François Pauwels – De reis

De reis

Vaarwel, kortstondig leven, handvol dagen,
ik wacht op het perron, mijn kraag omhoog,
ginds komt de trein door den berookten boog
om in het duister met mij heen te jagen.

Dit is het einde van mijn aardse plagen
het schaars geluk dat spiegelde en bedroog,
het ongeluk dat immer zwaarder woog,
ik hoef ze beide langer niet te dragen.

Mijn leven was gelijk een dag van Leugen,
wat bleef er van in mijn verzwakte geheugen
dan het verlangen naar een beter lot?…

Mijn moede voet stijgt langs de lutt’le treden,
de Leugen lacht mij toe, maar beneden:
ik reis gerust, – de Waarheid is bij God …

            François Pauwels

Uit: Dag van Leugen. Een mensenleven in verzen

De homiletische achterdeur (boekbespreking van Chr. Möller, Die homiletische Hintertreppe)

Christian Möller, Die homiletische Hintertreppe. Zwölf biographisch-theologische Begegnungen (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2007).

Soms komen homiletische inzichten via de achterdeur binnen. In dit boek werkt Möller door middel van 12 portretten van theologen uit, wat deze voor de prediking vandaag de dag kunnen betekenen.
Ik houd wel van zulke boeken. Voor mij is dit een boek om geregeld te herlezen. Om geregeld na te denken over bepaalde inzichten, die hier verwoord worden. Net zoals ik dat geregeld doe met Willem Jan Ottens Waarom komt U ons hinderen, Robert Lemms Ontijdige bespiegelingen, de essaybundels van Jan Willem Schulte Nordholt
Deze ontmoetingen kunnen stuk voor stuk uitgewerkt worden. Laat ik enkele voorbeelden geven.
In het stuk over Hans-Joachim Iwand gaat het over het ‘heden’ (ontleend aan 2 Korinthe 6:1-3 en Hebreeën 3:7-19). Daarin laat Möller, evenals in zijn andere boeken zien, dat hij zich verzet tegen modieuze actualiseringen (Ernst Lange!) in de preek. In het ‘heden’, dat centraal staat in de verkondiging, gaat het om de aanwezigheid van de levende Christus. Daarmee wordt het leven van de hoorder in het licht van de aanwezigheid van de levende Christus geplaatst. Volgens Möller leidt de modieuze actualisering ertoe, dat de preek saai en nietszeggend wordt.
In het stuk over Gerhard von Rad komt dat ‘heden’ van Gods aanwezigheid ook voor. Möller laat zien, dat de oudtestamenticus Von Rad wat betreft visie op de verkondiging in de leer is gegaan bij het boek Deuteronomium. Op basis van dit bijbelboek komt Von Rad tot het inzicht, dat er geen spanning is tussen het verleden (de tekst) en het heden (de situatie van de hoorder). Het gaat erom op welke manier Gods stem voor ons aanwezig is: tot ons heil (leven) of tot ons onheil (dood).
Ook in het stuk over Rudolf Bohren komt de aanwezigheid van Christus naar voren. Prediking geschiedt in tegenwoordigheid van de levende Heer. Hij is de eerste hoorder. De luisteraar is in Gods hand, niet in die van de prediker. Möller wijst op het pastorale karakter van dit inzicht: ‘Was heißt Seelsorge anderes, als dem Menschen das Geheimnis zuzusprechen, dass er vor Gott und in Gott ist, um dem Menschen diejenige Verborgenheit zukommen zu lassen, die er gerade dann braucht, wenn ihn das Leven nackt ausgezogen hat und seine Seele in dieser Welt friert!’ (p. 149)
In dit boek gaat het ook nog om (homiletische) ontmoetingen met Martin Luther, Klaus Peter Hertzsch, Paul Gerhardt, Ernst Fuchs, Karl Barth, Dietrich Bonhoeffer, Tsuneaki Kato, Herbert Krimm en Søren Kierkegaard.
Dit boek nodigt uit om na te gaan welke theologen voor ons een homiletisch opstapje vormen en ons stimuleren in de verkondiging.

ds. M.J. Schuurman

Laat mij niet uitgeleverd worden! (Meditatie bij psalm 31:2-3)

Laat mij niet uitgeleverd worden!

Schuilen bij God kan een soft thema zijn. Dan gaat het vooral om een prettig religieus gevoel. Een aai van God over je bol.
In de Bijbel is schuilen bij de Here nooit een soft thema. Bijna altijd is er wel een reden om te schuilen. Zo ook in Psalm 31. De psalm staat op naam van David. Degene die hier bidt, bevindt zich in pijnlijke omstandigheden.
Hij bevindt zich tegenover mensen, die hem niet mogen. Vijanden. En die mensen die hem niet mogen willen maar één ding: dat hij, David, te schande gemaakt wordt.
Te schande gemaakt worden is meer dan in je hemd staan. Het houdt in dat je je helemaal verliest. Dat je je identiteit kwijtraakt. Dat je kwetsbaar bent voor de spot en minachting van je vijanden. Je bent aan hen uitgeleverd.

In de christelijke gemeente mag je geen vijanden hebben. Je moet immers je vijanden liefhebben en voor hen bidden. In het Oude Testament – en zeker in de Psalmen – komen die vijanden vaak wel voor. Vakkundig wordt hier altijd om heen gezongen. ‘De burgerlijke godsdienst laat het niet toe om vijanden te hebben.’ (RUDOLF BOHREN, Das Gebet II, p. 239)
Ik denk dat, ondanks de christelijke plicht om je naaste én ook je vijand lief te hebben, er toch veel mensen zijn die op de een of andere manier een soort vijand hebben. In deze psalm zijn ze realiteit. Schuilen bij God heeft dus te maken met bescherming tegen die dodelijke blik van mensen om je heen. Mensen die je niet mogen. Hoe kun je je daar tegen wapenen? En als het niet lukt en je bent aan hun dodelijke spot overgeleverd…

Ach Here! Laat mij niet uitgeleverd worden!

