Vragen bij Richteren 1:1-15

Vragen bij Richteren 1:1-15

 

  1. Wie kent er iemand die goed verhalen kan vertellen? Hoe doet hij/zij dat? En waarom?
    => Uitleg over de speciale manier waarop Richteren vertelt.
  2. Na de dood van Jozua komt er een nieuw tijdperk. Wanneer hebt u een wisseling van tijdperken meegemaakt?
  3. Na de dood van Jozua vragen de Israëlieten de Heere om raad. In welke situaties hebt u de Heere om raad gevraagd? Op welke manier gaf Hij antwoord?
  4. Het Bijbelboek Richteren is/lijkt een boek vol geweld. Hier in hoofdstuk 1 in opdracht van de Heere. Wat moeten wij als christenen van denken?
  5. Adonibezek is een gewelddadige koning. Als hem de vingers en tenen worden afgehakt, ziet hij dat als straf van God. Is dat terecht?
  6. In het Bijbelboek Richteren nemen de Israëlieten steeds weer de levensstijl van de Kanaänieten over. Hoe zien we dat in dit gedeelte? Op welke manier lopen wij het risico de ‘Kanaänitische levensstijl’ over te nemen? Hoe zouden we dat kunnen voorkomen?
  7. Waarom staat het verhaal van Otniël en Achsa in de Bijbel? Met andere woorden: Wat is de boodschap van deze anekdote?
Advertenties

Les 17 De kerk

Les 17 De kerk

Als Maria een tijdje ziek is, geeft ze het door aan haar predikant. Hij komt op bezoek, neemt haar naam mee in de voorbede van de zondagse dienst en schrijft iets over haar situatie in het kerkblad. Nadat ze is genoemd in de voorbeden, komen de kaarten en als haar naam en adres in het kerkblad staan, worden haar nog meer kaarten toegestuurd. Ze is blij dat ze het doorgegeven heeft, want de kaarten doen haar goed.

André en Esther zitten samen op een Bijbelkring. Het is een fijne Bijbelkring. Ze hebben altijd fijne gesprekken. Iedereen is heel open en vertelt wat hem of haar bezighoudt. Ze vinden het mooi dat er ook steeds een stukje uit de Bijbel samen wordt gelezen en dat er met elkaar over wordt doorgepraat. Het bezoeken van deze Bijbelkringen is goed voor de groei van hun geloof.

Vraag 1: Kun jij een ervaring vertellen, waardoor je de waarde van de kerk ontdekt hebt?



Vraag 2: Gelovig ben je niet in je eentje. Wat betekenen de andere gemeenteleden voor jou?


Vraag 3: Wat heb jij andere gemeenteleden te bieden?


Gelovig ben je niet in je eentje. Je hoort bij een kerk, een gemeente. In deze gemeente vind je mensen met wie je goed kan opschieten en mensen met wie het minder klikt. Soms passen onderdelen van een kerkdienst niet bij je en dan weer wel. De perfecte gemeente bestaat niet.
De perfecte gemeente bestaat ook niet, omdat de kerk uit zondaars bestaat. Van die zondaars doet een deel de best om tegen de zonde te strijden, maar is niet volmaakt. Een ander deel strijdt minder hard. Ook in een kerk kunnen spanningen en conflicten zijn. Die spanningen en conflicten kunnen soms heel diep gaan, omdat gemeenteleden zich vaak persoonlijk betrokken voelen. Een conflict binnen de kerk kunnen ze daarom niet zakelijk afhandelen. Bovendien kan er een verwachting zijn dat er binnen de kerk op een liefdevollere manier met elkaar omgegaan wordt dan buiten de kerk. Omdat kerkmensen niet volmaakt zijn, is de kerkelijke gemeente ook niet vrij van spanning en conflict.
Ook al zijn de mensen niet volmaakt, Christus wil die onvolmaakte mensen gebruiken in Zijn dienst. Samen vormen ze het lichaam van Christus. Dat wil zeggen: al die gemeente zijn verbonden met Christus en daarom horen ze bij de gemeente. Daarom is de kerk niet alleen een gemeenschap van zondaren, maar ook een gemeenschap van heiligen. Zo belijden we dat ook in de geloofsbelijdenis: Ik geloof de gemeenschap der heiligen. Daar hoor jij ook bij. Samen met degenen die met jou in de kerk zitten en met jou aan het avondmaal aangaan.

