Waarom Evangelicals in de VS Trump massaal steunen

Waarom Evangelicals in de VS Trump massaal steunen

Dat Trump verkozen werd als president kwam al als een grote schok, maar dat een groot deel van de evangelicale christenen hem aan de macht hadden geholpen, verbijsterde menigeen. Hoe kan dat nou, een gemeenschap met zulke hoogstaande ethische principes die een overspelige en vuilbekkende man aan de macht helpt? John Fea (@johnfea1), zelf evangelicaal, ging het uitzoeken.

(Geschreven op verzoek van Christelijk Weekblad. Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 27 juli 2018)

160203_trump

Toen Trump op 8 november 2016 werd verkozen tot 45e president van de Verenigde Staten, had hij die winst mede te danken aan de grote steun onder evangelicale christenen. 81 % van hen kozen voor Trump, een veel groter percentage dan bij eerdere kandidaten voor de Republikeinse partij.

Fea_speaking
John Fea

Verbijsterd
John Fea, hoogleraar Amerikaanse Geschiedenis aan Messiah College (Grantham, Pennsylvania) en zelf evangelicaal christen, was verbijsterd over de winst van Trump en nog meer over de enorme steun door evangelicale christenen. In zijn boek Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump (website) gaat hij op zoek naar de redenen voor deze steun. Zijn boek draagt hij op ‘aan de 19%’, de evangelicale christenen die Trump niet steunen.

De ene evangelical is de andere niet. Evangelicals hebben gemeenschappelijk dat ze de Bijbel van kaft tot kaft serieus willen nemen en hebben conservatieve ideeën over abortus en het gezin. Ze geloven ook vaak dat de VS een speciale taak heeft in het heilsplan van God in deze wereld.

Soorten evangelicals die Trump steunen
Er zijn drie soorten evangelicals die Trump steunen. Allereerst de evangelicals van de Moral Majority en de Christian Right, de beweging die strijd tegen abortus en voor het traditionele huwelijk, met voorgangers als Robert Jeffress, Jerry Falwell jr, James Dobson.

trumpprayer

Ook heeft Trump de steun van charismatische pinkstervoorgangers. Zij claimen allerlei profetieën over Trump te hebben ontvangen, bijvoorbeeld dat hij een nieuwe Kores zal zijn, de oudtestamentische Perzische koning die het volk Israel liet terugkeren uit de ballingschap. Dat was een profetie die in hun ogen waar werd toen Trump voorstelde de ambassade in Israël naar Jeruzalem te verplaatsen.

Deze charismatische voorgangers geloven dat als alle belangrijke posten in de VS in handen van de christenen zijn gekomen, Christus zal terug komen naar de aarde. De charismatische pinkstergelovigen steunden eerst Ted Cruz, maar stapten later over op Trump.

donald-trump-and-pastor-paula-white
Trump met Paula White

Court Evangelicals
Daarnaast wordt Trump gesteund door propageerders van het welvaartsevangelie, als Paula White. Met een aantal voorgangers heeft Trump al contact voor hij zich kandidaat stelde als president. Zij kregen in ruil voor hun steun een rol bij zijn inauguratie als president. Omdat ze geregeld in het Witte Huis mogen komen, worden ze ook wel
hofevangelicals (Court Evangelicals) genoemd. De grote vraag is echter of deze hofevangelicals wel invloed hebben op het beleid van Trump of dat zij door hem voor zijn karretje gespannen worden.
34383318445_2f7239650c_oDe laatste decennia is de invloed van charismatische pinkstergelovigen en aanhangers van het welvaartsevangelie invloedrijker geworden binnen deze groep.

Fatale mix
In de ogen van Fea ligt aan de evangelicale steun voor Trump een fatale mix van angst, nostalgie en verlangen naar macht ten grondslag. Om bij die angst te beginnen: er leeft een diepe angst dat de morele bakens in het land nog meer worden verzet dan onder Obama al is gebeurd.

Normen en waarden
Tijdens het presidentschap van Obama is niet alleen het homohuwelijk mogelijk gemaakt, maar zagen evangelicals ook dat er voor hen geen ruimte meer was om hun eigen opvattingen over homoseksualiteit te uiten. Een bakker die geen taart wilde bakken voor een homostel dat ging trouwen werd veroordeeld. Christelijke scholen en universiteiten die in beleid tegen homoseksualiteit zijn, zien zich in hun bestaan bedreigd, omdat hun bestaansrecht ter discussie werd gesteld.

Christelijke scholen
Vooral de dreiging dat christelijke scholen niet meer kunnen of mogen bestaan, leeft diep, want op deze scholen worden christelijke studenten opgeleid in een christelijke wereldbeschouwing. Ook zijn de evangelicals bang dat zij niet meer hun eigen normen en waarden mogen hebben over thema’s als huwelijk en abortus.

trump-rally-1400x788

Sterke man
Evangelicals zien in Trump een sterke man, die hen in staat stelt om in de VS hun geloof vorm te geven zoals zij dat zelf graag willen doen. De verkiezing van Trump is zeker voor de evangelicals een afrekening met het moreel-ethische beleid van Obama.

Benoeming opperrechters
Een belangrijke factor in de verkiezingscampagne was dat de verkozen president nieuwe rechters voor het hooggerechtshof zou mogen benoemen. In de laatste decennia zagen evangelicale christenen dat de opperrechters zich steeds uitspraken tegen thema’s die voor hen van grote betekenis waren: bijbelstudies en gebed op openbare scholen werden verboden, ruimte om tegen homoseksualiteit en abortus te zijn werd ingeperkt. Met een nieuwe president was het mogelijk om het hooggerechtshof een conservatievere richting in te sturen.

Steun nodig
Trump besefte heel goed dat hij de evangelicale steun nodig had om de nominatie voor de Republikeinse partij te winnen. Daarom publiceerde hij tijdens de strijd om de kandidatuur een lijst met namen die hij als hij president was zou benoemen tot opperrechter. Vanaf het moment dat deze lijst openbaar was, won hij de strijd binnen de Republikeinse partij en kreeg hij ook de evangelicals achter zich.

Dat lag in eerste instantie nog niet voor de hand. Er waren andere kandidaten die meer door de evangelicals gedragen werden. Bovendien lag het niet voor de hand dat de kritische evangelicals Trump zouden steunen, omdat zijn levensstijl en zijn opvattingen niet bij hun idealen pasten. De reden was waarom Trump wel de steun won, was dat zij in Trump de enige sterke man zagen die in staat zou zijn de koers van de VS te veranderen.

Levensstijl
De evangelicals hebben met Trump wel een probleem: zijn karakter, zijn levensstijl en zijn opvattingen passen niet bij waar de evangelicals voor staan. Dat wringt des te meer, omdat de toonaangevende evangelicals die nu Trump steunen, president Bill Clinton hard aanvielen op zijn affaire met Monica Lewinsky. Zijn gedrag en levensstijl waren niet passend bij het voorbeeld dat een president hoort te geven.

Nu vergoelijken ze Trump: Hij is nog maar net christen. Bij deze president gaat het niet om zijn levensstijl maar om de daadkracht die hij toont. Paula White, voorganger van een megakerk met wie Trump al sinds 2002 contact heeft, claimt hem tot Jezus te hebben geleid. Voor deze evangelicals is de kloof met Obama en Hillary Clinton, die ook christen zijn, voor hun gevoel nog groter dan met Trump.

Afkeer van Obama en Clinton
Van Obama wordt betwijfeld of hij wel echt christen is, omdat hij tot een meer liberale kerk behoort. Tussen Clinton en de evangelicals bestaat wederzijds afkeer. Een van de redenen waarom Clinton verloor en Trump zo massaal gesteund werd door evangelicals was dat men van Clinton een beleid verwachtte waarin nog minder ruimte zou zijn voor hun normen en waarden dan onder Obama.

anti-obama-armed-protest

Volgens Fea had Hillary Clinton bij geen enkele andere tegenkandidaat de stem van de evangelicals gehad, maar juist bij Trump had ze kans een deel van hen voor zich te winnen. Dat had gekund als ze had aangegeven de zorgen van de evangelicals te begrijpen op de voor hen belangrijke thema’s als abortus en, het traditionele huwelijk en wat voor hen op het spel staat met betrekking tot de godsdienstvrijheid.

161215_POL_Hillary-Evangelicals.jpg.CROP.promo-xlarge2

Clinton deed echter geen enkele moeite om toenadering te zoeken tot de evangelicals. Ze had geen enkel begrip voor de worstelingen van de evangelicals en vervreemde zich nog meer van hen door over de aanhangers van Trump te spreken als een ‘basket of deplorables’. Ook de rooms-katholieken joeg ze tegen zich in het harnas. Fea had verwacht dat Clinton desondanks zou winnen.

VS als christelijk land
Een dieper liggend probleem is dat evangelicals de VS als een christelijk land zien en dat ze vanaf de Tweede Wereldoorlog de politiek zien als een manier om het christelijke karakter van het land te behouden of te herstellen. In de leus Make America Great Again zien ze de mogelijkheid om het christelijke karakter van de VS te herstellen.

