Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Les 16 Taken binnen en buiten de kerk

Han en Simone krijgen de ouderling op bezoek. Enkele weken geleden belde hij dat hij langs wilde komen. Ze zijn best gespannen. Waar zal het gesprek over gaan? Waar zal hij naar vragen? In het begin van het gesprek stelt de ouderling zich voor en vertellen Han en Simone wie ze zijn. Het gesprek valt hen erg mee en ze worden wat meer ontspannen. Tegen het einde van het gesprek vraagt de ouderling of ze iets binnen de kerk doen. Daar moeten ze het antwoord op schuldig blijven. ‘En wat laten jullie buiten de kerk zien van je geloof?’ vraagt hij verder. Ook daar weten ze niet zo goed wat op te zeggen. De ouderling wil hen helpen: ‘Hebben jullie dan geen zorg voor iemand?’ Dan vertellen Han en Simone dat ze af en toe met de buurvrouw naar het ziekenhuis gaan en contact hebben met de kinderen. Want de kinderen van de buurvrouw wonen ver weg. ‘Heeft dat niet iets te maken met jullie geloof?’ Zo hadden ze het nog niet bekeken.

Erik krijgt een telefoontje van zijn wijkouderling. De wijkouderling vertelt hem dat hij door de kerkenraad is voorgedragen voor de verkiezing van ambtsdragers. Ze stellen hem kandidaat als diaken. Erik schrikt ervan. Er is niemand in zijn familie of vriendenkring die ambtsdrager is. Wat houdt dat in? En als hij verkozen wordt, dan moet hij een beslissing nemen. Maar waar moet hij dan over nadenken? Op basis waarvan moet hij zijn beslissing nemen?

Vraag 1: Welke taken heb jij binnen de kerk (gehad)? Wat hebben die taken gedaan met je geloof?




Vraag 2: Welke taken heb jij buiten de kerk (gehad)? Heeft dat iets met je geloof gedaan?



Vraag 3: Zou jij ambtsdrager kunnen zijn? Wat heb jíj daarvoor nodig? Welk ambt zou het beste bij je passen?


 

Taken binnen de kerk
Als gelovige ben je niet alleen. Je bent onderdeel van een gemeenschap. Dat merk je bijvoorbeeld ‘s zondags als je naar de kerk gaat. Dat merk je ook op andere manieren: als kind ben je wellicht naar de zondagsschool of naar een club van de kerk gegaan. Daar was ook leiding aanwezig. Het kan zijn dat iemand van de leiding voor jouw een voorbeeld was of jou op een bijzondere manier iets heeft geleerd over de Heere God. Wanneer je huisbezoek hebt gehad, is er iemand die namens de kerk op bezoek komt. Wanneer je ziek geweest bent of een overlijden hebt meegemaakt, dan zijn er gemeenteleden die je een kaartje hebben gestuurd.
Geloven is een combinatie van ontvangen en geven. Je draagt zelf ook je steentje bij door bijvoorbeeld club of zondagsschool te geven, door iemand op te zoeken of door een kaartje te sturen, door voor iemand te bidden. Het mooiste is als een taak bij je past. Niet altijd kan iemand een bijdrage leveren. Soms heb je het te druk met je werk of heb je veel taken gehad in de kerk. Of je hebt een aantal taken buiten de kerk. In een bepaalde tijd kan de zorg voor iemand, voor jezelf of voor je eigen gezin de aandacht vragen, waardoor je niet toekomt aan je bijdrage aan de kerk. Ook als je naar de kerk gaat, luistert en meezingt, lever je al een bijdrage aan de gemeenschap.
We geloven dat de kracht en de wijsheid die nodig is voor een taak door de Heilige Geest wordt gegeven. Hij maakt je voor een taak bekwaam.

Taken buiten de kerk
Er zijn niet alleen taken binnen de kerk. Ook buiten de kerk kun je je betrokkenheid laten zien. Als je bijvoorbeeld de zorg hebt voor een buurvrouw. Of als je betrokken bent bij de muziekvereniging of bij de voetbal of de volleybal. Als ouder verwacht de school ook dat je meehelpt. Je kunt je verkiesbaar laten stellen voor de gemeenteraad. Deze taken zijn niet van minder belang dan taken binnen de kerk. Juist in de taken die je hebt buiten de kerk kun je iets van de liefde van Christus laten zien aan anderen die niet van de kerk zijn. Een christen is ook verantwoordelijk voor wat er de maatschappij gebeurt. Ook voor de taken buiten de kerk geeft de Heilige Geest kracht en wijsheid.

 

Vraag 4 Welke taak past er bij de gaven die jij hebt? Wat is er voor nodig om die taak goed uit te voeren?


Ambtsdrager zijn
Een speciale taak binnen de kerk is het ambt. We kennen binnen onze Protestantse Kerk in Nederland 3 ambten: de predikant, de ouderling en de diaken. Er zijn er eigenlijk nog twee: de kerkrentmeester en de kerkelijk werker. De kerkrentmeester wordt bevestigd als ouderling-kerkrentmeester. Een kerkelijk werker wordt meestal als ouderling bevestigd; soms als diaken.
Het ambt is een speciale taak binnen de kerk. Een ambtsdrager is een vertegenwoordiger van Christus binnen de kerk. Dat vertegenwoordigen kan door het huisbezoek. Dat gebeurt door de wijkouderling. Dat vertegenwoordigen kan door de zondagse preek van de predikant: door de woorden van de predikant spreekt Christus de gemeente aan. Dat vertegenwoordigen van Christus kan door het aanbieden van hulp. Dat gebeurt dan door een diaken. De kerkenraad heeft de leiding in de gemeente. Die leiding over de gemeente is niet een vorm van heersen. Als het goed is, dienen ambtsdragers de gemeente, zoals Christus gediend heeft.
De roeping tot ambtsdrager gebeurt door middel van de keuze van de gemeente. In de gemeente die kiest (of de kerkenraad die benoemt) mogen we de stem van Christus horen. Daar hoeft niet een bijzondere ervaring bij te komen. God werkt net zo goed door mensen als door bijzondere ervaring.

