“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

Om een boodschap over te brengen, is het van belang om de luisteraar mee te nemen in het verhaal. Dat meenemen van de luisteraar in het verhaal gaat beter als de predikant geen uitleg geeft, maar in woorden verfilmd.
5789filming

Deze richtlijnen gelden voor alle 4 pagina’s. Daarbij hoeft niet de hele preek als een film getoond te worden. Het verfilmen in woorden legt wel de lat hoog wat betreft communicatie aan de luisteraars.

Paul Scott Wilson geeft een aantal richtlijnen voor het verfilmen:

  • Ga er niet vanuit dat de luisteraars het Bijbelgedeelte kennen. (Ook al is het vooraf aan de preek gelezen of gaat het om een bekend gedeelte.)
  • Voordat een predikant commentaar of uitleg geeft, moet het Bijbelgedeelte eerst tot leven komen en daarom getoond worden als een film in woorden. (Nog beter is het om het commentaar of de uitleg al vertellenderwijs te verwerken.)
  • Show, don’t tell.
  • Doe alsof het Bijbelgedeelte zich in het heden afspeelt. Gebruik daarom de tegenwoordige tijd en niet de verleden tijd.
  • Het gaat erom dat de luisteraars ervaren wat er gebeurt. Daarom is een hele pagina in de preek nodig.
  • Gebruik woorden die visueel en zintuiglijk zijn. Voordat je de pagina uitwerkt, moet je de desbetreffende pagina eerst voor jezelf verbeelden en visualiseren.
  • Werk kenmerkende details uit. Gebruik daarvoor de exegese en reconstrueer die details aan de hand van informatie over het Midden-Oosten:
  • – over de geografie
    – de flora en fauna
    – over de mensen
    – over de economie
    – over de architectuur
    – over het klimaat
    – enz.
    Deze informatie vind je in Bijbelse encyclopedieën (of soms in commentaren).
  • Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène:
  • Blijf in de film in woorden op dezelfde plaats totdat de scène voldoende is gefilmd.
  • Maak de scène concreet, waarbij je als een regisseur optreedt. Zeg niet: ‘Ergens in het Midden-Oosten’, maar plaats de scène bij een wadi, berghelling, een rivier, een dorp, een marktplaats. Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène.
  • Focus op de hoofdpersoon die iets doet.
  • Begin midden in de actie of handeling. Neem geen lange aanloop. Vertel wat eraan vooraf gaat in flashbacks.
  • Blijf zo dicht mogelijk bij de tekst. Voeg geen extra personen onnodig toe.

obdWFTF39YA8vwSBmEjeyj.jpgGebruik de camera: (1) Scènes verfilmen

  • Houd de focus op één groep mensen of één gebeurtenis voor meerdere minuten om de gemeente de gelegenheid te geven in het verhaal mee te komen.
  • Snelle wisseling van scènes is bij filmen in woorden niet geschikt. Dan raak je luisteraars kwijt. Elke keer als de scène of de personages wisselen, moeten de luisteraars die wisseling in hun verbeelding, in hun hoofd kunnen meemaken.
  • Maak aan het begin van een pagina en van een nieuwe scène de locatie waar het zich afspeelt helder.
  • Laat kenmerkende details van de locatie zien, een detail dat tot de verbeelding spreekt en evocatief werkt.
  • Neem de tijd om de scène en de attributen te verfilmen. Een luisteraar kan geen boot voor zich zien als de boot niet in een haven aangemeerd ligt of dobbert op de golven.
  • Laat geen belangrijke details weg. Dat schept verwarring.
  • Beperk beschrijvingen tot het minimum. Vertel ze niet, maar laat ze al filmend zien.

Uneasy_iPhone.jpgGebruik de camera: (2) Mensen en handelingen

  • De setting moet duidelijk zijn, maar tegelijkertijd achtergrond blijven.
  • Focus op wat mensen doen.
  • Beschrijving en gesprek kunnen belangrijk zijn, maar houdt dit kort en weef het in de gefilmde handelingen in.
  • Als een personage in de Bijbel iets zegt, laat die persoon die woorden ook in de preek zeggen.
  • Vermijd bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. Velen gaan er ten onrechte van uit, dat zij een teken zijn van creativiteit.
    Zeg daarom niet: ‘een mooie weg’, maar laat concreet zien hoe de weg eruit zien.
    Zeg daarom niet: ‘ze rende vlug’. maar beschrijf hoe ze liep of rende.
  • Focus de camera op details, zoals gebaren, manier van lopen, kleding en voorwerpen, vooral op de details die iets onthullen van het karakter van de hoofdpersoon. Deze kleine details laten het echte leven zien.

shutterstock_618915005-825x465Neem de beperkingen van de camera serieus

  • Blijf zoveel mogelijk weg uit de hoofden van de hoofdpersonen. Innerlijke monologen en uitgebreide dialogen zijn zelden effectief.
  • Laat daarom een personage een korte zin zeggen. Bij voorkeur een zin die uit de Bijbeltekst afkomstig is.
  • Laat de camera je gids zijn in wat je wel of niet kunt laten zien.
  • Ga niet psychologiseren als je een karakter verbeeldt.
  • Voeg geen motieven aan een hoofdpersoon toe als de Bijbeltekst die niet vermeldt.

