Checklist preekvoorbereiding

Checklist preekvoorbereiding

Waar gaat dit Bijbelgedeelte over?

  • Personen:
  • Thema’s:
  • Achtergrond:
  • Opbouw / structuur:
  • Context:

Wat wil dit Bijbelgedeelte mij zeggen?

Is dat ook de boodschap voor de gemeente? Waarom wel / niet?
(Zo niet: Wat is dan de boodschap voor de gemeente?)

Wat is de praktische uitwerking van deze boodschap?

Hoe zal de gemeente op deze boodschap reageren?

Aan welk verlangen in de gemeente raakt deze boodschap?

Op welke manier corrigeert deze boodschap de gemeente?

Wat heeft de gemeente nodig om deze boodschap te kunnen ontvangen?

Wat mag de gemeente van de Heere (Vader – Zoon – Geest) verwachten?

Met welke bijbels-theologische thematiek hebben we bij deze boodschap te maken? Wat betekent dat voor deze preek?

Met welke dogmatische / systematisch-theologische thematiek hebben we bij deze boodschap te maken? Wat betekent dat voor deze preek?

Met welke praktisch-theologische thematiek hebben we bij deze boodschap te maken? Wat betekent dat voor deze preek?

Hoe kan deze boodschap worden uitgewerkt in de preek: thematisch of verhalend?

Wanneer en waarover de dialoog met de gemeente?

Op welke gemeenteleden richt ik mij in het bijzonder (+consequentie voor de preek):
kinderen / jongeren / volwassenen / ouderen
(nog) niet gelovigen  / beginnend gelovigen / gelovigen die al een tijdje deze weg gaan
mensen die zorg en verdriet hebben / mensen die het goed hebben
overig:

Welke concrete opdracht(en) krijgt de gemeente mee?

Hoe kan de preek het beste worden opgebouwd?

Wat is de beginzin?

Wat is de slotzin?



 

Preek zondagmorgen 19 april 2015

Preek zondagmorgen 19 april 2015
Efeze 1:15-23
Thema: De kracht waarmee God Christus opwekte uit de dood, werkt ook in de gelovigen

 

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Terugblik (samenvatting eerste preek)
Paulus schrijft een brief aan de gemeente van Efeze.
Aan het begin van deze brief schrijft hij als adressering:
Aan de heiligen in Efeze, de gelovigen die in Christus Jezus zijn.
Vorige week in de avonddienst heb ik aangegeven,
dat we die in ook kunnen toepassen op onszelf en onze eigen gemeente:
Aan de heiligen op ‘t Loo en in Oldebroek, de gelovigen in Christus Jezus.
Heilig, dat bent u, gemeente.
Heilig – omdat God u apart heeft gezet.
Heilig – omdat God u als gemeente toewijdt en geschikt maakt om Hem te kunnen dienen.
Heilig: geschikt gemaakt, gereinigd, zodat u in dienst van de Heere kunt zijn.
Heilig – dat bent u hier op deze aarde, omdat u ook een plek in de hemel heeft:
in Christus Jezus.
Onze Heer is in de hemel. Hij is ons voorgegaan
en wie gelooft is nu reeds met Hem, onze Heer in de hemel, verbonden.
Wie gelooft, is reeds in Hem geplaatst.
Wie gelooft, is reeds geworteld in de Heer die in de hemel is
en heeft ook een leven nog op deze aarde.
Hier op aarde, maar van de hemel.
Hier in de wereld, maar eigendom van Christus Jezus, onze Heer.
Burger van twee werelden.
U leeft met een doel: de hemel, daar waar onze Heere Jezus Christus is.
Ook hier op aarde hebt u een doel:
om hier te leven uit Hem, onze opgestane Heer.
Dat is het leven van u, van jou als gelovige hier op deze aarde:
met een dubbel doel: leven op weg naar de eeuwigheid, maar ook met een leven hier op aarde,
hier in Oldebroek, op ‘t Loo, waar de Heere ons geplaatst heeft.
Dat we hier zijn, hier wonen en leven, dat geeft aan dat God hier in deze plaatsen
voor ons als gemeente een roeping heeft.
Om hier in deze plaatsen de verbondenheid met onze Heere Jezus Christus voor te leven.