Een ambtsdrager is niet boven de gemeente verheven. Ambtsdragers zijn gewone mensen, gewone christenen die door Christus gebruikt worden. De mening van een ambtsdrager is nog niet direct de mening van Christus. Het is daarom goed mogelijk om kritiek te hebben op een ambtsdrager. Ambtsdragers zijn geen betere gelovigen dan andere gemeenteleden. Vaak hebben ze wel meer Bijbelkennis of hebben ze meer levenservaring of ervaring in geloof. Met die kennis en ervaring mogen ze de gemeente dienen.

Vraag 5: Vraag aan je wijkouderling (of een andere ouderling of diaken) hoe de roeping tot het ambt gegaan is. Wat waren de argumenten om aan te nemen? Vraag ook wat het werk als ouderling, ouderling-kerkrentmeester of diaken betekent voor het leven met Christus.




Bijbelstudie – Romeinen 12

Vraag 6: Je inzet voor God is een offer dat je brengt. Wat kosten de taken jou? En wat leveren ze je op? Op welke manier dien je Christus ermee?



Vraag 7: Er zijn verschillende taken binnen en buiten de gemeente. Welke taken worden er genoemd. Moet je als gelovige alle taken kunnen doen? Of mag je ook zeggen dat je bepaalde taken niet kunt uitvoeren?



Vraag 8: Paulus geeft aan dat er gaven zijn die in genade gegeven zijn. Welke gave heb jij gekregen?

Vraag 9: Paulus zegt ook iets over hoe je inzet moet zijn. Vertel daar iets over.


Les 10 Verleiding

Les 10 Verleiding

 

Rosanne had zich voorgenomen om deze avond te besteden aan zinnige dingen. Het was lang geleden dat ze voor zichzelf uit de Bijbel had gelezen. Dat kon ze vanavond wel eens gaan doen.  Als ze koffie voor zichzelf heeft ingeschonken en haar Bijbel heeft klaargelegd, hoort ze haar telefoon: een Whatsapp-berichtje: even kijken. Er schiet wat te binnen en ze kijkt even wat na op internet. De avond verstrijkt. Als ze op de klok kijkt, ziet ze dat het half 11 is. Tijd om naar bed te gaan. Ze ziet voor zich de Bijbel op tafel liggen. De Bijbel is niet open geweest.

 

Peter las in de Bijbel een gedeelte over vertrouwen op God. Een mooi gedeelte. Hij nam het zich voor om in vertrouwen op God te leven de komende tijd. Dat is toch het mooiste dat er is? In dezelfde periode blijkt dat hij meer rekeningen binnen komen dan waar hij op gerekend had. Er is ook een tegenvaller: de auto startte niet en moest naar de garage. Al met al een maand met veel uitgaven. Hij vertelt het nog niet aan zijn vrouw, maar begint wel te piekeren over hoe het financieel moet en of het nog wel lukt om deze maand wat geld over te maken naar de spaarrekening. Dat was hard nodig, want daar liepen ze ook mee achter. Hij slaapt slecht die nacht. Als hij zo die nacht niet kan slapen, schiet hem de tekst over dat vertrouwen op God te binnen, maar hij krijgt er geen rust door. De zorgen zijn op dat moment te groot.

 

Vraag 1 Welke verleidingen zijn er voor Rosanne? Wat zou zij er tegen kunnen doen?




Vraag 2 Welke verleidingen zijn er voor Peter? Wat zou hij er tegen kunnen doen?



Uitleg
Verleiding is gevaarlijk voor je geloof, omdat verleiding je op een weg zonder God brengt. Dat kan heel klein zijn of klein beginnen. Bijvoorbeeld met een afleiding die er is, waardoor je er niet aan toe komt om tijd te nemen voor God. Verleiding kan ook groter uitpakken. Zorgen kunnen heel groot worden, waardoor het voor je niet meer mogelijk is om op God te vertrouwen. Of je kunt het zo goed hebben, dat je God niet meer nodig hebt. Verleiding kan ervoor zorgen dat je gaat geloven dat de zorgen sterker zijn dan God. Of dat een leven zonder God veel mooier is, veel meer geluk brengt.
Dat je God vergeet of dat je te weinig vertrouwen hebt in Gods zorg en leiding gebeurt vaak heel onbewust. Het is net als met een bootje dat bij de wal ligt, waarvan de eigenaar het vergeten is vast te maken aan de wal. Heel kalm dobbert dat bootje weg van de wal. Het is daarom van belang om steeds verbonden te zijn met Christus.

 

Vraag 3 Weet jij van jezelf wanneer je losraakt van God?




Vraag 4 Wat heb jij nodig om verbonden te blijven met God?




Vraag 5 Weet jij voor welke verleidingen jij vatbaar bent? Hoe wapen jij je daartegen?


 


Verleiding kan niet alleen tot grote problemen in je relatie met God leiden, maar ook tot grote brokken in je relatie met anderen. Als je als man getrouwd bent en je vindt een andere vrouw aantrekkelijker. Als je als vrouw getrouwd bent en je hebt het idee dat je bij een andere man je meer op je gemak voelt. Als je jezelf verrijkt op een oneerlijke manier. Als je verhalen de wereld in helpt over een ander die niet kloppen. In de Bijbel wordt steeds gewaarschuwd tegen verleiding. Want als je ingaat op de verleiding kies je weer voor het oude leven. Dan raak je God kwijt en is het sterven aan het kruis van Christus voor niets geweest.
Het is dus van belang dat je jezelf wapent tegen verleiding. Dat je van jezelf weet wanneer je vatbaar bent. Als de batterij van je telefoon leeg begint te raken, krijg je een seintje dat je telefoon opgeladen moet worden. Net zo moet je weten wanneer je los raakt van Christus en niet meer bij Hem gehouden wordt en gevoed wordt in je geloof.
Gelukkig is er wel een weg terug. In het avondmaalsformulier staat bijvoorbeeld: Als je in zonde gevallen bent, als je de verkeerde weg bent ingegaan, moet je daar niet mee doorgaan. Je moet er mee breken en God om vergeving vragen en opnieuw strijden tegen het oude leven, tegen verleiding. Het kan je wel eens moedeloos maken als je merkt dat je toch steeds weer valt voor verleiding. Gelukkig sta je er niet alleen voor en mag je steeds vragen om de Heilige Geest. Hij wil je bijstaan in de strijd tegen het oude leven, tegen de zonde, tegen de duivel.

