Voetbal is een afgod: een Moloch

Noem voetbal een afgod en een groot deel van Nederland valt over je heen. Vooral de opmerking dat er gebeden moet worden om een nederlaag heeft voor beroering gezorgd.

De opmerkingen van ds. Kempeneers doen mij denken aan de opmerkingen over voetbal die ik vroeger in de preek hoorde. Dat voetbal een afgod is heeft mij nooit overtuigd. Voetbal slechts bij weinigen een impact op het leven die te vergelijken is met geloof.
Voetbal is daarom geen Baäl. Baäl was een echte concurrent van de HERE. Van de afgod Baäl verwachtte men die dingen die alleen de HERE kon geven: zegen, voorspoed, gezondheid, goede opbrengsten. Slechts weinigen gebruiken het voetbal op die manier.
De oranjekoorts past goed in deze tijd. De aandacht voor voetbal is een typische vorm van postmoderne religiositeit. Postmoderne religiositeit kan worden getypeerd als onderbreking van het dagelijkse leven. Deze onderbreking gebeurt door een belevenis, zoals het bezoeken van een voetbalwedstrijd in een land waar men anders niet zou komen. Of door het gezamenlijk kijken van wedstrijden. Deze vorm van religiositeit is niet bepalend voor de eigen identiteit. Men doet eraan als het uitkomt.
Postmoderne religiositeit is vooral een vorm van vrijetijdsbesteding, die kleur moet geven aan het verder saaie dagelijkse leven. Daarom doet men aan esoterie, leest men het blad Happinez, gaat men op pelgrimage, brengt men een bezoek aan Taizé. De oranjekoorts valt in deze categorie.
Tegelijkertijd kan postmoderne religiositeit wel een bepaald verlangen bevredigen. De oranjekoorts geeft even het idee dat het dagelijks leven gerelativeerd kan worden. Even geen serieuze dingen als politiek. Het dagelijks leven is al serieus genoeg. Rondom voetbal wordt ook het individualisme doorbroken. Voetbalwedstrijden worden vaak gezamenlijk bekeken. De behoefte aan gemeenschapszin kan worden vervuld. Er worden nieuwe mythen gecreëerd: de idee dat Nederland wereldkampioen kan worden bijvoorbeeld.
Was het WK alleen maar een vorm van postmoderne religiositeit zou het fenomeen niet door de kerken serieus genomen moeten worden. Naar mijn idee zitten de kerkmensen op zondag helemaal niet te wachten op positieve of negatieve opmerkingen over voetbal. Misschien gaat een groot deel wel naar de kerk om even uit het mediageweld weg te komen: eerst rondom de verkiezingen en direct daarna het WK.

Toch is voetbal minder onschuldig dan het lijkt en is voetbal wel degelijk een afgod. Geen Baäl, maar een Moloch. In de bijbelse overlevering wordt de Moloch beschreven als een god aan wie men de eigen kinderen offert. Dat is in Zuid-Afrika ook gebeurd: men heeft zich alle moeite getroost om het WK naar Zuid-Afrika te halen. Dat een groot sportevenement winstgevend is voor een land is echter een hardnekkige mythe. De kosten zijn voor Zuid-Afrika en de winst voor de FIFA. Alles wat de FIFA beloofde voor de economie te zullen doen is deze organisatie niet nagekomen.
Vandaag de dag presenteert de Moloch zich in grote projecten, waar niemand het overzicht over heeft: grote infrastructurele projecten (Betuwelijn, NoordZuid-lijn), militaire operaties (missie in Uruzgan). De Moloch gebruikt de gedachte van een rijdende trein, die niet meer te stoppen is. Wie de trein mist, loopt de winst mis. Het gewone volk wordt voorgespiegeld dat de economische opbrengst groot zal zijn. Als er die mythe wordt ontkracht, zegt men nog dat het zelfvertrouwen een niet te onderschatten economische factor is. Ook sport is een Moloch: hoeveel voetbalclubs hebben geen stadion gekregen van geld uit de gemeentekas. Hoeveel clubs worden niet voor grote bedragen door de plaatselijke overheid overeind gehouden?

Wie prikt de mythe van deze Moloch door? Actiegroepen proberen al tijden de ‘achterkant’ van het WK te laten zien, maar kregen geen aandacht voor de problemen die het WK voor Zuid-Afrika oplevert. Een voetbalhater ben ik niet. Het WK heb ik redelijk gevolgd, maar wel met het dubbele gevoel dat dit evenement ten koste gaat van de gewone Zuid-Afrikaan.

