Liturgie van het gewone bestaan

Liturgie van het gewone bestaan

Wat je kunt leren van alledaagse rituelen als opstaan, bed opmaken, tanden poetsen, thee drinken en slapen kunt leren voor onderhouden van je geloof 

In gesprekken met twintigers en dertigers merk ik dat zij het lastig vinden om het geloof een plek te geven in hun dagelijks leven. Ze hebben heel wat ballen in de lucht te houden: werk, een eigen huishouden, soms een gezin, vrienden, kerkelijke activiteiten. Er is heel wat dat hun aandacht en inzet opeist. Temidden van die al die bezigheden komt hun eigen geloof in de verdrukking.

download

Tish Harrison Warren, een Anglicaanse priester, echtgenote en moeder, liep hier ook tegenaan. Ze is afkomstig uit de evangelicale stroming van de Anglicaanse kerk. De evangelicale stroming legt de nadruk op een direct beleven van het geloof en is kritisch op vaste vormen voor het geloof, omdat die vormen een directe beleving kunnen belemmeren.
In de afgelopen jaren ontdekte Warren dat er in het gewone dagelijkse leven veel aanknopingspunten zitten voor liturgische vormen. Zij schrijft over die ontdekkingen in
Liturgie van het gewone bestaan. Geheiligde praktijken in het leven van alledag.   Haar boek is op social media, waarop ze zelf ook actief is o.a. als @Tish_H_Warren, al heel wat positief besproken.

Opstaan
Het begint met wakker worden. Je kunt nog even snoozen en dan je bed uit rollen, je telefoon pakken om social media te checken. Daarmee zet je de toon voor die dag: wat je dag bepaalt zijn de activiteiten die je gepland hebt, wat zich aandient, de aandacht die het nieuws en social media opeisen.

Kruisje slaan
Ze ontdekte dat Lutheranen de dag beginnen met het slaan van een kruisje. Dat slaan van een kruisje bij het opstaan herinnert aan de doop. Je begint de dag als gedoopte. Je herinnert jezelf eraan, dat Gods trouw, genade en vergeving er al is voor je iets hebt ondernomen deze dag. Je herinnert jezelf eraan dat je deze dag begint vanuit Gods belofte die Hij in de doop heeft meegegeven. Daarmee begin je de dag met een ontvankelijkheid voor Gods zorg.

Bed opmaken

Warren beschrijft hoe zij haar bed uitrolde zonder haar bed op te maken. De telefoon met appjes, mail en Facebook vroeg immers haar aandacht. Op Facebook vroeg zij aan vriendinnen wanneer zij dat deden: bed opmaken. Daardoor ging zij haar bed wel opmaken. Het was een kleine handeling, maar Warren merkte dat zij daardoor de dag anders begon.  Door deze kleine handeling kwam er meer orde in de kleine chaos van haar bestaan. Ze was zich daardoor meer bewust dat zij de dag van God ontving.

Tanden poetsen

Aan het tanden poetsen koppelt zij de zorg die de christelijke traditie voor het aardse lichaam heeft. Omdat Gods Zoon mens werd en een lichaam aannam, heeft de kerk de waarde van het lichaam altijd verdedigd tegenover stromingen die het lichaam onbelangrijk en minderwaardig vonden. Het belang van het lichaam voor het geloof ontdekte zij toen zij in haar studententijd in contact kwam met een familie die een dochter met een beperking had. Tot die tijd was haar leven vooral het zorgen dat er in haar hoofd de goede ideeën zijn en had zij geen echte aandacht voor haar lichaam.

Non-verbaal gebed
Haar ontdekking is dat de zorg voor het lichaam gebaseerd is op de opstanding van Christus. Het poetsen van haar tanden is voor haar daarom een non-verbaal gebed, een liturgische handeling die in het teken staat van de opstanding op de Jongste Dag. Tanden poetsen is een kleine voorsmaak van de eeuwige heerlijkheid.

Sleutels kwijtraken

Warren is niet de ideale vrouw. Dat beschrijft ze in de hoofdstukken over het kwijtraken van haar sleutels en de ruzie met haar echtgenoot. Als ze haar sleutels verliest, kan ze heel melodramatisch worden en het gevoel hebben dat ze in wanhoop gestort wordt.
Ze beschrijft dat ze erop voorbereid is om in grootse, dramatische gebeurtenissen, zoals een schipbreuk, in staat is om de vraag toe te laten waarom God lijden toelaat. Bij de kleine alledaagse tegenslagen lijdt haar geloof al snel schipbreuk. Op zulke beproevingen is ze niet voorbereid. De opdracht van Paulus om alles zonder morren en zonder meningsverschillen te doen (Filippenzen 2:14) is juist voor het alledaagse bestaan ingewikkeld.

Conflictjes
Ook het liefhebben van de vijanden is in huiselijke context van de conflictjes met de echtgenoot en het aandacht vragen van de kinderen niet eenvoudig. Haar principes zijn niet in staat om haar te helpen in die alledaagse ruzietjes: ‘Ik ben een pacifist, die gilt tegen mijn echtgenoot.’

Voedsel

Nadenken over het alledaagse bestaan helpt soms ook weer verder in het geloof. Ze ontdekt een overeenkomst tussen de evangelicale traditie en haar gedrag als consument. In beide gevallen gaat het om iets direct willen hebben. Dat er aan het voedsel bereiden een heel proces van zorg en aandacht voor het voedsel aan vooraf gegaan is, was zij niet bewust. Ze gaat meer zorg en aandacht aan het eten besteden door ook heel bewust mee bezig te zijn waar het eten vandaan komt.

Thee drinken

Warren deelt veel mooie inzichten die ontleend zijn aan het alledaagse leven. Wachten in het verkeer doet haar nadenken over Gods geduld. Mail checken geeft het inzicht dat ook moderne technische beroepen en dienstverlening een manier zijn om God te eren en te heiligen. Thee drinken zorgt voor een mijmering over klein alledaags geluk dat je zomaar toevalt als je tijd neemt voor ontspanning.

Slapen

Slapen is van groot belang voor het geloof om te ontdekken dat het leven niet alleen uit werken bestaat, maar dat God op zijn eigen manier zorgt. Warren werkt tegenwoordig veel met studenten. Ze raadt hen aan om eerder te stoppen met werken en meer aandacht en zorg voor hun lichaam te hebben, door bijvoorbeeld meer te slapen: ‘Dat is in geestelijk opzicht meestal het meest zinvolle en belangrijkste advies dat ik kan geven.’

Nachtrust
In onze overwerkte en op prestaties gerichte cultuur is slapen een vorm van discipelschap, die laat zien dat je ook anders kunt leven. God wil niet alleen dat we heilig leven en een biddend leven, maar ook dat we steeds weer uitrusten. Een eerste stap naar een heilig leven met gebed is een goede nachtrust.

Geschreven voor het Friesch Dagblad

N.a.v. Tish Harrison Warren, Liturgy of the ordinary. Sacred practices in everyday life (Downers Grove: InterVarsity Press, 2016).