 

Vraag 6 Herken je dat je soms moedeloos kunt worden? Wat is er dan nodig om toch weer naar God toe te gaan?



Vraag 7 kun je een algemeen voorbeeld bedenken hoe verleiding negatief uitwerkt naar anderen toe?

Bijbel: Lees 1 Timotheüs 6:3-12

 

Vraag 8 Welke verleidingen worden hier genoemd?

Vraag 9 Kun je ook aangeven waarom ze schadelijk zijn voor je geloof?



Vraag 10 Welke rol zal de duivel hierin spelen?

Vraag 11 Welk alternatief wordt geboden?

 

Geloofsbelijdenis
Vraag 127 Wat is de zesde bede (van het Onze Vader)?
Antwoord: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Dat wil zeggen: omdat wij uit onszelf zo zwak zijn, dat wij geen ogenblik kunnen standhouden, en omdat bovendien onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, wil ons daarom door de kracht van de Heilige Geest staande houden en sterken, opdat wij in deze geestelijke strijd niet de nederlaag lijden, maar altijd krachtig weerstand bieden, totdat wij eindelijk volledig de overwinning behalen?

Les 9 De Heilige Geest

Les 9 De Heilige Geest

‘Ik weet niet wat ik mij bij de Heilige Geest moet voorstellen. Ik vind de Heilige Geest zo vaag.’ zegt Elizabeth tijdens de belijdeniscatechisatie. Pieter herkent zich daarin: ‘Ik hoor wel over de Heilige Geest. Zeker als het Pinksteren is. Maar wat de Geest nu eigenlijk doet, zou ik eerlijk gezegd niet weten?’

Vraag 1: Herken je in wat Elizabeth of Pieter aangeven? Of juist niet en heb je een beeld van wat de Heilige Geest doet?




Vraag 2: Werkt de Heilige Geest in jou? Waaraan merk je dat?




Uitleg
De Heilige Geest is vaak moeilijk voor te stellen. Zeker als je iemand bent die in beelden denkt. De Heilige Geest kun je niet als persoon voor je zien. Als er over de Geest gesproken wordt, worden in de Bijbel vaak woorden als wind, vuur, kracht gebruikt. Het ingewikkelde van de Heilige Geest is ook nog eens dat je de Geest zowel als Persoon en als kracht kunt zien.
De Heilige Geest is net als de Vader en Christus God. Samen zijn ze één.  Je kunt de Heilige Geest zien als God die in jou werkt: Hij maakt in je hart en leven ruimte voor Christus. Hij zorgt ervoor dat je gaat geloven. Hij verandert je als mens. Omdat de Heilige Geest ook God is, kun je ook tot de Heilige Geest bidden. Dat gebeurt niet zovaak, maar het kan wel.
De Heilige Geest zorgt ervoor dat je gaat geloven. De belemmeringen die er zijn om te geloven neemt Hij stuk voor stuk weg. In je hart maakt Hij ruimte voor Christus. En als je bent gaan geloven, zorgt Hij ervoor dat je geloof onderhouden wordt en dat je groeit in geloof. Groei in geloof kan zijn: Je interesseert je er meer voor. Je wilt meer tijd voor God nemen. Je denkt er meer over na. Je vertrouwen en liefde neemt toe.
De Heilige Geest zorgt ervoor dat je als mens verandert. Want als Christus in je hart woont, dan gaat ook in je karakter doorwerken: je wordt bijvoorbeeld milder of geduldiger, liefdevoller naar anderen toe.
De Heilige Geest werkt ook in de mensen om je heen. Hij zorgt er ook voor dat er mensen om je heen zijn van wie je het geloof kunt leren. Dat er mensen zijn die het geloof jou voorleven. Hij zorgt ervoor dat er een groep mensen om je heen is, een gemeenschap, een gemeente met wie je samen God dient. De Heilige Geest werkt in de kerkdienst, op de bijbelkring, in catechisatie. Als een lied, een tekst, een preek je aanspreekt, mag je dat ook zien als werk van de Geest.
De Heilige Geest werkt ook buiten de kerk. Bijvoorbeeld in ongelovigen die een mooi voorbeeld geven. In gaven en talenten die iemand heeft. Wanneer je dat tegenkomt bij iemand die niet gelooft, kun je God daar ook ruimhartig voor danken.

Vraag 3 Op welke manier ben jij in het geloof gegroeid?


Vrucht van de Geest
Het effect van de Geest op je karakter is de vrucht van de Geest. De Geest laat dat aan jou, uit jou groeien. De gedachte van de vrucht van de Geest komt uit Galaten 5:22:

De vrucht van de Geest is echter:
liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.


Daar gaat het om twee manieren van leven: een verkeerde, een zondige manier en een goede manier vanuit de Geest. Het gaat erom dat je als gelovige kiest voor de goede manier om te leven. Het mooie van deze vrucht van de Geest is dat deze vrucht vaak ongemerkt groeit. Anderen zien dat soms eerder dan jezelf. Het groeit aan je. Tegelijkertijd is de vrucht ook een opdracht: Wees liefdevol, wees vol blijdschap, wees gericht op vrede enzovoort.

Vraag 4: Wat zie jij in je eigen leven van de vrucht van de Geest?


Gaven van de Geest
De Heilige Geest geeft ook gaven, die gebruikt kunnen worden binnen de kerk. In onze tijd zou je kunnen zeggen: iemand die je weet te bemoedigen. Iemand die zondagsschool of kindernevendienst kan leiden. Iemand die je uitleg kan geven over het geloof. Iemand zorgzaam is. Iemand die goed kan luisteren. Vaak passen deze gaven goed bij wat je zelf al in huis hebt, bij wat je interesses zijn of wat je goed afgaat. Dan is het mooi om dat in de gemeente in te zetten en anderen daarmee mag dienen.
Als een taak je niet goed afgaat, mag er er toch op vertrouwen dat de Heilige Geest jou helpt. Zeker als je bidt om de leiding van de Heilige Geest.

Vraag 5: Welke gaven heb jij waarmee je anderen kunt dienen?




