Preek zondagavond 26 augustus 2018

Preek zondagavond 26 augustus 2018
Viering 100 jaar Maranathakerk

Schriftlezing (1): 2 Kronieken 29:20-30
Dit gedeelte werd gelezen in de inwijdingsdienst van 17 december 1966, waarbij het orgel en de uitgebreide Maranathakapel (weer) in gebruik werd genomen.
Ds. H.A. van Bemmel sprak hierover. Orgel en kerk werden overgedragen aan dhr. B. Brink, president-kerkvoogd. Ds. A. Noordegraaf sprak een dankwoord uit.

Schriftlezing: 1 Korinthe 16:13-24.
Bij de officiële opening op 11 augustus 1918 sprak ds. G.H. Beekenkamp over 1 Korinthe 16:22. De andere predikant, ds. Vonk, had ook zullen spreken, maar kon door ziekte niet aanwezig zijn.

Zie voor de geschiedenis van de Maranathakerk

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vandaag staan we er als Hervormde Gemeente Oldebroek – ‘t Loo erbij stil
dat de Maranathakerk 100 jaar geleden in gebruik werd genomen.
Op 8 augustus 1918 werd dit gebouw in gebruik genomen,
eerst als lokaal waarin kerkdiensten gehouden werden en zondagsschool.
Eerst was het een evangelisatiegebouw,
gericht op de mensen uit de buurtschappen om de Maranathakerk heen:
’t Loo, Stuivezand, Vreeweg, Vierschoten, de Lapstreek en de Hogenbrink.
Na de verbouwing was het eerst een kapel en met de torenspits een echte kerk.
De reden waarom de kerk gebouwd werd – het was eerst een gebouwtje van de diaconie,
was dat ds. Beekenkamp, de toenmalige predikant, in deze buurtschappen
heel wat mensen tegenkwam die niet naar de Dorpskerk kwamen.
De afstand was te groot, of men was te arm, had geen geld voor schoenen of een muts.
Deze predikant bracht dat op de kerkenraad ter sprake
en er werd voor deze mensen een gebouwtje neergezet, bij hen in de buurt.
Ik vind het een mooie gedachte: Als de mensen niet naar de kerk kunnen gaan,
moeten de mensen maar naar de kerk gaan,
als kerk zijn waar de mensen zijn.
Als er de afstand een belemmering is om te gaan,
zorgen voor een ruimte bij hen in de buurt

zodat ze in hun eigen nabijheid een plek hebben om een eredienst te hebben.
Een gebouwtje, een lokaal was het eerst nog, waar ze konden komen
met klompen aan, als ze geen geld hadden voor schoenen,
waar de vrouwen konden komen zonder een muts, waar het geld niet voor was.
100 jaar lang al een eenvoudig gebouw, later uitgebouwd tot kapel en kerk
een tastbare herinnering dat een kerkelijke gemeente de leden hoort op te zoeken,
ook al ze uit zichzelf niet komen,
want ook de leden die niet komen zijn schapen van de kudde van de Goede Herder.
Daarmee gaf de gemeente een goed beeld van haar Herder,
die ook op zoek ging naar dat ene schaap dat verloren was geraakt.

In 1966 las ds. Van Bemmel
(de predikant die na zijn vertrek op jonge leeftijd zou overlijden,

nog voor hij in Huizen bevestigd werd,)
bij de ingebruikname een gedeelte uit 2 Kronieken 29.

Het lokaal was weer eens uitgebreid, het harmonium vervangen door een pijporgel.
Uit het gedeelte dat ds Van Bemmel had uitgekozen, kunnen we opmaken
hoe belangrijk het was dat de Maranathakerk – toen nog gebouw of kapel –
een plek was om erediensten te kunnen houden.
Het gedeelte gaat over offers die worden gebracht:
verschillende soorten offers, die gebracht werden vanuit het besef
dat het volk steeds weer opnieuw vergeving en reiniging van de zonde nodig had.
Dat het weer goed komt met het volk, nadat het eerst was afgedwaald.
Verzoening van het volk met God.
verzoening betekent dat de breuk weer is geheeld, dat het goed gemaakt is.
niet door het offer. Het offer is alleen een vraag aan de Heere, of Hij het goed wil maken.
Door daar bij die splitsing, tussen de verschillende buurtschappen in
een ruimte te maken waar erediensten gehouden kunnen worden,
liet de kerkenraad weten dat het ook voor de mensen die hier woonden
het noodzakelijk is dat het weer goed kwam tussen hen en de Heere.
Ik weet niet hoe het beeld in die tijd was van ‘t Loo, Stuivezand, de Lapstreek, Vierschoten, Hogenbrink
maar het signaal was: ook voor de mensen hier is het nodig
dat ze weer bij Christus komen, dat ze horen dat Christus ook voor hen gestorven is
en dat ze dat niet alleen horen, maar ook zien en ervaren,
doordat er in hun eigen nabijheid een gebouw komt voor erediensten,
waar zij op hun eigen manier tot de Heere kunnen naderen.
Een eredienst is ook een plek waar gezongen wordt.
We lezen over priesters en Levieten die voor muziek zorgden.
Koperblazers en koren.
Ook de Maranathakerk kreeg een orgel om de gemeentezang te begeleiden
en er waren koren die in de zalen bij elkaar kwamen om te repeteren
en nog steeds op de zaterdagavond het uurtje zingen hier in de kerk.
Nu vandaag staan we er als gemeente bij stil dat dit gebouw 100 jaar wordt gebruikt
op deze manier, als een plaats om God te ontmoeten en te eren en te prijzen
als een herinnering hier bij de mensen in de buurtschappen
dat God onder mensen wil wonen, ook tussen hen.
100 jaar lang gebruikt de Heere dit gebouw voor Zijn koninkrijk
en vandaag willen we Hem daarvoor eren.

