Preek zondagmorgen 29 april 2018

Preek zondagmorgen 29 april 2018
Bevestiging ambtsdrager
Openbaring 20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de afgelopen week bij de voorbereiding van dit hoofdstuk
kwam ik tegen dat van alle gedeelten uit het Nieuwe Testament
de uitleg van dit hoofdstuk, Openbaring 20, het meest omstreden is.
Er is geen gedeelte uit het Nieuwe Testament, waarbij de uitleg zo veel van elkaar verschilt.
Toen ik dat las, begon ik te aarzelen:
had ik er goed aan gedaan dit gedeelte voor zondag uit te kiezen?
En dat nog wel met een bevestiging van een ambtsdrager, van een jeugddiaken, erbij.

Ik was al wel even bezig geweest en als ik een ander gedeelte zou kiezen,
zou het voorbereidende werk dat ik al gedaan had voor niets zijn geweest.

Al die verschillen in uitleg hebben te maken met twee vragen:  (1) Wanneer? (2) Hoe?
Wanneer zal het gebeuren dat de engel uit de hemel neerdaalt
om de de tegenstander van God op te sluiten? Of is dat al gebeurd?
Wanneer is dat moment aangebroken dat Christus zal regeren,
samen met de gelovigen –  en dat voor duizend jaar?
Of is dat moment reeds aangebroken en leven wij nu in dat tijdperk?
En dat moment dat de satan weer wordt vrijgelaten – wanneer zal dat zijn?
Of leven we in dat tijdperk, dat de satan weer is vrijgelaten?

En dan die tweede vraag: Hoe zal dat koningschap zijn?
Is het echt duizend jaar? Of staat die duizend voor iets anders?
En zal het een koningschap in de hemel zijn? Of ook op aarde?
Vragen genoeg bij Openbaring 20.

Laten we ons startpunt nemen bij het begin van het hoofdstuk:
Johannes die te zien krijgt in een visioen dat er een engel uit de hemel daalt.
Deze engel heeft in zijn hand de sleutel van de afgrond.
Deze afgrond is beter bekend met de naam hel, de plek waar de satan hoort.
Deze engel heeft nog meer bij zich: ketenen om de satan te binden, voor 1000 jaar.
Heel het Nieuwe Testament is er maar één moment, waarop de satan wordt gebonden:
dat is Golgotha, het moment dat Jezus stierf aan het kruis.
Daar, op dat moment werd de satan verslagen en geboeid.
Dat pleit voor het kruis als startpunt van het rijk van Christus.
Elke uitleg die zegt dat het rijk van Christus nog moet komen,
gaat eraan voorbij dat het allerbelangrijkste aan het kruis is gebeurd.
De overwinning is behaald, satan een nederlaag toegebracht.
De macht die hij nog heeft, om te vernietigen, om te verleiden,
is slechts macht die hij nog heeft bij de gratie van God.
Juist dat is de reden voor degenen die zeggen
dat het duizendjarig rijk van Christus nog moet komen:
omdat in deze tijd de duivel nog zijn gang kan gaan, om te bedreigen en te verleiden,
hij gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wie hij kan verslinden.

Maar gaat het wel om het wanneer, hier in dit gedeelte?
Dat klinkt gek, juist ook bij zoveel discussie over het wanneer,
maar ik denk, al lezend in Openbaring en ook in dit hoofdstuk,
Dat het moment waarop het gebeurt niet zo belangrijk is.
Openbaring is namelijk geen programmaboekje voor de toekomst,
Zoals er voor Koningsdag een programma opgesteld is, van uur tot uur
en daarbij aangegeven welke activiteiten er verwacht kunnen worden.
Steeds als er over de toekomst gesproken wordt, kijkt Johannes ons tussendoor steeds aan:
En hoe zit het met jou? Hoe zit het met jouw trouw aan Christus?
Is aan jou te merken dat jij in deze wereld anders bent?
Denk aan de brief aan de gemeente van Laodicea:
Wijn die werd afgekoeld, of juist werd opgewarmd
– dat hoort een christen te zijn: afwijkend van de wereld waarin je leeft.
Maar wijn die lauw geworden is, daar zit geen smaak aan
En het verschil met de omgeving is weg.
Hoe zit het met jouw geloof? Wat kan aan jou gemerkt worden dat je van Christus bent?
Steeds als Johannes iets over de toekomst te zien krijgt en dat doorgeeft
gaat het erom, hoe wij in het hier en nu ervan afbrengen.

In dit hoofdstuk lijkt die aansporing te ontbreken, maar vertelt Johannes wel
dat hij ziet dat de boeken geopend worden,
waarin de gelovigen geoordeeld worden naar hoe ze hebben geleefd
en hoe ze het geloof in praktijk hebben gebracht,
Wat er terecht gekomen is van die trouw in de praktijk van het alledaagse leven.
Dat is geen directe aansporing, maar wel indirect:
het doet ertoe wat je met je leven hebt gedaan.
Het is belangrijk dat in je christenzijn ook in praktijk brengt.
Dat is niet iets dat je even kunt nalaten, maar dat hoort er werkelijk bij.
Dat is nu juist de trouw die gevraagd wordt, dat je je houdt aan Gods geboden.
Jeugddiaken: geloof helpen in praktijk brengen,
om jongeren daarbij te helpen, te begeleiden, aan te spreken
Dat is niet alleen een verantwoordelijkheid voor een jeugddiaken,
maar voor de gehele gemeente.

Als Openbaring dan niet zo zeer een programmaboekje voor de toekomst is,
Waarom geeft Johannes de beelden over de toekomst die hij in visioenen krijgt door?
Om aan te geven dat het ook zin heeft om trouw te blijven,
want al merk je dat de duivel bezig kan zijn, zijn macht is beperkt.
Door God beperkt.
Want in de hemel is er namelijk een sleutel van de afgrond, van de hel,
Waarin de duivel opgesloten kan worden,
zoals een krijgsgevangene, die overwonnen is, opgeborgen wordt.
Of iemand in voorarrest wordt geplaatst,
in afwachting op het vonnis dat uitgesproken gaat worden.
Op de deur waarachter de duivel wordt opgeborgen,
waar hij de gelovigen niet meer kan bereiken, waaruit hij ook niet kan ontsnappen,
wordt ook nog eens een zegel aangebracht
om aan te geven dat alleen vanuit de hemel de toestemming gegeven kan worden
om die deur te openen en de gevangene vrij te laten.
Al die duizend jaar dat hij wordt opgesloten, verandert hij niets
en wanneer hij vrij gelaten zal gaan worden, zal hij opnieuw de strijd oppakken,
de strijd tegen God. En ook de kerk bedreigen.
Wanneer dat niet radicaal uit de wereld gebannen zal worden,
zullen er steeds slachtoffers vallen, gelovigen die gevaar lopen
hun trouw aan Jezus met de dood te moeten bekopen.

Johannes krijgt te zien dat de gelovigen die trouw waren tot in de dood
dat niet tevergeefs waren.
Want dacht de boze, dacht het wereldrijk Rome de gelovigen klein te krijgen
Door ze ter dood te brengen, te vervolgen, onder druk te zetten
en leek het erop dat de boze macht daarin succes had
doordat hij onder de gelovigen slachtoffers kon maken,
Nu de satan is opgeborgen, komen degenen die gestorven zijn voor hun Heer
weer tot leven.
Zij die het met hun leven moesten bekopen, krijgen het leven van Christus terug.
En in plaats van dat ze uitgeschakeld zijn, monddood gemaakt, weggewerkt,
worden ze in ere hersteld
En juist de macht die hen zo kwelde wordt uitgeschakeld, voorgoed,
Duizend jaar!
Een van de vragen bij dit gedeelte is of we die duizend jaar letterlijk moeten nemen.
Dat is nog maar de vraag, want een jaarrekening als wij hadden ze nog niet.
Ze rekenden veel meer in perioden, bijvoorbeeld waarin een bepaalde keizer regeert.
Dan zouden wij leven in de tijd dat Willem-Alexander leefde.
Of men herinnerde een ingrijpende een gebeurtenis: zoveel jaar na de oorlog,
Of de tijd waarin de aardbevingen in Groningen waren begonnen.
Duizend jaar is meer dan een getal, meer dan een tijdsaanduiding.
In de Bijbel is ook de uitdrukking “tot in het duizendste geslacht”.
Gaat het erom, dat dit exact duizend generaties verder is?
Het gaat bij die uitdrukking om het definitieve: Elke generatie die volgt, voor altijd.
Nooit houdt het op.
Met taal heb je vast wel de “overtreffende trap” geleerd: het hoogste, het beste,
meer, hoger, beter is er niet.
Duizend – dat is de allesovertreffende trap.
Op de regering van Christus volgt niets anders,
zoals in een van de geloofsbelijdenissen: Aan Zijn rijk zal geen einde komen.
Na die duizend jaar is de heerschappij van Christus niet voorbij,
nooit zal de macht van Christus voorbij zijn. Voor altijd koning.

Wanneer? Nu of in de toekomst?
Maakt dat eigenlijk uit, of dat nu of in de toekomst gaat gebeuren?
In de Tweede Wereldoorlog zal er over nagedacht zijn,
hoe het met Nederland moest na de oorlog.
Zolang de oorlog niet voorbij was en er delen van Nederland bezet
Heb je er niet zoveel aan, als je zoveel tijd besteedt aan het opbouwen van Nederland
als er weer vrede gekomen is, als je daarbij vergeet te strijden in, gedurende oorlogstijd.
Zo is het ook met het nadenken over wanneer dat zal gebeuren:
Wanneer je daarbij vergeet, dat gevraagd wordt om te strijden voor Christus,
om trouw te zijn aan Gods geboden, om het in praktijk te brengen,
schiet het zijn doel voorbij.
Maar in die strijd kan het wel inspiratie geven, moed geven
als je weet dat je het ergens voor doet, als je een visioen hebt, een droom hebt,
de droom van een vrij Nederland.
En het helpt ook als je weet dat buiten het bezette gebied, in Engeland, een regering is.
Dat er, ondanks dat er een bezetting is, toch wordt doorgeregeerd.
Zo moeten we, naar mijn idee, ook het visioen van Johannes zien:
Er wordt geregeerd. De regering is buiten bezet gebied, in de hemel.
Dat moment van de duizend jaar die geregeerd worden, kunnen ook nu al zijn, las ik ergens,
met Christus in de hemel en de kerk bij Hem in Zijn heerlijkheid die meeregeert,
De kerk die in vrijheid is aangekomen.

