Preek zondag 13 januari 2019

Preek zondag 13 januari 2019
Mattheüs 5:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
Een echtpaar van in de zestig krijgt een telefoontje van hun zoon
met de mededeling dat hij langskomt om iets belangrijks te vertellen.
Ze schrikken van dat telefoontje en hebben geen goed gevoel bij dat telefoontje.
Hun voorgevoel wordt bevestigd als ze zien dat hun zoon alleen komt.
Ze hebben in de afgelopen maanden al vaak met elkaar gesproken
over het huwelijk van hun zoon, omdat ze hun zorgen daarover hebben.
De zoon komt inderdaad vertellen waar ze al bang voor waren,
toen ze in de afgelopen maanden met elkaar hun zorgen delen.
Hun zoon komt inderdaad vertellen dat hij en zijn vrouw uit elkaar gaan.
Dus toch, gaat het door het echtpaar heen en allerlei gedachten buitelen over elkaar heen:
over wat er gebeurd kan zijn, over hun zoon,
over hun schoondochter, die hun hun ex-schoondochter zal zijn,
en ze denken vooral aan hun twee kleinkinderen: hoe zal het met hen gaan.
Ze voelen zich boos en verdrietig en ze zouden willen dat ze er iets aan kunnen doen,
maar nee, ze kunnen er niets aan doen. Dit is hun keuze.
De ouders voelen gelijk aan, dat hun leven verder nooit meer hetzelfde zal zijn.
Altijd zal er de pijn zijn over de scheiding van hun zoon,
een pijn die zijn niet kunnen oplossen en wel moeten dragen.

Een jongere zit in de klas bij een meisje dat hier niet geboren is.
Haar ouders zijn hier naar toe gevlucht.
Het meisje en haar ouders hebben echter te horen gekregen dat ze hier niet mogen blijven.
De asielverzoeken die zijn ingediend worden niet ingewilligd
en steeds duidelijker wordt dat het meisje en haar ouders zullen worden uitgezet.
Die jongere moet er niet aan denken, niemand in de klas trouwens
en de hele school voert actie om het meisje toch hier te laten blijven.
Ondanks alle acties blijft het asielverzoek afgewezen.
Op een dag worden het meisje en de ouders opgehaald en op het vliegtuig gezet.
Hun leven in Nederland is voorbij en ze moeten terug naar hun land.
Haar klasgenoten blijven ontredderd achter, teleurgesteld.
maar vooral voelen ze hun machteloosheid
en ook hun boosheid: kan het in ons land niet anders geregeld zijn.
Waarom moet het er zo oneerlijk aan toe gaan?

Twee voorbeelden van hoe er in deze wereld pijn geleden kan worden
en hoe je er aan kunt lijden dat de wereld zo onrechtvaardig zo oneerlijk is.
Ze kunnen aangevuld worden met voorbeelden van dichtbij, uit je eigen leven
of van verder weg, over het onrecht in deze wereld, waar je over hoort of over leest.
Deze wereld is niet de wereld zoals God bedoeld heeft, zoals God geschapen heeft.
Dit is een wereld waaraan je kunt lijden, aan de pijn die er is, de oneerlijkheid.

(2) Jezus heeft oog voor de onrechtvaardigheid van deze wereld (pagina 1)
Als Jezus al die mensen voor zich ziet, ziet hij bij hen dit lijden aan deze wereld,
De pijn die ze ervaren, de oneerlijkheid die ze dag in dag uit ervaren.
Als Jezus de menigte ziet, ziet hij hen niet als groep of als massa,
maar ziet Hij hen stuk voor stuk: hun gezichten, hun ogen, hun houding.
Hij weet dat er mannen tussen zitten, die van ‘s morgens tot ‘s avonds laat
hard moeten werken op de akker en daar weinig voor betaald krijgen
en hun gezin nauwelijks genoeg eten kunnen bieden.
Hij weet dat er vrouwen tussen zitten die hun zorgen hebben over hun gezin
over of er wel genoeg te eten is en over of er wel een toekomst is voor hun kinderen,
Hij weet dat ook die vrouwen, die hun zorgen hebben,
zelf hard werken en weinig krijgen.

Hij weet dat er vrouwen tussen staan, die jong weduwe geworden zijn
En er nu van afhankelijk zijn van de goedheid van hun familie
En die maar moeten wachten of hun familie bereid is om hen te helpen
En zo niet, dan hebben ze niets te eten en moet zij zichzelf met haar kinderen verhuren.
Er staan ouderen tussen, oud geworden door alle zware arbeid,
kinderen en jongeren, van wie de meesten niet naar school kunnen maar moeten werken.
De meeste van die mensen die hier bij Jezus staan,
zijn niet in staat om zelf iets aan hun leven te veranderen,
Ze hebben maar te gehoorzamen wat hun baas zegt
En hebben het maar te accepteren als hun baas hen afscheept met een hongerloontje.
Geloven ze nog dat het ooit anders kan worden,
dat het er anders aan toe zal gaan in deze wereld, een eerlijker wereld?
Jezus deze mensen stuk voor stuk en weet wat hun leven is, wat ze doormaken.
Als discipelen van Jezus bij Hem komen om naar Hem te luisteren
geeft Hij aan Zijn leerlingen onderwijs, zodat zij die mensen kunnen vertellen over Hem,
de mensen die op de achtergrond meeluisteren naar het onderwijs van Jezus.
Er zijn mensen, die arm van geest zijn zegt Jezus.
Dat zijn de mensen die ervaren dat deze wereld oneerlijk is
en ver verwijderd van hoe God deze wereld bedoelde toen Hij deze wereld schiep.
Ze maken het zelf mee dat deze wereld oneerlijk is,
Of ze zien het om zich heen bij de mensen die om hen heen zijn.
Ze merken dat ze er niets aan kunnen doen en ze lijden dat deze wereld zo is
En ze lijden eraan dat zij aan deze wereld niet kunnen veranderen.
Ze kunnen alleen maar roepen tot God.
Wil Jezus aan Zijn leerlingen leren dat ook zij moeten lijden aan deze wereld
of weet Hij dat zij ook lijden aan deze wereld als zij die mensen daar zien
of hun eigen ervaringen hebben.
Zij  hebben verdriet over deze wereld om deze wereld niet meer is,
zoals God die geschapen. Ze zijn in rouw.
Ze hebben niet de invloed en de macht om de wereld te kunnen veranderen.
Zij ervaren hun onmacht. ‘Zachtmoedigen’, noemt Jezus hen.
Die onmacht is voor hen kruisdragen.
Hun pijn en lijden lijkt op honger en dorst.
Het lijden is een intens verlangen naar een eerlijke, rechtvaardige wereld.
Het lijden is een intens verlangen naar een wereld waarin Gods richtlijnen worden gevolgd.

