat Hij naar de aarde kwam.
De heerlijkheid die Christus liet zien,
is dat Hij allereerst ons kwam opzoeken, mens werd
uit de hemel op aarde, om uw en jouw bestaan te delen
om te worden net zoals jij en u (zonder de zonde dan).
De heerlijkheid van Christus wordt vooral zichtbaar
op een plaats waarop wij niet snel zullen denken aan Gods heerlijkheid:
op Golgotha, de heuvel bij Jeruzalem waarop het kruis stond opgericht
en Jezus omhoog werd getild en Hij daar hing tussen hemel en aarde.
Dat is de heerlijkheid van Christus die zichtbaar werd,
omdat je daar kunt zien wie God is, ten diepste.
Toen Jezus het uitriep, aan het kruis: het is volbracht.
Wij hebben Zijn heerlijkheid gezien.
Heeft u deze heerlijkheid ook gezien, toen we met elkaar avondmaal vierden
en het niet alleen gezegd werd, maar ook zichtbaar werd gemaakt door brood en wijn,
toen het ook geproefd kon worden door een stukje brood en een slokje wijn:
Het is volbracht – ook voor jou,
tot een volkomen verzoening van al uw zonden.
We hebben het gezien, toen er werd gedoopt
en tegen de kinderen die de doop ontvingen
en tegen ons als gemeente: Christus is gestorven aan het kruis
om ervoor te zorgen, dat ook jouw zonden vergeven kunnen worden.
Hebt u dat ook gezien en geloofd?

Zelfs bij in rouwdiensten en bij het graf hebben we de heerlijkheid van Christus gezien:
Zijn heerlijkheid was dat Hij in de dood ging,  en ook opstond uit de dood.
Aan het graf, waar we een geliefde achterlaten,
mogen we zien op Hem die op aarde kwam om te sterven,
die de weg door de dood heen ging, om een doorgang te maken naar Gods Vaderhuis,
mogen we weten dat Christus de Levende is,
die de dood heeft overwonnen.
Wie in Mij gelooft, die zal leven, ook al is hij gestorven,
dat is de heerlijkheid van Christus die we hebben mogen zien.
Een heerlijkheid die ons deelgenoot wil maken van God,
die ons bij God wil brengen en terugbrengen.
een heerlijkheid vol van genade en waarheid.
Dat is geen heerlijkheid waar we op een afstandje naar staan te kijken,
zoals je vanavond naar het vuurwerk kunt kijken,
je kijkt ernaar, je klapt ervoor, maar dat is het dan.
Nee, het komt naar ons toe om ons erbij te betrekken,
zodat we gaan geloven in Hem en ons geloof sterker wordt
en we ontvangen wat van Hem is.
Ook die genade en die waarheid, die zijn niet om van een afstand te bekijken,
maar komen naar ons toe, komen in ons leven
Genade, dat ook het verkeerde van het afgelopen jaar vergeven wordt,
dat God dat weg doet uit mijn leven.

en verrijken ons leven en wekken het geloof in Christus.
Wij hebben zijn heerlijkheid gezien, zegt Johannes,
al zijn wij vandaag de dag geen ooggetuigen,
maar wie gelooft mag die heerlijkheid ook zien.
Ik hoop dat u in het afgelopen jaar deze heerlijkheid ook hebt gezien
en dat u bij het afsluiiten van het jaar
en het overdenken van wat er allemaal is gebeurt,
ook dat kunt zeggen:
Ja, Hij was er bij, Christus,
Ik heb Hem gezien, ervaren, heel dicht bij mij,
omdat Hij naar mij toe kwam
in wat er met mij gebeurde of om mij heen.
ik mocht geloven, mijn geloof mocht sterker worden.
Wij hebben zijn heerlijkheid gezien,
daarin spreekt verwondering en dankbaarheid:
Dank u wel Heere Jezus,
dat u naar de aarde wilde komen – ook voor mij.
Dat u ook voor mij aan het kruis ging om te sterven,
dat ook ik mag zeggen: Het is volbracht – niet door mijzelf, maar door Christus,
Hij volbracht het voor mij
en daarom mag ik nu ook bij Hem horen, mag ik ook bij Zijn gemeenschap horen.
Dankbaar ben ik en gelukkig, dat het mij is overkomen,
dat ik Hem mocht zien en ervaren
en nu zou ik niet anders meer willen.
Kunt u zo ook terugkijken, op het jaar 2016,
ook al was het misschien voor u geen gemakkelijk jaar,
dat u toch mag zeggen:
Ja, Hij was erbij,
Christus die in de hemel is, en op aarde kwam,
Hij was er – door de Heilige Geest ook.
Het is waar wat Johannes schrijft: wij – wij hebben zijn heerlijkheid gezien.
Amen

Preek nieuwjaarsmorgen 2017

Preek nieuwjaarsmorgen 2017
Schriftlezing: Johannes :1-18

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Laten we dit jaar beginnen met Christus.
Want er is toch niemand anders met Wie we het nieuwe jaar kunnen beginnen?
Hij was er al, voordat de wereld geschapen werd.
Alles wat er is, is er door Hem gekomen.
In het begin was het Woord –
met dat Woord wordt Christus bedoeld, voor Hij naar de aarde kwam.
Alle dingen zijn door het Woord gemaakt,
en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.
Ook deze aarde zijn door het Woord gemaakt, ook de wereld waarin wij leven.
Christus, die hier het Woord genoemd wordt,
omvat de hele geschiedenis die de aarde heeft en zal kennen.
Hij staat aan het begin van de aarde en de geschiedenis,
als Heer, als Schepper
en zal ook in het komende jaar Heer, Schepper zijn.
Alle dingen zijn gemaakt – ook het jaar 2017 is er door Hem.
Anno Domini 2017 – ook het jaar 2017 is het jaar
waarin Christus Heer is, waarin Hij regeert.

Woord – zo wordt Christus hier genoemd,
het woord waardoor God aan het begin heeft gesproken,
het woord waarmee God deze wereld heeft geschapen,
in het leven geroepen, bij name geroepen.
Vanaf het begin heeft God gesproken
en door dat spreken is de wereld ontstaan, geschapen.
God is nooit ophouden te spreken.
Ook in het jaar 2017, hoe dat jaar ook zal zijn, zal God de sprekende God zijn,
die tot ons en tot de wereld spreekt.
Een spreken vol macht, door wegen te openen die er voor ons gevoel niet zijn.
Een spreken dat tot leven kan wekken wat dood is, doen opstaan uit de dood.
Een spreken vol betrokkenheid en liefde,
waarmee God laat weten: ‘Ik laat deze wereld niet los en Ik laat jou niet los,
ook niet in het komende jaar.’
Dat is het houvast waarmee we het komende jaar in kunnen.
Christus die al vanaf het begin van de schepping bezig is met deze wereld,
door Wie deze wereld geworden is,
zal ook in het komende jaar zorg dragen voor deze wereld,
voor u, voor jou, voor mij.
Op de achtergrond speelt niet alleen Genesis 1 mee,
waarin de Bijbel ons meedeelt hoe de wereld is geschapen door Gods spreken,
maar ook Jesaja 55:
Want zoals regen neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert,
maar aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen
en zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,
zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat,
het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt.
Ook in 2017 zal het Woord van God niet vruchteloos, zonder effect zijn.
Als het Woord van God, dat niet vruchteloos zal zijn, dat effect zal hebben,
kwam Christus op aarde – om mens te worden – om nog meer effect te hebben:
dat mensen in Hem gaan geloven en het leven vinden.

Dat Christus effect zal hebben, zien we niet altijd
en zullen we ook in het komende jaar niet altijd zien.
Ook in het komende jaar zullen er rampen komen:
natuurrampen, aanslagen misschien ook wel,
of misschien wel afscheid nemen van iemand die ons dierbaar is.
Ook in het komende jaar zullen we berichten horen over christenvervolging.
En ook in het komende jaar zullen we niet alleen horen
over hoe mensen tot geloof komen of een groei in geloof doormaken,
maar zullen we ook horen over ongeloof,
zullen we misschien zelf in eigen kring meemaken
dat je op weerstand kunt stuiten, omdat je gelooft
of wilt praten over God, over Christus.
Als je dat meemaakt, kun je ontmoedigd raken.
Als je hoort van ingrijpende gebeurtenissen,
dan weet je zelf misschien niet eens hoe je moet reageren
en kun je ook nog eens van vrienden of collega’s de vraag krijgen:
‘Jij gelooft in God, toch? Kun jij mij dan vertellen hoe het zit?’
Dan is het niet altijd eenvoudig om te geloven dat in Christus het leven is,
dat Hij het leven brengt,
als je berichten hoort over mensen die omgekomen zijn
en de vraag bij je boven komt, of door anderen gesteld:
Had God dat niet kunnen tegenhouden?
Als Hij alles in Zijn macht heeft, als Hij deze wereld geschapen heeft
en leidt en bestuurt?