Waar het om gaat, is dat dit visioen laat zien, dat de bezetter eens moet inbinden
en zijn macht al kwijt is.
Dat hij ons niet kan verleiden als God dat niet wil.
We bidden in het Onze Vader: Leid ons niet in verzoeking.
God is bij machte het gevaar van de boze, zijn invloed op ons leven tegen te gaan.
Ons te beschermen, omdat de boze al krijgsgevangen gemaakt is, overwonnen.
De overwinning is reeds binnen, reeds behaald.

Dit visioen dat Johannes te zien krijgt, is het zesde visioen.
DAt zesde visioen staat voor de climax, de ultieme confrontatie:
Erop of eronder – ja niet voor God, Hij heeft alle macht
en zal die macht ook nooit meer kwijtraken.
Nee, erop of eronder voor de boze.
Wil hij nog slagen, dan moet hij nu zijn, een laatste stuiptrekking, een laatste oprisping.
Maar steeds als de zesde fase is aangebroken,
of dat nu de zesde schaal is, de zesde bazuin of hier het zesde visioen,
wordt getoond hoe de boze onderuit gaat, hoe machtig zijn leger ook is,
hoe sterk hij zich ook wapent.
Bij het nadenken over het duizendjarig rijk moet het daarom niet gaan
over het wanneer en hoe, al zijn dat voor ons begrijpelijk wel belangrijke vragen,
maar gaat het veel meer om: bevinden we ons op dat zesde moment? Is dat onze tijd?
Dan merken we op aarde dat de macht van de boze toeneemt,
de boze een laatste kans waagt, nog één keer wil opstaan, een laatste krachtinspanning.
Maar tegenover de korte tijd dat de boze daarin slaagt,
staat de duizend jaar, de eeuwigheid van Gods overwinning.
Tegenover de doden die vallen voor het geloof, staat de opstanding van hen
en zij die vielen, zij die geknecht en vertrapt werden, worden in ere hersteld.
De boze heeft hen er niet onder gekregen.
Hooguit tijdelijk, door ze in de dood te sturen.
Maar voor wie gelooft is de dood niet het einde,
maar betekent dat het binnengaan in Gods heerlijkheid
en zij die niet opgewassen waren tegen de macht van de satan
mogen nu zien hoe hun Heer de boze voorgoed vastzet, en zelfs vernietigt
en zij mogen regeren, mee-regeren met Christus.
Christus keert de verhoudingen om: wie onderligt komt boven,
En wie heerst wordt neergeslagen,
Wie onderdrukte, zal overwonnen worden, voorgoed, definitief, het is gedaan.
In die tijd leven wij.
Wees niet bang voor wie het lichaam kunnen doden, zij kunnen de ziel niet doden
en als ze je doden, dan wekt Christus je op en mag je overwinnen.
In Hem zijn we meer dan overwinnaars.
Dan krijgen ze je er nooit meer onder, hoe de boze zich ook zou roeren.
Wie opgestaan is, hoeft niet meer nog eens op te staan, niet nog eens de dood in te gaan.
Er is maar één opstanding.
Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen  priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.
Ambtsdrager-zijn heeft daar iets van weg,
van het priester zijn, maar dan hier op aarde, nog in de onvolmaaktheid,
volop in de strijd, misschien zelfs ooit hier met bedreiging en tegenstand,
maar koningen zullen we zijn, ook de gemeenteleden die geloven en blijven geloven,
niet om hier op aarde te heersen,
maar omdat we mogen delen in Christus’ overwinning.
Daarom krijgt de boze er ons nooit onder
en daarom mogen we ons er ook nooit onder laten krijgen.
Hier op aarde zijn we allereerst priester – dienstbaar aan God,
dienstbaar aan de gemeente, aan elkaar, als jeugddiaken aan Christus, aan de jongeren
zodat je – voor wat in je macht ligt, een kleine bijdrage mag leveren
dat de jongeren van de gemeente ingeschreven staan in het boek van het leven.
Natuurlijk, dat kun je niet, dat is wat Christus doet.
Maar je mag hen daar op wijzen, je mag het hen voorleven, hen uitdagen.
Samen met de rest van de gemeente,
priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang
Amen

Opmerking: Na afloop van de preek hoorde ik dat de uitleg over 1000 jaar de suggestie met zich meebracht dat er geen wederkomst meer zal zijn. Die zal er zeker zijn. Zie oa Openbaring 22.

Preek zondagavond 29 april 2018

Preek zondagavond 29 april 2018
Openbaring 14:15

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen week zag ik een filmpje,
waarbij de chauffeur van een bestelbusje door de politie verzocht werd om te stoppen.
De man weigerde om te stoppen.
Hij reed om smalle wegen buiten de bebouwde kom.
Steeds deed hij of hij wilde stoppen.
Dan stapte de politieagenten uit en gaf de bestuurder weer gas en reed weg.
Steeds wist hij politieauto’s van zich af te schudden.
Als ze hem klem probeerden te rijden, wist hij toch te ontsnappen.
Hij wist de grens over te komen en probeerde ook de Duitse politie te slim af te zijn.
Meerdere politieauto’s waren betrokken bij de achtervolging.
Na een lange tijd wist de politie hem in Duitsland staande te houden.
Hij bleek in Duitsland nog een gevangenisstraf uit te moeten zitten van bijna een jaar.
Als de man niet staande was gehouden,
zou hij onder die gevangenschap die nog open stond onderuit kunnen komen.
Op de vlucht om zijn straf niet uit te zitten.

Deze man werd staande gehouden en moest alsnog zijn straf uitzitten.
Maar hoe vaak gebeurt het niet dat iemand toch weet te ontsnappen
En de straf weet te ontlopen
en niet de consequentie hoeft te dragen voor wat hij of zij heeft misdaan.
Nu kan ik de politieke gebeurtenissen van de afgelopen week wel naar voren houden
en de opstelling van onze premier als zo’n vlucht zien, waarmee iemand wegkomt,
maar meer dan een politiek verkeerde keuze was het niet, geen misdrijf.
Er zijn er heel wat die toch het nodige op hun geweten hebben,
Die daarmee wegkomen en de verantwoordelijkheid niet hoeven te dragen.
In de afgelopen week ontmoetten de leiders van Noord- en Zuid-Korea elkaar.
Zal het daarbij ook gegaan zijn over de ellendige toestand in Noord-Korea,
De honderdduizenden die in strafkampen gevangen zitten,
het leed dat de Noord-Koreanen treft?
Als de Zuid-Koreaanse president daar al over begonnen zal zijn,
dan kan hij het alleen maar als verwijt zeggen, als kritiek.
Die president zou, wanneer hij zijn Noord-Koreaanse collega, daarover zou benaderen
geen enkele mogelijkheid hebben
om zijn Noord-Koreaanse collega verantwoordelijk te houden
en om vrede voor elkaar te krijgen kan hij er waarschijnlijk maar beter over zwijgen.

Dat is de wereld waarin wij leven:
Een wereld waarin recht niet altijd te verkrijgen is
en waarin je je vonnis makkelijk kunt ontlopen.
In deze wereld is niet altijd recht te verkrijgen.
Ook christenen kunnen te maken krijgen met onrecht.
Bijvoorbeeld als ze vanwege hun geloof in Christus in de gevangenis kunnen komen
daar gemarteld worden in de hoop dat ze hun geloof zullen opgeven.
Wanneer ze overlijden, is er niemand die de beulen ter verantwoording roept.
Ze kunnen ongestraft verder gaan.Onlangs las ik over Lin Zhao.
Zij groeit op in China, waar een strijd is tussen de nationalisten van Tsjang Kai-Chek
en de communisten van Mao.
als 15jarig meisje komt ze tot geloof en laat ze zich dopen.
Ze sluit zich aan bij de communisten, omdat ze heel veel overeenkomsten ziet

tussen de boodschap van Jezus en de boodschap van de communisten.
Na een aantal jaren betrokken te zijn bij de Chinese communistische partij
doet ze twee stappen, waarbij ze de woede van de partijleiding op haar hals haalt.
Het wordt publiek bekend dat ze naar de kerk gaat
en ze schrijft twee gedichten waarin de Mao openlijk bekritiseert.
Ze heeft het niet makkelijk in de gevangenis. Haar gezondheid is kwetsbaar
en omdat ze nooit haar familieleden mag zien, wordt ze ook depressief
En onderneemt ze verschillende zelfmoordpogingen.
Om zich toch overeind te houden, gaat ze schrijven: gedichten, toneelstukken, brieven.
Ze heeft echter geen inkt en geen pen.
Ze scherpt een bamboestokje tot een soort kroontjespen, prikt zichzelf
en vangt het bloed op met een spon. Dat wordt haar inkt.
Ze schrijft onder andere brieven aan haar moeder,
Waarin ze schrijft over haar moeilijkheden, maar ook over de kracht die de Geest haar geeft.
Deze brieven geven haar moed.
Ze weet alleen niet of deze brieven de gevangenis uitgaan.
De brieven worden door het gevangenispersoneel ook niet verstuurd, maar achtergehouden.
In een van haar laatste brieven, vlak voor haar dood schrijft ze haar moeder:
Wees niet verdrietig. Ik ben in handen van de hemelse Vader, niet van demonen.
Jaren later wordt het oordeel uitgesproken dat ze onschuldig is
En worden haar brieven en het andere dat ze geschreven heeft aan de familie overhandigd.
Een van haar laatste schrijfsels is een herdenkingsdienst
voor al degenen die onder Mao zijn omgekomen,
waarin ze ook om vergeving bidt voor al degenen
die in die tijd een einde aan hun leven maakten, omdat het te zwaar geworden was.