En toch … natuurlijk, feest, terecht feest. En toch … knaagt er iets.
Want die naam Maranatha betekent een oproep aan Christus om te komen:
Kom Heere Jezus!
Bij alle dankbaarheid voor de 100 jaar dat dit gebouw wordt gebruikt,
betekent ook dat er 100 jaar lang gewacht wordt op de Wederkomst
en dat Christus nog steeds niet is gekomen
en wij nog net zo als ds. Beekenkamp en de kerkenraad destijds uitkijken
naar de dag dat Christus terugkomt om bij ons te zijn.
Honderd jaar geleden werd er al naar uitgekeken
en het is bijzonder en mooi dat het ons samenbindt met de hervormden van die tijd.
Wat was het mooi geweest als we dit jubileum niet hadden,
omdat het niet meer nodig was dat er een tempel was of een kerkgebouw,
maar Christus zelf bij ons, teruggekomen uit de hemel tot Zijn gemeente, Zijn bruid.
Honderd jaar lang is de naam een herinnering, een heenwijzing
dat de wereld niet blijft zoals deze wereld is, maar dat er een betere wereld wacht,
de tijd die aanbreekt als Christus hier op aarde komt,
een mooi vooruitzicht voor degenen die Hem verwachten,
maar een waarschuwing voor hen die zonder Christus leven.

Ik weet niet wat de inhoud was van wat ds Beekenkamp sprak
tijdens de opening in 1918.

Koos hij dit gedeelte, omdat dit het enige gedeelte in de Bijbel was
waarin het woord Maranatha voorkomt?
Of koos hij dit gedeelte ook vanwege de waarschuwing die er naar voren komt?
Als iemand de Heere Jezus niet liefheeft, laat hij dan vervloekt zijn.
Dat zijn woorden die je niet bij de opening van een kerkgebouw zou verwachten.
Misschien had ds. Beekenkamp ontdekt wat een van u ooit eens tegen mij zei:
‘Je hoeft er niet omheen te draaien. Als het nodig is, moet je ons bij de lurven grijpen.’
De waarschuwing hoort er ook bij.
voor wie de Bijbel kent is en weet welke woorden er staan voor het woord Maranatha,
beseft dat dit gebouw met deze naam ook een vermaning is, een waarschuwing:
Leef niet zonder Christus! Kies niet voor een leven waarin je Hem buitensluit.
U kunt dat niet uit de vertaling halen,
maar de manier waarop Paulus deze waarschuwing verwoordt, is bijzonder.
Als Paulus schrijft over liefde, gebruikt hij meestal het woord agapè.
Dat woord heeft voor hem de betekenis van dienen, belangeloos leven tov de ander.
Maar dat woord gebruikt Paulus niet.
Als Paulus hier schrijft: wie de Heer niet liefheeft, bedoelt hij:
wie bewust kiest voor een leven waarin je Christus buiten sluit,
je hart expres voor Hem dicht doet, je wilt Hem gewoon niet in je leven.
Het gaat hier niet om tekort aan liefde,
waar je je als gelovige schuldig onder kunt voelen,

maar om je verzetten tegen deze Heer.
Zoals Paulus dat eerst ook deed, toen hij nog niet geloofde in Christus,
al was hij zich er toen niet bewust van
en moest Christus dat hem hardhandig duidelijk maken op weg naar Damaskus.
Zo staat het gebouw er ook als waarschuwing:
Het gaat wel ergens naar toe.
Kun je straks deze Heer, van wie deze kerk is, ontmoeten?
Of heb je hem buiten gesloten? Leef je zonder Hem?
Maar wat gebeurt er dan met je, als Hij terugkomt en je hart niet van Hem is?
Weet je dan niet wat er met je gebeurt, als Christus terug komt?
Je hoort er dan niet bij.
Je bent dan net als die 5 meisjes, die tevergeefs aankloppen op de deur
en tegen wie de bruidegom zegt: Ik ken jullie helemaal niet.
Maranatha – Christus die komt, is niet alleen de goede Herder,
maar is ook de hemelse rechter.
Je zult rekenschap afleggen van wat je met je leven hebt gedaan.
Van wat het woord dat je hier in de kerk hebt gehoord in je uitwerkte.
Van al die keren dat je langsfietste of langsreed en je eraan herinnerd werd
dat er een Heer is, die zich bekommert om jou en deze verloren wereld,
die afdaalde om je te redden en ook voor jou kwam.
In de vakantie liepen wij langs verschillende indrukwekkende kerken in Rouen,
heuse kathedralen, met indrukwekkende beelden aan de buitenkant.
Boven de kerkdeur was een troon, met daarop Christus – rechter!
In de kerk gaat het wel ergens om: Om wat er van jou gaat worden
En om hoe je nu bent, van wie jij nu bent, wie er woont in jouw hart
en de baas is in jouw leven.

Dat kan natuurlijk heel gemakkelijk opgevat worden
als een deur die dicht gedaan wordt,

De suggestie gewekt: als je niet tot onze club behoort,
als je je niet kunt vinden in onze manieren dan hoor je er niet bij.
Maar nee, voor Paulus gaat het hier niet om een deur die dicht gegooid wordt,
maar om een allerlaatste waarschuwing:
Als je zo leeft, dan loop je alles mis.
Maar daarmee sluit hij de brief niet af.
Als hij schrijft, dat wie zonder Christus leeft, bewust, opzettelijk, er niet meer bij hoort,
niet bij Christus hoort en daarom niet in de hemel kan komen,
doet hij dat niet om eens haarfijn te laten voelen dat hij goed zit.
Integendeel, hij weet maar al te goed dat je verkeerd kunt zitten.
Nee, hij doet juist de deur weer helemaal open, een brede uitnodiging,
want hij gaat spreken over de genade van Christus.
En die genade is er niet voor een enkeling, nee:
voor heel de gemeente, voor ieder die deze woorden hoort en leest:
De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u.
Opeens, royaal, de genade uitgestrooid, als een uitnodiging voor iedereen:
Pak die uitgestoken hand, kom aan boord! Ook voor jou is er een plek.
Je moet die verzen niet los van elkaar lezen, maar ze horen bij elkaar.
Zonder Christus heb je niets, en moet je vrezen voor het oordeel,
en Hij komt! Ook om te oordelen,
maar zolang Hij nog niet gekomen is, is er hoop.
Ook voor jou en voor u, voor iedereen die van Hem wil weten,
voor de mensen in de buurtschappen die niet naar de kerk konden komen
en voor wie de kerk naar hen komt,
omdat deze genade de kerk dringt om hier naar toe te komen,
Bij de mensen te zijn om hen te vertellen, te laten horen en te laten ervaren
dat die genade er ook voor hen is.
Zodat de dag waarop Christus komt niet een dag die met vrees tegemoet gezien wordt,
maar een dag van verlangen:
O hoe blijde zal ik wezen, op te trekken met die stoet,
juichend met ontelbre zaalgen, onze Bruigom tegemoet.