 

Preek zondagmiddag 26 maart 2017

Preek zondagmiddag 26 maart 2017
Ezechiël 34: 1-12 / Johannes 18:15-40

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Dat moment waarop Jezus zijn Meester verloochent,
vind ik een van de meest ontroerende en aangrijpende gebeurtenissen uit de Bijbel.
Ontroerend, omdat Petrus zijn Meester niet kan loslaten.
Aangrijpend, omdat als het erop aan komt zijn Meester in de steek laat.
Ik kan dit verhaal niet lezen, zonder het op mijzelf te betrekken.
Ik moet er voor mijzelf wel over nadenken.
Daar is de Bijbel ook voor bedoeld, dat je als gelovige over jezelf nadenkt,
dat er vanuit de Bijbel de vraag naar jezelf toekomt: en ik dan?
Hoe staat het met mij? Wat zou ik hebben gedaan?

Wat ik gedaan zou hebben, dat weet ik niet.
Hoe wij op iets zouden reageren, dat kunnen wij niet weten.
Soms kun je van jezelf versteld staan, dat je iets durft of dat je rustig bent,
terwijl je ervan tevoren tegenop gezien hebt.
Soms kun je helemaal van slag zijn, zonder dat je erop bedacht bent.
We kunnen soms heel anders reageren dan we verwacht hadden.
Ik weet niet of ik het Petrus na had durven doen: achter Jezus aangaan,
ook nadat Hij werd meegenomen door de soldaten en dienaren van de hogepriester.
Want Petrus waagt zich toch wel in het hol van de leeuw.
Hij zoekt het gevaar wel op, terwijl hij net een aanslag heeft gepleegd
op Malchus, de dienaar van de hogepriester, van wie hij het oor afsloeg.
Terwijl de dreiging van een naderende dood al in de lucht hangt,
een grote groep soldaten, dienaren van een hogepriester,
leiders van het volk die al uitgesproken hebben, dat Jezus moest sterven,
één man om een heel volk te redden.
Ondanks alle dreiging gaat Petrus mee met die andere leerling,
die hem toegang biedt tot het huis van de hogepriester.
Ik weet niet of ik dat gedaan zou hebben,
maar ik vind het wel ontroerend wat PEtrus hier doet:
Hij toont zijn verbondenheid met Jezus.
Wat jullie ook met Jezus willen doen, ik hoor bij Hem,
jullie hebben ook met mij rekening te houden.
Zo had hij dat ook eerder tegen Jezus gezegd: Ik wil voor U door het vuur gaan.
Ik zal alles geven. Ik ben bereid om zelfs voor U te sterven.
Nee, bang was Petrus niet uitgevallen en loyaal is Petrus gebleven
ook nadat Jezus werd meegenomen door die legermacht.
Als geloven betekent bij Jezus horen en met Hem verbonden zijn,
dan laat Petrus zien dat Hij bij Jezus hoort.
Hij zoekt het samenzijn met Jezus weer op.
Maar juist dat breekt hem op, het wordt hem fataal.

Ik denk niet dat deze tragische gebeurtenis uit het leven in de Bijbel is opgenomen
om met de vinger te wijzen naar Petrus
om dan te doen alsof wij, als wij Petrus geweest zouden zijn,
niet in de fout zouden gaan om Jezus te verloochenen.
Ik denk dat veel gelovigen beseffen, dat wat Petrus overkomen is, hen ook kan overkomen.
Tijdens de opleiding kregen wij als studenten bij het vak pastoraat de vraag:
Op welke persoon uit de Bijbel lijk jij het meest?
Er waren er heel wat die zich op Petrus vonden lijken:
Aan de ene kant enthousiasme om over Christus te vertellen,
maar tegelijkertijd ook weten, dat je op een verkeerd moment kun opgeven,
als je wel gevraagd wordt om Jezus te belijden
Dat je dan kunt zeggen: Ik hoor niet bij Hem.
Als het verhaal in de Bijbel is opgenomen om iets te leren,
is dat de Bijbel geen gelovigen kent, die boven een ander uitstijgen,
die op een perfecte manier Jezus volgen.
Dat is aan de ene kant een geruststelling:
zelfs Petrus zat er op een afschuwelijke manier naast.
Nou, als zelfs Petrus mis kan zitten, dan is er voor mij ook hoop,
ik die ook zo vaak faal.
Toch is het ook een waarschuwing: dat wat Petrus overkwam,
kan ook mij overkomen, dat ik te weinig geloof heb om het met Jezus vol te houden.
Ook al begin ik vol goede moed en zet ik de eerste stap nog richting Jezus.

Ik denk dat dit verhaal van Petrus in de Bijbel is opgenomen, vooral is
om iets van de Heere Jezus te laten zien.
Dat er in wat er met Petrus gebeurt iets zichtbaar wordt van Christus.
Als Christus wordt ondervraagd door Pilatus en de vraag krijgt of hij een koning is,
geeft Jezus een antwoord: Als ik koning was, hadden mijn dienaren wel voor mij gevochten
Had Petrus dat niet gedaan, toen hij zijn zwaard trok en het oor afsloeg?
Had hij daarmee niet waargemaakt wat hij eerder aangaf
namelijk dat hij bereid was om zijn leven te geven voor Jezus.
Petrus wilde vooral een dienaar van Jezus zijn.
Dat is op zich een mooie invulling van geloof
en wij zouden blij zijn als iemand in de kerk zou aangeven
dat hij Christus wil dienen met alle inzet die hij heeft, voor Jezus wil gaan,
bereid om zich helemaal op te offeren en tot het uiterste in te zetten.
Hij is bereid om te dienen.
Petrus wil alleen niet gediend worden.
Petrus protesteerde toen Jezus hem de voeten wilde wassen:
Ik zou U moeten dienen, U moet mij helemaal niet dienen.
Zou Petrus niet naar het huis van de hogepriester zijn gegaan om Jezus ook daar te dienen.
Er is een uitleg – ik weet niet hoe geloofwaardig die is,
die aangeeft, dat Petrus daar in het huis van de hogepriester gewacht heeft op een teken
van zijn Meester om in actie te komen.
Er wordt geen reden gegeven.
De reden die ik kan bedenken, is dat Petrus naar binnen moest gaan
en dat zijn geloof in Jezus stuk moest breken,
omdat dit de enige manier was om te accepteren
dat Jezus kwam om hém, Petrus, te dienen.
Het is een harde manier geweest, Petrus wordt zijn geloof in Jezus ontnomen,
de Jezus zoals hijzelf Jezus voorgesteld had.
Er moet eerst wat gebeuren, voor Petrus zover komt,
Dat hij kan aanvaarden dat Jezus gekomen is om ook hem te dienen – en niet andersom.
eerst moet er bij Petrus een verkeerd beeld van Jezus uit de weg worden geruimd,
Een beeld waarin hij, Petrus, gelooft, maar niet helemaal klopt.
Petrus heeft het beeld van een koning voor wie gestreden moet worden,
en Petrus ziet zichzelf als verantwoordelijk: hij moet strijden voor Gods zaak.
De verloochening door Petrus werpt niet alleen licht op de zwakte van Petrus,
maar werpt ook licht op wie Christus is en op wat Hij kwam doen op aarde.
Om dat te kunnen zien, moet eerst zijn eigen geloof, zijn eigen band worden afgebroken.
Het geloof van Petrus is nog teveel een geloof van hemzelf,
en zijn beeld van Jezus bestaat eruit dat hij iets moet bijdragen, zich moet inzetten.

