Preek zondag 9 december 2018

Preek zondag 9 december 2018
Hebreeën 12:12-29
Tekst: vers 22

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In mijn eerste jaar als predikant had ik een ervaren collega-predikant als mentor.
Met hem voerde ik een aantal gesprekken,
waarmee hij mij begeleidde in mijn eerste tijd als predikant.
Tijdens een van de gesprekken vertelde hij hoe hij onlangs in het ziekenhuis was geweest
om een gemeentelid te bezoeken.
Dat gemeentelid was niet meer aanspreekbaar, lag in coma of werd in slaap gehouden.
Terwijl hij daar aan het bed zat en wilde bidden,
zei een verpleegster: ‘Dat hoort ze toch niet.’
Waarop deze collega-predikant naar boven wees en zei: ‘Maar Hij hoort het wel!’
Ik heb vaak aan deze opmerking – ‘Maar Hij hoort het wel!’ – gedacht,
als ik zelf bij het bed van iemand stond, die niet aanspreekbaar was.
Ik dacht dan aan die opmerking omdat er tegenstrijdige gedachten door mij heen gingen:
Als ik nu bid, hoort God mij
en tegelijkertijd merkte ik dat het niet makkelijk was om te bidden
als ik in mijn eentje aan het bed stond van iemand die slapend gehouden werd.
Ik heb het dan vaak tegen mijzelf moeten zeggen: ‘Maar Hij hoort het wel!’
om mij eraan te herinneren dat je zelfs in een ziekenhuiszaal
waar iemand is die niets van je verneemt te beseffen dat je toch voor Gods aangezicht sta.

Ik merk wel vaker dat het besef er niet altijd is, dat je als gelovige voor Gods aangezicht sta
En dat je op de plek waar je bent te zien bent en te horen voor God
En dat je helemaal niet zo ver van Hem verwijderd bent, al is Hij in de hemel.
Ik merk dat bijvoorbeeld als ik op bezoek bij een gezin met kinderen over de vloer.
Als ik vertel dat ik ga lezen uit de Bijbel, kijkt zo’n kind dan heel vreemd op:
We hebben toch niet gegeten?
Ik merk het als het gesprek gaat over een kerk,
waar verwacht wordt dat je als vrouw een hoed draagt.
Als er dan gemopperd wordt dat er verwacht wordt dat je een hoed op hebt,
terwijl je dat in je eigen kerk niet gewoon bent om te doen,
vraag ik altijd: Is je ook verteld waarom je een hoed op zou moeten doen?
‘Ja het staat in de Bijbel.’
‘Waarom staat het in de Bijbel? Wat is daar de betekenis van?’
Alle keren dat het gesprek over dit onderwerp ging, heb ik gemerkt
dat wel de regel is verteld, maar dat nooit het waarom van die regel is verteld.
Een van de redenen is dat je daarmee laat zien: Ik kom voor een heilig God.
Nu is een hoed al lang niet meer voorgeschreven in onze wijk,
maar we kunnen niet zonder het besef dat we verschijnen voor God die heilig is.
Daar is eerbied en ontzag (vers 28) voor nodig.
In de kerkdienst komen we als zondige mensen voor een heilig God
Het stil gebed is bedoeld als voorbereiding, dat je weet: ik kom voor God te staan.
En het lezen van de Tien Geboden herinnert ons eraan
Dat we alleen voor de Heere kunnen komen, als onze zonden afgewassen zijn,
als we gereinigd zijn door het bloed van Christus en we vergeven hebben ontvangen.
De Amerikaanse schrijfster Annie Dillard schreef eens:
‘Waarom doen wij kerkmensen alsof we toerist zijn
en bezig zijn met een een georganiseerde busreis op weg naar de heilige God?
Ik kom geen christenen tegen, behalve christenen die met vervolging te maken hebben,
die voldoende beseft in wat voor een omstandigheden wij verkeren.
Heeft iemand ook maar het flauwste besef
van de soort macht die we zo blijmoedig aanroepen?
Het is dwaasheid dat vrouwen hoeden en hoofddeksels dragen naar de kerk.
We zouden er met z’n allen beter aan doen om valhelmen te dragen.’
Want onze God is een verterend vuur. (vers 29)

In de gemeente waaraan Hebreeën is gericht als brief of als preek
is ook het besef verdwenen dat ze hebben te maken met de grote, heilige God
en dat ze elke dag dag voor Zijn aangezicht leven, in Zijn nabijheid
En dat ze elke keer als ze als gemeente samenkomen voor Zijn troon in de hemel komen.
Ze zijn de indrukwekkende Griekse en Romeinse tempels gewend,
Waar ze naar toe gingen voordat ze tot geloof gekomen zijn
waar je als je daar binnenstapt onder de indruk raakt van de grootsheid
en dat je beseft: ik stap hier de wereld van de goden binnen.
Nu ze in de Heere Jezus Christus geloven komen ze bij elkaar in een huiskamer
waar hun bijeenkomst niet de grootsheid, de allure van zo’n tempel heeft.
Als er een feest was, die te maken had met een van de goden,
was de hele stad in rep en roer en werd er al dagen naar het feest uitgekeken
en was er tijdens dat feest een grote menigte op de been
en werd er met veel feestvreugde het beeld van die god door de stad gedragen.
Sinds ze afscheid hebben genomen van die goden en tot geloof zijn gekomen,
hebben ze niet zulke groots gevierde feesten
en komen ze in kleine kring bij elkaar, zonder dat het opvalt in de stad,
om stil te staan bij het kruis op Golgotha, de opstanding uit de dood
en zeggen ze tegen elkaar: ‘De dag is nabij waarop Hij terugkomt!’
Ze komen nog wel bij elkaar, al komt niet iedereen meer,
maar de passie van de eerste liefde is er lang niet altijd meer.
Het is een gemeente die crisis verkeert.
Ze zeggen het nog wel tegen elkaar: Hij komt terug, maar het duurt allemaal zo lang.
Zal Hij nog wel komen?
En ondertussen zien ze mensen afhaken.
Het zou best eens kunnen gaan om de jongeren van de gemeente,
die in de afgelopen jaren zijn opgegroeid binnen de gemeente
En die zo’n bekeringservaring missen, die hun ouders wel hebben gehad.
Die door de ouders meegenomen zijn naar deze kerk,
maar bij het opgroeien dachten: dit is wel van onze ouders, maar niet voor ons.
Geef ons maar dat vroegere leven, met die indrukwekkende tempels
waarbij je bij binnenkomst echt merkte dat je in de wereld van de goden kwam.
Geef ons maar die groots gevierde feesten, waaraan de hele stad meedoet,
behalve dat kleine groepje christenen dat niet mee kan doen
en hun eigen feesten hebben, die in kleine kring worden gevierd,
omdat niemand op de hoogte is van die feesten en omdat ze Christus niet kennen.

Als je ziet dat de eigen kinderen afhaken en je vrienden met wie je optrok wegblijven
dan moet je het wel heel hard tegen zichzelf zeggen: je komen toch voor God
elke keer als we als gemeente bij elkaar komen, als we bidden,
als we luisteren naar de woorden die uit de Schrift gelezen worden,
de enige God die er is
en de goden van die tempels en die feesten, ze zijn maar niets – wij hebben de levende God!
Al die bijzondere ervaringen in het geloof die je hebt gehad,
tijdens een kerkdienst, tijdens een catechisatie, tijdens een avondmaalsviering,
het kan zo maar weg zijn, het kan je zo maar niets meer zeggen, iets van vroeger zijn
als het niet meer gaat binnen de gemeente, als je ziet dat anderen wegblijven.
In plaats van tegen jezelf te zeggen: “Maar Hij hoort het toch!”
ga je denken: Ziet God mij nog wel en weet Hij wat ik doormaak.
In plaats van je voor te bereiden op de ontmoeting met de levende God, de heilige God,
Schepper van hemel en aarde, de enige God die er is,
De God die deze gemeente in het leven heeft geroepen en onderhoudt,
in plaats van je voor te bereiden op het verschijnen voor Gods troon in de hemel
ga je denken: komen ze nog wel? Hoeveel zullen er nu wegblijven?
Er moet wat gebeuren, want zo gaat het niet goed.
Als dat je gaat beheersen, dan ga je vergeten dat je met God te maken hebt
en dat het leven een reis is naar het hemelse Jeruzalem
en dan vergeet je jezelf aan te sporen (zoals dat klinkt net voor we avondmaal vieren):
Laten we onze harten opwaarts heffen in de hemel, waar Christus Jezus is
onze Voorspraak bij de hemelse Vader.
Hoe krijg je dat geloof weer terug, dat Hij je hoort en ziet?
Hoe komt dat vertrouwen weer terug, dat er een dag komt
waarop onze Heer verschijnt op deze aarde?