Vraag 4: Hoe vind jij dat mensen in de kerk met elkaar om horen te gaan? Waar baseer je dat op?


Een kerk is altijd verbonden aan een plaats. De kerk heeft verantwoordelijkheid voor de mensen die bij deze plaats horen. Ook al zijn ze niet bij de kerk betrokken. Een plaatselijke gemeente heeft altijd ook eigenschappen die bij de lokale gemeenschap horen. Een kerk in Amsterdam is anders dan in Kamperveen. Zelfs tussen Oldebroek en Elburg kunnen verschillen zijn. Het is goed om respect te hebben voor die plaatselijke gewoonten. Behalve als die gewoonten botsen met het Evangelie.
Een plaatselijke kerk maakt ook altijd deel uit van de kerk wereldwijd. Zoals er geen perfecte kerk is, is er ook een ware kerk. De verschillende kerkgenootschappen vormen samen het lichaam van Christus. De Hervormde Gemeente Oldebroek is onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Deze Protestantse Kerk in Nederland zegt dat zij niet de ware kerk is, maar een van de gestalten waarin het evangelie vorm krijgt. Onze kerk erkent andere kerken. Dat houdt in dat een doop of een belijdenis van een andere kerk geaccepteerd wordt en omgekeerd: als je hier belijdenis doet, wordt dat bij overgang naar een andere kerk ook geaccepteerd.

Vraag 5: Welke kerken zijn er in Oldebroek? Wat weet je van de andere kerken die er in Oldebroek zijn?



De plaatselijke kerk is ook verantwoordelijk voor de gemeenteleden die aan deze kerk verbonden zijn. Door kinderclubs, jeugdgroepen, huisbezoek, ouderenmiddagen wordt geprobeerd om iedereen aandacht te geven. Het mooie van de kerk is dat er verschillende leeftijden bij elkaar in een gemeenschap zijn. Binnen de kerk kun je van verschillende leeftijden leren: je kunt als jongere leren van een oudere. Een oudere geeft vaak aan te leren van de openhartigheid waarmee jongeren over hun geloof kunnen spreken. In die zorg voor elkaar gaat het erom, dat je elkaar bij Christus houdt en dat je geloof levend blijft.

Wat heb je nodig om kerk te zijn? Stel: je wilt een nieuwe kerk oprichten, wat heb je daarvoor nodig? Allereerst een goede verkondiging van het evangelie, zodat er geen gekkigheid wordt verteld. In onze kerken is dat geregeld door degenen die predikant worden tijdens hun opleiding steeds te toetsen, bijvoorbeeld op hun geschiktheid en op hun geloof. In onze kerken is het ook geregeld door de ambten. Ambtsdragers hebben een verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in de kerk.
Wat ook nog nodig is, is dat de sacramenten op de juiste manier worden bediend. Doop en avondmaal mag in onze kerk alleen maar iemand die bevestigd is als predikant. Daarmee laten we zien dat sacramenten ook iets heiligs hebben en niet zomaar gedaan kunnen worden.
Er is nog een derde kenmerk van wat een kerk is. Deze is wat lastiger. Dat is namelijk dat alles wat botst met het evangelie geweerd wordt. De bedoeling is dat gemeenteleden hun relatie met Christus serieus nemen en dat wanneer het mis gaat, wanneer zij die relatie verwaarlozen, dat zij daar op aangesproken worden. In het ergste geval kunnen ze, in het geval er echt iets mis is, uit de kerk worden gezet. Dat zijn ingrijpende maatregelen, die je niet zomaar in praktijk brengt, omdat zo’n maatregel lang niet altijd tot gevolg heeft dat iemand tot inkeer komt. Sterker nog: het komt vaker voor dat iemand verbitterd raakt en kwaad en teleurgesteld afscheid neemt van de kerk.

