Wacht op de Here – preek over Psalm 27:14

Wacht op de Here (Psalm 27:14)
Preek  van 17 juli 2011

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

(1) Wachten
Wat wachten is, weten we allemaal wel. Als ik aan u of aan jou zou vragen: ‘Geef eens een voorbeeld van wachten’, zal iedereen een voorbeeld kunnen geven. De een vertel een leuke gebeurtenis, iets fijns om naar uit te kijken. Bijvoorbeeld uitzien naar de geboorte van een baby. De ander vertelt iets waar hij of zij met spanning naar uitkijkt. Bijvoorbeeld het wachten op de uitslag van een onderzoek in het ziekenhuis. Wat wachten betekent, weten we allemaal wel.
Maar weet u ook wat wachten op de Here betekent? Weet u wat het is om op de Here te wachten? Voor u? Voor jou? Als je aan tafel deze psalm leest en een van de kinderen vraagt het: ‘Wat betekent dat?’, weet u dat dan uit te leggen?
Hoe komen we achter de betekenis van het wachten op de Here, zodat we in ons dagelijks leven ook wachten op Hem? Dat het wachten ons helpt in het geloof, in het leven met de Here?
Ik ben er naar op zoek gegaan. Maar zo eenvoudig is het nog niet. Soms hoop je dat anderen je verder kunnen helpen of er een uitleg van kunnen geven. Ik heb daarvoor een aantal commentaren op Psalm 27 gelezen. Die hielpen eigenlijk niet veel verder. Meer dan een algemene aanwijzing dat we moeten vertrouwen op de Here gaven ze niet. Dat betekent dat we zelf op zoek moeten gaan naar de betekenis.

(2) Vertrouwen
Voor deze preek heb ik in het woordenboek gekeken wat ‘wachten’ betekent. Het woordenboek zegt over wachten: ergens blijven of zich ophouden totdat iets of iemand komt. Wachten op de Here betekent dus: ons ergens ophouden totdat God komt. Wachten op de Here heeft dus te maken met:
* ons ergens bevinden, ons ergens ophouden.
* met de komst van God.
Als we eens naar David in Psalm 27 kijken, waar hij zich bevindt. Wat speelt er zich af in het leven van David?
David begint heel positief: hij spreekt zijn vertrouwen in de Here uit: De HERE is mijn licht en mijn heil. Voor wie zou ik vrezen. Hij begint met de Here. Doordat de Here in zijn leven aanwezig is, hoeft het niet meer donker te zijn. Doordat hij, David, de Here kent, weet hij dat er voor hem altijd hulp zal zijn. Daar zet David mee in.
Dan begint hij te vertellen. Wat David vertelt, geeft kleur en diepgang aan het vertrouwen dat hij heeft in de Here. Omdat de Here verschil maakte in het leven van David, heeft David geleerd dat hij de Here kan vertrouwen. De Here is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?  Voor David is dat geen theorie, geen aangeleerde wijsheid. Het is niet zo, dat hij op deze manier over God moet denken, omdat het hem is geleerd op catechisatie of wat hij hoort te zeggen. Het is voor David een levenservaring. Wat is er gebeurd in zijn leven?

