Preek Eerste Paasdag 2013

Preek Eerste Paasdag 2013
Mattheüs 28:1-6

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De eerste Paasdag begint met de bezichtiging van een graf. En dan niet zoals bij bepaalde kerken de gewoonte is om op Eerste Paasdag bij elkaar te komen op een begraafplaats om daar te zingen van de opgestane Heer, omdat zij van mening zijn dat nergens de boodschap van Pasen de boodschap beter overkomt dan op een begraafplaats. Tussen de stenen die aangeven dat de dood er nog steeds is, zingen van de Heer die levend werd en de dood overwon.

Geen graf hield Davids Zoon omkneld.
Hij overwon, die sterke Held!
Hij steeg uit ’t graf, door ’s Vaders kracht.

Nee, zo moeten wij dat bezoek van die vrouwen op die vroege zondagmorgen niet opvatten.
De twee Maria’s gaan op weg om het graf te bezichtigen.
Op de avond dat het lichaam van de Heere Jezus in het graf werd gelegd, waren zij er ook bij. Nadat Jozef van Arimathea het lichaam van de Heere Jezus in het graf had gelegd, blijven deze twee vrouwen achter en ze gingen tegenover het graf zitten.
Het graf van Jezus heeft een aantrekkingskracht op hen. Ze komen niet los van dat graf. Ik herinnerde me dat ik ooit eens gehoord had over een hond die na het overlijden van zijn baas niet bij het graf weg te krijgen was. Daar zijn verschillende verhalen van, kwam ik achter. Vorig jaar was er een bericht over een hond uit Argentinië, Capitán, een Duitse herder. Deze hond was al 6 jaar niet bij het graf van zijn overleden baas weg te krijgen. Al die 6 jaar hield de hond de wacht bij het graf van zijn baas.

Mattheüs vertelt niet wat die vrouwen bij het graf willen doen. Hij vertelt alleen maar dat zij gaan kijken. Hij gebruikt een woord dat aangeeft, dat zij naar het graf gaan als toeschouwers. Zoals bij een brand er toeschouwers op af komen. Ze kunnen niets doen, maar toch heeft de brand een aantrekkingskracht op ze. Ze willen het zien. Zo zijn deze twee vrouwen, deze twee Maria’s, toeschouwer geweest. Toeschouwer bij de kruisiging – op een afstandje bleven ze staan kijken.
Daar vertelt Mattheüs er trouwens nog iets anders bij. De vrouwen die toeschouwer zijn bij de kruisiging, zijn de vrouwen die de Heere Jezus hebben verzorgd. En nu kunnen ze niets meer voor Hem doen. Van vrouwen die druk waren voor Jezus, Hem verzorgden, zijn zij toeschouwers geworden. Ze staan erbij en zij kijken er naar: naar de doodstrijd aan het kruis. Ze staan te kijken hoe het lichaam van het kruis wordt gehaald en in het graf gelegd wordt. En als het graf gesloten wordt, de steen ervoor, kunnen zij nog niet loskomen van het graf. Na de dood van de Heere Jezus willen zij zo dicht mogelijk bij Hem zijn.
Ze kunnen er niet toe komen om de draad weer op te pakken, zo snel is het gegaan: enkele dagen geleden liep Jezus nog door Jeruzalem. Binnen een etmaal opgepakt, veroordeeld, gekruisigd en begraven. Ze zijn verdoofd door wat er is gebeurd en ze kunnen alleen nog maar het graf bezoeken. Zo dicht mogelijk bij Hem zijn, de herinnering nog levend houden. Want dat is toch het ergste als iemand na de dood snel in vergetelheid raakt. Dan zou de dood helemaal definitief zijn. Nu hebben ze de herinneringen nog, de verhalen over Hem die ze met elkaar kunnen delen.

Hoe zouden deze vrouwen de sabbat hebben doorgebracht? We lezen er in alle evangeliën niets over – alleen dat zij na de sabbat naar het graf gaan. Die dag is voorbijgegaan zonder dat zij zich die kunnen herinneren. Ze weten er niets meer van, een gat in hun herinnering, zoals dat wel eens gebeurd na een ingrijpende gebeurtenis, dat je niet goed meer weet wat er zich heeft afgespeeld. Je kunt je er niets meer van herinneren. Zo kunnen deze vrouwen (en ook de discipelen) zich niets meer van de sabbat herinneren. Dat is veelzeggend!
Bij de sabbat moeten we niet denken aan hoe de zondag wel eens gevierd wordt als een dag waarop niets mag, een dag waarop de kinderen sneller geïrriteerd zijn omdat zij hun energie niet kwijt kunnen en mannen zich vervelen omdat zij niets mogen doen. Nee, gedenk de sabbatdag – een aparte dag. Om als mens, als gezin, als samenleving erbij stil te staan bij wat de Heere heeft gedaan.
Hoe Hij hemel en aarde heeft geschapen. Een dag om te vieren hoe het volk bevrijd is uit Egypte, weg uit het slavenbestaan. Een dag die er is om ons te herinneren hoe machtig en trouw God is. Om zijn daden te gedenken.
Maria en Maria weten er niets meer van – het is aan hen voorbij gegaan alsof ze in een roes leefden. Zo begint Pasen – met een sabbat waarbij er geen ruimte meer was om aan God te denken, zo vol zat het hart, vol verdriet, vol vragen.
Als ze aan God gedacht hebben, dan waarschijnlijk aan die spottende opmerkingen van de omstanders bij het kruis: “Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld. Laat Zijn God hem maar redden.”
De sabbat was voor hen geen dag waarop zij tot rust kwamen bij God, maar Zijn afwezigheid gevoeld werd. Ze hoorden vast de laatste woorden van Jezus nog naklinken: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten. Zo gaan zij naar het graf – om het graf te zien.

