Festival voor jonge predikanten

Festival voor jonge predikanten

Onlangs was er in de VS een Young Preaching Festival.

Het bijzondere van dit festival vond ik dat dit geen academisch initiatief is, maar een initiatief vanuit een kerk. Er zijn ook academische festivals voor jonge predikanten.

Dat lijkt me nou ook een aardig idee voor Nederland: een festival voor jonge predikanten. Om met elkaar wat verder de basics te bespreken en ruimte te hebben wat meer verdieping.

Preek zondag 19 juli 2015

Preek zondag 19 juli 2015
Efeze 6:10-24

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Aan het einde van de brief aan de gemeente van Efeze
laat Paulus merken dat het hem ernst is,
alles wat hij in de brief geschreven heeft.
Hij doet een appèl op de gemeente om niet kwijt te raken
wat zij in Christus hebben ontvangen.
Hij gebruikt daarvoor krachtige beelden:
een wapenrusting die we moeten aandoen,
listige aanvallen van de duivel waar we als gelovige mee te maken hebben.
Daarmee wil Paulus aangeven:
het is kostbaar wat we van God hebben ontvangen,
wat Christus voor ons aan het kruis heeft gedaan
en wat we door de Heilige Geest hebben ontvangen,
dat moeten we allemaal niet kwijtraken.
Daar is het te kostbaar voor.
Het is de moeite waard om daarvoor te vechten.

Paulus waarschuwt: er is iemand die probeert om ons geloof af te nemen,
die steeds alert en scherp is
en ons zover wil brengen dat we ons geloof, dat we Christus kwijtraken:
de duivel, die dat op een listige manier probeert.
Op zo’n manier dat we er geen erg in hebben,
zodat we ons geen zorgen maken over hoe het er met ons geloof voorstaat
en als we niet ongerust zijn,
is hij met ons bezig om ons weer terug te veroveren,
zodat we Christus kwijtraken.
Dat kwijtraken van Christus kan soms op een heel abrupte manier gebeuren,
als iemand iets ingrijpends meemaakt,
zoals het overlijden van een geliefde,
waardoor iemand zegt: voor mij hoeft God niet meer.
Als Hij mijn geliefde niet heeft gered, terwijl Hij dat kon,
dan geloof ik niet meer dat Hij bestaat,
dan wil ik niets meer met Hem te maken hebben.
Paulus laat dat ook in dit gedeelte doorschemeren:
Trek de wapenrusting aan,
zodat je weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad.

De dag van het kwaad:
dat is de dag waarop je geloof zo onder druk komt te staan
waardoor je het niet meer ziet zitten met God.
De dag van het kwaad, dat konden de vervolgingen zijn
waarmee de christenen in die dagen mee te maken kregen
en waar gelovigen op veel plaatsen mee te maken krijgen,
bijvoorbeeld in het Midden-Oosten,
waar gelovigen de keuze hebben om hun geloof vaarwel te zeggen
of een van hun kinderen op een gruwelijke manier vermoord te zien worden.
De dag van het kwaad, dat is een forse, frontale aanval van de boze,
waarbij wat je lief en dierbaar is van je afgenomen kan worden
om je bij Christus vandaan te drijven.
Dat kan ook bij een gelovige een forse knauw in het vertrouwen op God geven,
een afstand tot God of zelfs helemaal een breuk met het geloof.
Geloof en hoop maken plaats voor teleurstelling en verbittering.

Lang niet altijd kiest de duivel de frontale aanval
om ons bij God vandaan te brengen.
Zijn methode kan ook heel listig zijn, geeft Paulus aan,
zodat we niet bedacht zijn
en niet klaar voor de verdediging.
Bekleed u met de wapenrusting van God, zegt Paulus.
Met dat beeld dat Paulus hier gebruikt, wil hij aangeven,
dat het geloof een strijd kent, waarbij het erop of eronder gaat,
waarbij het ook van groot belang dat elke strijder alle krachten in de strijd geeft.
Kent u daar iets van,
van zo’n strijd in het geloof, waarbij het erop of eronder gaat,
Waarbij het er om spant?
Als ik eerlijk ben voor mijzelf, ken ik die strijd niet.
Ik weet wel dat er gelovigen zijn die een bepaalde strijd kennen,
in het gezin bijvoorbeeld vanwege de kinderen die niet meer naar de kerk willen
of een man die geloof of kerk helemaal niet ziet zitten
en dat graag aan zijn vrouw overlaat.
Waarbij er een hele strijd kan zijn om toch op zondag naar de kerk te gaan als gezin.
Dan zit het hele gezin in de kerk,
maar kunnen ze in zichzelf denken: het is maar goed dat de mensen om ons heen
niet kunnen zien wat voor strijd en geruzie aan onze kerkgang vooraf is gegaan.

Zou de duivel in onze tijd niet veel meer voor een hele subtiele aanval kiezen?
Door een listige verleiding,
waarbij je zelf niet door hebt dat je daardoor op een verkeerde weg terecht komt,
begint aan een weg die je bij God vandaag voert.
In de 2e brief aan de gemeente van Korinthe geeft Paulus aan,
dat de duivel zich kan voordoen als een engel van het licht.
De duivel kan zich vermommen en je een keuze voorhouden,
die een hele goede keuze lijkt, waarbij je God denkt te dienen,
maar ondertussen trap je in zijn val
en leidt hij je, zonder dat je het doorhebt, van God vandaan.
Op die frontale aanval, waarbij de duivel ons onder druk zet,
daar moeten we op letten,
maar ook op die subtiele verleiding, waarbij hij ons weglokt bij God vandaan.
Voor mij als predikant is zo’n verleiding om mij te storten op alle werkzaamheden die er zijn,
werkzaamheden die allemaal ook belangrijk zijn,
zoals het bezoeken van gemeenteleden, het meewerken aan een beleidsplan,
deelnemen aan vergaderingen – een agenda is zo volgeboekt.
Waarbij de tijd om goed te luisteren,
naar wat de Heere in Zijn woord ons te zeggen heeft, erbij kan inschieten,
en er geen rust is om te bidden en het contact te zoeken en te onderhouden met onze Heer
door de onrust die er in mij is, om alles wat nog gedaan moet worden
en wat ik allemaal niet mag vergeten.
Daar heeft bijna iedereen wel mee te maken,
met die drukte van alle werkzaamheden,
die ons alle tijd afneemt
en ons ook innerlijk te onrustig maakt om het echte gesprek,
het werkelijke luisteren naar God te hebben.
De duivel kan in zijn vuistje lachen.
Hij hoeft er alleen maar voor te zorgen, dat we druk zijn met de kerk,
zo druk dat we ons eigen geestelijk leven verwaarlozen
om alle aandacht te geven aan iets anders dat ook van belang is,
maar schadelijk voor ons is als we daarbij ons geloof verwaarlozen en achteruit laten gaan.

