Preek oudjaarsdag 2015

Preek oudjaarsdag 2015
Lukas 13:1-9

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de preek op nieuwjaarsdag dit jaar heb ik gezegd,
dat de Heere Jezus voor ons een nieuw begin maakt
en dat we met dat begin dat de Heere Jezus voor ons maakte het hele jaar door kunnen.
Ik weet niet of u zich dat nog herinnert.
Ik heb zelf even moeten terugkijken, waar ik het op nieuwjaarsmorgen 2015 over had.
Het ging over Markus 1:1-13.
Het begin van het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.
We kunnen een heel jaar uit leven – en niet alleen een heel jaar,
maar ons gehele leven.
Als we vanavond terugkijken op het afgelopen jaar
staan we ook stil bij de vraag of we daar ook uit hebben geleefd
uit het nieuwe begin dat Jezus voor ons heeft gemaakt
door op aarde te verschijnen en voor ons een nieuw begin te maken
– een nieuw begin voor God.
Ook als u er aan het begin van dit jaar hier niet in de kerk was
of als u zich niets meer weet te herinneren van die preek
is het van belang om stil te staan bij hoe uw relatie met de Heere was.
Hoe was uw relatie met de Heere in 2015?
Bent u in uw wandelen met God verder gekomen op de weg van de Heere Jezus?
Of bent u blijven stilstaan? Of is er sprake geweest van een teruggang.
En van die gebeurtenissen van het afgelopen jaar,
de gebeurtenissen die u hebt meegemaakt in het afgelopen jaar
en waar u in de afgelopen dagen weer aan hebt teruggedacht
of waar u vanavond met anderen weer even bij stil staat
– wat hebben die gebeurtenissen met u gedaan?
Hebben ze u dichter bij de Heere gebracht
en u geholpen om verder op de weg achter Hem aan te gaan?
Hebben ze u geholpen om dichter bij uw naaste te komen?
– ook een opdracht die de Heere aan ons als Zijn volgelingen geeft.

Er is heel wat gebeurd in 2015.
‘Een bewogen jaar’, zo typeerde het NOS-jaaroverzicht.
Dat kunnen we vast en zeker bij elk jaar in een terugblik zeggen:
Het was het afgelopen jaar een bewogen jaar.
Ook voor het afgelopen jaar kan dat gelden: een jaar waarin veel is gebeurd.
Het kan goed zijn om bij al die gebeurtenissen weer stil te staan
om te beseffen wat er allemaal is gebeurd:
Twee grote crises die er waren die met Europa te maken hadden:
eerst de crisis rondom Griekenland in het eerste deel van het jaar
en in het tweede deel van het jaar grote groepen vluchtelingen die Europa binnenkwamen.
Twee aanslagen in Parijs, aan het begin van het jaar en aan het einde van het jaar
waardoor het voor ons hier in Nederland duidelijk werd,
dat terreur, terrorisme dat in andere delen van de wereld veelvuldig aan de orde is
zomaar ook in ons land kan komen.
Een bewogen jaar, omdat daarin duidelijk werd
dat de zekerheid die wij hier hebben opgebouwd, zomaar weg kan zijn.
Niet alleen een bewogen jaar op het grote wereldtoneel,
maar ook voor onze eigen gemeenschap, zoals het ongeluk in Oosterwolde
en vooral voor degenen die erbij betrokken waren.

Hebben ze u dichter bij de Heere gebracht
en u geholpen om verder op de weg achter Hem aan te gaan?
Hebben ze u geholpen om dichter bij uw naaste te komen?
– ook een opdracht die de Heere aan ons als Zijn volgelingen geeft.
Dat zijn vragen die niet zo gemakkelijk te beantwoorden zijn.
Of wel? Of was het voor u wel duidelijk wat hierin de wil van de Heere is?
In de gebeurtenissen van het afgelopen jaar op het grote wereldgebeuren,
of de gebeurtenissen van het afgelopen jaar in uw leven?
Daar hebben we niet zomaar een antwoord op
en dat is misschien maar goed ook, omdat we bij te snelle antwoorden
ook mis kunnen zitten
en door te snel een antwoord te hebben over hoe wij wel denken te weten hoe het zit
kunnen we iemand veel pijn doen, die bij die gebeurtenis betrokken was.

In wat we lezen in Lukas 13 over de Heere Jezus gaat het waarschijnlijk ook
over mensen die al heel snel weten wat de bedoeling van de Heere is.
Er komen mensen bij de Heere Jezus
met een verschrikkelijke boodschap, een gruwelijke gebeurtenis
waardoor het hele land geschokt is.
Een gruwelijke daad van Pilatus.
Pilatus heeft pelgrims uit Galilea, die in Jeruzalem waren om te offeren, gedood
terwijl ze in de tempel waren om de offers te brengen.
Ze waren daar in Jeruzalem voor de grote feesten,
waarop Israël terugdenkt aan wat de Heere voor Israël heeft gedaan.
Was het tijdens het Paasfeest gebeurd,
Waarop het volk de bevrijding door God gedacht
en dat op zo’n manier vierden dat de bevrijding op dat moment weer gebeurde
en heeft Pilatus zich door hun uitbundige viering van het Paasfeest bedreigd gevoeld,
omdat ze een bevrijding van Israël door God vierden,
terwijl de Romeinse soldaten met enorme aantallen door Jeruzalem patrouilleerden
om de rust in Jeruzalem te bewaken?
Wanneer de mensen het bericht aan de Heere Jezus komen brengen,
zit daar waarschijnlijk een ondertoon van verontwaardiging in:
Meester, dit kunt u toch niet zomaar laten gebeuren?
Mensen die net als U uit Galilea komen, die gedood worden door die heidense heerser
terwijl ze met het heiligste bezig waren, namelijk het brengen van de offers.
Meester, dat moet toch een teken van God zijn, dat er iets moet gebeuren?
Op zn minst een #ikbenookGalileeër,
maar dan toch nog meer: tegen zulke heiligschennis van Gods heilig huis,
van Zijn heilige dienst in de tempel.

Is dat dan niet een teken dat we in verzet moeten komen tegen de Romeinen
die ons belemmeren om Uw volk te zijn?
Jezus ziet hen niet als martelaren voor de Joodse heilige zaak.
Leg nou niet te snel bloemen neer bij de plek waarbij ze zijn gedood.
Want dan ga je voorbij aan wat vanuit God gezien de wezenlijke vraag is.
De gebeurtenis moet je niet brengen in de tegenstelling wij-zij,
maar in wij-God, ik-God.
Om die relatie gaat het.
Geen daad van solidariteit, geen wij-zijn-in-oorlog-taal,
geen gepaste reactie tegen Rome,
maar: kom tot inkeer!
De reactie van de menigte en van de nieuwsbrengers ontbreekt,
maar ze zullen het niet direct begrepen hebben
of wellicht fel geprotesteerd hebben.

Overigens is er ook nog een andere uitleg mogelijk:
degenen die het bericht kwamen brengen,
hadden zo hun mening over de Galileeërs die het offer brachten.
Ze zullen wel niet zomaar omgekomen zijn.
Heeft de Heere die Romeinen misschien niet gebruikt?
Waren ze niet een middel in Gods hand om de Galileeërs te straffen?
Ook als die uitleg van toepassing zou zijn,
wordt het perspectief door de Heere Jezus gekanteld,
want ook dan denk je in een wij-zij.
Wij gelovigen die trouw aan God leven – zij Galileeërs die toch niet zo zuiver zijn.
God heeft het tegen  gehouden dat ze een offer konden brengen.

