Preek zondagmorgen 25 augustus 2013

Preek zondag 25 augustus 2013
Tekst: 2 Korinthe 2: 14-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
14 God zij gedankt dat hij ons, die één zijn met Christus, in zijn triomftocht meevoert en dat hij overal door ons de kennis over hem verspreidt als een aangename geur. 15 Wij zijn de wierook die Christus brandt voor God, zowel onder hen die worden gered als onder hen die verloren gaan. 16 Voor de laatsten is het een onaangename geur die tot de dood leidt, voor de eersten een heerlijke geur die leven schenkt.

Danken voor een overwinning kunnen wij nog wel begrijpen,
maar zoals Paulus danken dat hij verloren heeft,
dat is voor ons moeilijk te begrijpen.
Hoe kan Paulus danken voor de nederlaag die hij geleden heeft?
Gode zij dank die door Christus ons overwonnen heeft.
Ik dank God dat Hij mij in Christus heeft overwonnen en dat aan iedereen laat zien!
Want dat is het beeld dat Paulus hier in de brief gebruikt:
een optocht ter gelegenheid van de overwinning,
zoals de Romeinen deden nadat zij een glansrijke overwinning hadden behaald.
Een optocht in de hoofdstad Rome: voorop de een grote muziekkorps, trompetgeschal,
Daarna de senatoren, vervolgens de generaal die het leger aanvoerde
en daarachter degenen die verslagen waren.
Voor Paulus gaat het dan om een optocht waarbij de engelen voorop lopen, bazuingeschal,
daarachter de Heere in al Zijn heerlijkheid, alle glans en glorie die Hem omgeeft,
Dan de Heere Jezus, omdat Hij de overwinning heeft behaald.
Waarop? Op de zonde, op de dood …

En ook op Paulus,
want Paulus loopt daar ook in die stoet, niet vooraan bij de engelen,
niet in het leger van Christus dat de overwinning heeft behaald,
dat zou ons wel een mooie plaats lijken,
maar achter de wagen van Christus, als krijgsgevangene,
hij – Paulus is verslagen, een overwonnene…
Paulus schrijft dit niet zomaar, dat hij een overwonnene is, krijgsgevangene,
Hij moet zich verdedigen tegenover mensen in de gemeente van Korinthe
die over Paulus zeggen: er gaat niets van hem uit.
Wat merk je aan Paulus van de overwinnende kracht van Gods genade?
Wat merk je aan Paulus’ leven dat Christus de overwinning heeft behaald?
Als de kracht en de Geest van Christus in hem woont,
waarom merken we er hier in de gemeente van Korinthe er niets van?
Genezen zoals de Heere Jezus deed, doet Paulus niet.
Op een indrukwekkende manier preken doet hij ook al niet.
Bijzondere ervaringsverhalen over wat hijzelf heeft meegemaakt,
over zijn bekering, over wat de Heere allemaal aan hem meedeelt als Paulus bidt,
hij vertelt er niets over.
Terwijl hij toch het nodige zou kunnen vertellen.
Zo’n gebrek aan uitstraling, dat kan in een dorp of in een kleine plaats,
maar niet in een metropool als Korinthe.
Daar lopen ze al weg als ze Paulus zien,
geen krachtige uitstraling, maar eerder een mismaakte,
iemand bij wie je moet slikken als je hem voor het eerst ziet.
Bij wie je heel wat moet overwinnen wil je het uithouden in zijn nabijheid.
Dat is niet zomaar kritiek op Paulus als persoon of op zijn wijze van preken,
het gaat om iets dat dieper gaat dan de trots van een bepaalde gemeente,
die van alles het beste wil.
Hieronder ligt een vraag die ook u bezig kan houden,
of waardoor jij nog aarzeling hebt bij het geloof in Christus,
het kan een vraag zijn waardoor uw geloof aangevochten of aangevallen wordt
en er een vraag in je hoofd, in je hart kan gaan rondspoken: is het allemaal wel waar?
Wat merken we in ons eigen leven van de overwinning die Christus heeft behaald op de dood
wat merken we in ons eigen leven van de opstanding?
Aan het begin van de dienst hebben wij namen gelezen van degenen die overleden zijn.
Straks bij de voorbeden klinken namen van gemeenteleden
en er zijn er die niet genoemd worden, maar toch ook hun pijn hebben, hun beperkingen.
Hoe zit dat dan met de kracht van Christus’ opstanding?
Zouden wij daar niet meer van moeten merken?
In de gemeente van Korinthe zijn er, die Paulus geen geloofwaardige getuige vinden
om te vertellen over de opstanding van Christus
vanwege zijn verschijning: je zag aan Paulus dat hij leed.
Paulus was geen man die een uitstraling van kracht had,
maar een gemankeerde,
met wie je medelijden kreeg omdat je aan hem zag, dat zijn lichaam pijn deed,
of je huiverde als je hem zag en je moest maar niet te veel op zijn lichaam letten.
Hoe kon hij, de gemankeerde, de lijdende, hoe kan hij een geloofwaardige getuige zijn
van de alles overwinnende macht van Christus?
Hij kan Paulus daarover spreken als zijn gezicht vertrekt van de pijn?