Speciale rol in Gods heilsplan
Voor evangelicals heeft de VS een speciale rol in het heilsplan van God. Daardoor is er een mix ontstaan van christelijk geloof en patriottisme, die zelfs tot in de kerkdiensten doorwerkt. Het christelijke verleden van de VS wordt geromantiseerd. De oprichters waren immers protestanten met verlichte ideeën waar evangelicals van zouden gruwen.

Eeuwenlang was er een wantrouwen ten opzichte van katholieken, en ook de omgang met de Afro-Amerikaanse gemeenschap is niet voorbeeldig geweest. De suggestie dat de VS een christelijk land is negeert de niet-christelijke minderheden en is bovendien pijnlijk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

De Afro-Amerikaanse gemeenschap heeft altijd te maken met ook het racisme van de evangelicale gemeenschap: nadat de openbare scholen opengesteld werden voor leerlingen uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap, richtte men eigen private scholen op om te kunnen segregeren. Deze scholen ziet men bedreigd door het beleid van Obama en Clinton. De grootste universiteit, de Liberty University, is opgericht door Jerry Falwell. Zijn zoon Jerry Falwell jr, die nu deze universiteit leidt, is een trouw supporter van Trump.

1200px-Liberty_University_seal.svg

Geloofwaardige presentie
Fea is verbijsterd over de steun van zijn medegelovigen voor Trump. Hij vreest dat door de keuze om via de politiek het christelijk karakter van de VS terug te krijgen op termijn de schade voor de verkondiging van het evangelie groot zal zijn. In zijn ogen doen zijn broeders en zusters er beter aan om lokaal geloofwaardige gemeenschappen te stichten, die met woord en daad het evangelie uitdragen.

Hoop
De nostalgie naar wat een veel ambivalenter verleden is dan evangelicals waar willen hebben – en met duidelijk racistische trekken – kan beter ingeruild worden door de door het christelijk geloof gevoede hoop op een betere samenleving. Die is te vinden is bij de Burgerrechtenbeweging van Martin Luther King en de zijnen.

Dat is een hoop die niet via de politiek bereikt hoeft te worden. Na de winst van Trump gaat Fea de plaatsen na die voor deze beweging belangrijk waren. bij hen doet hij inspiratie.

Kerk in de marge
Fea ziet ook een ontwikkeling bij zijn studenten, en dat is eenzelfde ontwikkeling als bij hemzelf: een keuze om niet de tradionele culture war te strijden, maar na te denken over de kerk in de marge. Die plaats is voor de kerk geloofwaardiger dan een voet in het Witte Huis.

5101e574-4c2f-4e5a-8b90-5366b66f02f1._CR63,0,375,500_PT0_SX300__

N.a.v. John Fea, Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump (Grand Rapids, Michigan: William B. Eerdmans Publishing Company)

Advertenties

Zangdienst 15 juli 2018  – Zo ik niet had geloofd

Voor degenen die een zangdienst hebben te leiden (bijvoorbeeld op een camping , evt in het buitenland) hierbij de teksten die ik uitsprak tijdens de zangdienst van zondag 15 juli 2018. Thema: Zo ik niet had geloofd. (Meditatie komt in een apart blog)

Zangdienst 15 juli 2018  – Zo ik niet had geloofd

Zingen: Op Toonhoogte (versie 2005) nr 301 Samen in de naam van Jezus

Stil gebed. Votum en groet

Als ik het geloof niet had, zegt iemand tijdens een gesprek,
dan zou ik niet weten hoe ik het zou moeten volhouden.
Ik hoor dat vaker zeggen, als ik met iemand spreek die te maken heeft met tegenslag,
als iemand bijvoorbeeld te maken heeft met een sterven van iemand die heel dierbaar is.
Het leven is ingrijpend veranderd; niets is meer hetzelfde.
Wel dezelfde God, Die juist dan er is.
Wat dit leven ook brengt: vreugde of droefheid – Hij is nabij.
Als Hij erbij is, dan kunnen we gaan, kunnen we verder.
Leer mij die weg te gaan, samen met U: draag mij, leid mij, houd mij in evenwicht
dat ik voor Uw aangezicht, wandel in het volle licht,
ook als er tegenslag komt, als ik vrees voor wat er komen gaat: leer mij Uw weg.

Zingen: Op Toonhoogte 202 Leer mij Uw weg, o Heer

Zo ik niet had geloofd.
Zouden we ooit zonder geloof kunnen?
Zou er ooit een moment kunnen zijn, dat we het zonder de Heere zouden redden?
We hebben Hem elke dag nodig, elk moment van ons leven, elk uur, elk ogenblik.
We hebben Hem nodig als we het goed hebben en ons gezegend weten.
Als er tegenslag is en het leven anders gaat, ook dan kunnen we niet zonder Hem.
Dan geeft Hij ons kracht, dan draagt Hij ons, wil Hij ons op Zijn weg verder leiden.
Ik heb U steeds nodig, elk uur, elk ogenblik.
Daarom komen we bij U en vragen wij, bidden wij om Uw zegen:
O zegen mij, mijn Heiland, ik kom tot U.

Zingen: Johannes de Heer 80 Elk uur, elk ogenblik

Zo ik niet had geloofd – als ik niet steeds gemerkt had dat de Heere er was,
dat Hij kracht van boven geeft.
hoe de Heere mijn leven leidt, hoe Hij mij kracht geeft steeds weer opnieuw.
Ik wil Hem belijden en vertellen over al het bijzondere dat Hij heeft gedaan:
hoe God die deze wereld schiep ook mijn God wil zijn en mij draagt dag aan dag,
hoe Zijn Zoon voor mij naar de aarde kwam en voor mij naar het kruis ging
om mijn schuld en zonde te dragen, zodat er voor mij vergeving is,
hoe Zijn Geest woont in mijn hart.
Zelfs als de storm opsteekt en om mij heen raast,
dan zal deze God mij behoeden. Hij houdt voor mijn heil de wacht.
Na de belijdenis zingen we: Gezang 178:7 Ruwe stormen mogen woeden.

Geloofsbelijdenis – daarna: zingen: Gezang 178:7 (NH Bundel 1938)

Als er een storm over je leven raast, kan dat het gevoel geven dat je er alleen voor staat,
dat er niemand is die je hebt: geen mens die je helpt en God die er niet is.

Maar als ik het spoor goed bekeek, zag ik langs heel de baan,
daar waar het juist het moeilijkst was, maar één paar stappen staan.
Ik zei toen “Heer waarom dan toch? Juist toen ik U nodig had,
juist toen ik zelf geen uitkomst zag, op het zwaarste deel van mijn pad…”

Dan is de verleiding groot om alleen verder te gaan. Als God er dan toch niet is.
Doe dat niet, want die weg is te zwaar
en te zwaar om te dragen is de eenzaamheid en het verdriet.
Laat Eén uw Helper wezen.
Er is een God, een God die hoort.
Heel wat heeft Hij al aangehoord. Er is al heel wat bij Hem geklaagd,
heel wat tranen die vloeiden in het gebed,
vaak zelfs waren er geen tranen meer, omdat het verdriet te groot was.
Hij heeft al zovelen gedragen en bijgestaan. Daar kan u, kan jij ook nog wel bij.
Ga niet alleen, ga tot uw Middelaar.

Zingen: Johannes de Heer 53: 1, 2, 5

Wie steunt op Zijn ontfermen is nooit alleen.
Dat moeten we vaak leren: steunen op Zijn vertrouwen
En geloven dat als we Zijn weg gaan, Hij mee gaat,
dat als er tegenslag is, waaraan ik niet kan ontkomen, de Heere mij omringt,
dat als ik er aan onderdoor gaat, Hij mij redding geeft en leven schenkt.
Als ik niet had geloofd.
Maar dat geloof is niet altijd even sterk, gaat vaak onderuit
en we durven het niet aan, omdat we dat vertrouwen missen dat Hij zal meegaan,
de twijfel die in ons boven komt en ons aanvliegt.
Als we dat geloof hebben, kunnen we zingen – met heel ons hart Zijn eer vermelden,
Maar midden in de storm, als we Hem niet kunnen vinden, is het een gebed,
meer zelfs nog: een roep naar omhoog, vanuit ons hart naar de hemel
Verlaat niet wat Uw hand begon, o levensbron, wil bijstand zenden.

Zingen: Psalm 138: 1, 4 Oude Berijming (en daarna gebed)

Als ik het geloof niet had.
In de Heidelberger Catechismus is geloven een weten wat er in de Bijbel staat over God,
maar evengoed ook een vast en zeker vertrouwen,
een vertrouwen dat de Heilige Geest in mijn, uw, jouw hart werkt.
Zo ik niet had geloofd, als ik niet over God wist wat er in de Bijbel staat
en als ik niet dat vertrouwen had in God, waar was ik dan?
Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven?
Ik stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God, want in Zijn land ligt heel mijn levenslot.

