Les 17 De kerk

Les 17 De kerk

Als Maria een tijdje ziek is, geeft ze het door aan haar predikant. Hij komt op bezoek, neemt haar naam mee in de voorbede van de zondagse dienst en schrijft iets over haar situatie in het kerkblad. Nadat ze is genoemd in de voorbeden, komen de kaarten en als haar naam en adres in het kerkblad staan, worden haar nog meer kaarten toegestuurd. Ze is blij dat ze het doorgegeven heeft, want de kaarten doen haar goed.

André en Esther zitten samen op een Bijbelkring. Het is een fijne Bijbelkring. Ze hebben altijd fijne gesprekken. Iedereen is heel open en vertelt wat hem of haar bezighoudt. Ze vinden het mooi dat er ook steeds een stukje uit de Bijbel samen wordt gelezen en dat er met elkaar over wordt doorgepraat. Het bezoeken van deze Bijbelkringen is goed voor de groei van hun geloof.

Vraag 1: Kun jij een ervaring vertellen, waardoor je de waarde van de kerk ontdekt hebt?



Vraag 2: Gelovig ben je niet in je eentje. Wat betekenen de andere gemeenteleden voor jou?


Vraag 3: Wat heb jij andere gemeenteleden te bieden?


Gelovig ben je niet in je eentje. Je hoort bij een kerk, een gemeente. In deze gemeente vind je mensen met wie je goed kan opschieten en mensen met wie het minder klikt. Soms passen onderdelen van een kerkdienst niet bij je en dan weer wel. De perfecte gemeente bestaat niet.
De perfecte gemeente bestaat ook niet, omdat de kerk uit zondaars bestaat. Van die zondaars doet een deel de best om tegen de zonde te strijden, maar is niet volmaakt. Een ander deel strijdt minder hard. Ook in een kerk kunnen spanningen en conflicten zijn. Die spanningen en conflicten kunnen soms heel diep gaan, omdat gemeenteleden zich vaak persoonlijk betrokken voelen. Een conflict binnen de kerk kunnen ze daarom niet zakelijk afhandelen. Bovendien kan er een verwachting zijn dat er binnen de kerk op een liefdevollere manier met elkaar omgegaan wordt dan buiten de kerk. Omdat kerkmensen niet volmaakt zijn, is de kerkelijke gemeente ook niet vrij van spanning en conflict.
Ook al zijn de mensen niet volmaakt, Christus wil die onvolmaakte mensen gebruiken in Zijn dienst. Samen vormen ze het lichaam van Christus. Dat wil zeggen: al die gemeente zijn verbonden met Christus en daarom horen ze bij de gemeente. Daarom is de kerk niet alleen een gemeenschap van zondaren, maar ook een gemeenschap van heiligen. Zo belijden we dat ook in de geloofsbelijdenis: Ik geloof de gemeenschap der heiligen. Daar hoor jij ook bij. Samen met degenen die met jou in de kerk zitten en met jou aan het avondmaal aangaan.

Vraag 4: Hoe vind jij dat mensen in de kerk met elkaar om horen te gaan? Waar baseer je dat op?


Een kerk is altijd verbonden aan een plaats. De kerk heeft verantwoordelijkheid voor de mensen die bij deze plaats horen. Ook al zijn ze niet bij de kerk betrokken. Een plaatselijke gemeente heeft altijd ook eigenschappen die bij de lokale gemeenschap horen. Een kerk in Amsterdam is anders dan in Kamperveen. Zelfs tussen Oldebroek en Elburg kunnen verschillen zijn. Het is goed om respect te hebben voor die plaatselijke gewoonten. Behalve als die gewoonten botsen met het Evangelie.
Een plaatselijke kerk maakt ook altijd deel uit van de kerk wereldwijd. Zoals er geen perfecte kerk is, is er ook een ware kerk. De verschillende kerkgenootschappen vormen samen het lichaam van Christus. De Hervormde Gemeente Oldebroek is onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Deze Protestantse Kerk in Nederland zegt dat zij niet de ware kerk is, maar een van de gestalten waarin het evangelie vorm krijgt. Onze kerk erkent andere kerken. Dat houdt in dat een doop of een belijdenis van een andere kerk geaccepteerd wordt en omgekeerd: als je hier belijdenis doet, wordt dat bij overgang naar een andere kerk ook geaccepteerd.

Vraag 5: Welke kerken zijn er in Oldebroek? Wat weet je van de andere kerken die er in Oldebroek zijn?



