Niet als wezen achtergelaten

Niet als wezen achtergelaten (nav Johannes 14:18)

Afscheid nemen van iemand, met wie je een goede band hebt, is vaak niet makkelijk.  Je voelt aan dat er een lege plek in je leven komt. Je weet dat je de gesprekken, die je samen had, zult gaan missen. Je mist het plezier, dat je samen had, wanneer je samen optrok. Zeker als afscheid gaat nemen van iemand, die veel voor je betekend heeft,  iemand op wie je toch wel steunde, kan dat het gevoel geven, dat je je heel wat kwijtraakt, dat je verweesd achter zult blijven.
In dit gedeelte kondigt de Heere Jezus Zijn afscheid aan en Hij voorziet dat Zijn afscheid heel wat met de leerlingen zal doen. Hij zal naar de hemel gaan en de leerlingen zullen op aarde achterblijven. Ze zullen Hem ontzettend missen. Het zal een gevoel van heimwee geven naar de tijd, waarin hun Meester bij hen was. Ze zullen zich verweesd voelen. Met hun geloof zullen ze het ook niet makkelijk krijgen, want ze steunden behoorlijk op Hem.
Daarom geeft Hij hen een belofte mee, waar ze zich aan kunnen optrekken: 
Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Je zult het moeilijk krijgen. Dat weet Ik vooruit. Maar je krijgt steun van Mij. De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt ook wel Wezenzondag genoemd, waarbij de naam ontleend is aan deze belofte die de Heere Jezus aan Zijn leerlingen gaf. We hebben gevierd dat de Christus naar de hemel is gegaan om daar plaats te nemen aan de rechterhand van God. We kijken uit naar het Pinksterfeest, waarop we vieren dat die andere Trooster, die onze Heere aankondigt gekomen is. Deze zondag van vandaag valt er wat tussenin en daardoor kan al snel het gevoel ontstaan dat we nog wachten op de Heilige Geest. Zo voelt u dat misschien ook, dat u nog op iets wacht tot er iets in uw leven gebeurd, waarvan u kunt zeggen: dat is de Heilige Geest die in mij persoonlijk wordt uitgestort.
Vroeger dacht ik vooral dat deze zondag een zondag van gemis is: Christus is al weg
opgenomen in de hemel en de Geest is er nog niet. En ik dacht daarbij: zoals op deze zondag voel ik mij zo vaak. Christus ervaar ik niet, omdat Hij ver weg in de hemel is en niets overbrugt voor mij die afstand naar de hemel. Die gedachte herkent u wellicht ook wel en je zou daarbij willen dat het anders zou zijn, dat u wel iets van Hem zou ervaren.  Net of we wel verweesd achtergelaten zijn.
Toch is dat niet de bedoeling van deze zondag. Wezenzondag wil ons niet het gemis  onder de aandacht brengen, maar ons leren dat we bij ons gemis aan die ervaring van Christus niet moeten blijven, omdat Christus ons een belofte geeft, dat Hij ons niet alleen achter laat. Het moeilijke voor ons, is dat die belofte vaak tegen onze ervaring ingaat
en dat we daarom die belofte moeilijk kunnen geloven. Op deze zondag moeten we tegen elkaar zeggen: We zijn niet alleen. 
Christus vult Zijn belofte ook nog aan. Nadat Hij zegt, dat Hij ons niet alleen achter laat, zegt Hij ook nog: Ik kom terug. We mogen dus uitkijken naar Zijn komst. Hij blijft niet weg.
Is Hij trouwens wel weg?  IS Hij met de andere Trooster, die zal komen, de Heilige Geest, niet ook meegekomen? Is Hij door de Heilige Geest niet hier in ons midden aanwezig? Hier bij mij en bij u, waar u ook bent? Al bent u onderweg met de auto, of ligt u nog in bed,of bent u zich aan het klaarmaken voor deze dag, of al een tijdje op: De Heilige Geest kan ervoor zorgen dat Christus ook bij u komt, waar u nu ook bent. Dat is de troost, die de Geest kan geven: Hij kan ervoor zorgen dat u Christus wel ervaart. Dan maakt de Heilige Geest deze belofte van Christus ook voor u waar en komt Christus ook naar  persoonlijk terug.
 Als Christus zegt dat Hij weer zal komen, doelt Hij ook op een ander moment: Zijn Wederkomst. Op deze zondag na hemelvaart mogen we ook vooruitkijken naar dat moment, dat Christus hier weer op aarde verschijnt en ons tot Zich neemt. Tot die tijd zijn we niet alleen – al voelen we dat wel soms. We moeten dat misschien wel geregeld tegen elkaar zeggen, omdat we dat geloof zo makkelijk kwijtraken. Daarom is het zo bijzonder dat Christus ons de Heilige Geest heeft gegeven. De Geest die ons het geloof geeft, dat Christus zal komen en er nu al is. Hij sterkt ons in het geloof en helpt ons te zien, te ervaren, waar Christus nu in ons leven is. Zodat we de belofte van Christus uit eigen ervaring kunnen beamen: Inderdaad, we wij niet alleen achtergelaten. Hij is hier bij ons.

Meditatie EO-programma Groot Nieuws, 2 juni 2019

Preek hemelvaartsdag 2019

Preek hemelvaartsdag 2019
Daniël 7:7-14 en Mattheüs 28:16-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Ze krijgen de opdracht om zich te melden in Galilea.
De laatste keer dat ze als groep bij elkaar waren, was in de tuin van Gethesemané,
toen Jezus opgepakt werd.
In plaats van Jezus bij te staan, zijn ze allemaal weggevlucht
en lieten ze Jezus in de steek.
En nu komt het verzoek om weer bij elkaar te komen.
Niet als voorstel van een van de andere leerlingen om als reünie bij elkaar te komen
en met elkaar te bespreken hoe ze de aanhouding en dood van Jezus kunnen verwerken,
maar een opdracht die tot hen komt van Jezus zelf. Hij is opgestaan!
De vrouwen kwamen het bericht brengen:
Ga naar Galilea en daar zullen jullie Hem ontmoeten.

Zo komen ze bij elkaar op die berg in Galilea.
Hier is het voor hen begonnen. Hier kwamen ze Jezus tegen en begonnen Hem te volgen.
Ze kijken elkaar onzeker aan.
De vorige keer dat ze bij elkaar waren, was Jezus er nog bij
en hadden ze hun mond vol over het bij Jezus blijven:
Al moest ik met U sterven, ik zal U beslist niet verloochenen, had Petrus gezegd
En de anderen hadden die uitspraak van Petrus beaamd:
Wij zullen U niet in de steek laten!
Nu ze zo bij elkaar zijn, herinneren ze zich dat ze zo overtuigd waren
van hun eigen moed en standvastigheid
en ze kijken elkaar beschaamd aan, omdat ze van elkaar weten:
We hebben dat niet waar kunnen maken. We zijn allemaal op de vlucht gegaan.
Allemaal hun eigen kant opgegaan.
Terwijl ze zich schamen over wat er is voorgevallen,
merken ze ook dat het een bijzondere situatie is: ze zijn weer als groep bij elkaar.
Er is iets dat hen samenbrengt: de kracht van de opgestane Heer.
Ze voelen aan dat er iets bijzonders gaat gebeuren: een nieuw begin.
Ze herinneren zich zijn woorden: Waar 2 of 3 in mijn Naam bij elkaar zijn,
ben Ik in hun midden.
Zou Jezus zelf komen? Of is Hij er al nu ze zo bij elkaar gekomen zijn?

Jezus is er inderdaad.
Hun Heer – opgestaan uit de dood.
Er is heel wat gebeurd nadat ze Hem voor de laatste keer zagen.
Ze hebben Hem de rug toegekeerd.
Ze hebben verhalen gehoord over hoe Jezus werd veroordeeld en gekruisigd.
Hoe Hij stierf en begraven werd.
En nu staat Hij weer in levende lijve voor hen.
Petrus, Johannes en Jakobus stoten elkaar aan.
Zoals Jezus aan hen verschijnt, dat komt hen bekend voor,
Toen ze met Jezus mee waren op een andere berg
en Jezus van gedaante veranderde: ze zagen Hem toen in Zijn hemelse heerlijkheid.
Toen bogen ze vol ontzag voor hem neer
en Petrus stelde enthousiast voor om een onderkomen te bouwen,
zodat ze Jezus samen met Elia en Mozes voor altijd bij zich konden houden
in die heerlijkheid, die hemelse glans en glorie die hen omstraalde.
Jezus wilde niet dat ze iets voor Hem en Mozes en Elia zouden bouwen.
Nu begint er iets te dagen, waarom ze dat toen niet mochten doen.
Jezus moest een andere weg gaan, die ze toen nog niet begrepen
en nu eigenlijk ook nog niet echt: de weg naar het kruis, de dood in.
Maar nu is Hij opgestaan en leeft en kunnen ze Hem hier ontmoeten.
Met z’n drieën ervaren ze weer dat bijzondere als toen op die berg
en nu gaan ze weer op de knieën, vol ontzag: U bent onze Heer.

Er zijn andere discipelen die nog niet zo ver zijn.
Ze zouden wel willen buigen, net als de andere discipelen al doen,
maar ze aarzelen.
Is dit wel de Jezus die ze kennen?
Er is een tweestrijd in hen: Ze voelen zich naar Hem toegetrokken en willen Hem aanbidden
Voor Hem op de knieën vallen
En toch is er iets in hen dat hen ervan weerhoudt.
Dit moment is te groots, om zo Jezus de opgestane Heer te ontmoeten.
Ze weten niet waar ze goed aan doen.
Kunnen ze wel voor Jezus buigen, nadat ze Hem de laatste keer in de steek lieten?
En met welke Jezus hebben ze te maken?
Wie is Hij? Toen ze in Caesarea Filippi waren, wisten ze het: U bent de Zoon van God!
Maar nu, nu Hij geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, neergedaald in de hel,
opgestaan – Wie is Hij, die nu voor hen staat?
Wat is de gepaste reactie? Hoe ga je Jezus tegemoet?
Twijfel zorgt vaak voor innerlijke verwarring: Heb ik met Jezus te maken of niet?
Moet ik me neerbuigen Hem aanbidden? Of vergis ik me en heb ik niet met Jezus te maken?
Ze komen er niet uit. Wie helpt hen om te zien dat het echt om Jezus gaat?
Dat ook zij kunnen buigen voor Hem, net als de andere discipelen dat al wel kunnen.