Jezus leeft in eeuwigheid en als Hij komt, mag ik binnen gaan,
voor Zijn troon staan en vol dankbaarheid zingen, waar ik nu al van mag zingen,
alsof ik dat nu al heb, maar dan volledig zal krijgen:
Hij is de Heer van mijn leven, het loflied omdat mijn verlangen is vervuld,
het verlangen dat zovelen hadden en hebben: Maranatha.
Heer, U bent gekomen. Uw sjaloom wordt werkelijkheid.
Amen

 

Preek zondagmorgen 26 augustus 2018

Preek zondagmorgen 26 augustus 2018
Bevestiging van ds. I. Pauw tot predikant van de Hervormde Gemeente Wezep-Hattemerbroek

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Op een middag in mei dit jaar de klokken van de Vredeskerk en de Hoeksteen
om aan te geven dat er mooi nieuws te melden was
voor de Hervormde Gemeente Wezep-Hattemerbroek:
de beroepen predikant, ds. Pauw, heeft het beroep aangenomen!
En als consulent heb ik ook mogen zien, dat er door het beroep op ds. Pauw
en vooral doordat hij het beroep aannam, er binnen deze gemeente
veel enthousiasme en dankbaarheid kwam.
Bijzonder voor mij om dat als consulent dat van dichtbij mee te mogen maken.
Tegelijkertijd heb ik mij – omdat ik zelf predikant ben – er ook wel over verbaasd.
Waarom zoveel enthousiasme voor de overkomst van één gezin,
terwijl er in de afgelopen jaren toch wel meer gezinnen hier lid geworden zijn?
Zoveel enthousiasme over de komst van één persoon die hier de gemeente komt dienen,
terwijl er toch zovelen zijn die hier dienstbaar zijn aan de gemeente
als ambtsdrager, als koster, organist, als bezoekbroeder of zuster, als catecheet?
Natuurlijk, een predikant kan meer tijd besteden aan de gemeente
dan een gemiddelde kerkganger
en gaat ook voor in diensten: de zondagse erediensten, rouwdiensten, trouwdiensten.
En toch: wat wordt er allemaal niet verwacht van een nieuwe predikant?
Misschien is dat ook wel tegen je gezegd, Sjaak:
We hopen dat je komt, want er is een frisse wind nodig, een opleving.
Als er zoveel loskomt, dan word ik altijd wat wantrouwend:
Wat komt een predikant doen in de gemeente?
Komt hij iets doen, wat u zelf nalaat, of vergeet te onderhouden?
Namelijk dat je weer enthousiast wordt voor Christus,
dat je weer met plezier naar de kerk gaat, dat je zelfs weer uitkijkt naar de diensten
om als gemeente bij elkaar te zijn, omdat er wat met je gebeurt.
Bent u, ben jij daar niet zelf verantwoordelijk voor?
Moet je daar zelf niet wat voor doen, dat je je vreugde in Christus niet kwijtraakt,
dat je geniet van het gezamenlijk optrekken van de gemeente op de weg van Christus?
Is het niet te makkelijk om voor de groei en diepgang, ontwikkeling van je geloof
naar anderen, in dit geval ds. Pauw te kijken?

Ik moest deze kritische noot even kwijt,
want natuurlijk begrijp ik ook wel, waarom er zo naar een predikant wordt gekeken
en waarom een nieuwe predikant zoveel enthousiasme teweeg brengt.
Een predikant is een voorganger, iemand die vooropgaat en de gemeente meeneemt:
in de preken die gehouden worden en de diensten die geleid worden,
in het beleid dat ontwikkeld wordt, waar deze predikant ook zijn stempel op zal zetten,
(ik begreep dat een van de voorwaarden was om het beroep aan te nemen
dat de gemeente ook serieus werk zou maken van de missionaire roeping),
maar ook de gemeente voorgaan in het verlangen naar de grote Dag
dat Christus terug naar deze aarde, naar Zijn gemeente.
Een predikant doet dat niet alleen door woorden te spreken,
of door beleid te ontwikkelen,

maar ook door zelf het voorbeeld te geven.
Misschien is er daarom wel een enthousiasme omdat er behoefte is aan iemand
die zichtbaar maakt hoe het geloof werkt, zie het voorleeft, laat zien
wat je bent en wie je bent als je van Christus bent.
Ooit mocht een klasgenootje van mijn dochter voor het eerst mee naar de kerk.
Nadat ik naar voren kwam voor stil gebed en om de kansel op te gaan
zei hij teleurgesteld tegen zijn moeder:
Dat is niet de Heere Jezus, dat is de vader van Imke.

Hebben niet veel gemeenteleden dat: dat ze naar een dominee kijken en luisteren
om daardoor heen iets te merken van Christus, zijn en hun Heer.
Je blijft Sjaak Pauw en tegelijkertijd proeven ze iets van Christus,
zien ze iets in jou van Hem, die je naar hier geroepen heeft.
Ik bedoel dat niet als last, maar juist als voorrecht, geroepen naar hier,
om hier iets van jouw en onze Heer te laten zien.
Je maakt Zijn stem hoorbaar door jouw woorden,
je maakt Hem zichtbaar door hoe je bent en wie je bent.
Zo ben je een steun voor de gemeente. – Troost schrijft Paulus.

