Preek Tweede Paasdag 2019

Preek Tweede Paasdag 2019
Schriftlezing: Lukas 24:13-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Hem zagen ze niet
De weg naar Emmaüs is voor veel gelovigen bekend
en misschien hebt u die weg ook wel eens gelopen, van Jeruzalem naar Emmaüs.
Of loop jij op dit moment weg van Jeruzalem naar Emmaüs.
De weg naar Emmaüs ga je als je door teleurstellingen niet meer kunt geloven.
Je hebt er niet helemaal mee gebroken.
Je bent niet ongelovig geworden, maar het lukt niet meer om te geloven
omdat er iets gebeurde in je leven waardoor je teleurgesteld geraakt bent in God.
Voor Kleopas en zijn metgezel, die samen op weg gaan,
is de teleurstelling niet alleen dat Jezus gekruisigd werd en stierf en begraven was.
Dat had er al diep ingehakt en ontnam hen alle hoop.
Maar wat hen deed besluiten om de groep te verlaten en weer naar huis te gaan,
– misschien voorgoed afscheid van de groep van Jezus’ leerlingen –
was het verhaal waarmee de vrouwen kwamen aanzetten: dat Jezus was opgestaan.
In eerste instantie hadden alle aanwezigen meewarig gelachen: dat kan toch helemaal niet.
In de loop van de dag waren er echter meer berichten geweest
en begonnen anderen, die het eerst niet konden geloven, er toch van overtuigd te raken
dat er wat was gebeurd en zich begonnen af te vragen:
Zou het dan toch waar zijn dat Jezus opgestaan was uit de dood?
Dat was voor hen de druppel. Nu was het tijd om naar huis te gaan
en de anderen achter te laten. Dit konden ze niet aan.
Zo laten ze de gemeente in Jeruzalem achter en gaan ze hun eigen weg.
Het zijn kerkverlaters, die wel zouden willen geloven, maar het gewoonweg niet kunnen.
De teleurstelling is te diep, de berichten te ongeloofwaardig.
Daar houden ze het niet meer bij uit en gaan op weg naar hun eigen huis.

Onderweg praten ze hun teleurstelling en hun frustratie van zich af.
Met z’n tweeën spreken ze hun verbijstering erover uit,
dat de anderen de verhalen van die vrouwen toch lijken te gaan geloven.
Er klinkt verontwaardiging, boosheid in hun woorden door
en het is een heftig gesprek dat ze samen voeren,
zo heftig dat het de aandacht trekt van iemand anders die ook op die weg loopt.
Lukas vertelt er meteen bij, Wie die persoon is die mee gaat wandelen:
Het is de levende Heer, die opgestaan is uit de dood en zich hier aan hen laat zien.
Dat Jezus het is, kunnen ze echter niet zien.
Hun ogen zijn gevangen – te groot is de teleurstelling, te diep het verdriet.
Het verhaal van de Emmaüsgangers is een geliefd verhaal,
omdat het eerlijk is over de teleurstelling die ook gelovigen kan overvallen,
en niet verzwijgt dat het ook gelovigen kan overkomen, dat ze afhaken
omdat ze niet mee kunnen komen in de vreugde van Pasen,
zich buitenstaander voelen tussen al die anderen die de vreugde wel kennen.
Dat is niet de enige reden, waarom dit verhaal zo graag doorverteld wordt.
Ook omdat op die weg, waarop de teleurstelling de overhand heeft
en waarop je afhaken en niet meer mee kunnen komen Jezus zelf met hen mee loopt
met hen het gesprek aangaat, hen opzoekt in hun verdriet en teleurstelling,
zich aan hen voordoet als ze het geloof dreigen op te geven
en hen uitdaagt om te vertellen wat er in hun hart leeft.
Dit verhaal biedt hoop, want stel dat de opgestane Heer zo ook met jou of met u meeloopt
en aan jou vraagt: Wat is er nu gebeurd in je leven?
Vertel je verhaal eens aan Mij. Ik zal naar je luisteren.
Ik loop net zo lang mee, totdat je helemaal je verhaal gedaan hebt
en je al je teleurstellingen en pijn verteld hebt.
Hij zag je elk moment en telde elke traan.
Dat heb je wellicht niet door, dat de Heere in de hemel ook jouw verdriet en pijn kent.
Wellicht heb je eerder het gevoel dat je er alleen maar mee rondloopt
en het als een zware last meesjort, terwijl je zou willen dat de Heere je ziet
en je hebt het niet door, dat Hij al met je meeloopt en met je optrekt
en dat Hij het is, die naar de vragen luistert, die in je hart leven,
Die je voor je gevoel alleen maar aan jezelf stelt,
of hooguit deelt met iemand die je echt goed kent.
Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend.
Ga daarom maar het gesprek aan met Hem.
Omdat Hij van je hield gaf hij zijn eigen Zoon.
Hij wacht alleen nog maar totdat je komt.

[We luisteren naar: Nog voordat je bestond, kende Hij je naam]

O onverstandigen en tragen van hart!
Het is een heel verhaal wat Kleopas te vertellen heeft.
Eerst is hij verbijsterd dat hij deze man, die met hen mee gaat lopen,
moet vertellen wat er in Jeruzalem is gebeurd:
‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem?’
Soms is het te pijnlijk om het te vertellen en dat is het prettig als de ander het weet,
zodat je het niet uit de doeken hoeft te doen.
Maar als er iemand is, die oprecht luisteren wil, dan kun je je hart uitstorten
en dat is er ook wat er gebeurt met Kleopas.
Hij vertelt hoe bijzonder Jezus voor hem was:
een profeet waarin je de kracht van God kon merken.
Zowel God als het volk waren blij met wat hij deed.
Kleopas vertelt ook wat er fout is gegaan.
Hoe Jezus, ondanks dat Hij door God en de mensen geliefd werd,
een vernederende dood moest sterven, door middel van verraad en de dood aan het kruis
en hoe met de dood van Jezus alle hoop op het ingrijpen van God was vervlogen.
Nu Jezus gestorven is, zal er geen redding komen.
En wat moet er nu met hen en met het volk terecht komen?
Hij, Kleopas weet het niet meer.
Dat hij geen uitkomst meer ziet, geen hoop meer heeft,
Dat is nog niet eens het ergste.
Maar wat die vrouwen vertelden over het graf en Jezus die zou zijn opgestaan.
Maar ze hebben Jezus niet gezien. Hoe kunnen ze dan vertellen dat Jezus is opgestaan?
Dan is hij uitverteld. Zijn hele hart heeft hij kunnen luchten bij Jezus,
die met hem meeliep, zonder dat Kleopas door had
Dat hij de Heere Jezus informeerde over wat er met Jezus was gebeurd.

De reactie van Jezus op zijn verhaal had hij misschien niet verwacht.
Want in plaats van begrip en troost krijgt Kleopas met zijn metgezel te horen
dat het hen aan geloof ontbreekt, dat ze niet in staat zijn om te zien hoe God werkt.
Ondanks dat ze naar Jezus’  onderwijs geluisterd hebben, missen ze kennis over God
En hebben ze geen idee wat Zijn manier van werken in onze wereld is
En hun hart bevat niet het geloof om te kunnen begrijpen dat hier God aan het werk is.
Onverstandig en traag van hart zijn ze.
Daarmee bedoelt de Heere Jezus dat ze niet in staat zijn
om het onderwijs van Jezus op deze situatie kunnen betrekken.
Dat ze vergeten om de Bijbel er op na te slaan, om te zien wat Gods weg zou zijn.
Dat het zoveel tijd kost, dat hun hart open gaat voor het evangelie.
Dat hun hart er zo lang over doet om te geloven
En dat laat zien dat hun hart niet op Christus is georiënteerd.
Door het verdriet dat in hun leven gekomen is,
teleurstelling die hen zo diep geraakt heeft,

