Meditatie Psalm 27 – Zo ik niet had geloofd

Meditatie Psalm 27 – Zo ik niet had geloofd

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Psalm 27 begint en eindigt met dezelfde woorden, met de naam van God:
De Heere is mijn licht en mijn heil, zo begint de Psalm
en de Psalm eindigt: ja, wacht op de Heere.
De Heere – het begin en het einde,
zoals Christus dat zei: Ik ben de Alpha en de Omega, het begin en het einde.
De psalm wordt omsloten door de naam van God,
net zoals ons leven omsloten wordt door de naam van God.
Aan het begin van ons leven, toen we geboren werden,
ja, zelfs toen we door de Heere gedacht zijn en Hij ons het leven schonk was Hij daar
De Heere is mijn licht en mijn heil.
en ook als het einde van ons leven komt, zal Hij daar zijn: ja, wacht op de Heere.
Aan het begin en aan het einde de naam van God. Heere is Zijn naam.
Die naam betekent: Ik zal zijn, Die Ik zijn zal, Ik zal er zijn, Ik sta klaar.
De naam die aangeeft: op Mij kun je aan, want Ik ben betrouwbaar.
Met Mij kun je leven, want Ik ben je God. Ik sloot een verbond met je
in de doop Mijn naam aan jouw leven verbonden werd,
zoals Mijn naam aan Israël verbonden was.
Mijn naam die zegt: Ik geef niet prijs wat Mijn hand begon.
Ook jou laat Ik niet vallen, al komt de hele wereld op je af
en wordt je omringd door tegenstanders die jij niet de baas kunt.

De Heere is mijn licht.
God is mijn licht – Zijn liefde en genade omstraalt mij,
zoals daar in de velden van Efratha het licht over de herders viel, het hemelse licht van God
en zij hoorden van het goede nieuws dat er voor hen een redder geboren was, de Christus
die in een kribbe lag, in doeken gewikkeld.
Als God er niet is, dan is het duister in mijn leven
en ben ik overgeleverd aan alle duistere machten die mijn leven kunnen verwoesten,
heb ik geen leven meer, omdat het leven van God komt.
Zoals de schepping n4iet zonder zon kan leven, kan de mens niet leven
zonder het licht van God.
Hoe diep die duisternis kan zijn horen we van mensen die niet meer de kracht hebben
om verder te leven, voor wie alles donker is, voor hun eigen gevoel zonder hoop,
in donkerheid gevangen.
God is niet alleen mijn licht, maar ook mijn behoud, die mijn leven redt.

Licht is nodig om de weg te wijzen:
zoals vliegtuigen niet zonder de lichten kunnen die de landingsbaan aangeven
of een schip in het donker een vuurtoren het licht nodig heeft
om niet op de rotsen te varen, vast te lopen en averij op te lopen,
zo hebben wij het licht van God nodig om ons de weg door het leven te lopen,
om mij thuis te brengen bij Hem.
Leid, vriend’lijk Licht, mij als een trouwe wacht, leid Gij mij voort!
‘k Ben ver van huis en donker is de nacht, leid Gij mij voort!
Schoon ook de toekomst mij verborgen zij, licht stap voor stap mij met uw schijnsel bij.