Het zijn de mensen die wel in de overwinningsstoet van Christus willen lopen,
maar dan aan de zijde van Christus,
als medestrijders delend in de overwinning van Christus.
Zij willen dat de glans en glorie van Christus’ overwinning ook afstraalt op hen.
Die het willen zoals de Herziene Statenvertaling het vertaalt: die ons doet triomferen.
Die willen wat Paulus in de Romeinenbrief schrijft:
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Christus die ons kracht geeft
En dat niet zozeer uit eigenbelang,
maar vanuit de overtuiging dat het geloof in Christus dan mensen over de streep trekt
Als het zichtbaar wordt wat de kracht van Christus is,
Wat Zijn macht is over de dood.
Het zijn gelovigen die geloven in Christus, in Zijn macht
En die dat ook willen uitstralen.

Zijn macht, ja zegt Paulus, daar weet ik alles van.
Zijn overwinnende kracht, daar kan ik je alles van vertellen
omdat ik die kracht zelf heb ervaren.
Jullie zien een ding over het hoofd:
namelijk dat jezelf ook overwonnen moet worden.
Wat jullie aan mij zien, dat is juist de kracht van Christus’ opstanding.
De allesoverwinnende macht van Christus,
God zij gedankt voor de overwinning die Hij behaalde – op mij!
Die mij meeneemt en toont als overwonnene.
Ik dacht dat ik God diende,
ik dacht dat heel mijn leven toegewijd was aan hem,
maar daar vlak voor de poort van Damaskus verloor ik,
beet ik in het zand,
werd mijn trots geknakt.
Verloor ik de strijd met Jezus, die Heer bleek te zijn en inderdaad machtig.
Machtiger dan ik, machtiger dan de zonde in mij.
Maar ik moest het wel verliezen – eerst verliezen.
Ja, zegt Paulus, ik loop wel degelijk mee in de triomftocht van Christus,
maar daar niet hoog te paard als een van de medestrijders.
Ik dacht dat ik daar zat, toen ik de volgelingen van Jezus doodde,
maar ik loop daarachter, als geboeide,
als Jakob, hinkend omdat hij met God gestreden had
en dan kunnen we van Jakob nog zeggen dat God hem niet de baas kon,
maar ik loop daarachter, een verslagen rebel, gevangengenomen opstandeling.