Vraag 6: Wat heb jij nodig om te voorkomen dat je geloof afzwakt?



Vraag 7: Wanneer luister je wel als je ergens op aangesproken wordt en wanneer niet?



We geloven dat de kerk een schepping van God is. Hij is het ook die de kerk in stand houdt. Als er een tijd is, waarin de kerk het moeilijk heeft, kan Hij de kerk nieuw leven inblazen. Als ergens geen kerk is, kan Hij daar een kerk brengen, zoals Hij de aarde ook uit niets geschapen heeft. Christus bewaart en onderhoudt de kerk. Tot Zijn wederkomst zal er een kerk op aarde zijn, waarin God wordt geprezen en gediend.

BIJBEL: Lees Handelingen 14:21-28

Vraag 8: De zielen van de aanwezige gemeenteleden worden versterkt. Waarom zullen Paulus en Barnabas dat hebben gedaan?



Vraag 9: Hoe zal dat gebeurd zijn: dat versterken van de zielen?


Vraag 10: Ze worden aan Gods genade opgedragen. Wat betekent dat?


Vraag 11: Ze vertellen over wat God heeft gedaan in de gemeenten die zijn bezocht. Wat zou je over Gods werk in Oldebroek kunnen vertellen?

 

Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Han en Simone krijgen de ouderling op bezoek. Enkele weken geleden belde hij dat hij langs wilde komen. Ze zijn best gespannen. Waar zal het gesprek over gaan? Waar zal hij naar vragen? In het begin van het gesprek stelt de ouderling zich voor en vertellen Han en Simone wie ze zijn. Het gesprek valt hen erg mee en ze worden wat meer ontspannen. Tegen het einde van het gesprek vraagt de ouderling of ze iets binnen de kerk doen. Daar moeten ze het antwoord op schuldig blijven. ‘En wat laten jullie buiten de kerk zien van je geloof?’ vraagt hij verder. Ook daar weten ze niet zo goed wat op te zeggen. De ouderling wil hen helpen: ‘Hebben jullie dan geen zorg voor iemand?’ Dan vertellen Han en Simone dat ze af en toe met de buurvrouw naar het ziekenhuis gaan en contact hebben met de kinderen. Want de kinderen van de buurvrouw wonen ver weg. ‘Heeft dat niet iets te maken met jullie geloof?’ Zo hadden ze het nog niet bekeken.

Erik krijgt een telefoontje van zijn wijkouderling. De wijkouderling vertelt hem dat hij door de kerkenraad is voorgedragen voor de verkiezing van ambtsdragers. Ze stellen hem kandidaat als diaken. Erik schrikt ervan. Er is niemand in zijn familie of vriendenkring die ambtsdrager is. Wat houdt dat in? En als hij verkozen wordt, dan moet hij een beslissing nemen. Maar waar moet hij dan over nadenken? Op basis waarvan moet hij zijn beslissing nemen?

Vraag 1: Welke taken heb jij binnen de kerk (gehad)? Wat hebben die taken gedaan met je geloof?




Vraag 2: Welke taken heb jij buiten de kerk (gehad)? Heeft dat iets met je geloof gedaan?



Vraag 3: Zou jij ambtsdrager kunnen zijn? Wat heb jíj daarvoor nodig? Welk ambt zou het beste bij je passen?