In het Bijbelboek Openbaring komen we een diep geloof tegen
dat een eenzame lijdensweg betekent dat je weliswaar van mensen gescheiden bent,
maar niet van de hemelse Heer, die is, die was en die komen zal.
In Openbaring komen we een diep geloof tegen dat God recht en gerechtigheid zal brengen.
Alle martelaren die sterven voor hun geloof, die trouw gebleven zijn,
Die wellicht net als Lin Zhao momenten van wanhoop hebben gekend,
het niet meer aankonden en in de dood nog de enige uitweg zagen,
dat ze in ere worden hersteld, allereerst doordat ze opgewekt worden, levend worden,
een leven in de heerlijkheid van Christus.
Recht doen aan de martelaren, betekent ook dat er een oordeel komt,
een oordeel over de beulen van Lin Zhao en van al die andere christenen,
een oordeel over de machthebbers die kerk en gelovigen hebben onderdrukt en vervolgd.
U heeft vast wel gemerkt dat Openbaring op verschillende manieren uitgelegd kan worden.
Ook voor hoofdstuk 14 zijn er meerdere mogelijkheden om uit te leggen.
Er wordt in dit hoofdstuk gesproken over oogst – in twee beelden.
In de ene uitleg wordt er aangegeven
dat in de twee beelden over hetzelfde gesproken wordt: de oogst als beeld voor het oordeel.
De engelen halen alle mensen binnen
en maken onderscheid tussen de goede en de slechte vruchten.
Er vindt een sortering plaats.
In de andere uitleg wordt er gezegd: Het gaat om twee verschillende momenten.
Eerst worden de gelovigen gered, bijvoorbeeld een opname van de gemeente.
Als de gemeente is gered, binnengehaald,
als oogst binnengedragen in de hemelse schuren, dan volgen de anderen.
Maar met hen zal het anders aflopen.
Zij hebben niet de goede vruchten.
Zoals een boer het onkruid verbrandt, van de dode takken een vuur maakt,
zo is er voor degenen die geen goede vrucht hebben,
geen hoop op een leven in Gods heerlijkheid.

De tijd is rijp – dat kan zijn: het leed dat de gelovigen overkomt is zo groot,
de verleiding zo sterk en zo gevaarlijk
er moet ingegrepen worden, het kan niet langer,
want anders zullen de gelovigen het niet meer aankunnen, er aan onderdoor gaan,
de moed opgeven, het geloof vaarwel zeggen, in de wereld opgaan.
De tijd is rijp dat God ingrijpt om Zijn kinderen te redden.
Een geloof dat we in het Oude Testament al zien,
Een verlangen dat God bevrijding komt brengen,
de onderdrukkers verjaagt en straft en Zijn rijk van vrede brengt.

De tijd is rijp – dat kan zijn: het onrecht op de wereld neemt toe,
de maat van de zonde raakt vol,
Het kwaad stapelt zich op, zoals de Toren van Babel die werd gebouwd
om tot in de hemel te komen.
Dit moet stoppen.
In de afgelopen weken keken we thuis de filmserie The Lord of the Rings.
Een ring die in het geheim gemaakt is
door een kwade macht om over de hele wereld te regeren.
Zolang die ring er is, kan die kwade macht actief zijn en krijgt hij steeds meer in zijn greep,
door de legers die hij bij elkaar brengt, de angst die die legers zaaien.
Net als in Psalm 2, de psalm die we ook lazen,
Legers die met elkaar optrekken tot die ultieme strijd.
Waarom woeden de volken.
Tegelijkertijd met die film lazen we aan tafel uit Openbaring.
Ons vielen de overeenkomsten steeds op: de macht van het kwaad dat toeneemt.
Legers die verzameld worden om de goeden met overmacht te verslaan.
Tolkien, die het boek schreef, moet Openbaring zorgvuldig hebben gelezen.
Er is wel enkele verschillen:
In de filmserie kun je wel een vergelijking maken met de duivel (Sauron),
maar is er niemand die doet denken aan God of Christus
Wellicht omdat God te heilig is om als personage in zo’n film te verbeelden.
Er is nog een verschil – ik denk juist omdat er geen rol voor God is –
het kwaad, de kwade machten verdwijnen. Of doordat ze gedood worden,
of doordat op het einde de ring vernietigd wordt.
In Openbaring wordt de boze, wordt het kwaad ook vernietigd,
maar gebeurt er ook eerst iets anders: een oordeel.
De boze, ieder die voor de boze gekozen heeft wordt daarvoor verantwoordelijk gehouden.
Er is geen ontsnapping,
zoals in het filmpje de chauffeur bijna aan de politie wist te ontkomen.
Iedere macht, iedereen met macht, elk mens
zal eens voor God verantwoording afleggen.
Ook de gelovige – wat is er gebleken van je leven met Christus.
Wat is ervan terecht gekomen, welke vruchten heb jij gedragen.

Ik krijg veel reacties op de preken over Openbaring.
Dit Bijbelboek spreekt tot de verbeelding.
Wat dit Bijbelboek ook laat zien, dat er een ernst is: het gaat ergens om.
Het gaat om hoe je leeft, om welke uitwerking het geloof in je leven had.
Heb je vruchten gedragen die bij een christen past?
Daar gaat God over.
Wij kunnen niet zeggen: die heeft goed geleefd. Hij of zij komt er wel.
Nee, daar gaan wij niet over.
Alleen God, de wijngaardenier gaat over onze vruchten.
Hij toetst, oordeelt, beslist of wij bij Hem horen of niet,
Of we aan de stam Christus vastzitten of slechts een losse tak en dood zijn.

In het Bijbelboek Openbaring gaat het vaak over macht.
Rome was een wereldmacht, niemand was Rome de baas.
Christenen konden niet naar een ander land voor hulp,
niets kon Rome de baas, niets was tegen Rome opgewassen.
En toch, christenen hoeven niet te wanhopen.
Er is toch iemand die sterker is dan Rome,
Die de druif van Rome plukt en vertrapt,
de macht van Rome die op aarde zo sterk lijkt te zijn
is Gods ogen niet meer dan een druif die in de wijnpers wordt vertreden.
Wijnpers: beeld oordeel
Tegen God kun je niet op.
In Psalm 2 wordt er gesproken over hoe de volken in opstand komen tegen God,
onrustig, ze willen niet meer geknecht zijn,
grootmachten die krijgsgevangen gemaakt zijn, gevaarlijke tegenstanders van Israël,
ze denken als ze samenspannen ze zich wel los krijgen
en God te sterk af zijn.
Die in de hemel woont zal lachen.

Net als bij de torenbouw van Babel.
Vanaf de aarde lijkt heel wat, een enorm bolwerk waarmee je de hemel kunt bestormen.
Er is een Joodse uitleg die zegt dat God het niet zo goed kan zien, zo klein is het.
Hij moet vanuit de hemel naar de aarde komen om te zien wat het is.
Het hemels perspectief.
Dat moeten we als gelovige steeds voor ogen houden.

Dien de Heere met vreze – dat is geen angst, maar ontzag voor God,
dat je weet Wie Hij is, heilig ontzag, maar geen ontzag om op een afstand te blijven staan,
maar te komen en te knielen en te vertrouwen:
Welzalig allen die de toevlucht tot Hem nemen.

Ik wil afsluiten met de Heidelberger Catechismus:

Welke troost schenkt u de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden?
Antwoord: In alle droefheid en vervolging verwacht ik met een opgeheven hoofd Hem als Rechter uit de hemel, die zich eerst om mijnentwil voor Gods gericht heeft gesteld en heel de vloek van mij heeft weggenomen. Hij zal al zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen, maar mij met alle uitverkorenen tot Zich nemen in de hemelse vreugde en heerlijkheid.
Amen



Preek zondagmorgen 22 april 2018

Preek zondagmorgen 22 april 2018

Openbaring 19:1-10
Bediening Heilige Doop

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders

Een bijzonder moment om hier vanmorgen in de kerk te zijn met je kind.
Het is al bijzonder om vader en moeder te mogen worden,
Dat is al een gebeurtenis, zo bijzonder, dat geeft zoveel vreugde en dankbaarheid.
Dat als zo als je voor het eerst vader en moeder wordt,
maar ook als je dat voor de tweede keer wordt is de vreugde, de dankbaarheid niet minder.
En dan mag je vanmorgen je dochter, die je van God hebt ontvangen
weer bij Hem brengen, in Zijn handen leggen.
Een bijzonder moment ook voor de opa’s en de oma’s om dit te mogen meemaken.
Of het nu het eerste kleinkind is, of je al verschillende kleinkinderen hebt:
het blijft bijzonder om te zien dat je eigen kind zelf ook vader of moeder wordt
en het is ook mooi om te zien dat ze met hun kind zelf ook bij het doopvont staan,
misschien zelfs hetzelfde doopvont waar u zelf ook gestaan hebt
en als het in een andere kerk is dan is het toch ook bemoedigend om te zien
dat je eigen kind zelf ook doorgaat in de weg van de Heere.

Ook voor ons als gemeente is de doop van kinderen steeds weer bemoedigend.
Het doet altijd iets met de gemeente, de doop van kinderen.
De betrokkenheid van u als gemeente, bijvoorbeeld door het feliciteren na de dienst,
maakt steeds ook weer indruk op de doopouders.
Ik hoor dat ouders ook vertellen die hier voor in de kerk hebben gestaan
met hun kind voor de doop en na afloop van de dienst in het koor
hoe bijzonder het is dat al die gemeenteleden, dat u, de moeite neemt om te feliciteren.
Daarmee geeft u aan, dat ook zij bij de gemeente horen.

Er is niet alleen dankbaarheid bij de geboorte van een kind.
Je voelt ook de verantwoordelijkheid die je als ouders hebt
voor het kind dat aan jou is toevertrouwd.
Verantwoordelijk naar je kind toe, maar ook naar de Heere toe.
Om het op te voeden, om het voor te gaan, om het te vertellen over Christus.
Een verantwoordelijkheid die je al hebt gekregen vanaf de geboortedag,
een verantwoordelijkheid die je nu nog eens extra, in het openbaar uitspreekt
voor God en voor Zijn gemeente.