De duivel kan ons afleiden met alles wat er op internet te vinden is.
Dat hoeft echt geen rotzooi te zijn.
Dan kunnen websites met christelijk nieuws zijn, opbouwende of soms kritische blogs,
en social media waarbij je medechristenen volgt,
je bent van alles op de hoogte en je leeft met iedereen mee,
maar ondertussen heb je vergeten om het contact met God te zoeken,
zo dicht bij hem te leven als je met je facebook-vrienden doet.
Je reageert eerder op het signaaltje dat je mobiel geeft
en je pakt eerder je iPhone dan de Bijbel.
Daardoor mis je de rust en ook de signalen die God naar je stuurt.
Alles zoeken we op internet op:
van de aanbieding tot de route die we met de vakantie moeten rijden,
maar we kunnen zomaar de weg die God ons wijst over het hoofd zien.
Het is allemaal niet verkeerd – het kan ook allemaal goed voor ons zijn
en voor ons geloof,
maar door verkeerd gebruik kunnen we door al dat goede dat er is
op de verkeerde weg raken en God uit het oog verliezen,
terwijl we denken dat we met Hem bezig zijn.
Ons lichaam geeft signalen af als we moe zijn.
Onze telefoon geeft een signaal af als de batterij bijna op is en opgeladen moet worden.
De auto geeft een signaal als we de lichten aan laten staan,
om te voorkomen dat de accu van de auto leegraakt.
Zo moet u erop letten welke signalen uw geloof geeft,
u moet uzelf en uw geloof kennen, zodat u weet welke signalen het zijn
en u moet uzelf trainen dat u die signalen ook kent.

Paulus spreekt over de wapenrusting om aan te geven dat het menens is,
een verschil tussen het geloof behouden of het geloof verliezen.
Trek daarom de wapenrusting aan, die God geeft,
zodat je een onderscheid kunt maken tussen wat wel goed voor je is en wat niet.
Zodat je weet wat je geloof voedt en versterkt en wat je geloof schade berokkent.
De hele wapenrusting, zegt Paulus,
wanneer je maar één onderdeel neemt en die aantrekt, dan ben je nog zwak en kwetsbaar.

Het is een bijzondere wapenuitrusting die Paulus geeft.
Want bij echte wapens vergeleken valt deze wapenuitrusting van Paulus in het niet.
Vergeleken met echte Romeinse zwaarden en schilden,
vergeleken met hedendaagse wapens zoals tanks, bazooka’s, mitrailleurs
valt op hoe kwetsbaar deze wapenuitrusting van Paulus is.
Met deze wapens houd je geen tanks of kanonnen tegen,
met deze wapens kun je niet op tegen aan marcherend leger dat je aanvalt.
Deze wapens, die Paulus ons aanreikt, vallen in het niet
bij wat er in deze wereld aan verdediging en zekerheid te vinden is.
Als we zekerheid en houvast in het leven zoeken,
dan grijpen we niet zo snel naar de gordel van de waarheid,
het borstharnas van de gerechtigheid, de sandalen van bereidheid het evangelie te brengen,
de helm van de zaligheid,
de schild van het geloof,
terwijl we daarmee toch veilig zijn voor de pijlen die de duivel op ons afvuurt.
Het zwaard van de Geest gebruiken we niet. snel.
Of kunt u momenten bedenken waarop u deze wapens hebt gebruikt
om u en uzelf te beschermen tegen de aanvallen van de duivel?

Het probleem met de wapenuitrusting die Paulus ons aanreikt
is dat we het resultaat er niet snel van zien.
Het gaat om stabiliteit, blijven staan, weerstand bieden.
We boeken geen vooruitgang, het zijn ook nauwelijks aanvalswapens die Paulus ons geeft,
vooral wapens om ons te verdedigen
om op de plek te kunnen staan, waar God ons heeft geroepen.
Het zijn daarom wapens die om geduld vragen en vertrouwen,
dat als we ze gebruiken ze voor God en voor onszelf waardevol zijn,
ook al zien we niet direct resultaat.
Hoe verschillend ze ook zijn, die wapens, ze hebben alles te maken met bidden en bijbellezen.
Bijbel lezen is meer dan lezen in een boek:
Het is het opvangen van het gesprek dat God met ons voert.
Hij spreekt tot ons, Hij spreekt ons aan,
Hij is met ons in de weer, op ons gericht
en wil dat wij Zijn woorden horen én gehoorzamen.
Woorden die we niet alleen maar stil in een boek moeten lezen,
maar hardop, voor onszelf, maar ook door anderen voor ons gelezen,
zodat we een stem horen die ons aanspreekt
en weten dat God ons aanspreekt, om ons de weg te wijzen,
om ons geloof te sterken, te laten groeien.
En bidden is meer dan alleen de handen vouwen en de ogen dicht
en onze gedachten richten op God.
Bidden is een totale openheid voor God en totaal op God gericht zijn,
in ons bidden, als we onze handen gevouwen hebben,
maar ook in ons dagelijks bestaan,
als we bezigzijn met de dingen die voor ons niet zo met bidden te maken hebben.
De wapenrusting loopt uit op het gebed.
Bidden is heel dicht bij God blijven, bij alles wat je doet
en je van de Heere afhankelijk weten en Hem ook opzoeken.
Zo strijden we het beste,
omdat bidden gedragen wordt door het geloof, dat God zelf zal strijden.
Door te bidden stellen we ons open voor wat God ons wil zeggen,
door onze ogen te sluiten leren we zien wat God voor heeft met deze wereld
en welke weg Hij voor ons heeft uitgestippeld.
Die afhankelijkheid en het besef kwetsbaar te zijn in het geloof,
dat is de basis om deze wapens te gebruiken.
Zo begint Paulus: word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.
De kracht hebben wij niet van onszelf, maar krijgen we van de Heere.
De sterkte – dat is de kracht die God heeft, waarmee Hij de overwinning behaalt,
waarmee Hij zijn wil op aarde doorvoert en die ook zichtbaar kan worden.
Macht – dat is de kracht die God als eigenschap bezit.
Beide, zoals zijn sterkte als zijn macht deelt God uit,
zodat we die kunnen gebruiken.
Het wordt niet onze kracht,
maar we gebruiken Zijn kracht, de kracht die God ons geeft,
om staande te kunnen blijven.
Je moet die kracht wel gebruiken, zegt Paulus, God geeft die niet voor niets.
Maar het blijft wel Zijn kracht, wat Hij doet.
Geen prestatie van onszelf, maar wel Zijn kracht waar we steeds op mogen terugvallen.
Vandaar het belang om te bidden, zodat we steeds op God zijn aangesloten en ontvangen.
De wapens die Paulus aanreikt, die ons beschermen, zijn karaktereigenschappen van God:
waarheid en gerechtigheid – we mogen schuilen achter Gods bescherming,
zoals we ook schuilen achter het schild van het geloof dat God ons geeft.
Hij zal u beschutten met Zijn vlerken
en onder Zijn vleugels zult u een toevlucht nemen
Zijn trouw is een schild en een pantser (Psalm 91:4)
Zo schuilen we achter God. In het gebed.

