“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

Om een boodschap over te brengen, is het van belang om de luisteraar mee te nemen in het verhaal. Dat meenemen van de luisteraar in het verhaal gaat beter als de predikant geen uitleg geeft, maar in woorden verfilmd.
5789filming

Deze richtlijnen gelden voor alle 4 pagina’s. Daarbij hoeft niet de hele preek als een film getoond te worden. Het verfilmen in woorden legt wel de lat hoog wat betreft communicatie aan de luisteraars.

Paul Scott Wilson geeft een aantal richtlijnen voor het verfilmen:

  • Ga er niet vanuit dat de luisteraars het Bijbelgedeelte kennen. (Ook al is het vooraf aan de preek gelezen of gaat het om een bekend gedeelte.)
  • Voordat een predikant commentaar of uitleg geeft, moet het Bijbelgedeelte eerst tot leven komen en daarom getoond worden als een film in woorden. (Nog beter is het om het commentaar of de uitleg al vertellenderwijs te verwerken.)
  • Show, don’t tell.
  • Doe alsof het Bijbelgedeelte zich in het heden afspeelt. Gebruik daarom de tegenwoordige tijd en niet de verleden tijd.
  • Het gaat erom dat de luisteraars ervaren wat er gebeurt. Daarom is een hele pagina in de preek nodig.
  • Gebruik woorden die visueel en zintuiglijk zijn. Voordat je de pagina uitwerkt, moet je de desbetreffende pagina eerst voor jezelf verbeelden en visualiseren.
  • Werk kenmerkende details uit. Gebruik daarvoor de exegese en reconstrueer die details aan de hand van informatie over het Midden-Oosten:
  • – over de geografie
    – de flora en fauna
    – over de mensen
    – over de economie
    – over de architectuur
    – over het klimaat
    – enz.
    Deze informatie vind je in Bijbelse encyclopedieën (of soms in commentaren).
  • Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène:
  • Blijf in de film in woorden op dezelfde plaats totdat de scène voldoende is gefilmd.
  • Maak de scène concreet, waarbij je als een regisseur optreedt. Zeg niet: ‘Ergens in het Midden-Oosten’, maar plaats de scène bij een wadi, berghelling, een rivier, een dorp, een marktplaats. Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène.
  • Focus op de hoofdpersoon die iets doet.
  • Begin midden in de actie of handeling. Neem geen lange aanloop. Vertel wat eraan vooraf gaat in flashbacks.
  • Blijf zo dicht mogelijk bij de tekst. Voeg geen extra personen onnodig toe.

obdWFTF39YA8vwSBmEjeyj.jpgGebruik de camera: (1) Scènes verfilmen

  • Houd de focus op één groep mensen of één gebeurtenis voor meerdere minuten om de gemeente de gelegenheid te geven in het verhaal mee te komen.
  • Snelle wisseling van scènes is bij filmen in woorden niet geschikt. Dan raak je luisteraars kwijt. Elke keer als de scène of de personages wisselen, moeten de luisteraars die wisseling in hun verbeelding, in hun hoofd kunnen meemaken.
  • Maak aan het begin van een pagina en van een nieuwe scène de locatie waar het zich afspeelt helder.
  • Laat kenmerkende details van de locatie zien, een detail dat tot de verbeelding spreekt en evocatief werkt.
  • Neem de tijd om de scène en de attributen te verfilmen. Een luisteraar kan geen boot voor zich zien als de boot niet in een haven aangemeerd ligt of dobbert op de golven.
  • Laat geen belangrijke details weg. Dat schept verwarring.
  • Beperk beschrijvingen tot het minimum. Vertel ze niet, maar laat ze al filmend zien.

Uneasy_iPhone.jpgGebruik de camera: (2) Mensen en handelingen

  • De setting moet duidelijk zijn, maar tegelijkertijd achtergrond blijven.
  • Focus op wat mensen doen.
  • Beschrijving en gesprek kunnen belangrijk zijn, maar houdt dit kort en weef het in de gefilmde handelingen in.
  • Als een personage in de Bijbel iets zegt, laat die persoon die woorden ook in de preek zeggen.
  • Vermijd bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. Velen gaan er ten onrechte van uit, dat zij een teken zijn van creativiteit.
    Zeg daarom niet: ‘een mooie weg’, maar laat concreet zien hoe de weg eruit zien.
    Zeg daarom niet: ‘ze rende vlug’. maar beschrijf hoe ze liep of rende.
  • Focus de camera op details, zoals gebaren, manier van lopen, kleding en voorwerpen, vooral op de details die iets onthullen van het karakter van de hoofdpersoon. Deze kleine details laten het echte leven zien.