Dan komt Jezus op hen toe.
Jezus, de opgestane, koning van hemel en aarde komt hun wereld binnen.

Niet met een heerlijkheid die hen verblindt,
of een macht die hen op een afstand houdt, of over hen heen walst.
Hij stapt op hen af. Hij stapt hun wereld in,
de wereld van de leerlingen, die niet goed raad weten met hun reactie,
die zich verscheurd voelen door de twijfel, waardoor ze niet kunnen buigen,
de wereld van de leerlingen, die weten dat ze de laatste keer dat ze bij Jezus waren
Er niet al te best voor de dag kwamen, die faalden als leerlingen van Jezus.
Zie ons voor U staan, zondig en onrein.

Vader, vol van vrees en schaamte,  buigen wij voor U.

Heel Uw werk, door ons vertreden, klaagt ons, mensheid aan bij U.
Christus maakt zich kleiner, zodat wij Hem kunnen ontmoeten,
zodat Hij bij ons kan zijn en wij Hem kunnen verdragen,
kunnen ontmoeten, kunnen aanbidden.
Hij treedt ook onze wereld binnen, onze kleine wereld, ons leven,
zodat wij Hem kunnen ontmoeten en aanbidden.
Dat is het enige antwoord op onze twijfel, op ons wel willen maar niet kunnen
dat Jezus zelf op ons toetreedt en zegt: Ik ben het, twijfel niet langer, geloof!
Waar er 2 of 3 in mijn naam bij elkaar zijn, daar ben Ik in het midden.
Zo treedt Jezus ons vanmorgen tegemoet,
Terwijl Hij in de hemel is, is Hij hier op aarde bij Zijn gemeente aanwezig.
Er is veel gediscussieerd over de vraag wat de hemelvaart betekent
voor Christus’ aanwezigheid op aarde.
Is Christus dan niet bij ons tot aan het einde van de wereld, zoals Hij ons beloofd heeft?
Wordt in de Heidelberger Catechismus gevraagd.
Dat is niet zomaar een theoretische vraag.
Dat is een vraag die ons geloof diep raakt: We kunnen niet zonder Zijn aanwezigheid.
En het raakt ook Jezus diep in Zijn wezen, in Wie Hij is.
Als Hij niet meer op aarde is, dan klopt de belofte niet die Hij gegeven heeft.
Dan kunnen we niet op Hem bouwen en staan we er alleen voor.
Daarom zegt de Catechismus: Zijn lichaam is in de hemel,
maar naar Zijn God-zijn, Zijn majesteit, Zijn genade, Zijn Geest is Hij hier op aarde.
Zo treedt Hij ook ons vanmorgen tegemoet.
Als Heer, die in de hemel woont en toch hier bij ons kan en wil Zijn,
als onze God en Heer, met Zijn macht en majesteit,
met Zijn genade, die Hij aan ons allemaal wil geven,
Aan ons, die net als de leerlingen zo vaak twijfelen en niet kunnen buigen,
al willen we soms wel, maar lukt het niet, of herkennen we Jezus niet.
Genade voor jou en mij, ons allemaal.
Zijn Geest die ons geloof geeft, leert geloven, helpt om Hem te beamen.
Zoals Jezus op de leerlingen afstapt en in hun wereld komt,
zo heel vertrouwd net als voorheen en toch zo anders, omdat Hij nu verheerlijkt is,
de hemelse Heer, die dood geweest is en zie: Hij leeft!

Zo komt Hij naar hen toe.
Hij heeft hen iets te zeggen, woorden die allereerst aangeven Wie Hij is.
Zijn woorden hebben gezag. Hier is niet een mens aan het woord, maar de Zoon van God.
Uit Zijn mond klinkt niet een veroordeling,
maar een bekendmaking die hen bemoedigt:
Aan mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Het zijn woorden die hen bekend voorkomen.
Niet dat Jezus al eerder, voordat Hij aan het kruis ging, zo gesproken heeft in die woorden,
maar nu begrijpen ze wel waarom Jezus steeds, toen Hij rondwandelde op aarde
sprak over de Zoon des mensen en dat Hij daarmee Zichzelf bedoelde.
De woorden van Christus die hen toespreekt herinneren hen aan Daniël 7,
Waarin aangekondigd wordt hoe iemand in de gestalte van een mens uit de hemel neerdaalt
namens God om God op aarde te brengen:
de persoon die uit de hemel komt wordt daarom ook wel Zoon des mensen genoemd.
Hun meester sprak er vaker over, toen Hij met hen optrok en onderwijs gaf.
Hij sprak toen over zichzelf:

Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap,

en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren.
Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden,

en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

Die heerschappij is nu aan Mij gegeven, zegt Jezus om hen te bemoedigen
op dat moment dat sommigen nog niet goed weten wat ze moeten.
Geloof me maar! Je kunt Me vertrouwen! Je kunt je leven aan Mij geven!
Die macht om te heersen over heel de aarde heb ik gekregen.
Niet van de duivel, die aan het begin van Mijn optreden op aarde, na Mijn doop
Mij wilde verleiden, waarbij Ik dan voor hem zou moeten knielen.
De macht over heel deze aarde heb Ik ontvangen van Mijn hemelse Vader,
die Mij zond naar de aarde en ook jullie hemelse Vader is.
Hij heeft mij alle macht gegeven.
Ik heb jullie leren bidden: Uw wil geschiede in hemel en op aarde.
Nu Ik ben opgestaan uit de dood heb ik dat gezag ook gekregen
om te regeren, koning te zijn over hemel en aarde.
Bij Mijn geboorte kwamen wijzen uit het oosten om de pasgeboren koning te aanbidden,
om net als jullie te knielen, toen aan het begin van Mijn leven, knielden ze bij de kribbe.
Aan het kruis gaf Pilatus dat aan de mensen te kennen: Koning van Israël.
Hij wist niet dat Ik meer was: koning van de hele wereld, meer dan zijn heerser in Rome
en ook koning in de hemel.
Ik regeer en vanaf nu regeer ik vanuit de hemel ook over de aarde.
Waar Hij zit aan de rechterhand van de Vader.
De koning die aan het kruis hing en daar door iedereen bespot werd,
heeft de troon in de hemel bestegen.
Ieders oog zal Hem zien,ook degenen die Hem doorstoken hebben.

Tegen Zijn leerling zegt Hij: Jullie zijn nu mijn dienaren. Jullie staan in Mijn dienst.
Als koning van deze wereld, als jullie Heer heb Ik een opdracht voor jullie.
Ik heb jullie ooit een gelijkenis verteld over een koning, die zijn knechten erop uit zond
om gasten uit te nodigen voor de bruiloft van zijn zoon.
Zo stuur Ik jullie erop uit, over heel de wereld om zoveel mogelijk mensen te vertellen
over Mij: dat Ik over deze wereld regeer, dat de boze verdreven is, dat Ik heb overwonnen.
Houd het nieuws niet voor jezelf, maar vertel het overal waar je komt.
Laat iedereen het weten.
Nodig ze uit om naar het feest te komen.
Vertel zo over Mij, dat ze bij Mij willen horen, Mij willen dienen en volgen.
Zo verovert deze Koning de wereld: niet door geweld te gebruiken,
maar door Zijn dienaren, die net tevoren nog geaarzeld hebben of ze wel konden buigen,
die van binnen tweestrijd ervoeren.
Zij worden erop uit gestuurd om te vertellen, om uit te nodigen,
om anderen op te roepen Jezus te volgen, Zijn koninkrijk binnen te gaan.
Geen enkel volk is buitengesloten.
De Romeinen niet, die met hun bruut geweld de wereld veroverden niet.
Amerikanen en Russen niet.
De volken op de eilanden in Oceanië, voorbij Australië niet.
De volken uit Groenland en het noorden van Canada niet, de Inuït.
Degenen die op het verste puntje op deze wereld wonen niet.
Geen enkel volk wordt buitengesloten.
Of ze nu in tropische gebieden wonen of bij de poolcirkel.
Of ze nu in makkelijk bereikbare gebieden wonen, of dat ze moeilijk te bereiken zijn.
Ook hier zijn de zendelingen gekomen en hebben verteld.
Ook hier is over deze Heer verteld en zijn er volken gedoopt.
Vaak weten we niet zo veel van ons voorgeslacht, hooguit wat generaties terug.
Misschien komt u wel uit een familie, waar eeuw in eeuw uit al de kinderen werden gedoopt

in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Wellicht is dat nog niet zo lang geleden,
hebben je ouders zich als eersten van hun familie laten dopen.
Of ben je zelf de eerste, die de stap waagde om deze Jezus te volgen.

Als je bij Jezus hoort, ben je nooit uitgeleerd.
Steeds weer moet je ontdekken wat het betekent, dat Jezus over de aarde regeert.
Je raakt dat zo snel weer kwijt.
Vandaar dat die twijfel die de discipelen bezig houdt voor ons herkenbaar is.
We zeggen dan: gelukkig, ook zij waren niet de perfecte gelovigen.
Als zij hun zwakten hadden, soms ook faalden, dan is er ook voor ons hoop
en kunnen ook wij de weg van Jezus gaan.
Op de weg van Jezus leren we steeds weer wat het betekent om Zijn wil te doen.
Toen Jezus aan het begin van Zijn rondwandeling op aarde rondtrok
vertelde Hij al hoe Hij dat voor zich zag: Zijn leerlingen die Zijn wil deden.
Een licht in een donkere wereld door je manier van leven,
door hoe je je opstelt naar anderen toe.
Door je geloof, je hoop, je liefde het licht deze koning te verspreiden.
Als kerk als gemeenschap zo uit deze hoop te leven, zo te geloven, zo lief te hebben,
dat het zichtbaar wordt voor alle mensen, dat je van Christus bent.

