‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

Net als in de openingsscène van een film onthult de introductie van de preek iets van waar de preek over gaat. De tafel wordt gedekt, maar de maaltijd nog niet opgediend. De geur hangt al wel in huis. De introductie heeft een belofte die in de preek waargemaakt wordt.

Voor de luisteraar is de introductie ook bedoeld om vertrouwen te krijgen in degene die de preek houdt: ‘Wie is hij of zij? Ben ik het eens met de aanpak? Kan ik vertrouwen stellen in wat er gezegd wordt?’

In het verleden werd er niet veel aandacht besteed aan de introductie van de preek. Door de New Homiletic, die wil dat de preek een ervaring of een belevenis is, is er aandacht gekomen voor de introductie, waarin de luisteraar wordt meegenomen in het verhaal.

De preek kan beginnen met pagina 2 (Trouble in onze eigen wereld). Wanneer het hedendaagse materiaal beperkt kan blijven tot een of twee paragrafen is het zinvoller om deze paragrafen te zien als introductie op de hele preek en daarmee ook op pagina 1 (Trouble in de Bijbel).

Volgens Paul Scott Wilson zijn er 6 manieren om de preek te beginnen:

  1. Vertel een verhaal dat het tegenovergestelde is van de boodschap (theme sentence) en van het handelen van God (grace).
  2. Begin met een niet al te serieuze ervaring van de boodschap (theme sentence).
  3. Start met de gekozen Bijbeltekst.
  4. Start met sociale gerechtigheid.
  5. Start met een nieuwsbericht.
  6. Start met een fictief verhaal.


Zelf zou ik nog een 7e toevoegen: koppeling aan het kerkelijk jaar of het eigene van de desbetreffende zondag. Paul Scott Wilson stelt dat echter in het slot van de preek aan de orde.

Regels voor een verhaal aan het begin

  • Start in medias res: op de plaats en met de gebeurtenis of handeling waar het om gaat.
  • Neem geen lange aanloop waarvan niet duidelijk is waar het naar toe gaat.

Wat je in een introductie niet moet doen

  1. Begin niet met een vraag.
  2. Ga de luisteraars niet manipuleren.
  3. Begin niet met een grap of een mop (tenzij deze grap of mop heel goed aan de Bijbelse tekst verbonden kan worden).
  4. Gebruik geen lange zinnen.
  5. Start niet met een verhaal met een lange aanloop. Begin direct bij de pointe van het verhaal en vertel de rest eventueel als een terugblik.
  6. Start niet te diep of met een te aangrijpend verhaal.
Advertenties

‘De vier pagina’s van de preek’- 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

‘De vier pagina’s van de preek’ – 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

img_3152

Bij De vier pagina’s van de preek, het preekmodel van Paul Scott Wilson, hoort ook een verdeling van de werkzaamheden over de week. Daarbij wordt op die dag de desbetreffende pagina niet alleen voorbereid, ook daadwerkelijk uitgeschreven:

  • Maandag:
    – exegese
    – invullen van het ezelsbruggetje The Tiny Dog Now is Mine
    – titels van de vier pagina’s
    – introductie van de preek
  • Dinsdag:
    – Pagina 1: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in de Bijbel
  • Woensdag:
    – pagina 2: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in onze eigen tijd
  • Donderdag:
    – Pagina 3: in woorden ‘verfilmen’ van grace in de Bijbel
  • Vrijdag:
    – Pagina 4: in woorden ‘verfilmen’ van grace in onze eigen tijd
    – slot van de preek onder woorden brengen

preach_4pages

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

Een preek maken is geen eenvoudige bezigheid. De exegese gaat mij vaak wel goed af. De opbouw en de uitwerking van een preek vind ik steeds een hele klus. Het heeft een tijd geduurd voor ik een model van preekopbouw gevonden had dat bij mij paste. Het is het model van
De vier pagina’s van de preek van Paul Scott Wilson.

Ik heb dat een paar jaar geleden enige tijd gebruikt, maar had het toch weer weggelegd. Nadat ik enige tijd geleden terughoorde dat luisteraars mijn preken niet altijd konden volgen, heb ik het boek van Paul Scott Wilson weer uit de kast gepakt en ben ik er intensiever dan voorheen mee aan de slag gegaan. Ik merk nu ik het enige tijd gebruik, dat het een model is, dat erg behulpzaam is voor de opbouw van de preek. In dit model wordt niet alleen een structuur gegeven aan de hand van ‘de 4 pagina’s van de preek’. Er wordt ook aandacht besteed aan de introductie en het slot en aan de opbouw van de afzonderlijke pagina’s van de preek.
images (1)
Paul Scott Wilson

Het aardige is dat Paul Scott Wilson eind 2018 een update van zijn The Four Pages of the Sermon publiceerde, waarin hij zijn model preciezer uitwerkt op basis van de jarenlange ervaring als hoogleraar Homiletiek.

