Genesis 12:2

Genesis 12:2
Aa       Ik zal u tot een groot volk maken
Ab       Ik zal u zegenen
Ac       Ik zal uw naam grootmaken
Ba        U zult tot zegen zijn

Ik zal u tot een groot volk maken: Abram krijgt een belofte mee . Een belangrijk thema in de verhalen over de aartsvaders. Opvallend is dat hier niet de belofte van land wordt gegeven. Abram zal uitgroeien tot een groot volk. Al zou met goy ‘natie’ bedoeld kunnen zijn. Abram moet het alleen doen met de belofte die de HERE geeft. De HERE bewijst zich als God door de overeenstemming tussen wat Hij zegt (woord, belofte) en wat Hij doet (daad, vervulling). Van de Here geldt dat Hij zegt wat Hij doet en doet wat Hij zegt (J. Vollmer, THAT II, 367-368).
Het kenmerk van het Babel/Ur der Chaldeeën van waaruit Abram is weggeroepen, is: dat men voor zichzelf een naam wil vestigen (Genesis 11:4). Abram mag zo niet handelen. Hij mag niets voor zijn eigen eer en glorie doen. Wat hij heeft en wat hij is, wordt bewerkstelligd door JHWH.
Het werkwoord ‘sh (maken, doen) wordt gebruikt voor het handelen van de HERE op alle terreinen: Zijn handelen in de geschiedenis, in de natuur, in de volkeren, in Israël. Ook al is het verband tussen de Abrahamscyclus en de verhalen over de uittocht uit Egypte laat in de geschiedenis gelegd[1], hetzelfde werkwoord wordt hier gebruikt om het (heils)handelen van de HERE in beide cycli aan te geven.
Het woord volk geeft de exegeten hoofdbrekens. Waarom spreekt JHWH in de belofte over goy en niet over het voor Israël gebruikelijke ‘am? Moeten we aan de tegenstelling tussen goy (het woord dat vaak voor de niet-uitgekozen heidenvolken wordt gebruikt) en ‘am (Israël als uitgekozen volk) denken?
Horst Seebass maakt in zijn commentaar een verband met de tijd waarin dit verhaal op schrift zou zijn gezet. Dan zegt het verhaal ook iets over de ‘eigen tijd’ (van bijvoorbeeld de Jahwist). In dat geval geeft goy aan dat het volk Israël, dat uit verschillende tradities, stammen en herkomsten stamt, in het rijk van David en Salomo tot een eenheid is geworden.
Ik zal u zegenen: Voorspoed komt voor Abram niet uit het Babelse gedrag, maar uit wat de HERE schenkt. Zegen betekent: kracht ten goede, kracht die geluk en heil schenkt. Zegen bestaat uit vruchtbaarheid voor mens, vee en land, uit groei en uit voorspoed en succes.Ook de zegen van JHWH is een steeds terugkerend motief in de verhalen over de aartsvaders.
Ik zal uw naam grootmaken: Nogmaals het contrast met Babel (Genesis 11:4). Mensen willen voor zichzelf roem en faam vestigen. De naam van Abram wordt door de HERE gemaakt (en later ook nog veranderd: Genesis 17:5). De faam uit Abram wordt niet zijn macht en roem, maar zijn nakomelingschap (toledot): het volk dat JHWH uitkiest als Zijn volk.
U zult tot zegen zijn: Wanneer Israël is uitgegroeid tot een groot en machtig land, is de zegen van JHWH nog niet voltooid. De climax van de belofte is dat Israël tot zegen zal zijn voor de andere volkeren. Een bron van zegen: een opdracht of een geschenk van JHWH?

ds. M.J. Schuurman


[1] Konrad Schmid, Erzväter und Exodus. Untersuchungen zur doppelten Begründung der Ursprünge Israels in den Geschichtsbüchern des Alten Testaments, WMANT 81, Neukirchen-Vluyn 1999. Zie voor een online beschikbare samenvatting van zijn boek http://www.theologie.uzh.ch/faecher/altes-testament/konrad-schmid/SoCalled_Yahwist_PDF.pdf

