Vragen bij de dood van Simson (Richteren 16:22-31)

Vragen bij de dood van Simson (Richteren 16:22-31)

  1. Magdel le Roux, Richteren (2018), p. 321: ‘Het hele leven van Simson was eigenlijk een grote rebellie tegen zijn roeping. Hij had geweten van zijn roeping als nazireeër, maar wilde eerder, net zoals een gewone man, feesten houden, trouwen en hier en daar wat bakkeleien om zijn kracht ten toon te spreiden. Hij was tegen zijn wil door YHWH geroepen en kon daar niet uit ontsnappen, al probeerde hij van alles.’
    Snapt u dat Simson zich wil ontworstelen aan deze speciale roeping en vooral een gewone man wil zijn? 
  2. God kan Zich laten zien in het tegenovergestelde van wat wij gewend zijn van God. Er wordt ook wel gezegd: ‘God kan met een kromme stok een rechte slag slaan.’
    Waarom zou God dat in de tijd van Simson doen? Waarom zou hij zo’n onmogelijke richter als Simson gebruiken? Wat betekent dat voor het herkennen van Gods weg in onze tijd? 
  3. Magdel le Roux, Richteren (2018): ‘Meer dan enige andere richter verpersoonlijkte Simson het decadente Israël van zijn dagen.’ Simson laat dus zien hoe het met Israël gesteld is.
    Kunt u een voorbeeld geven, waarin voor u duidelijk wordt hoe het met onze maatschappij of met de kerk is gesteld? 
  4. In het verhaal van Simson gaat het om de strijd wie de ware God is: de HEERE of Dagon. Dagon lijkt te overwinning te behalen, maar juist dan laat de HEERE hem een nederlaag lijden.
    Hoe maak je in onze tijd uit wie de ware God is of waar God werkt? Kijk je dan naar succes? Of naar iets anders? 
  5. In de uitleg wordt het gebed van Simson op twee manieren uitgelegd: (1) als een een persoonlijk wraakgebed, (2) als een gebed om Israël te wreken. Welke keuze zou u maken en waarom? Zou God vandaag onze gebeden kunnen gebruiken als ze egoïstisch zijn gekleurd? Waarom wel / niet? 
  6. De dood van Simson verbroedert. Werd hij eerst door zijn volksgenoten verraden, nu wordt hij door zijn familie opgenomen en geëerd door bij zijn vader begraven te worden.
    Wat betekent dat voor ons oordeel over mensen? Bijv bij een in memoriam? 
  7. Simson wordt ook wel gezien als iemand die iets laat zien van Christus. Op welke manier zou u de lijn van Simson naar Christus trekken?


Jaap Zijlstra – Simson, een lied


Zegevierend komt hij schijnen
als een zon bij dageraad,
nacht en nevel moet verdwijnen,
al het Filistijnse kwaad;
Simson met z’n zeven lokken
als een vloed,
Simson met z’n hartsgeheimen
en hun gloed.

Kiest het bijenvolk een woning
in de koning der natuur,
die een prooi was, proeft de honing
van het overwinningsuur.
Wat is sterker dan een roofdier,
jong en fel?
Dat wat zoeter is dan honing,
wonderwel.

Vossen, kleine rode honden,
vlekken op de huid van ’t land,
doen allerijl de ronde,
paarsgewijze, moord en brand.
’t Staande koren ging verloren
toen hij kwam;
toorn van een gekrenkte liefde,
vuur en vlam.

Door geen duisternis te keren
– zonne der gerechtigheid –
door geen dodenwacht te weren
– heft uw hoofden, poorten wijd –
stelt hij deuren aan de hemel,
zonneklaar,
stelt de stad in alle diepte
openbaar.

Die de vossen heeft gebonden
en de leeuw heeft aangevat,
Doet ten einde zelf de ronde,
draaiend in het grote rad;
Simson, vorst onder de mensen,
zonnekind,
die gekust werd en verraden,
stekeblind.

Wat van Simson staat geschreven
in de heilige Schriftuur,
van de zon, het licht der wereld,
die de mensen doopt met vuur:
zegevierend gaat hij onder
in de nacht
die z’n leven als een offer
heeft volbracht.

Vragen bij Richteren 13

Vragen bij Richteren 13

history-channel-the-bible-samson
In de miniserie The Bible op History Channel speelde Nonso Azonie de rol van Simson

  1. In de uitleg wordt gesteld dat het in de verhalen over Simson gaat over Gods wil. In Als nazireeër moet hij aan Gods wil voldoen. Wat is Gods wil en wat brengt Simon daarvan terecht?
  2. De vrouw van Manoach is onvruchtbaar en heeft geen kinderen gekregen. Wat is daar de betekenis van? In welke verhalen in de Bijbel speelt kinderloosheid ook een rol?
  3. Er zijn moderne uitleggers die vinden dat de vrouw van Manoach (van wie de naam niet genoemd wordt) de eigenlijke held van het verhaal is. Bent u het daarmee eens?
  4. Waarom komt er een engel? Wat is daar de betekenis van? Wordt de engel wel of niet geloofd?
  5. Op welke manier zal Simson een redder zijn?
  6. De legerpredikant dr. J. van Eck schreef eens: ‘Als je niet van een figuur als Simson hebt leren houden, ben je nog niet rijp voor het Nieuwe Testament.’ Begrijpt u die uitspraak?
  7. Welke lijnen naar het Nieuwe Testament zijn er te trekken?

Vragen bij Richteren 6

Vragen bij Richteren 6
download (1)
Ferdinand Bol – Het offer van Gideon (1640)

  1. Hoe komt het dat het volk Israël vatbaar is voor het afdwalen? Zijn wij ook zo vatbaar voor afdwalen?
  2. Hoe komt het dat het volk Israël zo lang er over doet om in te zien dat het op de verkeerde weg is? Wat heeft u nodig om in te zien wanneer u op de verkeerde weg bent?
  3. Gideon lijkt de verkeerde persoon om Israël te bevrijden: hij is bang en onzeker. Waarom wordt hij toch uitgekozen?
  4. Als God Gideon roept voor zijn taak, reageert Gideon eerst met een klacht over Gods afwezigheid. Welke klachten over God kunnen er vandaag de dag zijn?
  5. Gideon heeft heel wat aarzelingen nodig om aan zijn roeping gehoor te geven. Kunt u zijn aarzelingen begrijpen? Welke aarzelingen hebt u als God u roept voor een taak?
  6. Welke bemoedigingen ontvangt Gideon? Welke bemoedigingen zou u kunnen ontvangen?
  7. Gideon krijgt opdracht op de afgodsbeelden te verwijderen. Wat moet er in uw leven  verwijderd worden?
  8. Gideon verslaat de vijanden van Israël met een kleine legermacht en zonder al te veel strijd. Wat heeft dat ons te zeggen?