Er is nog iemand die het graf komt bezien. Nog een bezichtiger van het graf. Maar wat een wereld van verschil! Allereerst zijn afkomst: uit de hemel komt deze bezoeker van het graf. Een engel van de Heer, dat wil zeggen: een engel die gezonden is door God. Maar kijk ook eens wat er gebeurt: waar de vrouwen alleen maar naar het graf kunnen om te staren, als machteloze toeschouwers, komt deze engel om de steen van het graf te rollen. Deze engel breekt in, de aarde beeft bij zijn komst – een teken dat God iets bijzonders gaat doen. De aarde beeft, omdat zij weet – God is in aantocht. De engel loopt naar het graf … wij zouden zeggen: De engel rolt de loper uit voor Jezus. Een groter verschil kan er niet zijn dan tussen deze machteloze vrouwen, die niet meer kunnen zijn dan toeschouwer, en de macht van God.
En wat een verandering bij het graf: Het graf dat de vrouwen gingen bezichtigen was het teken dat alles voorbij was, het einde. Maar juist bij het graf – voor ons het eindpunt bij uitstek – komt het nieuwe begin van God. Dat is de moeite waard om vast te houden, want dat is de boodschap van Pasen. Het graf is voor ons het einde, maar voor God begin, de plaats waar Hij Zijn macht laat zien. En dat geldt voor alles waar wij geen uitkomst meer zien. Waar het voor ons ten einde loopt, waar wij niet verder kunnen, daar verschijnt God.
De profeet Jesaja mocht er al vooruitlopen op Pasen:

Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn,
door rivieren, zij zullen u niet overspoelen.
Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden,
geen vlam zal u aansteken.
Want Ik ben de HEERE, uw God,
de Heilige van Israël, uw Heiland.
(Jesaja 43: 2-3)

Want Ik ben de Heere! Dat laat de Heere ook zien, op de Paasmorgen, dat Hij de Heere is: Die in de hemel woont, zal lachen, zegt Psalm 2. En dit is de lach van God, de spotlach waarmee Hij zijn vijanden uitlacht die het gewaagd hebben om zich tegen God en Zijn gezalfde te keren. Wie het laatst lacht, lacht het best. Dat is hier ook aan de orde. Waar is God op wie je je vertrouwen had gesteld, hadden die vijanden hem bij het kruis toegeroepen. Hier waar zijn vijanden dachten dat zij gewonnen hadden. Op het moment dat zij dachten, dat zij Jezus het zwijgen opgelegd hadden, komt Hij weer tevoorschijn. Uit de boeien van de dood, opgewekt door de Vader en zet al Zijn bespotters te kijk. Kijk maar naar de wachters die zich dood schrikken – de rollen omgedraaid. Maar de engel negeert die wachters, de soldaten die waren bedoeld om Jezus in zijn graf te houden, het zijn slechts figuranten. Nu zijn zij toeschouwers, die machteloos zijn.
De engel vindt het niet eens de moeite om zich tot de soldaten te wenden. Hij richt zich op de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, Ja die soldaten wel, maar jullie niet. Ik ben de Heere, uw God. Er klinkt bewogenheid en betrokkenheid in de woorden van de engel: U hoeft niet bevreesd te zijn. Met de klemtoon op u. Wees niet bevreesd zoals die anderen, zoals die soldaten. Dat moet speciaal gezegd worden tegen christenen, ook tegen ons vanmorgen. Want anders zouden wij even doodsbenauwd geweest zijn als ieder ander. Zou ook ons de moed in de schoenen zinken. Maar nu wordt het ons verkondigd en worden wij opgeroepen om niet te vrezen. De nadruk op u, daar zit de uitverkiezing in.
Over de uitverkiezing kunnen wij ons heel druk maken, maar wat die uitverkiezing inhoudt kunnen we horen aan de woorden van de engel: U hoeft niet bevreesd te zijn. De soldaten moeten met vrees bevangen zijn. Zij die Jezus in de dood gevangen moesten houden, moeten het nu zelf voor even ervaren wat het is om dood te zijn. Zij moeten bevreesd – maar u niet. Het is een vervolg op Kerst, toen sprak de engel ook over u – tot u: Zie, ik verkondig u grote blijdschap. De woorden van de engel, ze zijn voor u bedoeld.

En waarom? Omdat u naar Jezus op zoek bent. Ook dit heeft iets moois. Wij zouden al een mening hebben over die vrouwen: gaan ze al weer naar het graf? Wat zoeken ze daar? En we zouden ons zorgen maken: misschien komen ze wel nooit meer bij het graf vandaan, zoals die hond, Capitán, niet bij het graf van zijn baas wegging. Maar de engel kijkt dieper. En wellicht hebben ze het zelf niet eens doorgehad. Als het aan hen gevraagd werd: Wat zoek je bij het graf? Hadden ze het wellicht niet eens geweten.
Heer, die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken
– Psalm 139 in de Nieuwe berijming.
Waar wij op zoek kunnen zijn, zonder te weten wat wij zoeken of wie wij zoeken, weet God het:
Wat mij ten diepste houdt bewogen
’t ligt alles open voor uw ogen.

Ik weet wie jullie zoeken. – De engel heeft het niet over het graf. De engel spreekt zijn zorg niet uit tegen de vrouwen: Gaat het wel goed met jullie? De engel verkondigt. Het moet een mooie taak voor de engel geweest zijn – een eretaak, om dit tegen deze vrouwen te mogen zeggen over hun Heer, die ook zijn Heer is: Hij is hier niet meer !
In de traditie van de kerk spreken we over de alomtegenwoordigheid van Christus. Daarmee belijden wij, dat Christus na Zijn hemelvaart ook overal op deze wereld is. Er is geen plaats waar Hij niet is.
Ja, er is wel één plaats waar Hij niet meer is: in het graf. Verder is Hij overal. De engel mag het tegen deze vrouwen zeggen: het leven is anders dan voorheen. Je hoeft hier niet meer als die Capitán bij het graf te blijven. Je hoeft geen toeschouwer meer te zijn. Je mag gaan, je mag het vertellen, uitjubelen: Hij leeft! Het graf kon Hem niet houden.

Daarom is het vanaf deze dag voor altijd anders. Het is de dag waarop God laat zien dat Hij alles in Zijn macht heeft. Vanaf de dag waarop de engel sprak, de dag waarop Christus opstond, gaat aan op die grote dag, waarop iedereen zal opstaan uit de dood.

Want nu de Heer is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan.
Een leven door zijn dood bereid,
een leven in zijn heerlijkheid.

Amen

Wat is de betekenis van Pasen?

Wat is de betekenis van Pasen?