(3) We leven in een onrechtvaardige wereld (pagina 2)
Als Jezus hier voor in de kerk zou staan, dan zou Hij ook ieder van ons zien, stuk voor stuk.
Hij zou onze gezichten zien, onze houding, zien hoe onze ogen staan,
of ze stralen of dat ze eerder een bezorgde uitdrukking hebben, of zelfs uitgeblust ogen.
Hij zou van ieder van ons weten, hoe ons leven is, wat we hebben meegemaakt,
wat onze worstelingen zijn, wat ons verlangen is.
Wat zou Hij vandaag de dag, hier voor in de kerk, tegen Zijn leerlingen zeggen,
tegen degenen die erop uit gaan voor een bezoek, catechisatie geven en club leiden?
Zou Hij ook beginnen over degenen die arm van geest zijn,
dat wil zeggen: degenen die hier niets in de melk te brokkelen hebben?
Zou Hij u als gemeentelid typeren als iemand die geen enkele invloed heeft,
niets kan beginnen in deze wereld?
Ik denk dat er kinderen en jongeren hier in de kerk zijn,
die heel wat zouden willen veranderen in onze wereld.
Je zou iets willen doen om het milieu te verbeteren,
net als de 24jarige Boyan Slat, die als tiener met een plan kwam
om de grote hoeveelheden plastic in de oceanen op te ruimen.
Hij kwam voor de kerst in het nieuws, omdat hij tegenslag had
en zijn slimme plan niet zo bleek te werken.
Er kunnen volwassenen in de kerk zitten, die als zij aan hun eigen jeugd denken,
herkennen de drang om iets te willen doen
en misschien nog steeds ook wel wat doen om een betere wereld na te laten.
Vrijwel de meesten kunnen alleen maar iets op kleine schaal betekenen:
Hooguit in de gemeenteraad of meedenken met een politieke partij,
of een beroep gekozen, waarbij je iets voor een betere wereld kunt doen:
de zorg of het onderwijs.
Je doet dit werk vanuit een ideaal en tegelijkertijd loop je steeds op tegen de regels,
Tegen wat niet kan volgens het systeem.
Soms word je moedeloos, dan weer probeer je alles te doen wat jij kunt doen.
Deze wereld is vaak geen eerlijke, rechtvaardige wereld
En er zijn er vanmorgen maar weinig die iets aan dat oneerlijke kunnen veranderen.
Je zou wel willen, je hebt een droom dat het er in ons land anders aan toe gaat, eerlijker.
Je zou willen horen wat je kunt doen, al is het op kleine schaal.
En als gelovige, als christen zou je ook willen zien dat God er iets aan doet.
Dat Hij mensen in beweging zet of zelf ingrijpt en onze wereld verbetert.
Hoe moet je je als christen opstellen in een wereld die niet is,
zoals God die bedoeld heeft,

een wereld die oneerlijk is, onrechtvaardig, die niet ten goede lijkt te veranderen?
Hoe leef je in deze wereld, als je nauwelijks mogelijkheden hebt
om daar iets aan te doen, om een betere wereld te geven.
Dat wil niet zeggen dat je er altijd last van hebt, dat je altijd aan lijdt aan deze wereld.
Dat is misschien ook niet vol te houden.
Maar er kunnen wel momenten zijn, waarop je je juist als gelovige druk maakt
over hoe deze wereld is en wat we als mensen elkaar aandoen.
Je wilt niet cynisch worden, soms is dat al het hoogst haalbare,
dat je zorgt dat je niet afknapt en gewoon de dingen blijft doen, die je doet.
Je kleine bijdrage die je levert voor een betere, eerlijkere wereld.

(4) God geeft een betere wereld (pagina 3)
Die betere wereld komt Jezus brengen: Gods nieuwe wereld.
Die nieuwe wereld die Jezus komt brengen wordt ook wel het Koninkrijk van God genoemd.
Jezus is die nieuwe wereld van God, Hij is het Koninkrijk van God
en hier als brenger van dat Koninkrijk van God,
de nieuwe wereld waarop het er alleen maar eerlijk aan toe zal gaan,
Waarop mensen elkaar niet meer pijn zullen doen, of tegen elkaar zullen strijden,
niet meer van elkaar af zullen gaan, of elkaar zullen haten.
Die nieuwe wereld van God komt met Jezus.
Je zou denken, zegt Jezus, dat je met deze mensen medelijden moet hebben,
maar je moet beseffen dat deze mensen de meest gelukkige mensen zijn,
omdat God hen een betere wereld geeft

God geeft hen een betere wereld en die betere wereld kom Ik brengen.
Die betere wereld is bestemd voor wie aan deze wereld lijden.
Zij ontvangen met die betere een geluk dat het aardse overstijgt.
Ze krijgen met die nieuwe wereld die Ik kom brengen een troost die nergens te vinden is.
Ze hoeven niet meer in rouw te zijn.
Zij zullen zien, zij zullen het zelf ervaren dat God een betere wereld geeft,
de betere wereld die Ik kom brengen, zegt Jezus
Die betere wereld is niet alleen iets van de toekomst,
maar de menigte die op de achtergrond mee staat te luisteren naar Jezus’ onderwijs
mag er op dat moment zelf al iets van veranderen
Dat met de komst van Jezus er al iets van dat Koninkrijk van God gekomen is.
Niet volledig, want als Jezus dit vertelt is Hij nog niet aan het kruis gegaan
en is Hij nog niet opgestaan uit de dood en is Hij nog niet teruggekomen op aarde.
Maar Hij geeft hen op dat moment als ze luisteren al iets van die nieuwe wereld.
Hij betrekt hen in die nieuwe wereld.
Zij kunnen zich op een bepaalde manier gedragen in deze oneerlijke wereld.
En dat ze zich op die manier kunnen gedragen is de kracht die ze van Jezus ontvangen,
nu nog in de woorden die Hij spreekt, die in hen iets wakker roepen,
en later als Hij naar de hemel is gegaan de kracht van de Heilige Geest.
Na die eerste zaligsprekingen kantelt het perspectief
en ligt de nadruk niet meer op wat ze niet kunnen, op hun machteloosheid,
maar laat Jezus hen zien, wat zij wel kunnen doen in deze oneerlijke wereld,
wat ze kunnen doen in Zijn kracht:
Zij kunnen hun hart laten spreken. Zalig de barmhartigen.
Zij kunnen hun hart laten spreken voor medemensen in nood.
Zij kunnen mild zijn in hun oordeel over anderen.
Zij kunnen in het klein iets voor anderen betekenen.
Als zij hun hart laten spreken,
als hun daden gekenmerkt worden door deze bewogenheid en mildheid
laten ze in deze wereld iets van God zien.
Wie zo leeft is als een licht in deze wereld.
Als het donker is in deze wereld, omdat het er zo oneerlijk aan toe gaat,
Zij stralen zij – misschien wel zonder dat ze het zelf beseffen het licht van God uit.
Het licht dat scheen bij de schepping over Gods goede wereld,
het licht dat straalde op de Opstandingsmorgen, nadat Jezus de dood had overwonnen,
straalt dan door hen heen en dat licht laat zien dat God een betere wereld geeft.