Kunnen we bij de Here schuilen? Laat Hij ons niet in de steek? Worden wij door Hem niet weer naar buiten verbannen en uitgeleverd aan degenen die achter ons aanzitten? In ieder geval wordt er hartstochtelijk om gebeden: ‘Laat mij nimmer beschaamd worden!’ Stoot mij niet af, zoals mijn vijanden doen! Sluit mij niet buiten! Laat mij niet in ongenade vallen!
En als we geen vijanden hebben, kunnen we nog wel andere situaties bedenken, waar we aan onder door gaan. Waar we de regie over ons leven kwijtraken. Laat ook dan mij niet uitgeleverd worden!
Een hartstochtelijk, existentieel gebed om voor altijd, een levenlang de persoonsbescherming van de Here te ontvangen.
Zijn er anderen bij wie wij kunnen schuilen? Schuilen: dat kan volgens het Oude Testament alleen bij de Here. Het Hebreeuwse werkwoord wordt alleen toegepast op de Here. Alleen Hij kan onze schuilplaats zijn. Een schuilplaats, waarachter wij kunnen schuilen (vesting), waarop wij kunnen bouwen (rots). Vertrouwen en smeekbede wisselen zich af. Zo penibel zijn de omstandigheden. Red mij haastig!

Dat we alleen bij de Here kunnen schuilen, zegt ook iets over de menselijke onmogelijkheden. Mensen kunnen niet zorgen voor zulke veiligheid. Zij kunnen niet voor zulke vastigheid zorgen. Alleen de Here!
Wat betekent schuilen bij de Here? Dat Hij tussenbeide komt. Misschien wel door middel van een rechtspraak, waarbij Hij mij in het gelijk stelt en mijn aanklagers in het ongelijk. Wat gebeurt er als de Here ons toch laat vallen en het niet doet? Dat blijft een mogelijkheid, die niet verdrongen wordt. Maar er wordt heftig tegenop gebeden: red mij uit deze situatie! Zo kom ik als asielzoeker bij de Here om bij Hem mijn veiligheid, mijn recht te vinden. Help mij, Here, want ik word anders uitgeleverd. Laat mijn vertrouwen op U niet tevergeefs zijn. Als mensen mij laten vallen, laat U mij niet vallen? Laat mij niet uitgeleverd worden!

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Psalm 31:2-3

Meditatie over Lukas 2:8 (Kerstnachtdienst 2009)

Zie, ik verkondig u grote blijdschap (Lukas 2:8)

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

(1) Onderbroken worden
Als de herders de engel zien en zijn boodschap horen, worden zij weggeroepen uit waar zij mee bezig zijn.
Ergens uit weg ggeroepen worden kan soms storend zijn. Als je net ergens geconcentreerd mee bezig bent. Waar je mee bezig bent, komt niet af. Of je wordt voortdurend afgeleid.

Soms kan het ook wel prettig zijn. Toen ik een aantal jaren geleden in een supermarkt werkte, kon dat ook wel eens een verzetje zijn. ‘Kom eens kijken!’
Ook de herders worden gestoord in hun werkzaamheden. Zij hielden de wacht bij hun kudde. Maar als de engel en het engelenkoor weg is, maken ze zich helemaal niet meer druk om de kudde. Ze willen zien wat er gebeurd is.
Want wat er bij hen is gebeurd, is niet alleen dat ze er even uit gehaald zijn, Even een verzetje om de lange nacht enigszins te doorbreken. Om zich even te vermaken tijdens de lange, saaie nacht. De herders worden in hun bezigheid gestoord, omdat zij iets van Gods werkelijkheid ervaren. In hun bezigheden komt er een boodschapper van God.
En daardoor is niet alleen die nacht meer hetzelfde, maar heel hun leven leven is veranderd. Zij hebben God gezien! Heel hun leven zullen ze terugdenken aan die nacht, dat de hemel openging, dat er een goddelijke glans over hun leven viel.

Als je op deze manier wordt gestoord, wordt onderbroken in je dagelijkse bezigheden kan dat ook spannend zijn.
Voor de herders in ieder geval, want zij worden bevreesd. De engel moet hen gerust stellen.
Ook voor ons kan het spannend zijn als op die manier de werkelijkheid van God in ons leven komt. Als ons dagelijks leven onderbroken wordt. En op wat voor manier! Want de boodschap van de engel is dat er iets bijzonders gebeurt. De engel is een boodschapper van God. ‘Zie, hier is uw God.’
Het leven van de herders is nooit meer hetzelfde, omdat zij iets van God hebben gezien. Waar zij nu zijn, buiten de veilige muren van de stad, buiten in het bedreigende donker, waar dieven en roofdieren actief zijn, ‘Zie, hier is uw God! Ga maar kijken naar dat Kind dat geboren is!’ Zo worden ook wij uit ons leven geroepen: ‘Zie, uw Koning is geboren! God is hier! En Hij is voor u geboren. Zodat u weer bij God kunt horen.
Verkondigen: betekent proclameren dat God er is. Zoals vroeger een bode op pad ging om aan te kondigen dat de koning er aan kwam. Zo komt de engel bij de herders.