Ja, dat laten zien, zo leven en getuigen. Wat brengen we ervan terecht?
En wie zijn wij, gelovigen die vaak wel willen, maar niet kunnen,
of die soms geen zin hebben, er niet op uit willen trekken. Of niet durven.
Nee, zegt Jezus, je moet niet naar jezelf kijken, naar wat jij te zeggen hebt, of durft.
Weet je niet dat Ik mee ga. Ik ben wel in de hemel, maar ook op aarde, bij jou.
Als jij in mijn naam ga, ga ik met je mee.
Er zal geen dag zijn zonder Mij. Alle dagen ben Ik bij je.
Ik geef je Mijn kracht, ik geef je Mijn aanwezigheid. Ik ben met je, alle dagen.
En eens zal deze wereld voorbij zijn. Zal de tijd erop zitten.
Het zal een tijd zijn, waarin heel wat gebeurt, met de aarde, met de kerk.
Als je die tijd meemaakt, zal het geen eenvoudige tijd zijn,
Niet eenvoudig zijn om vol te houden in geloof.
Maar je hoeft niet te wanhopen. Want ook dan ben Ik bij je.
Ik raak jou en deze wereld niet kwijt.
Voor altijd, tot deze wereld ten einde gaat,
dat is de dag waarop Ik terug kom op deze aarde. Houd moet en ga in mijn naam!
Amen

 

Preek Hemelvaartsdag 2018

Preek Hemelvaartsdag 2018
Openbaring 18

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen zondag leidde ik ergens anders een kerkdienst.
Na afloop praatte ik met een van de ouderlingen nog door
over de preek over Openbaring 20 (die ik twee weken geleden ‘s morgens hield).
Het was die zaterdag ervoor Bevrijdingsdag geweest en de dag daarvoor Dodenherdenking.
Het begon met een vraag van zijn kant: ‘Weet u wat uw collega vanmorgen zei?’
Dat wist ik natuurlijk niet.
De predikant van de morgendienst had iets gezegd dat hem nogal geraakt had:
‘Wij zijn helemaal niet bevrijd.’
Dat beaamde hij ook:
‘We hebben wel Bevrijdingsdag gevierd, maar we zijn helemaal niet vrij.’
Hij ging zelf ook niet meer naar de lokale Dodenherdenking.
‘Ook al staat mijn naam daar op het monument.’
Hij wachtte even om mij te laten nadenken over hoe dat kon.
‘De naam van de broer van mijn moeder staat erop. Ik heb zijn naam gekregen.’
Eerder ging hij wel altijd naar de Dodenherdenking
onder andere om zijn oom die de oorlog niet overleefde te gedenken.
‘We zijn helemaal niet bevrijd. Ik heb jaren bij de politie gewerkt.
Sindsdien vraag ik me af: wat doen we met onze vrijheid.
We zijn helemaal niet bevrijd.’
Hij hoefde niet naar andere landen, verder weg, waar oorlog was,
hij zag het steeds weer voor zich gebeuren hoe mensen onvrij waren:
door wat ze elkaar aandeden, door de verslaving waaraan ze zich overgaven,
de criminaliteit die hij tegenkwam.
‘We zijn helemaal niet bevrijd’
Omdat we allebei naar huis gingen, vertelde hij niet wie ons gevangen hield.
Uit zijn woorden proefde ik, dat doelde op de macht die tegen God ingaat
en niets liever doet dan Gods werk kapot te maken, de kerk te bedreigen
en de volgelingen van Jezus te verleiden om een andere weg te kiezen.
De duivel heeft deze wereld en ons nog in zijn macht.

En toch, vandaag is het Hemelvaartsdag en vieren we als kerk onze Bevrijdingsdag.
Vieren we dat we leven in een nieuwe tijd, waarin Christus regeert.
Daarmee vieren we dat we bevrijd zullen worden uit de macht van de zonde, de duivel
en dat we reeds apart gezet zijn en de duivel geen enkele zeggenschap over ons heeft.
We kunnen het meezeggen met de engel die met zijn heerlijkheid,
de hemelse glans die hij met zich meebrengt de aarde in hemels licht zet
en met krachtig geluid over de aarde uitroept: Zij is gevallen! Zij is gevallen!
Het bijzondere van deze aankondiging is dat deze engel spreekt
over een toekomst alsof die al gekomen is:
De grote stad is er nog en volop in macht
en geen enkele suggestie dat deze stad ook snel voorbij zal zijn.
En toch, de engel roept het uit: ja, haar tijd is voorbij.
Dat terwijl de stad nog fier overeind staat.
Dat is wat Openbaring is steeds wil leren: leven met de toekomst van God
alsof die al werkelijkheid geworden is,
omdat die toekomst werkelijkheid geworden is.
Het is misschien makkelijker om dat uit te leggen met de Wederkomst.
We moeten leven met de Wederkomst, alsof de Wederkomst al gekomen is
omdat we er zeker van zijn dat Christus zal komen.
Met de Wederkomst zal zichtbaar worden wat er al is
namelijk dat Babylon gevallen is en haar macht voorbij is
en dat het zichtbaar wordt dat Christus reeds over hemel en aarde regeert.

Alleen het is nog niet zichtbaar. We zijn nog niet bevrijd.
En is de macht van Babylon zichtbaar, we moeten leven alsof Babylon al gevallen is.
Babylon – dat was voor de christenen het Romeinse Rijk
dat zich presenteerde als een wereldmacht waar niemand tegenop kon,
zo sterk was Rome dat de keizer zich steeds meer als god ging bedragen
en als een god behandeld wilde worden.
Het Romeinse Rijk dat door macht andere volken overwon
en een groot deel van de wereld beheerste.
Door de luxe die het had de andere volken verleidde om aan Romes kant te komen.
Deed je met Rome mee dan kon je een graantje meepikken van de rijkdom van Rome.
Maar wat is Babylon voor ons nu dan?
Babylon is allereerst een verleiding: verleiding om een leven op te bouwen zonder Christus.
Je hebt Hem niet nodig, omdat je het zonder Hem prima lijkt te redden.
Je gaat op in deze wereld. Laat Christus nog maar even niet komen,
want het leven hier op aarde is goed. Ik heb alles wat ik hebben wil
En als ik dat niet heb, dan laat ik dat bezorgen of schaf ik dat aan.
Of een leven dat leuk moet zijn en waarin niet veel van je als christen wordt gevraagd.
Je wilt meedoen met de wereld om je heen, een graantje meepikken.
Als je het zelf maar goed hebt, als jij maar kan genieten,
je moet het nu maar doen, want voor je het weet is het voorbij
en wat stelde je leven dan voor als je er niet van genoten hebt.
Ik denk dat we ons half niet realiseren hoezeer wij vandaag de kerk in Babylon zijn,
Waarbij voor omstanders of voor andere christenen het verschil niet te zien is
en dat we ons moeten afvragen of we teveel opgaan in deze wereld.
Te gemakkelijk ingaan op al de verleidingen die er zijn.
Maar we zien niet dat ook dit Babylon reeds gevallen is
en alles wat wij als mensen op de een of andere manier hier op aarde voor elkaar krijgen
maar tijdelijk is en ons niet het geluk kan brengen dat Christus ons geeft.
Openbaring is een voortdurende waarschuwing om niet te collaboreren,
niet samen te werken met Gods vijand, maar weg te trekken,
zoals Lot uit Sodom ging, omdat de zonden tot aan de hemel gekomen zijn.
De maat is vol. Er kan geen zonde, er kan geen onrecht bij.
Dit kan God niet langer accepteren. We moeten weg!

 

Vorige week had ik vakantie en las ik over de kerk ten tijde van de oorlog.
Het is vandaag 78 jaar geleden dat de Duitse legers onze grens overtrokken
dat de vliegtuigen overgingen om de parachutisten af te werpen rond Den Haag.
Ik las dat binnen de Gereformeerde Kerken enkele toonaangevende predikanten zeiden:
We leven in een nieuwe tijd. De Duitsers zijn onze nieuwe rechtmatige regering.
Deze predikanten waren teleurgesteld in de koningin en de regering
die naar Engeland waren gegaan.
Die teleurstelling schreven ze ook openlijk op
en bewonderden de Duitsers om hun overwinning.
Ze zeiden ook: dit is wat God ons aandoet en we hebben het maar te accepteren.
Gelukkig niet iedereen deelde deze opvattingen
en er waren er ook die vonden dat je in verzet moest komen.
Niet zozeer de wapens grijpen, maar innerlijk je hart afsluiten,
je niet van de wijs laten maken door de propaganda van de bezetter.
In Duitsland zelf was niet iedereen handlanger van Hitler.
Voor wie achterbleven, niet konden wegvluchten was er vaak maar één mogelijkheid:
innerlijke emigratie.
Je bleef daar in Duitsland wonen, maar je hield je hart vrij
En zo mogelijk liet je tussen de regels doorschemeren dat je er niet mee eens was
om anderen een hint te geven, omdat openlijke kritiek niet getolereerd werd.

Dat is ook wat Johannes hier de gemeente voorhoudt:
Laat je niet van de wijs brengen door de propaganda van Babylon,
laat je niet verleiden door de wat de boze je voorhoudt,
werk niet met hem samen en haal je geluk en je rijkdom niet bij hem vandaan,
maar sluit je hart af voor hem en luister maar naar één stem: die van Christus
En houd je hart alleen maar vrij voor Hem.
In de uitleg wordt Openbaring ook wel getypeerd als een verzetsboek
omdat ons hart alleen van Christus is, die ons bevrijd heeft uit de macht van de boze
en zich tot Zijn eigendom verworven heeft.
We zijn van Hem, die naar de hemel is gegaan
om daar de troon te bestijgen, te regeren over hemel en aarde, over de kerk, over ons.

