Een langdurige gehoorzaamheid in dezelfde richting

Een langdurige gehoorzaamheid in dezelfde richting

In 1962 kwam Eugene Peterson naar Bel Air, een stadje in Maryland (VS) met de opdracht vanuit de Presbyteriaanse kerk (PCUSA) om daar een gemeente te stichten. Peterson was opgegroeid in een kleine pentecostale gemeenschap, studeerde theologie en werd docent Bijbelse talen aan een seminarie. In 1962 begon hij met vrijwel niet meer dan zijn eigen woonhuis aan de opbouw van een gemeente in het suburbane Bel Air. Tot 1991 bleef hij de predikant van deze gemeente.

Hij zag het als zijn roeping om het evangelie te laten doordringen in de levens van de mannen en vrouwen van Bel Air. De enige ‘methode’ daarvoor is Schrift en gebed, een eenheid van biddend Bijbellezen en al Bijbellezend bidden. De mensen in Bel Air zijn echter – net als Peterson zelf – volbloed Amerikaan, gepokt en gemazeld door de Amerikaanse cultuur. Het is dus geen gemakkelijke taak om die Amerikanen en zichzelf te laten vormen door het evangelie van Jezus Christus. Amerikanen zijn gewend dat alles wat zij willen direct voor handen hebben. Ze leven in een instantmaatschappij.

Ook zichzelf moest hij laten vormen in dat proces van biddend Bijbellezen en al Bijbellezend bidden. Hij kwam erachter dat het ook voor zichzelf een langdurige weg is, omdat er gehoorzaamheid gevraagd wordt op die weg. Hij ontdekte dat het waar is, wat Friedrich Nietzsche al spottend over de gelovige zei: ‘Het is een langdurige gehoorzaamheid in dezelfde richting.’ Peterson schrijft onder die titel (A Obedience in the Same Direction) een boek over de weg van discipelschap. Deze weg beschrijft hij aan de hand van de Psalmen van de Opgang (Psalm 120-134) en laat aan de hand van deze psalmen zien, wat het betekent om in deze instantmaatschappij gevormd te worden door het evangelie.

Hij ontdekte dat voor die vorming door Schrift en gebed een Bijbelvertaling is die door de Amerikanen begrijpelijk is. In dit boek geeft hij die vertaling, die in 1991 op verzoek zal uitgroeien tot een heuse Bijbelvertaling: The Message.

Het kostte Peterson aanzienlijk moeite om zijn boek te laten publiceren. Pas de 17e uitgever durfde het aan om deze visie van discipelschap, gevormd door een leven van Schrift en gebed en die (daarom?) haaks staat op de Amerikaanse instantmaatschappij, uit te geven. Daarmee werd A Obedience  in the Same Direction het begin van een belangrijk en omvangrijk oeuvre in spiriutele theologie.

Dit boek is in het Nederlands vertaald onder de titel: Een zaak van lange adem. Discipelschap in een snelle maatschappij. Die titel is in om twee redenen niet gelukkig gekozen: een zaak van lange adem kan de suggestie wekken dat discipelschap een menselijke prestatie is. Daarnaast is de kritiek op de Amerikaanse cultuur niet dat het een snelle maatschappij is, maar een maatschappij van snelle oplossingen waarbij alles snel voor handen is. In deze cultuur is het moeilijk om te wachten. Verder is het de moeite waard om dit boek – alleen of met een kring – door te nemen.

Kinderen en psalmen

Kinderen en psalmen

Wanneer we kinderen kennis willen laten maken met de Bijbel, maken we vaak gebruik van de verhalen die de Bijbel heeft. Vaak worden de psalmen over het hoofd gezien.
Dat is jammer. Want het zijn juist de psalmen die voor kinderen heel herkenbaar kunnen zijn. In de beelden, die in een psalm gebruikt worden, kunnen ze hun eigen ervaring terugvinden. Ook in een kindernevendienst of tijdens een godsdienstles op de openbare basisschool zijn psalmen goed te gebruiken.

Waar zullen de kinderen aan denken als u het begin van Psalm 69:4 op het bord zet?
Uitgeput ben ik van het roepen,
mijn keel is schor geschreeuwd
‘Hij heeft zo lang geroepen, dat hij er moe van werd.’ ‘Misschien was het een kind.’ Ze gaan in hun eigen ervaringen en herinneringen na, of zij dit herkennen.
De juf: ‘Waarom zou hij dan geroepen hebben?’ Antwoord:‘Misschien omdat hij alleen thuis moest blijven?’ ‘Of omdat hij zijn moeder kwijtgeraakt is in de winkel?’ ‘Of hij is bij de dokter.’
Net zoals volwassenen praten kinderen niet graag over hun angsten. Een psalmregel kan hun helpen om de ervaring van angst onder woorden te brengen.
In de psalmen staan veel ervaringen die kinderen herkennen:
* ik ben alleen en ellendig. Mijn hart is vol van angst  (25:16-17)
* Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in (22:15-18)

Gebeden

 Het gesprek op God brengen hoeft niet gekunsteld, want dat doen de psalmen zelf. Neem een klassengesprek over Psalm 31. De juf schrijft: ik ben als gebroken aardewerk. Het krachtige beeld uit vers 13. De kinderen reageren:
‘Iemand denkt: ik ben niets meer waard.’
‘Die vaas is als een gebroken hart.’
De juf vraagt: ‘Als het aardewerk eens kon praten?’
Reacties:
‘Kan iemand mij maken?’
‘Ik kan niet meer gebruikt worden. Nu word ik weggegooid.’
De juf schrijft er een commentaar bij op het bord: Ze kijken op mij neer en draaien het hoofd om.
‘Een kind die is gevallen en iedereen staat er om heen te kijken.’
‘Het is niet fijn om zo aangestaard te worden.’
Daarna schrijft ze er nog iets bij: maar u kent mijn ellende. Op deze manier kunnen de kinderen leren, wat de Here doet in deze omstandigheden.

