Ontmoeting als model voor een theologie van het Oude Testament

Openbaring als ontmoeting
De mogelijkheid van een theologie van het Oude Testament

Geen theologie van het OT mogelijk (Gyllenberg)
De oud-testamenticus kan en mag geen theologie van het Oude Testament schrijven.
Dat was in 1938 de stelling van de Finse bijbelwetenschapper Rafael Gyllenberg. Hiermee reageerde hij op een in die tijd heftige discussie. Deze discussie ging over de vraag of het mogelijk was om een theologie van het Oude Testament te schrijven. Of moest men zich beperken tot een godsdiensthistorische weergave?
De theologie van het Oude Testament was met een renaissance bezig. Voor het eerst sinds lange tijd waren er theologieën van het Oude Testament verschenen: Ernst Sellin (1933), Walther Eichrodt (1933) en Ludwig Köhler (1936).
Ook cultureel was de stellingname van Gyllenberg relevant. In Duitsland kwam er door het optreden van de nazi’s en de Deutsche Christen steeds meer weerzin tegen het Oude Testament en de Hebreeuwse taal.

Waarom kan een oud-testamenticus volgens Gyllenberg geen theologie schrijven?
(1) Wanneer men een bijbelse theologie wil schrijven, moest men het vertrekpunt nemen in het Nieuwe Testament.
(2) De komst van Christus was zo uniek, dat de vroege christenen het Oude Testament vanuit Zijn komst lazen. De nieuwe heilservaring in Christus werd de sleutel tot het lezen van het Oude Testament.
(3) Deze relatie komt op uit het Nieuwe Testament. Wie vanuit het Oude Testament de relatie met het NT legt, is onwetenschappelijk bezig (als voorbeeld noemt Gyllenberg ‘zulke ondingen als de boeken van W. Visscher’: Das Christuszeignis des Alten Testaments).
(4) Het op een lijn zetten van de theologie van het OT met die van het NT berust op een in Gyllenberg verkeerde voorstelling van zaken: namelijk dat het christelijk geloof net zoveel ontleent aan het OT als aan het NT.
Gyllenberg komt met zijn standpunt dicht in de buurt van die van Rudolf Bultmann. Volgens Bultmann had het Oude Testament ook geen zelfstandige theologische betekenis voor de christen. Gyllenberg trekt er wel een radicalere conclusie uit dan Bultmann: De oud-testamentische wetenschap is een historische, taalkundige en historische wetenschap, maar geen theologische.
Waarschijnlijk reageert Gyllenberg op een lezing van Hans-Joachim Iwand. Iwand hield zich in deze periode bezig met de theologische toerusting van de kerken in Oostpruisen. Hij had een lezing gehouden over: De crisis van het wetenschapsbegrip en de theologie. Volgens Iwand moesten de theologische vakken zich niet druk maken over hun positie in de theologische encyclopedie. Theologie als wetenschap betekende: door al het menselijke spreken heen het spreken van God.
Gyllenbergs reactie: de band met het OT is voor de christen minder existentieel dan die met het NT.

Op zoek naar een bijbelse theologie
Vandaag de dag is de kwestie van de juiste toegang tot het OT niet meer actueel. De actuele kwestie is nu hoe een bijbelse theologie eruit ziet. Daarbij heeft de oud-testamenticus wel het probleem hoe hij de pluriformiteit van de oud-testamentische getuigenissen met elkaar in verband kan brengen. Deze systematisering moet niet diffuus blijven en moet de hedendaagse mens ook wat te zeggen hebben.
De discussie over de  kern, de eenheid (Duits: Mitte) van het Oude Testament heeft tot de conclusie geleid, dat er niet een gezichtspunt is, waaronder deze pluriformiteit kan worden samengevat.
Men heeft geprobeerd om de eenheid te zoeken in God zelf. Veijola wijst dat om twee redenen af: (1) op deze manier krijg je de vraag of God zelf wel uit een stuk bestaat, (2) deze terugkoppeling is een dogmatische methode (loci-methode) die in de bijbelwetenschappen terechtgekomen is.

Ontmoeting
Veijola ziet de eenheid dynamisch: het kenmerkende van de Godsopenbaring in het OT is, dat deze geschiedt. De openbaring gebeurt door middel van handelend optreden van de Here. Claus Westermann gaf aan, dat er in dit gebeuren een wisselwerking is tussen God en mens, waarbij aan beide zijden wordt gesproken en gehandeld.
Veijola benadrukt (in aansluing op Th.C. Vriezen), dat de beide partners niet deze positie hebben. God heeft het eerste en het laatste woord. Daarom is hij ook voorzichtig met het woord dialoog. De dialoog dekt niet het geheel van de oudtestamentische openbaring.
Veijloa wil de vele manieren waarop de Here zich openbaart scharen onder de noemer van ontmoeting.