511h28bhz5l._sx334_bo1,204,203,200_
Voorkant van de ‘revised and updated version’ van “The Four Pages of the Sermon”

Het model van De vier pagina’s van de preek is eenvoudig: de preek bestaat uit 4 kwadranten, die de polen trouble, grace, Bijbel, vandaag de dag verwerken.

  • Pagina 1: trouble in de Bijbel
  • Pagina 2: trouble vandaag de dag
  • Pagina 3: grace in de Bijbel
  • Pagina 4: grace vandaag de dag.

preach_4pagesPaul Scott Wilson noemt deze kwadranten pagina’s, omdat als dit kwadrant een volledige pagina van een preekmanuscript is geschreven. Het volledige manuscript bestaat dan uit 4 even lange pagina’s, eventueel aangevuld met een aparte introductie en een apart slot.

De winst van deze update is dat Paul Scott Wilson iets meer ingaat om wat hij beschouwt als trouble en grace.

 

  • Trouble
    trouble
    is voor hem vrij breed. Trouble gaat over zonde, menselijk falen, maar betekent nog meer. Het betreft ook het verlangen van de christen om te leven tot Gods wil, maar het elke dag merken dat het niet lukt om dat verlangen in praktijk te brengen. Kenmerk van deze eerste twee bladzijden is dat de last op mensen komt te liggen: de last om de schuld te dragen, om het goed te maken, om te leven naar Gods wil. De mens is niet in staat om dit volledig te dragen.
    Trouble
    kan ook uitgewerkt worden als een menselijk verlangen (need), waarbij de mens (of de gelovige) niet in staat is dat verlangen zelf te vervullen.

 

  • Grace
    Grace
    is het handelen van God, waarmee God in Christus ten gunste handelt van de mens of de menselijke last aanvaardt en Zelf de last draagt of door de Geest de kracht geeft om de last enigszins te dragen. Grace berust op Gods handelen als Schepper of als Herschepper, berust op kruis en opstanding en op de gave van de Heilige Geest.

 

 

Hij geeft aan dat zijn preekmodel kan worden beschouwd als een variant op de Lutherse verhouding wet – evangelie.

Bijbel als basis
Paul Scott Wilson begint bewust met de Bijbel. De Bijbel is de basis van de verkondiging. De Bijbel laat de
trouble zien. De Bijbel laat ook zien hoe God handelt ten aanzien van de trouble (de menselijke schuld, nood, het verlangen van de mens).

Heden
Voor Paul Scott Wilson is het wezenlijk dat het in de verkondiging niet alleen de Bijbel bepreekt wordt. Het gaat ook over het heden: over hoe we zicht krijgen op onze
trouble in het heden en op Gods handelen in het heden.

Handelen van God
Vooral de focus op Gods handelen is een punt dat hij steeds naar voren brengt. Naar zijn idee ontbreekt in het allergrootste deel van de preek de aandacht voor Gods handelen in het heden. Preken gaan uitgebreid in op schuld, nood of verlangen, maar laten de gemeente niet zien hoe God handelt. Voor Paul Scott Wilson is de verkondiging van het evangelie daarom: zowel trouble als Gods handelen: Gospel = trouble + grace.

Grammatica
Dit model is niet persé bedoeld als opbouw van de preek. Het is allereerst bedoeld als grammatica voor degene die de preek voorbereidt om helder te hebben dat alle 4 de aspecten van het evangelie (
trouble in the Bible, trouble now, grace in the Bible, grace now) in elke preek evenveel aandacht krijgen.

maxresdefault

Opbouw
Het mooie is dat het model tegelijk ook wel degelijk mogelijk is om de preek op te bouwen. De 4 pagina’s kunnen achter elkaar uitgeschreven worden, eventueel met inleiding en slot. Wanneer iemand de pagina’s helder heeft kan er ook gevarieerd worden in de volgorde. Het waardevolle van dit model is dat er volop aandacht is aan de uitwerking van de 4 bladzijden en ook aan de overgangen naar de volgende bladzijde.

Ook voor een preek in 3 punten
Het model kan eventueel zelfs gebruikt worden als model voor een preek in drie punten, waarbij de inleiding op de drie punten pagina 1 of 2 bevat. Bijvoorbeeld:

  • Inleiding: pagina 1 (of 2)
  • punt 1: pagina 2 (of 1)
  • punt 2: pagina 3
  • punt 3: pagina 4

download (2)

Variatie
Wie dit model gebruikt, hoeft niet bang te zijn voor eenvormigheid of preken die steeds overeenkomen. De introductie kan al op 6 à 7 verschillende manieren uitgewerkt worden. Daarnaast ligt aan elke preek één onderdeel uit de christelijke geloofsleer ten grondslag. De predikant kan steeds in de gaten houden dat er volop gevarieerd wordt met betrekking tot de onderdelen van de dogmatiek.


