Preek 1 april 2012

Preek 1 april 2012
tekst: Mattheüs 27:11-30

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als er een hedendaags politierapport over de zaak-Jezus zou worden opgesteld, zou er vast in gestaan hebben: ‘Verdachte wilde niet praten.’ Veel heeft Jezus tijdens zijn proces niet gezegd.
Dat veranderde niet, toen hij voor Pilatus wordt gebracht. Alleen als Pilatus vraagt: ‘Bent u de koning van de Joden?’, zegt Hij: ‘U zegt het.’ Alsof Hij wil zeggen daarmee, wil zeggen: ‘Dat zijn uw woorden.’ Maar verder geen woord tegen Pilatus.  Hij deed Zijn mond niet open – al werd Hij als een schaap naar de slacht geleid. Hij gaf geen weerwoord en onderging het allemaal.
Mattheüs vestigt trouwens ook veel meer de aandacht op alle andere betrokkenen bij het proces van de Heere Jezus. Hij laat veel meer zien, hoe de andere betrokkenen op Jezus reageerden: de priesters en de Schriftgeleerden, de oudsten, Pilatus, de discipelen Petrus en Judas, het volk. De evangelist laat zien, hoe er rondom Jezus beslissingen vallen. Alle betrokkenen bij het proces worden gedwongen om zich met Jezus te verhouden. Ze komen niet onder Jezus uit. Ze moeten hun positie ten opzichte van Jezus bepalen.
En wanneer ze positie kiezen, geven ze zichzelf bloot. Allemaal laten ze zien, wie ze zijn – juist door hun positie tegenover Jezus te bepalen. De priesters en de Schriftgeleerden die van Jezus afwillen,
Pilatus die geen uitspraak over Jezus wil doen en Hem daarmee in de handen van de priesters en de Schriftgeleerden geeft, die uit zijn op de dood van Jezus.
Wat laten deze mensen dan over zichzelf zien?  Op welke manier komt hun ware aard naar voren? Doordat ze tegen Jezus kiezen en op zoek zijn om van Hem af te komen, kiezen ze niet alleen tegen Jezus, maar kiezen ze ook tegen God.
Mattheüs vertelt al eerder in zijn evangelie aanwijzingen hoe het proces van Jezus opgevat moet worden. Jezus vertelde een gelijkenis over iemand die een wijngaard liet aanleggen, er een muur omheen liet bouwen en een gracht erom heen liet graven, zodat de wijngaard goed beveiligd en afgeschermd zou zijn. Omdat hijzelf op reis ging, verpachtte hij deze wijngaard. In de tijd van de oogst stuurde hij enkele om een deel van de opbrengst te ontvangen. Deze knechten waren niet welkom: de een werd mishandeld, de tweede gedood en de derde gestenigd. Hij stuurde nieuwe knechten, maar het gebeurde hetzelfde. Tenslotte stuurde hij zijn zoon, vanuit de gedachte: voor mijn zoon zullen ze respect en ontzag hebben. Naar hem zullen ze wel luisteren. Toen de zoon bij de wijngaard kwam,  kregen de pachters door dat de zoon van de eigenaar eraan kwam. ‘Dat is zijn zoon, de erfgenaam. Als we hem doden, kunnen wij de erfenis voor onszelf houden.’ Zo doodden zij ook de zoon, die namens zijn vader kwam.
Als de priesters en de Schriftgeleerden Jezus naar Pilatus brengen om zijn doodsvonnis te eisen, brengen ze de zoon van de Vader naar de wijngaard. Terwijl de Vader had gedacht dat ze naar Zijn Zoon wel zouden luisteren. Naar de profeten wilden ze niet luisteren. Sterker nog, veel profeten werden gedood. Als ze naar de profeten niet geluisterd hebben, als ze geen ontzag hadden voor de knechten, zullen ze respect en ontzag hebben voor de zoon hebben. Maar ze doodden ook de Zoon. Daarmee laten de overpriesters en de Schriftgeleerden zien dat ze niet alleen tegen Jezus kozen, maar ook tegen God, die Zijn Zoon gezonden had. Dat onthullen ze dus over zichzelf: ze kozen niet alleen tegen Jezus, maar ook tegen God. Dat ze tegen God kozen, blijkt niet alleen doordat zij Jezus overleveren,  maar ook doordat zij Jezus die onschuldig is uitleveren om gedood te worden.
Jezus die zwijgt en zijn mond niet opendoet, terwijl hij als een schaap naar de slacht wordt geleid. Jezus die onschuldig is, Jezus die rechtvaardig is, wordt uitgeleverd om gedood te worden.
Uit de manier waarop Mattheüs vertelt over het proces van Jezus wil hij laten zien: verzet tegen God staat niet op zichzelf. Verzet tegen God werkt ook uit in onze daden. Want wie God liefheeft boven alles, heeft ook zijn naaste lief. Wie trouw is aan God, zal een medemens niet op een slinkse manier de dupe laten zijn. Wie God van harte dient, zal de waarheid niet in een leugen omdraaien als de waarheid niet goed uitkomt.Niet alleen dat ze zich van Jezus willen ontdoen, is wat er mis gaat, maar ook dat ze een onschuldige willen laten terechtstellen, allerlei redenen bedenken om hem tocht te kunnen laten doden.Het heeft hier met elkaar te maken: een keuze tegen God en de oneerlijkheid.
Ook Pilatus komt er niet goed vanaf: Hij distantieert zich van Jezus. Alsof hij als Romein wil zeggen: die Jezus gaat mij als Romein niets aan. Die Jezus past niet in mijn wereld. En hij laat het maar gebeuren, dat Jezus een proces krijgt dat op geen enkele manier eerlijk is. En dat terwijl het Romeinse Rijk zichzelf zal als handhaver van het recht en brenger van rechtvaardigheid, voor wie recht en gerechtigheid als het ware een handelsmerk is. Terwijl er maar Eén is die rechtvaardig is, laat Pilatus juist deze ene Rechtvaardige vallen en levert hem over.
En volgens mij niet eens uit angst voor de Joden, maar veeleer uit onverschilligheid: Wat heb ik met u te doen, Jezus van Nazareth, van wie je volksgenoten zeggen dat je jezelf beschouwt als koning van de joden. Jezus, je bent alleen maar een probleem voor joden. Je gaat mij als Romein niets aan. Je bent niet van mijn wereld.  Je staat buiten mijn wereld, buiten mijn blikveld. Joden die uit verzet tegen God Jezus verwerpen en uitleveren om te doden. Een Romein, vertegenwoordiger van het Romeinse Rijk, die Jezus laat doden uit onverschilligheid, omdat Jezus en omdat de God van Israël hem niets aangaat.
Ook hij, Pilatus, laat zien wie hij is. Niet de handhaver van het recht. Hij bepaalt zijn beslissingen niet op basis van Gods wet, die aangeeft dat een koning, een heerser rechtvaardig moet zijn. Pilatus die zijn handen wast en daarmee aangeeft: die Jezus gaat mij niet aan. Mocht er iemand schuldig zijn aan de dood van Jezus – ik niet. Ik distantieer me van alles. Ik heb er niets mee te maken. Ik draag geen enkele verantwoordelijkheid. Je moet zelf maar zien en ondervinden van de dood van Jezus jullie  oplevert. Hij gaat mij niet aan. Hij zal er geen nacht minder om hebben geslapen.
Zo zondigt iedereen aan de dood van Jezus. De discipelen door te vluchten, de overpriesters en Schriftgeleerden door verzet en ongeloof en Pilatus door onverschilligheid, een onaangedaan geweten.

