Gespreksvragen over opnieuw geboren worden

Gespreksvragen over opnieuw geboren worden
N.a.v. Annie Berents – Karkdijk, Ja kom binnen Heer (p. 4-20)

Wedergeboorte: vraag 1-3
Ja, kom binnen Heer: vraag 4-7
De kamer: 8-10

  1. Opnieuw geboren worden heeft te maken met opnieuw beginnen. Wat zou u anders doen als u opnieuw mocht beginnen? Wat heeft God met dat opnieuw beginnen te maken?
  2. Van Nicodemus kun je zeggen: Hij verlangt naar Gods aanwezigheid in zijn leven. Herkent u dat verlangen? Wat doet u om die aanwezigheid te vinden (te ervaren)?
  3. p. 10: Mijn leven heeft eeuwigheidswaarde gekregen. Wat betekent dat voor het leven na dit leven? En voor het leven hier op aarde?
  4. Hoe herken je dat de Heere aan de deur van uw hart staat te kloppen?
  5. Welke reactie had u (of zou u hebben) als Christus bij uw hart aanklopt: verlegenheid, onwennigheid, of ….?
  6. Hoe kun je Hem binnenlaten?
  7. Gaat dat bij mannen anders dan bij vrouwen?
  8. Naar welke kamer of ruimte in uw hart zou Hij het eerst naar toe gaan? Wat treft Hij daar aan? Wat moet daarmee gebeuren?
  9. Wat is er nodig om met Christus in je hart op je gemak te raken?
  10. Bij alles wat je nu doet is Christus erbij. Dat betekent:(a) dat Christus op de troon van uw hart zit en niet meer uw eigen ik, (b) dat Hij de leiding heeft in uw leven. Wat herkent u ervan? Vind u het een fijn idee of juist niet?1001004002014734

Vragen bij Mattheüs 5:1-16 (Bijbel in Gewone Taal)

Vragen bij Mattheüs 5:1-16 (Bijbel in Gewone Taal)

  1. Ik ben gelukkig als ik…………………………………..

  2. Kun je ook onecht geluk hebben? Kun je een voorbeeld geven?

  3. Jezus geeft uitleg over Gods nieuwe wereld. In andere vertalingen heet die nieuwe wereld van God het “koninkrijk van God”. Wat weet je over Gods nieuwe wereld / over het koninkrijk van God?

  4. Waarom geeft Jezus uitleg over die nieuwe wereld?

  5. Wat kan het je kosten als je nu al leeft volgens Gods nieuwe wereld? Heb jij dat er voor over?

  6. Als licht zul je opvallen, zegt Jezus. Waarom is dat nodig om op te vallen? Zou jij zo willen opvallen?

thumb
Afbeelding uit de Prentenbijbel van Marijke ten Cate

 

Vragen bij Richteren 13

Vragen bij Richteren 13

history-channel-the-bible-samson
In de miniserie The Bible op History Channel speelde Nonso Azonie de rol van Simson

  1. In de uitleg wordt gesteld dat het in de verhalen over Simson gaat over Gods wil. In Als nazireeër moet hij aan Gods wil voldoen. Wat is Gods wil en wat brengt Simon daarvan terecht?
  2. De vrouw van Manoach is onvruchtbaar en heeft geen kinderen gekregen. Wat is daar de betekenis van? In welke verhalen in de Bijbel speelt kinderloosheid ook een rol?
  3. Er zijn moderne uitleggers die vinden dat de vrouw van Manoach (van wie de naam niet genoemd wordt) de eigenlijke held van het verhaal is. Bent u het daarmee eens?
  4. Waarom komt er een engel? Wat is daar de betekenis van? Wordt de engel wel of niet geloofd?
  5. Op welke manier zal Simson een redder zijn?
  6. De legerpredikant dr. J. van Eck schreef eens: ‘Als je niet van een figuur als Simson hebt leren houden, ben je nog niet rijp voor het Nieuwe Testament.’ Begrijpt u die uitspraak?
  7. Welke lijnen naar het Nieuwe Testament zijn er te trekken?