Je kunt ook zorgen hebben over de toekomst.
Aan de ene kant geniet je nog zo van het kleine van je kind, al is dat er al snel af,
Aan de andere kant kun je al vooruit denken: Wat zal er van mijn dochter terechtkomen?
Hoe zal het leven van haar zijn? Wat zal ze allemaal meemaken?
Zal zij ook de steun en betrokkenheid van een kerkelijke gemeente hebben,
zoals jullie die mogen ervaren, of zal er voor hen geen gemeente meer zijn?
Wat zal de doop in haar leven uitwerken?
Zal ze gaan geloven?
Zal ze later – als ze zelf kinderen mag krijgen – ook bij een doopvont staan
om haar eigen kind in de handen van Christus te leggen,
zoals het met haar ook gebeurde?
Het is immers niet meer vanzelfsprekend in deze tijd om te gaan geloven.
Een groot deel van de kinderen die nu geboren worden, worden niet gedoopt
en groeien op zonder kennis over Christus.

Is er een tijd geweest waarin het gemakkelijker was om op te voeden als ouders
en om als kind op te groeien
om als ouders te vertellen over Christus en als kind dat eigen te maken,
te geloven als kind en later zelfstandig de weg van Christus gaan?
Elke tijd heeft zijn eigen zorgen en verleidingen.
We zien dat ook in het Bijbelboek Openbaring.
Johannes gebruikt een scherp woord om aan te geven in welke tijd hij leeft:
Het is de tijd van de grote hoer.
In Openbaring gaat het steeds om sterke contrasten:
om God die regeert in de hemel en over de aarde die Hij geschapen heeft,
om Christus die naar de aarde kwam om te redden
en de mensen die in Hem geloven, zij zijn de bruid van Christus.
Er is ook de duivel die steeds voor het negatieve spiegelbeeld kiest, God nabootst.
Hier is de hoer het negatieve spiegelbeeld van de bruid van Christus.
Er is bewust voor dit scherpe woord gekozen, omdat het gaat
om een macht die zichzelf verkoopt aan de duivel,
om een macht die invloed uitoefent op de wereld:
mensen verleidt om bij God vandaan te gaan,
bijvoorbeeld door te kiezen voor het grote geld en zich alleen maar laten leiden
door het verlangen nog rijker te worden en daarvoor al hun principes overboord gooien.
of alles over hebben om de macht te krijgen en die macht behouden
en dat doen door te liegen, door de waarheid achter te houden,
nepnieuws en propaganda brengt en als dat niet werkt geweld gebruikt.

Om in zo’n wereld gelovig te zijn
als je ziet dat je vrienden alleen nog maar aan geld kunnen denken
en alleen maar nog rijker worden, desnoods over de rug van anderen.
Als je ziet dat degenen die de leiding hebben, de macht hebben
er niet op uit zijn om te dienen, om echt te leiden,
maar die macht alleen maar gebruiken voor zichzelf, voor hun eigen positie
en wie daartegen ingaat wordt gevangen genomen, uit de weg geruimd, voor schut gezet.
Om in zo’n wereld als christen je kind op te voeden,
Terwijl je weet dat als je kind het huis uitstapt er zoveel verleidingen op hem of haar afkomen
en als je kind niet meegaat met die verleiding, afzijdig blijft, er tegenstand komt.
Dat was de tijd waarin Openbaring geschreven werd.
Die tegenstand en die druk is er in onze tijd gelukkig niet, maar die verleiding?
Leven wij niet in een tijd waarin er allerlei verleiding op je kind, op jezelf afkomt?
In de wereld die in de reclame getoond wordt, die in films op je afkomt.
Als ouder kun je daar vaak nog wel doorheen prikken, maar je kind:
Wat pikt die ervan op? Wat blijft er haken en hoe werkt dat door op de band met Christus?
Door de doop zijn ze gewijd aan Christus, ze behoren Hem toe
en vanmorgen heeft Christus ook aan hen en aan jou als ouder het ook beloofd
dat Hij voor hen gestorven is en hun zonden zal vergeven
en is de belofte van de Heilige Geest gekomen, dat benadrukt: Ik zal in je kind werken!
Ik zal ruimte in haar hart maken voor Christus en haar hart bewaren voor Christus
dat er geen andere, geen verkeerde invloeden zullen komen.
Dat ze niet meegesleurd wordt, maar trouw blijft aan haar Heer!

Die trouw, daar gaat het om – trouw blijven aan Christus,
ondanks tegenstand, ondanks allerlei verleidingen die op je afkomen.

Daar heeft dat indrukwekkende geluid dat Johannes uit de hemel hoort mee te maken.
Een koor dat op een indrukwekkende manier ‘Halleluja’ zingt.
Het zijn degenen die al in de hemel zijn:
een vader of een moeder, die niet meer hier op aarde leeft, maar in Christus gestorven zijn,
Die zijn voorgegaan, een opa of een oma, een broer of een zus, een vriend, vriendin.
‘Halleluja’ zingt het koor.
Zal het in de hemel altijd zingen zijn? En als je dan niet van zingen houdt?
Dan moet je denken aan de bevrijding.
Het was vorige week 73 jaar geleden, dat Oldebroek werd bevrijd – 17 april 1945.
Op die dag en de dagen erna zal er feest gevierd zijn, gezongen, gedanst.
Zo klinkt in de hemel ook het lied van de verlosten, van degenen die bevrijd zijn: Halleluja!
Halleluja – het is een woord dat om instemming vraagt,
dat wij hier op aarde antwoorden door ook Halleluja te zingen, of te antwoorden met Amen!
Net als in de oorlog Radio Oranje werd uitgezonden om de mensen in Nederland
in bezet gebied moed in te spreken, zodat ze trouw bleven aan de koningin en het vaderland
Halleluja – houd vol: er komt een andere tijd, want Christus heeft reeds overwonnen
En al die verleidingen, de hoer, het negatieve spiegelbeeld van de duivel
is reeds overwonnen, is reeds veroordeeld.
Ze zingen het ons voor, de heiligen in de hemel, degenen die in Christus gestorven zijn,
die hier op aarde hebben geleefd: moeder of vader, zus of broer, vriend of vriendin,
al degenen die geleefd hebben in de wereld die bezet gebied was door de duivel
maar volgehouden hebben en aangekomen zijn: Halleluja.
De eerste begrafenis die ik meemaakte, was van mijn opa. Ik was een jaar of 12.
We zongen aan het einde van de dienst: ‘k Heb geloofd en daarom zing ik.
Ik geloof en daarom zing ik mee met dat lied.
We dragen iemand uit, die ons dierbaar is, maar we hebben het geloof
dat er een opstanding is, dat Christus is opgestaan
en dat de opa die nu gestorven is wel een plek krijgt op het kerkhof achter de kerk
maar eens dat graf weer zal verlaten, omdat Christus leeft, opstond uit de dood.
Zingen is een daad van verzet: in bezet gebied zingen van de Overwinnaar
die ons zal bevrijden, van wie we reeds zijn.
Daarom is ook dopen, net als zingen, een daad van verzet:
We wijden onze kinderen aan Christus, ze zijn apart gezet, voor Christus bestemd.
Een daad van verzet tegen de hoer waar Johannes over spreekt.
Ze zijn voor een Ander: voor Christus. Zo voeden we ze ook op.
Zodat ook onze kinderen meezingen, de groten en de kleinen:
Loof onze God, al Zijn dienstknechten en die Hem vrezen, de groten en de kleinen.
Zo voeden we ze op, dat ze meezingen: Halleluja, Amen!
Opdat ze Hem toegewijd zijn met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.

Waarom gaat niet iedereen in verzet? Waarom zijn er mensen die zich toch laten verleiden?
Het is net als in de oorlog: er waren er ook die kozen voor de Duitsers, zelfs predikanten.
Die dachten: dit is de nieuwe tijd.
We moeten ons gewonnen geven: het is niet anders.
Of misschien zelfs: dit is de weg die Gód met Nederland gaat.
Voor hen geen verzet, maar juist banden aanknopen met de bezetter, meedoen.
Een rijk dat voorlopig blijft bestaan.
Een rijk dat duizend jaar zou bestaan, zo kondigde Hitler aan.
In de tijd van de christenen uit Openbaring was het Rome dat van zichzelf zei:
Wij bestaan voor altijd. Ze spraken over het eeuwige Rome.
Nee zingt het koor: Halleluja, alleen God is eeuwig
en dat eeuwige Rome is slechts een hoopje as, waarvan de rook voor altijd omhoog gaat.
Geen aardse macht begeren wij, die gaat alras verloren.
Verlangen naar macht is wedden op het verkeerde paard.
God is overwinnaar en je gaat – als je je tegen Hem keert – onderuit.
In Psalm 2 zijn er volkeren die onrustig zijn en in opstand komen tegen God
en dan zingt de Psalm: die in de hemel woont zal lachen.
Het lijkt indrukwekkend, het lijkt veel, maar vanuit de hemel is het om te lachen.
Het stelt niets voor. Halleluja. Waarom zou je je uitleveren?
Waarom zou je je ziel verkopen en wedden op de verkeerde macht?

Steeds weer dat koor uit de hemel, degenen die al verlost zijn, vol vreugde:
Halleluja, want de Heere, de almachtige God is Koning geworden.
Geen toekomstmuziek, maar nu al.
We leven in bezet gebied, en toch, er is een verschil met de tijd van de oorlog.
Er werd wel eens de vergelijking gemaakt: Golgotha is de D-day, de landing
en de Wederkomst de V-day, de dag van de wapenstilstand.
Dat gaat niet op, want vanaf 6 juni moest nog bijna een jaar gevochten worden
om de bevrijding te brengen en de macht van de tegenstander te breken.
Het kruis is de dag waarop de overwinning werd behaald,
De overwinning is zeker!
De ruimte die de tegenstander heeft, is alleen de ruimte die hij van God krijgt.
Waarom weten we niet, maar het geeft ons wel moed:
Hoezeer hij ook tekeer kan gaan, hoezeer hij ook verleidt
en net doet of hij alle macht heeft – die macht laat God hem
en die macht wordt de boze ook zo weer afgenomen, als God dat wil.