Pasen is een belangrijk feest voor christenen. Met Pasen vieren zij dat Jezus Christus uit de dood verrees. Hij was gestorven aan het kruis, werd in een graf gelegd, maar werd door de Vader uit de dood opgewekt. Het graf is leeg, want Jezus is opgestaan uit de dood.

emptytomb

De opstanding van Christus betekent:
– dat de macht van de dood verbroken is. De dood is niet meer het einde, maar na de dood is er leven mogelijk. De grote scheiding is niet meer die tussen leven en dood, maar tussen geloof in Christus en ongeloof.
– dat Christus’ dood aan het kruis geen mislukking was, maar een offer dat Christus in onze plaats bracht. Doordat God Christus opwekte uit de dood, mogen wij weten dat God dat offer heeft aangenomen.
– de opstanding van Christus is de voorbode van de opstanding van de doden op de laatste dag van de geschiedenis. Wanneer Christus terugkomt op de wolken van de hemel, zullen alle overledenen herrijzen uit het graf en zal er het laatste oordeel zijn.

crosses

De opstanding van Christus gaat niet alleen over de toekomst, maar raakt ook ons leven in het hier en nu. Toen Christus stierf aan het kruis stierf Hij voor en met degenen die in Hem geloven. Toen Hij opstond uit het graf, stond Hij ook op samen met hen die in Hem geloven. De opstanding van Christus houdt in, dat wij hier op deze aarde al deel kunnen krijgen aan het nieuwe leven. Deze verbondenheid met Christus’ sterven en opstaan komt naar voor in de doop.
Dat wij hier op deze aarde al een nieuw leven ontvangen, wil niet zeggen dat wij hier op deze aarde al vrij van de zonde zijn of vrij van ziekte, dood of pijn. Dat houdt al wel in, dat hier op deze aarde gemeenschap met God mogelijk is.

Preek Goede Vrijdag 2013

Preek Goede Vrijdag 2013

Tekst: En vanaf het zesde uur kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe. Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? (Mattheüs 27:45-46)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wie kan er peilen wat er op Golgotha is gebeurd? Zo diep gaat onze Heere, dat Hij het uitroept tot Zijn Vader: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”
Wie kan aanvoelen wat het betekent om door God verlaten te zijn,afgewezen door de mensen en verstoten door God?

Midden op de dag viel de nacht in. Golgotha is de dag waarop het duister werd op deze aarde.En niet het donker van een toevallige zonsverduistering,maar God die het licht van Zijn aanwezigheid weghaalde van deze aarde.
De duisternis die op klaarlichte dag de wereld overvalt,laat ons zien wat er van onze wereld wordt
als wij niet verzoend raken met God.Als Christus niet gestorven zou zijn op Golgotha,zou onze wereld voor duisternis zijn,omdat God zichzelf had teruggetrokken.Dan zou onze wereld aan de chaos van de dood zijn overgeleverd,omdat God er niet meer was met zijn beschermende aanwezigheid. God die zich zelfs verborg voor Zijn eigen Zoon.

Er kunnen ervaringen zijn waarbij we een indruk kunnen krijgen van de afgrond die hier op Golgotha opdoemt.
Ook in ons leven kan God zo ver weg zijn, dat wij ons door God verlaten voelen en dat wij het net als de Heere Jezus zouden willen uitroepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”
Er zijn mensen die door een diep dal gaan en weinig van God ervaren. Een aangrijpende ervaring. Wie zelf door zo’n diep dal gegaan is of wie het van anderen gehoord heeft, krijgt een indruk van de duisternis waarin onze Heere is gegaan.
In de tijd dat ik hier ben, heb ik het al enkele keren gehoord:mensen die niet meer verder konden leven. Diep ingrijpend als dat in je naaste omgeving gebeurt. Zulke gebeurtenissen laten ons er iets van zien hoe diep de Heere Jezus is gegaan. Want bij de Heere Jezus is het geen tragiek dat Hem overvalt,zoals dat vaak wel is bij mensen die niet verder kunnen leven, bij wie de grond onder de voeten wordt weggeslagen, geen zicht meer op een toekomst, geen geloof dat het nog beter wordt. Zij hebben het wellicht net als de Heere Jezus uitgeroepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” Gevangen in een diepe duisternis.

Hoe diep zulke ervaringen ook gaan – bij de Heere Jezus komt er nog iets bij: het is de duisternis die door mensen is opgeroepen – omdat zij God niet wilden.

Kijk maar wat de mensen met de Heere Jezus doen. Hij die de koning van de Joden is, gekomen om ons leven weer onder de heerschappij van God te brengen, deze koning wordt door Zijn eigen onderdanen verworpen.
Hoor hoe de spot hem tegemoet klinkt: Jezus, als je werkelijk een koning bent, kom je van het kruis! Wees een held! Hij die de Zoon van God is, door God gezonden om hier op deze aarde God in ons midden te zijn:
Immanuël, want zo klonk het bij Zijn geboorte, wordt door de mensen verworpen, aan het kruis gebracht en bespot.
“Hij had toch Zijn vertrouwen op God gesteld? Waar is nu je God op wie je zo vertrouwde? Als God Hem goedgezind is, is er wel uitredding voor Hem mogelijk.”
Daar hangt Hij. Dieper vernederd kan Hij niet worden. Dieper kan Jezus niet geraakt worden. Uitgestoten en verworpen door de mensen.De Zoon van God, de gezondene wordt verworpen.

En ze verwerpen niet alleen Hem, maar ook God. Waar is God op wie je vertrouwde? Het is niet alleen een bespotten van de Zoon van God. Ook een bespotten van de Vader, een bespotten van de God van Israël. Door Jezus aan het kruis te brengen, zeggen ze niet alleen tegen de Heere Jezus: Wat hebben wij met U van doen, Jezus van Nazareth? Maar ook tegen God: we moeten u niet. Wat hebben wij met U van doen, God van Israël? Het is de stem van ons mensen, die God steeds verworpen hebben. Zelfs Gods eigen Zoon. Op Golgotha zien we waartoe wij als mensen in staat zijn: tot het verwerpen van God,van onze Schepper en zelfs onze redder – aan het kruis wordt Hij gebracht.

En God? Grijpt God niet in? Nu Zijn geliefde Zoon vernederd en gedood wordt? Waar is God op wie Jezus Zijn vertrouwen gesteld heeft.Waarom laat Hij niets van zich horen? Waar blijven de legioenen met engelen om Jezus te redden? Tijdens de woestijnreis merkte het volk het direct, wanneer het tegen God in opstand kwam. Maar nu, nu de Immanuël wordt verworpen? Laat U Uw Zoon alleen?