Alleen zo kan ik iets van Christus betekenen,
als verslagen, overwonnen opstandeling.
Paulus gaat hier door op het beeld van de Romeinse triomftocht.
Zo’n optocht was een heel spektakel en een heel feest.
Tijdens de route werd wierook gebruikt,
om de mensen nog meer in de stemming te brengen,
nog enthousiaster te maken over de generaal die de overwinning heeft behaald.
Zo’n optocht eindigde op het Capitool bij de tempel van de god Jupiter.
Daar werd een offer gebracht om deze god te bedanken.
De menigte kon de geur van het offervlees ruiken.
Al die geuren brachten de mensen in stemming.
Dit is onze man!
Als het om uitstraling gaat, als het er om gaat om anderen te winnen,
zijn wij die geur die opstijgt,
zoals de offers gebracht werden – de woorden die Paulus gebruikt,
roepen niet alleen de herinnering op van al die geuren tijdens een zegetocht van een Romeinse generaal, de wierook en de offers aan de heidense goden,
het zijn ook woorden die wijzen op de offers die gebracht werden
in de tempel van Jeruzalem, waar ze opstegen naar de God van Abraham, Izaäk en Jakob,
de God van Israël, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Als het gaat om uitstraling, om het bereiken van anderen, ook van anderen die niet geloven,
zijn we als zo’n geur.
Opnieuw een beeld niet van macht, maar van zwakheid,
want geur is vluchtig, even kan het lekker ruiken, maar als je de dag erop zou komen,
zou de stank niet te harden zijn,
van Rome is het bekend dat het niet alleen een grote, indrukwekkende stad was,
maar ook een vieze, vunzige, stinkende stad was.
Even die aangename geur, maar ons effect op anderen is ook vluchtig,
zoals ons leven ook vluchtig is, een ademtocht.
Een beeld van zwakheid, van vernietigd worden, want een offer wordt verbrandt,
wordt verteerd.
In de afgelopen week zag ik een aantal berichten uit Egypte langskomen.
Een studiegenoot die daar werkzaam is als docent aan een seminarie
plaatste een aantal berichten op zijn blog
En wellicht hebt u er ook gezien: kerken en bijbelwinkels die in brand gestoken zijn.
Een duidelijker beeld van wat het betekent om als offer verbrandt te worden
Het was een duidelijk beeld van wat het betekent om als offer verbrandt te worden:
De christenen die in Minya bij elkaar kwamen in een zwartgeblakerde kerk,
ze moeten de indringende geur van het roet hebben geroken
Ze zongen daar in die verbrande kerk tijdens de dienst een lied:

1. Heer, hoor ons, zie ons in gevaar,
het wordt ons steeds verteld:
moord hier en vuur en aanslag daar,
en overal geweld.
Men jaagt ons op tot in de dood,
als schapen voor de slacht.
Zwijgt u, o Heer, in onze nood,
slaapt u in onze nacht?

2. Ontwaak, sta op en help ons, Heer,
uw naam staat op het spel,
denk aan uw vriendschap, trouw en eer,
sta op en red ons snel.
Heer, hoor toch, naast U op de troon,
daar klinkt een stem die pleit,
het is Uw eigen, lieve Zoon,
Hij weet wat uw volk lijdt.

3. Uw stem spreekt tot ons in ons hart,
van liefde die niet wijkt
voor vuur of vrees, of macht of smart,
die door de dood heen blijkt.
Uw liefde houdt om ons de wacht,
de boze wint het niet.
Wij zingen in de donkre nacht
een overwinningslied.

Zie voor meer: http://wjdw.nl/2013/08/22/welk-lied-zongen-ze-in-die-kerk-in-minya/

De geur van het offer
de reportage maakte indruk:
terwijl je kerk afgebrand is en wellicht ook je huis
dan niet om wraak te roepen, maar roepen tot God.
Een geur die verspreid wordt – een aangename geur:
anders dan het geweld wat er ook in Egypte te zien is.
Een geur die Christus verspreidt, omdat ook geen wraak nam,
maar opriep vijanden lief te hebben en voor hen te bidden,
Hij die zelfs voor vijanden zijn leven gaf.