Als het om de Heilige Geest gaat, gaat het ook altijd om ervaring. De ervaring dat God er is. De ervaring dat God in je werkt. Dat je bijvoorbeeld enthousiast wordt. Dat je kracht krijgt. Dat je weet wat je moet doen. Wanneer je dat ervaart, is dat vaak een bevestiging dat de Geest in je werkt. Soms kan er ook een behoefte zijn om meer te ervaren dan het ‘gewone’ van het geloof. Als bevestiging voor jezelf. Of om anderen, die nu nog niet geloven, te laten zien dat het geloof echt waar is en echt werkt. Daarom kan er aandacht zijn voor speciale gaven, zoals iemand door gebed of door geloof te genezen.

Bijbel – Lezen: Johannes 14:15-26

 

Vraag 6: De Geest wordt Trooster genoemd. Waarom deze typering?





Vraag 7: Wat zal de Heilige Geest doen?






Uit het doopformulier
Als wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest verzekert ons de Heilige Geest dat Hij in ons zal wonen en dat Hij ons tot leden van Christus zal heiligen. Zo wil de Heilige Geest aan ons schenken wat wat in Christus hebben: de afwassing van onze zonde en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij uiteindelijk in de gemeente van de uitverkoren in het eeuwige leven geheel rein een plaats zullen ontvangen.

Les 8 Als God in je leven komt (geloof en bekering)

Les 8 Als God in je leven komt (geloof en bekering)

Voor Marije is geloof iets dat bij haar leven hoort. Als kind hoorde zij de verhalen uit de Bijbel. Thuis werd er gelezen uit de kinderbijbel. Op school werden de verhalen uit de Bijbel aan het begin van de morgen verteld. Ze ging als kind al mee naar de kerk en naar de zondagsschool. Als kind geloofde ze al. Ook toen ze tiener werd en nog weer later volwassen, bleef ze bezig met geloof. Ze heeft ook wel haar momenten van twijfel gehad. Toch mist ze het soms wel dat ze niet een moment kan aanwijzen. Ze geeft dat tijdens een Bijbelkring ook aan. Daarop reageert Jeroen: ‘Je mag daar juist heel dankbaar voor zijn. Ik heb wel zo’n vast moment, maar ik zou zelf graag willen dat ik eerder was gaan geloven.’

Vraag 1: Lijk jij meer op Marije of lijk jij meer op Jeroen?



Vraag 2: Wat is het mooie van een geloof dat je als kind al hebt meegekregen?




Vraag 3: Wat is het bijzondere als je later bent gaan geloven?


Uitleg
Wanneer ga je geloven? Dat is voor ieder verschillend. Voor de een is dat vanaf de kindertijd: Je hoort de verhalen van de Bijbel. Je leert psalmen en liederen op school of zondagsschool. Van je ouders leer je een gebed voor het slapengaan en bidden voor het eten. Je hebt al jong op God leren vertrouwen en dat vertrouwen is nooit weggegaan. Terwijl jezelf opgroeide en volwassen werd is het geloof meegegroeid. Een bijbels voorbeeld van iemand die als kind al geloofde was Timotheüs. Daarom wordt zo’n geloof ook wel eens Timotheüs-geloof genoemd.
Voor een ander kan er tijd geweest zijn waarin je niet geloofde. Omdat er niemand was die je over de Heere vertelde. Of jou leerde bidden.Het kan ook zijn dat je het in je kindertijd wel mee kreeg. Maar in die tijd zei het geloof je niets. Je was met heel andere dingen bezig. Dat veranderde. Dat kon geleidelijk aan zijn gebeurd. Je ging erover nadenken. Je ging weer naar de kerk en je raakte geïnteresseerd. Tot het nu zover gekomen is dat je op belijdeniscatechisatie zit.
Of opeens, heel onverwacht veranderde je. Door een plotselinge gebeurtenis, door een opmerking of een gedachte. Je veranderde enorm. Was je voorheen niet zo met geloof bezig, door die gebeurtenis, die gedachte of die opmerking kwam God opeens in je leven. Je had er niet op gerekend. Een onverwachte ommekeer was er voor Paulus. Zo’n abrupte ommekeer wordt daarom ook wel Paulus-bekering genoemd.
Op welke manier het ook gebeurt, God is altijd de eerste: Hij komt in je leven nog voordat je je ervan bewust bent. Geloof is een geschenk, genade. Hij kan in je leven komen door je gelovige ouders te geven of een vriend of vriendin die gelovig is. Hij kan daar een mooie gebeurtenis voor gebruiken zoals een relatie die je krijgt of een kind dat je mag ontvangen. Hij kan daarvoor ingrijpende gebeurtenissen gebruiken. De manier waarop Hij in ons leven komt, past bij wie we zijn en welke weg wij door het leven gaan. De Heere weet op welke manier Hij ons bij Hem krijgt. Wanneer je eerst niet geloofde, zorgt geloof voor een verandering in je leven. We noemen dat bekering. Dat betekent dat je omgekeerd wordt. Ging je eerst een weg zonder God, nu ga je een weg met God en door God geleid.

Vraag 4: Wat was er voor jou nodig om te gaan geloven? Of als je als kind al geloofde, wat heeft jou bij het geloof gehouden?



Vraag 5: Welke mensen zijn voor jou een voorbeeld in geloof geweest? Of hebben jou het geloof voorgeleefd? Hoe gebeurde dat?


Wat is geloven eigenlijk? Geloven is een eigen, persoonlijke relatie met de Heere: Je vertrouwt Hem. Je houdt van Hem. Geloven is niet alleen iets wat je met je verstand doet. Het is meer dan kennis alleen. Van mijn vrouw en kinderen kan ik bepaalde kennis hebben. Ik kan hun geboortedatum weten, hun lengte, hun interesses. Maar dan heb ik nog niet persé een relatie met hen. Relatie hebben betekent dat je om hen geeft en dat je je leven met hen deelt. Zo is dat ook met de Heere. Je weet wie Hij is, want je kent een aantal verhalen uit de Bijbel en je hebt Hem ervaren in je leven. Er is ook een relatie, waarbij je Hem vertrouwt en je leven aan Hem geeft.
Dat heeft ook gevolgen voor wie je bent en wat je doet. Want geloven houdt ook in dat je hart veranderd wordt. Was er eerst geen plek voor God in je hart, nu komt Christus in je hart wonen. Als Christus in je hart is, dan worden ook wat je doet, wat je denkt, wat je zegt, wat je ziet door Hem bepaald.