Er is op deze wereld een duisternis.

Soms wordt die duisternis zichtbaar in een gruwelijke gebeurtenis,
die nog weken het nieuws beheerst en waar je nog weken van verbijsterd kunt zijn,
Soms wordt die duisternis zichtbaar in het klein, wat meer verborgen:
in een keuze die iemand maakt, die heel nadelig uitpakt voor anderen:
een scheiding, als iemand opgelicht wordt,
als iemand allerlei kwade geruchten over je de wereld in helpt,
waar je jezelf niet tegen kunt wapenen.
Soms merk je de duisternis in je eigen hart en kun je van jezelf schrikken.
duisternis, zegt Johannes, is vooral het tegengestelde van God,
waar God niet wordt geloofd,
waar Zijn stem die tot leven roept, wordt genegeerd,
waar Christus wordt afgewezen.
Het Woord, Jezus, het spreken van God is op aarde gekomen
om hier op aarde het licht te zijn en het licht weer te brengen.
Christus die het leven in zich heeft, eeuwig leven, is gekomen
om weer dat leven te geven aan wie het verloren hebben.
In deze wereld, die door God geschapen is,
maar donker geworden is, omdat het God heeft afgewezen,
is Christus gekomen – om te schijnen.
In een wereld waarin de duisternis soms de macht lijkt te hebben,
is Christus gekomen als het licht.
Zoals bij de schepping God met het licht de duisternis verdreef
en wegbande, geen plek in de goede schepping had,
zo is Christus gekomen, om de duisternis van de zonde, van de dood,
van ziekte en geweld te verdrijven.
Daarom is Christus op aarde gekomen,
om het leven te brengen, leven in verbondenheid met God,
met degene die deze wereld geschapen heeft en bewaart en leidt.
Christus kwam op aarde om de duisternis te verdrijven
en mensen weer terug te brengen.
Het licht schijnt in de duisternis – in deze wereld kwam Christus
om er Zijn Vader te brengen, om te vertellen en te getuigen
en de mensen terug te brengen bij Zijn Vader.
Ook al is Hij weer terug gegaan, Hij is nog steeds het licht dat schijnt,
in een wereld die van God niet wil weten – en ook dat zullen we wellicht in 2017 zien, misschien ook wel heel dichtbij –
kwam Hij om die duisternis van het niet willen weten van God,
het niet willen leven met God te verdrijven.

Dat stuit op weerstand en dat zal op weerstand blijven stuiten.
Maar hoe groot die weerstand ook zal zijn,
het licht van Christus zal niet doven, niet op deze aarde.
Christus zal sterker zijn dan de duisternis,
sterker dan de dood, sterker dan de duivel,
sterker dan iedereen die zich tegen God verzet.
Dat is al vanaf het begin van de wereld zo,
dat God sterker is dan de duisternis.
Toen Hij de hemel en de aarde schiep, maakte Hij scheiding tussen licht en duister.
Voor het duister was er op Zijn wereld geen plek
en mensen waren bedoeld om in Zijn licht te leven.
Ook in de tijd voor de komst van Christus op aarde, was Zijn macht sterker.
Met Christus op aarde was dat nog eens een bevestiging van Zijn macht
en van Zijn wil om mensen te redden van deze duisternis.
God wil deze duisternis op aarde niet.

Sindsdien loopt er een tweedeling door de mensheid:
degenen die van het Licht, van Christus, van Gods uitgestoken reddende hand
niets moeten weten en liever in de duisternis blijven,
die strijden tegen het licht,
maar ook die andere groep: die wel gelooft,
die blij en dankbaar is met het Licht dat voor hen gekomen is,
die merken dat er met hen iets is gebeurt,
waar ze zelf geen vat op hebben,
iets dat hun leven vernieuwt, radicaal vernieuwt,
nog bijzonderder is dan hun geboorte,
een nieuwe geboorte, van boven.
Als u door dit Licht gegrepen bent,
als je gelooft dat je zonder Christus niet meer kunt leven,
dan zegt Johannes: dan heb je een bijzondere volmacht,
een bijzondere toestemming van Christus zelf.
Dan mag je jezelf kind van God noemen,
je bent weer van God geworden, weer kind van de hemelse Vader,
omdat je gelooft dat Christus ook voor jou, voor u gestorven is.
Kun je dat van jezelf dan zeggen?
Nee, dat is niet iets dat je jezelf aanmatigt, maar wat je mag zeggen
op basis van de toestemming van Christus.
Omdat Zijn spreken in je niet zonder effect is gebleven,
omdat Zijn spreken in jou leven heeft gedaan wat God behaagt,
het keert niet zonder vrucht bij God terug.

Of heeft Zijn spreken nog geen gehoor bij je gevonden en roept Hij nog tevergeefs?
Dan is het komende jaar een jaar dat je nog krijgt uit Gods genade,
zodat Hij ook in jouw leven het donker kan verdrijven.
‘Donker in mijn leven? Het is zo donker nog niet in mijn leven’, kan je reactie zijn.
‘Ik red me nu nog prima.’
Maar je mist dan God wel en hoe kan je leven zonder God prima zijn?
Ja, die reactie is mogelijk, dat je ondanks
dat Christus als een licht in je leven schijnt,
je niets met Hem hebt, dat het van je afglijdt.
Het is een van de moeilijke vragen van het geloof:
Als het Woord van God effect heeft, als Christus geloof vindt,
als er mensen zijn die zich kinderen van God noemen, waarom dan niet bij iedereen.
Waarom kan dat afgewezen worden?
Johannes geeft ons moed: laat je niet ontmoedigen.
De duisternis zal het niet winnen, ondanks de tegenstand en het ongeloof
is Christus niet voor niets gekomen.
Hij kwam om op aarde te schijnen.
En Zijn licht schijnt nog steeds.

‘k Heb U altijd van node, dag en nacht,

slechts uw gena verwint des bozen macht.

Wie kan als Gij mijn gids en sterkte zijn?

Blijf bij mij, Heer, in nacht en zonneschijn!

 

Soms meer als gebed:

Houd hoog uw kruis voor mijn verdonk’rend oog,

Licht in de schemer, leid mij naar omhoog!

De morgen daagt, de schaduw gaat voorbij:

in dood en leven, Heer, blijf mij nabij!

Met deze belijdenis en dit gebed gaan we het nieuwe jaar in,
met hoop en geloof, omdat Christus kwam en het liet weten:
Ik ben niet voor niets gekomen.
Ik ben Gods Woord en dat zal doen wat God wil, ook in 2017.
Amen

Preek Tweede Kerstdag 2016

Preek Tweede Kerstdag 2016
Mattheüs 2:1-18

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Opeens zijn ze in Jeruzalem
en met hun vraag, die de reden van hun komst laat zien,
brengen ze heel wat opschudding te weeg.
Aan hoe ze eruit zien, kun je wel zien dat het geen gewone mensen zijn
en aan hun spraak te horen, komen ze ver weg.
‘Waar is de koning van de Joden geboren,
want deze hele lange reis hebben wij ondernomen
om deze koning die net geboren is te aanbidden.’
Deze mannen komen in een stad waar al een koning is,
een koning die bang is voor concurrenten voor de troon,
een koning die altijd het besef met zich meedraagt
dat hij uiteindelijk maar een vreemde is op deze troon,
omdat hij geen Jood is
en hoe zijn best ook doet om door de Joodse onderdanen geaccepteerd te worden,
zijn macht uiteindelijk te danken heeft
aan zijn goede connecties met degenen die in Rome de macht hebben.
Er is een koning geboren, zeggen deze mannen
die een lange reis hebben ondernomen vanuit het oosten.
‘Dat die koning geboren is, weten we omdat wij zijn ster hebben gezien.
We hebben aan de hemel het teken van zijn geboorte gezien.
De hemel heeft het ons zelf meegedeeld en wij moesten wel gaan.
Weten jullie soms waar deze koning is?’

