Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

In 2003 werd in Duitsland het Jaar van de Bijbel gehouden. Ter gelegenheid daarvan schreef de nieuwtestamenticus Gerd Theißen een
bijbeldidactiek. Ik herlees dit boek, omdat ik begonnen ben aan een project met alternatieve invalshoeken voor het proces van het voorbereiden van de preek.

Gerd Theißen (ook wel geschreven als Gerd Theissen) was voordat hij hoogleraar Nieuwe Testament werd docent aan een middelbare school. Hij gaf Duits en godsdienst. Zowel als docent aan een middelbare school als hoogleraar Nieuwe Testament stimuleert hij anderen de Bijbel te lezen en te bestuderen. Dat is ook wat bijbeldidactiek moet doen: werven voor het lezen en bestuderen van de Bijbel.

home_2015
(bron: http://www.bijbelingewonetaal.nl)

Tegen de stroom in
Theißen beseft dat hij tegen de stroom in moet roeien. Het lezen in de Bijbel is niet meer populair. In ieder geval niet in de vrijzinnig-progressieve stroming van de kerk, waarin hij thuis hoort. Daarnaast heeft hij ook de tijd niet mee. Kan in een seculier tijdperk nog wel een pleidooi voor het lezen en bestuderen van de Bijbel gehouden worden.

gerd theissen
Gerd Theißen (bron: SCM Press)

De Bijbel heeft het imago ook niet mee. Voor jongeren is de Bijbel een boek voor volwassenen of voor ouderen. Als de jongeren het lezen van de Bijbel niet mee krijgen, zullen ze dat ook op school niet meekrijgen. Godsdienstdocenten staan vaak nog kritischer ten opzichte van de Bijbel dan de jongeren zelf. De Bijbel is bovendien een boek uit een heel andere tijd. Waarom dan in deze tijd de Bijbel lezen en bestuderen?

636240795271128496-1921481598_25376-reading_bible-1200

Vitaliteit
Een bijbeldidactiek moet op deze kritiek een weerwoord hebben, vindt Theißen. Die is in zijn ogen ook te geven: Het lezen en bestuderen van de Bijbel is altijd een kenmerk van vitaliteit van het protestantisme geweest. Dat de Bijbel niet meer geopend wordt, is in zijn ogen een teken dat het niet best met het protestantisme gesteld is.

Postseculier
Daarnaast is het tekort door de bocht om onze tijd seculier te noemen. We leven eerder in een postseculier tijdperk, waarin gelovigen, die tot verschillende godsdiensten te rekenen zijn, en ongelovigen in één samenleving leven. Deze samenleving is ook nog eens mede gevormd door de Bijbel. Alleen al vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan de Bijbel niet gesloten blijven. Anders begrijpt men de eigen cultuur niet meer. Daarnaast spreekt de Bijbel ook vandaag de dag nog mensen aan, zowel gelovig als niet-gelovig, zowel christelijk als niet-christelijk.

Religieuze vragen
En al is de Bijbel een oud boek, de Bijbel heeft wel iets extra’s: de Bijbel zet mensen aan tot nadenken en reflectie, daagt mensen uit om contact te zoeken met God. Ook in deze postseculiere tijd worden religieuze vragen gesteld. Daarom is het nog maar de vraag of jongeren echt zo negatief over de Bijbel zijn, of dat het negatieve oordeel een gevolg van onkunde is.

De Bijbel is er ook voor andersgelovigen en niet-gelovigen
De Bijbel behoort niet alleen toe aan christenen. Ook Joden en moslims hebben (een deel van) de Bijbel. Ook hindoes en boeddhisten lezen in de Bijbel. Ook ongelovigen lezen in de Bijbel. Dat past ook wel bij de Bijbel. De canon van de Bijbel is – zeker wat het Oude Testament betreft –  gevormd met het oog op buitenstaanders (Ezra 7; de brief aan Aristeas). Het Nieuwe Testament is dan wel ontstaan voor intern gebruik, maar het Vroege Christendom was missionair ingesteld. Het lezen van de Bijbel door andersgelovigen of ongelovigen past bij de Bijbel.

Open bijbeldidactiek
Theißen wil daarom met een
open bijbeldidactiek komen: een bijbeldidactiek die zich niet alleen richt op christenen, maar ook andersgelovigen en niet-gelovigen uitdaagt om de Bijbel te lezen en te bestuderen. De Bijbel is niet alleen onderdeel van de religieuze vorming en ontwikkeling, maar zelfs onderdeel van de algemene vorming en ontwikkeling.

Er zijn naar zijn idee 3 manieren van gebruik van de Bijbel, waarin de drieslag van de praktische theologie zoals Dietrich Rössler die voorstaat zichtbaar wordt: kerkelijk, persoonlijk en publiek.

  • De Bijbel als belijdenisboek – de Bijbel is een boek van de kerk, een zichtbaar symbool dat het mogelijk is om in contact te komen met God.
  • De Bijbel als boek om te mediteren – de Bijbel voor persoonlijk gebruik.
  • De Bijbel als boek van algemene vorming en ontwikkeling – de Bijbel als publiek boek. 

N.a.v. Gerd Theißen, Zur Bibel motivieren. Aufgaben, Inhalte und Methoden einer offenen Bibeldidaktik (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 2003) 12-26.

Ik heb al eerder over Gerd Theißen geblogd hier en hier. Zie voor bijvoorbeeld voor een vertaling van dit eerste hoofdstuk: hier.

Advertenties

Alternatieve homiletiek

Alternatieve homiletiek

In de afgelopen jaren ben ik heel wat benaderingen tegengekomen waarvan ik dacht: als ik deze benadering nu eens inzet in het preekproces, kan het mij heel veel opleveren. Hierbij een alternatieve homiletiek.

