Preek zondagmiddag 31 januari 2016

Preek zondagmiddag 31 januari 2016

Lukas 12:1-12

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Dat zijn heftige woorden, die we net met elkaar gezongen hebben:

Delf vrouw en kind’ren ’t graf,
neem goed en bloed ons af.

Er zijn mensen die deze woorden niet kunnen zingen,
misschien u wel.
Hebben ze geen gelijk, die bij deze woorden hun mond dicht houden?
Want hoe kunnen wij dit nu zingen:
dat ons alles afgenomen kan worden,
ook degenen met wie we hartstochtelijk verbonden zijn.
Als deze woorden overkomen als grootspraak
– Neem ons alles af; buigen zullen we toch niet! –
kan ik me voorstellen dat er mensen zwijgen.
Dit heeft iets van het uitdagen van de boze.

Het 3e couplet, minder bekend, maakt het niet gemakkelijker:

En grimd’ ook d’ open hel ons aan
met al haar duizendtallen,
toch zal geen vrees ons nederslaan,
toch doen wij ’t krijgslied schallen.

Als kind kon ik deze stoere tekst uit volle borst meezingen,
maar nu ben ik altijd dankbaar dat het van mij, van ons niet wordt gevraagd.
Ik weet niet wat er van mijn getuigenis over zou blijven
als aan mij de keuze voorgehouden worden:
kies voor Jezus of kies voor je vrouw en kinderen.
Een keuze die christenen elders, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten, wel moeten maken.
Hoe zou u dat dan doen?
We kunnen ons het niet indenken,
maar stel dat u voor deze keuze gesteld zou worden,
zou u dan nog naar de kerk gaan?
Zou u Jezus dan nog als Heer belijden?
Of gelooft u omdat er nu niet zoveel van u wordt gevraagd
en het dienen van de Heere voor u, voor jou niet zoveel consequenties heeft?

Daar waarschuwt de Heere Jezus juist voor:
voor een geloof dat niet bereid is om de gevolgen van de weg van Jezus te dragen,
voor een geloof dat niet bereid is om – achter Jezus aan – het kruis op zich te nemen.
Voor een geloof dat, als er volledige inzet gevraagd wordt, het erbij laat zitten
en zegt: voor mij hoeft het niet meer.
Vorige week was de kritiek op de Heere Jezus, onder andere van Johannes de Doper
dat het wel erg makkelijk gaat.
Dat geloven bij Hem geen consequenties heeft.
Hier kunnen we duidelijk zien, dat Johannes nog niet alles wist over Jezus,
want hier roept Jezus op, om alles te geven: totale inzet.
Ook als het je leven kost.
Dan moet je niet terugdeinzen.

Dat is wat Hij juist de farizeeën verwijt.
Voor het oog lijkt het erop dat zij bereid zijn om een groot offer te brengen voor hun geloof.
Hun dagelijks leven was door geloof gestempeld.
Ze stonden zichzelf minder toe dan de andere Joden.
Op de sabbat bleven ze dicht bij huis,
de afstand tot de synagoge- dat kon nog wel, maar verder niet.
Ze hadden een heel systeem van geboden en regels
en als ze die in praktijk brachten, konden ze zo heilig mogelijk leven.
De Heere Jezus is niet tegen die regels als zodanig.
Het is bij Hem geen vrijheid-blijheid.
Zeker als die regels u helpen om God te dienen,
om heilig te dienen moet u die regels ook handhaven.
Waar de Heere Jezus voor waarschuwt is een geheel aan regels,
die het bij de mensen goed doen,
Waardoor je aan de mensen kunt laten zien,
wat je er allemaal voor over hebt voor je geloof,
wat het je allemaal wel niet mag kosten.
Terwijl het je eigenlijk weinig kost.
Je hebt nog de regie over je eigen leven.
Je kunt zelf bepalen wat je inzet is.

Huichelarij noemt de Heere Jezus dat.
Huichelarij is een woord uit de wereld van de toneel.
Dat had Hij ook kunnen zeggen over de farizeeën:
Jullie zijn toneelspelers.
Wat je laat zien, dat ben je niet zelf.
Wat de mensen van je zien, dat is niet echt.
Dat is een masker.
Een hypocriet is iemand die aan masker draagt vanwege zijn rol.
Zo zijn de farizeeën in de tijd van Jezus.
Het is gevaarlijk om dat huichelen alleen maar bij de farizeeën te laten,
alsof alleen zij dat gevaar liepen om te huichelen.
Om jezelf niet echt te laten zien, je hart verborgen te houden.
Nee, de Heere Jezus waarschuwt Zijn leerlingen er heel nadrukkelijk voor.
Ook Zijn eigen leerlingen kunnen het gevaar lopen om toneelspeler te worden.
Het is zelfs een zuurdeeg:
Deze huichelarij kan overal in gaan zitten, je helemaal doortrekken:
je gedachten, je doen en laten, je gebeden, je kerkgang.
Je gaat naar anderen kijken:
Zien ze welk offer ik breng voor de goede zaak, wat ik allemaal doe?
Als ik mij houd aan de regels, mag ik op anderen neerkijken.
Als ik op zondag naar de kerk ga, ook naar de tweede dienst,
ook als het mooi weer is, doe ik al genoeg
en hoef ik niets te doen aan al die armoede die er in de wereld is.
Als ik genoeg aan de zending en evangelisatie geef,
hoef ik niet zelf met mijn eigen kinderen en kleinkinderen, met mijn buren en vrienden
iets te delen van wat er in mijn hart leeft,
van dat verlangen dat in mijn hart leeft, dat iedereen Christus zal vinden.
Een zuurdeeg van huichelarij.
Dat gaat overal in zitten
en het kan onze beste daden die we voor Gods koninkrijk willen doen besmetten.

Wat is daar nu erg aan?
Waarom die scherpe waarschuwing aan de discipelen –  en daarmee ook aan ons?
(1) Je maakt de verkeerde berekening en (2) je verloochent God
en dat heeft met elkaar te maken.

Allereerst: je maakt de verkeerde berekening:
Je kijkt alleen maar naar het leven hier op aarde.
En dat is een berekening op korte termijn.
Voor het oog lijkt het een slimme zet, die je veel oplevert.
Als je jezelf strikte regels oplegt, kan dat bewondering van anderen opleveren.
Je wordt gezien.
Je wordt ingeschat als een principieel persoon.
En als ze er toch geringschattend over doen, kun je het jezelf voorhouden
dat je het niet zomaar hebt gedaan, maar voor God.
Waar de Heere Jezus hier op doelt,
is dat die strikte levenswandel een manier is om aan het kruis dragen te ontkomen.
Je leeft strikt.
Je hebt duidelijke opvattingen over wat zondag wel mag en niet mag.
Duidelijke opvattingen over welke woorden je wel mag zeggen en welke niet.
Nogmaals: niets mis met een strikte levenswandel.
Ik denk dat de Heere Jezus ook met pijn in zijn hart de farizeeën
als verkeerd voorbeeld moet aanhalen,
want in hun intens verlangen om God te dienen met heel hun bestaan,
met hart en ziel, met hun lichaam en gedachten, staan ze heel dicht bij Jezus.

Maar ze zijn niet bereid om het offer te brengen –  het grote gebaar.
Ze zijn niet bereid om getuige te zijn,
niet bereid om hun leven te geven als het er op aankomt.
Als blijkt dat het gevolgen heeft voor je gezin, voor de sfeer thuis,
als het gevolgen heeft voor vriendschappen, als het gevolgen heeft voor je werk,
dan doe ik het maar niet.
Dan bouw ik een schijnleven op, waardoor de mensen niet zien
wat er werkelijk in mij leeft, waar mijn hart voor brandt.
Ik probeer te peilen welke kritiek de Heere Jezus op de farizeeën heeft
en dan niet zozeer om te kijken wat die groep verkeerd deed,
maar op welke manier die waarschuwing voor ons geldt.
Ik denk dat de Heere Jezus het de farizeeën ook kwalijk neemt,
dat zij kunnen leven in een zondige samenleving.
Eigenlijk is dat een heel tegenstrijdige kritiek,
want de farizeeën proberen heilig te leven
en konden daarom overhoop liggen met de Romeinse overheid.
Maar ze waren er meester in om te schikken.
Als ze maar een bepaalde ruimte kregen voor hun eigen geloof,
als ze niet teveel in de weg werd gelegd konden ze het aardig uithouden.
De Heere Jezus houdt voor dat dit een verkeerde berekening is.
Een berekening op korte termijn: je behoudt je leven,
maar je ziel lijdt schade – zoals Hij dat ergens anders kan aangeven.

De basis van huichelen, zo begrijp ik de Heere Jezus, is angst:
angst voor de mensen. – vrees voor mensen,
die je heel wat aan kunnen doen.
Je van alles kunnen afnemen als ze macht hebben:
Je baan, je gezondheid, je man of vrouw, je kinderen.
Angst voor mensen, vrees dat ze veel van je zullen vragen, omdat je gelooft.
Je vrouw en je kinderen, je huis, je baan, je goede naam, je leven.
Omdat te beschermen, verberg je je, zodat ze je niet doorhebben.
Er wordt moed gevraagd.
Moed om te belijden dat Jezus jouw Heer is en ook Koning over deze wereld,
om te belijden dat niet degenen die het hier voor het zeggen hebben
de macht hebben, maar de Koning in de hemel.

Moed om tegen de stroom in te gaan.
Je gaat niet in alles mee, omdat er een grens is bereikt
voor wat je met jouw geweten nog aankan.
Jaren terug haalde een Amerikaanse afdeling van het Leger des heils het nieuws
omdat ze een groot bedrag weigerden,
omdat dit geld door middel van de loterij verkregen werd.
De reden: als we strijden tegen verslaving, kunnen we geen geld aannemen
waarbij mensen verleid worden om verslaafd te raken aan gokken.
Geen huichelarij.
Wat er in je hart leeft, komt ook naar buiten in je daden.
Je bent in je daden geen ander dan je van binnen bent.

Schipperen heeft dus een gevaar in zich,
dat je het getuigenis met je mond en met je daden erbij laat zitten.
En dat is de tweede reden, waarom Jezus waarschuwt voor deze vorm van huichelarij.
Je verloochent God.
Je hebt niet door dat je vrees voor mensen sterker is dan de vreze des Heeren.
Je hebt ontzag voor mensen, terwijl je alleen maar ontzag voor God moet hebben.
Want niemand kan tegen God op.
Die angst voor mensen is begrijpelijk: dat zie je, dat maak je mee,
daar heb je mee te maken.
En God is onzichtbaar, meer op een afstand.
Je hebt niet door, wat het leven met God meebrengt.
Op aarde kan het een weg van het kruis zijn,
waarbij je veel moet inleveren, een weg van pijn en vernedering.
Er zijn inderdaad christenen op deze wereld,
die hun vrouw, die hun kinderen zijn kwijtgeraakt,
die zelf jarenlang opgesloten zaten, die zelfs het leven er bij moesten laten.

Een interview met Maryam (27), moeder van een kind van 2:

Waarom denk je dat God toestond dat dit met je man gebeurde?
“God koos mijn man uit om een boodschap te geven aan iedereen die God verlaten heeft om bij Hem terug te komen. We zijn blij en dankbaar dat Jezus naar de aarde kwam om gekruisigd te worden voor onze zonden. Op dezelfde manier zijn we verblijd dat deze mannen hun leven hebben prijsgegeven voor Jezus.”

Wat hebben deze gebeurtenissen betekend voor je persoonlijke geloof?
“Het heeft mijn geloof sterker gemaakt. Het heeft mij bemoedigd om voor niets en niemand bang te zijn. En het heeft me sterker gemaakt in de wetenschap dat God altijd bij ons is.”

Ik denk dat het voor veel mensen moeilijk zal zijn om dit te begrijpen. Ze verwachten tranen en verdriet. Waarom overheerst dat niet?
“Dat komt omdat God een God van troost, ontferming en liefde is. We moeten niet om hen huilen, maar om onszelf. Zij zijn bij Christus, waar het veel beter is.”

Wat wil je zeggen tegen christenen in het westen?
“We zijn niet boos op de strijders van IS. We bidden dat God hun harten en ogen zal openen om Zijn glorie te zien.”
(Bron: SDOK)

Wees daar niet bang voor. Een ongelooflijke opdracht! Hoe zouden wij die kracht kunnen opbrengen?

Je moet er in gesterkt worden.
Daarom de Heilige Geest: Hij zal je sterken.
De Heilige Geest
Jezus spreekt zijn leerlingen aan als vrienden
en dat doet Hij niet voor niets.
Vriend – dat betekent dat je onder de bescherming van de ander staat.
Mijn vrienden, zegt Jezus, jullie staan onder Mijn persoonlijke bescherming.
God vergeet je niet: zoals Hij geen musje vergeet, zo zal Hij jou niet uit het oog verliezen.
Ze kunnen wel je lichaam doden.
Maar niet je ziel, niet wie je diep van binnen bent: mijn kind.
God is een toevlucht voor de Zijnen
Dat kunnen ze niet van je afpakken.
Daarom: Het brengt u geen gewin.

Dat lied – Een vaste burcht – moeten we niet zingen als grootspraak,
Waarbij we onze tegenstander uitdagen.
Maar als een lied dat ons helpt
om de moed te vinden bij Christus,
een lied dat ons helpt in te zien, dat als Christus aan onze kant staat,
we er uiteindelijk beter van afkomen
ook als wij de weg van het kruis gaan, als ons lichaam wordt gedood.