Dat vraagt ook om een ander leven, een ander patroon,
dat je je leven niet laat bepalen door de normen van deze wereld,
maar door de geboden van de Heere.
In de tijd van Openbaring kon je al met de overheid in conflict komen
Als je weigerde de keizer heer te noemen, omdat je maar één Heer hebt: Christus.

Waarom noemt gij Hem onze Heere?

Omdat Hij ons met lichaam en ziel van al onze zonden, niet met goud of met zilver,maar met zijn dierbaar bloed gekocht, en van alle heerschappij des duivels verlost heeft, en ons alzo zich tot een eigen gemaakt

Dat vraagt om een leven alsof Christus al gekomen is,
omdat je weet dat Hij zal komen.
We leven in de tijd dat Christus reeds de overwinning heeft behaald
en dat het nog maar een korte tijd is voor Hij komen zal op deze aarde.
Wanneer wij nu nog ons laten meeslepen door deze wereld
dan is het of je in de laatste dagen van de oorlog nog besluit om toe te treden tot de NSB.
Zij is gevallen! Zij is gevallen! De grote stad.
We leven nog in Babylon, maar tegelijkertijd weten we, wordt het ons meegedeeld
dat de strijd beslist is, de overwinning behaald,
nog een korte tijd, maar voor ons is het al zover dat haar macht voorbij is
En dat er maar één Heer: Christus in de hemel, die regeert tot in alle eeuwigheid.

Daarom is het goed om Hemelvaartsdag te vieren,
Te vieren dat we een koning hebben die naar de hemel is gegaan,
niet als een laffe vlucht, maar om de troon in de hemel te bestijgen
En we kijken er naar uit dat we Zijn macht en heerlijkheid op deze aarde zullen zien.
En tot die tijd leven we al op zo’n manier alsof Hij al gekomen is.
Amen

Preek Hemelvaartsdag 2017

Preek Hemelvaartsdag 2017
Kolossenzen 1:12-23

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In mijn eerste maanden als predikant, nu zo’n 10 jaar geleden,
kreeg ik een mentor toegewezen.
Deze mentor moest mij ni de eerste maanden als beginnend predikant wat op weg helpen.
Tijdens de ontmoetingen deelden we wat we meemaakten.
Een voorval, die hij tegen mij vertelde, ben ik nooit vergeten
En ik heb er geregeld wat aan gehad, wat die oudere collega mij vertelde.
Hij was in het ziekenhuis bij het bed van iemand die in coma lag.
De dienstdoende zuster zei tegen hem:
‘U hoeft niet meer met haar te bidden, want ze hoort het toch niet.’
Waarop hij antwoordde: ‘Maar Hij hoort het wel.’ En hij wees naar boven.

Dit voorval dat hij mij toen vertelde, kwam weer bij mij boven,
toen ik erover nadacht wat de hemelvaart van onze Heere Jezus Christus voor ons betekent.
Dat voorval, bedacht ik, dat laat iets zien van de hemelvaart.
Dat je als gelovige, waar je je ook bevindt, dat je dan niet alleen bent,
maar dat Christus er ook is.
Hij is niet zichtbaar, maar Hij is er wel.
Hij is niet alleen bij je, naast je, maar je bent zelf als gelovige in de werkelijkheid van Christus
en die werkelijkheid is altijd meer dan je ziet.
Wat je ziet, is dat er iemand in bed ligt, aan de beademing is aangesloten, de ogen dicht,
Iemand die niet meer lijkt te reageren als ze wordt aangesproken,
niet meer reageert op een aanraking, ze leeft nog wel maar onbereikbaar.
Ik heb best wat keren zo aan een ziekenhuisbed gestaan
en dan steeds gedacht: ‘Maar Hij hoort het wel!’
Altijd dankbaar voor dat kleine voorval dat door mijn collega werd doorverteld.
Dat is voor mij hemelvaart:
Dat we als gelovige hier op aarde al in de werkelijkheid van Christus zijn,
een werkelijkheid die meer is dan we met onze ogen kunnen zien,
een werkelijkheid waarin Christus regeert, Heer en meester is over heel onze aarde,
over heel het universum
en vanuit de hemel Zijn macht op aarde laat merken, als teken van Zijn betrokkenheid
op onze wereld, die Zijn schepping is.

Hemelvaart, dat is: er wordt geregeerd – vanuit de hemel.
Onze aarde dobbert niet stuurloos rond in een eindeloos leeg heelal,
maar vanaf de allereerste scheppingsdag is er boven de aarde een hemel.
Ik heb mij afgevraagd, waarom er in het allereerste vers van de Bijbel staat:
In het begin schiep God de hemel en de aarde
en mijn vraag daarbij, was waarom God als eerste de hemel schiep en dan pas de aarde.
Voor mijzelf ontdekte ik het antwoord:
Nooit is er een minuut waarop de aarde zonder de hemel erboven geweest is
En dan de hemel, waarin de troost stuurt,
de hemel van waaruit God de aarde en heel het ontzaglijke universum overziet en bestuurt.
Boven het paradijs was er de hemel en God daalde geregeld af
om in het paradijs onder de mensen te zijn, Hij zocht hen op.
Ook bij en na de zondeval was er een hemel boven de aarde:
God keerde zich niet van de aarde af, ook niet toen de mensen op aarde
zich van God hadden losgemaakt.
Ook in de tijd van voor de zondvloed, toen de slechtheid op aarde de overhand kreeg,
Ook tijdens de zondvloed was er boven de aarde een hemel, waarin God was
En die zicht hield op de aarde en toch – ook in het oordeel –
de aarde niet aan haar lot overliet, omdat deze aarde door Hem geschapen is,
met liefde en zorg uit Zijn hand voortkwam
en God het niet over Zijn hart kon verkrijgen om de aarde te verwoesten of weg te doen.
Dat God schepper is, betekent niet alleen dat Hij de aarde een begin gegeven heeft,
maar vanaf de allereerste dag, tot aan de laatste dag van deze geschiedenis
zich verantwoordelijk weet voor het lot van de aarde.
Vanaf de allereerste dag, zolang de aarde bestaat, zal er een hemel zijn
van waaruit wordt geregeerd over deze aarde.
En de aarde zal er altijd zijn,
alleen vanaf de wederkomst en het laatste oordeel wel een vernieuwde aarde
en toch diezelfde aarde, die door God nooit is of zal worden afgeschreven.

Er wordt geregeerd, er is een hemel boven de aarde, waarin de troon van God staat,
Dat is wat we met hemelvaart vieren.
En we vieren dat, omdat niet alleen met ons hoofd te weten,
maar dat we elke dag leven met die werkelijkheid dat Christus regeert
en elke dag leven in die werkelijkheid van Christus, als een wereld om in te leven.
Want als we dat niet vieren, dan kunnen we heel snel gaan kijken naar onze wereld
als een wereld zonder God, waarin niet wordt geregeerd.
Kolossenzen 1 geeft een antwoord wie er in de hemel regeert: Christus.
Om de gelovigen bij de zorgen die er zijn in de gemeente omhoog te wijzen.
De gelovigen die zich helemaal niet sterk voelen staan.
Weet je wel, dat de Heer die je bent gaan dienen, alle macht heeft in hemel en op aarde.
Misschien is het al even dat je dat ervaren hebt
en zie je er op dit moment helemaal niets van,
Er is meer dan je op dit moment ziet en meer dan je nu kunt ervaren,
want een deel is nog toekomstmuziek:
We hebben een erfenis in de hemel.
Waar Jezus nu naar toe gegaan is, terug naar de hemel,
daar zullen we als gelovigen ook mogen komen.
Dat ligt al klaar, dat staat te wachten: de erfenis (vers 12).
Daar in de hemel zijn er al heel wat, die eerst op aarde hebben geleefd,
die gestorven zijn met Christus en nu al bij Hem mogen zijn.
Daar mag je ook komen, omdat God alle belemmeringen heeft weggenomen,
De breuk die er was geheeld en wat er nog aan ontbrak aangevuld.
God heeft ons bekwaam gemaakt, schrijft Paulus en hij bedoelt daarmee,
dat het zondige van ons afgewassen is, het verkeerde weggenomen is
en dat we door Christus, die nu in de hemel is, heilig gemaakt zijn,
We zijn geschikt gemaakt, we zijn veranderd, door Christus om in de hemel te komen.
Hemel-waardig gemaakt.
Dat was wel een hele overgang: van de duisternis naar het licht,
van de afgrond naar de heerlijkheid, van de zonde en de duivel naar God en Christus,
van onheilig en onwaardig naar heilig gemaakt, de waardigheid ontvangen.
Overgebracht naar de werkelijkheid van Christus – dat geldt nu al.
Nu al verbonden met Christus die in de hemel is, die regeert.
De wereld is niet stuurloos,
het is niet zoals met een kabinetsformatie, dat God moet onderhandelen met andere machten,
of dat Hij wegloopt, omdat Zijn punten niet binnengehaald kunnen worden.
Het is niet zo dat God de brui eraan gegeven heeft, omdat Hij niets voor elkaar krijgt,
integendeel, als er Eén is, die macht heeft, alle macht, dan is dat God.
Zelfs aan het ziekbed, waarin iemand die in coma ligt niet meer voor ons bereikbaar is,
zelfs in een tijd van oorlog, waarin er geen vrede lijkt te komen.
zelfs in een tijd waarin iedereen bang is dat het einde van de wereld komt.
Zelfs als de kerk achteruit gaat: er wordt geregeerd in de hemel.