De plaatselijke kerk is ook verantwoordelijk voor de gemeenteleden die aan deze kerk verbonden zijn. Door kinderclubs, jeugdgroepen, huisbezoek, ouderenmiddagen wordt geprobeerd om iedereen aandacht te geven. Het mooie van de kerk is dat er verschillende leeftijden bij elkaar in een gemeenschap zijn. Binnen de kerk kun je van verschillende leeftijden leren: je kunt als jongere leren van een oudere. Een oudere geeft vaak aan te leren van de openhartigheid waarmee jongeren over hun geloof kunnen spreken. In die zorg voor elkaar gaat het erom, dat je elkaar bij Christus houdt en dat je geloof levend blijft.

Wat heb je nodig om kerk te zijn? Stel: je wilt een nieuwe kerk oprichten, wat heb je daarvoor nodig? Allereerst een goede verkondiging van het evangelie, zodat er geen gekkigheid wordt verteld. In onze kerken is dat geregeld door degenen die predikant worden tijdens hun opleiding steeds te toetsen, bijvoorbeeld op hun geschiktheid en op hun geloof. In onze kerken is het ook geregeld door de ambten. Ambtsdragers hebben een verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in de kerk.
Wat ook nog nodig is, is dat de sacramenten op de juiste manier worden bediend. Doop en avondmaal mag in onze kerk alleen maar iemand die bevestigd is als predikant. Daarmee laten we zien dat sacramenten ook iets heiligs hebben en niet zomaar gedaan kunnen worden.
Er is nog een derde kenmerk van wat een kerk is. Deze is wat lastiger. Dat is namelijk dat alles wat botst met het evangelie geweerd wordt. De bedoeling is dat gemeenteleden hun relatie met Christus serieus nemen en dat wanneer het mis gaat, wanneer zij die relatie verwaarlozen, dat zij daar op aangesproken worden. In het ergste geval kunnen ze, in het geval er echt iets mis is, uit de kerk worden gezet. Dat zijn ingrijpende maatregelen, die je niet zomaar in praktijk brengt, omdat zo’n maatregel lang niet altijd tot gevolg heeft dat iemand tot inkeer komt. Sterker nog: het komt vaker voor dat iemand verbitterd raakt en kwaad en teleurgesteld afscheid neemt van de kerk.

Vraag 6: Wat heb jij nodig om te voorkomen dat je geloof afzwakt?



Vraag 7: Wanneer luister je wel als je ergens op aangesproken wordt en wanneer niet?



We geloven dat de kerk een schepping van God is. Hij is het ook die de kerk in stand houdt. Als er een tijd is, waarin de kerk het moeilijk heeft, kan Hij de kerk nieuw leven inblazen. Als ergens geen kerk is, kan Hij daar een kerk brengen, zoals Hij de aarde ook uit niets geschapen heeft. Christus bewaart en onderhoudt de kerk. Tot Zijn wederkomst zal er een kerk op aarde zijn, waarin God wordt geprezen en gediend.

BIJBEL: Lees Handelingen 14:21-28

Vraag 8: De zielen van de aanwezige gemeenteleden worden versterkt. Waarom zullen Paulus en Barnabas dat hebben gedaan?



Vraag 9: Hoe zal dat gebeurd zijn: dat versterken van de zielen?


Vraag 10: Ze worden aan Gods genade opgedragen. Wat betekent dat?


Vraag 11: Ze vertellen over wat God heeft gedaan in de gemeenten die zijn bezocht. Wat zou je over Gods werk in Oldebroek kunnen vertellen?

 

Advertenties

Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Han en Simone krijgen de ouderling op bezoek. Enkele weken geleden belde hij dat hij langs wilde komen. Ze zijn best gespannen. Waar zal het gesprek over gaan? Waar zal hij naar vragen? In het begin van het gesprek stelt de ouderling zich voor en vertellen Han en Simone wie ze zijn. Het gesprek valt hen erg mee en ze worden wat meer ontspannen. Tegen het einde van het gesprek vraagt de ouderling of ze iets binnen de kerk doen. Daar moeten ze het antwoord op schuldig blijven. ‘En wat laten jullie buiten de kerk zien van je geloof?’ vraagt hij verder. Ook daar weten ze niet zo goed wat op te zeggen. De ouderling wil hen helpen: ‘Hebben jullie dan geen zorg voor iemand?’ Dan vertellen Han en Simone dat ze af en toe met de buurvrouw naar het ziekenhuis gaan en contact hebben met de kinderen. Want de kinderen van de buurvrouw wonen ver weg. ‘Heeft dat niet iets te maken met jullie geloof?’ Zo hadden ze het nog niet bekeken.