Zingen: Op Toonhoogte 444 ‘k Stel mijn vertrouwen
(Daarna Schriftlezing: Psalm 27 – collecte – Psalm 42: 3, 5 – overdenking – Psalm 27: 1, 7)

Mijn licht, mijn heil is God – dat spreekt van een intieme relatie,
een Heiland die mij dierbaar is, omdat Hij mijn Verlosser is en ik van Hem mag zijn,
schoongewassen, gereinigd in Zijn bloed
Dat geeft mij pas rust, een vrede.
Wanneer ik niet zou geloven, zou ik deze vrede, deze rust niet kennen.
Dan zou ik er naar moeten zoeken, zonder het te vinden.
Nu heb ik het gevonden – in Hem, mijn dierbare Heiland, mijn Verlosser.
Nu heb ik Hem gevonden en ik wel Hem daarvoor eren: Lof en ere zij het Lam.

Zingen: Johannes de Heer 43 Dierb’re Heiland, mijn Verlosser.

Leven en sterven aan zijn zijde – dat is niet teveel gezegd.
In dat vertrouwen, dat ik van Hem ben, gekocht, betaald met Zijn bloed en gereinigd,
In dat vertrouwen kan ik door het leven gaan, zolang ik hier op aarde ben.
Ik kan mij in Zijn handen overgeven, van Hem die heel het heelal regeert.
Die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden,
waarlangs uw voet kan gaan.

Zingen: Gezang 180:1 Beveel gerust uw wegen

Gebed

Zingen: Gezang 300A:1, 2, 4

Zegen



Preek zondag 8 juli 2018

Preek zondag 8 juli 2018
Spreuken 3:3

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de afgelopen weken heb ik verschillende trouwdiensten gehad
en stellen langs gehad die in de komende tijd willen gaan trouwen.
Als ik dan hun dienst leid of hen op gesprek heb, vraag ik me wel eens af:
Zijn ze voorbereid op het leven als getrouwd stel, als man en vrouw?
Hebben hun ouders er met hen over gesproken en hen uitgelegd
Wat het betekent om getrouwd te zijn,
om van een ander te zijn, bij iemand anders te horen, iemand te dienen en lief te hebben,
om zelf de verantwoordelijkheid van een gezin te hebben?
Als u kinderen hebt, hebt u het er wel eens over met uw kinderen?
Ooit hoorde ik het verhaal van iemand die toen hij verkering kreeg
van zijn moeder een boekje kreeg over seksuele voorlichting.
Dat werd op zijn nachtkastje gelegd, met als stille hint dat hij dat boek moest lezen.
Erover gesproken werd er niet.
Geldt dat niet voor heel veel belangrijke zaken, dat die niet aangeleerd zijn?
Bijvoorbeeld hoe je een vriendschap sluit en vriendschap onderhoudt?
Tijdens de middelbare school was ik daar al niet goed in
en nadat ik van school ging om te studeren, heb ik vriendschappen verwaarloosd,
Waardoor ik vrienden uit het oog verloor,
omdat er niemand was die mij uitlegde hoe vriendschap werkt.

In Spreuken 3 lezen we over een vader, of over een leraar
die zijn kind of zijn leerling kennis bijbrengt.
Dat is niet alleen maar kennis over hoe je moet schrijven of rekenen, over spelling,
maar het is ook kennis over hoe je met elkaar omgaat,
wat er nodig is om relaties aan te gaan, om een vriend te zijn,
betrouwbaar en oprecht, betrokken en geïnteresseerd.
En dan ook wat je geloof, je band met Christus daarin betekent.
Want geloven is niet alleen iets van je verstand, niet alleen iets van weten,
ook niet alleen iets van voelen, van je hart,
maar geloven heeft ook met je karakter te maken.
Je band met Christus vormt je karakter: maakt je betrouwbaar, integer,
bereid om jezelf niet op de eerste plaats te stellen, maar de ander, de ander dienen.
Bereid om naar het verhaal van de ander te luisteren en uit te laten praten,
en dan niet gelijk met een mening komen of een oordeel.
Als ik Spreuken lees, is het ook belangrijk met wie je omgaat.
Er zijn mensen die je op de verkeerde weg kunnen brengen,
kunnen verleiden om je karakter op het spel te zetten, het werken daaraan te verwaarlozen.
Hebt u uw kinderen geleerd, hoe ze kunnen bepalen wie er betrouwbaar zijn?
Het onderwijs van deze vader (of deze leraar) gaat over de richtlijnen van de Heere,
maar dan niet over regeltjes en over beperkingen,
maar hoe de richtlijnen van de Heere je helpen om echt te leven, om gelukkig te worden,
om iemand te worden op wie je aan kan, met wie je wilt samenwerken en samenleven,
hoe je trouw blijft in je huwelijk, hoe je trouw blijft aan je vrienden,
betrouwbaar voor collega’s en zakenpartners.
Dat is een belangrijke les om te onthouden en in praktijk te brengen.
Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet.
Jongen, vergeet niet wat ik je verteld heb.
Mijn indruk is dat hier iemand aan het woord is, die vanuit eigen ervaring vertelt,
die zelf weer van zijn vader bepaalde lessen geleerd heeft, maar ze vergeten is
en daardoor allerlei fouten maakte, mensen van zich vervreemdde, hen beschadigde,
die thuis te weinig tijd aan zijn eigen vrouw besteedde, te weinig tijd nam voor zijn kinderen.

Mijn jongen, zelf had ik die aanwijzingen in de wind geslagen.
Ik dacht ze niet nodig te hebben, zonder te kunnen. Maak mijn fout nou niet.
Zorg dat je ze in je hart hebt,
want het zijn niet zomaar richtlijnen, maar richtlijnen die met God te maken hebben,
die je helpen om God in je leven te hebben,
ik heb ze geleerd doordat ik vertrouwd raakte met de Bijbel, met Gods Woord.
Als je iets niet mag vergeten, is er maar één plaats voor.
Niet je verstand, niet je hoofd, maar je hart.
Je hart: dat is de plaats van je karakter, wie je bent, de plaats waar Christus woont.
je neemt beslissingen niet met je hoofd maar met je hart,  
volhouden en doorzetten, niet opgeven hebben met je hart te maken.
Zorg dat je daar mijn richtlijnen hebt, wat ik je geleerd heb over Gods regels.
Koester ze als een kostbaar bezit, want je hebt er echt wat aan:
Ze vermeerderen de dagen van je leven.
Kun je dat wel zeggen, dat je invloed hebt op je leven, op hoe lang je leeft?
Want alleen God kan ervoor zorgen dat je langer leeft.
Als je met God leeft, als je je laat leiden door Zijn richtlijnen,
als je je leven en je karakter door Hem laat vormen, daar wordt je leven rijker van.
Dan verdiept je leven zich en zegent God je.
Dat kan inderdaad met een langer leven,
maar dat kan ook met een verdieping: meer oog voor je vrouw en je kinderen,
voor de mensen om je heen,
van de contacten en de relaties met hen genieten, omdat ze door God gegeven zijn.
Om dat te leren, om dat in praktijk te brengen,
is het nodig dat er over verteld wordt, dat het voorgeleefd wordt.
Hebt u dat gedaan? Doet u dat? Vertellen en voorleven?
Alleen als uw kinderen er over horen en het zien, kan het in hun hart komen,
want als ze het horen, hoe komen ze het dan te weten en hoe komt het dan in hun hart?