Bidden doen we niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen.
Zoals Paulus eerder in deze brief aangaf, dat hij steeds voor de gemeente dankt en bidt,
zo vraagt hij aan de gemeente dat de gemeente voor hem bidt.
Daarin zit iets moois:
je deelt de gemeente je kwetsbaarheid mee en je afhankelijkheid van God
en je maakt je broeders en zusters van de gemeente mede verantwoordelijk
voor jouw staande blijven,
een gemeenschap die samen strijdt, in het gebed voor elkaar, om elkaar daarin te steunen.
Om elkaar overeind te houden,
in het vertrouwen, dat Gods sterkte en Zijn macht ook eens zichtbaar zullen worden
en alle knie zich voor Hem zal buigen.
Ook al zien wij in ons leven hier op aarde die kracht niet altijd
en hebben we het er soms moeilijk mee om staande te blijven,
we worden opgeroepen
om ons te laten versterken door God
om ons vertrouwen op Hem te stellen
om Zijn weg te gaan
om alert te blijven op wat ons bij Hem wegleidt

en ons geloof schade berokkent.
Omdat de uiteindelijke overwinning van God komt.
En als we toch bezwijken, onderuitgaan, moeten we niet aan God twijfelen
of bij Hem weggaan, maar Hem opnieuw opzoeken
om ons weer door HEm te laten sterken.
Hoe sterk de duivel zich ook hier toont,
God overwint en de wapens die God geeft zullen ons helpen
om overeind te blijven als we aangevallen worden.
Ook als de duivel toch te sterk lijkt te zijn
en er een dag van het kwaad komt
waarbij een groot deel van de kerk lijkt weggevaagd te worden,
mogen we geloven, dat de uiteindelijke overwinnaar God is,
die niet in de hemel stil toekijkt met de armen over elkaar,
maar voorop in de strijd gaat, voor ons strijdt en ons beschermt
en de macht van de boze eens voorgoed zal laten verdwijnen.
In dat geloof strijden wij, vanuit de kracht door God ontvangen.
Amen

Met deze preek sluit ik de serie over de Efezebrief af, die ik begon op de zondag na Pasen. Een voor mij verrijkende ervaring om de brief grondig door te gaan en door te ‘preken’.

Zwijgen als communincatievorm in de Bijbel

Zwijgen als communicatievorm in de Bijbel

insightImage

Voor het Friesch Dagblad heb ik een recensie geschreven over: Jürgen Ebach, Beredtes Schweigen. Exegetisch-literarische Beobachtungen zu einer Kommunikationsform in biblischen Texten (Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus, 2014).

In dit boek gaat Ebach verschillende teksten uit het Oude Testament langs en ook enkele uit het Nieuwe Testament die over zwijgen gaan of waarin gezwegen wordt. Daarin laat hij zien dat zwijgen een zeer gelaagde communicatievorm is (die ook gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien).
Leseprobe

Die letzte Dinge

Boekbespreking Ulrich H.J. Körtner, Die letzte Dinge (2014).

FILAGO_db2_3766_M_00

Voor het Friesch Dagblad heb ik een recensie geschreven over: Ulrich H.J. KörtnerDie letzte Dinge (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlag, 2014).
Dit boek is het eerste deel van de serie Theologische Bibliothek, een serie over theologische thema’s, bedoeld voor lezers zonder al te veel theologische achtergrondkennis.

Commentaren op Efeze

Commentaren op Efeze

De serie preken over Efeze is bijna voorbij. Komende zondag de laatste bijdrage.

In de laatste tijd zijn er veel goede commentaren op deze brief verschenen. Tijdens deze serie heb ik de volgende commentaren gebruikt:

(NB: via bookreviews zijn goede recensies op het gebied van exegese Oude en Nieuwe Testament te vinden. Daarbij kan men een inschatting maken van de waarde van een commentaar. Check daarnaast ook goodreads. Recente Engelse commentaren kunnen vaak goedkoop via Den Hertog worden besteld).

9780801026140
1) Harold W. Hoehner, Ephesians. An Exegetical Commentary (Grand Rapids: Baker Academic, 2002).
Hoehner schreef een uitgebreid commentaar, waarbij hij steeds heel goed aangeeft wat de betekenis van een woord in de context van een perikoop is.
Dit commentaar van Hoehner is een zelfstandig commentaar en behoort niet tot een bepaalde serie.

Ephesians-2012
2) Stephen E. Fowl, Ephesians. A Commentary. New Testament Library (Louisville: John Knox Westminster, 2012).

Fowl is een beknopt commentaar en erg waardevol om na een gedetailleerde woord-voor-woord-exegese de hoofdlijn weer te pakken te kunnen krijgen. Dit commentaar is uitgebracht in de serie: New Testament Library.