Deze alternatieve homiletiek is bedoeld als aanvulling op (en niet als vervanging van) het gebruikelijke proces van preekvoorbereiding. Voor mijzelf is de uitwerking hiervan een project waaraan ik tussen de bedrijven door mee bezig ben. In ieder geval in mijn reflectie. En misschien ook wel op papier

Opzet van elk hoofdstuk:
Wie – wat – uiteenzetting – toegepast op de preek – werkvormen – literatuursuggesties

I. Uitzoeken van de Bijbeltekst

1. De Bijbel elementair

2. Curriculum; einddoelen

3. Competentiegericht

4. Waar de kerk van leeft: zekerheid – gemeenschap – leer – sacrament (Christian Möller)

5. De geloofsbelijdenis als gids voor het persoonlijke leven (M. Craig Barnes)

II. Ontsluiten van de tekst

1. Biblioloog & bibliodrama

2. Lectio divina

3. Existentiële bijbeldidactiek (Ingo Baldermann)

4. Laaggeletterdheid

5. Kinder- en jongerentheologie

6. Meisjes en jongens als exegeten

7. Contextuele benadering

III. Boodschap van de preek

1. Elementarisering (Friedrich Schweitzer)

2. Basismotieven in de Bijbel (Gerd Theißen)

3. Motiverende gespreksvoering (Miller & Rollnick)

IV. Prediker

1. De basishouding van Carl Rogers

2. Communicatietheorie van Schulz von Thun

3. Transactionele analyse

4. Geloofwaardig leiderschap (Joke van Saane)

5. Minor poet (M. Craig Barnes)

6. Mystagoog (Henk van der Meulen; Paul M. Zulehner)

V. Hoorder en context

1. De ideale gemeente (bestaat niet) – Eugene Peterson / Reiner Knieling

2. Journalistieke benadering


3. Gevoeligheid voor de sociale milieus (Heinzpeter Hempelmann ea)

4. Dialogisch zelf (Hubert Hermans)

5. Levensloop: preken voor kinderen, jongeren, volwassenen, 50+, ouderen.

6. Pastoraat aan mannen

7. Kerk op het dorp

VI. Preek

1. Theo-poëzie

2. Leren van schrijvers, schilders, fotografen, filmmakers enz

3. De kunst afkijken van Bach en andere musici

4. Het kerklied als levensbegeleider (Michael Heymel)

5. Creative writing

6. Preek als kleinkunst; als song(tekst)

7. Marketing

8. Voetbal & kerk (Christian Möller, Michael Herbst, Thorsten Kapperer)

VII. Eredienst

1. Homiletische presentie

2. Enscenering; toneel


3. Performatieve godsdienstpedagogiek; kerk(ruimte)pedagogiek

4. Het gezangboek (Rainer Braun)


Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

De prediking binnen de Afro-Amerikaanse kerken hebben een uniek karakter. Dat stelt Frank A. Thomas in zijn Introduction to the Practice of African American Preaching. Tegelijkertijd komt deze cultuur steeds verder van de realiteit van alledag af te staan.

Thomas is zelf Afro-Amerikaan en Nettie Sweeney and Hugh Th. Miller hoogleraar Homiletiek aan de Christian Theological Seminary te Indianapolis (Indiana) en rector van de aan dezelfde universiteit verbonden Academy of Preaching and Celebration. Hij is een warm pleitbezorger van de Afro-Amerikaanse prediking. Hij doet dat door onder andere preken uit de afgelopen eeuwen te publiceren en nu ook met deze introductie.

51yynlrbv6l-_sx331_bo1204203200_

Mondeling
Het unieke van deze preektraditie is onder andere het mondelinge karakter. Dat maakt het onderzoek al ingewikkeld: de meeste preken zijn niet op papier gezet en de preken die wel zijn gepubliceerd zijn vaak gelegenheidsgeschriften bij een jubileum van een kerk. Lange tijd is de de Afro-Amerikaanse preektraditie onzichtbaar geweest voor de bredere Amerikaanse samenleving en ook voor de homiletiek. In de vroegste fase werd de Afro-Amerikaanse preektraditie alleen bestudeerd door onderzoekers die zich met de Afro-Amerikaanse gemeenschap bezighielden, zoals cultureel antropologen en etnologen. De retorische kracht van preken werd pas zichtbaar in de tijd van de burgerrechtenbeweging uit de vijftiger en zestiger jaren van de twintigste eeuw. Onder andere door de preken en toespraken van Martin Luther King en andere betrokken Afro-Amerikaanse predikanten.

Gestudeerd
De Afro-Amerikaanse preektraditie dateert al uit de 18e eeuw, toen de Afrikanen naar Amerika werden gebracht om daar als slaven op de plantages de dienen. In de eerste tijd hielden zij vast aan hun godsdienstige tradities, die zij uit Afrika meebrachten. Ze deden dat vaak in het verborgen en ‘s nachts. In de 19e eeuw worden veel Afro-Amerikanen christen, door onder andere opwekkingsbewegingen binnen deze gemeenschap. In het noorden, waar de slavernij was afgeschaft, konden Afro-Amerikanen een opleiding volgen en studeren.en waren er ook gemeenten, vooral van Methodische snit, waarin blank en zwart gelijkwaardig lid waren. Hier kwam de intellectuele manier van preken op: Afro-Amerikaanse predikanten die aan een universiteit of een seminarie hadden gestudeerd. Hun preken hadden dezelfde geleerde, rationalistische inslag als de preken van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag. Met deze preekstijl wilden de Afro-Amerikaanse predikers laten zien dat zij intellectueel niet onder deden.

58348
(Gardner C. Taylor (1918-2015), “the dean of the nation’s black preachers”,
van wie een preek wordt besproken als voorbeeld van Afro-Amerikaanse prediking. Bron foto: een in memoriam in Christianity Today)

Whooping
In het zuiden, waar de slavernij pas na de Amerikaanse Burgeroorlog werd afgeschaft, bleef de segregatie een veel grotere rol spelen: als Afro-Amerikanen christen werden, kregen ze hun eigen kerken. De voorgangers waren vaak lekepredikers, die het preken hadden geleerd door dat bij andere voorgangers af te kijken en die na te doen. Deze volkse preekstijl was eenvoudiger en emotioneel geladen. Deze predikanten maakten gebruik van whooping: een emotioneel appèl op de gemeente door zangerig te preken of zelfs te zingen en daarbij de gemeente om een antwoord te vragen. Ondanks hun gebrek aan opleiding waren deze predikers heuse dichters, die gebruik maakten van de kracht van de taal.

Retorica
Wat de Afro-Amerikaanse preken bijzonder maakt ten opzichte van de dominante preekstijl van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag, was dat voor Afro-Amerikanen retorica niet verdacht was. De preek is geen theoretische uiteenzetting. De boodschap moet immers worden overdragen en dat kan niet zonder een emotioneel appèl op de gemeente.