Dat is niet altijd gemakkelijk om te geloven.
Afgelopen dinsdag gaf ik een lezing voor studenten over de toekomst van de kerk.
In de discussie over die lezing vroeg één van de studenten:
Wat als de kerk zo klein geworden is, dat het evangelie niet meer doorgegeven kan worden,
Wat komt er van de kerk terecht?
Misschien is dat ook wel een vraag die de jongeren vandaag ook wel bezighoudt:
Als wij ouder geworden zijn, zal er nog een kerk zijn, een gemeenschap
van mensen, die geloven dat Christus regeert
of zal het helemaal voorbij zijn, het geloof gedoofd en zal het toch niet waar blijken te zijn
dat er in de hemel wordt geregeerd.
En is onze geschiedenis niet vol momenten, waardoor je kunt gaan twijfelen
of er wel wordt geregeerd in de hemel.
In Amsterdam werd Jan Wolkers gevraagd om een monument te maken
ter gedachtenis aan de Shoa, de moord op de meer dan honderdduizend Nederlandse Joden.
Hij maakte een monument met gebroken spiegels die op de grond liggen.
Hij gaf aan: Je vraagt je af of er wel een hemel was boven Auschwitz,
in ieder geval kun je niet meer ongebroken naar de hemel kijken.
Het lijkt er vaak op dat heel wat andere machten heersen:
in het groot oorlog, geweld en onrecht, moord,
in het klein, jaloezie, ruzie, ziekte om verschillende te noemen.

Nee, zegt Paulus, al die machten moeten het afleggen tegen Christus,
Hij heeft God zichtbaar gemaakt en door te komen naar de aarde
en door te sterven aan het kruis nog eens laten weten,
dat Hij sterker is dan die machten, door ze te verslaan
en door Zijn heerschappij op aarde weer te vestigen:
Christus maakt zichtbaar dat er een God is, dat onze God heerst.
Al die machten die er zijn, die zijn door God geschapen,
al zijn er ook machten, die van God zijn afgevallen, die zich hebben afgekeerd,
die gericht zijn op het stuk maken van de schepping, van Gods wereld.
Maar uiteindelijk is geen van de machten tegen Christus, tegen God opgewassen,
want Christus heeft al overwonnen,
kijk maar naar het kruis, kijk maar hoe Hij kwam uit het graf.
Nu Hij in de hemel is weten we het zeker: het komt weer goed.

Want met Christus laat God ook zien, wat Hij met deze wereld wil:
eerstgeborene van heel de Schepping.
Zoals Christus is, zo had God ons bedoeld en zo zal Hij ons weer maken.
Hij heeft alles gemaakt, Hij heeft getriomfeerd en Hij zal de kerk en u als gelovigen
bewaren tot de dag van Zijn wederkomst en dan mag u, mag jij bij Hem zijn.
we hebben een Heer in de hemel, die ons in Zijn werkelijkheid heeft overgezet
en ons daar voor altijd bewaart, wat er ook op aarde met ons en met de wereld gebeurt.
Als Paulus schrijft over Christus en over Zijn macht,
dan wordt Hij lyrisch, vol van al het bijzondere van Christus,
in de hoop dat de gemeenteleden in Kolosse en wij er in mee gaan,
dat het niet alleen theoretische kennis is over Christus,
maar dat we hoop hebben en vertrouwen en ons aan Christus kunnen overgeven
omdat we weten: uiteindelijk komt het goed.
Wat er met mij ook gebeurt: ik ben bij Hem geborgen, in de hemel, veilig.
Onze taak, onze roeping is om dat nooit te vergeten en zo te leven,
in dat vertrouwen op God.

Het is geen gemakkelijk gedeelte, ook omdat Paulus woorden en beelden gebruikt,
die de gemeente van Kolosse helpen om weer moed te hebben, hoop vestigen op Christus
met Hem en uit Hem leven.
Ik kwam een mooi verhaal tegen van Barend Kamphuis,
tot voor kort hoogleraar in Kampen, de universiteit van de vrijgemaakte kerken.
Hij is niet alleen theoloog maar ook vogelaar.
Hij mocht onlangs mee naar wat hij noemde het raarste en smerigste eiland van Nederland.
IJsseloog. Ik had er niet van gehoord,
Maar IJsseloog is een kunstmatig eiland net voor Kampen
waar de IJssel in het Ketelmeer komt, gevormd door een dijk in een cirkel,
bedoeld om in die cirkel giftig slib dat onder andere via de IJssel komt wordt gedumpt.
Een slibdepot, een vuilstortplaats voor de giftigste grond van Nederland.
Bedoeld om zorgvuldig opgeborgen en afgeschermd te worden.
Het bijzondere is dat om die smerige put een prachtig natuurgebied is ontstaan.
Deze Kamphuis schrijft erover, omdat hij er pas naar toe mocht.
Hij zag daar nachtegalen, zwartkopjes, karekieten, grasmussen en andere zangvogels.
Af en toe zelfs een ijsvogeltje, krooneenden.
Bij het bezoek moest hij denken aan deze tekst, omdat hij – zo schrijft hij –
naast vogelaar ook theoloog blijft.
Beeld van de onzichtbare God, alles is door Hem geschapen
De schepping vertoont het gelaat van Jezus Christus.
Alle machten zijn aan Hem onderworpen.
Ook de macht van zware metalen en dodelijk gif.
Daarom zingen nachtegalen boven smerig slib.
Ze bezingen het Leven, Jezus Christus, ze bezingen Hem die sterker is dan de dood.

Het paradijs wordt echter toch nog steeds bedreigd door de dood.
Dit keer niet in de gedaante van de slang, maar van de vos.
Toen het een aantal jaren geleden eindelijk weer een beetje winter was,
vroor ook het Ketelmeer dicht.
Voetje voor voetje slopen vossen over het dunne ijs, naar dat interessante eiland.
Sinds hun komst is het afgelopen met de meeuwenkolonies.
Er broeden ook geen ganzen meer op IJsseloog.
En de weidevogels, toch al zo bedreigd, zijn ook hier uitgeroeid.
Midden in het leven blijken we toch weer omringd door de dood.

Ook IJsseloog is daarom een roep om vrede en verzoening door het bloed van Christus.
Weer Kolossenzen 1: “In Hem (Christus) heeft heel de volheid willen wonen en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis”.

Verzoening gaat niet alleen over de relatie van God en mens.
Het gaat om alles in de hemel en alles op aarde.
Door het kruis van Christus slaapt straks niet alleen de wolf bij het lam,
maar ook de vos bij de grutto. Niets en niemand sticht dan nog onheil.
Pas dan is het smerigste eiland van Nederland werkelijk een paradijs.
(theologenblog RD)

Er wordt geregeerd, in de hemel door deze Heer, die hemel blijft altijd boven de aarde,
Hoeveel gebroken spiegels er ook zijn en hoeveel vragen er rijzen,
ze nemen de werkelijkheid van Christus niet weg.
Eens komt de dag, dat deze Heer terugkomt

Kroon Hem, de Vredevorst, wiens macht eens heersen zal,
van pool tot pool,van zee tot zee, ’t klink’ over berg en dal.
Als alles voor Hem buigt en vrede heerst alom,
wordt d’aarde weer een paradijs. Kom, Here Jezus, kom.

Dat is toekomstmuziek en toch … Zijn macht heerst al. Hij regeert nu al.}
Wij mogen die vreude nu al hebben en zingen van Zijn grootheid, Zijn macht,
om het weer te weten, het weer te geloven,
ons geloof dat soms moedeloos is weer te versterken,
om mee te zingen met het koor van de engelen, met al degenen die nu al voor Zijn troon zijn
en die uitzien tot wij daar ook zullen zijn.
In het loflied zijn we, ondanks dat zij in de hemel zijn en wij op aarde, verbonden
En we weten dat we eens verenigd zullen zijn, als Hij terugkomt.

Looft des Heeren grote macht,
In den hemel Zijner kracht;
Looft Hem, om Zijn mogendheden,
Looft Hem, naar zo menig blijk
Van Zijn heerlijk koninkrijk,
Voor Zijn troon en hier beneden.
Amen


Preek Hemelvaartsdag 2016

Preek Hemelvaartsdag 2016
Psalm 97

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

God regeert.
Dat heb ik in de afgelopen weken op verschillende momenten tegen mijzelf gezegd.
Nadat ik was opgestaan en uit het raam keek
om te zien wat het voor een dag het zou worden:
God regeert.
Om die woorden de start van mijn dag te laten zijn

en daarmee de basis van wat ik de rest van de dag zou doen of zou meemaken:
God regeert.
Terwijl ik hier in de afgelopen weken mee bezig was
om dat steeds tegen mijzelf te zeggen – God regeert –
zag ik dat de tuin steeds groener werd:
de struiken, de kastanjeboom begonnen blad te krijgen.
God regeert en ik kon dat aan de schepping zien,
de trouwe zorg van God, waardoor de winter plaatsmaakt voor de lente.
Deze wereld is in Gods hand.

Ik zei dat ook tegen mijzelf, toen ik voor mijn cursus op Zon en Schild was,
We hadden cursus op een terrein waar ook mensen woonden
die te maken hebben met psychiatrische problematiek
Waardoor ze niet zelfstandig konden wonen.
Soms werd ik tijdens de pauzes ook door een van hen aangesproken.
Dat waren geen standaardgesprekken, kan ik u verzekeren.
God regeert – ook in hun leven.

In de afgelopen weken waren ook enkele begrafenissen.
Ook dan geldt: God regeert.
En wat betekent dat dan dat God regeert?
Is dan alles wat gebeurt Gods wil?
Ik weet het niet, ik ben daar altijd heel voorzichtig mee.
Maar wat ik wel weet en geloof is dat de dood niet het laatste woord heeft.
God regeert – en dus niet de dood.
Zijn macht is verbroken en al hebben we nu in ons leven nog steeds met sterven te maken,
We geloven dat er een dag komt
Waarop de graven opengaan en iedereen die gestorven is, zal opstaan.
Naar die dag kijken we uit dat het zichtbaar wordt dat God regeert
omdat dan de overledenen zullen opstaan, op de dag dat Christus terugkomt.
God regeert.