FILAGO_db2_3261_M_00
3) Michael Gese, Der Epheserbrief. Die Botschaft des Neuen Testaments (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlag, 2012)

Een mooi, recent Duits commentaar. Geschreven door een predikant die promoveerde in het Nieuwe Testament. Dat is ook te merken aan dit commentaar: beknopt maar toch ook weer genoeg aandacht voor de woordbetekenis en volop aandacht voor de boodschap die deze brief wil overbrengen.
Dit commentaar behoort tot de serie: Die Botschaft des Neuen Testaments.

ResizeImageHandler
4) Peter T. O’Brien, The Letter to the Ephesians. The Pillar New Testament Commentary (Grand Rapids / Cambrigde: William B. Eerdmans Publishing Company, 2010, tweede druk).

The Pillar New Testament Commentary is een evangelicale serie. Dat is ook te merken aan dit commentaar. O’Brien schreef een degelijk commentaar, bruikbaar voor de exegese tijdens de preekvoorbereiding.

Print

5) Frank Thielman, Ephesians. Baker Exegetical Commentary on the New Testament (Grand Rapids: Baker Acadamic, 2010).

Ook de serie Baker Exegetical Commentary on the New Testament is een evangelicale serie. Omdat ik geen keuze kon maken tussen Thielman en O’Brien heb ik beide commentaren gebruikt. Ze vulden elkaar goed aan.

51MIyaXzpEL._SY344_BO1,204,203,200_

6) Heinrich Schlier, Der Brief an die Epheser. Ein Kommentar (Düsseldorf: Patmos Verlag, 1957).

Het commentaar van Schlier had ik al staan. Schlier is een veel ouder commentaar en dat is te merken aan de manier waarop deze exegese wordt verricht en de aandacht in de exegese aan bepaalde onderdelen.
Toch was Schlier geregeld de moeite waard. Van Schlier heb ik ooit eerder uit artikelen de waarde van parakaléoo (vermanen, aansporen) geleerd; een reden om dit commentaar aan te schaffen. Op dat punt was Schlier zeker de moeite waard.

ResizeImageHandler (1)
7) Eugene H. Peterson, Practice Resurrection. A Conversation on Growing Up in Christ (Grand Rapids / Cambrigde: William B. Eerdmans Publishing Company, 2010).

Peterson heeft tijdens zijn werkzame leven als predikant en hoogleraar Spiritualiteit vaak deze brief behandeld. Vandaar uit heeft hij een meditatief commentaar geschreven over deze brief in zijn serie Conversations.
Dit boek heeft mij heel erg geholpen bij de verkondiging. Voor mij een belangrijke steun in het preken maken over deze brief. Ik heb ook veel aan hem ontleend: introductie van de preek, voorbeelden, structuur van de preek, focus op bepaalde teksten.

Preek zondag 12 juli 2015

Preek zondag 12 juli 2015

Efeze 6:1-10

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
beste doopouders,

Van harte gefeliciteerd met de doop van je kind en Gods zegen bij de opvoeding!

Met de opvoeding van je kind ben je wellicht nog helemaal niet bezig.
Je bent in deze maanden vast vooral bezig met het genieten van je kind,
met wennen aan de verandering die er gekomen is,
nu je echt een gezin vormt: niet meer met z’n tweeën, maar nu met een kind erbij.
Ik hoop dat het je leven heeft verrijkt en dat je ook gelukkig bent.
Je moet vast ook wennen aan de verantwoordelijkheid die je hebt gekregen
nu zijn klein en hulpeloos mensje aan je is toevertrouwd.
Je hebt er vast naar uitgekeken in de afgelopen maanden, naar de geboorte van je kind.
Nu ben je samen vader en moeder.
Ook al zijn er oma’s en misschien ook wel opa’s die graag je kind overnemen,
de fles willen geven, mee uit wandelen willen gaan, op schoot willen houden,
de eerste zorg ligt bij jullie.
Straks zul je gaan merken dat jij je kind het beste kent.
Dat je weet wat hij of zij nodig heeft aan zorg.

Vandaag belooft God aan je kind, dat Hij als de hemelse Vader voor hen zal zorgen.
Dat heeft Hij ook al beloofd bij de geboorte en zelfs voor ze geboren werd.
Vandaag wordt die belofte van Zijn zorg nog eens bevestigd in de doop die je kind ontvangt.
Je hoeft het niet alleen te doen.
Sterker nog, de allereerste verantwoordelijkheid ligt ook bij de Heere.
Zoals Hij voor jullie zorgt, nog steeds, ook al kun je heel goed voor jezelf zorgen,
zo zal Hij ook voor je kind zorgen.
Je zult ook wel geregeld met je kind in je armen staan,
waarbij je naar je kind kijkt en dan een gebed in je op voelt komen:
‘Heere God, zorgt u alstublieft voor mijn kind.
Ik kan het niet alleen!’
Of een gebed voor jezelf: ‘Geef mij de kracht en de wijsheid om een goede ouder te zijn.’
Vandaag heb je beloofd om een goede ouder te zijn voor je kind,
aan je kind, aan de gemeente en vooral aan God.
Dat wil je ook graag, een goede ouder zijn, voor je kind dat je nu al zo dierbaar is.
Je zou niet meer zonder je kind kunnen.
Ze horen er helemaal bij.
Voor je kind wil je een goede ouder zijn
en daarom heb je ook vol overtuiging, met heel je hart “ja!” gezegd op de laatste doopvraag,
de vraag of je je kind een christelijke opvoeding wil geven.

Wat is dat dan: een christelijke opvoeding?
Vaders, wek geen toorn op bij uw kinderen,
maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.
Of – in een andere vertaling (Bijbel in Gewone taal):
Vaders, wees niet hard voor je kinderen. Maar waarschuw ze voor verkeerde dingen
en leer ze de christelijke regels.

Dat is dus een korte samenvatting van wat een christelijke opvoeding is:
Vaders, wees niet hard voor je kinderen. Maar waarschuw ze voor verkeerde dingen
en leer ze de christelijke regels.
Of in de wat plechtigere taal die we gelezen hebben:
Vaders, wek geen toorn op bij uw kinderen,
maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.

