Psalm 80

Psalm 80

Het Common Revised Lectionary geeft voor de 4e zondag van het Jaar A Psalm 80 op als psalmlezing. In het Dienstboek is Psalm 80 de psalm van de zondag van de tweede zondag van advent.

Psalm 80 begint waar Psalm 79 eindigt: met de Heer, die zijn volk als herder hoedt. Dat is niet de enige overeenkomst met Psalm 79. Net als de voorafgaande psalm is Psalm 80 een gebed, waarin naar God toe wordt geklaagd over de omstandigheden waarin het volk en het land zich bevinden. De psalm doet dat in een krachtig beeld: het land ligt open en weerloos, zoals een wijngaard zonder beschuttende omheining. Iedereen die langskomt, met goede of kwade intenties, heeft vrij spel: voorbijgangers plukken hem leeg, wilde zwijnen wroeten hem om, velddieren vreten hem kaal. Dit beeld doet vermoeden dat de psalm ontstaan is in een tijd, waarin het land werd veroverd door vijandelijke legers. Deze vijandelijke legers hebben in het land huisgehouden en het volk was machteloos.
Psalm 80 is zowel een appèl naar God toe om redding als een klacht naar God toe waarom hij dit heeft laten gebeuren. In dit gebed klinkt zelfs door dat God zich tegen het volk heeft gekeerd. In de vijandelijke legers die gekomen zijn en Israël hebben overwonnen wordt de toorn van God zichtbaar. De psalm is daarom een gebed, waarin de nood naar God toe wordt geschilderd, om hem tot ingrijpen te bewegen. De psalm is een klacht over de handelswijze van de Heer, die niet meer aan de zijde van zijn volk staat en voor zijn volk opkomt. De uittocht uit Egypte en de intocht in het land worden naar voren gehaald, waarin God zijn zorg voor het volk liet zien. Israël wordt vergeleken met een wijnstok. De vergelijking met de wijnstok of een wijngaard wordt gebruikt als een beeld voor het verbond dat de Heer met Israël gesloten heeft. In deze psalm functioneert dit beeld op een dubbele manier: Het wordt gebruikt als een herinnering aan het verleden, waarin Gods trouwe zorg zichtbaar was: als een wijnstok die was uitgegraven in Egypte en in Kanaän een nieuwe plek kreeg. Tegelijkertijd wordt dit beeld gebruikt om de hopeloze situatie van het heden uit de doeken te doen: een wijngaard die omver geploegd is door wilde zwijnen.
In deze psalm komt steeds is er een refrein: God, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat. Dit refrein wordt steeds meer uitgebreid in Godsnamen: God (vers 4), God van de hemelse machten (vers 15), HEER, God van de hemelse machten (vers 19). De aanduiding van de Heer als God van de hemelse machten geeft de macht van de Heer over heel de wereld aan. Dat wordt in deze psalm nog eens benadrukt door van de Heer te zeggen dat hij troont op de cherubim. In de tempel in Jeruzalem stond een ark als representant van deze troon in de hemel. Deze Godsnamen worden niet voor niets gebruikt: ze spreken God aan op zijn macht over de geschiedenis en op zijn verbond met Israël. Hij is het die de vijanden deed komen. Hij is het ook die hen weer kan weg doen gaan en redding kan brengen. Dat deze Godsnamen in een klacht naar de Heer toe worden gebruikt, geeft aan dat aan de basis van deze psalm een diep geloof in de Heer ligt: alleen hij is in staat om in te grijpen. Alleen hij heeft die macht. Alleen die macht wordt niet ervaren. De psalm is daarom een appèl om de omstandigheden te veranderen. De psalm vraagt om een theofanie, om een verschijning van God in zijn luister ten gunste van het volk. De psalm vraagt om de terugkeer van de Heer naar zijn volk, die hij had losgelaten. Het lichtend gelaat laten zien is een gracieus gebaar van een hoger geplaatste ten gunste van een ondergeschikte. Het is een gebed om een genereuze interventie om Israël redding te geven.

Advertenties

God in de populaire cultuur

God in de populaire cultuur
Populaire cultuur en christelijk geloof (2)

Hoe wordt er in de populaire cultuur over God gedacht? Wie met deze vraag naar de populaire cultuur kijkt, zal zien dat er volop over God wordt nagedacht.