Geen nieuw inzicht
De stelling openbaring als ontmoetig is niet een nieuw inzicht. Th.C. Vriezen, C. Westermann en S. Terrien wezen daar al op.
Vooral Walter Zimmerli heeft dit inzicht uitgewerkt in zijn Das Alte Testament als Anrede (1956): de in het Oude Testament vertelde geschiedenis is ten diepste een aanspraak van God, waarop Hij antwoord verwacht. Zijn Grundriss des alttestamentlichen Theologie (1972) gaat terug op een lezing met de titel: Die Begegnung.
Zimmerli heeft dit inzicht waarschijnlijk ontleend aan Emil Brunner, die evenals Zimmerli werkzaam was aan de universiteit van Zürich. Brunner publiceerde in 1938 zijn Offenbarung als Begegnung. Daarin beschrijft hij dat geloof een tweezijdig gebeuren is: het gebeurt in de ontmoeting tussen God en de mens.
De term ontmoeting speelt echter in Zimmerli’s Grundriss nauwelijks een rol van betekenis. Waarom niet? Zimmerli was goed thuis in de systematische theologie en het begrip ontmoeting zou suggereren, dat hij dit werk eerder als systematisch-theoloog dan als oudtestamenticus schreef.

Openbaring als ontmoeting
Openbaring als ontmoeting heeft een aantal voordelen. Dit begrip komt overeen met wat het Oude Testament zelf schetst. Bovendien hoeft het lezen van het Oude Testament niet via het Nieuwe Testament. Dit begrip heeft een goede inbreng in de dialoog tussen christenen en joden, omdat dit begrip ook voor Joodse exegeten (zoals A. Heschel en S. Ben-Chorin) van belang is. Ook voor een bijbelse theologie is dit begrip van toepassing (vgl. Hebr. 1:1).
Het Oude Testament is een geweldige verzameling van voorbeelden van hoe mensen in verschillende situaties de aanspraak (Anrede) van God hebben gehoord en hoe zij daarop hebben gereageerd. Deze voorbeelden houden ook christenen een spiegel voor.
Wanneer Hebreeën 1:1 de basis is voor een bijbelse theologie, hoeft men niet vanuit het OT op zoek te gaan naar verbanden in het NT. Vanuit Christus gezien, dus terugkijkend, is het voorlopige karakter voorbij.
De openbaring in het Oude Testament heeft wel dezelfde structuur als het Nieuwe Testament. Ook het optreden van Jezus is een aanspraak (Anrede) en een ontmoeting: in Jezus Christus ontmoet de mens de Logos, die van eeuwigheid bestaat (Johannes 1:14). Deze openbaring is een ontmoeting die boven alle persoonlijke relaties uitstijgt.

Samenvatting van:
Timo Veijloa, ‘Offenbarung als Begegnung. Von der Möglichkeit einer Theologie des Alten Testaments’, in: Idem, Offenbarung und Anfechtung. Hermeneutisch-theologische Studien zum Alten Testament. Biblisch-theologische Studien 89 (Neukirchen-Vluyn-Neukirchener Verlag, 2007) 10-33.

Advertenties

De bijbelse achtergrond van het Kerstfeest

De bijbelse achtergrond van het Kerstfeest

Het Kerstfeest wordt nog al eens gezien als een feest met een heidense oorsprong. Deze vermeende heidense oorsprong wordt soms aangegrepen om te pleiten voor de afschaffing van het Kerstfeest. Kerstfeest is bijbelser dan vaak denkt.