Psalm 97 heeft het niet over dat God regeert, maar dat de HEERE regeert.
Maakt dat verschil of we zeggen dat God regeert of dat de HEERE regeert?
Je zou kunnen zeggen: er is maar één God,
en dat is de God van Israël, zoals we Hem uit de Bijbel kennen,
God, onze Vader, die in Jezus Christus naar deze aarde kwam.
En toch, HEERE, dat is een naam:
God die we bij Zijn naam mogen kennen, de Naam die aan ons onthuld is.
Geen onbekend, anoniem wezen, ergens ver weg,
maar HEERE, de God die Zijn verbond met Israël sloot
het verbond waar we door Christus, door Gods genade in mogen delen.
HEERE – groot, heilig en almachtig en toch ook intiem: onze God, mijn God.
De HEERE regeert.
en geen onbekende macht, geen andere God, de enige ware God (Vader, Zoon en Geest).
Hij heeft deze wereld in Zijn hand
En bepaalt waar het naar toe gaat in deze wereld
en wat er in mijn leven gebeurt.
Mijn God is koning.

Er is nog een reden, waarom de naam van God belangrijk is.
Wanneer we het alleen maar over God hebben,
kan het gaan om ons beeld, om hoe wij graag God zouden willen zien.
HEERE, dat is de God, zoals Hij zich openbaart in de Schrift.
en niet volgens onze verwachtingen.
De HEERE regeert en niet het idee dat ik van God heb.

Veel regels uit deze psalm zijn ook in andere psalmen te vinden.
Er wordt wel geopperd dat deze psalm een late psalm is,
een psalm van na de ballingschap,
een psalm waarin uit andere psalmen en andere bijbelgedeelten geput is.
De tijd na de ballingschap is een bijzondere tijd.
Israël en Juda hadden geen koning meer
en hadden het zelf niet meer voor het zeggen.
Ze waren afhankelijk van wat er toegestaan werd vanuit het verre Perzië of Medië.
Een deel van Israël en Juda was maar teruggekeerd
en een groot deel van de Israëlieten was over de wereld verspreid.
In die tijd, waarin Israël niet meer zelfstandig was en een deel van het volk verspreid,
in die tijd zingt en getuigt het volk Israël met deze psalm
dat de God van Israël regeert en koning van deze wereld is.
Niet de goden van Babylon, van Perzië, niet de goden die Alexander de Grote aanhing,
maar dat God van Israël.

Als we dat toepassen, zouden we kunnen zeggen
dat de belijdenis van de HEERE regeert bij uitstek aan 10 mei 1940 gekoppeld wordt,
de dag waarop Nederland werd binnengevallen door de Duitsers
En er 5 moeilijke jaren aanbraken.
Op 13 mei, toen koningin Wilhelmina de uitwijk moest maken naar Engeland,
of 14 mei, de dag van het bombardement,
de dag van de capitulatie van een groot deel van Nederland.
De HEERE regeert!
Daarmee bedoel ik niet, dat de hele oorlog en de bezettingstijd Gods wil is
en dat we verder maar niet moeten klagen en ons moeten schikken,
maar dat juist dan, wanneer er een moeilijke tijd aanbreekt,
we moeten belijden en geloven, dat de HEERE regeert.
Om met de woorden van Romeinen 8 te belijden:
Niets kan ons scheiden van de liefde van God,
ook geen oorlog of jarenlange onderdrukking.
Niets valt uit Zijn hand, ook ons leven in een moeilijke tijd niet.
En al valt er niets van te zien, zoals in de tijd van Israël na de ballingschap,
zoals in de meidagen van 1940 – toch is het waar: de HEERE regeert.

Vorige week was ik met Jelmer naar de Grebbeberg geweest.
We hadden gezocht naar de overblijfselen van de strijd van de meidagen.
We vonden enkele bunkers en een loopgraaf die was gerestaureerd.
We liepen over het terrein waar 3 dagen hard gevochten is
en waar 424 soldaten zijn gesneuveld en daar op het ereveld begraven zijn.
Ik ben ook even naar het graf van Jan Klock gelopen,
Een Oldebroeker, die op 12 mei sneuvelde
en gisteravond tijdens de dodenherdenking is herdacht.

Het is makkelijker om nu, terwijl het voor ons hier vrede is,
te geloven dat de HEERE regeert.
Maar Zijn macht toen in die dagen was geen andere dan nu.
God is van eeuwigheid tot eeuwigheid dezelfde
en Zijn koningschap kent geen einde.
Ook al wordt voor het oog niet gezien dat de HEERE regeert,
met deze Psalm belijden we dat de HEERE regeert.
En al geloven we dat als Christus terugkomt, al het kwaad voorgoed weggedaan zal worden,
de psalm geeft aan, dat God nu al regeert.
In de manier waarop de Psalm spreekt, zingt van het regeren klinkt al iets door
van het definitieve van de tijd die dan aan zal brengen
als het voor ieder zichtbaar wordt, ook voor Gods tegenstanders,
Dat er maar Eén regeert: de HEERE.

In de uitleg van deze psalm kwam ik de opmerking tegen
dat bidden een daad van verzet is,
een weigering om te capituleren.
Omdat ik buig alleen voor de HEERE, buig ik niet voor andere machten.
Ook al moest men buigen voor een tirannie,
van binnen, in het hart, werd niet gebogen.
Dat is wellicht ook de reden waarom hier velen in Oldebroek bereid waren
om onderduikers een plek te bieden,
ondanks de aanwezigheid van de Duitse soldaten.
Omdat de HEERE regeert, buigen we alleen voor Hem,
met als gevolg dat een aantal het leven moest geven.

Ook Oldebroekers zijn afgevoerd naar concentratiekampen als Neuengamme
en niet iedereen kwam daarvan terug.
De oorlog heeft diepe sporen nagelaten.

En toch … de HEERE regeert
en toch … worden we opgeroepen om te juichen omdat de HEERE regeert.
Of juist daarom – omdat de HEERE het laatste woord heeft.
De vele kustlanden, waaronder ook ons eigen land aan de  Noordzeekust,
worden opgeroepen om zich in de HEERE te verblijden.
Het gaat om een aanstekelijke vreugde, die niet alleen maar van binnen gevoeld wordt,
maar ook naar buiten gaat, met onze stem, met onze lichaam.
De vreugde mag gevoeld worden, mag gehoord worden.
Vreugde om de HEERE, omdat Hij regeert.
Aan de ene kant – indrukwekkend als Hij verschijnt,
donkere wolken om Hem heen – niemand kan Zijn grootsheid, Zijn heiligheid aanschouwen.
Zoals bij de Sinaï er ook donkere wolken waren,
Gods verschijning is indrukwekkend, om van onder de indruk te raken.
Wie kan Zijn grootheid evenaren, wie kan in Zijn nabijheid verkeren.
Alleen Zijn komst op aarde al, als Hij verschijnt, is dat een overweldigend gebeuren.
Deze God regeert.
Maar het is geen willekeurige regering.
Zijn regering is gebaseerd op recht en gerechtigheid.
Daar troont Hij op, zegt de Psalm.
Vanaf Zijn troon regeert Hij en dat wordt op aarde gemerkt.
Gods werk heeft een solide, betrouwbare basis: recht en gerechtigheid.
Betrouwbaar voor wie bij Hem horen.
Die troon is er altijd geweest en Gods regering is er altijd geweest, zegt de psalm.
Er is geen tijd geweest, waarin God niet geregeerd heeft.
Hij is niet tijdelijk uit beeld geweest.
Zijn troon is niet even door een ander bezet,
Zoals dat met ons land wel was en terugveroverd en bevrijd moest worden.
Die troon is er niet alleen in de hemel.
Ook op aarde staat die troon – in Jeruzalem,
waarmee de Heere aan wil geven, dat Hij betrokken is
op wat er in deze wereld gebeurt.
Hij is geen verre president die nooit het slagveld betreedt.
In een oorlog heb je verschillende soorten aanvoerders.
Er zijn aanvoerders, die zich ver achter het front ophouden.
Zo is onze God niet, Hij begeeft zich in de frontlinie.
Daarom staat er ook een troon op aarde,
om aan te geven dat Hij de strijd aanbindt tegen het onrecht hier op deze aarde,
zodat de aarde vol zal zijn van Gods recht en gerechtigheid.
Hij gaat de strijd ook aan: vuur gaat voor Zijn aangezicht uit.

Kunnen we Gods aanwezigheid opmerken?
Wat zien we van Zijn strijd tegen onrecht?
Een van de grote worstelingen vandaag de dag is dat er zo weinig van de HEERE gemerkt wordt en dat Zijn regeren niet opgermerkt wordt.
Is dat dan niet zichtbaar?
Nou, zegt de psalm: het is om je heen te merken.
Je kunt dat zien, als je in de geschiedenis kijkt.
Alleen al deze dag, bevrijdingsdag, is een teken dat God nog steeds werkt
en dat we al zoveel jaren vrede hebben,
ondanks de spanningen die er in het verleden waren tussen het Westen en Oostblok,
ondanks de conflicten op de Balkan, de aanslagen in grote steden.
Maar ook de schepping bazuint het uit:

de hemel verkondigt, vertelt Gods gerechtigheid:
Er is een God in de hemel, die om de aarde geeft.
Die God in de hemel heeft alles in Zijn hand
en geeft niet prijs wat Zijn hand begon.
Deze God houdt zich niet afzijdig van de wereld
maar daalde af
en kwam zelfs in het allerdiepste: nedergedaald tot in de hel, tot in het rijk van de dood.
Gehangen aan een kruis, gestorven, in een graf gelegd
en toch ook weer levend geworden.
De HEERE regeert.
Hij zal een einde maken aan alle onrecht die er op aarde is.
Als je naar andere stemmen luistert, blijf je in de kou staan.
Als je het ergens anders zoekt, dan kom je bedrogen uit.
Andere goden zijn er niet – nietsigheden, zegt de psalm.
De moeite van vereren niet waard.
Bespaar de moeite om iets anders dan God te aanbidden.
Je hebt er niets aan, want ze zijn niets.
Mochten er andere goden zijn,
Dan worden ze door deze HEER van de troon gestoten,
zoals Marduk en Baäl het niet hielden,
zoals satan verslagen werd en Hitler geen duizend jaar kon regeren,
maar na 12 jaar verslagen was.
Onze God is de hoogste op aarde.