Terugblik
Het mooie van dit model is dat het ook een handvat biedt om terug te kijken welke thema’s uit de geloofsleer in de afgelopen preken wel aan de orde gekomen zijn en welke er zijn blijven liggen. Bovendien kan de predikant bijhouden welke vragen, die er in de gemeente zou kunnen leven, aan de orde zijn gesteld.

In de komende tijd wil ik het waardevolle van dit model laten zien en daarbij ook meenemen wat Paul Scott Wilson in zijn update verwerkt.

Gerrit Immink over de preek -1

Gerrit Immink over de preek -1

In deze dagen ben ik bezig met het boek van Gerrit Immink, Over God gesproken. Preken in theorie en praktijk. Immink was tot voor kort hoogleraar Praktische Theologie aan de Protestantse Theologische Faculteit. Toen ik in Utrecht studeerde heb ik een aantal colleges bij hem gevolgd. Praktische theologie bestudeert de praktijk van geloven, van de  kerk en van de gelovige. Bij het bestuderen ervan kan op verschillende facetten gelet worden. Bijvoorbeeld: Hoe gebeurt het? Welke vormen en rituelen worden gebruikt? Wat doet het met de mensen die betrokken zijn? Op welke manier is God erin aanwezig?

9200000085931893

In zijn boek beschouwt Immink als een samenspel: een samenspel van God en mensen, van predikant en luisteraars. Preken heeft daarom altijd iets dubbels. Wie preken onderzoekt kan kijken naar de menselijke kant van de preek en ook naar de manier waarop God in en door de preek werkt. Vanuit mijn studie weet ik dat Immink zich graag bezighoudt met zowel de menselijke kant als de manier waarop God in en door de preek werkt. Ook in dit boek komt dat naar voren. Bij de menselijke kant kun je kijken of de preek als toespraak goed is voorbereid en opgebouwd en als toespraak goed wordt gehouden. Aandacht voor welsprekendheid is daarom van groot belang.

Over God gesproken
Over de manier waarop God in en door de preek werkt is Immink voorzichtig. De preek is niet bij voorbaat het woord van God. Immink zegt liever dat in de preek over God wordt gesproken. Daarom de titel: Over God gesproken. God is wel in staat om de preek te gebruiken als de manier waarop Hij tot mensen komt. God mag wel in de dienst verwacht worden, geeft Immink aan. De mensen die luisteren naar de preek, doen dat om meer over God te horen en geregeld ook om God te ervaren.

Luisteraar
In zijn boek heeft Immink niet alleen aandacht voor de predikant maar ook voor de luisteraar. De kerkganger is tijdens de preek niet passief. De luisteraar is meer dan een consument. Tijdens de preek luistert de kerkganger naar het betoog en betrekt de luisteraar wat hij of zij hoort op het eigen leven. De kerkganger maakt geregeld een eigen toepassing. Of de gedachten dwalen af. Soms door een enkel woord of een enkele zin. Dan denkt de luisteraar hierover na, omdat hij of zij daar vol van is. De ene luisteraar heeft liever een preek waarover nagedacht moet worden. De andere luisteraar hoort liever een preek waarin hij of zij innerlijk wordt geraakt. Het gehoor van een predikant is altijd divers. Tijdens het luisteren speelt ook altijd de situatie van de luisteraar en de gemeente mee.

Band
Voor het luisteren naar de preek kan een band tussen predikant en luisteraar behulpzaam zijn. Wanneer een predikant net op bezoek geweest is of betrokken is geweest bij de begrafenis van een geliefde, kan er anders naar de preek geluisterd worden dan wanneer er geen sterke band is. Voor een deel van de kerkgangers is het belangrijk om een band met de predikant te hebben om in de preek meegenomen te worden.

De vanzelfsprekendheden zijn verdwenen
Een predikant heeft er rekening mee te houden, dat niet iedereen goed thuis is in de Bijbel of goede kennis heeft van de christelijke leer. Er zijn gelovigen, die – zoals Immink dat noemt – religieus laaggeletterd zijn. In de preek kunnen zij toch kennis opdoen over God en over geloof. Door televisie, social media als Facebook en Twitter komt zo ontzettend veel informatie binnen, dat er een gevoel kan ontstaan de wereld niet meer te overzien. Er is dan sprake van desoriëntatie. Zeker voor de jongere generaties in de kerk geldt dat, die toch niet meer zo makkelijk kunnen terugvallen op vertrouwde wegen als de oudere generaties. De vanzelfsprekendheden als een christelijke school, het leren van een psalm, het hebben van gelovige voorbeelden kunnen verdwenen zijn. De preek kan helpen oudere en jongere gemeenteleden richting bieden.

Toe-eigening
In het boek zal ook aandacht zijn voor de toepassing. Immink spreekt liever van toe-eigening, omdat toepassing de suggestie kan wekken dat de boodschap kant-en-klaar kan worden toegepast. In de toe-eigening gaat het om de vraag: Wat heeft deze Bijbeltekst mij in het hier-en-nu te zeggen? In de preek gaat het daarom om de uitleg van de Bijbel en om het helpen van de gemeenteleden bij het toe-eigenen van de boodschap van dit gedeelte.