diep in het hart, hebben ze geen oog meer voor Gods werk
en missen ze de ogen van het geloof, waarmee ze Gods hand in het gebeuren zien.
Ze moeten dat gaan leren.
Ze moeten beseffen dat hier in de dood van Jezus en ook in Zijn opstanding
de Heere op een bijzondere manier aan het werk is.
Maar hoe leren ze dat?
Dat kunnen ze alleen maar leren door in de Bijbel te lezen
door daarin te zien hoe God zich bekend maakt, vertelt over Wie Hij is.
Ik ben die Ik ben, is Zijn naam waarmee Hij zich bekend maakte aan Mozes.
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Als God zichzelf een naam geeft, Zijn naam bekend maakt,
heeft Hij een naam gekozen met een betekenis: Ik ben er, Ik zal er zijn – is de betekenis.
Of iets vrijer: Ik sta voor je klaar, Ik kom voor je op.
Het is het beeld dat God iets voor je doet, iets voor je bevecht, iets voor je regelt.
Maar wel op een bijzondere manier.
Gods weg is vaak niet de makkelijkste:
Jozef werd eerst in de put gegooid en raakte daarna in de gevangenis
Voor hij aan het hof van de farao mocht dienen als onderkoning.
Israël moest eeuwen in Egypte wonen en werd uiteindelijk als slaaf behandeld,
totdat het na een lange, moeilijke tijd van onderdrukking mocht uittrekken.
De reis in de woestijn duurde niet een jaar, maar 40 jaar.
Als God omwegen kiest om tot Zijn doel te komen
– en de voorbeelden uit het Oude Testament zijn aan te vullen –
waarom zou de Messias dan rechtstreeks naar de hemel gaan
zonder de weg naar het kruis te nemen, zonder de dood in te gaan.
Weten jullie dan niet dat dit Gods plan was, dat dit moest gebeuren?
Hoe kan Gods naam anders HEERE zijn? Ik ben die Ik ben,
als Hij er niet is in de diepte waarin jullie je bevinden.
Hoe kan Hij je bevrijden uit de gevangenis en de slavernij van de zonde
Als Hij die weg niet genomen had?

‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

[We luisteren naar – ‘Ik zal er zijn’, SELA]

Was ons hart niet brandende in ons?
Dit lied Ik zal er zijn heb ik al enkele keren meegemaakt tijdens een dienst
Waarin we afscheid moesten nemen, van iemand die overleden was.

In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

Als Kleopas en zijn metgezel zo in gesprek raken over de weg die God gaat,

Waarover al verteld wordt in het Oude Testament, gebeurt er bij hen iets.
Er wordt een verlangen geboren.
Als het al in de Bijbel staat, dan zou het wel eens waar kunnen zijn.
Als daar staat, dat de weg van Christus niet een mooie weg omhoog is,
maar een omweg, waarop Hij moet lijden, dan zou het wel eens waar kunnen zijn.
Als de weg van Jezus past in de weg die Jozef ging
en die Mozes ging,
als het paste bij de weg die zijn verre voorvader David moest gaan,
Toen hij op de vlucht was voor koning Saul en moest vrezen voor zijn leven,
dan is het niet vreemd als de Messias, die door God gestuurd is, de dood in ging.
dan moest dat wel gebeuren voor Hij de hemelse heerlijkheid in ging.

 

 

Hoe dichter ze bij Emmaüs komen, hoe meer de vreugde in hun hart komt.
Hoe dichter ze bij huis komen, hoe meer er geloof in hun hart komt.
De traagheid verdwijnt uit hun hart en ze worden steeds enthousiaster.
Zou het dan toch?
Zonder dat ze het weten, wordt de weg naar Emmaüs, de weg van twijfel,
De weg waarop ze afhaakten veranderd in een weg van geloof,
omdat Christus er zelf op meeloopt.
En in hun hart begint het langzaam aan te zingen.
Het is waar: onze Heer leeft. Hij is waarlijk opgestaan.
Nog steeds zien ze Hem niet en dat het in hen verandert hebben ze nog niet door.
Achteraf, als Jezus vertrokken is, nadat ze Hem hebben herkend,
geven ze aan dat er toen een verlangen in hen gewekt is,
een vuur dat brandt, het vuur van het geloof, dat niet meer dooft,
omdat het door de Heer zelf was aangestoken.
Was ons hart niet brandend in ons?

Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei !
Mijn rouwkleed hebt Gij weggedaan,
uw vreugdekleed deedt Gij mij aan,
dat ik zou zingen tot uw ere
in eeuwigheid, mijn God, mijn Heere !

Loop jij nog op de weg naar Emmaüs? Zie je dan niet dat Jezus met je mee loopt
om te horen wat er in jouw hart leeft
En om jou te vertellen hoe Hij er is in jouw leven
om jou het geloof te geven, het verlangen in jouw hart te wekken
om meer over Hem te weten te komen, om Hem meer te zien en te ervaren,
zodat ook in jouw hart het vuur van het geloof gaat branden.
Amen

