Meditatie Psalm 27 – Zo ik niet had geloofd

Meditatie Psalm 27 – Zo ik niet had geloofd

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Psalm 27 begint en eindigt met dezelfde woorden, met de naam van God:
De Heere is mijn licht en mijn heil, zo begint de Psalm
en de Psalm eindigt: ja, wacht op de Heere.
De Heere – het begin en het einde,
zoals Christus dat zei: Ik ben de Alpha en de Omega, het begin en het einde.
De psalm wordt omsloten door de naam van God,
net zoals ons leven omsloten wordt door de naam van God.
Aan het begin van ons leven, toen we geboren werden,
ja, zelfs toen we door de Heere gedacht zijn en Hij ons het leven schonk was Hij daar
De Heere is mijn licht en mijn heil.
en ook als het einde van ons leven komt, zal Hij daar zijn: ja, wacht op de Heere.
Aan het begin en aan het einde de naam van God. Heere is Zijn naam.
Die naam betekent: Ik zal zijn, Die Ik zijn zal, Ik zal er zijn, Ik sta klaar.
De naam die aangeeft: op Mij kun je aan, want Ik ben betrouwbaar.
Met Mij kun je leven, want Ik ben je God. Ik sloot een verbond met je
in de doop Mijn naam aan jouw leven verbonden werd,
zoals Mijn naam aan Israël verbonden was.
Mijn naam die zegt: Ik geef niet prijs wat Mijn hand begon.
Ook jou laat Ik niet vallen, al komt de hele wereld op je af
en wordt je omringd door tegenstanders die jij niet de baas kunt.

De Heere is mijn licht.
God is mijn licht – Zijn liefde en genade omstraalt mij,
zoals daar in de velden van Efratha het licht over de herders viel, het hemelse licht van God
en zij hoorden van het goede nieuws dat er voor hen een redder geboren was, de Christus
die in een kribbe lag, in doeken gewikkeld.
Als God er niet is, dan is het duister in mijn leven
en ben ik overgeleverd aan alle duistere machten die mijn leven kunnen verwoesten,
heb ik geen leven meer, omdat het leven van God komt.
Zoals de schepping n4iet zonder zon kan leven, kan de mens niet leven
zonder het licht van God.
Hoe diep die duisternis kan zijn horen we van mensen die niet meer de kracht hebben
om verder te leven, voor wie alles donker is, voor hun eigen gevoel zonder hoop,
in donkerheid gevangen.
God is niet alleen mijn licht, maar ook mijn behoud, die mijn leven redt.

Licht is nodig om de weg te wijzen:
zoals vliegtuigen niet zonder de lichten kunnen die de landingsbaan aangeven
of een schip in het donker een vuurtoren het licht nodig heeft
om niet op de rotsen te varen, vast te lopen en averij op te lopen,
zo hebben wij het licht van God nodig om ons de weg door het leven te lopen,
om mij thuis te brengen bij Hem.
Leid, vriend’lijk Licht, mij als een trouwe wacht, leid Gij mij voort!
‘k Ben ver van huis en donker is de nacht, leid Gij mij voort!
Schoon ook de toekomst mij verborgen zij, licht stap voor stap mij met uw schijnsel bij.

Als het licht weg is, is er een onheilspellende dreiging.
In deze psalm komt de dreiging van mensen, mensen die maar al te bekend zijn,
Waar je niet tegen opgewassen bent,
omdat hun scherpe woorden je steeds weer van binnen raken,
omdat hun blikken je laten weten dat je er toch niet bij hoort, wat je ook probeert,
Die wanneer je ze nodig hebt, je kunnen laten vallen
of wanneer je even niet oplet je plek overnemen.
Kwaadwillenden: ze hebben kwaad in de zin.
Kwaaddoeners: het kwaad dat ze aanrichten, blijft niet in hun hoofd,
maar je krijgt ermee te maken omdat hun slechtheid blijkt in wat ze doen.
Ze hebben het op je gemunt.
Tegenstanders, vijanden, die niets van je heel willen laten: ze willen je verslinden.
En steun is er niet, zo alleen, zegt David: mijn vader en moeder hebben mij verlaten.
Verrassend is dan de steun van God,
want gaat het eerder niet zo dat als de hele wereld tegen je is,
je ook gaat geloven dat God tegen je optrekt en je aanvalt?
Het zijn geen mooie woorden alleen over God als jouw licht, jouw behoud, jouw redding,
nee, ze zijn waar, zoals Zijn naam waar is: Ik zal er zijn, Ik zal er voor jou zijn,
Ik zal je uitredden bij het aanbreken van de morgen.
Omsingeld door vijanden en toch gaat er een deur open:
de deur van Gods heiligdom.
Nergens meer veilig, omdat overal gevaar dreigt en niemand meer te vertrouwen is
en God die je dan bij Hem verbergt, doet schuilen, bij wie je kunt onderduiken,
veilig tegen elk gevaar dat je zou kunnen bedreigen.