Erik krijgt een telefoontje van zijn wijkouderling. De wijkouderling vertelt hem dat hij door de kerkenraad is voorgedragen voor de verkiezing van ambtsdragers. Ze stellen hem kandidaat als diaken. Erik schrikt ervan. Er is niemand in zijn familie of vriendenkring die ambtsdrager is. Wat houdt dat in? En als hij verkozen wordt, dan moet hij een beslissing nemen. Maar waar moet hij dan over nadenken? Op basis waarvan moet hij zijn beslissing nemen?

Vraag 1: Welke taken heb jij binnen de kerk (gehad)? Wat hebben die taken gedaan met je geloof?




Vraag 2: Welke taken heb jij buiten de kerk (gehad)? Heeft dat iets met je geloof gedaan?



Vraag 3: Zou jij ambtsdrager kunnen zijn? Wat heb jíj daarvoor nodig? Welk ambt zou het beste bij je passen?


 

Taken binnen de kerk
Als gelovige ben je niet alleen. Je bent onderdeel van een gemeenschap. Dat merk je bijvoorbeeld ‘s zondags als je naar de kerk gaat. Dat merk je ook op andere manieren: als kind ben je wellicht naar de zondagsschool of naar een club van de kerk gegaan. Daar was ook leiding aanwezig. Het kan zijn dat iemand van de leiding voor jouw een voorbeeld was of jou op een bijzondere manier iets heeft geleerd over de Heere God. Wanneer je huisbezoek hebt gehad, is er iemand die namens de kerk op bezoek komt. Wanneer je ziek geweest bent of een overlijden hebt meegemaakt, dan zijn er gemeenteleden die je een kaartje hebben gestuurd.
Geloven is een combinatie van ontvangen en geven. Je draagt zelf ook je steentje bij door bijvoorbeeld club of zondagsschool te geven, door iemand op te zoeken of door een kaartje te sturen, door voor iemand te bidden. Het mooiste is als een taak bij je past. Niet altijd kan iemand een bijdrage leveren. Soms heb je het te druk met je werk of heb je veel taken gehad in de kerk. Of je hebt een aantal taken buiten de kerk. In een bepaalde tijd kan de zorg voor iemand, voor jezelf of voor je eigen gezin de aandacht vragen, waardoor je niet toekomt aan je bijdrage aan de kerk. Ook als je naar de kerk gaat, luistert en meezingt, lever je al een bijdrage aan de gemeenschap.
We geloven dat de kracht en de wijsheid die nodig is voor een taak door de Heilige Geest wordt gegeven. Hij maakt je voor een taak bekwaam.

Taken buiten de kerk
Er zijn niet alleen taken binnen de kerk. Ook buiten de kerk kun je je betrokkenheid laten zien. Als je bijvoorbeeld de zorg hebt voor een buurvrouw. Of als je betrokken bent bij de muziekvereniging of bij de voetbal of de volleybal. Als ouder verwacht de school ook dat je meehelpt. Je kunt je verkiesbaar laten stellen voor de gemeenteraad. Deze taken zijn niet van minder belang dan taken binnen de kerk. Juist in de taken die je hebt buiten de kerk kun je iets van de liefde van Christus laten zien aan anderen die niet van de kerk zijn. Een christen is ook verantwoordelijk voor wat er de maatschappij gebeurt. Ook voor de taken buiten de kerk geeft de Heilige Geest kracht en wijsheid.

 

Vraag 4 Welke taak past er bij de gaven die jij hebt? Wat is er voor nodig om die taak goed uit te voeren?


