Er is wat aan de hand met het Avondmaal

Er is wat aan de hand met het Avondmaal

avondmaal5

Niewe avondmaalsmijding
Er is wat aan de hand met het Avondmaal. Tenminste, als ik mijn collega mag geloven. Op onze werkgemeenschap kaartte hij de thematiek wat een nieuwe avondmaalsmijding genoemd zou kunnen worden: jongeren die enthousiast gelovige zijn en betrokken bij de kerk, maar het Avondmaal niet zien zitten en ook niet aanwezig zijn in een avondmaalsdienst. Voor deze jongeren hoeft Avondmaal niet zo nodig, aldus de collega.

Belijdenis
Er is wat aan de hand met het Avondmaal. Ik merk dat elke keer weer aan het begin van belijdeniscatechisatie. Wanneer de startende belijdeniscatechisanten gevraagd worden naar de reden van belijdenis-doen, scoort deelname aan het Avondmaal vaal op de laagste plaats. Het verlangen om deel te nemen is nooit een reden om belijdeniscatechisatie te volgen. Avondmaal is een thematiek die in het seizoen ook zeker aan de orde moet komen, geven ze aan, omdat ze niet goed weten wat ze er mee aankomen. Als ze diensten hebben bijgewoond hebben ze vragen over de sombere gezichten. Ze hebben moeite met de loodzware ernst die er soms in zo’n dienst kan zijn.

Conferentie
Er is wat aan de hand met het Avondmaal. Soms weten jongeren niet wat Avondmaal is en hoe dat gevierd wordt. Ze mochten, wanneer er Avondmaal werd gevierd, thuis blijven omdat er tocht niets voor hen bij was. Sommigen deden zelfs belijdenis, zonder ooit te hebben gezien hoe het Avondmaal werd gevierd en konden zich er ook eigenlijk niets bij voorstellen.
Dat er wat is met het Avondmaal, merkte ik toen ik een uitnodiging kreeg om vanuit de Gereformeerde Bond om een conferentie voor predikanten bij te wonen waarin zorgen werden gethematiseerd.
Tijdens de bijeenkomst proefde ik daar ook bepaalde zorg: zorg over de invloed van evangelischen op de viering en de beleving van het Avondmaal, zorg dat Avondmaal in de gemeente minder leeft dan zou moeten. Met evangelische invloed wordt bedoeld, dat jongeren buiten de kerkelijke eredienst in de eigen vriendengroep Avondmaal kunnen vieren. Daarbij kunnen ze in plaats van brood en wijn soms andere ‘ingrediënten’ gebruiken als chips en bier en daar voor hun gevoel meer beleven dan in de kerkdienst. Stel dat dit echt gebeurt, – want het was mij niet duidelijk of dit werkelijk in de praktijk voorkomt of dat het vooral om schrikbeelden gaat – hoe hier mee om te gaan?

Gesprek
Prof. dr. C. van der Kooi, die een lezing verzorgde, gaf een mooi en zinnig advies: ga allereerst in gesprek. Reageer niet in een kramp, omdat het op een andere manier gebeurt dan je gewend bent. Want misschien is het wel een gestalte van de kerk waarin Christus zich toont. Luister in zo’n gesprek goed naar de beweegredenen van de jongeren. Maar leg ook uit, waarom in de viering van het Heilig Avondmaal brood en wijn wordt gebruikt. Waarom er in de Protestantse Kerk in Nederland ervoor gekozen is dat een geordineerde voorganger het Avondmaal bediend. Leg uit wat de rol van de diaken is, bijvoorbeeld. En bovenal: leg de betekenis uit van het Avondmaal.

Gewone maaltijd
Wanneer jongeren geen behoefte hebben aan het Avondmaal is het goed om bij een gewone maaltijd te beginnen. Aan een gewone maaltijd kunnen bepaalde aspecten van het Avondmaal worden uitgelegd. Bij het Avondmaal gaat het erom, dat adoptiefzonen en adoptiefdochters (een beeld uit Romeinen 8 en veelvuldig gebruikt bij Calvijn) een plek krijgen aan de tafel van de Vader.

Tafelschikking
Bij een gewone maaltijd speelt de tafelschikking vaak ook een rol. Bij het Avondmaal krijg je – samen met de ander – een plek toebedeeld. Vanuit de gemeenschap met Christus. Van der Kooi benadrukte de fysieke aspecten van de gewone maaltijd én van de maaltijd van de Heer: Aan de tafel hoor en zie je hoe je buurman of buurvrouw eet. Ook bij de maaltijd van de Heer kun je je heel bewust zijn van de ander.

Gemeenschap met Christus en met elkaar
Een collega benadrukte in de loop van de dag tijdens een discussie het belang het verband tussen de gemeenschap met Christus en de gemeenschap met elkaar. Dat verband geeft verdieping aan: de gemeenschap met Christus verdiept door het ervaren van de onderlinge gemeenschap.

Wat zij naar voren brengen zijn geen wondermiddel, die alle zorgen oplossen. Maar het zijn wel handreikingen, waarvoor ik dankbaar ben en mij ook weer wat verder helpen om het hopelijk met samen met jongeren, die er eerst niets in zien of weinig voor voelen, te ontdekken: het Avondmaal is heel wat. We zouden dat niet meer willen missen!