Dat heb je altijd al gewild. Het enige dat echt telt, een verlangen dat niet stopte:
Wonen bij God, bij Hem zijn, voor altijd.
Om Hem te mogen zien in al Zijn heerlijkheid,
niet alleen indrukwekkend en groots, maar ook in Zijn tederheid, Zijn schoonheid,
zoals de Heere is voor wie Hem liefhebben, voor wie bij Hem horen.
Zo kun je de Heere ontmoeten. Zo kun je bij Hem blijven.
Je raakt niet uitgekeken op Hem, niet op Zijn liefde, niet op wat Hij doet, niet op Wie Hij is.

Als je dan zo veilig bent bij God, als je dan elke dag bij Hem verkeren, je verdere leven lang
waarom dan dat hartstochtelijke appèl aan God,
een beroep op God om Zijn aangezicht niet te verbergen, om je niet te laten vallen?
Misschien is dat wel een van de grote vragen die een gelovige kan hebben:
Waarom kan er toch die angst je overvallen, terwijl je weet dat de Heere er is,
waarom moet je Hem zoeken, wanhopig zelfs, terwijl je bij Hem mag zijn.
Waarom kun je het gevoel hebben dat je alles kwijt raakt,
terwijl je weet dat je alles hebt, omdat je de Heere hebt.
Waarom net als Petrus, die naar de golven kijkt die om hem heen opspringen
en de wind die hem om de oren suist en als hij dan even Jezus niet meer ziet
naar beneden zakt, de diepte in en alleen maar gered kan worden als Jezus hem grijpt.
Zo ik niet had geloofd – dat geloven is niet iets dat wij zo maar even doen,
niet iets dat ons komt aanwaaien,
maar steeds weer aangevochten wordt, op de proef gesteld wordt
door alles wat ons overkomt.
Elke dreiging weer, elke verandering die het leven op de kop kan zetten,
kan als een rukwind voelen, die het geloof haast omver blaast
En je houdt je hart vast als je geloof het niet meer houdt,
je houdt je hart vast als God er deze keer niet blijkt te zijn,
Zo ik niet had geloofd – in de Psalm wordt het niet afgemaakt.
Daar moet je niet over nadenken, dat is te erg, dat kun je niet aan,
dan blijft er nog minder van je over dan wanneer die vijanden je verslinden.
Ik was vergaan – zo ik niet had geloofd.
Maar is de Heere niet de Alpha en de Omega, de God met wie alles begint
en ook met Wie alles eindigt
en die alles wat er in dit leven tussendoor gebeurt in Zijn hand houdt,
hoe diep ik ook moet gaan.
Als ik dat geloof niet had
en hoezeer de winden rukken aan het geloof,
Hoezeer de donkere wolken boven mijn leven kunnen komen, vol dreiging van noodweer,
als ik niet dat geloof had, niet mijn geloof, maar de Geest die dat vertrouwen wekt.
Wacht op de Heere, houdt moed, geloof dat Hij zal komen, op Zijn tijd.
Je moet dat steeds weer opnieuw tegen jezelf zeggen, jezelf aanspreken:
Wacht op de Heere, verlies niet alle moed, wees sterk,
want Hij is er, Hij zal er zijn. Hij zal je hart sterk maken
en zorgen dat je, wanneer je het zelf dreigt kwijt te raken, je weer geven.
Wacht op de Heere, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken, wacht op de Heere.
Hij die jouw licht is, jouw behoud, Hij is dat niet voor even maar voor altijd,
vanaf het begin van je leven totdat je einde nadert.
En hoe donker het kan worden – en het kan donker worden.
God is mijn licht, mijn behoud. Wacht op de Heere. Amen