Hoe belangrijk steun is, zul je in je werk in Eindhoven hebben ervaren,
rondom tegenslag in het leven van gemeenteleden, of in het gemeentewerk.
(Ik begrijp dat de Kruispuntgemeente spannende perioden heeft gehad
en nu best weer eens een spannende periode kan doormaken).
Steunen en troosten is niet alleen maar opbeuren en bemoedigen.
Ik weet niet of je al kennis gemaakt hebt met het woord ‘ril’.
Je hebt hier in Wezep mensen die nogal ‘ril’ kunnen zijn. In Oldebroek trouwens ook.
Zulke mensen hebben meer nodig dan alleen maar een arm om de schouder,
natuurlijk, dat ook, maar ze hebben het ook nodig dat ze zien hoe het werkelijk zit,
zodat ze weten dat hun zenuwachtigheid, paniekerigheid niet nodig is.
Als je met mensen te maken hebt, die ‘ril’ zijn, kun je bij jezelf denken:
Waarom is iemand niet iets stabieler, heeft iemand niet wat meer vertrouwen?
Sommigen kunnen ook in hun geloof heel ‘ril’ zijn.
Als er iets gebeurt, dan komen gelijk de vragen op: Waarom?
Of dan raken ze in paniek en zien ze niet meer dat Christus werkt.
Dan hebben ze troost nodig.
Troost is hier een van de mogelijke vertalingen.
Je kunt ook vertalen met aansporen, bemoedigen, corrigeren, terechtwijzen.
Een breed spectrum van een positieve, bemoedigende aanpak
tot een behoorlijk confronterende aanpak, waarin je echt terecht gewezen wordt.
Bij al die aspecten gaat het om één ding: bij Christus gehouden worden.
De één heeft daarvoor de troost nodig, omdat er heel wat is gebeurd.
Een ander een aansporing, omdat hij nogal gemakzuchtig is in het geloof
En onderhouden in het geloof.
Weer een ander stimulans, omdat zij niet gedoopt is en steeds maar afvraagt
wanneer het juiste moment is om alsnog gedoopt te worden.
Iemand heeft tot je verbazing nog geen belijdenis gedaan – dat komt hier nogal voor.
en je spreekt iemand er op aan en nodigt diegene uit om belijdenis te komen doen,
maar die houdt de boot af: ik heb nog te weinig kennis, nog niet aan toe.
Als je dat denkpatroon doorbreekt en zo iemand bij Christus weet te brengen,
omdat je de blokkades die iemand zelf heeft opgeworpen,
dan is dat ook hetzelfde als hier gebeurt met troost.

Het bijzondere in dit gedeelte
– en daarom zal er ook voor troost als vertaling gekozen zijn

is dat Paulus zelf ook met een crisis te maken had.
Ik weet niet of je dat in Eindhoven overkomen is
en ik weet niet of je dat in Wezep/Hattemerbroek bespaard blijft.
En ik weet ook niet of je dat moet willen, dat zo’n crisis je bespaard blijft.
Als je voor het kiezen hebt, dan zullen de meeste mensen zeggen:
Laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan.
Paulus heeft, toen hij heel diep ging – hij ging heel diep want zag de dood in ogen,
en dat was voor hem een huiveringwekkende ervaring,
waarin hij dacht dat hijzelf afgebroken werd
en misschien ook wel dat van het werk dat hij deed er niets meer overbleef.
Juist toen hij zo diep ging, leerde hij Christus nog meer kennen dan hij al deed.
Hij werd zelf getroost – getroost in de diepe betekenis van bij Christus bewaard.
Die ervaring dat – op het moment dat alles je uit de handen glipt
en van je eigen werk niets meer overblijft
en dat je je vertwijfeld afvraagt: God, hoe moet het nu met Uw kerk –
dat op dat moment Christus er wel degelijk is, niet in de vorm van succes,
maar in de vorm van genade – Mijn genade is u genoeg,
Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht,
Mijn glorie zichtbaar gemaakt door mensen die helemaal niet perfect zijn
En soms alleen maar bezig zijn met hun eigen belangen,
hun eigen richting binnen de kerk.

Paulus leerde dat wat hem overkwam bij Christus bracht.
Wel op een confronterende manier, want het was delen in het lijden van Christus,
afgebroken worden, zoals Christus afgebroken werd.
Maar dat was niet voor hemzelf alleen,
maar ook om de gemeente in Korinthe iets te leren,

een les voor ons vandaag de dag, in Wezep en in Hattemerbroek,
in Oldebroek niet minder

dat kerk-zijn niet altijd een stijgende lijn is,
maar samen kan gaan met teleurstellingen, crises.

Was het net zo ervaren als Gods hand die leidt, wanneer ds. Pauw had bedankt
en u als gemeente zelf al die taken van een predikant had moeten oppakken?
En ervaart de Kruispuntgemeente van Eindhoven het als Gods leiding
dat hun predikant wordt weggeroepen naar een andere plek?
Gelukkig zit er veel geloof hier in de gemeenschap
en ik hoop dat je net ik geregeld verrast wordt door ontmoetingen,
waarin gemeenteleden en niet-gemeenteleden de ervaring verwoorden
ook door de tegenslagen bij God gebracht te worden.
Ik hoop dat je als predikant zelf ook door de gemeente getroost mag worden.

In de liturgie hebt u kunnen zien, dat ik niet alleen de predikant als steunpilaar zie,
maar ook de gemeente.
Daarbij dacht ik niet zozeer aan dat de gemeente voor de nieuwe predikant tot steun is,
maar dat u als gemeenteleden voor elkaar tot steun bent
en dat uw nieuwe predikant deze gemeenschap,
waarin ieder elkaar steunt en bemoedigt

– omzien naar elkaar! Als je missionair werk wilt uitbouwen, begin dan met deze gedachte
die hier diep in de volksaard zit, omdat Wezep gegroeid is uit buurtschappen
(Je zult zien hoeveel contacten je opdoet door begrafenissen en bruiloften,
door de gesprekken vooraf en de gesprekken bij de maaltijd na de begrafenis,
of tijdens het feest omdat er zoveel mensen komen
en de betrokkenen en andere aanwezigen het waarderen dat je er bent
– de missionaire plekken bij uitstek – vgl VOETBAL en andere sportclubs,
waarbij het jammer is dat je kinderen eerder naar WHC zullen gaan dan naar Owios) –
De gemeente als steun –
Paulus heeft de gemeente ook steeds gewaardeerd en er hoog van opgegeven,
zelfs de gemeente van Korinthe waarmee er eigenlijk geen klik was,
in ieder geval vanuit Korinthe niet.
In de beide brieven kunnen we tussen de regels door kritiek op Paulus vernemen,
zelfs de vraag of Apollos niet kon komen in plaats van Paulus.
Nogal wat misstanden en zonden, waardoor hij de gemeente had kunnen bekritiseren:
Jullie hebben nooit wat van mijn onderwijs en lessen willen aantrekken.
En toch: Gemeente van God in Korinthe, heiligen in Achaje.
Stelt u zich eens voor: de gemeente van God in Wezep-Hattemerbroek
en de heiligen hier op de Noord-Veluwe.
Hoe je ook over de gemeente denkt, welke band je ook krijgt – ik hoop een heel goede
het gaat hier wel om Gods gemeente
en hoe je ook over de mensen denkt, welke ervaringen je met hen opdoet,
het zijn wel heiligen – door God apart gezet, middel in Zijn hand.
Hij werkt niet alleen door jou, maar ook door hen.
Ik hoop dat je zo mag zien, dat je getuige mag zijn, hoe de gemeente op deze manier
tot steun is en zo werkelijk gemeente Gods is, omdat ieder die er is,
bewaard wordt, door de diensten, door de pastorale bezoeken, door de catechese,
door de kindernevendienst, door de missionaire contacten, bewaard bij Christus.
Dat je mag zien: de Geest werkt hier op deze plaats.
– samen met de andere kerken en gemeenten die hier in Wezep/Hattemerbroek zijn.

