Euthanasie

Euthanasie
Samenvatting van een lezing

Hoe moet je als predikant aankijken tegen euthanasie? Moet je er tegen zijn? Kun je in bepaalde gevallen vóór zijn? Prof. dr. H. W. de Knijff hield een lezing voor predikanten van de Gereformeerde Bond over euthanasie.

Cultureel
De dood is niet meer zoals vroeger een definitieve grens. Was vroeger de dood de absolute grens op aarde, door medische techniek kan het leven verlengd of verkort worden. Elke ingreep voor de poorten van de dood is een vervaging van de grens tussen leven en dood. Vroeger werd de dood geconstateerd als het hart niet meer klopte. Vandaag de dag is hersendood het criterium. Dit criterium is vaak alleen voor de arts meetbaar.
Die vervaging van de grens tussen leven en dood speelde in de lezing van De Knijff een belangrijke rol. Doordat er vroeger weinig levensverlengende ingrepen mogelijk waren, werd de dood ervaren als een roepstem van God. “De Heere nam hem weg uit dit leven.” “Hij verwisselde het tijdelijke met het eeuwige.” Door de vervaging van deze grens komt ook het geloof in Gods voorzienig handelen onder druk te staan. Want sterven is dan (gechargeerd gezegd) niet meer een “thuishalen” door God, maar een constatering van de medicus. Wat toebehoorde aan God, is na naar de mens overgeheveld.
Overigens wees De Knijff erop, dat bij absoluut verzet tegen euthanasie ook de voorzienigheid een rol kan spelen: als gelovigen vinden dat God ook nog ruimte moet hebben om te handelen. De Knijff verzette zich hiertegen, omdat hij het een verkeerde visie op Gods handelen vond. Gods handelen constateren wij dan alleen maar als de factor onzekerheid. En zou het niet zo kunnen zijn, dat wij door levensverlengend ingrijpen mogelijk het handelen van God kunnen weerstaan?

theologisch
Omdat euthanasie een menselijk handelen is, brengt De Knijff vanuit de theologie de gedachte van de concursus divinus in. Deze gedachte uit de gereformeerde scholastiek denkt na over de verhouding tussen het handelen van God en het handelen van de mens. Er is een parallel tussen het handelen van de mens en het handelen van God. Zonder dat deze samenvallen. Is er alleen handelen van God, dan vervallen wij in determinisme. Is er alleen handelen van de mens, dan is de mens te autonoom. De gedachte van de concursus behoort tot de scheppingsleer en denkt na over Gods verborgen tegenwoordigheid in onze wereld en over Gods handelen in onze werkelijkheid.  Zowel God als mens zijn zelfstandig handelend subject. De volledige subjectiviteit van God en mens mag niet ter discussie staan. De gedachte geeft ook aan dat de mens een beperkte autonomie gekregen heeft. De mens is wel volledig subject, maar niet volledig autonoom.
Deze gedachte is een theologische gedachte. In de huidige maatschappij wordt de mens als volledig autonoom beschouwt. Dat levert wel een complicatie voor de gedachte van de concursus op. Toch kan De Knijff deze gedachte gebruiken in de discussie, omdat vanuit de klassief-gereformeerde theologie (en later op een andere manier uitgewerkt door Barth) een mogelijkheid geboden wordt om na te denken over het eigenwettelijk handelen van de medicus.

Complicerende factoren
Euthanasie wordt gezien als een directe ingreep in de overgang van leven naar dood. De Knijff wijst erop dat elke medische handeling in de terminale fase een soortgelijke ingreep is. Hij zegt dit niet om euthanasie te bagatelliseren. Hij vindt het een extreme situatie, maar relativeert het onderscheid tussen euthanasie en sedatie.
Werd vroeger het moment van de dood toegeschreven aan God of het lot, vandaag de dag heeft de mens veel meer zelf invloed op deze grens. Tegelijkertijd is er een complicerende factor dat ook op andere terreinen een autonomie is gekomen: alleen ik heb het recht om over mijn leven te beschikken. Hierbij wordt overigens vergeten dat de mens een sociaal wezen is. Dat gegeven relativeert onze autonomie al. Als wij echt autonoom zouden zijn, waren wij er niet geweest.
Er is in onze maatschappij sprake van een sneeuwbaleffect: als ik zelf over mijn leven mag beschikken, mag ik toch ook zelf het einde bepalen? Waarom mag ik niet klaar met het leven zijn? De Knijff vondt dat het recht op een eigen dood bestreden moet worden.