Bij de christenen die nog maar net tot geloof gekomen waren
gebeurde dat door middel van een brief, of wellicht een preek
die aan deze gemeente werd gericht,
een brief of preek waarin de stem van God zelf doorklinkt
en de gemeente aanspreekt: zowel aanmoedigend als confronterend.
Weet je wel waar je staat?
U bent genaderd tot de berg Sion, en tot de levende God, tot het hemels Jeruzalem.
Wat kijk je nu naar de tempels van de Griekse en Romeinse goden,
met de grootsheid die ze uitstralen, waarmee ze indruk willen maken?
Zie je niet dat je dicht bij een plek bent, die nog veel indrukwekkender en grootser is?
De stad waar God zelf woont?
Kijk vooruit, nog maar even, je kunt de stad van God in de verte liggen,
zo dicht bij is die stad.
Hou nog even vol, zet nog even door, want je bent er bijna!
En elke keer als je bidt of als gemeente samenkomt, dan sta je al even binnen in die stad,
waar God zelf is, waar Zijn troon staat.
Niet een aardse stad met een aardse tempel, maar de hemelse stad,
Waar je met de Heere zelf te maken hebt, je staat dan voor Hem!

Confronterend is de aanspraak ook: Als je nu opgeeft, raak je alles kwijt.
Als je weer terug verlangt naar dat oude leven, toen je God nog niet kende,
Wees niet als Ezau, die een mooie positie had:
De oudste zoon was hij en zou het grootste deel van de erfenis krijgen.
De meeste bezittingen van zijn vader zou hij erven en bovendien de zegen van God.
Maar die bevoorrechte positie als erfgenaam en ontvanger van Gods zegen
verkocht hij aan zijn jongere broer Ezau en raakte  daarmee alles kwijt.

Het is een aanspreken van de gemeente om de gemeente weer in beweging te krijgen
op de weg naar de eeuwige bestemming, naar de stad van God.
Het is nog niet te laat! Kom in beweging!
Hef de slappe handen en strek de knikkende knieën.
Hier wordt een beeld van een sporter gebruikt die geen geloof heeft in de eindoverwinning.
Iedereen die op een sport zit, of dat nu voetbal is of volleybal of tennis
weet dat als je van tevoren al geen geloof hebt dat je zult winnen
of als je tijdens de wedstrijd het geloof kwijt raakt dat je nog kunt winnen
dan ga je verliezen, want je speelt niet meer met overtuiging.
Het lukt niet meer, de energie is sneller op,
je voelt de pijn in je lichaam opeens, die je weg zou drukken als je geloofde
dat je de tegenstander toch nog zou kunnen verslaan, al is de tegenstander nog zo sterk.
Juist als je niet op je best speelt, je voetbalt, volleybalt zonder overtuiging
kun je jezelf blesseren, kun je de wedstrijd niet uitspelen, omdat je geblesseerd uitvalt.
Hoe krijg je het geloof weer terug? Hoe krijg je de passie weer in je?
Toegepast op het geloof in Christus: Hoe komt die eerste liefde weer in je boven?
De passie die je eerder in je voelde waardoor je voor Christus ging,
het vertrouwen waar je eerder door gedragen wordt?
Het lijkt erop dat je jezelf moet oppeppen: Geloof het weer!
Zoals een sporter zichzelf tijdens de wedstrijd onder handen moet nemen: Kom op, gaan!
Er klinken ook steeds oproepen: weer in de starthouding,
pak wel de goede weg, die naar het hemels Jeruzalem
en laat je niet verleiden van die weg af te gaan, want dan blesseer je je juist
en kom je niet bij de finish in het hemels Jeruzalem aan.
En toch, het is niet iets dat we alleen moeten doen.
Juist nu moet je je eraan vasthouden: “Maar Hij hoort het wel.”
De kracht die nodig is om in beweging te komen, komt van God
God geeft de kracht om in beweging te komen, om verder te gaan.
God geeft genade – je hoeft het niet alleen te doen
en het is niet alleen je eigen kracht en je eigen geloof,
waarmee je je voort moet slepen.
God geeft die kracht, waarmee je geloof vernieuwd wordt,
kracht om weer te gaan op de weg naar die eeuwige bestemming.
Tijdens belangrijke wielrenwedstrijden speelt het eten een belangrijke rol:
het eten voordat je aan de wedstrijd begint

Als ze opstaan begint hun dag met een goed ontbijt. Vaak bestaat dit uit havermoutpap met vruchten, rozijnen of noten. Vervolgens krijgen ze omelet, maar kunnen ook kiezen uit rijst en brood. Er zijn ploegen die hun eigen brood maken, dit is een heel droog brood dat veel energie oplevert.Tussen het ontbijt en de race blijven de wielrenners eten. Meestal zijn dit kleine snacks, dit kan variëren van winegums, noten, smoothies of groentesappen. Bij iedere ploeg of renner kan dit anders zijn.

Ook tijdens en na de race is het eten belangrijk
Want als je niet goed eet tijdens de race, kun je hongerklop krijgen, de man met de hamer.
Je kunt niet meer meekomen, je valt stil, omdat je geen energie meer hebt.
Als je na afloop van de race niet de juiste voeding eet, kun je de volgende koers niet aan.
Ook voor een pelgrim die onderweg is naar de hemelse bestemming
is het van belang om de juiste voedsel te krijgen.
Naast voeding is de juiste coaching vooraf en tijdens de wedstrijd nodig.
Dat zijn allemaal facetten die nodig zijn in het geloof:
De juiste voeding voor en tijdens de race naar het hemels Jeruzalem
om daar aan te komen bij de finish in de stad van God.
De kracht en de begeleiding komt van God
en Hij geeft mensen om je heen die je begeleiden en aansporen.
God is een verterend vuur
– als je afhaakt, als je niet verder kunt zijn de gevolgen aangrijpend,
maar als je gelooft en wilt gaan, dan is God in je het vuur dat je aandrijft om te gaan.
Om zo aan te komen bij het hemels Jeruzalem,
waar God, waar de duizenden engelen feest vieren
samen met degenen die hier op aarde geleefd hebben en reeds aangekomen zijn
na de aardse reis, die voor hen ook niet altijd makkelijk was,
maar waarbij ze steeds bedachten: “Maar Hij hoort het!”
“Hou vol, Hij komt er bijna aan!” “Het duurt niet lang meer voor Hij verschijnt!”

Ik zet mijn treden in Uw spoor,
– Het is een psalm die velen met hun belijdenis gezongen hebben –

Opdat mijn voet niet uit zou glijden.

Wil mij voor struikelen bevrijden,

En ga mij met Uw heillicht voor.

Ik roep U aan, ‘k blijf op U wachten
Amen

Advertenties

Preek zondagmiddag 2 december 2018

Preek zondagmiddag 2 december 2018
Dankzegging Heilig Avondmaal.
Schriftlezing: Hebreeën 10:19-39
Tekst: vers 24-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vandaag is het de eerste zondag van Advent.
Advent is niet het teken we over vier weken kerst hebben
en dat we nu kerstliederen mogen gaan draaien
en de kerstboom weer in huis gehaald moet worden
of dat de kerstviering voor school of voor de ouderenmiddag nodig voorbereid moet worden.
Nee, in de periode van Advent gaat het om de Wederkomst van Christus
en dat we ons erop voorbereiden dat we Hem kunnen ontmoeten.
Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt Gij zijn ontmoet?
En dat niet alleen: dat er een plek is in mijn hart, of dat ik aan het avondmaal kan komen,
maar dat ik Hem kan ontmoeten als Hij verschijnt op de Jongste Dag
als rechter, om te oordelen de levenden en de doden.
dat je hem kunt ontmoeten als je Heer, je Koning, je redder die je van de zonde bevrijdt.
Advent is niet vooruitkijken naar het komende Kerstfeest,
maar vooruitzien naar de dag waarop Christus in al Zijn heerlijkheid verschijnt
omdat Hij uit de hemel teruggekomen is op aarde.

In deze periode houden we elkaar scherp en zeggen we het tegen onszelf:
Er komt een dag waarop onze Heer terugkomt.
Dat kan nog een tijd duren, maar het kan ook morgen al zijn.
Bij alles wat we doen, moeten we er rekening mee houden,
dat er een dag aanbreekt, waarop de tijd op deze wereld voorbij is.
We kunnen dat uit het oog verliezen omdat we het leven hier op aarde wel best vinden.
In deze tijd zeggen we tegen elkaar:
Het leven hier kan best mooie kanten hebben, maar er komt een veel mooier leven,
als Christus terugkomt en Hij al degenen die bij Hem horen meeneemt.
Ga niet teveel op in deze wereld, zodat als Hij komt, je niet verrast wordt door Zijn komst.