Is dat geen rare vraag:
In Jeruzalem komen, de hoofdstad waar een koning zetelt
om daar in die stad rond te vragen waar pasgeboren koning is?
Je zou toch verwachten dat ze zich zouden laten aandienen bij de koning die er is?
Waarom dat rondvragen?
Ik denk dat Mattheüs ons daar iets mee wil vertellen.
Namelijk dat die koning die er in Jeruzalem niet de eigenlijke koning van de Joden is.
Een vreemde in de stad van David, een vreemde op de troon van David.
In het Oude Testament houdt een vreemde overheerser meestal in
dat God Zijn volk heeft losgelaten
en heeft prijsgegeven aan de wereldmachten
of sterker nog: de wereldmachten gebruikt als Zijn instrument
om Zijn volk Israël te laten zien dat het op de verkeerde weg is
en God heeft losgelaten.
En wat is er nog over van degenen die afstammen van David
en recht zouden hebben op de troon in Jeruzalem?
Jozef en Maria, zij komen uit deze lijn voort, maar wie weet dat nog?
Wat is er nog over van het geloof in de beloften uit het Oude Testament
dat er voor altijd een afstammeling zou zijn op de troon van David?
Dan komen de mannen uit het Oosten met deze vraag:
Waar is de pasgeboren koning?
Daar klinkt iets van door: zijn we hier op de juiste plek of moeten we ergens anders zijn?
Die wijzen, ze roepen iets op van de oude profetie.
Zou er daarom zoveel ontzetting zijn en verwarring onder de mensen van Jeruzalem.
Want zij hoeven toch niet vol schrik te zijn, niet ontsteld te worden
als de wijze mannen komen met deze vraag.
Er kan onder de inwoners van Jeruzalem ook wel de hunkering hebben geleefd
naar regime change, een andere machthebber, een echte koning van Israël.
Misschien hadden ze het geloof in die oude belofte van God wel opgegeven,
omdat de politieke werkelijkheid wel iets anders liet zien:
de Romeinen beheersten bijna heel de wereld en weinig landen konden tegen hen op.
Van Gods belofte zal op korte termijn niets meer terecht komen.
We moeten ons maar schikken.

En dan komen die wijzen uit het oosten:
Waar is de nieuwe koning van jullie geboren?
Het is alsof deze vraag de hoop weer doet opvlammen:
Toch weer een nieuwe koning?
Heeft God dan naar Zijn volk omgezien?
Zijn het de boden die Gods toekomst aankondigen
en gaat daarmee die andere profetie in vervulling
dat de volken zullen optrekken naar Jeruzalem
om daar God te aanbidden?
Mattheüs vertelt het ons: weet je nog, die stam van David,
als een boom omgehakt.
Wie heeft er nog weet van een afstammeling van David.
Moet je kijken wat er met die afgehakte stam is gebeurd?
Wat heeft Jesaja aangekondigd?
Dat die afgehakte boom weer zou uitlopen.
Bij ons in de tuin stond vroeger een grote berk, meters hoog.
een indrukwekkende boom, met veel takken en bladeren.
Deze boom werd omgehakt, maar het laatste stukje van de stronk bleef staan.
Er gebeurde niets mee.
Later werd de stronk uitgegraven met wortel en al en werd er een schuur bovenop gezet.
De boom was verdwenen inclusief de stronk.
Zo was de stamboom van David haast verdwenen,
maar de mannen uit het oosten riepen de hoop levend
dat deze boom weer begon te groeien, al was het maar één kleine loot, scheut.

Op de vraag van de wijzen uit het oosten moeten kenners van de Schrift antwoord geven.
Mooi dat ze een ster zagen en op weg gingen
om die pasgeboren koning te zoeken om te aanbidden,
maar de plaats stond niet in de sterren.
De plaats van de geboorte staat in het Woord van God,
in wat de profeten hebben verteld, hebben geprofeteerd.
Over Bethlehem, die kleine plaats
waar die grote koning David uit voortkomt
en waarvan de profeet Micha heeft gezegd dat er Iemand geboren zal worden
die voor het volk Israël een herder zal zijn.
een leidsman die Mijn volk zal weiden.
Dat is meer dan dat er bij ons iemand zal opstaan en zegt:
er is iemand die ons uit de politieke onzekerheid kan leiden,
die echt een nieuwe toekomst voor ons land kan bieden.
Het is de belofte van de Heere, de profetie dat er een herder zal komen,
die het volk zal leiden, zoals God een herder is,
Ik ben de goede herder zal Jezus later zeggen,
om duidelijk te maken wie Hij is.

Herodes houdt dat trouwens achter als hij de wijzen bij zich geroepen heeft.
Ze mogen alleen de plaats weten,
maar wat de Schrift verder vertelt, over deze leider die een herder zal zijn
mogen de wijzen niet weten.
Herodes gebruikt hen alsof ze zijn boden zijn,
inspecteurs om te ontdekken om wat voor kind het gaat
en of de profetie zal uitkomen.

Mattheüs vertelt hoe iedereen te horen krijgt dat de koning geboren is,
maar dat er maar weinig zijn die een keuze maken.
De wijzen maken een keuze om dit kind te gaan aanbidden
en Herodes maakt een andere keuze, om dit kind uit de weg te ruimen
en toch is deze Herodes een hulpmiddel
om de wijzen bij zijn concurrent te krijgen.
Maar het volk en de kenners van de Schrift, zij blijven op hun plaats.
Misschien is het: eerst zien en dan geloven.
Misschien is het veel positiever en heeft dit bericht hoop gezaaid
dat God zijn volk niet vergeten is
en dat met de nieuwe koning die geboren is
ook weer een nieuwe weg gebaand wordt voor het volk Israël.
In heel zijn evangelie wil Mattheüs laten zien,
dat het volk opnieuw moet beginnen,
maar ook opnieuw kan beginnen
omdat er een koning is geboren die opnieuw met hen begint
en niet zomaar een koning,
maar de vervulling van de belofte en meer nog:
Immanuël – God met ons.

De wijzen zijn bij Mattheüs de eersten die deze koning zullen aanbidden,
heidenen uit een ver land,
als een voorbode van die grote stoet die later zal volgen
om te knielen voor deze koning.
Mattheüs sluit zijn verhalen over deze koning af met die woorden,
die opnieuw aangeven dat Jezus de Immanuël is,
dan niet meer de geboren koning,
maar de koning die stierf en opstond uit de dood en verscheen:
Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Ga dan heen, onderwijs al de volken,
hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen
En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen

Preek Eerste Kerstdag middagdienst

Overdenking ouderenmiddag / Preek Eerste Kerstdag middagdienst
Schriftlezing: Jesaja 9:1-6 & Mattheüs 1:18-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

We komen ze elk jaar weer tegen met Kerst:
Maria en Jozef, de engel Gabriël en de andere engelen,
de herders, de wijzen uit het Oosten.
Het kunnen inmiddels vertrouwde personen zijn,
die in deze tijd van het jaar de aandacht krijgen,
in de kerstvertellingen en de meditaties,
afgebeeld op kerstversieringen en liturgieën,
opgesteld in een kerststal.
Het kunnen zulke vertrouwde personen zijn
dat u aan hen gehecht bent geraakt.

De jonge Maria,
die zich bereid verklaart om de moeder van de Zaligmaker te worden.
Als de engel Gabriël naar haar toekomt met deze geweldige boodschap
zegt zij: Mij geschiede naar uw Woord.
Het zal met mij gebeuren, zoals u het tegen mij gezegd hebt.
Maria die een voorbeeld is
voor hoe je Christus in geloof kunt ontvangen.

En Jozef, de man van de achtergrond.
Ik weet niet of u dat ook hebt, maar doordat Jozef niet zo op de voorgrond treedt,
maakt hij indruk op mij
én ben ik nieuwsgierig naar hoe hij het allemaal heeft beleefd.
Jozef, die uit respect en liefde voor Maria
nog meer naar de achtergrond wil wil gaan
en uit het leven van Maria wil verdwijnen
om Maria alle ruimte te geven voor de taak die zij heeft toegewezen gekregen.