Hoe moeten we dan tegen de gebeurtenissen van 2015 aankijken?
Wat heeft de Heere – als wij zijn hand daarin kunnen waarnemen – dan ons te zeggen?
Allereerst voorzichtig met een oordeel over anderen.
Vooral met een oordeel als anderen er slechter dan ons ervan afkomen.
Als iemand iets overkomt, een ongeluk, een ziekte, een aanslag,
is dat niet omdat iemand een zondiger leven leidde dan wij doen.
Wat onze taak is, is niet over anderen nadenken
en hoever zij wel niet van God waren afgedwaald
en hoezeer zij wel niet door God zijn bestraft,
maar we moeten over onszelf nadenken:
wat heeft het mij – mij persoonlijk – te zeggen.
Want als ik over anderen nadenk, ga ik aan mijzelf voorbij.
Manoeuvreer ik mijzelf in een veilige positie, waarbij ik niet over mijzelf hoef na te denken
en of er aan mijn leven iets moet veranderen.
Nee, die ander, die had zijn leven moeten veranderen.
Het is goed dat zij is stilgezet. Nee, ikzelf, u, jij.

En dan komt de Heere Jezus met een korte gelijkenis.
Kort, maar confronterend voor zijn omstanders
omdat die boom zomaar over hen kan gaan
en ook voor ons, omdat ook wij door de Heere Jezus met die boom bedoeld kunnen zijn.
Het is het voorbeeld van een vijgenboom.
Er is een man die midden in zijn wijngaard een vijgenboom heeft staan.
Dat is niet zo vreemd, wat dat kwam vaker voor:
een vijgenboom die midden in de wijngaard staat.
Een vijgenboom geeft normaal gesproken 2x per jaar vrucht:
in het voorjaar en in het najaar.
De man die deze wijngaard heeft, komt al naar zijn vijgenboom
om te kijken of de boom al vruchten heeft die geplukt kunnen worden.
Maar nee, deze boom heeft geen vrucht.
En vrucht staat in de gelijkenis voor het resultaat op het geloof.
Wat is er aan je leven te zien dat je van God bent.
Welke uitwerking heeft het op je leven  dat je bij de Heere hoort?
Welke vruchten kan de Heere uit jouw leven plukken,
vruchten die van waarde zijn voor zijn koninkrijk?
Deze boom heeft geen vrucht.
Dit is niet het eerste jaar dat deze boom zonder vrucht is.
Dit is al het 3e jaar dat er van deze boom geen vrucht meer te krijgen is.
Bij de eerste keer zou je nog kunnen zeggen dat het toevallig was,
een slecht jaar door een strenge winter bijvoorbeeld of een droge zomer.
Zo kan je leven ook een tijd zonder vrucht zijn,
niet omdat het voor je tegenzit door een moeilijke periode,
maar omdat je geen vrucht wilt dragen.
Je wilt niet dat het leven met de Heere concrete uitwerking heeft op jouw leven.
Je wilt niet dat je kerkgang en je gebed jouw houding ten opzichte van je familie verandert.
Je wilt niet dat jouw leven met God consequenties heeft
voor hoe je bent als vader of moeder, als zoon of als dochter,
voor jou opstelling in de gemeenschap van Christus.
Je wilt ook niet echt afhankelijk van God zijn.
Ook al zeg je voor de vorm – omdat iedereen dat zegt – dat je eigenlijk meer zou moeten bidden, maar je wilt het diep van binnen toch niet.
Je kunt van al die dingen zeggen dat ze je overkomen,
zoals die boom dat als verontschuldiging zou kunnen aangeven:
een slechte winter, een beroerde zomer, het ging even niet.
Zo kunnen we voor het uitblijven van onze vruchten ook allerlei excuses blijven aandragen.
Er is zoveel gebeurd in het afgelopen jaar.
Ik werd bang door die aanslagen.
Mijn werk, het was zo druk.
Mijn familie, ze willen niet.
Dat kan allemaal behoorlijk opspelen en ze kunnen je behoorlijk parten spelen
ook in je weg met God
en toch – ze mogen je er niet toe belemmeren dat je vrucht achterwege blijft.
Want ook als het tegenzit, met gezondheid of in relaties, ook dan kun je vrucht dragen.

Voor de omstanders is het duidelijk: die boom is verdord.
Nog niet helemaal dood, want hij draagt nog blad, maar je hebt er niets meer aan.
Je kunt die boom beter omhakken.
Zo ook een leven zonder vrucht van God:
je bent als die vijgenboom, je draagt nog wel blad,
je bent best van waarde voor je werk, voor de kerk wellicht ook, voor vrienden
maar de eigenlijke reden dat je bent, om tot Gods eer te leven,
die is er niet meer, die vrucht wordt niet meer gevonden.

Er is al iemand die komt om de boom om te hakken.
Zou dat God met Zijn oordeel zijn?
Zou het de duivel zijn die tegen God zegt: aan hem, haar heb je niets meer?
Hak die boom maar om.
Zou het een stem in jezelf zijn: voor God ben ik niets meer waard?

Maar er is er een die hoop houdt: de wijngaardenier,
die gelooft dat uit deze verdorde boom toch weer vrucht kan komen
en dat de eigenaar volgend jaar niet tevergeefs komt om de vruchten te plukken.
Zou de Heere Jezus met die wijngaardenier iets over zichzelf willen aangeven?
Dat Hij zo het pleidooi voert voor Israël, voor ons, voor u, voor jou en mij:
geef hem, geef jaar nog een jaar de tijd.
Een jaar waarin Ik zorg, waarin Ik zijn of haar geloof voedt en sterker maak.
Een jaar waarin Ik Mijn zorg geef,
Genadetijd, door de Heere Jezus.
De wijngaardenier doet een beroep op barmhartigheid:
Geef hem, haar nog een kans.
Dankzij Gods barmhartigheid wordt u, jou nog een tijd gegeven
als je leven de laatste tijd zonder vrucht voor God was.

Hoe was uw jaar, jouw jaar 2015?
Niet alleen wat gebeurtenissen betreft die je leven stempelden,
maar ook wat je relatie met God aangaat.
Heb je vrucht gedragen?
Er zijn er verscheidene geweest.
Denk aan de belijdenis, de AlphaCursus en niet alles van de vrucht is voor ons zichtbaar.
Of was het een jaar waarbij de Heere tevergeefs kwam.
Geef hem, geef haar nog een jaar,
een jaar van genade, waarin de Heere Jezus met u bezig zal zijn
zodat u vrucht zult dragen.
Een dorre boom die vrucht zal dragen – het is was voor de omstanders haast onmogelijk.
Maar wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.
Zeker als het gaat om geloof en vrucht van geloof.
Zo krijgt u nog een tijd, een tijd van genade. Wat doe je ermee?
Amen

Advertenties

Preek nieuwjaarsdag 2016

Preek nieuwjaarsdag 2016
Psalm 25: 1-4

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Psalmen zijn bedoeld als voorbeeldgebeden.
Ze zijn bedoeld om ons mee te nemen in het gebed.
Door de psalmen hardop te lezen, bidden we al.
En door de psalmen steeds weer te bidden, worden onze gebeden gevormd.
Vanmorgen, aan het begin van het nieuwe jaar, laten we ons meenemen
door de 25e Psalm,
die ons aan het begin van het nieuwe jaar meeneemt in het gebed.
Zo met Psalm 25 beginnen we al biddend het nieuwe jaar
en brengen we gelijk al een beetje in praktijk van wat Paulus ons opdroeg:
Laat uw hele leven een gebed zijn.