Vragen bij Richteren 6

Vragen bij Richteren 6
download (1)
Ferdinand Bol – Het offer van Gideon (1640)

  1. Hoe komt het dat het volk Israël vatbaar is voor het afdwalen? Zijn wij ook zo vatbaar voor afdwalen?
  2. Hoe komt het dat het volk Israël zo lang er over doet om in te zien dat het op de verkeerde weg is? Wat heeft u nodig om in te zien wanneer u op de verkeerde weg bent?
  3. Gideon lijkt de verkeerde persoon om Israël te bevrijden: hij is bang en onzeker. Waarom wordt hij toch uitgekozen?
  4. Als God Gideon roept voor zijn taak, reageert Gideon eerst met een klacht over Gods afwezigheid. Welke klachten over God kunnen er vandaag de dag zijn?
  5. Gideon heeft heel wat aarzelingen nodig om aan zijn roeping gehoor te geven. Kunt u zijn aarzelingen begrijpen? Welke aarzelingen hebt u als God u roept voor een taak?
  6. Welke bemoedigingen ontvangt Gideon? Welke bemoedigingen zou u kunnen ontvangen?
  7. Gideon krijgt opdracht op de afgodsbeelden te verwijderen. Wat moet er in uw leven  verwijderd worden?
  8. Gideon verslaat de vijanden van Israël met een kleine legermacht en zonder al te veel strijd. Wat heeft dat ons te zeggen?

Vragen bij Richteren 1:1-15

Vragen bij Richteren 1:1-15

 

  1. Wie kent er iemand die goed verhalen kan vertellen? Hoe doet hij/zij dat? En waarom?
    => Uitleg over de speciale manier waarop Richteren vertelt.
  2. Na de dood van Jozua komt er een nieuw tijdperk. Wanneer hebt u een wisseling van tijdperken meegemaakt?
  3. Na de dood van Jozua vragen de Israëlieten de Heere om raad. In welke situaties hebt u de Heere om raad gevraagd? Op welke manier gaf Hij antwoord?
  4. Het Bijbelboek Richteren is/lijkt een boek vol geweld. Hier in hoofdstuk 1 in opdracht van de Heere. Wat moeten wij als christenen van denken?
  5. Adonibezek is een gewelddadige koning. Als hem de vingers en tenen worden afgehakt, ziet hij dat als straf van God. Is dat terecht?
  6. In het Bijbelboek Richteren nemen de Israëlieten steeds weer de levensstijl van de Kanaänieten over. Hoe zien we dat in dit gedeelte? Op welke manier lopen wij het risico de ‘Kanaänitische levensstijl’ over te nemen? Hoe zouden we dat kunnen voorkomen?
  7. Waarom staat het verhaal van Otniël en Achsa in de Bijbel? Met andere woorden: Wat is de boodschap van deze anekdote?

Les 17 De kerk

Les 17 De kerk

Als Maria een tijdje ziek is, geeft ze het door aan haar predikant. Hij komt op bezoek, neemt haar naam mee in de voorbede van de zondagse dienst en schrijft iets over haar situatie in het kerkblad. Nadat ze is genoemd in de voorbeden, komen de kaarten en als haar naam en adres in het kerkblad staan, worden haar nog meer kaarten toegestuurd. Ze is blij dat ze het doorgegeven heeft, want de kaarten doen haar goed.

André en Esther zitten samen op een Bijbelkring. Het is een fijne Bijbelkring. Ze hebben altijd fijne gesprekken. Iedereen is heel open en vertelt wat hem of haar bezighoudt. Ze vinden het mooi dat er ook steeds een stukje uit de Bijbel samen wordt gelezen en dat er met elkaar over wordt doorgepraat. Het bezoeken van deze Bijbelkringen is goed voor de groei van hun geloof.

Vraag 1: Kun jij een ervaring vertellen, waardoor je de waarde van de kerk ontdekt hebt?



Vraag 2: Gelovig ben je niet in je eentje. Wat betekenen de andere gemeenteleden voor jou?


Vraag 3: Wat heb jij andere gemeenteleden te bieden?


Gelovig ben je niet in je eentje. Je hoort bij een kerk, een gemeente. In deze gemeente vind je mensen met wie je goed kan opschieten en mensen met wie het minder klikt. Soms passen onderdelen van een kerkdienst niet bij je en dan weer wel. De perfecte gemeente bestaat niet.
De perfecte gemeente bestaat ook niet, omdat de kerk uit zondaars bestaat. Van die zondaars doet een deel de best om tegen de zonde te strijden, maar is niet volmaakt. Een ander deel strijdt minder hard. Ook in een kerk kunnen spanningen en conflicten zijn. Die spanningen en conflicten kunnen soms heel diep gaan, omdat gemeenteleden zich vaak persoonlijk betrokken voelen. Een conflict binnen de kerk kunnen ze daarom niet zakelijk afhandelen. Bovendien kan er een verwachting zijn dat er binnen de kerk op een liefdevollere manier met elkaar omgegaan wordt dan buiten de kerk. Omdat kerkmensen niet volmaakt zijn, is de kerkelijke gemeente ook niet vrij van spanning en conflict.
Ook al zijn de mensen niet volmaakt, Christus wil die onvolmaakte mensen gebruiken in Zijn dienst. Samen vormen ze het lichaam van Christus. Dat wil zeggen: al die gemeente zijn verbonden met Christus en daarom horen ze bij de gemeente. Daarom is de kerk niet alleen een gemeenschap van zondaren, maar ook een gemeenschap van heiligen. Zo belijden we dat ook in de geloofsbelijdenis: Ik geloof de gemeenschap der heiligen. Daar hoor jij ook bij. Samen met degenen die met jou in de kerk zitten en met jou aan het avondmaal aangaan.