Als het licht weg is, is er een onheilspellende dreiging.
In deze psalm komt de dreiging van mensen, mensen die maar al te bekend zijn,
Waar je niet tegen opgewassen bent,
omdat hun scherpe woorden je steeds weer van binnen raken,
omdat hun blikken je laten weten dat je er toch niet bij hoort, wat je ook probeert,
Die wanneer je ze nodig hebt, je kunnen laten vallen
of wanneer je even niet oplet je plek overnemen.
Kwaadwillenden: ze hebben kwaad in de zin.
Kwaaddoeners: het kwaad dat ze aanrichten, blijft niet in hun hoofd,
maar je krijgt ermee te maken omdat hun slechtheid blijkt in wat ze doen.
Ze hebben het op je gemunt.
Tegenstanders, vijanden, die niets van je heel willen laten: ze willen je verslinden.
En steun is er niet, zo alleen, zegt David: mijn vader en moeder hebben mij verlaten.
Verrassend is dan de steun van God,
want gaat het eerder niet zo dat als de hele wereld tegen je is,
je ook gaat geloven dat God tegen je optrekt en je aanvalt?
Het zijn geen mooie woorden alleen over God als jouw licht, jouw behoud, jouw redding,
nee, ze zijn waar, zoals Zijn naam waar is: Ik zal er zijn, Ik zal er voor jou zijn,
Ik zal je uitredden bij het aanbreken van de morgen.
Omsingeld door vijanden en toch gaat er een deur open:
de deur van Gods heiligdom.
Nergens meer veilig, omdat overal gevaar dreigt en niemand meer te vertrouwen is
en God die je dan bij Hem verbergt, doet schuilen, bij wie je kunt onderduiken,
veilig tegen elk gevaar dat je zou kunnen bedreigen.

Dat heb je altijd al gewild. Het enige dat echt telt, een verlangen dat niet stopte:
Wonen bij God, bij Hem zijn, voor altijd.
Om Hem te mogen zien in al Zijn heerlijkheid,
niet alleen indrukwekkend en groots, maar ook in Zijn tederheid, Zijn schoonheid,
zoals de Heere is voor wie Hem liefhebben, voor wie bij Hem horen.
Zo kun je de Heere ontmoeten. Zo kun je bij Hem blijven.
Je raakt niet uitgekeken op Hem, niet op Zijn liefde, niet op wat Hij doet, niet op Wie Hij is.

Als je dan zo veilig bent bij God, als je dan elke dag bij Hem verkeren, je verdere leven lang
waarom dan dat hartstochtelijke appèl aan God,
een beroep op God om Zijn aangezicht niet te verbergen, om je niet te laten vallen?
Misschien is dat wel een van de grote vragen die een gelovige kan hebben:
Waarom kan er toch die angst je overvallen, terwijl je weet dat de Heere er is,
waarom moet je Hem zoeken, wanhopig zelfs, terwijl je bij Hem mag zijn.
Waarom kun je het gevoel hebben dat je alles kwijt raakt,
terwijl je weet dat je alles hebt, omdat je de Heere hebt.
Waarom net als Petrus, die naar de golven kijkt die om hem heen opspringen
en de wind die hem om de oren suist en als hij dan even Jezus niet meer ziet
naar beneden zakt, de diepte in en alleen maar gered kan worden als Jezus hem grijpt.
Zo ik niet had geloofd – dat geloven is niet iets dat wij zo maar even doen,
niet iets dat ons komt aanwaaien,
maar steeds weer aangevochten wordt, op de proef gesteld wordt
door alles wat ons overkomt.
Elke dreiging weer, elke verandering die het leven op de kop kan zetten,
kan als een rukwind voelen, die het geloof haast omver blaast
En je houdt je hart vast als je geloof het niet meer houdt,
je houdt je hart vast als God er deze keer niet blijkt te zijn,
Zo ik niet had geloofd – in de Psalm wordt het niet afgemaakt.
Daar moet je niet over nadenken, dat is te erg, dat kun je niet aan,
dan blijft er nog minder van je over dan wanneer die vijanden je verslinden.
Ik was vergaan – zo ik niet had geloofd.
Maar is de Heere niet de Alpha en de Omega, de God met wie alles begint
en ook met Wie alles eindigt
en die alles wat er in dit leven tussendoor gebeurt in Zijn hand houdt,
hoe diep ik ook moet gaan.
Als ik dat geloof niet had
en hoezeer de winden rukken aan het geloof,
Hoezeer de donkere wolken boven mijn leven kunnen komen, vol dreiging van noodweer,
als ik niet dat geloof had, niet mijn geloof, maar de Geest die dat vertrouwen wekt.
Wacht op de Heere, houdt moed, geloof dat Hij zal komen, op Zijn tijd.
Je moet dat steeds weer opnieuw tegen jezelf zeggen, jezelf aanspreken:
Wacht op de Heere, verlies niet alle moed, wees sterk,
want Hij is er, Hij zal er zijn. Hij zal je hart sterk maken
en zorgen dat je, wanneer je het zelf dreigt kwijt te raken, je weer geven.
Wacht op de Heere, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken, wacht op de Heere.
Hij die jouw licht is, jouw behoud, Hij is dat niet voor even maar voor altijd,
vanaf het begin van je leven totdat je einde nadert.
En hoe donker het kan worden – en het kan donker worden.
God is mijn licht, mijn behoud. Wacht op de Heere. Amen

