Tijdens huisbezoek de geloofsopvoeding aan de orde stellen

Tijdens huisbezoek de geloofsopvoeding aan de orde stellen

Wim Hogenbrink is net bevestigd als ouderling als de kerkenraad het besluit neemt om dit seizoen aandacht te besteden aan geloofsopvoeding binnen de gezinnen. Bij het besluit hoort ook dat de ouderlingen op huisbezoek dit thema aan de orde stellen. Tijdens het gesprek op de kerkenraad ging het door Wim heen: ‘Maar hoe dan?’ Omdat hij nog maar net bevestigd is, durfde hij dat niet goed aan de orde te stellen. Eerst er maar eens voor zichzelf over nadenken. Onderweg naar huis piekert hij verder: Hoe gaat de geloofsopvoeding in zijn eigen gezin eigenlijk? Hoe vertelt hij aan zijn eigen kinderen over Christus? En wat pikken ze van hem op? Hij begint zich ineens zorgen te maken over hoe hij het zelf als vader de geloofsopvoeding van zijn kinderen doet. En dan moet hij aan andere ouders gaan vertellen hoe het moet?

Geloofsopvoeding is een breed begrip. Het helpt Wim als geloofsopvoeding concreet gemaakt wordt om op huisbezoek erover te beginnen. Bij geloofsopvoeding kunnen we denken aan:

  • Lezen in de Bijbel of de kinderbijbel, bijvoorbeeld bij de afsluiting van de maaltijd.
  • Ouders die bidden voor hun kinderen, met hun kinderen of hun kinderen leren bidden.
  • Met elkaar doorpraten over wat er zojuist in de Bijbel gelezen is of op zondag over de kerkdienst en de preek.
  • Ouders die iets vertellen over hun eigen leven met Christus om zo hun kinderen te laten zien hoe zij zelf Christus kunnen leren kennen en om te laten zien hoe hun geloof kan groeien.
  • Vaste gebruiken: het bidden voor en na het eten, voor het slapen gaan, bij het opstaan, Bijbel lezen, gebed voor het slapen gaan, het lezen in een dagboekje.
  • Het in het gezin vieren van bijzondere dagen, zoals Kerst, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, verjaardagen en de doopdagen van de gezinsleden.


Wanneer Wim op huisbezoek gaat, is het van belang dat hij beseft dat alle gezinnen waar hij komt in ieder geval een of meerdere vaste gebruiken heeft. Ook als hij komt bij gezinnen die minder actief bij de kerk betrokken zijn. Uit een Zwitsers onderzoek bleek dat 75% van de ouders, ook van niet-kerkelijk betrokken ouders, een avondritueel hadden waarbij een gebedje een vast onderdeel was.


Het kan zijn dat Wim hen wel moet helpen ontdekken dat ook dat een vorm van geloofsopvoeding is die ze aan hun kinderen meegeven. Ik kwam een keer bij een gezin. De vader zei bij toen ik was gaan zitten: ‘Wij zijn niet zo gelovig.’ Ik ging er niet gelijk op in, maar onthield die uitspraak wel om er later op terug te komen. Nadat ik wat verder in het gesprek was gekomen, zei ik: ‘U zegt dat u niet zo gelovig bent. Maar hoe onderhoud u dan uw geloof?’ ‘O, maar wij lezen wel uit de Bijbel en bidden ook.’ ‘Maar u zei: “Wij zijn niet zo gelovig.” Hoe zit het dan?’ ‘Wij gaan niet naar de kerk.’ ‘En op zondag?’ ‘Dan luisteren we naar een kerkdienst op de radio.’ ‘Dan komt het helemaal niet, dat u zegt: “Wij zijn niet zo gelovig.” U doet alles wat een gelovige doet. U gaat alleen niet naar de kerk. Niet dat kerkgang onbelangrijk is, maar als u de rest wel doet dan bent u best veel bezig met het geloof.’


De vragen die ik in dit gesprek stelde, waren nieuwsgierig, vanuit betrokkenheid bedoeld. Wanneer Wim op bezoek gaat, is het belangrijk dat hij ook een betrokken nieuwsgierigheid laat zien. Hij moet het gezin dat hij bezoekt niet gaan beoordelen of ze het wel goed doen en of ze wel genoeg tijd besteden. Het is zinvoller om hen te stimuleren in wat ze reeds doen en (voorzichtig) uit te dagen om ook iets anders op te pakken.


Om geloofsopvoeding in het huisbezoek aan de orde te stellen is de sfeer van het gesprek belangrijk. Dat is des te belangrijker omdat Wim namens de kerk komt en zijn insteek in het gesprek ook bepalend kan zijn voor het oordeel van het gezin over de kerk. Als Wim respectvol en betrokken is, op een positieve manier doorvraagt, kan er de benodigde openheid voor het geloofsgesprek komen. Het kan best zijn dat de ervaring van de vorige huisbezoeken in het gezin een rol spelen. Was het vorige huisbezoek goed, dan kan Wim daarvan profiteren in zijn bezoek. Was het een voor het gezin beroerd bezoek, dan moet Wim alle zeilen bijzetten om openheid te krijgen. Dan helpt oprechte belangstelling en respect om het vertrouwen te winnen.

Als Wim welkom is, mag hij erop vertrouwen dat het gezin waar hij op bezoek is er rekening mee houdt dat hij naar hun omgang met God vraagt. Zelfs bij leden die minder betrokken zijn. Als dat op een open, respectvolle manier gebeurt, vinden kerkleden het nogal eens fijn dat de ouderling erover begint. Vaak vinden ze het moeilijk om er zelf over te beginnen en wachten af tot de ouderling er tijdens huisbezoek over begint. Daar kan Wim gebruik van maken. Hij kan bijvoorbeeld het gesprek over de geloofsopvoeding inleiden met:

  • ‘U weet wellicht waar ik voor gekomen ben. Ik zou het ook willen hebben over uw band met God, maar ik vond het belangrijk om eerst met elkaar kennis te maken. Lukt het wel eens om tijd te nemen voor God?’
  • ‘We hebben als kerkenraad afgesproken om dit jaar op huisbezoek geloofsopvoeding aan de orde te stellen. Dan moet u denken aan Bijbel lezen, bidden, samen praten over de Heere Jezus. Ik ben eigenlijk wel benieuwd: hoe gaat dat hier?’

Belangrijk is dat er een open vraag komt, die uitnodigt om te vertellen, zonder dat de leden van dit gezin zich hoeven af te vragen welk antwoord gewenst is. Het kan voor Wim heel behulpzaam zijn om van tevoren na te denken over de manier waarop hij dit thema in het gesprek introduceert.

Er ontstaat een mooi gesprek als Wim daarop weet voort te borduren. Hij kan bijvoorbeeld vragen naar een mooi voorbeeld dat een van de gezinsleden altijd is bijgebleven. Hij kan vragen waar ze tegenaan lopen en dan met hen nadenken wat zij zelf al doen aan deze belemmeringen. Wanneer hij hoort dat ze best wat pogingen ondernemen om verder te komen, kan hij hen daar erkenning voor geven en eventueel laten zien hoe hij die belemmeringen zelf herkent en hoe hij er zelf in zijn gezin mee omgaat.

Wim geeft een extra waarde aan het huisbezoek als hij verdieping aanbrengt door te vragen naar de band die er met Christus is. Merken de ouders dat hun eigen band met Christus meer gaat leven of wordt versterkt door er zo mee bezig te zijn? Zien de ouders dat de manier waarop zij in hun gezin bezig zijn met Christus ook bij hun kinderen iets doet? Groeit er een eigen band van de kinderen met Christus? Groeit er verlangen om Hem te dienen en Hem beter te leren kennen?

Na een mooi gesprek kan er gedankt worden voor wat de ouders doen voor hun kinderen. In dat gebed bidt Wim om een zegen over het gezin en om de hulp van de Heilige Geest voor alle gezinsleden.

Geschreven voor HGJB Generator

Advertenties

Omgaan met twijfel bij jongeren

Omgaan met twijfel bij jongeren
Workshop HSJJ 12 oktober 2017.
(Zie voor programma: hier)

Groeien naar een volwassen, zelfstandige persoonlijkheid
Omdat jongeren groeien naar volwassenheid, bevinden ze zich in een levensfase waarin veel voor hen verandert. Ze groeien naar een zelfstandige persoonlijkheid. Ze worden geacht zelfstandig na te denken, beslissingen te nemen, zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven en voor de keuzes die ze maken. Dat is zowel een uitdaging als een grote klus. Deze uitdaging en deze klus vraagt veel van hen. De groei naar een volwassen, zelfstandige persoonlijkheid gaat niet vanzelf en kost veel innerlijke, psychische kracht. Jongeren kunnen in deze fase ook innerlijke schade oplopen. Omdat deze groei naar volwassenheid veel met hen doet en omdat het niet altijd goed lukt, worden ze gedwongen om over zichzelf na te denken. Niet altijd hebben ze daar de goede handvatten voor meegekregen.

Groeien naar een eigen,  volwassen, zelfstandig geloof
In deze fase van groeien naar een volwassen, zelfstandige persoonlijkheid groeien jongeren ook naar een volwassen, zelfstandige gelovige. Ze ontwikkelen hun eigen gedachten over God, over de kerk, over medegelovigen, andersgelovigen. Dat gebeurt op basis van de ervaringen die ze meemaken, wat ze tegenkomen en hun eigen denkprocessen.
Die ervaringen die ze hebben kunnen anders zijn, dan wat ze tot dan toe over God, over de kerk, over geloof hebben meegekregen. Hebben ze bijvoorbeeld gehoord dat God er altijd is, dan kan de ervaring van een jongere zijn dat ze helemaal niets van Hem ervaren. Ook al zoeken ze nog zo intens. Ze moeten gaan nadenken, hoe ze dat bij elkaar krijgen: de officiële leer van de kerk, van ouders, van school en hun eigen ervaring en gedachten. De een kiest ervoor om de eigen gedachten en ervaringen wat opzij te zetten en kiest voor de officiële versie. Een ander kan juist kritisch worden op de officiële versie en de eigen gedachten als uitgangspunt nemen. Voor elke jongere geldt dat ze in deze fase groeien naar een eigen, volwassen, zelfstandig geloof. Ze groeien – als het goed is naar een eigen band met Christus.

