Eerherstel voor Elihu?

Eerherstel voor Elihu?
Hoor dit aan Job!
Blijf staan en let op de wonderen van God (Job 37:14)

Eigenlijk weet niemand raad met Elihu. Veel hedendaagse uitleggers zien de redevoeringen van Elihu (de hoofdstukken 32-37) als een latere toevoeging. Iemand die het boek Job later las, zou het slot van Jobs toespraken wel erg kras vinden en daarom de toespraken laten volgen door de woorden van Elihu, om de woorden van Job toch aan te passen. Zijn woorden eindigen met een aanklacht tegen God Zelf, omdat hij zich door de Almachtige verkeerd behandeld voelt. In Elihu zien we iemand, die tegen Job ingaat en Job corrigeert: ‘Job zo mag je niet over God denken!’
Elihu zit op een andere lijn dan de andere vrienden van Job. Voor hen heeft het lijden van Job te maken met een fout die hij beging. Dat hij alles kwijtraakte, zou te maken hebben met een zonde, die bij niemand bekend is. Alleen Job en God zouden van die zonde afweten. Voor Elihu heeft de rampspoed die Job overkomt niet te maken met een zonde aan Jobs kant. Voor hem heeft God een doel met Job in wat Job overkomt. God wil Job door het lijden leren. De Heere wil Job voorkomen dat Job een verkeerde weg in slaat en neemt Hem daarom alles af. Zo leert Job inzien, dat met geld en rijkdom niet alles te verkrijgen is. Zo leert Job dat God boven alles staat. Job moet niet vragen naar het verleden, niet naar het waarom. Job moet vragen naar het waartoe, naar het doel dat God ermee heeft. Als Job zich oneerlijk door God behandeld voelt, dan moet hij niet tegen God ingaan. Job is immers maar een mens. Hoe kan hij als klein en nietig mens de heilige God doorgronden en Zijn plannen kennen? Elihu is van mening dat wij bij een ziekte hebben te kijken naar wat de Heere ons wil leren: een les in vertrouwen, een waarschuwing tegen verkeerde wegen. Elihu is van mening dat als een ramp een land treft gekeken moet worden naar het doel.
Wat is dan het probleem met Elihu? Elihu heeft zijn theologie op orde, zo lijkt het. Want wat Elihu zegt komt overeen met wat de Heere in Zijn toespraken tegen Job zegt. Ook daarin gaat het over de grootheid van God en dat Job Gods wegen niet kan doorgronden. Elihu zegt ook dat zijn inzichten niet door hemzelf bedacht zijn, maar dat hij deze lessen zelf van de Heere heeft geleerd. Maar dat is juist voor veel uitleggers het probleem: Plaatst hij zich daarmee niet teveel op één lijn met God? Is Elihu uiteindelijk niet teveel bezig met het verdedigen van de Heere tegen de verwijten van Job en is Elihu daardoor niet in staat om te zien wat Job allemaal is overkomen? Heeft Elihu wel oog voor alles wat Job is kwijtgeraakt? Job is niet alleen zijn bezittingen en zijn bedrijf kwijtgeraakt maar voor zijn idee ook God. Nou, dat is in ieder geval wat Elihu tegenspreekt: ‘Job, je bent God niet kwijt. Hij is met je bezig. Zie het als Zijn vaderlijke zorg. Zelfs in het afnemen van je goed en je gezin kunnen we Gods liefdevolle handelen zien. Ik zie daarin Gods bewogenheid met jou.’
Ook al heeft Elihu zijn gedachten over God op orde, ze zijn wel ingewikkeld toe te passen. Want voor wie is de overstroming in de Amerikaanse stad Houston een les? Welke boodschap valt er te leren in de overstroming in Zuid-Oost-Azië? Geen wonder dat hedendaagse commentaren voorzichtig zijn met de toepassing van Elihu’s woorden. Een commentator schrijft: Elihu’s woorden kun je alleen maar overnemen voor zover ze overeenkomen met de rest van de Schrift. Deze commentator is geen eigenwijze geleerde, die zomaar ingaat tegen de Bijbel, maar vol eerbied en ontzag wil luisteren naar Gods Woord.
Enkele maanden voordat mijn schoonmoeder overleed had ik een kort gesprek met haar over de zin van haar ziekzijn en haar lijden. Ze was al meer dan 13 jaar ziek en zeker in de laatste maanden werd ze steeds meer afgebroken. Toen ik aangaf dat ik daarin Gods hand niet kon zien, antwoordde stellig: ‘Ik heb liever dat dit uit Gods hand komt dan uit de hand van de duivel. Want als dit uit Gods hand komt, weet ik dat het nog ergens goed voor is.’ Ik begreep deze woorden niet, omdat ik zelf in die tijd erg worstelde met God en vaak het idee had dat God er niet was. Juist in die tijd had ik college over het bijbelboek Job gehad en ook het aanklagen van God door Job behandeld. In die aanklagende Job kon ik mijzelf herkennen. Deze woorden van mijn schoonmoeder zijn me altijd bijgebleven. Hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik ze kon begrijpen. Ook omdat ik in haar een echt geloof zag in de leiding van God in haar ziekzijn. Dat God er een les mee had, was voor haar juist een bemoediging. Dat hield haar op de been. Door haar levende getuigenis heb ik meer waardering voor Elihu gekregen.
Is het tijd voor eerherstel van Elihu? Ik kan pleidooien om de andere drie vrienden van Job serieuzer te nemen, omdat zij eerst een week zwijgen en door te zwijgen delen in zijn leed. Ze gaan hun lijdende vriend niet uit de weg. Ze laten hem niet in de steek, ook al zijn ze niet met hem eens. En Elihu? Hij verdient nog meer respect, want hij heeft nog langer gezwegen, ook al was hij nog minder met Job eens dan de andere vrienden. Elihu heeft ook goed geluisterd naar Job, want hij gaat op alle verwijten van Job naar God toe in. Hij vraagt Job om te kijken vanuit Gods perspectief: Hoor dit aan Job! Blijf staan en let op de wonderen van God. Job, zie je dan niet Gods zorg voor deze wereld en zie je niet dat je opgenomen bent in Gods plan?
En toch ben ik voorzichtig met volledige eerherstel van Elihu. Want dat gelovigen kunnen lijden aan Gods wegen die voor ons mensen onbegrijpelijk zijn komt overal in de kerk voor. Nadat ik over Elihu gepreekt had, werd dat ook door sommige ambtsdragers gedeeld. Deze worstelingen en aanvechtingen zijn heel serieus te nemen. Waarom ik ook voorzichtig ben om Elihu gelijk te geven is dat Elihu Gods handelen alleen in Zijn grootheid kan zien, in de macht die zich toont in de schepping. Gods handelen is niet alleen indrukwekkend. God kan klein worden, zo klein als een Kind in de kribbe. God kan kwetsbaar worden: kwetsbaar en naakt aan het kruis, door iedereen verstoten en uitgelachen. Daar aan het kruis droeg Christus niet alleen onze zonde weg, maar deelde Hij ook in ons lijden, in onze nood. Enkele dagen na de aanslagen van 11 september 2001 vertelde onze hoogleraar Dogmatiek hoe wij in die aanslagen en in die gruwelijke beelden iets van God kunnen waarnemen. Bij de restanten van die torens, waarin de vliegtuigen waren ingeboord, was een kruis zichtbaar, Zo deelt Christus in ons bestaan. Ook dat is het wonder dat we niet mogen vergeten en waar we oog voor mogen hebben. Als we dan niet weten waarom ons iets overkomt en als we ook niet begrijpen waartoe het ons overkomt, mogen we zien op onze Heere en Heiland die niet ver van ons is, maar ons draagt als wij ons kruis moeten dragen.