Overdenking in de zangdienst van 15 juli 2018. Thema: Zo ik niet had geloofd

Zangdienst 15 juli 2018  – Zo ik niet had geloofd

Voor degenen die een zangdienst hebben te leiden (bijvoorbeeld op een camping , evt in het buitenland) hierbij de teksten die ik uitsprak tijdens de zangdienst van zondag 15 juli 2018. Thema: Zo ik niet had geloofd. (Meditatie komt in een apart blog)

Zangdienst 15 juli 2018  – Zo ik niet had geloofd

Zingen: Op Toonhoogte (versie 2005) nr 301 Samen in de naam van Jezus

Stil gebed. Votum en groet

Als ik het geloof niet had, zegt iemand tijdens een gesprek,
dan zou ik niet weten hoe ik het zou moeten volhouden.
Ik hoor dat vaker zeggen, als ik met iemand spreek die te maken heeft met tegenslag,
als iemand bijvoorbeeld te maken heeft met een sterven van iemand die heel dierbaar is.
Het leven is ingrijpend veranderd; niets is meer hetzelfde.
Wel dezelfde God, Die juist dan er is.
Wat dit leven ook brengt: vreugde of droefheid – Hij is nabij.
Als Hij erbij is, dan kunnen we gaan, kunnen we verder.
Leer mij die weg te gaan, samen met U: draag mij, leid mij, houd mij in evenwicht
dat ik voor Uw aangezicht, wandel in het volle licht,
ook als er tegenslag komt, als ik vrees voor wat er komen gaat: leer mij Uw weg.

Zingen: Op Toonhoogte 202 Leer mij Uw weg, o Heer

Zo ik niet had geloofd.
Zouden we ooit zonder geloof kunnen?
Zou er ooit een moment kunnen zijn, dat we het zonder de Heere zouden redden?
We hebben Hem elke dag nodig, elk moment van ons leven, elk uur, elk ogenblik.
We hebben Hem nodig als we het goed hebben en ons gezegend weten.
Als er tegenslag is en het leven anders gaat, ook dan kunnen we niet zonder Hem.
Dan geeft Hij ons kracht, dan draagt Hij ons, wil Hij ons op Zijn weg verder leiden.
Ik heb U steeds nodig, elk uur, elk ogenblik.
Daarom komen we bij U en vragen wij, bidden wij om Uw zegen:
O zegen mij, mijn Heiland, ik kom tot U.

Zingen: Johannes de Heer 80 Elk uur, elk ogenblik

Zo ik niet had geloofd – als ik niet steeds gemerkt had dat de Heere er was,
dat Hij kracht van boven geeft.
hoe de Heere mijn leven leidt, hoe Hij mij kracht geeft steeds weer opnieuw.
Ik wil Hem belijden en vertellen over al het bijzondere dat Hij heeft gedaan:
hoe God die deze wereld schiep ook mijn God wil zijn en mij draagt dag aan dag,
hoe Zijn Zoon voor mij naar de aarde kwam en voor mij naar het kruis ging
om mijn schuld en zonde te dragen, zodat er voor mij vergeving is,
hoe Zijn Geest woont in mijn hart.
Zelfs als de storm opsteekt en om mij heen raast,
dan zal deze God mij behoeden. Hij houdt voor mijn heil de wacht.
Na de belijdenis zingen we: Gezang 178:7 Ruwe stormen mogen woeden.