Zo’n koning ben Ik niet, zegt Jezus tegen Pilatus.
Ik ben geen koning die mensen aanzet voor mij te strijden.
De mensen die Mij gegeven zijn, zijn geen kanonnenvlees,
die opgeofferd worden voor een hoger ideaal.
Zou Petrus dat gewild hebben: zijn leven inzetten voor een hoger ideaal,
het koninkrijk van Jezus,
waarvoor hij desnoods martelaar wil worden en geëerd met een standbeeld
Als dat koninkrijk eenmaal er is, als martelaar voor de goede zaak geëerd?
Als Jezus koning is, dan niet volgens menselijke maatstaven
als iemand die bezig is met zijn eigen macht,
om die macht te handhaven en uit te bouwen,
om gebruik te maken van mensen die aan je ondergeschikt zijn
of zelfs misbruik, om hen te gebruiken om je eigen naam te vestigen,
je eigen roem en glorie uit te bouwen.
Nee, zegt Jezus, een echte koning is een herder
Een echte herder offert zijn schapen niet op,
maar is bereid om zelf voor zijn schapen te sterven.
Niet Petrus moet voor Jezus sterven, maar Jezus moet voor Petrus sterven.
Was PEtrus nu al die bijzondere handeling van diezelfde avond nog vergeten,
waarbij Jezus opstond, om zijn mantel af te doen
en daarna knielde bij hem en de andere discipelen.
Petrus, jij dient Mij niet, maar Ik dien jou.

PEtrus kan het niet zien.
Petrus volgt zijn eigen Jezus en moet die Jezus opgeven
en ontdekt dat pas als hij de haan hoort kraaien
nadat hij drie keer heeft aangegeven dat hij niet bij deze Jezus hoort.
Petrus moet zijn eigen Jezus opgeven, dat is zijn strijd,
Waardoor hij niet kan zien wie Jezus wel is.
Terwijl Petrus daar struikelt en zich van Jezus verwijdert, wordt Jezus ondervraagd.
Dat gaat samen op. Twee gebeurtenissen op hetzelfde moment.
Petrus die bevraagd wordt en zegt dat hij niet bij Jezus hoort
en Jezus die ook bevraagd wordt.
Jezus wordt bevraagd door de leiders van het volk,
die zich zorgen maken over de invloed van Jezus op het volk.
Jezus wordt aan de tand gevoeld over wat hij vertelde, maar dat niet alleen.
Hij moet ook over zijn discipelen vertellen.
Hij had kunnen vertellen: willen jullie weten wie mijn leerlingen zijn?
Daar beneden is er een, die bezig is om zich van mij te verwijderen,
die mij aan het verloochenen is.
Maar Jezus zegt iets anders, zijn woorden zijn ruim, royaal.
Jullie maken je zorgen over wat Ik verteld heb en over wie Mijn leerlingen zijn?
Iedereen kan Mijn leerling zijn.
Ik heb in het openbaar gesproken, Ik heb het Woord gezaaid
En jullie zullen nog versteld staan hoeveel Ik gezaaid heb,
bij hoevelen die zaden zullen ontkiemen en gaan uitgroeien tot geloof in Mij.
Wat Jezus zegt, lijkt gelijk onderuit gehaald te worden door Petrus.
Daar staat Jezus als een meester zonder enige leerling,
een koning zonder enige onderdaan,
Die grote aantallen die in Hem zullen geloven, die van Hem zijn,
dat is wat we in deze tijd zouden zeggen: nepnieuws. Daar is niets van waar.
Integendeel, degene die Hem nog gevolgd was, zegt dat hij niet bij Jezus hoort.
hij zal er om uitgelachen worden, dat Hij zichzelf als koning heeft uitgegeven.
Is dat, is dat Mijn koning, is dat der vaad’ren wens?

Alleen het geloof ziet in Hem de koning.
Niet een koning, zoals het geloof van Petrus een koning in Hem zag.
Niet het ongeloof van Pilatus, die de bewering dat Jezus koning was, wel komisch vond,
interessant, maar te weinig reden om hem te laten doden.
Jezus zegt nooit voluit dat Hij koning van Israël,
wel dat Hij herder is, de goede herder, maar herder is in de Bijbel een ander beeld voor koning
Koning van heel de wereld, Koning van het universum,
die in Zijn eigen koninkrijk gekomen is, omdat er een andere macht in dat koninkrijk heerst:
de zonde, de duivel – donker is het geworden in Zijn koninkrijk van licht,
een duister waar Zijn onderdanen voor gekozen hebben.
Jezus betreedt de wereld, die Zijn koninkrijk is, maar geregeerd wordt door een andere vorst.
Tegen Nicodemus zei Jezus, dat hij niet gekomen was om de wereld te oordelen.
Daar had Hij wel alle reden toe, maar dan zou het duister voorgoed heersen
en zou de zonde de macht op deze wereld houden.
Hier wordt de koning van heel het heelal, die over alles oordeelt,
zelf aan een oordeel onderworpen, van de hogepriester, van de Romeinse stadhouder.
Jezus kiest om dat oordeel te ondergaan:
om van de waarheid te getuigen, zegt Jezus tegen Pilatus.
De waarheid is de donkerheid op deze wereld, de zelfgekozen nacht.
Als Ik word geoordeeld, zegt Jezus, dan wordt het duidelijk hoe het met de wereld voorstaat.
Een wereld die deze koning niet wil,
maar Gods oordeel is sterker dan de wil van de mensen.
De waarheid is niet alleen de menselijke waarheid van de zelfgekozen duisternis,
maar ook Gods waarheid, dat de zonde wordt veroordeeld,
maar ook wordt weggedragen en verbroken
en dat voor al degenen die aan Jezus zijn gegeven redding mogelijk is en nieuw leven.
Ook voor Petrus, die nu de band met Jezus loslaat,
maar later door Jezus weer wordt opgezocht en geroepen wordt,
opnieuw, als hij opnieuw aan een kolenvuur zit om zich te warmen.
Dan begrijpt Petrus het eindelijk: niet ik moest dienen, maar Hij.
Amen


Preek zondagmorgen 26 maart 2017

Preek zondagmorgen 26 maart 2017
Psalm 25:1-5; Johannes 18:1-11
Afsluiting winterwerk

Themazetting
Op het nieuws wordt gemeld dat er een grote hongersnood in Afrika is.
Volgende week zondag is er daarom een extra collecte.
Ook Demi wil wat doen om de mensen in Afrika te helpen.
Ze heeft namelijk de foto’s gezien: van kinderen, volwassenen, dieren.
Daar moet wat aan gedaan worden, zegt ze bij zichzelf.
Ze gaat naar haar vriendinnen Anna en Fleur toe:
‘We moeten wat doen voor de kinderen in Afrika die honger hebben.’
Anna wil meedoen, maar Fleur heeft eigenlijk geen zin om mee te doen.
‘Wat kan mij dat schelen, die honger in Afrika. Dat is zo ver weg!’
Fleur haakt af.
Dan proberen Anna en Demi wat te bedenken.
Ze komen er alleen niet uit.
Anna heeft andere ideeën dan Demi.
Demi wordt boos: ‘Het was mijn idee, dus je moet met mij meedoen.’
Anna zegt: ‘Als het niet mijn plan wordt, stop ik ermee.’
Ook Anna doet niet mee. Demi blijft teleurgesteld achter.
Dan weet ze niet wat ze moet doen.
In haar eentje durft ze niet zo goed.
Alleen langs de deuren gaan? Met haar vriendinnen had ze het gedurft, maar nu niet.
zou het wel zin hebben, als ze iets doet.
Ze zal vast maar een klein beetje ophalen, veel te weinig om echt iets te kunnen betekenen.
Teleurgesteld gaat ze naar huis. Het was een mooi idee, maar het gaat niets opleveren.