Vraag 5: Wat merk je zelf van die persoonlijke relatie met de Heere? Waar heeft het voor jou het meeste mee te maken?




Dat Christus in je hart komt, wil nog niet zeggen dat je een perfecte gelovige bent. Je zult als gelovige heel wat keren God en jezelf teleurstellen. We blijven vergeving nodig hebben. We hebben het nodig om steeds weer opnieuw te strijden: tegen zonde en verleiding, tegen ongeloof, tegen ongehoorzaamheid. Je zou kunnen zeggen dat we elke dag weer een bekering nodig hebben. Gelukkig staan we er niet alleen voor en mogen we weten dat Christus met ons meestrijdt en voor ons strijdt. Deze strijd die we hebben te voeren komt later nog een keer terug als thema.

Vraag 6: Op welke manier ben je veranderd sinds je (bewust) bent gaan geloven?



Vraag 7: Op  welke punten zou je zelf nog willen veranderen?


Bijbel. Lees: Johannes 1:44-52

Vraag 8: Filippus heeft geen bedenkingen. Nathanaël heeft heel wat aarzelingen. Op wie lijk / leek jij het meest?



Vraag 9: Waardoor kan Nathanaël Jezus wel volgen?



Vraag 10: Je zult veel bijzondere dingen meemaken, zegt Jezus tegen Nathanaël. Geldt dat voor jou ook?





Geloofsbelijdenis
Heidelberger Catechismus vraag en antwoord 60 (zondag 23)
Waardoor zijt gij rechtvaardig voor God?
Alleen door een echt geloof in Jezus Christus: al klaagt mijn geweten mij aan dat ik tegen alle geboden van God zwaar gezondigd heb en geen van deze geboden gehouden heb en nog steeds tot alle kwaad geneigd ben, toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, louter uit genade, de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. Hij rekent mij die toe alsof ik nooit zonde gehad of gedaan heb, ja alsof ik zelf al de gehoorzaamheid had volbracht, die Christus voor mij volbracht. Alleen door deze weldaad met een gelovig hart aan te nemen ben ik rechtvaardig voor God.

Les 7 Wederkomst en Laatste oordeel

Les 7 Wederkomst en Laatste oordeel

Anja is 25 als haar moeder overlijdt. Na het overlijden komt er bij haar een sterk verlangen naar de Wederkomst. ‘Wat zal de wereld mooi zijn zonder verdriet en pijn. Dan zal er een weerzien met mijn moeder zijn en zullen we samen de Heere kunnen dienen.’ Na enkele jaren trouwt Anja en krijgt ze een gezin. Na de geboorte van haar eerste kind merkt ze dat het verlangen naar de Wederkomst veel minder is. Ze wil nog zoveel meemaken van haar kind. Ze mist haar moeder enorm, zeker nu ze zelf moeder geworden is en ze weet dat de Wederkomst een keer zal gebeuren. Maar eerst wil ze nog meemaken dat haar kind op mag groeien.

Lisa is behoorlijk perfectionistisch aangelegd. Wat ze doet wil ze goed doen. Ze is daarin heel precies. Ze is ook heel streng voor zichzelf. Als iets niet goed geregeld is, neemt ze dat zichzelf kwalijk. Lisa is heel serieus, maar ze zou zichzelf niet gelovig durven noemen. Er is nog zoveel aan haar geloof en manier van leven aan te merken. Ze denkt er wel over na: Wat zal God van haar vinden? En straks, als ze overlijdt, dan komt ze voor Gods troon en dan? Hoe zal Hij over haar leven oordelen? Ze moet daar niet over nadenken.
Onlangs was ze op een Bijbelkring waar Mark ook was. Mark is heel anders: veel spontaner dan zij en wat laconieker. Tijdens deze Bijbelkring vertelde Mark dat hij geregeld naar de Wederkomst uitkijkt. Het lijkt hem heel mooi om de Heere Jezus terug te zien komen. Ze wist niet wat ze ervan moest denken. Waarom ziet hij niet tegen de Wederkomst van Christus op? Denkt hij dat hij zomaar de hemel in kan komen?

Vraag 1: Verlang jij naar de Wederkomst? Waarom wel / niet?




Vraag 2: Op welke momenten verlang je naar de Wederkomst? Op welke momenten hoop je dat de Wederkomst nog wel even duurt?



Vraag 3: Welk oordeel zal God over jouw leven vellen? Hoe weet je dat?




Vraag 4: Kun je zomaar in de hemel komen? Of is daar iets voor nodig?


Uitleg – Wederkomst
De Heere Jezus heeft verschillende keren vertelt dat Hij uit de hemel zal terugkomen op aarde. We noemen dat de Wederkomst. Hij vertelde over Zijn Wederkomst vlak voor Zijn sterven en ook vlak voordat Hij naar de hemel ging.
Als kerk kijken we dus uit naar het moment dat Christus weer op aarde verschijnt. Dat wil niet zeggen dat Hij helemaal weg is. Ook nu kan Hij door de Heilige Geest bij ons zijn. Bijvoorbeeld als we met elkaar spreken over God. Als we in de kerk zijn. Als we lezen uit de Bijbel. Of als we zingen. Maar bij de Wederkomst zal Christus helemaal op aarde zijn.
Vanaf dat moment zal de duivel geen macht meer hebben op aarde. Vanaf dat moment zal er geen zonde meer zijn. Dan zal er niemand meer ziek of gehandicapt zijn. Degenen die gestorven zijn zullen opstaan. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Nu al regeert Christus vanuit de hemel op aarde. Er zijn nog steeds kwade machten en slechte mensen. Maar als Christus dat wil, dan moeten ze hun macht inleveren en worden ze gestopt.
De tijd tot aan de Wederkomst zal geen makkelijke tijd zijn. Er zullen oorlogen zijn en ruzie. Er zal verzet tegen Gods werk zijn. Als kerk mogen we weten dat al die oorlogen en alle ellende voorbij zullen zijn als Christus terugkomt. Dan zal het definitief goed zijn.