Ook het avondmaal is bedoeld om er ons steeds weer aan te herinneren,
dat die dag eens dagen zal, waarop de Heiland zal verschijnen.
We hebben de opdracht om net zolang tot Christus teruggekomen zal zijn
het avondmaal te vieren,
om daarbij terug te kijken hoe Christus voor ons gestorven is op Golgotha
maar ook om vooruit te kijken:
Er komt een dag, waarop we niet meer hoeven te geloven
dat Christus de gastheer is aan de tafel
En brood en wijn aan ons uitreikt als gaven uit Zijn hand,
maar waarop we Hem mogen zien, zichtbaar, lijfelijk in ons midden,
aan het feestmaal van de hemelse bruiloft.

Wat voor verschil maakt het nu in je leven om deze verwachting te hebben?
Wat maakt de Wederkomst van Christus nou voor een verschil in ons leven?
In de brief aan de Hebreeën wordt ook steeds aan de Wederkomst herinnerd:
U ziet de grote dag naderen.
Je kunt al zien, zoals je op een donkere morgen kunt zien, hoe het licht opkomt,
de nacht verdreven wordt, de dag aanbreekt.
Je kunt het waarnemen, zoals na een de koude, kille winter het voorjaar aanbreekt,
De hele natuur ontdooit, de mensen een vrolijkheid en opgewekt krijgen.
Zo kun je de dag vernemen, dat Christus terug zal komen.
Zoals je je instelt op een nieuwe dag, , zoals je je instelt op een nieuw voorjaar,
zo moet je je als gelovige instellen op die dag dat Christus terugkomt.
De viering van het heilig avondmaal helpt om daarop in te stellen – totdat Hij komt.

Wat het verschil maakt, is dat je weet dat dit leven hier op deze aarde maar tijdelijk is.
En dat leven hier kan mooie kanten hebben:
de mensen om je heen, gezin, kinderen, een mooi leven.
Nog mooier zal het zijn in Gods heerlijkheid, het eeuwige leven.
Het leven kan hier moeilijk zijn: met verdriet om iemand die overleden is, die je steeds mist,
om pijn die je hebt door je beperking of omdat je ziek bent,
zorgen die je hebt, waardoor je niet kunt slapen en somber bent over wat nog komt.
Wat er is aan leed op deze wereld kan je diep raken,
juist omdat je gelooft dat God over deze wereld regeert.
In deze periode van advent zeggen we tegen elkaar: en toch, we hebben een God!
Hij zal komen en dan zal alles anders worden.
Dan is het voorbij met de zonde, dan hoeft er niet meer geleden worden, is er geen verdriet.

Hoe vul je dat in je dagelijks leven in?
In Hebreeën 10:23-25 wordt daarover gesproken.
Het is een korte schets van wat de kerk is.
Je zou kunnen zeggen: alles wat we in de kerk doen, heeft te maken met de Wederkomst.
Alles wat we in de kerk doen, is er op gericht
om het geloof dat Christus terugkomt te versterken,
omdat een levend en bewust geloof te laten zijn.
Er wordt gesproken over een belijdenis die we vast moeten houden,
over omzien naar elkaar, om elkaar aan te sporen tot goede werken,
om niet weg te blijven als de gemeente van Christus bij elkaar komt.
Dat is wat de kerk is: het vasthouden aan God, het vasthouden van elkaar,
het versterken en stimuleren van elkaar, zodat we leven met het oog op de Wederkomst.

Allereerst de belijdenis vasthouden.
Er kunnen momenten zijn, waarop je het moeilijk vindt om te geloven dat Jezus terugkomt
en waarop je er niet bij stil staat om je leven op Zijn komst af te stemmen.
Je hebt hier nog zoveel in het leven wat je wilt doen:
Je wilt nog verkering, of als je verkering hebt, dan wil je eens trouwen,
als je getrouwd bent, wil je misschien ook wel kinderen, en als je kinderen hebt,
dan wil je ze ook zien opgroeien en een eigen bestemming krijgen
en dan kan het zijn dat je bij jezelf denkt: laat de Wederkomst nog maar even uitblijven,
Ik hoop dat er nog een tijd hier is.
Je kunt het ook moeilijk vinden om te geloven dat Jezus terugkomt en dat het anders wordt,
als het donker is in je leven: gevangen in een somberheid die zo sterk kan zijn,
waar je jezelf niet aan kunt ontworstelen en het wordt alleen maar erger
en van Gods kant hoor je niets, het is stil van Zijn kant
en je snakt, je hunkert naar en teken van Zijn kant
O kom, o kom Immanuël, verlos Uw volk, Uw Israël.
Dan is het vasthouden aan de belijdenis niet zo eenvoudig,
de belijdenis dat er een dag komt, dat de somberheid die jou gevangen houdt,
Verbroken is, omdat Christus terug gekomen is en Zijn licht over je straalt
en je nooit meer gevangen zult zitten in het donker.
Dan komt er een aansporing om aan die belijdenis vast te houden,
om dat geloof niet op te geven, want juist die belijdenis geeft hoop.
Juist die belijdenis brengt de hoop in je leven, die je zelf niet hebt.
Het is een belijdenis, die onverwrikbaar is.
Hoe je er tegenaan duwt, hoe je er tegenaan schopt,
welke golven er ook overheen slaan, hoe hoog het water ook stuwt
– deze belijdenis blijft overeind staan
Net zo min de hemel ooit uit zijn stand zal wijken,
zo min zal Uw trouw ooit wankelen of bezwijken
Nee, dat is niet altijd makkelijk te geloven.
Vaak zien we en ervaren we het tegendeel
en toch mogen we dat geloof, die belijdenis niet opgeven
– want God heeft Zijn belofte gegeven
en als Hij Zijn belofte geeft, dan mogen we daar niet aan twijfelen.
Avondmaal vieren is tegen jezelf zeggen: Gods belofte is echt waar
En als je het niet tegen jezelf zegt, dan zegt het gebeuren het van het avondmaal het wel:
Vertrouw op God, houd moed, put hoop uit de wetenschap dat Christus weerkomt.
En als je dat vertrouwen niet hebt, als je dat geloof kwijt bent,
laat je dan versterken, laat je geloof dan aanvullen – door God, die komen zal..

Daarom is het ook belangrijk om op elkaar te letten, elkaar in het vizier te houden.
Niet vanuit nieuwsgierigheid, met de neus tegen het raam, met de mond open:
Wat doet hij nu? Waar is zij nu mee bezig? Wat gaat er gebeuren?
Nee, Christus vraagt van ons om elkaar goed in het oog te houden:
Voel je aan dat iemand het vertrouwen in Christus’ komst kwijtraakt.
Merk je het op als iemand de stap naar het avondmaal niet meer kan maken
en wegblijft en zo vergeet zijn geloof aan de tafel te versterken?
Het gaat hier niet om eenrichtingsverkeer: Hoe kan ik de ander verder helpen.
Het gaat hier om een wisselwerking
dat je ook opmerkt wat de ander voorleeft, wat de ander van Christus laat zien.
In de Hebreeënbrief gaat het er ook om dat we Christus in het vizier houden,
Hem niet uit het oog verliezen, het contact niet kwijtraken en ons aan Hem optrekken.
Zo is het de bedoeling, de opdracht, om elkaar in het oog te houden,
Als je de een ziet, put je moed.
Als je de ander ziet, maak je je zorgen en je gaat het contact aan:
Is er wat aan de hand? Kan ik iets voor je betekenen?
Dit naar elkaar omzien krijgt urgentie, omdat je weet dat Christus eens terugkomt.
ER kunnen momenten zijn, waarop er heel wat op je bord ligt
en dat je het er niet bij kunt hebben,
maar dan kun je nog altijd iemand anders inlichten.
Je kunt je er niet achter verschuilen, dat je geen tijd hebt of dat het jou niet aangaat.
Gisteren ving ik even een gesprek aan over een moeilijk onderwerp: zelfdoding.
De psychiater die daarover geïnterviewd gaf aan,
Dat het al helpt om op iemand waar je je zorgen over maakt aan te spreken,
het gesprek aan te gaan: wat gaat er in je om?
Je kunt dat doen, omdat je weet dat als Jezus terugkomt het gedaan is met alle duisternis
en dat je daarom niet hoeft terug te schrikken voor een gesprek,
omdat je weet: zelfs in dit duister kan Christus komen, Hij die in de hel neerdaalde
en zelfs dit duister kan Hij overwinnen, die aan het kruis de duisternis verbrak.
Alleen al door iemand aan te spreken kun je iets van het licht van Christus laten zien.
Al kunnen wij vaak de duisternis niet verdrijven
en kun je je eigen machteloosheid merken – en toch: Hij komt!