(5) God geeft ons een betere wereld (pagina 4)
Als jij denkt dat je aan deze wereld niets veranderen en je machteloos voelt,
kun je wel voorkomen dat de wereld jou verandert.
Of beter gezegd: mag je erop vertrouwen dat je een God hebt die je hart beschermt
en dat je Zijn Heilige Geest mag krijgen om te voorkomen dat de wereld jouw hart verandert.
En dat in jouw hart de normen van deze wereld worden ingeruild voor Zijn goede werken
Die normen van deze wereld zijn: ik-gerichtheid, gebrek aan compassie, aan empathie,
over de grenzen van anderen gaan, anderen beschadigen.
Als je integer leeft, rein van hart bent, zul je God mogen zien,
niet alleen later, als je in Zijn Koninkrijk mag binnen gaan,
maar nu al in de wereld om je heen, in de goede daden die mensen verrichten,
het licht dat je dan ziet, omdat je Gods werk in hen herkent.
Dat is een geluk dat niemand je afneemt, een geluk dat het aardse overstijgt,
Dat je nu al mag ontvangen, als een voorbode van het geluk in de hemel
als je God van aangezicht tot aangezicht mag zien.
God geeft een betere wereld, Hij vernieuwt deze wereld
en maakte met de komst van Christus onze oneerlijke wereld weer tot Zijn wereld.

Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht,
dat wij zijn als kaarsjes in de nacht.
Hij maakt ons tot een licht, waarmee Zijn licht door ons heenstraalt,
het is het licht van de schepping,
het is het licht dat weer terugkwam nadat Christus in de diepste donkerheid afdaalde
aan het kruis, het is het licht van Christus’ opstanding en van Zijn nieuwe wereld,
door ons heen.
Alleen dat maakt het waard om God te loven,
niet alleen met ons lied, maar ook met onze daden, omdat Hij ons tot dat licht maakt
En een licht laat zijn en ons gebruikt om iets van Hem te laten zien, in deze wereld.

Dat je iets van God laat zien als je zoon komt vertellen dat hij gaat scheiden
en je je zorgen maakt over hem en over wat er van je kleinkinderen moet worden.
Je kunt niet misschien niet meer doen dat strijden tegen je eigen boosheid
en je mond houden en je oordeel voor je houden, klaar staan voor hem en de kleinkinderen
en het in gebed bij God brengen.

Als je ziet dat je klasgenoot het land uitgezet is en het enige dat je er aan kunt doen
is het niet gewoon blijven vinden,
het niet accepteren dat er zoveel oneerlijkheid is in asielprocedures,

en dat aankaarten bij de hoogste Rechter in het heelal, in een klacht bij God zelf.
Dan maakt God je tot een licht in deze wereld
al kun je niet uit jezelf dat licht zijn en weet je niet of jouw licht voor anderen zichtbaar is,
maar door je heen schijnt wel Zijn licht,
opdat de mensen jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. Amen

De vier pagina’s van de preek (model van Paul Scott Wilson)
Text: Mattheüs 5:1-16
Theme sentence: God geeft ons een betere wereld
Doctrine: Vernieuwing van deze wereld (eschatologie)
Need: Hoe kan ik als gelovige in deze onrechtvaardige wereld leven?
Image: De gelovige als licht in een donkere wereld
Mission: God maakt de gelovigen tot een licht in de wereld

Pagina 1: Jezus heeft oog voor de onrechtvaardigheid van deze wereld
Pagina 2: We leven in een onrechtvaardige wereld
Pagina 3: God geeft een betere wereld
Pagina 4: God geeft ons een betere wereld

 

 

Advertenties

‘De vier pagina’s van de preek’- 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

‘De vier pagina’s van de preek’ – 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

img_3152

Bij De vier pagina’s van de preek, het preekmodel van Paul Scott Wilson, hoort ook een verdeling van de werkzaamheden over de week. Daarbij wordt op die dag de desbetreffende pagina niet alleen voorbereid, ook daadwerkelijk uitgeschreven:

  • Maandag:
    – exegese
    – invullen van het ezelsbruggetje The Tiny Dog Now is Mine
    – titels van de vier pagina’s
    – introductie van de preek
  • Dinsdag:
    – Pagina 1: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in de Bijbel
  • Woensdag:
    – pagina 2: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in onze eigen tijd
  • Donderdag:
    – Pagina 3: in woorden ‘verfilmen’ van grace in de Bijbel
  • Vrijdag:
    – Pagina 4: in woorden ‘verfilmen’ van grace in onze eigen tijd
    – slot van de preek onder woorden brengen

preach_4pages

Recensie Slenczka

Vom Alten Testament und vom Neuen. Beiträge zur Neuvermessung ihres Verhältnisses. Notger Slenczka, Evangelische Verlagsanstalt Leipzig 2017, 506 blz., € 44,-.