Meditatie voor de Veluwse Kerkbode

HEER JEZUS, DUIZEND VRAGEN

Heer Jezus, duizend vragen
te veel om mee te dragen:
waarheen, waarom, waartoe?
Kunt Gij geen antwoord geven?
O God, dit is geen leven,
wij worden zoveel vragen moe.

Hoe kan een mens geloven
dat iemand hoort, daarboven,
dat Eén ons zeker ziet,
dat die ons zal bevrijden
van lasten en van lijden –
wil Hij of kan Hij dat dan niet?

Wie kan ooit zeker weten
dat God niet wil vergeten
het land, de zee, de zon,
de mensen niet zal haten,
niet eenmaal los zal laten
het werk dat eens zijn hand begon?

Heer Jezus, al die vragen,
Gij hebt ze meegedragen,
die last, was dát uw kruis?
Dat Gij de schuld verzoende
geeft ons geduld voldoende:
het laatste antwoord wacht ons thuis.

A.F. Troost, Zingende gezegend nr 282.

Advertenties

Mogelijkheid om liefde te tonen

Mogelijkheid om liefde te tonen

Oudtestamenticus John H. Walton had in het voorjaar van 2005 een studente uit Indonesië in zijn colleges. Het land wad enkele maanden geleden getroffen door de tsunami. Walton vroeg haar naar haar familie. Ze waren allemaal gespaard. In de jaren ervoor waren alle christenen namelijk door militante moslims verdreven vanuit het kustgebied naar de binnenlanden. Daardoor werden wel de moslims getroffen en niet de christenen. De christenen zagen dit als een straf van God. Hun wijze en vrome predikant wist echter dit beeld te kantelen. De tsunami was voor de christenen mogelijkheid om hun liefde te tonen door hulp te geven aan degenen die hen dwars gezeten / vervolgd hadden. ( John H. Walton, Job, NIVAC in zijn toepassing bij de toespraken van Elihu, Job 32-37)