Volgende keer: verschillende visies op de preek in de Nederlandse kerkgeschiedenis.

N.a.v. Gerrit Immink, Over God gesproken. Preken in theorie en praktijk (Utrecht: Uitgeverij Boekencentrum, 2018), p. 9-30 (=hoofdstuk 1: De preek als godsdienstig samenspel)

Commentaren Bijbelboek Openbaring

Commentaren Bijbelboek Openbaring

Bij de prekenserie over Openbaring heb ik de volgende boeken gebruikt:

(1) Dit recente commentaar van Klaus BergerDie Apokalypse des Johannes
die-apokalypse-des-johannes-kommentar-978-3-451-34779-5-49193

Het bijzondere aan dit commentaar is: (a) Bergers grondige kennis van de Joodse apocalyptiek en (b) Bergers grondige kennis van de receptiegeschiedenis. Bij elke perikoop geeft Berger ook aan op welke manier dit gedeelte door de eeuwen heen in liturgie en preken is opgenomen.  (c) Bijzonder is ook dat zijn commentaar is opgedragen aan de herinnering van de kathedraal, die in zijn geboorteplaats stond. Deze kathedraal van 800 jaar oud moest plaats maken voor een kazerne die na 80 jaar werd afgebroken. (d) Bergers combinatie van wetenschappelijke exegese en meditatieve overweging van dit bijbelboek. Berger is ook eigenzinnig in de uitleg. Soms storend, vaak prikkelend. Ondanks de hoge prijs een mooie aanwinst voor de exegese van Openbaring.

(2) Dit recente commentaar van Craig R. Koester.
revelation.jpg
Ook Koester is een kenner van de apocalyptiek. Steeds een sterke exegese, waarbij je als lezer merkt dat Koester dit bijbelboek begrijpt. Dit commentaar bevatte voor mij veel eye-openers en maakte voor mij het ook aangeschafte commentaar van Beale eigenlijk overbodig.

(3) Op de een of andere manier heb ik iets met Ben Witherington III. Daarom heb ik ook zijn commentaar op Openbaring aangeschaft.
517oj1kW+lL._SX331_BO1,204,203,200_
Zijn commentaar is beknopt en to-the-point. Prettig om mee te werken. Zijn specialiteit: aandacht voor de rethotiek en de socio-historische achtergrond van Openbaring. Steeds legt Witherington uit hoe Openbaring gelezen moet worden in de context van het Romeinse imperium.

(4) Ook het commentaar van Gregory K. Beale schafte ik aan.
682076
Vooral omdat dit commentaar werd geroemd vanwege de aandacht voor het Oude Testament in Openbaring. Een nuttig commentaar, maar zoals ik al schreef: naast het commentaar van Koester niet echt nodig.

Naast deze meer wetenschappelijke commentaren gebruikte ik nog twee meer meditatieve commentaren, die geschreven zijn met kennis van de wetenschappelijke exegese:

(5) Marva J. Dawn, hoogleraar theologie, die te maken heeft met allerlei ziekten en lichamelijke handicaps vond in Openbaring Vreugde (met hoofdletter!) in Christus beschreven.
download
Vanuit de kennis van de exegese en vanuit haar eigen ervaring schreef ze een uitleg van Openbaring: Joy in Our Weakness, waarin de nadruk ligt op de volharding en de trouw aan Christus in een wereld vol verleidingen. Net als al haar andere boeken zeer de moeite waard!

(6) Ook Eugene H. Peterson schreef een boek over Openbaring. Het enige boek dat in het Nederlands (alleen tweedehands) verkrijgbaar is: Laatste woorden. Net als het boek van Dawn geschreven met het oog op de gemeente. Voor Peterson is Johannes, de schrijver van het bijbelboek Openbaring allereerst pastor.
989104.jpg

Naast deze boeken heb ik nog twee boeken thuis liggen die ik incidenteel gebruikte:
(7) K. Schilder, Openbaring en het sociale leven
(8) K.H. Miskotte, Hoofdsom der historie

In de paaspreek ruimte bieden aan de aanvechting?

In de paaspreek ruimte bieden aan de aanvechting?

In het nadenken over het preken met Pasen wordt vaak gesteld, dat in de paaspreek de aanvechting een plaats hoort te krijgen. In de verhalen van Pasen kan toch ook niet iedereen geloven dat Jezus is opgestaan? Tot voor kort ging ik mee in deze gedachte en stond in mijn paaspreken erbij stil dat door het onvoorstelbare van Pasen de opstanding van Christus moeilijk te geloven is.