In 2015 leidde een artikel uit 2013 van de systematisch-theoloog Notger Slenczka tot een rel in Duitsland. In dat artikel stelde Slenczka dat het Oude Testament zijn canonieke status had verloren en dat de kerk er beter aan deed om het Oude Testament de status van apocriefe boeken te geven. Deze stelling werd een rel, omdat velen dachten dat Slenczka het Oude Testament wilde afschaffen. Men zag allerlei spookbeelden uit de jaren-’30, zoals antisemitisme, opdoemen. In 2017 publiceert Slenczka een verzamelbundel met het bewuste artikel en andere artikelen die hij schreef om zijn positie te verduidelijken. Ook zijn artikelen van na de rel toegevoegd, waarin hij de consequenties van zijn stelling laat zien. Voortdurend laat hij doorschemeren dat de kritiek hem ook persoonlijk geraakt heeft. Ook omdat wat Slenczka stelt in eigen ogen helemaal niet nieuw is, maar een lijn is die binnen de Duitse theologie steeds is aangehangen.
Voor Slenczka kan het Oude Testament alleen canonieke status hebben als kerk en theologie ervan uitgaan dat het Oude Testament over Christus gaat. In dat geval is het Oude Testament een onderdeel van de geschiedenis van de kerk. Vanaf de 19e eeuw leidt het opkomende historische bewustzijn tot het inzicht dat het Oude Testament niet op de kerk is gericht, maar op een specifiek volk. Voor Schleiermacher – en een eeuw later Von Harnack – reden om te stellen dat de gerichtheid op een specifiek volk niet past bij het universele geloof van de kerk. Het Oude Testament is van minder kwaliteit dan het Nieuwe Testament. De historisch-kritische exegese versterkt nog eens het inzicht dat het Oude Testament van oorsprong niet aan de kerk was geadresseerd. Door de opkomst van bijvoorbeeld de theologie van het Oude Testament vanaf de jaren ’30, waarin men volhield dat het Oude Testament vanaf de allereerste oorsprong wel op Christus was gericht, kon men nog volhouden dat het Oude Testament canoniek was. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de dialoog met tussen Joden en christenen op gang. In de laatste decennia wordt in die dialoog door zowel Joden als christenen gesteld dat het Oude Testament niet van oorsprong op Christus was gericht. Deze gedachte wordt inmiddels breed in de kerk aangehangen. Daarmee is echter volgens Slenczka de laatste pijler voor de canonieke status van het Oude Testament ondergraven. Het Oude Testament is in de praktische omgang niet meer canoniek, maar apocrief. Dat het Oude Testament wel in het Nieuwe Testament wordt geciteerd is niet afdoende, want dan zou ook bepaalde Griekse of Romeinse literatuur, die in het Nieuwe Testament wordt geciteerd canoniek zijn. Slenczka komt tot de conclusie dat het Oude Testament slechts tot de voorgeschiedenis van het christendom behoort. Het Oude Testament gaat niet over Christus. Het Oude Testament hoeft niet te worden afgeschaft. Er kan zelfs over gepreekt worden. Het Oude Testament heeft dan de functie die bij Luther de wet heeft: het beschrijft de situatie zonder Christus. In deze verzamelbundel is ook een aantal preken opgenomen, zodat duidelijk wordt hoe Slenczka deze functie ziet.
Ten tijde van de rel is Slenczka verweten dat hij niet op de hoogte is met recente discussies rondom het Nieuwe Paulusperspectief en rondom de dialoog tussen Joden en christenen. In dit boek laat hij zien dat hij deze discussies terdege heeft gevolgd. In zijn ogen onderbouwen die discussies juist zijn stellingname. Hij sluit af met enkele kritische bijdragen over de uitkomsten van de dialoog tussen Joden en christenen. Slenczka is van mening dat christenen vanuit de Lutherse tweerijkenleer wel voor het bestaan van de staat Israël op mogen komen, maar daar geen Bijbelse argumenten voor kunnen gebruiken. De staat Israël moet ook geen bijzondere theologische status krijgen, maar in ethisch opzicht net als elke andere staat worden benaderd. Slenczka is kritisch op de ontwikkelingen in de dialoog tussen Joden en christenen, omdat hij van mening is dat aan christelijke zijde teveel water bij de wijn gedaan wordt. Christelijke theologen zijn bereid om het specifieke van christelijke Godsbeeld op het spel te zetten om de Joden tegemoet te komen. In een kritisch artikel over Berthold Klappert vraagt hij zich af waarom Klappert niet over wil gaan tot het Jodendom maar christen blijft. Ook is hij van mening dat de christelijke visie nog behoorlijk aanmatigend blijft als er gesteld wordt dat christenen opgenomen worden in het verbond dat God met Israël sluit. Wat blijft er van deze gedachte over als Joodse stromingen ontkennen dat christenen ook tot het verbond zijn toegetreden? Alleen al vanwege deze kritische reflectie op de dialoog tussen Joden en christenen en de consequenties voor de christelijke theologie maakt Slenczka’s boek de moeite waard.
Tijdens het lezen van Slenczka kreeg ik de indruk dat het hier om een debat binnen de Lutherse traditie gaat. Binnen de gereformeerde of de evangelicale traditie zullen andere afwegingen gemaakt kunnen worden, waardoor het Oude Testament toch zijn canonieke status blijft behouden zonder dat een christologische interpretatie strikt noodzakelijk is. Binnen de gereformeerde traditie kan dat bijvoorbeeld de gedachte van de voortgaande openbaring zijn. Of het ‘tegoed van het Oude Testament’. Het zwakke punt in zijn betoog vind ik dat hij het specifiek christelijke van Christus koppelt aan het nieuwe dat Christus bracht. Met dat uitgangspunt kom je al snel in een verschil in waardering van het Oude en Nieuwe Testament. Het duurde wel een tijd voor het boek echt op gang kwam, omdat Slenczka in het begin het artikel dat aanleiding gaf voor de rel wil uitleggen. Dat geeft in het eerste deel veel herhaling. Naarmate het boek vorderde, werd het een spannend en leerzaam betoog. Al deel ik zijn uitkomst niet en hecht ik meer waarde aan de eigenheid van het Oude Testament, een aantal uitgangspunten van Slenczka zijn relevant in de huidige theologische discussies, zoals het serieus nemen van de eigen theologische geschiedenis en het vasthouden aan de eigenheid van het christelijk geloof. Een van de oorzaken waarom hij bij de krasse stelling van zijn boek uitkomt, is dat hij zich zorgen maakt over de theologie in deze tijd, die als het gaat om het christelijk Godsbeeld te veel inlevert en daarmee het specifieke christelijke op het spel zet.

eerder verschenen in Soteria

Matthijs SchuurmanPredikant van de Hervormde Gemeente Oldebroek (PKN)

Vragen bij Richteren 6

Vragen bij Richteren 6
download (1)
Ferdinand Bol – Het offer van Gideon (1640)

  1. Hoe komt het dat het volk Israël vatbaar is voor het afdwalen? Zijn wij ook zo vatbaar voor afdwalen?
  2. Hoe komt het dat het volk Israël zo lang er over doet om in te zien dat het op de verkeerde weg is? Wat heeft u nodig om in te zien wanneer u op de verkeerde weg bent?
  3. Gideon lijkt de verkeerde persoon om Israël te bevrijden: hij is bang en onzeker. Waarom wordt hij toch uitgekozen?
  4. Als God Gideon roept voor zijn taak, reageert Gideon eerst met een klacht over Gods afwezigheid. Welke klachten over God kunnen er vandaag de dag zijn?
  5. Gideon heeft heel wat aarzelingen nodig om aan zijn roeping gehoor te geven. Kunt u zijn aarzelingen begrijpen? Welke aarzelingen hebt u als God u roept voor een taak?
  6. Welke bemoedigingen ontvangt Gideon? Welke bemoedigingen zou u kunnen ontvangen?
  7. Gideon krijgt opdracht op de afgodsbeelden te verwijderen. Wat moet er in uw leven  verwijderd worden?
  8. Gideon verslaat de vijanden van Israël met een kleine legermacht en zonder al te veel strijd. Wat heeft dat ons te zeggen?