Advertenties

Genesis 12:1

Genesis 12:1
Aa       JHWH zei tegen Abram
Ab       Trek weg uit vanuit uw land, vanuit uw afstamming en vanuit het huis van uw vader
Ba        naar het land dat Ik u zal tonen/laten zien:

De HEER zei tegen Abram: De manier waarop de HERE omgaat met Abram is kenmerkend voor de verhalen over Abram/Abraham. Volgens een aantal Duitse exegeten is deze relatie kenmerkend voor de Religion der Väter. Opvallend is dat de tekst de Godsnaam JHWH gebruikt!
Abram ontvangt de stem van de HERE. Hij ontvangt een openbaring. Deze uitdrukking De HEER zei tegen… wordt ook vaak bij profeten gebruikt. In Genesis 20:7 wordt van Abraham ook gezegd dat hij een profeet is.
Trek weg: De opdracht ‘Ga!’ en het werkwoord gaan zijn belangrijk in de Abrahamscyclus. Dit woord geeft aan de ene kant de landbelofte aan. Aan de andere kant vertelt dit werkwoord ook dat Abraham voortdurend – door eigen falen? – buiten dat beloofde land terechtkomt.
uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten: Abram moet alles van Babel opgeven: zijn land, zijn verwanten, zijn vaderhuis. Tegenover dat land, die verwanten en vaderhuis krijgt hij slechts een belofte van een land. Hij moet zijn maagschap/verwanten (mwldt) opgeven zonder dat hij zelf nakomelingen heeft (twldt) of ook maar een kind (yld). Abram moet van daaruit wegtrekken, eruit stappen (m-).
Abram moet zijn vaderhuis verlaten. Volgens Jenni in THAT kan byt niet alleen ‘huis’ betekenen, maar ook ‘wat zich in het huis bevindt’, ‘bezit’, ‘vermogen’. Terwijl Babel staat voor ‘voor zichzelf een naam wil maken’ (Genesis 11:4), moet Abram alles opgeven wat hij van huis uit gekregen heeft. Zijn naam kan alleen door de HERE gevestigd en uitgebreid worden (Genesis 12:2). Wat kenmerkend is voor de Abraham-verhalen, is dat Abram desondanks toch nogal wat meeneemt. Hij gaat als een herdersvorst weg.
Tot mijn verbazing miskent een groot oudtestamenticus als Claus Westermann de theologische lading van de Abrahamscyclus. Volgens hem gaat het in deze verhalen over nomaden. De oproep van JHWH is een algemeen geldende oproep voor nomaden, volgens hem.
en ga naar het land dat ik je zal wijzen: het land wordt getoond, geopenbaard. Het werkwoord r’h is een werkwoord dat het ontvangen van een openbaring aangeeft/kan aangeven. En ook dat woord speelt een belangrijke rol: actief (zien, voorzien) en passief (tonen, verschijnen, wijzen). Tegenover het zichtbare én de schijn van Babel krijgt Abram alleen een belofte, een toegezegd, onzichtbaar land.

ds. M.J. Schuurman

Het begin van de verhalen over Abraham

Het begin van de verhalen over Abraham

De verhalen over Abraham heb ik vaak gehoord. Op school en zondagschool werden deze verhalen verteld. Ze werden voorgelezen uit de kinderbijbel. Maar waar beginnen deze verhalen? Die verhalen over Abraham kan men op verschillende plaatsen laten beginnen:

(1) De roeping van Abram (Genesis 12:1)
De verhalen zoals ik ze herinner beginnen met Genesis 12:1: de roeping van Abram. Abram hoort de stem van de HERE, die zegt dat hij zijn vaderland en familie moet verlaten en moet wegtrekken naar het land dat de HERE zal laten zien.
Als dit het begin is, ligt de nadruk op de radicale breuk van Abram met zijn herkomst. In latere tradities wordt zelfs gezegd dat Abram, voor hij de stem hoorde, de afgoden diende. Abram wordt weggeroepen uit die wereld. De reis van Abram is niet alleen een geografische verandering een bekering, een verandering van godsdienst.
Er zijn twee redenen om deze verhalen-cyclus niet hier te laten beginnen:
a) De reden van de breuk met het verleden is niet duidelijk. Waarom wordt Abram weggeroepen? Wat is het doel van zijn nieuwe toekomst?
b) Het bijbelboek Genesis rept al eerder over Abram.