Tegenover die hoer staat een andere vrouw: de bruid.
Daarom dopen we, omdat we geloven dat Christus zijn kerk als bruid ziet.
Om haar als bruid te werven, kwam Hij ten hemel af.
En het is haar gegeven zich met een smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden.
Maagdelijk, zonder zonde.
Wit is ook de kleur van de opstanding, van het leven in Gods heerlijkheid.
De bruid ziet er prachtig uit – wit en smetteloos, want gereinigd door het bloed,
een nieuw leven, opgestaan in heerlijkheid.
Opdat zij dit leven getroost mogen verlaten
en onbevreesd mogen verschijnen voor uw rechterstoel.

Vorig jaar preekte ik tijdens een doopdienst over Hanna,
die haar kind in de tempel bracht bij priester Eli.
Als de hoer ergens zichtbaar was, was dat juist daar in de tempel
bij de zonen van Eli: Hofni en Pinehas, die de dienst van God zo verkwanselden
dat de mensen de tempel gingen mijden.
Hanna bracht toch haar zoon, maar gaf hem iets, elk jaar weer opnieuw:
Een priestermanteltje: SAmuël, mijn jongen, jij bent anders, want jij bent van de Heere.
Dat manteltje als een bescherming, een herinnering.
Zo is de doop ook als dat priestermanteltje: kind, je bent van een Ander, van je Heer.
Voor jou is een andere toekomst weggelegd, als je trouw blijft:
Dat linnen kleed, smetteloos en blinkend van Gods heiligheid.
Het is een bescherming én een aansporing tegelijkertijd.
De bescherming van God: Ik ben er en Ik zal waken voor je kind,
Zoals Ik op Golgotha gestreden heb om ook haar vrij te maken.
En een aansporing ook: voor de kinderen, voor ons allemaal:
Trouw, trouw aan Christus. Twee kanten van het verbond.
God belooft – wij zijn verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid
zodat we hier op aarde al mee kunnen zingen
en later ons mogen voegen bij dat koor in de hemel,
dat koor van verlosten dat mag zingen voor haar Heer en Heiland,
De bruid die niet genoeg kan krijgen van haar Bruidegom Christus: Halleluja.

Het kan best een tijdje duren voor het voor hen of voor ons zover is,
Je zou kunnen zeggen: een lange verkeringstijd: Je hoort bij elkaar, je bent van elkaar,
maar de bruiloft laat zich om een bepaalde reden op zich wachten.
Niet omdat er geen liefde is, niet omdat je niets in elkaar ziet
en dan na een tijd is die tijd voorbij en ben je echt man en vrouw.
In die tijd, al ben je niet met elkaar getrouwd, blijf je elkaar trouw, blijf je elkaar zien,
blijf je bij elkaar horen.
Zo geldt voor ons het leven hier op aarde. Totdat we aankomen, tot de bruiloft aanbreekt
zijn we hier op aarde al van Hem, onze Heer en Heiland, onze liefste
en stemmen we mee in – voor zijn troon in de hemel en hier op aarde: Halleluja!
Amen






De man als priester in het gezin

De man als priester in het gezin

Gisteren was er een discussie op Twitter over de man als priester in het gezin. Daar was nogal wat kritiek op, omdat in deze gedachte een traditioneel rolpatroon van de man als het hoofd van het gezin zou doorklinken. Het zou de gedachte levend houden dat de man leidend is in het gezin, dat de vrouw ondergeschikt is. Ook zou het gebruikt kunnen worden ter verdediging dat de man kostwinner is.

father-and-child-together

De gedachte dat de man priester van het gezin is, kreeg ik in mijn opvoeding mee. Het is een gedachte afkomstig uit de 17e eeuw, van de visie van de Nadere Reformatie op het gezin. Wat ik niet wist, is dat deze gedachte inmiddels overgenomen is in evangelische kring. (zie voor analyse dit artikel Van Staalduine) Daar is de gedachte uitgebouwd en is de man niet alleen priester, maar ook koning en profeet in het gezin.

Het is maar de vraag of de gedachte dat de man priester van het gezin is, een traditioneel rolpatroon van de man in het gezin bevestigt. Het komt wel uit een tijd, waarin de man als gezinshoofd wordt gezien. Dat wel. De man als priester in het gezin is niet rolbevestigend, maar juist een kritische visie op de rol en opstelling van de man binnen zijn gezin.

Eredienst
Allereerst: er wordt gesproken over priester in het gezin. Niet over koning of profeet. De gereformeerde traditie zag in het Oude Testament drie ambten: profeet, priester en koning. De koning is degene die leiding geeft. De profeet is de leraar en ook degene die durft te zeggen als de zaken geestelijk gezien niet op orde zijn. De profeet is de kritische stem. De priester is degene die dient en verbindt. De taak van de priester was de voorbede en het brengen van het offer. De priester gaat voor in de eredienst in de tempel.

Voortouw
In de Nadere Reformatie gaat men juist het priesterlijke als taak van de man. Dus niet het heersen en leidinggeven en ook niet het onderwijs en de kritische stem. Nee, de dienstbaarheid, het voorgaan in de eredienst en in de gebeden wordt het voorbeeld voor hoe een man in zijn gezin hoort te zijn. In die tijd gaat men namelijk het gezin zien als kleine kerk. De gedachte daarachter is dat gelovige thuis in zijn of haar gezin ook actief is met eredienst, met gebed en met dienen. De man, die dan als hoofd van het gezin wordt, gezien is degene die daarin het voortouw hoort te nemen. In de huisgodsdienst, in het leven als gezin naar Gods geboden.

man-and-girl-reading-bible.jpg

Dat kan natuurlijk binnen een cultuur waarin de man hoofd van het gezin is rolbevestigend zijn. Tegelijkertijd is de gedachte dat de man priester van het gezin is juist een erg kritische visie op de rol van de man.

Niet uitbesteden
De man mag de opvoeding en ook de opvoeding in het geloof niet uitbesteden aan anderen. Niet aan de kerk, niet aan de school, niet aan zijn vrouw. Nee, hij is daar zelf verantwoordelijk voor. Net zoals in het vierde gebod het werk op de sabbat niet op anderen – de kinderen, het vee, de vreemdeling – afgeschoven mag worden, mag ook de (geloofs)opvoeding niet op anderen afgeschoven worden. De man mag zijn gezin niet verwaarlozen, want hij is priester in zijn gezin. Om te zien wat priester in het gezin betekent kunnen we kijken naar een afschrikwekkend voorbeeld: Eli die zijn zonen nooit heeft willen of durven corrigeren.

Voorgaan
Priester zijn in je gezin betekent ook dat je je eigen band met Christus serieus neemt en verdiept. Voorleven als priester kan alleen als je zelf een oprecht geloof hebt. In het Oude Testament wordt elke vorm van godsdienst, waar het geloof en het leven uit weg is, ernstig bekritiseerd: daar is God niet aanwezig. De man als priester van zijn gezin moet dus serieus werk maken van zijn eigen geloof. Ook dat mag hij niet uitbesteden aan zijn vrouw of zijn kinderen.

3105101E00000578-3438755-Missy_Mayo_USA-a-21_1455042006364.jpg

Nergens in de Bijbel komt de gedachte voor dat de man priester in het gezin moet zijn. Het is een toepassing van 1 Petrus 2:9 op het gezin: de gelovige is priester. Daarbij moet bedacht worden dat de priester geen koning is. Soms kan een priester een profeet zijn. Een priester die koning is komt in het Oude Testament niet voor. Er is er slechts Eén die de drie ambten kan vervullen: dat is Christus. De evangelische uitbreiding van de man als priester tot ook koning en profeet botst met de gereformeerde gedachte dat alleen Christus profeet, priester en koning is. Ook al is de gelovige geroepen tot navolging en geroepen om het beeld te zijn, dat betekent nog niet dat een mens alledrie de ambten kan vervullen.

high priest before ark

Dienen
De gedachte dat de man priester in het gezin is, komt nergens in de Bijbel voor. Wel wordt in het Nieuwe Testament een aspect van het priesterschap toegepast op de man als hoofd van het gezin. In Efeze 5 wordt de relatie tussen Christus en de gemeente vergeleken met de positie van de man in zijn gezin en ten opzichte van zijn vrouw. Opvallend is echter dat daar niet het heersen en leidinggeven wordt uitgewerkt, maar het (wederzijds) dienen. Zoals Christus naar de aarde kwam om de gemeente te dienen, zo is de man geroepen om zijn vrouw en zijn gezin te dienen.

Man als koning geen Bijbels beeld
De man als koning in het gezin is daarom ook geen Bijbels beeld. Voorbeeld voor de man is daarom ook niet David, die wel koning was, maar een potje maakte van zijn rol als vader. (Ooit schreef iemand een boek: Als David je vader is. Over problemen door relaties en gezagverhoudingen binnen het gezin). Nee, niet David, maar Job is het voorbeeld. Job die elke keer als zijn kinderen bij elkaar geweest zijn om feest te vieren offert voor zijn kinderen.

interesting-fact-about-dads.jpg

De gedachte dat de man priester in het gezin is, is kritisch ten opzichte van elk aangeleerde visie op wat een vader in het gezin moet doen. Het zegt ook niets over de rol van de vrouw. Het maakt alleen de man verantwoordelijk voor zijn gezin. Deze gedachte geeft aan dat huiselijk geweld, verwaarlozing, autoritaire opstelling op geen enkele manier met de Bijbel in de hand zijn te verdedigen.

Eindverantwoordelijkheid
Als de man eindverantwoordelijke wordt gemaakt, moeten we bedenken dat in de dogmatiek eindverantwoordelijkheid niet betekent dat een ander geen rol heeft. In de dogmatiek is de Vader bijvoorbeeld eindverantwoordelijk voor de schepping. De Vader schept echter de wereld in/door de Zoon. Ook de Geest is niet afzijdig van de schepping. Eindverantwoordelijke voor de redding is Christus, maar ook weer niet zonder Vader en zonder Geest. De man als priester van het gezin betekent dus niet dat er voor de vrouw geen rol is weggelegd. Dat is ook geen ondergeschikte rol. De man is wel verantwoordelijk en kan er door God, door de gemeenschap, door zijn eigen vrouw en kinderen op worden aangesproken.