Hoe ontstaat twijfel?
Twijfel kan op verschillende manieren ontstaan:

 

  • Als de eigen ervaring met God (of juist geen ervaring met God) afwijkt van wat ze altijd hebben gehoord.
  • Als ze veel ingrijpende dingen meemaken in de familie of vriendenkring, of in het wereldgebeuren, die ze niet kunnen rijmen met Gods leiding in deze wereld.
  • Als wat ze horen van het christelijk geloof in de preek, op catechisatie, op school, thuis ver van hun belevingswereld afstaat.
  • Als ze mensen tegenkomen die niet of op een andere manier geloven.
  • Als ze in aanraking komen met theorieën die voor hun gevoel botsen met het christelijk geloof, zoals evolutie, atheïsme.

 

 

Is twijfel verkeerd?
Twijfel is niet verkeerd. Zolang het maar geen houding is of eindpunt. Niet zelden is twijfel een vorm van wel willen geloven, maar op de een of andere manier niet kunnen geloven.
In de Bijbel komen we dat ook geregeld tegen. Bijvoorbeeld in de psalmen, waarin nogal eens geworsteld wordt met wat God doet of juist niet doet. Denk aan Psalm 13, Psalm 22, Psalm 80. Het bijzondere van deze teksten is dat het geen ongeloof is, maar heel diep geloof: als iemand iets kan doen, is God het wel. Maar het lijkt wel of Hij niets doet. Of Hij doet ook niets.
Ook in de verhalen over de Heere Jezus is twijfel iets dat steeds weer opkomt. Petrus die door het water zakt, omdat hij te weinig geloof heeft (Mattheüs 14:30). De leerlingen die een zieke niet kunnen genezen omdat ze te weinig geloof hebben en een man die wel wel geloven, maar vraagt of Jezus zijn ongeloof te hulp komt (Markus 9:14-27). Zelfs als Jezus is opgestaan is de twijfel niet bij iedereen overwonnen (Mattheüs 28:17).
Twijfel hoort bij de tijd dat wij als gelovigen nog op aarde leven. Misschien is het beter om te spreken over aanvechting: een geloof dat steeds aangevochten wordt. Twijfel hoort ook bij de fase van groei naar een volwassen, zelfstandig geloof.

Hoe om te gaan met twijfel bij jongeren?
Het is goed om vast te houden dat twijfel niet vreemd is:

  • er gebeurt zoveel in ons leven en in deze wereld dat we niet kunnen rijmen met Gods leiding in deze wereld.
  • voor jongeren zijn veel dingen onzeker. Dat werkt ook door in hun geloof.
  • Twijfel is authentiek en serieus te nemen als het een onderdeel is van een zoektocht om God beter te leren kennen.

Het is zinvol om uit te leggen:

  • dat twijfel onderdeel van een zoektocht is
  • dat in de Bijbel en onze geloofsleer twijfel en aanvechting ook een plek hebben.
  • dat twijfel een weg kan zijn om te groeien naar een eigen geloof.
  • om te laten zien dat er geen keuze gemaakt te hoeven worden tussen de eigen ervaring en inzichten en de officiële geloofsleer. Jongeren zijn geholpen als ze merken hoe de dialoog op gang gebracht wordt en wat hun twijfel kan leren van de officiële geloofsleer en omgekeerd.

In het contact met jongeren gaat het nooit alleen om de inhoud, maar ook altijd om de houding en de relatie:

  • Bied een open oor en schrik niet te snel als ze hun twijfels uiten.
  • Wees authentiek en open. Vertel als je zelf twijfels gekend hebt, waar ze vandaan kwamen en hoe jezelf daarmee omgegaan bent. Als je zelf heel overtuigt gelooft, vertel dan hoe je in je geloof gegroeid bent. Jongeren kunnen de kerk als een waardevolle plek waarderen als ze daar hun twijfels en vragen kunnen uiten, omdat ze serieus genomen worden.
  • Vraag door waar hun twijfels vandaan komen. Heb oog voor hoe vragen en twijfels opkomen uit wat ze meegemaakt hebben en zien in de wereld om hen heen.
  • Leer ze handvatten om over zichzelf en over God na te denken.

Geloven in deze tijd

Geloven in deze tijd
Lezing Vrouwenbond Oosterwolde, 21 september 2016

Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier te mogen spreken. Wanneer ik voor zulke gelegenheden uitgenodigd wordt om te spreken, wil ik graag ingaan op iets wat de aanwezigen, wat u bezighoudt. Toen ik  gevraagd werd, heb ik met iemand van het bestuur overlegd, wat er eventueel zou kunnen spelen en zijn we uitgekomen het thema: Geloven in deze tijd.
We zijn samen op dit thema uitgekomen, omdat het van ons samen de gedachte was, dat het niet eenvoudig is voor jongeren, voor kinderen om te geloven. En ik voeg daar aan toe: misschien voor uzelf ook wel. Ook al bent u nu nog in een kerkelijke omgeving, maar heeft u voor uzelf wel moeilijk om in deze tijd staande te blijven.

Ik wil met u eerst gaan kijken in wat voor een tijd wij leven en dan kijken welke manier van geloven, welke houding van ons gevraagd wordt. In wat voor een tijd leven wij?

Onzekerheid
Ik denk dat voor veel christenen het een tijd is van onzekerheid, omdat wat je zelf vroeger hebt geleerd niet meer zo vanzelfsprekend is. Wat je zelf geleerd hebt over de kerk, over God, over geloof en wat je hebt willen doorgeven wordt door je kinderen niet zomaar meer overgenomen. U ging twee keer mee naar de kerk, omdat uw ouders ook gingen, maar u ziet bij uw kinderen dat ze maar één keer gaan, of zo af en toe, of helemaal niet. U bent opgegroeid binnen een bepaalde kerk, maar de kinderen kunnen in een heel andere kerk zitten, waar de diensten er heel anders aan toegaan,  er andere opvattingen over de doop zijn, een andere manier van preken. Nu kunnen we ons afvragen of de verschillen tussen de kerken  in Oosterwolde of Oldebroek wel zo groot zijn.

Andere wereld
Als ze naar de middelbare school gaan, in Elburg, Wezep, Kampen, kan de overgang groter zijn, omdat ze dan in aanraking komen met jongeren die veel minder bij de kerk betrokken zijn en wanneer ze gaan doorleren en gaan studeren  en naar Zwolle gaan, of Groningen, Utrecht, Amsterdam, is de overgang helemaal groot. 
Ooit gaf ik enkele maanden catechisatie op Marken. De kinderen bleven tot hun 12e op het eiland, omdat er een christelijke basisschool was. Vanaf hun 12e gingen ze naar Monnickendam of Volendam en kwamen ze echt in een heel andere wereld terug en die overgang had ook effect voor hun band met de kerk: Het was niet makkelijk om ze met 13 jaar nog te interesseren voor kerk of geloof. 
Tegenwoordig hoef je niet meer een eiland of het dorp uit om met een heel andere wereld in aanraking te komen. Je hoeft alleen maar een computer of een mobieltje met internetverbinding te hebben: snapchat, instagram, facebook, twitter – met een verzamelnaam: social media. Uw zoon of dochter kan verkeren in een wereld, waar u geen zicht op hebt en misschien ook een wereld, die u helemaal niet kent. Dat kan onzekerheid met zich meebrengen: Wat krijgt mijn kind te zien, te horen, te lezen en welke invloed zal dat hebben op de band met God, met de kerk?

Keuze
Niets is meer vanzelfsprekend: 
Het is niet meer vanzelfsprekend dat ze in Oosterwolde blijven wonen, dat ze gaan trouwen, dat ze bij de kerk blijven, dat ze geloven. Daar kunnen ze voor kiezen, maar ze kunnen er ook voor kiezen om dat niet te doen. Ze kunnen hun eigen keuze maken; ze kunnen hun eigen leven uitstippelen. Dat kan iets bevrijdends hebben: Je hoeft geen boerderij meer over te nemen als je echt niet wilt. Ik heb wel boeren begraven, die liever iets anders geworden waren dan boer, maar er was geen andere keuze dan het overnemen van de boerderij. Ik heb vrouwen ontmoet die graag hadden willen doorleren, maar niet konden, omdat ze de zorg voor het gezin moesten overnemen, omdat een moeder jong overleed, of er geen geld was om door te leren. Als je nu een eigen keuze wilt maken, is die keuze vaak ook mogelijk.

Keuzedwang
Alleen we leven in een tijd, waarin die keuzes niet alleen mogelijk zijn, maar ook gemaakt moeten worden. Als je wilt doorleren, dan moet je een keuze maken voor een bepaalde richting: wil ik als meisje de zorg in, of kies ik een economische richting. Welke van de vele opleidingen past het beste bij mij? Die keuze is niet zo eenvoudig: Want wie helpt hen om de juiste keuze te maken? Mijn moeder kon mij nooit met mijn huiswerk helpen om de middelbare school, omdat ze maar enkele jaren huishoudschool had gedaan en mijn schoolwerk gewoon niet begreep. Mijn vader had wel gestudeerd, maar in een andere tijd. Voor de meeste jongeren is het toch voor een deel zelf de weg uit moeten zoeken, waarbij ze door onervarenheid ook de verkeerde keuze maken en blijkt halverwege een andere keuze nodig. Zo’n zoektocht en verandering kan soms best ingrijpend zijn voor de jongeren. Op veel terreinen moeten ze kiezen en steeds meer hebben ze daardoor de druk om hun eigen leven ‘vorm te geven’. Ze kunnen niet zomaar terugvallen op de keuzes die u gemaakt heeft.

Druk
U moet niet onderschatten hoe groot de druk is. Want het lijkt mooi: een grote keuzevrijheid  en voor bepaalde groepen is het ook een verademing dat die keuzevrijheid er is. Maar die keuzevrijheid heeft ook een schaduwkant: namelijk de gedachte dat je een verkeerde weg kunt inslaan: de verkeerde vervolgopleiding kiest, de verkeerde partner, de verkeerde baan.
Dat de druk om te kiezen toegenomen is, heeft ook als oorzaak dat de normen hoger geworden zijn: Vervolgopleiding is nu niet meer voor een beter inkomen, een hoger salaris, maar de keuze voor een studie, baan, partner, enz. moet bijdragen aan het geluk.  De suggestie wordt gewekt dat het geluk binnen handbereik ligt. Dat komt door de toegenomen welvaart  (hoewel dat juist voor jongeren weer onder druk staat) en de verbeterde gezondheidszorg.