(2) Het nageslacht van Terach (Genesis 11:27)
Vanaf Genesis 11:27 wordt een geslachtsregister onderbroken en wordt de aandacht gevestigd op Terach en zijn nakomelingen. Recente en oudere commentaren op Genesis laten de cyclus over Abraham en/of de aartsvaders hier beginnen (Claus Westermann, Horst Seebass, Lothar Ruppert). Literair begrijpelijk, want de aandacht die op de familie van Terach gevestigd wordt onderbreekt een geslachtsregister.
Wanneer de verhalen hier beginnen, betekent dat er een verband gezien wordt (al dan niet redactioneel gecreëerd) tussen Genesis 1-11 (de oergeschiedenis) en Genesis 12-36 (de geschiedenissen over de voorvaderen van Israël). Westermann spreekt van een overgang. Na de oergeschiedenis begint er een nieuw begin, met een focus die uiteindelijk uitloopt op Israël. De God van Israël is de Schepper van hemel en aarde.
(Al zijn de meeste geleerden vandaag de dag van mening dat het verband tussen de voorvaders en de uittocht uit Egypte pas laat in de geschiedenis van Israël wordt gelegd. De verhalen over de aartsvaders en over de uittocht zouden eerst los van elkaar hebben gefunctioneerd.)

(3) Het geslachtsregister van Sem (Genesis 11:10)
De ontdekking die ik deed, was dat de verhalen van Abram beginnen in Genesis 11:10. Vanaf dat moment wordt het geslachtsregister van Sem verteld dat via Arpachsad loopt. Ik meen tegen te komen zijn dat ook Joodse exegese hier een begin ziet.
Dit geslachtsregister volgt op de torenbouw van Babel (Genesis 11:1-9). Vanuit het begin in Genesis 11:10 valt dit op. Het geslachtsregister via Sem-Arpachsad is het tweede geslachtsregister na de zondvloed. Het eerste geslachtsregister loopt uit op de torenbouw van Babel. Dan valt mij op: in Genesis is er sprake van (wat Augustinus noemde) twee rijken: Babel en wat God steeds doet. Genesis is a tale of two cities (vgl James A. Loader). Na de zondvloed heeft de mensheid niet geleerd. Na die redding loopt die lijn uit op Babel: een plaats om een naam voor zichzelf te bouwen (Genesis 11:4). Een veel latere koning zegt in de typisch Babelse trant: zie het Babel dat ik gebouwd heb.

Abram weggeroepen
Abram wordt weggeroepen uit dát Babel, dat zondige Babel (dwz het rijk dat zich verzet tegen God), naar de ‘stad van God’. Genesis 12:1 is dus niet zomaar een opdracht, maar de roepstem tot leven. Evangelie: roept God een mens tot leven.
Vanuit de christologie kan men zeggen: God wil niet dat Zijn Zoon geboren wordt in Babel. De incarnatie die vanuit Abraham loopt is dus weer een verzet van de Here tegen dat Babel.
Dan valt in Genesis 11:27-32 op dat Terach wegtrekt uit Babelse streken. Wellicht door het overlijden van zijn zoon. Hij gaat op weg naar Kanaän. Alleen – halverwege blijft hij steken. In Charan vestigt hij zich. Terach blijft in de invloedssfeer van Babel. Na zijn dood wordt Abram weggeroepen naar Babel. Niet meer de schijn van Babel, maar het land dat JHWH laat zien. Abram moet alles van Babel opgeven: het land, het huis van zijn vader, zijn familie. Hij krijgt er alleen een land voor terug. Abrams naam en grootheid wordt door JHWH gevestigd.
Huis (byt) kan ook de betekenis hebben van ‘alles wat in het huis aanwezig is’. Abram volgt dat bevel niet op: hij neemt schapen en runderen mee. Zoals later vaker zou blijven, dwaalt Abram steeds weg van Gods opdracht en belofte. Als hij in het land aankomt, gaat hij gelijk weer buiten dat land wonen (Genesis 12:9). Het blijkt moeilijk om op Gods belofte te vertrouwen.