Conclusies
De arts is degene die handelen moet. Daarbij is euthanasie geen categoriaal verboden terrein. Nogmaals: het handelen is aan de medicus. De theologische grondslag ligt in de concursus divinus. Euthanasie blijft echter een extreme handeling. Tegen de publieke opinie in (die geen moeite heeft met euthanasie) is het goed om de meerderheid van de artsen (die geen euthanasie willen uitvoeren) te ondersteunen. In plaats van euthanasie is er op het terrein van sedatie veel mogelijk.
Voor de politieke discussie betekent dit:
– euthanasie is een zaak tussen arts en patiënt
– Misbruik mbt euthanasie moet tegengegaan worden
– Euthanasie in het kader van levensmoeheid is ongewenst
– Euthanasie op het terrein van neonatalogie zorgvuldig doordenken.

Pastoraat
Heb een genuanceerd oordeel. Wees terughoudend mbt de wens tot euthanasie. Ga geen theoretische discussies aan.
Als geestelijke handelingen, die veel kunnen betekenen op de weg naar het sterven toe, heeft de kerk een schat aan middelen: ziekenzalving en het vieren van heilig avondmaal. De predikant verkondigt niet de wet, maar de genade. (Aanhakend bij deze zin vroeg een van de aanwezige predikanten zich hardop af, of we niet met de verkeerde vraag bezig waren. Ook tijdens de discussie. Waren we niet teveel bezig met de vraag of euthanasie mocht of niet? Is onze roeping niet zieken en stervenden toe te vertrouwen aan Christus)

ds. M.J. Schuurman

Advertenties

De ethische relevantie van verhalen

De ethische relevantie van verhalen

Onlangs zag ik de film A Courageous Heart, over een Poolse verpleegster die 2500 Joodse kinderen wist te redden uit het getto van Warschau. Volgens de achterflap zou worden getoond hoe de verpleegster steeds inventievere manieren moest bedenken om de kinderen uit het getto te smokkelen. Daar zat in de film echter nauwelijks ontwikkeling in. De film liet zien, hoe deze verpleegster tot haar keuze kwam. Op het einde na was het een goede film, die de kijker laat nadenken over de eigen keuzes. Zou ik mijn kinderen afstaan? Wat zou ik doen als in de rol van deze verpleegster zou zijn?
De situatie is nu denkbeeldig. Toch is het van belang om deze verhalen te zien en te verfilmen. Een verhaal heeft namelijk de kracht om na te laten denken over de eigen keuze. Verhalen hebben een ethische relevantie.
Deze postmoderne tijd wordt wel eens getypeerd als ethisch onverschillig. Dat is een halve waarheid. Wanneer de postmoderniteit vooral wordt gezien als belevenismaatschappij (G. Schulze) of als een samenleving van het dikke ik (H. Kunneman) zou dat wel eens kunnen. Voor belangrijke postmoderne filosofen als Derrida of Lyotard gaat dat niet op. Hun pleidooi voor een postmoderniteit, waarin de grote verhalen hun geloofwaardigheid hadden verloren, heeft zijn oorsprong in de Tweede Wereldoorlog en de bloedige Onafhankelijkheidsoorlog van Algerije. Het pleidooi voor een postmoderniteit heeft juist een ethische oorsprong. De grote verhalen (eigenlijk geen goed woord: beter zou zijn de overkoepelende theorieën of systemen) hadden juist geleid tot de Tweede Wereldoorlog of die onafhankelijkheidsoorlog.
Op veel terreinen kwam er aandacht voor het ‘kleine verhaal’: de eigen biografie, de verhalen van de gemarginaliseerden, de verhalen van slachtoffers. Aandacht voor die verhalen is volop ethiek.
De kerk zou in verkondiging en pastoraat meer aandacht kunnen hebben voor de ethiek van levensverhalen. Dat gebeurt al – vooral in de kringen van (post)moderne theologie. Denk bijvoorbeeld aan het contextueel pastoraat, dat expliciet aandacht vraagt voor de ethiek in de relaties met de eigen ouders en kinderen. Denk ook aan een ethicus als Stanley Hauerwas.
In veel theologische disciplines (bijbelse theologie, systematische theologie, praktische theologie) wordt de verbinding al gelegd. Voor de reformatorische theologie valt hier nog genoeg winst te behalen. Door de ethische kant van (levens)verhalen komt er meer ruimte om de betekenis van de rechtvaardiging van de goddeloze te laten zien voor de biografie. Niet als een systeem, maar als een hulpmiddel bij uitstek om de biografie te begrijpen en spanningen bloot te leggen. Volgens Jüngel is het kenmerk van de zonde zelfbedrog (Lebenslügen). Het oordeel van God prikt door dat zelfbedrog heen.
Ethiek heeft ook te maken met (be)oordelen. Juist het oordeel van God is het meest rechtvaardige en het meest genadige oordeel over ons leven. Vanuit dat oordeel kan de ethiek van een levensverhaal op waarde worden geschat.