God antwoordt inderdaad. Niet door de Heere Jezus te redden. Maar door de duisternis op klaarlichte dag. Midden op de dag valt de nacht in. De profeet Amos sprak er al over dat het zou gebeuren:
Op die dag zal het gebeuren, spreekt de Heere HEERE,
dat Ik de zon midden op de dag zal laten ondergaan;
op klaarlichte dag zal Ik het land duister maken.
(Amos 8:9)

De Heere antwoordt met een duisternis.Het is een waarschuwing, een teken waarmee de Heere zegt: Besef wat je doet! Een teken waarmee de Heere duidelijk maakt: nu is een grens bereikt. De duisternis is een teken, dat de Heere het voor gezien houdt. Dat Hij vertrekt uit het midden van Zijn volk. Ze hebben de Immanuël verworpen. Immanuël, de redder. Het bijzondere was – en misschien herinnert u zich dat nog van de afgelopen zondagen -dat Jezus als redder kwam, om uitredding en verlossing te brengen,terwijl er rekening mee gehouden werd, dat er een rechter zou komen die de zonden van het volk zou benoemen en zou veroordelen. De rechter die de rekening zou vereffenen en het oordeel zou uitspreken. De rechter die de schapen van de bokken zou scheiden – het laatste oordeel, maar nee, Jezus kwam als redder. Om aan te kondigen: er is genadetijd – redding mogelijk van het oordeel van God. En nu, deze Redder, de zaligmaker, de weg naar het leven, wordt vernederd en gedood, bespot en verworpen. Redder? Wij redden onszelf wel!

Had de profeet het ook niet vol verbijstering uitgeroepen: welk volk verwerpt nu zijn eigen God? Hebben de Assyriërs dat ooit gedaan? Hebben de Filistijnen dat ooit gedaan? De Moabieten en de Ammonieten? Maar jullie, die door Mij zijn bevrijd uit Egypte. Jullie lopen voortdurend bij Mij weg! En welk volk verwerpt Zijn redder die door God is gezonden om een uitredding te brengen? Welk volk verwerpt de Immanuël – God met ons? Welk volk verwerpt de redder, die ons redt van het laatste oordeel, het definitieve oordeel dat over ons leven wordt uitgesproken.

Op die dag zal het gebeuren,dan gaan alle lichten uit, omdat God het licht heeft uitgedaan,op die dag zal de feestvreugde verstommen, omdat God gekomen is en gezegd heeft: het is een lege vreugde, zonder mij.
De Heere Jezus kwam – niet om het oordeel te brengen, maar redding.
En nu, de duisternis laat zien: de Heere heeft geen andere keus dan alsnog het oordeel te voltrekken. Omdat zij Hem, de gezondene hebben verworpen.
En laten wij er maar bij staan, want zouden wij anders hebben gedaan dan Israël? Zouden wij de Heere Jezus met open armen hebben ontvangen? Zouden wij begrepen hebben dat Hij, de Heere Jezus voor ons gekomen was?

Duisternis – aangrijpend is het dat het door de omstanders bij het kruis niet opgemerkt wordt. De omstanders om het kruis, het lijkt wel alsof zij het niet door hebben. En dat is werkelijke duisternis: dat God wegtrekt, maar het niet opgemerkt wordt dat Hij er niet meer is. Dat het niet opgemerkt wordt, dat God verworpen wordt.

Eén is er die het wel merkt: de Heere Jezus. Waar de omstanders, waar de bespotters verder gaan op de weg van de spot, waar zij niet tot inkeer komen, waar zij de dreiging niet eens zien, merkt de Heere Jezus het wel. Hij hangt daar tussen hemel en aarde. De aarde wil Hem niet. De aarde moet niets van Hem hebben,maar de Hemel, maar de God op wie Hij vertrouwde, met wie Hij in eenheid en gemeenschap leefde? Hij hangt tussen hemel en aarde. Ook de hemel is voor Christus gesloten. Hij wordt niet door de Vader verlost. Integendeel: ook Hij wordt door de Vader verlaten.
Daar te midden van de spot, is ook de duisternis die aanhoudt: Godverlatenheid. Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Niet alleen de omstanders hebben te maken met die duisternis, ook de Heere Jezus. Is dit dan de drinkbeker die Jezus moet drinken? De drinkbeker die door mensen wordt aangereikt, voor Hij aan het kruis ging, weigerde Hij. Maar nu is er een andere drinkbeker – niet door mensen aangereikt, maar door God. Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Dat is de drinkbeker, dat Jezus niet alleen door de mensen verworpen wordt, maar ook door de Vader. Hij die geen zonde had, Hij die werkelijk op God Zijn vertrouwen heeft gesteld, Hij die met God leefde, en God-bij-ons was, Hij gaat de diepte in – de diepte die bedoeld is voor de mensen, die God verwierpen,
bedoeld voor ons. De Zoon van God hangt daar in de duisternis, onze duisternis, onze nacht. Hij vindt geen redding bij God.
De Zoon mag niet de redding ervaren die er voor David wel was, toen hij het uitriep: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten. De omstanders hebben met hun spot hebben gelijk: God wil Jezus niet redden. God is Jezus niet welgezind. Daar in de eenzaamheid hangt Hij. Zelfs door God verlaten.

En wie kan beschrijven hoe dat geweest moet zijn? Het aangrijpende is, dat Hij van God verlaten werd. Niet omdat Hij zich tegen God had gekeerd. Niet omdat Hij zich aan God had vergrepen. Maar omdat wij dat hadden gedaan. Onze duisternis draagt Hij, onze nacht, onze Godverlatenheid. Het is het laatste woord dat Jezus sprak. Na deze roep – nog een schreeuw en dan de dood. Hij heeft op God vertrouwd, maar voor Hem geen uitredding, maar onze schuld, de last van onze zonde, de volle hevigheid van Gods toorn over ons. De straf was op Hem. Om onze overtredingen, om onze ongerechtigheden. Hij hangt daar – omdat wij God hadden verlaten. In onze plaats roept Hij het uit: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten.

Als er voor Jezus geen uitredding meer is en alleen nog de nacht van de dood,als de roep van Jezus klinkt, de schreeuw naar de hemel, waarin de verlatenheid doorklinkt, gebeurt er iets bijzonders. Niet voor Jezus, maar voor ons. De nacht wordt gebroken. als Jezus het beseft: ik ben door God verlaten, de eenheid is verbroken, als Hij het uitroept – waar is God, breekt het duister open. Het mag weer dag worden. Niet voor Christus, want Hij sterft – maar voor ons. De wonderlijke ruil van Golgotha: Christus sterft – in onze plaats. Voor u, voor mij.
Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij in Gods gericht vrijgesproken zouden worden. Hij heeft Zijn gezegend lichaam aan het kruis laten vastspijkeren, in plaats van onze schuldbrief. Hij heeft de vervloeking, Gods oordeel, op Zich genomen, opdat Hij, Christus, ons met Zijn zegen zou vervullen.
Hij heeft zich overgegeven in de diepste vernedering, de angst van de hel. Hij riep het uit: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten. Opdat wij door God aangenomen zouden worden. De Godverlatenheid voor Christus, zodat de Godverlatenheid er voor ons niet meer zou zijn. Zodat wij zullen kunnen zeggen, met Ps 139: legde ik mijn neer in de hel, ook daar zijt Gij. Door God verlaten, door God verstoten, door God veroordeeld. In onze plaats.
Dat is het evangelie – de grote barmhartigheid van God. Hij had kunnen zeggen, misschien wel moeten zeggen: geen plaats meer voor u bij Mij. Hij had ons kunnen verbannen, maar Hij liet het op Zijn Zoon aankomen. Onschuldig droeg Hij onze schuld, onze Godverlatenheid. Geen redding meer voor Hem, tenminste niet op Goede Vrijdag, Hij moest door de dood, zodat voor ons de eeuwige dood, de eeuwige nacht verbroken werd en er voor ons ruimte is bij God.

Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijne dood,
die voor mij U hebt gegeven
in de bangste zielenood.
Opdat ik niet hoop’loos sterven,
maar uw heerlijkheid zou erven.
Duizend-, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.

Amen

Stille Zaterdag

Stille Zaterdag

Volgens Gerhard Sauter (systematisch theoloog) is er geen Pasen mogelijk zonder Stille zaterdag. Stille zaterdag is de dag waarop de gestorven Jezus in het graf verbleef. Volgens Sauter mag iemand, die zich voorbereid op de verkondiging met Pasen niet aan deze dag voorbij gaan.

Hij wijst op het schilderij van Hans Holbein de Jonge, die in 1521/1522 “de dode Christus in het graf” geschilderd heeft.

6859001

Wie dit schilderij ziet, beseft dat Jezus ook daadwerkelijk gestorven is. Holbein schilderde een onverbloemd weerloos lichaam dat prijsgegeven is aan de verschrikkingen van de dood. De gesloten ogen zijn naar boven gericht zonder nog ergens op te hopen. Wie dit schilderij gezien heeft in het Basler Kunstmuseum kan zich niet meer ontdoen van dit aangrijpende realisme. Wie het schilderij op zich heeft laten inwerken zet elke gedachte over een mogelijke betekenis van de graflegging van zich af.
Op afbeeldingen van de kruisafname is nog te zien hoe het lijk nog wordt omringd door de liefde van de omstanders, die het nog hun liefde betonen aan het geschonden lichaam. Maar als zij Jezus hebben begraven, moeten zij Hem alleen laten. Jezus die gekruisigd is, is dood. Definitief afgedaald in het rijk van de dood. Hij is solidair met allen die van God verlaten zijn en aan die Godverlatenheid lijden. Toch is hij volkomen passief. Nog radicaler passief dan Hij in Zijn sterven was, waarin Hij leed door en aan het handelen van God.

Dat Jezus bij de doden is, werd reeds vroeg gezien als een glorieuze strijd die zich uitstrekte tot in het dodenrijk. Er zijn afbeeldingen en verhalen over hoe Jezus uit het dodenrijk opstijgt samen met de doden door zijn aan het kruis verkregen macht, om de gestorvenen te redden. Heldhaftig strijdt Hij met de machten van de onderwereld en weet hen te verslaan. Dan stijgt Hij, triomferend, weer op naar de aarde.
Maar de formulering nedergedaald in het rijk van de dood (of nedergedaald tot in de hel – ‘inferna’: dat is wat onder ons, de levenden, zich bevindt) moet niet verkeerd begrepen worden alsof het hier gaat om een triomfantelijke uitspraak.

MantegnaToterChristus

Beklemmende stilte
In het graf van Jezus heerst een beklemmende stilte: de stilte van de dood.
Stille Zaterdag wordt in de protestantse vroomheid en de protestantse theologie overgeslagen. Wat op deze zaterdag ‘beleefd’ wordt en waar wij op deze dag bij stil moeten staan, wordt meestal overgedragen naar Goede Vrijdag: Jezus die voor ons allen, de goddelozen, sterft, overwint de macht van de dood. Dat stemt overeen met de lijdensgeschiedenis, zoals het evangelie van Johannes dat weergeeft: Het is volbracht. Maar dat mag ons er niet toe brengen Goede Vrijdag en Pasen samen te denken, om kruis en opstanding aaneengeschakeld te zien. Stille Zaterdag onderbreekt en doorbreekt de gang van Goede Vrijdag naar Pasen. Tussen kruis en opstanding is een radicale breuk, geen geleidelijke overgang: de deur is in het slot gevallen. Onherroepelijk. De graflegging is aanstootgevend en we mogen niet over het aanstootgevende van Stille Zaterdag heen springen. In oudere gezangboeken stonden liederen die dit aanstootgevende bewaard hebben:

De wereld gaf
Hem slechts een graf,
zijn wonen was Hem zwerven;
al zijn onschuld werd Hem straf
en zijn leven sterven
(Gezang 195:2 – Liedboek voor de Kerken)

Sauter geeft aan hoe dit gezang voor hem onmisbaar is bij de voorbereiding op Stille Zaterdag en Pasen, omdat dit lied de breuk doet beseffen tussen Goede Vrijdag en Pasen.

(Nieuwe ontwikkelingen: In het Gottesdienstbuch van 2000 wordt er een nieuwe voorstel voor de viering van Stille Zaterdag voorgesteld en sinds 2008 heeft de Göttinger Predigtmeditation weer een homiletisch voorstel voor Stille Zaterdag.)

N.a.v. Gerhard Sauter, “An Ostern die Auferstehung predigen”, Göttinger Predigtmeditationen 63 (2009) 153-165

Door het schilderij van Hans Holbein de Jonge geïnspireerd:
BöcklinTrauerderMariaMagdalena

Preken met het oog op jongeren (1)

Preken met het oog op jongeren (1)

Juki

Jongeren en de preek: dat zijn twee verschillende werelden. Tot nu toe is er nog weinig over nagedacht hoe deze twee verschillende werelden met elkaar verbonden kunnen worden. Daarom besloot in de Arbeitsgemeinschaft für Homiletik in 2006 de jaarlijkse conferentie te wijden aan dit thema. Vanuit de gedachte dat deze twee werelden met elkaar te verbinden zijn en dat het ook voor de reflectie op de preek een uitdaging is om met dit thema bezig te zijn. Ik wil in deze rubriek enkele bijdragen aan dat congres de revue laten passeren.
Allereerst de bijdrage van Hans-Martin Gutmann (hoogleraar Praktische theologie in Hamburg).

gutmann

Onoverzichtelijkheid
Gutmann is in zijn bijdrage vooral bezig met de omstandigheden van de huidige jongeren. Volgens hem bevinden jongeren zich in een situatie van onduidelijkheid en onoverzichtelijkheid.
Er is voor hen weinig houvast en weinig nog zeker. Er zijn bijvoorbeeld geen duidelijke levensfasen meer: de kindertijd wordt eerder afgesloten, maar de puberteit duurt langer. Met 18 jaar zijn jongeren al meerderjarig, maar blijven langer dan voorheen sociaal en economisch afhankelijk van de ouders. Door de toenemende individualisering verkeert een jongere in verschillende werelden, die voor het gevoel van een ander nauwelijks te combineren zijn.