shutterstock_618915005-825x465Neem de beperkingen van de camera serieus

  • Blijf zoveel mogelijk weg uit de hoofden van de hoofdpersonen. Innerlijke monologen en uitgebreide dialogen zijn zelden effectief.
  • Laat daarom een personage een korte zin zeggen. Bij voorkeur een zin die uit de Bijbeltekst afkomstig is.
  • Laat de camera je gids zijn in wat je wel of niet kunt laten zien.
  • Ga niet psychologiseren als je een karakter verbeeldt.
  • Voeg geen motieven aan een hoofdpersoon toe als de Bijbeltekst die niet vermeldt.

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

Het kenmerk van het preekmodel van Paul Scott Wilson is dat hij de preek onderverdeelt in 4 aspecten van de kernboodschap. Deze 4 aspecten krijgen een even groot aandeel in de preek. Het gaat om:
(1) Trouble in de Bijbel
(2) Trouble in het hier en nu
(3) Grace in de Bijbel
(4) Grace in het hier en nu

In mijn blogs heb ik trouble steeds onvertaald gelaten, omdat deze term bij Wilson erg breed wordt ingevuld.

Wilson begint bewust met de trouble. Hij beroept zich daarvoor op Frederick Buechner, die stelde: Het evangelie is slecht nieuws voordat het goed nieuws is. Maar wat Wilson doet met trouble is in feite niets anders dan het aloude, klassieke onderscheid tussen wet en evangelie.

Daarbij gaat het bij dit onderscheid als het gaat om de wet niet om de Tien Geboden. Het gaat bij de wet om het menselijk leven dat ligt onder het oordeel van God, omdat de mens zich niet kan houden aan Gods geboden. In iets algemenere termen: in de wet (die bij dit onderscheid hoort) kijken we in een spiegel, waarin we zien dat wijzelf en de wereld niet beantwoorden aan Gods oorspronkelijke bedoeling. Als we in de spiegel kijken, zien we het lijden en de tragiek van de menselijke situaties, die men kan beschrijven met zonde en gebrokenheid. Wie eerlijk in deze spiegel kijkt, beseft dat er hulp nodig is, die alleen God als Redder kan bieden. De wet drijft uit naar Christus.

Bij Wilson gaat wat trouble betreft om meer dan zonde en gebrokenheid. Het gaat ook om het menselijk verlangen naar God of het leven naar Gods wil, dat de mens niet in eigen kracht kan volbrengen. De ambivalenties die optreden in gelovigen als het gaat om het dienen van God. Bijvoorbeeld de strijd tussen nederigheid en menselijke trots, tussen Gods wil en de eigen keuze. Het kan gaan om een gebrek aan vertrouwen. Om een geloof dat aangevochten wordt.

Op pagina 1 gaat het erom dat de zonde en de gebrokenheid, het menselijk falen en verlangen zoals dat in het Bijbelgedeelte aan de orde komt uit de doeken worden gedaan.

Maar wat als het Bijbelgedeelte geen trouble kent? Dan moet de Bijbeltekst als een negatief worden gelezen:

Handelen van God Omkering
Jezus drijft de demonen uit Demonen willen Christus uitdrijven
Jezus zal zijn werk voltooien Mensen kunnen de taak die hen is opgedragen niet voltooien
Jezus is als een moederkloek Wij kiezen er niet voor om ons te laten verzorgen
Jeruzalem zal heten: Jezus Gezegend Zonder Christus zijn we veroordeeld
God geeft ons vertrouwen Wij moeten God vertrouwen
God werkt door ons Wij moeten anderen helpen
God geeft kracht om te handelen Doe wat God opdraagt

Volgens Wilson moet dat op een creatieve, verbeeldende wijze gaan. Hij spreekt daarom van het verfilmen (in woorden) van de trouble in de Bijbel. Daar zal de volgende blog over gaan.

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 7: Ingaan op een vraag die bij de luisteraars leeft

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 7: Ingaan op een vraag die bij de luisteraars leeft

Een wezenlijk onderdeel van de preekmethode van Paul Scott Wilson is dat de predikant in de preek ingaat op een vraag die bij de luisteraars leeft. Daarbij gaat het niet om de mening van de predikant over de gemeente, maar een vraag die bij de luisteraars leeft. Van belang is dat de kernboodschap (theme sentence) een antwoord geeft op die vraag. Een preek die geen antwoord geeft op een van de vragen die bij de luisteraars leeft hoeft niet gehouden te worden.