Plicht, geen recht
De gedachte dat de man priester in het gezin is verwoordt geen recht, maar een plicht. Het gaat niet om een status die een man heeft, maar om een houding van verantwoordelijkheid voor degenen die door God aan Hem zijn toevertrouwd. In het nemen van de verantwoordelijkheid, in de zorg, in de betrokken opvoeding laat de man iets zien van de liefde en genade van Christus, die niet kwam om gediend te worden maar om te dienen.

Koken
P.s. De discussie werd afgebroken doordat iemand moest koken. Dat gaf gelijk een aardige associatie: wie is er Bijbels gezien verantwoordelijk voor het koken? Is in de Bijbelse verhalen de vrouw degene die voor de maaltijd zorgt, net als Sara? Of is is Jakob met zijn linzensoep juist degene die de rol van de man exemplarisch uitbeeldt? Opvallend is dat in de lofzang op de deugdelijke huisvrouw uit Spreuken 31 het koken ontbreekt.

Beeldverbod
P.p.s. Zoals altijd laten afbeeldingen van vaders / gezinnen op internet een ideaalplaatje in. Wie een beetje thuis is in de werkelijkheid weet dat zulke ideaalplaatjes slechts momentopnamen zijn. In de gereformeerde traditie is men daarom ook vanwege het beeldverbod kritisch op elk ideaalbeeld. Een ideaalbeeld is afgodendienst. Dat geldt ook voor de rol van man als priester in zijn gezin

Preek zondagmorgen 15 april 2018

Preek zondagmorgen 15 april 2018
Openbaring 13

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Ik zag …
Het is niet alledaags wat Johannes te zien krijgt:
Een beest, een monster dat oprijst uit de zee,
een beest dat op een panter lijkt, met poten van een beer, een bek van een leeuw.
Een draak die die aan dit beest de macht geeft.
Als het een film was, zou het op op zijn minst 12+ krijgen
vanwege de spanning en de dreiging,
of misschien zou het hele boek Openbaring wel vallen in de categorie horror.

Een aantal jaren geleden volgden wij met ons gezin een bijbelrooster
dat was opgesteld door het Nederlands Bijbelgenootschap.
Zes weken lang was het de bedoeling om Openbaring te lezen,
Van het begin tot het einde.
Halverwege zijn we met dit rooster gestopt, omdat er sprake was
van zoveel rampen die over de aarde komen,
een derde deel van de wereld verwoest, een derde deel van de mensen gedood.
Dat zal een reden kunnen zijn, waarom u dit Bijbelboek maar liever niet opendoet.
En als je dan toch doorleest, kom je heel wat tegen wat je niet zomaar begrijpt.
Daardoor kun je dit Bijbelboek links laten liggen.
In de afgelopen jaren heb ik uit Openbaring gepreekt,
maar dat waren altijd de wat meer begrijpelijke delen van dit Bijbelboek
en met een grote boog ben ik om die moeilijkere gedeelten heengegaan.
Als er een tijd is om dit Bijbelboek te lezen, is dat de tijd na Pasen,
want Johannes moet zijn visioenen aan de gemeente doorgeven,
om de gelovigen te leren wat het voor hun leven, voor hun concrete situatie betekent,
dat Jezus is gestorven aan het kruis en is opgestaan uit de dood.
Wat betekent het voor ons eigen leven, wat betekent het voor de wereld waarin wij leven,
dat Christus uit de dood is opgestaan, nu leeft, in de hemel is
en vandaar uit de hemel over ons regeert?
Het Bijbelboek Openbaring wil ons die geloven in Christus dat aan ons leren,
dat we dat bij alles wat ons overkomt, elke nieuwe gebeurtenis die ons overkomt,
dat we dat blijven geloven: in de hemel is Christus,
Hij regeert, Hij waakt over de kerk en mijn leven is in Zijn hand geborgen.

Dat doet Hij ook, als dat er niet op lijkt.
Als je woont in Syrië, waar geen einde aan de oorlog lijkt te komen,
en de manier waarop de oorlog wordt uitgevochten steeds weer onmenselijk is,
er zoveel strijdende partijen zijn, zodat je niet meer weet wie je moet steunen.
Als je woont in Jemen, waar ook net zo’n wrede oorlog is, in de armoede van Venezuela.
Als je opgesloten zit in de werkkampen van Noord-Korea,
in Ravensbrück, Mauthausen of Auschwitz.
Steeds weer blijken mensen voor elkaar de aarde in een hel te kunnen veranderen.
Juist dan, als je daar middenin zit, is het niet altijd makkelijk om te geloven,
dat Christus regeert, dat Hij overwonnen heeft, dat daarom alles op deze wereld goedkomt.
Dan lijkt het erop, dat een ander regeert,
de tegenstander van God, de duivel, die hier in Openbaring aangeduid wordt met de draak.
Hij heeft veel macht die draak,
macht om verwoesting op aarde te brengen, gelovigen te bedreigen,
een handige verleider, gewiekste bedrieger, die bijna alle mensen zover krijgt
in hem te geloven en hem te volgen.
en dan zul je maar gelovig zijn, geloven in Jezus Christus, Gods Zoon,
gestorven aan het kruis en opgestaan uit de dood,
geloven dat Christus regeert, samen met de Vader in de hemel
en je ziet dat iedereen om je heen kiest voor zijn tegenstander,
zich mee laat nemen, kiest voor het beest, de handlanger van de draak,
die zo veel mensen weet te verleiden om bij God weg te gaan
en zich te binden aan Gods tegenstander.

We kijken wel eens naar aantallen, tellen in de kerk, hoeveel mensen er zijn.
Vanmorgen in de Maranathakerk een volle bak, maar als het een avonddienst was…
Gemeenteleden die alleen nog maar meeluisteren met de kerkradio vragen dat wel eens:
Hoe is het kerkbezoek? Heb je nog wel een volle kerk?
Aan het zingen kunnen ze horen of het er veel zijn of weinig.
Johannes houdt het de gemeente voor dat ze niet raar moeten opkijken
Als het leeg wordt in de kerk of er geen instroom van buiten komt,
geen mensen zijn die geïnteresseerd in zijn het evangelie,
omdat het beest, de handlanger van de draak, Gods tegenstander,
bijna alle mensen die er zijn verleidt, wegtrekt bij God vandaan.
Je kunt dat niet altijd gebruiken als het leger wordt in de kerk
en toch moeten we er ook voorbereid zijn, dat het kan gebeuren
dat mensen eerder warmlopen voor iets dat hen bij God wegleidt
en daarom geen interesse hebben in het evangelie van Christus.
Dat kan ook gebeuren.
Dat is wel het doel, waarom de draak dat beest uit de zee laat opkomen
en macht geeft, om zoveel mogelijk te verleiden.
En daarom geeft Johannes het aan ons door,
Zodat u uzelf niet laat meenemen, niet laat inpakken, laat verleiden,
maar dat u trouw blijft aan Christus
En Johannes geeft het ook aan ons door dat we niet moeten gaan twijfelen
als we om ons heen zien, dat heel veel anderen geen interesse hebben in Christus
en een leven kunnen opbouwen, waarin geloof, waarin Christus geen plaats heeft.
Johannes wil ons leren dat die verleiding kunnen doorzien,
Dat we er niet intrappen, ons niet mee laten slepen, maar trouw blijven.

Ik zag …
Uit de zee komt een beest naar boven, het lijkt om een panter,
met berenpoten en een leeuwenbek.
De zee, dat is voor de christenen aan wie Johannes dit vertelt,
de zee waarop de Romeinse machthebber de havens van Klein-Azië komt binnenvaren,
de Romeinse consul, de Romeinse gouverneur, gestuurd uit Rome, over de zee.
Een indrukwekkend gezicht moet dat geweest zijn: de Romeinse vloot,
veel schepen bij elkaar, en dan als de schepen stuk voor stuk aanmeren,
De nieuwe machthebber, de nieuwe gouverneur, die in vol ornaat de boot afstapt,

een gebeuren om indruk te maken op de bewoners van die stad,
om de macht van Rome te laten zien, die ook hier in Klein-Azië gekomen is.
Maar Johannes ziet niet de nieuwe Romeinse gouverneur,
maar hij ziet een beest, uit verschillende dieren samengesteld,

komend over de zee.
De zee waaruit het beest opkomt, de zee waarover de Romeinse gouverneur komt,
De zee, die voor de Romeinen het beeld van hun eenheid was –
al het land om deze zee heen hadden ze immers veroverd.
In de Bijbel is de zee geen macht die eenheid brengt,
die landen samenbrengt, omdat je erover kunt varen,
maar de zee is vooral een macht die verwoest, bedrieglijk is,
je lijkt erover heen te kunnen gaan, maar onverwacht kan het stormen
en kunnen de golven slaan en toont het zijn macht om te vernietigen,
de schepen die erop varen kunnen vergaan, overstromingen houden huis.
Men dacht ook wel, dat in die zee een verschrikkelijk monster woonde,
een zeedraak als het ware, de Leviathan.
drie dieren – afkomstig uit een ander Bijbelboek – Daniël 7.
Daar in Daniël 7 zijn het 4 dieren, die elk een nieuw wereldrijk aangeven,
wereldheersers, waartegen niemand is opgewassen, die alles veroveren
en met geweld hun macht bewaren.
Nu bij Johannes schuiven die beelden van die verschillende rijken inéén.
Die eerdere rijken waren al huiveringwekkend:
wreed, machtsbelust, alles verpletterend, nietsontziend,
maar nu komt er een rijk, dat het ergste is van alles, dat de anderen nog overtreft,
in wreedheid en slechtheid,
maar de mensen hebben dat niet door, knielen neer, leveren zich uit
en verkopen hun ziel, maken zich slaaf, van dit beest.
Zij zien niet wat ze doen, maar jullie, gelovigen, wees alert en lever je niet uit,
blijf trouw aan de Heer die je bent gaan dienen,
ook al ben je een van de weinigen, al krijg je het er zelf moeilijk mee,
vanwege alle tegenstand die er kan komen.