Ambtsdrager zijn
Een speciale taak binnen de kerk is het ambt. We kennen binnen onze Protestantse Kerk in Nederland 3 ambten: de predikant, de ouderling en de diaken. Er zijn er eigenlijk nog twee: de kerkrentmeester en de kerkelijk werker. De kerkrentmeester wordt bevestigd als ouderling-kerkrentmeester. Een kerkelijk werker wordt meestal als ouderling bevestigd; soms als diaken.
Het ambt is een speciale taak binnen de kerk. Een ambtsdrager is een vertegenwoordiger van Christus binnen de kerk. Dat vertegenwoordigen kan door het huisbezoek. Dat gebeurt door de wijkouderling. Dat vertegenwoordigen kan door de zondagse preek van de predikant: door de woorden van de predikant spreekt Christus de gemeente aan. Dat vertegenwoordigen van Christus kan door het aanbieden van hulp. Dat gebeurt dan door een diaken. De kerkenraad heeft de leiding in de gemeente. Die leiding over de gemeente is niet een vorm van heersen. Als het goed is, dienen ambtsdragers de gemeente, zoals Christus gediend heeft.
De roeping tot ambtsdrager gebeurt door middel van de keuze van de gemeente. In de gemeente die kiest (of de kerkenraad die benoemt) mogen we de stem van Christus horen. Daar hoeft niet een bijzondere ervaring bij te komen. God werkt net zo goed door mensen als door bijzondere ervaring.

Een ambtsdrager is niet boven de gemeente verheven. Ambtsdragers zijn gewone mensen, gewone christenen die door Christus gebruikt worden. De mening van een ambtsdrager is nog niet direct de mening van Christus. Het is daarom goed mogelijk om kritiek te hebben op een ambtsdrager. Ambtsdragers zijn geen betere gelovigen dan andere gemeenteleden. Vaak hebben ze wel meer Bijbelkennis of hebben ze meer levenservaring of ervaring in geloof. Met die kennis en ervaring mogen ze de gemeente dienen.

Vraag 5: Vraag aan je wijkouderling (of een andere ouderling of diaken) hoe de roeping tot het ambt gegaan is. Wat waren de argumenten om aan te nemen? Vraag ook wat het werk als ouderling, ouderling-kerkrentmeester of diaken betekent voor het leven met Christus.




Bijbelstudie – Romeinen 12

Vraag 6: Je inzet voor God is een offer dat je brengt. Wat kosten de taken jou? En wat leveren ze je op? Op welke manier dien je Christus ermee?



Vraag 7: Er zijn verschillende taken binnen en buiten de gemeente. Welke taken worden er genoemd. Moet je als gelovige alle taken kunnen doen? Of mag je ook zeggen dat je bepaalde taken niet kunt uitvoeren?



Vraag 8: Paulus geeft aan dat er gaven zijn die in genade gegeven zijn. Welke gave heb jij gekregen?

Vraag 9: Paulus zegt ook iets over hoe je inzet moet zijn. Vertel daar iets over.


Les 15 Bidden

Les 15 Bidden

Lydia heeft een koffieafspraak met een vriendin. Tijdens deze ontmoeting vertelt die vriendin over heel wat zorgen die er in haar leven zijn. Bij het weggaan zegt Lydia: ‘Ik zal voor je bidden!’

Vraag 1: Op welke momenten bid jij?




Vraag 2: Hoe vaak per dag / per week bid jij?



Vraag: 3: Wat betekent bidden voor jou?
Ik zou niet zonder bidden kunnen, omdat….



Uitleg
Bidden doen we niet alleen omdat we daar zelf behoefte aan hebben. Bidden doen we omdat ons dat is opgedragen: Bid onophoudelijk (1 Thessalonicenzen 5:17).
Het bijzondere van bidden is dat je als mens op aarde voor Gods troon in de hemel mag komen. Je mag Hem vertellen wat je bezig houdt. Je mag Hem danken. Bidden betekent ook een beroep op God doen: je vraagt of Hij iets voor jou of voor een ander wil veranderen. Bijvoorbeeld:
– dat iemand geholpen wordt
– dat iemand beter wordt
– dat er vrede op aarde komt
– dat iemand mag gaan geloven

Belemmeringen
Bidden is niet altijd makkelijk. Vooral het volhouden van het bidden niet. Daarom is het goed als er een bepaalde regelmaat is. Dat je een vast moment op de dag of in de week hebt. Dat je een vaste plek hebt. Er zijn allerlei belemmeringen om het bidden vol te houden:

(1) Je bent te druk. Door een drukke planning heb je geen innerlijke rust om te bidden. Of je vergeeft zelfs helemaal om te bidden. Daarom is tijd nemen erg belangrijk.

(2) Je denkt klein van jezelf. Als je bidt, dan besef je hoe groot of hoe heilig God is. Dan voel je jezelf zo klein of zo zondig. Als je jezelf tekort voelt schieten of als je heel klein van jezelf denkt, kun je tegen het bidden opzien. Omdat je dan God onder ogen komt. Of je gaat het helemaal uitstellen, omdat je de Heere niet onder ogen durft te komen. Daarom is het nodig erop te vertrouwen dat God wilt dat je naar Hem toe gaat.

