Hou(d)vast hoodfstuk 16 Verlangen naar meer. Vrucht van de Geest

Hou(d)vast hoodfstuk 16 Verlangen naar meer. Vrucht van de Geest

In dit hoofdstuk zijn we bezig met wat de Heilige Geest in jouw leven doet. Wat doet de Heilige Geest in jouw leven?

  • Hij zorgt ervoor dat je gaat geloven.
  • Hij zorgt ervoor dat je gelooft groeit:
    – Je gaat meer begrijpen
    – Er komt meer liefde voor Christus
    – Je bent er vaker mee bezig

 

 

  • De Geest zorgt ervoor dat je meer op Christus gaat lijken.

 

Vraag 1: Lees het stukje op p. 115 en beantwoordt de vraag in het boekje. Extra vraag: Kun je aangeven op hoe je in het afgelopen jaar bent veranderd? Kun je ook aangeven hoe dat gekomen is? Dank je God ook wel eens voor die veranderingen?

Veranderingen:


Oorzaak:


Ik wil danken voor:

Vraag 2: Groeien in geloof kun je alleen als je verbonden bent met de Heere Jezus. Dat komt in het Bijbelgedeelte op p. 115 (Johannes 15:1-8) naar voren. In dit Bijbelgedeelte vergelijkt Jezus zichzelf met een wijnstok. De gelovige is een tak (een rank) die aan de wijnstok vastzit. Doordat de tak vastzit aan de plant kan de tak water en voeding krijgen en kunnen er vruchten groeien aan de tak. Zo kan doordat de gelovige verbonden is met de Heere Jezus de Heilige Geest in ons ‘overstromen’ (dat is dan het water, de voedingsstoffen) en kunnen wij, gelovige, vrucht dragen. De vrucht, dat is dus het effect van de Geest in jouw leven. Welk effect wil jij van de Heilige Geest in jouw leven? (zie ook p. 119)

De Geest heeft effect. Toch gaat niet alles perfect als gelovige. Daar kun je best last van hebben. Op p. 116 worden enkele voorbeelden gegeven:
– Jantine die geen rust vindt
– Mark die toch steeds weer op verleidingen ingaat.
Het feit dat je er mee worstelt is een vrucht van de Geest. Ook het verlangen naar verandering in jouw leven is ook een vrucht van de Geest. Kun je vrucht in je leven zien? Of ben je te kritisch op jezelf? Welke vrucht ziet God in jouw leven?

Vraag 4: In Galaten 5:22 wordt de vrucht van de Geest wat meer uitgelegd. Paulus bedoelt 1 vrucht die uit 9 onderdelen bestaat. Geef van die 9 onderdelen aan waarom de Geest dit in jouw leven wil bereiken. Geef ook aan op welke manier deze vrucht in jouw leven groeit. (Wees niet te kritisch! Het is gemakkelijker om te zeggen dat je er niets van ziet. Probeer vooral te kijken wat je er wel van ziet in jouw leven)

liefde
De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze liefde zie ik dit in mijn leven groeien:

blijdschap

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze blijdschap zie ik dit in mijn leven groeien:

vrede

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze vrede zie ik dit in mijn leven groeien:

geduld

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van dit geduld zie ik dit in mijn leven groeien:

vriendelijkheid

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze vriendelijkheid zie ik dit in mijn leven groeien:

goedheid

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze goedheid zie ik dit in mijn leven groeien:

geloof

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van dit geloof zie ik dit in mijn leven groeien:

zachtmoedigheid

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze zachtmoedigheid zie ik dit in mijn leven groeien:

zelfbeheersing

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze zelfbeheersing zie ik dit in mijn leven groeien:


De godloosheid van het kruis

De godloosheid van het kruis

Jezus stierf aan het kruis. Voor het christelijk geloof is het niet alleen van belang dat Jezus stierf, maar ook het hoe van Zijn dood heeft grote betekenis voor de boodschap van het christelijk geloof. De manier waarop Hij stierf het het christelijk geloof voor altijd bepaald. De vraag waarom Jezus moest sterven is daarom een vraag die tekortschiet. De vraag moet zijn: waarom moest Jezus sterven aan het kruis?

Degradatie, ontmenselijking
Het kenmerkende van de dood aan het kruis is dat het om totale ontmenselijking en totale degradatie gaat. Het kruis is de meest inhumane manier van sterven. Voor de Romeinen van de clou van de kruisdood juist de totale ontmenselijking, totale schande, totale degradatie.
De Schepper en Heer van het universum kiest ervoor om deze laagste vorm van de dood te sterven: Jezus sterft niet de dood van een martelaar, maar de dood van een vervloekte, buitengesloten van de gemeenschap met God. Het kruis is totale godloosheid. Het kruis is een doorbreking van alle menselijke religiositeit. Het tegenovergestelde van wat mensen van God verwachten.

Idealisatie
Daarom is het uitzonderlijk dat het kruis wel een religieus symbool geworden is. Voorwerp van romantische verbeelding en idealisatie. Die religieuze strekking wordt ook door niet-gelovigen ingezien: een kruis in de openbare ruimte roept wel discussie op (zie VS en Duitsland), terwijl een kerstboom of een chanoeka-kandelaar die discussie niet oproept.

Vernedering
De dood aan het kruis is met niets uit de Amerikaanse cultuur te vergelijken. Zelfs een vergelijking met de elektrische stoel schiet tekort. De enige overeenkomst die er is, is dat bij de elektrische stoel het vaak om mensen de laagste klasse van de samenleving gaat die deze straf krijgen. Het enige waarmee het te vergelijken is, zijn de reacties van Amerikaanse soldaten op de afbeelding van Jezus aan het kruis: dit hebben wij in Irak gezien, in de vernedering van Iraakse soldaten.

Korinthische mentaliteit
Het kenmerkende van Jezus’ sterven aan het kruis is niet het lichamelijk lijden. De schaamte, de schande, de vernedering, de totale godloosheid is van grotere betekenis. Voor de eerste christenen was de dood van Jezus aan het kruis moeilijk te verkopen: een ergernis, een dwaasheid (1 Korinthe 1:18-25). Alleen deze schande, totale godloosheid en vernedering van Gods Zoon is Gods kracht. Zowel Joden als heidenen willen het kruis niet. Rutledge komt deze ‘Korintische mentaliteit’ ook veel in hedendaagse Amerikaanse kerken tegen. Daar wordt de theologie van het kruis liever ingeruild voor een theologia gloriae.

Vervloekte
Om deze theologia gloriae te doorbreken zou een preek op Goede Vrijdag over Galaten 3:10-14 niet verkeerd zijn. Daarin werkt Paulus uit dat Jezus stierf als vervloekte. Zodat hedendaagse gelovigen inzien waarom God juist deze vorm van sterven heeft gekozen om Christus te laten sterven.

N.a.v. Fleming Rutledge, The Crucifixion. Understanding the Death of Jesus (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015) 72-105

Het kruis als de kern

Het kruis als de kern

Christus als de gekruisigde is de kern van het christelijk geloof. Hoe verschillend de 4 canonieke evangeliën mogen zijn, als het gaat om de kern stemmen ze overeen: het kruis is de climax van Jezus’ weg op aarde. Daarom is vanaf het begin het christendom het kruis en de boodschap van het kruis de kern van de theologie. Het kruis is de toetssteen voor wat authentiek christelijk is.

In de traditie van het christelijk geloof zijn er altijd manieren geweest om het kruis niet centraal te hoeven stellen:
– een theologie van de glorie en overwinning (in tegenstelling tot een theologie van het kruis).
– het gnosticisme als verleiding.

Verleiding van het gnosticisme
In de geschiedenis van het christendom is het gnosticisme de grootste verleiding geweest. Het gnosticisme is een vrij ingewikkeld verschijnsel. Kenmerken zijn:
(1) Een bevoorrechte spirituele kennis dat leidt tot verlossing en verlichting.
(2) Een hiërarchie binnen de gemeenschap waarbij mensen met die bevoorrechte kennis aan de top staan en ontstegen zijn aan gewone stervelingen die deze kennis niet hebben.
(3) Een theologie, waarbij het kruis als lijden niet gewenst of niet nodig is. Om verlossing en verlichting te bereiken is er geen verlossend lijden nodig.

Invloedrijk
Volgens Rutledge is een hedendaagse variant van dit gnosticisme erg invloedrijk in de Amerikaanse kerken, omdat deze vorm van gnosticisme erg goed past bij de Amerikaanse normen en waarden. Ze vindt het belangrijk om in te gaan op dit gnosticisme (en dit te bestrijden), omdat dit gedachtengoed een belangrijke obstakel is om de Bijbelse betekenis van het kruis te begrijpen.

Voor Rutledge is het kruis een streep door alle menselijke religiositeit. Onder religiositeit verstaat ze menselijke verlangens en wensen. God kiest in het kruis een weg die niet past bij de menselijke verwachtingen en wensen. (Dit wordt in het volgende hoofdstuk uitgewerkt: de godloosheid van het kruis.)

