Weidevogelgedichten van Harmen Wind

Leeuwerik

Terwijl mijn liefdesliedje wel
mooi opklonk aan de waterkant,
als inleiding op hoger spel,
verscheen de dissonant al snel
als leeuwerik boven het land.
Zodra hij zong, streelde mijn hand
in plaats van jou je kippenvel.

                Harmen Wind

Meerkoet

Al drijft hij van vreettent naar brasterras
in stadsgrachten tussen het uitschot der natie
wat morsig rond in zijn zwartlakense jas –

hier buiten rent hij weer het vuur uit de plas,
hier is hij het toonbeeld van schoonheid en gratie
en verwerkt in zijn nest tussen oevergewas
een chipszak, een bierviltje: puur decoratie.

                Harmen Wind

Kievit

Eén
keer klapte
je in je handen

en prompt applaudisseerde
de pas geploegde akker daar zich
de lucht in, aanzwellend tot een zwart-
witte wolk kieviten die onder het grofkorrelig
portret van hun vertrek het groene land teruggaven

                Harmen Wind

Kemphaan

Hier, op dit veld, vonden vroeger
jaarlijks de kemphanentoernooien
plaats. Mallotig opgedofte praalhanzen
met hun nek in de knoop dansten rare
tango’s, daagden elkaar uit tot de
kleuren in het rond stoven en
lustten van paren wel pap.

Dus ligt vandaag die oude wei
van vuige schuinsmarcheerderij
gezuiverd er weer keurig bij.

                Harmen Wind

Grutto

Je ziet ze vliegen, nog. Die lange bek, die
stelten; roestig tuig. Je voelt de spanning
nog. Dwars door de balts die hen bezielt,
dat onderhuids gejuich, hoor je ze roepen,

nog. Om het bestaan: hun naam. En jij verstaat
ze, nog. Een vreemde vogel die zich schaamt.

                Harmen Wind

Scholekster

Daar komt hij, sneb en poten als
bloed, in kraakwit hemd en roetzwart vest.
Hij slaakt één kreet: een vloek?, een groet?

Je ziet hoe hij de wereld flest: zijn kracht
is het contrast. De scholekster maakt gras
op slag aanzienlijk groener dan het was.

                Harmen Wind

‘Harmen Wind (Leeuwarden, 1945) groeide op tussen de weidevogels in het Friese Oldeboorn. Hij woont in Doesburg en schrijft poëzie en proza in het Nederlands en in het Fries.
Areopagus vroeg hem speciaal voor Ilpendam gedichten te schrijven over weidevogels. Omdat hij de vogels zo goed kent, maar ook omdat de gedichten, op loopafstand van elkaar, dan samen een eenheid zouden zijn. Zo laten de muren van Ilpendam zich lezen als een gedichte weidevogelgids.’

Deze gedichten hangen her en der in Ilpendam aan de buitenmuren.

Advertenties

Muus Jacobse – Lazarus

Lazarus

Toen hij weer thuis tussen zijn zusters zat,
Dacht hij: nu zit ik als een kind te prijken.
Want alle mensen kwamen naar hem kijken,
Of hij het heus wel was, en hoe hij at.

En droef zochten zijn ogen God, als vroeger,
Tot in de laatste zon, toen God niet kwam,
Maar in zijn schaduw hem van achtren nam:
Was God geweken tussen nu en vroeger?

Wie van de doden keert, wordt als een kind
Herboren: het gelaat der eeuwigheid
Is een vergeten droom bij het ontwaken.

Als een stem roept om hem wakker te maken,
Een hand tast die de doeken openwindt,
Is hij verschrikt te leven, en hij schreit.

                Muus Jacobse

Ulrich Bach -Weihnachtswunsch 1990

Weihnachtswunsch 1990

Vor wenigen Tagen
erreichte mich
aus einer kirchlichen Chefetage
– so etwas gibt es –
ein “Weihnachtsbrief 1990”.
“Ein Jahr der Wunder Gottes
liegt hinter uns.”
So beginnt dieser Brief.
Dann geht es weiter mit
“Öffnung der Grenzen”
und “Fall der Mauer” und
“politischer Einheit”.
Danach dann noch einmal:
“Es war ein Jahr
der Wunder Gottes!”