Op verschillende manieren kan er een vraag opkomen bij de luisteraars:

  • De luisteraar kan zich afvragen welk verschil deze boodschap in zijn of leven maakt.
  • De luisteraar kan zich met betrekking tot een bepaalde boodschap aangevochten voelen.
  • De luisteraar kan een bepaald tekort ervaren.

Hank Langknecht (een collega van Paul Wilson) is van mening dat het ook om een verlangen kan gaan dat bij de luisteraars leeft.

De kernboodschap geeft een antwoord op de vraag of het verlangen. Dat wil niet zeggen dat er een pasklaar of simpel antwoord gegeven kan worden. In de preek is het van belang om de ambivalentie, de aanvechting en de worsteling volop ruimte te geven. Dat kan op pagina 2 (of eventueel 1 vanuit het Bijbelgedeelte) of in de inleiding. Op pagina 4 wordt aangegeven wat het handelen van God betekent voor de vraag of het verlangen.

De vraag of het verlangen kan ook op pagina 4 aan de orde komen. Wanneer dat gebeurt, is de vraag of het verlangen ingekaderd in het handelen van God.

Hoe ontdek je een verlangen of een vraag bij een kernboodschap?
Mocht er vanuit de pastorale ervaring niet helder zijn welke vraag of welk verlangen er kan leven, kan men op de volgende manieren een vraag vinden:

(1) Bedenken op welke vraag of welk verlangen de kernboodschap een antwoord is

Kernboodschap Bijbehorende vraag
God betaalt de prijs Hoe kan ik opnieuw beginnen?
God schiep alle dingen Wat heeft God met alles te maken?
God koos Jeremia Waarom zou ik gaan?
God weet het al Wie kan begrijpen?
God kan elk moment komen Hoe kunnen we volhouden?
Jezus voorziet in al hun noden Wat moet ik doen als ik geen werk kan vinden?
God voedt de kerk Wat zal er met de kerk gebeuren?
Christus openbaart zijn identiteit aan Paulus Hoe weet ik of de kennis over God betrouwbaar is?
De engel toont Johannes de hemelse stad Waarom is dit niet het einde?

 

(2) Het onderdeel van de dogmatiek de vraag laten bepalen

 

Onderdeel van de dogmatiek Bijbehorende vraag
Openbaring Hoe kunnen we God vinden?
Uitverkiezing Wat wil God van ons?
Schepping Wat doen we hier?
Zonde Waarom kun je niet gewoon jezelf zijn?
Incarnatie Waar is God?
Opstanding Wie heeft de touwtjes in handen?
De Heilige Geest Wat is het nieuwe?
Eschatologie Wat zal er met ons gaan gebeuren?

 

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

Het is verstandig om een preek te beperken tot één kernboodschap. Paul Scott Wilson noemt die kernboodschap van de preek:
theme sentence. Ik heb daar al eens eerder over geblogd.

In de preekvoorbereiding wordt de kernboodschap gevonden door te vragen: Wat doet God in of achter de tekst?
Om te ontdekken wat God doet, is het nodig om de tekst theologisch te lezen: gericht op het handelen van God dus.
Voor Paul Scott Wilson heeft de kernboodschap immers te maken met de verkondiging van het evangelie (gospel). En die verkondiging is voor Wilson: de menselijke nood, het verlangen, de zonde (trouble) in combinatie met het handelen van God (grace).

Onderdelen van de kernboodschap

  • Een van de personen van de Triniteit als onderwerp
  • een actief werkwoord
  • een handeling of actie, waarmee God redt of kracht geeft
  • een complete gedachte
  • een eenvoudige, korte zin (niet samengesteld)

Wat je moet vermijden:

  • Vermijd zwakke werkwoorden
  • Vermijd werkwoorden als ‘zegt’ of ‘vertelt’.
  • Vermijd vragen (maak van de vraag een stelling)
  • Vermijd het stellen van voorwaarden voor het goede nieuws
  • Vermijd samengestelde en ingewikkelde zinnen
  • Vermijd een kernboodschap, die niet zoveel zeggen.
    Zoals:
    – God schept het licht. Maak ervan: Christus verlicht ons leven
    – De vader is verkwistend in zijn liefde. Maak ervan: God is buitensporig in zijn liefde voor ons.