Preek Eerste Paasdag 2019

Preek Eerste Paasdag 2019
Schriftlezing: Lukas 24:1-12.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de verhalen die Lukas ons vertelt gaat het er niet alleen om dat Jezus is opgestaan,
maar gaat het er ook om dat ook wij de opgestane Heer kunnen vinden.
Lukas gebruikt hier enkele woorden, die hij vaak in zijn evangelie gebruikt
en voor hem dus blijkbaar belangrijke woorden zijn: zoeken en vinden.
Nu is bij ons de volgorde vaak dat je eerst gaat zoeken en dat je daarna vindt.
Je bent iets kwijt, wat je nodig hebt en je gaat op zoek, totdat je het vindt.
Lukas vertelt daarover de verhalen van een herder die een van schapen mist
En op zoek gaat om dat schaap te vinden.
Of die vrouw, die een penning kwijt is: ze zoekt net zo lang tot ze vindt.
Je bent iets kwijt en dan ga je op zoek.
Bij de opstanding gaat het echter net andersom: de vrouwen vinden iets
en daardoor moeten ze op zoek.
Ze zijn helemaal niets kwijt, want ze weten waar Jezus is.
Althans dat denken ze te weten:
ze waren erbij toen Jozef van Arimathea het lichaam van Jezus van het kruis haalde
en volgden Jozef toen Hij met het lichaam van Jezus naar het graf ging
en zagen met eigen ogen hoe het lichaam van Jezus in dat graf werd gelegd.
Daar gaan ze nu naar toe, nu ze een dag hebben gewacht, omdat het sabbat was
En ze niet bij het graf terecht konden, omdat de sabbat een dag van rust was,
Een dag voor God.
Maar als ze bij het graf komen, vinden ze iets, waardoor ze alsnog moeten zoeken.
Het is de omgekeerde wereld, omdat God met de opstanding van Christus alles omkeert.
Ze vinden en daardoor moeten ze alsnog op zoek.
Als ze aankomen, vinden ze niet wat nog in hun gedachten was,
de plek zoals ze daar tijdens de hele sabbat aan hebben zitten denken.
Ze treffen de situatie zo aan dat de steen van het graf is weggerold.
Ze vonden de steen afgewenteld van het graf, zegt Lukas
en gebruikt daarmee het woord, waarmee hij wil laten weten
dat God naar ons op zoek is en ons vindt.
Maar als de vrouwen vinden, moeten zij op zoek.
Als ze de steen vinden, moeten ze op zoek naar het lichaam van Christus
En het wordt nog erger, want het lichaam is hier niet,
zoals de engelen tegen de vrouwen zeggen.
Het lichaam is kwijt – weg – en daarom moeten ze op zoek.
Het is de omgekeerde weg van God: God zoekt en vindt.
Als het om God gaat, is het voor ons mensen net omgekeerd:
We vinden iets, waardoor alles in een nieuw licht komt te staan
en blijken daarmee God te missen en moeten op zoek naar Christus
tot wij Hem vinden – en Hem net als de vrouwen kunnen ontmoeten als de levende Heer.
Ik denk dat Lukas in de verhalen over de opstanding die hij in zijn evangelie ons wil leren
over hoe Christus in ons leven komt.
Hoe wij nu vandaag de dag de levende Heer kunnen ontmoeten.
Dat begint dat met het vinden van een situatie, die voor onverwacht is,
Waar je niet op gerekend hebt en waardoor de schrik je om het hart slaat
omdat je beseft: Ik ben mijn Heer kwijt. Hij is hier niet!
Je had het kunnen weten, dat Hij hier niet is,
maar omdat je niet scherp genoeg bent geweest op de signalen van God
die vertellen waar Hij wel is, ben je Hem uit het oog verloren,
Terwijl je denkt dat Hij nog bij je is, is Hij er niet meer.
Het begint al als de vrouwen Jozef met de dode Jezus volgen
en ze denken dat Jezus naar Zijn laatste rustplaats op aarde wordt gebracht.
Nu Hij gestorven is en begraven, willen ze Zijn lichaam de laatste eer bewijzen.
Ze denken niet meer aan wat Jezus vertelde over dat Hij zou sterven
en daarbij ook aangaf dat Hij weer zou opstaan uit de dood.
Elke keer als ik dat lees, ook nu weer, vraag ik me af:
Hoe hebben ze dat kunnen vergeten,
dat Jezus zowel Zijn dood als opstanding had aangekondigd?
Wat de dood aan het kruis zo’n ingrijpende gebeurtenis,
Waardoor alle geloof dat ze in Jezus hadden in één klap onderuit ging?
Zou ons dat ook kunnen overkomen?
Je kent de verhalen dat Jezus is opgestaan en je gelooft dat.
Maar opeens is er iets, waardoor je dat geloof kwijt bent.
Je kunt alleen nog maar aan vroeger denken.
Psalm 42 heeft dat ook: vroeger ging ik mee met de menigte die vol vreugde was
en kon feestvieren, omdat ze God bij zich wisten,
maar nu, nu ben ik op een afstand en ik heb heimwee naar die tijd, dat ik bij God was:
Kon ik dat nog maar weer meemaken!
Ook de vrouwen bij het graf kunnen alleen nog maar aan vroeger denken:
De goede tijd dat ze veel van Jezus leerden.
Nu kunnen ze alleen nog maar een dode Jezus in ere houden
en dat willen ze doen: met specerijen en mirre
om het lichaam van Jezus zolang mogelijk in goede staat te houden.
Ze maken de specerijen en mirre klaar, maar kunnen niet naar het graf,
omdat het sabbat is.
Ook dat is weer een aanwijzing van God dat Hij er is,
want de sabbat is er om Gods daden te gedenken,
om erbij stil te staan hoe Hij de schepping gemaakt heeft:
op de 7de dag om te rusten van de schepping.
Om te vieren hoe ze uit Egypte zijn bevrijd: geen slaaf meer,
maar door Gods krachtige hand uitgeleid en nu vrije mensen.
Voor de vrouwen zal de dag van de sabbat vooral een dag zijn,
waarop ze niet naar het graf kunnen, omdat Gods  regels houden hen tegenhouden.
En er is haast bij, want als het lichaam niet gauw behandeld wordt,
Zal het lichaam vergaan.
Ze staan er niet bij stil dat ze goed voor een dode Jezus willen zorgen,
terwijl God al bezig is om Hem op te wekken.
Voor hen telt alleen de werkelijkheid dat Jezus dood is.
Dat God in staat is om alles nieuw te maken, opnieuw te handelen,
te komen met Zijn macht en majesteit – de sabbat was bedoeld om dat te overdenken
– de vrouwen staan daar niet bij stil en wachten tot de sabbat voorbij is
en op z’n allervroegst, wanneer de dag nog maar amper begonnen is, gaan ze.
Ze zitten nog bij de situatie, zoals ze die achtergelaten hadden.
Wat ze vergeten zijn, is dat in de tussentijd God ook kan werken.
Ik begrijp wel waarom ze dat vergeten zijn,
want wie houdt er nu rekening mee na een begrafenis
Dat degene die je weggebracht hebt weer zal opstaan uit de dood.
Daar is de dood te werkelijk voor. De dood is het einde van het aards bestaan.
Het is ook geen beter weten van Lukas als hij ons doorverteld
dat de vrouwen hadden kunnen weten dat Jezus zou opstaan.
Er klinkt wel een verwijt aan de vrouwen, uitgesproken door de engel.
Maar dat verwijt is voor ons bedoeld.
Hij wil tegen ons zeggen: betrek elke situatie op God
en houd rekening mee, dat God kan ingrijpen,
de hele situatie kan omkeren, zoals Hij Jezus uit de dood riep
en terugbracht in het leven.
Want Lukas tekent met de weg die de vrouwen gaan de weg voor ons,
Waardoor wij tot geloof kunnen komen:
De start van de weg naar het geloof kan beginnen op het moment dat je God niet kent.
Maar kan ook beginnen op het moment, dat je er geen rekening mee houdt
dat God iets kan doen. Dat je dat geloof hebt opgegeven.
De situatie is zoals je die achtergelaten hebt.
Wat je achtergelaten hebt, is een zieke man op een ziekenzaal in het ziekenhuis.
En voor jouw idee blijft het zoals je het de laatste keer achterliet.
Wat je achtergelaten hebt, is de crisis van je huwelijk
en je ziet niet meer dat het goed kan komen.
Of je denkt dat God niets met je te maken wilt hebben, dat jij niet bij Hem kunt horen.
De situatie is zoals hij is en er is niemand die het verandert.
Ben je dan niet net als de vrouwen die naar het graf gaan om een dode Jezus te vereren?
En als je dan iets aantreft dat je niet verwacht,
duidt je dat niet als een signaal dat God bezig is, dat God Zijn Zoon riep uit het graf,
maar is er schrik, paniek, je moet zoeken, omdat er iets niet klopt.
Voor de vrouwen is het paniek: waar is het lichaam van Jezus gebleven?
Hij zou hier toch moeten zijn? Ze hebben dat toch zelf gezien dat Hij hier neergelegd werd?
Maar hoe ze zoeken, ze vinden niet.
Ook hier is er de omgekeerde weg van God.
Als Hij naar ons op zoek gaat, vindt Hij ons, maar de vrouwen zoeken maar vinden niet.
Omdat ze Jezus zoeken tussen de doden.
Ze zoeken op een plek waar Jezus niet is en daarom vinden ze Hem niet.
Het zijn de engelen die het hen bekend maken dat ze op de verkeerde plek zoeken.
De vraag kan uitgesproken zijn met een verwijt in de stem:
Je had hier helemaal niet moeten zoeken. Je had beter kunnen weten.
De engelen kunnen de vraag ook met een glimlach hebben uitgesproken:
Hier zul je Hem niet vinden, want je zoekt op de verkeerde plaats.
Je gaat er nog vanuit dat Jezus dood is. Maar Hij is hier niet.
Juist dat ze Jezus niet vinden is evangelie.
Meestal is als je iets niet vindt, geen goed nieuws,
Want dan ben je iets kwijt en hoe langer je iets kwijt bent,
hoe kleiner de kans dat je dat wat je kwijt bent nog terugvindt.
Maar de vrouwen zijn alleen een dode Jezus kwijt,
maar dat is goed nieuws, want er is iets gebeurd:
God heeft ingegrepen. Hij heeft Zijn Zoon opgewekt.
Net zoals een ouder een kind roept, omdat het op moet staan,
tijd om uit bed te komen, zo heeft God Zijn Zoon geroepen uit het graf.
Tijd om uit het graf te komen. Opstaan!
Dat is de volgende stap in de weg van het geloof.
De vrouwen begonnen met een verkeerde Jezus en raakten die Jezus kwijt
en moeten zoeken.
Ze vinden Hem weer terug door de woorden van de engelen.
Nu zullen er hier niet in de kerk zoveel zijn die ook door een engel zijn gaan geloven.
Dat kan overigens wel, maar hoeft niet.
Het gaat om de woorden, die tegen je gezegd worden.
Dat kan inderdaad door een engel.
Het kan ook door wat je in een preek hoort, of een ouderling tijdens huisbezoek zegt.
Een meester of juffrouw op school over de Heere Jezus vertelt
of wat je onderling met elkaar deelt.
Dat je het vertelt en tegen elkaar zegt: Weet je dat niet meer dat Jezus is opgestaan?
Ben je dat vergeten?
Ben je vergeten dat de dood niet het laatste is?
Ben je vergeten dat Jezus de dood heeft overwonnen?
Ben je vergeten wat Gods plan was? Met deze wereld? Met jouw leven?
De volgende stap is geloof:
Ik denk dat in de meeste gevallen het geloof niet zo snel komt als bij deze vrouwen
en dat je vaak nog moet zoeken, zoals de vrouwen dat doet op een plek waar Jezus niet is.
En dat er iemand tegen je moet zeggen: Hij is hier niet! Hij is opgewekt!
God is aan het werk geweest.
Wat zoek je de Levende bij de doden?
Je moet op een andere plek zoeken, een plek waar je rekening houdt met God.
Waar zouden wij moeten zoeken als we Jezus willen vinden?
Voor Lukas is dat waar de woorden over Jezus klinken
of waar het sterven en opstaan van Christus wordt gevierd.
In de kerkdienst, bij het avondmaal, als je voor jezelf de Bijbel opendoet,
als je met elkaar over Christus praat, als er een Bijbelverhaal verteld wordt,
als je in jezelf nadenkt over Hem.
Dat zijn allemaal momenten dat je Christus kunt ontmoeten.
Maar het is niet makkelijk om op die woorden af te gaan.
Als de vrouwen de woorden van de engelen doorgeven,
wordt dat afgedaan als kletspraat – jullie hebben iets in je hoofd gehaald.
Het is in je bol geslagen.
Zo wordt er dus op het goede nieuws gereageerd.
Zelfs voor de volgelingen van Jezus is het moeilijk om de opstanding aan te nemen.
Zij moeten de weg van het geloof nog lopen.
Zij zitten nog in de fase waarin de vrouwen die dag begonnen.
Ongeloof wordt vaak maar moeilijk doorbroken.
Vaak is het veel makkelijker om te geloven dat het is zoals het is.
Ze halen hun schouders op.
Behalve één, die Jezus al was kwijtgeraakt:
Petrus, die Jezus kwijtraakte toen Hij Jezus verloochende.
Juist bij hem wordt er iets geraakt, waardoor hij gaat zoeken.
Hij vindt nog niet, maar denkt er wel over na.
Ook dat kan een eerste stap zijn in het vinden van Jezus:
Verwondering: er is iets gebeurd. Je begrijpt het nog niet,
maar je komt er toch niet los van.
Hij staat in het lege graf en ziet de doeken liggen.
Nee, Jezus is er inderdaad niet
– Hij vindt Jezus ook niet. Jezus zal hem vinden.
Zo gaat het vaak: Als je denkt te vinden, blijk je te moeten zoeken.
Maar als je niet kunt vinden, dan wordt je gevonden.
Dan vindt de Herder je. Dat is een troostvolle gedachte.
Amen