Tegenstrijdig
Vanuit de verschillende leefwerelden kunnen tegenstrijdige appèls gedaan worden. Aan de ene kant vraagt het werk en de opleiding om bereidheid tot prestaties, zelfbeheersing, discipline en verantwoordelijkheid. Aan de andere kant vragen vrije tijd, media, enz om emotionaliteit, gerichtheid op het hier en nu, ongeremdheid, genot.
Deze individualisering heeft een groot nadeel: er is voor jongeren geen duidelijk kader meer. Er zijn geen duidelijke richtlijnen die hen door het leven helpen. Er zijn geen duidelijke voorbeelden en idealen meer waaraan zij zich kunnen spiegelen. Ze hebben niet alleen keuzevrijheid, maar zijn gedwongen te kiezen. Door dit alles moeten zij zichzelf en hun eigen identiteit uitvinden.

Kwetsbaar
Dat maakt hen volgens Gutmann kwetsbaar. Ze zijn kwetsbaar voor wat de maatschappij van hen vraagt. Een maatschappij waarin het economische rendement steeds meer de norm wordt. Bovendien wordt hen van alle kanten (en nog het meest in reclames) voorgespiegeld hoe ze gelukkig kunnen en moeten worden. Al prikken ze door het meeste heen, de ondertoon van deze beloften van een gelukkig leven zijn niet vrijblijvend. Wie gelukkig wil worden, moet eerst presteren: een studie afronden, een diploma halen, een baan vinden. Wie het goede leven wil krijgen, moet eerst iets van zichzelf laten zien, moet zichzelf bewijzen.

IMG_1514_fuer_Plakat_geeignet

Kritische stem
Volgens Gutmann heeft de prediking van het evangelie een belangrijke meerwaarde en een belangrijke kritische stem in onze maatschappij. Preken met het oog op jongeren betekent scherp het verschil van wet en evangelie zien. In de prediking gaat het net als in de maatschappij om rechtvaardiging. Want jezelf bewijzen is een vorm van rechtvaardiging. Theologisch gesproken: een vorm van wet waaraan wij moeten voldoen willen wij iemand zijn, een norm waaraan onze waarde wordt afgemeten. Deze norm is niet vrijblijvend, maar kan in onze maatschappij net zo goed knechtend zijn: er wordt een gelukkig leven vol vrijheid voorgespiegeld. Maar paradoxaal genoeg verliest men zichzelf. Wie niet aan de norm voldoet, is overbodig.

Rechtvaardiging
In het evangelie gaat het ook om rechtvaardiging. Maar dan een rechtvaardiging van Godswege dat een geschenk is. Juist de overbodige mens krijgt deze rechtvaardiging toegezegd. (Gutmann vertaalt de rechtvaardiging van de goddeloze dus in de rechtvaardiging van de overbodige mens.) De Bijbelse verhalen ontmaskeren op heilzame manier de dwang in de keuzes en kunnen helpen om een weg door het leven te vinden. In de preek kan de Bijbelse vertelling met de levensgeschiedenis van de jongere verbonden worden. Op die manier kunnen worden ze op weg geholpen om hun identiteit uit Gods hand te ontvangen en hoeven ze niet om een eigen identiteit uit te vinden. Preken met het oog op jongeren kan een bijdrage leveren aan die zoektocht naar een eigen identiteit in een onoverzichtelijke wereld. In een preek wordt de zegen van God meegegeven: in de preek wordt de beschermende macht en de betrouwbare levensleiding van God de jongeren toegezegd.

N.a.v. Michael Meyer-Blanck / Ursula Roth / Jörg Seip (Hg.), Jugend und Predigt. Zwei fremde Welten? (München: Don Bosco Verlag, 2008).

Preek zondagmorgen 24 maart 2013

Preek zondagmorgen 24 maart 2013
Afsluiting winterwerk
Thema: Geloof dat alles mogelijk is.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
Geloof dat alles mogelijk is – dit thema is uitdagend en prikkelend bedoeld:
Geloof jij dat alles mogelijk is?
Neem bijvoorbeeld Noord-Korea.
Dit land staat bovenaan de ranglijst van christenvervolging.
Nergens op de wereld hebben christenen het moeilijker dan in dit land.
In veel gemeenten wordt er voor dit land gebeden:
een gebed tot de Heere of de leiders van dit land wil veranderen,
zodat er voor christenen vrijheid komt.
Geloven wij dat er door zulke gebeden ook verandering kan komen
in een land als Noord-Korea?
Geloven we dat de pleinen daar vol zullen stromen?
Niet om hun steun aan de regering te betuigen, maar om als land de Heere te loven?
Geloven we dat alles mogelijk is?
Dat is niet zomaar een vraag, maar een vraag of wij nog geloven in God.
Geloof je dat God zo’n land als Noord-Korea kan veranderen?
Geloof je dat de Heere machtig is om de leiders tot inkeer te brengen,
zodat zij in Hem gaan geloven?
Of bidden we en hebben we er eigenlijk weinig vertrouwen in,
dat er iets verandert?
Geloven wij dat God onze gebeden hoort?
Geloven wij dat de Heere de macht heeft om veranderingen aan te brengen?

En niet alleen in Noord-Korea. Dat geldt ook dichter bij huis.
Als wij bidden voor elkaar:
geloven wij dat ons gebed de Heere bereikt en dat de Heere kan ingrijpen?
Of leveren wij iemand bij wijze van spreken bij de hemelpoort af
en zeggen wij: Heere, wij weten ook niet meer wat wij er mee aanmoeten.
Misschien dat U nog iets kan?
In de vorige gemeente kwam wel eens een Egyptenaar bij ons in de kerk.
Hij vond dat ik veel te voorzichtig bad voor gemeenteleden die ziek waren.
“Als bij ons iemand ziek is,” zei hij, “probeert de geestelijke hem voor de poorten
van de dood weg te slepen. Zo krachtig bidt de geestelijke.”
Ik vroeg hem of hij er rekening mee hield dat een zieke ook achteruit kon gaan
en uiteindelijk zelfs kon overlijden.
“Ja,” zei hij, “daar houden wij ook wel rekening mee,
maar wij geloven dat God machtig is. Bij machte om een ernstig zieke te genezen.”
Als de Heere het dan toch niet deed, was het geen reden voor twijfel,
maar een vertrouwen dat de Heere voor een andere weg had gekozen.
Geloven wij nog dat alles mogelijk is?
Geloven wij nog dat voor God alles mogelijk is?