Niet mogen falen
Omdat de suggestie is dat het geluk binnen handbereik ligt, mag je niet falen: je mag niet vastlopen in je studie,  je mag niet depressief zijn. Het beste is niet goed genoeg. Mijn dochter gaf aan dat op sommige tieners op instagram de mooie foto’s die ze gemaakt hadden en geplaatst hadden, na enkele uren weer weghaalden, omdat ze te weinig reacties hadden opgeleverd waardoor ze gingen twijfelen of de foto’s wel mooi gevonden worden. Dat leidt tot een enorme spagaat: de druk om het beste van jezelf te laten zien en tegelijkertijd niet falen, niet tekort mogen schieten. Als het misgaat, hakt dat er enorm in. Het zou kunnen zijn, dat de jongeren van tegenwoordig minder weerbaar zijn en sneller van slag zijn bij een tegenslag, maar dat doet geen recht aan de complexiteit waarin jongeren zich bevinden. Ze moeten veel ballen in de lucht houden en in veel werelden actief meedoen.

Verschillende werelden
Tieners, twintigers en dertigers leven ieder persoonlijk in verschillende werelden. Ook dat heeft te maken met het moeten uitstippelen van de eigen levensweg. Er is niemand met wie ze al die verschillende werelden delen. Ze hebben de wereld van thuis, van school, vriendengroep, van games, social media, werk. 
In al die werelden kunnen ze een ander zijn. Op school kan iemand een grijze muis zijn, maar als gamer iemand die in een bepaalde game aan de top meedoet. Op school kan iemand een stille zijn, die nauwelijks buitenkomt, maar zeer actief op social media. Iemand kan in een heel degelijk gelovig gezin opgroeien, maar op school in een wereld terecht komen met medeleerlingen, medestudenten, die nauwelijks meer iets weten over geloof. Thuis een traditioneel gezin, waarin er geen tv is, of soms zelfs geen computer, maar op school of in de bibliotheek actief op internet. Jongeren kunnen vaak makkelijk schakelen tussen de verschillende werelden.
Dat leven in die verschillende werelden heeft iets positiefs en iets negatiefs: Het positieve is dat iemand in een nieuwe wereld een hele nieuwe kans heeft om zichzelf te ontwikkelen, zonder belemmerd te worden door het beeld dat anderen van hem of haar hadden in de kindertijd. Verlegen kinderen hebben door social media de gelegenheid om vriendschappen aan te gaan en te onderhouden en kunnen daardoor meer vrienden hebben dan ze zouden hebben zonder social media. Nadeel: dat niemand al die werelden kent. Soms werkt ook een akkefietje in de ene wereld door in de andere wereld(en): het pesten op school kan doorgaan op sociaal media, waardoor die wereld ook niet meer een veilige wereld is waarin ze zich kunnen terugtrekken.

Afhaken
Het gevaar kan zijn dat de kerk en de wereld van het geloof 
een wereld is die helemaal los komt te staan van de andere werelden waarin jongeren zich verkeren. Wat er in de kerk gebeurt in de kerkdienst, tijdens catechisatie, de clubs, dat heeft bijna geen betekenis voor de andere werelden. Dan haken jongeren af met 16 jaar of soms nog eerder: gaan ze niet meer naar de kerkdienst, naar catechisatie, naar de clubs. Ze zijn niet persé onverschillig, maar het geloof en de kerk heeft geen betekenis voor hen en ze kunnen er zonder, zonder dat ze voor hun gevoel echt iets missen.


Dit is een uitgebreide weergave van deze tijd:  
verschillende werelden, waarin iedereen zich bevindt, het eigen leven moeten uitstippelen, grote druk, omdat je dat leven moet uitstippelen, maar niet mag falen en weinig mensen om je heen die je kunnen bijstaan en helpen.
Wat betekent dan geloof in deze tijd? Wat kunnen wij voor elkaar betekenen? Wat kan de geloofsgemeenschap betekenen voor de tieners, twintigers, dertigers van nu? Is het een hopeloze zaak en kunnen we alleen maar hopen dat alles niet ineenstort? Of moeten we ons terugtrekken en alleen maar richten op diegenen die wel trouw blijven aan de kerk en aan het geloof?

Geen hopeloze zaak
Geloven in deze tijd is geen hopeloze zaak. Allereerst niet omdat God regeert. Ook in deze tijd. Dat is niet altijd makkelijk te zien, zeker niet als we om ons heen zien  dat de kerk en de manier van geloven die voor ons vertrouwd is onder druk staat of op bepaalde plekken helemaal dreigt te verdwijnen. Aan de gemeente van Korinthe schrijft Paulus:

Want Hij zegt: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Zie, nu is het de tijd van het welbehagen, zie, nu is het de dag van het heil! (2 Korinthe 6:2)

Ook deze tijd is een tijd waarin de Heere werkt. 
Daarom is deze tijd niet hopeloos.

Authentiek geloof
Er is een tijd waarin nieuwe kansen ontstaan, ook voor de kerk en voor het geloof. 
Wat deze tijd van verschillende werelden tegelijkertijd,  de dwang het eigen leven te moeten vormgeven, de grote druk vraagt is een authentiek leven en een authentiek geloof. Een geloof dat oprecht is en dat jezelf in je opstelling, in je antwoorden en belangstelling oprecht bent en dat ook de kerk authentiek is.
Als je geloof eerlijk en oprecht is, hoef je je daarvoor niet te schamen en mag je dat uitdragen op een manier die bij je past. Dat hoeft geen geloof te zijn waarin alle vragen en twijfels overwonnen zijn. Integendeel, het kan juist helpen als anderen zien en merken dat u ook uw twijfels hebt en toch vasthoudt aan een leven met de Heere God.

Oprechte belangstelling
Een authentiek geloof kijkt niet neer op iemand die nog niet zo ver is, maar staat er naast: vanuit oprechte belangstelling voor de ander, betrokken op de ander, maar ook oprecht onbevreesd:  durven meeleven, vragen durven stellen,  nieuwsgierig  naar wie de ander is en hoe de ander doet.
Het valt mij vaak op aan ouders van wie de kinderen niet meer naar de kerk gaan dat het gesprek over geloof en de kerk stilvalt: ‘We kunnen er niet meer over praten.’ Maar dan zijn er toch nog andere onderwerpen waarover je kunt praten: Is je kind gelukkig, hoe houdt hij of zij het vol, waar krijgen ze kracht door, waar worden ze enthousiast van, wat geeft hen moed? En durf je deze onderwerpen zelf ook te delen met je kinderen, niet in perfecte antwoorden. Laat maar doorschemeren dat je zelf ook moet zoeken. Want als je overal een antwoord op hebt en als je geen twijfel hebt en alles zo zeker weet,
leg je de lat voor anderen hoog: een geloof zonder twijfel zullen zij niet snel bereiken.

Vanzelfsprekendheid
Wat het lastige is aan een authentiek geloof 
is dat de meesten van u niet op die manier opgevoed zijn. Over geloof werd nauwelijks gepraat. Daar waren vooral vaste vormen voor:  kerkgang, catechisatie, bidden voor en na het eten (en dan vaak niet hardop), zondag was een andere dag dan de andere dagen. Er werd vaak geen uitleg gegeven over waarom de dingen zo gebeurden. Waarom zat de kerkdienst op deze manier in elkaar. Waarom werden er in de kerk alleen maar psalmen gezongen. Hoe je moest bidden, hoe je de Heere Jezus kon vinden, op welke manier je steun en kracht uit het geloof putte. Er was een bepaalde vanzelfsprekendheid van het geloof, waardoor het idee was dat uitleg over het waarom van de dingen niet nodig was. Dat gebeurde gewoon zo. Heel veel van die gewoonten spreken niet meer aan en worden daarom niet meer in praktijk gebracht. Het geloof kan echter niet zonder bepaalde goede gewoonten. Als er geen vaste tijden zijn voor Bijbel lezen en gebed gebeurt dat als je er aan toe bent, maar wanneer ben je er aan toe en wanneer heb je er tijd voor?

Aan zichzelf te wijten
De kerk heeft het ook wel aan zichzelf te wijten dat zulke vormen niet meer werken. Als er geen uitleg komt over waarom de dingen zo gedaan worden, worden het lege vormen, die een kooi worden in plaats van een bescherming voor het leven met de Heere. Als de kerk niet de harten van de mensen weet te vinden door preken die te moeilijk zijn, is het geen wonder dat een nieuwe generatie het ergens anders zoekt: buiten de kerk of in een andere kerk.
Ik vraag dat wel eens na bij de zestigers van nu: Hoe was dat samen te rijmen: op zaterdag de liederen van Johannes de Heer bij het orgel en op zondag alleen maar de psalmen statig op hele noten? Dat werd toen niet als tegenstelling ervaren. Zo deed men gewoon. Nu zou men gaan denken: als het op zaterdag kan, waarom niet op zondag? Waarom alleen maar psalmen, die vaak nogal moeilijk zijn en niet liederen die dichter bij het hart liggen. Als we in Oldebroek liederen uit de bundel van Johannes de Heer zingen, worden die uit volle borst gezongen, meer dan bij de meeste psalmen. 
Dat is overigens niet alleen van vroeger of van traditionele kerken. Ik kom dat zelf ook tegen. Afgelopen zondag in de consistorie vertelde een ouderling dat zijn zoon liever naar YouthAlpha gaat dan naar een kerkdienst. Daarop zei ik tegen deze ouderling:  Dan doen we als kerk iets niet goed. Probeer met hem eens te achterhalen wat hem in die YouthAlpha aanspreekt en wat kunnen we daarvan in de kerkdienst terug laten komen.