Preek Goede Vrijdag 2019

Preek Goede Vrijdag 2019
Schriftlezing: Mattheüs 27:33-56

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de beschrijving, die Mattheüs van het gebeuren op Golgotha geeft,
krijgt het kruis de minste aandacht.
Meer aandacht is er voor wat er om het kruis gebeurt:
Hoe de mensen, die zich om het kruis verzameld hebben, zich gedragen
en op de gebeurtenissen die plaatsvinden rondom het kruis.
Het enige dat Mattheüs vertelt over Jezus aan het kruis
is dat Hij weigert om te drinken, dat Hij de regel uit Psalm 22 uitroept:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten
en dat Hij vrij snel daarna overlijdt.
Voor de rest laat hij vooral het tafereel om het kruis zien.

Het begint al met de aankomst op de heuvel Golgotha.
De naam die de mensen aan deze plek hebben gegeven,
geeft aan dat het geen fijne plek is om te verkeren.
Schedelplaats betekent deze naam.
Het is niet helemaal duidelijk of de naam afkomstig is van de vorm van de heuvel,
die op een schedel zou lijken
of van de schedels die daar kunnen liggen, afkomstig van de mensen die gekruisigd zijn.
Meestal werden degenen, die gekruisigd werden niet begraven,
maar liet men hen hangen tot ze vergaan waren, of werden ze in de buurt neergegooid.
De naam geeft in ieder geval aan, dat het een lugubere plaats is om te zijn,
een plek waar een macabere sfeer hangt, de sfeer van de dood, van verdoemd-zijn.
Dit is het koninkrijk van deze koning: een rijk dat ten dode is opgeschreven.
Hier in dit land dat mag Hij koning zijn.
Alles wat er verder gebeurt,
is bedoeld om de vernedering van deze koning compleet te maken.
Bij aankomst op de heuvel Golgotha, waar het kruis opgericht zou worden,
krijgt Jezus een wat te drinken, alsof hij door kameraden wordt onthaald,
die samen willen vieren dat Hij als koning de troon zal bestijgen.
Maar in de wijn, die Jezus aangeboden krijgt, hebben ze iets gedaan,
waardoor de wijn niet te drinken is: met gal gemengd.
Voor het oog is het vriendschap die aangeboden wordt, kameraadschap.
Maar met het aanbieden van dit gemixte drankje,
wijn gemengd met spot, minachting, wordt Jezus op de ziel getrapt
en nog eens meer vernederd dan al gebeuren zal aan het kruis.
Het is wat in Psalm 69 beschreven wordt: Ze mengden gif door mijn eten
en lesten mijn dorst met azijn.
Alles wordt aangegrepen om Jezus nog eens extra te vernederen.
Jezus wil echter niet drinken: Hij weigert deze beker.
Niet omdat Hij de steek onder de gordel opmerkt in de beker die aangereikt wordt,
maar omdat Hij het lijden met volle bewustzijn wil ondergaan.
Hij heeft ingestemd om die andere beker leeg te drinken,
de figuurlijke beker die Hem door de Vader in de hemel is aangereikt
en omdat Hij daarmee instemde, die te zullen drinken.
Aan het kruis brengen en Hem koning maken van dit macabere koninkrijk
is nog niet vernederend genoeg. De vernedering gaat door.
Om aan te geven dat Hij helemaal niets voor voorstelt en zich niets hoeft in te beelden
Wordt het laatste dat Hij heeft, Zijn meest persoonlijke eigendom, Zijn kleren
verdeeld onder de soldaten die aan het kruis moeten waken
om te voorkomen dat de aanhangers van Jezus komen om Jezus van het kruis te halen.
Het laatste dat Jezus bij zich had, wordt Hem nog afgenomen.
Hij heeft geen volgelingen meer.
Ja, alleen wat vrouwen die in de verte kijken wat er gebeurt.
Ook geen eigendommen meer, zelfs geen kleren meer.
Hier hangt geen mens meer, maar minder dan een mens
van al het menselijke ontdaan.
Nog meer vernedering, steeds verder tot de diepste vernedering is bereikt.
Mattheüs, de evangelist, registreert wat er gebeurt, maar ziet ook met de oog van het geloof.
Hij ziet dat in de diepste vernedering waarin Jezus af moet dalen
tegelijk ook Gods plan ten uitvoer wordt gebracht, de Schriften worden vervuld (Ps 22).
Twee uitersten komen hier samen: het verwerpen van Gods Zoon,
waarmee God zelf door de mensen verworpen wordt
en het plan van God om de mensen te redden door deze dood.
Jezus die door de mensen verworpen en vernederd wordt, brengt juist daardoor redding.
Voor de mensen die daar lopen is dat niet zichtbaar.
Ze kunnen en ze willen dat niet zien.
Ze zien een machteloze man, die een te grote pretentie had, zichzelf Messias noemde
en vooral Mensenzoon, de goddelijke rechter die aan het einde van de tijden zou komen.
Moet je Hem daar zien hangen! Als dit een koning is…
Het is eerder een parodie op wat een koning hoort te zijn.
Zijn eer en waardigheid is Hem afgenomen.
Hij regeert niet vanaf een troon over een heel koninkrijk,
maar vanaf het hout op deze kleine heuvel,
Waar alleen maar opstandelingen en misdadigers aan het kruis worden getoond
om het volk te laten weten, dat het niet in hun hoofd moesten halen om in opstand te komen.
Hij – redding brengen? Hij kan zichzelf nog niet eens redden.
Wat had die Man aan het kruis ook al weer gezegd?
Dat Hij de tempel kon afbreken en in drie dagen weer op kon bouwen?
Mattheüs vermeldt nergens dat Jezus heeft gezegd dat Hij de tempel zal afbreken.
Als Jezus voor de hogepriester staat en zich moet verantwoorden,
wordt ook als beschuldiging naar voren gebracht:
Hij heeft gezegd dat Hij de tempel van God kan afbreken en in 3 dagen opbouwen.
Je proeft de verontwaardiging in die woorden:
het meest heilige gebouw dat er op de wereld bestaat, de plaats waar God woont,
waar Zijn aardse troon staat – afbreken en snel herstellen.
Als de brand van de Notre Dame al diep raakt,
dan kunnen we voorstellen dat het spreken over het afbreken van de tempel
nog dieper snijdt in de harten van de Joden.
De tempel afbreken betekent dat God er niet meer is,
dat Zijn woonplaats op aarde overbodig is geworden
of ontheiligd is, niet meer waardig om de heilige God te huisvesten.
Hoe durft Hij te zeggen, dat de tijd van God in Jeruzalem voorbij is
en de tempel geen functie meer heeft en daarom afgebroken kan worden.
En hoe kan zo’n gebouw, waar jaren aan gewerkt is, weer in 3 dagen opgebouwd worden?
Nu Jezus aan het kruis hangt, zie je hen daar onder het kruis over gniffelen:
Heeft Hij dat werkelijk gezegd? Hoe heeft Hij dat kunnen bedenken?