Je laat het niet bij omzien naar elkaar.
Omzien kan iets hebben van: alleen maar luisteren.
Dat kan al heel waardevol zijn.
We worden opgedragen om nog verder te gaan.
Om elkaar aan te vuren – tot goede werken.
Dat woord aanvuren heeft iets van: elkaar uitdagen, elkaar provoceren,
het beste in de ander naar boven halen.
Laat dan zien – laat dan zien dat je van Christus bent,
Laat dan zien dat je Christus verwacht, dat je rekening houdt met Christus’ Wederkomst.
Breng het in praktijk.
Daag elkaar uit om de liefde van Christus uit te dragen,
niet alleen met woorden, maar ook in wat je doet.
Maak de liefde van Christus heel praktisch. ZOals in hoofdstuk 13 gebeurt:
* broederliefde      
* Wees gastvrij
* Bezoek gevangenen
* Houd je huwelijk in ere
* Laat je niet door geld leiden.
* Help elkaar
Zo maak je de liefde van Christus heel praktisch.
De liefde van Christus vormt ons hart, heeft invloed op ons karakter.
Met het avondmaal hebben we toch gevierd
dat ons hart gereinigd is van een slecht geweten
daarvoor in de plaats is de liefde van Christus gekomen.
Houdt er rekening mee dat er een dag komt waarop Christus terugkomt
En de Mensenzoon met alle engelen
en dan zal zeggen: Wat je voor de minste van Mijn broeders gedaan hebt,
heb je voor Mij gedaan. Het is niet voor niets!

De laatste aansporing betreft het bezoek van de eredienst:
Laat je plaats niet leeg.
Ik weet: deze tekst kan nogal misbruikt worden, om iemand onder druk te zetten.
Hier gaat het om wegblijven omdat het vertrouwen op God weg is.
Als er teleurstelling is, als er geen hoop meer is,
dan kan dat tot gevolg hebben dat iemand denkt: Ik ga maar niet meer naar de kerk.
Mij zien ze daar niet meer. Mijn plek blijft leeg.
Soms blijven mensen weg in de hoop dat ze opgemerkt worden, als signaal
dat ze iets missen voor hun geloof, of dat het met hun geloof niet goed gaat.
In de tijd van deze brief kan dat ook te maken hebben met de moeilijke omstandigheden,
waarin de kerk zich bevond, de tegenstand die er was voor de gelovigen.
Het kan ook zijn dat ze het vanwege die druk niet meer konden opbrengen om te komen.
als er een plek is, waar je geloof gevoed wordt, dan is dat bij Christus.
Het kan best zijn dat de stijl van de kerkdienst je niet aanstaat,
het kan best zijn dat de mensen je niet liggen.
Daar valt best over te praten,
maar door je je te onttrekken breng je je eigen geloof in gevaar.
dan heb je niet meer de mensen om je heen, die je voorleven, die het je laten zien
dat er een dag komt dat Christus komt.
Je moet het dan van jezelf hebben.
Geloven zonder naar de kerk te gaan is uiteindelijk moeilijker
dan een groep mensen om je heen, met wie je dezelfde weg gaat, de weg van Christus.
Die kerkdienst is geen doel op zich.
Het gaat er niet om zoveel mogelijk mensen naar de kerk te krijgen,
omdat het dan fijn zingt, of omdat je dan niet hoeft na te denken of het anders moet,
nee, het gaat erom dat je samen, met elkaar Christus verwacht.
Sion hoort de wachter zingen,
zij voelt zich ’t hart van vreugde springen,

z’ ontwaakt met spoed, staat haastig op.
Uit de hemel daalt Hij neder,
in waarheid sterk, in liefde teder:
haar licht verschijnt, haar ster gaat op.
Kom Heiland, ’s aardrijks kroon,
Heer Jezus, ’s Vaders Zoon!
Amen

Preek zondagmorgen 2 december 2018

Preek zondagmorgen 2 december 2018
Viering Heilig Avondmaal.
Hebreeën 10:19-39
Tekst: Laten wij tot Hem naderen … nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten (vers 22)

 

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De viering van het Heilig Avondmaal bepaalt ons er weer bij,
wat de Heere Jezus voor ons heeft gedaan.
In de brief aan de Hebreeën wordt dat als volgt verwoord:
Nu ons hart gereinigd is van een verkeerd geweten.
Doordat Christus stierf aan het kruis, daar op Golgotha Zijn leven gaf,
kunnen wij innerlijk worden gereinigd, van binnen schoongemaakt worden, in ons hart.
In ons hart is alles opgeslagen wat we hebben gedaan, of juist hebben nagelaten.
In ons hart is opgeslagen wat onze gedachten zijn geweest,
welke keuzes we hebben gemaakt en wat daaraan vooraf gegaan is.
In ons hart zijn ook onze verkeerde keuzes opgeslagen:
keuzes waarbij we niet aan de Heere hebben gedacht,
of waarbij we een keuze gemaakt hebben die tegen de Heere inging.
En daar in ons hart, waar ze opgeslagen liggen, kunnen ze als een zware lust drukken.
Wij kunnen ze niet ongedaan maken, onze verkeerde daden, keuzes, gedachten.
Wij krijgen ze niet weg in ons hart
En in onze relatie met de Heere belemmeren ze ons om naar Hem toe te gaan.
Ze vormen een drempel, ze zorgen ervoor dat je aarzelt om naar de Heere te gaan,
want je merkt in jezelf dat je zo niet voor de Heere kunt verschijnen,
met wat je hebt gedacht, met wat je hebt gedaan.
Zo kun je niet voor de heilige God verschijnen.
Daar is de Heere te heilig voor
om met je zonden die je gedaan en gedacht hebt voor Hem te komen.
Al zijn ze in het verborgen gedaan en heeft niemand er weet van,
ze klagen je aan als je voor de Heere wilt komen.
Alleen als je daarvan bevrijd wordt, als ze van je weggenomen worden,
als je van binnen wordt gereinigd van je zonden, kun je komen.
Alleen dan kun je leven met de Heere, in Zijn nabijheid komen.
Die zonden kunnen weggenomen worden, omdat Christus stierf aan het kruis.
Omdat Hij Zijn leven gaf, omdat Hij daar op Golgotha uw schuld, jouw schuld weg droeg,
wordt wat je verkeerd hebt gedaan, verkeerd hebt gedacht van je afgenomen.
Je wordt van binnen gereinigd, schoongemaakt.
Vanmorgen vieren we met het avondmaal dat onze zonden van ons afgenomen zijn,
Dat ze geen last meer zijn, geen belemmering meer zijn om te komen tot de Heere.
Als je in de afgelopen week je hebt voorbereid op het avondmaal
dan heb je vast ook nagedacht over wat er leeft in je hart.
Je kunt in jezelf de aanklacht hebben gehoord: je hebt van alles verkeerd gedaan.
Het kan ook zijn dat je daarbij dacht aan iets wat je hebt gedaan in de afgelopen tijd,
of dat je je weer bewust was van wat er in de afgelopen tijd in je gedachten omging.
In de afgelopen week heb je gerealiseerd dat het echt niet kon, wat je hebt gedaan.
Dat de gedachten die je had echt niet paste bij een leven met Christus.
Hoe langer je erover nadacht, hoe meer last je ervan kreeg.
Het kan in de afgelopen dagen door je heen gegaan zijn: Maak mij rein voor U.
Omdat je merkt dat het je relatie met Christus belast.
Je hebt nagedacht over het Heilig Avondmaal
en je weet wel: dat avondmaal laat zien dat Christus Zijn leven ook gaf voor mijn zonden,
maar je hebt gemerkt dat je zo makkelijk de fout in gaat.
Wordt het dan niet heel goedkoop als je zo naar het avondmaal gaat
om vergeving te vragen?
Het is een worsteling: je hebt Zijn vergeving nodig, maar toch, de last die op je drukt.
Maak mij rein voor U, was mijn leven schoon, vergeef mijn zonden.
Ik wil het niet goedkoop maken
en toch wil ik wijzen op de belofte die het avondmaal in zich heeft,
doordat het avondmaal herinnert aan het sterven van Jezus voor ons en onze zonden:
in de voorbereiding op het avondmaal wordt ook gevraagd
om de belofte van de Heere te geloven, de belofte die betrouwbaar is,
waar we op aan kunnen, waar we op kunnen rekenen, dat deze belofte waar is:
dat onze zonden ons vergeven zijn vanwege het kruis daar op Golgotha.
Deze belofte is er van Gods kant.
Van onze kant wordt er door de Heere gevraagd om die belofte te geloven,
dat het waar is, dat we gereinigd kunnen worden,
dat we er niet tevergeefs om vragen, maar dat die vergeving ons geschonken wordt,
omdat Christus gestorven is,
dat jij, dat u van binnen gereinigd, schoongemaakt kunt worden.
Ik hoop dat u in de afgelopen week om die reden uitgekeken hebt naar het avondmaal,
dat je in jezelf een verlangen voelde, om hier aan de tafel te zitten
bij de Heere Jezus, onze Heer, onze Redder,
en dat je het brood aanneemt, dat wijst naar het offer op Golgotha
dat ook voor jou gebracht is,
dat je van de beker drinkt, het wijn dat erop wijst, dat ook jouw zonden afgewassen worden.
Dat je niet alleen je zonde onder ogen zag, de ernst van wat er mis ging,
Van de verkeerde keuzes, de verkeerde gedachten en daden,
maar dat je ook de vreugde al ervoer, dat er een nieuw begin mogelijk is.
Niet omdat wij een nieuwe kans verdienen,
maar omdat we een God hebben die ons reinigt, die onze schuld van ons overnam,
die onze zonden van ons afwast,
waardoor we kunnen komen, waardoor we hier aan de tafel kunnen zitten
en brood en wijn kunnen eten,
niet alleen maar uit schaamte, niet alleen maar met een besef van schuld, dat ook,
maar dat er daarbij ook een dankbaarheid, een intense vreugde is,
ik ben hier bij mijn Heer, zoveel had Hij voor mij over, dat Hij Zelf ging
en straks als mijn tijd gekomen is om voor Hem te staan,
dan zal de zonde mij aanklagen,
dan zal de duivel zeggen dat ik geen recht heb om de hemel binnen te gaan.
Maar dan zal Hij opstaan en zeggen: Ik heb de schuld betaald,
door mijn bloed kunnen ze binnen gaan.
Hier aan de tafel vieren we dat de deur openging, dat we een toegang hebben tot God.
Amen