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Het verhaal van Deborah, Barak en Jaël is een van de bekendere verhalen uit het bijbelboek Rechters / Richteren. Dat het een bekender verhaal is, wil nog niet zeggen dat dit verhaal gemakkelijk te begrijpen is. Ik wil wat uitleg geven bij het verhaal.

gedeon01
(Gustav Dore, 1885)

Spiegel
De verhalen uit Rchters / Richteren willen niet als historisch verhaal gelezen worden. Daarmee doe ik geen uitspraak over de historische betrouwbaarheid van deze verhalen. Het boek staat in de Bijbel, omdat het ons als lezers iets te zeggen heeft. De verhalen houden ons een spiegel voor: wat zou jij doen in deze situatie.

(Ik baseer me verder op de Herziene Statenvertaling. Deze vertaling is in de gemeente die ik dien in gebruik. Deze uitleg schrijf ik op n.a.v. een bijbelstudie met gemeenteleden. Vandaar dat ik verder spreek over Richteren.)
2a16ade85edd89c3c741322282d386e7


Kanaänitische levensstijl
Richteren 4 begint met de dood van Ehud. Toen Ehud gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE (vers 1). Ehud was richter. Een richter (of rechter) is in dit bijbelboek niet alleen iemand die rechtspreekt, maar ook recht brengt. Het recht dat geschonden is wordt hersteld. De gerechtigheid die ontbreekt wordt teruggebracht.

Na de dood van Ehud blijkt dat het dienen van de Heere niet diep geworteld is in het hart en het leven van de Israëlieten. Ze verlaten Gods weg. Daarmee gaan ze niet alleen de afgoden dienen, maar  de Kanaänitsche levensstijl (zie de blog over Richteren 1) wordt weer hun manier van leven. Dat betekent dat er geen omzien naar elkaar meer is. Het recht van de sterkste geldt. Mensen zijn geen persoon meer met een levensverhaal maar worden een nummer. Een mensenleven telt niet. De Kanaänitische levensstijl is een harde, egocentrische levensstijl. Zo had de Heere Israël niet bedoeld.

Deborah3

De klok terugdraaien
Met de keuze voor de Kanaänitische levensstijl is het ‘project’ verovering van Kanaän mislukt. Het volk Israël had de taak om te leven in Godsvertrouwen en had de taak om te leven volgens Gods sjaloom: tot eer van God en in dienst van de naaste. Met de keuze voor de verkeerde levensstijl draait het volk de klok terug, naar het oude, harde bestaan. Uit dat bestaan waren ooit verlost, toen ze uit Egypte weg mochten trekken.
Als het volk de klok terugdraait naar voor de intocht in Kanaän,. krijgt het een koekje van eigen deeg. De Heere, de God van Israël draait ook de klok terug. De Kanaänieten – volgens Jozua – bijna geheel verslagen, worden door de Heere gestuurd om te laten zien wat er gebeurt als je de klok terugzet naar de oude, harde periode waarvan je juist was bevrijd. Als het volk kiest voor de Kanaänitische levensstijl wordt het zelf slachtoffer van die stijl: ze worden knecht van de Kanaänieten.

2015566_univ_lsr_xl

Weer in Egypte
Ze worden weer tot slaaf gemaakt. Ze zijn weer terug in Egypte. In vers 2-3 wordt de situatie beschreven met kenmerken, die het volk meemaakte toen het in Egypte was: de stijdwagens, de onderdrukking, het roepen tot God. De koning van de Kanaänieten heeft de naam Jabin. Die naam betekent: ‘hij zal het opmerken’. Het is een signaal naar de Israëlieten toe: Merk de hand van je God hierin op. Het is geen Vreemde die het je aandoet. In  de uitleg van het Oude Testament is er altijd de discussie: straft God Zijn volk of laat Hij het volk de gevolgen van hun verkeerde keuze ondervinden. Ik denk dat het allebei is: het is straf om te laten ervaren wat er gebeurt als je als volk recht en gerechtigheid prijsgeeft. Het is de gevolgen van je verkeerde daden en intenties te laten ervaren. Als waarschuwing en oproep tot omkeer. Het verhaal wordt verteld om aan ons te laten zien: dit gebeurt er als je Gods richtlijnen voor de samenleving prijsgeeft.

download (1)

Deborah
De Heere, de God van Israël is niet alleen een oordelende God. Hij brengt ook redding. Welke keuze het volk ook maakt, het blijft Zijn volk. Met dit volk heeft Hij een verbond gesloten. Deze keer wordt een richter niet rechtstreekts geroepen, maar gebeurt het via Deborah. Deborah is rechter en profetes. Israël in Kanaän is niet de ideale samenleving. Er is een rechter nodig. Een rechter moet oordelen in conflictsituaties. Een rechter mag zich daarbij niet laten leiden door de status van een van de partijen. In het oordeel mag de rijkere, sterkere niet een gunstiger vonnis krijgen dan de zwakkere, armere partij. Deborah is niet alleen rechter, maar ook profetes. Zij ontvangt de boodschappen van de Heere, die aanwijzingen geeft. Ze wordt de vrouw van Lappidoth genoemd. Het is de vraag of het hier gaat om een echtgenoot of een plaatsnaam. Lappidoth betekent ‘vuurvlam’, ‘fakkel’ en kan ook duiden op de openbaringen die ze krijgt of op de overwinning van de Heere die aanstaande is.
deborah-barak


Barak
Een andere hoofdpersoon is Barak (‘Bliksemflits’). Barak wil niet gaan als Deborah niet meegaat. Deborah heeft hier dezelfde functie als de ark in de slag met de Filistijnen (1 Samuël 4): Deborah staat voor de zichtbare aanwezigheid van de Heere in het strijdtoneel. Vanwege die wens van Barak gaat de eer van de overwinning niet naar hem. Hij heeft een belangrijk aandeel in de strijd, maar de eer gaat naar een vrouw.