De gemeente als steun, als plek waar God werkt, waar je Christus kunt vinden
en bij Christus bewaard blijft, dat mag volgende week nog eens extra zichtbaar worden
als hier het avondmaal wordt bediend – ik spreek liever over vieren.
Als hier gevierd wordt, dat Christus zichzelf gaf, aan het kruis op Golgotha,
Hoe Hij daardoor ervoor zorgde, dat onze zonden vergeven worden
en u en jij apart gezet bent, tot heilige gemaakt.
Daar wordt de troost, de ontferming,
de barmhartigheid van Christus gezien en geproefd.

Christus de gastheer, die jou en u het brood en de wijn aanreikt, daarmee zichzelf.
Er zijn er die er naar uitkijken, naar de ontmoeting met Christus
En deze keer bijzonder met een nieuwe predikant, een nieuwe herder en leraar.
Er zijn er ook die er tegenop zien, of niet komen,
niet vanwege deze predikant, maar die van zichzelf vinden dat het niet voor hen is.
Ik kan u niet over de streep trekken.
Ik kan alleen maar zeggen, dat volgende week daar Christus zal staan
om u en jou te roepen tot hem – om Zijn barmhartigheid te ontvangen in brood en wijn.
Het is de stem van ds. Paus die spreekt,
het zijn de handen van ds. Pauw
die het brood zullen breken en de wijn zullen doorgeven,

maar hij is wel een middel, een instrument in Gods hand,
om Christus in uw midden aanwezig te laten zijn.
Natuurlijk, het is niet ds. Pauw die dat voor elkaar krijgt – het is de Heilige Geest.
Hij mag het u wel aanreiken: het middel van het avondmaal,
waarmee Christus u bij Zichzelf bewaart
Vaste grond – een eeuwig anker – geen storm kan mij losrukken,
geen zonde of aanklacht kan mij bij Christus wegslaan,
Steeds weer vind ik daar die barmhartigheid, het hart van de hemelse Vader,
omdat Christus daar stierf op Golgotha, ook voor u, voor jou en voor mij.
Daarop wil ik gelovig bouwen
getroost, wat mij ook wedervaart
Amen

Preek jeugddienst – No more slaves

Preek jeugddienst – No more slaves
(nav Johannes 8:31-36)

Elke tiener droomt wel eens om het helemaal zelf voor het zeggen te hebben.
Tien dingen die je kunt doen, als je geen last hebt van ouders, een leraar, of…
Nee, laten we zo maar niet beginnen, want dan moet ik beginnen met “hey mensen…”

Maar je hebt er vast wel over nagedacht, wat je zou doen
als er geen regels waren, die volwassenen je opleggen.
Geen moeder die tegen je zegt dat je je mobiel weg moet doen,
of op tijd naar bed moet gaan.
Geen vader die je vraagt of je je huiswerk wel hebt gemaakt.
Geen school met regels, docenten en huiswerk,
maar zelf bepalen wat je doet.
Wat zou jij dan doen?

Je kunt laat naar bed, lang uitslapen, afspreken met wie je wilt,
gamen, hangen, werken wellicht. Niets moet, want je bent zelf de baas.
Of misschien was je vakantie ook zo en moet je er niet aan denken
dat over een week de school al weer begint,
voor de meesten van jullie toch een slavenbestaan.
Het hele seizoen door hoor ik jullie niets anders dan zuchten
als het over school gaat.
Zo zelf bepalen wat je mag, wat je doet: een heerlijk leven toch?

Het kan ook zijn dat je denkt:
Wat moet het heerlijk zijn als er geen regels zijn van God.
Als ik helemaal mijn eigen leven kan bepalen, zelf kan doen waar ik zin in heb,
zonder dat ik rekening hoef te houden met iemand anders, ook niet met God.
Zou je dat wat lijken, zo’n leven?
Misschien droom je ervan: lekker vrij zijn, geen gezeur aan mijn hoofd.
Ik wil niemands knecht zijn, zelfs niet van God, wat de kerk, wat mijn ouders ook zeggen.
Eigen baas over mijn eigen leven.

Is dat nou een vrij leven?
Stel dat je daarvoor kiest, om helemaal eigen baas te zijn
en van niemand iets aan te trekken en zelfs aan God niet en niet aan Zijn regels houdt.
Word je daar gelukkig van?
En wat zou je dan doen?
Misschien alles kijken op YouTube of Netflix, wat er ook maar te kijken valt
en vooral die filmpjes die je niet mag kijken, omdat er in gevloekt wordt,
of seks in voorkomt.

Of drinken, paor neemn, lekker dronken worden.

Of op een heel andere manier losgaan: een brommer opvoeren en lekker crossen
zonder dat je moeder bezorgd aan je vraagt of je wel voorzichtig zult doen?
Genieten, alleen maar genieten.
Wat al die dingen samen hebben, is dat je geniet van het leven op dit moment.
Niet nadenken aan straks als je je ouders ziet, of als je met een kater wakker wordt,
niet nadenken als je aangehouden wordt door de politie
of met een gevaarlijke manoeuvre op de brommer onderuit gaat.
Niet nadenken dat je je straks schaamt als je naar seks of porno hebt gekeken,
maar alleen aan  het spannende, opwindende gevoel dat je hebt als je kijkt.

Ben je dan wel echt vrij? Of is er iets anders in je dat de baas is?
Een soort stem in je die zegt: doe het.
Of een soort verslaving: je kunt het niet tegenhouden, daarom moet je het doen.