Profaan
Bijzonder is de Afro-Amerikaanse preektraditie ook doordat er geen groot verschil is tussen de preek in een kerkdienst en verkondiging in het alledaagse leven. Vrouwen die in de kerkdienst niet mochten preken, konden dat wel doen binnen hun gezin of bij bijeenkomsten van de gemeenschap buiten de kerkdienst om. Wie de Afro-Amerikaanse preektraditie wil bestuderen, dient daarom ook breder te kijken dan preek tijdens de kerkdienst. Ook kent deze gemeenschap geen sterk onderscheid tussen heilig en profaan.

Jay-Z
Om dit te illustreren geeft Thomas een homiletische reflectie op de rapper Jay-Z. De song ‘Meet the Parents’ start met een begrafenis van een 15jarige jongen. Deze jongen is doodgeschoten, naar later blijkt door zijn eigen vader die zijn zoon na de geboorte verliet.

Predikanten kunnen veel van Jay-Z leren, aldus Thomas. Jay-Z wil met zijn songs maximaal effect sorteren. Predikanten mogen bij hun preken dat meer bedenken. Daarnaast wil Jay-Z authentiek zijn en contact houden met waar hij vandaan komt. Van rappers die door succes zich anders gaan kleden en gedragen, moet hij niets hebben. Jay-Z deinst er niet voor terug om moeilijke thema’s zoals geweld binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap en de verbroken gezinnen aan de orde te stellen. De details van de songs laten merken dat hij weet waarover hij het heeft. Predikanten doen er goed aan om niet alleen geestelijke thema’s aan de orde te stellen, maar ook wat er leeft in de maatschappij. Daarbij is het wel een vereiste dat zij weten waar ze het over hebben en zich daarover desnoods laten informeren.

Distantie
Thomas is onder de indruk van de geschiedenis van de prediking binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Hij maakt zich wel zorgen over de toekomst. Hij signaleert dat veel Afro-Amerikaanse kerken hun tieners niet kunnen vasthouden, omdat zij bepaalde thema’s uit de weg gaan. Bovendien zijn veel Afro-Amerikaanse kerken conservatief in hun opvattingen en thematiseren ze niet de tweederangspositie van de Afro-Amerikanen binnen de samenleving, het geweld tegen Afro-Amerikanen en het geweld binnen deze gemeenschap.

#BlackLivesMatter
Doordat de huidige beweging, die opkomt voor de rechten en de plek van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, zoals #BlackLivesMatter, ook opkomt voor de rechten van de LBTQ-gemeenschap, distantiëren veel kerken zich van deze beweging. Bij de burgerrechtenbeweging uit de jaren’50 en -’60 waren de kerken meer betrokken. Ook toen ging het om een minderheid van de kerken en de predikanten. De angst van Thomas is dat de Afro-Amerikaanse kerken door hun afwijzende houding en het uit de weg gaan van deze maatschappelijke thema’s de band met hun jongeren kwijtraakt en de kerken irrelevant worden voor de opgroeiende Afro-Amerikanen.

Zie ook de websitie en het YouTubekanaal van Frank A. Thomas. Deze recensie verscheen ook op 28 februari in het Friesch Dagblad.

N.a.v. Frank A. Thomas, Introduction to the Practice of African American Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2016)

Mijn ervaringen met Lectio Continua

Mijn ervaringen met Lectio Continua

Sinds enige tijd lezen wij als gezin aan tafel de Bijbel in Gewone Taal vanaf het begin tot het einde. Alleen de hoofdstukken over de oud-Israëlitische wetten en de lijsten met namen hebben we overgeslagen. We komen bekende verhalen tegen. Maar ook onbekende verhalen, waardoor we tegen elkaar zeggen: ‘Hé, dit verhaal ken ik niet! Heb jij dit verhaal wel eens gehoord?’

Als predikant volg ik met de preken die ik houd ook graag Bijbelgedeelten op de voet. In vaktermen heet dat: lectio continua, doorgaande lezing. In de afgelopen jaren heb ik zo series gehouden over de Efezebrief, 1 Samuël, over Lukas, over de Psalmen. Bij de serie over Lukas volgde ik het evangelie niet strikt, maar sprong af en toe vooruit en achteruit.

De lectio continua heeft voor mij een aantal pluspunten:

  • Door langere tijd met een Bijbelboek bezig te zijn, leer ik dat Bijbelboek beter kennen: de opbouw, de theologische accenten, de eigenheid, de sociale en historische achtergrond.
  • Het geeft mij ook een bepaalde focus, die mij helpt in de preekvoorbereiding.
  • Door een Bijbelboek op de voet komen ook Bijbelgedeelten in de prediking aan de orde, die ik anders zou overslaan. Ik heb mij daardoor moeten verdiepen in de verhalen over de vlucht van David voor Saul, in de relatie tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen en de wederzijdse onderdanigheid in Efeze 5. Ik heb ontdekt dat de betekenis van zulke teksten bij intensieve lezing vaak anders is dan ik op het eerste gezicht dacht.
  • Door in de prediking een Bijbelboek te volgen, leert de gemeente dat een Bijbelboek beter tot zijn recht komt, als het als geheel wordt gelezen. Vaak is de neiging om allerlei perikopen los uit de context te lezen, om de evangeliën te harmoniseren of om de brieven te lezen zonder de achtergrond te verdisconteren.
  • In de eredienst komen niet steeds de bekende Bijbelgedeelten aan de orde. De gemeenteleden, die zelf thuis niet in de Bijbel lezen, leren de variatie van de Bijbel kennen.
  • Ik hoef op maandag niet te bedenken welk Bijbelgedeelte ik komende zondag aan de orde stel, want ik volg het Bijbelboek op de voet. In het kerkblad kan ik al bij de kerkdiensten opgeven welk Bijbelgedeelte aan de orde komt, zodat gemeenteleden zich kunnen voorbereiden op de dienst.
  • Bij een serie is het gemakkelijker om materiaal voor de preekvoorbereiding aan te schaffen of te kopiëren. Ik bestel enkele commentaren (waarbij ik mij goed inlees via recensies welke commentaren ik het beste kan aanschaffen) of rijd naar de Theologische Universiteit Kampen om exegetisch materiaal te kopiëren of te lenen.