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

Het kenmerk van het preekmodel van Paul Scott Wilson is dat hij de preek onderverdeelt in 4 aspecten van de kernboodschap. Deze 4 aspecten krijgen een even groot aandeel in de preek. Het gaat om:
(1) Trouble in de Bijbel
(2) Trouble in het hier en nu
(3) Grace in de Bijbel
(4) Grace in het hier en nu

In mijn blogs heb ik trouble steeds onvertaald gelaten, omdat deze term bij Wilson erg breed wordt ingevuld.

Wilson begint bewust met de trouble. Hij beroept zich daarvoor op Frederick Buechner, die stelde: Het evangelie is slecht nieuws voordat het goed nieuws is. Maar wat Wilson doet met trouble is in feite niets anders dan het aloude, klassieke onderscheid tussen wet en evangelie.

Daarbij gaat het bij dit onderscheid als het gaat om de wet niet om de Tien Geboden. Het gaat bij de wet om het menselijk leven dat ligt onder het oordeel van God, omdat de mens zich niet kan houden aan Gods geboden. In iets algemenere termen: in de wet (die bij dit onderscheid hoort) kijken we in een spiegel, waarin we zien dat wijzelf en de wereld niet beantwoorden aan Gods oorspronkelijke bedoeling. Als we in de spiegel kijken, zien we het lijden en de tragiek van de menselijke situaties, die men kan beschrijven met zonde en gebrokenheid. Wie eerlijk in deze spiegel kijkt, beseft dat er hulp nodig is, die alleen God als Redder kan bieden. De wet drijft uit naar Christus.

Bij Wilson gaat wat trouble betreft om meer dan zonde en gebrokenheid. Het gaat ook om het menselijk verlangen naar God of het leven naar Gods wil, dat de mens niet in eigen kracht kan volbrengen. De ambivalenties die optreden in gelovigen als het gaat om het dienen van God. Bijvoorbeeld de strijd tussen nederigheid en menselijke trots, tussen Gods wil en de eigen keuze. Het kan gaan om een gebrek aan vertrouwen. Om een geloof dat aangevochten wordt.

Op pagina 1 gaat het erom dat de zonde en de gebrokenheid, het menselijk falen en verlangen zoals dat in het Bijbelgedeelte aan de orde komt uit de doeken worden gedaan.

Maar wat als het Bijbelgedeelte geen trouble kent? Dan moet de Bijbeltekst als een negatief worden gelezen:

Handelen van God Omkering
Jezus drijft de demonen uit Demonen willen Christus uitdrijven
Jezus zal zijn werk voltooien Mensen kunnen de taak die hen is opgedragen niet voltooien
Jezus is als een moederkloek Wij kiezen er niet voor om ons te laten verzorgen
Jeruzalem zal heten: Jezus Gezegend Zonder Christus zijn we veroordeeld
God geeft ons vertrouwen Wij moeten God vertrouwen
God werkt door ons Wij moeten anderen helpen
God geeft kracht om te handelen Doe wat God opdraagt

Volgens Wilson moet dat op een creatieve, verbeeldende wijze gaan. Hij spreekt daarom van het verfilmen (in woorden) van de trouble in de Bijbel. Daar zal de volgende blog over gaan.

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 7: Ingaan op een vraag die bij de luisteraars leeft

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 7: Ingaan op een vraag die bij de luisteraars leeft

Een wezenlijk onderdeel van de preekmethode van Paul Scott Wilson is dat de predikant in de preek ingaat op een vraag die bij de luisteraars leeft. Daarbij gaat het niet om de mening van de predikant over de gemeente, maar een vraag die bij de luisteraars leeft. Van belang is dat de kernboodschap (theme sentence) een antwoord geeft op die vraag. Een preek die geen antwoord geeft op een van de vragen die bij de luisteraars leeft hoeft niet gehouden te worden.

Op verschillende manieren kan er een vraag opkomen bij de luisteraars:

  • De luisteraar kan zich afvragen welk verschil deze boodschap in zijn of leven maakt.
  • De luisteraar kan zich met betrekking tot een bepaalde boodschap aangevochten voelen.
  • De luisteraar kan een bepaald tekort ervaren.

Hank Langknecht (een collega van Paul Wilson) is van mening dat het ook om een verlangen kan gaan dat bij de luisteraars leeft.

De kernboodschap geeft een antwoord op de vraag of het verlangen. Dat wil niet zeggen dat er een pasklaar of simpel antwoord gegeven kan worden. In de preek is het van belang om de ambivalentie, de aanvechting en de worsteling volop ruimte te geven. Dat kan op pagina 2 (of eventueel 1 vanuit het Bijbelgedeelte) of in de inleiding. Op pagina 4 wordt aangegeven wat het handelen van God betekent voor de vraag of het verlangen.

De vraag of het verlangen kan ook op pagina 4 aan de orde komen. Wanneer dat gebeurt, is de vraag of het verlangen ingekaderd in het handelen van God.