Uitleg – het laatste oordeel
Als Christus terugkomt, zal er ook het laatste oordeel zijn. Dat oordeel zal gaan over hoe wij hebben geleefd. Als je gelooft in de Heere Jezus hoef je daar niet bang voor te zijn, want dan heeft Christus dat oordeel al gedragen en mag je de hemel ingaan. In Zijn oordeel is God veel barmhartiger dan wij. Zelfs de moordenaar aan het kruis mocht enkele minuten voor zijn dood toch weten dat de hemel ook voor hem openging, omdat hij geloofde in Christus.
Voor wie niet gelooft is er geen plek in de hemel. Toch moeten we hier voorzichtig. Want wij zijn het niet die oordelen. Christus spreekt dat oordeel uit. Hij zal dat eerlijk en rechtvaardig uitspreken. Hij zal dat ook barmhartig doen.
Dat God oordeelt is een troost voor iedereen die hier op aarde slecht behandeld is. Als mensen geen recht gedaan is, dan zal God rechtspreken.
Als je gelooft, heb je er wel naar te leven. Je kunt niet zeggen: Ik geloof wel, maar ik hoef er niet naar te leven. De Heere Jezus vertelt over het laatste oordeel dat er ook gekeken wordt of je iemand een beker water aanbiedt, te eten geeft, opzoekt en van onderdak voorziet. (Mattheüs 25: 31-46) De Heere Jezus vertelt over 6 daden die we kunnen verrichten. Later komt er een zevende bij: het begraven van de overledenen. Deze zeven daden worden de 7 werken van barmhartigheid genoemd.

Bijbelstudie – Lees Mattheüs 25:31-46

Vraag 5:  Denk na over een situatie waarin je één van deze 6 daden hebt verricht. Kun je er een vertellen?



Vraag 6: Kun je ook vertellen over een situatie waarin je iets niet hebt gedaan?


Vraag 7: Waarom zouden we zoiets voor de Heere Jezus hebben gedaan?


Les 4 Vertrouwen op God in moeilijke tijden

Les 4 Vertrouwen op God in moeilijke tijden

Intro
Ouderling Jansen ziet op tegen het huisbezoek van vanavond. Toen hij een afspraak maakte met het Theo en Annemarie waar hij vanavond naar toe gaat, merkte hij door de telefoon een aarzeling bij Annemarie. Toch mocht hij komen. Hij houdt er rekening mee dat er heel wat komen gaat. Na een korte kennismaking zegt het echtpaar ook: ‘U ziet ons niet in de kerk. Eerlijk gezegd zijn we teleurgesteld geraakt in God.’ En dan volgt het verhaal: de moeder van de Annemarie is na een ziekbed jong overleden. Theo is enige tijd geleden zijn baan kwijtgeraakt en het ziet er niet naar uit dat hij binnenkort weer aan de bak kan. Ouderling Jansen voelt aan dat dit echtpaar de laatste tijd heel wat zorgen en spanningen heeft meegemaakt. Hij zegt het ook: ‘Jullie hebben heel wat te verduren gehad de laatste jaren. En voor jullie gevoel was God er niet.’

Marieke heeft ook het nodige meegemaakt. Ze was nog jong toen haar vader ziek werd. Haar vader leefde daarna nog vijf jaar. Soms waren er tijden waarin de ziekte even weg was. In de periode van spanning en ziekenhuisopname was Marieke veel met God bezig. Vaak bad ze dan intensief voor haar vader en voor de rest van het gezin. Wanneer het wat beter ging, raakte God wat op een tweede plan. Net of het niet meer nodig was om te bidden. Nadat haar vader overleden was, is ze nooit boos geweest op God. Ze mist vader. Elke dag. Hij leefde zelf dicht bij God en droeg zijn ziekte heel gelovig.

Vraag 1 Op wie lijk jij het meest?


Vraag 2 Wat zou jij zeggen als jij de ouderling was die bij Theo en Annemarie op bezoek zou komen?


Als er tegenslag in het leven is, zijn er twee manieren om daarop te reageren. De één wordt boos op God, of raakt teleurgesteld in Hem. Het wordt moeilijker om naar de kerk te gaan, om uit de Bijbel te lezen of te bidden. Er kan ook wel helemaal met God gebroken worden.
De ander wordt door tegenslag er bij bepaald dat hij of zij God nodig heeft. Iemand kan door tegenslag ervaren dat God hem of haar stil zet om te laten weten: Ik ben er ook nog! Vergeet je God niet. Iemand kan juist ervaren in een moeilijke periode dat de Heere heel dicht bij is en kracht geeft.
Het is van belang om je voor te bereiden op tegenslag en vooral ook hoe je in geloof met tegenslag zou kunnen omgaan. Tegenslag kan een hele test voor je geloof zijn: Blijf je dicht bij God? Of kom je juist ver bij Hem vandaan te staan? Je weet nooit van tevoren hoe je zal gaan reageren en toch is het verstandig om daar mee bezig te zijn.

Vraag 3 Weet jij hoe je reageert op tegenslag


Vraag 4: Hoe bereid jij je voor op tegenslag in je leven?

Bijbel
De rode draad van de Bijbel is dat God te vertrouwen is én dat Hij ons leven leidt. We zien zijn leiding in het volk Israël. We lezen in verhalen en in Psalmen hoe God leven van mensen leidt.
In de Bijbel kunnen we lezen dat tegenslag, ziekte of andere moeilijkheden vaak veel vragen oproept. Tegenslag maakt het niet altijd makkelijk om het vertrouwen op God te hebben. In Psalmen kunnen we lezen dat gelovigen God vragen of tot God roepen: Waarom? (Psalm 22)  Hoe lang moet dit nog duren? (Psalm 13) Bijna alle Psalmen eindigen met een lofzang of een uitspraak van vertrouwen. Alleen Psalm 88 niet. Het is geen ongeloof als er zulke scherpe vragen aan God gesteld worden. Integendeel. Vaak is het een teken van diep geloof: als er iemand was geweest die iets had kunnen doen, was dat God wel. Maar waarom doet Hij dat niet? In de Bijbel kun je door deze vragen bij God zelf te brengen, aan God zelf te stellen bij de Heere uitkomen.
Dat klinkt heel makkelijk. Nogal eens gebeurt het in een tijd van tegenslag, dat het gebed achterwege blijft. Iemand kan door teleurstelling of door boosheid niet meer bidden. Er kan alleen maar in boosheid of verbittering over God gesproken worden. De Bijbel houdt ons voor dat we beter tot God kunnen bidden.