Ondertussen heb ik ook ontdekt dat lectio continua ook nadelen heeft:

  • De afbakening is vaak lastig: waar begin je een serie mee een waar eindig je een serie mee? Het aantal zondagen waarop ik in eigen gemeente ingeroosterd ben, brengt mee dat een lectio continua vaak niet vol te houden is. Er moeten keuzes gemaakt worden om bepaalde gedeelten over te slaan. (Roland J. Allen noemt dit in het New Interpreter’s Handbook of Preaching: ‘lectio selecta’.)
    Om deze reden heb ik een serie over Jeremia uiteindelijk laten schieten, omdat het me niet lukte een goede keuze te maken uit de 52 hoofdstukken.
  • Het is voor mij een uitdaging om de bijzondere diensten (feestdagen, doop en avondmaal) op te nemen in het leesrooster van de lectio continua, maar het lukt niet altijd. Daarnaast doorbreken themadiensten ook het ritme van de lectio continua.
  • Lectio continua kan ook het effect hebben dat preken over een bepaalde tijd dezelfde accenten krijgen, omdat die accenten dominant zijn in het desbetreffende Bijbelboek. Ooit las ik het boek Openbaring door, maar haakte met de lectio continua af vanwege de heftigheid van de beelden.


Voor mij houdt dit in dat lectio continua een goede voorbereiding vraagt. Ruim van tevoren lees ik mij in op het Bijbelboek door inleidingen of kernachtige artikelen over de opbouw of de theologie van een Bijbelboek. Dan weet ik wat ik kan verwachten qua exegese en thematiek. Als ik helder heb wat de rode draad van een Bijbelgedeelte is, plan ik de hoofdstukken in.

Lectio continua betekent niet dat de preek elke keer hetzelfde is opgebouwd. Ik breng bewust variatie in: de ene keer begin ik bij de Bijbeltekst, de andere keer begin ik de preek met iets uit onze eigen tijd. De ene keer volg ik in de preek de tekst vers voor vers. De andere keer licht ik er één tekst uit.

Lectio continua heeft voor mij iets principieels: de Bijbel is als Gods woord de basis voor onze preek. Een themapreek als kan af en toe als variatie, maar het primaat ligt – zeker voor de morgendienst – bij een preek over een Bijbelgedeelte.
Daarnaast vind ik het boeiend om als predikant de rijkdom en variatie van de Schrift te laten zien en daag ik de gemeente graag uit om bezig te zijn met de tekst van de Bijbel. In mij opleiding heb ik veel met Bijbelwetenschappen gedaan. Op deze manier kan ik gemakkelijk iets van de vreugde die het bestuderen van de Bijbel meebrengt overbrengen.

Matthijs Schuurman
Predikant van de Hervormde Gemeente Oldebroek

Geschreven voor Preekwijzer

Preken in beelden – deel 1

Preken in beelden – deel 1

De preekvoorbereiding levert een ‘mooie rotzooi’ op: informatie uit de exegese, overwegingen uit de Bijbelse en systematische theologie, gedachten over wat er in de gemeente en in de maatschappij leeft. Hoe kan een predikant van die ‘mooie rotzooi’ een goed opgebouwd, verantwoord en artistiek uitdagende preek maken?

Het verzamelen van informatie kan hard werken zijn, maar kan wel volgens een methodisch gestructureerde werkwijze. Doordat de opbouw en de uitwerking van de preek een beroep doet op de creatieve kant van de predikant kan hij tijdens deze fase van de preekvoorbereiding veel minder methodisch werken.

Er zijn wel pogingen gedaan in de homiletische discussie om hier wat structuur en methodische werkwijze aan te bieden. Er wordt voorgesteld om voor de opbouw en uitwerking een boodschap (theme sentence, focus) en een doel (goal statement, function) te verwoorden.

beeld of scène
Volgens Peter Jonker, predikant van de LaGrave Avenue Christian Reformed Church, prikkelen deze opgestelde boodschap en  doel zelden de creativiteit, die een predikant nodig heeft bij de opbouw en uitwerking van de preek. Een predikant wordt zelden zelf geïnspireerd door zijn geformuleerde boodschap en doel. In zijn boek Preaching in Pictures stelt hij daarom voor om naast de boodschap en het doel ook een evocatief beeld of een evocatieve  scène te bedenken, die bepalend is in de preek. Dit beeld of deze scène prikkelt een predikant om aan zijn preek te werken.
In zijn boek Preaching in Pictures wil hij enkele handvatten aanreiken, waardoor de predikant tijdens het proces van preekvoorbereiding methodisch en gestructureerd kan werken gedurende de creatieve fase.

 

preaching-in-pictures
Script van de preek: de 4 pagina’s
Jonker werkt met de 4 pagina’s van de preek, zoals die door Paul Scott Wilson zijn geformuleerd. Deze 4 pagina’s bevatten het script van de preek, zoals een film ook een script bevat. Aan de hand van dit script dient de predikant de preek voor zich te zien als een film die voor zijn ogen afspeelt. De eerste pagina verbeeldt de trouble (nood, zonde, gemis) in de Schrift. Op de tweede pagina wordt verbeeld hoe die trouble overeenkomt met trouble in onze eigen tijd. Tijdens deze twee eerste pagina’s wordt het menselijk handelen (of zo nodig tekortschieten) verbeeldt. Op de laatste twee pagina’s is de aandacht voor wat God doet. Allereerst Gods handelen in het Bijbelgedeelte (pagina 3) en vervolgens analoog daaraan Gods handelen in het heden (pagina 4). Deze pagina’s vormen gelijk de opbouw van de preek, waarbij de predikant zonodig kan variëren met de volgorde van de pagina’s.

Om de predikant te helpen geconcentreerd te blijven tijdens de preekvoorbereiding en de uitwerking van de preek geeft Wilson een focus:

  • Eén tekst (Text)
  • Eén boodschap van de preek (Theme Sentence)
  • Eén dogmatische locus (Doctrine)
  • Eén zorg of vraag in de gemeente (Need)
  • Eén beeld dat in de preek op alle pagina’s kan terugkomen (Image)
  • Eén concrete aanwijzing voor het handelen (Mission)

    Met als ezelsbruggetje: The Tiny Dog Now Is Mine.


Een bepalend beeld of een bepalende scène kan op alle pagina’s terugkomen.

In de leer bij poëten
De predikant is niet de enige die op een creatieve manier met beelden en verbeelding werkt. Schrijvers en dichters werken vaak heel nauwkeurig met beelden en verbeelding. Een predikant kan veel van hen leren als het gaat om de creatieve verwerking van beelden in een tekst. Ook schrijvers en dichters verzamelen een ‘mooie rotzooi’ voordat zij aan het daadwerkelijke schrijven gaan. Dat verzamelen van de informatie is een wezenlijk onderdeel van het schrijfproces.