Soms kan een verslaving er zijn, omdat je voor iets wilt weglopen.
Je bent eigenlijk helemaal niet zo gelukkig, omdat je het idee hebt
dat niemand naar je kijkt en niemand echt om je geeft.
Je gaat dan drinken, in de hoop dat anderen je stoer vinden en zo jou aandacht geven.
Dan ben je niet vrij, maar dan is er iets anders sterker in je:
Een verlangen dat anderen je zien, je opzoeken, je opnemen in de vriendenkring.
Je bent dan ook niet jezelf, maar doet iets om erbij te horen.
Maak je je dan eigenlijk niet een slaaf?
Je denkt vrij te zijn, maar je bent niet vrij, een slaaf
omdat je dan niet meer echt jezelf bent
en je doet dingen, die je eigenlijk niet wil, waarvan je ook weet dat ze niet goed zijn,
maar doet om erbij te horen.

Je kijkt naar seksfilmpjes, omdat het spannend is,
of om er met anderen erover te kunnen praten, erover op te scheppen
dat je ook wat weet, of mee kunt fantaseren over hoe geweldig het is.
Maar als je niet meer kunt stoppen met kijken, hoe vrij ben je dan?
Dan zijn die filmpjes de baas over jou
zeker als je door die filmpjes alleen nog maar naar het lichaam van meisjes kijkt
en daarover fantaseert, dan beïnvloedt het je op een verkeerde manier.
Je kunt slaaf zijn, zegt de Heere Jezus, terwijl je denkt dat je vrij bent.
Je kunt slaaf zijn van de zonde: je bent niet meer zelf eigen baas over je leven,
maar er is een macht in je, de zonde, die ervoor zorgt dat je iets doet dat niet bij God past.
Je hebt niet meer de controle over jezelf,
er is iets in je sterker, een soort verslaving, je moet het doen.
De zonde is een macht in je die de controle overneemt.

Net als bij een telefoon of een Facebook-account die gehackt is.
Dan gebeuren er dingen die je niet wilt.
Er verschijnen rare berichten of je kunt je telefoon niet meer gebruiken.
Zo zou je met zonde ook kunnen zeggen dat je gehackt bent:
Je functioneert niet meer, zoals God je bedoeld heeft
Want Hij heeft je bedoeld om eerlijk te leven, trouw en betrouwbaar te zijn,
niet roddelen over ander, niet achterbaks, anderen geen pijn willen doen maar juist steunen.
Maar door de zonde, die je gehackt heeft, ga je dat juist doen:
anderen pijn doen, omdat je alleen maar denkt aan jezelf,
aan je eigen plezier, als je zelf maar geniet,
Als jij je plek in de groep maar hebt, ook al gaat dat ten koste van anderen.
Het zorgt ervoor, dat je de grenzen op gaat zoeken,
want je zou wel eens weten waarom je niet naar die filmpjes mag kijken,
je gaat eens occulte dingen uitproberen, want als het niet mag, kan het juist spannend zijn,
en wat geeft het nou als je naar een Fright Night op Halloween gaat in een pretpark, spannend toch? Of dat je lekker weggriezelt bij een horrorfilm?
Maar wat doet het met je?
Als het de deur openzet naar een wereld,
die duister is, waar je niet in aanraking mee moet komen,
omdat het een deur opent naar een wereld die gevaarlijk kan zijn.

Met zonde is het zo: je gaat eerst op een verleiding in,
omdat je denkt dat het spannend is, dat je wat beleeft wat je eigenlijk niet mag beleven,
of je denkt dat je het wel aan kan,
of je hebt het nodig om jezelf beter te later overkomen
en daarvoor moet je zorgen dat ze slecht over anderen gaan denken.
Maar die verleiding wordt sterker en wordt de baas over je en het verandert je, je karakter:
maakt je gemener, oneerlijker, zorgt dat je allerlei leugens gaat vertellen,
dat je dingen gaat verzwijgen, omdat je het niet meer durft te vertellen.
Er is iets sterker in je: de zonde – slaaf van de zonde.
Ieder die de zonde doet, is slaaf van de zonde.
En dat doen hoeft niet zichtbaar te zijn, kan ook onzichtbaar voor anderen,
van binnen in je hart, zonder dat iemand het weet.

Hij zegt dat ook nog eens tegen mensen die veel met God bezig zijn,
die trouw naar de kerk komen, Bijbel lezen
die in Jezus geloven (of misschien moeten we zeggen: geloofd hebben).
Dat je met Jezus bezig bent, naar de kerk gaat, of catechisatie,
is geen garantie dat je vrij bent.
Slaaf – je komt er niet meer vrij van. Zoals een hack moeilijk te bestrijden is.
Je bent het stuur kwijt. En ook het contact met God kwijt.
Het lijkt een mooi leven, prettig leven, maar alleen voor de korte termijn,
of anderen denken dat je een mooi leven hebt, je kunt helemaal losgaan
en zijn misschien wel jaloers, maar van binnen voel je je niet gelukkig,
omdat je weet, voelt: zo hoort het niet, het moet anders.

Je kunt maar op één manier vrij worden: door Jezus.
Daarom waarschuwt Hij de mensen ook.
Hij doet dat niet uit leedvermaak, of om te laten zien dat Hij zelf zonder zonde is.
Nee, Hij weet, dat we – als we slaaf zijn, slaaf van de zonde –
uiteindelijk ongelukkig zijn, want er is iets of iemand in ons leven de baas
Die dat niet hoort te zijn.
Alleen Jezus hoort dat te zijn. Dan word je vrij
en in plaats van slaaf wordt je kind – kind van God.
En moet je zien wat het verschil is: Een slaaf is wel in huis, maar voor de klusjes.
Bij de maaltijd, bij feesten merk je dat een slaaf er niet echt bij hoort.
Een kind wel: mag aan tafel zitten, mag meevieren, hoort er helemaal bij.
Als je gelooft in de Heere Jezus, maakt Hij je vrij
en meer nog: je bent dan niet alleen maar een iemand die vroeger slaaf was en nu vrij is,
maar je maakt promotie: van slaaf die vrijgemaakt moest worden
naar kind, zoon of dochter van God. Je hoort er echt helemaal bij, bij God.
Alleen als je bij Jezus blijft.
Als je Hem niet inruilt voor die andere macht, opnieuw slaaf maakt.
DAt kost strijd – bij Jezus blijven, Zijn woorden doen!
Verder, dat wij ons van de wereld afkeren, onze oude natuur doden en in een nieuw, godvrezend leven wandelen.  En wanneer wij soms uit zwakheid in zonde vallen, moeten wij niet aan Gods genade twijfelen en ook niet in de zonde blijven liggen. De doop is immers een zegel en ontwijfelbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond der genade hebben met God.

