Bij de Heere Jezus kom je nooit tekort!

Bij de Heere Jezus kom je nooit tekort!
Preek zondag 31 augustus Afsluiting Vakantie Bijbel Week
Mattheüs 15:29-39

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste kinderen,

Nu de preek wordt de snoep rondgedeeld
of mag je een van de snoepjes opeten die je meegenomen hebt.
Als je erbij was, bij het Bijbelverhaal over de Heere Jezus, had je aan een snoepje niet genoeg gehad.
Dan had je moeder je een bolletje of een snee brood toegestopt.
Want de kerkdienst duurt een uur en een kwartier of misschien 1,5 uur,
maar toen bij de Heere Jezus waren de mensen 3 dagen achter elkaar bij hem.
De Vakantie Bijbelweek was op 3 ochtenden en daarna ging je weer naar huis
en voor de tieners een hele nacht.
De mensen die bij de Heere Jezus waren, zaten al 3 dagen bij elkaar
om te luisteren naar wat de Heere Jezus te vertellen heeft
om te zien wat Hij welke bijzondere dingen Hij deed.

Waarom zijn ze naar Hem toe gekomen?
Wat zouden ze van Hem verwachten?
En waarvoor zou jijzelf naar de Heere Jezus gaan?
Wat verwacht jij van de Heere Jezus?
Geloof is niet alleen iets van grote mensen,
nee, de Heere Jezus laat duidelijk merken dat juist kinderen beter dan volwassenen begrijpen
wat geloven is.
Ik hoop dat je ook van de Heere Jezus houdt
en dat ook jij net als Petrus bij Hem wil horen
en Hem wil volgen.
We zongen het: Ik wil Jezus volgen, heel mijn leven.
Ik hoop dat het waar is, voor jullie en voor ons allemaal in de kerk
en voor degenen die meeluisteren,
dat we met elkaar als gemeente volgeling zijn.
Daarom wordt de Vakantie Bijbel Week ook gehouden
en is er ook elke zondag een kerkdienst en ben je er in de week mee bezig.
Zodat ook jullie bij de Heere Jezus willen horen.

3 dagen waren ze al bij de Heere Jezus om naar hem te luisteren,
om Hem bezig te zien, om door Hem geholpen te worden.
Voor deze mensen is Jezus gekomen.
JE zou kunnen zeggen: Hij is speciaal voor hen teruggekomen.
Mattheüs laat het decor zien waar Jezus komt:
op de berg en bij het Meer van Galilea.
Mattheüs doet dat om te laten zien wie Jezus is.
Jezus komt bij de berg en bij het meer.
De berg – dat doet denken aan Mozes, aa de keer dat het volk Israël in de woestijn was
en de Tien Geboden van de Heere kreeg.
Daar bij de berg kwam God zelf en zei:
‘Jullie zijn Mijn volk. In ben voor altijd bij jullie en jullie God.’
En met de Tien Geboden kregen ze richtlijnen, hoe je moest leven als je bij God hoort,
als je van God bent – daarom hebben wij er ook vanmorgen naar geluisterd.
Als je de Tien Geboden hoort, weet je: ik ben van God
en dan moet ik aan daarnaar leven.

Jezus komt bij de berg en daarmee laat Hij het volk weten: jullie zijn ook Mijn volk
en ik zal jullie vertellen hoe je moet leven.
En zoals God op de berg was en met jullie als volk meeging,
zo ben ik ook in jullie midden: Immanuël.

Op de berg en bij het meer.
Er staat ‘zee’.
Volgens is dat ook niet voor niets.
Dat schoot mij te binnen, afgelopen maandag, in de rouwdienst,
waarin het ging over Jezus die over het water wandelt.
De zee – dat is niet de zee waar je naar toe gaat als je een dagje uitgaat, naar het strand.
Zoals je misschien in de vakantie hebt gedaan.
Nee, het is een zee, omdat het opeens kan veranderen.
Een glad meertje waar je overheen vaart bij mooi weer, waar je op kan vissen.
Er kan opeens een storm komen en alles is anders.
Niet meer het rustige varen over een mooi meertje met prachtige bergen op de achtergrond,
maar een wilde zee, met hoge golven en een krachtige wind,
die het schip op en neer slaat.