En zo komt ook die boodschap bij ons vanavond. God komt in uw leven!
Deze boodschap is voor iedereen. Voor de herders, die er nauwelijks bij horen. Voor u, die wekelijks naar de kerk komt. Voor u, die alleen maar met Kerst naar de kerk komt. ‘Zie, hier uw Koning!’ Ook in ons leven komt zo die engel met deze boodschap. Zodat ook wij opkijken: ‘Zie!’

(2) Aanstekelijke vreugde
Het kan zijn, dat u net als de herders daar blij mee bent. U bent niet voor niets vanavond gekomen. Om even afgezonderd te zijn. Om de sfeer van Kerst te proeven. Om iets van dat feest mee te maken. Om iets van God mee te maken. ‘Zie, hier is uw God. Christus is geboren.

Hij ligt in de kribbe. Hij is voor ons geboren! Die vreugde kan aanstekelijk werken. Vergelijkbaar met het projectkoor. Omdat de mensen naast je zingen en de juiste maat weten, de juiste toon. Zo geeft de engel de juiste toon aan. Zo zet het grote koor van de engelen in met de lof van God. En zingen wij mee: Ere zij God… Aangestoken door het vreugdevolle gebeuren. Op een toon die je anders niet gemakkelijk haalt, maar omdat je de toon van je medestanders hoort, haal je het toch. Zo werkt het ook met het engelenkoor. Dat koor brengt ons op die hoge stemming van Gods lof: Ere zij God… Zodat wij dat ook meezingen.

Het tilt ons boven ons dagelijks bestaan uit.
Het maakt deze dagen bijzonder. En wellicht is dat waarom u naar Kerst hebt uitgezien en waarom u nu gekomen bent. De vreugde die bij dit feest hoort. Een andere sfeer – even alle dagelijkse dingen aan de kant. 
Ook kan er een dankbaarheid zijn. Dankbaarheid – elk jaar weer opnieuw – omdat de Here Jezus dat voor ons heeft overgehad. Dat Hij vanuit de hoge hemel wilde neerdalen in ons midden. Dat Hij een heerlijk bestaan opgaf – voor ons. Dat u er ook naar verlangt dat te zingen: Ere zij God …

Dan snapt u ook, dat de boodschap die de engel brengt, een vreugdeboodschap is. Een boodschap, waarvan ons hart gaat zingen.

(3) Als uw hart niet mee kan komen

Maar het kan ook zijn, dat u er tegen op gezien hebt. Omdat u niet zo van feest houdt. Dat kan om verschillende reden. Het kan zijn dat dit afgelopen jaar een heel ingrijpend jaar is geweest. En in deze tijd van Kerst, van bezinning ook, komt dat weer boven. Een eerste keer, dat iemand die u dierbaar was, er niet bij is. Dan zal de vreugde eerder een ingetogen vreugde zijn, eerder bezinnend dan een jubelende zang.
Of de sfeer van Kerst doet u juist pijn, omdat het in uw hart niet zo sfeervol is. Omdat uw hart koud aanvoelt, er geen enkele vreugde in doordringt. Ook als zou er naar verlangen.

Voor uw gevoel zou u eerder bij de schapen achterblijven dan met de herders mee te gaan naar de stal. Omdat u de blijdschap niet kunt verdragen.
Voor uw gevoel gaat de blijde boodschap, die de engel brengt, aan u voorbij. En dat er diep in u wel een verlangen is, een gebed, een schreeuw om door de vreugdeloosheid heen te breken. Maar zelf bent u er niet toe in staat. De vreugdeloosheid als een gevangenis. Een grauwe sluier die over u heen hangt.

Was het maar 4 januari. Waren alle feestelijkheden maar achter de rug. U voelt u op een afstand staan van die boodschap. Niet bij machte om mee te zingen met dat engelenkoor. Soms kan alles dan zo vreugdeloos zijn, dat zelfs de Here ver weg lijkt te zijn. Hoe wordt die vreugdeloosheid doorbroken?

(4) Verhaal van Paul Gerhardt

Die ervaring had ook Paul Gerhardt, een predikant uit de 17e eeuw.[1] Ik denk dat zijn naam bij u niet zo bekend is. In ons gezangboek staan enkele liederen van hem, zoals Hoe zal ik U ontvangen. Op een avond vlak voor Kerst moest hij aan zijn kerstpreek werken. Maar het lukte niet, want in huis lag één van zijn kinderen op sterven.
Toen schreef hij een lied[2], dat later – bij onze Duitse buren een bekend kerstlied[3] is geworden.

Eigenlijk zou mijn hart moeten opspringen van vreugde, schreef hij, omdat dit de tijd is dat de engelen vrolijk zingen. Luister: het grote koor van engelen zingt en de hele hemel zingt mee: Christus is geboren!
Eigenlijk zou mijn hart moeten opspringen van vreugde. Vleugellam geslagen ziel (Psalm 42 Nieuwe Berijming) Luister!
Zoals de engel het ook zegt: zie, ik verkondig u. En hem meeneemt om te kijken. Alleen door te luisteren naar de boodschap, alleen door te zien, hoe Christus de hemel verlaat en als kind geboren wordt in Bethlehem. Zie!

En hij schrijft verder aan zijn lied. Hoe dat kleine Kind iedereen tot zich roept. Laat maar los, wat je dwarszit, wat je bezighoudt. Wat er verkeerd is gegaan, wat je zeer doet: Ik ben geboren om alles weer te herstellen.