We kunnen over de discipelen veel zeggen, want in Gethsemané zien we ze niet van de beste kant.
Ze laten Jezus immers in de steek als hij gearresteerd wordt?
En toch moeten we eerlijk zijn en zeggen dat zij in Jezus geloofden.
Ze hadden enkele zwaarden bij zich om Jezus te verdedigen.
En ze waren ook niet bang om zo’n zwaard te gebruiken.
Want denk je: stoere vissers, die vaak moesten vechten tegen de stormwind,
ze hadden zich voorgenomen om Jezus tot het uiterste te verdedigen.
Desnoods met hun eigen leven.
Als Jezus maar bleef leven, dan gaf het niet als zij het met de dood moesten bekopen.
Een van de metgezellen van Jezus grijpt het zwaard als de soldaten op Jezus afkomen.
Zo makkelijk zullen ze Jezus niet krijgen.
Hij gelooft er in.
Hij gelooft dat alles mogelijk is.
Het is geen wanhoopsdaad van deze discipel om het zwaard te trekken,
geen zelfmoordaanslag waarbij het duidelijk is dat er geen uitweg meer is
en dat het enige dat nog is overgebleven is: kiezen voor de dood.
Nee, deze discipel wordt gedragen door het geloof dat alles mogelijk is.
Dat Jezus zo dicht bij God leeft, dat Jezus gered zal worden.
Zoals het volk Israël een uitweg kreeg door het water toen de farao met zijn soldaten kwam.
Of zoals de profeet Elisa een leger van engelen om hem heen had, die hem beschermde.
Zo zal God ook Zijn engelen gebieden om Jezus te redden!
Voor het oog leken ze met een kleine groep.
Kleiner dan de soldaten die kwamen.
Menselijkerwijs gesproken zouden zij het verliezen.
Maar de discipelen rekenden met God!
Ze kenden psalm 22, de psalm die ervan zingt dat de vijanden als een kudde wilde stieren op je af kunnen stormen.
De vijand als een gevaarlijke leeuw op je afstormt om je levend te verscheuren,
maar ze wisten ook dat die Psalm zong over uitredding die God gaf.
Zo zal God uitredding bieden.
Als deze discipel zijn zwaard greep en tot de aanval overging,
zouden de legers van de engelen uit de hemel hem bijspringen.
Wanneer wij denken dat de discipelen gevlucht zijn vanwege de soldaten die komen,
hebben wij het niet begrepen. In ieder geval zo gaat het bij Mattheüs niet.
Ze staan hun mannetje.
Het zijn stoere, sterke mannen die niet bang waren voor het gevaar dat Jezus bedreigde.
Ze zijn Hem naar Jeruzalem gevolgd en ook in Jeruzalem bij Hem gebleven.
Ze hebben heus wel wat gemerkt van de dreiging die om Jezus heen was.
Ze zijn er niet voor weggevlucht
En tot in Gethsemané is dat geloof dat alles mogelijk is.
Had Jezus niet gesproken over de Mensenzoon?
De Mensenzoon was iemand die bij God vandaan kwam.
Aan het einde van de tijden om het oordeel uit te spreken over Zijn vijanden
en het volk Israël redden.
de Heere Jezus had zo vaak over de Mensenzoon gesproken,
dat de discipelen dachten: Jezus is het.
De Mensenzoon zou zich niet gevangennemen.
Maar zal Zijn macht laten zien, Zijn vijanden doen huiveren,
Zijn vijanden verslaan.
De discipelen geloofden in Jezus.
Als wij hen als lafaards zouden zien, zitten we goed mis.

Maar waarom vluchten zij dan?
Waarom laten zij Jezus alleen?
Dat heeft met de houding van Jezus te maken.
Hij wil geen gebruik maken van de redding.
Hij wil geen grootse bevrijding.
Jezus weet dat er een groot leger klaar staat in de hemel.
Hij hoeft maar één teken te geven
en de engelen zouden uit de hemel stormen om Hem te redden,
de vijanden te verslaan.
12 legioen engelen: 12×6000 = 72.000 engelen.
Maar Jezus zegt niets. Geeft geen teken waarop ze kunnen komen.
Jezus die Heer van de engelen was – de Mensenzoon.
Hij doet het niet!
Hij laat zich gevangen nemen.
Snapt Jezus dan niet dat daarmee het plan van God helemaal misloopt?
Hoe kan het plan van God uitgevoerd worden als Jezus zich gevangen laat nemen?
Toen Jezus zich overgaf en tegen de soldaten zei: Ik ben het – Mij moeten jullie hebben,
viel hun mond vast open van verbazing.
En ze waren nog niet bekomen van die andere verbazing: Jezus die zegt dat zij het zwaard weg moesten doen.
Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard vergaan.
Ik dacht eerst dat de Heere Jezus hier bedoelt: vecht nou niet,
want je verliest het toch.
Dat Hij hier zegt: Als je het zwaard trekt, loop je het risico te sneuvelen.
Maar dat bedoelt Hij niet.
Het is een veel scherper antwoord:
Hij zegt tegen de discipelen: als je naar het zwaard grijpt, dwarsboom je het plan van God.
Door het zwaard te trekken, door geweld te gebruiken, door te strijden voor Jezus
strijd je tegen God!
De engelen uit de hemel zullen zich niet tegen de vijanden keren, maar tegen jullie!

Reken maar dat het voor de discipelen een hele schok was.
Het tegenovergestelde van wat zij hadden verwacht.
Wat Jezus zegt, klopte niet bij wat zij geloofden!
Jezus die zich gewonnen geeft – als slappeling.
Niet alles is dus mogelijk!
Geen glorieuze overwinning, maar een smadelijke nederlaag
waarbij iedereen vol spot over Jezus zou spreken!
Is dat, is dat die koning Jezus
Is dat nou degene waar alle vaderen naar hebben uitgekeken?
Waar zij al hun vertrouwen op hebben gesteld.