Opeens kan je leven veranderen.
We hebben dat in de afgelopen zomer volop gezien.
Je zwaait familieleden uit op het vliegveld en een tijd later hor je het bericht
Dat er met dat vliegtuig iets ergs is gebeurd, wat niemand voor mogelijk houdt.
Opeens dat bericht dat je kind ongeneeslijk ziek is
en de wereld ziet er anders uit: alsof je levensschip in een hevige storm terecht gekomen is,
met wilde golven en een krachtige wind die tegen je levensschip aanblaast.
Mattheüs vertelt verhalen over Jezus over de zee gaat
en ook in een storm terechtkomt en de storm wordt door Jezus gestild.
Jezus die over de golven van deze zee heen loopt.
Psalm 93: boven de wateren die tekeer gaan is God.
Het meer en de berg, ze worden genoemd om te laten zien wie Jezus is.
Meer dan Mozes en als de Zoon van God.

Dan komen de mensen naar de Heere Jezus toe.
Ze komen niet alleen.
Vaak hebben ze iemand meegenomen, uit de familie, of een vriend.
Iemand die verlamd is, of doof, of blind.
Het wordt kort genoemd, maar van iedereen die komt valt vast wel een verhaal te vertellen.
Verlamden die nooit kunnen lopen en altijd door anderen gedragen moeten worden.
Of misschien wel helemaal verlamd zijn en ook de handen niet kunnen bewegen
en helemaal niet kunnen lopen.
Ze komen naar Jezus.
Wie is Jezus? En waarom komen ze bij Hem?
Als het goed is, hebben jullie in de afgelopen week ook over de vertel-vis gehoord
Petrus vertelt de mensen over de Heere Jezus, zodat zij in Hem gaan geloven.

Hier laat Mattheüs zien wie de Heere Jezus is, door over Hem te vertellen.
Mattheüs, die over Jezus vertelt, zegt het niet hardop,
maar wil in de verhalen die hij vertelt laten zien dat Jezus de koning is.
Niet een koning als Herodes, die iemand doodt wanneer hij er niet mee eens is.
Niet een koning die alleen maar in zijn paleis zit en alleen maar feest kan vieren.
Nee, Jezus is de koning van Israël die Zijn onderdanen opzoekt,
juist wanneer zij het moeilijk hebben.
Wanneer zij piekeren en tobben, wanneer zij worstelen.
Wanneer zij het moeilijk hebben met hun verlamd-zijn,
wanneer zij de beperkingen merken van hun kreupel-zijn.
Wanneer zij er niet bij horen, omdat zij niets kunnen horen
en ook het goede nieuws niet kunnen horen.
Jezus zoekt ze op om ze te helpen – om hen op een bijzondere manier te helpen:
door hen te genezen. Zodat ze weer kunnen lopen, kunnen kijken, kunnen horen, kunnen spreken.
Hij laat ze bij zich komen.
Houd ze niet tegen.
Bij een paleis zouden bedelaars op afstand gehouden worden,
zouden verlamden niet zomaar uitgenodigd worden
of misschien zelfs worden weggestopt, zodat de koning de ellende niet zou hoeven te zien
en geen zin meer zou hebben in feestvieren.
Nee, Jezus zoekt hen op en laat zien wat een koning hoort te zijn:
een herder, die zich bekommert om Zijn schapen,
die hart heeft voor Zijn schapen, om hen geeft.
Zijn daden, wat Hij doet, laat zien dat hij niet alleen koning over Israël is,
maar ook de Zoon van God.
Hij komt om te laten zien wie God is.

