Het recht van kinderen op een godsdienstige opvoeding

Het recht van kinderen op een godsdienstige opvoeding

Is het nog wel van deze tijd om kinderen een godsdienstige opvoeding te geven? Steeds vaker wordt er gezegd dat een godsdienstige opvoeding voor kinderen een belemmering is om uit te groeien tot een zelfstandige persoonlijkheid. Daarnaast zijn er steeds meer ouders die hun kinderen geen godsdienstige opvoeding geven, omdat zij zelf negatieve ervaringen hebben met zo’n opvoeding. Ook zijn er ouders die geen godsdienstige opvoeding meer geven, omdat zij vinden dat hun kind later zelf moet kunnen kiezen voor een bepaalde godsdienst. Of omdat zij rondlopen met twijfels en vragen over geloven.

Friedrich Schweitzer, een toonaangevende godsdienstpedagoog, komt deze bezwaren tegen in zijn onderzoek en gesprekken met ouders. Toch wil hij niet meegaan in deze bezwaren. Sterker nog, hij benadrukt dat elk kind recht heeft op een godsdienstige opvoeding. Volgens hem komt het niet zoveel meer voor dat ouders een godsdienstige opvoeding geven die schadelijk is voor hun kind.

Kaspar Hauser-syndroom
Schweitzer spreekt van een Kaspar Hauser-syndroom. Kaspar Hauser dook in de 19e eeuw opeens op als jongen. Door een gebrekkige opvoeding kon hij nauwelijks spreken. Wanneer een godsdienstige opvoeding achterwege blijft, is een kind op bepaalde terreinen onderontwikkeld. Kinderen leren dan geen woorden om hun religieuze ervaringen of vragen onder woorden te brengen. Ze zijn in zekere zin ontheemd, doordat zij geen rituelen, gebeden, gesprekken over het geloof hebben geleerd. In zijn gesprekken met jongeren komt Schweitzer vaak tegen dat jongeren betreuren, dat hun ouders nooit met hen over godsdienstige zaken hebben gesproken.

Aanwezig
In het leven van kinderen is godsdienst aanwezig. Kinderen denken veel na over God en hebben er behoefte aan om over te praten. Ook hebben ze verschillende vragen: Wie ben ik? Waarom sterven mensen? Hoe ziet de hemel eruit? Waar vind ik geborgenheid en bescherming? Waarom moet ik anderen eerlijk behandelen? Hoe zit dat met kinderen die in een andere God geloven? Wie een antwoord op deze vragen gaat geven, begeeft zich op het terrein van geloven.

Godsdienst als stimulans
Volgens Schweitzer hoeft een godsdienstige opvoeding geen belemmering te zijn voor kinderen om uit te groeien tot een zelfstandige persoonlijkheid. Integendeel. Inwijding in het geloof, bekendheid met de verhalen, met en een plaats binnen een geloofsgemeenschap kunnen juist een belangrijke bijdrage leveren aan deze groei naar een eigen persoonlijkheid. Het christelijk geloof stimuleert deze groei naar een eigen persoonlijkheid. Want volgens het christelijk geloof kan geloof niet opgedrongen of overgedragen worden. Geloof kan alleen door de Heilige Geest geschonken worden. Ouders kunnen het geloof voorleven en hun kinderen vertrouwd maken met God – het geloof kunnen ze aan hun kinderen niet geven. Dat is een van de spannendste aspecten van een godsdienstige opvoeding.