Daarmee plaatst hij de kribbe in het teken van het kruis. En tegelijkertijd ook zijn eigen leven in het teken van het kruis op Golgotha. Dat kind, dat Christuskind, voor hem, Paul Gerhardt, geboren. Zo vond Paul Gerhardt troost. Troost in Christus. In Zijn komst naar deze aarde. In de weg die Christus ging, naar Golgotha door de dood heen. Ik zal alles herstellen, zo roept het kind in de kribbe ons bij zich.
In dat leed, dat om Gerhardt heen was, werd zijn oog gericht op Christus. Uit het leed geroepen, getroost. De troost kwam niet in zijn eigen hart op. Eigenlijk zou mijn hart vrolijk zijn, maar mijn hart vol leed, vol verdriet kan die vrolijkheid niet aan. Moe van al het verdriet, maar Christus! Hij onderbreekt Gerhardt in zijn zorgen. Breng ze maar bij Mij, zegt dit Christuskind, die tegelijkertijd de hemelse Heer is.

(5) De hemelse boodschap
Zie, ik verkondig u grote blijdschap.” De stem van de engel. De engel is een bode van God. De vreugde die de engel verkondigt, komt van Godswege. Het is de boodschap die de Here zendt, naar ons toe. In ons leven.
Een engel. Het zou kunnen, dat de herders niet naar Bethlehem waren gegaan als zij een mens hadden gesproken. In ieder geval: omdat het een boodschap van God is, gaan zij. Die boodschap kwam onverwachts. Maar dwingt hen, lokt hen naar Bethlehem. Kijk dan, wat er voor jullie is gebeurd. Jullie redder is geboren! Hij die alles zal herstellen!

Het is de stem van de engel, de boodschap van God, die ons eruit haalt. Nu zie je om je heen alleen maar je zorgen en verdriet. Of, als je daar niet in herkent, een  Zie, ik verkondig u, zegt de engel.
De engel roept ons op om niet om ons heen te kijken of naar onszelf, maar naar Christus. Hij is het heil der wereld. Kijk dan naar wat God doet!
En de engel roept ons niet op om te kijken naar een toneelstuk dat God opvoert, maar naar hoe God naar ons omziet. Hoe in dat Kindje in de kribbe Zijn barmhartigheid, Zijn ontferming naar ons toekomt. Hoe in dat Kindje, zo machteloos en klein, het plan van de almachtige God ligt.
Als een van de herders was blijven zitten omdat hij te moedeloos was, zou hij nog steeds gevangen zijn in zijn moedeloosheid.
Of als hij het wel best vond, dan ook was hij het misgelopen: wat God voor hem heeft gedaan.

Daarom, de boodschap van de engel: Zie.
Die boodschap is gericht aan degenen die in zichzelf de vreugde niet hebben. Iemand die vastloopt in zijn studie of opleiding en wellicht daardoor ook aan zichzelf is gaan twijfelen. Of iemand die liever niet van huis weggaat, omdat hij of zij ertegen opziet om alleen thuis te komen. Of iemand die zijn hart vasthoudt als het om de toekomst gaat. Waar moet dat heen met deze maatschappij?
Zie, ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk ten deel valt.

Het engelenkoor komt uit de hemel om ons mee te nemen in die lofzang, omdat ze wel weten dat de lofzang vanuit onszelf niet zo gemakkelijk is. We letten voortdurend op wat er om ons heen gebeurt en vergeten te zien wat Christus heeft gedaan. Of omdat de lofzang te hoog voor ons is.

De engel brengt goed nieuws. Hij zegt niet: zing de hoogste noot. En ook niet: grijp boven je macht! Ook niet: wees nou vrolijk.
Nee, hij zegt: ik breng het u, namens God. En als de vreugde voor u te hoog is, teveel gevraagd. Grote blijdschap, omdat Christus is geboren. Voor u en voor mij. Zijn boodschap: God komt naar ons toe. Omdat Hij weet, dat wij vanuit onszelf niet kunnen komen.
En daarom komt de engel: om ons te roepen. Ga naar Bethlehem! Ga met eigen ogen kijken wat er voor u is gedaan. Hoe God naar u heeft omgezien.

(6) Opdat wij zouden zien
Zo worden wij eruit gehaald en net als de herders in beweging gebracht. Op naar dat Kind.

Om voor dat Kind te knielen. Om te zien, met eigen ogen. Om niet in onze eigen wereld te blijven en overgeleverd te blijvan aan de moedeloosheid.
Maar om te wijzen op Christus. Hij herstelt alles, onze nood, onze tekort, onze schuld en schenkt ons Gods aanwezigheid.
De blijde boodschap – die komt niet uit onszelf op, maar wordt ons verkondigd. Wordt ons aangezegd, wordt tegen ons gezegd. Door God zelf.
Zo komt Hij. Met Zijn boodschap: Zie, ik verkondig u. Zo komt Hij, Godzelf en neemt ons mee naar Zijn heerlijkheid.
Komt laten wij aanbidden, die Koning. Hij die kwam in ons bestaan. Om ons Zijn vreugde te schenken. ‘Zie op Hem!’

Amen

 


[1] N.a.v. Christian Möller, Seelsorglich predigen. Die parakletische Dimension von Predigt, Seelsroge und Gemeinde (19902) p. 122 –126.

[2] Fröhlich soll mein Herze springen // dieser Zeit, da vor Freud alle Engel singen // Hört, hört, ie mit vollen Chören // alle Luft laute ruft: Christus ist geboren!