Lees Psalm 42

Vraag 5 In Psalm 42 wordt er steeds gewisseld: Er wordt verteld hoe moeilijk het gaat. Vervolgens wordt er weer vertrouwen gevonden.  Dan zijn die moeiten er weer. Dan weer het vertrouwen op God. Waar herken jij je het meeste in? Hoe komt dat?



Vraag 6 Vestig je hoop op God, zorg dat je het vertrouwen weer terug krijgt, zegt David steeds in de psalm. Hoe doe jij dat: het vertrouwen in God weer terugkrijgen? Wat is daarvoor nodig?



Vraag 7 Op welke manier kunnen anderen – familie, vrienden, gemeenteleden – jou helpen om dat vertrouwen weer terug te krijgen?


In de Bijbel lezen we dat de Heere Jezus op aarde is gekomen. Hij kwam om te lijden en te sterven aan het kruis. Hij weet wat het is om te lijden, om pijn en verdriet te hebben. Soms kunnen gelovigen in hun eigen ziekte iets herkennen van het lijden van de Heere Jezus. Dat geldt niet voor elke gelovige.
De Heere Jezus kwam op aarde om met Zijn sterven ook te zorgen voor een nieuwe tijd, een tijd waarin er geen tegenslag, geen moeite, geen verdriet meer is. Als de Heere Jezus terugkomt, dan zal die tijd ook aanbreken. Tot die tijd kunnen ook gelovigen heel wat meemaken. Als je gelooft, dan blijven moeilijkheden je niet bespaard. Wel mag je weten dat er voor wie gelooft er ooit een heel andere tijd zal zijn: in de hemel bij God zal het alleen maar goed zijn. Dat we weten dat het anders zal worden, zien we ook in de opstanding van de Heere Jezus: de dood is overwonnen. In het Nieuwe Testament worden ook verhalen verteld, waarin de Heere Jezus zieken geneest. Die gebeurtenissen wijzen vooruit naar die nieuwe wereld, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Hoop hebben betekent nog niet, dat je het niet moeilijk mag hebben. In de Bijbel staat ook dat de Heere Jezus huilt als Zijn vriend Lazarus gestorven is (Johannes 11:35). Dat is bij Hem geen verdriet uit machteloosheid, maar verdriet omdat Hij ziet wat de dood aanricht.

Als je zelf niet met tegenslag te maken hebt, kun je wel in je familie of vriendenkring daarmee te maken krijgen. Hoe moet je daarmee omgaan? Want je zegt al gauw de verkeerde dingen. Het beste is een meelevende houding, waarin je echt aandacht hebt voor de ander en allereerst luistert en dat je beseft dat het heel wat is wat die ander doormaakt. Soms kunnen mensen te kort door de bocht reageren. Tegen een ouder die een kind is verloren, kan er gezegd worden: ‘Maar je hebt je andere kinderen toch nog?’ Het verdriet van de ander wordt dan kleiner gemaakt, alsof het er niet mag zijn. Het is meestal niet nodig om God te verdedigen. Die neiging kan er wel zijn. Beter is het om te laten zien, hoe er in de Bijbel ook geworsteld wordt met Gods leiding of Gods afwezigheid. Vaak brengt dat iemand dichter bij God dan goedkope antwoorden.
In een tijd van tegenslag merk je hoe belangrijk het is als mensen om je heen staan. Medechristenen die met je meeleven, die voor je bidden, die je een kaartje ter bemoediging sturen, die aan je denken. Soms kan het zo zijn, dat als jij (even) niet kunt geloven, dat anderen dat voor jou doen. Tot jij weer dat vertrouwen in de Heere terug hebt. Wanneer mensen om je heen met je meeleven is dat echt een geschenk van de Heere.

Vraag 8 Welke steun is het voor jou dat de Heere Jezus ook geleden heeft?



Vraag 9 Heb je ervaring met andere christenen of gemeenteleden die met je meeleven? Op welke manier gebeurde dat? Gaf het je troost?



Vraag 10  Hoe voorkom je dat je bij iemand die veel meemaakt met te goedkope troost aankomt?



Vraag 11 Heb je ervaren dat mensen voor jou gebeden hebben?

 

Belijdeniscatechisatie les 2 Tijd nemen voor God

Belijdeniscatechisatie les 2 Tijd nemen voor God

In deze les gaat het om:
– tijd leren nemen voor God
– het waardevolle van de zondag zien
– dat je ziet hoe je God kunt dienen met je ‘gewone’ werkzaamheden

 Luister naar één van de volgende liederen:

* Aan Uw voeten heer (Op Toonhoogte 178 / Opwekking 462)
* Wees stil voor het aangezicht van God (Op Toonhoogte 178 / Opwekking 464)

  1. Op welke momenten lukt het voor jou om stil voor God te worden?

  2. Wat is er voor jou nodig om stil voor God te kunnen worden? Wat helpt jou? Wat zijn belemmeringen?

  3. Als je wel stil wordt voor God, wat is dan het waardevolle voor jou? Wat mis je als je je deze tijd niet gunt?


Tijd nemen voor God
Tijd nemen voor God is belangrijk. Net zoals het belangrijk is dat je tijd neemt voor je man of vrouw, voor je kinderen en ouders, voor vrienden. Je kunt samen wat gaan doen. Je kunt samen met elkaar praten over wat je bezig houdt. Of je kunt genieten van het bij elkaar zijn. Zo is het met tijd nemen voor God ook. Je kunt die tijd gebruiken om te bidden. Je legt dan aan de Heere voor wat je bezig houdt. Je neemt de tijd om in de Bijbel te lezen en daarover na te denken. Of je geniet ervan om even aan God te denken. Aan wat Hij voor je doet. Aan wat Hij voor je betekent.

Geen tijd
Tijd nemen voor God is niet eenvoudig. Ik heb de indruk dat tijd nemen voor God een van de belangrijkste thema’s vandaag voor christenen is waar ze mee worstelen. Omdat het hen niet lukt om tijd te nemen voor God. Ze hebben er de tijd niet voor. Of ze zijn van binnen vol onrust, waardoor als ze tijd nemen voor God er allerlei gedachten door hen heen gaat. En dan lukt het niet om aan God te denken. Of dan lukt het niet om te bidden. Of dan lees je wel uit de Bijbel, maar dan dringt het niet tot je door.