Overdenking in de zangdienst van 15 juli 2018. Thema: Zo ik niet had geloofd

Advertenties

Preek zondag 8 juli 2018

Preek zondag 8 juli 2018
Spreuken 3:3

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de afgelopen weken heb ik verschillende trouwdiensten gehad
en stellen langs gehad die in de komende tijd willen gaan trouwen.
Als ik dan hun dienst leid of hen op gesprek heb, vraag ik me wel eens af:
Zijn ze voorbereid op het leven als getrouwd stel, als man en vrouw?
Hebben hun ouders er met hen over gesproken en hen uitgelegd
Wat het betekent om getrouwd te zijn,
om van een ander te zijn, bij iemand anders te horen, iemand te dienen en lief te hebben,
om zelf de verantwoordelijkheid van een gezin te hebben?
Als u kinderen hebt, hebt u het er wel eens over met uw kinderen?
Ooit hoorde ik het verhaal van iemand die toen hij verkering kreeg
van zijn moeder een boekje kreeg over seksuele voorlichting.
Dat werd op zijn nachtkastje gelegd, met als stille hint dat hij dat boek moest lezen.
Erover gesproken werd er niet.
Geldt dat niet voor heel veel belangrijke zaken, dat die niet aangeleerd zijn?
Bijvoorbeeld hoe je een vriendschap sluit en vriendschap onderhoudt?
Tijdens de middelbare school was ik daar al niet goed in
en nadat ik van school ging om te studeren, heb ik vriendschappen verwaarloosd,
Waardoor ik vrienden uit het oog verloor,
omdat er niemand was die mij uitlegde hoe vriendschap werkt.

In Spreuken 3 lezen we over een vader, of over een leraar
die zijn kind of zijn leerling kennis bijbrengt.
Dat is niet alleen maar kennis over hoe je moet schrijven of rekenen, over spelling,
maar het is ook kennis over hoe je met elkaar omgaat,
wat er nodig is om relaties aan te gaan, om een vriend te zijn,
betrouwbaar en oprecht, betrokken en geïnteresseerd.
En dan ook wat je geloof, je band met Christus daarin betekent.
Want geloven is niet alleen iets van je verstand, niet alleen iets van weten,
ook niet alleen iets van voelen, van je hart,
maar geloven heeft ook met je karakter te maken.
Je band met Christus vormt je karakter: maakt je betrouwbaar, integer,
bereid om jezelf niet op de eerste plaats te stellen, maar de ander, de ander dienen.
Bereid om naar het verhaal van de ander te luisteren en uit te laten praten,
en dan niet gelijk met een mening komen of een oordeel.
Als ik Spreuken lees, is het ook belangrijk met wie je omgaat.
Er zijn mensen die je op de verkeerde weg kunnen brengen,
kunnen verleiden om je karakter op het spel te zetten, het werken daaraan te verwaarlozen.
Hebt u uw kinderen geleerd, hoe ze kunnen bepalen wie er betrouwbaar zijn?
Het onderwijs van deze vader (of deze leraar) gaat over de richtlijnen van de Heere,
maar dan niet over regeltjes en over beperkingen,
maar hoe de richtlijnen van de Heere je helpen om echt te leven, om gelukkig te worden,
om iemand te worden op wie je aan kan, met wie je wilt samenwerken en samenleven,
hoe je trouw blijft in je huwelijk, hoe je trouw blijft aan je vrienden,
betrouwbaar voor collega’s en zakenpartners.
Dat is een belangrijke les om te onthouden en in praktijk te brengen.
Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet.
Jongen, vergeet niet wat ik je verteld heb.
Mijn indruk is dat hier iemand aan het woord is, die vanuit eigen ervaring vertelt,
die zelf weer van zijn vader bepaalde lessen geleerd heeft, maar ze vergeten is
en daardoor allerlei fouten maakte, mensen van zich vervreemdde, hen beschadigde,
die thuis te weinig tijd aan zijn eigen vrouw besteedde, te weinig tijd nam voor zijn kinderen.

Mijn jongen, zelf had ik die aanwijzingen in de wind geslagen.
Ik dacht ze niet nodig te hebben, zonder te kunnen. Maak mijn fout nou niet.
Zorg dat je ze in je hart hebt,
want het zijn niet zomaar richtlijnen, maar richtlijnen die met God te maken hebben,
die je helpen om God in je leven te hebben,
ik heb ze geleerd doordat ik vertrouwd raakte met de Bijbel, met Gods Woord.
Als je iets niet mag vergeten, is er maar één plaats voor.
Niet je verstand, niet je hoofd, maar je hart.
Je hart: dat is de plaats van je karakter, wie je bent, de plaats waar Christus woont.
je neemt beslissingen niet met je hoofd maar met je hart,  
volhouden en doorzetten, niet opgeven hebben met je hart te maken.
Zorg dat je daar mijn richtlijnen hebt, wat ik je geleerd heb over Gods regels.
Koester ze als een kostbaar bezit, want je hebt er echt wat aan:
Ze vermeerderen de dagen van je leven.
Kun je dat wel zeggen, dat je invloed hebt op je leven, op hoe lang je leeft?
Want alleen God kan ervoor zorgen dat je langer leeft.
Als je met God leeft, als je je laat leiden door Zijn richtlijnen,
als je je leven en je karakter door Hem laat vormen, daar wordt je leven rijker van.
Dan verdiept je leven zich en zegent God je.
Dat kan inderdaad met een langer leven,
maar dat kan ook met een verdieping: meer oog voor je vrouw en je kinderen,
voor de mensen om je heen,
van de contacten en de relaties met hen genieten, omdat ze door God gegeven zijn.
Om dat te leren, om dat in praktijk te brengen,
is het nodig dat er over verteld wordt, dat het voorgeleefd wordt.
Hebt u dat gedaan? Doet u dat? Vertellen en voorleven?
Alleen als uw kinderen er over horen en het zien, kan het in hun hart komen,
want als ze het horen, hoe komen ze het dan te weten en hoe komt het dan in hun hart?