In het voorbeeld van Demi zien we iemand die een plan heeft,
best een goed plan, namelijk: iets doen voor mensen die het moeilijk hebben,
maar ze slaagt er niet in om dat plan uit te voeren.
Doordat de ene vriendin niet wil, met de andere een discussie over de manier waarop,
en omdat ze alleen het niet durft.
In de preek gaat het over de Heere Jezus, die in Zijn hele leven maar één plan had:
de mensen redden, vooral door te sterven aan het kruis.
Wat er ook gebeurde, niemand kon hem ervan afbrengen.
Ook als een vriend hem verraadde, als Hij gevangen genomen werd,
Hij bleef vasthouden aan Zijn plan. Dat moest gebeuren. Dat is zijn levensdoel.

Preek
Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Mensen hebben heel wat doelen die ze in hun leven willen bereiken.
Soms een doel, waar je maar even mee bezig bent, zoals Demi.
Ze zou er misschien maar een paar dagen mee bezig geweest zijn.
Soms hebben mensen een veel groter doel, een droom die niet altijd uit kan komen.
Als sporter uitblinken, zodat je mee kan doen met belangrijke nationale wedstrijden,
kampioen worden of zelfs meedoen met de Olympische Spelen.
Of op een heel andere manier belangrijk worden: minister-president van Nederland worden.
Je kunt ervan dromen om zo’n belangrijke sporter te zijn, of de baas van Nederland worden.
Zo makkelijk is dat echter niet: daar is heel wat voor nodig.
Als sporter moet je talent hebben, elke dag hard trainen, geen blessures krijgen.
Dat vraagt veel volhouden en doorzetten.
Ook als je minister-president wilt worden, is daar heel wat voor nodig
aan volhouden en doorzetten.
Dat wordt je niet zomaar.
Je kunt dat volhouden door bijvoorbeeld aan dat grote doel te denken: daar doe je het voor.
Daar werk je voor, daar vecht je voor om dat te bereiken!

Ook als je veel kleinere doelen hebt: als je vrachtwagenchauffeur wilt worden,
modeontwerpster, juffrouw of timmerman, moet je volhouden en doorzetten.
Door in ieder geval school af te maken en een vak te leren of een opleiding te volgen.
Zelf ben ik niet altijd een volhouder geweest.
Wanneer ik dacht dat ik het niet zou kunnen, dan gaf ik het al snel op. Of ik begon er niet aan.
Daarom ik heb zo’n bewondering voor de Heere Jezus.
Vanaf het moment dat Hij geboren werd, had Hij maar één doel,
want daarvoor was Hij op aarde gekomen.
Hij was geboren om te sterven.
Heel Zijn leven op aarde had Hij maar één doel:
door te sterven alle mensen te bevrijden van de zonde.
Dat heeft Hem een doorzetten en volhouden gekost!
Eerst groeide Hij op en wachtte Hij tot het Zijn tijd was om rond te trekken en te vertellen.
Toen Hij begon, kreeg Hij gelijk al met een moeilijkheid te maken:
de duivel die Hem uitprobeerde of Hij Zijn grote levensdoel niet op zou geven
voor een weg die veel makkelijker zou zijn,
waarbij Hij niet hoefde te sterven.
Nadat Hij dat had volgehouden, vertelde Hij aan de mensen waarom Hij gekomen was.
Toen had Hij weer met een moeilijkheid te maken:
er waren heel wat mensen die niet in Hem geloofden.
Zou de Heere Jezus nooit gedacht hebben:
Al die mensen die niet in Mij willen geloven, waar doe Ik het eigenlijk voor?
Daarom heb ik bewondering voor de Heere Jezus,
omdat Hij volhield en bij elke tegenslag dacht aan dat doel, waarom Hij gekomen was.
Zelfs toen Zijn dood dichterbij kwam, bleef Hij rustig
en dacht Hij er niet over om af te wijken van het grote doel waarom Hij gekomen was.
Het was avond en Jezus wist dat Hij deze avond gearresteerd zou worden
en toch ging de Heere Jezus de stad uit, de beek Kidron over
naar de tuin waarvan Hij wist dat Judas daar zou komen met een groep soldaten.
Zelfs het verraad van Zijn eigen leerling had er niet voor gezorgd
dat Jezus dat grote doel opgegeven had.
Dat moet Hem toch wel diep geraakt hebben:
Een van de twaalf leerlingen, die altijd bij Hem waren,
die gezien hadden wat Hij deed, erbij was bij de wonderen die Hij deed,
erbij was toen de Heere Jezus verkondigde.
Altijd dicht bij Jezus geweest en nu, deze avond zou hij komen,
om aan te wijzen wie zijn Meester was, zodat ze Hem zouden kunnen arresteren.
Zelfs dat hield Jezus niet tegen.
Zonder vrees gaat Hij de avond in, waarvan Jezus weet dat het Zijn laatste avond zal zijn.
Op de plek waar Hij vaak kwam, daar zal in gang gezet worden,
waarvoor Hij op aarde kwam: Zijn weg naar de dood aan het kruis.

In de verhalen die over de Heere Jezus verteld worden in de Bijbel
gaat het steeds over de vraag: hoor je bij Jezus of hoor je niet bij Hem.
Geloof je in Hem, dan hoor je bij Hem.
De 12 discipelen hebben steeds in Hem geloofd.
Daarom waren ze ook bij Hem.
Er was een moment, waarop iedereen bij Jezus wegliep, omdat ze niet meer konden geloven
in wat Hij zei, ze vonden Zijn boodschap te apart,
maar deze twaalf, ook Judas die Hem verraden zou, bleven bij Jezus.
Dat is geloven, dat je bij Jezus hoort en dat je met Hem samen bent.
Dat kan ook nu, als je gelooft, dan ben je nu ook bij Hem
en als je de verhalen over de Heere Jezus hoort, dan ben je ook bij Hem.
Dat is de reden waarom we als kerk clubwerk, zondagsschool en kindernevendienst hebben,
zodat je over de Heere Jezus hoort
En door over Hem te horen, dat je in Hem gaat geloven, dat je bij Hem gaat horen.
We hopen ook dat de leiding van de club, van de zondagsschool, van de kindernevendienst
voor jou een voorbeeld is, dat je andere mensen hebt
van wie je kunt leren en die het aan jou laten zien, dat je het geloven kunt afkijken.