ANASTASI3

In de laatste jaren kom ik er op terug. Ik ga nu zelfs uit van het tegenovergestelde: in de paaspreek hoort de aanvechting niet thuis. Dat is net zomin gepast als je op de dag waarop je een huwelijksjubileum opbiecht dat er geregeld momenten zijn waarop je de ander niet ziet zitten. Daar zijn andere momenten voor. De aanvechting die er kan zijn, kan in de zes weken van de Veertigdagentijd, de zeven weken van de Lijdenstijd een plaats krijgen. Met Pasen is aanvechting in een preek ongepast.

In de verhalen rondom Pasen komt ook geen aanvechting voor. Wel ongeloof van de vrouwen, de leerlingen, van Thomas en de Emmaüsgangers, die geen rekening hielden met de opstanding. Deze vrouwen en de leerlingen worden dan ook niet getroost of bemoedigd, maar aangesproken, weggeroepen uit het ongeloof. Het is typerend voor onze tijd dat het ongeloof uit de verhalen om Pasen heen afgezwakt wordt tot aanvechting.


b3-64

Mijn vermoeden is dat mijn meeste collega’s hier anders over denken en zullen zeggen dat de aanvechting bedoeld is om de luisteraar op te halen waar hij of zij zit. Maar in mijn optiek gaan we, als we met Pasen de aanvechting een plek te geven in de preek, de aanvechting en de twijfel legitimeren, goed praten. Gaan we de ernst van het ongeloof bagatelliseren. Dat gebeurt naar mijn idee te vaak in deze tijd. Ik geef toe: eerst ging ik er ook in mee, maar ik beschouw het nu als een zorgelijk verschijnsel. Aanvechting een plek geven in de paaspreek zou wel eens net zo goed een vorm van therapeutisering van het geloof kunnen zijn, zoals dat vaker in deze tijd gebeurt.

Wanneer de aanvechting een plek krijgt, omdat de doxologie als preekstijl niet de makkelijkste is, dan kan ik dat nog begrijpen. Zelf vind ik dat niet de makkelijkste preekstijl: de preek vanuit de lofprijzing op God opbouwen, de gemeente daarin meenemen en met elkaar eindigen in die lof op God. Dat geeft aan dat er een kloof is in de gereformeerde spiritualiteit tussen theorie en praktijk. De theorie zegt dat de lof op God het hoogste is. De mens is geschapen om God te eren. De Nederlandse Geloofsbelijdenis begint bijvoorbeeld met een doxologie. Ook het antwoord van zondag 1 is als een doxologie te beschouwen.

Dan is het op zijn minst apart dat juist in de vorm waarin volgens de gereformeerde traditie God tot de gemeente komt, namelijk de preek, de aanvechting gekoesterd wordt. Dan is het op zijn minst apart dat er gepleit wordt om op de dag waarop we zo ongeveer de grootste gebeurtenis uit onze geschiedenis gedenken, pleiten om te benoemen dat dit toch wel erg moeilijk is om te geloven. Hoe komt God dan aan zijn eer?
Aanvechting mag bij Pasen in de preekvoorbereiding. Ik kan me dat goed voorstellen. Maar in de preek met Pasen hoort de aanvechting geen plek te krijgen. Hooguit als overwonnen aanvechting, als twijfel die de mond gesnoerd wordt. Aanvechting kan best op andere zondagen aan de orde komen in de verkondiging, net als de klacht of de waaromvraag. Maar met Pasen niet. Ook in de Paastijd niet, die uitloopt op de Hemelvaart, de troonsbestijging van Christus.
b3-75

Net zoals de Adventsweken en de Lijdenstijd / Veertigdagentijd een oefening zijn in nederigheid, schuld belijden, inkeer, zijn voor mij de weken na Pasen een oefening in de doxologie.  Ik zie het als een gebrek in onze gereformeerde traditie, dat we – naast het zingen – weinig andere vormen van doxologie hebben.