Moed om te belijden.
De kracht van de Heilige Geest geeft je een innerlijke vrijheid.
De vreze voor God bevrijdt je van de angst voor anderen.
Als er thuis niet meer over gesproken kan worden, omdat het anders ruzie oplevert.
Je gaat dan ook niet de discussie meer aan,
maar je hebt moed om op een andere manier het geloof aan de orde te stellen,
waarbij er in je hart gekeken kan worden
en geproefd kan worden wat je diepste verlangen is,
waar je voor leeft, wie je werkelijk wil dienen: Christus.
Dat levert je veel meer op dan wat je op deze wereld kunt bereiken.
Je hoeft dan niet bang te zijn dat je geen woorden weet te vinden.
De Heilige Geest geeft u de juiste woorden.

Als God iets van ons vraagt, geeft Hij ook de kracht om die opdracht te vervullen.
Als Hij wil dat wij getuige zijn, getuige worden,
Geeft Hij ons de Heilige Geest
Amen

Preek themadienst School en kerk

Preek themadienst School en kerk
Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Johannes 14:6)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Intro
Tijdens een kinderfeestje van Kees gaan ze een speurtocht doen.
In het bos krijgen ze uitleg.
De vader van Kees vertelt:
‘Je moet goed luisteren naar wat ik zeg,
want er is maar één weg.’
Maar Kees luistert niet.
Hij denkt al aan de prijs, want hij weet wat die prijs is.
Hij denkt er al aan hoe geweldig het is als hij die prijs wint.
Tijdens de uitleg van zijn vader is hij met heel andere dingen bezig.
Zou er geen andere route zijn door het bos,
waarbij ze een stuk afsnijden?
Als zijn vader klaar is met de uitleg, heeft Kees zijn plan al klaar.
Hij roept de andere jongens van zijn groep bij elkaar.
‘Kom, volgens mij is er een kortere route,
waarbij we een heel stuk afsnijden.’
De andere jongens gaan mee, want Kees zal het wel weten.
Zijn vader heeft immers de route uitgezet.
Misschien heeft Kees wel stiekem gespiekt en heeft hij gelijk.
Ze gaan een heel eind de goede richting in.
Ze zullen wel een heel stuk sneller zijn dan de andere groepen.
Totdat ze in de verte een hek zien.
Ze lopen er naar toe en ze zien op een bord dat ze niet verder mogen:
Gevaarlijk terrein.
Ze moeten weer helemaal terug.
De weg die Kees had uitgekozen leek een handige weg,
maar uiteindelijk was er helemaal geen weg.
De enige weg die er is, is de weg die de vader van Kees had gewezen.
Maar ja, hoe vind je die weg als je niet hebt opgelet?

Eén weg
Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.
Met deze uitspraak van de Heere Jezus zijn jullie deze week op school bezig geweest.
Ik ben de Weg, zegt de Heere Jezus.
Daarmee bedoelt Hij: Ik ben de enige weg. Er is geen andere weg.
Als je niet via Mij komt, dan kom je er niet.
Dan kom je niet aan. Geen: bestemming bereikt!
Welke bestemming?
Waar zou je uitkomen als je de weg van Jezus volgt?
Ik denk dat jullie dat allemaal wel begrijpen
bij welke bestemming de Heere Jezus ons brengt:
bij God in de hemel – in het huis van Mijn Vader, zo zegt Hij het.
Daar gaat de weg naar toe.
Om de weg naar God toe en de weg naar de hemel te vinden, moet je bij Jezus zijn.
Ik ben de weg daarnaartoe, zegt Hij.

De weg door de Schelfzee
De enige weg.
En toch zijn er heel veel mensen, die niet voor deze weg kiezen.
Zij denken, net als Kees op zijn kinderfeestje, dat er een makkelijkere route is.
Niet die omweg via de Heere Jezus,
maar een weg die je zelf kiest.
Over de weg hebben jullie een Bijbelverhaal gehoord.
Welk verhaal was dat ook al weer?

(U moet straks in het Open huis gaan kijken naar de werkjes.
Ik was donderdag bij groep 0/1 en daar heeft een aantal kinderen
dit verhaal nagemaakt met knippen en plakken)

Waarom het verhaal over Mozes en het volk door die zee?
Omdat de Heere God een weg baant, waar eerst geen weg was.
Mozes – hij luistert naar Gods opdracht: neem in de woestijn de omweg.
Want dan denkt de farao dat je verdwaald bent
en dat je niet aankomt op je bestemming – wat was ook al weer de bestemming voor Mozes?
Waar moest hij met het volk naar toe?

De weg van de farao
Wie in dat verhaal lijkt op Kees, die zijn eigen route volgt?
De farao – hij luistert niet naar God.
Waarom zou hij.
Hij is machtig en is de baas over een groot rijk.
Zijn goden zijn toch veel machtiger dan dat kleine volkje van slaven.
Ik kom er op mijn eigen manier wel.
Ik heb Jezus niet nodig. Ik heb God aan mijn kant.
Er er zijn heel veel mensen, die de weg van farao kiezen.
Hij krijgt een heel leger mee, de beste soldaten:
de best getrainde commando’s en mariniers, met de beste wapens die er zijn.
En toch … de weg van farao loopt dood.
Voor hem en zijn soldaten is er geen weg door de zee. Zij verdrinken.
De weg van de farao lijkt een hele geweldige weg:
Niemand die zoveel macht heeft en zoveel voor elkaar krijgt
en toch … geen weg naar God, geen weg met God.
De farao komt niet verder en sterft.
God is machtiger dan de farao  – en welke andere macht ook.

De weg van het kruis
Toch lijkt dat er niet op.
Want de weg van de Heere Jezus heeft nog een andere bestemming.
Niet alleen bij God in de hemel, niet alleen een weg naar de hemel.
Voordat de Heere Jezus naar de hemel gaat, gebeurt er nog iets anders.
De weg van de Heere Jezus gaat naar Jeruzalem.
En wat gaat daar gebeuren?
Jezus sterft aan het kruis.
Eigenlijk gebeurt er met Hem hetzelfde als met de farao.
De weg van de Heere Jezus lijkt ook op een weg die dood loopt, net als bij de Schelfzee.
Toen gingen de golven weer terug en was het pad weg.
Voor de Heere Jezus was er aan het kruis geen pad meer om verder te gaan.
Net als de farao stierf, stierf ook Jezus.
Hoe kan dan Jezus zeggen: Ik ben de weg?
Omdat toen Hij stierf er een weg kwam, door de dood.
Net als bij het volk Israël.
Zij dachten: we kunnen geen kant meer op.
Naast ons zijn bergen. Daar kunnen we niet tegenop klimmen.
Voor ons is de zee. Daar kunnen we niet doorheen. Dan verdrinken wij.
Achter ons komt de farao aan.
Hij komt ons weer gevangen nemen en we worden weer slaven in Egypte.
En toch kwam er een weg, een weg die ze niet hadden verwacht,
een weg door de zee, waarin ze anders zouden verdrinken.
Zo zegt Jezus: Ik ben de weg, naar God en naar het Vaderhuis in de hemel.
Er is geen andere weg.
Maar deze weg gaat wel door de dood heen, waarbij Jezus sterft.
Het lijkt eerst op een mislukking.
Dat leek ook zo, toen Israël uit Egypte weg ging.
Ze kwamen er niet, ze leken te verdwalen in de woestijn.
God kiest meestal niet de makkelijkste weg, niet de weg van Kees.
Maar Hij zorgt er wel voor, dat er een weg is.
Al denken wij soms: Er is geen weg. We kunnen niet verder.

Soms lijkt het erop, dat de Heere Jezus er niet bij is.
Als je je alleen voelt, of verdrietig, als de dingen niet lukken.
De discipelen kenden dat: De Heere Jezus zei tegen hen: Ik ga weg, bij jullie vandaan.
Dat doe ik niet om jullie in de steek te laten.
Zo zal dat wel voelen.
Maar ik ga bij jullie weg, om iets voor jullie te doen.
Zorgen dat er in de hemel en zorgen dat er bij God een plaats voor jou is.
Zodat je bij God kunt blijven.
Nu al, terwijl je op aarde leeft en straks als je gestorven bent,
zodat je dan in de hemel mag komen.
Ik ga heen om ook voor jullie een plekje klaar te maken.
Ik dacht eerst dat de Heere Jezus bedoelde:
Ik ga naar de hemel en daar bij God maak ik een plek voor jullie klaar.
Ik denk dat de Heere Jezus ook dacht aan Golgotha.
Daar op Golgotha maakte Hij een plek voor ons klaar.
Omdat Hij voor ons stierf.
Daarom is Hij de enige weg.

Kun je je niet vergissen in de Heere Jezus?
Hoe weten we dat Hij de enige weg is:
omdat Jezus zegt: Ik ben de weg en de waarheid.
We zouden ook kunnen zeggen – de enige, ware weg.
Je hoeft niet bang te zijn dat de Heere Jezus je voor de gek houdt,
zoals Ananias en Saffira deden.
Zij wilden de waarheid niet vertellen.
Weet je nog?

En als je de weg van de Heere Jezus volgt,
kom je ook bij God uit.
Daarom zegt Hij ook: Ik ben het leven.
Net zoals Lazarus uit het graf kwam.
Zo zal de Heere Jezus ook aan ons weer het leven geven.

De weg die wij moeten gaan
Daar hebben wij in groep 4 over nagedacht.
Hoe kom je in de hemel terecht?
Is daar een weg naar toe, die je bijvoorbeeld met een raket kan gaan?
En hoe kom je vanuit het graf in de hemel?
Je bent toch in de kist en begraven. Hoe kom je er dan uit?
Dat kan, omdat de Heere Jezus zegt: Ik ben het leven.
Ik geef aan jou het leven, ook als je gestorven bent.
Ik ben de weg – ook na de dood is er een weg.
Ja, je wordt begraven en tegelijkertijd kun je ook in de hemel zijn bij God.
En later zal de Heere Jezus terugkomen
en zullen alle graven open gaan.
Ook als er een steen bovenop is.
Als de Heere het zegt gebeurt het – en anders zijn er engelen om de steen op te tillen.
Jezus zegt: Ik ben de weg, ook het leven ben ik – de weg naar het leven en het leven zelf.

Jezus is de weg – dat betekent dat wij ook over die weg moeten gaan,
de weg die de Heere Jezus is.
Wat betekent dat?
Dat we in Hem geloven.
Dat we geloven dat Jezus ons bij God brengt,
Dat we geloven dat Hij voor ons gestorven is.
Dat we geloven, dat als Hij terugkomt, ons ophaalt een meeneemt
– om bij Hem te zijn. Voor altijd, voor eeuwig.

Als de Heere Jezus zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven
denkt Hij niet alleen aan de toekomst.
Aan later, als we gestorven zijn, of als Hij terugkomt.
Dan denkt Hij ook aan nu.

En bedoelt de Heere Jezus dat wij Zijn weg moeten gaan.
Jij, ik, wij allemaal.
Hier in de kerk en de andere kerken die ook meedoen met school en kerk.
Dat betekent allereerst dat we de Heere Jezus er overal bij betrekken.
Ook in de keuzes die je maakt.
De leerlingen van groep 8 zijn in de afgelopen weken naar een volgende school wezen kijken: naar het LFC, Oosterlicht, Van Kinsbergen, of een andere school.
Ik begreep van de juf dat zij jullie ook heeft willen leren,
dat je bij de keuzes die je maakt ook de Heere Jezus betrekt.
Bij alles wat je doet.
Als je op een weg staat en je keuze moet maken:
Wordt het LFC of toch Oosterlicht.
Laat je dat bepalen door het resultaat van de cito of tegenwoordig het advies van de juf?
Laat je dat bepalen door waar je het prettigst voelt.
Of heeft de Heere daar ook een stem in?
De weg gaan van Jezus – is een weg van gehoorzaam zijn.
Niet ik bepaal, maar Hij.
Je mag best keuzes maken en dat moet ook.
Maar leg ze wel eerst voor.

Soms kan de Heere een weg met je gaan
die jij niet direct begrijpt.
Zoals Hij ging naar het kruis
en zoals het volk Israël daar stond voor de zee.
Waar moet ik heen? Ik kan eigenlijk niet vooruit, niet opzij, niet naar achteren.
Dan wijst de Heere jou de weg.
En als er geen weg is en ook geen weg komt,
dan zegt Hij: Ik neem je mee.
Door dat moeilijke stukje van je leven.
En ook als het einde van je leven gekomen is – we hopen dat je er nog lang mag zijn hier!
Dan zegt Hij tegen je:
Ik neem je mee, zodat je bent waar Ik ben.
Dat zegt Hij ook nu – tegen je, nu je gezond bent en nog hopelijk een hele mooie toekomst:
Ik neem je ook nu mee, zodat je nu bent, waar Ik ben,
op Mijn weg, de weg naar God.
Amen


Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Is de christelijke gemeenschap nog in staat om kinderen te vormen als navolgers van Christus? Of is de invloed van de postchristelijke maatschappij op het denken en handelen van de kinderen, die bij de christelijke gemeenschap horen, te sterk?