Kruis niet meer vanzelfsprekend de kern
In de afgelopen decennia is het kruis, waaraan Christus stierf, inclusief de betekenis daarvan niet voor iedereen meer de kern:
– De aandacht voor het leven van Jezus en de zoektocht naar de historische Jezus doet het kruis als climax naar de achtergrond verschuiven.
– De aandacht voor de incarnatie van Christus, waarbij de incarnatie de betekenis krijgt dat God de wereld zoals de wereld is onvoorwaardelijk aanvaardt. De wereld waarin Christus incarneert is niet meer de gevallen wereld.
– Door een verschuiving in de liturgische accenten, waarbij Pasen meer nadruk krijgt dan Goede Vrijdag. Een verschuiving neemt ze ook waar in accenten rondom avondmaal, die meer vanuit Pasen wordt geduid.

Rutledge brengt daar tegenin:
– Wanneer het kruis niet meer de climax is van het leven van de historische Jezus wordt de historische Jezus ontdaan van elke transcendente en religieuze betekenis. Wat we weten over de historische Jezus hebben we te danken aan de verhalen die bewaard zijn gebleven en doorverteld omdat de Gekruisigde is opgestaan.
– Het kruis is niet los te maken van de incarnatie: zonder incarnatie geen kruis. Als omgekeerd de incarnatie wel losgemaakt wordt van het kruis is er geen ruimte meer voor thema’s als oordeel en redding.
– Het is geen goede zaak als in de liturgie Goede Vrijdag en Pasen tegenover elkaar worden uitgespeeld. Opstanding is niet los te maken van het kruis, want de Gekruisigde werd opgewekt. Van oudsher was er in het kerkelijk jaar een verband tussen Goede Vrijdag en Pasen in het Triduum.
– In de Bijbelse gegevens over het avondmaal wordt nadrukkelijk de link met het kruis gelegd. Avondmaal staat in het teken van het kruis.

Voor Rutledge genoeg reden om te blijven bij de klassieke theologie, die het kruis en de betekenis daarvan centraal stelt. Christelijke theologie is kruistheologie.

N.a.v. Fleming Rutledge, The Cricifixion. Understanding the Death of Jesus Christ (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015) 41-71.


Preek zondag 19 maart 2017

Preek zondag 19 maart 2017
Johannes 17:1-18
Tekst: Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. (vers 15)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In mijn vorige gemeente ging ik wel eens kijken bij gemeenteleden
die bezig waren met de bouw van een nieuwe boerderij.
Ze hadden een grote vervallen boerderij gekocht
met als doel die boerderij te slopen en daar een nieuwe neer te zetten.
Op een keer stond ik op het erf en keek ik naar de bomen die om het erf heen stonden:
Grote, kolossale bomen.
‘Die staan er niet voor niets,’ zei de man, ‘Kijk maar elke boerderij in de omgeving
heeft zo’n rij bomen om de boerderij staan.
Weet je waar dat voor is?’ Ik wist het niet. ‘Dat is om de wind tegen te houden.’
Ik begreep het: de wind.
Ons huis stond op het westen van het dorp
en het hoefde maar iets te waaien of de luiken van ons huis begonnen te klepperen.
Vaak is de wind daar een heel stuk sterker dan hier.
Heel wat keren gierde de wind om ons huis.
Ik kon me voorstellen dat degenen die buiten de bebouwde kom woonden in de open polder
zo’n rij bomen om de boerderij hadden als beschutting tegen de wind,
zodat je op het erf en in en om huis veel minder last hebt van de wind.

Als de Heere Jezus bidt voor Zijn leerlingen, is dat ook zo’n beschutting,
net als een rij bomen om een boerenerf heen.
Het gebed van Christus als een beschutting om ons heen:
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze.
Wanneer iemand voor je bidt, kan dat heel weldadig zijn, kan je dat heel goed doen.
Het is helemaal bijzonder als de Heere Jezus zelf voor je bidt.
Om ons leven heen is dit gebed, net als een bomenrij om een boerenerf, om ons te beschutten
De Heere Jezus heeft daarbij een heel specifieke bedreiging op het oog:
een aanval van de boze
die, als Jezus niet meer bij Zijn discipelen is, zal proberen om hen van het geloof af te helpen.
Want dat is het doel van de boze, om de discipelen en ook ons vandaag de dag
bij de Heere Jezus weg te krijgen,
zodat we uit die gemeenschap met de Heere Jezus wegraken.
Jezus weet dat de boze zijn kans zal grijpen op het moment dat Jezus is gearresteerd
de weg naar het kruis gaat, gestorven en begraven is,
wanneer Hij niet meer bij Zijn discipelen is om hen uitleg te geven of bij te staan
ze kwetsbaar zijn voor wat de boze hen influistert, hen wil doen geloven.
En dat in de tijd dat Christus naar de hemel is gegaan en Zijn leerlingen achterlaat,
dat ze Zijn nabijheid missen, Zijn nabijheid die voor hen een bescherming is.
Door voor ons te bidden laat Christus zien,
dat Hij weet dat ons geloof kwetsbaar is
en het zelf in die confrontatie met de boze gemakkelijk onderuit kan gaan.

We zijn er misschien niet altijd op bedacht dat de boze met ons bezig kan zijn.
Als je op een zonovergoten dag op een boerenerf staat,
staan die bomen er meer voor de entourage, voor de sier
en houden ze meer de zon tegen dan de wind.
Hebben we in onze tijd eigenlijk wel last van de boze,
van de confrontatie waarmee hij ons opzoekt, om ons geloof te laten wankelen
en ervoor te zorgen dat wij de band met Christus opgeven?
Misschien niet zo’n stevige confrontatie als waar de discipelen mee te maken kregen,
die zagen dat hun Heer en heiland werd opgepakt
en zomaar ter dood veroordeeld werd alsof Hij een gevaarlijke terrorist was
die onschadelijk gemaakt moest worden om erger leed te voorkomen.
Die schok van de dood die Zijn leerlingen niet hadden zien aankomen,
ondanks alle aankondigingen van Jezus, was een grote schok,
waardoor het gebed van Christus een urgentie laat zien:
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze,
dat de boze de weg van het kruis gebruikt hen bij Christus weg te houden.
Aan de voet van het kruis stonden enkele vrouwen in Jezus hadden geloofd
En stond de discipel Johannes.
Zou het gebed van Christus hen beschermd hebben, toen ze hun Heer daar zagen hangen?
Zouden wij te maken hebben met de boze
en hebben wij het nodig dat wij ervoor bewaard worden?
Zo erg als de christenen die worden opgesloten in de gevangenis omdat ze geloven
is het voor ons hier in Nederland niet.
Soms kan er wel zo’n aanval zijn:
Een collega die heel schamper doet omdat je gelooft, of nog gelooft.
Geloven, dat is toch iets dat achterhaalds is.
Als je dat dan persé wilt doen, dan alleen thuis, achter de voordeur.
Of iemand in je vriendenkring of familie, die steeds de discussie opzoekt
je ervan wil overtuigen dat God niet bestaat, of dat door godsdient alleen maar ellende komt.
Ik bid dat U hen bewaard voor de boze.
Wanneer je er toch mee te maken hebt, dat je wordt aangevallen op je geloof
en je voelt van jezelf dat je geloof niet zo sterk, mag je weten
dat om je heen dit gebed is, als een beschutting.

De boze kan ook een veel subtielere manier gebruiken om ons van Christus weg te trekken:
Dat je het goed hebt, zo goed hebt, dat je het ook wel redt
zonder je echt druk te maken om God.
Dat er een bepaalde nonchalance in je geloof sluipt.
Je doet er wel iets aan, maar echt diep zit het niet,
geen echt hechte band met Christus, meer een losse band van af en toe bidden,
zo af en toe naar de kerk gaan en er af en toe aan denken.
En voor je het weet, wordt de tussenpozen alleen maar groter en raak je verder weg.
Of dat je het te druk hebt om je er echt mee bezig te houden.
Je aandacht gaat naar andere dingen uit.
Als je al zou willen geloven, of er mee bezig zou willen zijn,
dan komt het er niet van, het past er niet bij in je hoofd, in je hart,
in jouw manier van leven.
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze.