(3) Levenservaring van David
In één zin maakt David duidelijk wat er gebeurd is: Toen boosdoeners op mij afkwamen, om mijn vlees te eten. Zo’n zin geeft in één keer aan wat er aan de hand is. De dreiging, die er uitspreekt: boosdoeners die op je afkomen om je te verslinden. ‘Ze moeten mij hebben. ‘
Gaat het om echte tegenstanders? Mensen in Davids omgeving, misschien zelfs vertrouwelingen, die maar wat graag op zijn positie zouden willen zitten. Die aan zijn stoelpoten zagen? Die hem weg willen hebben? Uit het veld willen ruimen? Voor wie zou ik vrezen, zegt David.
Het kan ook zijn, dat David alle ogen op zich gericht voelt. Zijn we als mensen niet gevoelig voor wat anderen over ons denken en over ons zeggen? Het kan door je heen flitsen: hij of zij mag mij niet. Ik kan het niet uitleggen, waarom ik het voel. Wat is er toch met die ander? Elke keer als ik iets zeg of doe, wordt het verkeerd uitgelegd. Alleen maar omdat ik het zeg of doe. Toen boosdoeners op mij afkwamen, om mijn vlees te eten.
 Zo ook bij David? Zonder dat hij het kan aanwijzen waar het in zit, voelt hij dat er iets tussen hem en de anderen is. Afgunst? Mogen ze hem niet? Heeft hij iets in het verleden gedaan of gezegd, waar ze nu nog steeds boos over zijn?
Wat bepaalde mensen doen, kan je soms helemaal koud laten. Je denkt: ach, ik weet wie het zegt. Maar soms kan iemand je juist in je ziel raken, van je stuk brengen, onzeker maken, een gevoel van machteloosheid geven, van weerloosheid. Wachten: blijven waar je je bevindt, totdat de Here komt.
Als David over zijn ervaringen vertelt, doet hij dat in het kader van dat vertrouwen op de Here. Hij begint en eindigt met de Here. Ook in zijn leven is de Here de Alpha en de Omega, het begin en het einde. Hoe hulpeloos David zich ook voelt, hoe oneerlijk behandeld, het heeft niet de overhand in zijn leven. Er is iemand die hem erboven uit tilt, die hem in al zijn kwetsbaarheid en machteloosheid bescherming biedt. Nochtans blijf ik vertrouwen.
Als anderen je aankijken, als je voelt dat er over je gesproken wordt, mag je weten: de Here bergt mij in zijn hut. Beschutting is te vinden bij de levende God. Ze krijgen mij er niet onder. Niet omdat ik ze aankan, maar omdat de Here met mij is.

(4) Aanvechting
Met mij is? Is Hij er? Als iedereen tegen je is? Als zelfs je vader en moeder je weg niet meer kunnen meemaken en met je breken? Als mensen je stuk voor stuk laten vallen, waarom zou de Here je dan wel helpen?
De Here is mijn licht en mijn heel. Dat is geen theorie. Voor David was deze belijdenis geen vanzelfsprekendheid. Hij heeft er dringend om gebeden: verlaat mij niet, Here. Verberg uw aangezicht niet voor mij. Je ergens ophouden, totdat de Here komt. Is dat niet de vraag van veel gelovigen: komt Hij nog wel, zoals Hij beloofd heeft?
Het is de verwondering die David uitspreekt: de Here is gekomen. Dat die grote en heilige God zich bekommert om mijn leven.
Wat komt Hij dan doen? Hij komt om te beschermen, om onze eer te herstellen. En we wachten op Hem, omdat Hij beloofd heeft te komen.
Wachten op de Here. Het kan door je hoofd heengaan. Ik moet vertrouwen, want als ik niet vertrouw dan komt Hij niet. Vertrouw! Dat is net zo’n opdracht als een dokter geeft aan een ernstig zieke: ga vooral leuke dingen doen. Maar wat voor leuke dingen zijn er nog te doen als je nog maar kort te leven hebt? Wat valt er te vertrouwen als alle moed je in de schoenen zinkt?
Lijken we vaak niet op David uit Psalm 42: heen en weer geslingerd tussen vrees en hoop, vrees en hoop. Waarom moet het nu zo lopen? Vertrouw op de Here! Waarom kan het niet als vroeger zijn? Laat dat vertrouwen dat je vroeger had, terugkomen! Heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.
Wacht op de Here – het is een opdracht, die wij krijgen. We worden aangesproken, opgedragen om dit te doen.
Wacht op de Here – het woord dat hier gebruikt wordt, heeft in het Nieuwe Testament de betekenis van: staande blijven in de aanvechting. Staande blijven, dat kunnen we niet in eigen kracht. Daarvoor hebben we de Heilige Geest nodig. Hij maakt onze geest tot een vaste geest, Hij schenkt ons het vertrouwen. Ik weet aan Wien ik mij vertrouwe, als wisselen ook dag en nacht: de Here, de God van Israël. We kennen Hem. Hij is betrouwbaar. Bij Hem is mijn leven veilig. Zijn komst in mijn leven, geeft mij moed. Dat Hij in mijn leven wil komen, maakt mij verwonderd. Mijn leven, hoe kwetsbaar ook en overhoop gehaald, is een reden tot lofprijzing: Hij komt. Hij wil naar mij omzien. Bij Hem is mijn leven veilig.
Amen

Hebben wij grip op God – of heeft Hij grip op ons? (Preek over Handelingen 13:6)

Hebben wij grip op God – of heeft Hij grip op ons?