Gebeden en klacht
Wat doen deze psalmregels met kinderen? De angsten die zij herkennen, leren zij om in de hand van God  te leggen. Een kind leert, dat hij in zijn angsten niet aan zijn lot is overgelaten. Op deze manier kunnen de psalmen helpen om een taal aangeleerd te krijgen. Een taal, die ons leert om te vertrouwen op de Heere. Op deze manier leren de kinderen hun nood bij de Heere te brengen.
De nood zal niet direct opgelost zijn. Dat weten de psalmdichter ook. In de psalmen wordt daar vaak over geklaagd, dat de nood nog steeds aanhoudt. In onze cultuur heeft klagen een negatieve betekenis. In de psalmen niet. Daar is de klacht een vorm van verzet tegen de angst, tegen de wanhoop en tegelijkertijd een diep vertrouwen, dat alleen de Heere uitkomst kan bieden.
Het is van pastoraal belang dat kinderen ook de bijbelse klacht leren. Veel mensen lopen op latere leeftijd vast in het geloof, omdat zij alleen maar hebben geleerd om hun vertrouwen uit te spreken op God. Sommigen kunnen dan alleen nog door de klacht heen God vinden.
Het is – ook voor later – goed, dat kinderen leren dat die andere ervaring ook in de Bijbel aanwezig is: de ervaring van ondergaan.

Dankbaarheid
De psalmen kunnen kinderen ook helpen om hun dankbaarheid naar de Heere onder woorden te brengen. Omdat ook de dankbaarheid in duidelijke beelden wordt weergegeven. De Heere die voor regen zorgt (Psalm 104:10-13), die de bomen geplant heeft (104:16), die de dieren voedt (Psalm 147:7-9). De kinderen kunnen uitgedaagd worden om zelf een lied te maken met de beelden die in de psalmen voorkomen.
De Here wordt ook vaak gedankt voor de redding die de Here geeft. Zo bieden ook de psalmen na een bijzondere ervaring woorden om de Here te danken. De psalmen kunnen ons zo ook helpen, waarvoor wij kunnen danken.

Geloofsoverdracht
In materiaal voor kindernevendienst en in kinderbijbels komen vaak alleen bijbelverhalen aan bod. (Een van de uitzonderingen is de Startbijbel, waarin enkele psalmen zijn overgenomen). Andere soorten bijbelgedeelten komen nauwelijks aan bod. Ik denk hierbij aan de brieven uit het Nieuwe Testament, de psalmen, spreuken.
Psalmen kunnen behulpzaam zijn om het geloof aan kinderen over te dragen. Wanneer onze oudste dochter zelf een keuze mag maken voor een Bijbelgedeelte, kiest zij steevast voor Psalm 22. Vanwege de beelden die deze psalm bevat. Op dit moment maakt zij nog niet voor haar eigen leven de link met de beelden van deze psalm. Ze vindt het gewoon een mooie psalm.
Wanneer we kinderen laten kennismaken, heeft dat tot doel om hen verder op de weg van het geloof te helpen. Een kind gaat zijn eigen weg in het geloof. Het is goed om dat bij de voorbereiding en tijdens de kindernevendienst om dat te blijven beseffen. Een kind kan wel geholpen of uitgedaagd worden om verder te gaan.

Concreet taalgebruik
Kinderen denken vaak heel letterlijk. Wanneer zij een figuurlijk bedoelde uitdrukking horen, nemen zij deze vaak letterlijk. Ouders kunnen van deze denkwijze ook weer leren. Deze manier van denken is heel bruikbaar om de psalmen te gebruiken. In psalmen komen hele duidelijke beelden voor. Volwassenen hebben vaak de neiging om die concreetheid van de beelden te verwaarlozen.
Die concrete taal kan kinderen helpen. Bijvoorbeeld om ervaringen en emoties onder woorden te brengen. Kinderen leren een taal kennen en gebruiken waarin hun emoties worden verbonden met de Here. Een geloofstaal, die heel dicht bij hun eigen belevingswereld komt.

Verwoorden van emoties
Met emoties moet overigens zorgvuldig omgegaan worden. Zeker als het gaat om angst. Kinderen laten hun angst niet zien. Uit schaamte voor anderen. Of omdat ze zich kwetsbaar voelen. Net als volwassenen vinden kinderen het niet prettig om geconfronteerd te worden met hun angsten. Wanneer psalmen behandeld worden, leren de kinderen ook woorden die sterker zijn dan de angst.
In de psalmen komt veel angst voor. Vaak met hele duidelijke beelden, die voor kinderen herkenbaar zijn. Bijvoorbeeld omdat ze er wel eens over dromen: want honden hebben mij omringd (22:17), een vloed overstroomt mij (69:3), ik ben moe door mijn roepen, mijn keel is hees (69:4). Of omdat ze het wel eens hebben meegemaakt: een bende boosdoeners heeft mij omsingeld (22:17). Kinderen leren dat hun gevoelens niet vreemd zijn, omdat anderen die ook hebben.
De psalmen leren ook hoe kinderen hun angst bij de Here kunnen brengen. Veel moderne kinderliederen over vertrouwen op God wordt de angst niet onder woorden gebracht. Voor kinderen kan een lied als ‘k Stel mijn vertrouwen een mooi lied zijn. Maar veel kinderen zullen dit lied niet kunnen toepassen, als ze echt bang zijn. Daarvoor is het lied te weinig concreet. Soms bereiken liederen ook het tegenovergestelde effect. Onze zoon van 2 wordt telkens juist bang van het lied Je hoeft niet bang te zijn.