ds. M.J. Schuurman

Wie meer wil lezen over de ethiek van verhalen: Marco Hofheinz / Frank Mathwig / Matthias Zeindler (Hg.), Ethik und Erzählung. Theologische und philosophische Beiträge zur narrativen Ethik (Zürich: Theologischer Verlag, 2009).

Was de oorlog in Irak een gerechtvaardigde oorlog?

Was de oorlog in Irak een gerechtvaardigde oorlog?

De oorlog in Irak houdt al enkele jaren de gemoederen bezig. Vooral omdat veel mensen deze oorlog niet legitiem vinden. Men beschouwt het als een privé-oorlog van Bush en zijn vrienden. Was de invasie in Irak te rechtvaardigen?

 Pacifisme

Er zijn christenen die oorlog voeren helemaal afwijzen. De principiële pacifisten beroepen zich op de boodschap van Jezus. Hij riep op om de vijand lief te hebben en onrecht geduldig te ondergaan. Als Jezus tegen geweld was, waarom mogen zijn volgelingen dan wel geweld gebruiken? De principiële pacifist wijst de oorlog in Irak af, omdat het niet past bij de leer van Jezus.

Er zijn ook christenen die om pragmatische redenen pacifist zijn. Zij zijn van mening dat oorlog gewoon niet werkt. Kijk maar naar het Midden-Oosten. De Amerikaanse invasie heeft er alleen maar een grotere puinhoop van gemaakt.

 Kruisvaarders

Er zijn ook christenen die van mening zijn, dat een oorlog in bepaalde gevallen wel moet gevoerd worden. Zoals God vecht tegen het kwaad, dienen de christenen ook het kwaad te bestrijden. Bush lijkt af en toe in dit kamp te zitten. Hij heeft aan het begin van de oorlog gezegd dat het Gods wil was.

Dit standpunt leidt gemakkelijk tot demonisering van de tegenstander. En dan is het minder erg als er bij de vijand veel slachtoffers vallen. Het gevaar is ook dat de kruisvaarder God wel erg vanzelfsprekend aan zijn kant heeft. Bovendien kan een tegenstander een verkeerd beeld krijgen van God. Als een oorlog in naam van God gevoerd wordt, strijdt men dus tegen deze God.

 De gerechtvaardigde oorlog

Er zijn ook christenen die een oorlog onder bepaalde omstandigheden kunnen rechtvaardigen. Binnen de christelijke ethiek heet dit de theorie van de rechtvaardige oorlog.Het is dan heel belangrijk om aan een aantal criteria te voldoen. Niet elke oorlog is te rechtvaardigen.

De aanleiding om een oorlog te beginnen moet te rechtvaardigen zijn. Men kan geen oorlog beginnen uit eigenbelang, bijvoorbeeld om een olieveld te bemachtigen of om een strategisch punt te veroveren. Een aanleiding is alleen te rechtvaardigen als er een recht wordt hersteld. Dit recht is geschonden door een ander land of een ander leger. Men is aangevallen door een ander. Er is een staatsgreep gepleegd. Er dreigt een genocide. Als een oorlog het geschonden recht herstelt, is een oorlog rechtvaardig.