Judas, de discipel, was eerst ook een voorbeeld.
Hij hield het eerst ook vol, toen bijna iedereen wegging
en zij met zijn twaalven bij Jezus achterbleven,
de enigen die op dat moment nog in de Heere Jezus geloofden.
Ook voor Judas is er een moment gekomen, waarop hij niet meer geloofde.
Hij hoort sindsdien bij een andere groep, die niet willen dat Jezus blijft leven.
Bij de groep van de Romeinse soldaten, bij de dienaren van de hogepriester
die met zijn allen komen om Jezus te arresteren, een grote groep.
Nog één keer heeft Judas de kans om te laten zien, waar hij bij hoort:
hoort hij bij Jezus, die hij enkele jaren gediend heeft,
of hoort hij bij de mensen die van Jezus niet willen weten.
De plek waar hij komt moet veel herinneringen hebben opgeroepen:
Hier is hij vaak geweest. Hoe vaak heeft hij hier niet naar de woorden van Jezus geluisterd.
Judas, hier was je zo vaak samen met Jezus.
Wat is er met je gebeurd, dat je nu niet meer bij Jezus wilt horen?
Judas, besef je niet wat je doet en wie je hiermee dient? In ieder geval Jezus niet!
Judas maakt de overstap naar de andere groep: de vijanden van Jezus.
Op de plek waar hij vaak met Jezus samen was,
staat Judas nu aan de andere kant, bij de mensen die Jezus meenemen en gaan doden.
Waar hoor jij bij?
Hoor jij bij degenen die in de Heere Jezus geloven?
Dat is wel ons doel met het clubwerk en met alles wat in de kerk gebeurt
en wat je ouders thuis jou meegeven: zodat jij ook bij de Heere Jezus hoort.

Ondanks de keuze van Judas doet Jezus geen stap terug
en stapt Hij vol vertrouwen, vol zekerheid naar voren: dit moet Hij doen.
Dit is het doel waarom Hij op aarde gekomen is.
Hij daagt hen zelfs uit: Wie zoeken jullie?
Jezus van Nazareth is het antwoord.
Ja, zo kennen de meeste mensen uit de tijd van Jezus hem.
Jezus die uit Nazareth komt.
Maar komt Jezus echt uit Nazareth? Ja, daar is Hij opgegroeid.
Jezus komt ergens anders vandaan: van boven, uit de hemel, bij God vandaan.
Dan zegt Jezus tegen al die mensen die Hem komen arresteren:
Ja, Jezus uit Nazareth, dat ben Ik inderdaad.
Maar Hij zegt het op zo’n manier, dat de mensen die Hem gevangen nemen,
ontdekken wie Hij werkelijk is, meer dan een mens,
maar Jezus met de kracht van God, omdat Hijzelf ook God is.
Ik ben het – dat is de naam van God, Ik ben die Ik ben.
Ik ben het, zegt Jezus tegen de mensen – en Judas hoort Hem dat zeggen
en ziet wat er gebeurt: alle soldaten die de macht van Jezus merken.
Ze deinzen achteruit, ze vallen op de grond, als verslagen en overwonnen soldaten.
Machtig staat Hij daar, aan het begin van de weg die leidt naar de dood.
Ik ben die Ik ben – dat is de naam van God die Zijn volk bevrijdt.
Zoals de profeet Jesaja tegen het volk Israël, dat met moeite nog kan geloven in God
de naam van God uitspreekt: Ik ben – Ik ben Uw schepper, Uw formeerder,
Ik ben – zegt Jezus en alles wat het Oude Testament over God zegt,
kun je daarin horen: Ik heb jullie gemaakt en Ik zal jullie bevrijden.
Hier ben Ik, neem Mij mee, want deze weg moet Ik gaan.
Dat is mijn grote levensdoel en niets kan Mij daar van afhouden.
Jezus houdt vol en zet door.

Nogmaals vraagt Jezus: Wie zoeken jullie
en dan zegt Hij: Ik heb toch gezegd dat Ik het ben.
Als jullie mij zoeken, laat dan de andere leerlingen gaan.
Jezus zegt dat voor de leerlingen, ook nog eens voor Judas, en ook voor ons:
Laat hen gaan, want Jezus geeft daarmee aan wie Hij is.
Hij heeft daar eerder over verteld en Judas was erbij en ook Petrus:
Hij vertelde over een schaapskooi en schapen,
over dieven en rovers, die binnenkwamen om schapen te stelen.
Hij vertelde ook hoe je een echte herder kunt herkennen.
De echte herder ken je daaraan, dat Hij vecht voor Zijn schapen.
Een echte herder loopt niet weg als er gevaar komt.
Als het echt nodig is, is een echte herder bereid om te sterven voor Zijn schapen.
Toen zei Jezus daarbij: Ik ben die goede herder
en ik geef Mijn leven om Mijn schapen te redden.
Omdat Ik sterf, kunnen Mijn schapen leven en worden zij gered.
Als Ik moet sterven, laat Mijn leerlingen dan gaan.
Dat is wat Jezus ook tegen de duivel, tegen de zonde en de dood zegt:
Als Ik sterf, laat Mijn leerlingen dan gaan, ook degenen die nu hier in Oldebroek wonen
en in het afgelopen jaar over Mij gehoord hebben en geloven, want ze horen bij Mij.
Voor hen sterf Ik, zodat zij vrij kunnen worden, vrij van de zonde.

Het is al nacht als de soldaten komen om Jezus gevangen te nemen,
als Jezus daar staat en zegt: neem Mij maar mee. Ik moet dit doen.
Want ze komen met lampen en fakkels.
Dat is niet zomaar.
Zo donker is het in een wereld zonder God.
Jezus zei over zichzelf: Ik ben het licht van de wereld.
In de wereld die zo donker is zonder God kom Ik het licht brengen.
Ik ben dat licht.
De soldaten en de dienaren van de hogepriester, ze zijn gekomen
om het licht van de wereld weg te doen en doen alsof ze zonder Jezus als het licht kunnen.
Ze nemen hun eigen licht mee, om het donker weg te doen,
maar echt krijgen ze het niet weg.
En toch, wat die soldaten en die dienaren doen, dat moet gebeuren.
Zodat aan het kruis het licht kan stralen over heel de wereld.
Zo dat Jezus kan zeggen: Het is volbracht, het is klaar met zonde en de duivel
hun macht is voorbij en het duister hoeft niet meer.
Niets kon Jezus tegenhouden: Judas niet, de soldaten niet, de dienaren niet,
Pilatus niet en de hogepriester niet.
Jezus had een doel, het hoogste doel dat er was. En dat doel heeft Hij behaald.
Dat is ons geluk.
Elke keer als we over de Heere Jezus horen, mogen we zeggen:
Dank U wel, Heere Jezus, dat U volhield en doorzette,
dat U dat deed voor ons.
Dat Ik bij U mag horen, omdat U voor mij stierf.
Dat het in mijn leven nooit meer donker hoeft te zijn, omdat ik van U mag zijn
en U mijn Heer wilt zijn en ik in U mag geloven.
Amen










Herstel van geschonden recht en gerechtigheid

Herstel van geschonden recht en gerechtigheid
Christus’ sterven aan het kruis als rectificatie – Fleming Rutledge 3

Dat Jezus stierf aan het kruis, is volgens Rutledge geen toevalligheid.  De vraag waarom Jezus moest sterven is onvolledig als daar niet de manier waarop wordt toegevoegd. Waarom deze gruwelijke en gewelddadige dood om Gods liefde te laten zien? Waarom deze manier van sterven om verzoening en verlossing tot stand te brengen? In het kruis gaat het om God die gerechtigheid brengt door middel van rectificatie.

Dat is de vraag die centraal staat in het derde hoofdstuk van The Crucifixion van Fleming Rutledgde. Dit hoofdstuk is een brug naar het vierde hoofdstuk over de relevantie van de gedachten van Anselmus voor onze tijd.