Een kernboodschap vinden:
(1)  vanuit waar de tekst over gaat
Een manier om de kernboodschap te vinden is om van waar de tekst over gaat (concern of the text) stelling te maken, die over Gods handelen in het heden gaat:

  • God wil dat Israël zich verandert => God geeft Israël (of: ons) een nieuwe identiteit
  • Jezus roept Israël op tot bekering => Jezus brengt ons tot berouw
  • De Heilige Geest overtuigt Paulus => De Heilige Geest werkt in Paulus (of: in ons).
  • God nodigt Jeremia uit om te handelen => God stelt Jeremia in staat om te handelen
  • Als Israël zich zal …, dan zal God … => Christus maakt in ons de voorwaarden voor Gods liefde compleet
  • God kan in je leven handelen => God handelt (of: heeft gehandeld) in je leven
  • Laat God in je leven handelen => God is niet tegen te houden

(2) Vanuit de nood / het verlangen / de zonde
De kernboodschap is een antwoord op de nood, het verlangen of de zonde. Daarom wordt de kernboodschap uitgewerkt in pagina 3 en 4 als antwoord op pagina 1 en 2.

  • Hoe kan ik opnieuw beginnen? => God betaalt de prijs
  • Wat heeft God met dit alles te maken => God heeft alles geschapen
  • Waarom zou ik gaan? => God koos Jeremia (of ons in Christus)
  • Wie kan dit begrijpen? => God weet alle dingen
  • Hoe kunnen we volhouden => God kan elk moment komen
  • Wat moet ik doen als ik geen werk kan vinden => Christus voorziet in alle noden
  • Wat zal er met onze kerk gebeuren? => Christus onderhoudt de kerk

(3) Vanuit de dogmatiek
De dogmatiek kan helpen om de kernboodschap te vinden:

  • Door te helpen bij de reflectie om welk handelen van God het gaat
  • Door te helpen om de ambivalenties, spanningen en aanvechtingen te vinden
  • Door te helpen bij het vinden van het antwoord op de nood, het verlangen, de zonde

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

Het voordeel van het model van “De vier pagina’s” van de preek” is dat de dogmatiek daarin een rol kan spelen bij de preekvoorbereiding.

De dogmatiek kan helpen bij:

  1. het vinden van de boodschap (theme sentence).
  2. het beperken tot één onderdeel van de dogmatiek.
  3. het ontdekken van trouble (pagina 2 en evt 1) en grace (pagina 4 en evt 3) bij deze boodschap.
  4. het ontdekken van de vraag of het verlangen dat in de gemeente leeft bij deze boodschap.
  5. de uitwerking (of zoals Paul Wilson het noemt: verfilmen) van pagina 2 en 4:
    – wat is er aan de orde of wat staat er op het spel bij de boodschap, trouble, grace en vraag of verlangen?
    – welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten aan de orde komen? Welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten juist achterwege blijven?
    – wat is het verschil in uitwerking voor doorgewinterde kerkgangers en voor incidentele bezoekers van kerkdiensten?
  6. de reflectie op de vraag of de boodschap van de preek wel een antwoord geeft op het verlangen en de vraag in de gemeente.
  7. de reflectie op welke thema’s er veel aan de orde komen en welke thema’s blijven liggen.
  8. de reflectie op hoe de boodschap betrokken kan worden op het werk van Christus (incarnatie, kruis, opstanding, koningschap in de hemel).
  9. de reflectie op wat gemeenteleden van dat gedeelte van de dogmatiek zouden moeten weten en wat tot vakkennis behoort.

 

In een vorig blog schreef ik: Het zou de moeite waard zijn om een geloofsleer of dogmatiek uit te werken die allereerst gericht is op de preekvoorbereiding en niet op de interne dogmatische discussies.
Collega’s die affiniteit hebben met dogmatiek zullen daar tegen in het geweer komen: die tegenstelling bestaat niet. Toch is mijn ervaring dat die tegenstelling er wel degelijk. In de jaren dat ik preek heb ik geregeld de dogmatiek erbij gehaald, maar zelden werkte de dogmatiek op de bovenstaande manier. In mijn ervaring zijn dogmatische handboeken bijna altijd gericht op:
– discussies in de kerkgeschiedenis
– discussie met filosofie of min of meer seculiere wereld waarin we leven
– intern-dogmatische discussies.

Ik grijp mis als ik wil in de preek wil nadenken over bij thema’s als karaktervorming, verleiding, aanwezigheid van God in het dagelijks leven, praktisch en inzichtelijk maken van waarom Christus onze redder is, incarnatie, koningsheerschappij van Christus. Natuurlijk zijn de oudtestamentische verhalen vrij lastig aan de dogmatiek te relateren, maar gek genoeg zijn ook de verhalen uit de evangeliën niet zo gemakkelijk met de dogmatiek te verbinden is mijn ervaring.
(Misschien mis ik een leeswijzer om de publicaties op het terrein van de dogmatiek, die ik heb, op een zinvolle manier te gebruiken.)