Geschreven voor HWConfessioneel

Als kerken gezamenlijk nadenken over het ambt in deze tijd

Als kerken gezamenlijk nadenken over het ambt in deze tijd

Het ambt staat volop in de aandacht. De synode van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt besloot afgelopen zaterdag om een bezinning op het ambt te beginnen, waarbij de aanleiding is de discussie over de vraag of de ambten ook voor vrouwen opgesteld kunnen worden. In de behoefte om te bezinnen op het ambt staan de Vrijgemaakten niet alleen. Ook de Protestantse Kerk in Nederland is een bezinning op het ambt gestart. Daar zijn verschillende oorzaken voor: In veel gemeenten lukt het niet meer om voldoende ambtsdragers te vinden. Daarnaast heeft de Protestantse Kerk ingezet op pioniersplekken, die de mogelijkheid moeten krijgen om te experimenteren. Ook wat betreft de plaats van de ambtsdrager, de verkondiging en de bediening van de sacramenten. Onder collega-predikanten merk ik dat het ambt één van de belangrijkste thema ’s is op dit moment.
Waarom zouden de kerken niet gezamenlijk optrekken in de zoektocht naar de betekenis van het ambt in deze tijd? Zouden de Protestantse Kerk in Nederland en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt deze doordenking niet samen kunnen oppakken. En dat met een uitnodiging naar de andere kerken die er zijn? De Protestantse Kerk heeft de Rooms-Katholieke bisschoppen door middel van een brief uitgenodigd om over de ambten in gesprek te zijn. Waarom geen bredere uitnodiging? Waarom geen uitnodiging aan de oud-katholieken en de reformatorische kerken? En kan de bezinning op het ambt in deze tijd wel zonder de inbreng van evangelischen en pinkstergelovigen? En de Lutherse traditie, die ook weer een heel eigen ambtsvisie heeft, moet natuurlijk ook meedoen! Sinds de vorming van de Protestantse Kerk is het Lutherse gedachtengoed onderdeel van de kerk. Alleen dat al verplicht de Protestantse Kerk om met een nieuwe ambtsvisie te komen en daarbij de Lutherse inbreng te honoreren.
Daarbij denk ik niet aan een nieuw oecumenisch instituut, maar eerder aan een voortgaande dialoog met elkaar. Waarbij ieder in deze dialoog de sterke punten van de eigen traditie inbrengt, maar ook de bereidheid om te leren van wat de anderen doen. Vrijgemaakten kunnen bijvoorbeeld in gesprek met de Protestantse Kerk, de voortgezette Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerden over de vraag of het openstellen van de ambten voor vrouwen te combineren is met een gereformeerde houding van geloven en kerk-zijn. (Waarbij ik niet wil aangeven dat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt dezelfde keuze moeten maken op dit thema.) Maar nog fundamenteler is de vraag naar wat een ambt is en de vraag hoe er in deze tijd leiding gegeven kan of moet worden aan de gemeente van Christus.

Lezen om te preken – 2: de leeslijst

Lezen om te preken – 2: de leeslijst.
Mijn eigen leesprogramma “Lezen om te preken”

Cornelius Plantinga geeft cursussen Imaginative Reading for Creative Preaching. Hoe zou mijn eigen leeslijst voor het lezen om te preken?

Werner Bergengruen – Der Großtyrann und das Gericht
Heinrich Böll – Herinneringen van een clown
– Biljarten om half 10
– Alle verhalen
Alfred Döblin – Pardon wird nicht gegeben
Sushako Endo – De samoerai
Max Frisch – Homo faber
Graham Greene – Genezen verklaard
– Geheim agent
– Monsieur Quichotte
Maarten ’t Hart – De aansprekers
Khaled Hosseini – De vliegeraar
John Irving – Bidden wij voor Owen Meany
Robert Lemm – Ontijdige bespiegelingen
François Mauriac – De adderkluwen
Vonne van der Meer – Zondagavond
B. Nijenhuis – De Tornado
Amoz Os – Een verhaal van liefde en duisternis
Willem Jan Otten – Waarom komt u ons hinderen?
* Arjan Plaisier, Is Shakespeare ook onder de profeten? Theologische meditaties bij zeven stukken van Shakespeare
Leo Pleysier – Wit is altijd schoon
– Zwart van het volk
Chaim Potok – De gave van Asjer Lev
– De zoon van Asjer Lev
– Het boek van het licht
Karel Schoeman – Verliesfontein
* Wilfred Scholten – Mooie Barend. Biografie van B.W. Biesheuvel (1920-2001)
Jan Siebelink – Laatste schooldag
* John Steinbeck – Druiven der gramschap
Maritha van der Vyver – Stiltetijd
Martin Walser – Rechtfertigung
Franz Werfel – De verduisterde hemel
Frank Westerman – Ararat
* Annejet van der Zijl – Anna. Het leven van Annie M.G. Schmidt

* = nog niet gelezen

Plantinga geeft ook aan dat het de moeite waard is om kinderboeken te lezen. Kinderboekenauteurs die op de ‘lezen om te preken’-lijst komen, zijn:
– Tonke Dragt – De brief voor de koning
– Vivian den Hollander – serie over Lisa en Jimmy
– Rindert Kromhout – Rintje; serie over meester Max
– Martine Letterie – serie over Berend; boeken over de Tweede Wereldoorlog
– Carry Slee, Iris & Michiel; Kinderen van de Grote Beer; Het grote Opa en Oma-boek
– Jacques Vriens – Meester Jaap; de bende van de Korenwolf

Lezen om te preken

Lezen om te preken Een predikant kan leren van schrijvers, journalisten en biografen, aldus Cornelius Plantinga MN_Lesen_ist_cool
Een predikant kan voor het preken maken in de leer van goede schrijvers, journalisten en biografen. Dat vindt Cornelius Plantinga, emeritus hoogleraar aan Calvin Theological Seminary. 10 jaar lang gaf hij in het postacademisch onderwijs voor predikanten een cursus Imaginative Reading for Creative Preaching.

In deze cursus liet hij predikanten schrijvers als John Steinbeck en Khaled Hosseini lezen, behandelde hij gedichten en biografieën en las hij essays van journalisten. Plantinga is van mening dat predikanten veel van schrijvers, journalisten en biografen kan leren in de preekvoorbereiding. Hij pleit ervoor dat predikanten voor zichzelf een leesprogramma opstellen.

Hij wil nog niet zo ver gaan als Eugene H. Peterson. Peterson had als predikant de gewoonte om zich van 13.30-15.00 af te zonderen om zich te verdiepen in schrijvers als Dostojewski. Op dit tijdstip was hij dan ook niet bereikbaar voor gemeenteleden. Plantinga geeft aan, dat dit wel veelgevraagd is, maar geeft tegelijkertijd aan dat het heel zinvol kan zijn om van het lezen een vast onderdeel van het werk te maken. De predikant en de gemeente hebben er baat bij.

Pittige taak
De predikant heeft namelijk een pittige taak: elke week het evangelie brengen voor een gemengd publiek. Er is, volgens Plantinga, geen enkel ander beroep waarin zoveel van iemand gevraagd wordt.
Een predikant moet voor zijn woordgebruik en stijl rekening houden met zijn hoorders: niet te ingewikkeld voor de een, niet te platvloers voor anderen. Geen ander als een predikant heeft zoveel thema’s te bespreken met zijn luisteraars – vaak ook steeds dezelfde luisteraars.
Het zijn ook niet de minste onderwerpen: God, wereld, genade, zonde, leven, e.d. Het lezen van literatuur, essays en biografieën helpt om een rijk gevarieerde woordenschat aan te leggen, waaruit geput kan worden en helpt ook in het onder woorden brengen de onderwerpen.