Op de Vakantie Bijbel Week hebben jullie een tekst geleerd,
een tekst uit Jesaja.
(Want ik ben de HEER, je God,ik neem je bij je rechterhand en zeg je:Wees niet bang, ik zal je helpen).
Jesaja 53: onze ziekten heeft Hij gedragen, zie Mattheüs 8:3.
[Uitdeel-vis: niet uitdelen, maar ook anderen meenemen. Nu nog: voorbede]

Want als de mensen al 3 dagen bij Hem zijn,
merkt de Heere Jezus dat de mensen honger beginnen te krijgen.
Zo kan Hij ze niet terugsturen.
Mattheüs, die over de Heere Jezus vertelt, zegt:
Hij is met innerlijke ontferming bewogen.
Wat Hij ziet bij de mensen, dat raakt Hem diep van binnen.
Dat zal ook gegolden hebben voor de mensen die aankwamen met hun gehandicapte familieleden.
Maar het geldt voor iedereen die er is: ziek of gezond.
Mattheüs vertelt dat niet zomaar.
Hij bedoelt: daaraan kun je zien wie Jezus is, want Jezus is daarmee gelijk aan Zijn Vader,
die Hem gezonden heeft.

Met innerlijke ontferming bewogen. Dat vertelt de Bijbel ook over de hemelse Vader,
over God.
God zit nooit onverschillig in de hemel.
Hij kijkt hoe het op aarde gaat
en als Hij ziet dat mensen het moeilijk hebben wordt Hij diep geraakt.
Als Zijn volk bij Hem weggaat, wordt Hij diep geraakt.
Als Hij het nodig vindt, komt de Heere uit de hemel en daalt Hij op aarde neer.
Als je Jezus ziet, dan zie je dat God zelf uit de hemel is neergedaald.
Om Zijn volk te helpen, te redden.
Ook hier op de berg aan het meer van Galilea zie je wie Jezus is:
Gods Zoon door God gezonden.
Want Jezus ziet onze nood.
Hij ziet dat de mensen geen eten meer hebben en dat ze niet meer terug kunnen
omdat ze daar geen kracht meer voor hebben.
Dan zorgt Hij dat er eten komt.

Mattheüs vertelt over de gebeurtenis.
Het is niet de bekende versie: niet de versie van 5 broden en 2 vissen
die een jongetje bij zich heeft.
Nu zijn het de discipelen die nog 7 broden over heeft en enkele visjes bij zich hebben.
Van die 7 broden zorgt de Heere Jezus dat er een hele menigte kan eten:
4.000 mannen en dan zijn de vrouwen en kinderen nog niet eens meegerekend.
Je zou verwachten dat als Mattheüs dit verhaal vertelt
onder de indruk is van wat de Heere Jezus allemaal doet, hoe Hij dat voor elkaar krijgt.
Maar nee, de nadruk ligt niet op het wonder.
De nadruk ligt hier op het verzadigd-zijn: genoeg krijgen.
Ik denk dat het hier wel herkenbaar is in Oldebroek:
wanneer je een feest geeft, wil je dat je gasten genoeg te eten.
Op recepties wordt er geregeld wat later op de avond een warm buffet klaargezet
en op de verjaardag kan een frituurpan aangaan.
In de familie van Rianne wordt er gesproken over het Veenendaal-gevoel.
Veenendaal, daar woonde haar oma.
En als je daar kwam kreeg je gebak bij de koffie,
maar je had de koffie en gebak nog niet op, of er was al een volgende ronde van eten:
worst en kaas, bijvoorbeeld en bowl.
Er moest genoeg te eten zijn, want je wilt een goede gastheer zijn.
Daar gaat het de Heere Jezus ook om:
Hij wil laten zien, dat Hij de gastheer is, die Zijn volk te eten geeft.
Als een echte koning die voor Zijn volk zorgt.
God zelf die voor Zijn volk in de woestijn, in de afgelegen plaats eten geeft,
zoals God het volk Israël in de woestijn ook manna gaf.
Bij God kom je niets tekort.
Hij geeft van alles genoeg.