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Het verhaal van Deborah, Barak en Jaël is een van de bekendere verhalen uit het bijbelboek Rechters / Richteren. Dat het een bekender verhaal is, wil nog niet zeggen dat dit verhaal gemakkelijk te begrijpen is. Ik wil wat uitleg geven bij het verhaal.

gedeon01
(Gustav Dore, 1885)

Spiegel
De verhalen uit Rchters / Richteren willen niet als historisch verhaal gelezen worden. Daarmee doe ik geen uitspraak over de historische betrouwbaarheid van deze verhalen. Het boek staat in de Bijbel, omdat het ons als lezers iets te zeggen heeft. De verhalen houden ons een spiegel voor: wat zou jij doen in deze situatie.

(Ik baseer me verder op de Herziene Statenvertaling. Deze vertaling is in de gemeente die ik dien in gebruik. Deze uitleg schrijf ik op n.a.v. een bijbelstudie met gemeenteleden. Vandaar dat ik verder spreek over Richteren.)
2a16ade85edd89c3c741322282d386e7


Kanaänitische levensstijl
Richteren 4 begint met de dood van Ehud. Toen Ehud gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE (vers 1). Ehud was richter. Een richter (of rechter) is in dit bijbelboek niet alleen iemand die rechtspreekt, maar ook recht brengt. Het recht dat geschonden is wordt hersteld. De gerechtigheid die ontbreekt wordt teruggebracht.

Na de dood van Ehud blijkt dat het dienen van de Heere niet diep geworteld is in het hart en het leven van de Israëlieten. Ze verlaten Gods weg. Daarmee gaan ze niet alleen de afgoden dienen, maar  de Kanaänitsche levensstijl (zie de blog over Richteren 1) wordt weer hun manier van leven. Dat betekent dat er geen omzien naar elkaar meer is. Het recht van de sterkste geldt. Mensen zijn geen persoon meer met een levensverhaal maar worden een nummer. Een mensenleven telt niet. De Kanaänitische levensstijl is een harde, egocentrische levensstijl. Zo had de Heere Israël niet bedoeld.

Deborah3

De klok terugdraaien
Met de keuze voor de Kanaänitische levensstijl is het ‘project’ verovering van Kanaän mislukt. Het volk Israël had de taak om te leven in Godsvertrouwen en had de taak om te leven volgens Gods sjaloom: tot eer van God en in dienst van de naaste. Met de keuze voor de verkeerde levensstijl draait het volk de klok terug, naar het oude, harde bestaan. Uit dat bestaan waren ooit verlost, toen ze uit Egypte weg mochten trekken.
Als het volk de klok terugdraait naar voor de intocht in Kanaän,. krijgt het een koekje van eigen deeg. De Heere, de God van Israël draait ook de klok terug. De Kanaänieten – volgens Jozua – bijna geheel verslagen, worden door de Heere gestuurd om te laten zien wat er gebeurt als je de klok terugzet naar de oude, harde periode waarvan je juist was bevrijd. Als het volk kiest voor de Kanaänitische levensstijl wordt het zelf slachtoffer van die stijl: ze worden knecht van de Kanaänieten.

2015566_univ_lsr_xl

Weer in Egypte
Ze worden weer tot slaaf gemaakt. Ze zijn weer terug in Egypte. In vers 2-3 wordt de situatie beschreven met kenmerken, die het volk meemaakte toen het in Egypte was: de stijdwagens, de onderdrukking, het roepen tot God. De koning van de Kanaänieten heeft de naam Jabin. Die naam betekent: ‘hij zal het opmerken’. Het is een signaal naar de Israëlieten toe: Merk de hand van je God hierin op. Het is geen Vreemde die het je aandoet. In  de uitleg van het Oude Testament is er altijd de discussie: straft God Zijn volk of laat Hij het volk de gevolgen van hun verkeerde keuze ondervinden. Ik denk dat het allebei is: het is straf om te laten ervaren wat er gebeurt als je als volk recht en gerechtigheid prijsgeeft. Het is de gevolgen van je verkeerde daden en intenties te laten ervaren. Als waarschuwing en oproep tot omkeer. Het verhaal wordt verteld om aan ons te laten zien: dit gebeurt er als je Gods richtlijnen voor de samenleving prijsgeeft.

download (1)

Deborah
De Heere, de God van Israël is niet alleen een oordelende God. Hij brengt ook redding. Welke keuze het volk ook maakt, het blijft Zijn volk. Met dit volk heeft Hij een verbond gesloten. Deze keer wordt een richter niet rechtstreekts geroepen, maar gebeurt het via Deborah. Deborah is rechter en profetes. Israël in Kanaän is niet de ideale samenleving. Er is een rechter nodig. Een rechter moet oordelen in conflictsituaties. Een rechter mag zich daarbij niet laten leiden door de status van een van de partijen. In het oordeel mag de rijkere, sterkere niet een gunstiger vonnis krijgen dan de zwakkere, armere partij. Deborah is niet alleen rechter, maar ook profetes. Zij ontvangt de boodschappen van de Heere, die aanwijzingen geeft. Ze wordt de vrouw van Lappidoth genoemd. Het is de vraag of het hier gaat om een echtgenoot of een plaatsnaam. Lappidoth betekent ‘vuurvlam’, ‘fakkel’ en kan ook duiden op de openbaringen die ze krijgt of op de overwinning van de Heere die aanstaande is.
deborah-barak


Barak
Een andere hoofdpersoon is Barak (‘Bliksemflits’). Barak wil niet gaan als Deborah niet meegaat. Deborah heeft hier dezelfde functie als de ark in de slag met de Filistijnen (1 Samuël 4): Deborah staat voor de zichtbare aanwezigheid van de Heere in het strijdtoneel. Vanwege die wens van Barak gaat de eer van de overwinning niet naar hem. Hij heeft een belangrijk aandeel in de strijd, maar de eer gaat naar een vrouw.

Deborah-GettyImages-173449598-57068a385f9b581408ce21b8

Barak krijgt de opdracht om 10.000 man te verzamelen op de berg Tabor. Zo vormt hij een lokaas voor Sisera, de generaal van Jabin. Met zijn strijdwagens (geduchte wapens, vergelijkbaar met een tank die een bataljon infanteriesoldaten aanvalt) trekt hij op naar de Tabor. Barak lijkt een makkelijke prooi voor hem: hij hoeft de berg alleen maar te omsingelen en het is uit met de opstand. Als hij de berg Tabor nadert, daalt Barak met zijn 10.000 man af en komt er verwarring en angst in het leger van Sisera. Ook dit is Gods hand en die verwarring die God brengt, ontstaat vóórdat Barak het leger van de onderdrukker aanvalt. Hij wint de slag wel. Heel de vijandelijke legermacht, met zijn indrukwekkende wapenarsenaal, wordt verpletterd. Slechts één man kan ontkomen.
B802153


Jaël
De ene man die kan ontkomen is de generaal: Sisera. Hij gaat op de vlucht voor Barak. Tijdens zijn vlucht komt hij aan in het tentenkamp van een loyale stam, die niet tot de Israëlieten behoort. Het is een groepje dat zich afgesplitst heeft van de Kenieten, die zich aan Israël hadden gelieerd. In plaats van een veilig onderkomen te vinden, wordt hij in een tent vermoord. Men heeft dit Jaël kwalijk genomen in de uitleg. Ze zou zondigen tegen het heilige gebod van de gastvrijheid.
Deborah_and_Barak_battle_C-324


Sisera
Degene die zondigt tegen de gastvrijheid is echter niet Jaël, maar Sisera. Hij vlucht niet naar het stamhoofd Heber, maar naar zijn vrouw. Sisera toont zich als een man die altijd gewend is om zijn zin te krijgen. Wat Sisera doet is oneervol voor Jaël en ook kwetsend en bedreigend. Door naar haar toe te gaan, ontrooft hij haar eer. Hij verlaagt haar en behandelt haar als prostituee. Hij zoekt zijn toevlucht waarschijnlijk bij Jaël, omdat ze een man niet in een tent van een vrouw zullen zoeken. Sisera toont grensoverschrijdend gedrag naar een vrouw. Een vrouw in oorlogsgebied is kwetsbaar. Ze loopt het gevaar om aangerand of verkracht te worden. Als hij in de tent is, vertoont Sisera zich als heer en meester en gedraagt hij zich niet als gast. Opnieuw zondigt hij tegen de gastvrijheid. Hij vraagt om drinken, terwijl een gast altijd gastvrij onthaald wordt met eten en drinken. Een gast hoort nooit te vragen. Hij vraagt ook de achtervolgers voor te liegen. Op tal van manieren schendt Sisera de eer van deze vrouw, ter wille van zijn eigen veiligheid. De tentpin in de slaap (of door de keel) is een vorm van zelfbescherming. Voor Sisera haar eer nog meer kan aantasten door haar aan te randen of te verkrachten, moet hij onschadelijk gemaakt worden.