De doop laat zien dat God ons als kind wil hebben.
Vanaf het moment dat ik in mijn moeders buik groeide, voor ik geboren ben,
hebt U mij uitgekozen om Uw kind te zijn.
Uw liefde riep mij bij mijn naam.
Ik ben opnieuw geboren,

No longer slaves

Ik ben niet langer een slaaf, die bang moet zijn, maar Uw kind.
Dat betekent niet, dat je niet meer mag genieten.
Integendeel: God heeft de wereld geschapen, zodat wij ervan kunnen genieten
en als ervan genieten, prijzen wij God.
We mogen alleen niet meer genieten van de zonde, van wat verkeerd is,?
want dat brengt ons bij God vandaan, en zorgt ervoor dat we geen kind meer zijn.
Dan loop je alles mis wat God je wil geven – dat is niet nodig
je hoeft geen slaaf te zijn, maar mag kind van God zijn.
Amen

 

Waarom Evangelicals in de VS Trump massaal steunen

Waarom Evangelicals in de VS Trump massaal steunen

Dat Trump verkozen werd als president kwam al als een grote schok, maar dat een groot deel van de evangelicale christenen hem aan de macht hadden geholpen, verbijsterde menigeen. Hoe kan dat nou, een gemeenschap met zulke hoogstaande ethische principes die een overspelige en vuilbekkende man aan de macht helpt? John Fea (@johnfea1), zelf evangelicaal, ging het uitzoeken.

(Geschreven op verzoek van Christelijk Weekblad. Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 27 juli 2018)

160203_trump

Toen Trump op 8 november 2016 werd verkozen tot 45e president van de Verenigde Staten, had hij die winst mede te danken aan de grote steun onder evangelicale christenen. 81 % van hen kozen voor Trump, een veel groter percentage dan bij eerdere kandidaten voor de Republikeinse partij.

Fea_speaking
John Fea

Verbijsterd
John Fea, hoogleraar Amerikaanse Geschiedenis aan Messiah College (Grantham, Pennsylvania) en zelf evangelicaal christen, was verbijsterd over de winst van Trump en nog meer over de enorme steun door evangelicale christenen. In zijn boek Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump (website) gaat hij op zoek naar de redenen voor deze steun. Zijn boek draagt hij op ‘aan de 19%’, de evangelicale christenen die Trump niet steunen.

De ene evangelical is de andere niet. Evangelicals hebben gemeenschappelijk dat ze de Bijbel van kaft tot kaft serieus willen nemen en hebben conservatieve ideeën over abortus en het gezin. Ze geloven ook vaak dat de VS een speciale taak heeft in het heilsplan van God in deze wereld.

Soorten evangelicals die Trump steunen
Er zijn drie soorten evangelicals die Trump steunen. Allereerst de evangelicals van de Moral Majority en de Christian Right, de beweging die strijd tegen abortus en voor het traditionele huwelijk, met voorgangers als Robert Jeffress, Jerry Falwell jr, James Dobson.

trumpprayer

Ook heeft Trump de steun van charismatische pinkstervoorgangers. Zij claimen allerlei profetieën over Trump te hebben ontvangen, bijvoorbeeld dat hij een nieuwe Kores zal zijn, de oudtestamentische Perzische koning die het volk Israel liet terugkeren uit de ballingschap. Dat was een profetie die in hun ogen waar werd toen Trump voorstelde de ambassade in Israël naar Jeruzalem te verplaatsen.

Deze charismatische voorgangers geloven dat als alle belangrijke posten in de VS in handen van de christenen zijn gekomen, Christus zal terug komen naar de aarde. De charismatische pinkstergelovigen steunden eerst Ted Cruz, maar stapten later over op Trump.

donald-trump-and-pastor-paula-white
Trump met Paula White

Court Evangelicals
Daarnaast wordt Trump gesteund door propageerders van het welvaartsevangelie, als Paula White. Met een aantal voorgangers heeft Trump al contact voor hij zich kandidaat stelde als president. Zij kregen in ruil voor hun steun een rol bij zijn inauguratie als president. Omdat ze geregeld in het Witte Huis mogen komen, worden ze ook wel
hofevangelicals (Court Evangelicals) genoemd. De grote vraag is echter of deze hofevangelicals wel invloed hebben op het beleid van Trump of dat zij door hem voor zijn karretje gespannen worden.
34383318445_2f7239650c_oDe laatste decennia is de invloed van charismatische pinkstergelovigen en aanhangers van het welvaartsevangelie invloedrijker geworden binnen deze groep.

Fatale mix
In de ogen van Fea ligt aan de evangelicale steun voor Trump een fatale mix van angst, nostalgie en verlangen naar macht ten grondslag. Om bij die angst te beginnen: er leeft een diepe angst dat de morele bakens in het land nog meer worden verzet dan onder Obama al is gebeurd.

Normen en waarden
Tijdens het presidentschap van Obama is niet alleen het homohuwelijk mogelijk gemaakt, maar zagen evangelicals ook dat er voor hen geen ruimte meer was om hun eigen opvattingen over homoseksualiteit te uiten. Een bakker die geen taart wilde bakken voor een homostel dat ging trouwen werd veroordeeld. Christelijke scholen en universiteiten die in beleid tegen homoseksualiteit zijn, zien zich in hun bestaan bedreigd, omdat hun bestaansrecht ter discussie werd gesteld.

Christelijke scholen
Vooral de dreiging dat christelijke scholen niet meer kunnen of mogen bestaan, leeft diep, want op deze scholen worden christelijke studenten opgeleid in een christelijke wereldbeschouwing. Ook zijn de evangelicals bang dat zij niet meer hun eigen normen en waarden mogen hebben over thema’s als huwelijk en abortus.

trump-rally-1400x788

Sterke man
Evangelicals zien in Trump een sterke man, die hen in staat stelt om in de VS hun geloof vorm te geven zoals zij dat zelf graag willen doen. De verkiezing van Trump is zeker voor de evangelicals een afrekening met het moreel-ethische beleid van Obama.

Benoeming opperrechters
Een belangrijke factor in de verkiezingscampagne was dat de verkozen president nieuwe rechters voor het hooggerechtshof zou mogen benoemen. In de laatste decennia zagen evangelicale christenen dat de opperrechters zich steeds uitspraken tegen thema’s die voor hen van grote betekenis waren: bijbelstudies en gebed op openbare scholen werden verboden, ruimte om tegen homoseksualiteit en abortus te zijn werd ingeperkt. Met een nieuwe president was het mogelijk om het hooggerechtshof een conservatievere richting in te sturen.