Deborah-GettyImages-173449598-57068a385f9b581408ce21b8

Barak krijgt de opdracht om 10.000 man te verzamelen op de berg Tabor. Zo vormt hij een lokaas voor Sisera, de generaal van Jabin. Met zijn strijdwagens (geduchte wapens, vergelijkbaar met een tank die een bataljon infanteriesoldaten aanvalt) trekt hij op naar de Tabor. Barak lijkt een makkelijke prooi voor hem: hij hoeft de berg alleen maar te omsingelen en het is uit met de opstand. Als hij de berg Tabor nadert, daalt Barak met zijn 10.000 man af en komt er verwarring en angst in het leger van Sisera. Ook dit is Gods hand en die verwarring die God brengt, ontstaat vóórdat Barak het leger van de onderdrukker aanvalt. Hij wint de slag wel. Heel de vijandelijke legermacht, met zijn indrukwekkende wapenarsenaal, wordt verpletterd. Slechts één man kan ontkomen.
B802153


Jaël
De ene man die kan ontkomen is de generaal: Sisera. Hij gaat op de vlucht voor Barak. Tijdens zijn vlucht komt hij aan in het tentenkamp van een loyale stam, die niet tot de Israëlieten behoort. Het is een groepje dat zich afgesplitst heeft van de Kenieten, die zich aan Israël hadden gelieerd. In plaats van een veilig onderkomen te vinden, wordt hij in een tent vermoord. Men heeft dit Jaël kwalijk genomen in de uitleg. Ze zou zondigen tegen het heilige gebod van de gastvrijheid.
Deborah_and_Barak_battle_C-324


Sisera
Degene die zondigt tegen de gastvrijheid is echter niet Jaël, maar Sisera. Hij vlucht niet naar het stamhoofd Heber, maar naar zijn vrouw. Sisera toont zich als een man die altijd gewend is om zijn zin te krijgen. Wat Sisera doet is oneervol voor Jaël en ook kwetsend en bedreigend. Door naar haar toe te gaan, ontrooft hij haar eer. Hij verlaagt haar en behandelt haar als prostituee. Hij zoekt zijn toevlucht waarschijnlijk bij Jaël, omdat ze een man niet in een tent van een vrouw zullen zoeken. Sisera toont grensoverschrijdend gedrag naar een vrouw. Een vrouw in oorlogsgebied is kwetsbaar. Ze loopt het gevaar om aangerand of verkracht te worden. Als hij in de tent is, vertoont Sisera zich als heer en meester en gedraagt hij zich niet als gast. Opnieuw zondigt hij tegen de gastvrijheid. Hij vraagt om drinken, terwijl een gast altijd gastvrij onthaald wordt met eten en drinken. Een gast hoort nooit te vragen. Hij vraagt ook de achtervolgers voor te liegen. Op tal van manieren schendt Sisera de eer van deze vrouw, ter wille van zijn eigen veiligheid. De tentpin in de slaap (of door de keel) is een vorm van zelfbescherming. Voor Sisera haar eer nog meer kan aantasten door haar aan te randen of te verkrachten, moet hij onschadelijk gemaakt worden.

Spot op de macht
In plaats van water, waar Sisera om vraagt, krijgt hij melk en wordt hij toegedekt. Net of Jaël als moeder een klein kindje toedekt. De harde, wrede, gevreesde generaal is verworden tot een klein hulpeloos kindje. Ook u bent nu  zo zwak geworden als wij,  u bent aan ons gelijk geworden (Jesaja 14:10, het spotlied op de machtige koning van Babel, die zijn onoverwinnelijkheid kwijt is en ook kwetsbaar lijkt te zijn.) Dit is een Bijbelse trek: de spot op de machthebbers, die denken dat ze heel wat zijn, maar wiens macht slechts lucht en leegte, ijdelheid der ijdelheden is. De machthebbers worden op een voor hun vernederende manier van hun tronen gestoten (zie Maria’s Lofzang: Lukas 1:52). Die in de hemel woont zal lachen, de HEERE zal hen bespotten (Psalm 2:4). Zo vernederde God op die dag Jabin, de koning van Kanaän, vóór de Israëlieten (vers 23). De koning van Kanaän leidt gezichtsverlies, een van de ergste dingen die je kan overkomen in het (Oude) Nabije Oosten.
MV5BZWVhYzE0NzgtM2U1Yi00OWM1LWJlZTUtZmNkNWZhM2VkMDczXkEyXkFqcGdeQW1yb3NzZXI@._V1_CR46,0,1401,788_AL_UY268_CR15,0,477,268_AL_
Jaël: een vrouwelijke held à la Wonder Woman?

6a00e5520fbe938834019aff81be70970b-500wi
Of eerder een van de Koreaanse ‘troostmeisjes’ uit de Tweede Wereldoorlog?

Om over te preken
De verhalen van Richteren zijn bedoeld om door te vertellen als verhaal met een boodschap: Wat doe jij? Hoe ga jij om als je de baas bent, als je de macht hebt? Als je directeur bent van een bedrijf, een school, een zorginstelling. Als je in de politiek zit. Als je in de kerkenraad zit. Kies je voor de Kanaänitische levensstijl (die ook heel vroom gecamoufleerd kan worden met een zogenaamd geestelijke levensstijl), of kies je echt om te leven volgens de richtlijnen van de Heere?
Tijdens de Bijbelkring gaven gemeenteleden aan, dat zij de verhalen uit Richteren tijdens het bijbellezen overslaan. Dat is jammer, want daarmee mis je de boodschap, de kritische spiegel: hoe ga je om met je verantwoordelijkheden? Dat heeft volgens de Bijbel altijd te maken met je hart. Daarom: Wie stuurt je hart aan? Wie leeft er in je?

Opdracht:
1) Bekijk de bovenstaande verbeeldingen van Deborah:
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Deborah verbeelden?

2) Bekijk de twee onderstaande schilderijen van Jaël en Sisera
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Jaël en Sisera verbeelden?

1200px-Jacopo_Amigoni_002
Jacopo Amigoni, 1739

Giaele_e_Sisara
Artemisia Gentileschi, 1620


Vragen bij Richteren 4

Vragen bij Richteren 4
1) ‘deden de Israëlieten opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE’ – wat moeten we ons daarbij voorstellen? Hoe kwam het dat het volk Israël na de dood van Ehud deze weg insloeg?
2) ‘Daarom leverde de HEERE hen over in de hand van Jabin’ – wat is hier de betekenis van?
3) De verteller gebruikt onderdelen uit het verhaal van Israël in Egypte en van de uittocht. Waarom doet de verteller dat?
4) Wie is de held van het verhaal?
5) Wat kun je zeggen over:

  • Jabin en Sisera
  • Deborah: richter en profetes
  • Barak: zwakke leider of juist aan man die zich afhankelijk weet van de Heere?
  • Jaël: handelt zij vanuit een sluw motief of juist vanuit zelfbescherming?