Ds. M.J. Schuurman

Overgenomen door het Nederlands Dagblad

Rust (meditatie over Lukas 10:38-42)

Rust

Het gebeurde, toen zij onderweg waren, dat Hij in een dorp kwam. En een vrouw van wie de naam Martha was, ontving Hem in haar huis. En zij had een zuster die Maria heette, die ook aan de voeten van Jezus zat en naar Zijn woord luisterde. Maar Martha was druk bezig met bedienen. Nadat zij erbij was komen staan, zei zij: Heere, trekt U het Zich niet aan dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg toch tegen haar dat zij mij helpt. Jezus antwoordde en zei tegen haar: Martha, Martha, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen. (Lukas 10:38-42)

Tijdens de vakantie hoef je niet aan je werk te denken. De telefoon kan uit, de computer kan thuisblijven. Je leest boeken waar je anders niet aan toekomt. Vakantie hebben we nodig om uit te rusten. Om even te ontkomen aan een keurslijf.  Even helemaal tijd voor onszelf of voor ons gezin. Even geen stress. In de vakantie kunnen we zelf bepalen waar we heengaan. We vinden dat belangrijk: dat we ons leven zelf kunnen bepalen. Dat we aan het roer staan van ons levensschip. In de vakantie kunnen we dat helemaal. We hoeven geen rekening te houden met wat ons werk van ons vraagt.
Zowel de vakantietijd als ons dagelijks leven laten zien wie wij zijn. In de vakantietijd hoeven we alleen maar bezig te zijn met onze interesses. In ons dagelijks leven hebben we ook te maken met verplichtingen, met wat anderen van ons verwachten. Dat is ons leven: aan de ene kant kunnen we het zelf bepalen; onze vrijheid. Aan de andere kant hebben we rekening te houden met anderen. Dat is onze verbondenheid. We kunnen niet zonder deze beide kanten van vrijheid en verbondenheid: We leven niet alleen. Ook in de vakantie niet. We willen ook ons leven zelf kunnen inrichten. Ook (misschien wel juist) in ons dagelijks leven.
In het bekende verhaal van Martha en Maria komen we ook deze vrijheid en verbondenheid tegen. Martha kiest voor haar verantwoordelijkheid. Haar eigen wens is even niet van belang. De Meester is op bezoek! Daarom gaat zij hard aan het werk om haar Here te bedienen. Maria heeft ontdekt dat de Here Jezus andere prioriteiten heeft. De maaltijd die Maria op zou dienen valt in het niet bij het Brood des levens. Wat zij kan geven weegt niet op tegen wat Christus geeft. Zij kan alleen ontvangen. Martha is nog niet aan dat aannemen van Christus toe. Zij wil eerst nog aanbieden. Maar wie niet doorheeft dat geloven betekent ontvangen en aannemen, denkt dat hij zelf hard moet werken.
Maria heeft het beter begrepen. Jezus is op weg naar Jeruzalem. Om Zijn leven te geven. Maria heeft ontdekt dat geloven ook betekent: tot rust komen bij de Here Jezus. Geloven bestaat uit ontvangen. Het ontvangen van Gods liefde. Van Gods vergeving. Zelf wie wij zijn, ontvangen wij van God: in Christus neemt Hij ons aan tot Zijn kinderen.
Vakantie is bedoeld om uit te rusten. Om de balans te vinden. Om even afstand te nemen van alle dagelijks drukte. Van het keurslijf. De tredmolen die maar draait. Tijdens zo’n rustperiode kunnen we de goede beslissingen nemen. Door die rust. Die rust kan ons eraan herinneren om ook in de dagelijkse drukte daar meer tijd voor te hebben: om na te denken, om oog te hebben voor de mensen om ons heen. Om te luisteren naar Gods stem. In een druk leven komt daar weinig van. Maar zo lopen we en God en onszelf voorbij. God heeft ons niet voor niets een rustdag gegeven. Daarom heeft Maria beter gekozen. Voor wij aan de slag gaan mogen we eerst van de Here ontvangen.

                                                Ds. M.J. Schuurman

Preken voor kinderen

Preken voor kinderen

Preken voor kinderen is een klus apart. Om wat meer ideeën daarover op te doen las ik de tips die Wim Daniëls, schrijver van een groot aantal kinderboeken, geeft over het schrijven van kinderboeken. Die tips heeft hij opgeschreven in het boek Kinderboeken schrijven opgeschreven.