Nu is het gevaar van dat wij vanuit onze tijd wel even zouden bepalen, wat er allemaal mis ging rondom het proces van Jezus en dat wij zouden zeggen: die Joden, hadden zij niet kunnen beseffen met wie zij van doen hebben? Of die Pilatus, hoe kon hij nou zo onverschillig zijn? Maar Mattheüs bedoelde met zijn evangelie niet een soort Andere tijden te geven.
U kent dat programma misschien wel op radio en op televisie. Als er een bepaald thema in het nieuws is, willen zij nog wel eens kijken hoe daar in het verleden over gedacht werd: 30 jaar geleden, 50 jaar geleden. En je kunt je soms erover verbazen. Werd er vroeger echt zo gedacht? Gebeurde dat echt?
Als het evangelie een soort Andere tijden zouden we de evangeliën lezen als een verhaal over vroeger: hoe werd er vroeger eigenlijk over Jezus gedacht? Hoe ging dat proces eigenlijk in zijn werk? En als mens van deze moderne tijd zou je dan kunnen hoofdschudden  over hoe het er toen allemaal aan toe ging. Hoe kon de Heere Jezus een oneerlijk proces krijgen? Hoe konden ze vergeten dat de Heere Jezus de Zoon van God was? Dat ze zich niet alleen vergrepen aan de Heere Jezus, maar omdat Hij de Zoon van de Vader was, ook aan God zelf?
Maar stelt Jezus ook ons niet voor de keuze? Dwingt Zijn gang naar Golgotha ook voor ons niet om een keuze te maken? Om te bepalen wat onze positie is ten opzichte van Hem? En als we aan kunnen geven dat we van Hem zijn, bij Hem horen, komt dat dan niet doordat er een verandering in ons leven heeft plaatsgevonden? Dat we door de Heilige Geest gewonnen zijn voor Zijn dienst? Is het niet zo, dat wij als mensen eerder tegen Jezus kiezen.
Ik zeg dat niet als dominee die de gemeente even de les leest. Soms kunnen dominees wel de neiging hebben om de gemeente ongenadig de waarheid te zeggen, vanuit de gedachte dat zij dat namens God moeten zeggen. En dat moet ook, maar die waarschuwing en die aansporing geldt ook voor mijzelf. Ik kan mijzelf niet buitensluiten. Ik kan van mijzelf niet zeggen, dat ik automatisch wel de goede keuze zou maken.
De dichter Jaap Zijlstra maakte een kort gedicht:

Vandaag
een dominee gehoord
die Jezus
in een preek tijds
heeft vermoord
.

Met zo’n gedicht zou je denken dat Zijlstra een collega had gehoord, die van de preek niets maakte. Maar hij had aan dit gedicht de titel Zelfverwijt gegeven. Het ging niet over een ander, het ging over hem zelf.
En u zult dat van uzelf misschien wel weten (misschien ook niet) op welke manier u het risico loopt om tegen Jezus te kiezen als verzet tegen God  of dat u de Heere Jezus laat vallen vanuit onverschilligheid – dat weet u wellicht het beste. En hoe dat voor collega’s is, die ook de roeping hebben om te preken over Christus, maar voor mijzelf merk ik wel, dat ik niet zomaar kan doen alsof ik het gevaar niet loop om mij aan Jezus te vergrijpen en Hem weer naar de weg naar het kruis te brengen. De Heere Jezus ging die weg niet, omdat alleen de overpriesters en de Schriftgeleerden geen raad met Jezus wistenof omdat Pilatus niet wist wat hij met Jezus moest aanvangen, maar Hij ging die weg ook, omdat ik niets met Jezus kan aanvangen en ook met God niet. Vanuit mijzelf niet. En dat ik hier sta en hier de taak heb om te getuigen van de trouw en de liefde van deze Rechtvaardige heb ik niet aan mijzelf te danken. Niet omdat ik vanuit mijzelf voor Christus zou kiezen, maar omdat Hij voor mij gekozen heeft. En steeds weer voor mij kiest, ik die steeds de neiging weer heeft – als God het niet verhoede – om zich tegen Hem te keren of zich van Hem te ontdoen.

Op welke manier dan? In de gelijkenis kwamen de knechten en kwam de zoon om een deel van de oogst te ontvangen. De profeten kwamen om de vrucht van het geloof voor de Heere in ontvangst te geven. De Zoon kwam om alsnog te roepen tot bekering en tot geloof, kwam zodat wij vrucht zouden dragen voor God. Maar op het moment dat God dacht dat er vrucht was, gaven niemand thuis. En ik moet ook niet denken, dat als de Heere Jezus komt, om de vrucht op mijn geloof te zien, de vrucht van hoe de Heere Jezus in mijn leven werkzaam is, dat ik Hem wel met open armen zou ontvangen en zou zeggen: ‘Heere, dit heb ik voor u gedaan.’ Heb ik het wel voor Hem gedaan?
De Man die daar zwijgend stond voor Pilatus en niet antwoordde op de beschuldigingen brengt niet alleen aan het licht wie Pilatus is, of wie de Schriftgeleerden en de priesters zijn, maar Hij brengt ook aan het licht wie ik ben. Hij die het oordeel ondergaat, zal eens de rechter zijn over mijn leven. Hij die rein van hart is en mijn hart kent, Hij zal mij oordelen. Hij die geoordeeld wordt is niet alleen de Zoon van God die verworpen wordt, maar ook de rechter die eenieder zou oordelen, die veroordeeld wordt. De hemelse rechter die door mensen van deze aarde wordt veroordeeld en terechtgesteld.
Door mij – juist op het moment waarop Hij denkt: nu kan er in dit leven geoogst worden. Nu heeft Mijn woord vrucht gedragen. Het zaad dat is gezaaid is in goede aarde ontvangen en ontkiemd. Ik kan het deel van de oogst gaan halen, omdat de oogst Mij, de God van hemel en aarde toekomt.
Maar dan, dat hadden we niet verwacht. Dat de oogst voor de Heere bestemd was en niet voor onszelf dat we voor Hem moesten leven en dat Hij van ons vraagt, wat Hij ons gegeven heeft. Het gaat niet alleen om wat de priesters deden of de Romeinen, het gaat ook om wat ik doe met Jezus.
Zijn het alleen de volken die opstaan tegen de Gezalfde? Alleen als U ons verandert, Heere, zal ons verzet en zal onze onverschillig veranderen in vertrouwen.