Preek Tweede Paasdag 2018

Preek Tweede Paasdag 2018
Filippenzen 3:1-16
Tekst: Opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding, en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig wordt, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden. (Filippenzen 3:10-11)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Kennen van Jezus
Paulus schrijft: Opdat ik Hem mag kennen.
Kent u Christus? Ken jij Christus?
Dan bedoel ik niet of je de verhalen over Jezus kunt vertellen
en dat je kunt uitleggen dat Pasen te maken heeft met Zijn opstanding,
maar dat jij Hem zelf ook kent als de opgestane Heer, persoonlijk als jouw Heer.
Wanneer Paulus spreekt over het kennen van Christus
moeten we voor de betekenis naar het Oude Testament,
Waarin kennen een heel intieme klank heeft, zoals een man en vrouw elkaar kennen.
Zoals een man en vrouw elkaar door en door kennen,
samen leven, samen slapen, van elkaar zijn en bij elkaar horen, intiem.
Zulke kennis is niet alleen kennis over iemand.
Als je de leeftijd van iemand kent, de belangrijkste gegevens uit iemands levensloop,
als je wat verhalen en anekdotes over iemand weet je vertellen,
dan ken je iemand al een beetje,
maar dat is nog niet het kennen van het Oude Testament en van Paulus.
Dat is niet alleen maar kennis over iemand, maar kennis die je hebt
doordat je het leven deelt met iemand, een hele intieme relatie, waarin je in elkaar opgaat:
Opdat ik Hem mag kennen, Christus als de opgestane Heer echt mag kennen, persoonlijk.
Kent u Christus op deze persoonlijke, intieme manier?
Zodat Christus, die gekruisigd was en opgestaan is, leeft in uw, in jouw hart?
Misschien was er wel heel wat nodig voor u Hem zo persoonlijk kende, voor jij ging geloven.
Net als er voor Paulus heel wat nodig was.
Paulus kende de verhalen over Jezus die was gekruisigd en was opgestaan,
maar moest er helemaal niets van weten van die Jezus.
Hij verafschuwde die verhalen en had een hekel aan Zijn volgelingen.
En er was geen enkele reden waarom Paulus zou gaan geloven.
Een mooier leven was er niet: geboren als kind van het verbond,
met een kennis over God en een leven in dienst van God waar velen jaloers op waren,
om zijn inzet voor Gods zaak geprezen en beroemd geworden.
Een in zijn eigen ogen waardevol leven
– totdat Paulus deze Jezus echt ontmoette, Christus in zijn leven kwam.
Toen zag er alles opeens anders uit:
Het leven dat hij had opgebouwd, de status die hij had bereikt, de gelovigheid die hij had:
allemaal waardeloos, hij had er niets aan en kon er niets mee als hij voor God kwam.
Een leven in schijn, al kon hij er hier mee voor de dag komen.
Alleen als je Christus echt kent, persoonlijk en intiem, een relatie hebt, van Hem bent,
dan heb je echt een leven: opdat ik Hem mag kennen.

(2) Kennen van de kracht van Zijn opstanding
Paulus maakt duidelijk wat het kennen van Christus inhoudt:
dat je niet alleen de verhalen over de opstanding van Christus kent,
maar dat je in je eigen leven ook die kracht van Zijn opstanding ervaart,
dat je merkt dat de opstanding van Christus ook effect op je eigen leven heeft.
Opstanding betekent voor Paulus niet alleen dat Christus uit het graf kwam,

dat de steen voor Christus werd weggerold en Jezus als de levende tevoorschijn kwam,
maar dat ook ieder die in Christus gelooft,
uit dat graf mee komt, opgestaan – uit de macht van de zonde, die ons gevangen hield,
een nieuw leven met Christus.
Dat je merkt, dat jij die dood was door de zonde, met Christus ook levend wordt.
Op Pasen vieren wij niet alleen dat Christus uit het graf kwam,
maar vieren we ook dat wij opnieuw kunnen leven.

 

Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten!

Sta op uit de doden, o zondaar, en leef, dat Christus ook over u lichte!


Ik kwam een citaat van Calvijn tegen bij een andere tekst van Paulus(Efeze 2:1),
maar we kunnen dat ook hierbij aantekenen: ‘We worden als doden geboren en leven als doden, totdat wel deelgenoot gemaakt worden van het leven van Christus.’
Dat Paulus dood was, had hij in zijn oude leven nooit gedacht.
Je kunt die dood ook goed camoufleren en vaak besef je pas hoe dood je was
als Christus in je leven gekomen is om je tot leven te wekken.
Paulus dacht dat hij juist een goede band had met God, dat zijn geloof levend was.
Maar zonder Christus die in zijn leven kwam had hij niets, schade was het zelfs,
schadelijk voor hemzelf, want het beeldde hem in dat hij God kende en met God leefde,
hij ging er vanuit dat God in zijn leven was en had niet door dat het niet zo was.
en de ogen gingen open toen Christus in zijn leven kwam,
een radicale verandering, waar Paulus nog steeds intens dankbaar voor is
en de komst van Christus in zijn leven heeft een verlangen in hem aangewakkerd:
Christus kennen en ook de kracht van Zijn opstanding in zijn eigen leven.
Want daardoor leeft hij in een nieuw leven: mijn getrouwe Heiland Jezus Christus eigen ben.
In een zondige wereld al een nieuw leven,
niet meer bezig om hier op aarde alles uit het leven te halen,
Alles op je reputatie hier te zetten, of alles van je gezondheid hier te verwachten,
je geluk te koppelen aan aardse bezittingen, maar een gerichtheid op Christus
en opgestaan in een nieuw leven, het nieuwe leven dat Christus is, de Opgestane, Levende.
En dat hier op aarde al een nieuw leven, hier in dit bestaan reeds opgestaan.
Het kennen van Christus en het kennen van de kracht van Zijn opstanding is dat leven
waarin de zonde ons niet meer beheerst, maar Christus in ons leeft
en wij in staat gemaakt worden om Zijn wil te doen.
Daaraan merk je de kracht van Zijn opstanding in je leven.
Een verandering in je wil, in wat je doet en wat je nalaat, Christus kunnen dienen.
Dat is niet pas in de hemel, dat nieuwe leven, maar hier op aarde al.