Wij danken U van harte
voor nooddruft en voor overvloed
waar menig mens eet brood der smarte
hebt Gij ons mild en wel gevoed.

In de afgelopen week hebben jullie gehoord over Petrus.
In de onderbouw is ook de uitdeel-vis aan de orde geweest.
Petrus mag uitdelen van het brood, dat de Heere Jezus geeft.
Door uit te delen mag Hij laten zien, dat de Heere Jezus een goede gastheer is.

Waarom eigenlijk?
Waarom wil de Heere Jezus laten zien dat Hij een goede gastheer is?
Waarom mag en moet Petrus daarvan uitdelen?
Om te laten zien, dat de Heere Jezus nu voor ons zorgt,
maar niet alleen nu.
Het wijst ook vooruit naar de dag waarop de Heere Jezus terugkomt.
Dan zal er een feestmaaltijd zijn.
Vol overvloed, tafel vol feest.
Wie nu bij de Heere Jezus hoort, mag dan aan die maaltijd mee-eten
en verzadigd worden.
Elk stukje brood dat Petrus uitdeelt, is een uitnodiging:
geloof in de Heere Jezus en dan mag je ook naar dat feest
waar je nooit tekort zult komen, waar de Heere de beste gastheer is die je maar kunt bedenken.
Iedereen wordt uitgenodigd en daarom krijgt iedereen het brood.
Voor nu genoeg te eten.
Dat was vast niet moeilijk om op dat moment onder de indruk van Jezus te raken.
Maar om te geloven, dat Hij er ook voor zorgt dat je aan dat hemelse feest mag deelnemen,
dat is moeilijker.
Daarvoor moet je niet alleen geloven in de Heere Jezus die bijzondere dingen doet,
maar ook geloven in de Heere Jezus die voor ons stierf aan het kruis.

Jezus geeft brood.
Dat brood kunnen wij niet uitdelen, zoals Petrus dat deed.
Wij mogen wel de uitnodiging uitdelen, die in dat brood naar voren kwam:
ook jij mag komen naar dat feest: geloof in Hem!

Daarom heeft men in deze gebeurtenis ook een heenwijzing gezien naar het avondmaal.
Over twee weken wordt dat gehouden.
Daar wordt ook brood gegeten: een klein stukje,
maar ook dat stukje brood is een uitnodiging en ook een opdracht om in de Heere Jezus te geloven
die in de hemel een gastheer voor ons wil zijn.
Een uitnodiging, een opdracht: geloof in Mij.
Wie aan de tafel zit, mag dat brood en deze uitnodiging doorgeven.
Bij de Heere Jezus kom je nooit tekort.
Amen

Advertenties

Terwijl de boer slaapt

Terwijl de boer slaapt
Nav van Markus 4:26-29

Slaapt u goed?
Ik hoef u niet te vertellen dat een goede slaap een zegen is.
De een kan niet in de slaap komen.
De ander wordt midden in de nacht en gaat dan maar een tijdje uit bed
om later in de nacht te kunnen slapen.

Vanwege zorgen bijvoorbeeld om de kinderen.
Omdat de kinderen op vakantie zijn en ze zijn zo’n eind weg.
Of een van uw kinderen heeft geen baan meer.
Of er zijn zorgen over het huwelijk van een van uw kinderen.
Deze zorgen kunnen ervoor zorgen dat je niet goed meer slaapt.

Wanneer je dan wakker ligt in bed
of er maar uit gaat, omdat je toch niet meer zo goed slaapt,
kun je heimwee hebben naar de tijd
waarin je zo zorgeloos kon slapen.
Op zulke momenten kun je het niet meer voorstellen dat er een tijd was
dat je zorgeloos kon slapen.

De Heere Jezus gebruikt de zorgeloze slaap om iets duidelijk te maken hoe God werkt.
Een boer die kán slapen, omdat hij weet: het graan groeit vanzelf. Ik kan er niets aan doen.