Verschillende vormen
In de psalmen wordt op verschillende manieren over God gesproken: Het loflied is het meest positieve spreken over God. In een loflied wordt de Heere gedankt voor Wie Hij is: barmhartig en genadig is de Heere. Er wordt bezongen welke grote daden Hij allemaal heeft gedaan: de schepping, bevrijding van vijanden. Men kan om verschillende reden een loflief aanheffen. Men ervaart Gods zorg daadwerkelijk en is Hem dankbaar. Het volk is net bevrijd. Het loflied kan het verlangen naar nieuwe daden van God verwoorden.
Een psalmdichter kan ook het vertrouwen verwoorden dat hij in God heeft. Dat kan ook met behulp van beelden: mijn erfdeel, mijn beker(16:5). Soms kan de dichter zichzelf of anderen ook oproepen om te schuilen bij de Heere.
In een psalm kan ook een smeekbede voorkomen. Een bepaalde nood wordt in een gebed verwoord: achtervolging, onterechte beschuldigingen, inval van vijandelijke legers.
Wanneer de bidder het gevoel krijgt, dat God niet hoort, veranderd de smeekbede in een klacht. Een klacht is een nog dringender appèl aan de Heere om in te grijpen. Bij een klacht staat de goedheid van God op het spel.
Dat de Here niet ingrijpt, heeft niet alleen met de verborgenheid van de Here te maken, maar kan ook aan de bidder of het land zelf liggen. In een schuldbelijdenis wordt het afdwalen verwoord.
Daarnaast kan de nood zo hoog zijn, dat de bidder niet anders kan doen dan roepen om het ingrijpen van God. In een wraakbede wordt gevraagd of God wil ingrijpen in een situatie van ongerechtigheid. In dit gebed klinkt de wanhoop en de woede door. Door deze te bidden, gaat men niet zelf aan de slag, maar ziet men af van daden. De Here zal rechtspreken.
Deze verschillende manieren, waarop een psalm in gesprek is met en over God,  kunnen helpen om kinderen voor hun eigen weg met de Heere.

Bewerking van oudere blogs, die enkele jaren geleden als artikel verschenen in HWConfessioneel. Deze bewerking is gepubliceerd in de Veluwse Kerkbode.

Voor wie meer wil lezen, kan terecht bij het mooie boek van Ingo Baldermann over kinderen en psalmen

Verwoording van ervaringen en gevoelens

Verwoording van ervaringen en gevoelens
Jongeren en Bijbel lezen (2)

Hoe kunnen jongeren gestimuleerd worden om de Bijbel te lezen? Daarvoor moeten zij met de Bijbel in aanraking komen op een manier die vooroordelen doorbreekt en negatieve ervaringen doet vergeten. Het is een uitdaging om een jongeren te laten zien, dat de Bijbel hen wel wat te zeggen kan hebben.  Een belangrijke verbinding tussen het leven van de jongeren en de tekst van de Bijbel loopt via de ervaring.

De meeste jongeren zullen deze verbinding niet uit zichzelf leggen. Mijn indruk als ik met jongeren lees in de Bijbel dat zij eigenlijk niet weten wat zij aan het doen zijn. Het komt mij over alsof zij in een vreemde wereld stappen en niet weten wat zij er van moeten denken. Dat betekent in mijn ogen dat jongeren ook geholpen moeten worden bij het lezen van de Bijbel. Door bijvoorbeeld te laten ervaren of te laten zien, dat de Bijbel een boek vol ervaringen is.
Die ervaringen worden vaak met behulp van beelden en metaforen uitgedrukt. Een mooi voorbeeld vind ik zelf Psalm 69. Deze psalm begint met:
Red mij, God, het water staat aan mijn lippen,
ik zink weg in bodemloos slijk
en vind geen grond voor mijn voeten,
ik ben in diep water geraakt,
de stroom sleurt mij mee.

Om ons de situatie in te denken, hoeven we niet veel verbeeldingskracht te hebben. We kunnen ons een situatie voorstellen. Elke jongere kan een voorbeeld vertellen van wanneer het water letterlijk aan de lippen staat of waarin iemand letterlijk geen grond onder de voeten heeft. Het is de moeite waard om dan erover door te praten wat iemand voelt en beleeft. Op basis van dit gesprek kan een stap verder gemaakt worden. De psalm verwoordt niet alleen een letterlijke ervaring. De ervaring kan ook figuurlijk zijn. Ik lees de beginregels van deze psalm vaak als mensen te horen hebben gekregen dat zij ziek zijn of te maken hebben met een andere ingrijpende ervaring. De ervaringen die beschreven worden zijn: bijna verdrinken, meegesleurd worden, geen grond meer onder de voeten. Deze ervaringen kunnen ook toegepast worden op situaties, waarbij er een ingrijpende gebeurtenis plaatsvindt en het gevoel is dat er op dit moment geen enkele zekerheid meer is.
De ervaringen die in de Bijbel verwoord zijn doorbreken ook bepaalde taboes. Een van de taboes is de ervaring van Gods afwezigheid of de ervaring dat God Zich tegen je gekeerd lijkt te hebben. Veel gelovigen zijn van mening dat zij deze ervaring niet mogen hebben. Mijn indruk is dat veel jongeren vanwege deze taboes stagneren op hun geloofsweg. De ervaringen die zij hebben mogen niet zo zijn. Er zijn verschillende psalmen die zich afvragen waarom de Here zich afzijdig houdt:
ik ben als een gesneuvelde in een massagraf,
aan wie u niet langer denkt, losgerukt uit uw hand
. (Psalm 88:6)