(3) Kennen van de gemeenschap met Zijn lijden
Hier op aarde al – dan heeft Paulus wat uit te leggen over zijn eigen situatie.
Paulus zit namelijk gevangen.
Daarmee wordt zijn boodschap, dat Christus is opgestaan, toch ongeloofwaardiger?
Als Christus is opgestaan uit de dood, als er een nieuw leven is, dat Paulus nu al heeft,
Waarom dan nog die gevangenschap?
Waarom moet Paulus dan rekening houden met een mogelijke doodvonnis?
Als hij dat nieuwe leven al heeft, dan hoeft hij toch niet gevangen te zitten?
En in de gemeente is er een andere zorg, die zijn boodschap ongeloofwaardig maakt:
De spanning en de zorg die er in de gemeente is:
een andersoortige boodschap dan het evangelie die verteld wordt, die aanhang krijgt.
Als er dat nieuwe leven is, als we dat nieuwe leven al kunnen kennen:
Waarom die onderlinge strijd, waarom die verdeeldheid?
Waarom dan nog lijden voor de individuele gelovige en de gemeenschap als geheel?
Staat dat dan niet haaks op de boodschap dat Christus is opgestaan
en dat wij Zijn opstandingskracht al in ons eigen leven mogen ervaren?

Nee, zegt Paulus, mijn situatie in de gevangenis ontkracht Pasen niet
en het lijden dat mij overkomt en dreigt te overkomen moet jullie niet in twijfel brengen,
want dit lijden en deze tegenslag is bedoeld om Christus nog beter te leren kennen
en nog meer te vertrouwen op Zijn opstandingskracht.
Als ik Christus meer wil leren kennen, heb ik het ook nodig om Zijn lijden te leren kennen,
Ik ben niet meer dan mijn Heer en als mijn Heer lijdt, waarom zou ik dan niet lijden?
Als Hij gevangen genomen werd en werd gedood, waarom zou dat mij bespaard blijven?
Als ik van Jezus ben geworden, kan het ook zijn dat ik deel in Zijn lijden,
dat het leven voor mij anders loopt dan ik van tevoren had gedacht.
Wanneer je gaat geloven in Jezus, wanneer Hij in je leven komt,
wordt je leven er vaak niet makkelijker op.
Tot geloof komen is geen recept voor een makkelijk leventje.
Ik denk dat heel wat gelovigen weten, dat vanaf dat ze echt gingen geloven
er ook heel wat worstelingen bijgekregen hebben, strijd en aanvechting,
misschien ook wel spot en tegenstand, of zelfs ziekte, ontslag.
Maar ook al is het er niet makkelijker op geworden, wel een gelukkiger leven,
omdat Christus in je leven gekomen is en dat is alles waard!
Maar het blijft steeds leren, zodat je geloof in Christus steeds dieper wordt,
zoals je als man en vrouw ook steeds weer moet groeien in je relatie
en dat gebeurt vaak door wat je meemaakt,
niet alleen de mooie dingen die je samen meemaakt,
maar je leert ook door de tegenslagen, de ernstige, verdrietige dingen die je meemaakt
en samen draagt en waar je samen doorheen gaat.
Misschien hebt u in uw relatie ook wel heel wat samen doorgemaakt
en het dat samen doormaken en samen dragen gaat niet vanzelf
dat kost vaak het nodige aan gesprekken, botsingen wellicht, spanningen, en toch…
zo is het delen in het lijden van Christus niet iets dat je even doet, of er even bij,
maar het kost je veel, misschien wel alles en toch … het geeft je Christus.
Opdat ik Hem mag kennen en Zijn opstandingskracht en kennen ook te delen in Zijn lijden.