(3) Je weet niet hoe dat moet. Het kan zijn dat het je nooit geleerd is om te bidden. Bij jou thuis werd niet hardop gebeden. Thuis, op school of tijdens de catechisatie is het je nooit geleerd om te bidden. Je kunt in de Bijbel leren, hoe je moet bidden. Zoals het Onze Vader, of in de Psalmen. Je kunt iemand anders vragen hoe hij of zij bidt.

(4) Je kent God niet. Als je God niet, als je niet weet wie Hij is, dan kan het zijn dat je wel wilt bidden. Maar je weet niet tot wie je moet bidden. Het is meer een schreeuw om hulp, maar je weet niet of er iemand is die je hoort. Hoe leer je God kennen? Door je hart voor Hem te openen.

(5) Je bent teleurgesteld geraakt in God. Als je teleurgesteld raakt in God, lukt het je niet meer om te bidden. Je zoekt geen contact met God. Hooguit praat je nog over God. In verwijten. Het gaat erom dat je dan weer leert om tot God te praten. Desnoods door je klachten en je verwijten naar Hem te uiten. Dit gebeurt in de Psalmen ook vaak.

Vraag 4: Welke belemmeringen herken je bij jezelf?



Vraag 5: Wat doe jij om te voorkomen dat de door die belemmeringen niet meer bidt? Wat helpt jou?






Soorten gebeden
Er zijn verschillende soorten gebeden:
– Dankgebed: je dankt God voor wat Hij wie Hij is of voor wat Hij geeft.
– Voorbede: je bidt voor jezelf of voor een ander.
– Uitspreken van vertrouwen in God
– Klacht: je maakt God kenbaar dat je Zijn weg niet begrijpt.
– Schuldbelijdenis: je vertelt wat er mis is in je leven, in je hart.
– Gebed om vergeving
– Je denkt na over God en je neemt de tijd om te luisteren wat Hij tot je wil zeggen.

Je kunt ‘vrij’ bidden, door je eigen woorden te gebruiken. Je kunt ook vaste gebeden gebruiken, bijvoorbeeld door het Onze Vader, een morgengebed, een avondgebed, een gebed bij het eten.


Hulpmiddel bij het onder woorden brengen van een gebed voor iemand anders (voorbede)

Gebed voor: ……………….

Gebed
Waar wil je voor bidden? Of voor wie?
Hoe wil je God aanspreken?
Wat is er aan de hand?
Wat wil je dat God doet?

Schrijf hier je gebed uit:





Bijbelstudie – Jesaja 38

Vraag 6: Hizkia is het niet eens met het bericht wat hij via Jesaja krijgt. Waarom niet?




Vraag 7: Op welke manier zoekt hij het contact met God? Wat bidt hij?



Vraag 8: Wat is het antwoord van God? Hoe komt dat bij Hizkia?




Vraag 9: Wat kun je voor jezelf van Hizkia leren?




Geloofsbelijdenis – Heidelberger Catechismus

Vraag 116: Waarom hebben christenen het gebed nodig?
Antwoord: Omdat het gebed het voornaamste deel van de dankbaarheid is, die God van ons eist, en omdat God zijn genade en Heilige Geest alleen wil geven aan hen, die Hem met een hartelijk verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

Vraag 117: Wat behoort tot een gebed dat God behaagt en door Hem wordt verhoord?
Antwoord: (1) Dat wij alleen de enige, ware God, die zich in zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, van harte aanroepen om alles wat Hij ons bevolen heeft van Hem te vragen.
(2) Dat wij onze nood en ellende goed en grondig erkennen, opdat wij ons voor zijn majesteit verootmoedigen.
(3) DAt wij deze vaste grond hebben, dat God ons gebed, hoewel wij dat niet waardig zijn, om de wil van Christus, de Here, zeker wil verhoren, zoals Hij ons in zijn Woord beloofd heeft.

Vraag 129: Wat betekent het woord: amen?
Antwoord: Amen wil zeggen: het is waar en zeker. Want het is veel zekerder dat God mijn gebed verhoort, dan dat ik in mijn hart gevoel dat ik die verhoring van Hem begeer.