Daarbij gaat het niet om het showen van de opgedane kennis, maar om hulp bij de verkondiging van Gods Woord. Het is niet de bedoeling dat gemeenteleden na afloop van de dienst onder de indruk van de predikant (en zijn kennis) naar huis toe gaan, maar aangesproken door Gods Woord. Om dat te bereiken kan een leesprogramma zinvol zijn.

Verbeelding
Een leesprogramma helpt ook bijvoorbeeld om voorbeelden te vinden die de boodschap illustreren en toepassen. Een predikant heeft daardoor een rijkere voorraad aan preekvoorbeelden. Nog meer helpt zo’n algemeen leesprogramma om zijn eigen verbeeldingskracht te activeren en zo alert en gevoelig te zijn voor wat er in zijn eigen leefomgeving afspeelt.

Een predikant kan natuurlijk een zin van een schrijver citeren, naar een gedicht verwijzen of een voorbeeld van een journalist aanhalen. Voor een groot deel van de gemeente zal die naam echter onbekend zijn. Een voorbeeld wordt echter en authentieker en gemakkelijker inpasbaar in een preek als een voorbeeld uit de eigen waarneming van de predikant opkomt. Door het lezen wordt deze waarneming gestimuleerd.
Een predikant leest daarom romans, korte verhalen of gedichten. Niet om deze schrijvers te citeren, maar vooral ook om zelf te verbeelden.

Wijsheid
Door te lezen kan de predikant wijsheid opbouwen. De predikant is geroepen om over veel onderwerpen te spreken. Door journalisten en schrijvers te lezen leert een predikant de nuances te ontdekken bij een onderwerp, maar kan hij ook ontdekken hoe een onderwerp in de wereld van vandaag leeft.

Twee voorbeelden die niet uit het boek van Plantinga komen:
– John Irving liet met zijn Bidden wij voor Owen Meany zien dat uitverkiezing ook in onze tijd plausibel verteld kan worden. (Deze tip heb ik bij Gerhard Sauter opgedaan.)
– Chaim Potok bouwt zijn boeken over Asjer Lev op vanuit de ondoorgrondelijkheid van Gods wegen.

Complexiteit
Literatuur en krantenartikelen kunnen op een onverwachte manier een brug slaan naar de boodschap of zelfs helpen een boodschap in een Bijbelgedeelte te ontdekken.
Plantinga laat zien dat de winnaars van de Pulitzer-prijs allemaal geschreven hebben over een bepaalde zonde. Tegelijkertijd kunnen juist schrijvers en journalisten helpen om op onverwachte plaatsen genade te ontdekken. Door te lezen ontdekt een predikant dat de mensen met wie hij te maken heeft vaak complexer in elkaar zitten dan je in eerste instantie zou denken. Dat geeft aan de ene kant bewogenheid met mensen, die anders afgeschreven zouden worden.
Aan de andere kant krijgt de predikant er oog voor dat ook ‘gewone’ mensen complexer zijn dan je zou denken. Vanwege die complexiteit van mensen en van de wereld waarin wij leven geeft Plantinga aan dat het niet goed is om (te snel) een mening te hebben over de levensbeschouwing van een schrijver. Een predikant is God niet en kent het hart van de schrijver niet.

Leesprogramma
Wat moet een predikant lezen? Elke maand een goede roman van een grote schrijver? Plantinga beseft dat dit veel gevraagd is. Maar elke dag een gedicht moet toch wel kunnen. En het moet toch mogelijk zijn om in 1 jaar tijd 1 roman, 1 biografie en een aantal journalistieke essays te lezen? Op dit leesprogramma staan natuurlijk ook de belangrijke homiletische literatuur. Maar, zo Plantinga, lezen in het algemeen hoort ook bij de preekvoorbereiding.

N.a.v. Cornelius Plantinga, Reading for Preaching. The Preacher in Conversation with Storytellers, Biographers, Poets, and Journalists (Grand Rapids, Michigan / Cambrigde, U.K.: William B. Eerdmans Publishing Compagny, 2013) ResizeImageHandler Een ander interview: http://vimeo.com/77532651

Preek zondag 11 mei 2014 Nabetrachting & dankzegging Heilig Avondmaal

Preek zondag 11 mei 2014 Nabetrachting & dankzegging Heilig Avondmaal
Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. (Openbaring 7:16a)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

‘Dit moeten we vasthouden!’
Dat kan een uitspraak zijn na een gewonnen voetbalwedstrijd.
Je team heeft eindelijk eens gewonnen
en je wilt met elkaar dat je de volgende wedstrijd ook wint.

‘Dit moeten we vasthouden!’
Dat kun je als echtpaar zeggen in een tijd waarin je het samen goed hebt.
Je hebt oog en oor voor elkaar.

‘Dit moeten we vasthouden!’
Dat is ook van belang voor het avondmaal.
Bij de viering van het Heilig Avondmaal gaat het niet alleen
om het moment van de viering, op zondagmorgen.
Maar gaat het erom, dat we er uit leven:
morgen, overmorgen, de komende week, de komende tijd.
Op weg naar die toekomst, die Johannes ziet.

We zijn nog niet in de hemel.
Dat indrukwekkende dat Johannes ons laat zien
over de menigte die in de hemel is, voor de troon van God om de Heere te loven,
is voor ons nog toekomst.
Daar zijn we nog niet,
want we leven hier nog op deze aarde.
We zijn nog onderweg.

Wat Johannes te zien krijgt en wat hij aan ons laat zien
is het einde van die reis.
Hij laat zien dat er een aankomst is.
En ik zag en zie – kijk maar.
Dat is een bemoediging: de reis die we maken, eindigt ook echt bij God.
Iedereen die op aarde al met zijn of haar hart bij de Heere Jezus was,
mag daar aankomen
en God en de Heere Jezus zien.
Wat een bijzonder moment moet dat zijn!
Kijkt u daar ook al naar uit?
Merkt u in uzelf ook een verlangen?
Daar wil ik ook zijn?
Bij de Heere zijn – wat zou ik dat graag willen.
Dat is nu al mijn verlangen!
Dat verlangen is de ene keer sterker dan de andere keer.
Het is maar goed dat we avondmaal vieren
en dat we als ’s zondags als gemeente bij elkaar komen.
Want dat verlangen is er, ook op maandag en dinsdag en de andere dagen van de week,
maar op zondag wordt dat verlangen weer aangewakkerd
en helemaal toen u, jij vanmorgen deelnam aan het heilig avondmaal.
En als u, jij vanmorgen niet naar het avondmaal gegaan bent, omdat dat niet kon,
kunt u, kun jij wel een verlangen hebben:
ik wil dat ook, dat ik met mijn hart bij de Heere Jezus ben.
Wellicht weet je niet zo goed wat je met het avondmaal moet,
maar dat wil je wel: voor altijd bij de Heere Jezus zijn!