Misschien zit je hier in de kerk en heb je geen gezin, of bent u wel getrouwd
maar heeft de Heere u geen kinderen gegeven
en je zit hier in een kinderdienst, het kostte al wat moeite om te komen
en dan gaat het ook nog eens over opvoeden van kinderen.
Binnen de christelijke gemeente zijn de kinderen niet alleen van de ouders,
maar van de gehele gemeente.
Als je zelf geen kinderen hebt, dan ben je een voorbeeld voor de kinderen in de gemeente,
want wie zegt dat alle kinderen later een gezin zullen hebben
en dan hebben ze hopelijk aan jou een voorbeeld hoe je als single
een plek hebt in de gemeente en tot zegen van velen kunt zijn.
Vergeet mijn lessen niet. Geef ze een plek in je hart. Ze gelden voor iedereen.
Als je 9 bent zijn, zijn ze misschien anders dan wanneer je 19 bent of 29 bent.
Wat heb je nodig als je 8 bent?
Verschillende van mijn kinderen krijgen extra ondersteuning bij Intraverte
of ondersteuning in sociale vaardigheden:
– hoe maak je contact, hoe groet je iemand, hoe maak je vrienden, wat doe je in een groep,
hoe ga je om met leerlingen uit je klas of je team met wie je niet zo goed overweg kunt
hoe doe je iets wat je niet goed kunt en maar wilt uitstellen of waar je tegen op ziet?
Ik heb dat zelf lang niet altijd meegekregen. Soms zelf moeten uitzoeken.
Sinds zij met die trainingen bezig zijn, ben ik me van bewust
Dat ik als vader mijn kinderen van alles moet bijbrengen en vertellen,
Vertellen hoe ik als kind was.
Afgelopen week kreeg een van onze kinderen een voorlopig advies voor vo
en dat advies was lager dan wijzelf als ouders hadden verwacht.
Dat had er onder andere mee te maken dat hij in bepaalde dingen te snel was
En toen vertelde ik hem dat ik zelf in groep 6 niet meer als eerste klaar mocht zijn.
Mijn vader en moeder moesten zelfs op school komen,
omdat ik met rekenen veel te snel klaar was, ik wilde de eerste zijn
en ik werd daardoor erg slordig en raffelde alles af.
Dat deed ik met veel dingen.
Dat ontdekte ik toen ik een andere orgelleraar kreeg.
Mijn eerste orgelleraar, die ik al heel lang had, was heel makkelijk
te makkelijk voor mij en liet mij niets overspelen.
Dat was weer omdat hijzelf een heel strenge leraar had en zo wilde hij niet zijn.
Het gevolg was dat ik bij heel veel orgelstukken dacht: dat kan ik wel.
Bij de nieuwe leraar ontdekte ik dat ik moest studeren
en ik merkte dat ik daar aardigheid in kreeg in het studeren: noot voor noot.
Ik kreeg ook van een docent van de opleiding de tip om eens te ‘verwijlen’.
De tijd te nemen, over dingen na te denken,
gewoon ergens bij stil staan en dat op je laten inwerken.
Om niet te snel te gaan.
Ik leerde dat ook van mijn schoonmoeder, die ik maar 2 jaar kende
en hoe ziek ze ook was, genoot, zover ze kon van elke dag,
omdat die dag van haar Heere kwam en ze wist dat Hij haar die dag zou dragen.
Ze geven je vele jaren van geluk – maar je moet dat wel willen zien, ervoor open staan!
Er de tijd voor nemen.
zorg dat ze zichtbaar zijn en altijd bij je.
Als ik mijn telefoon aandoe, dan heb ik een foto van mijn gezin op het vergrendelingsscherm
en een foto van mijn vrouw op het startscherm.
Zo draag ik ze bij me, ook al denk ik ook wel zonder die foto aan hen.
Maar het geeft plezier om als ik mijn telefoon pak hen te zien.
Zo moet het ook met de regels van de Heere zijn, die deze vader geeft.
Je draagt ze bij je. Zichtbaar en in je hart.
Schrijf ze erin. Schrijven kost moeite.
Dat heb je geleerd in groep 3: schrijfletters met mooie lussen.
Steeds weer die letters. Ik was er nooit zo goed in
en soms kan ik in mijn haast nu veel te snel schrijven, zodat ik letters oversla.
Nee, neem de tijd voor Gods geboden, draag en koester het onderwijs dat je gegeven wordt
bij je, zodat je het nooit vergeet, schrijf ze in je hart, dat is: in je gedachten, in je karakter,
schrijf ze door je liefde heen, in je band met God.

Ik begon met een trouwdienst of met stellen die willen trouwen.
Tijdens een trouwdienst maak je ook veel van de ouders mee van bruid en bruidegom.
Ze zitten naast hun kind en hun kind maakt een belangrijke stap.
Zal het goed gaan? Ze zou ze wel willen helpen, maar ze moeten het ook zelf doen.
Je wilt ze bewaren voor fouten, maar zelf heb je ook zo van die fouten geleerd.
Gelukkig dat er een God is.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten.
Het is een opdracht en een gebed, een wens, een zegen.
Alleen God kan ervoor zorgen. God, doe dat alsjeblieft.
Er zijn vanmorgen ook kinderen die van de zondagsschool afgaan.
Een hele stap! Kinderen die deze week afscheid nemen van groep 8.
Er is vast heel wat tegen jullie gezegd, wat je moet onthouden.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten.
Het gaat hier om Gods liefde en Gods trouw
Mogen Gods liefde en trouw je nooit verlaten
en mag Gods liefde en Gods trouw zo in je werken, dat je dat naar anderen uitstraalt.
Dat je zelf iets van Gods liefde en trouw laat zien, in je hart, in je karakter in wat je doet.
Amen

Preek zondagmorgen 1 juli 2018

Preek zondagmorgen 1 juli 2018
Schriftlezing: Handelingen 9:1-19.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen vrijdag ging ik naar een receptie van een bruiloft in de Fruittuin.
Ik was van plan om maar even te gaan,
om bijvoorbeeld het bruidspaar nog te spreken of de wederzijdse ouders.
Ik dacht: ik ga maar even, ik geen sleutels mee, ik ben zo terug.
Tijdens de avond raakte ik met verschillende aanwezigen aan de praat
waardoor ik de tijd vergat. Het was zelfs al donker.
En terwijl ik van de Fruittuin naar huis fietste, vroeg ik me af hoe ik in huis zou komen.
Want stel dat Rianne al op bed ligt al.
Als de deuren dicht zitten, kom ik zonder sleutel ons huis niet binnen.
We hebben dat wel een keer gehad. Toen hadden we de sleutels wel bij ons.
Het gebeurde in ons vorige huis. We kwamen op een zondag terug uit de kerk.
Nadat ik de sleutel in het slot gestoken had, draaide de sleutel door.
Ik kon blijven draaien en het slot ging niet open.
We stonden aan de buitenkant voor de voordeur. We konden er niet in.
Wat moest ik doen om binnen te komen? De deur openbreken? Het slot los schroeven?
Op een gegeven moment kwam de buurman, die zag dat ik wat aan het hannesen was.
Hij stelde voor om het wc-raampje los te schroeven,
zodat ik via dat raampje naar binnen zou kunnen gaan
en de deur van binnenuit zou kunnen openen.
De buurman kreeg het voor elkaar om dat raampje los te schroeven
en ik paste ook nog door het raampje en kwam via dat raampje binnen
en kon zo de voordeur van binnenuit openen.

De komende zondag zou ik over de bekering van Saulus preken.
In die week heb ik er vaak aan moeten denken hoe ik voor een gesloten deur stond
En de deur van ons huis niet kon openen
en ik bedacht me hoe Christus voor de deur van Saulus stond.
Wat was er nodig om bij Saulus binnen in zijn huis te komen?
Hij was erbij toen Stefanus werd gestenigd.
Hij was getuige van wat Stefanus zei en van de manier waarop Stefanus werd gedood.
Op dat moment stond Christus al aan de deur van zijn hart en belde aan.
Saulus weigerde echter open te doen.
Wat was er nodig om bij Saulus in het hart te komen?
Moest Christus de voordeur met geweld openbreken, met een koevoet?
Moest hij een onopvallende manier vinden,
zoals via dat wc-raampje, zonder al te veel schade voor het huis.
Wat is er nodig dat Christus in ons hart komt?
Wat was er voor u nodig?
Wat was er voor jou nodig? Deed jij de deur open toen Christus klopte?
Of liet je Hem lang staan en was er heel wat voor Hem nodig om bij je binnen te komen?
Caravaggio Bekering van Paulus


Bij Saulus was er heel wat nodig: een breekijzer om de voordeur open te breken.
Het gebeurt op weg naar Damaskus.
Saulus dan al een gevreesd persoon vanwege het geweld tegen de christenen.
Hij liet hen niet met rust, ging actief naar hen op zoek en haalde hen uit hun huizen
om hen in de gevangenis te brengen.
Het getuigenis en het gebed van Stefanus dat zijn schuld vergeven werd:
het was een vergeefse klop op de deur van zijn hart: Laat je Mij erin?
En dan de christenen die uit de huizen werden gehaald om gestraft te worden.
Steeds heeft Saulus gedacht dat hij daar de Heere een plezier mee deed
Hij was te verblind om te kunnen zien, dat hij zich tegen de Heere verzette.
Doordat ik zelf toen voor de deur stond en niet naar binnen ging,
Realiseerde ik mij dat ik zelf ook mijn hart voor Christus kan afsluiten
en dat ik daarin niet verschil van Saulus.
Dat is waar ik zelf op Saulus lijk:
Ook als predikant kan ik denken God te dienen met mijn daden, met mijn werk
terwijl ik ondertussen mijn hart afsluit voor Christus.
Daarom is het van belang te lezen in de Bijbel, naar de kerk te gaan, avondmaal te vieren,
te luisteren naar de Tien Geboden en over mijzelf en God na te denken
Niet om daar mijn eigen gedachten bevestigd te zien,
maar steeds weer gecorrigeerd te worden, teruggeroepen te worden,
om als mijn hart leeg blijkt te zijn, als Christus daar niet is en aanklopt
om weer binnen te komen, dat ik Hem niet buiten laat staan, maar Hem binnenlaat.
Merkt u het als Christus aan uw hart aanklopt om binnen te komen?
Merk jij het als Christus niet in je hart is?
Of als Hij niet meer in je hart is en Hij weer binnen in je leven wil komen?
showImage