Vandaag hier op verder, omdat Paulus in zijn brief hier ook verder op gaat.
In het gedeelte dat we met elkaar hebben gelezen, Efeze 1:15-23,
verwoordt Paulus dat hij steeds voor de gemeente bidt.
Dat doet hij niet zomaar.
Dat doet hij, omdat hij de gemeente van Efeze goed kent.
Hij heeft er enkele jaren gewerkt en kent de gemeente en de plaats Efeze uit eigen ervaring.
Paulus heeft nog een reden om voor de gemeente in Efeze te bidden.
Want dat dubbele bestaan, het leven in Efeze en het toebehoren aan de hemel,
gaf aan de gelovigen een grote spanning.
Efeze was één van de grootste steden van het Romeinse Rijk,
een handelsstad, met veel drukte en verkeer,
allerlei meningen die er te horen waren,
een stad met veel tempels en goden die werden vereerd.
In die grote stad met zoveel hondderduizenden inwoners en zoveel soorten geloven
was er een klein groepje mensen, een handvol,
dát waren de heiligen in Efeze, de gelovigen in Christus Jezus.
Het leven als gelovige zal voor hen niet gemakkelijk geweest zijn.
Familieleden die boos waren omdat zij de keuze hadden gemaakt
om niet meer de godsdienst aan te houden waarmee zij waren opgevoed.
Vrienden die hen niet meer begrepen om de keuzes die zij in het leven maakten.
Priesters van de tempel waar zij normaal kwamen die het hen kwalijk namen,
omdat zij de godsdienst ondermijnden.
Ambtenaren van de lokale overheid die hen in de gaten begonnen te houden.
Werkgevers die er misschien wel niets van moesten weten.
Ze zijn de heiligen in Efeze en de gelovigen in Christus Jezus.
Ze ervaren dat ze heilig, apart gesteld zijn door God, door de moeiten die zij in hun stad ervaren.
Ze zijn in Efeze, maar niet van Efeze – hoewel de Efeze de druk op hen uitoefent
om terug te komen en weer mee te doen met dat oude leven.

Ondanks al die spanningen en de druk die op hen gevoerd is
om het geloof in Jezus dat zij net ontdekt hadden weer op te geven,
blijven ze het volhouden.
Ondanks alle moeiten die het hen persoonlijk kost, geven zij niet op,
maar houdt deze kleine groep gelovigen het vol.
Ze houden niet alleen het geloof vol,
maar ondanks alle moeiten die zij zelf hebben om als gelovigen staande te blijven
leven ze mee met gemeenten op andere plaatsen,
denken ze mee, helpen ze waar ze kunnen.
Paulus, die een aantal van deze mensen kent, is daar dankbaar voor.
Sinds hij de goede berichten heeft gehoord over hun geloof in Christus
en hun liefde voor de medegelovigen, voor de anderen die door God geroepen zijn,
neemt hij deze gemeente, deze gemeenteleden mee in zijn gebeden.
Hij kan ruimhartig danken, want aan dat geloof en aan dat meehelpen, meeleven met anderen,
de liefde tot de andere heiligen, zoals Paulus dat schrijft in de brief,
kan Paulus zien dat de Heilige Geest werkt.
Uit de verhalen die hij hoort over de gemeente,
merkt hij ook hoe moeilijk het leven voor de gelovigen in Efeze is,
hoeveel strijd het hen kost.
Ze houden vol, met liefde, maar het kost hen ook veel.
Daarom springt Paulus hen bij, om hen te steunen:
hij neemt hen mee in zijn gebed.
De gemeenteleden van Efeze krijgen een plaats in de gebeden van Paulus.
Voordat Paulus hen gaat aanspreken om vol te houden
– want dat zal hij doen –
geeft hij hen eerst een bemoediging dat hij voor hen bidt.
Paulus bidt dat Gods kracht in hen blijft werken,
dat God hen staande houdt, hen overeind houdt in de strijd, in de spanning.
Wat Paulus bidt, is dat de kracht waarmee God Zijn Zoon opwekte uit de dood,
dat diezelfde kracht ook in de gemeente zal werken.
En hij bidt ook, dat de gemeente ook mag zien
dat die kracht, de kracht van God waarmee Hij Christus uit het graf liet komen,
ook door de gemeente mag worden gezien en ervaren.
Dat ze in die strijd en in de spanning waar ze elke dag in leefden,
om als heiligen, door God geroepen, apart gezet, daar in Efeze te leven,
om het als gelovigen vol te houden in het geloof,
zodat ze zien: we staan er niet alleen voor,
maar God die alle macht heeft, werkt met Zijn kracht in ons en in de gemeente.