De psalm begint met een beweging naar de Heere toe,
door Hem aan te spreken
en daardoor Hem weer op te zoeken: tot U, HEERE.
Dat is altijd het wonderlijke van het gebed,
dat we het contact kunnen zoeken met onze Schepper,
die aan ons het leven gegeven heeft
en ook nog steeds zorg voor ons draagt
Tot U, HEERE, die alle tijden in Uw hand houdt
en ons dit jaar gegeven heeft om daarmee uw trouw en zorg voor ons te tonen.    
Tot U komen wij
en we weten dat we niet afgewezen zullen worden.
Wij kijken vooruit naar het nieuwe jaar
en weten dat het net zo’n bewogen jaar zal kunnen worden als het afgelopen jaar.
Wat zich in de afgelopen maanden heeft afgespeeld,
zal in de komende weken niet voorbij zijn.
En daarom komen we tot U, Heere, onze God.
Dat komen tot God heeft iets van omhoog kijken, omhooggaan: Tot U.
Tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.

Ik weet niet of u dat wel eens gedaan hebt: ik heb mijn ziel omhooggeheven.
Meestal is de ziel zwaar, zo geven de psalmen aan.
Gaat de ziel gebukt onder de angst van wat komen gaat
of gaat de ziel gebukt onder de spanning
die door de aanwezigheid van andere mensen wordt opgeroepen.
Mijn vijanden – zegt de psalm.
Vijanden – dat is een sterk woord voor de mensen
die je niet kunnen zien zoals je bent,
die altijd een venijnige opmerking moeten maken
– om je naar beneden te halen.
En toch – wat mij ook kan neerdrukken.

Ik kom tot U – en ik hef mijn ziel op tot U, mijn God.
Er is een uitdrukking: Het hoofd opheffen.
In die uitdrukking klinkt iets van vrijheid door: Ik buig mij niet voor anderen.
Ik sta overeind en alle boeien die mij ketenen en naar beneden trekken,
zijn van mij afgevallen.
Wanneer wij onze ziel tot God opheffen, heeft dat ook iets van een vrijheid,
Waarin alles wat ons kan ketenen van ons afvalt.
Wanneer wij onze ziel opheffen tot God komen we op een terrein
waarop we onbereikbaar zijn voor de macht van de duivel,
waarop we vrij zijn van de stemmen om ons heen en in onszelf
die ons naar beneden halen
of stemmen die ons op een verkeerde, heilloze weg brengen.
Want als we onze ziel opheffen, betreden we een andere dimensie,
een andere wereld: de wereld van God en zijn we bij Hem.
Zo beginnen we dit jaar, door bij Hem te zijn,
niet voor even, maar het hele jaar door.
Laten wij ons hart opwaarts heffen in de hemel,
daar waar Christus Jezus is
onze voorspraak bij de Hemelse Vader.

Tot U, mijn God.
De vrijheid die wij ontvangen in het bij God zijn,
heeft ermee te maken, dat de God die hemel en aarde geschapen heeft,
het begin en het einde van deze wereld en van ieder mensenleven bepaalt
mijn God wil zijn.
Dat is al iets om je een heel jaar over te verwonderen:
Dat de HEERE mijn God wil zijn,
naar Wie ik naar toe kan gaan,
die erbij is, bij alles wat ik meemaak in dit komende jaar.
Mijn God.
Die met me meegaat en me de weg wijst in het komende jaar,
mij ook helpt om ‘ mijn ziel naar Hem op te heffen.’
U bent mijn God.
Dat God mijn God is, kan ik ook in het komende jaar merken
in wat Hij aan Mij geeft:
Zijn aanwezigheid, Zijn bescherming en betrokkenheid.
Daarom kan ik op deze God, op U, mijn God, vertrouwen.
Ik kan mijn leven op U bouwen.
Bij een heftige gebeurtenis, waarbij mijn levenshuis schokt,
houdt U mij overeind en staande.
Wanneer het voor mij te moeilijk is om de weg te gaan, dan draagt U mij.

In het leven gaat het belijden van Gods trouw en nabijheid steeds samen met gebed.
Heer, U bent bij mij, de grond waarop ik sta.
En toch, soms kan er zo aan je geschud worden
dat je het gevoel hebt dat je levenshuis zo in elkaar kan storten.
Was het gisteren nog veilig, onbezorgd,
vandaag kan er iets gebeuren en morgen kan er een uitslag komen dat het niet goed is.
Ik vertrouw op U, ook dan.
Maar laat mij dan ook niet vallen.
Je kunt niet dieper vallen dan louter in Gods hand (Arno Pötzsch).
Houd mij dan ook vast,
want als U mij niet vasthoudt, dan ben ik nergens.
Ik kan niet op eigen kracht en ik wil dat ook niet.
Ik wil alleen samen met U.
U bent mijn God.
Laat mij dan niet beschaamd worden.
Soms kan die gedachte je opeens overvallen,
of God er nog wel is,
en of Hij jou nog wel ziet.

Dan kan het angstig stil zijn en onzeker.
Als het erop aankomt, als het spant, Heere, laat mij dan niet in de steek.
Wees dan bij mij,
Laat dan juist zien dat U mijn God bent
en dat U een verbond hebt gesloten,
dat U voor mij mijn God – Vader, Zoon en Heilige Geest, zal zijn.
Want anders wrijven degenen die mij naar beneden halen in hun handen
of dat nu mensen zijn, of uw grote tegenstander de duivel
en ben ik overgeleverd aan hun spot
en voel ik mij weerloos en kwetsbaar
en zal het mij moeite kosten om mij weer tot U op te heffen.
Blijf bij mij – om mij dicht bij U te houden
en niemand anders de kans te geven
mij bij U weg te drijven
of Uw plek in mijn leven weg te drukken.

Want ik wil wandelen met U, mijn God,
van dag tot dag,
en ik wil dat heel mijn leven een gebed is tot U.
Het gaat niet om mij, in dit leven, ook niet in 2016,
maar om U.
Maak mij daarom Uw wegen bekend,
De weg waarvan u die wilt dat ik die in 2016 ga.
Maak mij vertrouwd met Uw wil.
Want als ik zelf de weg moet zoeken,
Dan vind ik Uw weg niet.
Ik heb wel geprobeerd om de weg zelf te zoeken,
in mijn jeugd, toen ik vol overmoed was,
toen ik dacht dat ik het zelf wel kon redden.
HEERE, als U mij niet verteld
Wat mijn weg is in het komende jaar
dan val ik weer terug in die oude fout
om zelf maar weer de weg uit te stippelen,
om die weg te kiezen die goed voelt voor mijzelf.
Dat vertrouwen is er, dat de Heere in het komende jaar
voor u, voor jou, voor mij duidelijk zal maken wat we moeten doen.
Hij zal ons niet in het ongewisse laten,
zodat we maar moeten gissen wat er moet gebeuren.

 

Heer, wijs mij uw weg

en leid mij als een kind

dat heel de levensweg

slechts in U richting vindt.

Als mij de wil ontbreekt

uw weg te gaan,

spreek door uw Woord en

Geest mijn hart en leven aan.

In dit gebed van Psalm 25 bidden we vooral dat de Bijbel voor ons open gaat
en dat we daarin, in de woorden die wij lezen,
zoals we nu doen met Psalm 25 de woorden naar ons toekomen
als woorden die de Heere zelf, persoonlijk tegen ons zegt
en waarin we horen dat de Heere met ons in gesprek is.
Wanneer God Zijn wil voor ons bekend maakt,
gebeurt dat vaak door de woorden die we in de Bijbel vinden
en die voor ons tot leven komen
en de levende stem van God worden.
We bidden ook, dat in de gebeurtenissen die in 2016 zullen plaatsvinden
dat we daarin op mogen merken wat de Heere van ons wil.
Hoe Hij ons wil aansporen en bemoedigen

of ons wil stil zetten en corrigeren, ons wellicht iets afneemt
maar ons zoiets moois ervoor teruggeeft: een leven met Hem.