Vraag 4: Hoe vind jij dat mensen in de kerk met elkaar om horen te gaan? Waar baseer je dat op?


Een kerk is altijd verbonden aan een plaats. De kerk heeft verantwoordelijkheid voor de mensen die bij deze plaats horen. Ook al zijn ze niet bij de kerk betrokken. Een plaatselijke gemeente heeft altijd ook eigenschappen die bij de lokale gemeenschap horen. Een kerk in Amsterdam is anders dan in Kamperveen. Zelfs tussen Oldebroek en Elburg kunnen verschillen zijn. Het is goed om respect te hebben voor die plaatselijke gewoonten. Behalve als die gewoonten botsen met het Evangelie.
Een plaatselijke kerk maakt ook altijd deel uit van de kerk wereldwijd. Zoals er geen perfecte kerk is, is er ook een ware kerk. De verschillende kerkgenootschappen vormen samen het lichaam van Christus. De Hervormde Gemeente Oldebroek is onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Deze Protestantse Kerk in Nederland zegt dat zij niet de ware kerk is, maar een van de gestalten waarin het evangelie vorm krijgt. Onze kerk erkent andere kerken. Dat houdt in dat een doop of een belijdenis van een andere kerk geaccepteerd wordt en omgekeerd: als je hier belijdenis doet, wordt dat bij overgang naar een andere kerk ook geaccepteerd.

Vraag 5: Welke kerken zijn er in Oldebroek? Wat weet je van de andere kerken die er in Oldebroek zijn?



De plaatselijke kerk is ook verantwoordelijk voor de gemeenteleden die aan deze kerk verbonden zijn. Door kinderclubs, jeugdgroepen, huisbezoek, ouderenmiddagen wordt geprobeerd om iedereen aandacht te geven. Het mooie van de kerk is dat er verschillende leeftijden bij elkaar in een gemeenschap zijn. Binnen de kerk kun je van verschillende leeftijden leren: je kunt als jongere leren van een oudere. Een oudere geeft vaak aan te leren van de openhartigheid waarmee jongeren over hun geloof kunnen spreken. In die zorg voor elkaar gaat het erom, dat je elkaar bij Christus houdt en dat je geloof levend blijft.

Wat heb je nodig om kerk te zijn? Stel: je wilt een nieuwe kerk oprichten, wat heb je daarvoor nodig? Allereerst een goede verkondiging van het evangelie, zodat er geen gekkigheid wordt verteld. In onze kerken is dat geregeld door degenen die predikant worden tijdens hun opleiding steeds te toetsen, bijvoorbeeld op hun geschiktheid en op hun geloof. In onze kerken is het ook geregeld door de ambten. Ambtsdragers hebben een verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in de kerk.
Wat ook nog nodig is, is dat de sacramenten op de juiste manier worden bediend. Doop en avondmaal mag in onze kerk alleen maar iemand die bevestigd is als predikant. Daarmee laten we zien dat sacramenten ook iets heiligs hebben en niet zomaar gedaan kunnen worden.
Er is nog een derde kenmerk van wat een kerk is. Deze is wat lastiger. Dat is namelijk dat alles wat botst met het evangelie geweerd wordt. De bedoeling is dat gemeenteleden hun relatie met Christus serieus nemen en dat wanneer het mis gaat, wanneer zij die relatie verwaarlozen, dat zij daar op aangesproken worden. In het ergste geval kunnen ze, in het geval er echt iets mis is, uit de kerk worden gezet. Dat zijn ingrijpende maatregelen, die je niet zomaar in praktijk brengt, omdat zo’n maatregel lang niet altijd tot gevolg heeft dat iemand tot inkeer komt. Sterker nog: het komt vaker voor dat iemand verbitterd raakt en kwaad en teleurgesteld afscheid neemt van de kerk.