Oog in oog met deze Jezus, de onschuldige, de Zoon van God, onze rechter kunnen we alleen maar zeggen: Heer, ontferm U, vergeef mijn trots. Leer mij uw lijden recht betrachten, dat ik inzie het mijn oordeel is dat u droeg. Verander mij, zodat ik U niet alleen als de rechter ontmoet, maar ook als mijn redder. Neem mijn verzet mij af. Alleen als U vergeeft en mijn oordeel wegdraagt, kan ik bij U horen.
Amen

Advertenties

Christus in Zijn lijden (Gedachten bij Schilder – 5)

Christus in Zijn lijden
(Gedachten bij Schilder – 5)

Voor Schilder was Christus als plaatsbekleder van groot belang. De trilogie Christus in Zijn lijden is een felle en existentiële exegese van de lijdensverhalen, vol contrasten en spanningen. Dit wordt gecombineerd met inzichten uit de gereformeerde traditie die ook weer zeer existentieel worden verwerkt.
Waarom eigenlijk op deze felle, geladen en existentiële manier? De trilogie Christus in Zijn lijden moet gelezen worden tegen de culturele achtergrond van de jaren-’20. Toonaangevende schilders als Jan Toorop  en schrijvers als Albert Verwey (kunstenaars door wie Schilder erg geboeid was) adoreerden een bleeke Christus, een soort boeddhistische Christus die aan het lijden ontstegen was: 

Christus aan het kruis

O Man van Smarte met de doornenkroon,
O bleek bebloed gelaat, dat in den nacht
Gloeit als een groote, bleeke vlam, – wat macht
Van eindloos lijden maakt uw beeld zoo schoon?

Glanzende Liefde in eenen damp van hoon,
Wat zijn uw lippen stil, hoe zonder klacht
Staart ge af van ’t kruis, – hoe lacht gij soms zoo zacht, –
God van Mysterie, Gods bemindste Zoon!

O Vlam van Passie in dit koud heelal!
Schoonheid van Smarten op deez’ donkere aard!
Wonder van Liefde, dat geen sterfling weet!

Ai mij! ik hoor aldoor den droeven val
Der dropplen bloeds en tot den morgen staart
Hij me aan met groote liefde en eindloos leed.

Albert Verwey

  Jan Toorop, Christus (1912)

Schilder had met deze bleke Christus moeite, omdat het wegpoetsen van het lijden het wegpoetsen van de plaatsbekleding is. Christus was meer dan de Man van smarten, de onze deesnis oproept. De trilogie Christus in Zijn lijden is een grootse poging geweest om te laten zien, dat de Christus als plaatsbekleder het lijden op zich genomen heeft. Het lijden ondergaan was een daad van Jezus in gehoorzaamheid.

Wat mij opvalt bij het lezen van deze overdenkingen, is dat de lezer in de rol van toeschouwer wordt geplaatst. De lezer moet zien, op zich in laten werken, soms beven. Jezus is een voorbeeld van gehoorzaamheid (en dat kunnen wij van Hem leren). Maar Jezus is vooral de plaatsbekleder die de toorn van God droeg en staande bleef in alle pogingen om Hem van dat plaatsbekledende optreden te weerhouden. De lezer krijgt van Schilder steeds te zien dat met betrekking tot Jezus geen neutraliteit mogelijk is: Hij is óf de Christus of de anti-Christ. Of wij geloven in Hem of wij struikelen over de steen des aanstoots. Het optreden van Jezus brengt alles in de crisis.
Mij als predikant, die de roeping heeft om te preken over Christus, houdt deze vraag al geruime tijd bezig: op welke manier kan over Jezus (bijvoorbeeld als plaatsbekleder) gepreekt worden? Dat kan alleen met de luisteraar of de lezer in de rol van toeschouwer, die ziet dat in de weg van Jezus God Zijn heil openbaart? Dat vraagt wel van de preek dat er een vonk overspringt en de luisteraar of lezer gegrepen wordt.  Kan er wel op een gemoedelijke manier over Jezus gepreekt worden? Misschien heeft Schilder wel gelijk dat dit niet kan en hebben wij vandaag de dag nodig dat de prediking over Christus ons in de crisis brengt.