Een nieuw begin door JHWH
Nadat de mensheid de geschiedenis op Babel laat uitlopen, grijpt JHWH in. Niet de ogenschijnlijke grootheid van Babel, maar de gebruikelijke kwetsbaarheid van Gods handelen (waar prof. dr. A.vd Beek mooie dingen over zegt). Tegenover het machtige Babel laat JHWH de heilsgeschiedenis lopen via één familie. Eén familie die nog bedreigd wordt ook: de ene zoon sterft. De vrouw van de andere zoon blijft kinderloos. Zal dat – zoveelste nieuwe begin door JHWH – dan toch een mislukking worden? Blijft er nog iets van de heilsgeschiedenis, het heilshandelen van de Here over?

ds. M.J. Schuurman

Niets geleerd van de geschiedenis

Niets geleerd van de geschiedenis
De steun van gereformeerde christenen voor de PVV

Er zijn christenen die iets in de PVV zien. Al eerder heb ik beargumenteerd waarom (https://mjschuurman.wordpress.com/2009/10/09/de-populariteit-van-de-pvv-onder-reformatorische-christenen/). Toch snap ik deze christenen niet. In recenter en iets verder verleden hebben christenen, die in de gereformeerde traditie staan, politieke visies gesteund die achteraf gezien discutabel waren. Vandaag de dag hebben we dus nog niets geleerd van de fouten die de Deutsche Christen en de verdedigers van de Apartheid maakten.

Vergelijking
Ik maak een historische vergelijking. Zo’n vergelijking is riskant. Want ik kan er naast zitten, omdat ik de geschiedenis niet goed ken. Of degenen die mijn vergelijking lezen, leggen niet de link die ik bedoel.
De vergelijking die ik maak is die van de keuze van gereformeerde christenen in de jaren-’30 in Duitsland en de na-oorlogse jaren in Zuid-Afrika. Het gaat mij om de vergelijking tussen de steun van christenen aan politieke visies. Niet om een vergelijking tussen de personen die in deze beweging actief waren. Het gaat mij nadrukkelijk niet om de vergelijking tussen Wilders en Hitler. Ook al ben ik het – overduidelijk – niet eens met de visie van Wilders, ik vind hem een kundig politicus. Ook de link tussen Wilders en de politici uit de tijd van de Apartheid wil ik niet maken. (Hoewel zo’n vergelijking wel iets meer hout zou snijden dan de eerder genoemde.)
Nogmaals: het gaat mij om de steun die (gereformeerde) christenen uitspraken en uitspreken voor een bepaalde politiek.