De engel Gabriël die uit de hemel komt,
de bevoorrechte engel die Gods heerlijke boodschap op aarde mag brengen,
eerst aan Zacharias en later aan Maria.
Wat moet het voor hem een vreugde geweest zijn om naar de aarde te mogen gaan
en aan Maria de aankondiging te mogen doen
dat zij de Zaligmaker, de Redder van de wereld mag dragen.

En wat zou Kerst zijn zonder de herders en de wijzen uit het Oosten,
de herders uit de nabije omgeving, in het velden van Efratha.
De ruige mannen, gehard in het buitenleven en het zware werk van schapen hoeden
die vol eerbied hun handen vouwen en in aanbidding neerknielen.
De wijze mannen uit het oosten, die er een lange reis voor over hadden
naar Israël omdat ze een ster hadden gezien
die de geboorte van een koning van de Joden aankondigde
en de pasgeboren Koning geschenken aanbieden
en ook in aanbidding neerknielen voor de Zoon van God die op aarde kwam.

Er is uit het Kerstverhaal één persoon, die niet zo vaak de aandacht krijgt met Kerst.
En dan bedoel ik niet Herodes, die nog niet is genoemd,
de koning die de concurrentie voelt van dit pasgeboren Koningskind
en in Bethlehem kinderen laat doden
om ervoor te zorgen dat dit Kind nooit de troon zal bestijgen.
Nee, de persoon die ik bedoel is de Heilige Geest.
Voor de Heilige Geest is nooit zoveel aandacht met Kerst.
Dat hebben we gereserveerd voor het Pinksterfeest.
Dan is er volop aandacht voor de Heilige Geest,
maar op het Kerstfeest moet toch alle aandacht naar Christus gaan,
de Zoon van God die uit de hemel neerdaalde om mens te worden,
geboren werd uit Maria en in doeken werd gewikkeld, neergelegd in een kribbe?
Met Kerst zou je toch alle aandacht verwachten voor Jozef en Maria,
voor de herders en de wijzen uit het oosten.
Want die komen toch in het kerstevangelie voor.
Toch komt ook de Heilige Geest in het Kerstevangelie voor:
Als de evangelist Mattheüs vertelt over de geboorte van Christus
vertelt hij als eerste over de Heilige Geest.
Bij het Kind dat uit Maria geboren wordt, is de Heilige Geest betrokken.
Maria werd zwanger bevonden door de Heilige Geest
en dat is de reden waarom Jozef haar heimelijk wil verlaten.
De Heilige Geest is betrokken bij de geboorte van de Zoon van God.
We moeten de Heilige Geest daarom niet te snel wegduwen naar alleen Pinksteren.
Ook bij Kerst is er een rol weggelegd voor de Heilige Geest.

Het is wel wat merkwaardig wat Mattheüs schrijft.
Maria die zwanger bevonden wordt van de Heilige Geest
Net of Mattheüs tegen ons wil zeggen, als wij zijn evangelie lezen:
Je moet niet te snel naar de geboorte van Jezus.
Je moet eerst ergens anders aandacht voor hebben:
voor wat de Heilige Geest doet.
Hij zorgt ervoor dat Christus geboren wordt.
Gaat het eigenlijk wel om de geboorte van Jezus.
De geboorte van Jezus was als volgt, lazen we.
In het Grieks staat een woord dat iemand die maar een beetje Bijbelkennis heeft kent:
de genesis van Jezus was als volgt.
Genesis – dat kan inderdaad vertaald worden met geboorte.
Maar het kan ook betekenen: afkomst of begin.
Zo is het begonnen met Jezus, dit is Zijn afkomst.
En dan bedoelt Mattheüs: dat kind dat geboren wordt
en voor wie er straks ver weg uit het oosten mannen komen
om Hem te aanbidden, is niet zomaar een mens.
Zijn geboorte is niet zomaar vergelijkbaar met elk ander mens.
Jawel, een gewone natuurlijke geboorte,
maar een bijzondere afkomst:
uit de hemel, waar de Geest uitgezonden wordt naar de aarde.

Genesis, dat woord kent u.
Zo heet het allereerste boek uit de Bijbel
en dat gaat over de schepping, dat gaat over Abraham die geroepen wordt,
over Izaäk en Jakob en Jozef in Egypte.
En dan zegt Mattheüs tegen ons:
Als je wilt begrijpen waar het met Kerst om gaat
en wie dat Kind is dat in de kribbe ligt
dan moet je terug gaan naar het allereerste begin van de Bijbel.
Naar de schepping van de hemel en de aarde.
De geboorte van Christus is een nieuwe schepping
die de oude schepping weer terug moet brengen bij God de Schepper.
De schepping was een bijzondere daad van God
die niemand ooit heeft kunnen nadoen:
het scheppen van de hemel en de aarde – wie heeft God dat ooit na kunnen doen?
De komst van Christus naar deze aarde is net zo groots
als de eerste schepping
of misschien nog wel groter:
met de komst van Christus naar deze aarde laat God weten
dat Hij deze wereld niet heeft afgeschreven, maar wil redden.
Maria met het Kind dat zij verwacht staat aan het begin van een nieuwe schepping
die niet een afschrijven van de oude schepping is,
maar vernieuwing van de schepping: redding en vergeving van de zonde.
De naam van dit Kind is niet voor niets Jezus – want Hij redt en bevrijdt van zonde.
Dat Jezus door de Geest geboren wordt,
geeft aan dat er opnieuw begonnen moet worden.
Mattheüs verwerkt in zijn weergave van het Kerstverhaal
al wat Jezus tegen Nicodemus zei: Je moet opnieuw geboren worden.
Dat opnieuw geboren worden, geeft Mattheüs aan, begint met Jezus.
Hij is de eerstgeborene van Maria.
In de Bijbel is de eerstgeborene degene die de baarmoeder opent.
Hier is Jezus de eerstgeborene van Maria
maar tegelijkertijd de eerstgeborene door de Geest.
Zoals Zijn geboorte de baarmoeder van Maria opende,
zo opent de geboorte van Christus ook de weg van geboren worden door de Geest.
Het zou best wel eens zo kunnen zijn
dat Jozef er iets van begrepen heeft van dat diepe wonder
van dat Kind dat in de buik van zijn verloofde groeit
en dat hij ontzag voor de Heilige Geest zich naar de achtergrond verplaatst
om Maria in staat te stellen dat zij zich kan toewijden aan de Heilige Geest
en aan het dragen en laten geboren worden van dit Kind.

Opnieuw geboren worden, waarvan Christus’ geboorte het eerste is.
Jezus die geboren wordt door de Geest,
Zijn herkomst, Zijn afkomst in de Geest heeft
– niet dat de Geest de biologische vader van Christus is, helemaal niet!
het gaat hier niet om biologie, maar om de weg van God. –
ook voor ons betekenis:
We moeten opnieuw beginnen – en we kunnen opnieuw beginnen,
omdat Christus geboren wordt.
Dat geeft de naam van Jezus ook aan: Hij zal bevrijden van de zonde.
Hij zal ons ervan losmaken en een vrijheid geven, die we niet kennen.
Meer nog, wanneer we opnieuw geboren worden
zal dat niet meer een leven zonder God zijn,
want Jezus wordt geboren als de Immanuël – God met ons.