Luisteren
Daarmee zijn we bij een volgende belangrijk punt van geloven in deze tijd: 
dat er oog is voor hoe de mensen in deze tijd iets beleven. Niet meer een kerkleiding die weet hoe het zit en de lijnen uitstippelt en alleen maar zegt: zo hoort het.
Maar een kerk die bereid is om te luisteren, ook naar stemmen die iets anders beleven, een andere mening hebben. Niet om daarmee in discussie te gaan, maar uit oprechte belangstelling en interesse: Wat is jouw gedachte en hoe ben je daartoe gekomen? Vertel maar, ik luister naar je. Ik kom er steeds meer achter hoe belangrijk het is  dat mensen zich kunnen uitspreken, dat eigen visie naar voren kunnen brengen, zonder dat die van tafel wordt geveegd, maar vooral ook dat ze over zichzelf kunnen vertellen. Pastoraat wordt in toenemende mate belangrijker. En dan niet van die bezoekjes waarbij ik als predikant even binnenkom en na 10 minuten al mijn Bijbeltje pak om iets te lezen en afsluit met gebed en daarna weg, maar een open houding, luisterend naar het levensverhaal van de ander. ‘Tevoorschijn luisteren’ (Margriet van der Kooi)

Levensverhalen
Het leven van de ander doet ertoe en is de moeite waard om verteld te worden: living human documents .
Omgekeerd doet uw leven en uw biografie er ook toe. De jonge generatie is vaak benieuwd naar wie de ander is, wat iemand heeft meegemaakt, hoe iemand daardoor is gevormd. In verzorgingstehuizen wordt nogal eens het project levensboek uitgevoerd: Iemand die uitvoerig over zijn of haar leven wordt geïnterviewd. Daar wordt een boek van gemaakt, inclusief foto;s. Vaak waardevolle boeken: je komt erachter wie iemand is, wat iemand heeft doorgemaakt, hoe iemand geworden is, zoals hij of zij is. Vol levenswijsheid.  Wanneer iemand authentiek is en echt wijs en verstandig is, wil de jonge generatie daar vaak van leren. De jonge generatie zit echt te springen om van die levenswijsheid te leren. Dan niet in de vorm van geboden: dit moet je doen, dat mag je niet doen, maar in de vorm van verhalen: Dit heb ik meegemaakt, dit heeft me gevormd. En daardoor heen wevend hoe God aanwezig was, of juist niet.

Gemeenschap 
Dat brengt me ook bij een volgende punt: de relatie, de gemeenschap. In deze tijd is de gemeenschap van groot belang. En dan niet in de vorm dat de gemeenschap bepaalt wie iemand is, maar dat er in die gemeenschap een plek is waar om jou gegeven wordt: Het doet er toe dat je er bent, je wordt gezien, je naam is bekend, er is belangstelling voor je en je wordt gemist als je er niet bent. Als kerk moeten we meer onze best doen voor dit soort gemeenschap. In deze omgeving vind ik trouwens veel indrukwekkende vormen van meeleven. Ik probeer dat zelf ook steeds meer te doen: Een felicitatie als iemand jarig is, even langsgaan bij een overlijden, een berichtje via facebook, even een vraag bij het schoolhek. Het winterwerk starten we daarom met een bbq bij ons in de tuin en bij de catechisaties is er gelegenheid om daarna een kwartier met elkaar wat anders te doen: wat drinken, tafelvoetbal, een gezellig praatje: even vragen hoe het op school was, op voetbal, een plagerijtje.

Inwijding
Wat ook van belang in deze tijd is, is inwijding (vertrouwd maken). Uitleg geven over waarom we iets doen,  de nieuwe generatie helpen bij het bidden, het aanleren van liederen, leren hoe ze de Bijbel kunnen lezen, wat ze met hun geloof kunnen in hun dagelijks leven.
Inwijding is ook vertrouwd maken door iets te doenAls gezin proberen we onze kinderen met de doop vertrouwd te maken door de doopdag van de kinderen te houden, elk jaar opnieuw. Door van Kerst en Pasen echt een feest te maken en daarbij duidelijk te maken wat het met Christus te maken heeft. De christelijke feesten moeten echt beleefd worden. Beleving en emotie – ze kunnen goed gebruikt dienstbaar zijn aan de geloofsoverdracht. Diensten moeten zo persoonlijk mogelijk gemaakt worden en zeker bijzondere diensten als doop-, avondmaals- en huwelijksdiensten. Het wordt in deze tijd steeds belangrijker om Bijbelverhalen na te spelen of af te beelden,
zodat er een beeld bij te vormen is.

Gods aanwezigheid
Tot nu toe heb ik vooral ingezoomd op vormen, op de praktijk. 
Tot slot nog iets over de inhoud van het geloof. Ik denk dat het steeds meer van belang is om zicht te hebben
op welke manier de Heere nu, in het heden aanwezig is: tijdens de kerkdienst, tijdens het avondmaal, in gesprekken onderling,  in de schepping, in de dingen die gebeuren.
Hiervoor ben ik predikant geweest van twee kleine gemeenten in Noord-Holland. Ik heb die tijd niet altijd even makkelijk gevonden en heb me vaak afgevraagd of God nog wel werkte. Tot ik een verhaal hoorde over een priester uit de communistische Sowjetunie:
Deze priester ging elke zondag naar de kerk, alleen. Er kwamen geen kerkgangers. De priester werd erom uitgelachen: hoe houd je het vol om alleen in de kerk te zijn. Het antwoord van de priester: Ik ben niet alleen, maar God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn aanwezig, samen met alle engelen voor Gods troon. Iedere kerkganger zal die vreugde alleen maar meer doen toenemen.
We moeten oog ervoor krijgen dat de Heere vaak via hele gewone, onopvallende dingen werkt: de zon die opkomt, mensen die naar de kerk komen, iemand die groeit in geloof, iemand die zich opgeeft voor belijdenis, iemand die in een tijd van ziekte de kracht vindt om dit kruis te dragen. Ik heb moeten leren om te letten op deze tekenen van Gods werkzaamheid. Sinds ik dat kan zien, ben ik ook veel ontspannender in mijn geloven en kan ik meer uit vertrouwen leven: God zorgt echt wel voor deze wereld.

Verborgenheid of afwezigheid
Tegelijkertijd is het goed om oog ervoor te hebben 
dat God niet altijd vanzelfsprekend aanwezig is. De Heere kan afwezig zijn of zich verbergen en Hij kan op een pijnlijke manier gemist worden. Het is van belang om – net als in de psalmen – de klacht over Gods afwezigheid bij de Heere zelf te brengen. 
Dat vraagt om volharding. Meer dan voorheen is volharding van groot belang:  volhouden in het geloven, in het gebed, het bidden, ook als je geen direct resultaat ziet, niet ontmoedigd worden, maar hoop houden.

Kruis
Nog een laatste thema: het kruis op Golgotha en het lege graf. Steeds meer kom ik erachter, hoe belangrijk het is om dat kruis op Golgotha door te geven als een levende werkelijkheid, niet als iets dat ooit in het verleden gebeurde alleen,  maar als iets dat nog steeds tot ons spreekt: het spreken van het kruis. (avondmaal, liederen van Johannes de Heer) Het is voor de kerk van nu, voor de jongeren van nu van belang om te laten zien hoe dat kruis op Golgotha betekenis heeft voor ons vandaag met onze wereld, onze werkelijkheid.
Bram van de Beek, hoogleraar theologie, verbleef in Zuid-Afrika en liep dagelijks van de plek waar hij verbleef naar de universiteit langs de sloppenwijken. Daardoor ontdekte hij, dat Christus God was die op aarde kwam om in onze misère en ellende af te dalen. God maakt vuile handen om ons te reinigen, te redden van een verloren bestaan.
Jan Muis, mijn hoogleraar dogmatiek, vertelde 15 jaar geleden kort na de aanslagen van 11 september hoe die aanslagen in verband gebracht kunnen worden met God: In een van de gebouwen die was neergestort werd door de afgebroken constructie een kruis gevormd, helemaal onbedoeld en ook niet opvallend: een herinnering van Christus, die ons laat weten: Ik ben afgedaald in het rijk van de dood, tot in de hel. Hij is opgestaan, en is de Levende.
Hij leeft niet alleen in de verhalen die verteld worden, maar leeft nu en omdat Hij leeft, kunnen wij leven. Omdat Hij leeft is ons leven nooit meer zinloos, nooit zonder doel, nooit zonder hoop. Omdat Hij leeft, kunnen wij geloven. Hij is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid. We beginnen elke kerkdienst met die machtige belijdenis:
Onze hulp is in de naam van de Heere,  Die hemel en aarde gemaakt heeft
Die trouw houdt en eeuwig leeft
en niet prijsgeeft wat Zijn hand begon.

Lezing Vrouwenbond Oosterwolde, 21 september 2016







Dagboek

Dagboek

Dagboeken kunnen helpen om elke dag in de Bijbel te lezen. Onze ervaring als gezin is dat er weinig dagboeken zijn die geschikt zijn voor kinderen. Of ze zijn te moeilijk. Of ze gaan steeds over dezelfde thema’s, zoals dat je door God geliefd bent.
Daarom ben ik begonnen om een soort dagboek bij de Bijbel te maken. Voor elke week een eigen persoon, thema of Bijbelboek. Zodat als je enkele dagen mist, niet steeds het gevoel hebt dat je achterloopt. Voor elke zondag een overdenking uit een Psalm, die bij het thema van die week past. Voorlopige opzet:

Week Thema Week Thema
1 Abraham 27 Jaloezie / Tiende gebod
2 Wonderen van Jezus 28 Inkeer
3 Bidden 29 Leven als christen
4 Gelijkenissen van Jezus 30 Negende gebod
5 Vriendschap 31 Kerk
6 Mozes 32 Job
7 Op weg naar Jeruzalem 33 Petrus, brief van
8 Goede Vrijdag 34 David
9 Pasen 35 Psalmen – 2
10 Sterven en opstanding 36 Spreuken
11 Avondmaal 37 Verloren zoon
12 Openbaring 38 Jozef
13 Psalmen -1 39 Doop
14 Hemelvaart 40 Brief van Paulus
15 Heilige Geest 41 Woestijnreis
16 Pinksteren 42 Efeze
17 Zending 43 Intocht
18 Romeinen 12 (en omgaan met anderen) 44 Jakobus
19 3e gebod 45 Jeremia
20 Kruistheologie 46 Schuld belijden en vergeving
21 Paulus (Handelingen) 47 Koningen
22 Ouders / 5e gebod 48 Hemel
23 School, leren 49 Wederkomst
24 Schepper van hemel en aarde 50 Jesaja
25 Beeld van God 51 Kerst
26 Zonde 52 Oudjaar / nieuwjaar

Voorbeeld:

Maandag: Lukas 15:11-14
En de jongste van hen zei tegen zijn vader: Vader, geef mij het deel van de goederen dat mij toekomt. (Lukas 15:12)

Een vader heeft twee zonen. Deze twee zonen heeft hij goede opvoeding willen geven. Want als hij er niet meer is, moeten deze twee zoons het bedrijf voortzetten. Hij wil dat zijn jongens dan een goede baas zullen zijn: eerlijk, betrouwbaar en rechtvaardig.
Bij de jongste zoon is dat niet gelukt. De vader merkt het als de jongste zoon door het bedrijf loopt meer geïnteresseerd is in wat alles kost dan wat er in het bedrijf gebeurt. Die zoon denkt bij zichzelf: ‘Als ik dat geld nu eens had, zou ik een leuk leven kunnen leiden. Dan zou ik nooit meer hoeven te werken.’
Op een dag krijgt hij een idee. Hij gaat naar zijn vader toe: ‘Pa, later als je er niet meer bent, krijg ik toch een deel van dat bedrijf? Kan ik dat deel niet nu al krijgen? Ik heb er later toch recht op!’