Wil de dogmatiek relevant zijn voor de preekvoorbereiding, dan kan het zinvol zijn om te kijken hoe godsdienstpedagogen de dogmatiek relevant maken voor het godsdienstonderwijs. Een voorbeeld van wat ik bedoel is het boek van Kees en Margriet van der Kooi over het gesprek tussen dogmatiek en pastoraat: Goed gereedschap is het halve werk.

Ps voor wie denkt, dat ik niet genoeg dogmatiek in huis heb- in mijn kast staan de dogmatieken van Allen / Swain, Althaus, Barth, Van de Beek, Beker/Hasselaar, Berkhof, Berkouwer, Van den Brink & Van der Kooi, Brunner, Ebeling, Elert, Van Genderen & Velema, Kraus, Kreck, Mildenberger, Van Niftrik, Noordmans, Joest, Pannenberg, Sonderegger, Weber.

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

‘De vier pagina’s van de preek’- 4: het begin van de preek

Net als in de openingsscène van een film onthult de introductie van de preek iets van waar de preek over gaat. De tafel wordt gedekt, maar de maaltijd nog niet opgediend. De geur hangt al wel in huis. De introductie heeft een belofte die in de preek waargemaakt wordt.

Voor de luisteraar is de introductie ook bedoeld om vertrouwen te krijgen in degene die de preek houdt: ‘Wie is hij of zij? Ben ik het eens met de aanpak? Kan ik vertrouwen stellen in wat er gezegd wordt?’

In het verleden werd er niet veel aandacht besteed aan de introductie van de preek. Door de New Homiletic, die wil dat de preek een ervaring of een belevenis is, is er aandacht gekomen voor de introductie, waarin de luisteraar wordt meegenomen in het verhaal.

De preek kan beginnen met pagina 2 (Trouble in onze eigen wereld). Wanneer het hedendaagse materiaal beperkt kan blijven tot een of twee paragrafen is het zinvoller om deze paragrafen te zien als introductie op de hele preek en daarmee ook op pagina 1 (Trouble in de Bijbel).

Volgens Paul Scott Wilson zijn er 6 manieren om de preek te beginnen:

  1. Vertel een verhaal dat het tegenovergestelde is van de boodschap (theme sentence) en van het handelen van God (grace).
  2. Begin met een niet al te serieuze ervaring van de boodschap (theme sentence).
  3. Start met de gekozen Bijbeltekst.
  4. Start met sociale gerechtigheid.
  5. Start met een nieuwsbericht.
  6. Start met een fictief verhaal.


Zelf zou ik nog een 7e toevoegen: koppeling aan het kerkelijk jaar of het eigene van de desbetreffende zondag. Paul Scott Wilson stelt dat echter in het slot van de preek aan de orde.

Regels voor een verhaal aan het begin

  • Start in medias res: op de plaats en met de gebeurtenis of handeling waar het om gaat.
  • Neem geen lange aanloop waarvan niet duidelijk is waar het naar toe gaat.

Wat je in een introductie niet moet doen

  1. Begin niet met een vraag.
  2. Ga de luisteraars niet manipuleren.
  3. Begin niet met een grap of een mop (tenzij deze grap of mop heel goed aan de Bijbelse tekst verbonden kan worden).
  4. Gebruik geen lange zinnen.
  5. Start niet met een verhaal met een lange aanloop. Begin direct bij de pointe van het verhaal en vertel de rest eventueel als een terugblik.
  6. Start niet te diep of met een te aangrijpend verhaal.

‘De vier pagina’s van de preek’- 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

‘De vier pagina’s van de preek’ – 3: verdeling van de werkzaamheden over de week

img_3152

Bij De vier pagina’s van de preek, het preekmodel van Paul Scott Wilson, hoort ook een verdeling van de werkzaamheden over de week. Daarbij wordt op die dag de desbetreffende pagina niet alleen voorbereid, ook daadwerkelijk uitgeschreven:

  • Maandag:
    – exegese
    – invullen van het ezelsbruggetje The Tiny Dog Now is Mine
    – titels van de vier pagina’s
    – introductie van de preek
  • Dinsdag:
    – Pagina 1: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in de Bijbel
  • Woensdag:
    – pagina 2: in woorden ‘verfilmen’ van trouble in onze eigen tijd
  • Donderdag:
    – Pagina 3: in woorden ‘verfilmen’ van grace in de Bijbel
  • Vrijdag:
    – Pagina 4: in woorden ‘verfilmen’ van grace in onze eigen tijd
    – slot van de preek onder woorden brengen

preach_4pages