 

Taken binnen de kerk
Als gelovige ben je niet alleen. Je bent onderdeel van een gemeenschap. Dat merk je bijvoorbeeld ‘s zondags als je naar de kerk gaat. Dat merk je ook op andere manieren: als kind ben je wellicht naar de zondagsschool of naar een club van de kerk gegaan. Daar was ook leiding aanwezig. Het kan zijn dat iemand van de leiding voor jouw een voorbeeld was of jou op een bijzondere manier iets heeft geleerd over de Heere God. Wanneer je huisbezoek hebt gehad, is er iemand die namens de kerk op bezoek komt. Wanneer je ziek geweest bent of een overlijden hebt meegemaakt, dan zijn er gemeenteleden die je een kaartje hebben gestuurd.
Geloven is een combinatie van ontvangen en geven. Je draagt zelf ook je steentje bij door bijvoorbeeld club of zondagsschool te geven, door iemand op te zoeken of door een kaartje te sturen, door voor iemand te bidden. Het mooiste is als een taak bij je past. Niet altijd kan iemand een bijdrage leveren. Soms heb je het te druk met je werk of heb je veel taken gehad in de kerk. Of je hebt een aantal taken buiten de kerk. In een bepaalde tijd kan de zorg voor iemand, voor jezelf of voor je eigen gezin de aandacht vragen, waardoor je niet toekomt aan je bijdrage aan de kerk. Ook als je naar de kerk gaat, luistert en meezingt, lever je al een bijdrage aan de gemeenschap.
We geloven dat de kracht en de wijsheid die nodig is voor een taak door de Heilige Geest wordt gegeven. Hij maakt je voor een taak bekwaam.

Taken buiten de kerk
Er zijn niet alleen taken binnen de kerk. Ook buiten de kerk kun je je betrokkenheid laten zien. Als je bijvoorbeeld de zorg hebt voor een buurvrouw. Of als je betrokken bent bij de muziekvereniging of bij de voetbal of de volleybal. Als ouder verwacht de school ook dat je meehelpt. Je kunt je verkiesbaar laten stellen voor de gemeenteraad. Deze taken zijn niet van minder belang dan taken binnen de kerk. Juist in de taken die je hebt buiten de kerk kun je iets van de liefde van Christus laten zien aan anderen die niet van de kerk zijn. Een christen is ook verantwoordelijk voor wat er de maatschappij gebeurt. Ook voor de taken buiten de kerk geeft de Heilige Geest kracht en wijsheid.

 

Vraag 4 Welke taak past er bij de gaven die jij hebt? Wat is er voor nodig om die taak goed uit te voeren?


Ambtsdrager zijn
Een speciale taak binnen de kerk is het ambt. We kennen binnen onze Protestantse Kerk in Nederland 3 ambten: de predikant, de ouderling en de diaken. Er zijn er eigenlijk nog twee: de kerkrentmeester en de kerkelijk werker. De kerkrentmeester wordt bevestigd als ouderling-kerkrentmeester. Een kerkelijk werker wordt meestal als ouderling bevestigd; soms als diaken.
Het ambt is een speciale taak binnen de kerk. Een ambtsdrager is een vertegenwoordiger van Christus binnen de kerk. Dat vertegenwoordigen kan door het huisbezoek. Dat gebeurt door de wijkouderling. Dat vertegenwoordigen kan door de zondagse preek van de predikant: door de woorden van de predikant spreekt Christus de gemeente aan. Dat vertegenwoordigen van Christus kan door het aanbieden van hulp. Dat gebeurt dan door een diaken. De kerkenraad heeft de leiding in de gemeente. Die leiding over de gemeente is niet een vorm van heersen. Als het goed is, dienen ambtsdragers de gemeente, zoals Christus gediend heeft.
De roeping tot ambtsdrager gebeurt door middel van de keuze van de gemeente. In de gemeente die kiest (of de kerkenraad die benoemt) mogen we de stem van Christus horen. Daar hoeft niet een bijzondere ervaring bij te komen. God werkt net zo goed door mensen als door bijzondere ervaring.

Een ambtsdrager is niet boven de gemeente verheven. Ambtsdragers zijn gewone mensen, gewone christenen die door Christus gebruikt worden. De mening van een ambtsdrager is nog niet direct de mening van Christus. Het is daarom goed mogelijk om kritiek te hebben op een ambtsdrager. Ambtsdragers zijn geen betere gelovigen dan andere gemeenteleden. Vaak hebben ze wel meer Bijbelkennis of hebben ze meer levenservaring of ervaring in geloof. Met die kennis en ervaring mogen ze de gemeente dienen.