Hoe ontdek je een verlangen of een vraag bij een kernboodschap?
Mocht er vanuit de pastorale ervaring niet helder zijn welke vraag of welk verlangen er kan leven, kan men op de volgende manieren een vraag vinden:

(1) Bedenken op welke vraag of welk verlangen de kernboodschap een antwoord is

Kernboodschap Bijbehorende vraag
God betaalt de prijs Hoe kan ik opnieuw beginnen?
God schiep alle dingen Wat heeft God met alles te maken?
God koos Jeremia Waarom zou ik gaan?
God weet het al Wie kan begrijpen?
God kan elk moment komen Hoe kunnen we volhouden?
Jezus voorziet in al hun noden Wat moet ik doen als ik geen werk kan vinden?
God voedt de kerk Wat zal er met de kerk gebeuren?
Christus openbaart zijn identiteit aan Paulus Hoe weet ik of de kennis over God betrouwbaar is?
De engel toont Johannes de hemelse stad Waarom is dit niet het einde?

 

(2) Het onderdeel van de dogmatiek de vraag laten bepalen

 

Onderdeel van de dogmatiek Bijbehorende vraag
Openbaring Hoe kunnen we God vinden?
Uitverkiezing Wat wil God van ons?
Schepping Wat doen we hier?
Zonde Waarom kun je niet gewoon jezelf zijn?
Incarnatie Waar is God?
Opstanding Wie heeft de touwtjes in handen?
De Heilige Geest Wat is het nieuwe?
Eschatologie Wat zal er met ons gaan gebeuren?

 

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

Het is verstandig om een preek te beperken tot één kernboodschap. Paul Scott Wilson noemt die kernboodschap van de preek:
theme sentence. Ik heb daar al eens eerder over geblogd.

In de preekvoorbereiding wordt de kernboodschap gevonden door te vragen: Wat doet God in of achter de tekst?
Om te ontdekken wat God doet, is het nodig om de tekst theologisch te lezen: gericht op het handelen van God dus.
Voor Paul Scott Wilson heeft de kernboodschap immers te maken met de verkondiging van het evangelie (gospel). En die verkondiging is voor Wilson: de menselijke nood, het verlangen, de zonde (trouble) in combinatie met het handelen van God (grace).

Onderdelen van de kernboodschap

  • Een van de personen van de Triniteit als onderwerp
  • een actief werkwoord
  • een handeling of actie, waarmee God redt of kracht geeft
  • een complete gedachte
  • een eenvoudige, korte zin (niet samengesteld)

Wat je moet vermijden:

  • Vermijd zwakke werkwoorden
  • Vermijd werkwoorden als ‘zegt’ of ‘vertelt’.
  • Vermijd vragen (maak van de vraag een stelling)
  • Vermijd het stellen van voorwaarden voor het goede nieuws
  • Vermijd samengestelde en ingewikkelde zinnen
  • Vermijd een kernboodschap, die niet zoveel zeggen.
    Zoals:
    – God schept het licht. Maak ervan: Christus verlicht ons leven
    – De vader is verkwistend in zijn liefde. Maak ervan: God is buitensporig in zijn liefde voor ons.


Een kernboodschap vinden:
(1)  vanuit waar de tekst over gaat
Een manier om de kernboodschap te vinden is om van waar de tekst over gaat (concern of the text) stelling te maken, die over Gods handelen in het heden gaat:

  • God wil dat Israël zich verandert => God geeft Israël (of: ons) een nieuwe identiteit
  • Jezus roept Israël op tot bekering => Jezus brengt ons tot berouw
  • De Heilige Geest overtuigt Paulus => De Heilige Geest werkt in Paulus (of: in ons).
  • God nodigt Jeremia uit om te handelen => God stelt Jeremia in staat om te handelen
  • Als Israël zich zal …, dan zal God … => Christus maakt in ons de voorwaarden voor Gods liefde compleet
  • God kan in je leven handelen => God handelt (of: heeft gehandeld) in je leven
  • Laat God in je leven handelen => God is niet tegen te houden

(2) Vanuit de nood / het verlangen / de zonde
De kernboodschap is een antwoord op de nood, het verlangen of de zonde. Daarom wordt de kernboodschap uitgewerkt in pagina 3 en 4 als antwoord op pagina 1 en 2.

  • Hoe kan ik opnieuw beginnen? => God betaalt de prijs
  • Wat heeft God met dit alles te maken => God heeft alles geschapen
  • Waarom zou ik gaan? => God koos Jeremia (of ons in Christus)
  • Wie kan dit begrijpen? => God weet alle dingen
  • Hoe kunnen we volhouden => God kan elk moment komen
  • Wat moet ik doen als ik geen werk kan vinden => Christus voorziet in alle noden
  • Wat zal er met onze kerk gebeuren? => Christus onderhoudt de kerk

(3) Vanuit de dogmatiek
De dogmatiek kan helpen om de kernboodschap te vinden:

  • Door te helpen bij de reflectie om welk handelen van God het gaat
  • Door te helpen om de ambivalenties, spanningen en aanvechtingen te vinden
  • Door te helpen bij het vinden van het antwoord op de nood, het verlangen, de zonde

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

Het voordeel van het model van “De vier pagina’s” van de preek” is dat de dogmatiek daarin een rol kan spelen bij de preekvoorbereiding.