Deutsche Christen
De Deutsche Christen waren leden van lutherse en gereformeerde kerken, die een pleidooi voerden voor een Duits-germaanse vorm van het christelijk geloof. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, zagen ze in hem een door God gezonden verlosser. Het kenmerk van deze beweging was dat ze dachten dat God een bijzondere rol in de wereldgeschiedenis had weggelegd voor het Duitse volk.
De nauwe band tussen het Duitse volk en de protestantse traditie kreeg een flinke knauw door het verlies van Duitsland aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Maar die band was al veel eerder losser geworden. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog was de invloed van de kerken sterk afgenomen. Toen de oorlog uitbrak, zagen veel predikanten dat als een mogelijkheid om de kerk weer invloed te geven. Men zag het enthousiasme met betrekking tot de oorlog onder het volk als een herhaling van het Pinksterfeest. (https://mjschuurman.wordpress.com/2009/10/09/wo-i-en-de-reactie-van-duitse-predikanten/) Veel predikanten hadden de oorlog in 1914 gesteund. Toen in de loop van de jaren het enthousiasme afnam, waarschuwden veel predikanten om het wonder van het Pinksterfeest niet te verkwanselen. 
Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog kregen de socialisten de macht. Socialisten waren in die tijd behoorlijk anti-kerkelijk. Bovendien vonden ze dat de kerk in de oorlog een verkeerde rol had gespeeld. In 1918-1919 werd officieel de scheiding tussen kerk en staat uitgesproken. Deze scheiding zorgde ervoor dat protestanten nooit iets voor de Weimar-Republik hebben gevoeld. Protestanten in die tijd waren anti-democratisch.
In diezelfde tijd raakte Duitsland een groot stuk van Oost-Pruisen kwijt, de bakermat van Pruisen en in de ogen van velen de bakermat van Duitsland. (De rouw om het verlies kan met zien bij veel schrijvers die afkomstig waren uit Oost-Pruisen, zoals Werner Bergengruen, Johannes Bobrowski, Ernst Wiechert, Edzard Schaper, enz). Bovendien kwam er in het toenmalige buurland een bolsjewistische revolutie, die tot 1920 zorgde voor een burgeroorlog in Polen en Rusland. In de beginjaren was het idee bij deze bolsjewisten om de revolutie over de hele wereld te verspreiden. Duitsland zou dus als een van de eersten aan de buurt zijn.
De opkomst van de Deutsche Christen was dus niet uitzonderlijk. Er was een traditie van Duits-christendom, een vaak nationalistische, monarchistische vorm van protestantisme, dat werd aangewakkerd door het verlies en de revoluties. Duitsland kende in de Weimar-tijd ook veel financiële crisis. Toen er iemand opkwam, die voor rust zorgde, anti-bolsjewistisch was, sprak over de roeping en de behoeften van Duitsland, raakten vele protestanten in de ban van de man uit Oostenrijk. Zij dachten dat hij een verlosser was, die de kerk weer aanzien kon geven. Zij achtten het gevaar van communisme groter dan verlies van eigen evangelische identiteit.
Wanneer in 1945 de kerken weer staatssteun krijgen om het Duitse volk op te voeden en te behoeden voor de verleidingen van het nationaal-socialisme, heeft men niet echt de rol van de kerken in de periode daarvoor verwerkt.

Apartheid
In 1948 kwam in Zuid-Afrika een regering aan de macht, die het pad effende voor de Apartheid. Een belangrijke politieke reden voor de apartheid was – opnieuw – de angst voor het communisme. Men was bang dat de ‘zwarte’ bevolking onder invloed van het communisme zou komen. Overigens geen vreemde gedachte, want op veel plaatsen in de wereld wonnen de communisten aan invloed. Anti-communisme ging na 1945 steeds meer het buitenlandse beleid van de VS en het Verenigd Koninkrijk bepalen.
Gereformeerde theologen en gereformeerde kerken leverden met behulp van argumenten die aan Calvijn en Kuyper ontleend waren de theologische legitimatie voor de apartheid. Net zoals de Deutsche Christen konden zij zeggen, dat God elk van de landen een eigen bestemming had.
Bepaalde gereformeerde kerken en theologen speelden overigens ook een weer rol in de ontmanteling van de apartheid.
De steun van de kerken voor de apartheid heeft de kerk erg beschadigd. Vandaag de dag zijn de kerken uit de gereformeerde kerken in de ogen van veel Afrikaners niet meer geloofwaardig. Deze steun voor de apartheid is een van de oorzaken van de secularisatie in Zuid-Afrika.

De steun voor de PVV is begrijpelijk
Dat mensen ongerust worden over de islam, kan ik wel begrijpen. Ik weet nog hoe mijn moeder een bericht uit het Reformatorisch Dagblad voorlas, waarin uitgerekend werd in welk jaar wij zouden leven onder een islamitische meerderheid. Het was 2030 of 2040. De islam is een redelijke nieuwkomer in ons land. De angst voor de islam is vergelijkbaar met de angst voor het communisme toendertijd. Bovendien is de nauwe band tussen de vaderlandse identiteit en de protestantse traditie speelde toendertijd ook.
Alleen: net zoals de Deutsche Christen en de aanhangers van de apartheid feitelijk meer van hun christelijke traditie leverden zij meer in dan zij er mee wonnen. Dat is met steun voor de PVV in mijn ogen ook.