De kracht waarmee Christus opstond uit de dood,
is niet alleen een kracht die in Jezus werkte en die tot Gods Zoon kwam,
maar kwam ook in Efeze.
Ik denk dat Paulus ook ‘gewoon’ had kunnen schrijven over de Heilige Geest,
maar dat hij bewust steeds over kracht schrijft
om mee aan te geven dat de Heilige Geest ook een geweldige kracht in Zich heeft,
niet machteloos is, maar de grootste kracht is die er is,
omdat het Gods kracht is.
Die kracht werd al zichtbaar toen onze Heere Jezus opstond uit de dood.
Die kracht merkten de mensen in Efeze toen ze gingen geloven in Jezus.
Want toen gebeurde er iets met hen.
Ze bleven in Efeze wonen, ze bleven op de aarde,
en tegelijkertijd kregen ze ook een plek in de hemel, kwamen ze in Christus.
Als Paulus spreekt over hun geloof in Christus Jezus,
bedoelt hij niet alleen dat er een intieme persoonlijke band met Christus is,
maar dat wil hij daarmee ook laten zien, dat Christus een veilige ruimte is
waar je als gelovige veilig bent:
een vaste burcht is onze God
Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de  schaduw van de Almachtige
– dat is er wat er met de mensen in Efeze is gebeurd die gingen geloven in de Heere Jezus.

Wat we horen over de gemeente van Efeze kan ook op ´t Loo en in Oldebroek herkenbaar zijn.
Dan niet zozeer een heel kleine gemeente in een grote stad.
En voor de meesten is het geloof in Christus niet iets nieuws, een nieuwe richting in ons leven
die ons een andere kant op doet gaan, weg bij onze familie vandaan.
De meesten zijn er in opgegroeid en geloven, omdat ouders en anderen om ons heen
ons zijn voorgegaan in het geloof in de Heere Jezus,
ouders, familie, vrienden die ons zijn voorgegaan in het schuilen bij de Heere Jezus.
We hebben hier een grote gemeente om ons heen.
Afgelopen donderdag was ds. Polinder op de ouderenmiddag om te vertellen over
zijn werk als zendeling.
Hij vertelde over een jongen van 20 die graag gedoopt wilde worden,
maar na door de druk die er is en omdat hij geen gemeente om zich heen heeft,
dreigt terug te vallen in zijn oude geloof als moslim.
In z´n eentje kan hij het niet volhouden in de druk die op hem wordt uitgeoefend.
Wij hebben een gemeente om ons heen, een behoorlijke gemeente.
Toch hoor ik ook over onze gemeente geregeld zorgen,
dat het terugloopt, dat het enthousiasme en de betrokkenheid minder is.
Paulus geeft een voorbeeld van hoe wij met die zorgen om kunnen gaan±
allereerst door te vertrouwen dat ook in onze gemeente
wij er niet alleen voorstaan, maar dat Christus die in de hemel is,
met ons verbonden is,
en dat Zijn kracht, de kracht waarmee Hij is opgestaan uit de dood,
ook in onze gemeente kan werken en nog werkt: de Heilige Geest.
Een overweldigende kracht, die ook onze gemeente weer nieuwe kracht en moed kan geven.
Naast dat vertrouwen geeft Paulus ook een ander voorbeeld,
en dat heeft met dat vertrouwen op de kracht van God te maken: het gebed.
Bidden is de praktische kant van dat vertrouwen.
Dat is dat vertrouwen in uitvoering gebracht – dat is leven in Christus, schuilen in Hem.
Bidden is het appèl op God dat Hij met Zijn kracht ook in de gemeente werkt.
Wie zich zorgen maakt over ook de gemeente, maar het gebed vergeet,
die doet alsof God machteloos is en Hij in onze gemeente niets kan doen.
Die doet bovendien net of wij als mensen de kerk opbouwen.
Het is God die de gemeente in het leven roept,
de Geest die in de gemeente dat vertrouwen wekt.
Bidden – dat is wat u voor de gemeente en andere gemeenteleden kunt doen.
In het bidden komt u bij de Heere Jezus, om te vragen:
Werk met uw kracht, met uw Geest in de gemeente.
Laat de kracht waarmee Christus opstond uit de dood ook weer hier in ons midden werken,
zodat degenen die u niet kennen getrokken worden
en degenen die de moed verliezen, weer aangespoord mogen worden en nieuwe kracht ontvangen en merken dat ze overeind gehouden worden.