Van de vier dieren uit Daniël 7 ontbreekt één dier: de adelaar
en juist dat was het symbool, dat Rome voerde en dat vast op de schepen was te zien,
Ik denk dat dit bewust is, om te voorkomen dat we gaan denken
dat er één bepaald rijk is, of één persoon is, die het is.
Maar dan kan de waakzaamheid verslappen, omdat we op één vijand voorbereid zijn
En ondertussen meegenomen worden door het beest
dat zich aan ons in een andere gedaante voordoet.
De ene keer toont het zich in de politiek,
zoals we terugkijkend over het Hitler en zijn regime kunnen zeggen.
Een andere keer als een economische ontwikkeling,
die ervoor zorgt dat mensen doordat het zo goed hebben God niet meer nodig hebben
en niet meer gered hoeven te worden door Christus’ dood en opstanding,
omdat ze hier op aarde al een goed leven hebben.

Waar het om gaat, is dat de duivel, de tegenstander van God, God nabootst, nadoet.
Als God zelf in Christus op aarde komt en mens wordt,
dan kan de duivel, de draak uit Openbaring, ook een gestalte op aarde brengen.
Als Jezus gekomen is, om de macht over de aarde weer terug te krijgen,
dan wordt dat nagedaan.
Als Christus na Zijn hemelvaart de Heilige Geest uitstort,
dan doet de draak dat na door een geest die verleidt te sturen.
De demonische drie-eenheid worden ze wel genoemd,
de draak en zijn beesten, de een uit de zee en de ander uit de aarde.
Het duivelse spiegelbeeld van God.
Ze presenteren zich als de redder, als degenen die geluk brengen,
maar zijn het niet, maar verwoesters.
Twee gezichten hebben die gestalten van de draak, die beesten die opkomen,
De een uit de zee en de ander uit de aarde.
Naar buiten toe vriendelijk, maar voor de gelovigen een verschrikking.
Als je niet meedoet, als je je niet gewonnen geeft, als je niet buigt,
dan ben je een bedreiging, dan hoor je er niet bij, dan moet je weg.
Het beest wordt de macht gegeven om te strijden tegen de heiligen,
een strijd tegen degenen die bij Christus horen.
Als je je hart niet geeft, omdat je hart al van Christus is
als je je knie niet buigt, omdat je voor geen andere Heer wilt knielen
dan die je geschapen heeft en aan het kruis en uit het graf heeft gered,
dan beland je in een oorlog met dit beest, een zware strijd, erop of eronder.
Kijk er niet van op als dat gebeurt, zegt Johannes, wees erop voorbereid.
Zorg dat je niet verzwakt, dat je overwonnen wordt.
Want met hoeveel macht dat beest ook op je af komt
en hoezeer je leven overhoop wordt gehaald en je haast bezwijkt onder de druk,
er is een houvast in de Heer die naar de aarde kwam en mens werd,
die niet kwam om te verleiden of te verwoesten, maar die kwam om te redden.
Als je naam geschreven staat in het boek des levens, dan blijf je behouden,
dan word je vastgehouden, dan sta je er niet alleen voor
En heb je de zekerheid in Christus.
Het gaat hier niet om hoe je in dit boek des levens komt,
maar dat als je er in geschreven staat, dat je dan mag geloven
Dat geen draak of beest, welk beest dan ook, dat geen duivel je kan wegroven.
Dat is de volharding van de heiligen: God bewaart je
en dan kun je niet terugvallen in de macht van de duivel, die immers verslagen is.
‘Maar God is getrouw, die hen in de hun eenmaal gegeven genade door zijn barmhartigheid bevestigt en tot het einde toe met kracht bewaart.’ (DL V,3)
God bewaart je en daarom kun je trouw zijn – Hij geeft de kracht.
God bewaart je, daarom moet je trouw zijn. Breng die trouw in praktijk.
Het is evangelie en opdracht inéén.
God bewaart je en tegelijkertijd moet je daar zelf ook aan werken.
Het komt hier aan op volharding en geloof.
Volharden – dat is volhouden, omdat je weet: God heeft het laatste woord,
ook over het beest dat zijn macht van de duivel heeft gekregen.
Niet opgeven, omdat je weet dat de overwinning al is behaald.
Volharden – dat is niet je niet mee laten slepen, al doen anderen om je heen dat wel.
Volharden en geloven – dat is dat je hart van Christus is en van Christus blijft.
Ook in de moeilijkste omstandigheden in je leven,
ook als het in je eigen leven of in deze wereld anders verloopt.
Ze zijn er geweest die hebben volgehouden, martelaren, die voor de leeuwen zijn gegooid,
Die naar concentratiekampen en strafkampen zijn gebracht.
Die druk hebben wij hier gelukkig niet.
En toch, christenen die leven in gebieden waar vervolging is,
die maken zich vaak meer zorgen over ons dan over zichzelf,
want bij hen laat het beest zich openlijk zien,
maar in de luxe en de welvaart kan hij zich ook voordoen, om ons in slaap te sussen
en zo mee te voeren bij Christus vandaan.
Wees op je hoede en geloof tegelijkertijd in de macht van God
die zichtbaar werd aan het kruis waar de draak werd verslagen,
Christus overwon en regeert, over deze wereld, over ons leven,
het heden en de toekomst is in Zijn handen
En Hij strijdt voor ons, gaat ons voor in de strijd.
amen





Is het Oude Testament nog wel canoniek?

Is het Oude Testament nog wel canoniek?

Het Oude Testament heeft mij altijd gefascineerd. Als kind had ik wel wat met de verhalen uit het Oude Testament over de richters, de koningen en de profeten. Misschien werd die fascinatie wel versterkt door de vaak heroïsche illustraties uit de kinderbijbel. Tijdens mijn studie ging door de historisch-kritische benadering het Oude Testament op een nieuwe manier voor mij open.

Alle vakken op het gebied van het Oude Testament die aangeboden werden, heb ik dan ook gevolgd en ik studeerde af op een onderwerp uit de godsdienstgeschiedenis van Oud-Israël. Omdat ik wel wat heb met het Oude Testament preek ik hier graag uit.

Nieuwe tijd
Dat niet iedereen zo gefascineerd is door het Oude Testament kreeg ik mee tijdens een huisbezoek. Ik kreeg het commentaar dat ik wel erg veel uit het Oude Testament preek. Dat was toch niet nodig? We leven immers met de komst van Christus in een nieuwe tijd?

Echtscheiding-in-het-Oude-Testament-300x168

Toepassing op Christus
Dat de omgang van christenen met het Oude Testament niet zonder problemen is, kreeg ik al mee tijdens mijn studie. Bij de preekbesprekingen die gehouden werden op Voetius, het dispuut waarop ik zat, was er bij preken over gedeelten uit het Oude Testament steeds een extra bespreekpunt: werd het gedeelte toegepast op Christus, dan kwam er commentaar dat die toepassing niet vanzelfsprekend was en liet iemand zo’n toepassing weg, dan werd dat weer gemist.

De kerk vanaf Abel
In de kerkgeschiedenis heeft het Oude Testament altijd onderdeel uitgemaakt van de Bijbel. Toen Marcion (ong. 85 – ong. 160 na Christus) van mening was dat de kerk niets meer met het Oude Testament te maken had, omdat daarin over een andere God gesproken werd dan in het Nieuwe Testament, verzette de kerk hier zich tegen: in het Oude Testament zien we dezelfde God aan het werk. Daarom begint de kerk niet pas met de uitstorting van de Heilige Geest, maar is de kerk er al vanaf Abel.

boekrol oude testament ot

Een specifiek volk
In de 19e eeuw de gedachte, dat het Oude Testament onderdeel is van de kerkgeschiedenis, onder kritiek gesteld. Door de opkomst van de historische wetenschap, beseft men dat het Oude Testament over een specifiek volk gaat: Israël. In diezelfde tijd krijgt het Jodendom meer publieke ruimte om hun eigen vorm van geloof te uiten en komt het daardoor ook het besef dat het Jodendom wel eens de rechtmatige eigenaar van het Oude Testament kan zijn.

Voorfase van het christendom
Ook vinden de theologen uit die tijd, zoals Friedrich Schleiermacher, dat de boodschap anders is: het Oude Testament gaat over één volk en God die zich aan dat ene volk verbindt en dus niet meer over Christus, terwijl in het Nieuwe Testament door Christus de boodschap voor heel de aarde en voor alle volken bestemd is. Het Oude Testament is daarom van minder kwaliteit, een voorfase van het christendom dat men door de universele boodschap toch wel hoger mag aanslaan.

Het-Oude-Testament-Verkorte-uitgave

Minder hoog
In dat klimaat zal Adolf von Harnack in zijn boek over Marcion uit 1921 stellen dat de kerk er in het verleden goed aan gedaan heeft vast te houden aan het Oude Testament, maar dat de kerk er nu goed aan doet om het Oude Testament toch wat minder hoog aan te slaan.  In de jaren-’30 zullen de Deutsche Christen nog veel rigoreuzer stellen dat het Oude Testament niet past bij de arische Jezus en dat het Jodendom minderwaardig is.

Dialoog
Na de oorlog, als het besef komt van de misdaden van het nazi-regime, gaat met in dialoog met het Jodendom. In die dialoog willen de betrokken theologen een christelijke theologie ontwikkelen die niet aanmatigend is voor de Joden.

Vanuit die dialoog komen soms ingrijpende voorstellen: het Oude Testament is allereerst een boek van de Joden en de kerk leest met Israël mee. Het Oude Testament gaat niet meer over Christus. Ook voor het spreken over Jezus wordt sterk naar het Jodendom gekeken, waardoor niet iedereen meer zegt dat we in Christus zien wie God werkelijk is.

download (1)

Niet meer canoniek
Voor Notger Slenczka, hoogleraar Systematische theologie in Berlijn, gaat er nu wel erg veel van de christelijke theologie verloren als we niet meer stellen dat Christus ons beeld over God bepaalt. Ook geeft hij aan, dat als het Oude Testament niet meer over Christus gaat, de waarde van het Oude Testament voor de kerk is veranderd. Het Oude Testament is niet meer canoniek, want canoniek is een Bijbelboek alleen als het over Christus gaat.

image_preview

Heftig debat
Deze stelling leidde in 2015 tot een kort, heftig debat, waarbij collega’s en kerkelijke leiding zich openlijk distantieerden van Slenczka. In dat debat werd ook de suggestie opgeworpen dat Slenczka de theologie van de Deutsche Christen uit het Hitler-tijdperk deed herleven en dat zijn theologie kwetsend is voor het Jodendom. Deze beschuldigingen hebben Slenczka diep geraakt.