Opnieuw beginnen in het leven:
Soms zou ik dat wel willen,
dat ik met de levenservaring, de kennis en de wijsheid die ik heb opgedaan
opnieuw zou kunnen beginnen.
Voor mij gaat het er niet zozeer om, om bepaalde keuzes opnieuw te maken.
Maar toch, soms zou ik wel willen: bepaalde dingen overdoen.
Ik denk dat er best mensen zijn, misschien u ook wel,
dat u zegt: als ik iets in mijn leven over zou kunnen doen:
Dan zou ik mijn man of mijn vrouw anders benaderen,
dan had ik meer tijd aan mijn huwelijk, aan mijn toenmalige man of vrouw besteed,
want nu ben ik gescheiden. Als ik dat toch eens over kon doen.
Dan had ik meer tijd aan mijn kinderen besteed,
want terugkijkend heb ik ze toch wel verwaarloosd.
Of misschien denkt u dat over uw relatie met de Heere:
Als ik toch eerder gehoor had gegeven aan Zijn roepstem.
Als ik het over zou doen, dan zou ik eerder knielen aan Zijn kribbe,
dan zou ik het belijdenis doen niet zo uitgesteld hebben,
dan had ik eerder aan het avondmaal gegaan.
Maar of u nu wel of niet de wens hebt om iets over te doen:
we moeten opnieuw beginnen.
Maar kunnen we dat wel, met alle fouten en tekorten die we meedragen,
ook naar de Heere God toe:
Alle momenten dat we niet naar Hem geluisterd hebben,
dat we geen gehoor gaven aan Zijn stem,
dat we zonder Hem gingen.
Zonde noemt de Bijbel dat en de Bijbel geeft aan
dat wij ons niet kunnen ontworstelen aan de zonde.
Wij kunnen onszelf niet van de zonde losmaken,
wij kunnen onszelf niet bevrijden.
Wij kunnen helemaal niet opnieuw beginnen.
Wij dragen de last van onze keuzes met ons mee.
We hebben die maar te dragen.
En dan wordt door de Heilige Geest een Kind geboren,
met een nieuwe Genesis, een nieuwe oorsprong: van God.
De eerste Genesis had die oorsprong ook, maar die oorsprong raakten we kwijt
dat begin met God en we kwamen als mensen buiten het paradijs terecht.
Er is een nieuw begin door God,
dat ervoor zorgt dat we weer terug kunnen komen bij God,
omdat God zelf bij ons is – Immanuël,
omdat God zelf ons bevrijdt van de zonde – Jezus, zo moet dat Kind horen.
Als een boodschap voor iedereen,
Dat Kind dat niet alleen voor Jozef en Maria geboren wordt,
dat niet alleen voor Zijn eigen volk geboren werd,
niet alleen Koning van Israël zal zijn – dat zeer zeker ook!
maar Koning van iedereen.
Mensen uit een ver en vreemd land, uit het oosten
waar ze een ster hadden gezien die op Zijn komst wees
kwamen om te aanbidden, om te knielen.
Een aansporing voor ons om te knielen,
mensen van wie het de oorsprong was om bij God te leven, in Zijn gemeenschap,
in het paradijs, waar met God gewandeld werd.
Toen we dat kwijtraakten, kwamen we in het duister terecht.
Maar dat Kind dat geboren werd, is een licht voor iedereen die in duisternis leeft.
Hét licht voor iedereen.
Als u de duisternis van de zonde kent, zie dan hier uw licht,
dat ook in uw leven het duister wil, het duister kan en het duister zal verdrijven,
zodat u leeft in het licht van Christus,
dat Zijn liefde en genade als een licht over uw leven schijnt.
Dat leven met zijn gebreken en tekorten, met de zonden,
dat leven dat u wellicht opnieuw zou willen doen, maar dat niet kan:
Zie hier is een Kind, dat voor u geboren wordt
en voor u opnieuw begint, God met u.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven

In het Midden-Oosten is het zo, dat bij een feest degenen die het wat minder hebben
bij de mensen die het beter hebben komen
en dat de mensen die het beter hebben
de mensen die minder hebben geschenken geven.
Hier komt God zelf, die het beter heeft,
om hét geschenk te geven: zichzelf
en daarmee een nieuw leven voor ons, voor u en voor mij.

Men had Hem eeuwen lang verwacht;

en toen Gods tijdperk was volbracht,

zond Hij ons van zijn hoge troon

het heil der wereld, zijne Zoon.

 

U, die voor ons geboren zijt,

U zij ons hart, ons lied gewijd.

Wij voegen juichend onze stem

bij ’t Eng’lenheir van Bethlehem.

Zingt u mee en buigt u ook bij de kribbe in Bethlehem?
Amen

Preek Eerste Kerstdag 2016

Preek Eerste Kerstdag  2016 (Kerstnachtdienst Westerkerk Kampen)
Lukas 2:6-20
Tekst: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal  (Lukas 2:10)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Zomaar, opeens is daar de engel die de herders opschrikt met zijn verschijning.
Zomaar, opeens is hij daar – met goed nieuws.

Als je in je dagelijkse bezigheden wordt opgeschrikt,
is dat juist meestal geen goed nieuws.
Dan is het vaak een bericht dat je leven  op de kop zet:
bericht van een ontslag, boodschap dat je ziek bent of iemand onverwacht overleden.

Het bericht waarmee de engel zo onverwachts komt is goed nieuws.
Goed nieuws zonder dat ze er op bedacht waren of rekening mee hielden.
En dat goede nieuws zal niet alleen hen blij maken,
maar de boodschap is voor iedereen een grote vreugde.
Niemand zal er bij deze vreugde buiten staan.
Niemand zal zich een buitenstaander voelen
omdat hij of zij door een heel andere stemming beheerst wordt,
zoals verbittering, jaloezie of verslagenheid.

Als ik nadenk over goed nieuws en hoe ik zelf zou reageren
merk ik dat ik vooral sceptisch reageer:
Eerst zien dan geloven.
Het moet eerst maar eens zover zijn.
De engel die het goede nieuws komt vertellen is een boodschapper van God.
God kondigt het goede nieuws aan.
God wil dat die blijdschap iedereen bereikt
en zal er ook voor zorgen dat iedereen door deze blijdschap bereikt wordt
en vol van deze blijdschap wordt.
Dat ook ikzelf vol van die blijdschap word – en u en jij.
Want wat de engel vertelt is een persoonlijke boodschap
die God voor de herders heeft
en niet alleen voor de herders, maar voor alle mensen.
Ook voor u, nu u hier in de kerk zit en voor jou.
En misschien bent u of ben jij er daarom wel in de kerk
om iets van de blijdschap te krijgen, omdat je die nu niet hebt.

In de afgelopen weken heb ik dat aan enkele mensen gevraagd.
of ze uit keken naar het kerstfeest of dat ze er juist tegenop zagen.
In mijn werk spreek ik veel mensen, die nogal wat tegenslag krijgen,
juist van die berichten die je leven op z’n kop zetten en waar je niet blij van wordt.
‘Ik ben blij als het januari is en de feesten achter de rug zijn,’ zei er een,
‘Juist met kerst is het gemis zo sterk. De glans is er toch wel van af.’
Kan de engel dan nog wel zeggen dat de vreugde er voor iedereen zal zijn?
En dan nog wel een grote vreugde?
Of is die vreugde er alleen voor de mensen die zonder zorgen zijn,
die zich in de afgelopen dagen hebben voorbereid met de kerstinkopen,
de afspraken op welke dagen ze waar zijn en met wie het gevierd worden.

De engel zegt niet dat er in iedereen de vreugde, de blijdschap komt boven borrelen
als een gevoel dat je helemaal in beslag neemt
en alle andere zorgen overstemt.
Dan kan overigens wel, dat je even opgetild wordt boven alles uit.
Maar als de stemming weg is, of misschien als u al weer thuis komt,
dan kan het stil zijn, leeg, de stemming weg.

De blijdschap wordt verkondigd.
Dat wil zeggen: die blijdschap zit niet in onszelf, niet een gevoel van binnen,
maar de vreugde komt bij God vandaan.
Het is een vreugde die iedereen bereikt,
omdat het iets van God laat merken die iedereen bereikt.
Het is de blijdschap die er is,
omdat God zelf naar de aarde gekomen is,
de blijdschap die te maken heeft met dat kind, in doeken gewikkeld, liggend in de kribbe.
Omdat dit kind geboren is, is er voor iedereen vreugde, heel persoonlijk.
Voor de één is de vreugde veel makkelijker te aanvaarden dan voor de ander.
Het kan best zijn dat u of jij jezelf in die herders herkent,
die als ze de boodschap van de engel gehoord hebben, gelijk ook die blijdschap ervaren en nieuwsgierig worden naar het kind,
dat van Godswege uit de hemel komt
en dat u daarom in de afgelopen dagen zo druk was met de voorbereidingen
omdat het Kerstfeest voor u niet alleen een feest van gezelligheid is
van met elkaar als familie – dat ook,
maar vooral het feest is van de komst van Christus op aarde, de Zoon van God.