6) Waar zou een preek over moeten gaan? Met andere woorden: Wat is de boodschap van dit verhaal?

Preek zondagavond 14 oktober 2018

Preek zondagavond 14 oktober 2018
Richteren 1:1-15

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

We lezen in de Bijbel om onze band met de Heere te versterken,
om meer over de Heere te leren en Hem beter te leren kennen,
om van de Heere aanwijzingen te ontvangen hoe wij moeten leven
door middel van een toepassing van wat we gelezen hebben.

En dan is Richteren 1 een keer aan de beurt.
Omdat het aangegeven staat in het dagboekje dat gebruikt wordt,
of omdat het aan de beurt is als je de Bijbel hoofdstuk na hoofdstuk leest.
Je leest dat met elkaar aan tafel na het eten, of voor het slapen gaan om de dag af te sluiten
of aan het begin van de dag om de dag met God te beginnen.
Je hebt het gelezen, maar dan … wat moet je ermee?
Wie in de afgelopen weken een Bijbelkring gevolgd heeft over dit eerste hoofdstuk
heeft vast ontdekt dat dit Bijbelgedeelte de boodschap niet zomaar prijsgeeft.
Geregeld bevat de Bijbel gedeelten waar je niet zomaar klaar mee bent,
waar je niet bij de eerste keer als je het leest, weet wat het te zeggen heeft.
Ook als je er met elkaar op Bijbelkring over gesproken hebt,
kunnen er nog vragen overblijven bij dit gedeelte.

In Richteren worden steeds verhalen verteld,
waarbij de boodschap meegegeven wordt in de manier waarop het verteld wordt.
Dat kan ik uitleggen aan de hand van een alledaagse gebeurtenis.
Een vrouw komt thuis, bijvoorbeeld uit haar werk of is met vriendinnen op pad geweest.
Ze vertelt aan haar man wat ze heeft meegemaakt
De man luistert naar het verhaal van zijn vrouw, hij volgt het verhaal wel,
maar begrijpt niet waarom ze het vertelt en reageert daarom niet op wat zijn vrouw vertelt.
Zijn reactie blijft uit.
Op dezelfde manier kan bij het lezen van dit gedeelte de reactie uitblijven.
Je leest het wel, je hoort wel wat er verteld wordt,
maar je weet eigenlijk niet waarom dit verhaal verteld wordt
en daarom ontgaat je de betekenis.
Om te weten wat de Heere ons hier te zeggen heeft, moeten we nauwkeurig gaan lezen
en gaan letten op de manier waarop deze gebeurtenissen aan ons verteld worden.

Het allereerste vers: Het gebeurde na de dood van Jozua
Hier wordt gelijk al de toon gezet voor de rest van het Bijbelboek Richteren.
Jozua – wie was dat ook al weer en waarom wordt hij hier genoemd?
Als je niet zo thuis bent in de Bijbel, dan sta je hier op achterstand
en is het nog lastiger om de boodschap die God door wil geven te horen.
Jozua wordt voor de eerste keer in de Bijbel genoemd
als het volk Israël door de Amalekieten wordt aangevallen.
De Amalekieten vallen Israël in de rug aan, waar de ouderen lopen, de kwetsbaren, lafhartig.
Jozua is dan de aanvoerder van de soldaten van Israël die de strijd aangaan met Amalek.
Jozua won deze strijd op een bijzondere manier: steeds als Mozes zijn handen ophief
en zich tot God uitstrekte, streed de Heere zelf voor het volk.
Op die manier doet Jozua zijn intrede in de geschiedenis van Israël:
Op het moment dat er tot de Heere gebeden wordt en de Heere voor Zijn volk strijdt.
Zo leert Jozua de Heere kennen: God strijd voor Zijn volk Israël en brengt het in Kanaän.

Onderweg maakt Jozua nog heel wat mee.
Als het volk Israël bij de Sinaï komt, de berg waar God is, mag Jozua mee omhoog
en de 40 dagen dat Mozes bij de Heere is om de geboden te ontvangen,
wacht Jozua bovenaan de berg tot Mozes mee naar beneden gaat.
Jozua heeft gezien hoe het mogelijk is om naar de Heere toe te gaan,
om Hem te ontmoeten, om tot Hem te bidden,
om geboden van God te ontvangen, die aanwijzingen geven hoe je moet leven.

Jozua werd met Kaleb en 10 anderen uitgekozen om het land te onderzoeken,
het land dat de Heere hen in Egypte al beloofd had,
en waar ze naar op weg waren, het land van Abraham, Izak en Jakob.
Ze raakten onder de indruk van wat het land allemaal te bieden had:
een vruchtbaar land met indrukwekkende opbrengsten,
een land waarover de Heere Zijn zegen gegeven heeft.
Maar nog meer waren de meeste van deze verspieders onder de indruk
van de steden die er waren en de mensen die er woonden:
Grote steden, met imposante muren, goed verdedigd,
Kanaänieten die er woonden die lieten zien dat ze onverslaanbaar waren.
Zelfs met God aan onze zijde wordt het niets.
Hoe snel kan de moed in de schoenen zinken, ook als je weet dat de Heere bij je is.
Het vertrouwen dat Hij zal leiden, dat Hij Zijn belofte waar maakt, is dan weg.
Jozua heeft dat steeds weer gezien, toen hij met het volk Israël meetrok door de woestijn,
toen hij getuige was van het gemopper van de Israëlieten,
maar ook getuige was van Gods trouw en leiding, Gods geduld, steeds weer.
Jozua wilde in geloof gaan, we kunnen gaan, Kanaän in, want God is aan onze zijde.
En toch, ze gingen niet, want er was geen vertrouwen in God.
We kunnen Kanaän niet binnentrekken, dat wordt onze ondergang!
Toen kwam het oordeel van God: het volk moet langer in de woestijn blijven
en van de huidige generatie mogen alleen Jozua en Kaleb het land binnen gaan.
Onder Jozua’s leiding trok het volk de Jordaan over en veroverden ze Jericho.
Nu is Jozua gestorven: Jozua de uittocht uit Egypte nog had meegemaakt,
De reis door de woestijn, die onderweg zoveel van God had gezien
en wist hoe de Heere Zijn volk steeds weer hielp.
Hoe gaat het verder als die kennis over God verdwijnt,
als niemand die geschiedenis zelf nog heeft meegemaakt
en het alleen van horen zeggen heeft.
Na de dood van Jozua – hoe gaat het met Gods volk als de weg van God
slechts nog een verhaal is dat niemand meer zelf heeft meegemaakt.
Kan het volk dat aan? Blijft het op Gods weg gaan?
Het is ook een vraag aan ons – wat gebeurt er met ons geloof en onze kerkgang
als er steunpilaren in het geloof wegvallen?
Wat gebeurt er als er iemand is, die voor jouw geloof van grote betekenis is geweest,
Verhuist of overlijdt – kun je dan op eigen benen staan, of ga je onderuit?