Waar begint een dichter? Het is een reis, zoals dichter Robert Frost verwoordde, van  verrukking naar wijsheid. Hij begint allereerst bij de observatie. Vaak van alledaagse voorwerpen of gebeurtenissen. Zij observeren die gebeurtenissen of voorwerpen tot zij er een diepere betekenis in zien. Nauwkeurig bestuderen en analyseren zij die gebeurtenis of voorwerp, totdat ze meegenomen worden in een soort verrukking waardoor het hen opvalt wat dat voorwerp of die gebeurtenis aan diepere waarheid wil laten zien. Daarbij waken zij zich ervoor, dat ze abstract gaan formuleren. ‘Go in fear of abstractions’, gaf Ezra Pound als regel mee.

De predikant kan hiervan leren, dat hij steeds blijft bedenken dat abstracte theologische begrippen concreet, beeldend en met oog voor detail verwoord moeten worden.

In de leer bij beeldend kunstenaars
Schrijvers en dichters zijn niet de enige kunstenaars die met beelden werken. Vandaag de dag zijn er grote meesters van het creatieve, evocerende beeld actief in de wereld van reclame, mode en de film. Voor een predikant zijn deze meesters van het creatieve beeld misschien ongebruikelijke compagnons. Toch is het zinvol om hun werkwijze nauwkeurig te observeren:
(1) Het kan helpen om door te krijgen hoe kijkers met beelden gemanipuleerd kunnen worden.
(2) Het kan helpen om te bedenken hoe de predikant beelden die op consumptie gericht zijn kan tegenspreken met aantrekkelijke beelden.

De theoloog James K.A. Smith ging bijvoorbeeld na hoe reclamemakers werken. Zijn stelling is: De kerk is bezig om de nieuwe generatie een bepaald wereldbeeld aan te leren door leerstellige waarheden over te dragen en raakt daarbij het hoofd, terwijl de rest die de jongeren wil overhalen door middel van beelden hun harten te veroveren. Een voorbeeld dat hij daarbij geeft is de lingeriereclame van Victoria’s Secret, die 12jarigen aan de lingerie wil hebben.

Voorheen wierf de reclame door voor te houden dat het leven werd verbeterd als er een bepaald product werd aangeschaft. Tegenwoordig zijn alle producten zo goed als aangeschaft en suggereren de reclamemakers in de reclame een nieuw leven of een nieuwe wereld. In de reclame wordt aangestuurd op identificatie. Omdat voor elkaar te krijgen creëren reclamemakers in de reclame beelden en verhalen die aan een bepaald merk gekoppeld worden. In de reclame gaat het beeld aan het verhaal vooraf en roepen die beelden reeds impliciet een verhaal op.
In de preek vertellen predikanten vaak eerst de uitleg en geven daarna een illustratie. Peter Jonker daagt uit om de volgorde om te draaien:

  • Mits ze niet teveel voor de hand liggen, doen verhalen een beroep op de verbeelding.
  • Uitleg vooraf stuurt reeds de verbeelding.
  • Wanneer het affectieve vooraf gaat aan het cognitieve wordt het beter onthouden.


Een goed beeld of een goede scène dient wel in een geloofwaardig kader te worden geplaatst.

Hoe kan een bepalend beeld worden gevonden?
Een methode om een bepalend beeld te vinden is de methode van de lectio divina:
(1) Voorbereiding: stil worden, stilte opzoeken.
(2) Aandachtig lezen van een korte perikoop.
(3) Meditatie van die perikoop.
(4) Contemplatie van die perikoop.

Een andere methode is de werkwijze van dichters overnemen. Linda Gregg geeft haar leerlingen de opdracht om 6 dingen elke dag nauwkeurig te observeren. Toegepast op de preekvoorbereiding: schrijf alle voorwerpen of gebeurtenissen in een verhaal op en analyseer deze voorwerpen of gebeurtenissen over verschillende dagen nauwkeurig. Liefst in het echt, maar als dat niet kan via de verbeelding.
Werkwijze:
(1) Beschrijf op welke manier dit beeld of deze scène je zintuigen raakt.
(2) Beschrijf op welke manier het beeld of deze scène zich presenteert aan de gevoelens en emoties.
(3) Beschrijf op welke manier je met je verstand nadenkt en reflecteert op dat beeld of op die scène. Hoe denk je over wat je registreerde met je zintuigen? Hoe denk je over wat je voelde met je gevoelens en emoties?

Verbeeld een luisteraar
Daarnaast is het goed om het Bijbelgedeelte, de voorwerpen en de scènes vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Neem in je gedachten een van de kerkgangers en verbeeld hoe die reageert met zijn of haar zintuigen, emoties en gevoelens en verstand op de beelden en de scènes. Kies daarbij niet direct voor de hand liggende kerkgangers.

Een mooi voorbeeld hiervan is het boek Psalm 23 van Tim Ladwig, waarbij hij de regels van de Psalm verbeeldt aan de hand van ervaringen van enkele kinderen uit een Afro-Amerikaans gezin uit een voorstad in de VS.

Een ander mooi voorbeeld is een vrouw die in de dankdienst voor haar leven Psalm 16 wilde. De echtgenoot van deze vrouw was predikant. De man overleed jong en zij bleef achter met 3 jonge kinderen. Zij hertrouwde nooit, maar koos voor de opvoeding van de 3 kinderen. Dat kost niet veel moeite om dat te verbeelden: Een alleenstaande moeder, krap bij kas, die elke minuut van haar leven besteedde aan werk of aan de opvoeding van de kinderen, ligt alleen in het tweepersoonsbed. Ze kan niet slapen, maar ligt wakker en ze denkt aan de regels uit Psalm 16: De meetsnoeren zijn voor mij in lieflijke plaatsen gevallen (vers 6); Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven, zelfs ’s nachts onderwijzen mij mijn nieren (vers 7).

[Het laatste hoofdstuk gaat over beamergebruik in de eredienst. Dat is een ander chapiter en dat zal in een aparte blog aan de orde worden gesteld.]

N.a.v. Peter Jonker, Preaching in Pictures. Using Images That Connect. The Artistry of Preaching Series 3 (Nashville: Abingdon Press, 2015).