Preek over Handelingen 13:6
Schriftlezing: Handelingen 13:1-12
Tekst: vers 6: waar ze een Joodse magiër aantroffen, een valse profeet

Gemeente  van onze Here Jezus Christus,

De boodschap van dit gedeelte lijkt voor de hand te liggen. Het gaat in dit gedeelte over Elymas om een waarschuwing tegen occulte praktijken. Elymas is immers een tovenaar, een magiër die een hele groep mensen in zijn greep heeft? Zijn invloed reikt tot in de hoogste kringen.
Toch is er een gegeven over Elymas dat ons weerhoudt om daaraan te denken. Elymas is niet zomaar een tovenaar, zomaar een magiër. Elymas is geen heidense tovenaar die de mensen bedriegt met zijn toverkunsten. Elymas is een Jood. Hij kent dus de levende God. Deze magiër weet dat er maar één God is om te dienen. Eén God die macht heeft over hemel en aarde. Eén God die door iedereen gediend moet worden. Dezelfde God als Banrabas en Saulus verkondigen.
Deze Elymas kent God en kent de kracht van God. Tussen Elymas aan de ene kant en Barnabas en Saulus aan de andere kant zijn niet eens zoveel verschillen. Weliswaar noemt de Schrift Elymas een valse profeet, maar voor de mensen van zijn tijd was het niet zo maar duidelijk dat Elymas een valse profeet was.
Een valse profeet is niet gemakkelijk te onderscheiden van een ware profeet. In het bijbelboek Jeremia wordt verteld van de confrontatie tussen Jeremia en Hanaja. Jeremia krijgt van de Here de opdracht om met een houten juk rond te lopen, met de boodschap dat het volk een juk zal dragen. Wanneer Hananja ziet dat Jeremia met dat juk rondloopt, breekt hij het houten juk stuk en zegt dat hij dat in de naam van de Here doet. De Here wil niet dat zijn volk gebukt gaat onder een juk. Wie spreekt in naam van de Here?
Voor ons zal het wellicht ook niet gemakkelijk te zien zijn dat Elymas een valse profeet was. Een Jodd, die door de mensen werd gerespecteerd, misschien wel werd gevreesd. Vanwege de kracht van God die Elymas kende en wist te beheersen. Van die macht maakte hij gebruik om zieken te genezen, om kwade demonen uit te drijven, om mensen te zegenen. De mensen kwamen naar hem toe als ze te maken hadden met ziekte om bij hem genezing te vinden. Wie op weg ging voor een gevaarlijke reis kon bij hem een zegen voor de reis ontvangen. Elymas droeg zijn macht graag uit.
Het probleem met Elymas was niet dat hij bepaalde kracht had. Het probleem met Elymas was wat hij met die macht deed: Hij gebruikte die macht van God om invloed over anderen te krijgen. Daarom was hij een valse profeet. Omdat hij de kracht die hij bezat voor zichzelf gebruikte, voor eigen gewin.  We moeten daarbij ook bedenken dat de mensen die Elymas in zijn macht had, daar helemaal geen moeite mee hadden. Ze stonden onder invloed van Elymas, maar hij gaf hen daar wel iets moois voor terug: nabijheid van God. Hij wist hen een ervaring van God te geven. Waren ze bij Elymas geweest, hoefden ze zich geen zorgen te maken over de aanwezigheid van God in hun leven.

Wij leven van de wind
die aanrukt uit de hoge

was een lied dat Elymas niet snel liet zingen. Want de Geest was voor hem niet ongrijpbaar. Voor hem, Elymas, was de geest binnen handbereik. Zocht je Gods nabijheid, dan kon je naar Elymas toe. Hij kon je de garantie geven van Gods aanwezigheid. Je hoefde, als je bij hem was geweest, geen onduidelijkheid meer te hebben bij een ingrijpende keuze: als je van baan wilde veranderen. Of als je een zegen wilde ontvangen over je huwelijk. Hij kon je die zekerheid geven, de ervaring geven van Gods nabijheid.
Komt het niet vaak voor dat wij ons geloof bouwen op iemand anders? De rust die iemand uitstraalt, de zekerheid. Soms kom je daar achter als er een iemand overlijdt of wegtrekt, die een steunpilaar is geweest in de gemeente. Veel mensen uit de gemeente hebben zich opgetrokken aan het geloof van deze steunpilaar.
Voor Elymas was geloven niet onzeker. Hij straalde rust en zekerheid uit.