Kerstboom: geen heidense oorsprong
De heidense oorsprong van het Kerstfeest wordt nog al eens in verband gebracht met de gebruiken rondom Kerst. Zo zou de kerstboom van Germaanse komaf zijn. Dat de kerstboom een Germaans symbool is, is echter een mythe. Deze mythe is in het leven geroepen door de Duitser Jacob Grimm. Deze Duitser, bekend van zijn sprookjesverzameling, had behoefte aan een typisch Duitse mythologie. Deze mythologie had hij nodig om Duitsland als laatkomer op de wereldkaart oude papieren te geven. Dat Grimm teruggreep op de Germaanse mythologie, had bij hem ook een anti-christelijke betekenis.
De kerstboom is echter niet oeroud, zoals Grimm meende. En ook geen Germaans symbool, zoals lange tijd na hem is gedacht. De kerstboom duikt eind 16e, begin 17e eeuw op in Duitsland in protestantse gebieden (Bremen, Elzas). Daarna kwam de kerstboom in gebruik bij de Duitse adel. Dat adellijke netwerk droeg bij aan de verspreiding. Tot aan 1870 was het vooral een Duits gebruik. In deze oorlog richtten de Duitse soldaten en officieren massaal de kerstboom op om aan het front toch de typische kerstsfeer te krijgen. Na deze oorlog verspreidde dit gebruik zich verder over Europa.
Mogelijk is er een verband met de Middeleeuwse kerstspelen. Daarin werd een boom gebruikt om de heilsgeschiedenis in korte tijd weer te geven. Men hing er appels in, die verwezen naar de zondeval. De hosties, die erin gehangen werden, verwezen naar de verlossing. De rozen verwezen naar de afgehouwen tronk van Isaï, die weer bloeide.
In ieder geval is de kerstboom niet oeroud en ook geen Germaans gebruik. Wat Grimm deed, was het ‘uitvinden’ van een traditie. Een historisch fenomeen dat veelvuldig in de 19e eeuw voorkomt.

Datum van het Kerstfeest
Een ander argument is de datum waarop het Kerstfeest gevierd wordt. Het feest van Christus’ geboorte zou dan het Germaanse midwinterfeest moeten vervangen of de Romeinse Saturnaliën. Het probleem echter is, dat de beide feesten niet op 25 december vallen. En Hyppolytus († 236) gaf al de geboorte van Christus aan op 25 december. Hij zal het niet zelf hebben verzonnen.
Ook dat het Kerstfeest geen voorloper heeft in de grote feesten in het Oude Testament is geen sterk argument. Zo heeft hemelvaartsdag heeft geen oudtestamentische wortels, terwijl het de hemelvaart van Jezus nieuwtestamentisch een van de meest belangrijke gegevens over Jezus is. Bovendien viert de kerk deze feesten vooral omdat zij verbonden zijn met de geschiedenis van haar Heer en Heiland. Kerstfeest is vergelijkbaar met het Purimfeest. Een concrete historische gebeurtenis, die moet worden herdacht. Zo’n concrete gebeurtenis kan leiden tot een nieuw feest, zoals het Kerstfeest.
De geboorteverhalen zijn veeleer door het Oude Testament beïnvloed dan door de hellenistisch-romeinse Umwelt. Exegeten zijn erover eens, dat de gegevens over de geboorte van Jezus afkomstig zijn uit Joods-christelijke kringen.

Oorsprong
De kerk viert het Kerstfeest niet alleen vanwege de geboorte en de menswording van haar Heer. Vanaf het Vroege Christendom is de geboorte van Jezus niet los te zien van Zijn opvaren naar de Vader. De kerk vierde met kerk vooral dat Hij zit aan de rechterhand van de Vader. En als de kerk dacht aan de geboorte, dacht men niet alleen aan een kind. De kerk herdacht hoe God Zijn Zoon zond in de volheid van de tijd. Klassieke leesroosters geven geen Lukas 2 op voor Eerste Kerstdag, maar Hebreeën 1:1-4. De kerk viert het Kerstfeest, omdat wij sinds de geboorte van Christus leven in het einde der tijden. We vieren met Kerst het concrete ingrijpen van God – net als met Goede Vrijdag, Pasen en Pinksteren.

Verandering door de Romantiek
Sinds de Romantiek werd Kerst meer een feest van sfeer dan van het heilshandelen van God. Een gevolg van de romantisering is dat de geboorteverhalen losgeweekt worden van de rest van het evangelie. De kerstboom zal ook een rol hebben gespeeld in deze ontwikkeling. Voeg daaraan de opkomst van de historische bijbelkritiek toe en er is weinig meer over van Christus de Heer.

De uitdaging
Hoe kan het Licht der wereld worden verkondigd in een tijd van gezelligheid? Hoe voorkomen we dat de Heer der engelen het aflegt tegen de herdertjes bij nachte en d’engelkens door ’t luchtruim zwevend? Dat kan door alle kerstgebruiken (inclusief kerstboom) te laten wijzen op de Heer die wij nog verwachten. In een tijd, waarin de bekendheid met de bijbelse verhalen net zo schaars wordt als in de Middeleeuwen staan we voor een missionaire en godsdienstpedagogische uitdaging.