Separerende prediking

Separerende prediking

Vanuit de zorg dat binnen de gereformeerde gezindte de separerende prediking dreigt te verdwijnen, heeft ds. A. Moerkerken een boekje uitgegeven waarin hij het belang van de separerende prediking benadrukt.

Separerende prediking gaat ervan uit dat er in de kerkelijke gemeente twee soorten mensen zijn: degenen die bekeerd zijn en degenen die onbekeerd zijn. Separerende prediking is prediking die rekening houdt met deze tweedeling in de gemeente. Degenen die tot Gods volk behoren, de bekeerden, worden in de preek onderwezen, gesticht en vermaand. Degenen die nog onbekeerd zijn worden ontdekt aan hun doodse leven zonder God, worden gewaarschuwd en genodigd.

Staat en stand
In de gemeente is er dus een tweedeling tussen bekeerden en onbekeerden. De bekeerden zijn de levend en de onbekeerden zijn de dood. Dit is het onderscheid naar staat. Binnen de beide groepen, staten, zijn er verschillende onderverdelingen en nuanceringen mogelijk. Dat zijn de standen.

In separerende prediking verdedigt ds. Moerkerken de prediking en de leer van de Gereformeerde Gemeenten. Tussen de regels door is te merken dat er op zowel de prediking en de leer geregeld kritiek geleverd wordt. Daarom geeft ds. Moerkerken in het eerste deel een kort overzicht van de preekvoorbereiding. Daarmee geeft hij inzicht aan degenen die geïnteresseerd zijn of kritisch zijn. Tegelijk geeft hij collega’s tips met betrekking tot de voorbereiding en de opbouw van de preek. In het tweede deel wil hij de separerende verdediging vanuit de Schrift, de belijdenisgeschriften en de kerkgeschiedenis verdedigen.

Uitwerking
Over separerend preken wordt in het homiletische debat nauwelijks meer nagedacht. Daarom is het van belang de waarschuwende stem op te merken. Alleen de manier waarop hij de separerende prediking uitwerkt ben ik niet gelukkig.

Allereerst is het meer een pamflet dan een onderbouwde studie, meer een noodkreet dan een boek waarin je kunt vinden hoe een separerende preek wordt voorbereid en gehouden. Helemaal helder is het niet tegen wie hij zich richt. Karikaturen over de separerende prediking en over de prediking in de Gereformeerde Gemeenten wil hij weerleggen, maar houdt karikaturen over andere kerken levend. Wanneer hij bij zijn ‘echte punt’ komt, schakelt hij over op tale Kanaäns en verwijst hij door naar een boekje van prof. Wisse.

Hoe
Moerkerken baseert zijn boekje naast aanwijzingen uit de Nadere Reformatie ook op homileten als T. Hoekstra en K. Dijk. Hij laat hen uitgebreid aan het woord, terwijl hij op andere plaatsen in het boek de manier van preken in deze kerken bekritiseerd. Hoekstra en Dijk zijn de meest recente homileten die in dit boekje aan de orde komen. Moerkerken heeft de ontwikkelingen in de afgelopen halve eeuw niet verwerkt. Ik bedoel dat niet als verwijt, maar als gemiste kans. Want aan de ene kant zullen die ontwikkelingen er toe hebben bijgedragen dat de separerende prediking geen aandacht meer kreeg. Aan de andere kant kunnen die ontwikkelingen helpen om het hoe van de separerende prediking uit te werken:

Aandacht voor de hoorder
* Neem de aandacht voor de hoorder, die er vanaf de jaren’-60 is. De preek is niet gericht op mensen die in een dogmatische categorie zijn in te delen, maar op mensen van vlees en bloed. Dat wil niet zeggen dat een onderverdeling in standen onzinnig is. Bij het lezen van dit boekje bedacht ik dat zo’n onderverdeling in standen in de missionaire doordenking wel eens heel zinnig zou kunnen zijn. Waar het mij om gaat is dat in de preekvoorbereiding en het voordragen van de preek de predikant is gericht op de mensen, zoals die voor hem zitten en zijn preek aanhoren en verwerken.

De prediker als persoon
* Er is aandacht gekomen voor de prediker als persoon. De predikant is de eerste hoorder. Elke separerende preek heeft de prediker eerst op zichzelf toegepast. Slaat de prediker deze stap te snel over dan stelt de prediker zich boven de gemeente en wordt hij hoogmoedig. Alsof hij zonder enige zonde is. Wanneer de predikant zich echt laat aanspreken door Gods woord wordt de preek en de predikant authentieker.

Dynamischere preekvorm
* Er is aandacht gekomen voor  een andere preekvorm die veel dynamischer is. Veel gemeenteleden leven in een tijd waarin er veel geschakeld moet worden en waarin voorspelbaarheid al snel als saai wordt ervaren. In de New Homiletic zijn er dynamischer modellen gekomen, waarbij de gemeente meegenomen kan worden op een reis. Wie wil onderscheiden naar standen, zou zijn licht eens kunnen opsteken bij verschillende aanhangers van de New Homiletic.

Gevoeligheid voor taal
* Er is gevoeligheid gekomen voor taal. Woorden kunnen onbewust uitsluiten. Typeringen kunnen onbewust beschadigen. Woorden en uitdrukkingen dienen wel begrepen te worden. Separerende prediking zal vaak scherp zijn. Dat vraagt om een zorgvuldige analyse in de preekvoorbereiding of de gebruikte woorden en beelden wel door de beugel kunnen. Wat ik nogal eens terughoor, is dat preken niet begrepen worden of als heel scherp ervaren werden zonder dat er concrete aanleiding toe was.

Recht in de ogen
* Een predikant is niet alleen prediker, maar ook pastor. Wat de predikant in de preek aangeeft, moet hij in een gesprek één-op-één kunnen volhouden. De predikant dient de aangesprokene, de gewaarschuwde na afloop recht in de ogen te kunnen kijken, waarbij hij de ander blijft zien als een mens voor Gods aangezicht.
De praktijk van preken dient ook vanuit de pastorale gesprekken gevoerd te worden, waarbij de predikant oog en oor krijgt voor de verschillende nuances waarmee mensen hun verhaal, hun worstelingen en hun ‘standen’ vertellen.