Marva J. Dawn, theologe, auteur en spreekster, maakt zich grote zorgen over de geloofsopvoeding. Niet alleen omdat de geloofsopvoeding in een postchristelijke maatschappij niet zo gemakkelijk is. Ze maakt zich vooral zorgen, omdat ouders de geloofsopvoeding verwaarlozen en de vorming van hun kinderen aan de maatschappij overlaten, waardoor ze niet de christelijke waarden en normen meekrijgen. Daarom schreef ze het boek Is It a Lost Cause? voor ouders en de gemeenschap, zodat zij leren het belang hiervan in te zien. Ze wil waarschuwen, alternatieven aanreiken en het gesprek op gang brengen.

ResizeImageHandler

Machten en wereldbeheersers
Dawn kon door lichamelijke beperkingen zelf geen kinderen krijgen, maar is juist daardoor erg begaan met de kinderen van de christelijke gemeenschap. Ze trekt veel met jongeren op, geeft cursussen aan jongeren en spreekt hen op bijeenkomsten toe. Zij promoveerde op het werk van de Franse socioloog Jacques Ellul. Van hem heeft ze geleerd dat een christelijke opvoeding ook inhoudt, dat je je kinderen leert niet onder de invloed te laten komen van de ‘machten en wereldbeheersers’  (Efeze 6:12).


Geschenk
Kinderen zijn een geschenk van God. Daarom zijn ouders aan God verplicht de kinderen een goede, christelijke opvoeding te geven, waarbij de normen en waarden gestempeld zijn door de Bijbelse normen en waarden en niet door de opvattingen van wat in onze cultuur gebruikelijk is.

Gemeenschap
Ouders staan er niet alleen voor. Zij hebben de christelijke gemeenschap om zich heen. Kinderen maken onderdeel van die gemeenschap uit. De opvoeding en de vorming van kinderen tot navolgers van Jezus is een taak voor heel de gemeenschap. Het is de ervaring van Dawn dat kinderen het beste worden gevormd door de liturgie van de eredienst en door een christelijke gemeenschap die ook echt een gemeenschap is. In die gemeenschap hebben kinderen een eigen plaats, maar worden ze ook gevormd en krijgen ze bagage voor hun levensreis mee.

Geestelijke bagage
Elk hoofdstuk wordt daarom voorafgegaan door een lied, waarin iets verwoord wordt van wat voor de vorming en geloofsopvoeding van kinderen van groot belang is. Het is haar eigen ervaring dat liederen een enorm vormend effect hebben. Zij vindt het daarom van groot belang dat kinderen liederen aangeleerd krijgen als geestelijke bagage.

Post-christelijke tijd
Deze tijd is volgens Dawn niet de makkelijkste tijd om kinderen op te voeden: we leven in een post-christelijke tijd. De maatschappij leert de kinderen geen christelijke waarden en normen meer aan. De normen en waarden van deze maatschappij staan in veel gevallen juist haaks op deze maatschappij.

Media
Bezorgd is Dawn over de invloed van televisie en internet. Ze snapt niet waarom ouders hun kinderen afschepen met wat ze op televisie te zien krijgen in plaats van zelf tijd en energie te steken in het aanleren van goede, christelijke waarden en normen:

  • Door de televisie worden kinderen overspoeld met informatie. Met die informatie kunnen ze heel weinig. Daardoor ontwikkelen kinderen een passiviteit. Ze noemt dit in navolging van Neil Postman de Low Information-Action Ratio (L.I.A.R. = leugenaar). Deze passiviteit is dodelijk voor het engagement van kinderen op de nood van deze wereld. Deze passiviteit is ook dodelijk voor het geloof van Gods betrokkenheid op deze wereld.
    In plaats van de kinderen tv te laten kijken, is het beter om hen de waarde van verhalen te leren ontdekken. Of om hen mee te nemen in de sociale betrokkenheid op mensen die minder hebben. Tegenover de overkill aan informatie van de media zou de christelijke gemeenschap de kinderen levenswijsheid moeten aanleren.
  • De tv leert kinderen om consumenten te zijn. Daardoor leren ze dat ze wat ze hebben willen gelijk kunnen krijgen. Samen met de welvaart die er is, leren ze niet meer te wachten op iets wat van waarde is. Doordat ze niet meer kunnen wachten en sparen, zijn ze niet goed in volharding en geven ze bij het minste of geringste op. Daardoor leren ze ook niet, dat lijden en ascese wezenlijke onderdelen van het leven zijn.
  • Door tv en internet leren christelijke kinderen waarden en normen, die niet streven bij de christelijke ethiek. Ze leren dat geweld gewoon is. Ze leren niet dat trots en egoïsme verderfelijke eigenschappen zijn. Ze leren dat seks verkrijgbaar zou moeten zijn op het moment dat je er behoefte aan hebt.


De christelijke gemeenschap is geroepen om in deze wereld een andersoortige gemeenschap te zijn, die Jezus als model heeft. Om de kinderen tot voorbeeld te zijn dienen alle leden van de gemeenschap te leven uit die normen en waarden.

Zuigkracht
De zuigkracht van deze wereld is sterk. Dat komt, omdat de wereld waarin wij leven, ook probeert om het verlangen dat er is naar verdieping, naar leven, naar ervaring ook wil vervullen, maar dan zonder een leven met God. In navolging van C.S. Lewis noemt ze dat Sehnsucht. De machten en wereldbeheersers willen via die Sehnsucht invloed uitoefenen op ons denken, onze ervaring, op ons handelen. Dat doen ze door een snelle bevrediging van die Sehnsucht te beloven. Daarmee gaan ze de concurrentie aan met God.

Hart van God
De regels die God gegeven heeft zij er echter niet voor niets. Ze zijn er ter bescherming. Ze zijn er om werkelijk leven te vinden. In Hem. De christelijke gemeenschap moet het hart van God hebben voor kinderen. Wanneer men dat alleen met de mond belijdt en dat geen handen en voeten geeft in de liturgie, in de gemeenschap en de opvoeding zijn de kinderen verloren voor de kerk. Om de kinderen te bewaren bij Christus wordt er inspanning gevraagd van ouders en de gehele gemeenschap:

  • Door de machten en wereldbeheersers en hun verleidelijke trucjes te ontmaskeren.
  • Door op tijd ‘nee’ te zeggen tegen media, series, films en andere invloeden wanneer de invloed te schadelijk is.
  • Door de gemeenschap een gemeenschap van liefde, vriendschap, verantwoordelijkheid en betrokkenheid te laten zijn.
  • Door de ene, ware God (Vader, Zoon en Heilige Geest) te dienen in de eredienst
  • Door als gemeenschap afstand te doen van alle afgoderij, die het vervullen van de Sehnsucht buiten God om belooft.
  • Door als ouders en gemeenschap zich te laten vormen door Christus, door Gods Woord.

N.a.v. Marva J. Dawn, Is It a Lost Cause? Having the Heart of God for the Church’s Children (Grand Rapids / Cambrigde: William B. Eerdmans Publishing Company, 1997)

Zie de website van Marva J. Dawn

Preek zondag 24 januari 2016

Preek zondag 24 januari 2016
Lukas 7:18-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Je moet maar durven: je twijfel over Jezus openlijk te verwoorden.
Zou u dat doen?
Onlangs hebben we als kerkenraad besloten
om meer aandacht te vragen voor kwetsbaar opstellen.
Johannes stelt zich hier wel heel kwetsbaar op.
Zo kwetsbaar, waarbij je hardop je vragen bij Jezus hardop stelt,
zullen we ons binnen een kerkenraad niet zo snel opstellen.
Hoe zou de andere kerkenraadsleden reageren
als u de vraag die Johannes  aan Jezus stellen ook eens hardop stelde
tijdens een kerkenraadsvergadering:
‘Is Jezus wel de ware? Is Hij wel degene die door God gestuurd is?
Of moeten we op zoek gaan naar iemand anders?’
En hoe zou u als gemeente reageren
als u zou horen dat deze vraag serieus tijdens een kerkenraadsvergadering werd gesteld,
Waarbij duidelijk werd dat een van de kerkenraadsleden openlijk twijfelt?

De een zal zich zorgen maken.
Als een ambtsdrager twijfelt en die twijfel ook nog eens openlijk verwoordt,
hoe kan zo iemand dan nog geloofwaardig ambtsdrager zijn?
Dan hoor je toch voor de waarheid te staan?
Een ander zal zeggen:
‘Gelukkig. Eindelijk iemand in de kerk die ook eens durft te zeggen wat ik ook heb.
Ik ben niet de enige met mijn twijfels.’

Johannes de Doper is nog wel meer dan de gemiddelde ambtsdrager.
Er zullen weinig ambtsdragers zijn
die zichzelf met Johannes de Doper zullen vergelijken.
Deze Johannes is niet de minste:
de belangrijkste van iedereen die uit een vrouw geboren is.
Er is in heel onze geschiedenis niemand die belangrijker is dan hij, zegt de Heere Jezus.
Nou, ga dan jezelf maar eens met deze Johannes vergelijken.
Johannes met zijn indringende boodschap
dat Gods tijd gekomen is om van iedereen rekenschap te vragen
wat iedereen met zijn leven heeft gedaan
en Johannes was van mening dat er maar weinigen waren
die zomaar door dat oordeel heenkonden:
De bijl ligt al aan de wortel.
Het is al bijna de tijd dat de boom van uw, van jouw leven zal worden omgehakt.
Er is maar één manier om jezelf te redden:
dat je je omkeert naar God toe en je leven verandert.
Johannes zou een prediker zijn die in Oldebroek zou worden gewaardeerd:
een prediker die zei waar het op stond,
die er niet omheen draaide en je aan durfde te spreken
en daarbij ook heel concreet zei, wat je moest doen.
Profetische prediking: de boel op scherp stellen.

Als mensen dan bij hem kwamen voor een makkelijke bekering,
een bekering zonder al te veel consequenties voor het dagelijks leven
schudde hij zijn hoofd en riep verontwaardigd:
‘Wie heeft jullie wijsgemaakt dat je zomaar aan het oordeel van God kunt ontsnappen?’
Zeker als ze bij hem kwamen om zich te laten dopen
als die doop alleen maar betekende dat hun zonden afgewassen worden.
Nee, als hij de mensen liet dopen betekende dat een heel nieuw leven,
waarbij je brak met het oude leven.
Als je meer had dan je kon gebruiken, moest je dat delen:
als je twee mantels had, moest je de ene geven aan wie niets had.
Als je met geld werkte, moest je eerlijk zijn.
Hij besefte dat zijn werk slechts voorlopig was: Ik doop maar met water.
Maar er zal Iemand komen die jullie zal dopen met vuur.
Ik mag dan scherp zijn in mijn woorden, maar er is bij mij nog een omkeer mogelijk.
Degene die nu mij komt, zal jullie het vuur van Gods oordeel laten ondergaan.

Opeens is daar twijfel gekomen bij Johannes de Doper.
Geen twijfel over zijn eigen boodschap die hij bracht, maar twijfel over Jezus.
Wat is er terecht gekomen van die man die het vuur zou brengen?
Het vuur van Gods toorn en oordeel: louterend en zuiverend,

Gij zult hen, daar G’ in glans verschijnt,
Als rook en damp, die ras verdwijnt,
Verdrijven en doen dolen.
’t Goddloze volk wordt haast tot as,
’t Zal voor Uw oog vergaan als was,
Dat smelt voor gloende kolen.

Wat komt daarvan terecht in het optreden van Jezus?

Het gaat er wel erg makkelijk aan toe, bij Jezus:
Genezingen en wonderen, dat wel, bijzondere verhalen om je over te verbazen,
maar geen oordeel dat voltrokken wordt, geen vuur
geen enkele goddeloze is verdwenen,
degenen die zich tegen God keren en de gelovigen onderdrukken gaan gewoon door
met hun praktijken, hun macht wordt niet gebroken.
Kan Jezus dan wel degene zijn die verwacht wordt?
Het zit Johannes hoog: hij stuurt een delegatie naar Jezus toe,
om hem rekenschap te vragen. Leg maar verantwoording af van wie je werkelijk bent.

In onze tijd kan twijfelen een mode zijn.
De twijfel waar ik over heb is dan een soort vrijblijvendheid
om niet alles te hoeven te doordenken
om jezelf niet helemaal te geven.
Dat is niet de twijfel die Johannes heeft.
Voor Johannes staat er echt wat op het spel.
God zelf staat op het spel en ook zijn eigen missie hier op aarde.
Promoot Jezus niet een bepaalde vrijblijvendheid,
een soort geloof waar je je goed bij voelt, dat niet teveel kost?
Waar blijft de strijd tegen de zonde en het ongeloof, tegen de vijandschap richting God?
Het gaat wel erg makkelijk bij Jezus.
Je kunt zomaar de hemel binnenlopen, zomaar het Koninkrijk van God in.
Bent U wel degene die we verwachten? Die komen zou?
Of wachten we op iemand anders, die wel komt doen wat U nalaat?