Geloofsbelijdenis – daarna: zingen: Gezang 178:7 (NH Bundel 1938)

Als er een storm over je leven raast, kan dat het gevoel geven dat je er alleen voor staat,
dat er niemand is die je hebt: geen mens die je helpt en God die er niet is.

Maar als ik het spoor goed bekeek, zag ik langs heel de baan,
daar waar het juist het moeilijkst was, maar één paar stappen staan.
Ik zei toen “Heer waarom dan toch? Juist toen ik U nodig had,
juist toen ik zelf geen uitkomst zag, op het zwaarste deel van mijn pad…”

Dan is de verleiding groot om alleen verder te gaan. Als God er dan toch niet is.
Doe dat niet, want die weg is te zwaar
en te zwaar om te dragen is de eenzaamheid en het verdriet.
Laat Eén uw Helper wezen.
Er is een God, een God die hoort.
Heel wat heeft Hij al aangehoord. Er is al heel wat bij Hem geklaagd,
heel wat tranen die vloeiden in het gebed,
vaak zelfs waren er geen tranen meer, omdat het verdriet te groot was.
Hij heeft al zovelen gedragen en bijgestaan. Daar kan u, kan jij ook nog wel bij.
Ga niet alleen, ga tot uw Middelaar.

Zingen: Johannes de Heer 53: 1, 2, 5

Wie steunt op Zijn ontfermen is nooit alleen.
Dat moeten we vaak leren: steunen op Zijn vertrouwen
En geloven dat als we Zijn weg gaan, Hij mee gaat,
dat als er tegenslag is, waaraan ik niet kan ontkomen, de Heere mij omringt,
dat als ik er aan onderdoor gaat, Hij mij redding geeft en leven schenkt.
Als ik niet had geloofd.
Maar dat geloof is niet altijd even sterk, gaat vaak onderuit
en we durven het niet aan, omdat we dat vertrouwen missen dat Hij zal meegaan,
de twijfel die in ons boven komt en ons aanvliegt.
Als we dat geloof hebben, kunnen we zingen – met heel ons hart Zijn eer vermelden,
Maar midden in de storm, als we Hem niet kunnen vinden, is het een gebed,
meer zelfs nog: een roep naar omhoog, vanuit ons hart naar de hemel
Verlaat niet wat Uw hand begon, o levensbron, wil bijstand zenden.

Zingen: Psalm 138: 1, 4 Oude Berijming (en daarna gebed)

Als ik het geloof niet had.
In de Heidelberger Catechismus is geloven een weten wat er in de Bijbel staat over God,
maar evengoed ook een vast en zeker vertrouwen,
een vertrouwen dat de Heilige Geest in mijn, uw, jouw hart werkt.
Zo ik niet had geloofd, als ik niet over God wist wat er in de Bijbel staat
en als ik niet dat vertrouwen had in God, waar was ik dan?
Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven?
Ik stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God, want in Zijn land ligt heel mijn levenslot.

Zingen: Op Toonhoogte 444 ‘k Stel mijn vertrouwen
(Daarna Schriftlezing: Psalm 27 – collecte – Psalm 42: 3, 5 – overdenking – Psalm 27: 1, 7)

Mijn licht, mijn heil is God – dat spreekt van een intieme relatie,
een Heiland die mij dierbaar is, omdat Hij mijn Verlosser is en ik van Hem mag zijn,
schoongewassen, gereinigd in Zijn bloed
Dat geeft mij pas rust, een vrede.
Wanneer ik niet zou geloven, zou ik deze vrede, deze rust niet kennen.
Dan zou ik er naar moeten zoeken, zonder het te vinden.
Nu heb ik het gevonden – in Hem, mijn dierbare Heiland, mijn Verlosser.
Nu heb ik Hem gevonden en ik wel Hem daarvoor eren: Lof en ere zij het Lam.

Zingen: Johannes de Heer 43 Dierb’re Heiland, mijn Verlosser.