Dat kun je je nu vast nog niet voorstellen, vaders,
nu je kind nog zo klein en zo afhankelijk van je is
en zoveel tederheid bij je oproept,
dat er ooit een moment komt, dat je kind hard zou willen aanpakken,
zo hard dat het woedend op je is, niet zomaar een boosheid.
Ik hoop ook niet, dat zo’n moment in de opvoeding ook komt,
dat je je kind hardhandig zou moeten opvoeden.
Dan is er toch echt is mis!
Een hardhandige manier van opvoeden is een teken van onmacht
en laat zien dat je het niet aankan: dat je je kind niet aan kan en ook de opvoeding niet.

Waarom mag dat eigenlijk niet, een hardhandige opvoeding?
Omdat je als ouder ook iets van God laat zien:
als vader en als moeder representeer je iets van God, straal je iets van God uit.
Net als met je werk: als werknemer heb je de naam van je bedrijf hoog te houden.
Al zit je in Oostenrijk en zou er niemand van het bedrijf zien wat je doet,
toch heb je ook daar de naam van het bedrijf hoog te houden.
Net als met je naam, de naam van de familie.
Je hebt niet alleen de naam van je bedrijf en van je familie hoog te houden,
ook de naam van God.
Naar je kind toe straal je iets van de Heere uit.
Daarom mag je geen hardhandige opvoeding geven,
waarbij een kind het gevoel krijgt: ik mag er niet zijn.
Want dan gaat een kind door de opvoeding denken, dat er bij God ook geen plaats is.
Ik kom ze geregeld tegen, die een hardhandige opvoeding hadden.
Je ziet vaak een levenslange worsteling om liefde te ontvangen,
van God van mensen om zich heen
omdat ze van hun vader of moeder geen liefde hebben gekregen
en soms hebben ze ook een boosheid of diepe teleurstelling naar hun vader of moeder.
Van vaders wordt geen macht gevraagd,
maar ontzag vol liefde voor God,
dat ook doorwerkt in hoe je met je kinderen omgaat.

Daarom is die derde vraag van belang bij de doop,
waarin je beloofd hebt om een christelijke opvoeding te geven:
als vader en als moeder ben je de eerst aangewezen persoon
om je eigen kind, dat je van de Heere hebt gekregen, over God te vertellen.
zodat je kind leert dat er een Vader in de hemel is,
die het leven van hen heeft gewild.
Die jullie als ouders heeft voorbestemd, waarin Hij Zijn zorg voor jullie kind laat zien.
God gebruikt je, je mag vader en moeder zijn, zodat je Gods zorg mag laten zien.
Zodat je kind leert over de Heere Jezus
en dat als het iets verkeerd heeft gedaan, vergeving mag ontvangen.
Zodat het leert, dat er een Heilige Geest is die helpt bij het geloven.
Daarom heb je te vertellen waarom je je kind hebt laten dopen.
Zodat ze begrijpen dat het niet zomaar was, niet een gewoonte,
maar een teken van Gods liefde dat aan hen is meegegeven.
Daarom vertel je de verhalen uit de Bijbel of lees ze je voor, leer je ze liederen
want juist daardoor gaan ze begrijpen wie God is en wat Hij doet.
Door je kind te leren bidden, heel klein al,
zodat het zich veilig en geborgen weet bij de Heere, als het gaat slapen,
zodat het weet dat ons eten en drinken van onze Hemelse Vader komt,
Dat kun je niet aan opa en oma overlaten,
de eerste verantwoordelijkheid heb je als ouders.
Ook niet aan school, of de zondagsschool.
Dat werkt niet, als je deze opvoeding als een verplichting ziet.
Het moet uit je hart komen.
Je kind merkt het snel genoeg of het uit je hart komt of niet
en je houdt het ook niet lang vol.

De oproep van Paulus is aan de vaders gericht.
In die tijd vanwege het gezag dat de vader had, het hoofd van het gezin
en had alle gezag over het gehele gezin, over het gehele huishouden.
Een vader in die tijd moest je niet tegenspreken,
je had je maar te voegen naar wat hij zei.  Zijn wil was wet.
Vandaag de dag kan de oproep van Paulus net zo goed naar vaders toegaan.
Wat doen jullie vaders? Wat brengen jullie je kind, je kinderen bij over de Heere?
Of besteed je de opvoeding uit aan je vrouw?
Zeg je: ‘Vraag maar aan je moeder!’
En wat straal je zelf uit van de Heere?
Als het thuis over de Bijbel gaat, over bidden, over God,
houd je je dan op de achtergrond?
Er ligt nog steeds een taak voor vaders. Juist voor vaders.
Vaders zijn belangrijk in de opvoeding.
Een vader geeft zijn kind vaak uitdagingen.
Waar moeders zeggen: ‘Doe maar niet!’ Of: ‘Pas op!’ ‘Ga daar weg!’
zegt een vader eerder: ‘Probeer het maar!’ Of: ‘Ik zal je uitleggen hoe dat moet!’
Waar moeders soms angsten uitstaan, kan een vader ervan genieten om iets te ondernemen.
Niet alleen in de gewone opvoeding is een vader belangrijk.
Ook in het vertellen over de Heere, over het voorleven van het geloof.

Als vader kun je je kind leren om te gaan met teleurstellingen
en ook hoe je die in geloof kunt opvangen en verwerken.
Als vader kun je aan je kind leren hoe je met een (drukke) baan
toch tijd weet te vinden om over God na te denken, om te lezen in de Bijbel, om te bidden.
De vaders hier in Oldebroek zijn vaak niet van die lezers,
maar doen liever iets met hun handen, zijn liever bezig.
Doen liever iets dan dat ze praten.
Ze vinden het makkelijker om een huis op te bouwen dan het leven van hun kind.
Ze zouden hun kind eerder mee de vrachtwagen op nemen,
dan een gesprek over hoe je God kunt dienen.
Als vader ben je belangrijk, ook voor je kind om God te dienen.
Laat zien waar je je kracht vandaan haalt: bij God.
Laat zien waar je voor leeft, niet alleen voor je werk,
maar ook voor je gezin, voor God, met het oog op de eeuwigheid.
Neem ook de tijd om te horen wat je kind wil vertellen,
welke vragen er in je kind leven
en laat zien hoe je zelf op de vragen van het leven of de vragen over God nadenkt.
Oprechte tonen in je kind,
omdat God oprechte interesse in ons toont, in onze kinderen.
Bereid om een verhaal aan te horen, omdat wij ook bij God ons hart uit kunnen storten
en als wij naar onze kinderen luisteren,
durven ze ook hun verhaal aan God te vertellen
omdat ze dan ontdekken dat er geluisterd wordt en dat God zou kunnen luisteren.
Soms moet je daarvoor je bezigheden ook even laten rusten
en niet weglopen of wegkijken als er aan tafel over begonnen wordt.