Mooi is het dat de twijfel, de kritiek van Johannes vermeld wordt
in het evangelie over Jezus Christus.
Deze kritiek doet ertoe, de vraag van Johannes is niet zomaar een vraag,
van een kritisch iemand die overal wel wat op aan te merken heeft.
Op de rand van het ongeloof,
en toch anders dan de openlijke twijfel van de Farizeeën en de Schriftgeleerden.
Wat is eigenlijk het verschil?
Is de kritiek van Johannes eigenlijk niet net zo scherp als die van hen?
Mooi is het dat Jezus deze openlijke kritiek, deze twijfel toelaat.
Hij wordt er ook niet zenuwachtig van. Jezus schiet niet in de verdediging.
Mooi is ook dat Johannes zijn twijfel en kritiek bij Jezus brengt,
de dialoog aangaat – net als in de klaagpsalmen wordt geworsteld met God:
niet klagen over Jezus, maar worstelen met Jezus,
een gebed waarin er een appèl gedaan wordt op Jezus, zoals in de psalmen:
Doe er wat aan, aan dat onrecht, aan die goddeloosheid,
aan degenen die Gods werk en Gods kinderen dwarszitten en tegenwerken.
Zo kan het toch niet langer, dat Gods volk verloren gaat,
door de verkeerde wegen die voorgehouden worden door de leiders.
Heer, uw volk gaat verloren!
Johannes brengt zijn twijfel bij Jezus
en geeft Jezus de mogelijkheid om te reageren,
om te laten zien dat Hij wel degelijk de verwachte is.
Dat Johannes niet tevergeefs zijn hoop op Jezus heeft gesteld.

Als de boden bij Jezus komen, is Jezus bezig met zijn werk, zijn missie:
Genezing van zieken, verlamden die kunnen lopen,
boze geesten die verdreven worden, blinden die zien
Hij voegt er nog aan toe:
doden worden opgewekt en armen krijgen het evangelie te horen.

Kijk en luister – laat het op je inwerken wat er gebeurt.
Dat is het antwoord aan Johannes.
Wat is dat nu voor een antwoord?
Waarom zegt Jezus niet gewoon: “Ik ben het!”?
Waarom een antwoord door middel van de daden?
Omdat Jezus uit zijn daden is te kennen.
Zijn daden zijn het teken dat Hij het is.

Die genezingen niet zomaar zijn, niet zomaar wonderen.
Uit het Oude Testament is bekend dat men een ziekte kon ervaren als een oordeel,
waarbij God afwezig is en men een grote afstand tot God ervaart.
Nu zullen we dat niet zo snel meer zeggen, gelukkig,
maar ook vandaag de dag kan iemand die ziek is een grote afstand ervaren,
overvallen worden door vragen: waarom moest dit zo
en God op een grote afstand ervaren worden.
Kan de twijfel je overvallen: is dit nu Gods weg die ik moet gaan. Waar is Hij?

Wat zei diezelfde profeet die Johannes als wegbereider aankondigde?
Onze ziekten heeft hij op zich genomen, ons leed heeft hij gedragen.
Het klassieke avondmaalsformulier geeft daar een betekenis aan,
die de diepte raakt van wat Jezus als antwoord aan Johannes meegeeft:
Hij heeft de oorzaak van onze eeuwige armoede en honger op zicht genomen.
Het is niet de tijd van Gods oordeel, maar de tijd van Zijn heil,
waarbij al het verbrokene wordt geheeld,
waarbij de zonde vergeven wordt
en het oordeel van God gedragen – door Jezus zelf.
ezus’ weg op aarde anders dan verwacht: degene die gekomen is:
God komt in
Christus niet om aan onze verwachtingen te voldoen,
maar om vergeving van zonden te brengen en Gods wil te doen.

Het gaat wel erg makkelijk bij Jezus.
Ja, omdat Hijzelf in dat oordeel gaat, dat oordeel draagt,
gedoopt wordt in het vuur van Gods oordeel.
Later zal Jezus het zeggen, als Hij op weg is naar Jeruzalem:
dat Hij gekomen is om het vuur op aarde te brengen.
Dat oordeel is niet weg,
maar Hij voegt er aan toe: ik moet met een doop gedoopt worden
en die doop beklemt mij, totdat die is volbracht.
Jezus valt Johannes ook niet af.
Ook al waarschuwt hij Johannes, dat hij niet over Jezus moet vallen.
Dat werk van Johannes is een belangrijk werk geweest.
Een nieuwe Mozes was Johannes, die het volk uit de slavernij van de zonde moest leiden:
Een engel, een bode die voor jullie uitgezonden is,
zoals in de woestijn de weg gewezen werd voor het volk om in Kanaän te komen.
Een Elia, die eerst komt.
Johannes erfde de staf van Mozes en de mantel van Elia.
Zo wees Johannes jullie de weg naar God.

Het gaat bij Jezus wel gemakkelijk, zou je kunnen denken.
Maar of nu het oordeel aangekondigd wordt of de genade ruimhartig uitgedeeld
beiden zijn geen garantie voor geloof.
Het is niet zo, een sterke oordeelsprediking de mensen sneller bij God brengt.
Want ook bij een oordeelsprediking kunnen mensen voor de vorm geraakt zijn,
zoals de mensen bij Johannes kwamen om zich te laten dopen
en toen wel dachten dat ze klaar waren.
En ook de boodschap van de liefde van Jezus, van Zijn genade,
Daar kunnen de mensen aan voorbij gaan.
In beide gevallen kun je op een afstand blijven staan,
niet aangeraakt, onveranderd blijven.


Net als bij de kinderen, die een spel spelen.
Daar hoor je bij mee te doen.
Zoals mijn zoon elke dag komt vragen: een potje stratego, een potje rummikub?
Zoals een van mijn dochters naar mij toekomt en met me wil dansen.
Kinderen willen dat je in hun spel meedoet
en als je niet meedoet, ben je spelbreker.
Het is niet leuk als ik als vader niet meedans,
de kans op een potje stratego afsla.
Waarom blijf je bij een spel op een afstand? Waarom doe je niet mee?
Het is niets voor mij. Geen tijd. Nu niet, later.
We hebben op de fluit gespeeld en je hebt niet gedanst.
We hebben een klaaglied gezongen, maar je wilde niet verdrietig zijn.

Dat is het menselijk hart: dat kan onbewogen blijven bij wat God doet.
Of dat nu een scherpe oordeelsaankondiging is,
een krasse oproep je leven te radicaal te veranderen
of een vreugdevolle uitnodiging om mee te doen – je kan onbewogen blijven.
Maar dan doe je niet mee: niet mee met Jezus en deel je niet in Zijn redding,
dan is je oordeel niet weggedragen.

Zalig die aan Jezus geen aanstoot neemt,
Zalig die niet op een afstand blijft staan, maar gaat
Het is gemakkelijk om te blijven staan, op een afstand,
als een volwassene die geen zin heeft in kinderspelletjes,
als een mens onbewogen onder Gods oordeel,
onaangedaan door zijn blijk van liefde in zijn zoon Jezus Christus.
Zalig wie gehoor geeft en meedoet,
in Jezus een nieuw leven begint. Werkelijk nieuw, weggeroepen uit de zonde
en vergeven en de weg van Jezus gaat
ook in je dagelijkse bezigheden –  net zo concreet als Johannes deed.
Amen

Craig S. Keener – Mijn leven als Hosea

Craig S. Keener – Mijn leven als Hosea
(vertaling)

De meeste mensen kennen mij als nieuwtestamenticus. Om het lezen van de Bijbel in balans te houden, wijd ik mij tijdens mijn stille tijd vooral aan het lezen uit gedeelten uit het Oude Testament. Op een bijzonder diepe manier heb ik God ontmoet tijdens het lezen van profetische boeken als Jeremia en Hosea. God heeft zijn volk bestemd om een intieme relatie met Hem te hebben, een verbondsrelatie die in de Bijbel wordt vergeleken met een huwelijk.

In Hosea horen wij Gods gebroken hart, zijn verlangen naar het volk van zijn verbond, dat Hem vaak ontrouw was. Ze keerden zich daadwerkelijk tegen Hem, de enige die hen echt hielp (Hos. 13:9). God uitte zijn klacht via de profeet Jeremia: Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zich bakken uit te hakken, lekke bakken die geen water houden (Jeremias 2:13).
God blijft echter in zijn toorn nog trouw aan Israël. In zijn jaloerse liefde verklaarde God dat Hij hen zou ontdoen van alles wat waarde had, de geschenken die zij ten onrechte toeschreven aan de afgoden. Op die manier zou Hij ze leren om alleen van Hem afhankelijke te zijn. (Hos. 2:8-13)
Gegrepen door Gods liefde hield ik een van mijn eerste preken – ik was nog student – over Hosea 11:8. Hier, tussen alle oordeelsaankondigingen door, klinkt de stem van Gods liefde: Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm, u uitleveren, Israël? Hoe zou Ik u prijsgeven als Adama, met u doen als Zeboïm? Adama en Zeboïm waren steden, die net als Sodom en Gomorra, waren omgekeerd vanwege Gods toorn (Deut. 29:23). God wil Israël niet behandelen als deze steden en daarom roept Hij uit: Mijn hart keert zich in Mij om, al Mijn medelijden is opgewekt. God kiest om Zijn oordeel en toorn in eigen persoon tegen te houden en belooft zelfs zijn volk uit de ballingschap uit te leiden. (Hosea 11:8-11)
Gods liefde voor zijn ontrouw volk wordt concreet gedemonstreerd in Hosea’s huwelijk met een ontrouwe vrouw. (Hosea 1:2) Hosea scheidt van haar vanwege haar ontrouw. Daarmee laat hij Gods oordeel over Israël zien (Hosea 2:1-3). Hoewel exegeten betwijfelen of Hosea zijn vrouw, die hem ontrouw was, weer terugnam, geloof ik zelf dat hij dat deed. Hij wilde op die manier laten zien dat Israël zal worden hersteld.  

Nadat ik mijn studie had afgerond, voerde ik een toneelstuk op, gebaseerd op het verhaal van Hosea. Ik deed dat telkens weer als ik lesgaf over dit boek. Wat ik nooit kon bevroeden, was dat een deel van Hosea’s verhaal mijn eigen verhaal werd.

In het laatste semester van mijn seminarie, begon mijn vrouw over een afscheid van God. Haar gedrag veranderde snel. In mijn gebeden ervoer ik dat God mij vertelde dat zij ontrouw was. Ik was in de veronderstelling dat dit inhield dat zij God ontrouw was. Maar toen zij en de echtgenoot van haar beste vriendin samen een weekend weggingen, realiseerde ik de afschuwelijke waarheid. Toen ze terugkwam, deelde ze mee dat ze bij me wegging en zou trouwen met de echtgenoot van haar beste vriendin.
De twee dingen die mij in die tijd het meest bezighielden waren mijn huwelijk en mijn predikantschap. Voor mijn gevoel waren beide nu verbroken, zonder hoop op herstel. In die tijd bood mijn kerkgenootschap weinig hoop voor degenen van wie het huwelijk stuk liep. (Gelukkig zijn de regels inmiddels veranderd.)
Ik was wanhopig. Ik voelde niet meer Gods aanwezigheid. Ik kon niet meer bidden. Alleen nog maar steeds de naam van Jezus herhalen. Jarenlang had ik een geheime angst: dat als mijn geloof en mijn ervaring van Gods aanwezigheid verbroken zouden zijn, ik zou terugvallen in het atheïsme van mijn jeugd. Nu was ik te gebroken en afgestompt om iets te voelen. Ik had het nodig dat er mensen om mij heen waren die mij voedden met hun wil om te leven. Toch kon ik op de een of andere manier niet twijfelen aan God en zijn aanwezigheid.

In een nacht waarin ik niet kon slapen, ging ik naar buiten om te wandelen. Een politieagent hield mij tegen. Hij was door iemand ingeschakeld die een verdachte man zag rondlopen in de buurt. Ik verontschuldigde mij en vertelde hem dat ik niet kon slapen omdat mijn vrouw bij mij weggegaan was. Ik zag in de ogen van de agent zijn medelijden. Hij zei: ‘Loop maar verder. Ik heb dat vorig jaar doorgemaakt.’
Terwijl ik daar liep en bad, voelde ik dat God door mijn verdoving heen kwam. Hij zei: ‘Mijn kind, je vrouw heeft jou – net als de vrouw van Hosea – niets anders gedaan dan dat mijn volk mij steeds aandoet. Dag en nacht roep ik hen, zodat ze mij gaan liefhebben.  En dag en nacht gaan ze op dingen in waar ze meer van houden dan van mij.’
Mijn eigen pijn hielp mij om duidelijk Gods hart te ervaren. Hij houdt van ons, meer dan we ons kunnen voorstellen. Zijn hart is gebroken vanwege degenen die hem hebben afgewezen, vanwege degenen die kozen voor de kortdurende pleziertjes in plaats van het eeuwige plezier van het kennen van God. Zijn toorn die door de boodschap van de profeten heen klinkt, is niets anders dan het leed van een bedrogen en diep gekwetste echtgenoot. (Hos. 1:6-3:5)
Op een dag bezocht ik een evangelicale gemeente van de presbyteriaanse kerk (PCUSA). De predikant gaf onderwijs vanuit het boek Hosea. Ik deelde hem mijn hoop mee, dat het mijn verhaal zou eindigen als het verhaal van Hosea. Maar deze predikant waarschuwde mij terecht dat God wel eens een ander eind van mijn verhaal had bedacht.
Na 2,5 jaar voerde mijn vrouw de echtscheiding door. Zij trouwde met de echtgenoot van haar vriendin, waarna ik mijn hoop op terugkeer moest opgeven. Ik gaf naar hen beiden aan dat ik van hen hield en hen vergaf. Hoe zou ik niet kunnen vergeten, als ik zelf voortdurend Gods trouwe en onvoorwaardelijke liefde vergeet en toch door door hem vergeven wordt?