Leven en sterven aan zijn zijde – dat is niet teveel gezegd.
In dat vertrouwen, dat ik van Hem ben, gekocht, betaald met Zijn bloed en gereinigd,
In dat vertrouwen kan ik door het leven gaan, zolang ik hier op aarde ben.
Ik kan mij in Zijn handen overgeven, van Hem die heel het heelal regeert.
Die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden,
waarlangs uw voet kan gaan.

Zingen: Gezang 180:1 Beveel gerust uw wegen

Gebed

Zingen: Gezang 300A:1, 2, 4

Zegen



Preek zondag 8 juli 2018

Preek zondag 8 juli 2018
Spreuken 3:3

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de afgelopen weken heb ik verschillende trouwdiensten gehad
en stellen langs gehad die in de komende tijd willen gaan trouwen.
Als ik dan hun dienst leid of hen op gesprek heb, vraag ik me wel eens af:
Zijn ze voorbereid op het leven als getrouwd stel, als man en vrouw?
Hebben hun ouders er met hen over gesproken en hen uitgelegd
Wat het betekent om getrouwd te zijn,
om van een ander te zijn, bij iemand anders te horen, iemand te dienen en lief te hebben,
om zelf de verantwoordelijkheid van een gezin te hebben?
Als u kinderen hebt, hebt u het er wel eens over met uw kinderen?
Ooit hoorde ik het verhaal van iemand die toen hij verkering kreeg
van zijn moeder een boekje kreeg over seksuele voorlichting.
Dat werd op zijn nachtkastje gelegd, met als stille hint dat hij dat boek moest lezen.
Erover gesproken werd er niet.
Geldt dat niet voor heel veel belangrijke zaken, dat die niet aangeleerd zijn?
Bijvoorbeeld hoe je een vriendschap sluit en vriendschap onderhoudt?
Tijdens de middelbare school was ik daar al niet goed in
en nadat ik van school ging om te studeren, heb ik vriendschappen verwaarloosd,
Waardoor ik vrienden uit het oog verloor,
omdat er niemand was die mij uitlegde hoe vriendschap werkt.

In Spreuken 3 lezen we over een vader, of over een leraar
die zijn kind of zijn leerling kennis bijbrengt.
Dat is niet alleen maar kennis over hoe je moet schrijven of rekenen, over spelling,
maar het is ook kennis over hoe je met elkaar omgaat,
wat er nodig is om relaties aan te gaan, om een vriend te zijn,
betrouwbaar en oprecht, betrokken en geïnteresseerd.
En dan ook wat je geloof, je band met Christus daarin betekent.
Want geloven is niet alleen iets van je verstand, niet alleen iets van weten,
ook niet alleen iets van voelen, van je hart,
maar geloven heeft ook met je karakter te maken.
Je band met Christus vormt je karakter: maakt je betrouwbaar, integer,
bereid om jezelf niet op de eerste plaats te stellen, maar de ander, de ander dienen.
Bereid om naar het verhaal van de ander te luisteren en uit te laten praten,
en dan niet gelijk met een mening komen of een oordeel.
Als ik Spreuken lees, is het ook belangrijk met wie je omgaat.
Er zijn mensen die je op de verkeerde weg kunnen brengen,
kunnen verleiden om je karakter op het spel te zetten, het werken daaraan te verwaarlozen.
Hebt u uw kinderen geleerd, hoe ze kunnen bepalen wie er betrouwbaar zijn?
Het onderwijs van deze vader (of deze leraar) gaat over de richtlijnen van de Heere,
maar dan niet over regeltjes en over beperkingen,
maar hoe de richtlijnen van de Heere je helpen om echt te leven, om gelukkig te worden,
om iemand te worden op wie je aan kan, met wie je wilt samenwerken en samenleven,
hoe je trouw blijft in je huwelijk, hoe je trouw blijft aan je vrienden,
betrouwbaar voor collega’s en zakenpartners.
Dat is een belangrijke les om te onthouden en in praktijk te brengen.
Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet.
Jongen, vergeet niet wat ik je verteld heb.
Mijn indruk is dat hier iemand aan het woord is, die vanuit eigen ervaring vertelt,
die zelf weer van zijn vader bepaalde lessen geleerd heeft, maar ze vergeten is
en daardoor allerlei fouten maakte, mensen van zich vervreemdde, hen beschadigde,
die thuis te weinig tijd aan zijn eigen vrouw besteedde, te weinig tijd nam voor zijn kinderen.