Dit is (voorlopig) mijn laatste blog over Klaas Schilder. Voor wie zich afvraagt, waarom ik mij bezig houdt met Klaas Schilder, verwijs ik door naar K.H. Miskotte en G.C. Berkouwer.
Miskotte zei  eens op een college: ‘Ik kan er niet tegen als mensen op Schilder afgeven. Je kunt het niet met hem eens zijn, maar het was een geniale man.’
Berkouwer heeft steeds bij zijn leerlingen geprobeerd om er een over te halen om te promoveren. Tot zijn spijt is het niet gelukt om iemand te laten promoveren op de grondstructuur van Schilder (bijvoorbeeld aan de hand van Zondag 10).

E.P. Meijering schrijft in zijn boek Een eeuw denken over christelijk geloven, dat de theologie van Schilder niet verklaarbaar is zonder Karl Barth. Dat is geen fair oordeel. Schilder had zijn (originele) theologie al grotendeels gevormd voor Barth zijn intrede deed. Vanuit deze theologie reageerde hij voortdurend op Barth, omdat hij Barth als een bedreiging zag.
Het portret van Meijering is eenzijdig: doordat Meijering niet heeft geanalyseerd wat de moeite van Schilder was met de paradox, heeft hij ook niet begrepen waarom Schilder zich voortdurend zo fel verzette tegen de theologie van Barth.

Valse en ware mystiek -4 (Gedachten bij Klaas Schilder -4)

Valse en ware mystiek -4: de fronten van Schilder
(Gedachten bij Klaas Schilder -4)

Wie had Schilder op het oog, toen hij de valse mystiek veroordeelde? Daar komen verschillende groeperingen en stromingen voor in aanmerking:

(1) Niet-christelijke religiositeit
Toen de beweging van de Tachtigers opkwam, werd Nederland voor het eerst weer geconfronteerd met een elite van schrijvers en kunstenaars, die wel religieus was maar zich distantieerde van het christelijk geloof. Deze schrijvers keerden zich af van de christelijke traditie, maar werden geen atheïst. Zij hielden zich bezig met theosofie, spiritisme en parapsychologie. (Enkele van deze schrijvers werden later katholiek.)
Schilder verdiepte zich in deze religiositeit, omdat hij een liefhebber was van de literatuur en schilderkunst. Schilder verhield zich antithetisch tot de wereldbeschouwing en de religiositeit, maar wees hun kunst niet bij voorbaat af.
Schilder verdiepte zich ook in deze buitenkerkelijke religiositeit, omdat hij van mening was dat veel jongeren binnen de Gereformeerde Kerken zich hiermee inlieten en daarmee het gereformeerde spoor en vooral ook Christus verlieten. Schilder stond hierin niet alleen. In 1920 werd door verschillende classes op de synode van Leeuwarden gerapporteerd dat men behoefte had om een hernieuwd gereformeerd belijden met het oog op deze buitenkerkelijke spiritualiteit. Hoewel de synode beloofde hiermee aan de slag te gaan, is er van dit hernieuwd belijden is niets terecht gekomen.
Bepaalde stromingen binnen vrijzinnigheid, die door Schilder werden bestreden, kunnen ook tot deze categorie worden gerekend. Zij lieten zich meer inspireren door de niet-christelijke religiositeit dan door de eigen traditie.

(2) Christelijke stromingen

Gemeenteleden begonnen zich te interesseren voor groeperingen en stromingen buiten de kerk. De beweging van Johannes de Heer had grote invloed op de leden van de Gereformeerde Kerken. Daarnaast begon de Pinksterbeweging en kwamen de Darbisten in beeld.