(4) doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig wordt
Let wel, het leren kennen van Christus door Zijn opstandingskracht staat voorop.
Het delen in Zijn lijden staat in het teken van Pasen
en  Pasen in ons leven dat is niet iets dat nog komt, maar dat er nu al is,
Zelfs als we te maken hebben met ziekte
en zelfs als we weten dat we niet lang meer te leven hebben
en haast niet kunnen geloven dat voor ons dat nieuwe leven al gekomen is
omdat we nog zoveel van die oude wereld die lijdt aan de vergeefsheid ervaren
of als we nog steeds worstelen met onze zonde
en haast niet kunnen geloven dat voor ons dat nieuwe leven al gekomen is
omdat we nog zoveel van de oude mens in onszelf aantreffen,
is Pasen een werkelijkheid in ons leven en delen we al in Zijn opstanding
en kunnen we de kracht van Zijn opstanding meer en meer leren kennen,
Zelfs dwars door ziekte en dood heen,
dwars door de zonde die tegen onze wil nog in ons is overgebleven heen.
We zijn er nog niet, niet in de nieuwe wereld waarin we zonder zonde zullen zijn,
maar al wel in een nieuw leven, Pasen is werkelijkheid in ons leven,
we zijn met Christus al opgestaan uit de dood van de zonde
al zal er nog een opstanding zijn, waardoor we een verheerlijkt lichaam zullen krijgen.
Hier op deze aarde, in die wereld die nog steeds lijdt,
kunnen we nog steeds lijden, gemeenschappelijk zijn in het lijden met onze Heer,
maar wel met één verschil: Christus stierf voor ons.
Als we hier op aarde kruisdragen is dat niet om Christus te redden of ons te redden,
als we delen in Zijn lijden, als dat lijden ons overkomt en we ermee te maken hebben,
dan is dat om ons te laten weten, dat Zijn dood ook voor ons geldt,
dat Christus ons meegenomen heeft naar het kruis,
dat we reeds zijn gestorven, al leven we hier volop,
dat we al opgestaan zijn, al zullen we nog door de dood heen moeten gaan.

Het is mogelijk dat deze boodschap van Paulus mensen in verwarring bracht,
Dat ze er nu al waren, dat er geen opstanding meer zal komen, en geen hemel.
Dat ze er al zijn.
Maar dat is wat Paulus niet bedoeld heeft.
We leven al in een nieuw bestaan, we delen in een nieuw leven,
maar er komt ook nog een nieuw leven.
Ik heb het nog niet verkregen, ik ben nog niet volmaakt, het volmaakte moet nog komen.
Als Christus komt en we na onze opstanding in de hemel worden opgenomen.
Delen in het lijden van Christus kan ook er zijn om ons te herinneren
dat er ons nog een eeuwigheid te wachten staat,
dat we niet al onze kaarten op het leven hier op aarde moeten zetten.
Dat we er nog niet zijn, want dan is het gevaar groot om in het oude leven terug te vallen.
Gelijkvormig worden aan Zijn dood is dat we meegestorven zijn aan het kruis, meegekruisigd
En daarmee onttrokken, gered van de zonde en in een nieuw leven zijn gezet.

(5) Om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden
Delen in zijn lijden wijst, hoe moeilijk dat ook is, wijst vooruit
naar wat met u, met jou zal gebeuren als je Christus persoonlijk kent.
Als je mag zeggen, al is het misschien heel voorzichtig of stamelend,
Ik ken Christus en ik leer Zijn opstandingskracht ook steeds beter kennen
en zeker ook in mijn leven is er van het lijden van Christus iets te merken
het geeft mij het besef hoe diep Hij voor mij moest lijden
en dat besef brengt mij dichter bij Hem.
Dan mag je weten dat je er ook een toekomst wacht,
je hebt al een heden, een leven in het hier en nu,
omdat je met Christus leeft, door Christus levend geworden bent,
daarom zal er een dag aanbreken, wanneer de graven opengaan,
als Christus terugkomt, dat het graf jou ook moet laten gaan,
of je graf nu bekend is of niet, God weet waar je begraven bent
en Hij zal je dan uit het rijk van de dood roepen, zoals Hij Zijn eigen Zoon riep uit het graf.
Om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden.
Dat is een zekerheid voor Paulus.
Het lijkt er even op, dat er toch weer onzekerheid komt.
Kunnen we er echt op aan, dat ook wij zullen opstaan, zoals Christus opstond?
Nee, het is geen onzekerheid, geen twijfel, ook al is het ongelofelijk om te geloven.
Hier op aarde is het er nog niet, het komt nog.

Het is verwoord in een oud gezang, een lied voor Hemelvaartsdag (Gezang 75 NH Bundel):

’t Oog omhoog, het hart naar boven, hier beneden is het niet!
’t Ware leven, lieven, loven is maar, waar men Jezus ziet.
Wat men hoort of ziet op aard’ is ons kost’lijk hart niet waard;
wil men leven, lieven, loven:’t oog omhoog, het hart naar boven!

Trek tot U ons hart naar boven, dat w’ U eeuwig lieven, loven

Kent U Christus? Ken je Hem?
Wanneer je gedoopt bent, is er voor je gebeden dat je Hem zou leren kennen:

Wij bidden U, pleitend op uw grondeloze barmhartigheid,
dat U deze kinderen in genade wilt aanzien
en door Uw Heilige Geest in Uw Zoon, Jezus Christus, wilt inlijven,
opdat zij met Hem in Zijn dood begraven worden
en met Hem mogen opstaan in een nieuw leven.

Dat is in de kerk voor je gebeden, door je ouders, door de aanwezige gemeenteleden.
Dat zal in de hemel voor je gebeden zijn door de engelen om de troon van God,
door Christus zelf, die in de hemel voor ons bidt.
Zodat ook jij, u Hem leert kennen.
Amen