God geeft een betere wereld

God geeft een betere wereld

Komende zondag gaat de preek over Mattheüs 5:1-16. Omdat ik in deze tijd bezig ben om meer structuur aan te brengen de opbouw van mijn preken, gebruik ik intensief het model van de
Vier pagina’s van de preek van Paul Scott Wilson. Dat model zal ik in de komende weken hier bespreken.

Een van de stappen in dit model is het herschrijven van het Bijbelgedeelte in korte, directe zinnen. Daarom hier Mattheüs 5:1-10 op die manier herschreven:

Jezus ziet de menigte van mensen.
Jezus gaat op de berg zitten.
Jezus’ leerlingen komen naar Hem toe.
Jezus begint te spreken.
Hij geeft onderwijs.
Hij richt zich tot zijn discipelen.
De menigte is op de achtergrond aanwezig.

Zalig de armen van geest…
Jezus vertelt hoe Hij zijn leerlingen ziet.
De leerlingen van Jezus lijden aan de wereld.
Deze wereld is oneerlijk.
De leerlingen kunnen weinig aan deze wereld veranderen.
Daarom lijden ze aan deze wereld.
God geeft hen een betere wereld.
Die betere wereld is bestemd voor wie aan deze wereld lijden.
Zij ontvangen een geluk dat het aardse overstijgt.

Zalig die treuren …
De leerlingen van Jezus hebben verdriet over deze wereld.
Zij ervaren dat deze wereld niet is, zoals God die geschapen heeft.
Die ervaring is een ervaring van in ballingschap te zijn.
Dat deze wereld niet meer is, zoals God die geschapen heeft is voor hen verlies.
Daarom zijn ze in rouw.
God geeft hen een betere wereld.
Die betere wereld is bestemd voor wie rouwen
om het verlies van Gods oorspronkelijke wereld.
Dat God die betere wereld geeft is voor hen een troost.
Met het ontvangen van die betere wereld, ontvangen een geluk dat het aardse overstijgt.
Ze hoeven niet meer in rouw te zijn.

Zalig de zachtmoedigen …
De leerlingen van Jezus lijden eraan dat zij de wereld niet kunnen veranderen.
Ze hebben niet de invloed en de macht om de wereld te kunnen veranderen.
Zij ervaren hun onmacht.
Die onmacht is voor hen kruisdragen.
God is wel bij machte om die wereld te veranderen.
God zal deze wereld veranderen.
God geeft een betere wereld.
Die betere wereld is voor hen die de wereld niet kunnen veranderen.
Met het ontvangen van die betere wereld, ontvangen een geluk dat het aardse overstijgt.

Zalig die hongeren en dorsten …
Het lijden aan deze wereld is voor de leerlingen van Jezus een intense ervaring.
Het lijden lijkt op honger en dorst.
Het lijden is een intens verlangen naar een eerlijke, rechtvaardige wereld.
Het lijden is een intens verlangen naar een wereld waarin Gods richtlijnen worden gevolgd.
De leerlingen van Jezus kunnen de wereld niet veranderen.
God kan die wereld veranderen.
Hij kan een eerlijke, rechtvaardige wereld geven.
God geeft een betere wereld.
Die betere wereld is voor Jezus leerlingen, die intens verlangen hebben.
Als die betere wereld komt, gaat dat verlangen voor hen in vervulling.
Met die betere wereld, die God geeft, is hun honger en dorst voorbij.

Zalig de barmhartigen
De leerlingen kunnen aan de wereld niets veranderen.
Zij kunnen de wereld niet eerlijker maken.
Helemaal machteloos zijn ze niet.
Zij kunnen zich op een bepaalde manier gedragen in deze oneerlijke wereld.
Zij kunnen hun hart laten spreken.
Zij kunnen hun hart laten spreken voor medemensen in nood.
Zij kunnen mild zijn in hun oordeel over anderen.
Zij kunnen in het klein iets voor anderen betekenen.
Als zij hun hart laten spreken,
Als hun daden gekenmerkt worden door deze bewogenheid en mildheid
laten ze in deze wereld iets van God zien.
De leerlingen van Jezus zullen daarom in het laatste oordeel
van God zelf barmhartigheid ontvangen.
In het laatste oordeel zal God mild over hen oordelen.
Zij krijgen permissie het koninkrijk der hemelen binnen te gaan.

Zalig de reinen van hart …
De leerlingen van Jezus kunnen aan deze wereld niets veranderen.
Zij kunnen wel voorkomen dat de wereld hen verandert.
Zij kunnen voorkomen dat de wereld hun hart verandert.
Zij kunnen voorkomen dat zij denken en handelen volgens de normen van deze wereld.
Die normen van deze wereld zijn: ik-gerichtheid, gebrek aan compassie, aan empathie,
over de grenzen van anderen gaan, anderen beschadigen.
De leerlingen van Jezus zijn integer.
Zij hebben geen vervelende bijbedoelingen.
Omdat zij geleefd hebben, zoals God wil, zullen ze God zien.
Als God die betere wereld geeft en hen permissie geeft om binnen te gaan,
zullen ze de hemelse Vader mogen zien
van Wie zij in hun daden op aarde al iets lieten zien.

Zalig de vredestichters …
De leerlingen van Jezus leven in een wereld vol conflict en strijd.
De leerlingen van Jezus leven in een wereld waarin mensen elkaar pijn doen.
De leerlingen van Jezus brengen de partijen bij elkaar.
Zij helpen om conflicten uit de weg te ruimen.
Ze helpen om begrip voor elkaar op te brengen.
Ze delen in de pijn van het conflict, maar leggen zich er niet bij neer.
Ze geloven in een toekomst waarin het conflict weg is.
Ze doen alles eraan om dat te bereiken.
Omdat ze gericht zijn op de vrede noemt God hen Zijn kinderen.
Zij behoren tot het volk van God, tot het verbond.
Zij zijn erfgenamen bij God.
Zij noemen God hun (hemelse) Vader.
Hun contact met God is intiem.

Zalig zijn die vervolgd worden …
De leerlingen van Jezus hebben het niet makkelijk.
Ze worden niet begrepen.
Ze ervaren tegenstand.
Ze worden vervolgd.
Daarom geeft God hen een betere wereld.
Als God die betere wereld geeft en hen permissie geeft om binnen te gaan.