Gemeente, hoe kunnen we anders dan zo biddend,
zoals Psalm 25 ons dat voordoet
het nieuwe jaar beginnen, samen met de Heere, onze God
door Hem te vragen erbij te zijn
en ons Zijn weg te leren.

Jezus, ga ons voor op het levensspoor
doe ons als getrouwe leden volgen U op al uw schreden
voer ons aan uw hand tot in ‘t Vaderland.

Richt ons leven lang, Jezus, onze gang;
voert Gij ons op ruwe wegen, geef ook daar uw hulp en zegen.
En aan ‘t eind der baan, laat ons binnengaan!
Amen

Preek Tweede Kerstdag

Preek Tweede Kerstdag
(Johannes 3:16)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Bij ons thuis draaide in de kerstvakantie de film Chasing Liberty,
het verhaal van Anna Forster, dochter van een Amerikaanse president.
Deze president Forster is steeds zo bezorgd over zijn dochter
dat hij haar nooit alleen laat.
Alle vriendjes worden eerst door de marechaussee gekeurd
en tijdens afspraakjes wordt ze in de gaten gehouden.
Anna is deze controle zat en komt er tegen in verzet.
Uiteindelijk gaat haar vader overstag en mag ze meer vrijheid:
als in Praag zijn voor een conferentie mag ze naar een concert
Waar maar 2 bewakers meegaan.
Wat Anna niet weet, is dat haar vader veel meer geheime agenten heeft ingezet,
in burger.
Als Anna wil ontsnappen aan de controle van de 2 bewakers,
botst ze tegen een jongen op, Ben Calder,
die ook door haar vader is ingezet  om Anna in de gaten te houden.
Anna vlucht met Ben door heel Europa, op de vlucht voor de agenten van haar vader
zonder dat ze weet dat Ben ook voor haar vader werkt.
Ben kan niet teveel over zijn eigen achtergrond vertellen.
Wat hij wel kan vertellen, is dat zijn vader en moeder uit elkaar zijn gegaan.
Zijn vader was ook een Amerikaans geheim agent, maar dat vertelt Ben er niet bij.
Zijn vader ging terug naar de VS en zijn moeder bleef alleen achter.
Terwijl ze in de trein zitten op de vlucht voor de controle van papa president,
geeft Ben over zijn vader aan: Hij kon het grote gebaar niet maken.
Hij kon geen offer brengen voor zijn vrouw om te stoppen met dat vele werken.
Daarmee krijgt deze grappige, romantische film een serieuze ondertoon:
Ben je bereid, om als je veel van iemand houdt, het grote gebaar te maken.
Anna en Ben worden op elkaar verliefd,
maar het gaat mis als Anna ontdekt dat Ben voor haar vader werkt
om haar in de gaten te houden.
Dan wil ze hem niet meer in de buurt houden.
Als we weer terug is in de VS, gaat er voor haar een nieuwe fase beginnen:
ze gaat studeren en probeert ondertussen die Ben te vergeten.
Het lukt niet.
Als ze met Kerst thuiskomt, vertelt haar vader hoe het met de agent Ben Calder is afgelopen,
in de veronderstelling dat zijn dochter wil weten hoe het met hem gaat.
Hij heeft ontslag genomen als agent en wijdt zich in Engeland aan klassieke muziek.
Anna snapt wat hij heeft gedaan: hij maakte het grote gebaar.
Ook zij besluit om het grote gebaar te maken.
Ze pakt haar koffers in om in Engeland te gaan studeren, maar vooral Ben weer te zoeken.

Met Kerst horen we elk jaar weer over het grote gebaar dat God maakte:
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,  opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leve
Dat is het grote gebaar dat God maakte:
dat God Zijn enige Zoon op missie stuurde naar de aarde.
Dat is wat God voor ons en voor deze wereld over heeft gehad.
Toen Anna, de dochter van de Amerikaanse president, naar Engeland ging,
om Ben, op wie ze verliefd was, op te zoeken, wist ze
dat haar liefde beantwoord zou worden.
Het grote gebaar van haar werd beantwoord en ze werd door Ben in de armen gesloten.
Maar het grote gebaar van God?
Hoe werd dat toen ontvangen
en hoe reageert u op dat grote gebaar
en de wereld, hoe reageert onze wereld nu op dat grote gebaar dat God maakte
Toen Hij Zijn liefde liet zien voor deze wereld?
Lukas vertelt over herders, die na de boodschap van de engel op weg gaan
om op zoek te gaan naar dat Kind,
dat in doeken is gewikkeld en dat in een kribbe is neergelegd
en bij de kribbe knielen zij neer en maken zij het grote gebaar.
Maar verder de mensen in Bethlehem die horen wat de herders uitzingen – wat doen zij?
En Mattheüs vertelt over wijze mannen,
die vanuit het oosten kwamen, omdat ze een ster hadden gezien.
Zij kwamen naar Jeruzalem om het net geboren Koningskind te aanbidden.
De inwoners van Jeruzalem, Herodes en de Schriftgeleerden
gaan zij met de wijze mannen mee – de ster achterna
om dat pasgeboren Koningskind te aanbidden?
Geen enthousiast onthaal voor onze Schepper, die besloot mens te worden.
Dat is dan de wereld die God geschapen heeft:
Waar mensen lang niet allemaal enthousiast reageren op de komst van de Schepper,
die deze aarde betreedt om hun lot te delen.
Deze wereld waarin IS mensen bruut ombrengt
omdat ze het juiste geloof niet hebben
en Assad net zo bruut is voor mensen die niet bij hem horen.
Waarin mensen op de vlucht zijn, op zoek naar een beter thuis,
soms ook niet welkom zijn of hier kunnen aarden en daarom maar weer terug gaan.
Waar de angst in eigen land zomaar kan opvlammen
omdat er een paar honderd kilometer een grote terroristische aanslag plaatsvindt.
Een wereld waarin wereldleiders lang bezig zijn om tot een klimaatovereenkomst te komen
en dwarsliggen als de eigen economische belangen teveel in gevaar komen.
Een wereld waarin sommige organisaties vinden,
dat de Bijbel uit hotelkamers verwijderd moet worden
omdat dat teveel met geloof te maken heeft.
Onze wereld.

Tot deze wereld komt God.
Die Zijn wereld is en waarvan Hij zegt: het blijft mijn wereld,
ook al ben ik er niet welkom.
Dat is het grote gebaar van God, dat Hij komt naar een wereld waar Hij niet welkom is.
Ja, we zingen dat met Kerst: Nu zijt wellekome
maar het verhaal van Kerst is niet alleen vol met mensen die Hem ook welkom heetten,
maar ook vol mensen die onverschillig bleven,
die niet in beweging kwamen,
die het grote gebaar van God niet opmerkten
en verder leefden met hun gewone leventje alsof er niets was gebeurd.
Zou er in de wereld dan toch wat gebeurt zijn, dat we dat lied nu wel zingen:
Nu zijt wellekome – nu wel, nu we vanmorgen bij elkaar zijn in de kerk
in uw huis, waar u zelf ook in het midden bent,
Zijn we gemeenschap van u, gaan we mee met de herders en de wijzen
om te knielen aan uw kribbe, ons leven aan u te wijden.
Willen we als Nicodemus zijn, die naar u toe gaat
om te horen hoe wij dat koninkrijk van God kunnen binnentreden,
hoe wij opnieuw geboren kunnen worden.
Is er dan toch iets veranderd in de wereld, waarin God kwam?
Is er dan toch iets veranderd in ons mensen?
Zijn we dan toch mensen geworden die het beter begrijpen dan Nicodemus?
Zijn we dan toch mensen geworden, die niet zoals Nicodemus in het donker leven,
Nicodemus die in de nacht komt,
waarmee Johannes wil aangeven dat het in de wereld waarin hij leeft
donker is omdat de echte kennis van God ontbreekt.