Een drukke maatschappij die veel van je vraagt
We leven in een maatschappij die veel van ons vraagt. Je werkt allebei. Je hebt een gezin, familie en vrienden. Daar wil je geregeld mee afspreken. Je contacten wil je bijhouden. Je bent lid van een voetbalclub of een muziekvereniging die ook inzet van je vraagt. Ook de kerk vraagt tijd van je: de kerkdiensten op zondag, doordeweek clubleiding, een vereniging of een Bijbelkring die je kunt bezoeken.
Daarnaast kun je ook jezelf veel druk opleggen. Je vindt dat je iets moet doen voor de muziek, de voetbal of de kerk. Of je vindt van jezelf dat je al die taken maar moet kunnen volbrengen, omdat je jong en vol energie bent.
Als je je ergens voor inzet, kan je dat energie geven. Je kunt genieten van je werk, van de muziek, van de voetbal. Het kan je ook energie kosten. Als je teveel hebt. Als je minder tijd hebt voor wat echt belangrijk is in je leven.

Tijd nemen
Tijd nemen voor God vraagt soms dat je je ritme van leven wat verandert. Dat je op een dag of in een week bewust enkele momenten creëert, waarop je die tijd hebt. Even de tv, de computer, de telefoon uit. Even alleen maar tijd en rust, omdat je met God bezig wilt zijn. Dat hoeft niet gelijk heel lang te zijn. Begin in het klein:

  • Neem een vaste plek (misschien zelfs een speciale plek in huis)
  • Begin met 5 minuten
  • Neem 1 minuut voor concentratie, om rustig te worden
  • Lees één of een paar verzen uit de Bijbel. Of luister een lied.
  • Denk daar 1 minuut over na
  • Sluit af met een kort gebed. (Dit gebed kun je zelf bedenken. Je kunt ook een vast gebed gebruiken)

Houd voor jezelf de komende weken bij of dit lukt.

 

  1. Wat is voor jou een handig moment op de dag om tijd te nemen voor God?

  2. Wanneer lukte het je wel om tijd te nemen voor God? Hoe kwam dat het wel lukte?

  3. Wanneer lukte het niet? Weet je waardoor het niet lukte om tijd te nemen?

Zondag
Er is één dag in de week die speciaal is. Dat is de zondag. Deze dag is er om tijd te hebben voor God. Om tijd te hebben voor je gezin. Je werk is even niet belangrijk. Maak deze dag ook bijzonder door tijd voor God en voor elkaar te hebben.
In het Oude Testament was daarvoor de sabbat. Deze dag was er om uit te rusten van je werk. Door even niet te werken, kon je nadenken over het alles wat de Heere de afgelopen week in jouw leven heeft gedaan. Het was een dag om even stil te staan bij wat God voor je doet. Om te zien waar God in jouw leven is.
In Deuteronomium 5 zegt de Heere tegen het volk Israël: Je krijgt deze sabbat als speciale dag om je elke week eraan te herinneren dat je uit Egypte bent bevrijd. In Egypte waren ze slaven. Nu zijn ze bevrijd. Die sabbat was bedoeld om hen ervoor te behoeden, dat ze niet weer opnieuw slaaf zouden worden. Van hun werk bijvoorbeeld.
In het Nieuwe Testament wordt dat de zondag. De reden daarvoor is dat de Heere Jezus op zondag (de eerste dag) opstond. De eerste christenen kwamen op zondag bij elkaar om de opstanding te vieren. Door op zondag naar de kerk te gaan, laat je zien dat de opstanding van de Heere Jezus voor jou heel bijzonder is.

  1. Hoe kun jij van de zondag voor jouzelf een speciale dag maken?

  2. Wat doe je op zondag niet, wat je doordeweeks wel doet?

  3. Wat doe je op zondag bewust wel, wat je op andere dagen niet of minder doet?

Werk
God kun je niet alleen dienen door stil te worden. Ook door je werk kun je God dienen. Dat geldt niet alleen voor een dominee of een evangelist. Dat geldt niet alleen voor iemand die in het onderwijs of de zorg werkt. Ook als je boekhouder, automonteur, vrachtwagenchauffeur, piloot of een ander beroep hebt. Dan kun je ook met je werk God dienen. In het christelijk geloof is betaald werk niet minder dan bidden. Ze zijn allebei belangrijk: bid en werk.

Gebed voor de werkdag (Sela)

Laat al mijn werk gezegend zijn
en geef mijn arbeid zin.
Laat in mijn huis uw vrede zijn
en zegen mijn gezin.
Geef mij vandaag de rust en kracht
voor elke taak die op mij wacht.

Dat ik mij niet voor niets vermoei;
breng alles wat ik doe tot bloei.
Laat al mijn werk tot zegen zijn
voor mensen om mij heen.
Laat in mijn hart uw vrede zijn
en werk zelf door mij heen.

Maak mij als zout dat smaak verspreidt.
Maak mij als licht dat zichtbaar schijnt,
tot ieder woord en elke daad
mijn Vaders liefde tastbaar maakt.

Laat al mijn werk geheiligd zijn,
een dienst tot eer van U.
Laat mij oprecht, integer zijn;
een spiegelbeeld van U.

Werk door uw Geest met kracht in mij,
tot uw karakter groeit in mij.
Voltooi het werk dat U begon,
tot aan de dag dat Christus komt.

Bijbel: lees Lukas 10:38-42

  1. Waarom zou Martha zo druk zijn? Wat zou Martha van Jezus willen?

  2. Waarom zou Maria bij Jezus zijn gaan zitten? Wat zou Maria van Jezus willen?

  3. Welke keuze zou jij maken? Wat zou jij van Jezus willen?


Geloofsbelijdenis
Vraag: Wat gebiedt God in het vierde gebod? (Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt…)

Antwoord: Ten eerste, dat de dienst van de kerk of de prediking en de scholen instandgehouden worden; en dat ik vooral op de sabbat (dat is de rustdag) trouw tot Gods gemeente kom om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen en de armen christelijke hulp te betonen.
In de tweede plaats, dat ik alle dagen van mijn leven mijn boze werken opgeef, de Heere door zijn Geest in mij laat werken. Op die manier begint de eeuwige sabbat al in dit leven.
Heidelberger Catechismus, Zondag 38 (vraag en antwoord 103)