En dan komen Barnabas en Saulus. Elymas voelt dat zijn machtsbasis afbrokkelt. Barnabas en Saulus, zij komen wel met dezelfde God, maar met een andere boodschap: wij moeten onze zekerheid niet zoeken in wat een mens ons aanbiedt, maar ons vertrouwen op Christus bouwen. Aan het optreden van Barnabas en Saulus kunnen wij ook zien, wat het evangelie betekent: dat het evangelie ons vrijheid geeft ten opzichte van anderen. Wij hoeven niet afhankelijk te zijn van anderen, niet gebonden te zijn aan mensen.  We moeten ons vertrouwen op God stellen, niet op een mens – hoe gelovig die ons ook leidt.
De vraag die uit dit gedeelte op ons afkomt is: wat doen wij met de macht van God? Leggen wij beslag op God of legt God beslag op ons. Voor het oog is het een klein verschil. Toch is het een fundamenteel verschil: de keuze tussen heidendom en christelijk geloof, tussen redding en ondergang. Voelt u het verschil aan? Hebben wij grip op Gd of heeft God grip op ons? Heersen wij over God of laten wij ons leiden door de Geest van God.
De heiden wil graag God in zijn greep houden, wil weten waar hij aan toe is met God. Dat is ook begrijpelijk en legitiem. Want heeft God ons zelf niet de opdracht gegeven om Zijn aangezicht te zoeken? Om heel ons leven aan Hem toe te wijden? Is dat niet het verlangen van veel gelovigen om zich geheel en al aan de Here te wijden en Hem overal erbij te betrekken?
En toch… de heiden heeft graag regie over God. Wil zekerheid over God. Hij kan niet wachten opGod, want stel je voor dat Hij niet komt. Hij moet zekerheid hebben over Gods komst. Hij ruilt de zekerheid van Gods komst in voor de zekerheid van Gods nabijheid. Dat is magie: dat onszelf zeker maken van de aanwezigheid van God. Onze eigen garantie dat God er is in plaats van het wachten tot God komt.
Enige tijd geleden vertelde iemand mij over een dominee die hem altijd sterk aansprak, een vurige, enthousiaste dominee. Die man zei tegen mij met ontzag over die dominee: ‘Hij heeft God in zijn vestzak.’ Een dominee die je in zijn verhaal wist mee te nemen, die aanstekelijk enthousiast was.
In zijn vestzak…: dat betekent dat deze man God tevoorschijn laten kon laten komen, als het hem zelf goed uitkwam. En als het hem niet goed uitkwam, diep wegstopte in zijn vest. In zijn vestzak: een kleine, miezerige God.
Zonder een oordeel over de desbetreffende predikant: een valse profeet is iemand die God in zijn vestzak heeft. Zelf bepaalt wanneer God op het toneel verschijnt en toch pretendeert namens god te spreken en toch niet gewacht heeft tot God zelf kwam. Zijn eigen gedachten en woorden niet heeft laten corrigeren door God zelf.
Kijk het verschil met Barnabas en Saulus. Zij waren in gebed. Zij vastten. Na een tijd van vasten en bidden werden zij door de geest geroepen. Maakte de Geest aan hen zijn plannen bekend. Zij zonderen zich af en pas als zij zich afgezonderd hebben en zij wachten, komt de Geest. In de dienst van God hebben wij te maken met een bepaalde onzekerheid: wij kunnen niet bij voorbaat afdwingen wanneer en op welke manier God komt. Hij komt, maar hoe, dat weten wij niet bij voorbaat.
Als u bidt voor de voorganger, en ik hoop dat u doet, hoop ik dat u niet alleen bidt om vervulling van de Heilige Geest, maar dat u ook bidt of de voorganger niet komt met zijn eigen verhaal. Dat u ook bidt dat de voorganger zijn eigen gedachten en  wensen kruisigt. En als u voor uzelf bidt, dat u niet alleen bidt dat u aangeraakt en aangesproken wordt, maar dat de Geest ook van u afneemt wat u graag wil horen en ruimte voor Gods Woord maakt.
In de gemeente is een bepaalde gave nodig, die God ook wil geven: de gave om onderscheid te maken wat van God komt en wat van onszelf komt. Dat we als gemeente onderscheid kunnen maken tussen wat van God komt en wat van onszelf komt, wat Gods wil is en onze eigen wil.
Elymas, de magiër, bindt de mensen aan zichzelf en belemmert op deze manier dat zij terugkeren naar de levende God. Dat is een verleiding binnen de kerk om als Elymas te willen zijn. Om de Geest van God te willen beheersen en op daarmee over mensen willen heersen. Want het is maar een kleine stap: het beheersen van Gods Geest naar het heersen over mensen.
Het is gevaarlijk om over de macht van God te willen heersen. Kijk maar, hoe het met Elymas afloopt. Elymas die regie had over anderen, wordt blind. Hij mist de zon van Christus en leeft in duisternis en donkerheid. Die over andere mensen heerste, moet hun op de tast en zich laten leiden door anderen. Het klinkt in onze oren hard, maar het is ook een middel van de Here om ons bij Hem terug te brengen. De blindheid van Elymas is niet definitief.
Zo kan de Here ons veel afnemen, om ons alles te geven: het leven in Christus. Hij is de enige zekerheid in ons leven. Alle andere zekerheden blijven niet bestaan in het leven.
Leven met God, dat betekent dat we moeten wachten op God, op Zijn tijd. Geen gemakkelijke weg, want het flitst geregeld door ons hoofd: komt Hij of komt Hij niet? Dit wachten gaat door de aanvechting en de twijfel heen. Maar we hebben de zekerheid over God: Hij heeft beloofd om te komen. Op die belofte komt Hij niet terug. Wacht op de HERE, wees sterk, uw hart zij onversaagd; ja wacht op de HERE (Psalm 27:14). Amen