Als je echte interesse hebt voor je kind, voor wat er in hem of haar omgaat,
als je bereid bent om te luisteren en mee te denken,
als je er voor hen bent,
dan kun je hen ook de regels uitleggen die bij het geloof horen.
Dan kun je hen ook waarschuwen voor wegen die verkeerd zijn.
Dan heb je de basis voor een goed gezinsleven,
waarin je samenleeft met elkaar en met God.

Als vader, ook als moeder, heb je de christelijke regels uit te leggen, zegt Paulus.
Allereerst dat ze gehoorzaam zijn aan God, dat God nummer 1 in hun leven is.
Dat alles wat ze bij God weghoudt, voor hen verkeerd is.
Ook dat heb je als vader, als moeder voor te leven met hen daarover te vertellen.
En waarom het erg is als ze een verkeerde weg kiezen,
omdat ze dan God kwijtraken en hun relatie met God op het spel zetten.
Spreek daarom je kind ook aan, ook als vader.
Leg je kind uit welke verleidingen er in het leven zijn
en hoe je kind hier het beste tegen kan strijden.
Leer je kind ook dat er bepaalde dingen niet mogen,
omdat ze andere mensen of God pijn doen: vloeken, pesten, schelden, stelen.
Leer ze ook om om niet alleen aan zichzelf te denken,
maar ook de minste te worden als het moet, om elkaar in liefde te dienen.
Jullie als ouders in de eerste plaats, omdat je iets van God laat zien:
Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders.
Maar dat dienen is wederzijds: je dient ook je kind.
Niet door het in alles naar de zin te maken,
maar door het wegwijs te maken in het leven, door het een opvoeding te geven,
door hen over God te vertellen en het geloof voor te leven,
ook als het je tijd kost.

Toen jullie trouwden, hebben jullie aan elkaar beloofd
om voor elkaar te zorgen in alle dingen,
die tot het tijdelijke en het eeuwige behoren.
Ook voor je kind heb je dat nu beloofd,
Om je kind een weg door het leven te vinden,
zodat het een weg gaat met God
en later, we hopen dat het nog een hele tijd zal duren,
dit leven met de troost mag verlaten omdat je kind weet: ik ben van Christus,
omdat Hij voor mij gestorven is, is er bij Hem een plaats voor mij.

Als ouders straal je iets uit van hoe God is.
Een hele verantwoordelijkheid!
Tegelijkertijd ook iets moois:
als je zelf dicht bij de Heere leeft, elke dag in afhankelijkheid van Hem,
als je zelf de Heere dient, zullen je kinderen dat ook oppikken,
ook al heb je het er met hen niet over.
Je hoeft het niet in eigen kracht te doen, maar de Heilige Geest wil je bijstaan.
Zo voed je je kind het beste op:
in afhankelijkheid, waarin je beseft: ik red het ook alleen niet.
Ik ben niet alleen mijn man of vrouw nodig in de opvoeding,
maar vooral God.
Zo draag je de afhankelijkheid van God over aan je kind, misschien wel onbewust,
en leer je samen als gezin, die weg te gaan.
In vertrouwen op God zegen!
Amen

Preek zondagavond 5 juli 2015

Preek zondagavond 5 juli 2015

Efeze 5:21-33

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Groeien in het geloof – het thema van de Efezebrief –
heeft te maken met het allergrootste wat er is,
met God en Zijn plan om de mensen in Christus te redden van de verlorenheid.
Tegelijkertijd heeft groei te maken met onze eigen kleine wereld:
met de relatie van man en vrouw in het huwelijk,
met de relatie tussen ouders en kinderen
en tussen werkgever en werknemer, baas en knecht.
Groei in geloof naar een volwassen geloof eindigt niet in grootse plannen
die wij als mensen moeten opstellen om anderen te redden
of in grootse visioenen van wat de Geest nog allemaal gaat doen in ons land.
Groei in geloof krijgt gestalte in het gewone alledaagse leven
huis-tuin-en-keuken.
Groei in geloof krijgt gestalte in onze omgang met anderen:
met onze man of vrouw,
met onze ouders en – als de Heere die ons gegeven heeft – kinderen,
op ons werk.
En groei in geloof krijgt in die relaties een vorm
die wij in onze maatschappij niet graag hebben:
Wees elkaar onderdanig.
Daarin wordt het werk van de Geest zichtbaar
en onze groei naar een volwassen geloof zichtbaar
in het onderdanig worden aan elkaar.
Een vraag aan de echtparen: bent u aan elkaar onderdanig?
Is de omgang in jullie huwelijk, zoals Paulus dat voorschrijft?
Of is de manier waarop jullie als man en vrouw met elkaar omgaat in het huwelijk
niet bepaald door wat de Bijbel daarover zegt?
Waardoor dan wel?
Of heb je in de verkeringstijd of in de jaren van je huwelijk
hier nog nooit over gehad op welke manier jullie omgang met elkaar
te maken heeft met wat de Bijbel erover zegt?

Nu is dat niet zo eenvoudig om op dit punt bij de Bijbel in de leer te gaan.
Want we leven in een tijd die juist probeert af te rekenen met onderdanigheid.
Vrouwen moeten zelfstandig zijn
en zelf in hun eigen inkomen moeten voorzien.
Een vrouw moet niet afhankelijk zijn van haar man en onderdanig al helemaal niet.
In onze tijd kan deze Bijbeltekst dan als hopeloos ouderwets,
een patroon in een huwelijk of in een relatie die we niet meer willen.
De nadruk op de zelfstandigheid van de vrouw
en het idee dat deze tekst uit een heel andere tijd afkomstig is
en voor nu niet meer geldt,
maakt het niet makkelijk om te luisteren wat de Heere ons te zeggen heeft
over het huwelijk.