Advent is geen tijd voor zwakkelingen

Advent is geen tijd voor zwakkelingen

In de afgelopen adventsperiode kon ik met
Advent: The Once & Future Coming of Jesus Christ (Fleming Rutledge, twitter: @flemingrut) een boek lezen, dat paste bij de tijd van het jaar. Dit boek bevat een groot aantal adventspreken, die Rutledge in de afgelopen decennia hield. Veel van die preken zijn gehouden in New York in de Grace Church, waar ze lange tijd aan verbonden was. Het lezen van dit boek was een indrukwekkende ervaring en leerde mij veel over de tijd van advent.
advent rutledge‘Advent is geen tijd voor zwakkelingen (sissies = mietjes)’, schrijft ze herhaaldelijk in een preek. Want in de periode van advent draait het om de wereld die duister is geworden door de macht van de boze, die in deze wereld kwam. De periode van advent is de tijd om de grote vragen te stellen, te worstelen met Gods leiding en aanwezigheid in deze wereld. Want in de lezingen van advent komt naar voren dat God de verborgene is.

Een eigen tijd
Advent is voor Rutledge geen voorbereiding op het Kerstfeest, maar een eigen periode met een eigen thematiek: de wederkomst van Christus. Rutledge is opgegroeid in de Episcopale kerk (de Amerikaanse tak van de Anglicaanse kerk) en vermeldt steeds dat in haar jeugd er geen kerstversieringen waren in de kerk en ook nog geen kerstliederen gezongen wordt. In haar preken geeft ze naar gasten in de kerk aan, dat ze zich misschien verbazen over het gebrek aan kerstsfeer in de kerk. Maar, zo geeft ze aan, als je advent gaat snappen, ga je er van houden en zou je niet anders meer willen.

yY623rKO_400x400

7 weken
De periode van advent is de tijd waarin er geen grotere kloof is tussen de sfeer binnen de kerk en de sfeer buiten de kerk. Buiten de kerk komt alles in de feeststemming. Black Friday, de dag na Thanksgiving, is het startsein om kerstinkopen te doen. Rutledge geeft aan, dat zij ook meedoet: ook zij heeft een schattige adventskalender en heeft in huis kerstkransen hangen. In de Anglicaanse kerk is de adventsperiode al begonnen voor Thanksgiving. Die periode begint 7 weken voor kerst en omvat de feestdag van de engel Michaël en de laatste zondag van het kerkelijk jaar (de zondag van Christus Koning). Het einde van het kerkelijk jaar gaat in de adventsperiode dan ook heel vloeiend over in het nieuwe kerkelijke jaar.

Tijd van donkerheid
Deze tijd van het jaar is volgens Rutledge de makkelijkste om te preken. Voorbeelden om de duisternis en de donkerheid van de adventsperiode liggen voor het oprapen. In alle preken komen gebeurtenissen uit het nieuws naar voren: de genocide in Rwanda, schietpartijen op scholen, de aanslagen van 9-11, ontwikkelingen in de Amerikaanse politiek, de crisis in de Amerikaanse kerken (waarvan ze in een voetnoot aangeeft, dat ze in haar eigen preken constateert dat die crisis al in de jaren-’70 begon).

Als ze de voorbeelden niet uit het recente nieuws haalt, dan haalt ze die voorbeelden wel uit artikelen uit de New York Times of interviews die ze tegenkwam en die ze bewaart in een knipselmap om later bij een preek uit te putten. Of ze heeft een boek gelezen over Abraham Lincoln, over Roméo Dallaire, de Canadese generaal die in Rwanda verbleef ten tijde van de genocide. Geregeld komt een van zijn uitspraken terug in preken: ‘In de tijd van de genocide was de hel leeg, want alle duivels waren actief in Rwanda.’ Het kwaad is overigens niet alleen iets dat in de ander woont, ook christenen hebben volop te maken met het kwaad in zichzelf en de vatbaarheid voor het kwaad.

Apocalyptisch
Rutledge heeft een apocalyptische visie op het Nieuwe Testament. Ze legt dat in haar preken ook uit: je hebt naast God, die de wereld geschapen heeft en de mensen die door God geschapen zijn ook nog een derde macht: de duivel. De duivel is de kwade macht die in de wereld gekomen is en die door Christus’ eerste komst verslagen is en met Zijn tweede komst definitief van deze wereld verdreven zal zijn. We leven, zoals ze vaak de dichter W.H. Auden aanhaalt: ‘in de tussentijd’. Je kunt in haar boeken merken dat ze een leerling is van onder andere J. Louis Martyn en dat ze veel opgestoken heeft van Raymond E. Brown.

Wederkomst
Zelden heb ik trouwens een boek gelezen waarin de verwachting van Christus’ Wederkomst zo’n rol speelt. Rutledge geeft ook aan, dat die verwachting in haar jeugd ook niet zo speelde. Toen ging het er vooral om dat Christus in je hart kwam. Door alle gebeurtenissen in en na de Tweede Wereldoorlog is de theologie het apocalyptische spreken van het Nieuwe Testament serieus gaan nemen en dat is in de preken van Rutledge volop te merken.

Oordeel
Veel preken gaan over apocalyptische teksten of over teksten waarin het oordeel van God wordt aangekondigd (waarbij ze zegt dat het vooral de mensen die zelf het oordeel vrezen vragen om deze thematiek in preken uit de weg te gaan). Of over de strijd tegen het kwaad, de geestelijke wapenrusting en het kwaad in onszelf. Omdat in de Middeleeuwen op de laatste zondag van advent gepreekt werd over de hel is ook een preek van haar over de hel opgenomen, die ze hield op de laatste adventszondag.

Workshop_of_El_Greco_-_Saint_John_the_Baptist_and_Saint_Francis_of_Assisi_-_Google_Art_Project
Johannes de Doper
Een belangrijke persoon die geregeld in de preken naar voren komt is Johannes de Doper. Hij is bij uitstek de persoon van advent. Hij is onderdeel van de oude wereld, de wereld van de belofte en tegelijkertijd hoort hij bij de nieuwe wereld, de wereld van de vervulling. Zijn taak is het om de gemeente klaar te maken om de messias te ontvangen. Hij doet dat door het oordeel aan te kondigen. Rutledge heeft duidelijk een zwak voor deze persoon. Ze zegt in verschillende preken dat ze wel eens een schattige adventskalender zou willen ontwerpen, waarbij je als je een van de deurtjes opendoet een ernstige Johannes de Doper je aankijkt en tegen je zegt: “Gij addergebroed’.


Deze prekenbundel is de moeite waard om meer van advent te weten te komen. Daarnaast is het de moeite waard om te zien hoe Rutledge omgaat met de Bijbellezingen in de preek en hoe ze haar preken in deze tijd plaatst.