Ook hier moet Mattheüs aan eerdere woorden uit de Schrift denken, woorden uit Ps 22:
Ze kijken vol leedvermaak naar mij. Ze schudden hun hoofd als ze mij zien.
Het is leedvermaak waarom ze daar bij het kruis blijven staan:
Hoe heeft Hij dat allemaal kunnen bedenken? Zoon van God, Zoon des mensen?
waar is toch uw almacht thans, waar uw goddelijke glans?
Kan de spot je dieper raken dan wanneer ze over je machteloosheid beginnen
en je daarom uitlachen?
Anderen kon Hij wel helpen, maar nu Hij zelf in nood is, blijkt er van Zijn macht niets meer.
Anderen kon Hij op de goede weg helpen, maar nu er voor Hem geen uitweg meer is,
is Hij alleen en wordt Hij door niemand geholpen.
Zelfs God heeft Hem in de steek gelaten.
Hij vertrouwde toch op God?
Kan een vernedering dieper raken dan wanneer mensen je geloof raken,
je vertrouwen op God en zeggen dat de God in wie je gelooft er niet is,
zich niet laat zien, je in de kou laat staan.
‘De spotters die hem omringen wachten met huiverende sensatiebelustheid
op het ingrijpen van God, die toch zeker zijn messias niet de dood zal laten ingaan.
Een wending in de laatste minuut: (….) dat zou een bewijs zijn dat God hem goedgezind is.’
Als er al een antwoord van God komt is dat een duisternis die over het hele land valt
op het toppunt van de dag, er van uitgaande dat God de hand heeft in de schepping
en dat wat er gebeurt niet buiten Hem om gaat.
Alleen voor wie is die duisternis en wat heeft die duisternis te zeggen?
Duisternis is er op de aarde aan het begin van de schepping,
als God het licht nog niet geroepen heeft om te schijnen en het duister te verdrijven.
Het is een duisternis dat de wereld steeds kan bedreigen.
Duisternis is er in Egypte als de farao weigert om te buigen
en het gevecht aangaat met de God van Israël en Israël weigert te laten gaan.
In die duisternis moet de farao ervaren dat de God van Israël sterker is dan hij
en aan hem en zijn machtige rijk Zijn wil kan opleggen.
Duisternis is er op de berg Sinaï als de Heere daar verschijnt en Zijn geboden geeft,
een duisternis die aangeeft dat God te heilig is om zomaar tot Hem te komen.
Duisternis zal er zijn, zegt de profeet Amos als de Dag des Heeren aanbreekt,
de dag waarop God terug zal komen om de wereld en ook Israël te oordelen.
Het zal de dag zijn, waarop de Zoon des mensen terugkeert
om op de rechterstoel in Jeruzalem plaats te nemen en iedereen zal oordelen.
Wat voor duisternis valt er over het kruis heen?
Voor Jezus is de stilte de afwezigheid van God,
Want na 3 uur klinkt er een luide schreeuw van Jezus naar de Vader:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
De luide stem geeft aan dat Jezus nog bij volle bewustzijn is
en weet wat Hem overkomt, wat Hij moet doorstaan:
de duisternis die er over de aarde is als God er niet meer is.
Temidden van de spot en de hoon van de mensen aan de voet van het kruis,
laat God Jezus ook alleen zijn in het donker en trekt zich terug.
Dit is de beker die Jezus moet leegdrinken,
de beker van de toorn die voor Zijn volk bedoeld is
En die door de Koning van Israël plaatsvervangend wordt leeggedronken.
Bijna is het moment dat Hij Zijn leven geeft als offer voor de zijnen.
Voor Hij sterft, is er nog een keer de spot van degenen onder aan het kruis.
Ze moeten de tekst hebben herkend als een tekst uit de Bijbel,
maar ze doen net of ze Jezus verkeerd verstaan
en op dit heilige moment voor Jezus en voor de Vader in de hemel
komen degenen voor wie Jezus lijdt en Zijn leven opgeeft niet meer bij van het lachen.
Elia? Op dit moment? Ze stoten elkaar aan, hikkend van de lach: Hoor je om wie Hij roept?
Er is er een die denkt: Laat ik Zijn lijden verlengen door hem te drinken te geven,
maar de anderen duwen hem weg:
‘Laat dat. Wacht of Elia ook werkelijk komt om deze Koning te bevrijden.’
Maar het is al te laat, want terwijl ze zich opmaken om op Elia te wachten,
laat Jezus met een luide roep weten dat Zijn einde gekomen is
en zich overgeeft in de dood.
Voor de aanwezigen mag Zijn heengaan wellicht onverwacht komen,
voor Jezus zelf niet.
Dit is het moment.
Nee, Hij heeft zichzelf niet willen redden,
al moet de verleiding groot geweest zijn, omdat de omstanders de woorden gebruiken,
Waarmee de duivel aan het begin van Jezus rondgang op aarde naar Hem toe kwam:
Als je de Zoon van God bent, als je werkelijk door God gestuurd bent,
Als je een missie hebt, kom dan van het kruis af en wij zullen in je geloven.
Dan heb je ons, dan vallen we voor u op de knieën.
Dan is er geen lijdensweg nodig, maar gaan we achter u aan naar de troon in Jeruzalem.
Maar nee, Jezus slaat deze verleiding af en blijft volhouden op de weg,
De weg die voor Hem doodloopt, maar voor ons leven geeft.
Hij wilde zichzelf niet redden, omdat Hij niet aan zichzelf dacht,
maar aan al die anderen voor wie Hij leed, voor wie Hij daar aan het kruis hangt,
die door het offer aan het kruis gered kunnen worden,
Die aan de macht van de dood kunnen ontkomen, omdat Hij zich overgeeft in de dood,
die bij God kunnen horen, omdat Hij door God verlaten werd.
Die vergeving kunnen ontvangen, omdat Hij daar in de duisternis hing
en onze zonden wegdroeg.

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

hangt ten spot van snode smaders.

Zoon des Vaders,

waar is toch uw almacht thans,

waar uw goddelijke glans?