Om over door te praten
1) Wie leert jou om eerlijk, betrouwbaar en rechtvaardig te zijn?
2) Zou jij die vraag van de jongste zoon ook aan je vader stellen? Hoe zou jouw vader reageren?

Dinsdag: Lukas 15:14-16
En toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood in dat land en begon hij gebrek te lijden.

De vader luistert naar zijn jongste zoon. Hij verdeelt zijn bedrijf. De jongste zoon wordt directeur van het ene deel van het bedrijf. Misschien heeft zijn vader gedacht: ‘Mijn zoon moet een kans krijgen om zich te bewijzen. En als hem het niet lukt, spring ik wel bij om hem te helpen.’
Maar zijn zoon wil helemaal geen directeur zijn. Hij wil niet werken, maar genieten en elke dag feestvieren. Het bedrijf van zijn vader interesseert hem helemaal niet. Zodra hij directeur is, verkoopt hij dat deel van het bedrijf waar hij nu eigenaar van is. Als hij dat geld heeft, wil hij ook niet bij zijn familie blijven. Hij gaat zo ver mogelijk weg. Hij heeft nu zoveel geld. Hij kan elke dag feestvieren.
Dit verhaal vertelt Jezus om te laten zien dat er mensen zijn, die van het leven willen genieten en daarom niet aan God willen denken.

Om over door te praten
1) Stel dat jouw vader directeur is en dat jij zijn opvolger wordt, wat doe je dan: verkoop je dat bedrijf of blijf je voor dat bedrijf werken? Waarom?
2) Als je later volwassen bent, blijf je dan bij je familie wonen? Of ga je juist heel ver weg wonen.
3) Zou jij zonder God kunnen?

Woensdag: Lukas 15:16-20
Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u.

Zolang hij geld heeft, heeft die jongste zoon vrienden. Die vrienden komen graag op zijn feestjes. Het interesseert hen niet dat zijn vader hard heeft moeten werken om dat geld te verdienen. Aan zijn vader denkt hij niet.
Maar dan komt er een economische crisis. Alles wordt steeds duurder: eten, drinken, kleding en feestjes. Zijn geld raakt op. Daar had hij niet op gerekend. Hoe moet hij nu verder? Bij anderen om geld vragen? Daar piekert hij niet over. Dan gaat hij nog liever werken. Het enige werk dat hij vindt, is werk dat in die tijd alleen maar door slaven werd gedaan: zorgen voor de varkens. Hij heeft honger, maar mag het eten van de varkens niet eens opeten.
Nu hij zo’n honger heeft, beseft hij opeens dat hij verkeerd is geweest. Hij moet terug naar zijn vader, om te zeggen: ‘Vader, ik ben verkeerd bezig geweest. Ik heb gezondigd.‘

Om over door te praten
1) Zou jij het doorhebben als je iets verkeerds hebt gedaan?
2) Zou je durven toegeven aan als je iets verkeerds hebt gedaan?
3) Zou je dat ook aan God durven toe te geven? Hoe zou Hij reageren?

Donderdag: Lukas 15:20-24
Want deze, mijn zoon, was dood en is weer levend geworden. En hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn.

Hoe ver hij ook bij zijn vader vandaan is, zijn vader merkt op dat hij terugkomt. Stond hij misschien al op de uitkijk? In de verte herkent hij de man die aan komt lopen direct als zijn zoon. De jongen krijgt niet eens kans om te zeggen dat hij verkeerd is geweest. Zijn vader rent op hem af en omhelst hem: ‘Welkom, jongen, ik ben zo blij dat je er weer bent!’ De jongen probeert nog wel om zijn excuus aan te bieden, maar de vader luistert er niet naar. Hij geeft zijn knechten de opdracht: ‘Haal een mantel, haal een ring, want iedereen moet kunnen zien dat hij mijn zoon is. Geef een feest voor heel het dorp. Want mijn jongen was dood, maar is levend teruggekomen.’
Wanneer je ziet dat je verkeerd hebt gedaan en naar God teruggaat om dat te erkennen, is Hij blij met jouw komst.

Om over door te praten
1) Geloof je dat God ook op jou staat te wachten?
2) Zou jij blij zijn als iemand, die verkeerd deed, de weg naar God terugvindt?
3) Waarom zegt de vader over de jongen dat hij eerst dood was? En waarom zegt hij dat hij weer levend is geworden?

Vrijdag: Lukas 15:25-30
Maar hij werd boos en wilde niet naar binnen gaan. Toen ging zijn vader naar buiten en spoorde hem aan. (Lukas 15:28)

De oudste zoon is er ook nog. Hij heeft toegekeken hoe zijn vader het bedrijf opdeelde. Hij kreeg zijn deel. Maar het werd harder werken omdat het bedrijf nu kleiner geworden was. En zijn jongere broer verkocht direct zijn deel van het bedrijf direct en ging weg om feestjes te houden. Als zijn jongere broer thuiskomt, is hij niet bij zijn vader. Hij is buiten in het veld. Aan het werk. Verbaasd hij bij thuiskomst de muziek en de feestvreugde. Als hij de reden van het feest hoort, wordt hij boos. Zijn broer heeft alles weggegooid en een slecht leven geleid. Waarom zou hij dan blij moeten zijn dat zijn broer thuisgekomen is? Maar zijn vader wil hem niet buiten laten staan: ‘Doe mee. Ik heb een reden om blij te zijn. Je broer was dood. Nu is hij levend thuis gekomen. Dan kunnen we toch niet anders dan feestvieren?’

Om over door te praten
1.) Kun je uitleggen waarom die oudste zoon niet blij is dat zijn broer weer terug gekomen is?
2.) Begrijp je de reactie van die oudste zoon? Waarom wel/niet?
3.) Waarom wil de vader die oudste zoon erbij hebben op het feest?

Zaterdag: Lukas 15:28-32

En hij zei tegen hem: Kind, jij bent altijd bij mij en al het mijne is van jou.

Geluk hoef je meestal niet ver weg te zoeken. Wie goede ouders heeft, kan al gelukkig zijn. Maar de oudste zoon heeft dat niet door. Als hij aan zijn vader denkt, is er een boosheid in hem: ‘Mijn vader laat mij nooit eens een feestje geven voor mijn vrienden. Hij weet niet wat ik nodig heb. Hij kent mij niet.’
Hij is zo vol boosheid dat hij nooit de liefde van zijn vader heeft gezien. ‘Jij bent altijd bij mij,’ zegt zijn vader. ‘Mijn jongen, besef je niet hoe gelukkig ik met jou ben? En weet je waarom ik zo zuinig ben? Omdat dit alles van jou is. Maar nu mijn kind weer levend is geworden, heb ik geen andere keus. Ik moet dat feest wel geven!’
Daarmee is het verhaal van Jezus uit. Hoe loopt het af? Begrijpt de oudste zoon zijn vader? Of blijft hij toch buiten staan?

Om over door te praten
1) Bedenk hoe dit verhaal verder zal gaan: Wat doet de oudste zoon? Hoe gaat de jongste zoon verder met zijn leven?
2) Kennen jouw vader en jouw moeder jou goed? Waarom wel/niet?
3) Wat wil de Heere Jezus ons met dit verhaal duidelijk maken?

Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Is de christelijke gemeenschap nog in staat om kinderen te vormen als navolgers van Christus? Of is de invloed van de postchristelijke maatschappij op het denken en handelen van de kinderen, die bij de christelijke gemeenschap horen, te sterk?

Marva J. Dawn, theologe, auteur en spreekster, maakt zich grote zorgen over de geloofsopvoeding. Niet alleen omdat de geloofsopvoeding in een postchristelijke maatschappij niet zo gemakkelijk is. Ze maakt zich vooral zorgen, omdat ouders de geloofsopvoeding verwaarlozen en de vorming van hun kinderen aan de maatschappij overlaten, waardoor ze niet de christelijke waarden en normen meekrijgen. Daarom schreef ze het boek Is It a Lost Cause? voor ouders en de gemeenschap, zodat zij leren het belang hiervan in te zien. Ze wil waarschuwen, alternatieven aanreiken en het gesprek op gang brengen.

ResizeImageHandler

Machten en wereldbeheersers
Dawn kon door lichamelijke beperkingen zelf geen kinderen krijgen, maar is juist daardoor erg begaan met de kinderen van de christelijke gemeenschap. Ze trekt veel met jongeren op, geeft cursussen aan jongeren en spreekt hen op bijeenkomsten toe. Zij promoveerde op het werk van de Franse socioloog Jacques Ellul. Van hem heeft ze geleerd dat een christelijke opvoeding ook inhoudt, dat je je kinderen leert niet onder de invloed te laten komen van de ‘machten en wereldbeheersers’  (Efeze 6:12).


Geschenk
Kinderen zijn een geschenk van God. Daarom zijn ouders aan God verplicht de kinderen een goede, christelijke opvoeding te geven, waarbij de normen en waarden gestempeld zijn door de Bijbelse normen en waarden en niet door de opvattingen van wat in onze cultuur gebruikelijk is.

Gemeenschap
Ouders staan er niet alleen voor. Zij hebben de christelijke gemeenschap om zich heen. Kinderen maken onderdeel van die gemeenschap uit. De opvoeding en de vorming van kinderen tot navolgers van Jezus is een taak voor heel de gemeenschap. Het is de ervaring van Dawn dat kinderen het beste worden gevormd door de liturgie van de eredienst en door een christelijke gemeenschap die ook echt een gemeenschap is. In die gemeenschap hebben kinderen een eigen plaats, maar worden ze ook gevormd en krijgen ze bagage voor hun levensreis mee.

Geestelijke bagage
Elk hoofdstuk wordt daarom voorafgegaan door een lied, waarin iets verwoord wordt van wat voor de vorming en geloofsopvoeding van kinderen van groot belang is. Het is haar eigen ervaring dat liederen een enorm vormend effect hebben. Zij vindt het daarom van groot belang dat kinderen liederen aangeleerd krijgen als geestelijke bagage.