Het is een zorg van de Heere Jezus om ons geloof, om onze band met Hem.
Want als we met Christus verbonden blijven, zijn we ook met God verbonden.
Het is niet alleen het gebed dat een bescherming voor ons is,
door Christus zijn we ook opgenomen in de gemeenschap van de Vader en de Zoon.
Dat is de ruimte waarin we mogen leven,
de ruimte die we mogen betreden,
niet alleen maar het gebed van Christus om ons heen als die rij bomen om een boerenerf,
maar dat het erf de gemeenschap van de Vader en de Zoon is
en dat wij daar ook een plek hebben.
Geborgen in de band die de Vader en de Zoon samen hebben:
Christus die heel nauw met de Vader verbonden is en dat ook in het gebed verwoordt.
In die gemeenschap krijgt ieder die gelooft ook een plek.
Die gemeenschap van de Vader en de Zoon is dan uw plek.
Het begint bij de Vader: je bent van Hem.
Daarin klinkt liefde en betrokkenheid door, maar ook dat je bij God hoort.
Je hoort aan God toe en je hoort het niet ergens anders te zoeken.
Buiten God is er geen leven.
Als je die gemeenschap, die band, het samenzijn met God kwijtraakt, raak je veel kwijt.
Daarom bidt Jezus ook om ons te bewaren. In die band, in dat samenzijn.
Want zowel de Vader als Christus hebben verantwoordelijkheid voor u, voor jou.
In Zijn gebed zegt de Heere Jezus, dat de Vader ons heeft overgedragen aan de Zoon.
Hij heeft ons gegeven, in Zijn hand, als een kostbaar bezit.
Als iets waar Hij zuinig op is
en om Christus aan te sporen de weg naar het kruis te gaan.
Zodat Christus weet voor wie Hij het doet,
dat Hij de gezichten kent, uw gezicht en jouw gezicht,
dat Hij de namen kent, uw naam en jouw naam,
de levensgeschiedenissen kent, weet wat jij doormaakt en hoe uw leven eruit ziet.
Zodat Hij weet wat onze zwakke kanten zijn
en hoezeer wij op Hem leunen en Zijn aanwezigheid en bescherming nodig hebben.
Er klinkt zorg in door, in Zijn woorden, de verantwoordelijkheid die Hij voelt:
Ik heb hen bewaard, degenen die U aan Mij hebt overgedragen.
Een heel intiem gebeuren, waarin wij opgenomen zijn.

Een intiem gebeuren, waarin we mogen zien Wie God is.
Daar zet het gebed van Christus mee in, dat de Vader toont wie Christus is.
Hij doet dat met de woorden: Verheerlijk uw Zoon.
Laat zien Wie Uw Zoon is en wat Zijn heerlijkheid en grootheid is.
Die heerlijkheid: dat is niet alleen wat Jezus’ hart is, van binnen,
maar ook wat Zijn uitstraling is, wat Zijn effect is.
Een bijzonder effect, een bijzondere heerlijkheid: aan het kruis op Golgotha,
met dat opschrift: Jezus uit Nazareth, koning van de Joden.
Als wij verbonden zijn met Christus, dan geldt wat Hij deed op Golgotha ook voor ons.
Dan mogen wij, dan mag u, dan mij jij dat aannemen,
mag jij geloven dat Hij het ook voor jou volbracht heeft
en dat je opgenomen bent in die intieme gemeenschap van de Vader en de Zoon.
Ook al ben je dan nog op aarde, je bent wel opgenomen in die gemeenschap.
Je bent op dat erf, met die bomen erom heen,
Waar de boze geen vat meer op je kan krijgen, omdat je van Christus bent
en Zijn gebed om je heen is en je in Hem geworteld bent.

Waarom zijn we dan nog in de wereld?
Waarom bidt Jezus bij Zijn weggaan niet:
Vader, Ik bid dat U hen snel uit deze wereld weghaalt?
Ik kwam een definitie tegen van de wereld: de wereld is waar je van God los bent.
Dat is de plek waar we leven: tussen mensen die van God los zijn
en dat van God los zijn is de dominante stroom in deze wereld.
Dat maakt de wereld waarin wij leven wereld is.
Een wereld die soms vijandig is ten opzichte van het geloof en van God.
Een wereld die soms heel goed zonder God kan en het nog lijkt te redden ook,
zodat je je afvraagt wie het beter heeft.
Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt.
Waarom eigenlijk niet?
Dat zou ons toch heel wat besparen aan zorg en strijd?
Dat zou ons toch heel wat minder aanvechting en twijfel geven?
Waarom laat Christus ons alleen in de wereld achter?
Omdat de kerk in deze wereld een taak heeft.
Omdat u, omdat jij in deze wereld een taak heeft
en die taak kunnen wij niet vervullen als God ons uit die wereld weghaalt.
Onze taak is dat God in deze wereld wordt verheerlijkt.
We hebben een taak, een zending in de wereld: om te laten zien wie God is.
Juist aan de mensen die God niet kennen,
juist in een wereld die wereld is: namelijk de plek waar mensen van God los zijn.
In die wereld zijn we geplaatst.
We horen in die wereld, maar we zijn niet van die wereld.
Ons hart ligt niet in deze wereld, maar in de gemeenschap met God,
bij die intieme gemeenschap tussen de Vader en de Zoon.
Wel in de wereld, maar niet van de wereld.
We hebben in de wereld waarin we leven een taak
en voor die taak, waartoe Christus ons zendt, hebben we dat gebed mee:
Ik bid niet dat U hen uit deze wereld wegneemt, nee want we moeten hier nog zijn.
maar dat U hen bewaart voor de boze.
Dat ze mogen weten dat U de overwinnaar bent
en dat hoeveel tegenstand er ook zal zijn, zij niet uit Uw hand vallen,
maar altijd opgenomen zijn in die gemeenschap.
Die taak is wel heel bijzonder, want Jezus bidt hier voor Zijn leerlingen,
die Hem over enkele uren in de steek kunnen laten:
Petrus die aan bij de hogepriester in het huis zijn Meester verloochent,
leerlingen die het niet kunnen opbrengen om in die gemeenschap te blijven
als Jezus wordt opgepakt maar weggaan of uit de verte kijken.
Degenen die een taak hebben, die gezonden zijn, zijn uit zichzelf niet zo sterk,
maar hebben het juist nodig om beschermd te worden,
om het geloof niet kwijt te raken of niet onderuit te gaan.
Juist die kwetsbare gelovigen, die snel zullen wankelen, worden in deze wereld gezonden,
om niet alleen over God te praten en van Christus te getuigen,
maar ook in alle kwetsbaarheid en zwakheid zelf een getuigenis zijn.
We moeten daarom ook maar niet kijken naar een andere plek,
waar de kerk beter draait
(ik denk dat er weinig plekken in ons land zijn waar de kerk beter ‘draait’ dan hier)
of waar de kerk sterk onder druk staat en dat uit meewarigheid,
nee, u bent hier geplaatst, hier bent u die gemeenschap die leeft
hier in deze wereld in die gemeenschap van de Vader en de Zoon,
op het erf van de Vader en de Zoon met het gebed als die bomenrij erom heen.
Niet in afzondering tot de plek waar we wonen,
maar er minddenin. Christus neemt ons niet weg uit deze wereld,
maar bidt wel dat wij in de wereld waarin wij staan, leven bewaard worden door God.
Een voorbeeld van hoe God zelf degenen die van Hem zijn bewaart,
Wat er ook gebeurt,
in tijden dat het goed is en de verleiding om op te gaan in dit leven sterk is.
in tijden waarin er aan ons geloof geschud wordt door de spot van mensen om ons heen
of waarin we tegenslagen hebben te verduren.
Ik bid niet dat U niet uit deze wereld weghaalt
omdat juist u als gelovige, die het helemaal niet perfect doet
en er vaak naast zit en het ook niet altijd weet getuige bent,
niet alleen in uw woorden, maar ook in uw houding, in uw daden,
doordat u, doordat je steeds Christus opzoekt.
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze.
En zou God het gebed van Zijn Zoon niet verhoren, die zo dicht bij Hem leeft
en die Zijn wil heeft uitgevoerd en zichtbaar heeft gemaakt wie God is?

Wie Christus is, wordt niet alleen zichtbaar aan het kruis. Dat allereerst,
maar wordt ook zichtbaar in u, in jou,
mensen die hier in deze wereld zijn, maar van wie het hart ergens anders ligt,
bij Christus, die hier geplaatst zijn, maar weten in ben van hier,
en tegelijkertijd ben ik van ergens anders, opnieuw geboren,
hoor ik tot die gemeenschap die door God in de handen van Zijn Zoon is gegeven
en van wie de Zoon zegt: er is niemand verloren gegaan.
Alleen die ene, maar die moest. De rest is allemaal bewaard gebleven.
In onze bewaring voor de boze wordt de heerlijkheid van Christus zichtbaar
wordt zichtbaar wie Christus is: de Heer van die zwakke gelovigen,
die het snel weer kwijt zijn, maar door Christus zelf bij Hem gehouden worden
en door God worden bewaard, hier op aarde en tot in eeuwigheid. Amen

 

Fleming Rutledge – The Crucifixion (blog 1)

Fleming Rutledge – The Crucifixion (blog 1)

Het kan zomaar gebeuren dat een predikant een jaar lang preekt, zonder het te hebben over de betekenis van het kruis of over Christus als de gekruisigde. Dat is de constatering van Fleming Rutlegde.