Er is maar er maar Eén.
Deze God moet aanbeden en geëerd worden.
Maar kan ook aanbeden en geëerd worden.
Ondanks Zijn grootheid en heiligheid kan deze God gekend worden,
kunnen we met Hem leven,
op een heel intieme manier,
kunnen we van Hem houden.
U die de HEER bemint.
We kunnen bij Hem terecht, schuilen.
Hij behoedt het leven van wie Hem trouw zijn.
Daarom worden ook wij opgeroepen om te juichen,
om blij te zijn over wie God is,
en verheugd dat we Hem mogen kennen
en dat we mogen vieren, belijden dat Hij HEER en koning is,
onze God en HEER, mijn HEER en koning.

Dat vraagt activiteit aan onze kant.
Eer geven, juichen, verblijden,
geloven dat Hij regeert.
Maar ook: leven naar Zijn regels:
eerlijk, rechtvaardig en trouw.
U die de HEER bemint: haat het kwade.
Dat is onze opdracht.
Met onze daden en met onze mond God te eren.
Door daar elke dag mee op te staan: God regeert
en bij elke deur die je door gaat: de HEERE regeert.
Door dat nooit te vergeten en altijd in herinnering te houden.
Door, zoals vandaag dat te vieren, met heel de gemeente.
Om Zijn naam te eren
en daarmee alle daden die de HEERE heeft gedaan
in herinnering te roepen
en daarmee ons geloof en vertrouwen te voeden.
Mochten we in het hier en nu er niets van zien dat God regeert,
Dan weten we dat uit wat we in het verleden van de HEERE hebben gezien.
De HEERE regeert.
Nooit is Zijn troon leeg geweest.
Nooit is Hij de macht kwijt geweest
en Zijn macht zal voor altijd zijn.
Als Christus komt, zal Zijn macht voor ieder zichtbaar worden,
maar die macht is er nu al en daar mogen, moeten we uit leven,
door te juichen, door blij te zijn met wie de Heere is en wat Hij doet.
De HEERE regeert en heel de wereld, ook wij hier in Nederland, in Oldebroek,
doen mee in die grote menigte die de HEERE belijdt en eert.
De HEERE regeert. tot in eeuwigheid. Halleluja. Amen

Preek Hemelvaartsdag 2015

Preek Hemelvaartsdag 2015
Psalm 68: 1-20; Efeze 4:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als God komt, dan gebeurt er wat.
Psalm 68 is er vol van.
Er is een oorlog, we kunnen denken aan de IS,
of aan andere oorlogen waarbij de vijand oprukt
zonder dat er iemand in staat is die vijand tegen te houden.
De vijand heeft meer soldaten, een groter leger,
betere wapens, meer paarden
of vandaag de dag zouden we zeggen: meer tanks, helikopters en vliegtuigen.
Het leger van de vijand komt steeds dichterbij
en de mensen beginnen hun spullen bij elkaar te pakken
om op de vlucht te slaan voor de vijand, een veilig heenkomen.
Angst heerst er in het land.
En de vijand is al zeker van de overwinning:
bijna en hij heeft alles overwonnen: alle steden, alle bewoners, al het land is van hem.
Hij paradeert al alsof hij de overwinning binnen heeft.
Maar dan staat de Heere op en de vijand heeft daar niet op gerekend.
God staat op, Zijn vijanden worden verspreid.
Dat trotse leger, zo zeker van de overwinning, komt de Sterkere tegen,
de Heer over alles: de Heere van de legermachten, de God van Israël.
Wie Hem haten, vluchten voor Zijn aangezicht.
Als God komt, gebeurt er wat.
Bij Zijn verschijnen boezemt Hij ontzag in:
de vijanden van God zijn vol angst
en ook de aarde beeft.

Dan mag je verwachten dat alle mensen vol angst de komst van God afwachten,
omdat ze onder de indruk zijn van de machtige verschijnselen
waarmee Zijn komst gepaard gaat.
Nee, toch niet.
Degenen die de Heere horen, degenen die onder de indruk zijn van Zijn macht en majesteit,
die van Hem houden en Zijn grootheid erkennen, zij hoeven niet bang te zijn.
Maar de rechtvaardigen verblijden zich,
zij springen op van vreugde voor Gods aangezicht.
Juist zij die ontzag hebben voor de Heere en van Zijn grootheid weten,
zij kunnen zich verheugen in Zijn komst,
omdat de Heere voor hen opstaat, om hen te bevrijden.
Juist voor hen staat de Heere op, om hen te bevrijden.
Voor degenen die geen hulp hebben te verwachten van de mensen,
juist zij worden door de Heere geholpen.
God is een Vader voor de weduwen en de wezen,
wie niemand heeft wordt door God in een huisgezin, in een gemeenschap geplaatst.
God staat op – huiveringwekkend voor Zijn tegenstanders,
maar tot troost van degenen die bij Hem horen,
die in Hem geloven, die van Hem zijn.

En dat is wat we met hemelvaart vieren – dat God opstaat.
Opstaat om te strijden tegen Zijn vijanden,
om de overwinning te behalen
en om Zijn volk, Zijn kinderen te redden en hen te beschermen.
Met hemelvaart staan we er weliswaar bij stil
dat de Heere Jezus naar de hemel is gegaan,
maar dat betekent niet dat Hij zich heeft teruggetrokken van de wereld
en dat Hij deze wereld aan Zijn lot overlaat
en niet meer naar Zijn volk. Zijn kinderen omkijkt
en Zijn handen van de wereld aftrekt.
Juist niet!
Hemelvaart is de triomftocht van de Heere Jezus naar de hemel,
na de overwinning die Hij heeft behaald op Golgotha en in het graf
toen Hij opstond uit de dood.
Dat is ook de reden waarom Paulus deze tekst uit Psalm 68 citeert
in de brief aan de Efeze,
om uit te leggen wat de Heere Jezus in de hemel voor de gemeente doet.
Waarom Hij van de aarde wegging.
want de mensen in Efeze zullen dezelfde vragen hebben gehad
die ook bij ons boven kunnen komen.
Waarom laat de Heere Jezus vanuit de hemel Zijn macht niet zien?
Wat merken we van Hem nu Hij in de hemel is?
En misschien zijn die vragen in Efeze nog wel sterker dan bij ons,
want de gemeente van Efeze was een kleine gemeente
in een omgeving waarin de goden van hun tijd heel nadrukkelijk aanwezig waren,

die het leven bepaalden.
In hun families waren ze wellicht de enige die geloofden in Christus als Zoon van God.
In hun vriendengroep kregen ze met weerstand te maken,
omdat de keuze die zij maakten niet begrepen werd.
Hoe kon je het geloof waarin je was opgegroeid vaarwel zeggen?
Zouden de goden niet boos worden, als je hen verwaarloosde?
Zal er geen economische crisis komen als de goden niet in ere werden gehouden?
We kunnen het ons niet voorstellen hoe dat moet zijn geweest
om in zo’n cultuur als christen te leven.
Er was niet alleen onbegrip en tegenstand vanwege hun keuze voor Christus,
maar alles was anders.

Paulus houdt hun voor dat ze nederig moeten zijn.
Dan zal hun opvoeding bestaan hebben uit het tegenovergestelde:
dat ze zichzelf op de kaart moesten zetten
omdat je anders niet gezien werd,
dat je voor jezelf op moest komen, omdat er anders over je heen gelopen werd.
Dat je niet zwak moest zijn, want dan delf je het onderspit.
Dat je ambitieus moet zijn, want alleen dan kom je er.
Dat is nederigheid die bij het geloof in Christus hoort,
namelijk dat je niet steeds bezig bent om jezelf op een voetstuk te zetten.
En dat je ook niet onder de indruk bent
wanneer anderen dat wel doen, zichzelf naar voren schuiven,
zichzelf voortdurend presenteren, in de kijker spelen.
Dan moet je sterk in de schoenen staan
als je merkt dat je nederigheid ervoor zorgt
dat je over het hoofd gezien wordt, dat de mensen die er toe doen je niet zien staan.
Dan moet je sterk in het geloof staan,
om te geloven, dat je het voor de Heere doet en dat het daarom zin heeft
als je tot dan toe alleen maar merkt dat je nederigheid en zachtmoedigheid
vooral betekent, dat je inlevert,
geen promotie maakt, omdat je niet gezien wordt,
winst misloopt, omdat je te eerlijk bent.
Wij leven in een cultuur waarin je als persoon jezelf
voortdurend onder de aandacht van anderen moet brengen.
Waarbij je met jezelf moet leuren, anders kun je zomaar naast het net vissen.
Waarbij je afgerekend wordt op hoe je eruit ziet of hoe je overkomt.
Wat merk je er dan van dat God opstaat om voor jou te strijden?
Wat merk jij er dan van dat de Heere Jezus vanuit de hemel regeert
als je met tegenstand te maken krijgt,
of als er niemand om je heen is die je begrijpt in de keuzes die je maakt?
De Bijbel kan er vol van staan, dat God opstaat en strijdt,
Zijn volk bevrijdt en redding biedt,
maar als het niet in je eigen leven gebeurt, als je het zelf niet ervaart,
dan zijn het mooie woorden,
maar ze gaan niet over jouw leven,
want in jouw leven is Christus juist afwezig, ver weg, in de hemel
en lijkt het er juist wel op dat Hij niet meer omkijkt naar deze wereld.
Dat is de achtergrond, dat is de reden waarom Paulus Psalm 68 citeert:
dat God opstaat, dat Hij de troon bestijgt om als koning over de wereld te regeren,
dat is niet alleen een verhaal uit het Oude Testament, uit een ver verleden.
Die Psalm is nog steeds actueel,
niet omdat er bepaalde gebeurtenissen overeenkomen,
maar omdat God dezelfde is.
God die in de tempel te Jeruzalem troonde en Zijn volk bevrijdde van de vijanden,
is dezelfde God die wij dienen en eren.
En wat Hij in het verleden heeft gedaan, dat kan Hij nog doen
en dat doet Hij nog.
Juist wat Hij doet, is de rode lijn in de Bijbel,
juist de daden van God zorgen voor een eenheid tussen het Oude en Nieuwe Testament.
In het Oude Testament hebben wij niet met een andere God te maken
dan in het Nieuwe Testament.
We geloven dat de Heere Jezus naar de aarde kwam, als Zoon van God,
maar ook het Oude Testament vertelt, dat God naar de aarde kwam,
om te redden en te verlossen.
De komst van de Heere Jezus naar de aarde past in dat patroon.
Jezus die naar de aarde kwam,
dat is God die de strijd aanbindt met de vijanden,
de God die ten strijde trekt, de Heer zal opstaan tot de strijd,
Daarvoor kwam Hij de hemel uit,
om de duivel en de zonde te bestrijden.
Hoe diep Hij ook moest gaan om Zijn vijanden te bestrijden.
‘We gaan ze uitroken’ (George W. Bush), maw: we zoeken ze op waar ze zijn,
om ze daar te raken.
Zo is ook Christus naar de aarde gekomen,
hoe diep Hij ook moest gaan – nergens was de vijand veilig.
Nergens een plek voor de zonde, de duivel om zich verborgen te houden voor Christus.
Hij daalde af, Paulus past Psalm 68 toe op Christus.
Paulus kan gedacht hebben aan de Heere Jezus die niet alleen op aarde kwam,
maar nog dieper ging, naar het rijk van de dood,
daar waar niemand uitkwam, omdat de dood niemand laat gaan.
naar de hel, de plek waar de duivel zijn woonplaats heeft,
om daar de strijd aan te gaan en de overwinning te behalen.
Het kan ook zijn, dat Paulus denkt aan de Heere JEzus die op aarde kwam
om mens te worden, vanuit de hemel afdaalde naar de aarde,
die lager is dan de hemel.
Vanuit de plaats waar Hij was, naar de plek waar wij zijn.
Hoe we de betekenis van Paulus ook mogen opvatten,
wat van belang is, is dat de Heere Jezus de hemel verliet
om op te staan tot de strijd en voor ons de bevrijding te brengen.
Voor ons betekent dat, dat er geen enkele plek op aarde is,
waar God géén koning is. – Hij regeert overal.
En er is geen plek op aarde waar Hij Zijn macht niet kan laten gelden.
Want de overwinning is reeds behaald.
Psalm 68 zingt van de overwinning van God
en de parade die gehouden wordt,
de gevangenen die meegenomen worden om te laten zien
dat de overwinning ook echt behaald is,
de vijanden waar men eerst bang voor was, ze zijn nu gevangen
en ze worden getoond aan het volk
en de mensen in Jeruzalem kunnen die gevreesde tegenstander bespotten:
Zijn dit de mensen waar we zo bang voor geweest zijn?
Wat is er van hun macht over?