(3) Bevindelijkheid
In de jaren tussen de beide Wereldoorlogen gingen gemeenteleden uit de Gereformeerde Kerken geregeld over naar de Christelijke Gereformeerde Kerk of naar de Gereformeerde Gemeenten. Hoe groot die uitstroom was, is nog nooit in beeld gebracht. Wie de vroege kerkbodeartikelen leest, krijgt de indruk dat het hier niet om een kleinschalig gebeuren ging.
Schilder heeft hier het hier om verschillende redenen moeilijk mee gehad: Hij vond dat de bevindelijkheid het gereformeerde spoor verliet. De bevindelijkheid was vooral gevoel en vaagheid, maar kon weinig met Christus. De overgang van gemeenteleden naar andere kerken heeft Schilder als verraad ervaren: de fronten lagen bij de kerkverlating naar de wereld en tegelijkertijd lieten trouwe gemeenteleden zich in met een geloofsbeleving die niet-gereformeerd was en naar zijn mening  te weinig met Christus ophad.

(4) Irrationalisme
Vanaf de jaren-’20 komt er een nieuw front bij: de paradoxale theologie. Th. L. Haitjema en A.A. van Ruler lieten zich inspireren door het irrationalisme: een systeem kan niet kloppend zijn, daarvoor is de werkelijkheid te weerbarstig. Een theologie kan alleen paradoxaal zijn. Haitjema en Van Ruler waren direct enthousiast over Barth, toen hij in Nederland werd geïntroduceerd, omdat Barths theologie naar hun idee overeenkwam met hun paradoxale theologie. Schilder heeft al voor de komst van Barth de paradoxale theologie bestreden en richtte na de komst van Barth zijn kritiek op Barth.
Schilder heeft de paradoxale theologie met veel hoon bestreden. Barth vond hij zelfs gevaarlijk. Hij was van mening dat als de theologie van Barth consequent werd doorgedacht deze theologie niet verschilde van Boeddhisme. De paradoxale methode was in zijn ogen een escape om deze consequenties niet te hoeven trekken. Door de paradoxale methode konden Haitjema, Van Ruler en Barth hun (in zijn ogen) halfslachtige theologie handhaven.

(5) Ethische theologie
Er is verrassend genoeg één stroming die door Schilder niet bestreden werd, maar op zekere hoogte juist bewonderd werd: de ethische theologie. Schilder was bevriend met de kerkhistoricus prof. dr. A. Eekhof, schreef positief over prof. dr. A.H. den Hartog (die samen met hem de theologie van Barth bestreed) en had goede connecties met J.H. Gunning (die het blad Pniël uitgaf).[1]

Beoordeling
Bij Schilder is het altijd de vraag of hij fair is in zijn beoordelingen. Veel van zijn opposanten voelden zich niet recht gedaan zijn conclusies. Dat zal met zijn manier van werken te maken hebben: hij redeneerde zelf de uitgangspunten door en trok op basis van deze uitgangspunten conclusies die zijn tegenstanders niet trokken.[2] Dat vraagt wel van de hedendaagse lezer dat hij zich niet alleen maar met Schilder bezig moet houden, maar ook met degenen die door hem bestreden werden (als een vorm van wederhoor).

Bij Schilder is het de vraag of hij door de splinter in de oog van de ander de balk in eigen oog niet zag. De kritiek op valse mystiek slaat ook op hemzelf terug. Hoe indrukwekkend Christus in Zijn lijden bij tijden ook kan zijn, Schilder leest de evangelieverhalen vanuit een gereformeerd-dogmatisch raster (het drievoudig ambt). Bovendien doet hij ook iets wat hij de valse mystiek verwijt: hij knipt eigenhandig de lijn uit de evangeliën, omdat hij zijn eigen lijnen zag.

Wanneer Schilder spreekt over de strijdende kerk (als de kerk die voortdurend struikelt over de steen des aanstoots) is het goed om te beseffen dat hij zichzelf tot deze kerk rekende. Hij kende de belijdenis en wist ook dat de strijd niet alleen tegen de wereld en de duivel is, maar ook tegen ons eigen ik. Gezien Schilders existentiële omgang met de belijdenis, zal hij zich ook hierin herkend hebben.
Schilder rekent zichzelf tot de strijdende kerk, die struikelt en soms zelfs als een satan zich tegen haar Christus keert. Deze houding van Schilder is authentiek en existentieel geweest. Dat maakt zijn theologie geregeld sympathiek en indrukwekkend.