Men kan niet op eigen houtje een oorlog beginnen. Alleen een rechtmatige regering van een land dat door andere landen is erkend kan een oorlog voeren.

Men moet wel alles in het werk stellen om een oorlog te voorkomen. Een oorlog is een uiterste middel. Men moet het zien te voorkomen. Men moet ook het idee hebben dat de oorlog op een redelijke manier gewonnen kan worden. Als men een zinloze oorlog start, wordt het onrecht alleen maar meer in plaats van minder. Voorafgaande aan de oorlog moet men de oorlog verklaren.

 Tijdens een oorlog

Maar de theorie van de rechtvaardige oorlog stopt niet bij de oorlogvoering. Ook tijdens de gevechten moet men rekening houden met het recht.

Men moet een onderscheid maken tussen soldaten en burgers. Dit onderscheid is in de twintigste eeuw niet meer makkelijk te handhaven, maar geldt nog wel. Men moet alles doen om te voorkomen dat er burgerslachtoffers vallen. Maar soms dan vallen er burgerslachtoffers omdat de tegenstander burgers gebruikt als menselijk schild. Vaak doen ook burgers mee in gevechten.

Het geweld dat men gebruikt binnen een oorlog moet niet uit de hand lopen. In de twintigste eeuw zijn bepaalde wrede wapens, zoals gifgas en bepaalde mijnen, eigenlijk niet meer toegestaan.

Bij een oorlog denken we vaak aan de Tweede Wereldoorlog. Deze oorlog voldoet echter op een aantal punten niet aan de bovengenoemde criteria. Zo hebben ook de geallieerden bewust hele steden gebombardeerd, waardoor er ook veel burgerdoden waren te betreuren. Bovendien hadden die bombardementen een tegenovergestelde effect. De bombardementen hadden het doel om het moreel van de burgers te breken, maar het effect was tegenovergesteld.

 Irak

Er was een aantal redenen om de oorlog tegen Irak te beginnen: Regime change: ook de tegenstanders van de oorlog waren er over eens, dat Irak én het Midden-Oosten beter af waren als Saddam Hoessein verdwenen was. Irak stond bekend als de Republiek van de Angst. Massavernietigingswapens: Saddame Hoessein had laten zien dat hij rustig massavernietigingswapens gebruikte. Een mogelijke verbinding tussen alQaida en Irak. Dit verband was niet aangetoond, maar was in de toekomst wel mogelijk. Door 11/09 werd deze reden acuut. Saddam Hoessein leefde VNsancties niet na.

Het is makkelijk praten achteraf. De massavernietigingswapens zijn niet gevonden. Maar voorafgaande aan de oorlog was iedereen ervan overtuigd, dat als hij ze had, hij ze ook zou gebruiken. Een privé-oorlog van Bush is het desondanks niet. Ook Clinton schaarde zich achter de aanval. Onder zijn bewind werd de invasie reeds voorbereid en ook hij heeft Irak aangevallen (1998).

De tegenstanders van de oorlog voerden als bezwaar aan, dat de VS de VN-Veiligheidsraad wilde omzeilen. Deze raad heeft echter in het verleden laten zien, dat zij niet daadkrachtig kon optreden. Voor de theorie van de rechtvaardige oorlog is het preventieve karakter van de oorlog een probleem. De theorie ging uit van een situatie waarin men aangevallen werd. Bij een preventieve aanval is men zelf een agressor.

Waren er geen andere middelen dan oorlog? De economische sancties hielpen nauwelijks, want troffen vooral de burgerbevolking en niet het bewind.

Een rechtvaardige oorlog?

Wanneer men een preventieve aanval goedkeurt, kan de oorlog in Irak worden gerechtvaardigd. Maar men heeft de gevolgen van de oorlog niet goed ingeschat. De VS hadden de intentie om in Irak een democratie te vestigen. Juist het punt van de wederopbouw laat zien dat men voorzichtig moet zijn met een preventieve aanval. Is de chaos in Irak niet een groter probleem dan de dictatuur van Saddam Hoessein? En heeft deze preventieve aanval niet nieuwe vijanden gecreëerd? De situatie van na de oorlog moet binnen de theorie nog grondig worden overdacht. Maar dat geldt ook in situaties van de VN-vredeslegers.