Ds. M.J. Schuurman
Predikant van de Hervormde Gemeenten Ilpendam – Watergang (Noord-Holland)

Eerder gepubliceerd in het Nederlands Dagblad (eind december 2008).

Kerstfeest als uiting van postmoderne religiositeit

Kerstfeest als uiting van  postmoderne religiositeit

Als de postmoderne spiritualiteit een aparte godsdienst zou zijn, zou het in Nederland wellicht de godsdienst met meeste aanhangers hebben. Het is een geloof dat men zelf in elkaar knutselt. Een godsdienstigheid die vooral door sfeer en stemmingen wordt bepaald en niet door dogma’s of belijdenissen. Godsdienst is er dan vooral om kleur te geven aan het dagelijks leven, dat zo afgestompt en ordinair kan zijn. Om de wereld met andere ogen te bekijken. Postmoderne spiritualiteit kan sprookjesachtige trekken krijgen. Godsdienst kan ook worden gebruikt om deze wereld even te ontvluchten. Om geborgenheid te vinden.
Omdat velen nog wel met het christelijk geloof zijn opgegroeid, kunnen de gebeden en de liederen de geborgenheid bieden die men zoekt. Zolang het niet te dogmatisch is, kan men ermee uit de voeten. Over het algemeen speelt deze spiritualiteit zich echter buiten de kerk en kerkelijke traditie af. De postmoderne spiritualiteit heeft slechts incidenteel met de kerk te maken. Men zoekt alleen bij bijzondere gelegenheden (doop, huwelijk, begrafenis) de kerk op. Het Kerstfeest is een van de weinige momenten waarop er een raakvlak is tussen de postmoderne spiritualiteit en de kerkelijke traditie.
Omdat het Kerstfeest in een donker jaargetijde valt, kan men dit feest met veel sfeer omringen. Een feest waarin men op zoek is naar geborgenheid in het hier en nu. Temidden van een gure wereld. Daarom bezoekt men ook de kerk: om even uit deze wereld te zijn in een andere wereld. Om deze wereld even te ontvluchten. Men komt naar de kerk voor het zingen van traditionele kerstliedjes of christmas carols. Men wil graag de bekende verhalen over de geboorte van het kindje Jezus horen. De sfeer, de liederen en verhalen die men van vroeger kent.
Kerstfeest is dan ook een feest van de nostalgie: de liedjes van vroeger, kitscherige aankleding van het huis, Glühwein, de chocolademelk  komt weer eens in huis. De nostalgische sfeer geeft de geborgenheid. De tijd staat enkele dagen stil. Er treden ook figuren op in deze tijd, waaraan men anders weinig denkt: het kindje Jezus, engelen, herders. De tijd van Kerst is daarom een onwerkelijke wereld, een droomwereld.
Postmoderne spiritualiteit kan ook goed zonder de kerk. Men kan ook thuis de beschutting opzoeken.Ook het eigen huis wordt omgetoverd in een andere wereld. Een sprookjeswereld die bij de tijd van Kerst past. Met een term van de godsdienstsociologen zou men het eigen huis in deze kersttijd kunnen typeren als ‘een privékathedraal voor de geïndividualiseerde godsdienst’.
Het is voor de kerk niet gemakkelijk om mee om te gaan. Het Kerstfeest is een van de weinige momenten van het jaar dat het christelijk geloof nog raakvlak heeft met de samenleving. Het is een van de weinige perioden in het jaar waarin niet-kerkelijken behoefte hebben aan kerkgang. Kiezen we voor de sfeer of voor de boodschap? Wanneer de nostalgie overheerst, kan het Kerstfeest verstarren. Wanneer Kerst te weinig met sfeer te maken heeft, komen er weinig randkerkelijken in de kerk. Dan viert men thuis Kerstfeest. Desnoods met tv. Ligt de nadruk op sfeer, dan kan de boodschap ondersneeuwen.
Wie alleen met kerst naar de kerk komt, komt voor het geboren Kerstkind; niet voor de gekruisigde Christus. Hij komt naar de kerk voor de aanraking van deze wereld door het goddelijke; niet voor de verzoening door Christus. Hij komt naar de kerk om even deze wereld te ontvluchten in een sprookjeswereld; niet om de toevlucht te zoeken bij het kruis.
Het is goed mogelijk om met behulp van het kerstevangelie aan te sluiten bij de sfeer. Verkondigers moeten op zoek naar een ingang in deze postchristelijke cultuur. Het kerstevangelie heeft immers een adres: U is heden geboren de Zaligmaker. Zowel de herders als de wijzen gingen zonder veel voorkennis op weg om deze Koning te aanbidden. Daarom kunnen de wijzen en de herders voor  alle kerkgangers een voorbeeld zijn. In ieder geval is het niet verstandig om uitsluitend negatief te doen over de huidige sfeerreligie. Want daarmee gaan kerk en samenleving nog verder uit elkaar.
Tegelijkertijd zit het kerstevangelie vol met thema’s, die de sfeer ontstijgen: zonde, oordeel, redding, verzoening. En dat is maar goed ook. Men heeft immers in deze periode ook behoefte aan inhoud en reflectie. Elk evangelie, dus ook het kerstevangelie, biedt die mogelijkheid. Godskennis en zelfkennis kunnen immers niet zonder elkaar. Dat kan een goede ingang zijn om het enig nodige te verkondigen: de Zaligmaker der wereld.