De dogmatiek kan helpen bij:

  1. het vinden van de boodschap (theme sentence).
  2. het beperken tot één onderdeel van de dogmatiek.
  3. het ontdekken van trouble (pagina 2 en evt 1) en grace (pagina 4 en evt 3) bij deze boodschap.
  4. het ontdekken van de vraag of het verlangen dat in de gemeente leeft bij deze boodschap.
  5. de uitwerking (of zoals Paul Wilson het noemt: verfilmen) van pagina 2 en 4:
    – wat is er aan de orde of wat staat er op het spel bij de boodschap, trouble, grace en vraag of verlangen?
    – welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten aan de orde komen? Welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten juist achterwege blijven?
    – wat is het verschil in uitwerking voor doorgewinterde kerkgangers en voor incidentele bezoekers van kerkdiensten?
  6. de reflectie op de vraag of de boodschap van de preek wel een antwoord geeft op het verlangen en de vraag in de gemeente.
  7. de reflectie op welke thema’s er veel aan de orde komen en welke thema’s blijven liggen.
  8. de reflectie op hoe de boodschap betrokken kan worden op het werk van Christus (incarnatie, kruis, opstanding, koningschap in de hemel).
  9. de reflectie op wat gemeenteleden van dat gedeelte van de dogmatiek zouden moeten weten en wat tot vakkennis behoort.

 

In een vorig blog schreef ik: Het zou de moeite waard zijn om een geloofsleer of dogmatiek uit te werken die allereerst gericht is op de preekvoorbereiding en niet op de interne dogmatische discussies.
Collega’s die affiniteit hebben met dogmatiek zullen daar tegen in het geweer komen: die tegenstelling bestaat niet. Toch is mijn ervaring dat die tegenstelling er wel degelijk. In de jaren dat ik preek heb ik geregeld de dogmatiek erbij gehaald, maar zelden werkte de dogmatiek op de bovenstaande manier. In mijn ervaring zijn dogmatische handboeken bijna altijd gericht op:
– discussies in de kerkgeschiedenis
– discussie met filosofie of min of meer seculiere wereld waarin we leven
– intern-dogmatische discussies.

Ik grijp mis als ik wil in de preek wil nadenken over bij thema’s als karaktervorming, verleiding, aanwezigheid van God in het dagelijks leven, praktisch en inzichtelijk maken van waarom Christus onze redder is, incarnatie, koningsheerschappij van Christus. Natuurlijk zijn de oudtestamentische verhalen vrij lastig aan de dogmatiek te relateren, maar gek genoeg zijn ook de verhalen uit de evangeliën niet zo gemakkelijk met de dogmatiek te verbinden is mijn ervaring.
(Misschien mis ik een leeswijzer om de publicaties op het terrein van de dogmatiek, die ik heb, op een zinvolle manier te gebruiken.)

Wil de dogmatiek relevant zijn voor de preekvoorbereiding, dan kan het zinvol zijn om te kijken hoe godsdienstpedagogen de dogmatiek relevant maken voor het godsdienstonderwijs. Een voorbeeld van wat ik bedoel is het boek van Kees en Margriet van der Kooi over het gesprek tussen dogmatiek en pastoraat: Goed gereedschap is het halve werk.

Ps voor wie denkt, dat ik niet genoeg dogmatiek in huis heb- in mijn kast staan de dogmatieken van Allen / Swain, Althaus, Barth, Van de Beek, Beker/Hasselaar, Berkhof, Berkouwer, Van den Brink & Van der Kooi, Brunner, Ebeling, Elert, Van Genderen & Velema, Kraus, Kreck, Mildenberger, Van Niftrik, Noordmans, Joest, Pannenberg, Sonderegger, Weber.

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

Net als in de openingsscène van een film onthult de introductie van de preek iets van waar de preek over gaat. De tafel wordt gedekt, maar de maaltijd nog niet opgediend. De geur hangt al wel in huis. De introductie heeft een belofte die in de preek waargemaakt wordt.

Voor de luisteraar is de introductie ook bedoeld om vertrouwen te krijgen in degene die de preek houdt: ‘Wie is hij of zij? Ben ik het eens met de aanpak? Kan ik vertrouwen stellen in wat er gezegd wordt?’

In het verleden werd er niet veel aandacht besteed aan de introductie van de preek. Door de New Homiletic, die wil dat de preek een ervaring of een belevenis is, is er aandacht gekomen voor de introductie, waarin de luisteraar wordt meegenomen in het verhaal.

De preek kan beginnen met pagina 2 (Trouble in onze eigen wereld). Wanneer het hedendaagse materiaal beperkt kan blijven tot een of twee paragrafen is het zinvoller om deze paragrafen te zien als introductie op de hele preek en daarmee ook op pagina 1 (Trouble in de Bijbel).