Willen we het onderwijs over het huwelijk begrijpen en in praktijk kunnen brengen,
moeten we bij het begin beginnen
en niet zomaar een tekst over de vrouw die onderdanig moet zijn eruit halen.
Want dan kunnen we een heel andere boodschap krijgen dan Paulus bedoelde.
We moeten beginnen bij vers 21, waar Paulus schrijft:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
De Herziene Statenvertaling maakt een ongelukkige keuze
door ná vers 21 een nieuw gedeelte te laten beginnen,
waarbij je gemakkelijk vergeet vers 21 te betrekken op de omgang in het huwelijk.
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
Allereerst: wees elkaar onderdanig.
Dat is het uitgangspunt van alles: voor alle relaties die er in de gemeente zijn.
Wees aan elkaar onderdanig schrijft Paulus.
Het is niet de één onderwerpt zich aan het gezag van de ander.
Er is in de gemeente niet het patroon waarbij de één heel dominant is
en zijn of haar mening weet door te drijven ten koste van de anderen.
Nee, in de gemeente van Christus is er niet één de leider
aan wie iedereen moet gehoorzamen en onderdanig moet zijn.
Omdat Christus die leider is: Christus is het hoofd.
Daarom kan het niet zo zijn dat er één de toon aangeeft en overheersend is.
Wees daarom elkaar onderdanig.
Ook vers 21 is niet helemaal het begin.
We kunnen nog verder terug, naar vers 18, waar Paulus spreekt:
wordt vervuld met de Heilige Geest.
Het onderdanig worden aan elkaar is een gevolg van de de Heilige Geest
die intrek in ons neemt en ons vormt naar het beeld van Christus.
De oorsprong van de onderdanigheid is dus het werk van de Geest in ons.
We zijn niet aan elkaar onderdanig,
omdat we tegen iemand opzien of vol ontzag zijn voor een ander,
omdat we tegen iemand niet op durven of kunnen,
maar omdat de Geest ons vormt naar het beeld van Christus,
Christus die ook kwam om ons te dienen
en onderdanig te zijn aan ons.
Dat onderdanig worden is aan de ene kant een opdracht: wees onderdanig,
maar aan de andere kant een gebeuren vol belofte en evangelie:
als we onderdanig worden aan elkaar, mogen we zien dat de Geest werkt in de gemeente.

Paulus geeft een kleine opsomming van wat de Geest doet.
De Geest werkt in ons, doordat we elkaar aanspreken en bemoedigen
met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen,
waardoor we elkaar verder helpen en God loven.
Het onderdanig worden aan elkaar staat daarmee op één lijn.
Het is niet opeens heel anders,
maar geeft aan dat we er in de gemeente voor elkaar zijn
en niet voor onszelf.
Elkaar – voor Paulus een heel belangrijk woord
en geeft wederkerigheid aan.
Als gelovige ben je niet in je eentje, maar onderdeel van een gemeenschap.
Je leeft niet voor jezelf, maar voor Christus en daarmee ook voor de andere gelovigen.
Je bent ook niet op je eentje, maar je hebt anderen om je heen,
die je aanspreken en bemoedigen, verder helpen
of als het moet in liefde corrigeren en vermanen.

En de ander is er ook om jou te dienen en daarmee te helpen
in je dagelijks leven en in je weg met de Heere.
En zo ben je er ook om anderen te helpen en te dienen.

Wie allemaal?
Er is een verhaal van Charles Dickens:
Esther Summerson samen met een neef en een nicht op kamers bij ene Mrs. Jellyby.
Als ze bij het huis van die Mrs. Jellyby aankomen, is zij er niet.
De kinderen doen open en Esther en haar familieleden komen in een huis binnen,
waarin het heel rommelig en heel smerig is.
De kinderen zijn al enige tijd niet gewassen en hun kleren zijn smoezelig.
Na enige tijd komt er een vrouw binnen,
een aardige mevrouw, maar haar ogen zijn gericht in de verte
alsof ze niets kan zien dat dichterbij is dan Afrika.
Want dat is haar passie: begaan met het lot van een stam in West-Afrika.
Ze stelt zichzelf voor: ‘Je zult me vast heel druk vinden, maar ik hoop dat je het begrijpt.
Het Afrika-Project slokt mij helemaal op.
Ik heb daarvoor met heel veel en heel belangrijke mensen contact.
het vraagt al mijn aandacht en energie.
Maar het geeft me ook veel voldoening, omdat ik elke dag de resultaten zie.’
De maaltijd is een goede maaltijd:
mooi stukje vlees, groente en een pudding,
ware het niet dat alles rauw was en ongekookt.
De schrijver Charles Dickens gaf dit verhaal de titel: telescopische filantropie.
Met andere woorden: liefdadigheid die alleen maar oog heeft voor wat ver weg is.

Paulus beschrijft juist een mensenliefde voor degenen om ons heen.
Het is niet moeilijk om begaan te zijn met een hele stam in Afrika.
Je ziet hun slechte kanten niet en zij zijn jouw slechte kanten niet.
Juist degenen die heel dicht bij ons zijn, die ons ook zien
als we ons niet mooier kunnen voordoen dan we zijn,
die onze zwakten kennen, omdat ze elke dag hun leven met de onze delen,
juist voor hen geldt dat dienen, die mensenliefde:
Wees elkaar onderdanig.
Wees je eigen man onderdanig.
Niet elke willekeurige man, niet alle mannen in de gemeente,
maar je eigen man die je door de Heere werd gegeven als echtgenoot.

Die onderdanigheid is geen slaafse onderdanigheid
en het is ook niet de bedoeling dat ik de ander in alles naar de zin maak
of naar de pijpen van de ander dans en zijn of haar wil opvolg.
Het is een keuze om de ander op de eerste plaats te stellen,
uit respect, niet alleen voor de ander, maar ook uit respect voor Christus.
Omdat Christus ons kwam dienen
én omdat in de ander iets zichtbaar wordt van Christus,
door de Geest gevormd naar het beeld van Christus.
Hebt u zo wel eens gekeken naar de mensen om u heen,
in uw gezin, in de familie, om u heen in de kerk de mensen die voor u zitten
of die met je op dezelfde Bijbelkring zitten:
dat ze al iets hebben van het beeld van Christus,
omdat de Geest met hen bezig is hen te vormen?