We zijn er nog niet.
Dat kan van alles betekenen.
We zijn er nog niet – dat kan iemand zeggen die ernaar verlangt om al bij de Heere Jezus te zijn.
Wat zou ik graag bij Hem willen zijn! Was ik al maar bij Hem.
Een ander zegt: gelukkig wat we er nog niet zijn.
Ik heb nog zoveel om hier op aarde voor te leven.
Ik heb mijn kinderen nog – het was zo fijn dat zij vanmorgen allemaal kwamen.
We horen nog zo bij elkaar, we kunnen elkaar nog niet missen.
Hoe mooi het ook zal zijn in de hemel bij de Heere – ik kijk er ook echt wel naar uit –
ik kan mijn kinderen nog niet loslaten.
We zijn er nog niet – dat kan ook een waarschuwing zijn.
Wees je ervan bewust dat we onderweg zijn.
Het leven hier op aarde kan je wel eens op de gedachten brengen
dat dit het is, nu weet je wat je hebt, wat de toekomst brengt moet je maar afwachten.
Je moet er scherp op blijven letten, dat je hart bij de Heere Jezus is
en dat je in je hart ook bij Hem blijft.
Ook als je avondmaal hebt gevierd en dat beleefd hebt als iets heel bijzonders
kun je weer in beslag genomen worden door wat je meemaakt.
Doordat je werk morgen weer alle aandacht opvraagt,
of een akkevietje in de familie, waardoor je daar weer dagen mee bezig bent
waardoor de vreugde van het avondmaal weer snel vergeten is.
Wat kan er in het leven op aarde veel op je afkomen.
We zijn er nog niet.

Daar alles wat er gebeurt, kun je wel gaan nadenken over het leven dat komt.
Over wat Johannes laat zien en over wat Johannes aan ons doorgeeft.
Het Lam dat in het midden van de troon is
zal hen weiden
en hen geleiden naar de levende waterbronnen.
Wat moet dat voor een leven zijn bij de Heere.
Konden we daarvan wat meer hier op aarde ervaren,
dat het lam dat in het midden van de troon is
ons weidt en ons brengt naar de bron van levend water.
Is dat ook niet beloofd,
dat Christus hier de goede herder is?
Moeten we het op de reis, die toch al niet zo makkelijk is, helemaal alleen gaan?
Johannes geeft toch aan, dat in de hemel het Lam er is om voor ons te zorgen?
Hij zegt dat toch over die grote menigte die voor God staat?

Johannes wil daarmee niet zeggen, dat Christus voor ons zal zorgen
en ons zal beschermen als we in de hemel zijn.
Hij wil niet zozeer zeggen, dat pas in de hemel er die zorg van de goede herder voor ons is.
Maar daar in de hemel is de bescherming wel volledig.
Daar zal niemand meer ons bij Christus vandaan kunnen halen.
Daar zullen we helemaal veilig zijn.
Degenen die op aarde de grote verdrukking hebben meegemaakt,
in de werkkampen van Noord-Korea,
of omdat hun kinderen ontvoerd zijn door een groep die hen wil dwingen
een ander geloof aan te nemen,
die hier op aarde voor hun geloof hebben moeten strijden,
mogen daar in de hemel de bescherming ervaren waar zij zo naar verlangden
toen zij op aarde waren.
Zij mogen weten dat zij veilig zijn, want ze zijn bij Christus aangekomen.
Daar mogen zij uitrusten van de strijd die zij op aarde voerden.
Ze hebben op aarde geleden, maar daar in de hemel zal het voorbij zijn.

Het avondmaal is er een herinnering aan, dat die toekomst eraan komt.
Een bevestiging, dat de Heere ons daar wil brengen.
Avondmaal herinnert er ons aan dat de Heere
ons in het leven hier op aarde al wil begeleiden.
Ook hier wil Hij onze herder zijn.
Nu is het Lam, Christus, onze herder.
Vorige week in de preek van voorbereiding zei ik al:
Johannes gebruikt taal uit de eredienst om dat wat hij ziet in de hemel te kunnen beschrijven.
Hier gebruikt Johannes de ervaring die gelovigen kunnen hebben,
dat de Heere kracht geeft om door een moeilijke periode heen te komen.
Gelovigen die een kruis hier op aarde te dragen hebben,
maar dan ook kunnen aangeven, dat zij van de Heere kracht krijgen
om dat kruis te dragen en zeggen: We staan er niet alleen voor!
Gelukkig niet! Je moet er niet aan denken dat je geen geloof zou hebben.
Je moet er niet aan denken dat de Heere er niet zou zijn.
Juist dankzij de kracht die Hij geeft, juist omdat ik weet dat Hij met mij meegaat,
kan ik het aan.
Ook nu al kan ervaren worden dat het Lam leidt.
Zijn zorg voor ons op aarde is geen andere zorg dan wanneer wij in de hemel zijn.
Het verschil is dat alle dreiging die er hier op aarde is er daar niet meer zal zijn.
De bescherming zal er helemaal zijn.
De rust zal niet meer verstoord worden.
De liefde zal niet meer uitdoven.
Het samenzijn zal niet meer verbroken worden.
Het lijden zal voorbij zijn en alle pijn die geleden is zal genezen.
Het zal helemaal goed zijn, zoals de Heere het bedoelde toen Hij de wereld schiep.
Met avondmaal vieren we dat die toekomst voor ons is weggelegd.
Niet omdat wij bepalen dat wij er zullen komen,
maar door het Lam zullen wij er komen.

In de visioenen ziet Johannes de Heere Jezus vaak als een Lam afgebeeld.
De Heere Jezus is een Lam,
zoals dat gebruikelijk was bij het offer.
Het Lam moest ervoor zorgen dat de zonden weggenomen werden.
Een lam dat geofferd werd, droeg de zonden weg.
De Heere Jezus is het Lam.
Christus die als een Lam onze zonden wegdroeg,
is tegelijkertijd ook een herder. Het Lam als herder.
Hij brengt ons ook waar we moeten zijn: bij de Heere.
Daarom wordt er ook gesproken over leiden.
In de hemel zullen we zo dicht bij de Heere Jezus zijn,
dat we niet meer bij Hem wegdwalen.
Maar ook in het leven op aarde al, zal Hij ons leiden.
Wijst Hij aan ons de weg, die wij moeten gaan,
de weg die ons bij God brengt,
de weg die wij van God moeten gaan.
In Psalm 23, die over God als onze herder gaat,
wordt dat ook al beleden: Hij leidt mij in rechte sporen.
De weg ligt er al.
De weg hoeven wij niet te banen.
De weg is er al, en het Lam dat ook onze Herder is, brengt ons op die weg
en brengt ons over die weg naar Gods heerlijkheid
om daar deel uit te maken van die grote menigte die niemand kan tellen.
Christus, die het Lam is, is ook onze herder.