N.a.v. Fleming Rutledge, Advent: The Once & Future Coming of Jesus Christ (Michigan, Grand Rapids: Eerdmans, 2018).

Preek nieuwjaarsmorgen 2019

Preek nieuwjaarsmorgen 2019
Hebreeën 12:1-2

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Aan het begin van het nieuwe jaar kijken we vooruit,
benieuwd wat het nieuwe jaar ons brengt.
Misschien wordt dit jaar wel een bijzonder jaar voor je,
omdat je dit jaar verkering krijgt, een vaste baan, gaat trouwen, een kind verwacht.
Dat zijn momenten om naar uit te kijken.
Je kunt ook opzien tegen het nieuwe jaar, gespannen,
omdat je niet goed weet wat het jaar gaat brengen.
En nu je hier in de kerk bent, is er een gebed in je hart:
‘Heere, zegen mij en allen die bij horen.
Geef ons een goed jaar, waarin we het goed hebben met elkaar
een jaar waarin we dicht bij U mogen leven en mogen groeien in geloof.

We beginnen het nieuwe jaar op deze eerste dag met de aansporing uit Hebreeën:
Houd je oog op Christus gericht!
Dat is toch de beste manier om dit nieuwe jaar te beginnen.
Door op te zien naar de hemel, waar Christus is,
onze Heer die op aarde geweest is en nu in de hemel is,
Waar Hij aan Gods rechterhand zit en samen met Zijn Vader regeert
over ons leven en over deze wereld.
Richt je gedachten op onze Heer, die in de hemel is
en stel je hart open voor Hem, zodat Hij in je hart kan wonen!

 

Die aansporing om de aandacht op Jezus in de hemel te houden
klinkt niet zomaar in de Hebreeënbrief.
De aansporing om Jezus in het oog te houden is gericht aan gelovigen
die allerlei zorgen hebben, waardoor ze vergeten aan Jezus te denken.
De gelovige wordt hier voorgesteld als iemand die mee doet aan een hardloopwedstrijd,
waarbij het niet er niet om gaat wie als eerste over de finish komt
Je kunt het meer vergelijken met een sponsorloop,
zoals die over enkele weken in onze gemeente gehouden wordt tbv de winteractie.
Het gaat om het volhouden.
De wedstrijd vraagt om uithoudingsvermogen,
waarbij je, als je voelt dat je moe wordt, niet opgeeft, maar verder gaat.
Het geloof in Christus is niet iets dat je zomaar doet,
het kost inspanning en kracht en vooral: je moet niet zomaar opgeven als het niet lukt,
maar je moet jezelf aansporen en volhouden, verdergaan.

De wedstrijd van het geloof loop je niet in je eentje.
Er zijn mensen gekomen die je willen aanmoedigen.
Het zijn Abel en Noach en Abraham, Sara, Mozes en Rachab
en al die anderen die eerder geleefd hebben.
Op de tribune kunnen ook familieleden van je zitten, een vader of moeder, opa of oma,
een broer of zus, die de wedstrijd ook gelopen hebben en de eindstreep hebben gehaald
en mogen uitrusten van de wedstrijd die ze hebben afgelegd.
Ze kijken in de hemel niet werkloos toe, met hun rug naar de aarde gekeerd.
Nee, ze zitten op de tribune om je aan te moedigen om vol te houden.
Zo zijn we verbonden met degenen die al overleden zijn en ook in Christus hebben geloofd.
Misschien zie je wel allerlei bekenden daar op de tribune zitten.
Als er supporters zijn, dan voel je je tijdens een wedstrijd meer gestimuleerd.
Je ervaart de steun, juist als het geloven niet iets dat je zo maar even fluitend doet,
is er de support van al diegenen die zelf deze wedstrijd ook hebben gelopen.

Als je deze wedstrijd loopt, heb je niets aan allerlei ballast.
Hardlopers nemen geen complete rugzak aan bagage voor onderweg mee,
maar trekken alleen het hoognodige aan kleren aan.
En wielrenners zorgen er dat hun fiets zo licht mogelijk is
om onderweg geen last te hebben van het gewicht
en zwemmers maken hun zwemuitrusting zo,
dat ze zo min mogelijk last hebben van de weerstand van het water.
Zo moeten we als gelovige zo min mogelijk extra bagage meenemen.
Het is niet helemaal duidelijk wat er mee bedoeld wordt.
Je kunt allerlei zorgen met je meedragen, die als een zware rugzak op je rug hangt
en je weet: ik moet die zorgen eigenlijk in Gods handen leggen
en ook aan het begin van het nieuwe jaar moet ik erop vertrouwen
dat het beter is om ze in Gods handen te leggen dan er zelf mee te zeulen,
maar je geeft ze niet zo makkelijk af
en als je ze afgeeft, dan blijven ze rondspoken in je hoofd en in je hart.
Doe dat niet en geef aan het begin van het nieuwe jaar je zorgen uit handen
in handen waar ze horen: Gods handen en richt je aandacht op Christus!

Bij een wedstrijd heb je ook tegenstanders, die je zoveel mogelijk uit je ritme houden,
om te voorkomen dat je de eindstreep haalt,
die je onderweg willen laten struikelen, die willen zorgen dat je uit de bocht vliegt,
zodat je moet stoppen en niet aankomt bij de finish.
Hier wordt gesproken over zonde, waardoor je als gelovige onderweg struikelt,
die je belemmeren om voluit te rennen in de kracht van Christus.
Het is altijd goed om tegen de zonde te strijden,
maar hier wordt een extra reden gegeven:
het zijn obstakels, waardoor je niet vrijuit kunt gaan.
Het wordt hier niet concreet uit de doeken gedaan om welke zonden het zou kunnen gaan.
Ik denk dat iedereen voor zichzelf wel weet, welke zonde voor jou een belemmering is,
die jou wil doen laten struikelen.
Voor de één is dat je graag roddelt.
Voor een ander dat je allereerst aan jezelf denkt en je niet met anderen bezig houdt.
Of je bent gevoelig voor luxe en ga je grenzen over om die luxe te bereiken.
Het kunnen seksuele verleidingen zijn.
De aandacht richten op Jezus is bedoeld, dat je daarmee niet gericht bent op de zonde
die probeert om je hart een plek te veroveren om daar voor altijd te zijn.
Kijken naar Jezus is bedoeld als een manier om sterk te staan in de strijd tegen je zwakten.