Onrechtvaardigheid
Om de diepte van Christus’ sterven aan het kruis te doorgronden, kunnen we niet om de betekenis van onrecht en onrechtvaardigheid heen, volgens Rutledge. Dat het kruis te maken heeft met rechtvaardigheid, waardoor God onrecht recht zet, wordt – aldus Rutledge nogal eens vergeten.

Gods karakter
Bijna iedereen, zelfs mensen die niet kerkelijk betrokken zijn, weten dat God volgens de Bijbel liefde is. Veel mensen kennen zelfs het Griekse woord agapè. Dat Christus’ dood ook te maken heeft met dikaiosynè (recht, gerechtigheid) verliezen veel mensen uit het oog. Gods rechtvaardigheid en Zijn streven naar recht is net zo wezenlijk voor de Bijbel als Gods liefde. Recht en gerechtigheid zijn net als liefde onderdeel van Gods karakter.

Rectificatie
In heel het Oude Testament kunnen we zien dat God streeft naar recht en gerechtigheid. Dat streven is tegelijkertijd een strijden tegen onrecht. God vraagt van Zijn volk om recht en gerechtigheid in praktijk te brengen. God herstelt recht en gerechtigheid waar recht en gerechtigheid geschonden worden. Gods handelen is gericht op herstel, rectificatie.

Vergeven?
Het is een gewoonte van christenen om snel te spreken over vergeven en over Gods barmhartigheid. Daarmee verliezen christenen uit het oog dat voor de Bijbel vergeving en barmhartigheid niet losgemaakt kunnen worden van herstel van recht en gerechtigheid. Rutledge geeft een voorbeeld uit haar eigen land: in de VS zijn er nogal wat schietpartijen op scholen geweest met verschillende leerlingen en studenten die gedood werden. Een van de allereerste  vragen die aan de nabestaanden en de medeleerlingen gesteld werd, was of zij de daders konden vergeven. Volgens haar is vergeving als zodanig niet de essentie van het christelijk geloof, maar moet worden gezien in relatie tot recht en gerechtigheid.

Gaten blijven
Rutledge geeft een verhaal door, opgetekend door een journalist ten tijde van de uittocht van Albaniërs uit Kosovo: Een vader slaat elke keer een spijker in een stuk hout als zijn zoon iets verkeerd heeft gedaan. Wanneer de jongen iets goeds gedaan heeft, haalt hij er weer een spijker uit. Uiteindelijk wist de jongen zijn vader zover te krijgen om alle spijkers eruit te halen. De spijkers waren eruit, maar in het hout zaten nog wel de gaten die de spijkers geslagen hadden. Die gaten blijven altijd.

Wel erkenning, geen herstel
Rutledge geeft voorbeelden van Rwanda na de genocide en de Waarheids- en Verzoeningscommissie uit het Zuid-Afrika van na de apartheid. In beide gevallen ging het er eerst om recht te doen aan slachtoffers, aan het leed dat geleden werd. Er kon geen volledig herstel plaatsvinden. Het recht dat kon geschieden was om de verhalen te vertellen van wat er gebeurd was: de daders moesten vertellen wat zij gedaan hadden, leed werd benoemd, namen van slachtoffers werden genoemd. Terwijl de beulen moesten vertellen wat zij gedaan hadden, waren nabestaanden van de slachtoffers aanwezig. Alleen al het openlijk vertellen, gaf een erkenning. Rechtgezet en hersteld worden kon er niet, want de gaten blijven.

Daders van morgen
De Waarheids- en Verzoeningscommissie werd geleid door aartsbisschop Desmond Tutu. Hij leidde de commissie op een wijze manier. Ook de zwarte bladzijden van het ANC werden publiekelijk verteld. Hij zorgde ervoor dat hij politiek onafhankelijk bleef, om te kunnen spreken wanneer de huidige regering de macht zou misbruiken. Bovendien werd hij geleid door het besef dat de slachtoffers van gisteren de daders van morgen kunnen zijn.

Erkenning
Het verleden kan niet hersteld worden door straf, gaf hij aan. We kunnen alleen de zwarte bladzijden herinneren. Daarom moeten die ook verteld worden. Een slachtoffer van onrecht en onderdrukking verliest zijn waardigheid als persoon. Gerechtigheid is erop gericht om die waardigheid zoveel als mogelijk te herstellen. Dat herstel van die waardigheid kan alleen door openlijk te vertellen wat er gebeurd is. Dan vergeet de natie het niet en krijgt het slachtoffer publiekelijk erkenning voor het leed dat is aangericht.

Herstel van een morele wereld
Michael Ignatieff, een schrijver zonder godsdienstige achtergrond was getuige van het optreden van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Hij schreef daarover: recht en gerechtigheid wordt meestal geassocieerd met straf. Het gaat echter om het herstel van een morele wereld. De commissie was voor hem een publieke ruimte waar waarheid waarheid mocht zijn en leugen leugen.

Wegkijk-mentaliteit
Deze inzichten wil Rutledge vruchtbaar maken voor haar antwoord op de vraag waarom Jezus aan het kruis moest sterven. Concluderend:
(1) Er is een diep menselijk verlangen naar waarheid en recht en gerechtigheid.
(2) Mensen zijn individueel en collectief niet in staat om volledig recht te doen aan wat er is aangericht. Een volledig herstel door mensen is onmogelijk.

De noodzaak tot recht en gerechtigheid en het herstel hiervan wanneer dit grof geschonden is, wordt slechts door weinigen ingezien. Alleen door degenen die het nieuws intensief volgen. Een groot deel van haar landgenoten worden gekenmerkt door een wegkijk-mentaliteit. Het kruis op Golgotha laat zien dat God niet door een wegkijk-mentaliteit beheerst wordt.
Wanneer we het kruis op Golgotha alleen uitleggen als vergeving, schieten we tekort. Er moet ook herstel van recht zijn wat geschonden is. De Bijbel spreekt er voortdurend over dat God handelt om geschonden recht en gerechtigheid te herstellen.


Relatie tussen recht en barmhartigheid
Het is niet gemakkelijk om in onze westerse cultuur te spreken over het kruis als herstel van geschonden recht. Er zijn uitdagingen voor de kerk:
(1) De Bijbel gaat uit van een gevallen mensheid. Maar hoe kun je daar op een goede en overtuigende manier over spreken in een feel good-maatschappij?
(2) Wanneer op een seculiere wijze recht en gerechtigheid wordt hersteld, mag dat gewaardeerd worden als een diep verlangen naar solidariteit tussen alle mensen.
(3) Niet altijd is direct duidelijk hoe christenen hebben te reageren op onrecht. Wanneer mag er sprake zijn van barmhartigheid en wanneer gaat het herstel van geschonden recht voorop?