Islamisering?
Het heeft iets ironisch dat veel mensen die zich zorgen maken om islamisering nauwelijks in contact komen met moslims. Men leest over hen. Over wat er gebeurt. In Amsterdam. In Veenendaal. Er is wel degelijk een probleem met de integratie. Alleen die problemen zijn niet op conto te schrijven van de islam:
– Integratieproblemen zijn er ook met niet-islamitische bevolkingsgroepen of die slechts deels moslim zijn. In veel steden zijn er problemen met Antillianen, in het verleden met Surinamers, met Molukkers.
– Er zijn meer allochtone christenen (800.000) dan allochtone moslims (ca 700.000). Veelal worden die op een hoop gegooid. Ook door christenen. Er is geen grotere belediging voor een Kopt dan als een moslim behandeld te worden.
– Veel moslims in Nederland zijn vluchteling en hebben afkeer van de islamitische regimes. Een deel van deze moslims gaat over op het christelijk geloof. Denk aan Irakezen, Iraniërs, Afghanen, Somaliërs.
– Ook moslims hebben te maken met secularisatie. Veel jongeren willen niet meer naar de moskee.
– De gastarbeiders die hier kwamen waren vaak niet diep-religieus. Pas in de jaren-’80 zijn gastarbeiders in Nederland bewust geworden van de islamitische wortels.
– Het moet te denken geven dat de leden van de Hofdstadgroep door kennis van de Nederlandse samenleving zijn geradicaliseerd. Blijkbaar is er in onze samenleving toch iets aan de hand dat mensen afstoot en buitensluit. Ondanks alle mooie en minder mooie woorden over integratie en gelijke behandeling.
– Ondanks de bouw van enkele beeldbepalende moskeeën neemt het aantal moskeeën niet erg toe.
– Na 11-09 zijn veel moslims gaan twijfelen over hun godsdienst en zijn op zoek naar een vreemdzamer geloof en komen in aanraking met het christelijk geloof.
– Ook het christelijk geloof is niet altijd

Geen demonisering, maar evangelieverkondiging
Ik ben geen politicus, maar predikant. Mijn taak is het om het evangelie van Jezus Christus te brengen. Alleen in Hem ligt het behoud. Of je nu Turk bent of Nederlander. Dat is mijn reden om mij te verzetten tegen de steun van christenen voor de PVV, want demonisering van de islam. Wie de islam gaat demoniseren, zorgt ervoor dat zij zich des te meer vastklampen aan de islam. 

Zie voor mijn visie hoe met moslims en islam om te gaan: https://mjschuurman.wordpress.com/2010/03/25/evangelisatie-onder-moslims/

ds. M.J. Schuurman

 

De taak van de prediking in de postmoderniteit (3)

De taak van de prediking in de postmoderniteit:
God op een eenvoudige manier ter sprake brengen

De taak van de prediking is om God op een eenvoudige wijze ter sprake te brengen. Dat is namelijk de maatschappelijke taak van de kerk: om God ter sprake te brengen. Het is overigens niet eenvoudig om God op een eenvoudige manier ter sprake te brengen.Een beeld voor deze taak is de uitroep, die hij opving tijdens de uitzendingen over de gebeurtenissen in New York op 11-09: O mijn God, o mijn God, o mijn God.

O mijn God
Als de maatschappelijke relevantie van de kerk is gelegen in het ter sprake brengen van God, vraagt dat om een nieuwe competentie. De maatschappij heeft andere kenmerken dan de kerk: commercie speelt een grotere rol, de maatschappij is veel pluriformer dan de kerk. Hoe kan de kerk haar kerntaak (namelijk: het gesprek op God brengen) uitvoeren? Volgens Grözinger kan dat als de prediking in gaat op die menselijke schreeuw: o mijn God, o mijn God, o mijn God. Wanneer de prediking dat niet (meer) zou doen, verliest de prediking volgens Grözinger haar protestantse karakter.
Die schreeuw is het begin van alle theologie en vooral het begin van alle theologie in onze postmoderniteit. Deze schreeuw is niet aan een bepaalde stroming toe te schrijven, maar overstijgt elke theologische strijd. In onze postmoderniteit gaat het om de overtuigingskracht van (kleine, dwz persoonlijke) verhalen. Niet in argumenten.
Die uitroep is terug te vinden in:
– de vraag naar God in het lijden: “Waarom ik?”, ‘Waar bent u nu ik dit allemaal doormaak?’
– de roep om Gods ontferming: ‘Zie mij aan! Want als U dat niet doet, wie doet dat dan wel?’
– behoefte om dankbaarheid en verwondering te uiten. Bijvoorbeeld tijdens het ervaren van de schoonheid van deze wereld.
– wanneer iemand zijn of haar vertrouwen stelt op God.