Ziet u het al voor u?
Misschien bent u zelf wel boerin geweest of bent u opgegroeid op een boerderij.
Ziet u het al voor u: een boer die geen zorgen maakt en daarom heerlijk kan slapen
en de volgende morgen wakker wordt en ziet:
het graan is weer een beetje hoger gegroeid.
Ik kan me voorstellen dat je als boer, die graan of mais verbouwt, af en toe ook wakker ligt.
Wakker ligt van de vraag of het koren wel groeit.
Omdat er een periode van droogte is, de regen is uitgebleven
en het koren wil maar niet groeien.
Of misschien ligt de boer wel wakker omdat er gerekend moet worden:
dan en dan is het de juiste tijd om te oogsten.
Zoveel moet het opbrengen.
Niet alleen zorgen kunnen je wakker houden.
Ook het werk dat niet af is kan je uit de slaap houden.
Daarom denk ik, dat er in het voorbeeld dat de Heere Jezus vertelt,
dat we er over na blijven denken en dan beseffen: maar wacht even,
zo vanzelfsprekend is het toch niet dat een boer kan slapen,
omdat het graan groeit, vanzelf groeit?
De boer weet niet hoe het groeit. Het is voor hem een geheim dat hij niet kan ontrafelen.
Is dat geheim, dat de boer niet kan ontrafelen, niet het werk van God, onze Schepper.
Is God er niet, de Schepper van hemel en aarde,
die ervoor zorgt dat het graan groeit?
Kan de boer niet zorgeloos slapen, omdat de boer weet: er is ook God die het alles laat groeien?
Ik kan er niets aan doen, maar God wel en Hij zal er voor zorgen, voor Zijn schepping.
De boer kan slapen, omdat in de tijd waarin hij rust van zijn werk,
God aan het werk is.
De Heere die niet sluimert noch slaapt, die voltooit wat Zijn hand begon.
Door Zijn hand groeit het en heeft de boer eten en een inkomen,
een bestaan, niet zorgeloos, maar wel vol vertrouwen omdat God werkt
en daarom kan hij zaaien, daarom kan hij werken, daarom kan hij slapen.

Met dit voorbeeld van de boer die niet wakker hoeft te liggen,
omdat hij erop mag vertrouwen dat de Heere, de schepper van hemel en aarde,
ervoor zorgt dat het graan groeien
– met dit voorbeeld wil de Heere Jezus uitleggen geven over het Koninkrijk van God.
Vanaf het eerste moment dat Hij begon met Zijn verkondiging,
sprak de Heere Jezus over het Koninkrijk van God.
Het Koninkrijk van God wil zeggen: de macht van God over heel de aarde,
die door iedereen erkend wordt.
Iedereen op aarde en alle machten die er zijn zullen God als hun koning, als hun heer erkennen.
Dat koninkrijk van God, zegt Jezus, is er nu al.
Nu Hij gekomen is.
Daarom is het van belang dat wij ons bekeren, dat wij weer naar God toe gaan.
Dat is vanaf het allereerste moment zijn verkondiging geweest: bekering is mogelijk,
maar het is ook nodig, want zonder God zijn we verloren.
En juist daarom kwam Jezus: om ons te redden van het verloren-zijn.
Toen de Heere Jezus kwam, als Zoon van God op deze aarde, is er iets ingrijpends veranderd.
De wereld is niet meer hetzelfde.
Aan de macht die tegen God ingaan, is een einde gekomen:
een einde aan de macht van de zonde, van de duivel, van de dood.