Een geur, die verspreidt wordt, de geur van het offer.
Dat kan je ook afschrikken.
Want het is ook de geur van de dood, van verbrande bezittingen, alles kwijtraken – om Christus.
Niet alleen overwinnaars in Christus,
maar ook vanwege Christus als een schaap naar de slacht geleid, geofferd.
Moet ik er dat voor over hebben?
Wil ik dat wel?
Is dat niet teveel gevraagd?
Durft u uw kinderen dat voor te houden?
De geur van de dood die om de navolging heenhangt,
maakt niet alleen indruk, maar stoot ook af.
Laat dan maar zitten.
Dan is de geur die over Christus verspreid wordt die hen wegdrijft een andere weg doet inslaan.
Wees niet te optimistisch over het effect van dat offer dat door ons gebracht wordt.
Paulus zegt het uit eigen ervaring, met pijn in zijn hart,
vanuit een verleden dat hij maar niet uit zijn gedachten kwijt raakt:
al houdt God hen de weg naar het leven voor, ze kunnen daarvoor wegvluchten.
Weggejaagd door de geur die over Christus verspreid wordt.
Dat gebeurt niet alleen in zulke extreme situaties als in Egypte.
Het kan ook hier in onze eigen omgeving,
in onze eigen kerk, het kan ook u of mij overkomen.
als u zegt: zo’n overwinning wil ik ook wel.
Ik wil graag in de overwinningstocht van Christus, zegevieren met Hem,
maar mijzelf kwijtraken, mijzelf verliezen, nee dat niet.
Ik geloof dat Jezus de goede herder is en mensen opzoekt die verloren zijn,
maar dat ik die verlorene ben, dat ik thuisgebracht moet worden, nee dat niet.
Ik wil niet gedragen worden. Ik kan mijn weg zelf wel terugvinden.
Daar heb ik Jezus niet bij nodig.

Paulus schreef met het oog op mensen die zichzelf graag een prominente rol toeschreven
in die overwinningstocht.
Die erbij wilden zijn, die iets wilden uitstralen en wilden uitdragen.
Doe het op onze manier, want door ons wordt Christus uitgedragen.
Tussen de regels door schrijft Paulus aan de mensen die hem afschrijven,
die vinden dat Paulus te weinig van de kracht van Christus uitstraalt,
tussen de regels door schrijft Paulus: jullie zaak stinkt.
Op de middelbare school zeiden we, als iemand te veel over zichzelf opschept:
het stinkt hier. (Eigendunk stinkt).
Paulus schrijft het ook vanuit zelfkennis, omdat hij ook die eigendunk had, vrome eigendunk,
vroom maar trots, een trots en eigendunk die overwonnen werd:
het is niet de geur van Christus die je om je heendraagt, maar je eigen stank.
Het is niet de aangename geur van Christus, maar je eigen stank,
je komt niet met Christus, maar met jezelf.
Paulus is hier scherp, omdat hij weet: als je met jezelf komt,
Dan heb je hooguit kortstondig succes,
maar je gaat wel verloren.
Alleen in de weg van Christus is er redding en behoud.
Alleen als je overwonnen wordt is er winst.
Alleen als je verliest is er de erekroon.
En toch zegt Paulus: Gode zij dank voor die overwinning!
Juist omdat Hij mij overwon, mag ik bij Hem horen,
omdat ik mijzelf verloor, mocht ik Christus, mocht ik God winnen.
Amen

Advertenties

Sylvia Bukowski – Gebed voor Egypte

Sylvia Bukowski – Gebed voor Egypte

Genadige God,
Hoeder van de volken,
Machteloos en vol woede zien wij elke dag
de beelden van geweld in Egypte.
Vol ontzetting horen wij de berichten
over vermoorde mensen
en verbrande kerken.
De lege woorden van de leiders
geven ons geen richting.

God,
wij brengen onze radeloosheid voor U.
Blus het vuur van de haat aan alle zijden.
Breng hen tot zwijgen
die oproepen tot nieuw geweld
en daarvoor een religieuze verklaring geven.
Sterk degenen die bezonnen zijn
en acht geven op de rechten van hun tegenstanders
en zich laten raken
door het leed van de slachtoffers.

Wij bidden U voor de koptische christenen:
bescherm hen tegen de moordlust van de opgehitste massa.
Bewaar hen ervoor
dat zij zich laten aansteken door haat en wraakzucht.
Troost hen in verdriet en angst
en maak hen sterk in het vertrouwen op U.

Wij bidden U voor allen
die een gestorven geliefde hebben te betreuren,
die hun inkomen verloren hebben
die niet meer weten
hoe zij hun kinderen kunnen beschermen.