 

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

en Hij hangt er mijnentwegen,

mij ten zegen.

Van de vloek maakt Hij mij vrij,

en zijn sterven zaligt mij.

Amen

 

Offeren, waarom moet dat eigenlijk?

Offeren, waarom moet dat eigenlijk?
De manier waarop Jezus sterft is niet willekeurig of toevallig

Iemand die sterft voor jou, voor je zonden. Het is een ergernis of een dwaasheid maar gewoon geaccepteerd wordt het nooit. Hoe moet je dat offer van Jezus duiden? De valkuilen zijn legio, zeker in een cultuur waarin we geen offercultus kennen.

Vanaf het moment dat Jezus stierf, hebben christenen nagedacht over de betekenis van dit sterven en over de betekenis van de manier waarop hij stierf. Al in de allereerste reflecties op de betekenis wordt Jezus’ sterven aan het kruis verbonden met God. Het kruis is geen toevallige gebeurtenis, maar in de ogen van Paulus het middel dat God koos om de mensen te bevrijden uit de macht van de zonde.

sllcrocifissoguidoreni
altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina (Rome)

Het sterven van Jezus aan het kruis is allereerst een handelen van God, waarin God iets bewerkstelligt: Hij brengt daarin twee partijen bij elkaar die zonder dat kruis niet te verenigen zijn. In het sterven van het kruis wordt de mensheid, die in de macht van de boze en de zonde geraakt was, verenigd met God.

Verzoend
Aan het kruis wordt de mensheid verzoend met God. God hoeft niet verzoend te worden, aan zijn kant zit de fout niet. De mensen moeten verzoend worden met God. Voor Paulus gaat het sterven van Jezus aan het kruis niet buiten ons om. Als Jezus sterft aan het kruis, sterft elke gelovige op dat moment aan het kruis met Jezus mee, schrijft hij in Romeinen 6.

Op beeldende wijze
In de vier evangeliën wordt de betekenis van Jezus’ dood op beeldende wijze verteld. In Mattheüs, Markus en Lukas worden op cruciale momenten teksten uit Jesaja 53 verwerkt, waarmee zij willen aangeven dat er met het sterven van Jezus er iets gebeurd is in de relatie tussen God en mensen. Jezus sterft in de plaats van de mensen. Hij neemt het oordeel van God op zich en draagt dat weg. Zijn dood is een loskopen. Dat beeld wordt niet ontleend aan de slavenhandel, maar aan het vrijkopen van krijgsgevangenen die in de macht van de vijand zijn geraakt. Zo koopt de dood van Jezus de gelovigen vrij uit de macht van de zonde en de duivel.

Johannes legt andere accenten: zijn evangelie verbindt aspecten uit de tempelcultus met het Joodse Pesachfeest. Jezus is het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Jezus sterft bij Johannes op het moment dat het Pesachlam wordt geslacht. In alle vier de evangeliën staat Jezus dicht bij God of kan hij worden gezien als God zelf.
16th-St-Baptist-Ch-Wales
“The Black Christ of Alabama” – Gebrandschilderd raam in de 16th Street Baptist Church Birmingham (Alabama)

Onttronen van de kwade machten
Ook in de overige geschriften van het Nieuwe Testament is de dood van Jezus onderdeel van het handelen van God. De dood van Jezus onttroont de kwade machten, verslaat de duivel, verbreekt de macht van de dood. In zijn dood daalt Jezus in het dodenrijk neer om daar zijn overwinning te proclameren en aan te kondigen dat de gelovigen, die nu nog gevangen zijn in het dodenrijk, bevrijd zullen worden. In alle gevallen kan de betekenis van de dood van Jezus niet los gezien worden van zijn opstanding en binnengaan in de hemel.

Niet willekeurig of toevallig
De manier waarop Jezus sterft is ook niet willekeurig of toevallig. De dood aan het kruis is de meest vernederende en de meest gruwelijke vorm van ontmenselijking. Daarnaast is de kruisdood de meest eenzame vorm van sterven, want als Jezus sterft aan het kruis is hij ook door God verlaten, het is de totale vorm van Godverlatenheid.
william-congdon-crucifix-no.-2
William Congdon – Crucifix no. 2

Daarom hebben buitenstaanders en ook christenen geregeld moeite met deze vorm van sterven van Jezus aan het kruis. In de tijd van het Nieuwe Testament was de gedachte dat een God sterft aan het kruis de grootst mogelijke onzin en de hoogste vorm van Godslastering. Voor gelovigen is het moeilijk om te zien dat God ervoor kiest verworpen en vernederd te worden, dat Hij zijn zwakheid toont in plaats van zijn macht.

Moeite
Tegenwoordig hebben mensen niet minder moeite met de dood van Jezus, eerder meer. Een van de moeiten ontstaat als Jezus helemaal losgemaakt wordt van zijn eenheid met de Vader. Jezus wordt dan een mens, weliswaar een van de meest bijzondere, maar wel een mens. Dan valt het aspect weg, dat Jezus niet alleen mens is maar ook God en aan het kruis niet alleen als mens, maar ook als God daar hangt. Wanneer dat aspect van het God-zijn van Jezus wegvalt, ontstaat het beeld dat God de last van de zonde neerlegt op een mens. Dat een mens de volle woede van God over zich heen gestort krijgt.

Een ander probleem ontstaat wanneer Jezus als individueel mens gezien wordt en niet meer als representant van de hele mensheid. Dan wordt ingewikkeld om te zien wat de dood van Jezus met mij te maken heeft en raakt de gedachte uit beeld dat ik aan het kruis in de dood van Jezus meesterf.

Offer
Weer een andere moeite gaat over de beelden die gebruikt worden om de betekenis van het kruis uit te leggen. Neem het beeld van het offer, dat toegepast wordt op de dood van Jezus. Al gauw is de gedachte dat Jezus door God is opgeofferd, God slachtoffert een mens als Jezus voor een doel, dat God wil bereiken.

En dan is er nog de taal van de offercultus uit het Oude Testament die gebruikt wordt om de betekenis uit te leggen. Bij een offer in de tempel vloeide namelijk bloed. De oud-testamentische offercultus is voor ons moderne mensen moeilijk te begrijpen, omdat er met het bloedvloeien het idee ontstaat dat er iets wreeds gebeurt. De gedachte bij het offer is echter dat een dier de plaats van een mens inneemt. De kern van het offer is dat er één dier zijn leven geeft, waardoor een heel volk het leven van God ontvangt en verder kan blijven leven.

Bloed
Wanneer in Hebreeën gesteld wordt dat Jezus als hogepriester met zijn eigen bloed de hemel ingaat en voor God verschijnt, is dat een uitleg van de betekenis van Jezus’ dood: zoals het offer reinigt van zonden – een reiniging die nodig is om in gemeenschap van God te komen – zo is de dood van Jezus aan het kruis het definitieve offer. Jezus wordt niet door God geofferd, maar geeft zijn leven over in de dood. Dat doet hij bewust, met het oog op ons. Om ons vrij te kopen en te reinigen van de zonde.

Het uitleggen van de dood van Jezus aan het kruis is niet eenvoudig. We staan op heilige grond, omdat we hier te maken hebben met het meest diepe van Gods wezen, woorden schieten tekort. Woorden schieten ook tekort omdat we hier met het meest diepe in de geschiedenis van de mensheid in aanraking komen, namelijk de totale Godverlatenheid.

Daarnaast worden beelden, die in het verleden iets van dit heilige en diepe lieten zien, onbegrijpelijk doordat de tijden veranderen. Omdat we geen offercultus kennen, wordt het zoeken naar wat de Bijbel wil uitdrukken met het toepassen van het offer op Jezus’ dood. Bovendien hebben we een eeuw achter de rug waarin mensen rücksichtslos geslachtofferd werden. Er is een gevoeligheid ontstaan met betrekking tot een dood die gewild is door God.