Totdat zij de scheiding doorvoerde, deed ik alles om de scheiding te voorkomen. Omdat ik wanhopig bezig om ons huwelijk te helen en bezorgd was voor het geestelijk welzijn van mijn vrouw, was ik bereid om alles te doen om ons huwelijk te herstellen. Zolang ik hoop had dat zij terug zou keren, was ik bereid om de pijn van de afwijzing te verdragen. Ik was niet altijd hoopvol gestemd en soms wilde ik dat mijn leed voorbij was.
Ik realiseerde mij dat God meer geduld kon opbrengen dan ik. Toch suggereert de Bijbel dat er voor God een point of no return is. In zijn oneindige liefde koos God ervoor zijn Zoon te sturen om de pijn van het kruis te lijden. Hij wilde niet de pijn van de eeuwige vervreemding verdragen. Toch blijven mensen volharden in de afwijzing van Gods liefde. Daarom geeft God hen uiteindelijk over aan de scheiding waar zij voor kozen.
Als gelovigen hebben wij het kruis niet afgewezen. Maar soms zijn we net zo ontrouw aan God. Hij verlangt een intiem vertrouwen. Maar vaak gaan we het geluk van deze wereld achterna in plaats van ons met alles wat we hebben en zijn aan God te verbinden. Soms lijken we meer kleuters dan opgevoede kinderen. We roepen God aan als we hem nodig hebben, maar vergeten dat Hij gepassioneerd van ons houd en dat Hij een dynamische relatie met ons wil, die vergelijkbaar is met een huwelijk. Soms kunnen we zelfs in onze religieuze activiteiten uit het oog verliezen wat er echt toe doet. Als gevolg daarvan falen wij in onze wederliefde tot Hem en de naaste, op de manier zoals God doet.

God is geduldig en trouw. Hij voedt om te groeien. Maar soms hebben wij, net als het volk Israël, nodig dat Hij ons leven op orde brengt (disciplineert), zodat we weer op Hem gericht zijn. Als God ons afneemt wat wij waardevol vinden, is dat omdat Hij van ons houdt en ons wil leren om te waarderen wat er echt toe doet.
In de tijd van mijn scheiding was ik bang dat mijn eigen leven voorbij was. Ik voelde mij waardeloos voor het Koninkrijk van God. Een christelijk echtpaar verbrak zelfs het contact met mij. Zij verklaarden dat het weggaan van mijn vrouw een teken was van Gods oordeel over mij.
Toch leefde in mijn hart de overtuiging dat God mij wilde laten zien dat Hij mij liet dienen, ondanks mijn twijfel over mijn nut voor God. Ik bleef mensen tot Christus leiden. Ik leerde mijn studenten om discipel te zijn, in afwachting van de roeping die God volgens mijn overtuiging mij opdragen had. God liet ook merken, dat hij mijn nood zag. Vaak op een ongedachte wijze.
Nu, drie decennia later, ben ik God dankbaar dat Hij mij door deze moeilijke periode heen leidde. Hij was zo genadig om mij toch te gebruiken in zijn dienst. Een korte tijd als predikant, maar vooral in het onderwijzen en schrijven van boeken.
Geregeld verwaarloos ik Gods liefde. Toch herinnert Hij mij steeds aan zijn liefde en trekt Hij mij weer naar zich toe. Het is moeilijk om te begrijpen waarom iemand in staat is om Gods liefde te ervaren en toch niet geheel in de liefde tot Hem opgaat. Zelfs te midden van onze gebrokenheid – juist te midden van onze gebrokenheid – is zijn trouw liefde aanwezig. Dat is ook de boodschap die Hosea bracht. De God met het gebroken hart, wiens liefde eeuwig is, gaat achter ons aan. Tot op Golgotha.

Craig S. Keener
Keener is Hoogleraar Biblical Studies aan het Asbury Theological Seminary en auteur van talloze toonaangevende boeken op nieuwtestamentisch terrein (waaronder een aantal omvangrijke commentaren op boeken uit het NT).
Bron: http://www.christianitytoday.com/ct/2016/january-web-only/my-real-life-hosea-story.html

Een lied voor onze kinderen in het bijzonder te zingen

Een lied voor onze kinderen in het bijzonder te zingen
Melodie: Slane (“Be Thou My Vision”)

U, onze Schepper, die ons in leven riep
en ons gezegend, begenadigd schiep,
geeft ons, uw kinderen, op uw toekomst gericht
op onze weg uw genadig aangezicht.

Jezus, voorbeeld voor onze gehoorzaamheid,
Schenk mij uw vrijheid en geloofwaardigheid.
Uw wil is de regel in ons huis.
Zo willen wij leven, dragend uw kruis.

Christus, vol eenvoud, leerling wil ik zijn.
Leer mij om voor anderen een naaste te zijn.
Door anderen te geven van uw overvloed aan mij.
Maak daarom van hebzucht mij vrij.

In onze wereld heersen oorlog en geweld,
de kracht van onze haat, de macht van het geld.
Geef ons uw liefde en bewogenheid,
kracht om te strijden voor vrede, gerechtigheid.

Jezus, voor mannen en vrouwen een vriend
Geef dat ieder uw pure liefde vindt.
Niet de lichtzinnigheid van onze maatschappij,
niet mijn drift, maar uw heilige wil voor mij.

Heilige Geest, vervul ons geheel,
zodat wij vol overgave luisteren naar uw wil.
Als wij keuzes maken, help ons ermee.
Geef ons trouw, wijsheid, hoop en vreugde mee.

Drie-enige God, vol goedheid, mijn hoop,
geef dat ik nooit andere wegen beloop
dan die u voor mij kiest. Maak mij altijd
vol geloof, liefde en hoop, bereid.

Een provisorische vertaling van:

A Song Especially for Our Children to Sing

God of creation, you brought us to birth,
gifted us with all the blessings of earth.
Now as your children with futures to face,
we turn to you, Lord, wholly seeking your grace.

Jesus, you modeled obedience. May we
live in your freedom and serve faithfully,
choosing your will, even bearing a cross.
Suffering for your will not ever be a loss.

Christ, you lived simply; equip us to give
from our abundance so others may live.
Teach us to share what we have gen’rously
with all the needy, whereso’er they may be.

In our world raging with violence and war,
fill us with love as we work to restore
justice, equality, mercy and peace
that all the hatred between people may cease.

Jesus, to both men and women a friend,
chastely you loved them; now help is transcend
wanton confusions our culture displays.
Help us live purely throughout all our days.

Come, Holy Spirit, abide with us still.
Grant us your guidance to live out hour will.
Amid life’s choices aid us to employ
trust, courage, wisdom, faithfulness, hope and Joy.

Trinity, gracious, empow’r us to do
what your design for us all our life through.
May what our future brings teach us anew
that we, your children, are beloved to you.

Marva J. Dawn,
Is It a Lost Cause? Having the Heart of God for the Church’s Children (1997) 127-128.

Preek zondag 17 januari 2016

Preek zondag 17 januari 2016
Lukas 11:14-26

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Heere heeft ons geschapen met een mond, met een tong, een stem.
Een stem om de Heere te loven, tot Hem te bidden
en tegen Hem te zeggen wat er in ons omgaat,
om antwoord te geven op Zijn boodschap.
Wat zouden we zijn als we geen stem zouden hebben?
Wat zouden we zijn zonder tong en mond?

De Heere heeft ons geschapen met een mond, een tong, een stem,
zodat we ook met elkaar kunnen praten
en daardoor kunnen we contact maken en jezelf kunt voorstellen.
Waarmee je de weg zou kunnen vragen:
‘Hallo, ik ben nieuw hier, zou je mij kunnen vertellen hoe ik in dat lokaal kom?’
Omdat we een stem hebben, kunnen we de ander helpen

door te vertellen hoe hij dan moet lopen.
Doordat we kunnen praten, kunnen we een vraag stellen:
‘Zou jij mij even kunnen helpen?’ ‘Kun je de boter even aangeven?’
‘Ben jij ook nieuw hier?’ ‘Kan ik je wat te drinken aanbieden?’
Doordat we kunnen praten kunnen we vertellen, wat er in ons omgaat:
‘Heb je even tijd. Ik moet je wat vertellen.
Dat van gisteren. Dat bedoelde ik niet zo.’
‘Weet je, ik denk nog steeds aan die ene opmerking van jou.’
‘Ja, er is iets aan de hand, maar hoe moet ik dat nou uitleggen?’

Wat zouden we zijn als we geen stem zouden hebben?
Wat zouden we zijn zonder tong en mond?

Aan onze mond, tong, stem kunnen we zien,
dat God ons heeft gemaakt om contact te leggen,
mensen die een relatie aangaan, met God, met onze naaste,
om God te dienen en de naaste als onszelf.

Het lijkt zo gewoon,
maar dat is het niet
en dat besef je pas als je niet meer kunt praten.
Want wat mis je als je niet meer kunt praten?
Je kunt niet meer een gevatte opmerking tussendoor maken,
waardoor anderen zouden kunnen merken hoe leuk je bent.
Je kunt geen vragen meer stellen.
Je kunt niet vertellen waar je aan denkt of hoeveel je aan iemand denkt.
Je wordt afhankelijk van de ander,
of die aanvoelt wat je wilt of wat er in je omgaat.
Je kunt niet meer je mening geven als die afwijkt van de anderen.
Je bent niet meer in staat om God te loven, om voor Hem te zingen.
Bij de man die door Jezus werd genezen ging het om een demon,
een kwade geest, die ervoor zorgde dat de tong blokkeerde,
die ervoor zorgde dat de man niet kon spreken, zich niet kon uiten.

In de kwade geest, die de man het zwijgen oplegt, zijn tong blokkeert,
zien de wat het doel van de duivel is:
om communicatie te verstoren, de communicatie die voor mensen wezenlijk is
en die door de Heere aan de mensen als mogelijkheid is gegeven.
De naam van de duivel is verstoorder.
Hij heeft er plezier in om wat je hebt opgebouwd, omver te gooien en kapot te maken.
De contacten die je met anderen hebt,
het beeld van jezelf,
het leven met de Heere.
Dat is bij de man die daar bij Jezus is ook aan de hand.
De man is gevangen in een macht, door een kwade geest.
Zodat deze man God niet kan loven en dienen
en weinig met zijn naasten kan.
Als er in de verhalen rondom de Heere Jezus sprake is
van het optreden van de duivel, van demonen die over iemand de macht nemen,
kunnen we daar aan zien op welke manier zij het werk van God willen verstoren,
het werk van God willen raken in een belangrijke kern.
Onze mond is dus van groot belang om God en de naaste te dienen.
De duivel heeft dat wellicht nog wel meer door dan wij,
dat we onze mond vooral op die manier moeten gebruiken.

Waar Jezus komt, daar zal de nacht verdwijnen, zingen we wel eens
en dat gebeurt bij de man, die door die kwade geest niet kan spreken.
Het wordt sober verteld.
Er wordt niet verteld hoe dat gebeurt en op welke manier, welke technieken.
Alleen dat Jezus die kwade geest uitdrijft.
De macht moet verdreven worden en Jezus heeft die macht om dat te doen.
De macht die de tong gevangen hield, kan niet tegen Jezus op.
Ik kwam tegen dat het uitdrijven van deze kwade geest,
zodat de tong weer in staat is om God te loven en God in gebed aan te roepen,
een herinnering is aan de doop.
Wat er met deze man gebeurde door de kracht van Christus
is met u en met jou in de doop gebeurd.
De kwade geest moest in Jezus de meerdere erkennen en moest de man verlaten.
In plaats van die kwade geest werd Christus de Heer van deze man.
In de doop vindt dezelfde wisseling plaats:
de macht van de duivel over u is gebroken
en je bent onder de heerschappij van Christus geplaatst.
Het is een betekenis van de doop die wellicht niet zoveel aandacht krijgt,
maar de doop heeft ook de betekenis dat alle kwade machten die er zijn
en die je kunnen knechten, gevangen kunnen houden,
kunnen belemmeren om God te dienen,
gebroken zijn door de kracht van Jezus
en dat je in staat gesteld wordt om je tong, je mond weer te gebruiken
om God en de naaste te gebruiken.
In de doop is je tong, je mond, je stem weer losgemaakt, bevrijd.

Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden.
– Het staat er kort voor.
Jezus maakt het mogelijk dat je kunt bidden, dat je kunt zoeken en kunt kloppen.
Dat laat zien wat de Heere Jezus kwam doen:
de macht van de boze te verbreken, om ons, om u, jou en mij vrij te maken,
niet meer in de macht van de duivel, maar vrij om God te kunnen dienen.

Je zou denken dat de mensen om Jezus heen enthousiast zijn en opgewonden
en anders op z’n minst dankbaar dat iemand vrij werd van de boeien van de duivel.
Een bemoediging en versterking voor het geloof,
want in zo’n gebeurtenis kun je toch zien dat God aan het werk is.
Dat Hij zich in het optreden van Jezus laat zien,
dat er iets zichtbaar wordt van God zelf, van Zijn koninkrijk.

Dat het feest dat er in de hemel is vanwege die man
die vrij komt uit de boeien van de duivel
ook op aarde wordt gevierd.
Maar nee.