Nun weiß ich,
endlich,
was ich mir wünsche
und denen, die ich mag:
Ein Christfest,
das ein
“gesegnetes”
genannt werden könnte,
weil wir Menschen finden,
mit denen zusammen
wir die Verwegenheit wagen,
dem Seichtsinn zum Trotz
“Christi Narren” zu sein,
die bei “Wundern Gottes”
immer noch
an Bethlehem denken
und Golgatha.

Ulrich Bach

www.ulrich-bach.de

J.W. Schulte Nordholt – Winterbos

Winterbos

                               (ets van Willem Witsen)

God laat de mensen niet meer los.
Hij houdt ze vast van eeuw tot eeuw.
Het is als in een winterbos
de zwarte stammen van de sneeuw

als tekens van Gods grote trouw:
het duister heeft een witte grond
en in het land van leed en rouw
glanst het geheim van Gods verbond.

Want alles wat God ooit begon
dat rondt Hij af als een gedicht.
Kijk, in de donkre horizon
achter de bomen wordt het licht.

Jan Willem Schulte Nordholt
Uit: Een wankel evenwicht (1986)

Klaus-Peter Hertzsch – Vertrouw de nieuwe wegen

Vertrouw de nieuwe wegen
(Melodie: Gezang 409 uit het Liedboekvoor de Kerken)

1. Vertrouw de nieuwe wegen
waarop de Heer ons leidt,
want leven is bewegen,
is trekken door de tijd.
Sinds aan de hoge hemel
Gods regenboog verscheen,
zijn mensen uitgetogen,
gingen op zijn woord heen.

2. Vertrouw de nieuwe wegen
en trek voort in de tijd.
God wil dat gij een zegen
op deze aarde zijt.
Die ons reeds lang geleden
het ware leven bracht,
die zal ons daarheen leiden
waar Hij ons nodig acht.

3. Vertrouw de nieuwe wegen
waarop de Heer ons zond.
Steeds komt Hijzelf ons tegen:
wij gaan op vaste grond.
Wie opbreekt die mag hopen
in tijd en eeuwigheid.
De poorten staan wijd open,
het land wacht licht en wijd.

Vertaling van een lied van Klaus-Peter Hertzsch. Deze Oost-Duitse theoloog schreef dit lied voor een bruiloft in het jaar van de Wende (1989)!

Duitse tekst: http://bit.ly/bqpz2V
Uitvoering: http://youtu.be/_T7SlDA5Xbs
Zie voor de achtergrond: http://bit.ly/alygS3

François Pauwels – De reis

De reis

Vaarwel, kortstondig leven, handvol dagen,
ik wacht op het perron, mijn kraag omhoog,
ginds komt de trein door den berookten boog
om in het duister met mij heen te jagen.

Dit is het einde van mijn aardse plagen
het schaars geluk dat spiegelde en bedroog,
het ongeluk dat immer zwaarder woog,
ik hoef ze beide langer niet te dragen.

Mijn leven was gelijk een dag van Leugen,
wat bleef er van in mijn verzwakte geheugen
dan het verlangen naar een beter lot?…

Mijn moede voet stijgt langs de lutt’le treden,
de Leugen lacht mij toe, maar beneden:
ik reis gerust, – de Waarheid is bij God …

            François Pauwels

Uit: Dag van Leugen. Een mensenleven in verzen

Een Waterlands Adventslied – ds. André F. Troost

Een Waterlands adventslied
-ds. André F. Troost 
Op de wijs van gezang 132  (eventueel meerstemmig)

Zoals de zwanen zwemmen,
zo statig wit en stil,
zo gaat een koor van stemmen,
door dagen winterkil:
de kerk, een bruid verstild,
sierlijk in witte veren,
een zwaan die zingen wil.

De jonge vrouw Maria,
de bruid van Nazareth,
de oude Zacharias,
het zwijgen afgelegd,
zij zingen gloria,
magnificat, om Ichthus,
de bruidegom die redt.

Geen koude houdt haar tegen,
geen water en geen wind
zoals een zwaan de regen
trotseert en overwint,
de kerk is als een kind,
sneeuwwit  – wat kan haar deren?
Hij komt die haar bemint.

Al zwijgen lang de nacht,
al blijft het daglicht koud,
Zij prijst de Langverwachte,
zij zingt in duizendvoud.
De kerk leeft van puur goud:
Gods liefde, kom van boven,
Gij die van mensen houdt!