Onderscheid der geesten
* Om separerend te kunnen preken is het van groot belang om onderscheid te kunnen maken tussen de geesten. In de preek gaat het niet om mijn waarheid, om mijn theologie, om mijn kerkvorm.  Steeds dient onderscheid gemaakt te worden mijn waarheid, mijn theologie, mijn uitleg en mijn kerkvorm weleens behoorlijk van de Bijbel kunnen afvallen. Kritiek vraagt dan niet allereerst om zelfverdediging, maar om zelfonderzoek.
Daarnaast is het van groot belang om geestelijk leven scherp te onderscheiden van psychische processen. Mijn ervaring is dat veel mensen deze thematieken nogal eens verwisselen. Ze vertellen over hun geestelijke ervaringen, terwijl het meer iets psychisch is. Dat psychische werkt dan wel door in de relatie met de HEERE, maar het is zaak om niet te snel met geestelijke verklaringen te komen.

Oecumene
* In de laatste decennia is er veel contact tussen de kerken onderling. De polemiek tussen kerken heeft steeds meer plaatsgemaakt voor het gesprek, een gesprek van hart tot hart voor Gods aangezicht. Daarbij komt naar voren dat de tegenstellingen vaak niet zo scherp zijn als men op basis van de leer zou vermoeden. In een preek mag een prediker niet meer zelf conclusies trekken uit de theologische visie van een ander. Want die ander kan wel eens een heel andere uitwerking geven dan verwacht. Concreet toegepast: waarschuwing tegen verbondsprediking of evangelicalisering kan alleen als men echt op de hoogte is van wat er zich in die kringen afspeelt. Kritiek op basis van vooroordelen mogen in de gemeente van Christus niet gehandhaafd blijven. (Zie de ontkenning op p. 81 waarbij Moerkerken van bepaalde Christus-prediking ontkent dat het Christus-prediking kan zijn. En ook p. 86 in zijn kritiek op Woelderink.)

Dialoog
* In de laatste decennia is er ook oog voor het gesprek met de gemeente. Hoewel de democratisering daar vaak de achterliggende gedachte is, is dit gesprek nog niet verkeerd. Want de ambten zijn dienstbaar aan de gemeente. In de Lutherse traditie is het ambt van Woord en sacrament aan de gehele gemeente opgedragen. Dit gesprek is niet bedoeld als eenrichtingsverkeer naar de predikant toe, waarbij de predikant wordt bekritiseerd of wordt voorgeschreven hoe hij dient te preken. Het is een gesprek waarbij de predikant kan luisteren hoe de gemeente leeft bij het Woord en meedenkt hoe dat Woord ingang in de gemeente vindt. Deze dialoog in de voorbereiding helpt de dialoog van de predikant tijdens de verkondiging.

Vooroordeel
Kan Moerkerken het volhouden dat er in andere kerken niet separerend wordt gepreekt? En zo ja, waar baseert hij dat dan op? Zelf kan ik nauwelijks de prediking van mijn directe collega’s bij houden. Laat staan dat ik kan volgen hoe er in andere kerken wordt gepreekt. In de kerk waar ik vandaan kom, de Christelijke Gereformeerde Kerken, werd er net zoals in het boekje van Moerkerken gestreefd naar een Schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Hoewel er van 3 verbonden uitgegaan, werd er wel degelijk gesepareerd. Het lijkt mij stug dat binnen de hervormd-gereformeerde kring, die meer verbondsmatig dachten over de gemeente, de waarschuwende prediking verdwenen is.
Doordat hij niet echt op de praktijk van vandaag de dag ingaat, wekt hij de indruk dat hij zich door vooroordelen laat leiden. Zo zou hij het zelf niet willen zien, vermoed ik. Daarom is het jammer dat hij niet helderder is over de praktijk. Separerende prediking schiet weinig op met omfloerst taalgebruik.

Wat ik vermoed is dat de context van de gemeente anders is en de verwoording van de boodschap is anders. Maar daarmee is de zaak nog niet verdwenen. Daar moet het gesprek verder over gaan: Wat is in deze tijd separerende prediking? Hoe bereid je als predikant die voor, waarbij er niet een bepaalde theologie wordt gediend, maar de Heer van de kerk en daarmee Zijn gemeente. Wat betekent dat voor het pastoraat en de houding van de predikant. Ds. Moerkerken legt een belangrijke zaak op tafel. Het gesprek daarover moet nog wel verder gaan.

N.a.v. ds. A. Moerkerken, Separerende prediking. Gedachten over de verkondiging van het Woord (Houten: Uitgeverij Den Hertog, 2015)

Waarom de preek echte verhalen nodig heeft

Waarom de preek echte verhalen nodig heeft
N.a.v. Scott Hoezee, Actuality. Real Life Stories for Sermons That Matter

Tell me the old, old story of unseen things above, of Jesus and His glory, of Jesus and His love.

7 Elements of Passionate Preaching041610


In veel preken wordt geen verband gelegd met de alledaagse werkelijkheid van de luisteraars. Dat is de ervaring van Scott Hoezee, rector van het Center for Excellence in Preaching van de Calvin Theological Seminary in Grand Rapids (Michigan).  Preken hebben vaak een boodschap, die ontzettend waar is. Ook de schoonheid van de preek komt niet tekort. Wat wel tekort komt, is wat de kerkganger met deze boodschap kan, omdat de boodschap abstract blijft.

Daardoor leert de kerkganger ook geen verbinding te maken tussen de Bijbel en zijn eigen leven. Volgens Hoezee kan er door middel van verhalen een brug worden geslagen tussen de boodschap en de leefwereld van de luisteraars. In verhalen heeft de luisteraar de mogelijkheid om zichzelf te herkennen en om te zien hoe de boodschap verschil maakt in zijn eigen leven.

actuality


Doel
Het verwerken van verhalen is geen gemakkelijke klus, erkent Hoezee. Kant-en-klare preekvoorbeelden werken averechts, omdat ze saai en voorspelbaar zijn en vaak ook niet echt zijn. Een predikant dient daarom zelf de voorbeeldverhalen te vinden. In de literatuur, de films, het nieuws of de eigen pastorale praktijk. Bij voorbeelden uit de eigen praktijk dient een predikant voorzichtig te zijn. Het ambtsgeheim is een groot goed. Daarom zijn voorbeelden uit de literatuur en film veiliger. Met dit boek geeft Hoezee een nadere uitwerking van wat zijn leermeester Cornelius Plantinga heeft verwoord in Reading for Preaching.