Leven we dan in een andere tijd en zijn we andere mensen?

Als dat zo is, dan is dat een wonder, een wonder van de Heilige Geest.
Hoe die Geest in uw leven gekomen is
en wanneer de Geest in jouw leven begon te werken,
dat kunt u, dat kun jij waarschijnlijk niet meer terughalen.
Je merkt dat pas na een tijd dat er iets bij je veranderd is.
Dat je opeens, zonder dat er een reden voor is,
meer wil weten over het geloof, geïnteresseerd raakt
en je net als Nicodemus wel bij de Heere Jezus zou willen zitten
die jou persoonlijk uitleg geeft over hoe jij bij de Heere Jezus kan horen,
welke stap jij daarvoor moet zetten.
Je weet niet waar het op dat moment vandaan komt,
maar wel wat de bron is: Jezus die naar de aarde kwam
Vanuit de hemel naar de aarde gedaald – Gods grote gebaar.
Hij kwam in een donkere wereld,
maar Zijn licht is sterker dan de duisternis van onze zonde en onwil om in God te geloven.
Hij kwam in een wereld waar men Hem niet welkom heette
en waar men Hem de rug toekeerde
en toen Hij bleef Hem doodde aan het kruis,
maar Zijn liefde was sterker dan onze onwil en weerzin, sterker dan onze haat.
Opdat een ieder die gelooft – onze reactie op dat grote gebaar van God.
Geloof – dat is soms een hand op onze schouder gelegd, door God zelf,
in een preek, in een lied, in een opmerking, in een ervaring: Ik ben met je.
Maar geloof kan soms ook een heel gevecht van God met ons zijn geweest
een gevecht waarin Hij ons moest veroveren.
Of is dat geloven bij u, bij jou heel gemakkelijk gegaan,
Waarbij u gelijk mee ging in de weg waarop de Geest u meenam?
Heb je gelijk doorgehad op welke weg de Geest je heeft gelijk
en heb je gezien dat de Geest in je werkte?
Kerst betekent: dat God in onze wereld komt
en net als ons wordt.
Dat doet Hij voordat wij er erg in hebben
dat Hij in deze wereld gekomen is, zo klein is Zijn begin,
als een klein baby’tje en er gaan jaren overheen voor er iets zichtbaar wordt voor de mensen.
Zo is het begin van God in ons leven vaak ook klein en nauwelijks zichtbaar,
maar zoals Jezus opgroeide, groeit ook in ons dat wonder
dat de Geest met ons bezig gaat, ons opent voor het geloof,
en ons zover krijgt dat we dat grote gebaar van God wel moeten aannemen.
Gods grote gebaar, waarin Gods liefde zichtbaar wordt, voor deze wereld, voor u en jou.

Waarom?
Omdat God weet: zonder Hem wordt het niets,
is ons leven een verloren bestaan – ten dode gedoemd.
In het afgelopen jaar werd ons land opgeschrikt door de zelfmoord van Joost Zwagerman.
Onverwacht kwam zijn zelfgekozen einde.
Het was bekend dat hij aan depressiviteit leed
en zelfmoord als thematiek kwam in zijn boeken naar voren.
Hij noemde zelfmoord een troostrijke gedachte, want dan kon je er nog altijd uitstappen.
Maar niemand om hem heen wist, dat hij zo diep zat en zo gevangen zat.
Hij was juist bezig de afronding van een boek
en een project met gedichten was zo goed als voltooid.
De overeenkomst vind ik met de duisternis uit Johannes,
Dat we in die duisternis kunnen leven, waarin Nicodemus naar Jezus komt,
De duisternis omdat er – als het er op aan komt – geen plaats is voor God.
En dat we ons naar buiten toe kunnen voorhouden,
dat het goed met ons gaat, dat we het redelijk redden,
dat we genieten van het leven en er nog wat van maken ook,
waar andere mensen wat aan hebben, waar andere mensen van opkijken.
En toch, een verloren bestaan, waar de dood inhuist, ook al dringen we die weg.
Je kunt er nog altijd uitstappen, zei Joost Zwagerman,
om zichzelf een troost te geven.
Maar dat is geen troost.
Het is niet meer dan je eigen bestaan willen uitwissen,
omdat je dat niet meer kunt dragen, niet meer kunt verdragen.
Verder moeten we voorzichtig zijn met een oordeel,
want in een zelfmoord kan iemand ook de sprong naar God willen wagen,
als een sprong naar de redder, weg uit de duisternis.
In de komst van de Heere Jezus zien we een andere troost:
Niet de troost dat we er altijd nog uit kunnen stappen,
alsof we ooit kunnen vluchten voor onze ellende, de duisternis die ons in de greep houdt.
Nee, zegt Jezus: stap er niet uit.
Ik stap er in: in je misere, in je duisternis, in jouw leven, in jouw schuld, in jouw verlorenheid.
Want Ik wil niet, dat je verloren gaat,
niet hier in dit leven, maar ook niet voor eeuwig.
Ik neem jouw duisternis, jouw verlorenheid op me
en daarom ben ik mens geworden – een mens van vlees en bloed.
Dat is mijn grote gebaar – om jouw liefde te winnen – dat zeker!
Maar vooral om jou te redden – voor eeuwig.

Ik ben voor jou gekomen.
Dat is mijn grote gebaar
en hoe reageer jij daarop?
Wat is jouw grote gebaar?

Preek Eerste Kerstdag

Preek Eerste Kerstdag
Lukas 2:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen week was Rianne weg met de kinderen
en kon ik in alle rust aan de preken voor Kerst werken.
Omdat er nog wat speelgoed in de kamer lag,
besloot ik eerst alles op te ruimen.
Een opgeruimde kamer geeft immers een opgeruimd hoofd?
Ik dacht dat ik de kamer aardig had opgeruimd,
maar steeds kwam ik weer speelgoed tegen, vooral soldaatjes.
Verstopt in de kerststukjes, waar ze in hinderlaag lagen voor de vijand.
Nadat ik alles had opgeruimd pakte ik mijn boeken en begon aan de preekvoorbereiding.
Na enige tijd liep ik weer door de kamer
en opeens hoorde ik ‘krak’.
Een bekend geluid…
Ik stond bovenop een soldaatje dat ik over het hoofd had gezien.
Dwars door midden.
Het is niet de eerste keer dat een van zijn soldaatjes kapot ging.
Degene die hij beschouwde als de commandant raakte zijn hoofd kwijt.
Jelmer kwam bij me om te vragen of het hoofd er nog aan gelijmd kon worden.
Omdat dit soldaatje veel voor hem betekende heb ik nog speciale secondenlijm gekocht.
Helaas. Het hoofdje wilde er niet meer op.
Het soldaatje dat ik van de week door midden trapte
heb ik maar gelijk weggegooid.
Geen beginnen meer aan om die te maken.