Voor Saulus was er heel wat nodig om zijn hart open te krijgen voor Christus.
Het wordt eigenlijk maar heel kort verteld.
Veel woorden zijn er niet nodig voor zijn ingrijpende gebeurtenis.
Hij is op weg naar Damaskus om ook daar de christenen uit hun huizen te halen
en hen mee te nemen naar Jeruzalem om daar berecht te worden.
Saulus is bekend geworden: een man waar je voor moet vrezen.
Als hij vlak bij zijn doel komt, wordt hij tegengehouden.
Hoe kort ook beschreven, de gebeurtenis heeft wel indruk gemaakt.
De gebeurtenis van Saulus die ter aarde valt en hulpeloos en blind is,
is vaak geschilderd.
Het gaat steeds om een Saulus die van zijn paard geslingerd is,
je ziet nog dat als hij op het paard zat een imposante gestalte is,
iemand voor wie je onder de indruk moet zijn,
maar je ziet hem met liggen op de grond, met de armen omhoog, hulpeloos,
de ogen blind, waardoor hij moet tasten naar wat er om hem heen is.
Hij moet geholpen worden, eerst overeind geholpen en later op zijn paard.
Een licht uit de hemel.
Dat is niet zomaar een licht, dat is de goddelijke glans uit de hemel zelf,
de glans die aangeeft dat Saulus hier God zelf tegenkomt,
licht uit de hemel, de woonplaats van God.
Saulus wordt hier door God zelf, hoogstpersoonlijk uit zijn zadel geworpen.
Een stem die hem aanspreekt en hem, Saulus, ter verantwoording roept:
Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?
In die week, nadat bij ons de voordeur gesloten bleef, bedacht ik
dat bij Saulus de deur van zijn hart opengebroken wordt met een breekijzer, een koevoet.
Zijn deur moet open.
129361342843614134_f9f7d015-6def-461a-8374-ec744be257a0_256168_570


Dat is ook een manier waarop de Heere in je leven kan komen.
Het kan op een rustige manier zijn, achterom, via de achterdeur,
haast ongemerkt komt Hij in je leven. Hij schuift aan je keukentafel aan.
Hij is er in je leven. Hij neemt intrek in je huis.
Maar het kan ook zijn dat er een andere manier nodig is: confronterend,
een huis dat gesloten is, voor iedereen onbereikbaar met het evangelie.
En dan komt de Heere en weet het hart te openen.
Hoe confronterend het ook is, het is ook bemoedigend
als u zelf te maken hebt met mensen in uw omgeving, in uw eigen gezin
van wie u merkt dat ze het hart voor Christus op slot gedaan hebben.
Ze willen er niets over horen. Heb het er niet meer over, want anders komen we niet meer.
De Heere heeft allerlei manieren tot Zijn beschikking.
Het kan op een zachtaardige manier gebeuren, uitnodigend,
Het kan op een harde manier, de voordeur opengebroken.
Door een crisis heen om te merken dat je God mist en dat je Hem niet meer kunt weigeren.
Maar waarom dan?
Waarom moet Christus in het hart van Saulus komen
en waarom moet dat desnoods op een confronterende manier?
In die week dat ik toen met Saulus bezig was nadat ik voor de deur stond,
realiseerde ik dat Christus de rechtmatige eigenaar was
en daarom wel binnen moest komen.
Zoals ik toen het recht had om mijn voordeur open te breken, als ik niet binnen kwam.
Het was alleen zonde van die mooie voordeur, het geeft schade.
Maar schade is altijd beter dan nooit meer in het huis binnenkomen.
Daarom is de schade die Saulus hier oploopt, de nederlaag die hij leidt,
uiteindelijk niet zo groot, omdat zijn hart open gaat voor Christus,
de rechtmatige eigenaar, die Heer die recht heeft op het leven van Saulus,
komt weer in het hart van Saulus.
Saulus heeft dit altijd als een bevrijding gezien.
Op dat moment niet. Hij lag verslagen en gaf zich nog niet zomaar gewonnen.
Maar hij kon niet anders.
Saulus die mensen wilde meebrengen uit Damaskus naar Jeruzalem,
wordt zelf naar Jeruzalem gebracht, hulpeloos en blind.
Aan den lijve ervaart hij nu zijn eigen blindheid voor Christus.
Hij wordt naar Damaskus gebracht en daar zit hij 3 dagen lang in het donker,
net zo lang als de Heere Jezus in het graf verbleef,
alsof Saulus moest zelf ervaren wat het was om Christus te vervolgen.
Drie dagen waarin Saulus niets eet en drinkt:
Drie dagen waarin hij alleen maar nadenkt over wat verkeerd ging,
waarin hij boete doet, dat wil zeggen: hij erkent zijn schuld
en legt zijn leven in handen van de Christus die hij vervolgde.
Christus moet maar beslissen wat er met hem moet gebeuren.
Hij is niet meer baas over zijn eigen leven.
En dat zijn we ook niet meer als de Heere Jezus in ons leven komt.
DAn heeft Hij de regie over ons leven, dan bepaalt Hij hoe het gaat.
DAt ik van Hem ben, weer ben, mijn Heer, mijn God!

Een hele omkeer in zijn leven. We noemen dat een bekering:
Christus opent je hart om er in te gaan wonen
en daardoor ga je niet meer bij God vandaan, maar ga je naar Hem toe, ga je Zijn weg.
In het vervolg zien we wat zo’n bekering inhoudt
als Ananias in Damaskus de opdracht krijgt om naar Saulus toe te gaan.
Voor Christus is Saulus nu niet meer de tegenstander, de vervolger,
maar Saulus is een gelovige, iemand die zijn leven in handen van Christus legt.
Een herdefinitie: niet meer de oude Saulus,
niet meer zijn verleden, niet meer de angst die hij oproept, een instrument in Gods hand.
De Heere kiest lang niet altijd de meest voor de hand liggende personen
om Hem te dienen en over Hem te vertellen, om van Hem te getuigen.
De nieuwe Saulus is ook niet gelijk geaccepteerd.
Er moet heel wat vertrouwen weer groeien voordat Saulus zijn plek in de kerk heeft.
Zo kan het gebeuren dat er bij ons ook allerlei bedenkingen zijn
als iemand de gang naar de kerk weer oppakt, dat daar iets achter gezocht wordt.
Dat is om een kind te laten dopen, dat is omdat ze stil gezet zijn.
Waarom zou je er niet dankbaar voor zijn,
ervan genieten dat de Heere weer werkt en weer een hart geopend heeft
en misschien zien we wel over het hoofd wat het effect is van dit gebeuren
op het netwerk, het gezin, de vrienden van die gemeente
of welke betekenis diegene die de draad van het geloof oppakt voor de gemeente heeft.
‘Ga,’ zegt Christus tegen Ananias, die zijn bedenkingen heeft.
Ananias spartelt niet minder hard tegen dan Saulus.
Ook Ananias moet zich gewonnen geven, ondanks zijn naam:
God is genadig – en dat heeft hij voor zichzelf ervaren
maar hij moet er nog aan wennen dat er voor Saulus ook genade is
Genade, zo oneindig groot. Dat ik, die ’t niet verdien het leven vond, want ik was dood
en blind, maar nu kan ‘k zien.
Dan gaat Ananias ook: Saulus, broeder, je hoort erbij.
Je bent onderdeel van de gemeente van Christus,
ik heb geen enkele reden meer om te twijfelen of je toegevoegd bent,
want de Heere heeft jezelf toegelaten en als Hij je toelaat tot de gemeente,
Wie ben ik dan om je te weigeren.
Dit slaat mijn trots, al mijn verdienste neder,
’t verlaagt mij diep, maar o, ’t verhoogt mij weder!
’t Meldt mij mijn heil, die van Gods tegenstander
in vriend verander.
Hebt u Hem ook al toegelaten in uw leven? en jij?
Aan het begin van de dienst hebben we kunnen horen,
dat ons leven  zomaar voorbij kan zijn en dat er geen tijd is
om je voor te bereiden om het einde van je leven.
wacht daarom niet en laat Hem niet steeds aan de deur staan.
Doe de deur open en nodig Hem binnen
en u zult zien, dat ook u een instrument kunt zijn in Gods hand.
Misschien niet zo invloedrijk als Saulus,
maar ook in kleine kring kan het van grote waarde zijn
en de Heere telt niet alleen het grote, maar weegt ook het kleine mee
en gebruikt ook dat om Zijn koninkrijk uit te breiden. Amen

Kerk, leer van het voetbal!

Kerk, leer van het voetbal!

