De 2e brief aan Timotheüs – weinig gezien, maar homiletisch waardevol

De 2e brief aan Timotheüs – weinig gezien, maar homiletisch waardevol

De Tweede Brief aan Timotheüs is niet de meest bekende Bijbelboek. Dit Bijbelboek zal ook niet vaak op het preekrooster staan. De brief staat niet erg in hoog aanzien.
Dat heeft ermee te maken dat dit geschrift tegenwoordig door de meerderheid van de exegeten wordt gezien als een brief die niet echt van Paulus is. Geregeld wordt deze brief ook gezien als theologisch minder interessant dan de echte brieven van Paulus. Tot voor kort werd de brief zelfs gezien als een terugval.
In theologieën van het Nieuwe Testament komt deze brief ook nauwelijks voor. In dogmatieken wordt naar deze brief zelden verwezen. Hooguit wordt er aan deze brief gerefereerd als het gaat om de opkomst van hiërarchie en leiding in de kerk.

In de afgelopen 2 decennia is de waardering voor deze brief toegenomen en is het inzicht gekomen dat deze brief theologisch waardevol is. Zo Hannah Stettler promoveerde bij Peter Stuhlmacher op de christologie van de pastorale brieven en verschenen er commentaren op het Bijbelboek die de brief inhoudelijk serieus nemen en ook homiletisch waardevol zijn (Philip H. Towner, Ian Howard Marshall).

Toch is het Bijbelboek nooit helemaal vergeten. Er zijn juist bij dit kleine Bijbelboek dat geregeld over het hoofd is gezien enkele zinvolle en uitdagende werken geschreven, die ook homiletisch zeer de moeite waard zijn.

Zo schreef Rudolf Bohren aan het einde van zijn leven een klein boekje met gebeden naar aanleiding van 2 Timotheüs: Beten mit Paulus und Calvin. In dat gebedenboekje maakte hij gebeden bij een enkele tekst of slechts enkele woorden. Bij deze gebeden neemt hij ook steeds enkele regels op van de reformator Johannes Calvijn.
Hij ontdekte namelijk dat 2 Timotheüs Calvijns meest geliefde Bijbelboek was. Met die wetenschap herlas hij zowel 2 Timotheüs en het commentaar van Calvijn. En liet zich inspireren en uitdagen om een aantal gebeden te schrijven.

Dat betekent dat ook het commentaar van Calvijn op dit Bijbelboek homiletisch de moeite waard is. Het commentaar is geen verplicht nummer, maar een overdenken van het Bijbelboek dat hem het meest na aan het hart ligt. In het commentaar moet dan ook het hart en de spiritualiteit van Calvijn terug te vinden zijn.

In het Religionspädagogischer Kommentar zur Bibel (uitgegeven onder redactie van Bernard Dressler en Harald Schroeter-Wittke) schrijft Ingrid Schoberth een bijdrage over de pastorale brieven. Schoberth is een godsdienstpedagogie die ook de reformatorische traditie inbrengt in haar werk. Zij schreef een artikel over ‘leren om zondaar te zijn’ (in Peccatum magnificare, het Festschrift voor Christian Möller) en enkele boeken voor de godsdienstles waarbij zij haar uitgangspunt neemt in Luthers Catechismus.
In het artikel over de pastorale brieven gaat zij in gesprek met Dietrich Zilleβen (aan wie dit commentaar ook is opgedragen). Zilleβen heeft in zijn werk steeds aandacht gevraagd voor het profane als voor-stadium voor het godsdienstige. In zijn werk gaat het vaak om het provocatieve van het religieuze, omdat het religieuze vaak vreemd is. Om het godsdienstige temidden van een profane wereld. Met het werk van Zilleβen in haar achterhoofd herleest zij de pastorale brieven en probeert zij te laten zien welke betekenis deze brieven voor scholieren in hun leefwereld kunnen hebben.

Het helpt ook als er goede commentaren op een Bijbelboek zijn. Het commentaar van Ian Howard Marshall (in de serie ICC) is een erg mooi commentaar. Hij laat zien dat de pastorale brieven sterk beïnvloed zijn door de oudtestamentische vroomheid. Het kernwoord ‘vroomheid’ (eusebia) is afkomstig uit de vroeg-Joodse en oudtestamentische wijsheidsliteratuur en is geen beïnvloeding van de hellenistische filosofie (zoals in het verleden vaak werd gedacht).

Philip H. Towner, die ook een commentaar schreef over 2 Timotheüs waarmee hij bijdroeg aan de theologische herwaardering van deze brief, schreef een boeiend artikel over de christologie van de pastorale brieven. Dat artikel schreef hij voor het boek Contours of Christology of the New Testament (onder redactie van Richard N. Longenecker).
In dat artikel laat hij zien, dat de pastorale brieven niet zozeer een terugval of radicale koerswijziging zijn, maar een vertaling van het evangelie in een nieuwe context: de hellenistische wereld waarin zijn gemeenten leven. Deze brieven geven de traditie van Paulus en de andere christelijke tradities niet op, maar contextualiseren deze traditie.
In deze tijd waarin contextualisatie een grote rol speelt in de theologische doordenking kan dat leiden tot een nieuwe aandacht voor deze 2e brief aan Timotheüs. En kan deze brief ons helpen en uitdagen om in deze tijd het evangelie in onze eigen tijd te verwoorden.

In de exegese wordt deze brief nogal eens vergeleken met geschriften uit de Griekse filosofie die als thema levenskunst, zielzorg of morele opvoeding hebben. Deze thematiek staat ook in onze eigen tijd volop in de belangstelling. Martin Winter publiceerde in het theologische tijdschrift Kerugma und Dogma (59e jaargang, 2013, p. 232-250) een artikel waarin hij een vergelijking maakt tussen de pastorale brieven en de verschillende antieke en hedendaagse populaire (levens)filosofieën: “Die ‘Pastoralbriefe’ – ihre Name im Licht der popularphilosophischen Seelenleitung’.

Advertenties