Ds. M.J. Schuurman
Predikant van de Hervormde Gemeenten Ilpendam en Watergang (N.-H.)

Eerder gepubliceerd in het : Reformatorisch Dagblad, 22 december 2008

Wanneer men alleen maar met Kerst naar de kerk gaat

 

Wanneer men alleen maar met Kerst naar de kerk komt

Er is met Kerst iets vreemds aan de hand. Voor veel Nederlanders is het Kerstfeest feest bij uitstek. In de theologie wordt er echter over dit feest meewarig gedaan. ‘Het is elk jaar hetzelfde’, schreef Karl Rahner, ‘een beetje sfeer, enkele vrome en menswaardige uitspraken, kado’s. (…) Een christen heeft de plicht zich te distantiëren van de betovering van Kerst.’
Deze meewarige houding is terug te vinden in de theologie. Over de incarnatie wordt nauwelijks nagedacht. Matthias Morgenroth: ‘Het Kerstfeest is het grote vraagteken van de huidige theologie.’ (p. 19)

De andere kant
Door die meewarigheid loopt de kerk een belangrijk aanknopingspunt voor het Evangelie voorbij. Met kerstavond of op kerstmorgen gaan veel Nederlanders naar de kerk, die dat normaal niet doen.
Dit kerstavond-christendom is misschien wel de meest voorkomende vorm van christenzijn in Nederland. Morgenroth voert een pleidooi om deze vorm van christenzijn te respecteren als een van de manieren, waarop het christenzijn zich presenteert in de moderniteit.
Dit sluit ook aan bij wat Rahner elders aangeeft: de academische theologie moet zich niet distantiëren van de volksreligiositeit, omdat de openbaring oorspronkelijk aan het volk gericht was.

Consequenties
Degenen, die tijdens de kerstnachtdienst of tijdens kerstmorgendienst komen, kunnen zich best als christelijk beschouwen. Hun vorm van christenzijn legt wel andere accenten:

  • Kribbe in plaats van kruis
  • Gods komen naar deze wereld in plaats van verzoening door Christus.

Voor deze mensen wordt het christenzijn geconcentreerd in deze laatste weken van het jaar: bezinning op existentiële thema’s, kerkgang, aandachtig lezen en luisteren.

Het is een spannende vraag: is het voldoende om slechts rond kerst naar de kerk te gaan? Of moeten diegenen, die alleen dan komen, uitgedaagd worden om over het gehele jaar verspreid te komen. Matthias Morgenroth, theoloog en journalist pleit in ieder geval voor het serieus nemen van het verschijnsel van kerstavond-christendom.
Of we er met het verschijnsel van kerstavond-christendom eens zijn of niet: als kerk hebben we er wel mee te maken. Morgenroth heeft een fascinerend boek geschreven, dat helpt bij het doordenken van de mogelijkheden om ook deze christenen en kerkgangers te bereiken en serieus te nemen.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v.: Matthias Morgenroth, Weihnachts-Christentum. Moderner Religiosität auf der Spur (Gütersloh : Gütersloher Verlaghaus / Chr. Kaiser, 2002).