Mijn jongen, zelf had ik die aanwijzingen in de wind geslagen.
Ik dacht ze niet nodig te hebben, zonder te kunnen. Maak mijn fout nou niet.
Zorg dat je ze in je hart hebt,
want het zijn niet zomaar richtlijnen, maar richtlijnen die met God te maken hebben,
die je helpen om God in je leven te hebben,
ik heb ze geleerd doordat ik vertrouwd raakte met de Bijbel, met Gods Woord.
Als je iets niet mag vergeten, is er maar één plaats voor.
Niet je verstand, niet je hoofd, maar je hart.
Je hart: dat is de plaats van je karakter, wie je bent, de plaats waar Christus woont.
je neemt beslissingen niet met je hoofd maar met je hart,  
volhouden en doorzetten, niet opgeven hebben met je hart te maken.
Zorg dat je daar mijn richtlijnen hebt, wat ik je geleerd heb over Gods regels.
Koester ze als een kostbaar bezit, want je hebt er echt wat aan:
Ze vermeerderen de dagen van je leven.
Kun je dat wel zeggen, dat je invloed hebt op je leven, op hoe lang je leeft?
Want alleen God kan ervoor zorgen dat je langer leeft.
Als je met God leeft, als je je laat leiden door Zijn richtlijnen,
als je je leven en je karakter door Hem laat vormen, daar wordt je leven rijker van.
Dan verdiept je leven zich en zegent God je.
Dat kan inderdaad met een langer leven,
maar dat kan ook met een verdieping: meer oog voor je vrouw en je kinderen,
voor de mensen om je heen,
van de contacten en de relaties met hen genieten, omdat ze door God gegeven zijn.
Om dat te leren, om dat in praktijk te brengen,
is het nodig dat er over verteld wordt, dat het voorgeleefd wordt.
Hebt u dat gedaan? Doet u dat? Vertellen en voorleven?
Alleen als uw kinderen er over horen en het zien, kan het in hun hart komen,
want als ze het horen, hoe komen ze het dan te weten en hoe komt het dan in hun hart?