[1] Ik heb ooit een blog geschreven met de stelling, dat de Christelijke Geformeerde Kerken meer door de ethische theologie van deze Pniël-Gunning zijn beïnvloed dan door de traditie van de Nadere Reformatie: https://mjschuurman.wordpress.com/2009/12/12/de-cgk-en-de-ethische-theologie/

[2] Deze methode paste in die tijd. Zie bijvoorbeeld het fascinerende boek van Ewout Kieft, Het plagiaat, waarin Kieft de polemiek tussen Anton van Duinkerken en Menno ter Braak reconstrueert.

Valse mystiek en ware mystiek -3 (gedachten bij Klaas Schilder -3)

Valse mystiek en ware mystiek -3: afwijzen van psychologische exegese en van vergeestelijking
(gedachten bij Klaas Schilder -3)

Het onderscheid tussen valse en ware mystiek werkt ook door in de exegese. Ware mystiek neemt genoegen met hoe de Schrift presenteert. Valse mystiek probeert op basis van eigen fantasie de openbaring, zoals God die gegeven heeft, te corrigeren of aan te vullen.
Vanwege dit onderscheid is Schilder een felle tegenstander van psychologische exegese en van vergeestelijking. Zielkundige exegese moet invullen, omdat het niet genoeg heeft aan wat de openbaring biedt. Zielkundige exegese is bovendien uit op een idylle (verpozen!).De idylle verdoezelt dat het licht van Gods openbaring gepaard gaat met het satanische, waarin God tegengewerkt wordt en het duistere dat wordt onthuld. En wanneer de duisternis genegeerd wordt, verbleekt ook de noodzakelijkheid van Christus.
‘Het evangelie is niet een verzameling van gegevens, theoretisch of experimenteel, noch van sprekende illustraties, bij zielkundige vraagstukken. Het is de beschrijving, uit de bizondere openbaring gegeven, van het heilswerk Gods in Christus Jezus.’ (Christus in Zijn lijden, I, p. 29)
Vergeestelijking vergrijpt zich op een andere manier aan de openbaring, maar eveneens een eigenmachtige ingreep. Door te vergeestelijken legt men verbanden, die door de Schrift zelf niet gelegd worden. Het ene Woord van God valt uiteen in vele woorden over God. De eenheid van de openbaring valt uiteen in menselijke gedachten en fantasieën. In de vergeestelijking verdoezelt dat er een lijn is in Gods openbaring en negeert het eenmalige van Christus’ optreden.
Exegese is vooral luisteren naar wat God zegt. Deze openbaring geeft ons zicht op de unieke Christus, die profeet, priester en koning ineen is. Christus is allereerst de ontvangende, luisterende en de gehoorzamende (receptief) en vandaar uit pas de handelende (productief). Valse mystiek heeft de neiging om het luisteren over te slaan en direct tot actie over te gaan.
Het optreden van Christus richt ons de aandacht ook weer op God, omdat het een onderdeel is van de voortgaande openbaring van God.

Valse en ware mystiek – 2 (Gedachten bij Klaas Schilder – 2)

Valse en ware mystiek – 2
Gedachten bij Klaas Schilder – 2

De valse mystiek heeft de neiging om te blijven op het hoogtepunt. Zeg tot dit schoone uur: O, toef nu nog, gij zijt zoo schoon. Valse mystiek vergeet dat op dat moment de schaduw van het kruis valt en de gelovige struikelt over de steen des aanstoots. Schilder werkt dat uit aan de hand van de verheerlijking op de berg. Petrus wil geïmproviseerde tabernakels bouwen, vanuit de dwaze gedachte dat de aarde de hemel kan ontvangen en dat de aarde dit kan vasthouden.
Deze dwaze gedachte is niet alleen een grote naïviteit, maar ook zonde: op de berg van de verheerlijking wil Petrus Jezus ervan weerhouden de weg van het kruis te kiezen. Ware mystiek weet dat het hoogtepunt niet bestaan uit een scheiding van licht op de berg en duisternis in het dal (zoals op het schilderij van Rafaël), maar dat op de berg van de verheerlijking de duisternis ook aanwezig is. Ware mystiek weet van de steen des aanstoots en de kruis op het mystieke hoogtepunt.