[3] In de Nederlandse vertaling van Ad den Besten is niet meegekomen, dat Paul Gerhardt eigenlijk vrolijk zou moeten zijn. De vertaling is: Gezang 144 van het Liedboek voor de Kerken: Dansen wil mijn hart en springen // Heer, voor U,// juichen nu // alle engelen zingen.// Luister, hun vervoerde koren // hel en luid, juub’len ’t uit: // Christus is geboren!

Kersttoespraak 2009

Kersttoespraak 2009
n.a.v. Lukas 2:6-16

Het bijzondere van de verschijning van de engel aan de herders voelt mijn generatie niet meer aan.
Mijn generatie hoeft niet meer hard te werken. Mijn generatie kan het wel, maar het is niet meer zo noodzakelijk als in uw tijd. En als we, zoals de herders, nachtdienst zouden moeten draaien, krijgen wij er extra voor uitbetaald.
En dat het werk, net als bij de herders, van vader op zoon gaat, dat hoeft tegenwoordig niet meer. Dat gebeurt haast ook niet meer. Alleen op de boerderij. En dan is het nog een eigen keuze.
Maar vooral de armoede, waarin de herders leefden, kennen wij niet meer. Uw generatie heeft die wel gekend. In onze tijd praten we over crisis. Maar deze tijd is niet te vergelijken met de tijd waarin u bent opgegroeid. Dat was pas echt crisistijd.
Wie arm is, heeft het gevoel niet mee te tellen. Ook al wordt het misschien niet hardop gezegd, wie arm is voelt het wel zo: ik hoor er niet bij. Soms wordt het ook hardop gezegd: daar mag je niet mee spelen. Dat is niet ons soort.
Ook de kerk heeft helaas dat gevoel versterkt, dat arme mensen er niet bij hoorden. Ik denk dat de houding van de kerk ten opzichte van de armen één van de belangrijkste oorzaken van de kerkverlating is die na 1920 opkomt.
Armoede doet is met je! Het geeft het gevoel: ik hoor er niet bij.

Ook de herders hadden het gevoel er niet bij te horen. Zij stonden helemaal onderaan de sociale ladder. Lager dan een herder kon je niet zinken.
Dat deze herders ’s nachts in het veld zijn, is ook niet best. De nacht, dat is geen prettig tijdstip om buiten te zijn. De nacht was voor dieven en rovers. De nacht had ook iets lugubers, iets van de dood.
Aan deze mensen, die er niet bij hoorden, die helemaal onderaan staan, verschijnt de engel. Aan dit volk dat zo ruw is, dat je die liever niet in huis hebt. Dat volk dat zo kan vloeken, dat je je kinderen niet in de buurt wilt laten komen. Waar op neergekeken werd. Het uitschot.

De engel verschijnt aan hen en de heerlijkheid des Heren omstraalt hen. De glans van God valt over hen heen. Hun leven, hun armetierige, hardvochtige bestaan wordt in Gods licht geplaatst. Zij staan opeens in Gods middelpunt. Want zij krijgen de boodschap. De herders worden door de Here niet aan de kant geschoven. Door Hem niet uitgesloten.
Later zal dit Kind zo ook met mensen omgaan, die er niet bijhoren. Hij gaat naar oplichters en zwendelaars toe. Naar mensen die het met de huwelijkse trouw niet zo nauw nemen. Mensen die niet passen in een burgerlijke samenleving. Een samenleving waar de herders ook niet bij hoorden.

De engel heeft een boodschap voor de herders. Een boodschap voor heel het volk. Ook zij horen bij het volk. Ook zij mogen, net als de rest van het volk van Israël tot inkeer komen. De beloofde messias ontvangen
Doordat de engel hèn opzoekt, weten zij: wij horen erbij. Ook voor ons is Hij gekomen.

Dat verhaal van de herders kunnen we op een afstandje bekijken. Maar als wìj die herders eens waren? Als wij zo arm zijn, dat we het gevoel hebben, dat we er eigenlijk niet bij horen? Of dat wij in deze samenleving, die zo gericht is op jongeren, dat u als oudere het idee hebt, dat u niet meer meetelt?

Heel het volk, zegt de engel. Ook u. Ook over u mag de heerlijkheid van de Here stralen. Ook u mag in dat licht van Christus worden geplaatst. Ook voor u is Christus geboren. Iedereen mag deel krijgen aan de redding, die Christus bracht.

Waarom? Om eenheid onder het volk te brengen? U zit hier bij elkaar als katholieken, als hervormden. En misschien gelooft u wel helemaal niets. Christus is gekomen om een eenhied te brengen. Maar niet alleen onderling. Om ons leven in verband het brengen met God. Om de weg naar God mogelijk te maken.

De herders gingen naar Bethlehem. Gaat u mee naar Bethlehem, om deze Koning die voor ons kwam, de aanbidden? Nee, dat kan niet door een vliegreis naar Bethlehem te boeken. Dat kan door Hem als uw Heer te aanbidden. Door Christus in uw leven toe te laten.
Daarom kwam dit Kind. Zodat wij God weer zouden aanbidden. Hem weer zouden dienen. Hij brengt ons weer bij God.

ds. M.J. Schuurman

Kersttoespraak voor de ouderen in Ilpendam

Depressie als menselijke en bijbelse ervaring

Depressie als menselijke en bijbelse ervaring

Wie zelf geen depressie heeft meegemaakt, kan nauwelijks beseffen wat voor pijn een depressie oplevert. De Finse theoloog Timo Veijola heeft er wel weet van gehad. Hij overleed zelfs aan een depressie.