Hoe kun je Jezus dan zien?
In de preek van Tweede Kerstdag heb ik aangegeven
dat het voor de gelovigen van die tijd niet zo eenvoudig was om Jezus voor zich te zien.
Hoe kunnen ze dan naar Jezus kijken?
Ook dat past in het beeld van de wedstrijd, die we als gelovigen lopen.
Bij een wedstrijd kon er een eregast zijn,
die was uitgenodigd om de wedstrijd meer gewicht te geven.
Die eregast reikte dan ook de prijs uit, waardoor je als winnaar nog meer eer ontving.
Hier is Christus de eregast.
Dat betekent in ieder geval, dat Hij ook aanwezig is tijdens de wedstrijd van het geloof.
De hindernissen en hobbels die je als gelovige kunt hebben,
kunnen je soms het idee geven dat je maar in je eentje loopt,
zonder dat iemand weet heeft van de strubbelingen die je doormaakt.
Maar met het beeld van Christus als eregast wordt juist aangegeven dat Hij er bij is,
dat Hij niet afzijdig staat, maar je ziet en aanmoedigt
en aan de finish wacht om je de prijs te overhandigen, die Hij je alleen kan geven.
Je aandacht richten op Jezus is dus mogelijk, omdat Hij erbij is,
je ziet en je aanmoedigt.
Als je je aandacht richt op Jezus, dan ontvang je de kracht die Hij je wil geven,
om vol te houden, om verder te gaan.

Het is Jezus, die aangekomen is in de hemelse heerlijkheid
en zijn werk op aarde heeft verricht en is aangekomen bij Zijn Vader.
Dat Hij in de hemel is, betekent niet dat Hij ons heeft achtergelaten.
Vanuit de hemel moedigt Hij ons aan en stimuleert ons: Hou vol, ga in Mijn kracht!
Je aandacht richten op Jezus die in de hemel is, dat is net als bij het avondmaal:
Je gaat in gedachten, je gaat in je hart in de hemel en je komt bij Christus.
Maar je mag daarbij ook denken aan de weg die Jezus zelf heeft afgelegd.
Hij kwam naar de aarde en legde de hemelse heerlijkheid af,
Hij werd mens, net als wij.

Er is een reden waarom we het steeds over Jezus hebben
en waarom we onze aandacht op Hem moeten richten.
Jezus is namelijk degene die vooropgaat, de aanvoerder.
Jezus wordt hier vergeleken met een veldheer,
die op een paard zit en boven iedereen uitsteekt en bovendien als eerste de strijd aangaat.
Zijn moed, zijn kracht om te strijden geeft ons weer moet we gaan achter Hem aan.
Zoals een vermoeide soldaat zijn aanvoerder zit en zich weer krachtig voelt,
omdat zijn heer voorop gaat in de strijd en daardoor zich bij elkaar raapt en gaat.
Een aanvoerder is iemand die in onrustige tijden
als niemand weet wat er gedaan moet worden
het voortouw neemt en duidelijk de koers uitzet
en iedereen mee weet te krijgen de nieuw tijd in.
Een aanvoerder is iemand, die als eerste durft, die als eerste de strijd waagt.
Zo kijken we aan het begin van het nieuwe jaar naar Jezus,
Die vooropgaat, waardoor we kunnen volgen, die ons kracht en moed geeft.
Op Hem is ons geloof gebaseerd.
Hij is het fundament waarop ons levenshuis gebaseerd is.
Wat er ook aan mooi weer, of wat er ook aan stormen komt in het komende jaar,
als ons huis op dit fundament is gebouwd, staat het stevig.

Over Jezus wordt meer gezegd dan dat Hij voorop gaat.
Hij is ook degene die ons geloof voltooit, af maakt, wat onvolmaakt is, volmaakt maakt.
En dat is maar goed ook, want als geloof betekent dat er veel van ons gevraagd wordt,
Dat we ons volledig moeten inzetten, kunnen er momenten zijn,
Waarop het niet lukt, waarop we stagneren of zelfs struikelen of uit de bocht vliegen.
Er kunnen momenten zijn, waarop je denkt: mijn geloof valt helemaal in stukken
en ik ben niet meer in staat om het te maken.
Dat zal je in het komende jaar ook kunnen overkomen.
Ook daarom moeten we naar Jezus kijken: die heel kan maken,
die kan voltooien wat wij niet kunnen voltooien.

Als je je aandacht op Christus richt, kun je ook terugdenken
aan de weg die Hij heeft afgelegd, een bijzondere weg.
Hij kwam uit de hemel en daalde op aarde neer, zonder de hemelse heerlijkheid.
Het was geen makkelijke weg, die Hij hier op aarde had.
In een van de formulieren die we lezen, staat dat Hij vanaf het begin van Zijn menswording
de straf van God voor ons heeft gedragen.
Vanaf het begin dat Hij mens werd, toen Hij in de kribbe lag en de herders kwamen
en de wijzen uit het oosten kwamen omdat ze geroepen werden door een ster.
Alle fouten die wij dit komende jaar zullen maken,
heel het oordeel van God dat over 2019 zal liggen, heeft Hij toen al gedragen.
En dat heeft Hem heel veel gekost: het was een weg van spot, van schande,
waarin Hij zichzelf vernederde.
Dat mag ons troost en houvast geven aan het begin van het nieuwe jaar:
dat de misstappen die we maken, de zonden die we begaan,
al weggedragen zijn, omdat Jezus ze meegenomen heeft aan het kruis.
Dat is niet om ons gemakzuchtig te maken.
Integendeel, als je kijkt naar Jezus aan het kruis,
dan kun je daar toch niet gemakkelijk over denken,
dan kun je toch niet verder gaan met achteloos leven, met God negeren,
met je volop aan de zonde overgeven als je weet, dat dat toen allemaal gedragen is.
Christus had dat voor ons over,
want Hij keek vanaf het kruis naar de hemel, niet voor zichzelf alleen,
maar ook voor ons.
Want Hij wist, toen die weg ging, zal er later voor u, voor jou een plek in de hemel zijn,
gereinigd door Zijn bloed. Daardoor hield Hij stand.
Zoals Hij naar ons keek en voor ons ging,
zo kijken wij aan het begin van het nieuwe jaar naar Christus,
naar hoe Hij aan het kruis ging en volhield en niet opgaf, omdat Hij dacht aan ons.
Zo kijken we naar Hem, die nu al in de hemel is, om plaats te bereiden.
We weten niet wanneer we daar zullen aankomen,
of wanneer Hij terugkomt om ons te halen.
We weten niet of dat in het komende jaar al gebeurt, of dat er nog jaren zullen volgen.
Bij alles wat ons bezig houdt, weten we dat we gesterkt worden,
omdat er Iemand is die we in het oog kunnen houden: Jezus Christus, onze Heer.
Toen aan het kruis en nu in de hemel.

Laten wij met volharding  e wedloop lopen die voor ons ligt,
terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.
Amen