Volgens Paul Scott Wilson zijn er 6 manieren om de preek te beginnen:

  1. Vertel een verhaal dat het tegenovergestelde is van de boodschap (theme sentence) en van het handelen van God (grace).
  2. Begin met een niet al te serieuze ervaring van de boodschap (theme sentence).
  3. Start met de gekozen Bijbeltekst.
  4. Start met sociale gerechtigheid.
  5. Start met een nieuwsbericht.
  6. Start met een fictief verhaal.


Zelf zou ik nog een 7e toevoegen: koppeling aan het kerkelijk jaar of het eigene van de desbetreffende zondag. Paul Scott Wilson stelt dat echter in het slot van de preek aan de orde.

Regels voor een verhaal aan het begin

  • Start in medias res: op de plaats en met de gebeurtenis of handeling waar het om gaat.
  • Neem geen lange aanloop waarvan niet duidelijk is waar het naar toe gaat.

Wat je in een introductie niet moet doen

  1. Begin niet met een vraag.
  2. Ga de luisteraars niet manipuleren.
  3. Begin niet met een grap of een mop (tenzij deze grap of mop heel goed aan de Bijbelse tekst verbonden kan worden).
  4. Gebruik geen lange zinnen.
  5. Start niet met een verhaal met een lange aanloop. Begin direct bij de pointe van het verhaal en vertel de rest eventueel als een terugblik.
  6. Start niet te diep of met een te aangrijpend verhaal.

‘De vier pagina’s van de preek’- 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

‘De vier pagina’s van de preek’ – 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

img_3152

Bij De vier pagina’s van de preek, het preekmodel van Paul Scott Wilson, hoort ook een verdeling van de werkzaamheden over de week. Daarbij wordt op die dag de desbetreffende pagina niet alleen voorbereid, ook daadwerkelijk uitgeschreven:

  • Maandag:
    – exegese
    – invullen van het ezelsbruggetje The Tiny Dog Now is Mine
    – titels van de vier pagina’s
    – introductie van de preek
  • Dinsdag:
    – Pagina 1: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in de Bijbel
  • Woensdag:
    – pagina 2: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in onze eigen tijd
  • Donderdag:
    – Pagina 3: in woorden ‘verfilmen’ van grace in de Bijbel
  • Vrijdag:
    – Pagina 4: in woorden ‘verfilmen’ van grace in onze eigen tijd
    – slot van de preek onder woorden brengen

preach_4pages

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’ – 1: Een handig model voor de opbouw van de preek

Een preek maken is geen eenvoudige bezigheid. De exegese gaat mij vaak wel goed af. De opbouw en de uitwerking van een preek vind ik steeds een hele klus. Het heeft een tijd geduurd voor ik een model van preekopbouw gevonden had dat bij mij paste. Het is het model van
De vier pagina’s van de preek van Paul Scott Wilson.

Ik heb dat een paar jaar geleden enige tijd gebruikt, maar had het toch weer weggelegd. Nadat ik enige tijd geleden terughoorde dat luisteraars mijn preken niet altijd konden volgen, heb ik het boek van Paul Scott Wilson weer uit de kast gepakt en ben ik er intensiever dan voorheen mee aan de slag gegaan. Ik merk nu ik het enige tijd gebruik, dat het een model is, dat erg behulpzaam is voor de opbouw van de preek. In dit model wordt niet alleen een structuur gegeven aan de hand van ‘de 4 pagina’s van de preek’. Er wordt ook aandacht besteed aan de introductie en het slot en aan de opbouw van de afzonderlijke pagina’s van de preek.
images (1)
Paul Scott Wilson

Het aardige is dat Paul Scott Wilson eind 2018 een update van zijn The Four Pages of the Sermon publiceerde, waarin hij zijn model preciezer uitwerkt op basis van de jarenlange ervaring als hoogleraar Homiletiek.

511h28bhz5l._sx334_bo1,204,203,200_
Voorkant van de ‘revised and updated version’ van “The Four Pages of the Sermon”

Het model van De vier pagina’s van de preek is eenvoudig: de preek bestaat uit 4 kwadranten, die de polen trouble, grace, Bijbel, vandaag de dag verwerken.

  • Pagina 1: trouble in de Bijbel
  • Pagina 2: trouble vandaag de dag
  • Pagina 3: grace in de Bijbel
  • Pagina 4: grace vandaag de dag.

preach_4pagesPaul Scott Wilson noemt deze kwadranten pagina’s, omdat als dit kwadrant een volledige pagina van een preekmanuscript is geschreven. Het volledige manuscript bestaat dan uit 4 even lange pagina’s, eventueel aangevuld met een aparte introductie en een apart slot.

De winst van deze update is dat Paul Scott Wilson iets meer ingaat om wat hij beschouwt als trouble en grace.

 

  • Trouble
    trouble
    is voor hem vrij breed. Trouble gaat over zonde, menselijk falen, maar betekent nog meer. Het betreft ook het verlangen van de christen om te leven tot Gods wil, maar het elke dag merken dat het niet lukt om dat verlangen in praktijk te brengen. Kenmerk van deze eerste twee bladzijden is dat de last op mensen komt te liggen: de last om de schuld te dragen, om het goed te maken, om te leven naar Gods wil. De mens is niet in staat om dit volledig te dragen.
    Trouble
    kan ook uitgewerkt worden als een menselijk verlangen (need), waarbij de mens (of de gelovige) niet in staat is dat verlangen zelf te vervullen.