Toen ik het in de afgelopen weken vroeg, zei er iemand:
‘Ik kijk er ook weer naar uit, juist vanwege de betekenis.’
Want Kerst betekent wel wat, namelijk dat God afdaalt in ons gewone bestaan.
De engel spreekt daarover, als de reden van de vreugde:
dat kind dat in doeken gewikkeld is en in een voerbak ligt.
In doeken gewikkeld, dat is niet bijzonder, dat gebeurde met elk kind dat geboren werd.
Jezus, de Zoon van God, wordt op dezelfde manier als wij geboren
Met Hem wordt op dezelfde manier omgegaan als met ons na onze geboorte.
Het zijn vaak de gewone dingen die iets bijzonders laat zien.
De zon die elke morgen opkomt, zo heel gewoon, is een teken van Gods trouw
dat Hij weer een nieuwe dag geeft,
Een teken dat Hij onze wereld niet vergeten is, en dat Hij ons nooit loslaat
maar altijd voor ons zorgt.
Het brood en de wijn bij het avondmaal, geen bijzonder brood en ook geen bijzondere wijn en toch wijzen ze op iets bijzonders, namelijk de liefde die Christus in zich droeg
toen Hij naar de aarde kwam en toen Zijn leven eindigde aan het kruis.
Zo ook in de kribbe: een kind in een gewone nacht,
gewoon en toch zo heel bijzonder: Christus de Heer, de messias, de Heer.
Zo komt God in deze wereld: in het gewone, Hij wordt zoals wij.
En daarom die vreugde, omdat Christus op aarde geboren wordt.
Ga maar kijken, zegt de engel. Zie, ik verkondig u grote blijdschap.’
Die blijdschap is te zien, in de kribbe, waar dat kind in doeken gewikkeld ligt,
dat gewone kind, baby Jezus en toch zo bijzonder: Christus de Heer.
De vreugde, de blijdschap die de engel aankondigt, verkondigt
heeft met dit kind te maken dat geboren is
en een bijzondere afkomst heeft, uit de hemel
en een bijzondere weg zal kennen: naar het kruis van Golgotha.

Jezus, die de de Redder zal zijn, de zaligmaker, die mensen weer terugbrengt bij God,
kiest ervoor om dezelfde weg te gaan als ieder ander mens.
9 maanden van zwangerschap, een tijd van hoop én spanning,
van uitzien en toch ook vrees hebben of het allemaal goed zal gaan,
zoals bij elke zwangerschap en geboorte.
Hoe zal dit Kind zijn als het geboren is
en in wat voor een tijd zal dit Kind opgroeien?
Zal het een veilige jeugd hebben.
Christus deelde niet alleen in de mooie momenten van het menselijk bestaan,
maar ook in de spanning, de zorg.
Hij daalde van de hemel af om diep af te dalen,
zelfs in het rijk van de dood, in de hel daalde Hij af.
Als je niet blij kunt zijn, omdat je iemand die veel voor je betekent mist,
of omdat je eigen leven zo’n chaos is,
dan heb je in dit Kind iemand gekregen die in je bestaan deelt
en niet zomaar iemand maar Gods eigen Zoon,
die niet alleen je bestaan deelt en met je meeleeft,
maar je Zijn hand op je legt, die je optilt en meeneemt naar God toe.
Zelfs als je niet zoveel met God hebt
en zelfs als je God kwijt bent geraakt, dan ben je niet onbereikbaar voor dit Kind
en komt Hij naar je toe
en zegt tegen je: in de kribbe begon Mijn weg om jou weer bij God te brengen.
Ik liet de hemel achter, om speciaal voor jou
en voor alle andere mensen naar de aarde te komen, om mens te worden.
Om ook jou te laten delen in die vreugde,
die bij God vandaan komt, omdat God zelf de vreugde is en Zich aan jou bekend maakt.
Dit Kind laat Gods zorg voor jou, voor u zien.
Het is heel persoonlijk deze geboorte, zoals de engel dat zegt:
Hij is voor jou, voor u geboren.
Ik had dit voor jou over, zegt Jezus
om ervoor te zorgen dat jij, dat u weer terug kan komen bij God.
Daarom vreugde: omdat de redder geboren is, die je weer terugbrengt bij God.
Je hoeft niet bang te zijn, dat wat Jezus geeft niet voor jou is
Of dat je er buiten staat, omdat je vanuit niet gelovig bent opgevoed.
Of dat je er buiten komt te staan, omdat je de laatste tijd zo weinig met Hem gedaan hebt.
God komt nu naar je toe, vandaag.
Hij is heden geboren, zegt de engel. Vandaag in de stad van David.
Dat was eeuwen geleden, heel lang terug.
Toen konden de herders naar de stal gaan, om dit Kind te zien.
Nu is dit Kind niet meer op aarde, maar in de hemel.
En toch kunnen wij Hem ontmoeten,
als we over Hem nadenken, als we tot Hem bidden, over Hem zingen
als we met anderen over Hem spreken.
Als je dat kan beamen, als je dat gelooft,
dan valt datzelfde licht over jouw, over uw leven, dat de engel bracht:
de glans, de heerlijkheid van God uit de hemel
waarmee de Heere zegt: Ik kom naar je toe,
om jou, om u bij Mij te brengen.
Ook nu nog kun je Mij vinden. Amen

Preek zondag 18 december 2016

Preek zondag 18 december 2016
Filippenzen 2:6-7

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Terwijl in de keuken de laatste voorbereidingen voor het kerstdiner gedaan worden,
kijkt de rest van de familie nog even, voor het aan tafel gaan, naar het nieuws.
In het journaal worden schokkende beelden getoond van een land in oorlog:
een stad die door de bombardementen is verwoest,
Waar nauwelijks nog huizen overeind staan.
De mensen die in deze stad zijn achtergebleven kijken schuw voor zich uit,
vermagerde gezichten waaraan je ziet dat ze weinig te eten hebben.
Er worden beelden getoond van een eindeloze stroom van mensen,
die met de auto of met paard en wagen uit de stad weg proberen te komen.
Er worden beelden getoond van vluchtelingenkampen.

Na het nieuws wordt de familie aan tafel geroepen:
het kerstdiner is klaar, de tafel is gedekt.
De beelden uit het nieuws werken echter nog door.
De familie zit aan tafel, maar er is een aarzeling:
Hebben we net geen beelden van ellende gezien?
Een van de aanwezigen wil iets pakken, houdt zijn hand even stil
net of hij zich wil bedenken.
En dan schept hij toch op zijn bord.
De aarzeling houdt niet lang aan:
we kunnen er hier in deze kamer toch niets aan doen.
Laten wij maar doorgaan met het vieren van kerst.
En zo krijgt deze familie toch een gezellig kerstdiner.

Ik stel me zo voor hoe het in de hemel moet zijn geweest.
We weten niet hoe dat er aan toe gegaan moet zijn,
maar ik stel het me zo voor,
dat Christus in de hemel al de berichten van de aarde hoort,
hoe donker het door de zonde geworden is
en dat Hij aan het hemels diner Zijn stoel naar achteren schuift
en het uitroept: nu is het genoeg. Nu ga ik naar de aarde!
Ik kan het niet meer aanzien dat er niets gebeurt.
Hoe kan Ik hier in de hemel genieten van al het goede dat we hebben,
terwijl er op aarde mensen verloren gaan.

We weten niet hoe het er aan toe gegaan is.
Paulus schrijft er over dat Christus in de gestalte van God was
en het niet als een roof geacht heeft aan God gelijk te zijn.
Het is niet zo eenvoudig om deze woorden van Paulus te begrijpen.
Het gaat hier om een positie die Christus heeft bij God heeft,
dat Hij gelijk is aan God, dezelfde voordelen van de hemel heeft als de Vader,
Dezelfde macht, dezelfde hoogste plek in het universum,
dezelfde heerlijkheid en schoonheid van de hemel.
Christus kwam niets tekort.
Alles wat Hij zou willen was voor Hem binnen handbereik.
Hij hoefde maar een bevel te geven, of Hij zou het krijgen.
Duizenden engelen stonden tot Zijn beschikking
om Zijn wens te laten uitkomen, Zijn bevel te gehoorzamen.
Een betere plek is er niet te krijgen:

In de hemel is het schoon, waar men zingt op blijde toon,

met een altoos vrolijk harte, vrij van alle zorg en smarte;

waar men juicht voor ’s Heren troon, in de hemel is het schoon.