Spot op de macht
In plaats van water, waar Sisera om vraagt, krijgt hij melk en wordt hij toegedekt. Net of Jaël als moeder een klein kindje toedekt. De harde, wrede, gevreesde generaal is verworden tot een klein hulpeloos kindje. Ook u bent nu  zo zwak geworden als wij,  u bent aan ons gelijk geworden (Jesaja 14:10, het spotlied op de machtige koning van Babel, die zijn onoverwinnelijkheid kwijt is en ook kwetsbaar lijkt te zijn.) Dit is een Bijbelse trek: de spot op de machthebbers, die denken dat ze heel wat zijn, maar wiens macht slechts lucht en leegte, ijdelheid der ijdelheden is. De machthebbers worden op een voor hun vernederende manier van hun tronen gestoten (zie Maria’s Lofzang: Lukas 1:52). Die in de hemel woont zal lachen, de HEERE zal hen bespotten (Psalm 2:4). Zo vernederde God op die dag Jabin, de koning van Kanaän, vóór de Israëlieten (vers 23). De koning van Kanaän leidt gezichtsverlies, een van de ergste dingen die je kan overkomen in het (Oude) Nabije Oosten.
MV5BZWVhYzE0NzgtM2U1Yi00OWM1LWJlZTUtZmNkNWZhM2VkMDczXkEyXkFqcGdeQW1yb3NzZXI@._V1_CR46,0,1401,788_AL_UY268_CR15,0,477,268_AL_
Jaël: een vrouwelijke held à la Wonder Woman?

6a00e5520fbe938834019aff81be70970b-500wi
Of eerder een van de Koreaanse ‘troostmeisjes’ uit de Tweede Wereldoorlog?

Om over te preken
De verhalen van Richteren zijn bedoeld om door te vertellen als verhaal met een boodschap: Wat doe jij? Hoe ga jij om als je de baas bent, als je de macht hebt? Als je directeur bent van een bedrijf, een school, een zorginstelling. Als je in de politiek zit. Als je in de kerkenraad zit. Kies je voor de Kanaänitische levensstijl (die ook heel vroom gecamoufleerd kan worden met een zogenaamd geestelijke levensstijl), of kies je echt om te leven volgens de richtlijnen van de Heere?
Tijdens de Bijbelkring gaven gemeenteleden aan, dat zij de verhalen uit Richteren tijdens het bijbellezen overslaan. Dat is jammer, want daarmee mis je de boodschap, de kritische spiegel: hoe ga je om met je verantwoordelijkheden? Dat heeft volgens de Bijbel altijd te maken met je hart. Daarom: Wie stuurt je hart aan? Wie leeft er in je?

Opdracht:
1) Bekijk de bovenstaande verbeeldingen van Deborah:
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Deborah verbeelden?

2) Bekijk de twee onderstaande schilderijen van Jaël en Sisera
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Jaël en Sisera verbeelden?

1200px-Jacopo_Amigoni_002
Jacopo Amigoni, 1739

Giaele_e_Sisara
Artemisia Gentileschi, 1620


Vragen bij Richteren 4

Vragen bij Richteren 4
1) ‘deden de Israëlieten opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE’ – wat moeten we ons daarbij voorstellen? Hoe kwam het dat het volk Israël na de dood van Ehud deze weg insloeg?
2) ‘Daarom leverde de HEERE hen over in de hand van Jabin’ – wat is hier de betekenis van?
3) De verteller gebruikt onderdelen uit het verhaal van Israël in Egypte en van de uittocht. Waarom doet de verteller dat?
4) Wie is de held van het verhaal?
5) Wat kun je zeggen over:

  • Jabin en Sisera
  • Deborah: richter en profetes
  • Barak: zwakke leider of juist aan man die zich afhankelijk weet van de Heere?
  • Jaël: handelt zij vanuit een sluw motief of juist vanuit zelfbescherming?

6) Waar zou een preek over moeten gaan? Met andere woorden: Wat is de boodschap van dit verhaal?

Advent

Advent
Komende zondag is het de eerste zondag van advent. In deze periode oefenen we ons als kerk in het verlangen naar de Wederkomst van onze Heere Jezus Christus. In onze Nederlandse kerkelijke traditie bestaat de periode van Advent uit 4 weken. In andere kerkelijke tradities duurt de Adventsperiode 7 weken.

Advent is niet een voorbereiding op het Kerstfeest. Soms lijkt het wel zo met alle kerstvieringen en uitvoeringen die in de adventsweken al gehouden worden en alle voorbereidingen van koren.

Belang kerkelijk jaar
In de Anglicaanse traditie en de Lutherse traditie is er veel meer vastgehouden aan het kerkelijk jaar. Na de Reformatie hielden de kerken die in het spoor van Luther gingen vast aan het kerkelijk jaar. Zij waren van mening dat de gang door het kerkelijk jaar hielp bij het overdragen van het christelijk geloof: de leer was verdeeld over de zondagen en werd niet alleen uitgelegd maar ook gevierd. Op die manier werd de christelijke leer makkelijker eigen gemaakt.

Verlies kerkelijk jaar
Helaas heeft de traditie in het spoor van Calvijn het kerkelijk jaar losgelaten. En de uitleg van het geloof bijvoorbeeld gekoppeld aan de catechismus. Dat geeft een meer afstandelijke benadering van het geloof dan het vieren van Gods grote daden. In onze tijd is er behoefte aan om gemeenteleden, jong en oud, in te wijden in het christelijk geloof. Steeds meer wordt daarbij teruggegrepen op het kerkelijk jaar.

Verheft uw harten
Als kerk zijn we zonder een diepgewortelde kerkelijke traditie erg kwetsbaar voor wat er buiten de kerk gebeurt: de commercie rond Sinterklaas en kerst kan de aandacht en de focus opeisen. Juist in de Adventsperiode gaat het om de aansporing, die vanuit het avondmaal tot ons komt: Verheft uw harten tot Christus, die in de hemel is. We verwachten Zijn komst en kijken uit naar Zijn komst in hemelse glorie en heerlijkheid.

Rutledge
Momenteel lees ik het boek van Fleming Rutledge, Advent. The Once and Future Coming of Jesus Christ (Advent. Jezus Christus, die in het verleden kwam en in de toekomst zal komen). Daarin schrijft ze dat er steeds meer aandacht komt voor Advent, omdat de periode voor kerst overschaduwd wordt door commerciële belangen. Afgelopen donderdag was het in de VS Thanksgiving. De dag erop is het Black Friday (Zwarte Vrijdag), de start van de kerstinkopen die begint met grote kortingen. Het vieren van het kerkelijk jaar en in deze periode de Adventstijd is een stil protest tegen de vercommercialisering van onze kalender.

Wederkomst
Daarnaast is er vanwege alle verschrikkelijke gebeurtenissen in de 20e eeuw weer aandacht gekomen voor de Wederkomst van Christus in haar kerkelijke episcopale (Amerikaanse variant van de Anglicaanse) traditie. Ze schrijft dat zij als kind op zondagsschool hoorde dat het vooral gaat om de komst van Christus in je hart. Met de aandacht voor de Wederkomst en de verschrikkingen uit de 20e eeuw is er ook aandacht gekomen voor de apocalyptische teksten, die gaan over het laatste oordeel en over de gebeurtenissen vooraf aan de Wederkomst. Rampen, oorlogen en andere verschrikkingen die de komst van Christus aankondigen.