Op de berg van de verheerlijking vindt ook de ontmoeting plaats tussen de triomferende kerk (Elia en Mozes) en de strijdende kerk. Het verschil is, dat de strijdende kerk rust en heerlijkheid wil vóórafgaande aan het kruis. De strijdende kerk heeft rust en heerlijkheid verkregen door het kruis.  De strijdende kerk wil de openbaring van God beantwoorden. Ware mystiek kan echter niet zonder eerst te luisteren: hoort Hem! Ware mystiek weet dat het de aanspraak en de didactiek nodig heeft. De strijdende kerk heeft dus voortdurend te strijden tegen de valse mystiek. Of het nu de valse mystiek is van de ietsisten en de agnosten of het de valse mystiek is van extreme bevindelijkheid.
Wanneer de mystiek metterdaad luistert en gehoorzaamt, zal het inzien dat er niet alleen duisternis is op het hoogtepunt, maar ook licht. Naast de dwaasheid en de zonde van Petrus verschijnt Christus in Zijn heerlijkheid. De Geest presenteert deze duisternis en licht tegelijkertijd op dezelfde plaats; naast de dwaasheid van Petrus Gods raadsbesluit.

Valse en ware mystiek. (Gedachten bij Klaas Schilder – 1)

Valse en ware mystiek.
Gedachten bij Klaas Schilder – 1


Klaas Schilder is de theoloog van de scherpe analyses. Vooral met betrekking tot tegenstellingen. Een van de tegenstellingen, waar hij voortdurend scherp in het vizier heeft, is de tegenstelling tussen geloof en ongeloof. Deze tegenstelling komt in verschillende gedaanten terug. Bijvoorbeeld als tegenstelling tussen valse en ware mystiek. De valse mystiek worstelt zich naar een hoogtepunt toe, om daar blijven, uit te rusten en te genieten van een wijds uitzicht. De ware mystiek weet, dat op het hoogtepunt het gevaar is om te vallen, om zich te stoten aan de steen des aanstoots. De ware mystiek weet dat zij op het hoogtepunt haar kruis op zich moet nemen. Op het hoogtepunt begint de worsteling, de verleiding. Daarom moet men ook beducht zijn voor een hoogtepunt in het geloofsleven. Nadat Petrus zijn belijdenis heeft uitgesproken, struikelt hij over de steen des aanstoots. Om Petrus te bewaren voor zijn val, veranderde Jezus van genre en toon. Jezus ontlokte aan Petrus zijn Messiaanse lied – Jezus is de Christus. ‘Doch toen het het thema van dat lied – Jezus is de Christus! – gereciteerd was door den blijden leerling-cantor, toen was de stem van den Meester gaan dalen. Hij was, om zoo te zeggen, uit het hoogtepunt van den epischen zang, teruggevallen naar het dieptepunt van het didactisch spreken.’ (Christus in Zijn lijden, deel I, p. 8). De ware mystiek kan niet zonder de uitleg en de aanspraak. Zelfs niet als zij is aangekomen op haar hoogtepunt.

Jürgen Ebach – Schrift-Stücke

Jürgen Ebach – Schrift-Stücke
Jürgen  Ebach - Schrift-Stücke  Jürgen Ebach

Jürgen Ebach is een oudtestamenticus, die altijd de moeite waard is om te lezen. Hij heeft zich grondig verdiept in de Joodse exegese en laat dat in zijn wetenschappelijke werk doorklinken. Bij zijn afscheid als hoogleraar Oude Testament kreeg hij een boek aangereikt, dat de titel droeg: Vragen tegen de antwoorden. Dat typeert zijn exegese: geen genoegen nemen met antwoorden, maar vooral vragen blijven stellen.
Vorig jaar publiceerde Ebach een boek met aantekeningen bij de Bijbel. Deze aantekeningen gaan over details in een bijbeltekst. Voorbeeld voor dit boek is Minima Moralia van Theodor W. Adorno. In het Woord vooraf schrijft Ebach, dat hij veel van deze filosoof geleerd heeft, maar eigenlijk niet begrijpt waarom Adorno zo weinig met de Bijbel had.
Het boek gaat onder andere inzichten die naar voren kwamen tijdens het project van de Bibel in gerechter Sprache (waar Ebach bij betrokken was), maar ook net zo goed over Woody Allen of andere personen uit onze tijd.

Het boek is opgedragen aan drie verschillende personen:
–  Margarethe L. Frettlöh, een systematisch-theoloog, die zich ook veel met exegese bezig houdt.
–  Klaus Wengst, Nieuwtestamenticus en godsdienstpedagoog, die in zijn werk veel bezig is met Joodse exegese
– Richard Faber, socioloog, filosoof en literatuurwetenschapper – en als atheïst een liefhebber van de Bijbel.

Link (met Leseprobe): http://www.randomhouse.de/Buch/Schrift-Stuecke-Biblische-Miniaturen/Juergen-Ebach/e366054.rhd