Als er berichten van de aarde komen,
van verwoeste steden door het geweld van oorlog,
van mensen die elkaar niet kunnen of willen begrijpen
en daarom elkaar pijn doen,
van mensen die God kwijt zijn en daarmee verloren zijn,
had Christus dat ook kunnen hebben: even die aarzeling aan het diner in de hemel
en dan toch doorgaan, want wat moet je er aan doen?
Het is toch wel een tegenstelling: de schoonheid en de heerlijkheid van de hemel
en de ellende en duisternis op aarde.
Maar Christus zegt: Ik laat het niet bij een aarzeling,
om vervolgens door te gaan met feestvieren.
Ik ga. Naar de aarde.
Mijn hemelse positie en alle voordelen in de hemel geef ik op.
Ik kan hier niet in de hemel blijven! Ik kan dat niet aanzien!
Er moet wat gedaan worden en Ik doe dat!

Ziet u president Trump al zoiets doen?
Over Trump wordt verteld dat hij de verkiezingen heeft kunnen winnen
omdat er veel arme mensen in de Verenigde Staten zijn die op hem gestemd hebben.
Ziet u hem dat doen?
Dat hij zegt tegen die mensen die in de Verenigde Staten leven  
op het niveau van een Derdewereldland:
Ik kom naar jullie toe.
Niet alleen om te zien hoe jullie leven,
maar ook om te ervaren hoe het is om arm te zijn:
om de machteloosheid te ervaren van ontslagen te worden
omdat je baan overbodig is geworden en je niets kunt aanvechten,
om te ervaren wat het is om uit je huis gezet te worden
omdat je de huur van je huis niet meer kunt betalen.
Nu hoeft hij maar met zijn vingers te knippen of een tweet de wereld in te sturen
of hij krijgt het voor elkaar: met zijn geld, met zijn positie.
Maar stel dat hij zijn geld en zijn positie opgeeft
om echt arm te worden, af te dalen tot de onderklasse van de samenleving
die niets te vertellen heeft in deze wereld.
Ik kan me niet voorstellen dat hij die positie, die macht en aanzien opgeeft.

De Heere Jezus deed dat wel, zegt Paulus.
Hij werd niet alleen mens, maar werd ook dienstknecht, slaaf.
Een dienstknecht, een slaaf is niet alleen een lage sociale klasse,
waar op neergekeken werd, niet meetelde.
Een slaaf, een dienstknecht heeft ook niets in te brengen,
kan niet beslissen over zijn eigen leven
en heeft maar af te wachten hoe zijn meester is,
of het een barmhartige meester of een harde, meedogenloze baas is.
Hij die alle macht in hemel en op aarde heeft,
wordt mens in de laagste positie die er is, geen erebaan,
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante
dat wij Hem begeerd zouden hebben (Jesaja 53:3)

Er is wel eens gediscussieerd over de vraag
of de beslissing van Christus om te gaan naar de aarde
of de opdracht van de Vader aan Zijn Zoon om naar de aarde te gaan
gebeurde voor of na de zondeval.
Was al besloten dat Christus naar de aarde kwam bij de schepping van de wereld
of was dat een reactie op de keuze van de mens om bij God weg te gaan.
Het gaat Paulus hier in dit gedeelte niet om het moment,
maar om de beslissing zelf, de keuze die Christus nam,
de bereidwilligheid om naar de aarde te komen,
om af te dalen, om zichzelf te vernederen, een behoorlijke degratie.
Paulus geeft aan: Christus koos er voor, zelf, uit volle overtuiging.
Ook al had Hij wellicht alle voordelen in de hemel bij elkaar kunnen optellen
en dan gezegd: Ik ga niet. Ik heb het hier veel te goed.
Nee, Hij kwam, omdat Hij niet anders wilde.
Dit is onze Heer, dit is onze God: bereid tot dit afdalen, dit minder worden.

Bij een Amerikaanse predikant las ik het verhaal van zijn pleegbroer.
Zijn eigen vader was ook predikant geweest
en was op een gegeven moment thuisgekomen met een jongen.
Deze jongen kwam uit een probleemgezin, verslaafde ouders.
De predikant nam de jongen maar mee naar zijn eigen huis
en die jongen werd opgenomen en werd onderdeel van het gezin.
Toen er oorlog kwam in Viëtnam, meldde deze pleegzoon zich
en vertrok naar Viëtnam om te strijden voor zijn vaderland.
Daar in dat verre, vreemde land sneuvelde de pleegbroer.
De Amerikaanse predikant gaf aan:
Mijn pleegbroer was alleen tot deze stap in staat vanwege liefde.
Omdat hij liefde ontvangen had in het gezin van die predikant
en hij voelde het als een plicht om die liefde door te geven.
Ook al kostte het zijn leven.
Nu was er bij Christus geen tekort aan liefde.
Er is geen grotere liefde dan tussen de Vader en de Zoon.
Maar juist die liefde tussen de hemelse Vader en God de Zoon
is de basis geweest, de reden waarom Christus ging:
Ik kom om Uw wil te doen.
Liefde. Liefde die bereid is om zichzelf op te offeren.
Christus die mens werd, die zichzelf vernederde.
Zijn komst op aarde was al een vernedering, Zijn dood des te meer.
En in gedaante van een mens bevonden, heeft Hij zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja tot de kruisdood.
Liefde. Liefde die bereid is om zichzelf op te offeren.
Van die liefde kunnen wij nooit te klein denken.
Zo is onze God, onze Heere.
Wil je onze God leren kennen, dan ken je Hem het best in Zijn komst naar de aarde,
in Zijn bereidheid, Zijn liefde om zichzelf te geven, als een offer,
tot in de dood, de dood aan het kruis.

En dan schrijft Paulus in zijn brief: Laat die gezindheid ook in u zijn,
die in Christus Jezus was.
Nee, wij kunnen de kruisdood niet overdoen.
Wij kunnen de dood niet overwinnen.
Wij zijn Jezus zelf niet.
Maar wel Zijn volgelingen.
Wij zijn niet meer dan onze Meester.
Laat die gezindheid in u zijn:
In je gezin, als je vader en moeder je opvoeden.
Op je werk, als je met een collega te maken hebt met wie het niet klikt,
In je familie, als je een schoonmoeder of schoonvader hebt, die je nooit heeft geaccepteerd, een schoonzus of zwager met wie je niet fatsoenlijk kunt praten.
In discussies op facebook of andere social media.
In het verkeer als je een lastige medeweggebruiker hebt.
De gezindheid van Christus Jezus,
die wel bereid was om minder te worden,
die wel bereid was een een stap naar de ander toe te doen en wat voor stap.
Die bereid was om zijn complete status op te geven.
Het is een lyrisch loflied op de weg van Jezus Christus,
maar tegelijkertijd met een hele concrete toepassing.
Laat je door dezelfde liefde leiden, de liefde van Christus tot Zijn Vader,
door de liefde die jou, die u gevonden heeft.

Paulus schrijft dat aan gemeenteleden die een hele carrière achter de rug hebben
in het Romeinse rijk, in het leger van de keizer van Rome hebben gediend.
Nog niet zo heel lang geleden waren Julius Caesar en keizer Augustus
tot god verheven vanwege hun prestaties, het menselijke ontstegen.
Geen gewone mensen meer, maar god.
Paulus houdt hen een andere Heer, een andere God voor,
niet een mens die promoveerde tot god,
maar een God die zich vernederde om mens te worden.
Die vrede bracht, niet door geweld, maar door zichzelf te offeren,
die redding en bevrijding bracht, niet door anderen voor zich te laten sterven,
maar door zelf de dood in te gaan.
Laat die gezindheid in jullie zijn, die ook in Christus Jezus was.
Dat is niet iets van je hoofd, alleen maar een idee,
maar een heel praktische levensinstelling: zo moet je doen.
zoals de Heere Jezus ook deed.
In het klein en in het groot.
Dat er een Maranathakerk gebouwd is, bijna 100 jaar geleden als kapel,
als bijgebouw voor de mensen die niet naar Oldebroek konden,
heeft iets van deze praktische levensinstelling:
Als mensen niet naar de grote kerk kunnen, dan maar een eigen gebouw
dat net zo meetelt als de grote kerk, niet minder in status of waarde.
Deze instelling mag ook van een predikant worden verwacht, vind ik:
dat hij de plek waar hij woonde opgeeft om op een nieuwe plek te komen wonen,
onderdeel te worden van de samenleving, om de gemeente te dienen.
Zo heb ik het 5 jaar geleden gezien en zo zie ik het nog.
Hoewel het nu niet meer als een offer voelt dat gebracht moet worden.