Het lijkt eerst goed te gaan: de Israëlieten vragen de Heere om raad.
Hier worden ze gepresenteerd als eensgezind: niet als onderlinge rivalen,
die elkaar niet willen helpen en met elkaar in gevecht raken, zoals verderop in Richteren.
Israëlieten – de naam die verwijst naar de bijzondere roeping,
om in het land Kanaän als volk van God te leven, naar Gods geboden,
Israël, niet alleen een bijzondere status als volk door God uitgekozen,
maar ook een volk met een roeping, om tot zegen te zijn,
om in een donkere wereld te laten zien hoe God deze wereld heeft bedoeld.
Ze vragen God om raad, om advies.
Heeft u dat ook wel eens gedaan bij een ingrijpende keuze?
Als u nadenkt over een ander huis of een andere baan?
Heb jij dat ook gedaan toen je een keuze moest maken wat je na je school ging doen?
Of toen je verliefd was en verkering kreeg, heb je God erbij betrokken, om advies gevraagd?
En hoe krijg je daar antwoord op? Je krijgt dat zelden rechtstreeks,
misschien eerder als je rust krijgt op een beslissing en je ervaart dat het goed was.
Maar als je wel antwoord krijgt van God zelf op wat je moet doen?
De Israëlieten krijgen antwoord: Juda moet als eerste gaan en dan ga Ik mee.
Het land dat voor Juda bestemd is, zal Ik geven.
Het land ligt klaar – Juda hoeft alleen maar te gaan
om het geschenk van God aan te nemen, voor Juda bestemd.
Geen woord over strijd die geleverd moet worden, geen opdracht om geweld te gebruiken.
Alleen maar: Ga! Ga in vertrouwen en het komt goed, daar zal Ik voor zorgen.
Is dat genoeg?
Juda gaat, maar doet eerst iets anders. Simeon wordt meegevraagd.
Hoe moeten we dat zien? Is dat de zorg van Juda voor zijn broer.
Samen optrekken. Zoals we nog wel eens zingen:
Schouder aan schouder in Uw wijngaard te staan,
samen te dienen, te zien wie U bent.
Of is het anders? Het zou ook wel eens een gebrek aan vertrouwen kunnen zijn
God zegt wel dat Hij ons dat land geeft, dat het klaar ligt,
maar wonen er geen Kanaänieten? Zal er geen strijd geleverd moeten worden?
Moeten we niet wat hulp zoeken om sterker te staan.
Het lijkt heel mooi, maar het is een eerste stap bij de Heere vandaan.
Het inslaan van een weg bij de Heere vandaan gaat vaak heel subtiel.
Niet openlijk met een grote stap, maar met ontbreken van vertrouwen,
je gaat wel met God op pad, maar voor de zekerheid regel je toch iets anders.
zorg je ervoor dat je iets hebt, voor het geval God je niet zo blijkt te helpen als beloofd.
Hier bouwt Juda niet alleen een extra zekerheidje in voor het geval God niet thuis geeft,
maar grijpt Juda ook nog eens naar het middel van de macht.
Ik moet sterker staan, dan kan ik die Kanaänieten de baas.
Desnoods met geweld, samen staan we sterker.
Juda heeft succes en dan kunnen we zeggen dat God met hem is.
Zo verkeerd is het blijkbaar niet om Simeon mee te vragen.
Een klinkende overwinning: 10.000 man verslagen!
Een complete overwinning.
De vijand die zo sterk werd geacht, waardoor er extra steun nodig zou zijn:
wordt vernietigend verslagen.

Hoe kan dat nu, dat geweld in de Bijbel?
En dan ook nog eens geweld in naam van God?
Er zijn heel wat Nederlanders die als het gaat om geweld in de Koran zeggen:
maar in de bijbel kunnen ze er ook heel wat van.
We zien dat hier: alle Kanaänieten moeten worden gedood. Zodat Israël het land krijgt.
Maar is dat wel zo? Geeft de Bijbel hier een vrijbrief voor geweld?
Ook hier is het nodig om goed te lezen:
De koning die verslagen wordt, was zelf een geweldenaar, die nergens voor terugdeinsde:
70 koningen aangevallen en verslagen en hen hardhandig aangepakt.
De levens van die koningen die overwonnen waren, waren niet in tel.
Om te voorkomen dat ze in opstand zouden komen, worden de duimen en tenen afgehakt.
Doordat ze geen duimen meer hadden, konden ze geen speer of zwaard vasthouden
en zonder de grote tenen konden die koningen niet meer goed lopen.
Koning Adonibezek, die 70 koningen overwonnen heeft, maakt ze bespottelijk.
Ze zijn voor hem niet meer waard dan honden die de kruimels opeten die van de tafel vallen.
Het zijn geen mensen meer voor hem, maar uitschot.
Misschien kent u wel de verhalen van hoe Syriërs
worden gemarteld in de gevangenissen van Assad.
Niet meer in tel als mens.
Dan zegt Adonibezek, de koning die verliest van Juda: Nu dit met mij ook gebeurt,
is dat een straf van God. Boontje komt om zijn loontje.
Had ik maar niet zo wreed moeten zijn, ik moet niet raar opkijken dat God mij dit aandoet.
Maar vertelt Richteren dit aan ons door om te laten zien hoe God het onrecht straft?
Nee, er is een andere reden:
Juda gaat nog verder de fout in. Het begon al klein, bij gebrek aan vertrouwen,
Nu in de behandeling van de overwonnen koning zien we
dat het grote gevolgen kan hebben als je God uit het oog verliest.
Want het afhakken van duimen en tenen is de stijl van Kanaän.
Israël was bedoeld om te laten zien dat het anders kan: Gij geheel anders.
In een wereld van geweld, van wreedheid, het recht van de sterkste,
was Israël geroepen om te laten zien dat God een andere weg gaat.
Het kwetsbare Israël. Eén stam alleen die moet optrekken zonder hulp van anderen.
God kiest niet de weg van macht, van grote aantallen
En hoewel er vaak in de Bijbel gesproken wordt van geweld,
gebeurt dat niet omdat God geweld verheerlijkt en een gewelddadige God is.
Eén van de twaalf stammen wordt op pad gestuurd, kleiner dan het volk in zijn geheel.
Het is wat Paulus later noemt: Gods kracht wordt in zwakheid volbracht.