Een goed verhaal of een goede inhoud is volgens Daniëls niet voldoende. De manier waarop het verhaal geschreven is, is net zo belangrijk. Daniëls wijst op het belang van het handwerk: de woordkeuze en de zinsbouw.  Hij geeft 8 criteria waaraan een goed kinderboek moet voldoen. De eerste 5 criteria hebben te maken met wat Daniëls ‘om-schrijven’ noemt; de laatste 3 zijn de echte schrijfcriteria (vormaspecten). Met weinig moeite zijn deze criteria toe te passen op een preek voor kinderen.

(1) Zorg voor een interessante en snelle problematisering
In een kinderboek moet al vrij snel iets aangereikt worden wat de lezer bezig gaat houden. Daniëls noemt dat de problematisering. Men kan ook denken aan een gemis dat door de hoofdpersoon ervaren kan worden. Het verhaal bestaat uit het oplossen van het probleem. Op weg naar de oplossing zijn er bepaalde personen die de oplossing tegenwerken (antagonisten) en bepaalde personen die het probleem willen oplossen (protagonist).
Het verhaal dat naar een ontknoping gaat is een weg die afgelegd wordt, De weg naar de oplossing is de weg van het bekende naar het nieuwe. De weg naar de oplossing langs verschillende routes: strijd, magie, onthulling van een geheim, onderzoek of een combinatie. Deze oplossing gebeurt vaak via kleine tussenstapjes. Die tussenstappen dienen wel in verband te staan met het hoofdprobleem. De ontknoping of de weg naar de ontknoping geeft body aan het verhaal, zoals spanning of ontroering.
Een kinderboek kan niet zonder problematisering. Problematisering wil nog niet zeggen dat het probleem waar het verhaal om draait een zwaarwichtig probleem is, zoals de dood. Ook een loszittende schoenveter kan als een probleem worden ervaren.
In een kinderboek moet de problematisering ook nog eens vrij snel aan het begin van het verhaal komen. Kinderen willen graag weten, waar het verhaal over gaat.
Daniëls geeft een eenvoudig schema:
1) Wat is het probleem?
2) In welke zin levert het probleem herkenning voor de lezers op?
3) Wat is het nieuwe dat ik de lezers te bieden heb?
4) Wat is de (verrassende) ontknoping?

(2) Schrijf logisch
Logicafouten moeten vermeden worden. Een logicafout is bijvoorbeeld deze zin: Ze rent naar de bushalte met een zware koffer die ze amper kon tillen. Wat de schrijver beschrijft, moet kloppen en logisch zijn.
Logicafouten worden vaak gemaakt als:
* er van perspectief wordt gewisseld zonder dat men dat bewust aangeeft. Men verspringt dan bijvoorbeeld van personage zonder dat te realiseren.
* de schrijver zich geen rekenschap geeft van de betekenis van de verschillende werkwoordstijden. In een boek over de Nederlandse grammatica is de betekenis van deze tijde gemakkelijk te achterhalen.
* de schrijver zonder te weten fouten maakt wat er in een bepaalde tijd gebeurde of mogelijk was. Een voorbeeld: als men in de Middeleeuwen iemand zijn neus laat snuiten in een zakdoen. Een bekende fout: een acteur die in een historische film vergeten is zijn horloge af te doen.

(Wordt vervolgd)

N.a.v. Wim Daniëls, Kinderboeken schrijven

Zie ook: www.wimdaniels.nl

Gereformeerd? Ik? (Boekbespreking)

Gereformeerd? Ik? (Boekbespreking)

Wie is er nog gereformeerd? Gereformeerd heeft geen beste naam. Gereformeerd staat voor saai en stijf. Niet uitdagend. Traditioneel. Kunnen jongeren nog enthousiast gemaakt worden voor de gereformeerde traditie?

In 2008 luidde ds. H.J. van Wijnen, voorzitter van de HGJB, de noodklok. Volgens hem was de gereformeerde traditie binnen 10 jaar onder jongeren helemaal verdwenen.
Van Wijnen wilde daar iets tegen doen. Samen met Herman van Wijngaarden heeft hij een boek geschreven om jongeren enthousiast te maken voor deze traditie.
In het boekje wordt het verhaal van Paul verteld: een enthousiaste, gelovige jongen. Maar gereformeerd? Liever niet. Toch blijkt Paul gereformeerder te zijn dan hij denkt.