 

 

Voor alles is er een vastgestelde tijd (Prediker 3:1)

Voor alles is er een vastgestelde tijd (Prediker 3:1)

De tijd kan soms hard gaan. Als je terugkijkt, kunnen jaren omgevlogen zijn. Waar is de tijd gebleven? Soms kan het ook een opluchting zijn, als een moeilijke tijd achter de rug is.

Soms kunnen er tijden zijn dat je denkt dat je het leven aankunt. Voor de generatie 20-45 jaar is het leven een project dat je zelf moet vormgeven. Als je in slaagt om je (levens)doelen te halen, kan dat veel geluk geven. Als je daar niet in slaagt, kan het een gevoel van druk of zelfs van falen geven.
Ouderen hebben soms moeite met het accepteren dat het ouder worden betekent, dat je als mens steeds meer moet inleveren.
Toch geldt het voor iedereen: voor alles is er een vastgestelde tijd. De grote momenten in het leven zijn niet uitgezocht. Wij hebben niet aan kunnen geven wanneer wij geboren zouden willen worden. Onze ouders hebben wij niet bij elkaar uitgezocht. De dag van ons sterven zullen wij niet uitkiezen. Veel momenten die ertussen liggen, hebben wij ook niet uitgekozen. Wij hebben gekozen met wie we trouwden, maar dat we verliefd werden, hebben we niet altijd zelf in de hand gehad.
Voor alles is een vastgestelde tijd. Dat wil zeggen: de tijd is door God vastgesteld. Hij bepaalt het begin en het einde. Het begin en einde van ons leven. Het begin en einde van een tijd van zegen. Het begin en einde van een moeizame periode. Ons leven is in Gods hand.
Voor alles is een tijd – dat wil zeggen: ons leven is in de handen van de trouwe God, die over ons leven waakt en betrokken is op ons leven. Moeilijke perioden grenst Hij af. Hij bepaalt hun duur, zodat wij er niet aan onder door zullen gaan.
Temidden van een tijd van drukte en stress kan de Here ervoor zorgen dat wij tijd krijgen voor de dingen die er echt in het leven toe doen: ons gezin, onze relatie met Hem. Hij kan ons zelfs stilzetten en ons de ogen openen voor wat wij hebben verwaarloosd. Terwijl dat juist aan ons gegeven was om ons leven gelukkig en zinvol te maken.
Met het geschenk moeten we zuinig omgaan. Voor alles is een vastgestelde tijd. Er is een tijd van werken en een tijd van rust nemen. Er is een tijd van de drukte ondergaan (die niet te lang moet duren) en een tijd van aandacht voor het gezin. Een tijd van genieten van je huwelijk en een tijd van ertegen aan gaan.
De tijd is door God aan ons gegeven als een kostbaar geschenk. Om ons vertrouwen te winnen, om ons te zegenen en gelukkig te maken, om ons de hemelse erfenis te schenken. De vastgestelde tijd is een zegen van God en een hoge roeping om die zegen waardig in ontvangst te nemen.

ds. M.J. Schuurman

Suggestie voor een studiedag Preken voor kinderen

Suggestie voor een studiedag “Preken voor kinderen”

Opening
Overdenking, die kinderen én ouderen iets te zeggen heeft.