Afgelopen zaterdag was mijn zoon pupil van de week bij Owios (OverWinnen Is Ons Streven). Hij mocht de wedstrijd van het eerste bijwonen en kreeg daarbij een speciale behandeling. Ik ging met hem mee. Net als mijn oudste dochter, die keepster is bij Owios. De wedstrijd was de finale van de nacompetitie. Bij winst zou Owios in de tweede klasse blijven; bij verlies was degradatie een feit. De wedstrijd had alles wat voetbal zo mooi maakt.  Al werd er gezegd dat ze deze keer niet zo goed voetbalden, de strijdlust was er. Een doelpunt in de eerste helft en Owios was de bovenliggende partij. Maar een rode kaart voor een verdediger liet de wedstrijd kantelen. Twee opgelegde kansen werden door de spits van Owios gemist en in de laatste minuut werd de gelijkmaker gescoord. In de tweede verlenging, vlak voordat de beslissing door penalty’s genomen zou worden, werd het beslissende doelpunt gescoord. De winst werd gevierd alsof er gepromoveerd werd.
Tijdens de wedstrijd genoot ik dacht ook aan wat er voor mij als predikant te leren valt. (Daar denk ik ook vaak over na als ik op zaterdagmorgen langs de lijn sta om te kijken naar het spel van mijn dochter of zoon.) Het eerste wat mij opviel, was dat je bij binnenkomst direct kon merken dat er iets op het spel stond. De volgende morgen mocht in in mijn oude gemeente voorgaan in een avondmaalsdienst. Ik vertelde over de wedstrijd van gisteren en vroeg hen of zij gemerkt hadden bij binnenkomst dat er iets op het spel staat. Zijn ze bereid om net als een elftal dat strijdt voor blijven in de tweede klasse de strijd van het geloof aan te gaan. Toen het voetbal ruim een eeuw geleden opkwam waren de kerken enthousiast over deze sport. Ze zagen er een parallel in met de strijd van het geloof. Zoals een team strijdt voor de overwinning, zo hoort de gelovige vol passie de strijd van het geloof aan te gaan. Op die zaterdagmiddag zag ik verschillende gemeenteleden op de tribune, waarvan ik wist dat zij de volgende morgen in de kerk zouden zitten. Ik zag hun passie voor hun club en een betrokkenheid op het spel. Ze leefden mee alsof zij zelf op het veld stonden. Ik zag een jongere uit onze gemeente op de tribune. Hij had zich eens aangemeld voor belijdeniscatechisatie, omdat hij op een festival iemand gepassioneerd hoorde spreken over Jezus. Dat raakte iets bij hem en dat wilde hij ook. Aan het einde van het seizoen deed hij geen belijdenis, omdat hij die passie was kwijtgeraakt. Van hem leerde ik hoe belangrijk enthousiasme (als beleving) is en dat het mijn taak als predikant is om de gemeente enthousiast te maken en te houden voor Jezus.
Tijdens de wedstrijd hoorde ik de namen van de spelers: ‘Bennie! Bennie!’ Er werd erbij geroepen dat hij beter kon dan hij liet zien. De spelers zijn jongens van het dorp. Ze zijn bekend. Liever een klasse lager spelen dan een team met allemaal vreemden. Ook dat is een les, een les die ik kerkenraden geregeld voorhoudt: benader niet alleen de mensen die nieuw in de gemeente gekomen zijn voor ambtsdrager, maar zoek ook bewust gemeenteleden die hier hun wortels hebben, die de mensen hier kennen en de gewoonten snappen. Zij zijn soms beter in staat om met de mensen hier over het geloof te praten, omdat er een band is, waardoor de kerk niet een vreemd gezicht wordt, maar één van hen is.
Elke maandag en woensdag worden mijn dochter en zoon getraind en elke keer leren ze meer over voetbal: positiespel, overspelen, waar ze moeten staan, hoe ze anderen in het veld aansturen, hoe ze door blijven gaan al is de tegenstander nog zo sterk. Die training krijgen ze niet alleen van volwassenen, maar ook van jeugdspelers. Ik dacht bij mijzelf: misschien moet ik de catechisatie ook gaan benaderen als een training en moet ik mijn catechisanten niet vertellen over wat van hen verwacht wordt, maar moet ik ze ‘opleiden’, zodat zij hun positie in de kerk en in de maatschappij als ‘spelers’ van Christus kunnen innemen.

Verschenen in het Nederlands Dagblad

Pleidooi om het publieke debat te voeren op basis van argumenten en niet op basis van morele appèls en gevoelsargumenten

Pleidooi om het publieke debat te voeren op basis van argumenten en niet op basis van morele appèls en gevoelsargumenten

De theoloog Ulrich Körtner maakt zich zorgen over het publieke debat. Politici, journalisten en burgers gebruiken gebruiken steeds vaker gevoelsargumenten en morele appèls als feiten.

download (1).jpg

Fake news & MSM
Na een onderzoek waarin vastgesteld werd dat 98% van de migranten zich aan de wet houdt, was de reactie de Duitse AfD-politicus Georg Pazderski: ‘Wat iemand voelt is ook een feit.’ Als er nieuws gebracht wordt dat in de eigen straat past, wordt dat afgedaan als fake news. Er wordt gesproken over MSM: MainStreamMedia. Daarmee wordt bedoeld dat de belangrijkste media bewust positieve verhalen over Trump en negatieve verhalen over migranten bewust verzwijgen.

Niet alleen bij populistisch-rechts
Körtner ziet dat niet alleen bij populistisch-rechts gebeuren. Links laat zich als het gaat om de complexe wereld van de geglobaliseerde economie liever door Thomas Piketty of door Yanis Varoufakis voorlichten dan door serieuze economen. Hij ziet het ook gebeuren als Merkel in de vluchtelingencrisis benadrukt dat Duitsland een cultuur van verwelkomen heeft.

Ortsschild_JiSign---Fotolia_6a00d13255

Zorgen
Het morele appèl verdringt de discussie over de gevolgen van haar beleid en over wat er allemaal komt kijken bij opvang en integratie van migranten.  Körtner maakt zich zorgen, omdat het debat binnen een democratie alleen maar goed gevoerd kan worden als het op basis van rationele argumenten en controleerbare feiten wordt gevoerd.

Körtner begrijpt wel waarom er vaak gevoelsargumenten gebruikt worden. Dat heeft te maken met bezorgdheid. Bezorgdheid over de instroom van migranten uit een andere cultuur. Of juist bezorgdheid dat bij het sluiten van de grenzen Europa de eigen normen en waarden verloochent. Die bezorgdheid is niet altijd hard te maken, maar is wel een reëel gevoel. Daarom worden gevoelens als feiten gebracht.

Wees bezorgd!
Körtner neemt in deze tijd een moreel gebod waar: wees bezorgd! Wie niet bezorgt is, krijgt het verwijt de kop in het zand te steken. Dat morele gebod dat zowel door links en rechts wordt benadrukt is een roep om moreel leiderschap. Hij ziet zowel bij rechts als bij links een populisme ontstaan, dat aansluit bij die bezorgdheid en die bezorgdheid uitvergroot om politieke winst te behalen.
demo_fuer_eine_menschliche_asylpolitik_-_30_-_hans_breuer_konvoi_aus_ungarn_1
Omdat politici op die morele trom slaan, is het moeilijk om een weerwoord te bieden. Want wat moet je antwoorden als iemand zegt: ‘Er zijn teveel vluchtelingen!’ Of bij het tegenovergestelde: ‘Wie barmhartig is, kan de grenzen niet sluiten voor vluchtelingen!’

Kerken
Wat Körtner ook ziet, is dat de kerken graag inhaken op het morele leiderschap dat gevraagd wordt. Körtner is daar kritisch op. In zijn ogen negeren de kerken daarmee dat hun positie marginaal in de maatschappij geworden is. De kerk moet niet in de valkuil trappen om het door secularisatie verloren terrein via dit morele leiderschap te willen winnen.

Met de manier waarop de kerken dat morele leiderschap tonen is Körtner ook niet gelukkig. Dat is slecht voor zowel de theologie als de maatschappij.In de theologie is bij velen de God die in deze wereld ingrijpt ingewisseld voor de mensen die Gods handen zijn geworden. Gods rol is daarmee uitgespeeld en de last licht bij mensen. Voor de samenleving is het nadelig, omdat de kerken politieke kwesties versimpelen, doordat ook de kerken de moraal als basis voor beleid benadrukken.

33ab5c15ea23dff3abfffe3697f26244

Elke vorm van kritiek op het vluchtelingenbeleid van Merkel wordt afgedaan als rechts-populisme, dat in strijd is met de christelijke waarden van barmhartigheid en naastenliefde.

Twee verschillende domeinen
Wat Körtner daarin stoort, is dat de kerken daarmee hun eigen traditie uit het oog verliezen. In de Lutherse traditie wordt er namelijk een onderscheid gemaakt tussen de taak op politiek terrein en de taak op kerkelijk terrein. Dat zijn twee verschillende domeinen die niet vermengd mogen worden.

2-reiche-lehre-730x400

Niet direct in politiek beleid te vertalen
De christelijke waarde van barmhartigheid en naastenliefde is niet direct in politiek beleid te vertalen, omdat de overheid volgens de christelijke traditie ook de taak heeft om voor de eigen burgers te zorgen en voor veiligheid te zorgen. In het domein van de politiek is het nodig om de juiste balans te vinden tussen barmhartigheid en veiligheid, naastenliefde en rechtvaardigheid.

Waarschuwen voor een teveel aan moreel appèl
Het is niet de taak van de kerk om een moreel appèl op de samenleving te doen, maar juist te waarschuwen voor een teveel aan moreel appèl in de samenleving, omdat daarmee in de politieke besluitvorming de argumentatie op basis van feiten wordt ingeruild op basis van gevoelens en morele appèls. In feite is dat het einde van het democratisch debat. Want op basis van gevoelens en morele appèls is geen beleid te maken.