Johannes ziet het Lam in het midden van de troon.
Dat is niet voor niets.
De troon staat voor God, voor de macht van God.
Aan de ene kant is een Lam een zwak dier, met weinig kracht.
een lam jaagt niemand angst aan, zal eerder zelf op de vlucht slaan.
Maar vergis je niet, dit Lam is in het midden van de troon.
Dit Lam deelt in de macht van God
van de Heere die over alles regeert.
Dat Lam dat deelt in de macht van God, Hij is het die ons begeleidt.
In de hemel, maar ook al in het leven hier op aarde.
We kijken hier vooruit naar het eindpunt.
Maar we kijken er naar voor het leven in het nu.
Want het gaat erom, dat wij aan dit Lam, aan Christus, trouw blijven.
Dat we ook de weg gaan die ons gewezen wordt.
Dat ons hart hier op aarde al bij Christus is.
Trouw aan Christus.
Of met een ander woord: Volharding. Stug volhouden op de weg van God.
Johannes zegt tegen ons: kijk naar die grote menigte,
kijk naar het eindpunt van de reis,
daar gaat het op aan, dat is de bestemming.
En de boodschap die hij daarmee geeft is: laat je door niets van deze weg afhouden.
We hebben avondmaal gevierd.
Voedsel voor onder weg, waardoor wij aangesterkt mogen worden.
Voedsel dat de Heere Jezus ons aanreikt, waarmee Hij ook wil zeggen: hou vol!
Je bent er nog niet, maar als je zo doorgaat, kom je er wel!
Daar zorg ik voor!
Volharding is een opdracht: het gaat erom dat wij stug volhouden.
Volharding is ook een geschenk: het Lam zorgt ervoor, dat wij kunnen volhouden.
Onder andere door het avondmaal, de bevestiging dat we op de goede weg zijn.
Het gaat samen op.
Er wordt aan u, aan mij gevraagd om trouw te zijn,
om niet op te geven.
Ons hart moet bij Christus blijven.
We vieren geen avondmaal om dat volgende week weer te vergeten.
We vieren avondmaal om ons op te laden, bij te tanken, kracht op te doen.
Om weer bevestigd te worden, maar ook om aangespoord te worden.
Het leven kan hier goed zijn, daar mogen we ook dankbaar voor zijn.
Het echte leven komt van God.
Waterbronnen waar het leven te vinden is.
Wie dat water drinkt, zegt de Heere Jezus, zal nooit meer dorst hebben.
Wie in zijn hart nu al bij de Heere Jezus is,
mag weten: bij die waterbronnen kom ik uit.
De trouw die gevraagd wordt is wezenlijk: zonder de Heere Jezus lopen we dat leven mis.
Maar wie bij de Heere Jezus hoort mag weten: ik kom daar uit.
Nu al mag dat ervaren worden,
maar dan zullen we er echt uit leven.
Als u avondmaal gevierd hebt, hebt u beleden: Christus is ook voor mij een Lam geworden.
Christus is ook mijn herder geworden. Hij leidt ook mij.
En als u, jij geen avondmaal gevierd hebt, dan hoop ik wel
dat u er naar verlangt dat de Heere Jezus u leidt en daar brengt.

‘Dit moeten we vasthouden!’
Amen

Preek zondag 11 mei 2014 Viering Heilig Avondmaal

Preek zondag 11 mei 2014 Viering Heilig Avondmaal
Daarom zijn zij vóór de troon van God,
en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel.
En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.

(Openbaring 7:15)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Avondmaal begrijpen we als naar boven kijken, naar de hemel waar Christus is.
Als de tafel straks klaargemaakt is, het brood is gebroken, klinken die woorden:
Laten wij onze harten opwaarts heffen naar de hemel
waar Christus Jezus is, onze Voorspraak bij de hemelse Vader.
Bij het avondmaal gaat erom dat we bij Christus zijn – met ons hart.
Dat zorgt voor een overeenkomst met de menigte voor de troon van God,
de menigte die Johannes zag en waarvan hij tegen ons zegt: Kijk maar!
Ik zag – en zie! Een grote menigte voor de troon van God.
Daar mogen ze allemaal al bij de Heere zijn, in de hemel en mogen ze Hem zien.
Wat bijzonder moet dat zijn!
Hier zijn we alleen met ons hart bij Hem.
Als wij avondmaal vieren, trainen wij ons, zodat ons hart bij de Heere in de hemel is.
Niet alleen degenen die naar de tafel toe gaan voor het brood en de wijn.
Ook als u voor uw gevoel niet naar de tafel toe kunt gaan
en ook de kinderen, die alleen kunnen zien hoe volwassenen naar de tafel toegaan.
Het gaat erom dat wij allemaal met ons hart bij de Heere Jezus zijn.
Vanmorgen in deze dienst en ook straks als we naar buiten gaan
en bij elkaar komt als familie omdat het moederdag is,
en morgen, als je weer naar school gaat of naar je werk.
Het gaat erom dat we met ons hart bij de Heere Jezus zijn.
Daarom vieren we ook avondmaal, om ons erin te trainen met ons hart bij de Heere Jezus te zijn.
Dat betekent, dat we elke dag aan Hem denken,
en dat we elke dag de opdrachten, die Hij gegeven heeft, proberen uit te voeren.
Dat we Hem liefhebben met heel ons hart, met onze gedachten,
met wat we met onze handen doen.
Er is in ons hart geen plaats voor iemand anders.
Ja, voor de mensen van wie je houdt,
maar geen plaats voor iets anders dat je leven wil bepalen.
Geen plaats voor jaloezie bijvoorbeeld,
of geen plaats voor een wens om zo rijk te worden dat je er alleen maar door aan jezelf gaat denken.
Dan is er geen plaats voor Christus in je hart.
Je kunt er maar bij Eén horen!
En dat kan strijd opleveren,
Want er zijn meer machten die willen dat je bij hen hoort.
en die je het voorhouden: dat leven met Christus, wat heb je er aan?
Hier op aarde heb je er niets aan
en die menigte voor de troon? Je moet maar afwachten of die er wel is.
Doe maar met ons mee.