Apocalyptiek
Kenmerk van de apocalyptiek is dat we als gelovige niet alleen te maken hebben met God en mens, maar dat er ook een derde macht is: de duivel. Hij heeft de macht gegrepen in Gods goede schepping. Apocalyptiek geeft aan dat we in een tussenperiode leven: de tussenperiode van de zonde en de duivel tussen de goede schepping en herschepping en ook de tussenperiode van de overwinning van Christus op zonde en duivel en de uiteindelijke verdrijving van de duivel en de zonde uit deze wereld.

Nood
Het boek
Advent is eigenlijk een bundeling van allerlei preken die Rutledge in gehouden heeft. Daarin geeft ze aan dat de periode van advent aan de ene kant een roepen tot God is vanwege de nood die er in deze wereld is en het lijden aan de stilte van Gods kant en aan de andere kant de hoop en stellige verwachting dat Christus zal wederkomen om vrede en recht te brengen op aarde.

Niet voor zwakkelingen
‘Advent is niet voor zwakkelingen’ schrijft ze geregeld. Het uitzien naar de Wederkomst en het roepen tot God om Zijn ingrijpen in deze door de zonde getekende en de duivel geknechte wereld vraagt om een robuust geloof. Het vraagt om moed om in de donkere, koude tijd van de zonde uit te zien naar Christus’ komst en je leven niet te laten bepalen door de zonde en de duivel, maar door de verwachting dat Christus terugkomt. Advent is altijd een sobere periode van verootmoediging en schuldbelijdenis en tegelijkertijd een hoopvolle periode vol vreugdevolle verwachting: onze Heer komt!

Voorbereiding
Een goede voorbereiding is het luisteren naar muziek: de Messiah van Georg Friedrich Händel of de mooie cantate van J.S. Bach – ‘Wachet auf ruft uns die Stimme’ (BWV 104) of de eveneens indrukwekkende cantate ‘Aus der Tiefe ruf ich zu Dir’ (BWV 131). Deze muziek is via Spotify of YouTube eenvoudig terug te beluisteren.

Komende zondag is het in onze gemeente viering van het Heilig Avondmaal. Ook een mooie manier om ons te oefenen in de verwachting van Christus’ komst in heerlijkheid

Preek zondagmorgen 25 november 2018

Preek zondagmorgen 25 november 2018

Voorbereiding viering Heilig Avondmaal
Hebreeën 10:19-39
Tekst: vers 22

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de tijd dat ik predikant was in Noord-Holland had ik een begrafenis
van iemand die wel lid was van de kerk, maar nooit de kerkdiensten bezocht.
Ik had de man nooit gekend en moest de informatie van de familie hebben.
Boven de rouwkaart stond een leus die kenmerkend voor de man geweest was:
I did it my way – Ik heb mijn leven op mijn eigen eigenzinnige manier geleefd.
Ik trek mij niets aan van anderen vinden. Ik trek mijn eigen plan, het is mijn eigen leven.
Ik kwam dat daar wel meer tegen (natuurlijk niet bij iedereen, maar ik proefde het wel):
de angst dat iemand iets van jouw leven vindt.
Je bemoeide je maar niet met hoe het er bij je buurman aan toe ging,
zelfs niet als het echt mis ging op een boerenerf,

want stel dat de buurman dacht hij zich ook met jouw leven kon bemoeien.

I did it my way – Ik kom dat hier niet zo snel tegen.
Er zullen er weinigen zijn die zullen zeggen:  
Ik doe mijn leven op mijn eigen eigenzinnige manier
en wat anderen daarvan vinden, daar heb ik niets mee te maken.
Hier telt toch mee wat je doet voor elkaar, dat je je inzet voor de gemeenschap.
Het telt positief als je betrokken bent bij een van de sportverenigingen,
als je meedoet met de muziek of als je je voor de kerk inzet, of voor een van de kernen.
Dat heeft iets moois, als je elkaar veel tegen komt en met elkaar kunt meeleven,
Je kunt iets voor elkaar doen en je hoort ergens bij: bij de gemeenschap op het dorp.
Het kan ook iets beklemmends hebben als anderen veel van je zien.
Het kan je een druk geven dat je iets moet doen wat je eigenlijk niet kan,
dat je veel ballen in de lucht moet houden, omdat anderen dat ook doen:
je gezin, je werk, de familie en vrienden, de sportvereniging die wat van je verwacht, de kerk.
Eigenlijk is het te veel, maar toch ga je maar door, want anderen doen het ook.
Anderen lijken het ook te kunnen, dus je moet niet zeuren en de schouders eronder zetten.
Van de week hoorde ik het voorbeeld:
Ik kan overdag geen boek lezen, want stel dat ik met een uurtje met een boek op de bank zit
en de postbode komt langs en die ziet dat ik alleen maar in een boek zit te lezen,
wat zal die postbode dan wel niet denken?
Wie zo denkt, zal niet denken: ik ga het eens op mijn eigen manier doen
en trek me lekker niets aan van wat anderen van mij vinden,
maar houdt rekening met wat anderen vinden.
Geen I did it my way, maar Zo doen we dat hier! We!

In het avondmaalsformulier en ook in Hebreeën 10 gaat het over wij.
Opdat wij tot onze troost het avondmaal vieren mogen
Geen verhaal over dat je het op je eigen manier kunt doen.
Geen: op je eigen manier omgaan met het avondmaal
en ook niet: wat zij daar in de kerk doen op de avondmaalszondag,
maar ik ben thuis en laat het aan mij voorbij gaan.
Wij beproeven onszelf – ieder gaat het weliswaar voor zichzelf na,
maar we gaan allemaal na hoe we in het geloof staan,
hoe wij tegenover de Heere staan en wat wij er van hebben gemaakt in de afgelopen tijd,
Wij allemaal zien onze zonde eerlijk onder ogen.
Niemand kan zeggen: Ik hoef niet in de spiegel te kijken, ook niet mijn eigen hart na te gaan
want het avondmaal is niets voor mij.
En ook niet: ik weet toch wel dat het bij mij goed zit.
Wie blijven daarbij ook niet staan, maar gaan verder, om bij Christus uit te komen.
Dat kan en dat moet ieder voor zichzelf afzonderlijk doen, ieder voor zich,
maar we komen daar wel met elkaar uit, daar horen we gezamenlijk uit te komen,
zodat we komende zondag met elkaar als gemeenschap van Christus hier in Oldebroek
met elkaar, samen, daar aan de tafel te zitten, samen ook met onze Heere Jezus Christus.

Moet je daar niet eerst voor jezelf ervaren dat je mag komen?
Dan komen het ‘wij’ uit Hebreeën 10 om de hoek kijken.
Wij hebben die vrijmoedigheid ontvangen – laten wij dan naderen.
Ook hier een gezamenlijkheid, met elkaar, samen.
De vrijmoedigheid om aan het avondmaal te gaan
En daar te zitten om te gedenken en te vieren dat Christus voor je zonden gestorven is,
is niet een vrijmoedigheid die aan een enkel gemeentelid alleen gegeven wordt.
Wij hebben vrijmoedigheid om tot God in de hemel te naderen.
Als wij die permissie hebben, als we toestemming hebben, mogen komen
tot God die in de hemel is, dan hebben we ook de permissie, toestemming om te komen
tot Hem hier op deze aarde en aan Zijn tafel te zitten.
Christen-zijn is het privilege om het hemels heiligdom binnen te gaan,
geloven, christen-zijn is het voorrecht om bij de heilige God in de hemel te komen
en voor Hem te staan..
Juist als over die permissie, toestemming wordt gesproken om voor God te mogen komen
wordt er gesproken over wij en over broeders&zusters.
Wij hebben dat voorrecht, dat privilige.
Broeders: we spreken elkaar dringend er op aan om van dat privilege gebruik te maken.
Werp voor jezelf geen barrières op. Doe voor jezelf geen deuren dicht die God opent.