 

  • Grace
    Grace
    is het handelen van God, waarmee God in Christus ten gunste handelt van de mens of de menselijke last aanvaardt en Zelf de last draagt of door de Geest de kracht geeft om de last enigszins te dragen. Grace berust op Gods handelen als Schepper of als Herschepper, berust op kruis en opstanding en op de gave van de Heilige Geest.

 

 

Hij geeft aan dat zijn preekmodel kan worden beschouwd als een variant op de Lutherse verhouding wet – evangelie.

Bijbel als basis
Paul Scott Wilson begint bewust met de Bijbel. De Bijbel is de basis van de verkondiging. De Bijbel laat de
trouble zien. De Bijbel laat ook zien hoe God handelt ten aanzien van de trouble (de menselijke schuld, nood, het verlangen van de mens).

Heden
Voor Paul Scott Wilson is het wezenlijk dat het in de verkondiging niet alleen de Bijbel bepreekt wordt. Het gaat ook over het heden: over hoe we zicht krijgen op onze
trouble in het heden en op Gods handelen in het heden.

Handelen van God
Vooral de focus op Gods handelen is een punt dat hij steeds naar voren brengt. Naar zijn idee ontbreekt in het allergrootste deel van de preek de aandacht voor Gods handelen in het heden. Preken gaan uitgebreid in op schuld, nood of verlangen, maar laten de gemeente niet zien hoe God handelt. Voor Paul Scott Wilson is de verkondiging van het evangelie daarom: zowel trouble als Gods handelen: Gospel = trouble + grace.

Grammatica
Dit model is niet persé bedoeld als opbouw van de preek. Het is allereerst bedoeld als grammatica voor degene die de preek voorbereidt om helder te hebben dat alle 4 de aspecten van het evangelie (
trouble in the Bible, trouble now, grace in the Bible, grace now) in elke preek evenveel aandacht krijgen.

maxresdefault

Opbouw
Het mooie is dat het model tegelijk ook wel degelijk mogelijk is om de preek op te bouwen. De 4 pagina’s kunnen achter elkaar uitgeschreven worden, eventueel met inleiding en slot. Wanneer iemand de pagina’s helder heeft kan er ook gevarieerd worden in de volgorde. Het waardevolle van dit model is dat er volop aandacht is aan de uitwerking van de 4 bladzijden en ook aan de overgangen naar de volgende bladzijde.

Ook voor een preek in 3 punten
Het model kan eventueel zelfs gebruikt worden als model voor een preek in drie punten, waarbij de inleiding op de drie punten pagina 1 of 2 bevat. Bijvoorbeeld:

  • Inleiding: pagina 1 (of 2)
  • punt 1: pagina 2 (of 1)
  • punt 2: pagina 3
  • punt 3: pagina 4

download (2)

Variatie
Wie dit model gebruikt, hoeft niet bang te zijn voor eenvormigheid of preken die steeds overeenkomen. De introductie kan al op 6 à 7 verschillende manieren uitgewerkt worden. Daarnaast ligt aan elke preek één onderdeel uit de christelijke geloofsleer ten grondslag. De predikant kan steeds in de gaten houden dat er volop gevarieerd wordt met betrekking tot de onderdelen van de dogmatiek.


Terugblik
Het mooie van dit model is dat het ook een handvat biedt om terug te kijken welke thema’s uit de geloofsleer in de afgelopen preken wel aan de orde gekomen zijn en welke er zijn blijven liggen. Bovendien kan de predikant bijhouden welke vragen, die er in de gemeente zou kunnen leven, aan de orde zijn gesteld.

In de komende tijd wil ik het waardevolle van dit model laten zien en daarbij ook meenemen wat Paul Scott Wilson in zijn update verwerkt.

Preken in een tijd van het creatieve gebod: Wees origineel!

Preken in een tijd van het creatieve gebod: Wees origineel!

We leven volgens de Duitse socioloog Andreas Reckwitz in een tijd van het creatieve gebod: Wees origineel! Dat heeft volgens praktisch-theoloog Julia Koll ook gevolgen voor de preekvoorbereiding.

Volgens Koll zijn er de afgelopen decennia de volgende typologieen ontwikkeld mbt creativiteit in de preekvoorbereiding:

Typologieën

(1) Creativiteit is een vrucht van goddelijke inspiratie, verkregen door mediteren (Emanuel Hirsch, Rudolf Bohren).

(2) Volgens Ernst Lange is het geen geestelijk gebeuren maar iets cognitiefs dat gebeurt als je de hermeneutische cirkel van tekst en situatie geregeld doorloopt. Dan krijg je creatieve invallen.

(3) Voor de vroege Josuttis was creativiteit iets psychologisch, dat geremd kon worden door perfectionisme en gestimuleerd door in brainstorm de gedachten de vrije loop te laten gaan.

(4) voor Gerhard Marcel Martin en Albrecht Grözinger heeft het creatieve van de preekvoorbereiding iets van het creatieve proces van een kunstenaar.