Pastorale zorg en liefde
Ook al is het vinden en verwerken van verhalen geen makkelijke klus. Het is volgens Hoezee wel een belangrijke taak voor een predikant. Door verhalen te verwerken, geeft de predikant woorden aan de ‘trouble’, waar gemeenteleden mee te maken hebben. Door verhalen laat de predikant ook zien hoe God aanwezig is in die ‘trouble’ en welke uitwerking Gods genade heeft. Het verwerken van verhalen is daarom geen vorm van zelfetalering, maar een vorm van pastorale zorg en liefde voor degenen die naar de kerk gekomen zijn om te horen wat God voor hen doet. Verhalen worden niet in de preek opgenomen om de preek interessanter te maken, maar om de preek echter en werkelijker te maken.

sharpton 910-091312


Show, Don’t Tell
De prediker dient concreet en specifiek te zijn in de uitwerking van de boodschap. De Amerikanen kennen daarvoor het principe Show, Don’t Tell. Als een predikant uitleg geeft of stelt (tell) blijft dat meer abstract en wordt het minder goed onthouden dan wanneer de predikant laat zien (show).
Een predikant kan voor het principe Show, Don’t Tell veel leren van schrijvers en filmmakers. Een voorbeeld geeft Hoezee met de eerste roman van Harper Lee, To Kill a Mockingbird (Spaar de spotvogel). In die roman is de hoofdpersoon Atticus een goed man. Lee gebruikt echter nooit deze typering voor Atticus, maar laat in gebeurtenissen en door het beschrijven van gebaren zien dat Atticus een goed man is.

Boodschap uitwerken
In een preek dient er ook uitleg gegeven worden. Het Tell-element kan niet ontbreken. Hoezee pleit voor een juiste balans tussen Tell en Show en voor een goede balans tussen beide. Uitleg dient wel gepaard te gaan met de concrete uitwerking in een verhaal. Want een predikant kan wel zeggen, dat God helpt, bemoedigt, erbij is, enz. Maar hoe dan? Wanneer de predikant dat uitwerkt in een concreet verhaal, leert de kerkganger zien hoe God in zijn alledaagse leven aanwezig is en werkt.
Dat predikanten deze uitwerking niet geven, zou ook wel eens te maken kunnen hebben, dat zij zelf het ook niet eenvoudig vinden om Gods aanwezigheid daar te zien. Een predikant dient te leren zien hoe God werkt en hoe Zijn genade verschil maakt.

Levendiger
Een preek wordt levendiger als de predikant dezelfde manier van spreken hanteert als in het alledaagse contact. Wanneer iemand bij de koffie vertelt over wat er thuis gebeurde, wat zijn vrouw of dochter zei, wordt iemand al sprekend geciteerd. ‘Ze zei tegen mij: “Bij anderen heb je er wel oog voor.” Hoezee pleit ervoor om ook op die manier te citeren, iemand in de 1e persoon sprekend in te voeren.
Wanneer een voorbeeld te algemeen is, helpt het nog niet verder. Maak een voorbeeld specifiek, door authentieke details te vermelden. Gebruik verbeelding, maar niet op een ongebreidelde manier. Zorgvuldig en gedisciplineerd, zegt Hoezee.
En vermijd ‘kunststof-heiligen’. Geen enkele heilige is alleen maar goed. Niets is moeilijker te beschrijven dan een heilige, zegt de predikant-schrijver Frederick Buehcner. Ook het beschrijven van de aantrekkingskracht van een heilig leven is volgens hem het moeilijkst te beschrijven.

Showing trouble
Hoezee sluit in zijn boek aan bij Paul Scott Wilson, die in zijn The Four Pages of the Sermon aangeeft dat in elke preek zowel de menselijke trouble (zorg, nood, zonde) als de goddelijke genade verwoord moet worden. Naar mijn idee is de menselijke trouble gemakkelijker te tonen dan de werkzaamheid van God. Dat valt mij ook bij Hoezee op. Het hoofdstuk over ‘Showing trouble’ is veel uitgebreider dan het hoofdstuk over ‘Showing grace’.
Het belang van het tonen van de menselijke problematiek is dat de luisteraars woorden vinden voor wat hen bezighoudt. Door het lezen van literatuur en biografieën, door het kijken van films, door de eigen pastorale praktijk krijgt een predikant een sensitiviteit voor de menselijke problematiek. De kunst is om in de preek deze problematiek met de Bijbel te verwoorden. Door verhalen te vertellen kan de luisteraar op een veilige afstand blijven en zich toch herkennen.

Voor Hoezee zijn er 4 belangrijke vormen van menselijke trouble:
– de pijn van niet-functionerende gezinnen
– het verdriet om niet-uitgekomen dromen en vervlogen hoop
– menselijke karakters en de zonden
– De worsteling van eenzaamheid.
In zijn boek geeft Hoezee voorbeelden hoe deze trouble op een zorgvuldige en herkenbare manier voor luisteraars verwoord kunnen worden door te laten zien hoe hij zelf deze thema’s aan de orde stelt en verbindt met een Bijbelgedeelte. Alleen daarom al is dit boek de moeite waard om zelf te lezen!
De predikant stelt deze problematiek niet aan de orde uit een soort leedvermaak. De predikant vindt ook geen genoegen in het verwoorden van al deze ‘sores’. Deze nood wordt verwoord om aan te geven welk verschil God en Zijn genade maakt.

Showing grace
Het is een groot voorrecht voor de predikant om elke week te laten zien hoe God in Zijn genade werkzaam is. De uitwerking van Gods genade dient net zo echt en levendig uitgewerkt te worden als de menselijke trouble. Het ontdekken van Gods genade en het vinden van verhalen die Gods handelen uitwerken zijn niet eenvoudig te vinden. De predikant moet ook niet op zoek gaan naar grootse verhalen. Gods genade zit vaak juits in het kleine. Gods handelen komt vaak openbaar in iets dat onverwachts gebeurt. Ook Gods genade dient concreet en specifiek te worden uitgewerkt.
Hoezee vertelt dat zijn kinderen op de middelbare school de opdracht kregen om een opstel te schrijven over de glimpen van God, die zij om zich heen zagen. Alle kinderen van de klas zagen in die glimpen in hun alledaagse leven. Niet in de uitzonderlijke gebeurtenissen. Juist in de alledaagse gebeurtenissen zagen zij iets van Gods genade oplichten.

And when, in scenes of glory,
I sing the new, new song,
‘twill be the old, old story

that I have loved so long.

N.a.v. Scott Hoezee, Actuality. Real Life Stories for Sermons That Matter. Serie: The Artistry of Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2014).