Als we Jezus’ gewelddadige dood op Golgotha in verbinding brengen met Gods handelen, zoals heel het Nieuwe Testament doet, kunnen we er niet aan voorbij gaan dat God met het kruis op Golgotha meer doet dan vergeving en verlossing bieden: God rectificeert. Hij herstelt geschonden recht, dat wij als mensen God en elkaar hebben aangedaan. Wanneer wij als mensen het recht van een ander schenden, kunnen wij het nooit helemaal goed maken. Wij kunnen de persoonlijke schade die is aangericht bij de ander hooguit erkennen, maar rechtzetten niet.

Het bijzondere van het kruis is God zelf met Jezus’ dood, die mens is en ook God, zich verantwoordelijk maakt voor die schade en onze schuld op zich neemt, verzoent en ons en die ander herstelt.

Gepubliceerd in Christelijk Weekblad 18 april 2019

Een manier van preken die wordt gemist

Een manier van preken die wordt gemist

Een jaar of 16 was ik toen ik voor het eerst de Johannespassion van Bach hoorde. Een docent van de middelbare school had bij Vredenburg kaartjes met korting gekregen en met een aantal leerlingen gingen we met hem mee. Ik kende het stuk van tevoren niet. Van begin tot het einde was het een overweldigende ervaring. Het openingskoor, de verschillende aria’s, de dramatiek in het stuk maakten allemaal indruk op mij. Ik werd meegenomen in het lijdensverhaal van Christus. Zelden was ik zo dicht bij Christus gekomen, ook omdat Bach de luisteraar er bewust in betrekt.

Veel kerkgangers hopen dat dit met hen gebeurt als ze op zondag naar de kerk gaan: dat de dienst een overweldigende ervaring is, dat ze dicht bij Christus komen en dat ze er zelf bij betrokken worden. Ze hebben dat nodig om gevoed te worden in hun geloof. Geregeld gaat dat verlangen niet in vervulling en daardoor missen ze wat, maar ze kunnen niet onder woorden brengen wat ze missen.

Veranderde prediking
Binnen de kring van de Gereformeerde Bond wordt de laatste jaren geregeld de noodklok geluid: de prediking verandert en dan niet in gunstige zin. Wat er gemist wordt, is dat de luisteraar er niet meer aangesproken wordt. Vooral het aanspreken op een bijzondere manier wordt gemist: de confronterende aanpak, waarbij je als luisteraar voor de heilige God wordt gedaagd, waardoor je je schuld beseft maar waardoor je ook je vrijspraak in Christus hoort. Omdat deze aanpak ontbreekt, is indruk dat de prediking vervlakt.

Veranderde gemeentevisie
Geregeld wordt er gezocht naar een reden waarom deze aanpak verdwenen is: de gemeentevisie is veranderd. Gemeenteleden worden niet meer gezien als ‘tweeërlei kinderen van het verbond’. Met die uitdrukking wordt bedoeld dat niet elke kerkganger die in de kerk aanwezig is ook een echt en levend geloof heeft. De indruk bestaat dat predikanten ervan nu uit gaan dat het wel goed zit met iedereen die in de kerk zit en dat er daarom geen waarschuwing meer nodig is.

Te makkelijk
Deze kritiek heb ik altijd net iets te makkelijk gevonden. Zelf krijg ik ook van gemeenteleden de opmerking dat ze ervan uit gaan dat bij mij iedereen in de hemel komt. Dat verbaast mij altijd. Ik zou wel willen, maar daar ga ik niet over. Het is in ieder geval niet de insteek die ik bij preken maken heb. Naar mijn idee doe ik ook in mijn preken wat gemeenteleden missen.

De stem van Jezus
Toen onlangs weer een stuk in de Waarheidsvriend verscheen met een kritische noot erin, las ik een interview terug dat ik een aantal jaar geleden met dr. Bert de Leede hield. Het interview, dat verscheen in Maandblad Réveil, ging over hoe je over Christus kunt preken. Daarin gaf De Leede aan: ‘In de verkondiging moet er veel sterker geïdentificeerd worden met het Woord van God, met de stem van Jezus. Zodat de hoorder de ervaring opdoet: Christus staat in ons midden. Hij staat midden in mijn leven. En Hij spreekt ons aan: “Sta op, o mens!” “Zweer de duivel en de zonde af!” “Ik veroordeel u niet!”’ De confronterende manier mag niet worden geschuwd: ‘Er is sprake van een breuk tussen God en mens. Verkondiging maakt scheiding. Als het voor hen geldt, moeten gemeenteleden ook kunnen zeggen: “Ik zit hier zonder bruiloftskleed. Ik sta er buiten!” Dit moet niet afgezwakt worden.’
Ik las deze woorden voor aan mijn vrouw. Ze keek mij meewarig aan en zei: ‘Zo preek jij niet.’ Voor mij maakte haar opmerking duidelijk dat er een verschil is tussen wat ik zou willen in de preek en wat ik daadwerkelijk doe.

Bachcantate
Preken voorbereiden is niet altijd makkelijk. Ik vergelijk het wel eens met het componeren en uitvoeren van een Bachcantate. Het componeren en uitvoeren van de preek moet in één week tijd gebeuren en kost veel creatieve energie. De exegese gaat vaak nog wel. Maar dan de preek zelf. In de voorbereiding maak je als predikant zoveel keuzes en beslissingen, dat het eindresultaat op de kansel op zondag kan afwijken van wat je daadwerkelijk wil, zonder dat je zelf door hebt dat je iets anders doet dan wat je wilt. In de beoordeling van preken moet meegenomen worden dat er een verschil kan zijn in intentie en uitwerking.

Niet zomaar iets
In de loop van de jaren ben ik door zowel pastoraat als voorgaan onder de indruk van gemeenteleden geraakt. Ik kan niet zo goed overweg met een kritische visie op de gemeente, waarbij de gedachte is dat het bezoeken van de kerkdienst niet genoeg is. In meer gereformeerde en evangelische hoek gaat het erom dat kerkgangers ook hun steentje bijdragen. In bevindelijke hoek is kerkgang alleen niet genoeg, omdat je een waar geloof moet hebben.
In beide gevallen wordt naar mijn idee eraan voorbijgegaan, dat de eredienst het hart van de gemeente is en dat het deelnemen aan de kerkdienst niet zomaar iets is. Iemand die een kerkdienst bezoekt, kan per definitie geen consument zijn. Voor de insteek van de preek maakt het uit of je als predikant mild of kritisch ten aanzien van de gemeente bent.

de praktische kant
Wanneer gesproken wordt over de prediking die vervlakt, worden voorbeelden van vroeger aangehaald. Laten we ervan uit gaan dat hier geen sprake is van nostalgie maar van een zoeken naar het onder woorden brengen van wat wordt gemist. Dan is wel de vraag: waarom wordt deze vorm van preken gemist? Is er iets misgegaan in de overdracht? Bij het nadenken over preken maken is er niet alleen de principiële kant dat preken het aanspreken van de gemeente in de naam van Christus is. Nadenken over preken maken heeft altijd de praktische kant: Hoe doe je dat? Welke woorden gebruik je? Hoe gaat de aanspraak van de gemeente? Welke plek neemt dat in de preek in? Dat is niet iets dat komt aanwaaien. Daar moet op geoefend worden. Er moet nagedacht worden over wat goede praktijken zijn en wat niet.

Nauwelijks materiaal
Wat mij opvalt, is dat er nauwelijks materiaal is, waarin nagedacht wordt over deze preekstijl. Als er geen materiaal voor is, is er ook geen aandacht voor. Dan is het niet verwonderlijk dat deze preekstijl niet meer gehanteerd wordt. Dan staan we wel voor de uitdaging om deze stijl uit te werken voor deze tijd.

“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

Om een boodschap over te brengen, is het van belang om de luisteraar mee te nemen in het verhaal. Dat meenemen van de luisteraar in het verhaal gaat beter als de predikant geen uitleg geeft, maar in woorden verfilmd.
5789filming

Deze richtlijnen gelden voor alle 4 pagina’s. Daarbij hoeft niet de hele preek als een film getoond te worden. Het verfilmen in woorden legt wel de lat hoog wat betreft communicatie aan de luisteraars.