Martin Nicol en Alexander Deeg zijn met hun dramaturgische homiletiek verder gegaan op dat laatste spoor: creativiteit is onderdeel van het hele proces van preekvoorbereiding, van verzamelen en uitwerken tot verbeelden en evaluatie.

Koll mist twee elementen in de discussie in de afgelopen decennia:
(5) Creativiteit van de luisteraar.
(6) huidige context van het creatieve gebod: Wees origineel!

Moeten
De Duitse socioloog Andreas Reckwitz typeert onze tijd als de tijd van het creatieve gebod: Wees origineel! We willen van onszelf en moeten van onze omgeving origineel en creatief zijn. Of het nu gaat om de enscenering van ons eigen leven (Facebook, Snapchat, Instagram), of om de event-cultuur  of creative industry – steeds gaat het er om scheppend bezig te zijn aan de hand van kunstzinnige, esthetische idealen.

Invloedrijk
Maatschappelijk werken deze esthetische idealen door op alle terreinen, beroepsmatig en privé: als is gebaseerd op zintuiglijke waarneming en positieve gevoelens en emoties spelen een kernrol. De toename van de esthetiek in onze maatschappij heeft ermee te maken dat je gezien en opgemerkt wilt / moet worden.
Omdat dit op alle terreinen is gaan spelen is het creatieve gebod (‘Wees origineel!’) zo sterk en invloedrijk geworden. Dit creatieve gebod kon zo’n invloedrijke positie krijgen, doordat op het sociale terrein de economie de norm ging worden en alles, ook het privéleven, tegenwoordig via media (zowel mainstream, als social media) gaat.

Effect
Effect van de centrale plaats van dit creatieve gebod is een toenemend gevoel van belasting, het gevoel voortdurend overvraagd te worden (met burnout, depressie, verslaving enz als mogelijke gevolgen) en een toename van verstrooiing en afname van concentratie en aandacht.

Ambivalent
Als de analyse van Reckwitz klopt, dan is creativiteit een ambivalent maatschappelijk thema, waar niet alleen de predikant in de preekvoorbereiding mee te maken heeft. Ook het gehoor heeft een ambivalente houding mbt creativiteit.
Ook de eredienst en de preek hebben te maken met deze maatschappelijke ontwikkeling. Daarom: wie klaagt over het verlies van argumentatie en stevige inhoud in de preek ziet deze maatschappelijke ontwikkeling over het hoofd.

Scheppende kracht
In de homiletiek gaat het niet alleen om aan te sluiten of juist kritisch te reageren op de maatschappij, maar ook om het eigene van de Schrift. Daarom: welke vorm van preken past bij de scheppende kracht van het Evangelie?

Lange duur
Reckwitz schetst twee alternatieven. Hij geeft allereerst aanaan dat er in deze tijd een esthetiek van de herhaling gevraagd wordt. Deze esthetiek is een verzet tegen het activisme dat steeds op zoek is naar iets nieuws. Het gaat om aandacht voor niets steeds veranderd wordt of moet worden, maar voor de lange duur en voor wat voortdurende oefening vereist. Met behoud van het creatieve. Dat geeft ruimte aan de inbedding van de preek in de liturgie (zoals in de laatste decennia als steeds aangegeven wordt).

Onthaasting
Dat biedt voor de preek als middel tot ‘Entschleunigung’ (onthaasting, verlangzaming). Zoals Michael Meyer-Blanck dat verwoordde: zie het esthetische als een poging de hoorder een behuizing voor langere tijd te bieden, waar hij/zij rust vindt om na te denken. In die rust vindt de hoorder de mogelijkheid om op een creatieve manier God en de wereld te ontmoeten. Julia Koll: de onthaasting leidt tot hernieuwde waardering van concentratie en stilte (waarvoor geen creativiteitsacrobatiek nodig is). De verlangzaming in de preek richt zich niet op de beleving, maar op de verdieping.

Deelnemers
Een tweede alternatief van Reckwitz’ visie is creativiteit zonder publiek. Je richt je niet op een publiek van wie je de opmerkzaamheid moet verdienen, maar je gaat ervan uit dat er slechts deelnemers en betrokkenen zijn. Ook dat is niet nieuw in de homiletiek en de liturgiek: de hoorders zijn geen passieve consumenten, maar luisteraars die zelf actief betrokken zijn in het creatieve proces. Julia Koll pleit ook voor letterlijk meer betrokkenheid doordat gemeenteleden zich kunnen uiten. Vergelijkbaar met de jazzimprovisatie. Dit creatieve kan ook in het overige gebeuren in de gemeente opgepakt worden, bijv dmv biblioloog

Julia Koll, ‘Predigtkunst in Zeiten des kreativen Imperativs’, Praktische Theologie 52/3 (2017) 169-176.

Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

In 2003 werd in Duitsland het Jaar van de Bijbel gehouden. Ter gelegenheid daarvan schreef de nieuwtestamenticus Gerd Theißen een
bijbeldidactiek. Ik herlees dit boek, omdat ik begonnen ben aan een project met alternatieve invalshoeken voor het proces van het voorbereiden van de preek.