Zij signaleert dat predikanten het kruis uit de weg gaan in hun preken. Omdat er steeds meer een ontwikkeling is om op Goede Vrijdag niet meer te preken. Omdat er steeds meer kritiek komt waar het kruis voor staan: verzoening met God door het sterven van Christus aan dat kruis.

 

Banner.jpg
Dat kruis dat op Golgotha staat is juist de kern van het christelijk geloof. Dat maakt het christelijk geloof ook uniek: er is geen geloof waarin een gekruisigde man wordt aanbeden, die tegelijkertijd volop God is. Dat Jezus, volledig God en volledig mens, stierf aan het kruis en dat God hiermee een bedoeling had, is voor velen dwaasheid en een ergernis.

cross_ground_zero-1000x600.jpg

irreligieus
Het kruis doorbreekt ook onze manier van denken over wat religieus is. Het kruis is een irreligieus gebeuren, want het voldoet niet aan menselijke projecties en verlangens. Vanwege het irreligieuze karakter kan het christelijk geloof ook niet op een hoop gegooid worden met andere godsdiensten.

aversie
Omdat Rutlegde steeds meer aversie zag tegen de boodschap van het kruis, waardoor het kruis niet meer de kern van het christelijk geloof was, begon zij met het schrijven van een boek over de betekenis van het kruis op Golgotha. Zij wilde daarin een plek bieden aan alle belangrijke beelden en metaforen die in de Bijbel voorkomen met betrekking het sterven van Christus aan het kruis.

brug
Zij wilde met het boek ook een brug slaan tussen academie en pastorie. Het moest een boek zijn voor predikanten, om hen te helpen bij de preekvoorbereiding bij de preek over de betekenis van het kruis of een preek over de Gekruisigde. Een boek voor geïnteresseerde gemeenteleden die wilden weten wat het kruis voor hen betekent en waarom het kruis zo centraal staat in het christelijk geloof.

 

download
levenswerk
Dat het een belangrijk boek is, blijkt ook wel uit de waardering. Christianity Today riep enige tijd geleden het boek uit tot Boek van het jaar 2017. Het is het magnum opus van Rutlegde, haar levenswerk: meer dan 18 jaar werkte zij aan dit boek. Doel van het boek is het achterhalen van wat er gebeurde aan het kruis en wat daar de betekenis van is, om daarmee een hulp te bieden aan de christelijke verkondiging. Het is, volgens Rutlegde zelf, het eerste boek sinds The Cross van John Stott uit 1986 dat op niet-academische manier ingaat op de betekenis van het kruis.

beelden en metaforen
Om het kruis te begrijpen is geloof nodig. Ook is nodig dat het verhaal niet alleen bekend is, maar ook geleefd wordt. Elke nieuwe generatie heeft de plicht de betekenis te zoeken en te verwoorden. Er zijn verschillende theorieën over de betekenis van het kruis en die verschillende betekenissen weerspiegelen allemaal iets van de rijkdom van de Bijbelse beelden en metaforen.

crosses.jpg


theorieën
Die beelden komen naar voren in verhalen, gedichten, brieven, enz. De Bijbel zelf bevat geen theorieën, maar de theorieën zijn wel nodig vanwege de vragen die rijzen (Stephen Sykes) en om de verschillende beelden in hun samenhang te zien. In het doordenken van die theorieën hoeven poëtische beelden niet opgegeven te worden. In al die beelden wordt iets zichtbaar van Gods verrassend handelen tegenover de zonde.


Bijbelse theologie aan het werk
Rutledge zelf sluit aan bij de uitspraken van de grote concilies uit de eerste eeuwen van het christendom. Daarin werd bijvoorbeeld aangegeven dat Christus zowel volledig mens als volledig God is. De grote concilies deden wel een uitspraak over de natuur van Christus. Een uitspraak over de betekenis van het kruis deden ze echter niet. Daarmee lieten ze ruimte aan de vele betekenissen en metaforen. Rutledge is dankbaar dat ze in haar studietijd een verandering in de exegese meemaakte van historisch-kritische exegese naar een meer literaire benadering. In die literaire benadering is er meer aandacht geweest voor de beelden en metaforen. In dit boek gaat het om “Bijbelse theologie aan het werk”.

theologie
De betekenis van het kruis kan worden uitgewerkt in een theologie van het kruis. Dit is echt een theologie: in het kruis handelt God. Het is van belang te weten wie God is: de God van Abraham, Izaäk en Jakob, (2) die zich volledig openbaarde door het kruis en de opstanding van Christus en (3) een drie-enige God: Vader, Zoon en Geest. Zonder trinitarische doordenking van het kruis is het niet goed mogelijk om aan te geven op welke manier God betrokken is in het kruis.

prediking en onderwijs nodig
Er wordt volgens Rutledge te weinig over het kruis gepreekt. En ook in het onderwijs en de catechese komt de betekenis van het kruis te weinig aan de orde. In een seculiere wereld wordt het onderwijs en de prediking des te urgenter, omdat er geen directe toegang mogelijk is tot het kruis. Want waarom zou een afbeelding van een lijdende Christus meer oproepen dan het lijden van een ander? In het onderwijs is het relevant om te melden dat hierin God zelf handelt en dat het kruis een doorbreking is van alle gebruikelijke religieuze denkbeelden en praktijken.

Woord van het kruis
In de verkondiging en onderwijs gaat het over het
woord van het kruis (of: het spreken van het kruis):
a) Het kruis is een kracht: het verandert mensenlevens, de wereld en zet aan tot ethisch handelen.
b) Het kruis is een skandalon, een ergernis.
c) Het kruis mag niet losgemaakt worden van Gods drie-enig handelen; anders wordt het kruis een op zichzelf staand gebeuren.
d) Dat spreken van het kruis bevraagt ons kritisch: in de verhalen staan wij zelf op het spel en worden wij bevraagd. Om die verhalen recht te doen, moet je ze lezen vanuit het geloof.

Uitspelen
Zoals gemeld bevat de Bijbel verschillende beelden en metaforen. Deze beelden en metaforen kunnen gemakkelijk tegenover elkaar worden uitgespeeld. Bijvoorbeeld in een tegenstelling tussen de evangeliën en Paulus, waarbij er gekozen wordt voor de evangeliën en Paulus afgeserveerd wordt. Er wordt geregeld een tegenstelling gehanteerd tussen Jezus en Paulus, waarbij de onderliggende gedachte is dat Paulus een verkeerde interpretatie van Jezus heeft gegeven.

Aanval
Dit tegenover elkaar uitspelen doet de christelijke verkondiging geen goed en is een aanval op de fundamenten van het christelijk geloof. Volgens Rutledge is er in de hele kerkgeschiedenis niet zo’n grootscheepse aanval op de betekenis van het kruis en in het geloof in de goddelijke Messias en opgestane Heer geweest als vandaag de dag. (Bijvoorbeeld in het Jesus Seminar). Deze tegenstellingen waren in de kerkgeschiedenis al bekend. Maar grote theologen als Origenes en Calvijn vonden het niet nodig om dit tegenover elkaar uit te spelen.

Sleutel
De sleutel om Jezus te kennen is Zijn kruis en opstanding. Het christelijk geloof is nooit gebaseerd geweest op historische reconstructies van Jezus (zoals de historische Jezus), maar het geloof is gebaseerd op de tegenwoordige kracht van Christus in het heden (Luke Timothy Johnson), waarbij het geloof antwoord op de levende God is.

Lijnen in het boek
(a) de relatie tussen kruis en opstanding: als Christus niet was opgestaan, hadden we nooit over Hem gehoord.
(b) in de nadruk op het kruis en de opstanding is het leven van Christus niet onbelangrijk. In aardse leven voor kruis en opstanding toonde Hij zijn gehoorzaamheid en was zijn leven reeds een lijden.
(c) kruis en opstanding worden niet losgemaakt van de incarnatie: als Christus niet de geïncarneerde Zoon van God is, is er van Gods zijde met het kruis niets gebeurd. Jezus is volledig God en volledig mens.
Incarnatie, aardse leven, kruis en opstanding vormen een geïntegreerd geheel.

Het boek bestaat uit twee delen, die gekoppeld is aan de twee dominante lijnen in de Bijbel met betrekking tot het kruis:

  • verzoening met God vanwege de zonde
  • Gods apocalyptische invasie en de overwinning van de vijandelijke machten.