Godsdienstige opvoeding
Als een godsdienstige opvoeding een kinderrecht is, vraagt dat ook het een en ander van de ouders. Bijvoorbeeld de bereidheid om kinderen een antwoord te geven op de vragen die zij hebben. De bereidheid om hen een godsdienstig thuis te bieden en hen verhalen en woorden te leren die hun geloofsweg stimuleert. Een godsdienstige opvoeding begint er al mee door vragen en opmerkingen van kinderen niet te negeren. Daarnaast kunnen ouders na een Bijbelverhaal dat is voorgelezen tijd inruimen om met hun kinderen over dit verhaal in gesprek te gaan. Of door hen mee te nemen naar musea of een kerk. Door hen in het gebed hun ervaringen met God te laten delen. Daarbij hoeven ouders geen overtuigde gelovigen te zijn. Ook twijfel en onzekerheid kunnen een mooie aangelegenheid om samen met kinderen te zoeken naar mogelijke antwoorden. Als ouders maar oprecht zijn.

Wederzijds leren
Voor veel ouders is het geven van een godsdienstige opvoeding extra spannend, omdat het daarin ook gaat om een kritische verwerking van de eigen godsdienstige opvoeding die zij hebben gehad. Een spannende zoektocht naar wat zij zelf (nog) geloven. Een spannende weg waarbij zij hun kinderen de gelegenheid geven met hun vragen de ouders aan het denken te zetten. Daardoor is een godsdienstige opvoeding ook voor ouders een extra kans om zich te verdiepen in wat hun kinderen bezighoudt. Dit gezamenlijk optrekken is verrijkend beide kanten: ouders en kinderen leren van elkaar.

N.a.v. Friedrich Schweitzer, Das Recht des Kindes auf Religion. Ermutigungen für Eltern und Erzieher (Gütersloh, 20052)

Reiniging

Reiniging
nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht (Hebreeën 1:3)

Vandaag heb ik de stenen en de tegels met een hogedrukspuit gereinigd. De tegels kwamen helemaal groen onder de sneeuw vandaan. Het groen was hardnekkig. Steen voor steen moesten ze met de harde straal gereinigd worden. Vooral de kleine stenen kostten moeite.
In Hebreeën wordt verteld over onze reiniging. Het sterven van de Heere Jezus betekent voor ons: reiniging van onze zonde.

Onze zoon hielp mee. Hij hield de hogedrukspuit ook vast. Hij zag hoe het groen van de tegels verdween en de oorspronkelijke blauwe kleur tevoorschijn kwam. “Deze tegels zijn weer zo goed als nieuw”, zei hij.
Zo is ook de reiniging van de Heere Jezus bedoeld: om onze oorspronkelijke ‘kleur’ weer tevoorschijn te krijgen. Om ons te laten worden, zoals God ons had bedoeld. Onze oorspronkelijke ‘kleur’ mag weer iets van God uitstralen.

Bij ons vorige huis heb ik ooit ook de stenen gereinigd met de hogedrukspuit. Die stenen waren er niet tegen bestand. Na afloop was het resultaat lang niet zo mooi als vandaag het geval was. Het tuinpad en het terras hadden toen een fletse kleur gekregen, omdat ik de verf van de stenen afspoot.
Als de Heere Jezus ons reinigt, reinigt Hij ons, zodat wij onze oorsprong weer terugkrijgen. Niet om onze ‘kleur’ eraf te spuiten. Maar om onze oorspronkelijke ‘kleur’ terug te krijgen. Tot eer van God en tot zegen van onszelf.

Waarom word je geen dominee?

Waarom word je geen dominee?