Het wordt afgedaan als een truc van de boze zelf.
Beëlzebul, de vorst, de aanvoerder van al die kwade geesten.
Die maakt zich door Jezus bekend.
Jezus is niet de Zoon van God, maar een gezant van de kwade genius.
Je vraagt je af wie er erger aan toe is:
de man toen hij nog in de macht van de duivel was
en wiens mond en tong gebonden was
of deze mensen die niet willen zien dat in Jezus God zelf aan het werk is.
Misschien hebben ze die man die niet kon praten wel beschouwd als een stumper.
Het Griekse woord voor ‘stomme’ heeft ook de betekenis  van ‘stumper’, ‘simpele ziel’.
Over vooroordelen gesproken, die je ook nu nog hoort van mensen
die een lichamelijke handicap hebben: die in een rolstoel zitten,
die doof zijn of blind,
dat ze geestelijk niet voor vol worden aangekeken,
maar behandeld worden als iemand die nauwelijks verstand heeft.
Misschien hebben ze wel op hem neergekeken.
Ik ben blij dat ik niet zo ben.
Je zou dat maar hebben. Je zou maar zo zijn.
Maar waren zij er uiteindelijk niet slechter aan toe,
omdat zij Gods werk in Jezus niet wilden erkennen?

Sommigen vragen zelfs, nadat Jezus die kwade geest had weggejaagd
en de tong van de man had losgemaakt, nog om een teken, een teken van Godswege.
Laat maar zien dat je van God komt, dat je door God gestuurd bent.
Hoe zou Jezus moeten laten zien dat Hij door God gestuurd is,
Gods eigen Zoon, op aarde gekomen om Gods wil uit te voeren.
Hoe zou Jezus moeten laten zien, als ze Zijn macht niet willen zien.
Er is geen ander teken te geven, dan de man die eerst niet kon spreken
maar nu Gods lof kan bezingen, kan spreken, kan getuigen.
En het echte teken dat komt nog: als op Golgotha een kruis staat,
als Jezus sterft en begraven wordt, als Hij opstaat uit de dood
– dan zullen ze kunnen zien, dat Hij door God gestuurd is.
Dat is het teken.
Aan het kruis en aan het lege graf – daaraan is te herkennen
wat Gods wil is en waarom Jezus moest komen
en dat God door Hem werkte.
Maar hier in wat Jezus nu reeds doet, nog voor Zijn kruis en opstanding,
wordt al iets zichtbaar van de macht van Jezus.

Christus heeft een extra reden om aan te geven,
dat Hij niet van de duivel afkomstig is.
Want hoezeer het werk van de duivel is om alles te verwoesten en overhoop te halen,
hij zal niet zijn eigen werk onderuit halen.
Sterker nog, als de duivel zou weten dat hij aangevallen zal worden,
voert hij de verdediging op.
De gelijkenis van de sterke man die zijn woning, zijn domein bewaakt, gaat over de duivel.
Hij wil niemand kwijt.
Hij wil de controle over iemand blijven houden.
Hij laat iemand niet gaan.
Hij vertrouwt op zijn eigen wapenrusting

… alleen als er Iemand is die sterker is, die zijn wapenrusting afneemt,
hem uitschakelt en overmeestert.
En dat is wat jullie net hebben gezien,
dat de duivel niet zichzelf uitdrijft als een listige truc
om jullie voor de gek te houden en te verleiden.
Maar jullie zien dat er iemand gekomen is, die sterker is dan de duivel en zijn macht.
De sterkere.
Ons staat de sterke Held ter zij,

die God ons heeft verkoren.

Vraagt gij zijn naam? Zo weet,

dat Hij de Christus heet,

Gods eengeboren Zoon,

verwinnaar op de troon:

de zeeg’ is ons beschoren!

Dat is de troost, de houvast die er in Christus is,
dat hoe sterk de satan ook is en hoezeer hij alles kapot maakt
en hoezeer hij mensen in zijn macht kan hebben,
dat er Iemand is die sterker is: Jezus, Hij is Heer.
Hij heeft de overwinning behaald op die sterke macht
die ons in de greep kan houden.
Wat Jezus doet voor de man die eerst gevangen gehouden werd, bied hoop.
Christus is de sterkere, de overwinning is aan Hem.

Daarom is het een opdracht om dicht bij Jezus te leven.
In Zijn bescherming.
Want Hij zal u redden van de strik van de vogelvanger,
Hij zal u beschutten met Zijn vlerken en onder Zijn vleugels zult u bescherming vinden.
Hoezeer de duivel je ook probeert aan te vallen,
bij Jezus ben je veilig en beschermd
en die bescherming is ook nodig.
Want de duivel blijft op zoek naar je zwakke plek.
Zolang je bij de Heere Jezus blijft, in Hem je steun vindt, mag je je beschermd weten.
Hoe zwaar je ook aangevallen wordt.
Maar zodra we die bescherming weer verlaten
kunnen we een prooi worden.
Want zonder Jezus zijn wij wel de zwakkere.

Daarom is er bij de doop dat gebed:

 

Wij bidden U ook door Hem, Uw geliefde Zoon,
dat U dit kind door Uw Heilige Geest voortdurend wilt regeren,
opdat hij christelijk en godvruchtig zal leven en zal groeien in de genade en kennis van onze Heere Jezus Christus.
Geef dat hij zo Uw vaderlijke goedheid en barmhartigheid
die U hem en ons allen bewezen hebt, zal belijden
en in oprechte gehoorzaamheid
onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester Jezus Christus leven
en dapper tegen de zonde, de duivel en zijn hele rijk strijden en overwinnen.
Dan zal hij U en Uw Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest,
de enige en ware God, eeuwig loven en prijzen.

Dat is voor u, voor jou gebeden toen je werd gedoopt
en niet zomaar, maar om je in de bescherming bij Christus te brengen.
Dat hebben wij, dat heeft de gemeente voor u, jou gedaan.
Wat doe je zelf in de strijd?
Geef de duivel niet opnieuw de macht over je leven,
want je raakt je vrijheid kwijt
en ook je levensdoel om God groot te maken en je naaste te dienen.
Leef daarom elke dag dicht bij de Heer.
Amen

 

Preken in beelden – deel 1

Preken in beelden – deel 1

De preekvoorbereiding levert een ‘mooie rotzooi’ op: informatie uit de exegese, overwegingen uit de Bijbelse en systematische theologie, gedachten over wat er in de gemeente en in de maatschappij leeft. Hoe kan een predikant van die ‘mooie rotzooi’ een goed opgebouwd, verantwoord en artistiek uitdagende preek maken?

Het verzamelen van informatie kan hard werken zijn, maar kan wel volgens een methodisch gestructureerde werkwijze. Doordat de opbouw en de uitwerking van de preek een beroep doet op de creatieve kant van de predikant kan hij tijdens deze fase van de preekvoorbereiding veel minder methodisch werken.

Er zijn wel pogingen gedaan in de homiletische discussie om hier wat structuur en methodische werkwijze aan te bieden. Er wordt voorgesteld om voor de opbouw en uitwerking een boodschap (theme sentence, focus) en een doel (goal statement, function) te verwoorden.

beeld of scène
Volgens Peter Jonker, predikant van de LaGrave Avenue Christian Reformed Church, prikkelen deze opgestelde boodschap en  doel zelden de creativiteit, die een predikant nodig heeft bij de opbouw en uitwerking van de preek. Een predikant wordt zelden zelf geïnspireerd door zijn geformuleerde boodschap en doel. In zijn boek Preaching in Pictures stelt hij daarom voor om naast de boodschap en het doel ook een evocatief beeld of een evocatieve  scène te bedenken, die bepalend is in de preek. Dit beeld of deze scène prikkelt een predikant om aan zijn preek te werken.
In zijn boek Preaching in Pictures wil hij enkele handvatten aanreiken, waardoor de predikant tijdens het proces van preekvoorbereiding methodisch en gestructureerd kan werken gedurende de creatieve fase.

 

preaching-in-pictures
Script van de preek: de 4 pagina’s
Jonker werkt met de 4 pagina’s van de preek, zoals die door Paul Scott Wilson zijn geformuleerd. Deze 4 pagina’s bevatten het script van de preek, zoals een film ook een script bevat. Aan de hand van dit script dient de predikant de preek voor zich te zien als een film die voor zijn ogen afspeelt. De eerste pagina verbeeldt de trouble (nood, zonde, gemis) in de Schrift. Op de tweede pagina wordt verbeeld hoe die trouble overeenkomt met trouble in onze eigen tijd. Tijdens deze twee eerste pagina’s wordt het menselijk handelen (of zo nodig tekortschieten) verbeeldt. Op de laatste twee pagina’s is de aandacht voor wat God doet. Allereerst Gods handelen in het Bijbelgedeelte (pagina 3) en vervolgens analoog daaraan Gods handelen in het heden (pagina 4). Deze pagina’s vormen gelijk de opbouw van de preek, waarbij de predikant zonodig kan variëren met de volgorde van de pagina’s.

Om de predikant te helpen geconcentreerd te blijven tijdens de preekvoorbereiding en de uitwerking van de preek geeft Wilson een focus:

  • Eén tekst (Text)
  • Eén boodschap van de preek (Theme Sentence)
  • Eén dogmatische locus (Doctrine)
  • Eén zorg of vraag in de gemeente (Need)
  • Eén beeld dat in de preek op alle pagina’s kan terugkomen (Image)
  • Eén concrete aanwijzing voor het handelen (Mission)

    Met als ezelsbruggetje: The Tiny Dog Now Is Mine.


Een bepalend beeld of een bepalende scène kan op alle pagina’s terugkomen.

In de leer bij poëten
De predikant is niet de enige die op een creatieve manier met beelden en verbeelding werkt. Schrijvers en dichters werken vaak heel nauwkeurig met beelden en verbeelding. Een predikant kan veel van hen leren als het gaat om de creatieve verwerking van beelden in een tekst. Ook schrijvers en dichters verzamelen een ‘mooie rotzooi’ voordat zij aan het daadwerkelijke schrijven gaan. Dat verzamelen van de informatie is een wezenlijk onderdeel van het schrijfproces.

Waar begint een dichter? Het is een reis, zoals dichter Robert Frost verwoordde, van  verrukking naar wijsheid. Hij begint allereerst bij de observatie. Vaak van alledaagse voorwerpen of gebeurtenissen. Zij observeren die gebeurtenissen of voorwerpen tot zij er een diepere betekenis in zien. Nauwkeurig bestuderen en analyseren zij die gebeurtenis of voorwerp, totdat ze meegenomen worden in een soort verrukking waardoor het hen opvalt wat dat voorwerp of die gebeurtenis aan diepere waarheid wil laten zien. Daarbij waken zij zich ervoor, dat ze abstract gaan formuleren. ‘Go in fear of abstractions’, gaf Ezra Pound als regel mee.

De predikant kan hiervan leren, dat hij steeds blijft bedenken dat abstracte theologische begrippen concreet, beeldend en met oog voor detail verwoord moeten worden.

In de leer bij beeldend kunstenaars
Schrijvers en dichters zijn niet de enige kunstenaars die met beelden werken. Vandaag de dag zijn er grote meesters van het creatieve, evocerende beeld actief in de wereld van reclame, mode en de film. Voor een predikant zijn deze meesters van het creatieve beeld misschien ongebruikelijke compagnons. Toch is het zinvol om hun werkwijze nauwkeurig te observeren:
(1) Het kan helpen om door te krijgen hoe kijkers met beelden gemanipuleerd kunnen worden.
(2) Het kan helpen om te bedenken hoe de predikant beelden die op consumptie gericht zijn kan tegenspreken met aantrekkelijke beelden.

De theoloog James K.A. Smith ging bijvoorbeeld na hoe reclamemakers werken. Zijn stelling is: De kerk is bezig om de nieuwe generatie een bepaald wereldbeeld aan te leren door leerstellige waarheden over te dragen en raakt daarbij het hoofd, terwijl de rest die de jongeren wil overhalen door middel van beelden hun harten te veroveren. Een voorbeeld dat hij daarbij geeft is de lingeriereclame van Victoria’s Secret, die 12jarigen aan de lingerie wil hebben.

Voorheen wierf de reclame door voor te houden dat het leven werd verbeterd als er een bepaald product werd aangeschaft. Tegenwoordig zijn alle producten zo goed als aangeschaft en suggereren de reclamemakers in de reclame een nieuw leven of een nieuwe wereld. In de reclame wordt aangestuurd op identificatie. Omdat voor elkaar te krijgen creëren reclamemakers in de reclame beelden en verhalen die aan een bepaald merk gekoppeld worden. In de reclame gaat het beeld aan het verhaal vooraf en roepen die beelden reeds impliciet een verhaal op.
In de preek vertellen predikanten vaak eerst de uitleg en geven daarna een illustratie. Peter Jonker daagt uit om de volgorde om te draaien:

  • Mits ze niet teveel voor de hand liggen, doen verhalen een beroep op de verbeelding.
  • Uitleg vooraf stuurt reeds de verbeelding.
  • Wanneer het affectieve vooraf gaat aan het cognitieve wordt het beter onthouden.


Een goed beeld of een goede scène dient wel in een geloofwaardig kader te worden geplaatst.

Hoe kan een bepalend beeld worden gevonden?
Een methode om een bepalend beeld te vinden is de methode van de lectio divina:
(1) Voorbereiding: stil worden, stilte opzoeken.
(2) Aandachtig lezen van een korte perikoop.
(3) Meditatie van die perikoop.
(4) Contemplatie van die perikoop.