Jongeren bevinden zich vaak in een periode van heftige emoties en gevoelens en zullen deze verwoorde emoties op zijn minst aan kunnen voelen. Wellicht herkennen zij deze gevoelens, omdat zij deze ook hebben. Psalm 88 gaat overigens nog verder: U hebt mij onder in de kuil gelegd, in het duister van de diepte  (vers 7). Psalm 88 is een van de heftigste psalmen, omdat deze psalm een van de weinige is die niet afsluit met de dank. Juist daarom is deze psalm geschikt voor veel jongeren. Zeker voor degenen die te maken hebben met depressiviteit of met teleurstellingen. Het mooie van deze psalm is dat niet alleen ervaringen en gevoelens verwoord worden, maar dat deze gevoelens en ervaringen uitgesproken worden naar God toe. Deze psalm daagt ons uit om onze negatieve gevoelens en ervaringen naar God toe uit te spreken. Ook onze teleurstelling over de weg die God met ons gaat of de klacht dat wij niets van Hem ervaren. Het uitspreken van de klacht naar God toe kan een weg zijn om Hem weer te vinden in tijden waarin Hij afwezig is. Psalmen kunnen ons helpen om woorden te vinden voor wat er in ons omgaat en kunnen ons helpen om dit naar God uit te spreken.
Niet alleen in de psalmen is de Bijbel een boek waarin ervaringen en gevoelens verwoord worden. Ook in de verhalen, de profetische teksten, de brieven, de evangeliën worden ervaringen en gevoelens verwoord. Daarvoor is het soms wel nodig om inzicht te hebben in het soort teksten.

ds. M.J. Schuurman

Kinderen en psalmen (3): de praktijk

Enige tijd geleden heb ik een pleidooi gevoerd om niet alleen bijbelverhalen te gebruiken tijdens de kindernevendienst, maar ook andere bijbelgedeelten zoals de Psalmen. Zo’n oproep kan natuurlijk niet zonder praktische aanwijzingen. Ik geef hieronder enkele suggesties. Ik hoop, dat deze suggesties bruikbaar zijn. Ik hoop dat deze suggesties en werkvormen ook bruikbaar zijn voor andere gedeelten uit de bijbel (brieven uit het Nieuwe Testament, Spreuken, profeten, e.d.).

Psalmen kunnen tijdens de kindernevendienst op verschillende manieren gebruikt worden. (1) Om kindernevendienst een kerkdienst op kinderviveau te maken. Psalmen kunnen dan het vierende of liturgische element versterken. Als de kindernevendienst meer op een (catechese)les lijkt, kunnen de psalmen gebruikt worden als (2) doel of kern van de les of (3) als stap in een les. Het is handig om van tevoren te bedenken op welke manier een (gedeelte uit een) psalm gebruikt gaat worden.

Voorbereiding
Psalmen hebben vaak hele concrete beelden, waar volwassenen over heen lezen. Deze concrete beelden maken de psalmen bij uitstek geschikt om kinderen de taal van het geloof aan te leren. Bij de voorbereiding moeten de beelden zo letterlijk mogelijk genomen worden: burcht, een vloed die je overstroomt, omringd door honden. In Psalm 116 wordt het beeld gebruikt, dat de Here Zijn oor neigt. Kinderen herkennen dit beeld: een volwassene die zich met zijn oor voorover buigt. Dit concrete beeld drukt niet alleen de bereidheid om te luisteren uit, maar ook het dichtbij willen zijn.
Psalmen bevatten vaak verschillende vormen van bidden: lofprijzing, uiting van vertrouwen, smeekbede, klacht, schuldbelijdenis, wraakbeden. Deze variatie kan kinderen helpen om te zien welke variatie aan spreken over en spreken met God mogelijk is.
In psalmen wordt ook vaak een weg afgelegd: van vertrouwen naar klacht of van lofprijzing tot smeekbede. Tijdens de kindernevendienst kan een enkel element uit de psalm worden opgepikt, maar kan ook de gang van de psalm worden gevolgd.

De psalm helpt een stapje verder
Wanneer er een bijbelverhaal centraal staat, kan een psalm helpen om bepaalde gevoelens in het verhaal duidelijk te maken. In veel evangelieverhalen wordt vaak ook verwezen naar psalmen. Op die manier kunnen psalmen gebruikt worden om ervaringen, die in een bijbelgedeelte zitten, dichterbij de kinderen te brengen. Want psalmen reiken door de concreetheid van beelden een taal aan om emoties te beschrijven: vreugde, angst, vertrouwen, verlatenheid, woede. Omdat psalmen tegelijkertijd ook gebeden zijn, kunnen psalmen helpen om deze emoties ook bij de Here te brengen. Psalmen zijn dus geloofstaal, die emoties onder woorden brengen. Het aanreiken van woorden is zeker voor kinderen heel belangrijk, omdat ze vaak niet in staat zijn om hun gevoelens onder woorden te brengen.