Bidden leidt ertoe dat je God beter leert kennen.
Dat is ook wat Paulus ook voor de gemeente bidt:
niet alleen dat ze overeind gehouden worden, maar dat ze ook groeien in geloof
en dan op een speciale manier groeien, namelijk in het beter kennen van God.
En dan niet in theoretische kennis, maar in intieme kennis,
werkelijke kennis van God.
De gemeenteleden in Efeze waren allemaal tot bekering gekomen.
Vanuit hun opvoeding kenden zij God niet.
Pas door de boodschap van Paulus en anderen in de gemeente leerden zij God kennen.
Ze moesten nog veel leren over God
en Paulus bidt dat de Geest hen dat ook wel leren.
Paulus bidt dat de Geest de gemeente helpt om te ontdekken wie God is en waar Hij is.
Om te zien dat als God werkt er niets hopeloos is.

Wat Paulus bidt voor de gemeente, kan ook voor ons persoonlijk gelden.
Niet alleen als gemeente hebben wij een dubbel bestaan: hier op aarde
in Oldebroek of op ‘t Loo – en tegelijkertijd in de hemel – in Christus.
Als gelovige zou je steeds meer willen groeien in de Heere Jezus.
Ik merk dat zo’n verlangen hier in de gemeente ook leeft:
om verder te komen in het geloof, meer te weten, meer te vertrouwen, meer te ervaren,
om te zien hoe God in je eigen leven werkt.
Paulus spoort de gemeente aan om te zien dat God ook werkt, om daar op te vertrouwen.
Dat geldt ook voor uzelf, als u bij uzelf denkt:
ik ben helemaal niet heilig, niet geschikt om God te dienen.
Er moet heel wat gebeuren, voordat ík dienstbaar en bruikbaar voor God ben.
Kijk dan naar de kracht, waarmee Jezus opgewekt werd uit de dood.
De dood was de sterkste macht. Niemand was de dood de baas
en zie hoe Jezus uit het graf kwam.
Die kracht werkt in u – de Heilige Geest is dezelfde kracht
waarmee God de dood overwon en de Zoon opstond.
Die kracht is overweldigend, niets kan die macht tegenhouden.
Ook in u kan die kracht werken en ook u, jou, die van jezelf denkt:
‘bij mij is het onbegonnen werk; groei in geloof dat kan niet.’
Dan bidden wij met Paulus mee,
dat God dat we Zijn kracht in je laat werken
en dat je ziet dat God ook in je leven werkt.
Dat ook jij, u, in Christus kan komen en daar kan blijven, door Christus.