Proportioneel
In april 1994 schoten twee Amerikaanse gevechtsvliegtuigen in de no fly-zone boven Irak twee helikopters van hun eigen leger neer. 26 soldaten kwamen om door friendly fire. Slechts één officier werd veroordeeld. In hoger beroep werd hij echter vrijgesproken. Wat de nabestaanden van dit afschuwelijke ongeval het meest dwars zat, was dat hun verdriet en pijn niet serieus genomen werd. Ze hadden het idee dat het hele gebeuren in een doofpot werd gestopt. Een van de vrouwen van de omgekomen militairen zei: ‘Ik was verbouwereerd dat er 26 soldaten om kunnen komen, zonder dat er een militair verantwoordelijk wordt gesteld.’
Het gaat Rutledge niet om de juistheid van het vonnis, maar om de verantwoordelijkheid die ontbrak. Ze wil dit voorbeeld gebruiken om uit te leggen wat er aan het kruis gebeurde:
– Eén mens die de verantwoordelijkheid nam voor velen.
– De relatie tussen het offer dat gebracht wordt en de omvang van de schade die is aangericht.

God neemt verantwoordelijkheid
In het kruis gaat het om recht en gerechtigheid in juiste proporties met wat mensen hebben aangericht. In het kruis wordt de wandaad niet verdoezeld, maar wordt zichtbaar dat God de verantwoordelijkheid voor de wandaden op zich neemt. God nemt die verantwoordelijkheid aan het kruis op zich, om recht en gerechtigheid te herstellen. Het kruis kan daarom niet losgemaakt worden van de toorn van God. Toorn is geen emotie, maar een handeling waarin God rechtzet.

Apocalyptiek
In het Oude Testament is de gedachte dat God ingrijpt in deze werkelijkheid om het recht en de gerechtigheid weer te herstellen. Na de ballingschap komt de gedachte op dat dit herstel pas aan het einde van de geschiedenis plaatsvindt: de apocalyptiek komt op. De nieuwtestamenticus Ernst Käsemann stelde dat de apocalyptiek de moeder van elke christelijke theologie is. Käsemann kreeg later te maken met de diepere betekenis van zijn stelling toen zijn dochter Elisabeth verdween ten tijde van de militaire junta in Argentinië. Elisabeth Käsemann werd gemarteld en vermoord. Lange tijd zweeg het regime over wat er gebeurd was. En in 2011 werden de beulen veroordeeld.

Nieuwe betekenis van gerechtigheid
In het Nieuwe Testament wordt de apocalyptische lijn doorgetrokken. De grondgedachte is dat de hele mensheid door eigen schuld in de macht van de zonde terecht gekomen is. De mensheid is een gevallen mensheid. In het Nieuwe Testament komt dan een nieuwe betekenis van gerechtigheid op: gerechtigheid is geen menselijke mogelijkheid meer; alleen God kan nog gerechtigheid brengen: een reddende en verlossende gerechtigheid. Omdat de hele mensheid gevallen is, heeft ieder mens die bevrijding en redding nodig. Die redding en bevrijding is gekomen door dat Christus stierf aan het kruis. Het kruis is de meest brute en meest inhumane vorm van sterven. Jezus sterft een dood waarin Hij ontmenselijkt wordt.In het kruis wordt Gods gerechtigheid zichtbaar, aldus Paulus. Omdat aan het kruis Christus het oordeel over deze wereld op zich neem. Dat is de manier waarop God zelf geschonden recht en gerechtigheid recht zet.

[Met deze uitleg van het kruis als herstel van geschonden recht en gerechtigheid door God zelf is de visie van Anselmus op de betekenis van Christus’ sterven aan het kruis beter te begrijpen. Daarover het volgende blog over Rutledges boek.]

N.a.v. Fleming Rutledge, The Crucificixion. Understanding the Death of Jesus Christ (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015)  106-145


 

Hou(d)vast hoodfstuk 16 Verlangen naar meer. Vrucht van de Geest

Hou(d)vast hoodfstuk 16 Verlangen naar meer. Vrucht van de Geest

In dit hoofdstuk zijn we bezig met wat de Heilige Geest in jouw leven doet. Wat doet de Heilige Geest in jouw leven?

  • Hij zorgt ervoor dat je gaat geloven.
  • Hij zorgt ervoor dat je gelooft groeit:
    – Je gaat meer begrijpen
    – Er komt meer liefde voor Christus
    – Je bent er vaker mee bezig

 

 

  • De Geest zorgt ervoor dat je meer op Christus gaat lijken.

 

Vraag 1: Lees het stukje op p. 115 en beantwoordt de vraag in het boekje. Extra vraag: Kun je aangeven op hoe je in het afgelopen jaar bent veranderd? Kun je ook aangeven hoe dat gekomen is? Dank je God ook wel eens voor die veranderingen?

Veranderingen:


Oorzaak:


Ik wil danken voor:

Vraag 2: Groeien in geloof kun je alleen als je verbonden bent met de Heere Jezus. Dat komt in het Bijbelgedeelte op p. 115 (Johannes 15:1-8) naar voren. In dit Bijbelgedeelte vergelijkt Jezus zichzelf met een wijnstok. De gelovige is een tak (een rank) die aan de wijnstok vastzit. Doordat de tak vastzit aan de plant kan de tak water en voeding krijgen en kunnen er vruchten groeien aan de tak. Zo kan doordat de gelovige verbonden is met de Heere Jezus de Heilige Geest in ons ‘overstromen’ (dat is dan het water, de voedingsstoffen) en kunnen wij, gelovige, vrucht dragen. De vrucht, dat is dus het effect van de Geest in jouw leven. Welk effect wil jij van de Heilige Geest in jouw leven? (zie ook p. 119)

De Geest heeft effect. Toch gaat niet alles perfect als gelovige. Daar kun je best last van hebben. Op p. 116 worden enkele voorbeelden gegeven:
– Jantine die geen rust vindt
– Mark die toch steeds weer op verleidingen ingaat.
Het feit dat je er mee worstelt is een vrucht van de Geest. Ook het verlangen naar verandering in jouw leven is ook een vrucht van de Geest. Kun je vrucht in je leven zien? Of ben je te kritisch op jezelf? Welke vrucht ziet God in jouw leven?

Vraag 4: In Galaten 5:22 wordt de vrucht van de Geest wat meer uitgelegd. Paulus bedoelt 1 vrucht die uit 9 onderdelen bestaat. Geef van die 9 onderdelen aan waarom de Geest dit in jouw leven wil bereiken. Geef ook aan op welke manier deze vrucht in jouw leven groeit. (Wees niet te kritisch! Het is gemakkelijker om te zeggen dat je er niets van ziet. Probeer vooral te kijken wat je er wel van ziet in jouw leven)

liefde
De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze liefde zie ik dit in mijn leven groeien:

blijdschap

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze blijdschap zie ik dit in mijn leven groeien:

vrede

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze vrede zie ik dit in mijn leven groeien:

geduld

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van dit geduld zie ik dit in mijn leven groeien:

vriendelijkheid

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze vriendelijkheid zie ik dit in mijn leven groeien:

goedheid

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze goedheid zie ik dit in mijn leven groeien:

geloof

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van dit geloof zie ik dit in mijn leven groeien:

zachtmoedigheid

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze zachtmoedigheid zie ik dit in mijn leven groeien:

zelfbeheersing

De Geest laat deze vrucht in mij groeien, omdat….

Van deze zelfbeheersing zie ik dit in mijn leven groeien:


De godloosheid van het kruis

De godloosheid van het kruis

Jezus stierf aan het kruis. Voor het christelijk geloof is het niet alleen van belang dat Jezus stierf, maar ook het hoe van Zijn dood heeft grote betekenis voor de boodschap van het christelijk geloof. De manier waarop Hij stierf het het christelijk geloof voor altijd bepaald. De vraag waarom Jezus moest sterven is daarom een vraag die tekortschiet. De vraag moet zijn: waarom moest Jezus sterven aan het kruis?