Nee, moet Johannes namens de Heere Jezus zeggen.
Ook tegen ons allemaal vanmorgen hier in de kerk:
het gaat erom, dat je Mij trouw bent.
Dat je je niet laat wijsmaken, dat je je niet laat verleiden,
maar dat je trouw aan Christus bent.

Als u, jij trouw aan Christus bent, mag je ook deel uitmaken van die menigte.
Ze hebben er in hun leven op aarde naar uitgekeken
om daar, voor de troon van God te mogen komen.
Toen zij nog op aarde waren, was dat hun diepste wens
om voor God te mogen verschijnen en te zeggen: Heere, u bent het waard –
alles: mijn leven, de lof die ik U breng, de eer van alle mensen, de heerschappij over alles.
Dat zeiden ze ook al in hun leven op aarde.
Voor de meesten was dat niet makkelijk geweest.
De een kreeg te horen: als je bij Jezus hoort, ben je je leven hier niet veilig.
Een ander kreeg ermee te maken, dat haar dochters werden ontvoerd
om die dochters als slaaf te gebruiken en een heel andere opvoeding te geven
waarbij ze niet in aanraking kwamen met Jezus.
Weer anderen kregen te maken met verleiding:
Je moet meedoen met het leven hier op aarde.
Je leeft maar één keer en daar moet je goed gebruik van maken.
Toch gaven ze niet op.
Daarom staan ze voor de troon,
omdat de Heere hen daar brengt.
Hij beloont hen en haalt hen thuis,
omdat ze Hem trouw bleven.
En God zei: kom maar bij Mij in de hemel.
Hier mag je mij altijd dienen.
Hier hoef je er niet meer bang voor te zijn, dat er twijfel in je komt.
Hier hoef je geen angst meer te hebben,
want je bent bij Mij – je bent veilig.
Die op de troon zit, zal Zijn tent over je uitspreiden.
Je mag altijd, dag en nacht, ervaren dat je bij God bent.
Nooit meer zonder Hem.

Met avondmaal schuilen wij ook bij God in Zijn tent.
Hier op aarde, waar Zijn macht nog lang niet door iedereen erkend wordt.
Hier op aarde, waar het ons kan aanvliegen: houden wij het wel vol?
Mogen we bij het avondmaal ervaren: God regeert.
We zien het in iets kleins, namelijk in een stukje brood en in een beker wijn die rondgaat
en waar iedereen een slokje uit drinkt.
Dan zegt de Heere Jezus tegen ons, tegen degenen die aan de tafel zitten,
maar ook tegen degenen die kijken:
Het brood wijst ook vooruit naar het feest in de hemel – Mijn feest!
De wijn wordt daar geschonken, omdat het een grote vreugde zal zijn!
Daar mag je komen, omdat Christus gestorven is
en omdat je in Hem geloofde en Hem al die tijd trouw gebleven bent.
Dan mag je verlangen in vervulling gaan: om niet alleen met je hart,
maar helemaal bij de Heere te zijn en samen met al die anderen te zeggen:
Heere, u bent het waard –
alles: mijn leven, de lof die ik U breng, de eer van alle mensen, de heerschappij over alles.
Amen

Hemelvaartsdag

Hemelvaartsdag

b3-75

Hemelvaartsdag leeft veel minder dan Pasen en Kerst. In sommige kerken wordt er op deze dag zelfs geen dienst gehouden en slaat men deze feestdag over. In de kerken waar er wel een dienst gehouden wordt, is deze dienst veel minder bezocht dan de dienst met Kerst en Pasen. Om mensen te trekken naar de kerkdienst wordt er geregeld iets bijzonders georganiseerd, zoals dauwtrappen.

Het zou goed zijn wanneer Hemelvaartsdag meer als feest gevierd en beleefd wordt dan nu gebeurt. Er zijn verschillende redenen om Hemelvaartsdag meer als een feest te vieren en te beleven dan nu gebeurt:

* Datgene waar het bij Hemelvaartsdag om gaat komt meer in de Bijbel dan welk ander accent ook en dus meer nog dan Kerst, Pasen en Pinksteren.

* Het vieren van Hemelvaartsdag kan helpen om een belangrijke vraag van kinderen over Christus te beantwoorden, namelijk de vraag: Waar is de Here Jezus nu?

* Hemelvaartsdag wijst bovendien vooruit naar de Wederkomst en naar het komende Koninkrijk van God. Door Hemelvaartsdag te vieren, oefent de gemeente zich in het uitzien naar de komst van Christus en in het uitzien naar de komst van dat Koninkrijk.

De plaats van Christus aan de rechterhand van de hemelse Vader en het geloof dat aan Zijn koninkrijk geen einde komt, hoort voor de christelijke gemeente een levende werkelijkheid te zijn: daar hoort de gemeente vanuit te leven. Door Hemelvaartsdag als een feest te vieren beleeft de gemeente dat ook als een levende werkelijkheid.

Verbeelding
Hemelvaartsdag heeft wel een probleem wat verbeelding betreft: hoe kan iemand van de aarde opgenomen worden in de hemel? Een van de redenen waarom Hemelvaartsdag verlegenheid geeft, is volgens mij ook de verbeelding.
Toch moet deze moeite met verbeelding niet overdreven worden. Ook wanneer het lichaam van een overledene begraven wordt, is er de vraag hoe het voorgesteld moet worden dat de persoon in de hemel bij God is maar het lichaam op aarde in het graf. Voor kinderen, die een begrafenis hebben meegemaakt van bijvoorbeeld een opa of een oma, is dat een belangrijke vraag. De hemelvaart van Christus is wel een andere weg: een opgenomen worden en ook een troonsbestijging.

Andere dimensie
De verbeelding van Christus’ hemelvaart luistert nauw. Zeker als afbeelding. Zo’n afbeelding dient wel aan te geven dat Christus in een andere dimensie overgaat: van het aardse in de hemelse heerlijkheid. Elke afbeelding die dat accent niet heeft, zet kinderen op het verkeerde spoor. Een afbeelding of een tekening waarbij Jezus alleen maar in de lucht hangt, laat zien dat het verhaal van Jezus’ hemelvaart niet begrepen is en zorgt ervoor dat kinderen bij het ouder worden gaan worstelen met een verkeerd aangeleerd wereldbeeld.
Het schilderij van de hemelvaart van Christus door Rembrandt (zie boven) is dan een betere verbeelding. Of afbeeldingen van het Laatste oordeel, waarbij Christus als koning-rechter is afgebeeld, zoals bijvoorbeeld bij de Notre Dame van Amiens.