Vraag 5: Vraag aan je wijkouderling (of een andere ouderling of diaken) hoe de roeping tot het ambt gegaan is. Wat waren de argumenten om aan te nemen? Vraag ook wat het werk als ouderling, ouderling-kerkrentmeester of diaken betekent voor het leven met Christus.




Bijbelstudie – Romeinen 12

Vraag 6: Je inzet voor God is een offer dat je brengt. Wat kosten de taken jou? En wat leveren ze je op? Op welke manier dien je Christus ermee?



Vraag 7: Er zijn verschillende taken binnen en buiten de gemeente. Welke taken worden er genoemd. Moet je als gelovige alle taken kunnen doen? Of mag je ook zeggen dat je bepaalde taken niet kunt uitvoeren?



Vraag 8: Paulus geeft aan dat er gaven zijn die in genade gegeven zijn. Welke gave heb jij gekregen?

Vraag 9: Paulus zegt ook iets over hoe je inzet moet zijn. Vertel daar iets over.


Les 15 Bidden

Les 15 Bidden

Lydia heeft een koffieafspraak met een vriendin. Tijdens deze ontmoeting vertelt die vriendin over heel wat zorgen die er in haar leven zijn. Bij het weggaan zegt Lydia: ‘Ik zal voor je bidden!’

Vraag 1: Op welke momenten bid jij?




Vraag 2: Hoe vaak per dag / per week bid jij?



Vraag: 3: Wat betekent bidden voor jou?
Ik zou niet zonder bidden kunnen, omdat….



Uitleg
Bidden doen we niet alleen omdat we daar zelf behoefte aan hebben. Bidden doen we omdat ons dat is opgedragen: Bid onophoudelijk (1 Thessalonicenzen 5:17).
Het bijzondere van bidden is dat je als mens op aarde voor Gods troon in de hemel mag komen. Je mag Hem vertellen wat je bezig houdt. Je mag Hem danken. Bidden betekent ook een beroep op God doen: je vraagt of Hij iets voor jou of voor een ander wil veranderen. Bijvoorbeeld:
– dat iemand geholpen wordt
– dat iemand beter wordt
– dat er vrede op aarde komt
– dat iemand mag gaan geloven

Belemmeringen
Bidden is niet altijd makkelijk. Vooral het volhouden van het bidden niet. Daarom is het goed als er een bepaalde regelmaat is. Dat je een vast moment op de dag of in de week hebt. Dat je een vaste plek hebt. Er zijn allerlei belemmeringen om het bidden vol te houden:

(1) Je bent te druk. Door een drukke planning heb je geen innerlijke rust om te bidden. Of je vergeeft zelfs helemaal om te bidden. Daarom is tijd nemen erg belangrijk.

(2) Je denkt klein van jezelf. Als je bidt, dan besef je hoe groot of hoe heilig God is. Dan voel je jezelf zo klein of zo zondig. Als je jezelf tekort voelt schieten of als je heel klein van jezelf denkt, kun je tegen het bidden opzien. Omdat je dan God onder ogen komt. Of je gaat het helemaal uitstellen, omdat je de Heere niet onder ogen durft te komen. Daarom is het nodig erop te vertrouwen dat God wilt dat je naar Hem toe gaat.

(3) Je weet niet hoe dat moet. Het kan zijn dat het je nooit geleerd is om te bidden. Bij jou thuis werd niet hardop gebeden. Thuis, op school of tijdens de catechisatie is het je nooit geleerd om te bidden. Je kunt in de Bijbel leren, hoe je moet bidden. Zoals het Onze Vader, of in de Psalmen. Je kunt iemand anders vragen hoe hij of zij bidt.

(4) Je kent God niet. Als je God niet, als je niet weet wie Hij is, dan kan het zijn dat je wel wilt bidden. Maar je weet niet tot wie je moet bidden. Het is meer een schreeuw om hulp, maar je weet niet of er iemand is die je hoort. Hoe leer je God kennen? Door je hart voor Hem te openen.