Degradatie, ontmenselijking
Het kenmerkende van de dood aan het kruis is dat het om totale ontmenselijking en totale degradatie gaat. Het kruis is de meest inhumane manier van sterven. Voor de Romeinen van de clou van de kruisdood juist de totale ontmenselijking, totale schande, totale degradatie.
De Schepper en Heer van het universum kiest ervoor om deze laagste vorm van de dood te sterven: Jezus sterft niet de dood van een martelaar, maar de dood van een vervloekte, buitengesloten van de gemeenschap met God. Het kruis is totale godloosheid. Het kruis is een doorbreking van alle menselijke religiositeit. Het tegenovergestelde van wat mensen van God verwachten.

Idealisatie
Daarom is het uitzonderlijk dat het kruis wel een religieus symbool geworden is. Voorwerp van romantische verbeelding en idealisatie. Die religieuze strekking wordt ook door niet-gelovigen ingezien: een kruis in de openbare ruimte roept wel discussie op (zie VS en Duitsland), terwijl een kerstboom of een chanoeka-kandelaar die discussie niet oproept.

Vernedering
De dood aan het kruis is met niets uit de Amerikaanse cultuur te vergelijken. Zelfs een vergelijking met de elektrische stoel schiet tekort. De enige overeenkomst die er is, is dat bij de elektrische stoel het vaak om mensen de laagste klasse van de samenleving gaat die deze straf krijgen. Het enige waarmee het te vergelijken is, zijn de reacties van Amerikaanse soldaten op de afbeelding van Jezus aan het kruis: dit hebben wij in Irak gezien, in de vernedering van Iraakse soldaten.

Korinthische mentaliteit
Het kenmerkende van Jezus’ sterven aan het kruis is niet het lichamelijk lijden. De schaamte, de schande, de vernedering, de totale godloosheid is van grotere betekenis. Voor de eerste christenen was de dood van Jezus aan het kruis moeilijk te verkopen: een ergernis, een dwaasheid (1 Korinthe 1:18-25). Alleen deze schande, totale godloosheid en vernedering van Gods Zoon is Gods kracht. Zowel Joden als heidenen willen het kruis niet. Rutledge komt deze ‘Korintische mentaliteit’ ook veel in hedendaagse Amerikaanse kerken tegen. Daar wordt de theologie van het kruis liever ingeruild voor een theologia gloriae.

Vervloekte
Om deze theologia gloriae te doorbreken zou een preek op Goede Vrijdag over Galaten 3:10-14 niet verkeerd zijn. Daarin werkt Paulus uit dat Jezus stierf als vervloekte. Zodat hedendaagse gelovigen inzien waarom God juist deze vorm van sterven heeft gekozen om Christus te laten sterven.

N.a.v. Fleming Rutledge, The Crucifixion. Understanding the Death of Jesus (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015) 72-105

Het kruis als de kern

Het kruis als de kern

Christus als de gekruisigde is de kern van het christelijk geloof. Hoe verschillend de 4 canonieke evangeliën mogen zijn, als het gaat om de kern stemmen ze overeen: het kruis is de climax van Jezus’ weg op aarde. Daarom is vanaf het begin het christendom het kruis en de boodschap van het kruis de kern van de theologie. Het kruis is de toetssteen voor wat authentiek christelijk is.

In de traditie van het christelijk geloof zijn er altijd manieren geweest om het kruis niet centraal te hoeven stellen:
– een theologie van de glorie en overwinning (in tegenstelling tot een theologie van het kruis).
– het gnosticisme als verleiding.

Verleiding van het gnosticisme
In de geschiedenis van het christendom is het gnosticisme de grootste verleiding geweest. Het gnosticisme is een vrij ingewikkeld verschijnsel. Kenmerken zijn:
(1) Een bevoorrechte spirituele kennis dat leidt tot verlossing en verlichting.
(2) Een hiërarchie binnen de gemeenschap waarbij mensen met die bevoorrechte kennis aan de top staan en ontstegen zijn aan gewone stervelingen die deze kennis niet hebben.
(3) Een theologie, waarbij het kruis als lijden niet gewenst of niet nodig is. Om verlossing en verlichting te bereiken is er geen verlossend lijden nodig.

Invloedrijk
Volgens Rutledge is een hedendaagse variant van dit gnosticisme erg invloedrijk in de Amerikaanse kerken, omdat deze vorm van gnosticisme erg goed past bij de Amerikaanse normen en waarden. Ze vindt het belangrijk om in te gaan op dit gnosticisme (en dit te bestrijden), omdat dit gedachtengoed een belangrijke obstakel is om de Bijbelse betekenis van het kruis te begrijpen.

Voor Rutledge is het kruis een streep door alle menselijke religiositeit. Onder religiositeit verstaat ze menselijke verlangens en wensen. God kiest in het kruis een weg die niet past bij de menselijke verwachtingen en wensen. (Dit wordt in het volgende hoofdstuk uitgewerkt: de godloosheid van het kruis.)

Kruis niet meer vanzelfsprekend de kern
In de afgelopen decennia is het kruis, waaraan Christus stierf, inclusief de betekenis daarvan niet voor iedereen meer de kern:
– De aandacht voor het leven van Jezus en de zoektocht naar de historische Jezus doet het kruis als climax naar de achtergrond verschuiven.
– De aandacht voor de incarnatie van Christus, waarbij de incarnatie de betekenis krijgt dat God de wereld zoals de wereld is onvoorwaardelijk aanvaardt. De wereld waarin Christus incarneert is niet meer de gevallen wereld.
– Door een verschuiving in de liturgische accenten, waarbij Pasen meer nadruk krijgt dan Goede Vrijdag. Een verschuiving neemt ze ook waar in accenten rondom avondmaal, die meer vanuit Pasen wordt geduid.

Rutledge brengt daar tegenin:
– Wanneer het kruis niet meer de climax is van het leven van de historische Jezus wordt de historische Jezus ontdaan van elke transcendente en religieuze betekenis. Wat we weten over de historische Jezus hebben we te danken aan de verhalen die bewaard zijn gebleven en doorverteld omdat de Gekruisigde is opgestaan.
– Het kruis is niet los te maken van de incarnatie: zonder incarnatie geen kruis. Als omgekeerd de incarnatie wel losgemaakt wordt van het kruis is er geen ruimte meer voor thema’s als oordeel en redding.
– Het is geen goede zaak als in de liturgie Goede Vrijdag en Pasen tegenover elkaar worden uitgespeeld. Opstanding is niet los te maken van het kruis, want de Gekruisigde werd opgewekt. Van oudsher was er in het kerkelijk jaar een verband tussen Goede Vrijdag en Pasen in het Triduum.
– In de Bijbelse gegevens over het avondmaal wordt nadrukkelijk de link met het kruis gelegd. Avondmaal staat in het teken van het kruis.

Voor Rutledge genoeg reden om te blijven bij de klassieke theologie, die het kruis en de betekenis daarvan centraal stelt. Christelijke theologie is kruistheologie.

N.a.v. Fleming Rutledge, The Cricifixion. Understanding the Death of Jesus Christ (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015) 41-71.