Ik denk dat het goed is om als christenen kritisch te zijn over een oorlog. Niet elke oorlog is te rechtvaardigen. Maar dat moet wel vooraf worden gezegd en niet achteraf als het uit de hand loopt.

  ds. M.J. Schuurman, Ilpendam-Watergang

Euthanasie

Euthanasie

 

H.M. Kuitert was jarenlang hoogleraar ethiek aan de VU. Hij definieerde euthanasie als: Opzettelijk levensverkortend handelen (inclusief het opzettelijk nalaten van handelen) door een andere dan de betrokkene op diens verzoek.

Zijn definitie heeft veel invloed gehad op de discussie rond euthanasie. Deze definitie is een van de redenen, waarom euthanasie in ons land gemakkelijker is geaccepteerd dan in onze buurlanden. Euthanasie gebeurt vrijwillig. Daarom is de Nederlandse praktijk van euthanasie niet te vergelijken met Hitler-Duitsland. Aan deze omschrijving zijn echter twee problemen: (1) Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen doen (actief handelen) en nalaten. De gevolgen kunnen immers hetzelfde zijn. Als ook niet-ingrijpen tot euthanasie behoort, dan pleegt elke arts wel een keer euthanasie. Elke arts besluit wel een keer in zijn leven om niet in te grijpen of om een behandeling te stoppen. (2) Er wordt niet aangegeven, wat de reden kan zijn om over te gaan tot euthanasie. Zijn er verzoeken die afgewezen kunnen worden?

Het onderscheid tussen actief en passief is echter wel belangrijk. Wanneer iemand actief iets doet, is men er veel meer voor verantwoordelijk. Actieve euthanasie is voor veel artsen meer belastend dan het staken van een behandeling. Er is dus een verschil tussen euthanasie aan de ene kant en versterven of terminale sedatie aan de andere kant. Met euthanasie wordt een (actief) een middel gegeven, waardoor men zal overlijden. Versterven of sedatie is toch iets anders. Met versterven stopt men de behandeling of stopt men met het toedienen van voedsel en drinken. Bij sedatie wordt extra dosis pijnstillers gegeven. Deze extra dosis kan wel tot gevolg hebben, dat iemand zal overlijden. Het verschil is, dat bij versterven en terminale sedatie de patiënt toch al duidelijk was, dat de dood aanstaande was en dat er niets meer tegen gedaan kon worden.

De discussie rond euthanasie is in de jaren-’70 begonnen met mensen, die te maken hadden met ondraaglijk lichamelijk lijden. De diagnose was, dat zij spoedig zouden sterven. Euthanasie kon helpen om deze mensen op een menswaardige manier te laten sterven. In de jaren-’90 is er echter een categorie bij gekomen: ondraaglijk psychisch lijden (o.a. levensmoeheid). Wie psychisch lijdt, kan lichamelijk gezond zijn.

Er zijn verschillende redenen te bedenken om voor euthanasie te zijn. Men is bang voor de aftakeling: men wil niet dement worden. Men wil niet hulpbehoevend worden. Je mag zelf weten wat je met je leven doet (zelfbeschikking, autonomie). Doordat de medische wereld zich zo heeft ontwikkeld, blijven mensen langer leven en kunnen ze in een mensonwaardige toestand terecht komen. Het is de taak van de geneeskunde om hier een oplossing voor te bedenken. De geneeskunde is toch zelf de oorzaak? Wie gelooft in de opstanding van de doden, hoeft niet krampachtig te zijn bij de naderende dood. Er zijn uitzonderingen te bedenken bij het gebod: ‘Gij zult niet doodslaan’. In een tijd van oorlog mag een soldaat doden. Soms kan een doodstraf een gepaste straf zijn.

Voorstanders van euthanasie zeggen eigenlijk: je kunt in sommige situaties beter voor de dood kiezen dan verder te leven. Het lijden is zo groot, dat de dood een verlossing is.