Soorten kennis
Bij het kiezen van werkvormen is het goed om te weten, wat je als leiding wilt bereiken. Soms kan het doel zijn, dat kinderen bepaalde teksten uit het hoofd leren. Door een tekst op een apart bord te schrijven en af en toe woorden bedekken, kunnen kinderen op een speelse manier de tekst leren.
Kennis alleen is niet genoeg. Kennis wordt beter onthouden als deze begrepen wordt. Kennis functioneert nog beter als deze kan worden toegepast in nieuwe situaties. Daarnaast is het verstandig om de aan te leren kennis aansluit, bij wat kinderen weten, beleven, of ervaren. Een werkvorm kan dus het doel hebben om aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen. Of juist tot doel hebben dat kinderen een bepaalde ervaring op doen.
De kennis kan worden aangereikt. Er zijn aanbiedende werkvormen. Kennis wordt beter onthouden als kinderen zelf een ontdekking (exploratie) doen. Explorerende werkvormen kunnen daarbij helpen. Andere werkvormen kunnen kinderen juist helpen bij het verwerken van de aangereikte kennis, vaardigheden of ervaringen.

Werkvormen
Een bekende werkvorm is het gesprek. Er wordt bijvoorbeeld een regel op het bord gezet. Kinderen kunnen daarop reageren. Hoe lang zo’n gesprek duurt, hangt af van de fase waarin een les zich bevindt. Het gesprek kan gestuurd worden door af en toe een nieuwe regel in te brengen.
Psalmen roepen op tot verbeelding. Juist vanwege de concreetheid aan beelden. Kinderen kunnen die verbeelding uiten door een tekening. Of door uit te spelen of uit te beelden wat er in zo’n psalmregel staat. Het is zelfs mogelijk om door het lokaal een route aan te leggen, die de psalm ook aflegt. Bijvoorbeeld van vertrouwen via klacht naar lofprijzing. De groep gaat deze weg ook en staat ondertussen bij bepaalde fasen uitgebreid stil.
Wanneer de gang van een psalm gevolgd wordt, kan er een kort verhaal verteld worden bij een bepaalde regel. Dat kan een alledaagse, herkenbare gebeurtenis zijn, maar ook een bijbelverhaal.
Op een beamer kan een schilderij geprojecteerd worden. Op internet zijn vaak kwalitatief goede beelden te verkrijgen. O.a. via: www.uni-leipzig.de/ru en dan doorklikken op Gemäldesammlung (directe link: http://www.uni-leipzig.de/ru/themen.htm). Door kinderen aandachtig te laten kijken, kan de leiding hen ook leren aandachtig te kijken naar een psalm. Op die manier kunnen kinderen ook leren mediteren over een bijbelgedeelte.
Een psalm kan goed gezongen worden. Er zijn verschillende berijmingen tegenwoordig: Oude Berijming, Nieuwe Berijming, Psalmen voor Nu, sommige opwekkingsliederen. In het Dienstboek staan ook psalmen, die onberijmd gezongen kunnen worden. Kinderen kunnen hierbij tegenover elkaar staan en om beurten elkaar een gedeelte uit de psalm toezingen.
De leiding kan kinderen stimuleren om bepaalde beelden of regels met eigen woorden of beelden onder woorden te brengen.
Bij alle werkvormen gaat het erom, dat de kinderen een geloofstaal geleerd krijgen, die hen met de Here in contact brengt. Dat de kinderen leren hun dagelijks leven, dat hun ervaringen en verhalen te verbinden met de Here.
 
ds. M.J. Schuurman

Een enigszins ingekorte versie wordt gepubliceerd in HW-Confessioneel

Psalmen en kinderen (2)

Kinderen en psalmen (2)

In materiaal voor kindernevendienst en in kinderbijbels komen vaak alleen bijbelverhalen aan bod. Andere soorten bijbelgedeelten komen nauwelijks aan bod. Ik denk hierbij aan de brieven uit het Nieuwe Testament, de psalmen, spreuken. In deze bijdrage wil ik nadenken op welke manier kinderen in contact gebracht kunnen worden met de psalmen. De psalmen kunnen behulpzaam zijn om het geloof aan kinderen over te dragen.