(5) Je bent teleurgesteld geraakt in God. Als je teleurgesteld raakt in God, lukt het je niet meer om te bidden. Je zoekt geen contact met God. Hooguit praat je nog over God. In verwijten. Het gaat erom dat je dan weer leert om tot God te praten. Desnoods door je klachten en je verwijten naar Hem te uiten. Dit gebeurt in de Psalmen ook vaak.

Vraag 4: Welke belemmeringen herken je bij jezelf?



Vraag 5: Wat doe jij om te voorkomen dat de door die belemmeringen niet meer bidt? Wat helpt jou?






Soorten gebeden
Er zijn verschillende soorten gebeden:
– Dankgebed: je dankt God voor wat Hij wie Hij is of voor wat Hij geeft.
– Voorbede: je bidt voor jezelf of voor een ander.
– Uitspreken van vertrouwen in God
– Klacht: je maakt God kenbaar dat je Zijn weg niet begrijpt.
– Schuldbelijdenis: je vertelt wat er mis is in je leven, in je hart.
– Gebed om vergeving
– Je denkt na over God en je neemt de tijd om te luisteren wat Hij tot je wil zeggen.

Je kunt ‘vrij’ bidden, door je eigen woorden te gebruiken. Je kunt ook vaste gebeden gebruiken, bijvoorbeeld door het Onze Vader, een morgengebed, een avondgebed, een gebed bij het eten.


Hulpmiddel bij het onder woorden brengen van een gebed voor iemand anders (voorbede)

Gebed voor: ……………….

Gebed
Waar wil je voor bidden? Of voor wie?
Hoe wil je God aanspreken?
Wat is er aan de hand?
Wat wil je dat God doet?

Schrijf hier je gebed uit:





Bijbelstudie – Jesaja 38

Vraag 6: Hizkia is het niet eens met het bericht wat hij via Jesaja krijgt. Waarom niet?




Vraag 7: Op welke manier zoekt hij het contact met God? Wat bidt hij?



Vraag 8: Wat is het antwoord van God? Hoe komt dat bij Hizkia?




Vraag 9: Wat kun je voor jezelf van Hizkia leren?




Geloofsbelijdenis – Heidelberger Catechismus

Vraag 116: Waarom hebben christenen het gebed nodig?
Antwoord: Omdat het gebed het voornaamste deel van de dankbaarheid is, die God van ons eist, en omdat God zijn genade en Heilige Geest alleen wil geven aan hen, die Hem met een hartelijk verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

Vraag 117: Wat behoort tot een gebed dat God behaagt en door Hem wordt verhoord?
Antwoord: (1) Dat wij alleen de enige, ware God, die zich in zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, van harte aanroepen om alles wat Hij ons bevolen heeft van Hem te vragen.
(2) Dat wij onze nood en ellende goed en grondig erkennen, opdat wij ons voor zijn majesteit verootmoedigen.
(3) DAt wij deze vaste grond hebben, dat God ons gebed, hoewel wij dat niet waardig zijn, om de wil van Christus, de Here, zeker wil verhoren, zoals Hij ons in zijn Woord beloofd heeft.

Vraag 129: Wat betekent het woord: amen?
Antwoord: Amen wil zeggen: het is waar en zeker. Want het is veel zekerder dat God mijn gebed verhoort, dan dat ik in mijn hart gevoel dat ik die verhoring van Hem begeer.

Vragen bij 1 Petrus 4:12-5:4

Vragen bij 1 Petrus 4:12-5:4

1) Lijden is een test voor je geloof (vers 12). Op welke manier kan het lijden een test voor je geloof zijn?
2) Je bent een gelukkig mens als je beledigd wordt voor je geloof (vers 14). Maak je zulke beledigingen wel eens mee? Maakt je dat dan ook gelukkig?
3) De tijd dat God gaat rechtspreken komt dicht bij. Voor gelovigen is die tijd reeds begonnen. Is dat goed nieuws of niet?
4) Leiders in de kerk hebben een bijzondere verantwoordelijkheid: ze moeten als herder op de schapen passen. En moeten het goede voorbeeld geven. Wat houdt dat concreet in?