Cathedrale_d'Amiens_-_tympan_central_-_Christ_du_Jugement_Dernier

Geschreven voor HWConfessioneel

Preek zondag 4 mei Zondag Misericordia Domini & voorbereiding Heilig Avondmaal

Preek zondag 4 mei Zondag Misericordia Domini & voorbereiding Heilig Avondmaal

Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam (Openbaring 7:9a)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Johannes is op Patmos,
een eiland in de Middellandse Zee.
Hij is daar niet uit vrije wil heen gestuurd,
maar als straf, omdat hij over Christus vertelde.
Door de regering van die tijd werd hij naar dit eiland gestuurd,
zodat hij geen contact meer heeft met zijn gemeente.
De regering wilde het geloof in Christus bestrijden
en daarom moest Johannes bij zijn gemeente vandaan.

Als hij op dat eiland is, alleen en zonder contact met zijn gemeente,
krijgt hij van de Heere veel te zien.
Bijvoorbeeld over hoe het in de toekomst zal gaan.
Alles wat Johannes ziet, moet hij opschrijven en opsturen naar de gemeente.
Om zo de gemeente te bemoedigen,
zodat zij zich in deze moeilijke tijden gesteund weten
door wat God doet.
Het Bijbelboek Openbaring is een verslag met veel van wat Johannes ziet.
Visioenen worden deze inkijkjes genoemd,
waarmee wordt aangegeven wordt dat Johannes de verborgen plannen van de Heere mag zien.
Wat Johannes ziet, schrijft hij allemaal op in opdracht van de Heere Jezus
die aan Johannes daar op Patmos verschijnt.
Maar als het geschrift in de gemeente aankomt,
is het niet het boek van Johannes.
Dit Bijbelboek moeten we ook geen Openbaring van Johannes noemen,
want in het allereerste vers heeft dit Bijbelboek een andere naam:
Openbaring van Jezus Christus.
Alles wat er in dit boek staat, wordt geopenbaard door Jezus Christus.
Openbaring van Jezus Christus – dat betekent:
het plan van God is ook bekend bij Jezus Christus
en Hij mag het doorgeven aan al Zijn dienaren.
Zo komt het plan van God ook bij ons, Zijn dienaren in het heden.
En ik zag – Johannes schrijft het allemaal op om het te kunnen door te geven
wat hij allemaal heeft gezien.
Zo komen de woorden van Jezus Christus tot ons
en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is,
de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde.

Jezus is niet dood – ik heb Hem gezien, zegt Johannes, gezien in al Zijn heerlijkheid.
Hij die dood was, is nu de Vorst die over alles regeert
en aan Wie alles is onderworpen.
En Híj wil u laten zien hoe het er aan toe zal gaan, voor de troon van God.
Johannes krijgt het te zien – hierna zag ik (…) een grote menigte, (…) staande voor de troon van God.
Maar het gaat om meer dan een verslag van wat Johannes krijgt te zien.
Het gaat er ook om dat wij zien, wat Johannes ziet!
Hierna zag ik en zie…
en zie! Kijk zelf maar!
En zie! U die zich afvraagt waar iets te merken is van God.
En zie een grote menigte, staande voor de troon van God.
We zien vaak wat anders.
Als u de oorlog hebt meegemaakt, ziet u op deze dag wellicht allerlei beelden van de oorlog
zoals u die zelf hebt meegemaakt.
Of u bent van plan om vanavond naar de begraafplaats te gaan
om daar de ceremonie van dodenherdenking bij te wonen,
of te kijken naar wat er op tv uitgezonden wordt over de dodenherdenking op de Dam.
En zie!
Kijk mee naar wat ik zie.
Luister niet alleen naar wat ik vertel over wat ik zag,
maar kijk zelf mee.
Laten wij onze harten opheffen naar de hemel,
waar Christus Jezus is, onze Voorspraak
aan de rechterhand van de hemelse Vader.
Er is wel wat voor nodig om met Johannes mee te kijken
naar die grote menigte die daar voor de troon eer brengt aan God.
Vaak zien we vooral de beelden die we hier op aarde aangereikt krijgen.
Die blijven op ons netvlies staan.
Het gebouw in Oekraïne dat brandde, waarbij een aantal mensen omkwam.
Het nieuws uit Syrië waarover bericht wordt.
Of banaler, de voetbalwedstrijd van gisteren.
Of wat we zelf hebben meegemaakt en dat ons door de gedachten schiet.
En zie, zegt Johannes, kijk mee.
Niet alsof dat wat hier op aarde gebeurt niet van belang is,
maar zie dat er meer is, zie wat God gaat doen.
Zie de menigte voor de troon van God, die de eer brengt aan God.
Ze zullen er staan uit de Oekraïne,
ze zullen er staan die Oekraïens als moedertaal hadden, die Russisch spraken of Hongaars.
Ze zullen uit het uitgestrekte Rusland komen, welke taal ze ook gebruikten.
Geen enkel volk over heel de aarde zal er ontbreken.
Er zullen Duitsers tussen staan en Nederlanders of welk gebied de Duitsers ook hadden veroverd.
Het Joodse volk, dat men probeerde uit te roeien – ze zullen er in opgenomen zijn.
Hutu’s en Tutsi’s, de blanke, de zwarte Amerikanen, de Hispanics.
De volken die door Stalin zijn gedeporteerd,
volken die van de aardbodem verdwenen zijn omdat hun vijanden te sterk waren.
Zie, er staat voor de troon een grote menigte, die niemand tellen kan,
uit alle naties, stammen, volken en talen.
Ze komen overal vandaan en uit alle tijden.
Ook uit de volken die voor ons nu onbereikbaar zijn voor het evangelie,
zoals de eilandengroep de Malediven, onder India. Uit alle naties, stammen, volken en talen.
Denk niet dat jouw volk er niet tussen kan staan,
omdat jouw volk in de ogen van de mensen vervloekt is of minderwaardig.
En zie, ze staan daar voor de troon van God: uit alle naties, stammen, volken en talen!
Daar moeten we naar kijken.