Vragen bij 1 Petrus 4:12-5:4

Vragen bij 1 Petrus 4:12-5:4

1) Lijden is een test voor je geloof (vers 12). Op welke manier kan het lijden een test voor je geloof zijn?
2) Je bent een gelukkig mens als je beledigd wordt voor je geloof (vers 14). Maak je zulke beledigingen wel eens mee? Maakt je dat dan ook gelukkig?
3) De tijd dat God gaat rechtspreken komt dicht bij. Voor gelovigen is die tijd reeds begonnen. Is dat goed nieuws of niet?
4) Leiders in de kerk hebben een bijzondere verantwoordelijkheid: ze moeten als herder op de schapen passen. En moeten het goede voorbeeld geven. Wat houdt dat concreet in?

Vragen bij 1 Petrus 3:13-22

Vragen bij 1 Petrus 3:13-22

 

  1. Als uzelf het goede in praktijk brengt, dan hoef je niet bang te zijn wanneer een ander u slecht bejegent (vers 13). Het gaat er dan niet om, dat u dan niet slecht behandeld kunt worden, maar dat die slechte bejegening u ten diepste niet raakt, omdat Christus u daarvoor beschermt. Wat is uw ervaring daarmee?
  2. Wie ten onrechte lijdt, wordt gelukkig geprezen. Begrijpt u waarom? Om welk lijden zou u gelukkig geprezen kunnen worden?
  3. Als gelovige houden we rekening met de Heere, die ziet en oordeelt over goeden en slechten. Wie God vreest, hoeft voor mensen niet bang te zijn. Wat houdt dat in de praktijk in?
  4. Mensen kunnen vragen waar u uw hoop vandaag haalt. Wat zou u dan vertellen? Hoe zien ze aan u dat u hoopvol bent?
  5. Lijden dat je aangedaan wordt verbindt ons met het lijden dat Christus is aangedaan. Wanneer denkt u aan het lijden van Christus? Put u daar hoop uit?
  6. Noach werd gered uit een slechte wereld. De doop heeft diezelfde betekenis: gered worden uit een slechte wereld. Welke boodschap heeft dat voor ons?
  7. Wat betekent het voor ons nu, dat Christus aan de rechterhand van de Vader is?

Vragen bij 1 Petrus 3:1-12

Vragen bij 1 Petrus 3:1-12
(gebaseerd op de Bijbel in Gewone Taal)


1) Vrouwen, jullie moeten luisteren naar jullie man (vers 1). In de Herziene Statenvertaling staat zelfs: Wees uw mannen onderdanig.

  • Voor de vrouwen: Is het moeilijk om als vrouw naar je man te luisteren? Wat is daarvoor nodig?
  • Voor de mannen: In welke situatie zou je vrouw naar je moeten luisteren?
  • Algemeen: Waarom wordt deze opdracht gegeven?

2) Je zult hem op die manier voor het geloof winnen. Op welke manier kun je in je relatie of huwelijk de ander voor Christus winnen? Wat is daarvoor nodig?

3) Schoonheid zit niet aan de buitenkant, maar aan de binnenkant: het gaat om hoe je hart is. Hoe is jouw hart? En wat heeft Christus met jouw binnenkant, jouw hart te maken?

4) Die innerlijke schoonheid hadden Bijbelse vrouwen ook. Welke Bijbelse vrouwen zijn voor jou een voorbeeld? En welke Bijbelse mannen hebben een innerlijke schoonheid volgens jou. Zijn zij ook een voorbeeld?

5) Sara noemde haar man ‘Heer’. Dat wordt hier geprezen. Deze tekst is bekend en berucht, omdat deze tekst opgenomen is in het oude huwelijksformulier. We zullen dat in deze tijd niet meer zo snel overnemen. Hoe moet je nu als christelijke vrouw tegen je man aankijken? Hoe moet je hem benaderen? Wat vraagt dat van je? Wat vraagt dat van een man? Hoe passen jullie dat zelf toe in je huwelijk?

6) Mannen moeten respect hebben voor hun vrouw, omdat de vrouw een zwakker schepsel is. Kunnen we dat in deze tijd nog zeggen? Hoe moet je nu als christelijke man aankijken tegen de vrouw met wie je getrouwd bent? Hoe passen jullie dat zelf toe in je huwelijk?

7) Een respectvolle houden geldt niet alleen binnen het huwelijk, maar in iedere relatie die je hebt en in elk contact dat je hebt. Welke voorbeelden geeft Petrus? Wat kost dit om dit te doen? Wat helpt je om dit in praktijk te brengen?