Gerd Theißen (ook wel geschreven als Gerd Theissen) was voordat hij hoogleraar Nieuwe Testament werd docent aan een middelbare school. Hij gaf Duits en godsdienst. Zowel als docent aan een middelbare school als hoogleraar Nieuwe Testament stimuleert hij anderen de Bijbel te lezen en te bestuderen. Dat is ook wat bijbeldidactiek moet doen: werven voor het lezen en bestuderen van de Bijbel.

home_2015
(bron: http://www.bijbelingewonetaal.nl)

Tegen de stroom in
Theißen beseft dat hij tegen de stroom in moet roeien. Het lezen in de Bijbel is niet meer populair. In ieder geval niet in de vrijzinnig-progressieve stroming van de kerk, waarin hij thuis hoort. Daarnaast heeft hij ook de tijd niet mee. Kan in een seculier tijdperk nog wel een pleidooi voor het lezen en bestuderen van de Bijbel gehouden worden.

gerd theissen
Gerd Theißen (bron: SCM Press)

De Bijbel heeft het imago ook niet mee. Voor jongeren is de Bijbel een boek voor volwassenen of voor ouderen. Als de jongeren het lezen van de Bijbel niet mee krijgen, zullen ze dat ook op school niet meekrijgen. Godsdienstdocenten staan vaak nog kritischer ten opzichte van de Bijbel dan de jongeren zelf. De Bijbel is bovendien een boek uit een heel andere tijd. Waarom dan in deze tijd de Bijbel lezen en bestuderen?

636240795271128496-1921481598_25376-reading_bible-1200

Vitaliteit
Een bijbeldidactiek moet op deze kritiek een weerwoord hebben, vindt Theißen. Die is in zijn ogen ook te geven: Het lezen en bestuderen van de Bijbel is altijd een kenmerk van vitaliteit van het protestantisme geweest. Dat de Bijbel niet meer geopend wordt, is in zijn ogen een teken dat het niet best met het protestantisme gesteld is.

Postseculier
Daarnaast is het tekort door de bocht om onze tijd seculier te noemen. We leven eerder in een postseculier tijdperk, waarin gelovigen, die tot verschillende godsdiensten te rekenen zijn, en ongelovigen in één samenleving leven. Deze samenleving is ook nog eens mede gevormd door de Bijbel. Alleen al vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan de Bijbel niet gesloten blijven. Anders begrijpt men de eigen cultuur niet meer. Daarnaast spreekt de Bijbel ook vandaag de dag nog mensen aan, zowel gelovig als niet-gelovig, zowel christelijk als niet-christelijk.

Religieuze vragen
En al is de Bijbel een oud boek, de Bijbel heeft wel iets extra’s: de Bijbel zet mensen aan tot nadenken en reflectie, daagt mensen uit om contact te zoeken met God. Ook in deze postseculiere tijd worden religieuze vragen gesteld. Daarom is het nog maar de vraag of jongeren echt zo negatief over de Bijbel zijn, of dat het negatieve oordeel een gevolg van onkunde is.

De Bijbel is er ook voor andersgelovigen en niet-gelovigen
De Bijbel behoort niet alleen toe aan christenen. Ook Joden en moslims hebben (een deel van) de Bijbel. Ook hindoes en boeddhisten lezen in de Bijbel. Ook ongelovigen lezen in de Bijbel. Dat past ook wel bij de Bijbel. De canon van de Bijbel is – zeker wat het Oude Testament betreft –  gevormd met het oog op buitenstaanders (Ezra 7; de brief aan Aristeas). Het Nieuwe Testament is dan wel ontstaan voor intern gebruik, maar het Vroege Christendom was missionair ingesteld. Het lezen van de Bijbel door andersgelovigen of ongelovigen past bij de Bijbel.

Open bijbeldidactiek
Theißen wil daarom met een
open bijbeldidactiek komen: een bijbeldidactiek die zich niet alleen richt op christenen, maar ook andersgelovigen en niet-gelovigen uitdaagt om de Bijbel te lezen en te bestuderen. De Bijbel is niet alleen onderdeel van de religieuze vorming en ontwikkeling, maar zelfs onderdeel van de algemene vorming en ontwikkeling.

Er zijn naar zijn idee 3 manieren van gebruik van de Bijbel, waarin de drieslag van de praktische theologie zoals Dietrich Rössler die voorstaat zichtbaar wordt: kerkelijk, persoonlijk en publiek.

  • De Bijbel als belijdenisboek – de Bijbel is een boek van de kerk, een zichtbaar symbool dat het mogelijk is om in contact te komen met God.
  • De Bijbel als boek om te mediteren – de Bijbel voor persoonlijk gebruik.
  • De Bijbel als boek van algemene vorming en ontwikkeling – de Bijbel als publiek boek. 

N.a.v. Gerd Theißen, Zur Bibel motivieren. Aufgaben, Inhalte und Methoden einer offenen Bibeldidaktik (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 2003) 12-26.

Ik heb al eerder over Gerd Theißen geblogd hier en hier. Zie voor bijvoorbeeld voor een vertaling van dit eerste hoofdstuk: hier.