God kan als personage opduiken. Iedereen kan zich wel een cartoon herinneren, waarin God als een personage is afgebeeld. De reacties op zo’n afbeelding van God zullen verschillend zijn. De een zal de humor kunnen waarderen. Een ander zal zich door zo’n cartoon geraakt voelen, omdat het om iets heiligs gaat: God zelf.
Soms als persiflage op Gods almacht. In zijn boek neemt Reuter een cartoon op van een man op een wolk (de gebruikelijke voorstelling van God als personage in een cartoon!) met een joystick in de hand. Onderaan het plaatje is te zien hoe een auto uit de bocht is gevlogen tegen een telegraafpaal. De bestuurder had door de voorruit op de motorkap. De titel van deze cartoon is: De mens wikt – God beschikt. God heeft zich teveel  in zijn spel laten gaan. De cartoon laat open of dit een kritiek is op de manier waarop God de wereld regeert. Wel laat het alle clichés over God zien, die er in de populaire cultuur zijn: God als een man op een wolk vanwaar hij de wereld (in dit geval: letterlijk) bestuurt. Als God gepersifleerd wordt, wil dat zeggen: mocht God er zijn, dan hoef je hem niet serieus te nemen. Reuter concludeert: binnen de populaire cultuur kan men niets meer beginnen een God die almachtig is. Reuter wil daarom God niet meer zien als een Persoon die almachtig is. Voor hem is God veel meer de grond van het zijn.
Zelf vind ik dat Reuter hier teveel de christelijke traditie over God naar deze tijd verandert en wezenlijke eigenschappen van God opgeeft. In de christelijke traditie is er sprake van het beeldverbod. Dit verbod raakt niet alleen de afbeeldingen van God, maar gaat veel dieper en raakt ook de menselijke gedachten of fantasieën over God. In de traditie wordt dit verschil ook wel eens onder woorden gebracht als het verschil tussen de god van de filosofen en de God van de Bijbel. Neem bijvoorbeeld de bovengenoemde cartoon over de God met een joystick in zijn hand: gaat dit over de god van de filosofen of over de God van de Bijbel? Is dit een cartoon over God of over menselijke gedachten over God?
In de populaire cultuur wordt God niet alleen gepersifleerd of afgedaan als een fabeltje. Reuter laat zien dat er geworsteld wordt met de leiding van God over deze wereld. In veel songs gaan expliciet over God en het lijden. De ene keer is het antwoord in een song dat God het ook niet weet. De andere keer wordt Hij aangeklaagd, omdat Hij niets heeft gedaan. Wat we ook vinden van de populaire cultuur en de manier waarop God aan orde komt, het gaat wel om belangrijke vragen: Wie draagt de verantwoordelijkheid voor hoe het er in de wereld aan toe gaat? Heeft God invloed op gebeurtenissen op deze aarde? En zo ja, wat merken wij daarvan? Via de klaagpsalmen zou wel eens een belangrijke brug geslagen kunnen worden tussen de worsteling met God in de populaire cultuur en het bijbelse spreken over God.
Zelfs de persiflage van de almachtige God moeten we serieus nemen. Want het kan een aanleiding zijn om met jongeren erover door te praten op welke manieren de christelijke traditie heeft nagedacht over God. Waar jongeren afhaken op het christelijk geloof, omdat ze niet meer geloven in een god die op een wolk met een joystick de wereld bestuurt, is de christelijke traditie een bondgenoot, die er belang bij heeft dat dit beeld aan gruzelementen gaat. Want het is niet het beeld dat de Bijbel schetst.

N.a.v. Ingo Reuter, Der christliche Glaube im Spiegel der Popkultur (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2012).

 NB: Een voorbeeld van een film met God als personage is Bruce Almighty (2003). Deze film heb ik niet gezien, dus kan er weinig over zeggen.
Een film die over God en het lijden en het kwaad in de wereld gaat, is de Deense film Adam’s Apple (2005). Ik ben er niet over uit of het een goede film is. Om er iets zinnigs over te zeggen, moet ik de film nog een keer zien. Deze film gaat over het boek Job.

Depressie als menselijke en bijbelse ervaring

Depressie als menselijke en bijbelse ervaring
(Verkorte versie)


Wie zelf geen depressie heeft meegemaakt, kan nauwelijks beseffen wat voor pijn een depressie oplevert. Timo Veijola, Fins theoloog en toonaangevend oudtestamenticus heeft er wel weet van gehad. Hij overleed zelfs aan een depressie. Na zijn dood werd een bundel met artikelen uitgegeven. Daarom stond ook een artikel over depressie als menselijke en bijbelse ervaring. Dat artikel is dus geschreven vanuit eigen ervaring.