 

Fleming Rutledge, The Crucifixion. Understanding the Death of Jesus Christ (Michigan, Grand Rapids: Eerdmans, 2015)  1-37

515pkTRb55L._SX331_BO1,204,203,200_.jpg

 

 

 

Preek zondagmorgen 12 maart 2017

Preek zondagmorgen 12 maart 2017
Johannes 13:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders,

Een stel gaat een avondje uit en heeft voor de kinderen oppas geregeld.
De oppas is een jong meisje.
Het stel vraagt aan de jonge oppas of ze het ziet zitten.
Er wordt nog telefoonnummer opgeschreven, voor als er echt iets aan de hand is
En dan gaat het stel uit, een leuk avondje voor de boeg.
Eerst gaat het goed. De kinderen slapen.
Dan, halverwege de avond, klinkt er boven opeens gehuil
en hoort de oppas ook een ander raar geluid.
Ze rent naar boven toe en ziet dat een van de kinderen aan het overgeven is.
De oppas schrikt en raakt in paniek.
Wat moet ze doen: helpen, schoonmaken, troosten?
Waar moet ze beginnen?
Waar haalt ze schoonmaakspullen en schoon beddengoed vandaan?
Ze gaat zelf bijna over haar nek van de lucht.
Ze weet het niet meer.
In haar paniek weet ze nog maar één ding: het telefoonnummer.
Ze rent naar beneden, grijpt haar telefoon en belt snel het nummer: ‘Kom gauw!’
Als het stel thuis komt, treffen ze een huilend kind én een ontredderde oppas aan.

Als je ouder bent, dan kun je niet zomaar doen als deze oppas.
Je moet zelf aan de slag.
In de opvoeding komt er heel wat opruimen en schoonmaken bij kijken.
Je ruimt op van je eigen kinderen
en je maakt schoon bij je eigen kinderen wat je anders niet zo snel zou doen.
Soms moet je je erover heen zetten, maar je doet het toch.
Maar je kunt niet alles opruimen en schoonmaken.
Dat we niet alles kunnen opruimen en schoonmaken – dat wordt zichtbaar in de doop.
De doop heeft heel veel kanten:
dat je kind is opgenomen in het verbond met God,
het troostvolle dat je kind bij God mag horen bijvoorbeeld.
Het water dat bij de doop gebruikt wordt, laat ons zien
dat er ook iets bij ons moet worden opgeruimd en schoongemaakt,
van binnen in ons hart en dat kunnen wij bij onszelf niet
en dat kunnen we bij anderen niet, ook niet bij je kind.
De doop als besprenkeling laat zien dat de zonde in ons hart woont.
Naast het mooie dat de doop heeft, namelijk het bij God mogen horen van ons kind,
laat de doop ook zien, dat in ons hart een reiniging nodig is: de zonde weg uit ons hart.
Wij kunnen dat van onszelf niet doen, ook niet bij ons kind.
En ook het water van de doop wast die zonde niet weg.
Dat water wijst wel op iets anders waardoor we een schoon, een rein hart kunnen krijgen”:
door het bloed van onze Heere Jezus Christus.
Dat betekent: omdat Hij gestorven is aan het kruis,
kan ons hart gereinigd worden, van alles wat verkeerd is
van alles wat we fout gedaan hebben naar God toe en naar anderen toe.

Het verhaal over de voetwassing, dat we met elkaar hebben gelezen,
gaat ook over ons hart dat gereinigd moet worden en kan worden
omdat de Heere Jezus gestorven is aan het kruis.
Het is bijna Pasen en Jezus is met Zijn discipelen in Jeruzalem bij elkaar om te eten.
Alle discipelen zijn aanwezig, ook Judas is bij deze maaltijd aanwezig.
Het gaat niet gelijk over de maaltijd en wat er bij de maaltijd gebeurt,
dat Jezus opstaat om de voeten te wassen.
Het begint er eerst mee, dat Jezus weet dat Zijn moment gekomen is,
het moment dat Hij gearresteerd zal worden, ondervraagd,
Dat Hij meegenomen wordt naar een heuvel buiten de stad
met een kruis op Zijn rug
en Hij weet dat dit moet gebeuren, omdat Hij hierom op aarde gekomen is.
En Hij weet ook dat er Zijn dood aan het kruis niet het einde is,
maar dat Hij zal opstaan en zal teruggaan naar de Vader.
Er wordt ook verteld over de liefde die Jezus heeft
voor al de mensen die bij Hem horen,
liefde voor u, voor jou, voor de kinderen die gedoopt zijn
en dat die liefde in Hem is en Hem leidt naar het kruis.
Om te laten zien, dat die liefde in Jezus de kracht is,
die Hem voortdrijft op de weg naar het kruis, waarom Hij deze weg moest gaan,
maakt Jezus een gebaar, waardoor Zijn leerlingen voor altijd van die liefde weten,
geeft Hij een demonstratie waaruit die liefde naar voren komt,
zodat ook wij die liefde voor ons kunnen zien.
Om die liefde te demonstreren, staat Jezus op van de maaltijd
Hij doet Zijn bovenkleding uit en trekt een schort voor.
Als de Heere Jezus dat doet, zal er gelijk een complete stilte aan de tafel zijn geweest.
Geschrokken houdt iedereen op met praten: Wat gebeurt er nu?
Dat meen je niet!
Gespannen kijken ze naar wat Jezus doet:
Hij pakt water en doet dat in een schaal en gaat naar de eerste leerling toe
knielt bij de eerste discipel neer, neemt zijn voeten in de hand
en wast met het water uit de schaal de voeten schoon.
De voeten, die op zoveel plekken gelopen hebben:
door het stof van de straten, door de modder, door het afval wat buiten lag,
over de vloer van de wc en op andere plekken waar het niet echt hygiënisch was.
Geen wonder dat dit werk altijd was uitbesteed aan slaven,
het was een klusje waar bij je al je status verliest, als je dat moest doen.
Voeten wassen houdt: neerknielen bij iemand en erkennen dat die ander meerder is,
een betere positie heeft, het vuil en de viezigheid die aan de voeten vastzitten schoonwassen.
Zo gaat Jezus de kring rond: knielt neer bij Johannes en Andreas,
wast het vuil en de viezigheid van hun voeten,
knielt neer bij de andere discipelen: Thomas, Filippus, Nathanaël,
ook bij Judas knielt Jezus neer,
bukt zich bij deze discipel die zelf geen liefde meer voor Jezus kan voelen;
ook bij de discipel bij de weerzin in het hart leeft, aangestoken door de duivel,
wast Jezus de gorigheid van zijn voeten af.
Judas heeft vast de weerzin voelen toenemen:
Is dit nu een Heer, een Meester, die gezag moet uitstralen,
een man die goddelijke glorie uitstraalt?
Wat Jezus doet heeft Judas nog vastbeslotener gemaakt om Jezus te verraden.
Ook Judas is te geschokt om zijn voeten terug te trekken en op te springen.

Alleen Petrus doorbreekt de stilte die er is, omdat iedereen geschrokken toekijkt.
Petrus, hij kan niet toelaten wat hier gebeurt. Dit mag niet!
Petrus, hij protesteert fel, als Jezus bij hem neerknielt,
trekt zijn voeten terug en springt op: ‘U bent mijn Meester, U staat boven mij,
ik laat echt niet toe dat U bij mij doet.’
Jezus kijkt op naar Petrus: ‘PEtrus, je begrijpt nu nog niet waarom ik dit doe.
Maar binnenkort, als alles achter de rug is,
dan zul je begrijpen, waarom ik bij jou de voeten heb gewassen.’
Petrus wil deze waarschuwing niet horen,
zoals hij zo dadelijk ook niet de waarschuwing wil horen, dat hij Jezus zal verloochenen.
Petrus, als jij vol tranen naar buiten gegaan bent,
omdat je beseft dat je Mij verloochend hebt, dan zul je begrijpen
waarom Ik hier voor jou neerknielde om al het vuil van je voeten te wassen.
‘Nooit. Al ligt U een eeuwigheid voor mij geknield, ik zal het nooit toestaan
dat U mij de voeten wast, daarvoor heb ik U veel te hoog!’

Dan zegt Jezus iets onverwachts en dat raakt Petrus diep in zijn hart.
Jezus zegt: ‘Als Ik je voeten niet mag wassen, dan hoor je niet bij Mij.’
Met andere woorden, dan kun je helemaal niet over een eeuwigheid praten,
Want eeuwig leven is er alleen door Mij.
Hierdoor krijgt dit verhaal ook een link met de doop:
Want de doop laat zien, dat kinderen die geboren zijn
opgenomen worden in het verbond en bij Jezus horen.
En de doop geeft ook aan, dat we die band met Jezus niet mogen kwijt raken,
dat we vast moeten blijven houden in het geloof aan Jezus,
want anders raken we Hem kwijt.
De doop geeft ook aan, dat Jezus op aarde gekomen is, om ons te dienen,
want alleen zo kan Hij onze zonden afwassen en ons een rein hart geven.
Later begrijpen de discipelen pas wat Jezus wilde zeggen,
toen Hij van de tafel opstond en Zijn bovenkleren uitdeed.
Pas nadat Jezus was gekruisigd en gestorven, begrepen ze het.
Want wat Jezus hier doet, is dat Hij Zijn bovenkleren afdeed, aflegde,
en bij het kruis zagen ze hoe Jezus dat deed met Zijn leven,
wat Hij deed met de bovenkleren: Hij legde Zijn leven af.
Hij legde bovendien Zijn status af en de bijzondere positie die Hij had
en toen Jezus was opgestaan en weer aan hen verschenen was,
begrepen ze dat dit het plan van God was.
Omdat Jezus hen gediend heeft, aan het kruis: daar was Hij de slaaf,
op de laagste positie, om de vuilheid van onze zonden af te wassen.
Om ons te reinigen.
Dat kan alleen als je bij Jezus hoort, met Hem verbonden bent.