De Kanaänieten staan voor een andere levensstijl: geweld, minachting van je vijand,
ontmenselijken van je tegenstander, als een dier, een hond behandelen.
De Kanaänieten zijn daarom vijand van God, zoals Egypte dat ook is, de farao,
Die een hard bewind voerde en niemand ontzag,
zoals Assyrië, een andere grootmacht, met enorm veel geweld landen veroverde
En Babylon door veel wreedheid te gebruiken de wereld kon veroveren.
Kanaänieten, zijn net als de Egyptenaars en Babyloniërs machten van de dood,
die alleen de taal van geweld en onderdrukking kennen.
Om te laten zien dat God geen geweld hoeft te gebruiken, moet Juda alleen gaan,
zoals David, de kleine jongen, alleen ging tegen de reus Goliath.
Als David naar Goliath toegaat, zegt hij tegen de reus: Ik win van je,
omdat God wil laten zien dat je geen wapens nodig hebt om te winnen.
Vertrouwen op de levende God, de Heere van de legermachten,
die aan het hoofd van duizenden engelenlegers staan, dat vertrouwen is genoeg.
Maar wat doet Juda, als het de koning gevangen genomen heeft?
Juda hanteert de stijl van Kanaän.
Juda, geroepen om als volk van God een licht in een donkere wrede wereld te zijn,
heeft nog niet eens heel het land gekregen dat God zou geven
of hij gedraagt zich als Kanaäniet. Juda, zoon van Israël toont zich een heiden.
Ik ken verhalen uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente Oldebroek
Waarop het net zo ging: als het ging om welke richting het op moest gaan.
Dan konden er verschillende middelen ingezet worden om het doel te bereiken.
Hier houdt Juda een spiegel voor: Ook binnen de kerk kunnen we zomaar
Kanaäniet worden. Dan zeggen we: het doel is zo heilig – de eer van God!
De zuiverheid van de kerk! Of juist de andere kant op: meer ruimte voor ervaring, liederen.
We gaan dan niet meer als broeders en zusters met elkaar om,
maar verlaten de aanwijzingen van Christus
en vertrouwen er niet op dat Christus de gemeente bouwt,
maar dat wij dat maar moeten doen, ook al gaat dat niet al te christelijk aan toe.
Dan kunnen we zeggen: er is geen andere manier.
Wie de leiding heeft, moet vuile handen maken, moet wel eens beslissingen nemen,
en een aanpak hebben die niet altijd even sjiek is, niet zo christelijk.

Nee, zegt Richteren: het is de stijl van Kanaän.
Geweld is een gevaarlijk middel en als je denkt dat je in Gods naam moet handelen
maak je snel brokken.
Geweld kan je verteren, je kapot maken, al lijkt je strijd nog zo heilig.
Maar uiteindelijk is het ongeloof: je denkt dat God het niet doet,
dat de God van IsraËl niet strijdt, dat Christus Zijn gemeente niet bouwt
en dat we het daarom maar zelf moeten doen.

Maar is de weg van Israël dan wel te gaan?
Een weg in vertrouwen en het niet zelf uitvechten en voor elkaar maken
maar wachten totdat God het doet?
Kun je in de wereld vol Kanaänieten wel een Israëliet zijn?
Dat is toch de enige optie? Je kunt je niet ontrekken toch aan hoe het er aan toe gaat?

Daarom wordt ook het verhaal van Achsa verteld.
Achsa wordt de vrouw van Otniël, de eerste richter. Zoon van Kenaz.
Kenaz geeft aan dat Otniël bij de Kenieten hoort, een stam die Israël tegen kwam op reis,
Deze mensen hoorden niet bij Israël,
maar waren onder de indruk gekomen van de God van Israël.
Zij geloofden en traden toe tot het volk Israël en gingen erbij horen.
Hen tellen als in Israël ingelijfd en doen de naam van Sions kinderen dragen.
Zij geeft ook een voorbeeld voor hoe het moet.
Als ze een stuk land krijgt, dat niet zo vruchtbaar is, omdat er geen bronnen zijn,
kaart ze dat bij haar schoonvader aan.
Ze doet dat op een bijzondere manier: Ze zegt niet: “Ik heb er recht op!”
“Dat valt me van u tegen!” “U scheept me af!”
Nee, ze vraagt om een zegen – de zegen dat is Gods zorg en aandacht voor het land.
Gods betrokkenheid – Aan Gods zegen is alles gelegen.
Achsa houdt de spiegel voor: je kunt echt in vertrouwen op God gaan
en dan zal Hij ook Zijn zegen geven.
Je hoeft dat niet te bevechten als een Kanaäniet,
je hoeft dat niet op te eisen als een mopperende Israëliet.
Bidt en u zal gegeven worden, zoek en u zult vinden, zegt Jezus.
Achsa maakt het heel concreet. Zo houdt ze ook ons een spiegel voor.
Achsa biedt hoop: Als Israël een verkeerde weg inslaat
en niet laat zien hoe Gods volk hoort te zijn in deze wereld brengt God iemand,
Soms een enkele persoon om te laten zien dat het kan, in vertrouwen gaan.
Om met de woorden van de Bergrede te spreken: zout der aarde, licht op een berg.