Ja, dat kunnen we wel zeggen, maar wat merken we daar nu van?
Is dat ook niet een van de redenen, dat we wakker kunnen liggen,
dat we weinig  merken dat de machten die tegen God ingegaan zijn,
nog zo actief zijn en uw leven of dat van degenen die u lief en dierbaar zijn, omver kunnen halen?
Het Koninkrijk is nabijgekomen, zei Jezus.
Maar als we het nieuws beluisteren over de onrust en spanning in het Midden-Oosten
of de zorgen die er zijn in uw eigen omgeving,
dan kan eerder het gebed zijn: Laat uw koninkrijk zichtbaar worden.
Heere, als u de macht hebt, doe er dan wat aan. Grijp dan in.
En als het niet gebeurt, kan de twijfel boven komen:
Doet God er wel wat aan?
Is Hij er wel?
Wil Hij het wel doen?
JA, zegt Jezus: het koninkrijk van God komt wel, doet wel ook al in het hier en nu zijn intrede.
Maar, zoals de groeikracht van het graan een geheim van God, zo is ook het Koninkrijk van God
een geheim van God.
Als mensen kunnen wij de vinger er niet op leggen en toch doet God het.
Zoals er bij het graan de scheppende kracht van God komt kijken,
zo is dat ook met het koninkrijk van God: het komt er,
omdat God herschept – alle dingen nieuw maakt.
Zoals je bij het graan of het mais soms lange tijd niets ziet en dan kan het opeens omhoog schieten,
zo kan het met het koninkrijk van God ook zijn.
Het kan lang duren voordat wij iets zien.
Maar dat wil nog niet zeggen, dat er niets gebeurt.
In de graankorrel die in de grond gestopt wordt, gebeurt ook het een en ander.
Onzichtbaar voor ons boven de grond, maar het gebeurt wel.
Er ontkiemt wel iets. Er groeit wel iets.
Naar boven en naar verloop van de tijd komt het boven de grond.
Maar het helpt niet als de boer, als hij niets ziet,
als hij gaat trekken aan het graan om het harder te laten groeien.
Het helpt de boer niet als hij de boel omploegt om te kijken hoe het met het graan verder moet.
Hij moet geduld hebben.
Wanneer je nog krachtig bent en veel kunt doen, kan slaap soms een belemmering zijn.
Natuurlijk, je hebt je slaap nodig om weer op kracht te komen,
maar het onderbreekt je wel in je werk.
Wanneer je je vermoeid voelt, geeft dat aan dat je niet zoveel kunt als je zou willen.
Je moet je grenzen accepteren, accepteren dat het niet kan.
Je moet je werk neerleggen, of dat nu in huis is of buiten in de schuur,
in de tuin of op het land, met de computer of met gereedschap of met een poetslap.
Je hebt je rust nodig.
Maar voor de Bijbel is rust vooral een zegen.
Niet alleen omdat je dan op adem komt, nieuwe krachten kunt opdoen,
maar omdat als wij rusten God werkt, de Heere bezig is.
Het staat er zo mooi in Psalm 127: Hij geeft het Zijn beminden in de slaap.
Wanneer we er ons niets van bewust zijn en er niets van merken.
Zo brengt de Heere Jezus het Koninkrijk van God dichter bij.
Terwijl wij slapen en nieuwe krachten opdoen,
terwijl wij liggen te woelen, omdat we het niet weten, aan het piekeren zijn,
is God om ons heen bezig om Zijn koninkrijk te brengen.
En met de komst van de Heere Jezus is het belangrijkste gebeurd.
Toen is het zaad gestrooid en door Gods kracht ontkiemd en komt het op.
Zo, zegt Jezus, is het Koninkrijk van God.
En Hij zegt het niet als een pure mededeling, maar als een uitnodiging
om ook bij dat Koninkrijk van God te horen
om ons erbij te voegen, te laten overhalen.
Zoals een moe kind kan slapen, omdat er iemand bij is,
zo zegt God: slaap maar, vertrouw je leven maar toe aan Mij.
Ik breng Mijn koninkrijk – al merk je er wellicht niets van.
Terwijl je slaapt en uitrust, gebeurt het en op een dag zul je het zien:
zien dat God de macht heeft over hemel en aarde
en dat door Christus dat Koninkrijk ook echt gekomen is.Amen