Les 12 Het Heilig Avondmaal

Les 12 Het Heilig Avondmaal

Op de Bijbelkring komt het op het Heilig Avondmaal. Jantine vertelt hoe ze er in de week vooraf mee bezig is. Ze denkt veel over zichzelf na, neemt meer tijd om te bidden en te lezen uit de Bijbel dan in andere weken. ‘Ik weet dat ik niet perfect ben. Ik doe nog steeds veel verkeerd. Maar elke keer kom ik weer uit bij de Heere Jezus. Ik kan niet zonder Hem. Daarom ga ik aan het avondmaal.’ Mark reageert: ‘Ik denk er ook veel over na. Ik kom er nooit uit. Ik zie wat ik allemaal verkeerd doe. Steeds weer vraag ik mij af: Wanneer komt voor mij het moment om aan het avondmaal te gaan? Maar goed, mijn ouders gingen ook nooit. Ze zullen het niet begrijpen wanneer ik wel zou aangaan. Want ik ben toch niet beter dan zij?’ Fred geeft aan: ‘Als het avondmaal is, ga ik niet naar de kerk. De dienst duurt mij te lang. Er is toch niets voor mij bij, want ik weet toch al dat ik niet aanga.’ Jantine kan het niet laten om te reageren: ‘Denk je dat het voor mij een makkelijke stap is? Elke keer is het heel intensief. Toch kan ik niet anders, want Christus roept mij. Soms denk ik wel eens dat al die mensen die blijven zitten of helemaal maar niet komen zich wel makkelijk afmaken van deze uitnodiging van Christus. Het is toch een opdracht die Hij gaf: Doe dat tot Mijn gedachtenis.’

 

Vraag 1: Op wie lijk jij het meest? Waarom?



Vraag 2: Wat zou jij reageren op Jantine als jij Mark of Fred was?



Vraag 3: Gaan je ouders aan het Heilig Avondmaal? Heeft dat invloed op hoe jij erover denkt?




Vraag 4: Hoe wordt / werd bij jullie thuis over het Heilig Avondmaal gepraat? Heeft dat invloed op hoe jij erover denkt?




Uitleg
Net als de (Heilige) Doop is het (Heilig) Avondmaal een sacrament. Met sacrament bedoelen we dat het Heilig Avondmaal door Christus is ingesteld. Het is door Hem ingesteld als zichtbare verkondiging: om door middel van de tafel, door middel van brood en wijn iets te laten zien en te laten proeven wat niet alleen in woorden verteld kan worden.
Wat zichtbaar is, is een tafel die is gedekt, met stoelen eromheen. Samen aan tafel zitten doe je als gezin of als belangrijke gasten. Of bij een feestelijk gebeuren als een bruiloft of een ander feest. Bij een ernstig gebeuren als een broodmaaltijd na afloop van een begrafenis. Det tafel bij het avondmaal laat zien dat Christus mensen in Zijn nabijheid wil hebben. Dat is een van de belangrijke onderdelen van het avondmaal: we horen als gelovigen bij Christus en mogen bij Hem horen. Onze fouten en zonden heeft Hij vergeven. Ook als is Christus niet zichtbaar, Hij is wel de gastheer.
Op de tafel staat brood en wijn. Dat brood wordt gebroken. Door te zien dat het brood wordt gebroken denken we terug aan Golgotha, waar de Heere Jezus stierf. Dat brood eten wij om aan te geven: Christus komt in ons. Het gaat om één-worden, verenigd worden met Hem. De wijn die wij drinken herinneren aan hoe de Heere Jezus voor ons gestorven. Hij heeft Zijn leven gegeven. Door Zijn sterven aan het kruis zijn onze zonden vergeven. Door het brood te eten en de wijn te drinken, geven wij aan: U bent ook voor mij gestorven. Het was nodig dat U dat deed. En ik geloof ook dat U dat voor mij deed.
Het avondmaal is ook ingesteld om ons geloof te versterken. Zoals je lichaam voedsel nodig heeft om weer op krachten te komen, zo heeft ons geloof ook voedsel nodig. Dat is gebed, dat is lezen in de Bijbel en daar over nadenken. Dat is ook het avondmaal.

Vraag 5: Ga voor jezelf na hoe een avondmaalsdienst is opgebouwd. Wat valt je op?






Vraag 6: Zou jij nu aan het avondmaal kunnen gaan? Waarom wel / niet? Wat heb je nodig om wel aan te kunnen gaan.