Een andere methode is de werkwijze van dichters overnemen. Linda Gregg geeft haar leerlingen de opdracht om 6 dingen elke dag nauwkeurig te observeren. Toegepast op de preekvoorbereiding: schrijf alle voorwerpen of gebeurtenissen in een verhaal op en analyseer deze voorwerpen of gebeurtenissen over verschillende dagen nauwkeurig. Liefst in het echt, maar als dat niet kan via de verbeelding.
Werkwijze:
(1) Beschrijf op welke manier dit beeld of deze scène je zintuigen raakt.
(2) Beschrijf op welke manier het beeld of deze scène zich presenteert aan de gevoelens en emoties.
(3) Beschrijf op welke manier je met je verstand nadenkt en reflecteert op dat beeld of op die scène. Hoe denk je over wat je registreerde met je zintuigen? Hoe denk je over wat je voelde met je gevoelens en emoties?

Verbeeld een luisteraar
Daarnaast is het goed om het Bijbelgedeelte, de voorwerpen en de scènes vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Neem in je gedachten een van de kerkgangers en verbeeld hoe die reageert met zijn of haar zintuigen, emoties en gevoelens en verstand op de beelden en de scènes. Kies daarbij niet direct voor de hand liggende kerkgangers.

Een mooi voorbeeld hiervan is het boek Psalm 23 van Tim Ladwig, waarbij hij de regels van de Psalm verbeeldt aan de hand van ervaringen van enkele kinderen uit een Afro-Amerikaans gezin uit een voorstad in de VS.

Een ander mooi voorbeeld is een vrouw die in de dankdienst voor haar leven Psalm 16 wilde. De echtgenoot van deze vrouw was predikant. De man overleed jong en zij bleef achter met 3 jonge kinderen. Zij hertrouwde nooit, maar koos voor de opvoeding van de 3 kinderen. Dat kost niet veel moeite om dat te verbeelden: Een alleenstaande moeder, krap bij kas, die elke minuut van haar leven besteedde aan werk of aan de opvoeding van de kinderen, ligt alleen in het tweepersoonsbed. Ze kan niet slapen, maar ligt wakker en ze denkt aan de regels uit Psalm 16: De meetsnoeren zijn voor mij in lieflijke plaatsen gevallen (vers 6); Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven, zelfs ’s nachts onderwijzen mij mijn nieren (vers 7).

[Het laatste hoofdstuk gaat over beamergebruik in de eredienst. Dat is een ander chapiter en dat zal in een aparte blog aan de orde worden gesteld.]

N.a.v. Peter Jonker, Preaching in Pictures. Using Images That Connect. The Artistry of Preaching Series 3 (Nashville: Abingdon Press, 2015).

Separerende prediking

Separerende prediking

Vanuit de zorg dat binnen de gereformeerde gezindte de separerende prediking dreigt te verdwijnen, heeft ds. A. Moerkerken een boekje uitgegeven waarin hij het belang van de separerende prediking benadrukt.

Separerende prediking gaat ervan uit dat er in de kerkelijke gemeente twee soorten mensen zijn: degenen die bekeerd zijn en degenen die onbekeerd zijn. Separerende prediking is prediking die rekening houdt met deze tweedeling in de gemeente. Degenen die tot Gods volk behoren, de bekeerden, worden in de preek onderwezen, gesticht en vermaand. Degenen die nog onbekeerd zijn worden ontdekt aan hun doodse leven zonder God, worden gewaarschuwd en genodigd.

Staat en stand
In de gemeente is er dus een tweedeling tussen bekeerden en onbekeerden. De bekeerden zijn de levend en de onbekeerden zijn de dood. Dit is het onderscheid naar staat. Binnen de beide groepen, staten, zijn er verschillende onderverdelingen en nuanceringen mogelijk. Dat zijn de standen.

In separerende prediking verdedigt ds. Moerkerken de prediking en de leer van de Gereformeerde Gemeenten. Tussen de regels door is te merken dat er op zowel de prediking en de leer geregeld kritiek geleverd wordt. Daarom geeft ds. Moerkerken in het eerste deel een kort overzicht van de preekvoorbereiding. Daarmee geeft hij inzicht aan degenen die geïnteresseerd zijn of kritisch zijn. Tegelijk geeft hij collega’s tips met betrekking tot de voorbereiding en de opbouw van de preek. In het tweede deel wil hij de separerende verdediging vanuit de Schrift, de belijdenisgeschriften en de kerkgeschiedenis verdedigen.

Uitwerking
Over separerend preken wordt in het homiletische debat nauwelijks meer nagedacht. Daarom is het van belang de waarschuwende stem op te merken. Alleen de manier waarop hij de separerende prediking uitwerkt ben ik niet gelukkig.

Allereerst is het meer een pamflet dan een onderbouwde studie, meer een noodkreet dan een boek waarin je kunt vinden hoe een separerende preek wordt voorbereid en gehouden. Helemaal helder is het niet tegen wie hij zich richt. Karikaturen over de separerende prediking en over de prediking in de Gereformeerde Gemeenten wil hij weerleggen, maar houdt karikaturen over andere kerken levend. Wanneer hij bij zijn ‘echte punt’ komt, schakelt hij over op tale Kanaäns en verwijst hij door naar een boekje van prof. Wisse.

Hoe
Moerkerken baseert zijn boekje naast aanwijzingen uit de Nadere Reformatie ook op homileten als T. Hoekstra en K. Dijk. Hij laat hen uitgebreid aan het woord, terwijl hij op andere plaatsen in het boek de manier van preken in deze kerken bekritiseerd. Hoekstra en Dijk zijn de meest recente homileten die in dit boekje aan de orde komen. Moerkerken heeft de ontwikkelingen in de afgelopen halve eeuw niet verwerkt. Ik bedoel dat niet als verwijt, maar als gemiste kans. Want aan de ene kant zullen die ontwikkelingen er toe hebben bijgedragen dat de separerende prediking geen aandacht meer kreeg. Aan de andere kant kunnen die ontwikkelingen helpen om het hoe van de separerende prediking uit te werken:

Aandacht voor de hoorder
* Neem de aandacht voor de hoorder, die er vanaf de jaren’-60 is. De preek is niet gericht op mensen die in een dogmatische categorie zijn in te delen, maar op mensen van vlees en bloed. Dat wil niet zeggen dat een onderverdeling in standen onzinnig is. Bij het lezen van dit boekje bedacht ik dat zo’n onderverdeling in standen in de missionaire doordenking wel eens heel zinnig zou kunnen zijn. Waar het mij om gaat is dat in de preekvoorbereiding en het voordragen van de preek de predikant is gericht op de mensen, zoals die voor hem zitten en zijn preek aanhoren en verwerken.

De prediker als persoon
* Er is aandacht gekomen voor de prediker als persoon. De predikant is de eerste hoorder. Elke separerende preek heeft de prediker eerst op zichzelf toegepast. Slaat de prediker deze stap te snel over dan stelt de prediker zich boven de gemeente en wordt hij hoogmoedig. Alsof hij zonder enige zonde is. Wanneer de predikant zich echt laat aanspreken door Gods woord wordt de preek en de predikant authentieker.

Dynamischere preekvorm
* Er is aandacht gekomen voor  een andere preekvorm die veel dynamischer is. Veel gemeenteleden leven in een tijd waarin er veel geschakeld moet worden en waarin voorspelbaarheid al snel als saai wordt ervaren. In de New Homiletic zijn er dynamischer modellen gekomen, waarbij de gemeente meegenomen kan worden op een reis. Wie wil onderscheiden naar standen, zou zijn licht eens kunnen opsteken bij verschillende aanhangers van de New Homiletic.

Gevoeligheid voor taal
* Er is gevoeligheid gekomen voor taal. Woorden kunnen onbewust uitsluiten. Typeringen kunnen onbewust beschadigen. Woorden en uitdrukkingen dienen wel begrepen te worden. Separerende prediking zal vaak scherp zijn. Dat vraagt om een zorgvuldige analyse in de preekvoorbereiding of de gebruikte woorden en beelden wel door de beugel kunnen. Wat ik nogal eens terughoor, is dat preken niet begrepen worden of als heel scherp ervaren werden zonder dat er concrete aanleiding toe was.

Recht in de ogen
* Een predikant is niet alleen prediker, maar ook pastor. Wat de predikant in de preek aangeeft, moet hij in een gesprek één-op-één kunnen volhouden. De predikant dient de aangesprokene, de gewaarschuwde na afloop recht in de ogen te kunnen kijken, waarbij hij de ander blijft zien als een mens voor Gods aangezicht.
De praktijk van preken dient ook vanuit de pastorale gesprekken gevoerd te worden, waarbij de predikant oog en oor krijgt voor de verschillende nuances waarmee mensen hun verhaal, hun worstelingen en hun ‘standen’ vertellen.

Onderscheid der geesten
* Om separerend te kunnen preken is het van groot belang om onderscheid te kunnen maken tussen de geesten. In de preek gaat het niet om mijn waarheid, om mijn theologie, om mijn kerkvorm.  Steeds dient onderscheid gemaakt te worden mijn waarheid, mijn theologie, mijn uitleg en mijn kerkvorm weleens behoorlijk van de Bijbel kunnen afvallen. Kritiek vraagt dan niet allereerst om zelfverdediging, maar om zelfonderzoek.
Daarnaast is het van groot belang om geestelijk leven scherp te onderscheiden van psychische processen. Mijn ervaring is dat veel mensen deze thematieken nogal eens verwisselen. Ze vertellen over hun geestelijke ervaringen, terwijl het meer iets psychisch is. Dat psychische werkt dan wel door in de relatie met de HEERE, maar het is zaak om niet te snel met geestelijke verklaringen te komen.

Oecumene
* In de laatste decennia is er veel contact tussen de kerken onderling. De polemiek tussen kerken heeft steeds meer plaatsgemaakt voor het gesprek, een gesprek van hart tot hart voor Gods aangezicht. Daarbij komt naar voren dat de tegenstellingen vaak niet zo scherp zijn als men op basis van de leer zou vermoeden. In een preek mag een prediker niet meer zelf conclusies trekken uit de theologische visie van een ander. Want die ander kan wel eens een heel andere uitwerking geven dan verwacht. Concreet toegepast: waarschuwing tegen verbondsprediking of evangelicalisering kan alleen als men echt op de hoogte is van wat er zich in die kringen afspeelt. Kritiek op basis van vooroordelen mogen in de gemeente van Christus niet gehandhaafd blijven. (Zie de ontkenning op p. 81 waarbij Moerkerken van bepaalde Christus-prediking ontkent dat het Christus-prediking kan zijn. En ook p. 86 in zijn kritiek op Woelderink.)

Dialoog
* In de laatste decennia is er ook oog voor het gesprek met de gemeente. Hoewel de democratisering daar vaak de achterliggende gedachte is, is dit gesprek nog niet verkeerd. Want de ambten zijn dienstbaar aan de gemeente. In de Lutherse traditie is het ambt van Woord en sacrament aan de gehele gemeente opgedragen. Dit gesprek is niet bedoeld als eenrichtingsverkeer naar de predikant toe, waarbij de predikant wordt bekritiseerd of wordt voorgeschreven hoe hij dient te preken. Het is een gesprek waarbij de predikant kan luisteren hoe de gemeente leeft bij het Woord en meedenkt hoe dat Woord ingang in de gemeente vindt. Deze dialoog in de voorbereiding helpt de dialoog van de predikant tijdens de verkondiging.

Vooroordeel
Kan Moerkerken het volhouden dat er in andere kerken niet separerend wordt gepreekt? En zo ja, waar baseert hij dat dan op? Zelf kan ik nauwelijks de prediking van mijn directe collega’s bij houden. Laat staan dat ik kan volgen hoe er in andere kerken wordt gepreekt. In de kerk waar ik vandaan kom, de Christelijke Gereformeerde Kerken, werd er net zoals in het boekje van Moerkerken gestreefd naar een Schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Hoewel er van 3 verbonden uitgegaan, werd er wel degelijk gesepareerd. Het lijkt mij stug dat binnen de hervormd-gereformeerde kring, die meer verbondsmatig dachten over de gemeente, de waarschuwende prediking verdwenen is.
Doordat hij niet echt op de praktijk van vandaag de dag ingaat, wekt hij de indruk dat hij zich door vooroordelen laat leiden. Zo zou hij het zelf niet willen zien, vermoed ik. Daarom is het jammer dat hij niet helderder is over de praktijk. Separerende prediking schiet weinig op met omfloerst taalgebruik.

Wat ik vermoed is dat de context van de gemeente anders is en de verwoording van de boodschap is anders. Maar daarmee is de zaak nog niet verdwenen. Daar moet het gesprek verder over gaan: Wat is in deze tijd separerende prediking? Hoe bereid je als predikant die voor, waarbij er niet een bepaalde theologie wordt gediend, maar de Heer van de kerk en daarmee Zijn gemeente. Wat betekent dat voor het pastoraat en de houding van de predikant. Ds. Moerkerken legt een belangrijke zaak op tafel. Het gesprek daarover moet nog wel verder gaan.