Post-christelijke tijd
Deze tijd is volgens Dawn niet de makkelijkste tijd om kinderen op te voeden: we leven in een post-christelijke tijd. De maatschappij leert de kinderen geen christelijke waarden en normen meer aan. De normen en waarden van deze maatschappij staan in veel gevallen juist haaks op deze maatschappij.

Media
Bezorgd is Dawn over de invloed van televisie en internet. Ze snapt niet waarom ouders hun kinderen afschepen met wat ze op televisie te zien krijgen in plaats van zelf tijd en energie te steken in het aanleren van goede, christelijke waarden en normen:

  • Door de televisie worden kinderen overspoeld met informatie. Met die informatie kunnen ze heel weinig. Daardoor ontwikkelen kinderen een passiviteit. Ze noemt dit in navolging van Neil Postman de Low Information-Action Ratio (L.I.A.R. = leugenaar). Deze passiviteit is dodelijk voor het engagement van kinderen op de nood van deze wereld. Deze passiviteit is ook dodelijk voor het geloof van Gods betrokkenheid op deze wereld.
    In plaats van de kinderen tv te laten kijken, is het beter om hen de waarde van verhalen te leren ontdekken. Of om hen mee te nemen in de sociale betrokkenheid op mensen die minder hebben. Tegenover de overkill aan informatie van de media zou de christelijke gemeenschap de kinderen levenswijsheid moeten aanleren.
  • De tv leert kinderen om consumenten te zijn. Daardoor leren ze dat ze wat ze hebben willen gelijk kunnen krijgen. Samen met de welvaart die er is, leren ze niet meer te wachten op iets wat van waarde is. Doordat ze niet meer kunnen wachten en sparen, zijn ze niet goed in volharding en geven ze bij het minste of geringste op. Daardoor leren ze ook niet, dat lijden en ascese wezenlijke onderdelen van het leven zijn.
  • Door tv en internet leren christelijke kinderen waarden en normen, die niet streven bij de christelijke ethiek. Ze leren dat geweld gewoon is. Ze leren niet dat trots en egoïsme verderfelijke eigenschappen zijn. Ze leren dat seks verkrijgbaar zou moeten zijn op het moment dat je er behoefte aan hebt.


De christelijke gemeenschap is geroepen om in deze wereld een andersoortige gemeenschap te zijn, die Jezus als model heeft. Om de kinderen tot voorbeeld te zijn dienen alle leden van de gemeenschap te leven uit die normen en waarden.

Zuigkracht
De zuigkracht van deze wereld is sterk. Dat komt, omdat de wereld waarin wij leven, ook probeert om het verlangen dat er is naar verdieping, naar leven, naar ervaring ook wil vervullen, maar dan zonder een leven met God. In navolging van C.S. Lewis noemt ze dat Sehnsucht. De machten en wereldbeheersers willen via die Sehnsucht invloed uitoefenen op ons denken, onze ervaring, op ons handelen. Dat doen ze door een snelle bevrediging van die Sehnsucht te beloven. Daarmee gaan ze de concurrentie aan met God.

Hart van God
De regels die God gegeven heeft zij er echter niet voor niets. Ze zijn er ter bescherming. Ze zijn er om werkelijk leven te vinden. In Hem. De christelijke gemeenschap moet het hart van God hebben voor kinderen. Wanneer men dat alleen met de mond belijdt en dat geen handen en voeten geeft in de liturgie, in de gemeenschap en de opvoeding zijn de kinderen verloren voor de kerk. Om de kinderen te bewaren bij Christus wordt er inspanning gevraagd van ouders en de gehele gemeenschap:

  • Door de machten en wereldbeheersers en hun verleidelijke trucjes te ontmaskeren.
  • Door op tijd ‘nee’ te zeggen tegen media, series, films en andere invloeden wanneer de invloed te schadelijk is.
  • Door de gemeenschap een gemeenschap van liefde, vriendschap, verantwoordelijkheid en betrokkenheid te laten zijn.
  • Door de ene, ware God (Vader, Zoon en Heilige Geest) te dienen in de eredienst
  • Door als gemeenschap afstand te doen van alle afgoderij, die het vervullen van de Sehnsucht buiten God om belooft.
  • Door als ouders en gemeenschap zich te laten vormen door Christus, door Gods Woord.

N.a.v. Marva J. Dawn, Is It a Lost Cause? Having the Heart of God for the Church’s Children (Grand Rapids / Cambrigde: William B. Eerdmans Publishing Company, 1997)

Zie de website van Marva J. Dawn

Opvoeden doe je samen

Een moederkring, die voor één keer open staat voor vaders. Komen vaders daar op af? Zou jouw man naar een bijeenkomst gaan, waar over opvoeding gesproken wordt? Of zou het nadenken en praten over opvoeding meer iets voor moeders zijn?

Over vaders en hun rol bij de opvoeding is weinig bekend. Er wordt al heel lang onderzoek gedaan naar opvoeding. Daarbij is echter vooral gekeken naar de rol van de moeder in de opvoeding.

Dat had de volgende oorzaken:
1) Men ging ervan uit dat opvoeden een zaak van moeders was
2) Vrouwen waren overdag beschikbaar voor de onderzoekers, omdat zij geen werk buitenshuis hadden en vaders wel.
Zodoende werd er nauwelijks gekeken naar de rol van vaders in de opvoeding.

Het zou ook kunnen zijn dat vaders – in tegenstelling tot moeders minder de behoefte hebben om na te denken over de opvoeding. Zij voeden gewoon op, zonder er veel over na te denken, terwijl moeders meer behoefte hebben aan nadenken en praten over opvoeding omdat ze van zichzelf meer behoefte hebben aan praten en nadenken over wat ze doen
en wellicht ook uit een vorm van onzekerheid over wat zij doen. Vaders bleven in ieder geval buiten beeld.

Eerst twee citaten:
– ‘De maatschappelijke verantwoordelijkheid van vaderlijke opvoeding is verloren geraakt.’ (Joep Zander)
– ‘Moeders geven de zorg en verantwoordelijkheid niet graag uit handen.’ (Louis Tavecchio)

In de afgelopen jaren is daar verandering in gekomen. Wat is daar de reden van? De oorzaak dat vaders in beeld zijn bij onderzoekers van opvoeding
is dat er veel vaders zijn, die niet bij hun kinderen in beeld zijn.
Het gaat om vaders, die gescheiden zijn en door toedoen van hun ex-vrouw de kinderen niet te zien krijgen, vanuit de gedachte dat het buiten beeld blijven van vader beter is voor de kinderen. Steeds weer naar vader gaan levert stress op voor een kind. Of een moeder heeft slechte ervaringen met haar ex en kan niet geloven dat haar ex wel een goede vader voor haar kind(eren) kan zijn. Vaders die hun kinderen niet meer zien hebben er belang bij om aan te tonen dat zij ook goede opvoeders zijn
en dat elk kind een vader nodig heeft. Op initiatief van gescheiden mannen, die hun kinderen niet of nauwelijks meer zien, is er een Vader Kennis Stichting opgericht en vanuit deze Stichting is er sinds vorig jaar een hoogleraar Vaderschap: Renske Keizer. Zij gaat onderzoek doen naar de pedagogische betekenis van het vaderschap.
Opvoeden doe je samen. Dat geldt niet alleen als je samen getrouwd bent en samen een gezin hebt, die gezamenlijke opvoeding blijft van belang, ook als je als man en vrouw gescheiden bent. Je blijft je leven lang – samen met je ex – vader of moeder van de kinderen die je samen hebt. Samen opvoeden is op zichzelf al een hele klus, maar nog meer wanneer je niet meer samen een gezin vormt.

Daarnaast zijn mannen meer dan vroeger geïnteresseerd in opvoedingsvragen. Dat bleek tenminste uit een groot onderzoek onder mannen  dat door de kerk in Duitsland werd uitgevoerd. Een nieuw soort vaderschap – meer betrokken op de kinderen.

Voordat ik iets ga zeggen over het samen opvoeden,  wil ik eerst iets zeggen over de rol van vaders in de opvoeding. In een Duits onderzoek uit 2008 worden 4 typen mannen geschetst.  Deze typen hebben te maken met wat de opvattingen zijn over opvoeding, over de verdeling van taken tussen man en vrouw:wie werkt er, wie heeft de zorg voor de kinderen?

(1) (gedeeltelijk) traditioneel
(2) modern
(3) de balans gevonden tussen traditioneel en modern
(4) (nog) op zoek naar de balans

Uit het onderzoek bleek dat de grootste interesse van al deze groepen vaderschap was. Dat thema is voor alle groepen met stip het belangrijkste,
nog voor specifieke mannenthema’s of interesse voor de eigen verdere ontwikkeling. Alle 4 groepen hechten er ook waarde aan, dat de kerk op dit punt meedacht. De traditionelen vinden dat de kerk het traditionele beeld moet verdedigen; modernen vinden juist dat de kerk een pleitbezorger moet zijn voor het moderne vaderschap.
Degenen die de balans gevonden en vooral degenen die op zoek zijn naar de balans willen graag dat de kerk zich hier op een wijze manier over uitspreekt.
=> Wat kan de kerk voor jou betekenen?

Wat uit dit onderzoek ook naar voren kwam, was dat het onderscheid tussen man en vrouw, tussen vader en moeder niet meer zo groot is. Het grootste onderscheid is tussen traditioneel en modern. Alleen daarom al is het van belang om de opvoeding samen te doen. Om er samen over eens te zijn, hoe je het als echtpaar doet: op de traditionele manier, op een moderne manier, of heb je juist de balans gevonden? En wat als je nog op zoek bent naar wat bij jullie past, of bij jouzelf?

Waarom is van belang om het samen te doen? Kan de opvoeding niet door één ouder gedaan worden? De moeder, die voor een groot deel thuis is voor de kinderen?
Neem bijvoorbeeld Arno. De hele dag is hij druk voor zijn baas.  ‘s Morgens vroeg gaat hij al de deur uit, nog voor de kinderen wakker zijn om de file voor te zijn. Hij komt thuis rond of na het avondeten en het eerste waar hij thuis behoefte aan heeft is even rust, even bijkomen, eten en verder geen gezeur over hoe het op school ging, welke botsingen er tussen zijn vrouw en kinderen geweest zijn. Eerst even tijd voor zichzelf en dan voor zijn gezin. Als die tijd er al is. Want de kerk is er ook nog. Daar heeft Arno ook een hele taak.
Of Hendrik. Hij heeft werk dat lichamelijk zwaar is. En aandacht voor zijn kinderen vindt hij belangrijk, maar weet niet zo goed hoe hij zijn kinderen die aandacht moet geven. Als hij thuis komt, is hij moe, want zijn werk vraagt veel aandacht. Hij voelt, dat als hij niet kan meekomen, er een ander zijn plek zal innemen. Hij is blij dat zijn vrouw veel van de zorg overneemt. Hij weet dat het niet zo hoort, maar het kan even niet anders.