Vreemd
Vandaag de dag speelt het spreken van en over God voor veel mensen nauwelijks nog een rol van betekenis. Voor gelovigen is dat moeilijk te accepteren. Al geeft Eberhard Jüngel in zijn Gott als Geheimnis der Welt aan, dat zo’n leven ook mogelijk is. Wanneer men God ter sprake wil brengen, kan men dus geen beroep doen op de noodzakelijkheid van Gods aanwezigheid in het leven van ieder mens.
Er zijn verschillende redenen waarom de christelijke traditie in een crisis terechtgekomen is:
– Filosofische godsbewijzen overtuigen niet meer en ook voor de ethiek is God niet noodzakelijk.
– Zelfs het grote verhaal van de joods-christelijke traditie is niet meer noodzakelijk.Oa vanwege de toenemende godsdienstige en levensbeschouwelijke pluraliteit. Zo is het monotheïstische geloof bijvoorbeeld niet meer vanzelfsprekend (vgl Odo Marquard en Jan Assmann).
– Terugkijkend blijkt dat het protestantisme in West-Europa te veel met de grote verhalen van bijvoorbeeld nationalisme en kapitalisme is verweven. Omdat de grote verhalen in een crisis terecht gekomen zijn, raakte ook het daarmee verweven protestantisme in een crisis.
Het spreken over God moet niet in de fout vervallen van fundamentalisme of relativisme. Volgens Grözinger is wat Barth aan Von Harnack schreef juist in de postmoderniteit actueel: waarachtige uitspraken over God moeten niet op het hoogtepunt van de cultuur zijn, maar van de openbaring. De (vroege) dialectische theologie kan ons helpen om niet de fout te maken van het zoeken naar maatschappelijke relevantie en noodzakelijkheid van het spreken over God. Het spreken van/over God is niet vanzelfsprekend! (Het zgn ‘Fremde’ van de ‘Gottesrede’). Volgens Grözinger is het ter sprake brengen van God het niet-noodzakelijke en niet-vanzelfsprekende tegoed van de christelijke traditie.
Als mensen kunnen wij niet aansluiten bij de noodzakelijkheid van de aanwezigheid van God in het leven van mensen. Alleen God kan een begin maken. Een preek is daarom volgens Grözinger anfängliches Gottesrede: het begin ligt bij God en is kwetsbaar in mensenhanden. Zoals elke geboorte een herhaling in het klein is van de wonder van de (eerste) schepping, zo is elke preek een herhaling in het klein (namelijk in mensenwoorden) van het machtige spreken van God. Die kwetsbaarheid van het menselijk spreken van/over God kan in de postmoderniteit overtuigend werken.