We doen het ook voor de Heere:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
In de vreze Gods, de vreze des Heeren,
zoals daar in het Oude Testament over gesproken wordt,
waarbij de vrees geen angst is,
maar diep ontzag voor God,
diep ontzag voor Zijn heiligheid
diep ontzag voor de manier waarop Hij met mensen omgaat
door hun wegen te leiden, hen te beschermen, hen wijsheid te geven,
ontzag die bij de gelovige ook gepaard gaat met een diepe liefde
en verlangen om deze God te dienen en met Hem te leven.
Vreze des Heren: heilig ontzag en diepe liefde voor de Heere.
Vanuit dat ontzag en vanuit die liefde dienen we elkaar.
In de gemeente,
in ons gezin
in ons huwelijk, als man en vrouw.
In je man, zegt Paulus, zie je iets van Christus.
Mooi als je dat binnen je huwelijk mag beleven.
Dat je daarom je man dient, omdat je in hem iets van je Heer ziet,
omdat je in je dienen niet alleen iets aan je man geeft,
maar ook aan Christus.
Onderdanig zijn is een bewuste keuze,
het is niet afgedwongen, niet omdat de vrouw minder is,
want in Christus is er geen verschil meer in waarde tussen man en vrouw,
omdat Christus van ons de nieuwe mens wil maken.
We mogen dit dienen van Christus niet losmaken van de vernieuwing door de Heilige Geest.

En dan de man:
zoals Paulus het formuleert, lijkt het erop alsof er toch verschil is tussen man en vrouw.
Van de vrouw wordt onderdanigheid gevraagd en van de man liefde.
Toch verschillen die woorden niet zoveel.
Want liefde is bij Paulus meer dan een gevoel: een houding.
Een houding waarbij je jezelf wegcijfert
en de eer en de waardigheid van de ander op het oog hebt.
Je doet een stapje terug voor de ander.
Heb uw vrouw lief – betekent niet alleen dat je gevoelens voor je vrouw moet hebben of houden (al zal dat wel gewaardeerd worden als je dat laat zien).
Het liefhebben van de man vergelijkt Paulus met de liefde van Christus,
het offer dat Hij op Golgotha bracht.
Wat de man in liefde hoort te doen,
is alle aandacht aan zijn vrouw geven, zodat ze ook in de weg van Christus kan gaan,
heilig en onberispelijk kan leven
en in het oordeel van Christus onbevreesd kan verschijnen voor de rechterstoel van Christus.
Dat is de taak van de man ten opzichte van zijn vrouw.
Zoals Christus de hemel verliet en op aarde kwam,
zo dient de man een stap te maken bij zijn ouders weg naar zijn vrouw,
zoals Christus op aarde kwam wonen, ons leven deelde,
zo is de man geroepen om bij zijn vrouw te doen,
zijn leven met haar te delen en haar leven te delen.
Zodat – zegt Paulus – in het samenleven als man en vrouw
iets zichtbaar wordt
er iets van uitgaat, naar de kinderen, naar de familie, de buren en de vrienden,
zoals Christus met de gemeente omgaat.
Dat bijzondere gebeuren waarmee Christus naar de aarde kwam
om ons leven te delen, bij ons te zijn en Zijn leven te geven aan het kruis,
wordt zichtbaar in het huwelijksleven van man en vrouw.
Een hoge roeping daarom als man en vrouw.

In de kerk ‘kiezen’ we daarom voor het huwelijk.
Dan niet een huwelijk, zoals dat in films zichtbaar wordt
of volgens romantische voorstellingen die we kunnen hebben
of volgens de normen van onze maatschappij van wat een relatie of een huwelijk is.
Maar zoals de Bijbel dat voorhoudt.

En samenwonen dan? Dat kan tegenwoordig ook? Wat is daarmee mis?
De beste verwoording hoorde ik in een consistorie van een ouderling
wiens zoon ook samenwoonde:
Met samenwonen is het alsof je toch makkelijk van elkaar af wilt.
Alsof je niet voor 100% voor de ander gaat.
Als dat zo is, dan is het inderdaad mis.
Niet omdat het niet past bij wat we gewend zijn, niet omdat het niet hoort,
maar omdat het een verkeerd getuigenis van Christus afgeeft.
In de relatie die Christus aanging, in het samenwonen met ons,
koos Hij voor 100% en hield niet een soort deurtje open
om makkelijk uit die relatie met ons weg te komen.
De basis is de bereidheid om een ander te dienen.

En mensen die alleengaan?
Van hen wordt geen andere manier van leven verwacht
dan van degenen die getrouwd zijn.
Zij maken volop deel uit van de gemeente
(hoewel de kerk soms wel heel vaak de nadruk legt en aandacht heeft voor gehuwden)
en zijn geroepen om te dienen,
maar mogen ook verwachten van de gemeente
dat ook zij gediend worden.
Gehuwden hebben het dan gemakkelijker, omdat er dan altijd iemand is
die je kunt dienen en door wie je gediend wordt.
Degenen die alleen gaan mogen van de gemeente verwachten,
dat de gemeente extra best doet om juist hen te dienen
die anders wellicht gemakkelijker over het hoofd worden gezien.
Dienen door hen niet te vergeten,
dienen door niet alles in de kerk af te stemmen op gehuwden of gezinnen.
Dienen door voor hen te bidden, met het gebed dat ook zij
een leven mogen hebben tot zegen van velen.
zodat ze weten: we behoren volop tot de gemeente van Christus.

In de gemeente van Christus is het niet het belangrijkste of we getrouwd zijn.
De belangrijkste vraag is: kunnen wij elkaar dienen,
degenen die er in deze gemeente zijn, die vlak bij ons zijn,
als we getrouwd zijn onze wederhelft in het bijzonder op de manier zoals Paulus beschreef,
maar niet alleen in ons eigen kringetje.
Het moet het patroon zijn voor de gehele gemeente:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods
amen