Zo in deze laatste weken van het jaar zijn we allemaal aan het opruimen, denk ik,
van alles wat zich in het afgelopen jaar heeft opgestapeld
in uw hoofd, in uw hart.
Al de dingen die gebeurd zijn.
Tijdens dat opruimen kom je mooie dingen tegen, die in dit afgelopen jaar zijn gebeurd.
Je haalde je diploma, rondde een studie (eindelijk) af, een baan gevonden!
Je bent dit jaar getrouwd.
Je hebt samen een kind van de Heere ontvangen.
Dat zijn van die herinneringen die je neerlegt op een plek waar je ze zo weer oppakt
om er van te genieten.
Je komt gebeurtenissen die je zonder problemen kunt opbergen of kunt weggooien.
Er kunnen gebeurtenissen zijn, waar je
die nu juist in deze periode van kerst en afsluiting van het jaar aan moet denken:
Afgelopen jaar overleed je vader, was er die operatie, raakte je je baan kwijt,
of werd je relatie verbroken.
Je kunt deze herinneringen maar niet opruimen.
Of je komt een gebeurtenis tegen, zoals mij dat overkwam met het soldaatje,
iets dat kapot ging waar je zelf de hand in had en dat je niet meer kunt herstellen.
En dan zit je hier in de kerk.
Je bent toch nog gekomen.
Je had even geaarzeld. Moet ik wel gaan?
Al die blijde gezichten en al die gezinnen bij wie het er wel harmonieus aan toe gaat.
Toch gekomen, omdat je wat zoekt,
dat je verder helpt, erboven uit tilt misschien, herstel geeft. Naar God.

Zo zijn we vanmorgen bij elkaar,
De een met een overzichtelijk en opgeruimd leven,
de ander bij wie het maar niet op orde wilt raken wat je ook probeert.
Samen in één kerk, voor diezelfde Heer, die voor ons allemaal naar de aarde kwam,
mens werd, een klein baby’tje zelfs.
Goed nieuws voor allemaal, want de redder is geboren.
Het mooie van deze boodschap is dat Jezus niet geboren is voor een bepaalde groep.
Voor de mensen met een ongelukkig leven, een leven dat niet op orde wil komen.
Ook als je dankbaar bent en gelukkig, in feeststemming,
is Jezus voor je geboren – als redder, als Christus de Heer.
En omgekeerd: Jezus is niet alleen gekomen voor de mensen
die er in slagen om hun leven opgeruimd te hebben of te houden.
Want Jezus geeft iets, dat we allemaal nodig hebben,
hoe ons leven er ook uitziet en wat we van ons leven maken.
Hij kwam iets brengen, wat wij zelf niet voor elkaar krijgen.
Hij kwam iets helen, dat wij als mensen zelf niet kunnen helen.
Jezus kwam om de hemel en de aarde met elkaar te verbinden,
om mensen weer bij God te brengen.
Ook als er van je leven met God gebroken is,
zodat het soldaatje dat doormidden gebroken was,
zo kan ons leven met God ook verbroken zijn
en wij zijn met de brokken achtergebleven.
We kunnen ze zelf niet lijmen.
Niet door ons best te doen.
Jezus wordt door de engel Redder, Zaligmaker genoemd,
omdat Hij wel die brokken kan lijmen
en ons weer aan God kan verbinden.
Als de engel naar de aarde komt, is dat al een teken
dat God vanuit de hemel contact zoekt met de aarde
en het er niet bij laat dat wij als mensen dat contact verbreken.

Afgelopen week zag ik een bericht voorbijkomen op Facebook,
een vriendin die een foto plaatste met haar en een vriendin,
genomen tijdens de vakantie, samen genietend van het mooie weer.
Kom terug! – schreef ze – toen was je nog gelukkig.
We willen weten wat er van je geworden is.
En je moet eens zien hoe je kinderen, die je achtergelaten hebt, het doen.
Wil je hen niet meer zien?
Een bericht vol machteloosheid, omdat degene die het bericht plaatste,
niet weet waar haar vriendin is en hoe ze haar kan bereiken
en kan bewegen om naar huis te komen.
God weet ons wel te vinden.
Dat laat de engel zien, die naar de herders komt met de mooie boodschap.
God weet hoe Hij u moet vinden.
Je bent nooit te ver weg voor Hem.
Hij plaatst geen wanhopige oproep op facebook, waar de onmacht in doorklinkt.
Hij stuurt een engel.
En die engel, die met zijn komst al laat zien,
dat God vanuit de hemel de verbinding met de aarde weer herstelt,
bevestigt dat nog eens in de woorden:
Hij is voor u geboren, Hij is uw redder en is niemand minder dan de HEER zelf.
Hij is naar de aarde gekomen om ons te zoeken, u, jou en mij.

Hij brengt samen tot een geheel wat wij niet meer kunnen lijmen:
Hemel én aarde, God én mens, een nieuw, heilig leven en ú.
Het Kind in de kribbe laat dat nog eens zien.
Zo bijzonder is dat kind voor het oog niet:
in doeken gewikkeld – in onze tijd een baby met een rompertje aan.
Ziet elke baby er niet zo uit?
Alleen op een bijzondere plaats: een kribbe.
Daaraan kunnen we God herkennen, omdat Hij op een bijzondere plaats komt.
Maar wel als mens.

Onlangs was ik samen met Rianne naar de nieuwe James Bond geweest.
Een film waarin allerlei spectaculaire dingen gebeuren,
waarbij James Bond als geheim agent de wereld redt van een kwaad,
dat door mensen niet wordt herkend:
iemand die allerlei terroristische aanslagen laat plegen,
zodat alle wereldleiders op zijn anti-terroristensysteem overgaat,
waarmee hij direct ook de macht over de gehele wereld krijgt.
Een duivel als het ware die zich presenteeert als een engel van het licht.
Na afloop van de film zeiden we tegen elkaar:
Hij was geen echt persoon, die James Bond.
Alleen, zonder familie, zonder relatie, haast zonder verleden
en nauwelijks een besef dat wat hij doet verkeerd kan zijn, pas op het eind
als hij zijn vijand spaart, komt er een besef.
Een redder die geen echt mens is, geen mens van vlees en bloed, zoals wij.
Een kind in de kribbe, in doeken gewikkeld,
God met een rompertje aan – Hij komt om gewoon mens te zijn, van vlees en bloed.
Geen supermens, maar een mens met een moeder en een familiegeschiedenis,
met broers en zussen,
die weet wat het is om onderdeel van een familie te zijn,
De mooie kanten, maar ook de moeilijke kanten van familiezijn.
Om te worden – net zoals wij.
Alleen zo, door te delen in onze sores en vreugde, door alles mee te maken,
wat wij meemaken, kan Hij onze redder zijn.
God zelf die heelmaakt wat gebroken is, onverdiend samenbrengt
en het toch maar doet.
Die hemel en aarde verenigt te saam.
Het engelenkoor geeft al een blik in de toekomst:
Ere zij God – niet alleen gebracht door de engelen, maar ook door de mensen.
En vrede op aarde.
De verbinding – verzoening.

Waarom viert de kerk Kerst niet op 21 december?

Waarom viert de kerk Kerst niet op 21 december?

Waarom viert de kerk Kerst niet op 21 december? Dat is de vraag die even bij het radio-programma Dit is de dag voorbij komt. 21 december is namelijk de dag waarop de Germanen de zonnewende vierden. Het antwoord is heel kort: die link is er niet.

Er zit wel een wrange ironie bij die koppeling. De gedachte dat Kerst ontstaan is vanuit het Germaanse midwinterfeest of de zonnewende komt in de 19e eeuw op, als Duitsland (dat in die tijd ongeveer ontstaat) behoefte heeft aan een oeroude traditie, waardoor dit Rijk de eigen legitimiteit kon verdedigen vanaf de tijd dat het Heilige Roomse Rijk in 1806 was opgeheven. Een van de gebroeders Grimm – bekend van de sprookjes – bedacht een theorie, waarbij hij het ontstaan van het Kerstfeest en de toenmalige bekende kerstgebruiken terugvoerde op een godsdienst van voor de komst van het christendom. Deze in het begin van de 19e eeuw uitgevonden traditie heeft een anti-christelijke trek heeft. Tussen 1920-1945 wordt de theorie van de Germaanse oorsprong om die reden met enthousiasme door de nationaal-socialistische beweging uitgedragen.