Paul Scott Wilson geeft een aantal richtlijnen voor het verfilmen:

  • Ga er niet vanuit dat de luisteraars het Bijbelgedeelte kennen. (Ook al is het vooraf aan de preek gelezen of gaat het om een bekend gedeelte.)
  • Voordat een predikant commentaar of uitleg geeft, moet het Bijbelgedeelte eerst tot leven komen en daarom getoond worden als een film in woorden. (Nog beter is het om het commentaar of de uitleg al vertellenderwijs te verwerken.)
  • Show, don’t tell.
  • Doe alsof het Bijbelgedeelte zich in het heden afspeelt. Gebruik daarom de tegenwoordige tijd en niet de verleden tijd.
  • Het gaat erom dat de luisteraars ervaren wat er gebeurt. Daarom is een hele pagina in de preek nodig.
  • Gebruik woorden die visueel en zintuiglijk zijn. Voordat je de pagina uitwerkt, moet je de desbetreffende pagina eerst voor jezelf verbeelden en visualiseren.
  • Werk kenmerkende details uit. Gebruik daarvoor de exegese en reconstrueer die details aan de hand van informatie over het Midden-Oosten:
  • – over de geografie
    – de flora en fauna
    – over de mensen
    – over de economie
    – over de architectuur
    – over het klimaat
    – enz.
    Deze informatie vind je in Bijbelse encyclopedieën (of soms in commentaren).
  • Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène:
  • Blijf in de film in woorden op dezelfde plaats totdat de scène voldoende is gefilmd.
  • Maak de scène concreet, waarbij je als een regisseur optreedt. Zeg niet: ‘Ergens in het Midden-Oosten’, maar plaats de scène bij een wadi, berghelling, een rivier, een dorp, een marktplaats. Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène.
  • Focus op de hoofdpersoon die iets doet.
  • Begin midden in de actie of handeling. Neem geen lange aanloop. Vertel wat eraan vooraf gaat in flashbacks.
  • Blijf zo dicht mogelijk bij de tekst. Voeg geen extra personen onnodig toe.

obdWFTF39YA8vwSBmEjeyj.jpgGebruik de camera: (1) Scènes verfilmen

  • Houd de focus op één groep mensen of één gebeurtenis voor meerdere minuten om de gemeente de gelegenheid te geven in het verhaal mee te komen.
  • Snelle wisseling van scènes is bij filmen in woorden niet geschikt. Dan raak je luisteraars kwijt. Elke keer als de scène of de personages wisselen, moeten de luisteraars die wisseling in hun verbeelding, in hun hoofd kunnen meemaken.
  • Maak aan het begin van een pagina en van een nieuwe scène de locatie waar het zich afspeelt helder.
  • Laat kenmerkende details van de locatie zien, een detail dat tot de verbeelding spreekt en evocatief werkt.
  • Neem de tijd om de scène en de attributen te verfilmen. Een luisteraar kan geen boot voor zich zien als de boot niet in een haven aangemeerd ligt of dobbert op de golven.
  • Laat geen belangrijke details weg. Dat schept verwarring.
  • Beperk beschrijvingen tot het minimum. Vertel ze niet, maar laat ze al filmend zien.

Uneasy_iPhone.jpgGebruik de camera: (2) Mensen en handelingen

  • De setting moet duidelijk zijn, maar tegelijkertijd achtergrond blijven.
  • Focus op wat mensen doen.
  • Beschrijving en gesprek kunnen belangrijk zijn, maar houdt dit kort en weef het in de gefilmde handelingen in.
  • Als een personage in de Bijbel iets zegt, laat die persoon die woorden ook in de preek zeggen.
  • Vermijd bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. Velen gaan er ten onrechte van uit, dat zij een teken zijn van creativiteit.
    Zeg daarom niet: ‘een mooie weg’, maar laat concreet zien hoe de weg eruit zien.
    Zeg daarom niet: ‘ze rende vlug’. maar beschrijf hoe ze liep of rende.
  • Focus de camera op details, zoals gebaren, manier van lopen, kleding en voorwerpen, vooral op de details die iets onthullen van het karakter van de hoofdpersoon. Deze kleine details laten het echte leven zien.

shutterstock_618915005-825x465Neem de beperkingen van de camera serieus

  • Blijf zoveel mogelijk weg uit de hoofden van de hoofdpersonen. Innerlijke monologen en uitgebreide dialogen zijn zelden effectief.
  • Laat daarom een personage een korte zin zeggen. Bij voorkeur een zin die uit de Bijbeltekst afkomstig is.
  • Laat de camera je gids zijn in wat je wel of niet kunt laten zien.
  • Ga niet psychologiseren als je een karakter verbeeldt.
  • Voeg geen motieven aan een hoofdpersoon toe als de Bijbeltekst die niet vermeldt.

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

Het kenmerk van het preekmodel van Paul Scott Wilson is dat hij de preek onderverdeelt in 4 aspecten van de kernboodschap. Deze 4 aspecten krijgen een even groot aandeel in de preek. Het gaat om:
(1) Trouble in de Bijbel
(2) Trouble in het hier en nu
(3) Grace in de Bijbel
(4) Grace in het hier en nu

In mijn blogs heb ik trouble steeds onvertaald gelaten, omdat deze term bij Wilson erg breed wordt ingevuld.

Wilson begint bewust met de trouble. Hij beroept zich daarvoor op Frederick Buechner, die stelde: Het evangelie is slecht nieuws voordat het goed nieuws is. Maar wat Wilson doet met trouble is in feite niets anders dan het aloude, klassieke onderscheid tussen wet en evangelie.

Daarbij gaat het bij dit onderscheid als het gaat om de wet niet om de Tien Geboden. Het gaat bij de wet om het menselijk leven dat ligt onder het oordeel van God, omdat de mens zich niet kan houden aan Gods geboden. In iets algemenere termen: in de wet (die bij dit onderscheid hoort) kijken we in een spiegel, waarin we zien dat wijzelf en de wereld niet beantwoorden aan Gods oorspronkelijke bedoeling. Als we in de spiegel kijken, zien we het lijden en de tragiek van de menselijke situaties, die men kan beschrijven met zonde en gebrokenheid. Wie eerlijk in deze spiegel kijkt, beseft dat er hulp nodig is, die alleen God als Redder kan bieden. De wet drijft uit naar Christus.

Bij Wilson gaat wat trouble betreft om meer dan zonde en gebrokenheid. Het gaat ook om het menselijk verlangen naar God of het leven naar Gods wil, dat de mens niet in eigen kracht kan volbrengen. De ambivalenties die optreden in gelovigen als het gaat om het dienen van God. Bijvoorbeeld de strijd tussen nederigheid en menselijke trots, tussen Gods wil en de eigen keuze. Het kan gaan om een gebrek aan vertrouwen. Om een geloof dat aangevochten wordt.

Op pagina 1 gaat het erom dat de zonde en de gebrokenheid, het menselijk falen en verlangen zoals dat in het Bijbelgedeelte aan de orde komt uit de doeken worden gedaan.

Maar wat als het Bijbelgedeelte geen trouble kent? Dan moet de Bijbeltekst als een negatief worden gelezen:

Handelen van God Omkering
Jezus drijft de demonen uit Demonen willen Christus uitdrijven
Jezus zal zijn werk voltooien Mensen kunnen de taak die hen is opgedragen niet voltooien
Jezus is als een moederkloek Wij kiezen er niet voor om ons te laten verzorgen
Jeruzalem zal heten: Jezus Gezegend Zonder Christus zijn we veroordeeld
God geeft ons vertrouwen Wij moeten God vertrouwen
God werkt door ons Wij moeten anderen helpen
God geeft kracht om te handelen Doe wat God opdraagt

Volgens Wilson moet dat op een creatieve, verbeeldende wijze gaan. Hij spreekt daarom van het verfilmen (in woorden) van de trouble in de Bijbel. Daar zal de volgende blog over gaan.