Er begint bij Petrus iets te dagen:
Zorgt dat wassen van de voeten dan ervoor dat ze bij Jezus horen?
Is dat de manier waarop Jezus nog eens benadrukt dat ze van Hem zijn,
de Zijnen die Jezus liefheeft?
Nou, dan moet het helemaal.
Dan is het te weinig als Jezus alleen zijn voeten wast.
Petrus wil dat grootse gebaar van Jezus, waarin Jezus zich klein maakt,
met een even groots gebaar beantwoorden,
want Petrus wil niet van Jezus losraken.
Zou dat nog in deze nacht gebeuren dat hij Jezus verloochende,
dat Petrus zelf de band met Jezus zal verbreken?
Nu zegt hij nog: Ik wil helemaal voor U gaan,
Ik denk er niet over om bij U weg te gaan.
Zonder U heb ik geen leven.

Ook hier weer een verrassende reactie van Jezus:
Nee, Petrus, nu draaf je door en je begrijpt nog niet wat ik doe.
Het is niet het gebaar van voetwassen waardoor je bij Mij hoort,
dat is iets extra’s; Jezus doet dat ook bij Judas ook,
die al helemaal van Jezus is losgeraakt en door de duivel wordt beheersd.
Je hoort al bij Mij, zegt Jezus.
Jezus zegt het nog sterker: Je bent al rein. Je bent al schoongewassen.
Want er is al iets met je gebeurt.
Dat helemaal gewassen worden is al gebeurd.
Jezus gebruikt een woord dat elders wordt gebruikt om de doop aan te geven:
een bad waarin je helemaal ondergaat en heel je lichaam gewassen wordt.
Het accent ligt hier niet op de doop, maar het speelt wel mee.
Dat verbonden zijn met Jezus gebeurt door geloof:
Als je gelooft in Jezus, dan ben je met Hem verbonden.
En de doop is dan  het moment waarop aangegeven wordt: nu hoor je bij Jezus.
Omdat je naar Mij geluisterd heb, toen ik je riep, daarom hoor je bij Mij.
Dat is ook een van de redenen, waarom we kinderen dopen
en niet pas wachten tot ze zelf de keuze maken:
Omdat Jezus eerst is: niet alleen dat Hij ons eerst roept,
maar ook omdat Zijn weg naar Golgotha al gebeurde voor wij geboren werden
En Hij daar op Golgotha voor ons stierf.
Wat Jezus hier al laat zien door Zijn mantel af te doen en neer te knielen
om de voeten te wassen.
Dat gebaar, die overgave, is de basis en wie dat gelooft is met Jezus verbonden:
Zijn dood aan het kruis.
Dat hoeft maar één keer te gebeuren.
De basis is gelegd en dat wordt ook in de doop gezegd: de basis is gelegd.
We hoeven het alleen maar te beamen, maar dat moeten we dan ook wel doen!
Het wassen van de voeten is voor Petrus nodig,
omdat hij op korte termijn zelf de band doorsnijdt en zegt Jezus niet te kennen.
Niet bij Jezus wil horen.
De voeten wassen: dat is de vergeving van onze zonden,
die mogelijk is omdat we bij Jezus horen, geroepen zijn en geloven.
Voor Petrus, voor ons, elke keer weer opnieuw hebben we het nodig dat onze zonden vergeven worden en dat we van binnen gereinigd worden.

Je hebt vanmorgen de belofte afgelegd om dat ook aan je kind te vertellen.
Allereerst dat je bij Hem hoort en dat die vergeving er ook voor hen is.
En als je bij jezelf denkt, of als je je kind dat hoort zeggen:
Daar kom ik weer, ben ik weer tekortgeschoten naar God toe,
of mijn hart, daar is het zo’n puinhoop, daar is het goed mis,
kan ik dat God echt wel laten vergeven, wil Hij dat wel
als ik komende week weer de mist in ga,
weer jaloers wordt, of driftig, of nonchalant in het dienen van God?
Ja, want Jezus stond op om de voeten te wassen: de basis was er al,
die verbondenheid met Jezus, dat je bij Christus hoort,
De belofte die Hij in de doop meegeeft, die je mag, die je moet geloven,
zodat die verbondenheid er ook blijft.
Want er komt in de doop nog een belofte bij: van de Heilige Geest.
Hij zal in jullie harten werken, in de harten van deze kinderen,
Bezig om hen bij Christus te brengen, te houden,
om hen geloof en liefde voor Jezus te geven,
om hen te laten zien dat zij zonder die vergeving en reiniging niet kunnen.
Wij kunnen die vergeving niet geven, wij kunnen die kinderen die gedoopt zijn
niet van binnen reinigen en ook de doop doet dat niet.
Wie dat wel doet, is Christus
en de doop geeft aan dat Hij dat van harte wil doen
om ook aan deze kinderen die gedoopt zijn het eeuwige leven te geven.
Vertel je kinderen daarover en geloof het zelf ook met heel je hart.
Wees ook bereid dat Jezus bij jou de voeten wast
en doe niet als Petrus, die zei dat het niet nodig was om Hem te dienen.
Maar omarm het, leef eruit, leef het je kinderen voor,
zodat zij er iets van begrijpen, waarom de Heere Jezus gekomen is
en waarom zij gedoopt zijn:
om hen bij Jezus te brengen en om hun zonden te vergeven,
Een reiniging van het hart, zodat ook zij rein zijn en helemaal van God zullen zijn.
God zal altijd voor je zorgen,
Nu en alle dag van morgen. Hij vergeeft jou zonden, groot of klein.
Leg je leven in zijn hand, Dan zul je voor altijd veilig zijn Amen

Preek biddag 2017 avonddienst

Preek biddag 2017 avonddienst
Johannes 16:16-33
Tekst: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven (vers 23b).

Thema: Jezus draagt op om te bidden in Zijn Naam
(1) We zien Hem niet (niet zichtbaar)
(2) Toch is Hij er (wel aanwezig)
(3) We weten dat Hij komt (in aantocht)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie: Jezus draagt op om te bidden in Zijn Naam
We hebben vandaag biddag, omdat bidden erg belangrijk is voor ons leven met de Heere.
Wij kunnen niet zonder gebed.
We hebben het gebed nodig voor onze relatie met God,
om tegen Hem te vertellen wat ons bezighoudt,
en om omgekeerd te horen wat Hij ons wil zeggen.
We hebben het gebed nodig voor alles wat wij hier op aarde nodig hebben.
Voor alle kleine en grote dingen die we nodig hebben hier in dit leven:
Als je ‘s morgens wakker wordt en aan tafel zit voor het ontbijt (als je daar tijd voor hebt),
ga je eerst bidden. En waar bid je voor?

Je bidt om een zegen voor het eten
en dat gebed om een zegen voor je eten, maakt je bescheiden,
Want je weet dat hoe hard je ook werkt, je dit eten allereerst aan de Heere te danken hebt,
dat is de zorg van de hemelse Vader voor jou, voor ons.

Je bidt om een zegen voor de dag,
want je kunt allerlei plannen hebben, maar je weet niet wat de dag brengt.
Je weet niet of je gezond en bewaard thuis zult komen,
je weet niet wat je onderweg allemaal tegenkomt.
Het maakt je bewust, dat je het leven niet in eigen hand hebt
en in het gebed vraag je om Gods zorg en zegen voor deze dag.

Je bidt om een zegen over je werk.
Want dat je de kracht en de motivatie hebt om te werken,
heb je niet uit jezelf, ook al ben je gezond of heb je goed geslapen.
De kracht die je hebt, krijg je van de Heere.
En wat je nodig hebt aan kennis, aan wijsheid,
je hebt dat wellicht paraat, vanwege je opleiding of je ervaring, omdat je inzicht hebt.
Ook dat hebben we van God ontvangen,
als een talent dat we mogen gebruiken.
En het werk dat we hebben, is niet alleen maar een werk,
maar is ook een roeping, zelfs het meest eenvoudige werk is dienstbaar aan Gods koninkrijk.
Je doet het niet alleen voor je portemonnee, voor je baas, voor de klant, maar ook voor God.