Wanneer we kinderen laten kennismaken, heeft dat tot doel om hen verder op de weg van het geloof te helpen. Een kind gaat zijn eigen weg in het geloof. Het is goed om dat bij de voorbereiding en tijdens de kindernevendienst om dat te blijven beseffen. Een kind kan wel geholpen of uitgedaagd worden om verder te gaan.
Onze dochter van 5 denkt nog heel letterlijk. Wanneer zij een figuurlijk bedoelde uitdrukking hoort, reageert zij altijd. Als ouder pik je deze denkwijze ook weer op. Deze manier van denken is heel bruikbaar om de psalmen te gebruiken. In psalmen komen hele duidelijke beelden voor. Volwassenen hebben vaak de neiging om die concreetheid van de beelden te verwaarlozen.
Die concrete taal kan kinderen helpen. Bijvoorbeeld om ervaringen en emoties onder woorden te brengen.Kinderen leren een taal kennen en gebruiken waarin hun emoties worden verbonden met de Here. Een geloofstaal, die heel dicht bij hun eigen belevingswereld komt.
Met emoties moet overigens zorgvuldig omgegaan worden.Zeker als het gaat om angst. Kinderen laten hun angst niet zien. Uit schaamte voor anderen. Of omdat ze zich kwetsbaar voelen. Net als volwassenen vinden kinderen het niet prettig om geconfronteerd te worden met hun angsten. Wanneer psalmen behandeld worden, leren de kinderen ook woorden die sterker zijn dan de angst.
In de psalmen komt veel angst voor. Vaak met hele duidelijke beelden, die voor kinderen herkenbaar zijn. Bijvoorbeeld omdat ze er wel eens over dromen: want honden hebben mij omringd (22:17), een vloed overstroomt mij (69:3), ik ben moe door mijn roepen, mijn keel is hees (69:4). Of omdat ze het wel eens hebben meegemaakt: een bende boosdoeners heeft mij omsingeld (22:17). Kinderen leren dat hun gevoelens niet vreemd zijn, omdat anderen die ook hebben.
De psalmen leren ook hoe kinderen hun angst bij de Here kunnen brengen. Veel moderne kinderliederen over vertrouwen op God wordt de angst niet onder woorden gebracht. Voor kinderen kan een lied als ‘k Stel mijn vertrouwen een mooi lied zijn. Maar veel kinderen zullen dit lied niet kunnen toepassen, als ze echt bang zijn. Daarvoor is het lied te weinig concreet. Soms bereiken liederen ook het tegenovergestelde effect. Onze zoon van 2 wordt telkens juist bang van het lied Je hoeft niet bang te zijn.
In de psalmen wordt op verschillende manieren over God gesproken: Het loflied is het meest positieve spreken over God. In een loflied wordt de Here gedankt voor Wie Hij is: barmhartig en genadig is de Here. Er wordt bezongen welke grote daden Hij allemaal heeft gedaan: de schepping, bevrijding van vijanden. Men kan om verschillende reden een loflief aanheffen. Men ervaart Gods zorg daadwerkelijk en is Hem dankbaar. Het volk is net bevrijd. Het loflied kan het verlangen naar nieuwe daden van God verwoorden.
Een psalmdichter kan ook het vertrouwen verwoorden dat hij in God heeft. Dat kan ook met behulp van beelden: mijn erfdeel, mijn beker(16:5). Soms kan de dichter zichzelf of anderen ook oproepen om te schuilen bij de Here.
In een psalm kan ook een smeekbede voorkomen. Een bepaalde nood wordt in een gebed verwoord: achtervolging, onterechte beschuldigingen, inval van vijandelijke legers.
Wanneer de bidder het gevoel krijgt, dat God niet hoort, veranderd de smeekbede in een klacht. Een klacht is een nog dringerder appèl aan de Here om in te grijpen. Bij een klacht staat de goedheid van God op het spel.
Dat de Here niet ingrijpt, heeft niet alleen met de verborgenheid van de Here te maken, maar kan ook aan de bidder of het land zelf liggen. In een schuldbelijdenis wordt het afdwalen verwoord.
Daarnaast kan de nood zo hoog zijn, dat de bidder niet anders kan doen dan roepen om het ingrijpen van God. In een wraakbede wordt gevraagd of God wil ingrijpen in een situatie van ongerechtigheid. In dit gebed klinkt de wanhoop en de woede door. Door deze te bidden, gaat men niet zelf aan de slag, maar ziet men af van daden. De Here zal rechtspreken.
Deze verschillende manieren van spreken over God kunnen helpen om kinderen in contact te brengen met de psalmen.

ds. M.J. Schuurman

Depressie als menselijke en bijbelse ervaring

Depressie als menselijke en bijbelse ervaring

Wie zelf geen depressie heeft meegemaakt, kan nauwelijks beseffen wat voor pijn een depressie oplevert. De Finse theoloog Timo Veijola heeft er wel weet van gehad. Hij overleed zelfs aan een depressie.

Op het terrein van het Oude Testament was Veijola een prominente wetenschapper. Zijn dood zorgde voor een schok. Na zijn dood werd een bundel met artikelen uitgegeven. Daarom stond ook een artikel over depressie als menselijke en bijbelse ervaring. Dat artikel is dus geschreven vanuit eigen ervaring.

(1) Diepe depressie: vertwijfeling zonder hoop
Voor buitenstaanders is het niet gemakkelijk om de pijn van een depressie aan te voelen. Wat er in een depressie gebeurt, is nauwelijks onder woorden te brengen. Volgens de Finse psychiater Kalle Achté is een depressie een van de heftigste vormen van lijden, die een mens kan ondergaan. Depressie is een vorm van onverbiddelijke maar reële angst, die in het normale leven niet voor komt, aldus William James.
Het duivelse karakter van een depressie is onder andere, dat de dimensie van de tijd buiten werking wordt gesteld. Depressie is een donkere tunnel, waar men in komt. En men heeft geen enkel benul of men hier weer uit komt. Het is een totale vertwijfeling. En de duur van deze wanhoop is onbekend.