Wat er in een depressie gebeurt, is nauwelijks onder woorden te brengen. Depressie is een van de heftigste vormen van lijden, die een mens kan ondergaan. Het duivelse karakter van een depressie is onder andere, dat de dimensie van de tijd buiten werking wordt gesteld. Het is een totale vertwijfeling. Een donkere tunnel, waar men in komt en men heeft geen enkel benul of men hier weer uit komt. De duur van deze wanhoop is onbekend. Veel boeken over depressiviteit voor patiënten of betrokkenen hebben een optimistische insteek: iedereen met een depressie wordt vroeg of laat weer gezond. Dit optimisme is echter een leugen. Mensen met een depressie kunnen voor goed arbeidsongeschikt raken. De bijbel is in dat opzicht veel reëler dan moderne boeken over depressies.
Een aangrijpend voorbeeld is Saul. Hij was in de eerste koning van Israël. In eerste instantie was hij door God uitgekozen. Na zijn verkiezing valt hij echter in ongenade. Vanaf dat moment is hij de regie kwijt. Zijn leven verwordt tot een levenslange strijd tegen de depressie en de nieuwe uitverkorene van de Here. Hoe het zover komt, is ook voor de bijbelschrijvers een raadsel. Zij beschrijven Sauls depressie als een ‘boze geest’, die door de Here zelf is gestuurd. Volgens Veijola is het van belang om te zien, dat niet een kwade demon of een kwade macht als Satan de veroorzaker is van de depressie, maar de Here.
In eerste instantie lijkt muziektherapie te helpen. Deze therapie komt echter tot een einde als Saul achterdochtig wordt ten opzichte van zijn therapeut David. Jaloezie, angst en haat tegenover anderen zijn gevoelens die kenmerkend zijn voor een depressie. Deze gevoelens zijn uitdrukking van een niet sterk ontwikkelde zelfwaardering. Andere kenmerken van een depressie zijn volgens hem een in-zichzelf-gekeerdheid, het zichzelf isoleren van anderen. Dat laatste is ook op een dramatische manier te zien bij Saul, die openlijk in conflict komt met zijn kinderen Jonathan en Michal. Zij kiezen partij voor David. In zijn paranoïde egocentrisme verliest Saul zijn taak uit het oog: de strijd tegen de Filistijnen. Als Saul uiteindelijk is omsingeld door de Filistijnen kiest hij voor een voor depressiviteit kenmerkende oplossing: hij verlangt van zijn wapendrager hulp om te sterven. Als deze dat weigert, doodt hij zichzelf met een zwaard.
Een depressie komt niet alleen door een mislukking. Een depressie kan ook door een succes komen. De profeet Elia is daar een voorbeeld van. Na zijn glanzende overwinning op de Baälsprofeten zinkt hij in een depressie. Zijn eigenwaarde is weg en het verlangen naar de dood komt op. Een depressief mens wil de boze wereld door middel van een slaap verlaten.
Het pastoraat van de Here is echter opvallend: Elia moet opstaan, eten en verder gaan. Daarmee is zijn depressie nog niet voorbij. Hij zit nog in de illusie gevangen, dat hij de enige is, die overgebleven is. Hij wordt door de Here weer aan het werk gezet. Werken is vaak de beste manier tegen een depressie. Hoewel werk door iemand met een depressie als ontzaglijk zwaar wordt ervaren.
Wie in een depressie terechtkomt, krijgt te maken met een leegheid die heel het leven doortrekt. Ook het geloof wordt erdoor getroffen. ‘Een depressieve mens is een botte en een zwaarmoedige atheïst’, schrijft Kristeva.  In het moderne psalmenonderzoek is nauwelijks aandacht voor het thema depressie. Toch komt dit thema in de psalmen geregeld voor.
Zo kan Psalm 88 de titel hebben: Gebed van een depressief persoon. Deze psalm is een klaaglied van een enkeling. De dichter van deze psalm heeft de ervaring dat hij als dood is.
Helmut Tacke, een Duitse predikant en opleider van predikanten en zelf ook ervaringsdeskundige als het om depressiviteit gaat, heeft gewezen op de pastorale kracht van de klaagpsalmen. Bij Psalm 88 tekent hij aan: de psalmdichter is helemaal afgesneden van het leven, van al het goede. Hij bevindt zich als het ware in het dodenrijk. Aan de beelden, die in Psalm 88 gebruikt worden, is dat ook te zien: dodenrijk, graf, afgrond, land der vergetelheid. Net als veel depressieve mensen heeft ook hij het gevoel in de afgrond te vallen.
Psalm 88 brengt deze ervaringen in verband met God. De dichter is niet alleen door God verlaten. Zo voelen veel depressieve mensen zich. God is zijn vijand geworden. De toorn van God drukt zwaar op hem. Eindigt deze psalm in het duister?  Professor H.G.L. Peels zei over deze psalm, dat de dichter de Here nog steeds belijdt als de God van zijn heil. Klaagpsalmen, zoals Psalm 88, hebben voor depressieve mensen grote pastorale kracht, omdat wat deze psalmen beschrijven voor hen herkenbaar is. Daardoor krijgen zij erkenning voor wat zij doormaken. Tegelijkertijd opent zo’n psalm ook de weg tot God, die voor hun ervaring zo ver weg is.

ds. M.J. Schuurman

Het artikel staat in: Timo Veijola, Offenbarung und Anfechtung (Neukirchen-Vluyn, 2007) 158-190.