Je bidt dat je zelf tot zegen mag zijn.
Want deze dag zul je weer heel wat mensen tegen komen,
met wie je samenwerkt, voor wie je werkt.
Je bidt dat je in wat je doet voor anderen tot zegen mag zijn, in je werk,
maar ook in je houding, in hoe je tegen anderen doet,
dat je daarin iets van Gods barmhartigheid en liefde mag uitstralen.
Daar bid je toch om voor de dag begint?
En dat je zorgvuldig bent als je over anderen praat.
Dat je niet een roddel de wereld in helpt, die niet waar blijkt te zijn of aangedikt.
Dat je niet te snel met een bepaald oordeel over de ander komt,
maar vanuit bewogenheid en geduld de ander benadert.

In een voorbeeld van een gebed aan het begin van de dag
kunnen we al zien dat we niet zonder gebed kunnen.
Elk moment van de dag hebben we gebed nodig.
Het hoeft helemaal geen lang betoog te zijn, geen lange toespraak naar God toe.
Het kan heel beknopt en eenvoudig, het mogen ook elke morgen dezelfde woorden zijn.

Niet alleen voor onszelf is het gebed belangrijk.
De Bijbel houdt ons steeds voor, dat het gebed ook voor God belangrijk is.
Dat de Heere ons dat als een opdracht geeft
om tot Hem te komen in gebed met alles wat ons bezighoudt.
Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.
Dat heeft niet de betekenis van: mocht je God nog eens nodig hebben,
ooit eens een moment waarop je er zelf niet uitkomt.
Nee, een dagelijks contact met God.
En niet als allerlaatste redmiddel, als je er zelf niet meer uitkomt en niet meer weet hoe.
Nee, voordat je iets gaat doen, aan het begin van de dag,
of voordat je gaat eten,
aan het eind evan de dag als je de dag nog eens doorneemt met de Heere,
of tussendoor als je voor een grote beslissing staat.

Zo’n gebed doen we niet alleen, omdat wij dat nodig hebben,
maar ook omdat de Heere dat van ons vraagt.
Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.
En daarmee zijn we bij het thema van deze preek:
Jezus draagt ons op om te bidden in Zijn Naam.
Dat is een permissie die Hij ons geeft, een toestemming die Hij ons verleent,
om naar de Vader te gaan en in ons gebed de Naam van Christus te gebruiken
om ons gebed bij de Vader te brengen.
Het is een permissie, een toestemming: doe het maar, het mag! Maak er gebruik van!
Het gaat nog verder: het is ook een opdracht.
Doe het in Mijn Naam. Laat het gebed niet achterwege.
Wie bij Christus hoort, kan en mag het gebed niet achterwege laten.
Wie niet bidt, laat toch iets na, terwijl de Heere Jezus ons dat opdraagt, ons gebiedt.
(2) We zien Hem niet
Hoe zou dat nu komen, dat deze opdracht er zo makkelijk erbij inschiet,
dat we zo snel nalaten, wat de Heere Jezus ons opdraagt.
Waarbij het nalaten van deze opdracht ook nog eens grote schade voor ons geloof heeft.
Zou dat ermee te maken kunnen hebben
met wat de Heere Jezus hier tegen Zijn discipelen zegt over Zijn afscheid:
een korte tijd en ze zullen Hem niet meer zien?
Zou het ermee te maken kunnen hebben
dat we doordat we Christus niet meer voor ons zien,
dat we daardoor ook het idee hebben dat Hij ver weg is? (punt 1)
Tegen de discipelen spreekt de Heere Jezus over het afscheid dat er aan komt,
omdat Hij teruggaat naar de Vader.
Dat weggaan kan op twee momenten slaan:
(1) Dat weggaan kan betrekking hebben op het kruis op Golgotha, op Zijn sterven.
Nog dezelfde avond waarop Jezus deze woorden spreekt,
zal Hij worden gearresteerd, zal er een proces volgen
en de volgende dag zal Hij al worden gedood aan het kruis.
Dat de Heere Jezus Zijn sterven op het oog heeft,
kunnen we opmaken uit vers 20, waarin Hij zegt tegen de discipelen
dat zij door de afwezigheid van Jezus verdriet zullen hebben, zullen huilen en weeklagen.
Daarentegen zal de wereld vrolijkheid hebben, blij zijn met de afwezigheid van Jezus.
Dat zal niet lang duren, zegt Jezus,
want op de dag van de opstanding, nog geen 3 dagen later,
zal het verdriet van de discipelen voorbij zijn,
want dan zal Jezus weer levend in hun midden zijn.

(2) De tijd dat we Jezus niet meer zien,
kan ook te maken hebben met de tijd waarin Jezus in de hemel is.
Hij zal naar de Vader gaan en Zijn discipelen achter laten op aarde.
Dat is de tijd waarin de kerk zich bevindt:
de tijd tussen Jezus’ aanwezigheid op aarde en Jezus’ wederkomst.
We kijken terug op Zijn aanwezigheid en we kijken vooruit naar Zijn komst.
Die tussentijd is geen makkelijke tijd.
De Heere Jezus vergelijkt het met een vrouw die bijna gaat bevallen.
Het gaat niet zozeer op de lichamelijke pijn, die een vrouw moet doormaken,
maar meer de spanning en de bezorgdheid die een vrouw heeft.
Het tegen de bevalling opzien, omdat een vrouw weet dat het een heel gebeuren is
dat niet zomaar even gedaan wordt.
Een spannend moment, ook nu nog,
Vroeger werd er wel gezegd: bij de bevalling sta je als vrouw met één been in het graf.
ook al is de zorg rondom de bevalling verbeterd,
het is een gezegde die nog steeds geldt.
Enkele dagen voor de bevalling van onze eerste begon mijn moeder opeens
allerlei horrorverhalen te vertellen over wat er allemaal mis kan gaan bij de bevalling.
Het was goed bedoeld, om een bepaalde voorbereiding mee te geven.
Maar het kan ook de spanning verhogen.
Die spanning, die bezorgdheid die er kan zijn vlak voor een bevalling,
Waarbij je pas gerust bent als alles achter de rug is
en het kind gezond en wel geboren is, dat is wat de Heere Jezus bedoelt.
Dat is ook de tijd waarin we als kerk ons bevinden.
waarbij die spanning vlak voor de bevalling staat voor de tijd vlak voor de wederkomst.
Het is geen makkelijke tijd, voorspelt Jezus
en je zult als gelovige het idee hebben dat, omdat Jezus niet zichtbaar is,
Hij er niet is om Zijn kerk op aarde te beschermen,
dat Hij er niet is om de juiste weg te wijzen in deze tijd,
waarin juist zoveel leiding door Christus zelf nodig is.

Er wordt wel het onderscheid gemaakt tussen de kerk hier op aarde
en de kerk die al in de hemel mag zijn.
De kerk hier op aarde is de strijdende kerk
en de kerk in de hemel de overwinnende, de triomferende kerk.
Met de strijdende kerk wordt niet zozeer een heldhaftige kerk bedoeld,
die later in als de gelovigen in de hemel zijn vol trots kunnen kijken
op wat zij op aarde allemaal hebben behaald, wat ze hebben gepresteerd.
Integendeel: strijdende kerk betekent dat de kerk een harde strijd moet voeren
en vaak het idee heeft in die strijd ten onder te gaan, het niet te redden.
En de strijd moet gevoerd worden tegen de duivel,
moet gestreden worden tegen wat er in de wereld is aan verleidingen, aan andere inzichten,
aan ongeloof en twijfel dat je kan aangrijpen en ook doen wankelen,
de strijd gaat ook tegen jezelf, omdat we soms ook maar toegeven en onderuit gaan.

In het gebed na de doop bidden we:
onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester Jezus Christus leven en moedig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk strijden en mogen overwinnen.  Dan zullen zij U en Uw Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest, de enige en waarachtige God, eeuwig loven en prijzen.
Maar hoe vaak gebeurt het niet, dat we niet winnen, of zelfs helemaal niet strijden.
De strijdende kerk heeft het gevoel de verliezende kerk te zijn,
het maakt beschaamd: we brengen er niets van terecht, niks geen triomf.
terwijl de wereld vol vrolijkheid is en lacht en zich geen zorgen maakt,
is het de kerk die zich zorgen maakt, de gelovige die het moeilijk heeft,
vertwijfeld kan raken, gespannen kan worden als een vrouw die voor de bevalling staat:
zal het goed gaan, zal er iets moois komen of gaat het mis en zal ik groot verlies hebben?

Zou dat de reden zijn waarom het zo moeilijk is om het gebed als middel te gebruiken
om naar God toe te gaan, om ons geloof te versterken.
Want Jezus zegt wel dat we in Zijn naam moeten bidden,
maar als Hij niet zichtbaar is en als er gestreden moet worden
en je hebt het idee dat je er alleen voorstaat,
dat kan moedeloos maken, verlammend werken.
Bidden in Jezus’ naam en aan de Vader vragen wat we willen?
Daar komt in onze moedeloosheid en zwakten zo weinig van terecht.