WB_LH_Gesetz-und-Gnade-470x260

Agressiviteit van waarden
De protestantse theologie is trouwens niet zo gelukkig met een ethiek op basis van waarden. Ethiek op basis van waarden en christelijke ethos zijn vijanden van elkaar, stelt de theoloog Eberhard Jüngel. In zijn ogen hebben waarden altijd iets agressief, de wil om anderen te overwinnen. In die agressiviteit is er voor hem een verband tussen waarden en zonde in de mens. Waarden verbinden niet, maar waarden grenzen af en sluiten uit.

Visie en praktijk
Moraal vraagt om beleid en in praktijk te brengen visie. Wie stelt een land een cultuur van verwelkomen heeft, moet ook beleid ontwikkelen hoe dat verwelkomen in praktijk gebracht wordt. Er is een beleid nodig voor opvang, voor integratie, voor het vinden van banen voor deze nieuwkomers. Er is een visie nodig op wanneer die nieuwkomers hun eigenheid mogen bewaren en wanneer ze zich moeten aanpassen aan de nieuwe samenleving. Opvang van migranten moet ook gepaard gaan met het besef dat het land van herkomst aan opleidingsniveau inboet, omdat het de hoger opgeleiden zijn die wegtrekken naar Europa.

684714

Marginaal
Körtner is voorstander van een theologie die zich uit in het publieke debat. Als het maar gebeurt vanuit het besef dat de kerk zich in de diaspora bevindt en heel marginaal geworden is en in de multireligieuze samenleving slechts een van de vele stemmen is. In het debat kunnen de kerken zich ook niet op christelijke morele appèls beroepen, omdat er slechts een minderheid is die de onderliggende visie deelt. Deze visie kan alleen in het debat ingebracht te worden als de argumenten ook voor niet-gelovigen te begrijpen zijn.

cover_koertner_vernunft

N.a.v. Ulrich H.J. Körtner, Für die Vernunft. Wider Moralisierung und Emotionalisierung in Politik und Kirche. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2017.

Preek zondagavond 24 juni 2018
Handelingen 8:4-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Heilige Geest laat Zich niet tegenhouden.
Net als het water in een beekje niet tegen te houden is.
Op vakantie hebben we dat vaak gedaan: proberen het water in een beek tegen te houden
door een dam te bouwen van hout en stenen.
Het lukt nooit om het water helemaal te stoppen.
Of het stroomt tussen de stenen gewoon door of het stroomt er na verloop van tijd overheen.
Ook de Heilige Geest is niet te stoppen.
Als in Jeruzalem geprobeerd wordt om het werk van de Geest tegen te houden,
stroomt de Geest naar een andere plaats verder, om daar Zijn werk te doen.
De Geest gebruikt daar juist de vervolging voor:
doordat het voor gewone gelovigen gevaarlijk wordt om in Jeruzalem te verblijven,
vertrekken ze naar elders, worden ze verspreid.
Het is de bedoeling dat het aantal volgelingen van Jezus minder wordt,
maar de acties tegen de kerk en tegen de gelovigen hebben juist het effect
dat de volgelingen van Jezus zich verspreiden en het evangelie op andere plaatsen brengen
waar ze niet naar toe zouden zijn gegaan als ze niet gedwongen werden.
De Geest laat Zich niet tegenhouden en gaat op een verrassende plaats aan het werk.
Samaria- het lijkt voor de hand te liggen om daar naar toe te gaan,
als gebied dat het dichtst bij Jeruzalem ligt,
een gebied ook waar de leiders van Jeruzalem minder over te zeggen hebben
dan bijvoorbeeld Galilea, het gebied waar Jezus rondtrok, vertelde en genas.
Toch ligt Samaria niet zo voor de hand.
Er stond dan niet letterlijk een hek om Samaria heen,
er was wel een onzichtbare muur, die de inwoners van Jeruzalem scheidde
van de mensen die in Samaria woonden.
Samaria was heel wat minder dan Jeruzalem, de stad die als heilig werd beschouwd,
omdat daar de tempel stond, het huis waar God op aarde woonde,
De stad van Gods heerlijkheid, waar Zijn naam op aarde was.
Samaria was ook geen Galilea,
waar de mensen in Jeruzalem al hun bedenkingen over hadden.
Galilea was al minder dan Jeruzalem, dat was al bijna heidens gebied.
Samaria was vanuit Jeruzalem gezien nog minder.
Daar dienden ze God op een verkeerde manier.
Je kon niet van hen zeggen dat ze volksgenoten waren. Ze waren anders.
Als je vanuit Jeruzalem kwam, kon je moeilijk aarden in dat gebied
en liep je het risico ontrouw te worden aan wat je in je opvoeding mee kreeg over God.
Als je daar komt, wordt je boodschap niet snel aangenomen.
De mensen zijn er óf vijandig, óf onverschillig.
Of ze moeten je niet en houden de deur van hun huis dicht voor je en hun hart gesloten
Of ze vinden het de moeite niet waard om naar je woorden te luisteren,
ze hebben hun eigen leven, ze willen niet lastig gevallen worden. Ze redden zich wel.
Er is heel wat nodig om de mensen die hier wonen te winnen.
Er is al heel wat nodig om hun aandacht te krijgen, om hen te interesseren.
Juist van dit gebied vertelt Lukas hoe de Geest hier ook aan het werk gaat
en geloof weet te wekken
De Geest doet dat via gelovigen, die daar voor langere tijd moeten zijn,
daar komen als immigrant, als vluchteling, gedwongen om een nieuw bestaan op te bouwen.
Ze brengen het evangelie met zich mee. Ze spreken over Christus.
Ze hebben Jeruzalem achter zich moeten laten vanwege deze Naam
En waar ze komen zijn ze net zo vol van deze Naam.
Ook hier wordt de kracht van Christus zichtbaar door de wonderen die gebeuren.
Ook hier in Samaria wordt het bevrijdende en helende van de naam van Christus merkbaar.

Wees stil, want de kracht van onze God daalt neer op dit moment.

De kracht van de God die vergeeft en ons genezing brengt;
niets is onmogelijk voor wie gelooft in Hem.
Wees stil, want de kracht van onze God, daalt neer op dit moment.

Ook in Samaria zijn er mensen met een verkeerde, een onreine geest in zich.
In de boodschap van Christus gaat het bij onreinheid om je hart,
om welke krachten je toelaat in je hart, wat de bron van je verlangens is
en het is onrein als de kracht die je hart leidt, als je verlangens niet van God komen.
Als er een andere macht is die je hart aanstuurt
en dat kan alleen dan macht zijn die je van God brengt
of je zelfs in de macht van de duivel brengt.
Als ze de boodschap over Jezus horen, vindt er een reiniging in hun hart plaats
en worden ze bevrijd van die verkeerde machten,
niet meer vatbaar voor die verlangens met een verkeerde oorsprong.
Misschien was er voordat er over Christus gesproken werd,
helemaal geen oog voor dat het menselijk hart ten prooi kan zijn aan verkeerde machten
en was er geen aandacht voor machten die je ziel schade kunnen berokkenen.
De naam van Christus heeft een helende en bevrijdende macht.
Dat is ook de reden waarom zending over de hele wereld gaat,
Niet alleen omdat je dan eeuwig behoud kunt vinden in Christus, toegang tot de heerlijkheid,
maar dat de verkeerde machten geen vrij spel meer hebben in je leven:
er wordt de strijd met hen aangegaan. Ze moeten je laten gaan.
De mensen in Samaria, eerst nog zo vijandig of onverschillig, zijn blij met het evangelie,
zijn dankbaar de gelovigen uit Jeruzalem gekomen zijn om hen te vertellen
over deze ene Naam, in wie redding te vinden is: Jezus Christus.
Een stad vol vreugde, vol blijdschap, dankbaar dat ze in aanraking kwamen met Christus.
Hebben wij die vreugde, die er in Samaria is?
Misschien is het een te bekend verhaal geworden,
Waardoor we af en toe, op momenten, wel die blijdschap hebben,
ervaren dat we opgetild worden boven onszelf uit, bevrijding mochten ontvangen,
vreugde om een gereinigd hart, intense dankbaarheid om Christus te mogen kennen.

Er is een onverwachte bekeerling. Ook hier weer verrassend hoe de Geest werkt.
Het is degene die het meest te verliezen heeft bij de komst van de christenen.
Hij was in aanzien, gevreesd misschien wel, vanwege zijn magische praktijken.
Magie heeft twee kanten:
Er is een bepaalde kracht in je, maar in plaats van je een instrument in Gods hand te weten
zoals Filippus en Stefanus dat zijn,
wil iemand die magie bedrijft die macht kunnen beheersen, kunnen manipuleren
En daarmee de God die beschikt over deze macht beheersen en willen manipuleren.
De magiër is niet een schepsel die zich ondergeschikt weet aan God,
maar een schepsel die denkt over God te kunnen heersen
en daarmee wordt de magische kracht, een gevaarlijke kracht,
Een kracht die losraakt van God en daarmee een occulte kracht, vatbaar voor de boze.
Dat is de ene gevaarlijke kant aan de magische praktijk.
De andere kant is dat het een macht waarmee je over mensen kunt heersen.
De macht gebruik je niet om anderen te dienen, maar over hen te heersen,
om hen in je macht te krijgen, hen angst aan te jagen, zodat ze niet tegen je op kunnen.
Magie is ten diepste manipulatie van God en van mensen.
Daarom was het onder Israël verboden
en dat Simon een goedlopende praktijk had in Samaria zegt ook iets
over de geestelijke toestand van Samaria.
De mensen daar kunnen geen onderscheid maken tussen de Geest van God
En de onreine geesten, die je juist van God afbrengen.
Als de christenen in Samaria komen en vertellen over Jezus raakt Simon zijn macht kwijt.
De mensen in Samaria komen nu niet meer naar hem toe,  maar naar Filippus
En Simon raakt ook onder de indruk van de kracht die in Filippus werkt,
Simon moet zijn meerdere erkennen, in Filippus, in de Heer die door Filippus werkt.
Ook Simon laat zich dopen. Ook hij wil van Jezus zijn.