Vraag 7: Vraag eens aan iemand die aan het avondmaal deelneemt, wat hoe hij of zij dat beleeft. Wat vindt hij of zij mooi? Hoe wordt het geloof versterkt? Waar denkt hij of zij aan tijdens het avondmaal?




Het bijzondere in onze kerken is dat er een week van voorbereiding is. In deze week denk je na over het volgende: (1) Je denkt na over wat er allemaal fout is gegaan, (2) Je laat op je inwerken dat Christus ook voor jou gestorven is. (3) Je neemt je voor om in de komende tijd op een andere manier te leven: meer liefde en tijd voor God, meer liefde en tijd voor de mensen om je heen.
Dat je nadenkt over wat je allemaal verkeerd hebt gedaan, is niet voor niets. Het avondmaal is bedoeld voor wie geloven in de Heere Jezus. Je kunt van buiten wel doen alsof je gelovig bent. Maar hoe zit het van binnen? Het is niet de bedoeling dat je je weggestuurd voelt. Het gaat er vooral om dat je eerlijk naar jezelf kijkt. En dat je verandert of laat veranderen wat mis zit in je relatie met Christus. Daarom wordt in het formulier ook genoemd wie er allemaal niet aan het avondmaal mogen aangaan. De bedoeling daarvan is, dat wie op een verkeerde manier leeft, daarmee breekt en zich bekeert. Het is verkeerd om bij jezelf te denken: het avondmaal is toch niets voor mij, maar ik blijf wel op dezelfde manier leven.
Het bijzondere van het avondmaal is dat niemand echt aan de voorwaarden kan voldoen. Ieder kan wel iets vinden van zonden en gebreken. Iedereen kan wel iets vinden van een zwak geloof. Het gaat erom dat je dat eerlijk naar God belijdt en dat je vraagt of Hij je wil veranderen. De waardigheid die nodig is om aan de tafel te zitten wordt ons geschonken. Dat geeft God ons, omdat Christus is gestorven aan het kruis.

Als gelovigen zijn we niet alleen. We zitten met anderen aan tafel. Dat kun je ook breder zien: wie avondmaal viert is ook verbonden met broeders en zusters uit andere kerken. Als gelovigen horen we bij elkaar. Daarom is de band met elkaar ook belangrijk. Het avondmaal is ook bedoeld om die onderlinge band te versterken. Als er iets mis is tussen jou en iemand anders, ga dan naar iemand toe om het uit te praten.
In onze gemeente wordt in de week van voorbereiding ook censura morum gehouden. Censura morum betekent dat gemeenteleden kunnen aangeven wie er echt niet aan het avondmaal kan gaan. Heel soms is dat nodig dat er iets gemeld wordt. Want een gemeentelid kan een belemmering vormen voor een ander om aan het avondmaal aan te gaan. Stel dat iemand gestolen heeft, machtsmisbruik pleegt of iets anders doet wat een ander beschadigt, dan kan dat bij de kerkenraad worden gemeld. De kerkenraad kan in bepaalde gevallen besluiten dat iemand niet aan het avondmaal mag aangaan. Het doel daarvan is dat iemand door zo’n stevige maatregel tot inkeer komt. Het vraagt van iedereen natuurlijk heel veel wijsheid om hier op een goede manier mee om te gaan.

Vraag 8: Hoe kan voor jou het avondmaal de onderlinge band in de gemeente versterkt worden door het avondmaal?



Op de tafel staat ook een schaal. Daarin kun je collectegeld doen. Dat geld is niet om brood en wijn te betalen. De bestemming is altijd diaconaal. De gedachte daarachter is: in de vergeving die wij van Christus ontvangen, krijgen we zo’n grote rijkdom. Daarvan willen we iets aan anderen geven.

Vraag 8: Ga voor jezelf eens na welk collectedoel er deze avondmaalsdienst was. Wat is dat voor een doel? Waarom steunen wij dat als kerk?



Lezen: 1 Korinthe 11: 17-34

Vraag 9: Wat is er mis in de gemeente van Korinthe (zie vers 17-22)? Wat heeft dat voor gevolgen voor het avondmaal?






Vraag 10: Hoe doe je dat: het gedenken van Christus? Waar denk je dan aan? En wat hebben brood en wijn daarmee te maken?




Vraag 11: Je moet jezelf toetsen (vers 31). Hoe doe je dat? Waarop toets je jezelf?




Vraag 12: Wat moet er in de praktijk veranderen (vers 33-34)?