Leven hier op deze aarde en van Christus zijn.
Dat is lang niet altijd gemakkelijk.
Er kan aan je getrokken worden.
Maar Paulus wijst op God die ons bijstaat en ons twee hulpmiddelen geeft:
geloof / vertrouwen aan de ene kant en gebed aan de andere kant.
Dat geloof en vertrouwen wordt ons geschonken,
net zoals bidden bij de Heere Jezus vandaan komt.
Wat onze taak is: om met ons hart en onze ogen te zien, met onze oren en hart
te horen waar God werkt.
En zelfs daar bidden we om dat God dat inzicht geeft.
Zodat we steeds dichter met Hem leven, steeds intiemer met Hem zijn.
En bij alles wat ons overkomt, niet bij Hem vandaan gaan,
maar ondanks alles weten: Ik ben van mijn Heiland,
nu reeds hier op aarde.
Ik ben op weg – door het leven hier op aarde
om bij Hem uit te komen.
Jezus leeft en Zijn kracht werkt ook in Mij, Zijn Geest,
om mij en u in dat einddoel te brengen: het hemels Jeruzalem,
waar Hij onze Heere is.
Geen makkelijke reis, maar wel een behouden aankomst.
Amen

Preekopzet themadienst “Water .. dorst naar God” (psalm 42)

Water … dorst naar God
Themadienst school & kerk nav Psalm 42

Preekopzet
In de preek start ik met het verlangen naar God.
Ik ga vragen aan de kinderen of ze dat herkennen. En of dat ook voelt als een dorst (een sterk verlangen dat niet wordt vervuld).
Daarvan geef ik enkele concrete voorbeelden: God willen zien, hulp nodig hebben (waarbij soms het gevoel kan zijn dat het gebed komt niet verder dan het plafond), Psalm 42 geeft het voorbeeld van vijanden: in een groep er niet bij horen of bang zijn voor de anderen. Aan de hand van die voorbeelden uitleggen waarom God onze eerste levensbehoefte is.

Dan pak ik het beeld van het hert op: dat kan een hijgend hert zijn dat aan de jacht is ontkomen. Of een hert dat verlangt naar water. Daarbij denk ik aan een hert in een tijd van droogte. Het dier bezwijkt bijna; het heeft echt water nodig.

Op deze plaats kun je een terugkoppeling maken naar de 3 bijbelverhalen (Genesis 16, Exodus 15, 17) over dorst en aan de hand van Psalm 42 uitleggen dat het niet alleen dorst is, maar ook verlangen naar de nabijheid of de hulp van de Heere.

Dan pak ik de innerlijke dialoog op. Ik leg daar iets over uit en neem de vragen mee: is God er dan niet? Hoe geef ik mijzelf nieuwe moed? Of hoe kom ik weer bij de Heere uit? In deze psalm is de tempel de plaats om God te ontmoeten. Tegelijkertijd door deze klachten in deze psalm te verwoorden komt er ook een weg naar de Heere. Want het is een gebed.

Tot slot wil ik op de een of andere manier de stap maken naar Jezus als het levende water. Ik bedenk nu dat ik tussendoor ook af en toe laat merken dat je verkeerd water kunt drinken. Zoals alcohol (om iets uit de weg te gaan. ‘iedereen spreekt over mijn zuipen maar niemand spreekt met mij over mijn echte dorst’).
Zo kan er wel een verlangen zijn, maar dat we die dorst niet ‘lessen’ met de Heere. Levend water is fris en stromend water, je knapt er van op. Water dat lang stilstaat gaat stinken en is erg smerig en ongezond. Tot slot zou ik willen uitleggen hoe de Heere Jezus onze dorst lest (of misschien wel met het kruis, waar Hij Zelf dorst had).
Hier zou ik nog de innerlijke dialoog weer kunnen oppakken over de Heere Jezus en onze dorst naar God en de werkelijke vervulling.