Geloof dat alles mogelijk is?
Hun geloof spat op dat moment uiteen.
Jezus?
Ze kunnen niet horen wat Jezus daarna zegt:
Dat de Schriften vervuld moeten worden.
Jezus moet deze weg kiezen.
God kiest lang niet altijd de weg van grootse overwinningen.
God kiest er niet voor om Zijn engelen naar deze aarde te sturen.
Vaak kiest de Heere een weg die wij niet begrijpen.
Een weg die voor ons een mislukken lijkt.
Als we erover nadenken, kunnen we er zo een paar noemen:
de kerk die in Nederland achteruitgaat,
of iemand die veel voor de kerk deed en te vroeg overleed.
Ook hier – Jezus had Zijn vijanden kunnen verslaan.
Iedereen in Israël, iedereen op aarde had in Jezus geloofd!
Een gouden kans!
Zo zien wij het toch ook vaak, dat wanneer er iets bijzonders gebeurt, mensen wel moeten geloven
in Jezus, in de macht van God.
En we begrijpen het niet dat de Heere er voor kiest
om iemand ziek te laten zijn
er voor kiest om Jezus aan het kruis te brengen.
Ze discipelen begrijpen er ook niets van.
Voor hen is het over.
Als die engelen niet komen, als God niet ingrijpt, staan ze er alleen voor.
Dan zijn ze een klein groepje met enkele zwaarden.
Ze hadden op God gerekend, ze hadden gerekend op de macht van Jezus.
Tevergeefs.
Is dan de vlucht van de discipelen niet herkenbaar?
Hoe vaak lopen wij niet met de gedachte rond:
Waarom laat God het toe?
Waarom laat Hij het toe dat mensen ziek blijven en overlijden.
Waarom laat God het toe dat er in een land zo’n puinhoop kan worden
als in Syrië, of Tsjaad, of de Centraal-Afrikaanse Republiek.
Gebeurt het bij ons ook niet, dat we dan zeggen: als God er niets aan doet,
dan weet ik het ook niet meer.
Dan weet ik ook niet of ik nog wel bij Hem wil horen.
De neiging om net als de discipelen te vluchten.
Of wellicht hebben we het al opgegeven.

Het zijn moeilijke vragen en ik heb er maar één antwoord op.
ER is een reden waarom Jezus zich weerloos opstelt.
Er is een reden waarom de engelen nog in de hemel blijven
en er niet op uittrekken om de vijanden te verslaan.
Want als de engelen uit de hemel komen, is het hier op aarde voorbij,
dan zou iedereen voor Christus worden gebracht.
Dan zouden wij, en iedereen, ook degenen die niet in Hem geloven,
ook degenen die de christenen vervolgen, kleineren en pijn doen,
voor Hem komen te staan. Voor de rechter.
En kunnen wij dat wel?
Kan u voor Christus verschijnen?
Kunt u het oordeel aanhoren?
Maar kijk eens wat de rechter doet.
Hij zegt niet: doe ze allemaal weg.
Hij zegt niet: stuur ze allemaal naar de hel.
nee, Hij zegt: hier ben IK.
De rechter van hemel en aarde.
De rechter die zou moeten aanklagen – u en mij,
Maar kijk eens wat Hij doet – de rechter zegt: de straf is voor mij.
De Mensenzoon – die de schapen en de bokken zou scheiden
om degenen die niet geloofden, om degenen die tegen God ingingen te veroordelen.
Die legioenen engelen ze zouden ze bij elkaar brengen en wegbrengen, bij God vandaan.
Maar nu stapt de Heer der engelen naar voren en zegt:
Het is nog geen tijd voor het oordeel – God wil genade,
de Heere wil redding.
Alles is mogelijk – zelfs dat zondaars vergeving krijgen.
Alles is mogelijk – dat zelfs voor ons redding mogelijk is, redding van het oordeel.
Dat Christus tegen ons zegt: ook jij hoort bij mij. Ook voor u ben ik gestorven.
Ik hoef maar te roepen,
maar ik doe het niet.
De Heere stapt naar voren en zegt: Hier ben ik, want ik wil niet dat zij verloren gaan.
Neem mij, dan kunnen de anderen vrij.
Is dat, is dat mijn koning?
JA, dat is mijn koning.
Want deze koning geeft Zijn leven voor Zijn onderdanen.
Is dat, is dat mijn rechter.
Ja, maar deze rechter veroordeelt mij niet, maar schenkt mij vrijspraak.
Is dat, is dat mijn redder?
Ja, zie hoe Hij Gods wil volbrengt.
Daar gaat Hij om de Schriften te vervullen.
Hij is om onze overtredingen verwond,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem

Hoe vaak heeft u niet deze boodschap gehoord?
Geloof, dat ook voor u alles mogelijk is.
Geloof dat ook voor jou alles mogelijk is.
Jezus stapte naar voren. Ook voor jou./
Voor jouw zonden. Om jou te redden.
Amen

Op naar de lente

Op naar de lente

Het winterseizoen zit er op. Hoewel we nu al ver in maart zitten, lijkt het er niet op dat de winter zich gewonnen geeft. Het is een lange winter geweest. De sneeuw gaf aan de ouderen beperkingen: ze konden het huis niet uit. Niet naar de winkels, niet naar de kerk of naar activiteiten van de kerk. Ook heb ik geregeld gehoord dat gemeenteleden de griep te pakken hadden. Een hardnekkige griep waar je niet zomaar vanaf was. Iedereen verlangt naar de lente, naar de zon, naar warmer weer.

De dichter Jaap Zijlstra heeft eens een “Lied van verlangen” geschreven:

Zoals een bloem zijn kelk heft naar de zon,
een boom zijn armen uitbreidt naar de hemel,
ja, zelfs het zaad, diep in de akkergrond,
zoekt naar het licht en opstaat om te leven,
zo zoekt ons hart naar U…

photo_81

Het verlangen waar Zijlstra over schrijft, gaat wel dieper dan een verlangen naar de voorjaarszon en lentewarmte. De zon in het voorjaar en de aangename temperatuur kunnen ons een gevoel geven dat er een nieuwe tijd aanbreekt. Een werkelijk nieuw bestaan, een werkelijk nieuw leven is er door het sterven en de opstanding van de Heere Jezus. Een graankorrel staat op om te leven. Dat is een natuurverschijnsel dat elk jaar terugkeert. Tegelijkertijd is het een beeld in de Bijbel voor de opstanding van het lichaam (Joh. 12:24).
Het lied gaat niet over het voorjaar, maar over Pasen: het verlangen gaat uit naar de Heer Zijn leven voor ons gaf en voor ons de dood inging en de dood overwon.

Hij schrijft daarover in een belijdenislied (dat gezongen kan worden op de melodie van Wat de toekomst brengen moge):

Ik geloof in Jezus Christus
die voor ons ter wereld kwam
Zoon van God en Zoon des Mensen,
goede herder, offerlam.
Door te lijden en te sterven
– groot is het geheimenis –
schenkt Hij mij het eeuwig leven
dat uit God en tot God is.