Lezing 1 – Het geloof van een kind
– Waarom Jezus het geloof van een kind als voorbeeld gebruikt
– Op welke manier geloven kinderen? Wat betekent groeien in geloof voor kinderen?
– Introductie in ‘Kindertheologie’
– Op welke manier kan een preek / kerkdienst kinderen helpen om te geloven?
– Hoe kan dat in een preek verwerkt worden (liefst op zo’n manier dat kinderen én ouderen iets van zo’n preek opsteken)

Lezing 2 – De wereld van het kind
In Alle aandacht! schrijft ds. Harmen van Wijnen dat het Woord en de werkelijkheid van een kind met elkaar in contact komen. Dat roept de volgende vragen op: Wat is de werkelijkheid waarin een kind leeft? Wat gebeurt er als die werkelijkheid met het Woord in aanraking komt: aansluiting / contact / confrontatie / kortsluiting / o.i.d.? Aan de hand van een bepaald Bijbelgedeelte wordt dit hermeneutisch proces doorgemaakt.

Workshop 1 – Oefenen in verbeeldingskracht

Meer dan volwassenen gebruiken kinderen hun verbeeldingskracht. Op welke manier kan een predikant zijn verbeeldingskracht (her)ontdekken?
Deze workshop wordt gegeven door een neerlandicus of (kinderboeken)schrijver.

Workshop 2 – Het plot van de preek
Het is voor de preek, die op kinderen gericht is, verstandig om een plot te hebben. Hoe kom je als predikant bij de voorbereiding van de preek tot zo’n plot?
Deze workshop wordt gegeven door een neerlandicus of (kinderboeken)schrijver.

Workshop 3 – Als kind discipel zijn
Ook een kind wordt geroepen om navolger van Christus te zijn. Predikanten komen vaak niet verder met voorbeelden over vriendjes en vriendinnetjes, ruzie maken en het weer goed maken. Op welke manier kunnen kinderen discipel zijn?

Workshop 4 – Kerkdienst voor jong en oud
De HGJB pleit voor een integrale kerkdienst: een kerkdienst voor jong en oud. Hoe kan zo’n kerkdienst eruit zien?

Workshop 5 – De twee wegen
‘Je bent een kind van God’. Geldt voor kinderen ook niet dat zij door Christus aangenomen worden tot kind van God? Kunnen kinderen de gemeenschap met God kwijtraken? Op welke manier kunnen zij weer teruggeroepen worden of aangesproken worden?

Workshop 6 – Verrassende gedeelten voor kinderen
Als er voor kinderen gepreekt wordt, worden vaak verhalen gebruikt. Op welke manier kunnen de brieven van Petrus en van Paulus voor kinderen dichterbij gebracht worden?

Workshop 7 – U bent mijn God
Volgens de Duitse godsdienstpedagoog Ingo Baldermann zijn psalmen bij uitstek geschikt om met kinderen te bespreken. Op welke manier kunnen de psalmen ontdekken?

Workshop 8 – Heb je begrepen waar het over ging?
Hoe kun je als vader of moeder na afloop van de dienst met je kind doorpraten over de preek? Concrete suggesties en handvatten.

NB: De HGJB organiseert op 24 november – met een andere opzet – een studiedag over “Preken voor kinderen”. N.a.v. het boek Alle aandacht!

Alle aandacht!

Alle aandacht!
Preken voor jongeren en kinderen

Preken voor kinderen en jongeren: hoe doe je dat eigenlijk? De HGJB heeft met Alle aandacht! een aardige stimulans uitgegeven om predikanten en andere betrokkenen op weg te helpen. Het boekje is een aanrader. Toch is het boekje naar mijn gevoel niet helemaal af. Daarom probeer ik wat verdere suggesties te doen.