Op het terrein van het Oude Testament was Veijola een prominente wetenschapper. Zijn dood zorgde voor een schok. Na zijn dood werd een bundel met artikelen uitgegeven. Daarom stond ook een artikel over depressie als menselijke en bijbelse ervaring. Dat artikel is dus geschreven vanuit eigen ervaring.

(1) Diepe depressie: vertwijfeling zonder hoop
Voor buitenstaanders is het niet gemakkelijk om de pijn van een depressie aan te voelen. Wat er in een depressie gebeurt, is nauwelijks onder woorden te brengen. Volgens de Finse psychiater Kalle Achté is een depressie een van de heftigste vormen van lijden, die een mens kan ondergaan. Depressie is een vorm van onverbiddelijke maar reële angst, die in het normale leven niet voor komt, aldus William James.
Het duivelse karakter van een depressie is onder andere, dat de dimensie van de tijd buiten werking wordt gesteld. Depressie is een donkere tunnel, waar men in komt. En men heeft geen enkel benul of men hier weer uit komt. Het is een totale vertwijfeling. En de duur van deze wanhoop is onbekend.

(2) Niet iedereen wordt gezond: de tragedie van Saul
Veel boeken over depressiviteit voor patiënten of betrokkenen hebben een optimistische insteek: iedereen met een depressie wordt vroeg of laat weer gezond. Dit optimisme is echter een leugen, die met behulp van statistiek kan worden ontkracht. Mensen met een depressie kunnen voor goed arbeidsongeschikt raken. De bijbel is in dat opzicht veel reëler dan moderne boeken over depressies. De kwestie van Saul is daar een aangrijpend voorbeeld van.
Saul was in de eerste koning van Israël. In eerste instantie was hij door God uitgekozen. Na zijn verkiezing valt hij echter in ongenade. Vanaf dat moment is hij de regie kwijt. Zijn leven verwordt tot een levenslange strijd tegen de depressie en de nieuwe uitverkorene van de Here.
Hoe het zover komt, is ook voor de bijbelschrijvers een raadsel. Zij beschrijven Sauls depressie als een ‘boze geest’, die door de Here zelf is gestuurd. Volgens Veijola is het van belang om te zien, dat niet een kwade demon of een kwade macht als Satan de veroorzaker is van de depressie, maar de Here.
In eerste instantie lijkt muziektherapie te helpen. Deze therapie komt echter tot een einde als Saul achterdochtig wordt ten opzichte van zijn therapeut David. Jaloezie, angst en haat tegenover anderen zijn gevoelens die volgens Kalle Achté kenmerkend zijn voor een depressie. Deze gevoelens zijn uitdrukking van een niet sterk ontwikkelde zelfwaardering. Andere kenmerken van een depressie zijn volgens hem een in-zichzelf-gekeerdheid, het zichzelf isoleren van anderen. Dat laatste is ook op een dramatische manier te zien bij Saul, die openlijk in conflict komt met zijn kinderen Jonathan en Michal. Zij kiezen partij voor David.
In zijn paranoïde egocentrisme verliest Saul zijn taak uit het oog: de strijd tegen de Filistijnen. Als Saul uiteindelijk is omsingeld door de Filistijnen kiest hij voor een voor depressiviteit kenmerkende oplossing: hij verlangt van zijn wapendrager hulp om te sterven. Als deze dat weigert, doodt hij zichzelf met een zwaard.
De Bijbel geeft geen waardeoordeel over de manier waarop Saul aan zijn einde komt. Dat doet de Bijbel ook niet bij de weinige andere zelfmoorden die in de Bijbel voorkomen, zoals de dood van Abimelech (Richteren 9:52-54), Achitofel (2 Samuël 17:23) of Judas. De zonde van Judas was het uitleveren van zijn Meester. De Bijbel staat hiermee in schril contrast met de Griekse cultuur, die de zelfmoord verheerlijkt. Het harde oordeel over zelfmoord berust daarentegen ook niet op de Bijbel.

(3) Profetisch leven in een depressie: Elia, Jona en Jeremia
Een depressie komt niet alleen door een mislukking. Een depressie kan ook door een succes komen. De profeet Elia is daar een voorbeeld van. Na zijn glanzende overwinning op de Baälsprofeten (1 Koningen 18: waarbij het trouwens de vraag is of het een plan van de Here is of Elia’s eigen idee), zinkt hij in een depressie. Zijn eigenwaarde is weg en het verlangen naar de dood komt op (1 Koningen 19:4). Een depressief mens wil de boze wereld door middel van een slaap verlaten.
Het pastoraat van de Here is echter opvallend: Elia moet opstaan, eten en verder gaan. Daarmee is zijn depressie nog niet voorbij. Hij zit nog in de illusie gevangen, dat hij de enige is, die overgebleven is. Hij wordt door de Here weer aan het werk gezet. Werken is vaak de beste manier tegen een depressie. Hoewel werk door iemand met een depressie als ontzaglijk zwaar wordt ervaren.
Jona is een profeet die middenin in zijn succes depressief wordt: als de Ninevieten op zijn oproep ook daadwerkelijk tot inkeer komen. Tegenover het verlangen om te sterven wordt de barmhartigheid van God geplaatst. Jona moet leren, dat Gods heil niet alleen om hem draait.
Ook Jeremia komt vaak terecht in een zelfmedelijden. Bij hem komt een verlangen op, dat ook bij andere depressieve mensen op kan komen: het verlangen naar de baarmoeder (Jeremia 20:17-18). Jeremia lijdt vanwege zijn roeping zijn hele leven lang aan depressies. Door de depressies uit hij gevoelens van wraak ten opzichte van de Here.
Gods troost voor Jeremia is streng. Hij accepteert Jeremia’s wraakgevoelens niet en roept hem op tot inkeer. Jeremia 15:19: Dit zegt de HEER: Als je bij mij terugkeert en ik je aanneem, zul je mij weer dienen. Als je waardige woorden spreekt, niets onwaardigs, zul je weer mijn zegsman zijn. Soms moet Jeremia tijdenlang wachten op een openbaring (Jeremia 42:7), maar als de Here spreekt wordt Jeremia weer gelukkig (15:16).