In Richteren is er een profeet aan het woord,
De joden rekenen Richteren tot de (Vroege) Profeten die aan ons vraagt:
Leef je wel met God? Heb je echt dat vertrouwen?
Laat je je hart wel veranderen door God? Bepalen Zijn wetten je doen en laten
of kijk je naar wat je in de wereld om je heen tegenkomt.
Is aan je manier van omgaan met anderen te zien, dat je anders bent, anders hoort te zijn
of ben je Kanaäniet, net als alle anderen in deze wereld: Met jezelf bezig,
om je er boven op te werken, desnoods met je ellebogen, als jouw doel maar gehaald wordt,
een doel dat heel belangrijk kan zijn, heel heilig.
Het gaat om ons hart – bekering is niet alleen maar dat ons gevoel verandert
en dat we nadenken over God en Hem overal betrekken,
maar dat – zoals de doop dat zegt – we van binnen worden gereinigd.
De Kanaäniet in ons wordt uitgebannen en volk van God zijn in deze wereld
om te laten zien dat het anders kan.
Niet de weg van macht, niet de weg van mijn eigen gelijk, van wreedheid,
over lijken gaan, maar het in Gods handen leggen. Want Hij regeert.
Geef vrede, Heer, geef vrede, bekeer ons felle hart.
Deel ons uw liefde mede, die onze boosheid tart,
die onze mond leert spreken en onze handen leidt.
Maak ons een levend teken: uw vrede wint de strijd! Amen

Uitleg van Richteren / Rechters 1:1-15

Uitleg van Richteren / Rechters 1:1-15

Het Bijbelboek Richteren (NBV: Rechters) bevat veel verhalen. Wat de betekenis van die verhalen is, is niet zo maar duidelijk. Daarom wil ik van het eerste gedeelte van dit Bijbelboek een mogelijke uitleg delen.

Vertellen
Het begint met vertellen. Vertellen kan om verschillende redenen. Iemand kan graag vertellen om herinneringen uit het verleden te delen. Of om een bepaalde sfeer te scheppen. Er kan een verhaal verteld worden om subtiel een boodschap aan je door te geven. In de trant van: wie de schoen past, trekke hem aan. De verhalen die in Richteren worden verteld, geven een boodschap op een vertellende wijze door. Vaak gebeurt dat zo subtiel, dat het voor de hedendaagse lezer niet eenvoudig is om die boodschap op te pikken.

Nieuw tijdperk
De openingszin van een boek zet vaak de toon. Zo ook in Richteren: Het gebeurde na de dood van Jozua dat de Israëlieten de HEERE vroegen: Wie van ons zal het eerst optrekken tegen de Kanaänieten om tegen hen te strijden? Hier is sprake van een nieuw tijdperk: Jozua is gestorven.

Jozua
Wat was het tijdperk van Jozua? Jozua had de uittocht uit Egypte meegemaakt, de reis door de woestijn, de intocht in Kanaän en de vestiging in dit land. Jozua is degene die herinnert aan Gods handelen in die tijd: door Zijn sterke arm en krachtige hand werd Israël uitgeleid. Jozua was mee de berg op, toen Mozes de wet uit Gods hand ontving. Jozua was getuige van alle keren dat het volk mopperde op de leiding van God en zag ook hoe de Heere steeds weer opnieuw Zijn volk hielp. Soms na straf en oordeel. Jozua was mee naar het Beloofde Land als verspieder en was samen met Kaleb (die verderop aan de beurt komt) de enige die geloofde dat God hen dit land kon geven.

Verleden tijd
Met de dood van Jozua zijn al die gebeurtenissen verleden tijd. Niemand die zich de daden van God en de omwegen van het volk herinnert uit eigen ervaring. Degenen die nu de leiding hebben kennen dit alleen maar van horen zeggen. Hoe zal dat de leiders vergaan? En het volk? Zullen ze in het spoor van Gods wetten gaan? Of zullen ze ervan afwijken? In dit eerste hoofdstuk worden al de eerste signalen gegeven: Zonder de leiding van Jozua gaat het niet goed. Steeds zal het volk moeite hebben om op Gods weg te blijven wandelen.

Broederschap
In de eerste zin van Richteren wordt het volk nog als één geheel gepresenteerd: de kinderen van Israël. Die eenheid staat steeds onder druk of wordt verscheurd door conflicten en tegenstellingen. Geregeld zijn er burgeroorlogen. Broederschap is een van de thema’s van het Richterenboek. In het volgende verzen staat dat Juda Simeon meeneemt en later Simeon belooft te helpen het gebied dat hij toegewezen heeft gekregen te veroveren.

Volk van God
Met de aanduiding kinderen van Israël speelt er nog iets mee: Israël is geen gewoon volk. Israël is anders dan de Kanaänieten en de Ferezieten (Perizzieten). Israël is het volk van God en heeft de roeping om op een andere manier te leven in het Beloofde Land. Als Abram de opdracht krijgt om weg te trekken uit zijn land en familiekring, krijgt hij de belofte én opdracht mee om voor de andere volken tot zegen te zijn. In het Bijbelboek Richteren blijkt dat het volk niet in staat is om naar Gods wetten te leven en steeds weer de levensstijl van de volkeren in Kanaän overneemt.

 

Raadplegen

Het begin is goed: Israël gaat niet op eigen initiatief, maar raadpleegt de Heere. Er wordt niet verteld hoe het antwoord komt. Juda zegt later tegen Simeon dat dit de uitkomst is van het lot, dat geworpen is. In eerste instantie lijkt het erop dat Israël in vertrouwen op de Heere wil leven. Alleen werpt het Bijbelboek Richteren gelijk de vraag op: zit het wel goed met het vertrouwen. Want Juda neemt Simeon mee. Is dat een daad uit broederschap, omdat Juda de kleinere stam Simeon, die ook nog eens het grondgebied kreeg dat midden in Juda’s gebied ligt, bij wil staan? Of is het een signaal dat Juda niet alleen wil gaan, ook al mag het verwachten dat de Heere aan deze stam het land geeft dat aan hen is toegewezen? Juda zal optrekken. Zie, Ik heb het land in zijn hand gegeven (vers 2).

Geweld
Een van de thema’s die het voor christenen lastig maakt om de boodschap van Richteren op te pikken is het geweld. In dit hoofdstuk is het ook nog eens geweld in opdracht van de Heere. Hoe moet je daar als christenen tegenaan kijken? Hadden de Puriteinen gelijk, die met Richteren in de hand de indianen uitmoorden, omdat ze zich het nieuwe Israël waanden en de kolonie in Amerika als het door God aan hen Beloofde Land? Nee, Richteren wil juist het tegenovergestelde zeggen: voorzichtig met geweld. Wie geweld gebruikt, gaat snel grenzen over. Dat gebeurt ook in de strijd van Juda tegen Adonibezek. Moet er wel geweld gebruikt worden om het land te veroveren? Was het niet genoeg om te weten dat God het land  zal geven? Zal geven op Zijn manier? Als David op Goliath afloopt, zegt hij: En deze hele gemeente zal weten dat de HEERE niet door zwaard of door speer verlost. (1 Samuël 17:47a) God is bij machte om zonder geweld te winnen. Ook in het verhaal van Gideon wint verdrijft het volk de vijand zonder al te veel geweld te gebruiken.