(2) Niet iedereen wordt gezond: de tragedie van Saul
Veel boeken over depressiviteit voor patiënten of betrokkenen hebben een optimistische insteek: iedereen met een depressie wordt vroeg of laat weer gezond. Dit optimisme is echter een leugen, die met behulp van statistiek kan worden ontkracht. Mensen met een depressie kunnen voor goed arbeidsongeschikt raken. De bijbel is in dat opzicht veel reëler dan moderne boeken over depressies. De kwestie van Saul is daar een aangrijpend voorbeeld van.
Saul was in de eerste koning van Israël. In eerste instantie was hij door God uitgekozen. Na zijn verkiezing valt hij echter in ongenade. Vanaf dat moment is hij de regie kwijt. Zijn leven verwordt tot een levenslange strijd tegen de depressie en de nieuwe uitverkorene van de Here.
Hoe het zover komt, is ook voor de bijbelschrijvers een raadsel. Zij beschrijven Sauls depressie als een ‘boze geest’, die door de Here zelf is gestuurd. Volgens Veijola is het van belang om te zien, dat niet een kwade demon of een kwade macht als Satan de veroorzaker is van de depressie, maar de Here.
In eerste instantie lijkt muziektherapie te helpen. Deze therapie komt echter tot een einde als Saul achterdochtig wordt ten opzichte van zijn therapeut David. Jaloezie, angst en haat tegenover anderen zijn gevoelens die volgens Kalle Achté kenmerkend zijn voor een depressie. Deze gevoelens zijn uitdrukking van een niet sterk ontwikkelde zelfwaardering. Andere kenmerken van een depressie zijn volgens hem een in-zichzelf-gekeerdheid, het zichzelf isoleren van anderen. Dat laatste is ook op een dramatische manier te zien bij Saul, die openlijk in conflict komt met zijn kinderen Jonathan en Michal. Zij kiezen partij voor David.
In zijn paranoïde egocentrisme verliest Saul zijn taak uit het oog: de strijd tegen de Filistijnen. Als Saul uiteindelijk is omsingeld door de Filistijnen kiest hij voor een voor depressiviteit kenmerkende oplossing: hij verlangt van zijn wapendrager hulp om te sterven. Als deze dat weigert, doodt hij zichzelf met een zwaard.
De Bijbel geeft geen waardeoordeel over de manier waarop Saul aan zijn einde komt. Dat doet de Bijbel ook niet bij de weinige andere zelfmoorden die in de Bijbel voorkomen, zoals de dood van Abimelech (Richteren 9:52-54), Achitofel (2 Samuël 17:23) of Judas. De zonde van Judas was het uitleveren van zijn Meester. De Bijbel staat hiermee in schril contrast met de Griekse cultuur, die de zelfmoord verheerlijkt. Het harde oordeel over zelfmoord berust daarentegen ook niet op de Bijbel.

(3) Profetisch leven in een depressie: Elia, Jona en Jeremia
Een depressie komt niet alleen door een mislukking. Een depressie kan ook door een succes komen. De profeet Elia is daar een voorbeeld van. Na zijn glanzende overwinning op de Baälsprofeten (1 Koningen 18: waarbij het trouwens de vraag is of het een plan van de Here is of Elia’s eigen idee), zinkt hij in een depressie. Zijn eigenwaarde is weg en het verlangen naar de dood komt op (1 Koningen 19:4). Een depressief mens wil de boze wereld door middel van een slaap verlaten.
Het pastoraat van de Here is echter opvallend: Elia moet opstaan, eten en verder gaan. Daarmee is zijn depressie nog niet voorbij. Hij zit nog in de illusie gevangen, dat hij de enige is, die overgebleven is. Hij wordt door de Here weer aan het werk gezet. Werken is vaak de beste manier tegen een depressie. Hoewel werk door iemand met een depressie als ontzaglijk zwaar wordt ervaren.
Jona is een profeet die middenin in zijn succes depressief wordt: als de Ninevieten op zijn oproep ook daadwerkelijk tot inkeer komen. Tegenover het verlangen om te sterven wordt de barmhartigheid van God geplaatst. Jona moet leren, dat Gods heil niet alleen om hem draait.
Ook Jeremia komt vaak terecht in een zelfmedelijden. Bij hem komt een verlangen op, dat ook bij andere depressieve mensen op kan komen: het verlangen naar de baarmoeder (Jeremia 20:17-18). Jeremia lijdt vanwege zijn roeping zijn hele leven lang aan depressies. Door de depressies uit hij gevoelens van wraak ten opzichte van de Here.
Gods troost voor Jeremia is streng. Hij accepteert Jeremia’s wraakgevoelens niet en roept hem op tot inkeer. Jeremia 15:19: Dit zegt de HEER: Als je bij mij terugkeert en ik je aanneem, zul je mij weer dienen. Als je waardige woorden spreekt, niets onwaardigs, zul je weer mijn zegsman zijn. Soms moet Jeremia tijdenlang wachten op een openbaring (Jeremia 42:7), maar als de Here spreekt wordt Jeremia weer gelukkig (15:16).

(4) Hoop temidden van de hopeloosheid: Het boek Job
Wie in een depressie terechtkomt, krijgt te maken met een leegheid die heel het leven doortrekt. Ook het geloof wordt erdoor getroffen. ‘Een depressieve mens is een botte en een zwaarmoedige atheïst’, schrijft Kristeva. Job scheert wat dat betreft langs de rand van het atheïsme. God verloochenen doet hij echter niet. Ook al roept zijn vrouw hem hier wel toe op (2:9). Job brengt zijn nood en angst voor God.
Job is in zijn depressie niet alleen. Hij wordt bijgestaan door zijn vrienden. Maar net als hedendaagse artsen kunnen zij ten diepste niet aanvoelen wat er met Job gebeurt. De troost van Jobs vrienden is niet alleen volgens Job verkeerd, ook volgens de Here zelf. God spreekt uiteindelijk zelf (hoofdstuk 38-42). Deze hoofdstukken zijn ook van pastoraal belang, omdat Job een breder perspectief wordt geboden dan zijn eigen leven. Zo wordt Job uit zijn op-zichzelf-gerichtheid gehaald.
Job is ook op een andere manier van belang. Job erkent in schuld. De schuld van zijn depressie ligt niet bij zijn ouders. Het boek Job heeft op de Russische schrijver Dostojewski diepe indruk gemaakt. Volgens hem is vergeving de enige manier om uit een narcistische melancholie te komen.