(4) Hoop temidden van de hopeloosheid: Het boek Job
Wie in een depressie terechtkomt, krijgt te maken met een leegheid die heel het leven doortrekt. Ook het geloof wordt erdoor getroffen. ‘Een depressieve mens is een botte en een zwaarmoedige atheïst’, schrijft Kristeva. Job scheert wat dat betreft langs de rand van het atheïsme. God verloochenen doet hij echter niet. Ook al roept zijn vrouw hem hier wel toe op (2:9). Job brengt zijn nood en angst voor God.
Job is in zijn depressie niet alleen. Hij wordt bijgestaan door zijn vrienden. Maar net als hedendaagse artsen kunnen zij ten diepste niet aanvoelen wat er met Job gebeurt. De troost van Jobs vrienden is niet alleen volgens Job verkeerd, ook volgens de Here zelf. God spreekt uiteindelijk zelf (hoofdstuk 38-42). Deze hoofdstukken zijn ook van pastoraal belang, omdat Job een breder perspectief wordt geboden dan zijn eigen leven. Zo wordt Job uit zijn op-zichzelf-gerichtheid gehaald.
Job is ook op een andere manier van belang. Job erkent in schuld. De schuld van zijn depressie ligt niet bij zijn ouders. Het boek Job heeft op de Russische schrijver Dostojewski diepe indruk gemaakt. Volgens hem is vergeving de enige manier om uit een narcistische melancholie te komen.

(5) Het zielenlandschap van de depressie: de psalmen
In het moderne psalmenonderzoek is nauwelijks aandacht voor het thema depressie. Toch komt dit thema in de psalmen geregeld voor.
Zo kan Psalm 88 de titel hebben: Gebed van een depressief persoon. Deze psalm is een klaaglied van een enkeling. De dichter van deze psalm heeft de ervaring dat hij als dood is.
Helmut Tacke, een Duitse predikant en opleider van predikanten en zelf ook ervaringsdeskundige als het om depressiviteit gaat, heeft gewezen op de pastorale kracht van de klaagpsalmen. Bij Psalm 88 tekent hij aan: de psalmdichter is helemaal afgesneden van het leven, van al het goede. Hij bevindt zich als het ware in het dodenrijk. Aan de beelden, die in Psalm 88 gebruikt worden, is dat ook te zien: dodenrijk, graf, afgrond, land der vergetelheid. Net als veel depressieve mensen heeft ook hij het gevoel in de afgrond te vallen.
Psalm 88 brengt deze ervaringen in verband met God. De dichter is niet alleen door God verlaten. Zo voelen veel depressieve mensen zich. God is zijn vijand geworden. De toorn van God drukt zwaar op hem. Eindigt deze psalm in het duister? Volgens Luther niet. Bij Psalm 6:6 (een andere depressieve tekst) geeft het hij commentaar: ‘Want degene die aan U denkt en U dus belijdt ten overstaan van anderen, is nog niet gestorven.’ Zelfs bij de poorten van het dodenrijk klampt deze dichter zich vast aan zijn God. En deze psalm is in zijn harde bewoordingen juist voor veel depressieve mensen de eeuwen door tot troost geweest.
Ook het opleven uit een depressie komt in de psalmen voor: Psalm 30. Deze psalm is het spiegelbeeld van Psalm 88. In deze psalm wordt bezongen hoe iemand uit het dodenrijk weer opstaat. De dimensie van de tijd is weer hersteld. Duurde in Psalm 88 de toorn van God levenslang, in psalm 30 blijkt het slechts om een ogenblik te gaan.

Kun je na een depressie weer beter worden. Volgens ervaringsdeskundige Helmut Tacke zien psychiaters niet, dat iemand na een depressie sterker kan zijn. De depressie hoeft ook niet herinnerd te worden. Als een verkeerd zelfbeeld met behulp van de wetenschap door anderen en door God geaccepteerd te zijn, is het ‘neerdalen in het rijk van de dood’ (zoals Psalm 30 beschrijft) een keerpunt in het leven.

De reformatorische theologie heeft weet van de mens die in zichzelf gekeerd is (homo in se incurvatus; het begrip stamt van Luther). Alleen door de genade van God kan deze mens weer opgericht worden. Dat gebeurt, wanneer iemand helemaal vastloopt en zichzelf niet meer kan redden. Dat is niet het einde. Het einde is het verlossende woord van Jezus Christus, die voor alle in zichzelf gekeerde mensen gestorven is. Om hen weer het leven te geven. Het leven in verbondenheid met God.

ds. M.J. Schuurman

(samenvatting van een artikel van Timo Veijola)