Preken n.a.v. een thema

Preken n.a.v. een thema

Een commissie bereidt een jeugddienst voor. De groep bedenkt een thema. Met dat thema gaat men naar de predikant: ‘Wilt u over dit thema preken?’
Wat moet je dan als predikant doen? Moet je zuchten, omdat men weer eens een thema heeft bedacht? Niet elke predikant voelt zich creatief genoeg om van een thema een goede preek te maken. Probeer er ook maar eens een bijpassende Schriftlezing te vinden. Veel predikanten nemen liever een ook Schriftgedeelte als basis voor de preek.

Kans
Het preken naar aanleiding van een thema heeft ook een kans. De voorbereiding van de preek kan een voorbeeldige (exemplarische) functie hebben. Veel gemeenteleden, ook de actieve, weten niet zo goed hoe zij iets uit hun dagelijks leven kunnen verbinden met een gedeelte uit de Bijbel. De voorbereiding van een themapreek kan de gemeente helpen. Met een themapreek kan een predikant laten zien, hoe iemand in een bepaald thema uitkomt bij een gedeelte uit de Bijbel. Een thema komt eerder op uit wat men om zich heen ziet dan wat men in de Bijbel tegenkomt. De themapreek kan helpen deze verbinding tussen eigen leefwereld en Schrift te leggen.

Werkwijze
Hoe gaat de voorbereiding?
1) Het begint met het exegetiseren van het thema. De commissie bedenkt een thema. Dan is het goed om door te vragen. Waarom dit thema? Wat wil men er mee bereiken? Klopt de doelstelling wel bij het thema?
Bij die laatste vraag is het ook wel eens goed om overspannen verwachtingen te nuanceren. Men wil namelijk met een thema nogal een buitenkerkelijken bereiken. Dan gebruikt een commissie echter de verkeerde werkwijze. Bij zo’n doelstelling moet een commissie eerst met een buitenkerkelijke in gesprek om te peilen, wanneer hij of zij naar de kerk komt.
Ook is het goed om een echt thema te nemen en geen leus. Leuzen klinken even leuk, maar zijn vluchtig en gauw oppervlakkig. Persoonlijk lijkt het mij ook goed om in het thema te laten doorklinken, dat het thema met het (christelijk) geloof te maken heeft.
De bedoeling van deze exegetische manoeuvre is om uit te komen bij een onderliggend motief. Bijvoorbeeld een existentiële vraag. Of de behoefte aan een bepaalde uitleg.
Bij exegese van een thema is het ook goed om te kijken, op welke manier de predikant zelf iets met een thema heeft. Wanneer hij aversie heeft, is het goed om dat te beseffen. Wanneer de predikant met die aversie niets heeft gedaan, zal die aversie in de preek doorklinken.
De aversie en de kritische vragen kunnen echter ook een belangrijke fase in het creatieve proces zijn. Thema’s kunnen immers ook te gemakkelijk of te glad zijn. Of een leus.
2) De keuze van een Schriftgedeelte. Wanneer het thema is uitgediept, is het gemakkelijker om bij een gedeelte uit de Schrift uit te komen. Het preken naar aanleiding van een thema veronderstelt dus een gedegen Bijbelkennis. Om een thema te verbinden met een bijbeltekst moet men vertrouwt zijn met de Schrift.
3) Exegese van het bijbelgedeelte. Deze stap kan niet overgeslagen worden. In deze fase is de exegese ook een controle-instrument. Kloppen mijn eerste gedachten over dit gedeelte? Past dit gedeelte werkelijk bij het thema? Laat ik het gedeelte niet buikspreken?
Soms kan het ook gebeuren, dat een bepaald Schriftgedeelte ook kritisch is ten aanzien van een bepaald thema.
4) Bepalen van focus en function. Wat wil ik met deze preek bereiken?
Ciska Stark gaat in haar proefschrift Proeven van een preek uit van 3 soorten prediking: (a) kerugmatisch: de verkondiging van een bepaalde boodschap, (b) didactisch: uitleggen hoe iets in de Schrift of in de christelijke traditie of het dagelijks leven ‘werkt’, (c) parakletisch: beginnen bij de vragen van de luisteraars en die thematiseren. Deze drie modellen hebben evenveel recht van spreken. Ook bij een themapreek. De focus en de function kan dus mede bepaald zijn door het onderliggende motief bij dit thema.
5) Goede afstemming van thema en tekst in de preek. Er zijn twee valkuilen bij een themapreek: (1) Het Schriftgedeelte gaat zo over het thema heersen, dat het thema verdwijnt, (2) Het thema is zo dominant aanwezig, dat het Schriftgedeelte slechts behang en illustratie is.
6) Schrijven van de preek, waarbij rekening gehouden wordt met het voorgaande. In de hoop dat het werken met dit thema een werkelijke vreugde is (en geen zure verplichting). Want alleen op die manier wordt de gemeente opgebouwd met een themapreek.