Aan bod komen de vragen:

  • Hoe zit dat met bekering: kies jij voor God of kiest God voor jou?
  • Waarom is de Bijbel zo belangrijk?
  • Wat is zonde? Wat is genade?
  • Gods leiding

De thema’s komen steeds aan de orde doordat er iets over Paul wordt verteld. Aan het eind van een stukje wordt een samenvatting gegeven en een doordenker. Om enkele voorbeelden te geven:

Kern: God laat Zijn schepping niet los. Hij geeft er nu al voortekenen van dat Hij haar eens helemaal nieuw zal maken!
Doordenker: Noem uit je eigen leven drie dingen waarin je kunt zien dat God bezig is Zijn schepping te herstellen?
Kern: Als het erop aankomt, hebben niet je omgeving, de kerk of je eigen gedachten het voor het zeggen in je leven, maar alleen de Bijbel.
Doordenker: Lees Psalm 23 eens door. Wat lees je in deze psalm over Gods leiding? Probeer dat ook toe te passen op je eigen leven. Wat betekent dat voor jou in de praktijk?Een leuk en boeiend boekje, dat uitdaagt om na te denken over de eigen relatie met Christus! Het boekje kan eventueel ook bij mij geleend worden.

ds. M.J. Schuurman

Geschreven voor De Kerk thuis, juni 2010

N.a.v.: Harmen van Wijnen / Herman van Wijngaarden, Gereformeerd? Ik? Serie: Hot items. Uitgegeven bij Uitgeverij Jes! te Zoetermeer. Prijs € 7,50

Op weg naar het doen van belijdenis (1): volgen

Op weg naar het doen van belijdenis (1)

Volgen

18 Toen hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19 Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 20 Ze lieten meteen hun netten achter en volgden hem. 21 Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen 22 en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden hem.  (Mattheüs 4: 18-22)

Als je belijdenis doet, geef je aan dat je Jezus wilt volgen. Misschien weet je van jezelf nog wel, dat je de keuze maakte. Het kan ook zijn, dat die keuze geleidelijk aan is gegaan. Dat je nadacht over je relatie met de Here Jezus en dat je tot de ontdekking bent gekomen dat je Hem allang volgt.
Simon en Andreas zijn Jezus ook gaan volgen. Op een dag kwam Jezus langs. Simon en Andreas waren aan het vissen. Jezus zegt  tegen hen: ‘Kom, volg mij!’ Simon en Andreas gaan mee.
Weten ze wie Jezus is? Waarschijnlijk niet. Op de een of andere manier heeft de stem van Jezus wel gezag, want ze gaan met Hem mee. Is het de bijzondere opdracht geweest?
Simon en Andreas worden door de Here Jezus geroepen. Ook jullie hebben de stem van de Here Jezus gehoord. Jullie willen Hem navolgen. Op elk moment van mijn leven, bij dag en nacht, wil ik Uw woorden lezen en dragen in mijn hart.
Simon en Andreas geven zich aan de Here. Zij laten hun boten en netten in de steek en beginnen een nieuw leven. Ze weten nog niet wat er komt. En toch, ze gaan. Ze vertrouwen op de Here Jezus. Jezelf aan iemand geven, laat zien dat je iemand vertrouwt. Met belijdenis doen geef je jezelf aan de Here. Je vertrouwt Hem. Het volgen van de Here Jezus kan niet zonder vertrouwen. Dat heb je ontdekt, want je wilt volgen. Vader, U bent goed.

ds. M.J. Schuurman

De achtergrond van de kerkdienst

De achtergrond van de kerkdienst:

de weg die in de liturgie wordt afgelegd

Wereld

 Zegen

 ↑

 Collecte – nood van de wereld:

· Romeinen 15:26-27Immers, omdat de heidenen deel hebben gekregen aan wat de heiligen in Jeruzalem in geestelijk opzicht geschonken hebben, zijn ze ertoe verplicht hen bij te staan in materiële zaken.

· 2 Korinthe 1:1-7 zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.

Voorbeden

Ontmoeting met God / schuilen bij de HERE

(Schriftlezing  – Verkondiging – Heilig Avondmaal)

· 2 Korinthe 5:14-21 Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen.

 · Jesaja 6 In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel

· Ex 29:42-46 Ik zal te midden van de Israëlieten wonen, en ik zal hun God zijn. 46 En zij zullen inzien dat ik, de HEER, hun God ben, die hen uit Egypte bevrijd heeft om in hun midden te wonen. Ik ben de HEER, hun God.

Schuldbelijdenis

· Ex 19 Ga terug naar het volk en zorg ervoor dat ze zich vandaag en morgen heiligen

Votum en groet

· Psalm 124:8 Onze hulp is de naam van de HEER,die hemel en aarde gemaakt heeft.

· Psalm 146:6 hij die trouw is tot in eeuwigheid · Psalm 138:8 laat het werk van uw handen niet los

Drempel:

overgang wereld → huis van God

Doop

Romeinen 6

Efeze 2 

 Wereld