Aan Simon kunnen we zien dat als ons hart gereinigd wordt, bevrijd wordt
geen garantie is dat ons hart vrij blijft.
De Heere Jezus had daar ook tegen gewaarschuwd:
Als een kwade geest uitgedreven wordt, bestaat de kans dat hij weer terugkeert.
Het volstaat niet met een gereinigd hart.
Ons hart moet ook beveiligd wordt, afgeschermd worden,
zodat de kwade geest niet meer terugkomt en nog dominanter wordt (Lukas 11:24-26).
Dat lijkt hier met Simon te gaan gebeuren:
Hij raakt onder de indruk van Petrus, die vanuit Jeruzalem gekomen is
afgevaardigd vanuit de moedergemeente, om te zien wat daar in Samaria gebeurt.
Simon staat vooraan, met zijn neus er bovenop, om te zien hoe deze collega het doet,
om de kunst af te kijken, om te weten hoe hijzelf ook die macht kan krijgen,
hoe hijzelf ook de beschikking kan krijgen over de Heilige Geest.
Simon heeft er veel voor over om de kracht van de Geest ook in zich te krijgen.
Er wordt niet vermeld of Simon er een verkeerde kant mee wil opgaan.
We weten niet of Simon een goede bedoeling had of juist een verkeerde.
Later in de kerkgeschiedenis werd de naam van Simon verbonden aan een praktijk
Waarin iemand met behulp van geld een bepaalde positie in de kerk wil kopen.
Simonie: dat betekent dat je er geld voor over hebt om leiding te krijgen in de kerk.
Het gaat ook verder: simonie is je positie binnen de kerk gebruiken
om er geld aan te verdienen, verdienen aan de Heilige Geest die je kreeg.
De fout daarvan is dat je dan als mens denkt boven de Geest te staan.
MAar zoals de Geest niet is tegen te houden, is de Geest niet te sturen.
Het is ook niet de menselijke handeling van Petrus en Johannes
waardoor de Geest wordt doorgegeven.
God bepaalt hoe de Geest werkt en wie de Geest krijgt.
Hier in Samaria wordt de Geest pas uitgestort nadat de apostelen gekomen zijn,
Terwijl de Samaritanen al wel de doop hebben ontvangen.
In andere gedeelten in Handelingen blijkt dat de Geest niet afhankelijk is
Van wat mensen doen, ook niet in het opleggen van de handen.
Daarom gaat in onze traditie aan het opleggen van de handen om de zegen te geven
eerst een gebed vooraf, waarin we bidden om de zegen.
Ook bij een trouwdienst (komende week heb ik weer een trouwdienst) is er
als het bruidspaar reeds geknield is, voor ze de zegen kriigen eerst een gebed
waarin we als gemeente en als familie de Heere vragen of Hij Zijn zegen wil geven.
God verhoort gebeden en daarom mogen we zeker zijn dat Hij de zegen wil geven.
We mogen zeker zijn van de gave van de Geest, omdat God die gave belooft,
beloofd heeft dat we de Geest kunnen, mogen ontvangen.
Simon moest dat leren, met een harde waarschuwing.
Simon moest leren dat de Geest niet te koop is
en dat Petrus ook de Geest niet als bezit heeft
en dat Petrus niet bepaalt aan wie hij de Geest kan doorgeven.
Petrus is alleen maar een instrument in de hand van de Geest.
Hier een instrument in Gods hand om Simon te waarschuwen
dat hij met vuur speelt door een geldbedrag aan te bieden voor de Geest.
Een serieuze waarschuwing: Simon, dat geld brengt je naar de ondergang.
God is niet te koop – ook Zijn Geest niet.
Denken dat je God kunt kopen is een belediging, een aantasting van Gods eer.
Met geld is zoveel moois te doen: je kunt er armen mee steunen,
je kunt het aan de kerk geven voor onderhoud van de gebouwen,
om de verkondiging van het evangelie mogelijk te maken,
maar het kan ook een verkeerde kracht zijn, die je gaat beheersen
en waardoor je je groter maakt dan je bent,
je wilt boven jezelf uitstijgen – niet omdat de Geest je tot bijzondere dingen in staat stelt,
maar hoger reiken, hoger willen komen, groter willen worden dan goed voor je is.
Je denkt heel wat te zijn en nog meer te kunnen worden,
maar het is maar lucht en leegte, inhoudsloos,
Een dam in een beekje gebouwd dat maar even standhoudt
en dat al verdwenen is als je de volgende dag gaat kijken.
Niets is hier blijvend, niets is hier blijvend, alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan.
Je zult vergaan, Simon, jij en je geld met jou.
Het is de vraag of het hier om een vloek gaat, die door PEtrus uitgesproken wordt,
Een oordeel dat door God wordt overgenomen,
of om een welgemeende waarschuwing, om aan te geven hoezeer Simon met vuur speelt.
Je vernietigt jezelf, je gaat er aan onderdoor, je houdt het niet.
DAt wordt in het Oude Testament gezegd over iemand die voor de afgoden kiest:
Je kiest voor iets dat alleen maar een lege huls is, dat verwaaid in de wind,
weggespoeld wordt door de kracht van het water, het blijft niet overeind.
Zo zul je ook niet overeind blijven, Simon, Want de bron is onzuiver.
Het zit van binnen bij je mis.
Je was gedoopt, omdat je geloofde, omdat de Geest je hart had leeggemaakt
om daar plaats te maken voor Christus, maar nu val je weer terug.
Je kunt zo voor God niet bestaan.

De reactie van Simon is net als die van de luisteraars op het tempelplein
op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem bij elkaar, toen de Geest werd uitgestort.
Simons reactie is er een van verslagenheid: nu raakt hij alles kwijt,
een afgrond die zich opent, door de verkeerde gedachte die hij had.
Dat wil hij niet. Bid voor mij. Simon klampt zich aan Petrus vast: Red mij.
Verwerp mij niet van voor uw aangezicht
Ontneem mij niet uw Heilge Geest o God (Psalm 51:5)
Zo leert Simon, wel op een confronterende manier, dat je om God moet vragen, mag vragen
en dat Hij dan Zich geeft aan wie bij Hem aanklopt met lege handen.
Ik heb niets, U hebt alles. Ik heb het nodig dat U Uzelf geeft.
Simon laat zich terugroepen, als een schaap dat de verkeerde kant op was gegaan,
Hij ziet in wat er mis gegaan is en dat hij vergeving nodig heeft,
dat hij het nodig heeft, dat er voor hem een beroep op God wordt gedaan.
Zo stroomt de Geest ook weer door, de Geest is niet tegen te houden,
zelfs niet door de dommigheid van Simon, bij wie zijn oude mens nog bovenkomt,
de magiër, die over Gods kracht denkt te kunnen beschikken.
Ook in het schuldbesef van Simon zien we dat de Geest doorgaat, niet te stoppen.
En wanneer wij soms uit zwakheid in zonde vallen, moeten wij niet aan Gods genade twijfelen en ook niet in de zonde blijven liggen. De doop is immers een zegel en ontwijfelbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond der genade hebben met God.

Dat we inzicht krijgen in onze zonde, is werk van de Geest
En dat we aankloppen bij Christus is ook de Geest.
Simon laat ons zien dat we niet alleen bij Christus moeten aankomen,
maar dat we ook bij Hem moeten blijven,
dat het niet genoeg is om bij Hem te arriveren, maar dat het net zo belangrijk is
dat Christus doorwerkt in ons hart, in onze gedachten, in onze daden,
dat ons hart, ons karakter gevormd wordt door Hem.
Niet meer van de verkeerde machten, maar verlost uit de macht van de satan
en door Christus bewaard.
Dat we van Hem zijn én van Hem blijven.
Laten we ons corrigeren als dat nodig is?
Zoals Simon de woorden van Petrus ter harte nam?
In die waarschuwing kunnen anderen instrument worden in Gods hand,
De stem van Christus, die we horen via iemand die mens is net als wij,
om ons te waarschuwen en terug te brengen bij Hem.
Ontneem mij niet uw Heilige Geest o God,
laat in uw heil mijn hart zich nu verblijve
n
en richt geheel mijn wil op uw gebod,
dan zal ik zondaars op uw wegen leiden.
Amen