Steun nodig
Trump besefte heel goed dat hij de evangelicale steun nodig had om de nominatie voor de Republikeinse partij te winnen. Daarom publiceerde hij tijdens de strijd om de kandidatuur een lijst met namen die hij als hij president was zou benoemen tot opperrechter. Vanaf het moment dat deze lijst openbaar was, won hij de strijd binnen de Republikeinse partij en kreeg hij ook de evangelicals achter zich.

Dat lag in eerste instantie nog niet voor de hand. Er waren andere kandidaten die meer door de evangelicals gedragen werden. Bovendien lag het niet voor de hand dat de kritische evangelicals Trump zouden steunen, omdat zijn levensstijl en zijn opvattingen niet bij hun idealen pasten. De reden was waarom Trump wel de steun won, was dat zij in Trump de enige sterke man zagen die in staat zou zijn de koers van de VS te veranderen.

Levensstijl
De evangelicals hebben met Trump wel een probleem: zijn karakter, zijn levensstijl en zijn opvattingen passen niet bij waar de evangelicals voor staan. Dat wringt des te meer, omdat de toonaangevende evangelicals die nu Trump steunen, president Bill Clinton hard aanvielen op zijn affaire met Monica Lewinsky. Zijn gedrag en levensstijl waren niet passend bij het voorbeeld dat een president hoort te geven.

Nu vergoelijken ze Trump: Hij is nog maar net christen. Bij deze president gaat het niet om zijn levensstijl maar om de daadkracht die hij toont. Paula White, voorganger van een megakerk met wie Trump al sinds 2002 contact heeft, claimt hem tot Jezus te hebben geleid. Voor deze evangelicals is de kloof met Obama en Hillary Clinton, die ook christen zijn, voor hun gevoel nog groter dan met Trump.

Afkeer van Obama en Clinton
Van Obama wordt betwijfeld of hij wel echt christen is, omdat hij tot een meer liberale kerk behoort. Tussen Clinton en de evangelicals bestaat wederzijds afkeer. Een van de redenen waarom Clinton verloor en Trump zo massaal gesteund werd door evangelicals was dat men van Clinton een beleid verwachtte waarin nog minder ruimte zou zijn voor hun normen en waarden dan onder Obama.

anti-obama-armed-protest

Volgens Fea had Hillary Clinton bij geen enkele andere tegenkandidaat de stem van de evangelicals gehad, maar juist bij Trump had ze kans een deel van hen voor zich te winnen. Dat had gekund als ze had aangegeven de zorgen van de evangelicals te begrijpen op de voor hen belangrijke thema’s als abortus en, het traditionele huwelijk en wat voor hen op het spel staat met betrekking tot de godsdienstvrijheid.

161215_POL_Hillary-Evangelicals.jpg.CROP.promo-xlarge2

Clinton deed echter geen enkele moeite om toenadering te zoeken tot de evangelicals. Ze had geen enkel begrip voor de worstelingen van de evangelicals en vervreemde zich nog meer van hen door over de aanhangers van Trump te spreken als een ‘basket of deplorables’. Ook de rooms-katholieken joeg ze tegen zich in het harnas. Fea had verwacht dat Clinton desondanks zou winnen.

VS als christelijk land
Een dieper liggend probleem is dat evangelicals de VS als een christelijk land zien en dat ze vanaf de Tweede Wereldoorlog de politiek zien als een manier om het christelijke karakter van het land te behouden of te herstellen. In de leus Make America Great Again zien ze de mogelijkheid om het christelijke karakter van de VS te herstellen.

Speciale rol in Gods heilsplan
Voor evangelicals heeft de VS een speciale rol in het heilsplan van God. Daardoor is er een mix ontstaan van christelijk geloof en patriottisme, die zelfs tot in de kerkdiensten doorwerkt. Het christelijke verleden van de VS wordt geromantiseerd. De oprichters waren immers protestanten met verlichte ideeën waar evangelicals van zouden gruwen.

Eeuwenlang was er een wantrouwen ten opzichte van katholieken, en ook de omgang met de Afro-Amerikaanse gemeenschap is niet voorbeeldig geweest. De suggestie dat de VS een christelijk land is negeert de niet-christelijke minderheden en is bovendien pijnlijk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

De Afro-Amerikaanse gemeenschap heeft altijd te maken met ook het racisme van de evangelicale gemeenschap: nadat de openbare scholen opengesteld werden voor leerlingen uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap, richtte men eigen private scholen op om te kunnen segregeren. Deze scholen ziet men bedreigd door het beleid van Obama en Clinton. De grootste universiteit, de Liberty University, is opgericht door Jerry Falwell. Zijn zoon Jerry Falwell jr, die nu deze universiteit leidt, is een trouw supporter van Trump.

1200px-Liberty_University_seal.svg

Geloofwaardige presentie
Fea is verbijsterd over de steun van zijn medegelovigen voor Trump. Hij vreest dat door de keuze om via de politiek het christelijk karakter van de VS terug te krijgen op termijn de schade voor de verkondiging van het evangelie groot zal zijn. In zijn ogen doen zijn broeders en zusters er beter aan om lokaal geloofwaardige gemeenschappen te stichten, die met woord en daad het evangelie uitdragen.

Hoop
De nostalgie naar wat een veel ambivalenter verleden is dan evangelicals waar willen hebben – en met duidelijk racistische trekken – kan beter ingeruild worden door de door het christelijk geloof gevoede hoop op een betere samenleving. Die is te vinden is bij de Burgerrechtenbeweging van Martin Luther King en de zijnen.

Dat is een hoop die niet via de politiek bereikt hoeft te worden. Na de winst van Trump gaat Fea de plaatsen na die voor deze beweging belangrijk waren. bij hen doet hij inspiratie.

Kerk in de marge
Fea ziet ook een ontwikkeling bij zijn studenten, en dat is eenzelfde ontwikkeling als bij hemzelf: een keuze om niet de tradionele culture war te strijden, maar na te denken over de kerk in de marge. Die plaats is voor de kerk geloofwaardiger dan een voet in het Witte Huis.

5101e574-4c2f-4e5a-8b90-5366b66f02f1._CR63,0,375,500_PT0_SX300__

N.a.v. John Fea, Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump (Grand Rapids, Michigan: William B. Eerdmans Publishing Company)