Waarom is het van belang om de opvoeding toch samen te doen
en niet door één van de ouders?
Daar zijn verschillende redenen voor:
(1) praktisch
(2) eenheid van man en vrouw
(3) vanwege het belang van een evenwichtige opvoeding
(4) vanuit het geloof

(1) Praktisch
Wat gebeurt er als Arno zich niet inzet voor zijn gezin, omdat hij te druk is? Wat gebeurt er als Hendrik zich afzijdig houdt, omdat hij niet goed weet wat hij kan bijdragen aan de opvoeding van zijn kinderen? Dan komt de verantwoordelijkheid bij één van de ouders te liggen en daarmee ook de last van de opvoeding. Opvoeding is een te zware last om alleen te dragen.

(2) eenheid van man en vrouw
Voor veel echtparen – en misschien wel de meeste echtparen – geldt
dat man en vrouw niet direct hetzelfde denken. Ze nemen allebei hun eigen opvoeding mee en hebben soms een andere stijl van opvoeden. Daar kun je en daar moet je met elkaar als ouders over in gesprek. Wanneer je daar niet over in gesprek bent, kom je steeds weer in botsing, zonder echt met elkaar uit te zoeken wat werkelijk ten grondslag ligt aan de voortdurende botsing.
Dit kun je ook op een positieve manier formuleren: Wanneer je samen doorpraat over hoe je samen de kinderen wilt opvoeden, leer je elkaar beter kennen en groei je naar elkaar toe en draag je de verantwoordelijkheid samen. Soms vraagt dat geduld, omdat je op bepaalde momenten niet snel op één lijn ligt:
– Moeten de kinderen 2x mee naar de kerk?
– Wanneer mogen ze een mobiel?
– Wanneer mogen ze alcohol drinken?
– Welke films mogen ze wel of niet kijken?
– Welk gedrag accepteer je en wanneer is de grens bereikt?
Het lastige met opvoeden is dat je soms moet reageren op een incident: Twee kinderen hebben ruzie gemaakt en je moet tussenbeide komen. Een van de kinderen heeft een scheldwoord of een vloek gebruikt. Je zoon  heeft bij een vriendje een film gezien, die jouw goedkeuring niet kan wegdragen. Je dochter heeft op zondagmiddag om 14.00 uur geen zin om mee naar de kerk te gaan. Want, zegt ze, er gaat niemand van mijn leeftijd. Hoe reageer je dan? Hoe blijkt dan de gezamenlijke opvoeding? Bij zulke voorvallen is het goed om dat achteraf te bespreken:
– Wat gebeurde er?
– Welke keuze maakte ik? Was er een andere keuze mogelijk?
– Was dat een gezamenlijke beslissing? Of bepaalde een van de ouders de keuze en de ander had maar te accepteren – onder het mom van we moeten elkaar niet afvallen?
– Zo niet, waar kwamen de verschillen vandaan?
– Hoe kunnen we samen op een lijn komen, waar we allebei achter kunnen staan?
– Hoe leggen we die lijn uit naar de kinderen?
Spreek ook samen uit als je het niet eens bent, maar kijk dan ook naar de reden waarom je niet samen eens was En ga op zoek naar een gezamenlijke lijn.
Neem ook tijd voor elkaar, om je in elkaar te blijven verdiepen. In sommige fasen van je leven loop je het gevaar om alleen nog maar ouders van je kind te blijven, omdat er weinig gelegenheid is om voor gezamenlijke momenten. Zoek iets, naast het samen doorspreken over de opvoeding, is dat je samen doet: samen stille tijd (lezen, bidden, zingen), creëer vaste momenten van overleg.

(3) Evenwichtige opvoeding
Een gezamenlijke opvoeding is niet alleen voor jezelf als man en vrouw van belang. Ook voor je kind(eren) is een gezamenlijke opvoeding van belang. Een gezamenlijke opvoeding houdt in dat beide ouders in hun kind zijn geïnteresseerd. Wanneer een van de ouders zich afzijdig houdt, heeft dat grote gevolgen voor de ontwikkeling van een kind. Een kind ontwikkelt zich tot een stabielere persoonlijkheid als beide ouders betrokken zijn in de opvoeding. Wanneer een van de ouders niet echt betrokken is,  kan een kind dat als een levenslang gemis ervaren. Ik kom wel eens mensen tegen, die lijden onder de afwezigheid van een vader of moeder. Ze zijn eigenlijk hun hele leven lang op zoek naar erkenning van die afwezige vader, moeder.
Even nu voor vaders: wat is jullie betekenis voor de opvoeding? Allereerst: wat betekent dat voor mannen om vader te worden? Voor veel mannen is vader worden een intens gebeuren, dat hun leven diep verandert. In de EO-visie was heel lang een rubriek, waarbij bekende Nederlanders werden gevraagd. Op de vraag wat het mooiste moment van hun leven was, werd bijna altijd geantwoord: de geboorte van mijn kinderen. Vader worden is vaak een overweldigende ervaring, die zo diep gaat dat het vaak ook een religieuze ervaring is. De geboorte van een kind kan er toe leiden,  dat een man die tot voor kort niet zo in geloof geïnteresseerd is, door deze ervaring weer naar de kerk gaat en opeens open staat voor God. Vader worden is een ervaring die je leven intens verrijkt, op een vaak ongedachte manier.

De rol van een vader in het gezin is altijd al belangrijk geweest. Maar vandaag de dag zou die rol nog wel eens belangrijker kunnen zijn. Op bepaalde onderdelen komen kinderen niet meer of veel minder met mannen in aanraking. In het onderwijs, op zondagsschool / kindernevendienst. In het onderwijs is al een aantal jaren een discussie gaande of met name jongens in het onderwijs niet vastlopen of lagere scores halen, omdat ze een meester missen: iemand als voorbeeldfiguur of iemand die hen aanvoelt.

Wat mij opvalt, is dat vaders vaak wat afwachtender zijn in hun opvoeding dan moeders. Ze zijn wel in opvoeden geïnteresseerd, maar moeders zijn hen voor. Daarom (om vaders te stimuleren zich actief met de opvoeding te bemoeien):  Wat is de betekenis van vaders in de opvoeding?
Eigenlijk is daar heel weinig over bekend, omdat daar weinig echt onderzoek naar is gedaan. Daarnaast is de gedachte dat moeders veel meer invloed hebben. Uit een onderzoek uit 1996 bleek dat vaders veel minder tijd aan de opvoeding besteedden, maar dat zij net zo veel betekenis of soms nog wel meer betekenis hadden dan moeders. Als vaders zich dan met de opvoeding bemoeien, besteden zij meer tijd aan spel. In tegenstelling tot moeders, die zich vaak met het zorgen voor kinderen bezig houden. Wat vaders dan met kinderen doen is dan vaak een fysiek, spannend en onvoorspelbaar. Deze speelse omgang geeft een kind energie en dynamiek. Dat spelende bevordert een actieve, competitieve, nieuwsgierige houding van kinderen en heeft een stimulerend effect op hun sociale ontwikkeling. Dat uitdagende, stimulerende spel heeft een positief effect op de relaties die kinderen later aangaan, omdat ze zich beter kunnen binden. Daarnaast krijgen ze meer een gevoel van eigenwaarde. Door dat spelende leren kinderen ook omgaan met hun agressie en angsten. Wanneer een vader iets als dreigend ervaart, maakt dat meer indruk op kinderen dan wanneer moeder iets als dreigend ervaart.
=> Op welke punten heeft je man meer invloed op je kinderen dan jezelf? Hoe vind je dat?

Vaders hebben ook als het gaat om geloof soms meer invloed op hun kinderen dan moeders. Op dit punt zijn vaders vaak nog terughoudender dan op andere terreinen van de opvoeding. Ze voelen zich meer onzeker en weten niet goed hoe ze het moeten aanpakken. Als het gaat om activiteiten gaat die vaders met hun kinderen doen, staat het samen bidden op de laagste plaats. Nog lager dan het verschonen van de luiers. Vaders hebben het nodig (en willen dat ook wel) dat zij op weg geholpen worden in de geloofsopvoeding. Ouders hebben een belangrijke invloed op de geloofsopvoeding. Geloof en kerkgang leren kinderen allereerst van hun ouders. Als ouders hecht aan de kerk verbonden zijn, is er een grote kans dat kinderen ook hecht betrokken raken bij de kerk. Uit het vierde lidmaatschaponderzoek van de EKD bleek dat vaders een nog grotere invloed hebben op kerkelijke betrokkenheid dan moeders.
[Een nieuwe trend: met elkaar als gezinnen optrekken]

(4) Samen opvoeden:
– belofte bij het huwelijk,
– belofte bij de doop

Vragen bij “Opvoeden doe je samen”
1.) Is de opvoeding die jullie geven een gezamenlijke opvoeding?
2.) Als dat wel zo is, hoe is die gezamenlijke opvoeding gekomen? Wat heb je daarvoor gedaan? Ben je hierin gegroeid?
3.) Als die opvoeding niet gezamenlijk, heb je dan een idee waaraan dat ligt? Wat zou je willen veranderen?
4.) Op welke punten heeft je echtgeno(o)t(e) meer invloed op je kinderen dan jezelf? Hoe vind je dat?
5.) ‘Moeders geven de zorg en verantwoordelijkheid niet graag uit handen.’  – herken je dat?
6.) Is de geloofsopvoeding die jullie geven gezamenlijk? Of is er altijd iemand die het voortouw neemt? Wat moet er gebeuren om de ander actiever te laten worden?

 

Wat geven we mee aan de volgende generatie?

Wat geven we mee aan de volgende generatie?
Lezing ouderenmiddag 2015

In de ziekteperiode van zijn vader besefte Thomas dat hij maar weinig van zijn vader wist. Nadat zijn vader na een ernstige ziekte weer was opgeknapt, kreeg hij behoefte om meer over zijn vader te weten. Hij vatte het plan op om met zijn vader langs alle belangrijke plekken uit zijn leven te gaan: de straat waar hij geboren was, waar hij opgroeide, naar school ging, waar hij werkte, de kerk. Hij wilde dan zijn vader steeds interviewen over wat die plek voor hem betekende. Het bleef bij een plan, want zijn vader werd opnieuw heel erg ziek en kon hier niet meer aan meewerken.