In memoriam prof. dr. G.G. de Kruijf

Ik heb de vraag nog nooit aan iemand gesteld. Ik wil de vraag nu al jou stellen: waarom word je geen dominee?
Je zult er wellicht nooit over nagedacht hebben. En als je al wel over deze vraag hebt nagedacht, heb je vast gedacht: dat is niets voor mij. In de eerste jaren dat ik theologie studeerde, zei ik er altijd bij: “Maar ik word geen dominee!”
Het is ook niet altijd gemakkelijk. In de 6 jaar dat ik predikant ben, ben ik steeds de jongste van de kerkenraad geweest. Het is werk met lange dagen met veel schakelen en onregelmatigheid. Er is veel tijdsdruk en vaak ben je terwijl je vrij bent nog met je hoofd bij het werk.
Toch is het mooi werk. Ik mag bij veel mensen binnenkomen. Als ik binnenkom, delen ze hun levensverhaal. Geregeld worden dingen verteld die nooit aan anderen verteld worden. Vaak voel ik mij bevoorrecht om zulke verhalen aan te horen. Zulke ontmoetingen kunnen al een reden zijn om dominee te worden. Maar er is nog een groter voorrecht: je mag het met mensen over God hebben. En mensen verwacht dat ook van je. Of ze nu ongelovig zijn of heel gelovig. Ik heb vaak de indruk dat wat mensen tegen mij zeggen, zij eigenlijk tegen God zeggen.
Als je dominee hebt, heb je het voorrecht en de roeping om te preken. Nu zijn vele mensen van mening dat de preek achterhaald is. Mijn ervaring is een andere. Ik heb in verschillende omstandigheden gepreekt: In een zaaltje in een verzorgingstehuis met 10 ouderen, waarvan de jongste 86 was. In een kerkdiensten met soms 10 – 20 kerkgangers. In begrafenisdiensten, waarbij de nabestaanden soms geen besef meer hadden van wat een kerkdienst is. Daar heb ik gemerkt dat luisteraars veel aan een preek kunnen hebben. Natuurlijk, de andere kant is er ook: de kritiek op preken. “Het gaat langs mij heen!” “Ik raak u aan het begin van de preek al kwijt!” Soms is het geloof van gemeenteleden bijna uitgedoofd en hopen ze dat de preek hun geloof weer aanwakkert en hen meeneemt en in vuur en vlam zet.
De preek is een spreken van God. Als je dominee zou worden, worden jouw woorden gebruikt door God om de gemeente aan te spreken. En bij alle kritiek die er op preken kan komen, hopen gemeenteleden ook dat zij aangesproken worden. Door God. Als dat gebeurt, als een preek slaagt omdat je merkt dat de luisteraars de stem van God horen in hun eigen leven, zijn dat momenten waarop je gelukkig zult zijn.
Het is een roeping om dominee te worden. Het vraagt om een leven in nederigheid en dienstbaarheid. Wellicht bij jij ook geroepen. Denk niet te snel dat het niet voor je is weggelegd! Daarom aan jou de vraag: Waarom word je geen dominee? Het is een mooie roeping om Christus en Zijn kerk te dienen.

Deze woorden schreef ik om prof. dr. G.G. de Kruijf te gedenken. Hij was een leraar van de kerk. Niet alleen als hoogleraar, maar vooral ook omdat hij velen gestimuleerd heeft om predikant te worden. Moge zijn gedachtenis tot zegen zijn.

Geschreven voor HWConfessioneel

Preek 3 februari 2013

Preek 3 februari 2013
Voorbereiding Heilig Avondmaal

Johannes 3:3: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet opnieuw geboren wordt,
kan hij het koninkrijk van God niet zien.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet opnieuw geboren wordt,
kan hij het koninkrijk van God niet zien.

Daar staat Nicodemus voor Jezus… Nicodemus, een man die bij de mensen bekend staat om zijn wijsheid en door mensen geregeld opgezocht wordt als zij vragen hebben over hun leven en hen met zijn wijze woorden hen verder hielp door het leven, hen verder hielp op de weg van God. Een man met een nauwgezette levenswandel – hij houdt zich stipt aan Gods geboden. Een man die de Schrift kent en dan niet oppervlakkig, maar iemand die leeft uit de Schrift. Een vrome en wijze man, geliefd en gerespecteerd – een leider van de Joden.

Ik hoop dat de jongeren hier in de gemeente ook iemand hebben, die voor hen is zoals Nicodemus. Iemand die jullie uitleg geeft over het leven of jullie verder helpt op de weg van God. Je vader of moeder, een ouderling, een docent(e) op school.