God, geef de verantwoordelijken de wijsheid om te beslissingen te nemen,
waardoor het geweld wordt ingedamd
waardoor de bevolking wordt gediend
met recht en gerechtigheid.
Werk met uw macht
heilzaam in de chaos van de gebeurtenissen.

Wij bidden U om vrede voor Egypte
en voor alle volkeren op onze aarde.
Amen

Bron: http://praesesblog.ekir.de/2013/08/22/gebet-fur-aegypten/

Jong geleerd is oud gedaan

Jong geleerd is oud gedaan

Jong geleerd is oud gedaan. De waarheid van dit spreekwoord valt mij bij oudere gelovigen op. Zij kunnen vaak uit hun geloof leven door wat zij als kind hebben geleerd. Als kind hebben zij een psalm, een lied of een Bijbeltekst geleerd die hun hele leven is bij gebleven en voor hen een bron van kracht en troost is.
Onlangs sprak ik een van onze oudste gemeenteleden. Hij heeft een veelbewogen leven gehad. Het gesprek ging over wat hij in de oorlog en in Indië had meegemaakt. Tijdens het gesprek las ik uit Psalm 42. ‘Dat is mijn lievelingspsalm’, gaf hij aan, dankbaar voor het feit dat ik juist deze psalm had uitgekozen om met hem te lezen. Ik besloot om er op door te gaan: ‘U voelt uzelf als een opgejaagd hert?’ Zijn antwoord was een hartstochtelijk: ’Ja!’ Hij zal deze psalm als kind hebben geleerd. Zoals zoveel anderen zal deze psalm hem op zijn leven hebben vergezeld.
Aan een ander, wat ouder gemeentelid had ik gevraagd wat zijn lievelingslied was. Zijn antwoord: ‘God heb ik lief!’ Deze psalm had hij als kind geleerd en het was hem altijd bijgebleven. In datzelfde gesprek vertelde hij dat hij jarenlang niet naar de kerk is geweest. Ik was benieuwd of hij in die jaren deze psalm vergeten was. ‘Nee,’ zei hij, ‘in al die jaren ben ik deze psalm niet vergeten en heb ik deze psalm vaak in mijzelf gezongen.’
Een gemeentelid van rond de zestig kreeg het bericht dat zij ongeneeslijk ziek was. Deze uitslag zorgde ervoor, dat zij uit het lood geslagen was. Zij kon het niet bevatten. Maandenlang greep zij zich aan elk strohalmpje vast. Tot de chemokuur echt niet meer ging en het duidelijk was dat het einde er toch aan kwam. Toen zij geen uitzicht meer had op verlenging van haar leven, viel ze terug op een Bijbeltekst, waarover zij in haar jeugd een preek had gehoord die haar aansprak: De eeuwige God is u een woning en onder u zijn eeuwige armen. (Deuteronomium 33: 27)
Ook bij mensen, die wel met de kerk en het geloof zijn opgegroeid maar bij wie het geloof van hen afgegleden is, valt het me op dat vooral de liederen en soms ook de Bijbelteksten hen niet onberoerd laten. Bij de voorbereidingen van een begrafenis kunnen de liederen die aangedragen werden herinneringen aan vroeger, toen op zondag de gang naar de kerk nog werd gemaakt oproepen. Soms krijg ik de indruk, dat de nabestaanden met bepaalde verwachting naar de afscheidsdienst uitkijken, omdat zij dan weer de liederen van vroeger zingen.

Het houdt mij de laatste tijd bezig: welke bagage geef ik mijn eigen kinderen door? Welke psalmen en liederen en Bijbelteksten geef ik aan de kinderen en de jongeren van de gemeente door? Kan een preek van mij over 50 jaar de tekst leveren voor de rouwkaart, omdat een jongere door een preek van mij is aangesproken? Ik weet het, het gaat hier om de werking van de Heilige Geest. Ik heb het niet zelf in de hand. Gelukkig niet. En toch: het spoort mij aan mijn werk zo zorgvuldig mogelijk te doen.

Geschreven voor HWConfessioneel