Vragen bij 1 Petrus 3:13-22

Vragen bij 1 Petrus 3:13-22

 

  1. Als uzelf het goede in praktijk brengt, dan hoef je niet bang te zijn wanneer een ander u slecht bejegent (vers 13). Het gaat er dan niet om, dat u dan niet slecht behandeld kunt worden, maar dat die slechte bejegening u ten diepste niet raakt, omdat Christus u daarvoor beschermt. Wat is uw ervaring daarmee?
  2. Wie ten onrechte lijdt, wordt gelukkig geprezen. Begrijpt u waarom? Om welk lijden zou u gelukkig geprezen kunnen worden?
  3. Als gelovige houden we rekening met de Heere, die ziet en oordeelt over goeden en slechten. Wie God vreest, hoeft voor mensen niet bang te zijn. Wat houdt dat in de praktijk in?
  4. Mensen kunnen vragen waar u uw hoop vandaag haalt. Wat zou u dan vertellen? Hoe zien ze aan u dat u hoopvol bent?
  5. Lijden dat je aangedaan wordt verbindt ons met het lijden dat Christus is aangedaan. Wanneer denkt u aan het lijden van Christus? Put u daar hoop uit?
  6. Noach werd gered uit een slechte wereld. De doop heeft diezelfde betekenis: gered worden uit een slechte wereld. Welke boodschap heeft dat voor ons?
  7. Wat betekent het voor ons nu, dat Christus aan de rechterhand van de Vader is?

Vragen bij 1 Petrus 3:1-12

Vragen bij 1 Petrus 3:1-12
(gebaseerd op de Bijbel in Gewone Taal)


1) Vrouwen, jullie moeten luisteren naar jullie man (vers 1). In de Herziene Statenvertaling staat zelfs: Wees uw mannen onderdanig.

  • Voor de vrouwen: Is het moeilijk om als vrouw naar je man te luisteren? Wat is daarvoor nodig?
  • Voor de mannen: In welke situatie zou je vrouw naar je moeten luisteren?
  • Algemeen: Waarom wordt deze opdracht gegeven?

2) Je zult hem op die manier voor het geloof winnen. Op welke manier kun je in je relatie of huwelijk de ander voor Christus winnen? Wat is daarvoor nodig?

3) Schoonheid zit niet aan de buitenkant, maar aan de binnenkant: het gaat om hoe je hart is. Hoe is jouw hart? En wat heeft Christus met jouw binnenkant, jouw hart te maken?

4) Die innerlijke schoonheid hadden Bijbelse vrouwen ook. Welke Bijbelse vrouwen zijn voor jou een voorbeeld? En welke Bijbelse mannen hebben een innerlijke schoonheid volgens jou. Zijn zij ook een voorbeeld?

5) Sara noemde haar man ‘Heer’. Dat wordt hier geprezen. Deze tekst is bekend en berucht, omdat deze tekst opgenomen is in het oude huwelijksformulier. We zullen dat in deze tijd niet meer zo snel overnemen. Hoe moet je nu als christelijke vrouw tegen je man aankijken? Hoe moet je hem benaderen? Wat vraagt dat van je? Wat vraagt dat van een man? Hoe passen jullie dat zelf toe in je huwelijk?

6) Mannen moeten respect hebben voor hun vrouw, omdat de vrouw een zwakker schepsel is. Kunnen we dat in deze tijd nog zeggen? Hoe moet je nu als christelijke man aankijken tegen de vrouw met wie je getrouwd bent? Hoe passen jullie dat zelf toe in je huwelijk?

7) Een respectvolle houden geldt niet alleen binnen het huwelijk, maar in iedere relatie die je hebt en in elk contact dat je hebt. Welke voorbeelden geeft Petrus? Wat kost dit om dit te doen? Wat helpt je om dit in praktijk te brengen?