Ds. M.J. Schuurman
Predikant van de Hervormde Gemeenten Ilpendam-Watergang (N.-H.)

N.a.v. de studiedagen van IZB Areopagus over Tekst of thema?

De toorn van God

De toorn van God
Een heikel en toch ook belangrijk thema uit de Bijbel

Een Oude Testament zonder spreken over de toorn van God is ondenkbaar. In 500 teksten gaat het op de een of andere manier over de toorn van God. Tegelijkertijd blijkt het spreken over de toorn van God voor mensen (èn theologen) uit onze tijd èn uit de oudheid problematisch te zijn:
* Philo van Alexandrië verbond het joodse geloof met de hellenistische denkwijzen van zijn tijd. Volgens de Griekse filosofen was het niet mogelijk om affecten aan God toe te schrijven. Spreken over toorn en liefde van God moest daarom als metaforisch worden opgevat.
* In de moderniteit werd het Oude Testament vanuit het Nieuwe Testament gelezen. Theologen als Schleiermacher en Ritschl zeiden, dat het in het Nieuwe Testament over Gods liefde gaat. De toorn van God in het Oude Testament moest vanuit die liefde worden overwonnen.
Voor de lezer van deze tijd zijn er veel misverstanden als het gaat om Gods toorn:
1)      Gods toorn komt niet alleen in het Oude Testament voor. De meest uitgewerkte gedachte over de toorn van God is te vinden in de Romeinenbrief, die door Paulus is geschreven.
2)      Toorn wordt meestal opgevat als blinde woede. De Bijbel laat echter zien, dat God wel degelijk in staat is om de baas te zijn over Zijn gevoelens.
3)      Men vat toorn vaak op als een eenduidig concept, terwijl de Bijbel in veel gevarieerde termen spreekt over de toorn van God. Volgens Jeremias zijn er meer dan 10 verschillende begrippen. Deze begrippen kunnen lang niet allemaal weergegeven worden met woede, toorn en gramschap.
4)      Hoewel de toorn van God over het hele Oude Testament voorkomt, is het niet zo dat elk mens te maken krijgt met de toorn van God. Wanneer er over de toorn van God gesproken wordt, gebeurt dat bovendien in een terugblik op wat er is gebeurd.
5)      In de wereld rondom Israël was het spreken over Gods toorn heel gebruikelijk. Israël heeft een lang proces ondergaan om te ontdekken wat het bijzondere van de toorn van Jhwh was. Men kwam toen uit op het verschil tussen toorn  en straf. Straf is tijdelijk, toorn niet. Kon God Zijn volk dan treffen met Zijn toorn? In ieder geval kwam men tot de ontdekking dat God Zijn volk niet kan vernietigen.
Volgens Jeremias zijn de teksten die over de toorn van God gaan de meest fascinerende teksten in de Bijbel. Wanneer christenen hieraan voorbij gaan, doen zij zichzelf tekort.

Gods toorn volgens individuele beleving
Een minderheid van teksten gaat erover dat niet de gemeenschap, maar het individu wordt getroffen door de toorn van God. In deze verhalen is de toorn van God een kwestie van dood of leven (vgl. Usa in 2 Sam. 6:6vv). In Psalm 88 wordt het gevoel van Godverlatenheid gekoppeld aan de toorn van God. Als een individu door de toorn van God in het dodenrijk terechtkomt, is er geen contact met God meer mogelijk.
In bepaalde psalmen (zoals Psalm 38) wordt er gesproken over zware overtredingen die de toorn van God hebben veroorzaakt. Gods toorn kan dus niet zo maar in verband worden gebracht met kleine overtredingen.
In de meeste gevallen is de bidder zich er echter niet van bewust een ernstige overtreding te hebben begaan. In die psalmen klinkt de vraag naar de toorn van God vanuit een situatie van ernstig lijden.