Wat meer hedendaags volkskundig onderzoek van bijvoorbeeld Ingeborg Weber – Kellermann laat zien, dat de gebruiken ontstonden vanaf de 12e eeuw (kerststal), 16e eeuw (kerstboom). (Weber-Kellermann groeide overigens op in een nationaal-socialistisch gezin, maar nam daar nadrukkelijk afstand van.) Zij liet zien dat in de Biedermeiertijd, de tijd waarin Grimm leefde, de gebruiken een verandering ondergingen waardoor de koppeling naar het christendom niet meer zichtbaar was. Door haar onderzoek is al vanaf de jaren-’70 duidelijk dat de link naar de Germanen niet meer houdbaar is.
De zogenaamd Germaanse kerstboom werd in de 16e eeuw in protestantse kring gebruikt om de zondeval uit de beelden. De oorlogen van 1870-1871 en vooral de Eerste Wereldoorlog dragen bij aan de verspreiding van de kerstboom over Europa.
De kerstman stamt af van Sint Nicolaas. De reformator Maarten Luther heeft er mede voor gezorgd dat de geschenken van een feestdag die aan een roomse heilige verbonden was overging naar het feest van het Christuskind. Het elkaar geschenken geven is een mooie toepassing van de genade die Christus kwam brengen. Kerst wordt eerst een feest waarbij kinderen geschenken ontvangen. Dat komt vooral op in de 18e-19e eeuw, als de pedagogiek aandacht krijgt voor het kind. In rijke kringen krijgen kinderen een eigen kamer met speelgoed en krijgen ze tijd om te spelen. Duitse immigranten nemen de kerstman in de 19e eeuw mee naar de VS. Daar wordt het een prooi van de marketingafdeling van de firma Coca Cola, die aan de wieg staat van de huidige versie van de kerstman.

Wat is de ironie van de heidense herleiding van het Kerst?
(1) Het is een herschrijving van de geschiedenis van het christendom, waarbij de heidenen alsnog winnen. Hadden de eerste zendelingen, zoals Willibrord en  Bonifatius niet de strijd aangegaan met de Germaanse gebruiken? En hadden ze wel moeten komen als de verschillen niet zo groot waren?
(2) Een andere ironie is dat de heidense oorsprong aangehangen wordt door christenen die de dialoog met en het leren van het Jodendom van groot belang vinden. Zij hebben echter niet door dat ze op deze manier een nazi-ideologie in het leven houden.
(3) Daarnaast wekken ze de indruk dat in de Vroege Kerk de gnostiek en de volgelingen van Marcion aan het langste eind hebben getrokken. Voor Marcion had het Oude Testament (met de gedachte van de ene, ware God) geen waarde. De gnostiek was een vorm van spiritualiteit die allerlei elementen uit andere godsdiensten overnam.
Juist degenen die het Oude Testament van grote waarde vinden en degenen die het gesprek met het Jodendom wezenlijk vinden, dienen zich te verzetten tegen de heidense herleiding van het christendom.

Voor wie toch vasthoudt aan de koppeling Kerst – Germanen zijn er de volgende vragen:
(1) Welke betekenis heeft de strijd tegen het heidendom voor de kerk in de Vroege Middeleeuwen? Hoe kan een kerk die in die strijd is verwikkeld toch overgaan tot het incorporeren van heidense gebruiken?
(2) Welke verklaring is er voor het ontstaan van het kerstfeest als het christendom nog niet echt in contact is geweest met de Germanen? Of in een gebied (Rome, Jeruzalem) waar de Germanen nog niet invloedrijk zijn?
(3) Welke aanwijzingen voor Germaanse gebruiken zijn er ten tijde van de Middeleeuwen en de Renaissance, die wijzen op het overleven van deze zogenaamd oeroude traditie? Of anders geformuleerd: Hoe kan het dat die gebruiken vaak niet voor de 18e eeuw te vinden zijn?
(4) Hoe kan een feest dat op 21 december wordt gevierd over een groot gebied verschoven worden naar 4 dagen later. Zijn er wel bronnen die kunnen duiden op een viering van Kerst op 21 december?


Preek zondag 20 december 2015

Preek zondag 20 december 2015
Lukas 21: 5-33

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er is een kant aan Gods handelen waar we niet snel mee klaar zijn.
Een kant van Gods handelen dat ons vragen bezorgt,
waar we niet zomaar een antwoord op hebben
en waar we zelfs een heel leven lang mee kunnen worstelen,
omdat voor ons Gods bedoeling niet direct duidelijk wordt.

Dat is dat God onze zekerheden van ons kan afnemen.
De Heere kan ons hele bestaan op z’n kop zetten,
zo ingrijpend dat we niet meer weten wat we ermee aan moeten.

God chaotiseert, stelde ooit eens de hervormde theoloog A.A. van Ruler.
Daarmee bedoelde hij, dat God niet alleen de chaos toelaat.
Dat wordt wel eens gezegd als er iets gebeurt dat wij niet begrijpen
en dat wij niet kunnen rijmen met Gods handelen, met Gods liefde.
God wil het niet, maar Hij laat het wel toe.
Nee, zegt Van Ruler, God laat het niet toe,
maar de Heere doet het zelf:
het chaos veroorzaken, het overhoop halen is een onderdeel van Gods scheppend handelen.
Hij gaf daarbij aan, dat God er een chaos van maakt
als wij als mensen het leven te strak organiseren.
Als de mensen het leven te strak organiseren, gaat de levende God het chaotiseren.
God laat het niet toe, maar doet het zelf, alles overhoop halen,
er een ruïne van maken.
Daarbij is het van belang dat Van Ruler een onderscheid maakt tussen orde en kosmos.
Orde dat is wat God als eerste schept.
Dat is zijn belangrijkste manier van handelen:
Hij schept orde, zodat wij als mensen kunnen leven
en een goed leven hebben.
Maar wat doen de mensen met de orde van God?
Ze maken er een kosmos van.
Daarmee bedoelt Van Ruler: wij mensen bouwen die orde dicht,
door de weg naar God toe af te sluiten.

Zonder de Heere hebben we het ook goed en zonder Hem kunnen we ook leven.
We belijden wel onze afhankelijkheid, maar in de praktijk?
(Klein: gezondheid, werk, dagelijks ritme. In het groot: onze veiligheid, politiek stelsel?)

Al is het bestaan dat wij hebben aan Hem te danken,
we sluiten Hem buiten – en dat is dan de kosmos:
Een dichtgetimmerde wereld – zonder openheid naar boven.
Als de mensen het leven te strak organiseren, gaat de levende God het chaotiseren.
Dat doet God niet zomaar – dat chaotiseren:
Hij verbreekt onze kosmos en dat is ingrijpend,
want we kunnen het gevoel hebben dat onze hele wereld ineenstort en dat we ondergaan,
maar uiteindelijk is de chaos die God schept heilzaam voor ons:
Doordat Hij onze kosmos, onze zelf-gecreëerde zekerheid, verbreekt, chaotiseert
komt er weer ruimte voor Hem in ons bestaan
in ons bestaan dat voor God was afgesloten.