Vraag 6: Wat heb jij nodig om te voorkomen dat je geloof afzwakt?



Vraag 7: Wanneer luister je wel als je ergens op aangesproken wordt en wanneer niet?



We geloven dat de kerk een schepping van God is. Hij is het ook die de kerk in stand houdt. Als er een tijd is, waarin de kerk het moeilijk heeft, kan Hij de kerk nieuw leven inblazen. Als ergens geen kerk is, kan Hij daar een kerk brengen, zoals Hij de aarde ook uit niets geschapen heeft. Christus bewaart en onderhoudt de kerk. Tot Zijn wederkomst zal er een kerk op aarde zijn, waarin God wordt geprezen en gediend.

BIJBEL: Lees Handelingen 14:21-28

Vraag 8: De zielen van de aanwezige gemeenteleden worden versterkt. Waarom zullen Paulus en Barnabas dat hebben gedaan?



Vraag 9: Hoe zal dat gebeurd zijn: dat versterken van de zielen?


Vraag 10: Ze worden aan Gods genade opgedragen. Wat betekent dat?


Vraag 11: Ze vertellen over wat God heeft gedaan in de gemeenten die zijn bezocht. Wat zou je over Gods werk in Oldebroek kunnen vertellen?

 

Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Han en Simone krijgen de ouderling op bezoek. Enkele weken geleden belde hij dat hij langs wilde komen. Ze zijn best gespannen. Waar zal het gesprek over gaan? Waar zal hij naar vragen? In het begin van het gesprek stelt de ouderling zich voor en vertellen Han en Simone wie ze zijn. Het gesprek valt hen erg mee en ze worden wat meer ontspannen. Tegen het einde van het gesprek vraagt de ouderling of ze iets binnen de kerk doen. Daar moeten ze het antwoord op schuldig blijven. ‘En wat laten jullie buiten de kerk zien van je geloof?’ vraagt hij verder. Ook daar weten ze niet zo goed wat op te zeggen. De ouderling wil hen helpen: ‘Hebben jullie dan geen zorg voor iemand?’ Dan vertellen Han en Simone dat ze af en toe met de buurvrouw naar het ziekenhuis gaan en contact hebben met de kinderen. Want de kinderen van de buurvrouw wonen ver weg. ‘Heeft dat niet iets te maken met jullie geloof?’ Zo hadden ze het nog niet bekeken.

Erik krijgt een telefoontje van zijn wijkouderling. De wijkouderling vertelt hem dat hij door de kerkenraad is voorgedragen voor de verkiezing van ambtsdragers. Ze stellen hem kandidaat als diaken. Erik schrikt ervan. Er is niemand in zijn familie of vriendenkring die ambtsdrager is. Wat houdt dat in? En als hij verkozen wordt, dan moet hij een beslissing nemen. Maar waar moet hij dan over nadenken? Op basis waarvan moet hij zijn beslissing nemen?

Vraag 1: Welke taken heb jij binnen de kerk (gehad)? Wat hebben die taken gedaan met je geloof?




Vraag 2: Welke taken heb jij buiten de kerk (gehad)? Heeft dat iets met je geloof gedaan?



Vraag 3: Zou jij ambtsdrager kunnen zijn? Wat heb jíj daarvoor nodig? Welk ambt zou het beste bij je passen?


 

Taken binnen de kerk
Als gelovige ben je niet alleen. Je bent onderdeel van een gemeenschap. Dat merk je bijvoorbeeld ‘s zondags als je naar de kerk gaat. Dat merk je ook op andere manieren: als kind ben je wellicht naar de zondagsschool of naar een club van de kerk gegaan. Daar was ook leiding aanwezig. Het kan zijn dat iemand van de leiding voor jouw een voorbeeld was of jou op een bijzondere manier iets heeft geleerd over de Heere God. Wanneer je huisbezoek hebt gehad, is er iemand die namens de kerk op bezoek komt. Wanneer je ziek geweest bent of een overlijden hebt meegemaakt, dan zijn er gemeenteleden die je een kaartje hebben gestuurd.
Geloven is een combinatie van ontvangen en geven. Je draagt zelf ook je steentje bij door bijvoorbeeld club of zondagsschool te geven, door iemand op te zoeken of door een kaartje te sturen, door voor iemand te bidden. Het mooiste is als een taak bij je past. Niet altijd kan iemand een bijdrage leveren. Soms heb je het te druk met je werk of heb je veel taken gehad in de kerk. Of je hebt een aantal taken buiten de kerk. In een bepaalde tijd kan de zorg voor iemand, voor jezelf of voor je eigen gezin de aandacht vragen, waardoor je niet toekomt aan je bijdrage aan de kerk. Ook als je naar de kerk gaat, luistert en meezingt, lever je al een bijdrage aan de gemeenschap.
We geloven dat de kracht en de wijsheid die nodig is voor een taak door de Heilige Geest wordt gegeven. Hij maakt je voor een taak bekwaam.