Dit voorbeeld laat zien dat er bij kinderen en kleinkinderen best behoefte kan zijn om te horen hoe uw leven was. Ik geef dit voorbeeld om nog een andere reden. We leven in een tijd waarin er veel verandert. Dat hoef ik u niet te vertellen. Het leven van uw kinderen en zeker van uw kleinkinderen ziet er heel anders uit dan toen u zelf kind was of een jongvolwassene. Door dat verschil kunt u soms het gevoel hebben: laat ik maar niets vertellen, want het boeit hen toch niet zo. We leven in een tijd die verandert. We zien dat tussen de generaties, maar ook in de samenleving. Doordat op veel plaatsen in ons land de kerk veel leden heeft verloren, zijn er heel wat mensen die niet meer grootgebracht zijn met God, met het verlossend werd door onze Heere Jezus Christus. Het lijkt wel of iedereen zijn eigen waarheid heeft. Dat u dit gelooft, dat mag. Dat wordt meestal wel gerespecteerd. Als iedereen zijn eigen waarheid heeft, Wat geven we dan nog door aan de volgende generatie? Nemen ze dan nog wel wat aan?

Persoonlijk
Ja, als het een waarheid is die u persoonlijk raakt en die waarheid niet alleen maar iets is omdat de andere mensen het van u verwachten. Stel, dat Thomas niet meer naar de kerk zou gaan, dan had zijn vader toch kunnen vertellen over zijn band met de Heere. Door op bepaalde momenten te laten zien wat de band met de Heere voor hem betekent. Bijvoorbeeld door de ouderlingenbank te laten zien,  waar hij al jarenlang ouderling is en dan vertelt waarom hij dat werk deed en wat het voor hem betekende, wat zijn roeping was. Hij had bij het graf van zijn vrouw kunnen vertellen wat de Psalmtekst op de steen voor hem betekende en welke Bijbeltekst voor hemzelf op de steen zou kunnen komen.

Smartphone
Er is een symbool voor alle veranderingen in deze tijd: de smartphone.  Daarmee bedoel ik: aan de hand van de smartphone kunnen we heel wat eigenaardigheden van onze tijd uitleggen. Zo’n smartphone is net als met heel veel technische apparaten, van de koelkast tot de auto en de fiets, van de telefoon tot de radio. Je kunt van tevoren best zonder, maar als je hem eenmaal hebt, gebruik je dat ding zo vaak dat die niet weg te denken is. Via de smartphone houden de kinderen en de kleinkinderen met iedereen contact. Veel jongeren zijn bang om maar iets te missen, want stel je voor dat ze er dan niet meer bij horen. Ze zijn druk in de weer met anderen, wat anderen van hen vinden. Ze zijn ook druk met zichzelf

om aan anderen te laten zien, waar ze geweest zijn. Bij een smartphone zit tegenwoordig een stok: een selfiestick,  zodat je op een afstand een foto van jezelf kunt maken: tijdens Schapenmarkt, voor een beroemd gebouw, naast een bekend persoon. Je zet jezelf op de foto, om aan anderen te laten zien dat je er geweest bent. Als wijze oudere moet u daar wellicht om grinniken of wellicht stoort het u. Maar het is ook een kans. Ik zeg niet dat u uzelf steeds op de foto zet bij alles wat u doet. Dat verwachten uw kleinkinderen ook niet. Wat ze wel verwachten, is dat u iets van uzelf laat zien. Zo’n foto van jezelf maken heeft iets van jezelf laten zien. U kunt dat op een andere manier, veel waardigere manier doen.

U laat iets van uzelf zien door bijvoorbeeld uw Bijbel. Uw Bijbel die altijd binnen handbereik ligt. Bij mijn opa en oma lag de Bijbel op tafel of in ieder geval binnen handbereik. Het kwam voor dat mijn opa midden op de dag in de Bijbel zat te lezen. Toen mijn schoonmoeder overleed kregen wij haar Bijbeltje. Het was het Bijbeltje dat ze overal mee naar toe nam. Naar de kerk, naar het ziekenhuis, als ze weer voor een opname moest. Het was een veelgebruikt Bijbeltje. Dat maakte ons al stil, je merkte, ze leefde met de Bijbel. Ze leefde met de God van de Bijbel, dat was aan de Bijbel te zien. Er zijn ook andere dingen waarmee u iets van uzelf laat zien. Een tegeltje aan de wand, bijvoorbeeld. God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Die spreuk hing bij mijn vader in zijn studeerkamer. Elke keer als wij in zijn kamer waren om achter de computer te zijn om een spelletje te doen, zagen we die tekst.

Kennen van de HEERE
Al deze voorbeelden laten zien dat een leven kan spreken. Niet alleen de woorden, maar ook de daden, wat u doet. Door zelf dicht bij de Heere te leven kunt u dat ook aan anderen doorgeven. Dat dat van belang is, zien we in Psalm 78. Waarom is het van belang? Opdat het volgende geslacht weet wie de Heere is, weet wat de bijzondere daden zijn die Hij heeft verricht.
En dan niet alleen als uiterlijke kennis. Iemand kan weten dat God de hemel en de aarde heeft gemaakt, maar als diegene in het dagelijks leven niet gelooft, dat de Heere onze Bewaarder is, dan is het alleen maar kennis van het hoofd en dan zal het ook niet overkomen. Om het geloof in God als schepper over te dragen   – voor zover wij geloof kunnen overdragen – is het van belang om zelf te leven met onze Schepper. Gedenk je Schepper, niet alleen in de jonge jaren, maar ook in de dagen van van zorg en spanning, dat je weet en gelooft dat de Heere draagt en spaart. Dat is geen vanzelfsprekendheid, dat kan een aangevochten geloof zijn. Van u wordt niet gevraagd om een geloofsheld te zijn,

maar gewoon zoals u bent, maar dan wel steeds het zoeken van de Heere.
Vorige week had ik een begrafenis waarbij we het lied zongen:
Hij die rustig en stil
zich steeds voegt naar Zijn wil
Hem in alles vertrouwt en gelooft.

Dit lied zullen de kleinkinderen niet zo gauw kennen, maar de houding kunt u wel voorleven. Die houding kennen ze niet zo goed. Want ze groeien op met de mogelijkheid om te protesteren als ze een andere mening hebben. Wanneer een meester of een juf u verkeerd behandelde dacht u er niet aan om protest aan te tekenen. Zo gebeurde het nu eenmaal, volwassenen hebben gelijk. Daarom is het die vertrouwensvolle overgave aan de Heere misschien ook wel makkelijker – hoewel: niemand geeft zich makkelijk over aan de Heere. Maar aan uw kinderen en kleinkinderen die gewend zijn om toch even er wat van te zeggen als het hen niet zint kunt u voorleven om zo vol overgave aan de Heere te leven en bent u een levend voorbeeld van hoe zo’n overgave moet.

Vreemd
Hoe moet je er dan over praten? Aan het voorbeeld van mijn zwager laat ik zien, dat er bij kinderen of kleinkinderen best behoefte is om te weten hoe het zit. Als u het gevoel hebt dat uw leven zoveel anders is dan uw kinderen of kleinkinderen, laat u zich dan niet afschrikken.Tegenwoordig daagt het vreemde juist uit. Kinderen en kleinkinderen gaan naar andere landen, komen in aanraking met andere culturen en godsdiensten. Het vreemde schrikt niet alleen af, maar daagt ook uit en fascineert. Vertel uw kinderen maar over hoe het was om op te groeien zonder telefoon, zonder elektriciteit, zonder fiets of auto, zonder al te veel geld, hoe een begrafenis ging, hoe het is om te leven zonder vader of moeder. Niet om te pochen, maar gewoon om te laten zien hoe u het beleefde. Op die manier, door bij het gewone te beginnen, went u er aan om iets te delen van uzelf. Dan kunt u later ook gemakkelijker iets delen van uw leven met de Heere. Wat de Heere voor u betekent.

Luister je wel naar mij?
Zitten ze er wel op te wachten? Martine Delfos schreef een boek over praten met kinderen van 4-12 jaar. Luister je wel naar mij? is de titel van het boek. Daarin geeft ze aan, dat kinderen vol vragen zitten en veel willen weten. Ze geeft ook aan dat ouders vaak geen tijd hebben voor de vragen van hun kinderen. opdracht: tijd vrij maken, zodat kinderen met hun vragen kunnen komen (na het Bijbel lezen). In die leeftijd zijn ze leergierig. Juist naar het levens van anderen. En waarom zullen ze niet vol vragen zitten over opa en oma? Ze schreef ook een boek over pubers:  Ik heb ook wat te vertellen! Als u kunt luisteren naar uw kleinkinderen, zullen ze ook graag naar u luisteren. Ze houden ervan als u iets van uzelf laat zien, als u niet alleen maar opa of oma bent, maar hun opa, hun oma die er voor hen is, ook door af en toe wat van zichzelf te laten zien. Daar bent  niet mee opgegroeid. Ervaringen en emoties, dat telde niet, je moet door. Vandaag zijn ervaringen en emoties juist de ingang om iets te vertellen over wat echt van belang is.

Vertrouwen
Bijvoorbeeld over de grote daden van de Heere. Waarom is dat van belang? Zodat ook de volgende generaties leren om hun vertrouwen op de Heere te stellen, zodat ze ook met de Heere leven en ontdekken dat de Heere ook hun God wil zijn en dat het niet alleen fijn is, maar ook noodzakelijk. Ook als kinderen er niet meer in grootgebracht zijn, is het goed om ze op een bescheiden manier te vertellen. Door de Bijbel te gebruiken rond de maaltijden bijvoorbeeld en ruimte te bieden om erover door te praten. Door te laten zien dat die verhalen niet alleen maar verhalen over vroeger zijn maar verhalen die gaan over de Heere over het leven in gehoorzaamheid en afhankelijkheid aan Hem. Verhalen die u met vallen en opstaan probeert toe te passen op Hem. Dat hoeft niet direct resultaat geven, u zaait en de Heere is de Heere van groei en van de oogst, U leeft het voor, u geeft het geloof niet over, dat doet de Heere zelf. Hij gebruikt u wel daarvoor.