(5) Het zielenlandschap van de depressie: de psalmen
In het moderne psalmenonderzoek is nauwelijks aandacht voor het thema depressie. Toch komt dit thema in de psalmen geregeld voor.
Zo kan Psalm 88 de titel hebben: Gebed van een depressief persoon. Deze psalm is een klaaglied van een enkeling. De dichter van deze psalm heeft de ervaring dat hij als dood is.
Helmut Tacke, een Duitse predikant en opleider van predikanten en zelf ook ervaringsdeskundige als het om depressiviteit gaat, heeft gewezen op de pastorale kracht van de klaagpsalmen. Bij Psalm 88 tekent hij aan: de psalmdichter is helemaal afgesneden van het leven, van al het goede. Hij bevindt zich als het ware in het dodenrijk. Aan de beelden, die in Psalm 88 gebruikt worden, is dat ook te zien: dodenrijk, graf, afgrond, land der vergetelheid. Net als veel depressieve mensen heeft ook hij het gevoel in de afgrond te vallen.
Psalm 88 brengt deze ervaringen in verband met God. De dichter is niet alleen door God verlaten. Zo voelen veel depressieve mensen zich. God is zijn vijand geworden. De toorn van God drukt zwaar op hem. Eindigt deze psalm in het duister? Volgens Luther niet. Bij Psalm 6:6 (een andere depressieve tekst) geeft het hij commentaar: ‘Want degene die aan U denkt en U dus belijdt ten overstaan van anderen, is nog niet gestorven.’ Zelfs bij de poorten van het dodenrijk klampt deze dichter zich vast aan zijn God. En deze psalm is in zijn harde bewoordingen juist voor veel depressieve mensen de eeuwen door tot troost geweest.
Ook het opleven uit een depressie komt in de psalmen voor: Psalm 30. Deze psalm is het spiegelbeeld van Psalm 88. In deze psalm wordt bezongen hoe iemand uit het dodenrijk weer opstaat. De dimensie van de tijd is weer hersteld. Duurde in Psalm 88 de toorn van God levenslang, in psalm 30 blijkt het slechts om een ogenblik te gaan.

Kun je na een depressie weer beter worden. Volgens ervaringsdeskundige Helmut Tacke zien psychiaters niet, dat iemand na een depressie sterker kan zijn. De depressie hoeft ook niet herinnerd te worden. Als een verkeerd zelfbeeld met behulp van de wetenschap door anderen en door God geaccepteerd te zijn, is het ‘neerdalen in het rijk van de dood’ (zoals Psalm 30 beschrijft) een keerpunt in het leven.

De reformatorische theologie heeft weet van de mens die in zichzelf gekeerd is (homo in se incurvatus; het begrip stamt van Luther). Alleen door de genade van God kan deze mens weer opgericht worden. Dat gebeurt, wanneer iemand helemaal vastloopt en zichzelf niet meer kan redden. Dat is niet het einde. Het einde is het verlossende woord van Jezus Christus, die voor alle in zichzelf gekeerde mensen gestorven is. Om hen weer het leven te geven. Het leven in verbondenheid met God.

ds. M.J. Schuurman

(samenvatting van een artikel van Timo Veijola)

Epiloog
Wie in de Bijbel op zoek gaat naar de ervaring van depressiviteit, heeft nauwelijks hulp van handboeken. Toch kent de Bijbel deze ervaring wel degelijk. Dat is te zien aan bekende schrijvers, die hun ervaring met depressie hebben opgeschreven.
* Willam Styron, Darkness Visible. A Memoir of Madness heeft als motto: Wat ik vreesde, komt nu over me, wat mij angst aanjoeg, heeft me getroffenIk vind geen vrede, vind geen kalmte, mijn rust is weg – onrust bevangt mij. (Job 3:25-26)
* Andrew Solomon, The Noonday Demon. An Atlas of Depression gebruikt Psalm 91:6: het verderf, dat op den middag verwoest. Net als Johannes Cassianus duidt hij dit verderf als de demon van de melancholie (het ouderwetse woord voor depressie).
* Julia Kristeva gebruikt in haar boek Soleil noir: dépression et mélancholie (1987) Psalm 42:6: Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.Aanbevolen literatuur:
HELMUT TACKE, “Zur Interpretation der Klage in den alttestamentlichen Psalmen, in: IDEM, Mit dem Müden zur rechten Zeit reden. Beiträge zur bibelorientierten Seelsorge (Neukirchen-Vluyn, 1989) 223-241.
RUDOLF BOHREN, In der Tiefe der Zisterne. Erfarhungen mit der Schwermut (1990, verkrijgbaar bij www.hartmutspenner.de ) Bohren schreef dit boek, nadat zijn eerste vrouw was overleden aan een depressie.
CHRISTIAN SCRIVER, Vom Kreutz der gläubigen Seelen (1704). 

Samenvatting van: TIMO VEIJOLA, ‘Depression als menschliche und biblische Erfahrung’, in: IDEM, Offenbarung und Anfechtung. Hermeneutisch-theologische Studien zum Alten Testament. Biblisch-Theologische Studien 89 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 2007) 158-190. Dit artikel gaat terug op twee lezingen van Veijola: ‘De depressie als bijbelse en persoonlijke ervaring’ en ‘De geografie van de depressie’. Door de uitgevers Walter Dietrich en Marko Marttila zijn deze lezingen tot een geheel gemaakt.

Levenslijn – aan de hand van Psalm 22

Stemming

Dankzegging
U hebt mij geantwoord

 Uiting van vertrouwen
Van de moederschoot af bent U mijn God

 —–LEVENSLIJN—— 0 ———————————–NU —–Toekomst

 Smeekbede
Heer, houd u niet ver van mij…

Klacht
Mijn kracht is droog als een potscherf

Opdracht: Teken de lijn van je leven met behulp van deze bijbelteksten. Stel jezelf de volgende vragen: Wanneer was God er wel? Wanneer was Hij er niet? Wat verwacht je voor de toekomst? Is Hij er dan bij? Of niet? Bespreek dit samen met je buurman / buurvrouw.