Wat ik vooral van Alle aandacht! heb geleerd is het belang van metacommunicatie. Wil een predikant kinderen en jongeren bereiken is het nodig om in de preek expliciet aan te geven welke stappen er genomen worden in de preek: ‘De paradox hierbij is dat de prediker die ook op een metaniveau communiceert meer woorden gaat gebruiken, maar minder zegt, terwijl de preek wint aan zeggingskracht.’ (p. 69)

Zijn er wel kinderen?
Het is te merken dat het boek voor een bepaalde achterban is geschreven: de kerken waarin kinderen nog in de dienst aanwezig zijn. Hoe vanzelfsprekend is dat nog, dat kinderen naar een kerkdienst gaan? In de meeste kerkdiensten waar ik in voorga, zijn geen kinderen aanwezig, of gaan ze naar de kindernevendienst. En als er een dienst voor kinderen wordt georganiseerd, blijft een deel van de ouders met hun kinderen weg omdat ze het niet zien zitten met hun kinderen naar een kerkdienst te gaan.

Niet concreet
Ondanks het pleidooi voor concreet preken is Alle aandacht! lang niet altijd concreet.  Neem bijvoorbeeld het gedeelte waarin aangegeven wordt dat  Woord  en werkelijkheid elkaar in de preek dienen te ontmoeten: ‘Elke preek is een hermeneutisch proces waarin het Woord en de werkelijkheid op elkaar worden betrokken. (…) Voor de hermeneutische lijn in de preek is het van belang een bewust doordachte hermeneutische strategie te hanteren, waarin keuzes worden gemaakt voor de hermeneutische lijn in de preek.’

* Ergens begrijp ik wel waar het over gaat, maar ondanks alle pleidooien voor concreetheid wordt deze hermeneutische strategie niet uitgewerkt. Een preek concreet maken is zo makkelijk nog niet. Het had mij geholpen als er wat suggesties werden gedaan of voorbeelden werden gegeven.
* Door het ontbreken van concrete handvatten komt de ruime aandacht, die besteed wordt aan de noodzaak om in de preek het Woord en de werkelijkheid met elkaar te verbinden, op mij als bevoogdend over. Welke predikant probeert niet op de een of andere manier Woord en werkelijkheid met elkaar te verbinden?
* De voorbeelden die in het boek gebruikt worden zijn wel erg standaard: ruzie maken op school, oneerlijk zijn tijdens het spelen, pesten, niets tegen de juffrouw durven zeggen. In de schets van de leefwereld van jongeren wordt vooral ingezoomd op de communicatie tussen jongeren en ouderen.
Is de leefwereld van kinderen en jongeren niet veel gevarieerder?  Voor mijzelf is dat een vraag die mij bezighoudt: hoe komt de variëteit van leefwerelden in de preek terug?
* In het boek staat een hoofdstuk over ontwikkeling van kinderen. Wat mij betreft had nog concreter uitgewerkt mogen worden op welke manier het geloof en de bijbel dicht bij deze kinderen gebracht kan worden.
* Ook de nadruk op fantasie en verbeeldingskracht is zinvol. Al was het wel handig geweest om hier wat voorbeelden te geven, hoe je als predikant bij de voorbereiding van de preek tot verbeelding komt en dat een plaats geeft in de preek.

Na het lezen van het boek dacht ik: ik mis een theologische doordenking van fenomenen uit de leefwereld van kinderen en jongeren.  Waar houden jongeren zich mee bezig en wat valt er vanuit de Schrift over te zeggen? Wat betekent het om vrienden te hebben? Om naar school te gaan, vrije tijd te hebben, deel uit te maken van een gezin? Op welke manier kan een preek jongeren helpen bij het vinden van hun eigen identiteit?  
Met andere woorden: Wat is de religieuze dimensie van het alledaagse leven? Als protestant hoor ik te zeggen dat het geloof juist in het dagelijks leven geleefd wordt. Bij mijzelf merk ik steeds meer, dat  – zeker bij het voorbereiden van een preek – een kloof is tussen geloof en dagelijks leven. Ik stel vaak de dogmatiek aan de orde, terwijl ik steeds meer merk dat gemeenteleden het liever hebben over het alledaagse leven. Voor een preek in deze tijd is er een Alltagsdogmatik (Wolfgang Steck) nodig die verder helpt om de (verborgen) godsdienstige dimensie van het alledaagse leven helder te krijgen.
 Ik hoop dat dit leuke boekje een vervolg krijgt, waarin de verbinding wordt gelegd tussen het alledaagse leven en het geloof. Waarin voorgedaan wordt hoe Woord en werkelijkheid elkaar – voor het aangezicht van God – raken.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Hanneke Schaap-Jonker en Harmen van Wijnen (red.),  Alle aandacht! Preken voor kinderen en jongeren (Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum, 2011).