(3) Toch is Hij er
En daar is juist die opdracht van Christus voor: de opdracht in Zijn naam te bidden.
Want Hij is dan onzichtbaar, maar Hij is niet afwezig.
Hij heeft niet de boel de boel gelaten,
maar is op een andere manier aanwezig dan toen Hij zichtbaar op aarde rondwandelde.
Hij is nu door de Geest in ons midden
En al is Hij in de hemel bezig – plaatsbereiding, voorspraak  bij de Vader –
Hij heeft Zijn betrokkenheid op de aarde niet afgebouwd en verminderd.
Vraag in Mijn Naam: dat betekent dat Christus tegen ons zegt dat Hij bereikbaar is.
Ook al zijn wij op aarde, we zijn toch met Hem verbonden.
En dat is nu juist wat het geloof uitwerkt: die verbondenheid met Christus.
Dat is wat voor Johannes nu net het geloof is (en ook voor Paulus trouwens)
dat je betrokken bent op Christus, ook letterlijk.
Een hoofdstuk eerder wordt het voorbeeld gebruikt van de wijnstok en de rank:
wij zijn de tak die aan Christus die dan de plant is vast zitten.
Wat er tot ons komt is de Heilige Geest, zoals een plant de sappen doorgeeft aan de takken.
Bidden in Jezus’ naam is heel dichtbij, de Heer met wie we verbonden zijn,
die aan ons Zijn Geest doorgeeft, zoals een boom aan de tak de sappen doorgeeft.

We moeten het nog letterlijker nemen: bidden in de naam van Jezus
betekent een werkelijkheid instappen waar Christus is.
Ook al zijn we hier op aarde, we kunnen toch die werkelijkheid binnenstappen,
zoals je straks je huis binnenstapt, om daar te wonen, koffie te drinken, te slapen,
Te leven, thuis te zijn.
Zo stappen we in het gebed de wereld van Christus binnen, als we bidden in Jezus’ naam.
Bidden in de naam van Jezus betekent: een ruimte binnenstappen waarboven staat Christus.
Waar vanuit de hemel al Zijn macht wordt gemerkt.
De kerk is ook een ruimte waar Christus op de gevel staat, waar Hij is,
Waar we binnen kunnen stappen om er te zijn waar Hij is – letterlijk: in Jezus’ naam.
De Naam van Jezus als een huis om er te wonen.
En dat is niet de enige plek waar Hij op aarde woont en is.
Overal waar Zijn Naam wordt uitgesproken, is die plek er.
En ook waar we die Naam niet kunnen uitspreken, daar kan toch zijn
en kunnen we die ruimte binnenstappen die Zijn naam is
of anders gezegd: daar plaatst Hij Zijn Naam als een ruimte, een huis over ons.
De Naam van Jezus als een plek om naar toe te gaan, er te zijn, te schuilen, te wonen.
Ook al is Hij niet zichtbaar, maar wel aanwezig.
De Naam des Heeren is een veilige toren.

En die veilige toren zullen we nodig hebben.
De strijdende kerk, dat kan immers vervolging inhouden.
De Heere Jezus kondigt dat aan: jullie zullen uiteengedreven worden.
Dat kan betekenen dat je voor je geloof in de gevangenis komt, waar je niet meer wegkomt.
Ook daar is die ruimte er: kun je bidden in Christus’ naam.

Dan wordt ook duidelijk wat Jezus bedoelt met dat we alles mogen vragen in Zijn Naam.
Dat betekent: alles wat wij nodig hebben om die verbondenheid te houden met Christus,
zodat onze tak niet afbreekt van Christus, niet door gemakzucht, niet door druk of vervolging.
Alles bidden in Zijn Naam houdt in: Heere, bescherm mijn geloof, dat zo kwetsbaar is,
Dat vergeet U te zoeken en met U verbonden te blijven,
dat vergeet om Uw Geest op te nemen, in te drinken als water des levens.
Alles bidden in Zijn Naam betekent ook: bidden dat er meer mensen geloven,
meer mensen aan Christus vastgemaakt worden.
Dat Gods koninkrijk uitgebreid wordt.

Kun je dan nog wel bidden voor je werk, zoals we vandaag doen?
Moet je dat dan niet op de tweede plek zetten?
Moet dan het maar niet meer hebben over ons werk
omdat dat iets van die tussentijd is en daarom van minder belang?
Nee, ons werk kan juist in de dienst van God staan,
ook als er geen duidelijke relatie met het geloof te leggen is.
Of dat nu eenvoudig werk is of gecompliceerd werk is dat je niet aan anderen kunt uitleggen,
of het nu eentonig werk is, of dat het werk is waar je je creativiteit kunt ontplooiien,
of het nu werk is waarvan het nut direct zichtbaar is,
of dat je je afvraagt welk nut je werk heeft,
het kan allemaal door God worden gebruikt in Zijn zorg voor deze wereld,
in de weg die Hij gaat met deze wereld, tot Zijn doel,
de dag waarop de Heere Jezus in alle heerlijkheid verschijnt.
Zonder dat we er ons van bewust hoeven te zijn kan God ons in schakelen.
Dat kan zelfs als we aan ons werk helemaal niets goeds beleven,
dat we er op afknappen, of gefrustreerd door raken.
Daarom mogen we ook om een zegen bidden voor ons werk,
want ons werk kan een bijdrage zijn aan de komst van Gods koninkrijk
en een gebed om de zegen over ons werk is niet minder
dan een gebed waarin we bidden: uw koninkrijk kome.
Wanneer we serieus bidden om die zegen en ook zo leven
dat we in ons werk gezegend kunnen zijn en door ons werk anderen tot zegen kunnen zijn
dan is ons gebed om een zegen over ons werk gelijk aan het gebed uw koninkrijk kome.
Want met een zegen over ons werk bidden wij dat ons werk,
wat uit onze handen komt, wat door ons gedaan wordt, onder die Koning mag staan.
en alles wat wij doen, zelfs ons gewone dagelijkse bestaan, ons werk,
onze zorg om eten te hebben, iets voor God mogen betekenen,
iets mogen betekenen voor de uitbreiding van Gods koninkrijk.

Daarom spoort Christus ons aan om te bidden, om te bidden in Zijn Naam,
zodat ook het gebed voor onze dagelijkse benodigdheden
een gebed wordt om de komst van Gods koninkrijk
en dat wij als wij om een zegen bidden over ons werk, over wat wij nu doen,
al in het teken staat van het koninkrijk van God dat komt.
We doen misschien niets anders, maar het kader, het perspectief is anders:
de komst van Gods koninkrijk.

(4) We weten dat Hij komt
Want daar heeft de opdracht van Jezus mee te maken:
met die dag waarop de Heere Jezus terugkomt om Hier Zijn Koninkrijk te brengen.
Dat is wat de Heere Jezus stelt tegenover al die spanning, die zorgen, die aanvechtingen
die er kunnen zijn omdat de Heere Jezus niet zichtbaar aanwezig is.
Er komt, zegt Hij, een dag waarop Ik weer zichtbaar in jullie midden aanwezig zal zijn.
Dat zal een geweldige dag zijn.
en Hij voegt eraan toe: dat Koninkrijk komt dan pas volledig,
maar nu al is er, niet altijd direct zichtbaar, niet altijd direct merkbaar,
maar het is er wel: iets van het Koninkrijk van God.
Jezus spreekt ons moed in: Heb goede moed, want Ik heb de wereld overwonnen.
Wij zijn de strijdende kerk, die geregeld falen, het verkeerd doen,
soms gelukkig door de Geest ook iets goeds,
maar wij hebben de Heere aan onze zijde, die aan het kruis reeds de overwinning behaalde,
die uit het graf opstond, die naar de hemel ging,
om vandaar, aan de rechterhand van de Vader, te regeren.
Bidden in Zijn Naam, is jezelf verbinden met die Overwinnaar,
is vooruitkijken naar die dag waarop Hij komt,
is toch weer moed vinden, moed ontvangen door Hem,
kracht om te bidden.

Daarom is het gebed nodig: voor onszelf,
om daardoor het geloof te voeden, om het weer te weten, dat Christus nu al regeert,
en dat Hij over enige tijd zal komen op deze aarde, zal terugkomen.
Daarom is het belangrijk om het gebed niet te verwaarlozen,
maar het contact steeds te zoeken.
Neem daarom elke morgen, voor je de dag begint, één minuut de tijd,
om die zegen te vragen,
om te vragen of jijzelf ook, door wat je doet en wie je ben, een zegen mag zijn
om te vragen of jij, in wat je doet, dienstbaar mag zijn aan Gods koninkrijk
dat er helemaal, volop zichtbaar zal zijn als Christus terugkomt.
Om te vragen om de komst van Christus: uw koninkrijk kome.
Jezus zegt: Als je dit bidt in Mijn Naam, zal Mijn Vader het geven.
Dat is de belofte waarmee we kunnen bidden, waarmee kunnen leven,
waardoor we het kunnen volhouden, in de strijd op aarde,
tot we getuige mogen zijn van de komst van Hem die overwonnen heeft.
Amen