Maar dat visioen van die grote menigte voor de troon gaat niet alleen over de toekomst
en we krijgen het niet alleen te zien voor de toekomst.
Degenen die voor de troon staan, dat zijn ook degenen die in het heden
de lof op God bezingen:
Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid.
Die lofzang begint niet pas in de hemel, maar begint al hier op aarde.
Johannes mag zien, en hij zegt tegen ons: kijk mee!
dat degenen die hier op aarde de lof op God bezingen
daar ook in de hemel deel uit mogen maken van die grote menigte.

Johannes moet onder woorden brengen wat hij ziet.
Dan kan hij de boodschap doorgeven aan zijn gemeente
en kunnen ook wij de boodschap ontvangen.
Johannes gebruikt daarvoor de taal van de eredienst.
Daarmee geeft Johannes aan: Wat ik zie, lijkt het meest op wat er gebeurt in de eredienst
als de gemeente op zondag bij elkaar komt.
Dan belijdt de gemeente het ook: de zaligheid hebben wij van onze God te danken
en zingt de gemeente het uit:
Als een lam werd hij ter slachting geleid en daar hebben wij onze redding aan te danken.
De betrouwbare belofte die God geeft dat al mijn zonden
alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn.
En doordeweeks leeft de gemeente daar uit: een serieus voornemen om met mijn hele leven
en met alles wat ik doe God dankbaar te zijn.
Niet als een bevlieging of omdat het anderen het van mij verwachten,
maar oprecht omdat ik God dankbaar ben.
Dat ik oprecht bereid ben om al mijn vijandschap, haat en jaloezie af te leggen.
Dat het niet gaat om mijn eigen eer, maar de eer van God.
Het is niet slechts als het avondmaal wordt gevierd
dat de gemeente zich hierin oefent, maar elke zondag als de gemeente samenkomt
om de opstanding van Christus te vieren en te gedenken, om God te loven.

Wie zijn dat dan?
Wie zijn dat dan die daar bij die menigte horen?
Zijn dat degenen die aan het avondmaal kunnen aangaan?
Zijn dat degenen die deze week een mishagen aan zichzelf hebben, hun zonde weten?
Zijn dat degenen die alleen tot onze kerk behoren?
Zijn dat degenen die kunnen aangeven dat ze iets voor Gods koninkrijk hebben gedaan?
Of degenen waarvan de mensen zeggen: die verdient wel een plekje in de hemel?
Wie zijn dat?
Dat is zo’n gewichtige vraag – Johannes voelt: daar kan ik geen antwoord op geven.
dat past mij niet.
Ik kan niet in Gods plannen kijken. Ik ga er niet over wie er wel komt of niet.
Johannes krijgt wel het antwoord te horen.
Er hoeft geen onzekerheid te bestaan over wie er allemaal behoort
tot die niet te tellen menigte.
Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen;
en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam.
Uit de grote verdrukking komen zij, verdrukt omdat zij om Christus meer gaven
dan om macht hier op aarde en die het met hun leven moesten bekopen.
In de werkkampen van Noord-Korea,
in de concentratiekampen van Amersfoort, Neuengamme, Dachau,
omdat zij anderen hielpen naar het gebod van Christus
en zo meer gehoorzaam waren aan God dan aan mensen.
De christenen die het met hun leven moesten bekopen.
Maar niet alleen martelaren,
maar alle gelovigen, die zich niet lieten meeslepen door wat de wereld te bieden heeft,
die avondmaal vieren en het belijden dat zij de vergeving nodig hebben en dat ook krijgen
en dat oprechte verlangen kennen om die vijandschap, haat en jaloezie af te leggen,
maar het toch steeds weer in zich op voelen komen
en zich afvragen hoe zij staande kunnen blijven,
maar dat toch ook willen, omdat zij willen leven tot eer van God,
omdat ze weten dat ze van God zijn en zo ook willen leven.
Daar gaat het om bij de viering van het Heilig Avondmaal.

Zij hebben hun gewaden gewassen en hun gewaden wit gemaakt
in het bloed van het Lam.
Daar gaat het ook om bij het Avondmaal
en bij die menigte die voor de troon van God staat
een menigte die niet te tellen is, omdat God zijn belofte houdt.
Wit – de kleur die herinnerd aan de doop die ondergingen
waardoor zij bij Christus hoorden.
En Hem dienden en niet Hitler of Stalin, Kim Jung Un, niet meer aan de mammon.
Die doordat zij niet meegingen wellicht een roemloze dood tegemoet gingen,
onteerd, misschien niet eens begraven, maar gewoon aan de kant gegooid, geminacht.
Wit- de kleur die herinnerd aan de opstanding van Christus
Zie, ze dragen die kleren, die om hun geloof in Christus door het stof moesten kruipen
en geen bestaan meer hadden,
maar voor de troon een nieuw gewaad ontvangen,
want God laat zijn trouwe dienaars niet in het graf.
Wit – de kleur van de reinheid,
die zij niet in zichzelf hebben, maar doordat zij gewassen zijn in het bloed van het Lam.
Omdat dat Lam zich liet slachten.
Hij liet zich slachten voor de onreinheid en de zonde die ons deze week weer aanvliegt.
Maar u moet er ook niet over nadenken
zodat het u aanvliegt en zodat u niet meer weet waar u het zoeken moet,
maar om uit te komen bij het Lam.
Want ziet u dan niet dat bij de troon ook het Lam staat
dat er voor zorgt dat ook uw en jouw zonden, ook uw en jouw kleren gewassen worden?
Daarom zingt die menigte de lof op God.
Niet omdat ze er zelf gekomen zijn, maar omdat ze gered zijn – door dat bloed, gereinigd.
Maar ze hebben zich er hier op aarde wel aan vastgeklampt – aan deze God,
die kwam als een lam dat zich naar de slacht liet leiden.
Aan deze God klampten ze zich vast
Ook al kostte het hen veel: lijden, ontbering, minachting, of een onterende dood.
En zie, zegt Johannes: er staat een grote menigte voor de troon van deze God, van dit Lam.
Niemand kan ze tellen.
Wie zijn het?
Hoor ik daarbij? Hoort u daarbij? En jij?
U weet dat.
Wie daarbij wil horen, moet zich aan deze God, aan dit Lam vastklampen.
Hier op aarde al delen in die lof op de Heere.
De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid.

Wie daarmee kan instemmen, mag volgende week deelnemen aan de tafel die klaar staat
om onze harten opwaarts te heffen, naar omhoog.
Want door de dood van het Lam hoort u er dan bij
en mag u nu al op aarde delen in de gemeenschap die bij het Lam hoort
en de lof aanheft op God.
Amen