Wat betekent dat voor de prediking?
Die kwetsbaarheid uit zich in het gebruik van kwetsbare taal: ‘Gottesrede in der Postmoderne’ kenmerkt zich door ‘zarte, schwache und gerade darin die Menschen anmutende und bewegende Rede’.
Om te laten zien wat dit voor de prediking betekent, wijst hij op de kunst en literatuur. Vanuit de esthetiek valt er voor de prediking veel te leren. Preken maken betekent: je scholen in het waarnemen van de dingen waar je mee bezig bent, de wereld om je heen.
De schrijver Peter Handtke spreekt over de logica van de eerste zin. Door de eerste zin van een boek te lezen begint een ontdekkingsreis in het heden. De exegese zou men kunnen doen volgens de logica van de eerste zin. Door weg te dromen kan men tot onverwachte ontdekkingen komen.
Patricia Highsmith, schrijver van thrillers, spreekt over de logica van de lege bladzijde. Een lege bladzijde is het teken van een writer’s block, maar kan ook een nieuwe kans betekenen. Een lege bladzijde betekent immers ook een kans om (opnieuw) te beginnen. Een lege bladzijde creëert een frisse blik. Voor zo’n frisse blik is er wel tijd nodig. Creativiteit gedijt niet onder tijdsdruk. Daarom zegt Grözinger: ‘Er is geen begin van de preek als er geen tijd is om aan de preek te beginnen.’
De schrijver Robert Walser laat de logica zien van het weglopen bij de schrijftafel vandaan. Door weg te lopen en desnoods een wandeling te maken kan de predikant in een andere gemoedstoestand terecht komen, die van belang is om een goede preek te maken. Wanneer je uitgewaaid bent, kijk je weer met frisse blik naar de wereld om je heen: alsof je de wereld om je heen ontdekt, voor het eerst ziet (homiletische Empfindsamkeit).

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Albrecht Grözinger, ‘Anfängliche Predigt als Gottesrede’, in: Idem, Toleranz und Leidenschaft. Über das Predigen in einer pluralistische Gesellschaft (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 2004).

Focus en function

Dit Bijbelgedeelte bevat deze boodschap(pen):

Voor mijn leven (met de HERE) heeft dat de volgende consequenties:

Stem ik met deze boodschap in of leeft er (als ik eerlijk ben diep in mij) weerstand tegen deze boodschap?

Wat moet er gezegd worden of met mij gebeuren wil ik toch gehoor geven aan deze boodschap?

De boodschap in de preek:
a)      Voor de gemeenteleden die naar deze preek luisteren heb ik de volgende boodschap:
b)      Ik wil dat die boodschap bij hen bereikt:
c)      Tijdens het schrijven van de preek denk ik in het bijzonder aan deze gemeenteleden:
d)      Om te zorgen dat de gemeente ook daadwerkelijk iets kan met deze boodschap moet  ik dit doen:

De voorbereiding van de preek over de week verdeeld (1)

Preekweek
De voorbereiding van de preek over de week verdeeld (1)

 

Hoe kan een predikant de voorbereiding van de preek over de week verdelen? Dr. H.C. van der Meulen schreef daar enige jaren geleden enkele artikelen over in HWConfessioneel. Hij deed ideeën op bij homiletici als Lucy Hogan, Paul Scott Wilson en Christian Möller.

Dag

Activiteit

Maandag

Lezen van het Schriftgedeelte in de vertaling die gebruikt

 

Meditatief lezen, hardop voorlezen

 

Uitschrijven van het gedeelte

 

Aantekeningen maken mbt associaties, vragen en weerstanden

Dinsdag

Met het bijbelgedeelte in het achterhoofd overige werkzaamheden

 

pastorale bezoeken, catechese, nieuws volgen

 

Het gesprek tussen Schriftgedeelte en leefwereld stimuleren

Woensdag

Vertalen vanuit de grondtaal, concordantie, woordenboek

 

Lezen van de Schrift met het ook op levenspad/geloofspad

 

Luisteren naar wat de Schrift wérkelijk zegt

 

Corrigeren van de eerste associaties

 

Nieuwe perspectieven doemen op

Donderdag

Ordenen van de aantekeningen

 

Het gesprek met bijbelse theologie en dogmatiek

 

Formuleren van een boodschap aan de hand van dit Schriftgedeelte

 

Wat mist de christenheid als deze tekst niet aan bod komt?’

 

a) Focus: boodschap voor de gemeenteleden geformuleerd

 

b) Function: wat deze boodschap wil bewerken bij gemeenteleden

 

Concretiseren van focus en function als deze te algemeen zijn

 

Gesprek met lector/cantor/organist

Vrijdag

Uitschrijven van de preek

 

1) Stappenplan als hulpmiddel

 

2) Lijn uitwerken, vasthouden, corrigeren

 

Memoriseren van de preektekst


N.a.v. Dr. H.C. van der Meulen, ‘Preekweek’ (1-3), HWConfessioneel jrg 119 (2007), nr 19-21.