Verzet tegen euthanasie is er niet alleen van christenen. Zo is bijvoorbeeld de SP tegen euthanasie. Andreas Burnier was hoogleraar Criminologie. Zij deed onderzoek naar misdaadbestrijding en de bestraffing van criminaliteit. Zij was tegen euthanasie, omdat het in de menselijke geschiedenis nooit is toegestaan om een ander te doden. Het doden van een ander werd altijd gezien als een zwaar vergrijp. Als euthanasie werd toegestaan, ging er een fundamentele wissel om. Het doden van de ander is een recht geworden. Andere seculiere argumenten: De dood blijft een vijand. Wie weet er nu of het na de dood beter is? Het is lastig om te beschrijven wat ondraaglijk lijden is. Is een coma ondraaglijk? Of is eenzaamheid ondraaglijk? Achter het verzoek om euthanasie kan een andere hulpvraag schuil gaan (bijvoorbeeld eenzaamheid). Als men aandacht heeft voor het werkelijke probleem kan de behoefte aan euthanasie verdwijnen.

In de bijbel wordt het leven als een geschenk gezien. God is de Schepper van het leven en Hij schenkt de mensen het leven. De Here wordt in de bijbel ook de God van het leven genoemd. God wil de dood niet. De dood is een vijand.

In de bijbel wordt euthanasie als zodanig niet genoemd. Wel zijn er een aantal verhalen waarin het gaat over zelfdoding. In verhalen van Saul en Judas wordt duidelijk, dat zelfdoding niet goed gepraat wordt. God is de Heer van het leven en Hij bepaalt het begin en het einde.

Men kan alleen maar voorstander van euthanasie zijn, als men de bijbel buiten spel zet. Dat wil niet zeggen, dat euthanasie in alle gevallen afgewezen moet worden. Euthanasie kan alleen in bepaalde uitzonderingsgevallen, als er goede redenen voor zijn. Het zou goed zijn al in zulke gevallen zorgvuldig wordt gehandeld en dat dit overleg niet wordt verstoord door buitenstaanders (die voor of tegen euthanasie zijn).

Vroeger werd zelfdoding als een grote zonde beschouwd. Wie zelfmoord pleegde, mocht niet worden begraven op een christelijke manier. Tegenwoordig is er meer oog voor de nood, die iemand ertoe dreef om een einde te maken aan het leven. Er is maar één zonde onvergeeflijk en zelfdoding valt daar niet onder. Ook voor zelfmoord is vergeving bij God mogelijk.

Als christenen zijn we onderdeel van een multiculturele samenleving. Dat betekent dat niet iedereen onder de indruk is van een beroep op de bijbel. Zo kun je in een gesprek wel voor jezelf een beroep doen op het zesde gebod, maar niet een ander daartoe verplichten. Ook wordt het lastig om iemand anders die niet in God gelooft, ervan te overtuigen dat het leven een geschenk is.

Onlangs ging de discussie over recht op leven. Het verbaasde mij, dat voorstanders van euthanasie (en abortus) tegen dit recht op leven zijn. Het argument: euthanasie is verworvenheid. Hoe kan men nu tegen het recht op leven zijn? Het zou toch raar zijn als we in een samenleving terecht komen, die verplicht tot euthanasie. De bijdrage van de christelijke ethiek aan het multiculturele debat is: steeds opkomen voor de waarde van het menselijk leven. Van elk individueel leven. Niemand mag opgeofferd worden voor geld. Niemand kan zomaar gedood worden, omdat diegene te oud zou zijn en dus nutteloos. Christelijke ethiek kan opkomen voor de waarde van het menselijk leven in elke levensfase.

Iemand die ondraaglijk lijdt, kan verlangen naar het einde van het leven. Het is goed om zo’n vraag serieus te nemen. Het helpt niet om tegen iemand, die het leven niet meer ziet zitten, te zeggen: ‘Je hebt de plicht om te leven.’ Het leven is een geschenk van God, maar soms kan het geschenk als een zware last worden ervaren.

Dietrich Bonhoeffer schreef: ‘Wie niet meer kan leven, heeft geen baat bij het bevel om verder te leven. Diegene heeft een nieuwe Geest nodig.’ Dat betekent een zoektocht naar de zin van dit mensenleven. Dat betekent ook een zoektocht naar de God van het leven.

 Ds. M.J. Schuurman