Kanaänieten
Het is goed om te beseffen wie de Kanaänieten zijn. Als het volk de opdracht krijgt om de Kanaänieten te verdrijven uit het land gaat het niet om een idee dat de inwoners in dat land minderwaardig zijn. Het is vergelijkbaar met het Babylon waaruit Abram wegtrekt. Of met de farao uit Egypte die de Hebreeën op een gewelddadige manier knecht. De Kanaänieten staan voor een gewelddadig systeem, een harde, wrede, egoïstische levensstijl zonder respect voor de tegenstander. God haat de Kanaänieten niet omdat ze andere mensen zijn dan de Israëlieten. Want de Kenieten (vers 11-16) worden opgenomen in het volk Israël. Bovendien is God ook de Schepper van die mensen. Nee, Adonibezek laat zien welke stijl er in Kanaän gebruikelijk is.

Ban
Er is nog een andere reden, waarom Israël alle inwoners moet doden. Het land is aan de Heere gewijd. Alles wat er voor de intocht in Kanaän aanwezig is, is voor de Heere. Door mensen te sparen, kan Israël de Kanaänieten gebruiken voor eigen gewin. Bovendien loopt het volk Israël het risico om de levensstijl van Kanaän over te nemen.  (Ik besef dat het niet alle vragen over het geweld beantwoordt, omdat wij tegenwoordig geneigd zijn om naar de individuele mensen te kijken, omdat veel geweld in de afgelopen gewelddadige eeuw werd veroorzaakt door het kijken naar bevolkingsgroepen in plaats van de individuele mens te zien.)

Adonibezek
Adonibezek, heer van Bezek, laat zien wat er in Kanaän gebruikelijk was: overwonnen koningen werden verminkt. Duimen en tenen werden afgehakt. Door deze verminking waren de overwonnen koningen niet meer in staat om naar de wapens te grijpen of te marcheren als soldaten. Zonder duim konden ze geen zwaard of speer hanteren. Zonder de grote teen konden ze geen rechte lijn meer lopen. De koningen krijgen niet meer te eten dan de kruimels die van de tafel vallen: ze worden als honden behandeld. Als uitschot. Deze koning wordt bij Bezek verslagen, de plaats waar later Saul zijn soldaten voor het eerst verzameld om op te trekken. Vanaf Bezek gaan ze de Ammonieten verslaan.

Straf van God?
Als Adonibezek zelf gevangen genomen wordt en verminkt wordt op de manier waarop hij anderen verminkte, ervaart hij dat als straf van God. (Of van de goden, zo kun je het ook vertalen.) Zijn gedachte lijkt te passen bij het oog om oog, tand om tand: wat je de ander aandoet, mag jou worden aangedaan worden. Het lijkt te passen bij hoe het Oude Testament denkt over de gevolgen van een slechte daad: wanneer je een slechte daad verricht, komen de gevolgen als een boemerang naar je toe. Je draagt zelf de consequenties van een slechte daad.
Al het gegeven dat Adonibezek dat pas beseft nadat het hem zelf is overkomen, doet de vraag rijzen of hij gelijk heeft met zijn conclusie. (Zijn geweten sprak blijkbaar niet eerder, niet eerder leek hij te beseffen dat ook hij aan God verantwoording schuldig is voor zijn daden, alsof hij als koning boven Gods wetten stond.) Adonibezek, die als enige gespaard blijft, terwijl er 10.000 soldaten (dit aantal kan ook voor het totaal zijn: alle soldaten) zijn gesneuveld, lijkt op Agag die door Saul wordt gespaard. Daarmee overtreden de Judeeërs de gedachte van de ban: iedereen moet worden gedood.

Trofee
Bovendien wordt Adonibezek op deze manier een trofee. De overwonnen koning wordt geshowd. Bij het showen van een overwonnen koning kan al snel de gedachte opkomen: dat hebben wij zelf toch maar mooi voor elkaar gekregen. De overwonnen koning tonen kan snel leiden tot een op de borst kloppen. Een op de borst kloppen is niet ver verwijderd van een vergeten dat God de overwinning heeft geschonken.

Kanaänitische stijl
Nog problematischer is dat de Judeeërs een grote fout begaan met de behandeling van Adonibezek. Ze doen wat Adonibezek altijd zelf deed. Boontje komt om zijn loontje, zouden we kunnen zeggen. Richteren oordeelt anders: de Judeeërs nemen de levensstijl van de Kanaänieten over: de krijgsgevangen op een wrede, onmenselijke manier behandelen, hen verminken, hen minder dan een mens maken. Nog maar net in het land of ze handelen niet meer als volk van God, maar kopiëren het gedrag van de volken die ze aantreffen in het land. Niet de torah van de Heere, maar wat ze aantreffen in het land geeft het voorbeeld. Richteren laat zien: steeds weer begaat het volk Israël de fout om als de Kanaänieten te worden. God is een God van recht en leven. In de omgang met Adonibezek vervallen de Judeeërs in een ver-baä-isering en ver-kanaän-isering van hun levensstijl. Niet de Kanaänieten zijn het probleem, maar de gevoeligheid van Israël voor deze wrede, inhumane stijl van met elkaar omgaan. Richteren houdt ook christenen een spiegel voor: niet elk middel heiligt een doel. In hoeverre kunnen wij niet een Kanaänitische omgangsvorm hebben met degenen die anders denken binnen of buiten de kerk?

 

Achsa
Tot slot: Achsa. Wat is de reden dat dit verhaal is opgenomen in Richteren? Met andere woorden: wat is de boodschap? Othniël is de zoon van Kenaz. Kenaz is mogelijk de stamvader van de Kenieten, een stam die het volk onderweg tegenkomt en zich aansluit bij Israël omdat zij geloven in de God van Israël en Zijn weg willen gaan. Integratie in Gods volk voor mensen van buitenaf is blijkbaar mogelijk. Het bijzondere van Achsa is dat zij vraagt om een zegen. Een zegen is een geschenk van God. Ze vraagt niet om water of bronnen. Ze geeft aan dat ze afhankelijk wil zijn van Gods zegen. Aan Gods zegen is alles gelegen. Daarmee is zij een voorbeeld van een niet-Israëlitische die de weg van God wel gaat. Ze houdt Israël een spiegel voor: de weg van God is wel degelijk te bewandelen. In een donkere tijd mag zij het licht van God verspreiden.