Nicodemus was in staat om een zuiver oordeel te geven, waarbij hij niet dacht aan zijn eigen standpunten, maar waarin hij de eer van de Heere zocht. Een man met een ruim hart, want hij is bereid om te erkennen dat Jezus door God gezonden heeft. Bij hem merken we weinig van wat de andere evangeliën vertellen over de Farizeeën: dat zij voortdurend Jezus bekritiseren en wantrouwen. Nee, Nicodemus, een toonaangevende Farizeeër zoekt Jezus op, omdat hij gelooft dat Jezus door God gezonden is. Hij heeft over Jezus gehoord, of hij heeft gezien wat Jezus deed en met zijn kennis van de Schrift, met zijn vroom en stipt leven herkent hij dat Jezus niet zomaar iemand is, maar door God gezonden.

Want niemand kan deze tekenen doen, die U doet – als God niet met hem is. Dan erkent Nicodemus ook dat God bij Jezus was, toen hij de handelaars uit de tempel verdreef en behoort Nicodemus niet tot de groep die beledigd is en zich afvraagt waar Jezus het recht vandaan haalde om dit teken te doen, maar heeft hij ingezien dat het dit wegsturen juist was, een teken dat Jezus door God gezonden was! En nu zoekt Nicodemus Jezus op – om het openhartig tegen Jezus te zeggen: Wij weten het, wij zien het in, wie U bent!
Gemakkelijk was het niet trouwens niet om bij Jezus te komen. Jezus had Zich verborgen, omdat Hij wist hoe mensen zijn: snel onder de indruk van wat Hij deed.Zonder dat zij doorvroegen: wie is die Jezus eigenlijk? En wat komt Hij doen? Nicodemus weet Jezus te vinden en Jezus laat Nicodemus binnen. Wellicht omdat Jezus wist, dat Nicodemus bij Jezus meer zag dan de ontzag voor de wonderen. Nicodemus met zijn kennis over God, de Schrift, zijn vroomheid en wijsheid, hij komt daar bij Jezus. Nicodemus is er niet op uit om Jezus te testen. Nee, naar mijn idee komt Nicodemus omdat hij in Jezus zijn meerdere heeft gevonden. Hij Nicodemus, die de mensen raadgeeft, die bij ingewikkelde geestelijke zaken een doorslaggevende stem heeft, die rabbijnen opleidt om het volk van God te onderwijzen en te leiden. Hij herkent in Jezus iemand van wie hij nog veel kan leren. Jezus, U bent door God gezonden om ons te onderwijzen. Het is de grootheid van Nicodemus, dat hij weet te buigen voor Jezus.

En dan zegt Jezus, als Nicodemus zo bij Hem komt: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
De Heere Jezus zegt daarmee: Nicodemus, je kunt alleen weten of Ik door God gezonden ben, als je opnieuw geboren bent. Alleen als jouw wijsheid en jouw vroomheid niet uit jezelf komt, alleen dan kun je aangeven wie Ik ben. Nicodemus, alleen als je een ander mens wordt, ben je in staat om te zien waar God aan het werk is.
Jezus zegt: als je opnieuw geboren wordt, alleen dan kun je zien wat God doet. Opnieuw geboren worden, dat betekent voor Nicodemus: de levenswijsheid die hij in de loop van zijn leven heeft opgebouwd, zijn kennis van het geloof, zijn vermogen om te oordelen alles wat hij tot dan toe geleerd en opgebouwd heeft, moet hij afleggen om opnieuw geboren te worden, om in de leegte die in zijn leven ontstaat de Heilige Geest te ontvangen en dan helemaal opnieuw beginnen, van vooraf aan. Zoals een baby ter wereld komt en haast alles nog moet leren en alles moet ontvangen van anderen, zoals ouders: eten en drinken, liefde . Hulpeloos en afhankelijk van God, zoals een klein baby’tje, Nicodemus, zo moet je worden om werkelijk te kunnen zien waar God aan het werk is.

Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij niet zien hoe God aan het werk is. Dat zegt Jezus tegen Nicodemus als Nicodemus de Heere opzoekt.
Dat wordt ook tegen ons gezegd in deze week van voorbereiding van het Heilig Avondmaal. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij geen oordeel geven over ons eigen geloof, hoe wij staan tegenover de Heere, kunnen wij niet aangeven of deelname aan het avondmaal voor ons is weggelegd. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen ambtsdragers niet bij elkaar komen voor censura morum. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij niet aangeven of ons geloof oprecht is. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij niet aangeven of Christus aanwezig is in deze dienst of volgende week bij de viering van het Heilig Avondmaal. Als wij niet opnieuw geboren worden, dan doen wij maar wat.
Als wij geen ander mens geworden zijn. Als er in ons leven geen leegte gekomen is die alleen door de Heilige Geest opgevuld kan worden, kunnen wij het koninkrijk van God niet zien. Dan zijn wij niet in staat om aan te geven of het uit God is of dat wij het doen, omdat we vinden dat we het moeten doen op deze manier. Omdat we het altijd gewend zijn, of omdat onze traditie het ons voorschrijft,
omdat wij niet beter weten.
Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij niet aangeven of een gevoel in ons, een verlangen
opkomt uit onszelf of dat de Heere het in ons wakker roept. Kunnen wij niet aangeven of wij groeien in geloof of dat ons geloof achteruitgaat.
Er is maar één weg: weer zo hulpeloos en afhankelijk worden als een baby, die wacht tot zijn moeder komt om te voeden en alleen door te huilen kan aangeven dat hij honger heeft. Een baby die niet eens beseft dat hij of zij honger heeft, maar alleen kan huilen, omdat er een leeg gevoel is. Hij weet het niet, maar hij voelt het wel. Alleen wie zo is, kan Gods werk zien.

Hoe kan dat nu? Dat is ook een vraag die bij Nicodemus opkomt. Nicodemus die ingewijd is in het leven met de Heere, de verborgen omgang kent.
Dat Hij de Heilige Geest nodig heeft bij alles wat hij doet, dat begrijpt Nicodemus wel en zijn dagelijks leven is vol van momenten, waarop hij de Heilige Geest ruimte geeft om in zijn leven te komen.
Het was de gewoonte van de farizeeën om voordat zij in gebed gingen, eerst een uur stil waren – om de stemmen die in hen opkwamen te laten verstommen, om de stem van God te kunnen horen,
een uur van concentratie en wachten op de Geest voordat zij hun gebed tot God onder woorden brachten. Vanuit een besef van de heiligheid van God, dat wie niet geconcentreerd is snel is afgeleid en met zijn hart en gedachten niet werkelijk bij de Heere verkeert.
Wanneer hij de tempel bezocht, waste hij zich uitgebreid, omdat hij wist dat hij, onrein mens, niet zomaar voor God kon verschijnen. Alleen als hij gereinigd was van zijn zonden en verzoend was met God, kon hij de Heere ontmoeten.
Nicodemus, hij weet dat hij niet zonder de Geest kan, dat hij het van boven moet ontvangen, dat is hem wel bekend, maar dat hij opnieuw geboren moet worden, worden als een baby dat alleen maar kan roepen en schreeuwen om voedsel, een baby die uit zichzelf nergens komt, maar opgetild moet worden – daar struikelt hij over, dat gaat er bij hem niet in. Want wat moet hij dan doen? Wat moet hij doen om daarbij uit te komen?