De verwoesting van de stad Jeruzalem en van de tempel
Het merendeel van de teksten over de toorn van God hebben betrekking op de verwoesting van Jeruzalem en van de tempel. De toorn van God heeft dus te maken met de grootste tragedie die het volk kan treffen: verwoesting van de stad en de tempel. De verwoesting zou suggereren dat de Babylonische god Marduk sterker zou zijn en dat Jhwh Zijn volk heeft prijsgegeven:
1)      De tempel (plaats van Gods aanwezigheid bij Zijn volk) was verwoest
2)      De koning (als bemiddelaar van God bij Zijn volk) was gevangen
3)      Het aan de aartsvaders beloofde land lag in puin en het volk was weggevoerd.
De grote rijken uit die tijd (Egypte, Babylon) zijn door zulke crises van de aardbodem verdwenen. Israël echter niet. Israël wist door de crisis heen van de toorn van God. Het volk heeft er wel lang over gedaan om de crisis als uiting van Gods toorn te zien. Pas door de profeten is men dat in gaan zien. De profeten lieten zien, dat het volk niet meer vertrouwde op Jhwh, maar op menselijke macht. Overtreding van het eerste gebod. Deze overtreding was zo groot, dat straf niet voldoende was. De toorn van God trof het volk: gebeden werden niet meer verhoord, oogsten mislukten, ziekten kwamen op. En dat door eigen schuld.
De vraag kwam op: waarom heeft God dan onze generatie zo hard getroffen en niet de generaties voor ons? De profeten geven antwoord: God heeft Zijn toorn steeds ingehouden. Vanwege Zijn naam. Wanneer Zijn volk verdween, stond Hij te schande tegenover de omringende volkeren.

Kan God Zijn volk verwerpen?
De vraag kwam op: zal in de toekomst de toorn van God zo groot zijn, dat Hij Zijn volk wel degelijk zou prijsgeven? Is er een grens aan Gods toorn?
(1)   Er is een grens aan Gods toorn. Gods toorn wordt in bepaalde teksten niet genoemd zonder te refereren aan Zijn barmhartigheid (Exodus 34:6-8), aan Zijn goedheid (Psalm 30:6). Zelfs wordt er gezegd dat God niet in eeuwigheid zal toornen (Jeremia 3:13)
(2)   Een andere grens is het berouw van God. Bij berouw gaat het er niet om dat Gods oorspronkelijke plan fout was, maar dat Hij Zijn genade toont. Deze verandering van Gods houding ten opzichte van Israël pakt voor Israël altijd gunstig en genadig uit. God blijkt niet in staat Zijn volk te vernietigen, omdat Hij het liefheeft (Hosea 11:8vv). Zelfs in het laatste oordeel blijft Israël gespaard voor Gods toorn. (Joël 2:12). Gods genade zorgt ervoor, dat Zijn toorn nooit helemaal wordt ontvouwd.
(3)   De meest krachtige indamming van Gods toorn is Zijn terugkeer tot het volk. Deze terugkeer betekent de genezing van het volk. Zo krachtig is die genezing dat er sprake is van herschepping.
De toorn van God heeft dus te maken met mensen (of het volk als geheel), die door plotseling leed worden getroffen en niet begrijpen waarom het hen overkomt. Zij kunnen het leed echter niet los zien van God en herleiden het leed tot Gods toorn. Niet elk leed heeft echter te maken met de toorn van God. Vooral het leed waardoor de mens of het volk in het gebied van de dood terechtgekomen is.
Het hele Oude Testament door weten gelovigen en profeten, dat Gods toorn niet oneindig is. Het is voor Jhwh onmogelijk om Zijn volk prijs te geven. De toorn wordt onderbroken door Zijn goedheid en barmhartigheid. Daarom heeft God berouw.
In het Oude Testament kunnen we zien hoe het volk Israël groeit in geloof. Deze groei gaat door de catastrofes heen. Zonder de kennis van Gods toorn was het volk niet tot deze geestelijke rijpheid gekomen. Het volk heeft God leren kennen als rechter èn als redder.

Samenvatting van: Jörg Jeremias, ‘Gottes Zorn – eine unbeliebte Gottesaussage des Alten Testaments’, Theologische Beiträge 40 (2009) 311-324
Na te lezen via: http://www.theologische-beitraege.de/uploads/media/ThBeitr_09-5_Jeremias_Gottes_Zorn.pdf

Dit artikel is een samenvatting van zijn boek: Der Zorn Gottes im Alten Testament. Das biblische Israel zwischen Verwerfung und Erwählung. Biblisch-Theologische Studien 104 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 2009).

Groeien in geloof (7)

Psalm 1:1-3

1 Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
2 maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.
3 Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Groei heeft dus te maken met verbondenheid in Christus. Als je met Hem, die voor ons stierf verbonden bent, ben je gelukkig!