Er zit een troost in de chaos die de Heere met Zijn handelen veroorzaakt,
al is dat niet het eerste waar we aan denken
want het geeft een diepe crisis
en kunnen we er een leven lang mee worstelen waarom dit moest gebeuren.
Midden in de winternacht – zongen we – gaat de hemel open.
Ook de nacht die we over onszelf hebben afgeroepen,
Wordt opengebroken, zodat Gods licht weer zichtbaar wordt,
Maar een pijnlijk, diepingrijpend gebeuren blijft het.
Een crisis.
Wikipedia:  is een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel (van welke aard dan ook) ernstig verstoord raakt.
Een crisis die nodig is – omdat in ons stelsel God geen plaats meer had.

God maakt een chaos, verstoort,
zelfs het meest heilige dat er is op aarde: de tempel.
Zelfs de tempel wordt door Gods hand een ruïne.
De Heere Jezus doet die uitspraak als Hij samen met Zijn leerlingen en de menigte
bij de tempel is,
Een indrukwekkend gebouw – imponerend.
Als een gebouw indrukwekkend is,doet dat iets met ons,
dat imponeert, doet je beseffen hoe klein je zelf bent.
Zo is dat met de tempel ook.
Een indrukwekkend gebouw,
dat was het al, omdat de tempel het huis van God is,
gebouwd om God te kunnen ontmoeten,
Om naar toe te reizen voor de feesten,
om weer in herinnering te roepen dat God de bevrijder is en Zijn zegen geeft.
De orde die God gegeven heeft om met Hem te kunnen leven
om verzoening te kunnen ontvangen.
en om de gemeenschap met Hem te blijven,
om Hem niet te vergeten,
maar vanuit het besef te leven dat God er is, dat Hij zorgt, ingrijpt,
dat er niets in de hemel of op aarde buiten Hem om gaat
en dat Hij in staat is om een uitredding te brengen die door niemand meer wordt verwacht.
De tempel was een geschenk van God.

Maar wat is er  gebeurt?
Herodes heeft de tempel verfraaid,
van een grotere glans en glorie voorzien.
Het was niet genoeg dat God er woonde,
dat het een heilig gebouw was, Gods huis, dat moest er ook van afstralen.
De bezoeker moest onder de indruk komen,
niet alleen van de wetenschap dat God daar is,
maar ook van het gebouw zelf.
Herodes heeft van de orde, die God gegeven heeft, een kosmos gemaakt.
Want hij deed het niet alleen voor God.
Hij had er zelf belang bij, politiek belang, om zijn koningschap zeker te stellen.
Hij was niet door iedereen geaccepteerd, omdat hij geen Jood was.
Een heiden op de troon van Gods volk, de troon die voor het huis van David bestemd was.
Maar wat hij, Herodes deed, werkte:
De mensen spreken vol bewondering over het prachtige gebouw,
over het indrukwekkende gebouw, over alles wat aan God gewijd is
Een gebouw dat grootsheid en eeuwigheid uitstraalt.
Zo dicht bij de tempel, dit indrukwekkende bouwwerk is het niet moeilijk om in God te geloven.
Maar de mensen hebben niet door dat de orde van God in een kosmos is veranderd.
Zelfs van het allerheiligste zijn we als mensen nog in staat
om er een kosmos van te maken,
zelfs bij het allerheiligste dat er is, de eredienst, kunnen we God buitensluiten.
En zelfs het allerheiligste dat er is
kan door God tot een ruïne worden gemaakt, zegt Jezus.
God maakt Zijn eigen vindplaats, dé plek bij uitstek waar Hij is,
Waar mensen Hem kunnen naderen, waar geofferd wordt, waar de verzoening plaats vindt,
waar het hele geloof op rust
– het zal er niet meer zijn en God zelf zal het verwoesten.
En alsof dat nog niet ingrijpend genoeg is, alsof ze daar niet genoeg aan hebben,
zegt de Heere Jezus: Kijk er niet van op, laat je er niet door van slag raken.
Dat is toch wat?
Zou u dat doen, als de Heere Jezus dat over het christendom, over de kerk zou zeggen:
De kerk verdwijnt, maar kijk er niet van op, laat je er niet door van slag raken?
Laat je niet van slag raken als de hele wereld zoals die voor jou bekend is op de schop gaat.
Als de hele wereld een duistere tijd wordt,
Als wat in films als de Hunger Games, Star Wars (wereld die in elkaar stort) niet alleen maar iets uit de film is
maar een werkelijkheid wordt,
zoals nu voor de mensen in Syrië, ook voor de christenen daar
en misschien ook wel op termijn voor ons in het Westen.
Laat je je niet van slag raken.

Wat is dat dan voor een uitspraak? Wat voor een opdracht?
Als er zoiets ingrijpends gebeurt dan raak je toch gemakkelijk van slag?
Als de hele wereld zoals je kent
En dan heb je een nieuwe oriëntatie ook niet zomaar gevonden.
Dat is het aantrekkelijke van een film: je maakt het van nabij mee,
of het je zelf aangaat en na een aantal uur sta je weer buiten
en is alles weer vertrouwd.
Maar in het echte leven heb je een tijd nodig, soms wel jaren.

Laat je je niet van slag raken.
Sterker nog: Hef je hoofd omhoog.
Wanneer we van onze wereld een kosmos hebben gemaakt,
Wanneer we God hebben buiten gesloten, is dat niet mogelijk: opkijken,
want dan hebben we alles dichtgetimmerd.
Gevaar van ons christenen om alleen om ons heen te kijken
of naar beneden, de wereld nemen zoals die is.
De dingen die gebeuren vinden we het moeilijk de hand van God te zien
Omhoog kijken is dan een teken van verzet: we gaan er niet meer in mee
God buiten te sluiten buiten ons leven, onze werkelijkheid.
Uitzien naar zijn komst:

Heft op uw hoofden, poorten wijd!

Wie is het, die hier binnenrijdt?

Begroet Hem, Heer der heerlijkheid

en Heiland vol barmhartigheid!

Hij geeft de wereld ’t leven weer.

Juicht blijde, zingt uw God ter eer,

looft Hem, die sterk van daad

de deuren binnengaat!

Christenen vieren Advent in een donkere tijd,
uit een daad van geloof, verwachting:
Hoe donker het ook is: God komt! Midden in de winternacht, gaat de hemel open.
‘Het is een van de belangrijkste overtuigingen in de Bijbel
daar waar angst, nood, donkerheid, en hopeloosheid het sterkst zijn,
het reddend ingrijpen van God merkbaar dichtbij is.’
Kijk dan op, want de redding is nabij.
Opkijken is niet gemakkelijk – oefenen!
Geloof & hoop.

De nacht is haast ten einde,
De morgen niet meer ver.

Zo is ons God verschenen
in onze lange nacht.

Er zullen veel donkere en bittere nachten komen
en God lijkt wel diep verborgen in onze duisternis.
Toch! We kijken op, omdat we weten dat Hij komt.
Al gaat dat opkijken niet zonder aanvechting, zonder gebed:
O kom, o kom Immanuël,
verlos uw volk, uw Israël.
Amen

Maria vol medelijden

Maria vol medelijden

4-syrische-ikone_full_p
Maria vol medelijden – zo staat de moeder Gods op ikonen. Afgebeeld met een innige omhelzing met het kind Jezus.

In het najaar van 2015 schilderde Talal Dayoob een ikoon van Maria vol medelijden. Dayoob is een Grieks-orthodox christen, afkomstig uit Homs (Syrië). Vanwege de heftige strijd moest hij uit Syrië vluchten. Zijn ervaringen verwerkte hij in dit ikoon.

Voor meer informatie: de bron van dit verhaal en de afbeelding.