Misschien zit je hier in de kerk en heb je geen gezin, of bent u wel getrouwd
maar heeft de Heere u geen kinderen gegeven
en je zit hier in een kinderdienst, het kostte al wat moeite om te komen
en dan gaat het ook nog eens over opvoeden van kinderen.
Binnen de christelijke gemeente zijn de kinderen niet alleen van de ouders,
maar van de gehele gemeente.
Als je zelf geen kinderen hebt, dan ben je een voorbeeld voor de kinderen in de gemeente,
want wie zegt dat alle kinderen later een gezin zullen hebben
en dan hebben ze hopelijk aan jou een voorbeeld hoe je als single
een plek hebt in de gemeente en tot zegen van velen kunt zijn.
Vergeet mijn lessen niet. Geef ze een plek in je hart. Ze gelden voor iedereen.
Als je 9 bent zijn, zijn ze misschien anders dan wanneer je 19 bent of 29 bent.
Wat heb je nodig als je 8 bent?
Verschillende van mijn kinderen krijgen extra ondersteuning bij Intraverte
of ondersteuning in sociale vaardigheden:
– hoe maak je contact, hoe groet je iemand, hoe maak je vrienden, wat doe je in een groep,
hoe ga je om met leerlingen uit je klas of je team met wie je niet zo goed overweg kunt
hoe doe je iets wat je niet goed kunt en maar wilt uitstellen of waar je tegen op ziet?
Ik heb dat zelf lang niet altijd meegekregen. Soms zelf moeten uitzoeken.
Sinds zij met die trainingen bezig zijn, ben ik me van bewust
Dat ik als vader mijn kinderen van alles moet bijbrengen en vertellen,
Vertellen hoe ik als kind was.
Afgelopen week kreeg een van onze kinderen een voorlopig advies voor vo
en dat advies was lager dan wijzelf als ouders hadden verwacht.
Dat had er onder andere mee te maken dat hij in bepaalde dingen te snel was
En toen vertelde ik hem dat ik zelf in groep 6 niet meer als eerste klaar mocht zijn.
Mijn vader en moeder moesten zelfs op school komen,
omdat ik met rekenen veel te snel klaar was, ik wilde de eerste zijn
en ik werd daardoor erg slordig en raffelde alles af.
Dat deed ik met veel dingen.
Dat ontdekte ik toen ik een andere orgelleraar kreeg.
Mijn eerste orgelleraar, die ik al heel lang had, was heel makkelijk
te makkelijk voor mij en liet mij niets overspelen.
Dat was weer omdat hijzelf een heel strenge leraar had en zo wilde hij niet zijn.
Het gevolg was dat ik bij heel veel orgelstukken dacht: dat kan ik wel.
Bij de nieuwe leraar ontdekte ik dat ik moest studeren
en ik merkte dat ik daar aardigheid in kreeg in het studeren: noot voor noot.
Ik kreeg ook van een docent van de opleiding de tip om eens te ‘verwijlen’.
De tijd te nemen, over dingen na te denken,
gewoon ergens bij stil staan en dat op je laten inwerken.
Om niet te snel te gaan.
Ik leerde dat ook van mijn schoonmoeder, die ik maar 2 jaar kende
en hoe ziek ze ook was, genoot, zover ze kon van elke dag,
omdat die dag van haar Heere kwam en ze wist dat Hij haar die dag zou dragen.
Ze geven je vele jaren van geluk – maar je moet dat wel willen zien, ervoor open staan!
Er de tijd voor nemen.
zorg dat ze zichtbaar zijn en altijd bij je.
Als ik mijn telefoon aandoe, dan heb ik een foto van mijn gezin op het vergrendelingsscherm
en een foto van mijn vrouw op het startscherm.
Zo draag ik ze bij me, ook al denk ik ook wel zonder die foto aan hen.
Maar het geeft plezier om als ik mijn telefoon pak hen te zien.
Zo moet het ook met de regels van de Heere zijn, die deze vader geeft.
Je draagt ze bij je. Zichtbaar en in je hart.
Schrijf ze erin. Schrijven kost moeite.
Dat heb je geleerd in groep 3: schrijfletters met mooie lussen.
Steeds weer die letters. Ik was er nooit zo goed in
en soms kan ik in mijn haast nu veel te snel schrijven, zodat ik letters oversla.
Nee, neem de tijd voor Gods geboden, draag en koester het onderwijs dat je gegeven wordt
bij je, zodat je het nooit vergeet, schrijf ze in je hart, dat is: in je gedachten, in je karakter,
schrijf ze door je liefde heen, in je band met God.

Ik begon met een trouwdienst of met stellen die willen trouwen.
Tijdens een trouwdienst maak je ook veel van de ouders mee van bruid en bruidegom.
Ze zitten naast hun kind en hun kind maakt een belangrijke stap.
Zal het goed gaan? Ze zou ze wel willen helpen, maar ze moeten het ook zelf doen.
Je wilt ze bewaren voor fouten, maar zelf heb je ook zo van die fouten geleerd.
Gelukkig dat er een God is.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten.
Het is een opdracht en een gebed, een wens, een zegen.
Alleen God kan ervoor zorgen. God, doe dat alsjeblieft.
Er zijn vanmorgen ook kinderen die van de zondagsschool afgaan.
Een hele stap! Kinderen die deze week afscheid nemen van groep 8.
Er is vast heel wat tegen jullie gezegd, wat je moet onthouden.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten.
Het gaat hier om Gods liefde en Gods trouw
Mogen Gods liefde en trouw je nooit verlaten
en mag Gods liefde en Gods trouw zo in je werken, dat je dat naar anderen uitstraalt.
Dat je zelf iets van Gods liefde en trouw laat zien, in je hart, in je karakter in wat je doet.
Amen