Zo, zegt Paulus, kan de christen ook zien
hoe de Heere Jezus de gevreesde vijanden meeneemt in Zijn overwinningstocht.
In de afgelopen week was er een grootse parade in Rusland,
vanwege het einde van de Tweede Wereldoorlog
en bedoeld om aan de wereld te laten zien,
dat Rusland als wereldmacht nog steeds meetelt:
tanks, marcherende soldaten, buk-systemen, het werd allemaal getoond.
Hemelvaart betekent dat Christus ook Zijn macht laat zien, demonstreert
en dat Hij de vijanden, de machten die het geloof tegenwerken,
toont als overwonnenen, als degenen die de nederlaag hebben geleden.
De duivel, de zonde, de dood – het zijn machten die in de stoet van Jezus meelopen.
ze hoeven ons geen angst meer aan te jagen.
Alle machten die er zijn, zijn overwonnen.
Welke regeringsleider de christenen ook wil vervolgen – als God het wil
is het met zijn macht zo afgelopen, want God regeert.
En die machten kunnen ook processen en ontwikkelingen zijn
die wij als mensen niet kunnen keren.
Het kan het proces van de secularisatie zijn, de kerkverlating,
de neergang van het geloof in onze omgeving – het is een macht

die moet buigen voor Jezus.
Is het een economische macht die ons in wil palmen om ons los te weken van Christus,
het is een macht die het onderspit delft als Jezus aantreedt.
Alle machten moeten hun macht inleveren bij Jezus
en als overwinnaar laat Hij zien, wat Hij allemaal veroverd heeft.
En wat de gemeente daar aan heeft, laat Paulus ook zien.
De overwinningsbuit wordt aan de gemeente meegedeeld.
Heel de gemeente, alle gelovigen, al Gods kinderen delen in de buit van Christus.
Vanuit die glansrijke overwinning deelt Christus uit aan de gemeente.
Efeze 1:3 – alle zegeningen uit de hemelse gewesten.
Alles wat we nodig hebben om hier op aarde van Christus te zijn
en het vol te houden in het geloof – we ontvangen het van Christus
onze Heer die in de hemel is.
Dat kan een kracht in onszelf zijn – kracht van boven, volharding, steun.
Dat kan een gave in de gemeente zijn, waardoor iemand tot zegen van de gemeente wordt:
een ambtsdrager, een clubleider, een zondagsschooljuf, een bezoekbroeder of – zuster.
Het is allemaal een gave die de Heer in de hemel aan de gemeente geeft,
niemand wordt van die gave uitgesloten – iedereen in de gemeente
deelt in de overwinning, ontvangt een gave.

Groeien in geloof: de kracht van de opgestane Heer,
die opgevaren is naar de hoogste hemel – daar waar de troon van God is
en vanwaar uit heel de aarde, heel het universum en ook ons leven wordt bestuurd.
Hij  ging niet zomaar naar de hemel,
maar vanuit de hemel daalt Zijn kracht neer in deze wereld: de Heilige Geest
en die Geest gaat net zolang door, totdat alles en iedereen vol is van Christus.
Ook degenen die niets van Christus moesten weten, zegt Psalm 68: de opstandigen.
Eens komt er een moment dat iedereen moet buigen, iedereen zal belijden
dat Jezus de Heer is.
Nu is het nog niet zover.
Nu is de aarde nog een strijdtoneel voor de gelovige – niet voor God,
want de overwinning is behaald
en Christus is reeds koning en Hij regeert
en Hij houdt Zijn kerk in stand in de strijd hier op aarde.
Van Hem krijgt de kerk alles wat ze nodig heeft
in de strijd hier op aarde
totdat ze eens het moment mag zien, dat Christus werkelijk regeert
omdat Hij dan terugkomt en Zijn koninkrijk op aarde vestigt.Amen

Hemelvaartsdag

Hemelvaartsdag

b3-75

Hemelvaartsdag leeft veel minder dan Pasen en Kerst. In sommige kerken wordt er op deze dag zelfs geen dienst gehouden en slaat men deze feestdag over. In de kerken waar er wel een dienst gehouden wordt, is deze dienst veel minder bezocht dan de dienst met Kerst en Pasen. Om mensen te trekken naar de kerkdienst wordt er geregeld iets bijzonders georganiseerd, zoals dauwtrappen.

Het zou goed zijn wanneer Hemelvaartsdag meer als feest gevierd en beleefd wordt dan nu gebeurt. Er zijn verschillende redenen om Hemelvaartsdag meer als een feest te vieren en te beleven dan nu gebeurt:

* Datgene waar het bij Hemelvaartsdag om gaat komt meer in de Bijbel dan welk ander accent ook en dus meer nog dan Kerst, Pasen en Pinksteren.

* Het vieren van Hemelvaartsdag kan helpen om een belangrijke vraag van kinderen over Christus te beantwoorden, namelijk de vraag: Waar is de Here Jezus nu?

* Hemelvaartsdag wijst bovendien vooruit naar de Wederkomst en naar het komende Koninkrijk van God. Door Hemelvaartsdag te vieren, oefent de gemeente zich in het uitzien naar de komst van Christus en in het uitzien naar de komst van dat Koninkrijk.

De plaats van Christus aan de rechterhand van de hemelse Vader en het geloof dat aan Zijn koninkrijk geen einde komt, hoort voor de christelijke gemeente een levende werkelijkheid te zijn: daar hoort de gemeente vanuit te leven. Door Hemelvaartsdag als een feest te vieren beleeft de gemeente dat ook als een levende werkelijkheid.

Verbeelding
Hemelvaartsdag heeft wel een probleem wat verbeelding betreft: hoe kan iemand van de aarde opgenomen worden in de hemel? Een van de redenen waarom Hemelvaartsdag verlegenheid geeft, is volgens mij ook de verbeelding.
Toch moet deze moeite met verbeelding niet overdreven worden. Ook wanneer het lichaam van een overledene begraven wordt, is er de vraag hoe het voorgesteld moet worden dat de persoon in de hemel bij God is maar het lichaam op aarde in het graf. Voor kinderen, die een begrafenis hebben meegemaakt van bijvoorbeeld een opa of een oma, is dat een belangrijke vraag. De hemelvaart van Christus is wel een andere weg: een opgenomen worden en ook een troonsbestijging.

Andere dimensie
De verbeelding van Christus’ hemelvaart luistert nauw. Zeker als afbeelding. Zo’n afbeelding dient wel aan te geven dat Christus in een andere dimensie overgaat: van het aardse in de hemelse heerlijkheid. Elke afbeelding die dat accent niet heeft, zet kinderen op het verkeerde spoor. Een afbeelding of een tekening waarbij Jezus alleen maar in de lucht hangt, laat zien dat het verhaal van Jezus’ hemelvaart niet begrepen is en zorgt ervoor dat kinderen bij het ouder worden gaan worstelen met een verkeerd aangeleerd wereldbeeld.
Het schilderij van de hemelvaart van Christus door Rembrandt (zie boven) is dan een betere verbeelding. Of afbeeldingen van het Laatste oordeel, waarbij Christus als koning-rechter is afgebeeld, zoals bijvoorbeeld bij de Notre Dame van Amiens.

Cathedrale_d'Amiens_-_tympan_central_-_Christ_du_Jugement_Dernier

Geschreven voor HWConfessioneel