In het groot hebben we die navolging kunnen zien bij zendelingen.
Ontroerend vind ik het verhaal van de katholieke missionaris,
de katholieke zendeling Pater Damiaan, een Belg: Jozef de Veuster.
Hij werd beroemd vanwege zijn bereidheid om leprozen op Hawaii te dienen.
Deze leprozen leefden afgezonderd op een eiland apart.
In het begin diende deze pater hen door eten op het eiland af te zetten
en vervolgens weer terug te gaan naar een ander eiland.
Maar hij besloot op het eiland van de leprozen te gaan wonen in de leprozenkolonie.
16 jaar lang leefde hij te midden van de leprozen.
Hij leerde hun taal te spreken.
Hij verbond hun wonden,
hij verzorgde de lichamen van hen die door niemand werden aangeraakt
en met zijn verkondiging raakte hij de harten
van degenen die anders in de steek waren gelaten.
Hij richtte scholen, muziekgroepen en koren op.
Hij bouwde huizen, zodat de leprozen een schuilplaats hadden.
Hij vervaardigde de lijkkisten,
zodat de leprozen na hun overlijden waardig begraven zouden worden
en heeft duizenden lijkkisten gemaakt.
Langzaamaan, zo werd er gezegd, veranderde de leprozenkolonie
in een plaats om te leven in plaats van een plek om te sterven.
Pater Damiaan bracht hoop.

Pater Damiaan hield zich niet op een afstand van zijn mensen.
Hij doopte zijn vingers in dezelfde bekers als zijn patiënten.
Hij deelde zijn pijp.
Hij waste niet altijd zijn handen na de verzorging van de wonden.
Hij was hen heel nabij. Daarom hielden de mensen van hem.
Op een dag begon hij stond hij op en begon hij zijn preek met twee woorden:
‘Wij leprozen …’
Nu was hij er niet meer om hen te helpen.
Nu was hij een van hen.
Vanaf dat moment deelde hij niet alleen hun eiland, maar deelde hij hun huid.
Eerst koos hij ervoor om te leven zoals zij deden.
Nu zou hij dezelfde dood als hen sterven. Nu deelden zij in alles.

Op een dag kwam God naar deze aarde en begon zijn boodschap:
‘Wij leprozen…’
Hij kwam niet alleen om ons te helpen. Hij werd één van ons.
Hij deelde niet alleen ons bestaan op aarde,
maar ook onze huid. Wij deelden in alles.

Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was…
Voor de een in het groot, in een roeping ver weg,
voor de ander in het klein, een roeping dichtbij,
een roeping die toch net zo groots kan zijn
en net zoveel kan laten zien van de Heer, die naar de aarde kwam.
Amen

Veranderziekte?

Veranderziekte?

Het Reformatorisch Dagblad heeft de laatste tijd aandacht besteed aan de veranderingen in de eredienst. De toon van die bijdragen was niet altijd even positief. Ronduit stuitend was de laatste column van mijn collega J. Belder, waarin hij spreekt over veranderziekte als een agressief virus en liturgische playboys die hun kans grijpen.

Er zijn verschillende manieren om beleid te maken met betrekking tot de eredienst. Een manier is om uit te gaan van een theologische norm: gemeenteleden horen twee keer per zondag naar de kerk te gaan, in de eredienst worden uitsluitend psalmen gezongen. Uitgaan van een bepaalde norm voor de eredienst is een mooi en respectvol ideaal. Ik zie in de praktijk echter dat niet alle gemeenteleden die norm meemaken. Gemeenteleden onder de 30 jaar hoor ik geregeld zuchten over de moeilijkheidsgraad van de psalmen. Niet alleen de woorden van de oude berijming (1773) worden als moeilijk ervaren, ook de melodieën vinden ze vaak te moeilijk.

Op huisbezoek stel ik vaak de vraag: ‘Stel dat ik voor de Loco (de lokale radio hier) een psalm of een lied aan zou mogen vragen, wat zou het dan moeten worden?’ Meestal wordt er een lied uit de Bundel van Johannes de Heer opgegeven, soms een bekend gezang en af en toe een opwekkingslied. Geregeld hoor ik verhalen over hoe er vroeger op zaterdagavond bij het harmonium gezongen werd uit deze Bundel. Ik vraag dan altijd of dat niet als een tegenstelling werd ervaren: doordeweeks uit de Bundel en ‘s zondags uit de Psalmen. Het antwoord is meestal: dat was nu eenmaal zo. Ik ben mij steeds meer tegen deze tegenstelling gaan verzetten, omdat hierdoor de kloof tussen de zondag en de andere dagen van de week wordt versterkt.

Bij doopdiensten vraag ik aan ouders of zij tijdens de doopdienst een psalm of een lied willen laten zingen die veel voor hen betekent. Daar heb ik verschillende redenen voor: Deze gemeenteleden worden uitgedaagd de in de gemeente gebruikte liedbundels door te gaan. Daarnaast wordt een dienst als veel persoonlijker beleefd, wat de betrokkenheid op de gemeente en op de dienst vergroot. Zowel actieve gemeenteleden als gemeenteleden die zich wat meer aan de rand bevinden, voelen zich meer serieus genomen als lid van de gemeente. Bovendien merk ik dat gemeenteleden vaak niet goed in staat zijn om aan te geven waarom zij laten dopen. Door een persoonlijke insteek gaat de doop zowel voor hun kind als voor henzelf meer leven.

Als predikant en als gemeente is het altijd van belang rekening te houden in wat voor omgeving een gemeente zich bevindt. De omgeving van Oldebroek scoort zwak op taalbeheersing en (begrijpend) lezen. Omdat de Herziene Statenvertaling en de hertaalde formulieren al als moeilijk ervaren worden, moedig ik het gebruik van de Bijbel in Gewone Taal aan en geef ik een vereenvoudigde versie van het doopformulier door. Of een gemeente de gewenste norm met betrekking tot de eredienst kan behalen, hangt ook van de scholen af. Het maakt nogal uit of kinderen goed zangonderwijs krijgen of dat de te leren liederen via YouTube worden aangeleerd. Als een gemeente toch een bepaalde norm wil aanhouden, dient men daarvoor binnen eigen gemeente aan te leren. Het is merkwaardig dat zangonderwijs nooit een plek heeft gekregen binnen de catechese.

De veelgemaakte fout in de bezinning op de eredienst is dat de discussie vooral inhoudelijk wordt gevoerd, terwijl andere factoren bepalender zijn.
Nadat de bundel Jeugd in Aktie werd vervangen door Op Toonhoogte, zei een gemeentelid tegen mij: ‘Eindelijk kan er iets veranderd worden.’ Ik krijg nogal eens te horen, dat het uit de weg gaan van de bezinning als verstikkend wordt ervaren. Alles moet bij het oude blijven. Ook als er geen goede argumenten zijn. Een gemeentelid, die geen kerkelijke opvoeding had gehad, zei tegen mij: ‘Als u de kerkdienst met een psalm begint, begin ik al op achterstand en maak ik de dienst niet meer goed mee.’ Net als een preek moet de orde van dienst de gemeenteleden ophalen waar ze zijn. Om ze uiteindelijk voor Gods aangezicht te brengen. Want dat is de bedoeling van elke kerkdienst, ongeacht de gehanteerde orde van dienst.

Daarom is de cruciale vraag met betrekking tot de eredienst niet of er wel of geen veranderingen mogelijk zijn, maar of een orde van dienst de gemeente voor Gods aangezicht brengt. Veranderingen in de eredienst kunnen een bijdrage leveren aan het besef dat in de eredienst de gemeente voor Gods aangezicht komt.