Broeders&zusters: slechts enkele keren in Hebreeën.
We horen bij elkaar en zijn er voor elkaar en zijn aan elkaar gegeven.
Niet omdat we hier samen in Oldebroek wonen of omdat veel mensen ergens familie zijn,
maar omdat Jezus naar de aarde kwam en geboren werd als mens,
omdat Hij stierf aan het kruis, Zijn leven gaf,
is iedereen die in Hem gelooft familie van elkaar.
Je behoort tot hetzelfde gezin: het gezin van onze Hemelse Vader.
Avondmaal vieren is ook vieren dat we door Christus en om Christus heen één gezin zijn.
Hier in Oldebroek gaan er gelukkig veel naar de kerk.
Ook hier in de kerk zullen er zijn, die als het gaat om geloven en naar de kerk gaan
de enige van het gezin of zelfs  van de hele familie te zijn.
Maar voor de meesten is het gelukkig zo, dat ze met meerderen zijn
en dat je uit de kerk met elkaar kunt praten over hoe het in de kerk was
en samen kunt spreken over het leven met de Heere Jezus Christus.
Maar als je als de omgeving vijandig is,
als je familie niet accepteert dat je christen geworden bent,
sta je er alleen voor en heb je medechristenen nodig die voor jou een gezin vormen.
Komende week gaat het op de moederkring over christenzijn en zendeling zijn
in een land dat hoog staat in de lijst van landen waarin christenen vervolgd worden.
In zulke landen is een gemeenschap van broeders en zusters van belang
om de weg te gaan, om het vol te houden, om ervaringen te delen, elkaar te bemoedigen,
om als je het even niet ziet zitten, aangespoord te worden om de weg te vervolgen.
Ook hier in Oldebroek, waar er veel meer vrijheid is om naar de kerk te gaan
hebben we elkaar nodig en is het van belang om samen gemeenschap te vormen.
Laten wij tot Hem naderen. Samen.
Want we delen met elkaar in de vrijmoedigheid.
Wat is vrijmoedigheid?
Zonder angst naar iemand toe gaan, je weet dat je mag komen.
Als je op de middelbare school je teamleider moet hebben.
Je hebt gehoord dat je mag komen en dan sta je voor een deur die dicht is.
Zal ik kloppen? Wie weet komt het helemaal niet uit?
Hoe zal ze het vinden als ik aanklop? Ze zegt het wel, maar ben ik echt welkom?
Laat ik maar kloppen, want ik heb haar nodig op dit moment.
Dat is vrijmoedigheid. Dat je doorzet, ondanks allerlei aarzelingen en gedachten.

Die aarzelingen en gedachten kunnen er ook zijn als je naar God toe wilt gaan,
je wilt bij Hem op de deur kloppen, maar je denkt: Mag ik wel?
God is zo heilig en ik doe zoveel zonden.
Ik heb al zo vaak geprobeerd om te leven zoals Hij dat wil, maar toch is het weer misgegaan.
Zal Hij me niet afwijzen en zeggen: Breng eerst je leven maar op orde.
We hebben vrijmoedigheid, toestemming van God zelf om te komen tot Hem.
Tot God komen – dat is nogal een weg. Hoe kom je daar, vanuit de aarde in de hemel?
Het is een vraag die kinderen bezig kan houden als een opa of oma overleden is.
Hoe kan opa of oma, die in de kist ligt, in de hemel komen.
Hoe kunnen wij als mensen, die hier op deze aarde leven, in de hemel komen,
waar de troon van God staat?
In de tijd van het Oude Testament was de tempel de plek waar de aarde open was
Voor de hemel, waar er een plek op aarde was, waar je de hemel kon binnengaan.
Er was één stuk van de tempel waar niemand mocht komen,
dat was te heilig – het allerheiligste, het heilige der heiligen.
Daar stond de ark met de engelen (cherubim) – de troon van God.
God die troont op de cherubim.
God was te heilig om zomaar even naar toe te gaan.
Alleen één keer per jaar mocht alleen de hogepriester die ruimte binnentreden.
Op de Grote Verzoendag, als er vergeving voor alle zonden van het volk werd gevraagd.
Al die andere dagen was de ruimte afgesloten met een gordijn: het voorhangsel.
Er is in het Oude Testament een sterk verlangen om tot God te naderen,
maar er is altijd wel een afstand, het gaat alleen maar via-via: via offers, via priesters.

We hebben toegang tot God, omdat er op Golgotha een kruis stond, waar Jezus hing,
Waar Hij Zijn leven gaf voor ons, waar Hij stierf voor onze zonden,
waar Hij onze schuld op zich nam, waardoor we niet hoeven te steken bij de eerste stap,
het overdenken van onze zonde, maar dat we verder mogen gaan naar de vergeving.
Laten we dan tot Hem naderen.
Het bijzondere van het kruis op GOlgotha is, dat er daardoor een weg is
van de aarde naar de hemel om bij God te komen.
Zowel praktisch, dat je van de aarde God in de hemel kunt bereiken,
maar dat er ook de toestemming is.
Hoe kom je daar dan?
Christus is de weg – een nieuwe weg, een weg die er eerst nog niet was.
Vroeger ontstonden wegen doordat mensen er vaak overheen liepen.
Je ziet dat nu nog als je ergens een stukje kunt afsnijden met de fiets,
dan zie je in het gras een pad ontstaan.
In de Romeinse tijd, de tijd waarin Hebreeën geschreven is,
legden Romeinen op veel plaatsen nieuwe wegen aan, waar geen wegen waren,
zodat soldaten en handelaars zich makkelijk konden verplaatsen.
Zo’n weg was niet goedkoop.
Er waren daarom sponsors, die het mogelijk maakten dat er zo’n weg was.
Bij de opening van de weg werd de naam van de sponsor met ere genoemd
En misschien ook wel een bord met de naam of de weg naar de sponsor genoemd.
Een nieuwe weg door Christus. De weg draagt Zijn naam, want Hij is die weg.
Aan het kruis op Golgotha heeft Hij die weg naar de Vader, Zijn vader, ingewijd.
Volgende week zondag vieren we dat er een weg is, dat Hij die weg is,
dat Hij die weg, die er eerst niet was, aanlegde, en dat wij daarover mogen gaan
om bij God aan te komen en bij Hem te zijn.
Hoe kom je dan van de aarde in de hemel bij God in de hemel voor Zijn troon?
Daar komen we door de Heere Jezus.
Omdat we met Hem verbonden zijn, kunnen we over die weg.
Om over die weg te gaan, hoeven we niet te wachten totdat we sterven
om van een aards bestaan op een hemels bestaan over te gaan,
maar kunnen we nu al voor God komen – door te bidden
en omgekeerd: God komt naar ons toe als we als broeders en zusters,
als Zijn gemeenschap, Zijn gezin samen komen, om Hem te loven en te aanbidden.
Als we avondmaal vieren, hebben we al een stukje hemel op aarde,
net als elke kerkdienst dat is, omdat dan het verschil tussen hemel en aarde even wegvalt
omdat God in ons midden aanwezig is en Christus aan het hoofd van de gezinstafel zit.
Hij nodigt, Hij deelt uit, het is op kosten van Hem!
Laten wij dan naderen.

Dat naderen is niet persé een bijzondere ervaring, geen mystiek-intense ervaring,
zoals je volgende week bij het avondmaal niet persé een intense ervaring hoeft te hebben.
Het kan zijn dat je op dat moment heel intens bewust bent van je zonden,
of juist van de nabijheid van Christus,
het kan zijn dat je op dat moment weinig of niets ervaart en dat het toch goed is
dat je daar bent – laten we naderen!

Om te kunnen komen aan het avondmaal, maar ook om tot God in de hemel te komen
heb je wel wat nodig: een waarachtig hart.
Een hart dat uit één stuk bestaat: alleen maar op God gericht.
Geen hart dat daarbij ook de neiging heeft om bij God weg te lopen,
I did it my way – op mijn eigen eigenzinnige wijze en niet de weg die Christus is.
Ons hart is het probleem – ons hart dat ons leven aanstuurt, dat maakt wie we zijn.
De eerste stap in de voorbereiding van het avondmaal is
inzien, onderkennen dat er vanuit je hart een neiging is
om het allemaal niet zo nauw te nemen, of bij God vandaan te vluchten,
door te denken dat je helemaal niet voor God hoeft te komen, want je hebt je leven hier.
Een waarachtig hart is een hart dat gereinigd is door het bloed van Christus,
Die niet alleen de weg baande om waarover wij kunnen gaan,
maar ook ons veranderde, reinigde waardoor we voor de heilige God kunnen staan
en aan de heilige tafel van Christus kunnen zitten,
de waardigheid die God ons schenkt.
Dat waarachtig hart, de zekerheid die we hebben in geloof, het geweten gereinigd,
we ontvangen dat uit Gods hand.
Gemeente, broeders en zusters, we hebben het,
we hebben het omdat we het hebben gekregen, ontvangen.
Daarom hebben we het nog wel – hebt u het. Het wordt u, jou gegeven.
We hebben Jezus Christus en daarmee hebben we alles gekregen wat we nodig hebben.
Laten we naderen – laten we elkaar aansporen om te gaan, om te komen
En er geen genoegen mee nemen dat we het op onze eigen manier doen.
Niet door elkaar de druk op te leggen – zo doen we het hier,
maar om te merken dat Christus het zo voor elkaar heeft gemaakt en het zo geeft.
In het gedeelte is er een vrolijkheid over Christus,
Wij hebben een hogepriester in het huis van God.
Wij hebben iemand bij God door Wie we bij God mogen komen en die ons daar brengt.

Door uw genade, Vader, mogen wij hier binnengaan.
Niet door rechtvaardige daden, maar door het bloed van het Lam.

U roept ons in uw nabijheid en dankzij uw Zoon;
dankzij het bloed dat ons vrijpleit, komen wij voor uw troon.         

Nooit konden wij zonder zonde    voor U staan.
Maar in uw Zoon zijn wij schoon door het bloed van het Lam.      

Laten wij naderen.
Amen