N.a.v. ds. A. Moerkerken, Separerende prediking. Gedachten over de verkondiging van het Woord (Houten: Uitgeverij Den Hertog, 2015)

Preek zondagmorgen 10 januari 2016

Preek zondagmorgen 10 januari 2016
Bevestiging ambtsdragers
Lukas 10:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vanmorgen worden broeders bevestigd of herbevestigd als ambtsdragers. Mannen die in enige tijd geleden gevraagd zijn
en verschillende afwegingen gemaakt hebben
of ze het wel konden of moesten doen
en toch de stem van de Heere gehoord hebben,
de Heere die hen geroepen heeft om hier in de gemeente van Oldebroek werkzaam te zijn.
We nemen afscheid van 6 broeders die meerdere perioden gediend hebben als ambtsdrager.

God maakt gebruik van mensen
en eigenlijk is dat best bijzonder
dat de grote en heilige God mensen gebruikt om Zijn gemeente te dienen,
om voor Zijn kinderen van betekenis te zijn.
De mannen die bevestigd worden zijn net als u.
Goed, ze hebben niet allemaal uw karakter
en er zullen bij zijn die meer bijbelkennis hebben dan u
en voor wie een gesprek vanuit de Bijbel gemakkelijker af gaat.
Maar toch, ze lijken veel op u:
Ze hebben ook hun momenten van twijfel,
hun momenten waarop ze het gedoe in de kerk zat zijn,
tijden waarop het leven met de Heere op een laag pitje kan staan
en het bidden zo moeilijk gaat.
Ze zijn ook niet gekozen als supergelovigen, die alles beter doen dan wij.
Ze zijn juist gekozen, omdat ze uw geloof kunnen versterken
omdat ze uw worstelingen herkennen
en er zelf er ook tegen aanlopen dat je als gelovige kunnen verslappen.
Ze zullen worden (her)bevestigd om uw als gelovige alert te laten zijn,
u aanspreken, zodat uw geloof een levend geloof blijft, een vast vertrouwen.
Ze zullen met jou in gesprek gaan,
zodat je gestimuleerd wordt om verder om de weg van Christus te gaan.

Hun taak is net als de 72 mensen die door de Heere Jezus op pad gestuurd werden.
Zij gingen voor de Heere Jezus uit
om ervoor te zorgen dat de Heere Jezus welkom is,
zodat de steden en de dorpen waar de Heere Jezus doorheen zal gaan trekken
voorbereid zullen zijn op Zijn komst.
Zo worden deze 16 ook door de Heere Jezus uitgezonden.
Ze komen om in jouw hart en in uw huis ruimte te maken voor de Heere Jezus.
Dat is hun voornaamste taak.
Ze komen niet voor zichzelf, maar als mensen mogen zijn hun Heer vertegenwoordigen.
Jezus zendt de 72 voor Zijn aangezicht uit.
Dat wil zeggen, dat Hij persoonlijk zal volgen.
Als een van de ambtsdragers op bezoek komt,
mag u geloven dat zij de Heere Jezus meebrengen.
Niet omdat zij het veel beter doen in het geloof dan u,
maar omdat de Heere Jezus hen naar u stuurt.
Of de andere ambtsdragers dat ervaren weet ik niet, ik hoop van wel,
maar ik heb geregeld tijdens gesprekken de indruk
dat degene bij wie ik op bezoek ben
niet alleen maar met mij in gesprek is,
maar eigenlijk ook met de Heere Jezus.
Omdat er een ambtsdrager is, of dat nu een predikant of een ouderling is,
die de Heere Jezus vertegenwoordigt

is het meer dan een gesprek tussen mensen,
maar is de Heer die stuurt zelf aanwezig tijdens het gesprek.
En dat geldt niet alleen voor ambtsdragers,
maar dat kan ook gelden voor de bezoekbroeders en bezoekzusters,
voor degene die namens de kerk een bloemetje komt geven
of een verjaardagskaart langs komt brengen.

Door de Heere Jezus gestuurd worden geeft verwondering:
Kunt u mij gebruiken?
Het is ook iets moois en eervols.
Je mag iets voor de Heere doen
en je mag zoveel van Zijn werk in het leven van andere mensen zien.
Je geloof loopt niet alleen kleerscheuren op,
maar ook een verdieping die je anders niet snel had gekregen,
omdat je betrokken bent in het werk van de Heere in deze gemeente
en daar getuige van mag zijn en mag leren.
De oogst is groot.
Ook in onze eigen gemeente.
Soms kan er best wel kritiek zijn op de gemeente:
Nog steeds zijn er vacatures voor ouderling.
En soms is het zoeken naar clubleiding.
En toch, er is oogst.
In de vorige gemeente heb ik mij geregeld afgevraagd of er wel geloofd werd,
totdat ik een aantal ouderen bij mij thuis had
en we liederen uit de bundel zongen
en ik de overgave zag waarmee ze zongen,
een overgave die ik nooit eerder had gezien.
Dat heeft mij de ogen ervoor geopend, dat je op de goede manier moet kijken voor de oogst.
Ook hier.
Afgelopen week vroeg ik op de belijdeniscatechisatie:
Maar wat betekent Jezus voor jou persoonlijk?
En donderdag vroeg ik of ze zelf ook steeds leefden met de verwachting van de wederkomst.
De antwoorden kwamen niet op mijn vragen,
maar ze kwamen wel, op een andere manier.
Bijvoorbeeld in de liederen die gezongen worden.
Nu we 16 ambtsdragers bevestigen worden we ook opgeroepen om te bidden,
voor hen, maar ook voor nieuwe ambtsdragers.
Doet u dat ook?
En hebt u ook gebeden of uzelf geroepen mag worden
en of jij een rol mag hebben?
Want we kunnen wel bidden of er anderen gestuurd worden,
maar wie weet is de Heere Jezus allang bezig om jou, om u te roepen: Ga voor Mij uit!

 

Makkelijk is dat niet altijd.
Ga heen, ik zend u als lammeren onder de wolven.
Er was een ambtsdrager die mij eens zei, dat hij toen hij gevraagd werd
om ambtsdrager te worden gewaarschuwd werd:
Het zal moeilijk voor je geloof zijn.
Je geloof zal het heel wat te verduren krijgen.
En hij gaf aan dat het ook zo was,
dat hij in de tijd dat hij in de kerkenraad zat,
ook heel wat krassen en deuken in zijn geloof opgelopen had
door wat andere ambtsdragers deden.
Ik zend u als lammeren onder de wolven.
Dat is toch wat als u, broeders, op die manier erop uit gestuurd wordt
om in de gemeente te werken,
onder verscheurende wolven, terwijl u weerloos als een lam bent.
Maar als u dan zo weerloos komt,
is dat wel een nieuwe tijd die de Heere Jezus kwam brengen,
Waarbij de wolf en het lam samen verkeren.
Misschien denkt u bij uzelf niet direct aan een lammetje,
maar toch wordt u als een lam onder wolven gestuurd
om te ontdekken dat het mogelijk is dat een mens tot inkeer komt.
Er is een spreekwoord: De mens is voor de mens een wolf.
In de kerk geloven we dat er een tijd aanbreekt,
dat de wolf en het lam samen kunnen verkeren, in de gemeente, aan het avondmaal,
niet als toekomstmuziek, maar dat het nu gebeurt,
als een voorbode van Gods koninkrijk dat komt.

als een lam onder wolven – dat heeft wel iets kwetsbaars,
je kunt je zo verscheurd voelen onder de kritiek die tijdens een huisbezoek gegeven wordt
op de kerk of op uzelf – kom je nu pas? Ik had je al veel eerder verwacht.
U kunt als lam de wolf niet bekeren, maar het kan wel – door Gods Geest.
In afhankelijkheid van die Geest van Christus gaat u op pad
hier in de gemeente.
Daarom: geen beurs of reiszak mee.
We kunnen dat ons niet zomaar voorstellen,
Want wie gaat er tegenwoordig nog zonder portemonnee op zak,
en tegenwoordig nog veel meer, een telefoon, een tomtom of andere technische snufjes.
We zijn er haast afhankelijk van.
En juist daarom gaan de leerlingen van Jezus zonder geld en bagage op weg.
Ga in afhankelijkheid van de Heer van de oogst.
Hij zal u onderweg alles geven wat u nodig hebt.
Een discipel die erop uit gestuurd wordt en toch zijn reiszak meeneemt
en geld in zijn portemonnee
geeft aan dat hij het toch allemaal zelf moet doen en dat het van hem afhangt,

van zijn kunde, van zijn handigheid om met mensen om te gaan,
om gesprekken te kunnen voeren.
Nee, in afhankelijkheid en kwetsbaarheid,
met niet meer dan gevouwen handen, een Bijbel waarin Gods woorden staan.
Want zo stuurt God u en Hij weet wie Hij stuurt.

Maar dan, dat groeten onderweg.
Dat is toch een rare opdracht, vindt u niet.
Stel je voor dat je niemand in het dorp mag groeten als je bezig bent als ambtsdrager.
Zo zijn er, die op zondag als ze naar de kerk gaan
andere mensen niet groeten.
Zoals op weg gaan zonder geld of bagage staat voor totale afhankelijkheid,
staat het niet-groeten onderweg voor focus, gerichtheid.
Focus op uw taak om plek te maken voor de Heere Jezus als ouderling,
om als diaken iets van zijn liefde te laten zien,
Als kerkrentmeester financiën, de gebouwen, de mensen in de gaten te houden
zodat de dienst aan God hier op een goede manier verloopt.
Focus.
Je kunt je van die taak laten afleiden:
door allerlei kletspraatjes: Heb je het al gehoord?
Alledaagse praatjes: Gaat Louis van Gaal het redden?
Kunnen we nog schaatsen deze winter?
Stop onderweg op je missie voor Jezus niet voor die onbenullige praatjes.
Niet dat die alledaagse gesprekken altijd fout zijn,
maar er zijn omstandigheden waarop ze het wezenlijke gesprek in de weg zitten
omdat er ruimte gemaakt moet worden voor de Heere Jezus.
Daarbij kunnen gesprekken over gewone onderwerpen soms wel helpen,
over de sport, over het weer,
maar dan zijn ze een opstap om vertrouwen te winnen,
om bij iemand thuis te komen, in zijn of haar wereld.
Want daar gaat het om, dat is het doel waarom de Heere Jezus de 72 erop uit stuurt
en waarom u bevestigd wordt:
Om bij iemand in huis te komen, achter de voordeur,
Waar iemand normaal gesproken helemaal zichzelf kan zijn, zijn of haar eigen wereld,
thuis, om daar te komen
en om daar ruimte te maken voor de Heere Jezus.
Ik kom ook voor hemelse zaken, in naam van Christus, voor Zijn koninkrijk.


Dat vraagt overigens ook om een gerichtheid, niet alleen voor de zaak van het Koninkrijk,
maar ook voor de mens.
Mooi hoe de Heere Jezus zijn leerlingen de opdracht geeft om een huis binnen te treden!
Ik zie het al voor me, hoe u of ikzelf de huizen hier in Oldebroek, op ‘t Loo binnenga,
aan de voordeur, of achterom via de achterdeur:
Vrede! Shalom voor dit huis.
Ook al ken ik u niet, voor u de vrede van God.
Ook al weet ik niet welk verhaal u zult vertellen, wat u bezig houdt
en welke band u met de Heere heeft: allereerst Zijn vrede voor u.
Al worstelt u of bent u langdurig ziek, kunt u niet meer naar de kerk:
Ook voor u Gods vrede, Zijn shalom!
Als die vrede beantwoord wordt, ontvangen wordt, blijf er dan.
Wees dan een goede gast door onderdeel te worden van dat gezin.
Niet om met je eigen mening te komen hoe het zou moeten,
maar om te zien, hoe de vrede van Christus ontvangen wordt
en hoe de Heere zelf bezig is om te werken in dit gezin.

 

Moet u zien hoe de leerlingen terugkomen
en ik gun u ook dat u dat mag meemaken, vol enthousiaste verhalen,
dat u niet afknapt door het ambt, maar juist verrijkt wordt, gesterkt en bemoedigd.

 

Ik zag de satan uit de hemel vallen, zegt de Heere Jezus.
God gebruikt gewone mensen en dat werk heeft wel dat hoge doel:
dat de macht van de satan ingeperkt wordt.
Aan de ene kant gaat u als lam, maar aan de andere kant
heeft uw woord de kracht om de duivel te verslaan bij de mensen waar u komt.
Niet omdat uw woorden zo sterk zijn,
maar omdat u in naam van Christus komt, door Hem gezonden,
zodat Hij persoonlijk kan komen.

Tot slot, wees op Hem gericht en vergeet daarbij jezelf niet.
Je kunt overweldigd raken door wat je meemaakt.
Zelfs de duivel de macht ingeperkt.
Daar zullen heel wat mensen meer over willen horen.
Nee, zegt de Heere Jezus,
zoals je gefocust moet zijn op Gods koninkrijk
en niet moet blijven steken bij allerlei oppervlakkig gepraat,
zo moet je gericht blijven op Hem
en niet op het uitzonderlijke.
Wees eerder met jezelf bezig, bezorgd om je eigen ziel en zaligheid.
Vergeet bij de zorg voor de gemeente, voor Gods koninkrijk niet
dat je eigen geloof ook levend moet blijven, gevoed,
Dat je naam geschreven staat in het boek van het leven.
Zoals je dat anderen voorhoudt, moet je dat ook jezelf voorhouden.
Wat je tegen anderen zegt, geld ook voor jezelf.
Zo gaan jullie, gezonden door de Heer van de kerk, de Heer van de oogst.
Amen