Apocrief
Slenczka wil het Oude Testament niet afschaffen, maar dit deel van de Bijbel als apocrief zien: Deze boeken zijn nuttig om te lezen en opbouwend, maar bevatten niet het werkelijke evangelie. Ze laten wel iets van de menselijke situatie zien en ook glimpen van God. Alleen moet er wel vanuit het evangelie van Christus nieuw licht over deze gedeelten vallen. In het Oude Testament zien we een een openbaring van God die voorafgaat aan Christus en buiten Christus omgaat.

Ingrijpend
De stelling van Slenckza is wel erg ingrijpend. Tegelijkertijd heeft hij gelijk dat wanneer christelijke theologen hun visie op God bijstellen om het Jodendom tegemoet te komen minstens net zo ingrijpend is. Het is maar de vraag – en ook daarin heeft Slenczka gelijk – of het mogelijk is om een christelijk manier spreken over God te spreken die ook voor het Jodendom acceptabel is.

Spanningsveld
Dat geeft wel het spanningsveld aan waar de christelijke omgang met het Oude Testament te maken heeft: het Oude Testament spreekt niet over Christus, maar gaat wel over God die zich in Christus openbaart. Christenen kunnen in hun omgang met het Oude Testament en in hun spreken over God het Jodendom nooit helemaal tegemoet komen.

N.a.v. Notger Slenczka, Vom Alten Testament und vom Neuen. Beiträge zur Neuvermessung ihres Verhältnisses. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2017. 506 pag. 44,00

Les 18: Belijdenisgeschriften

Les 18: Belijdenisgeschriften

Mirthe heeft geregeld met een collega gesprekken over het geloof. Deze collega is niet met het geloof opgegroeid en heeft veel vragen. Op veel vragen weet Mirthe zelf het antwoord niet. Wat gelooft ze eigenlijk zelf? En bestaat er niet een soort samenvatting van wat het geloof inhoudt?

Johan gaat wel eens met een vriend mee naar een andere kerk. Niet alleen de opzet van de dienst is anders, ook de boodschap van de voorganger is anders. Dat brengt Johan in verwarring. Wat gelooft hij zelf? Wat hoort hij te geloven?

Vraag 1: Waar haal jij je kennis over God en over het geloof vandaan?



Vraag 2: Als een collega of een vriend(in) meer wil weten over het geloof, wat bied je dan aan?


Uitleg
In de kerk bestaan er officiële samenvattingen, waarin we kunnen weten waar de kerk inhoudelijk voor staat. Dat zijn belijdenisgeschriften. Onze kerk, de Protestantse Kerk in Nederland, kent een aantal belijdenisgeschriften. In de belijdenisgeschriften staat wat de officiële leer van de kerk is. Deze belijdenisgeschriften zijn vaak ontstaan in een tijd, waarin er veel discussie was over wat de kerk hoort te leren.

De Protestantse Kerk is in 2004 ontstaan uit een fusie van 3 kerken. De Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk.
De Gereformeerde Kerken in Nederland en de Nederlands Hervormde Kerk hadden 6 belijdenisgeschriften:

  • de Apostolische Geloofsbelijdenis
  • De geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel
  • De geloofsbelijdenis van Athanasius
  • De Heidelberger Catechismus
  • De Nederlandse Geloofsbelijdenis
  • De Dordtse Leerregels

Deze geloofsbelijdenissen zijn ook in verschillende psalmboeken opgenomen. De laatste drie belijdenisgeschriften worden samen de drie formulieren van enigheid genoemd.


De apostolische geloofsbelijdenis
De apostolische geloofsbelijdenis gaat niet terug op de 12 apostelen. De naam geeft aan: de inhoud komt overeen met wat de apostelen geleerd hebben. Deze belijdenis is ontstaan als een belijdenis die nieuwe christenen opzegden bij hun doop. Deze nieuwe christenen lieten de Romeinse of de Griekse godsdienst, waarin ze opgegroeid waren, achter zich en gingen Jezus als hun Heer belijden.
Kenmerkend voor deze belijdenis is de indeling in drieën: eerst wordt iets beleden over God de Vader, daarna over God de Zoon en tenslotte over de Heilige Geest.

De geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel
In de 4e eeuw werd er gediscussieerd over de vraag of Jezus ook God als of dat Jezus minder dan God was. Op verschillende concilies (officiële vergaderingen) werd uitgesproken dat Jezus net zo goed God was als God de Vader en dat er toch maar één God is. Omdat er ook een Heilige Geest is, spreken we over God als drie-een.
De belijdenis is genoemd naar de verschillende plaatsen waar die concilies gehouden zijn: Nicea (325 na Christus) en Constantinopel (381 na Christus). Deze belijdenis is een uitbreiding van de apostolische geloofsbelijdenis. Deze belijdenis is de meest geaccepteerde belijdenis. Bijna alle kerken over heel de wereld accepteren deze belijdenis.

De geloofsbelijdenis van Athanasius
De geloofsbelijdenis van Athanasius is de meest onbekende geloofsbelijdenis. Ook deze belijdenis is ontstaan in een tijd waarin er werd gediscussieerd over de vraag over Jezus ook God was. Deze belijdenis is een felle verdediging van de gedachte dat God zowel uit Vader, Zoon en Geest bestaat en toch één is. Wie dat niet gelooft, kan niet behouden worden, zegt deze belijdenis. De geloofsbelijdenis is niet geschreven door Athanasius, maar vernoemd naar Athanasius, die de belijdenis van God als drie-één verdedigde.

 

De Nederlandse Geloofsbelijdenis
De Nederlandse Geloofsbelijdenis is in 1561 geschreven door Guido de Brès. In die tijd worden de protestantse gelovigen vervolgd vanwege hun geloof. In deze belijdenis legt De Brès uit wat protestanten geloven. Hij legt uit dat hun geloof niet afwijkt van wat de kerk altijd geleerd heeft. Hij legt uit waarom protestanten niet katholiek kunnen zijn. Ook legt hij uit dat protestanten geen Wederdopers kunnen zijn. Wederdopers hadden voor veel opschudding gezorgd. Niet alleen omdat ze voor de volwassendoop waren (volwassenen werden weder=opnieuw gedoopt), maar ook omdat er nogal wat vreemde praktijken waren bij de Wederdopers.

De Heidelberger Catechismus
De Heidelberger Catechismus is bedoeld om de gewone mensen in de kerk uitleg te geven over wat het geloof inhoudt. Thema’s die aan de orde komen:

  • de geloofsbelijdenis: Wat doet God in jouw leven en in de wereld waarin wij leven?
  • doop en avondmaal: hoe horen we bij Christus en hoe krijgen we deel aan de redding?
  • de Tien geboden: Hoe leven we als christenen tot eer van God? Hoe doen we Zijn wil?
  • en het Onze Vader: Hoe leren we bidden?

Je zou kunnen zeggen: een gelovige hoort zijn geloof op deze thema’s onder woorden te kunnen brengen. De belijdenis bestaat uit vragen en antwoorden. De leermeester stelde de vragen en de leerling gaf antwoord. Zo leerde de leerling zijn eigen geloof persoonlijk onder woorden te brengen.
Deze geloofsbelijdenis is in 1563 ontstaan in Heidelberg. Omdat op dat moment er een gemeente was van uit Nederland gevluchte protestanten, raakte deze belijdenis ook in Nederland bekend.
Deze belijdenis is opgedeeld in 52 zondagen. ‘s Middags konden de jongeren op catechisatie die zondag leren en in de middagdienst werd over die zondag in de kerkdienst gepreekt.

De Dordtse Leerregels
De Dordtse Leerregels gaan onder andere over hoe je gered kunt worden. In 1610 zei Arminius: God redt mensen op basis van hun geloof. Omdat God weet dat mensen gaan geloven, gaat Hij hen redden. De tegenstanders vonden dat Arminius de redding teveel afhankelijk maakte van hoe mensen zullen reageren. God is niet afhankelijk van onze reactie, van ons antwoord. In 1618 komt er een officiële vergadering in Dordrecht, waarin wordt aangegeven dat de kerk kiest voor de lijn van Arminius’ tegenstanders.

Norm of richtlijn?
Veel kerken in Nederland hebben deze 6 belijdenisgeschriften. Er is wel in de afgelopen eeuwen discussie geweest over hoe je ze moet gebruiken. De één ziet ze als norm waarvan je niet mag afwijken. Ook niet als individuele gelovige. De ander ziet de belijdenisgeschriften meer als richtlijn: zo zou je kunnen geloven. De één ziet ze als een samenvatting van wat er in de Bijbel staat. De ander zegt dat je je beter met de Bijbel zelf kunt bezig houden. Het is de moeite waard om de geloofsbelijdenis er steeds bij te pakken. Al kan de plechtige taal waarin ze geschreven zijn een belemmering zijn. Een belemmering om ze goed te kunnen gebruiken is, dat ze ook wel eens over thema’s gaan, die vandaag niet zo actueel meer zijn.
De officiële lijn is dat belijdenisgeschriften aangepast mogen worden, maar dat moet dan wel gebeuren op basis van wat er in de Bijbel staat.  

 

Vraag 4: De eerste vraag van de Heidelberger Catechismus is: Wat is uw enige troost in leven en sterven? Probeer hiervoor je eigen antwoord te formuleren. Wat zou jij zelf op die vraag antwoorden?




Vraag 5: Vergelijk je antwoord met het antwoord uit de Heidelberger Catechismus.
– Welke thema’s heeft de Catechismus, die jij niet hebt?


– Welke thema’s heb jij die niet in de Catechismus staan?


Vraag 6: In de Heidelberger Catechismus worden de geloofsbelijdenis, doop en avondmaal, de Tien geboden en het Onze Vader uitgelegd. Waarover zou jij zelf meer uitleg willen hebben?