En is dat voor ons ook niet merkwaardig wat de Heere Jezus tegen Nicodemus zegt? Alleen als je opnieuw geboren wordt? Als wij over ons geloof nadenken, zouden we toch vooral méér willen doen? Méér Bijbellezen, méér tijd voor bidden, méér vertrouwen op God, méér met de dingen van de Heere bezig zijn, méér enthousiasme, méér erover kunnen en durven praten.
Hulpeloos worden als een huilende baby? Opnieuw geboren worden, wederom geboren worden, kan veel oproepen. Wellicht bij u ook. U bent met uzelf in de weer en u gelooft ook echt wel in de Heere Jezus, maar opnieuw geboren worden, wedergeboorte betekent toch dat er iets in je moet veranderen? Iets dat bij u niet is gebeurd, maar wel bij een zus of een buurvrouw, die een ervaring heeft gehad, een tekst, die zekerheid ontving. Is wedergeboorte voor ons vaak niet iets mysterieus, iets ongrijpbaars, iets waarover je kunt vertellen als je het hebt meegemaakt?
Misschien hebt u daarom ook nog nooit belijdenis gedaan, omdat u zo’n ervaring nooit is overkomen.
Of wellicht ziet u daarom tegen de komende week op, omdat u weer over het heilig avondmaal moet nadenken, maar u komt er niet uit. Mag ik wel aangaan of is het niet voor mij bestemd?

Als u die vragen hebt, bent u in goed gezelschap, want ook de hooggeleerde Nicodemus begrijpt er weinig van. Geboren worden? Helemaal bij nul beginnen? Maar dat kan toch niet?
Dat zou toch veronderstellen, dat ik als oude man weer terug zou kruipen in de baarmoeder, die mij negen maanden heeft gedragen?
Nicodemus heeft veel vragen moeten beantwoorden en vast ook wel vragen waarbij hij met een glimlach om de mond heeft gedacht: hoe komen ze erop? En met wijsheid en met liefde voor de eenvoudige vragensteller had hij een antwoord klaar waarmee ze verder konden en niet meer hoefden te tobben.
Nu weet hij het niet meer, de geleerde. Hij tast in het duister.

En dat is juist zijn probleem. Ik heb al eens eerder aangegeven dat details in de Schrift veelzeggend kunnen zijn. Ook in de ontmoeting tussen Nicodemus en Jezus is er een veelzeggend detail. Nicodemus die in de nacht bij Jezus komt.
Nu kunnen gesprekken in de nacht bij ons heel waardevolle gesprekken zijn. In de nacht, een ongewoon tijdstip, waarop je elkaar echt ontmoet, je hart durft bloot te geven, zoals vroeger tijdens een kampweek dat op de laatste avond bij het kampvuur de meest serieuze gesprekken ontstonden.
Dan zou Johannes alleen maar als een sfeerbeschrijving vertellen dat het nacht was toen Johannes en Jezus elkaar ontmoetten.
En dan zouden we kunnen denken aan Jezus die verrast opkijkt dat Nicodemus Hem toch gevonden had en zou Jezus een fles wijn hebben geopend in de hoop dat ze samen een goed gesprek zouden voeren.

Johannes wil ons laten zien, dat Nicodemus vanuit de nacht naar Jezus komt. De nacht om hem heen en de nacht in zijn hart. En dat hij in die nacht het Licht dat gekomen is om de duisternis in en om Nicodemus te verdrijven. Het licht schijnt in de duisternis, schrijft Johannes aan het begin van zijn evangelie, maar de duisternis heeft het niet begrepen.
Nicodemus, als je werkelijk wilt weten wie Ik ben, als je Mij, het Licht van de wereld wil zien, dat gekomen is om ook jouw duisternis te verdrijven, moeten je ogen open gaan, dan moet je je leven weer van voren af aan beginnen, dan moet je alles inleveren en in de leegte die ontstaat de Heilige Geest laten komen. Nicodemus, het is nog nacht in je leven omdat je Mij nog niet kent, en daarom ken je God nog niet. Nicodemus, zolang je nog in die nacht bent, kun je het Koninkrijk van God niet binnengaan. Kun je nog niet bij Mij horen.
Nicodemus, je moet uit die nacht weg, je moet door Mij worden verlicht. Nicodemus, je moet opnieuw worden geboren. Je moet van voren af aan beginnen, omdat je leven tot nu toch nog in de duisternis was – zonder Mij.
Maar Nicodemus, je bent hier aan het goede adres. Nicodemus, je weet dat er twee wegen zijn.
Heel de Schrift spreekt erover: Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, maar de weg van de Heere gaat. Nicodemus, die weg ga je alleen als je in Mij gelooft. Daarom, Nicodemus, moet je geboren worden door water en Geest.
Nicodemus, je dorst naar God. In al je wijsheid en leven in de Schrift, is er een dorst, een verlangen naar God. Nicodemus, alleen als je door het water van de doop heen gaat, wordt je dorst gelest. Als je alle grip verliest, alle controle over je eigen leven. Want dat is je duisternis, Nicodemus, willen weten waar je aan toe bent, waar God is en wat God met jouw leven doet en met de mensen om je heen. Maar dan, Nicodemus, zoek je het nog bij jezelf. Als je het leven niet bij Mij zoekt, buiten jezelf, blijft het nog nacht.