Taken buiten de kerk
Er zijn niet alleen taken binnen de kerk. Ook buiten de kerk kun je je betrokkenheid laten zien. Als je bijvoorbeeld de zorg hebt voor een buurvrouw. Of als je betrokken bent bij de muziekvereniging of bij de voetbal of de volleybal. Als ouder verwacht de school ook dat je meehelpt. Je kunt je verkiesbaar laten stellen voor de gemeenteraad. Deze taken zijn niet van minder belang dan taken binnen de kerk. Juist in de taken die je hebt buiten de kerk kun je iets van de liefde van Christus laten zien aan anderen die niet van de kerk zijn. Een christen is ook verantwoordelijk voor wat er de maatschappij gebeurt. Ook voor de taken buiten de kerk geeft de Heilige Geest kracht en wijsheid.

 

Vraag 4 Welke taak past er bij de gaven die jij hebt? Wat is er voor nodig om die taak goed uit te voeren?


Ambtsdrager zijn
Een speciale taak binnen de kerk is het ambt. We kennen binnen onze Protestantse Kerk in Nederland 3 ambten: de predikant, de ouderling en de diaken. Er zijn er eigenlijk nog twee: de kerkrentmeester en de kerkelijk werker. De kerkrentmeester wordt bevestigd als ouderling-kerkrentmeester. Een kerkelijk werker wordt meestal als ouderling bevestigd; soms als diaken.
Het ambt is een speciale taak binnen de kerk. Een ambtsdrager is een vertegenwoordiger van Christus binnen de kerk. Dat vertegenwoordigen kan door het huisbezoek. Dat gebeurt door de wijkouderling. Dat vertegenwoordigen kan door de zondagse preek van de predikant: door de woorden van de predikant spreekt Christus de gemeente aan. Dat vertegenwoordigen van Christus kan door het aanbieden van hulp. Dat gebeurt dan door een diaken. De kerkenraad heeft de leiding in de gemeente. Die leiding over de gemeente is niet een vorm van heersen. Als het goed is, dienen ambtsdragers de gemeente, zoals Christus gediend heeft.
De roeping tot ambtsdrager gebeurt door middel van de keuze van de gemeente. In de gemeente die kiest (of de kerkenraad die benoemt) mogen we de stem van Christus horen. Daar hoeft niet een bijzondere ervaring bij te komen. God werkt net zo goed door mensen als door bijzondere ervaring.

Een ambtsdrager is niet boven de gemeente verheven. Ambtsdragers zijn gewone mensen, gewone christenen die door Christus gebruikt worden. De mening van een ambtsdrager is nog niet direct de mening van Christus. Het is daarom goed mogelijk om kritiek te hebben op een ambtsdrager. Ambtsdragers zijn geen betere gelovigen dan andere gemeenteleden. Vaak hebben ze wel meer Bijbelkennis of hebben ze meer levenservaring of ervaring in geloof. Met die kennis en ervaring mogen ze de gemeente dienen.

Vraag 5: Vraag aan je wijkouderling (of een andere ouderling of diaken) hoe de roeping tot het ambt gegaan is. Wat waren de argumenten om aan te nemen? Vraag ook wat het werk als ouderling, ouderling-kerkrentmeester of diaken betekent voor het leven met Christus.




Bijbelstudie – Romeinen 12

Vraag 6: Je inzet voor God is een offer dat je brengt. Wat kosten de taken jou? En wat leveren ze je op? Op welke manier dien je Christus ermee?



Vraag 7: Er zijn verschillende taken binnen en buiten de gemeente. Welke taken worden er genoemd. Moet je als gelovige alle taken kunnen doen? Of mag je ook zeggen dat je bepaalde taken niet kunt uitvoeren?



Vraag 8: Paulus geeft aan dat er gaven zijn die in genade gegeven zijn. Welke gave heb jij gekregen?

Vraag 9: Paulus zegt ook iets over hoe je inzet moet zijn. Vertel daar iets over.