Epiloog
Wie in de Bijbel op zoek gaat naar de ervaring van depressiviteit, heeft nauwelijks hulp van handboeken. Toch kent de Bijbel deze ervaring wel degelijk. Dat is te zien aan bekende schrijvers, die hun ervaring met depressie hebben opgeschreven.
* Willam Styron, Darkness Visible. A Memoir of Madness heeft als motto: Wat ik vreesde, komt nu over me, wat mij angst aanjoeg, heeft me getroffenIk vind geen vrede, vind geen kalmte, mijn rust is weg – onrust bevangt mij. (Job 3:25-26)
* Andrew Solomon, The Noonday Demon. An Atlas of Depression gebruikt Psalm 91:6: het verderf, dat op den middag verwoest. Net als Johannes Cassianus duidt hij dit verderf als de demon van de melancholie (het ouderwetse woord voor depressie).
* Julia Kristeva gebruikt in haar boek Soleil noir: dépression et mélancholie (1987) Psalm 42:6: Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.Aanbevolen literatuur:
HELMUT TACKE, “Zur Interpretation der Klage in den alttestamentlichen Psalmen, in: IDEM, Mit dem Müden zur rechten Zeit reden. Beiträge zur bibelorientierten Seelsorge (Neukirchen-Vluyn, 1989) 223-241.
RUDOLF BOHREN, In der Tiefe der Zisterne. Erfarhungen mit der Schwermut (1990, verkrijgbaar bij www.hartmutspenner.de ) Bohren schreef dit boek, nadat zijn eerste vrouw was overleden aan een depressie.
CHRISTIAN SCRIVER, Vom Kreutz der gläubigen Seelen (1704). 

Samenvatting van: TIMO VEIJOLA, ‘Depression als menschliche und biblische Erfahrung’, in: IDEM, Offenbarung und Anfechtung. Hermeneutisch-theologische Studien zum Alten Testament. Biblisch-Theologische Studien 89 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 2007) 158-190. Dit artikel gaat terug op twee lezingen van Veijola: ‘De depressie als bijbelse en persoonlijke ervaring’ en ‘De geografie van de depressie’. Door de uitgevers Walter Dietrich en Marko Marttila zijn deze lezingen tot een geheel gemaakt.

De gemeente – Apostolische geloofsbelijdenis deel 4

De gemeente: lichaam van Christus, gemeenschap der heiligen
ds. M.J. Schuurman

De kerk heb je nodig!
Onlangs sprak ik een evangelist. Hij vertelde dat hij contact had met enkele jongens die jaren geleden tot geloof gekomen waren. Zij waren echter nauwelijks gegroeid in het geloof. Anderen, die later tot geloof kwamen, waren wel gegroeid. Hoe dat kwam? De eerste jongeren hadden zich niet aangesloten bij een gemeente.

Vraag: Wat hebben wij als kerk aan anderen te bieden?

Vraag: waarom is de kerk voor u belangrijk? Welke onderdelen van de kerk kunt u niet missen? Wat zouden Ilpendam en Watergang missen als er geen kerk meer is?

Van de Here
‘Kerk’ is afgeleid van het woord kuriakè. Dat woord betekent: van de Here (kurios). De kerk is dus niet van ons, maar van God. Lid van een kerk zijn betekent dus: wij zijn weer van God geworden. Alleen Hij is de Heer in ons leven. Wij moeten niet alles op aarde zoeken, want wij zijn op weg naar de stad van God. Wij zijn slechts vreemdelingen, pelgrims (1 Petrus 2:11).

Vraag: Wat betekent het vreemdelingschap voor de christelijke levensstijl? (zie eventueel de volgende verzen.)
Dat betekent ook dat wij alles wat er in de kerk gebeurt, proberen God te dienen en te gehoorzamen. De kerk is meer dan een koffieclub of een voetbalvereniging.
In het OT wordt het volk Israël ook ‘gemeente’ genoemd. Bijvoorbeeld in het boek Deuteronomium.
Opdracht: lees met elkaar Deuteronomium 8:7-20. Wat kunnen wij als gemeente daarvan leren? Hoe kunnen wij gehoorzaam aan God zijn?

Geroepen
Net zoals het volk Israël bevrijd is uit de slavernij, is geloof ook een bevrijding. Wij mogen nu bij het lichaam van Christus horen. De doop geeft de overgang van dood naar leven aan. In de doop zijn wij verbonden met de dood van Jezus (Romeinen 6:3-4). Wij zijn met Hem gestorven. Met het avondmaal wordt die dood, de betekenis daarvan voor ons, gevierd.
Opdracht: lees met elkaar 1 Petrus 2:9-10. Hoe stelt u die duisternis voor? En die roeping? Wat zegt het over God?

Opdracht: Lees met elkaar Mattheüs 5:13-16. Het gaat hier om een belofte en niet om een opdracht. Wat betekent dat voor ons christenzijn?

Gemeenschap van heiligen – gemeenschap van zondaars
In de geloofsbelijdenis staat: ik geloof de gemeenschap der heiligen. Zo zullen wij onszelf vaak niet zien. Maar zo ziet God ons wel als Hij door Zijn Zoon naar ons kijkt. Tegelijkertijd blijven wij hier zondaars.
Opdracht: Lees met elkaar Mattheüs 13:24-30. Wat betekent dat voor de gemeente?

Opdracht: Niet iedereen staat op hetzelfde geestelijke niveau. Lees met elkaar 1 Kor. 8. Wat betekent dat voor de gemeente?

Het gevaar is dat de gemeente het geloof laat verslappen of iets anders gaat geloven. Daarom zijn er ambtsdragers aangesteld.

Vervolging en verdrukking
Het evangelie stuit ook op weerstand. Niet iedereen wil geloven. Soms gaat de vijandschap zo ver, dat christenen worden vervolgd. Uiteindelijk is het God die ons vasthoudt.
Vraag: Hoe kunnen wij trouw blijven?