Maar wat moet ik dan doen?

Ze hebben daar vast op het platte dak gezeten, in de stilte, met de wind die om hen heen waaide. Nicodemus, de wind laat zich niet sturen, zo laat ook de Geest zich niet sturen. Ook niet in jouw leven. Dat is voor ons misschien wel het moeilijkste aan het geloof: dat wij er geen grip op hebben. Wij zouden zekerheid willen en duidelijkheid. Maar die is er: maar niet in jou, maar in Mij. Nicodemus, je bent aan het goede adres: als je het leven buiten jezelf in Mij zoekt, zullen je ogen open gaan, mag je God en Zijn werk aanschouwen.
Nicodemus, er zal iets met Mij gebeuren, en dat is Gods werk dat er een kruis op Golgotha zal staan, dat kruis zal omhooggestoken worden – met Mij er aan. Als je dat ziet en daarin gelooft, zul je alles ontvangen.

Nicodemus, geloof je dat?

En ook wij – als wij geloven in dat kruis op Golgotha, waaraan Jezus stierf. Dat kruis staat als een vuurtoren in de duisternis en leidt ons levenschip uit de duisternis naar God. Als wij volgende week het avondmaal houden, is dat een herinnering aan dat licht dat ons naar God loodst. Uit de duisternis, dat wel, daar komen we vandaan, maar wie dat licht ziet en zich laat leiden door dat Licht
merkt dat ons levensschip gestuurd wordt, door de Geest – wie zijn het niet meer die sturen, maar die ons laten sturen – naar Christus.

Leid vriend’lijk licht, mij als een trouwe wacht, leid Gij mij voort
ik ben ver van huis en donker is de nacht – leid Gij mij voort

Het is het lied van een bekeerling, die in het duister voer en toch de vrede niet vond. Een gebed, waarmee wij alleen maar kunnen roepen tot God – roepen om Christus, de gekruisigde, als licht over ons leven: leid mij en breng mij thuis.
Amen

Janowski over het Godsbeeld van het Oude Testament

Janowski over het Godsbeeld van het Oude Testament

Bernd Janowski is een toonaangevend oudtestamenticus. Zijn artikelen en boeken zijn theologisch zeer de moeite waard. Op dit moment is hij bezig om een Psalmencommentaar te schrijven voor de serie BKAT (opvolger van het bekende commentaar van H-J Kraus). Een beknopt aantal psalmen legde hij uit in zijn mooie boek Konfliktgespräche mit Gott. Ook wil hij t.z.t. een antropologie van het Oude Tesament schrijven.

Binnenkort verschijnt zijn boek over de Godsbeelden van het Oude Testament: Een God die straft en doodt?.
In dat boek gaat hij verschillende thema’s die met dat Godsbeeld van het Oude Testament te maken hebben langs:
– oordeel en vergelding
– willekeur en geweld
– toorn en wraak
– lijden en zonde
– offer en verzoening

Op basis wat ik tot nu toe van Janowski gelezen heb, verwacht ik dat dit een belangrijk en tot nadenken stemmend boek is.