Misschien zit je hier in de kerk en heb je geen gezin, of bent u wel getrouwd
maar heeft de Heere u geen kinderen gegeven
en je zit hier in een kinderdienst, het kostte al wat moeite om te komen
en dan gaat het ook nog eens over opvoeden van kinderen.
Binnen de christelijke gemeente zijn de kinderen niet alleen van de ouders,
maar van de gehele gemeente.
Als je zelf geen kinderen hebt, dan ben je een voorbeeld voor de kinderen in de gemeente,
want wie zegt dat alle kinderen later een gezin zullen hebben
en dan hebben ze hopelijk aan jou een voorbeeld hoe je als single
een plek hebt in de gemeente en tot zegen van velen kunt zijn.
Vergeet mijn lessen niet. Geef ze een plek in je hart. Ze gelden voor iedereen.
Als je 9 bent zijn, zijn ze misschien anders dan wanneer je 19 bent of 29 bent.
Wat heb je nodig als je 8 bent?
Verschillende van mijn kinderen krijgen extra ondersteuning bij Intraverte
of ondersteuning in sociale vaardigheden:
– hoe maak je contact, hoe groet je iemand, hoe maak je vrienden, wat doe je in een groep,
hoe ga je om met leerlingen uit je klas of je team met wie je niet zo goed overweg kunt
hoe doe je iets wat je niet goed kunt en maar wilt uitstellen of waar je tegen op ziet?
Ik heb dat zelf lang niet altijd meegekregen. Soms zelf moeten uitzoeken.
Sinds zij met die trainingen bezig zijn, ben ik me van bewust
Dat ik als vader mijn kinderen van alles moet bijbrengen en vertellen,
Vertellen hoe ik als kind was.
Afgelopen week kreeg een van onze kinderen een voorlopig advies voor vo
en dat advies was lager dan wijzelf als ouders hadden verwacht.
Dat had er onder andere mee te maken dat hij in bepaalde dingen te snel was
En toen vertelde ik hem dat ik zelf in groep 6 niet meer als eerste klaar mocht zijn.
Mijn vader en moeder moesten zelfs op school komen,
omdat ik met rekenen veel te snel klaar was, ik wilde de eerste zijn
en ik werd daardoor erg slordig en raffelde alles af.
Dat deed ik met veel dingen.
Dat ontdekte ik toen ik een andere orgelleraar kreeg.
Mijn eerste orgelleraar, die ik al heel lang had, was heel makkelijk
te makkelijk voor mij en liet mij niets overspelen.
Dat was weer omdat hijzelf een heel strenge leraar had en zo wilde hij niet zijn.
Het gevolg was dat ik bij heel veel orgelstukken dacht: dat kan ik wel.
Bij de nieuwe leraar ontdekte ik dat ik moest studeren
en ik merkte dat ik daar aardigheid in kreeg in het studeren: noot voor noot.
Ik kreeg ook van een docent van de opleiding de tip om eens te ‘verwijlen’.
De tijd te nemen, over dingen na te denken,
gewoon ergens bij stil staan en dat op je laten inwerken.
Om niet te snel te gaan.
Ik leerde dat ook van mijn schoonmoeder, die ik maar 2 jaar kende
en hoe ziek ze ook was, genoot, zover ze kon van elke dag,
omdat die dag van haar Heere kwam en ze wist dat Hij haar die dag zou dragen.
Ze geven je vele jaren van geluk – maar je moet dat wel willen zien, ervoor open staan!
Er de tijd voor nemen.
zorg dat ze zichtbaar zijn en altijd bij je.
Als ik mijn telefoon aandoe, dan heb ik een foto van mijn gezin op het vergrendelingsscherm
en een foto van mijn vrouw op het startscherm.
Zo draag ik ze bij me, ook al denk ik ook wel zonder die foto aan hen.
Maar het geeft plezier om als ik mijn telefoon pak hen te zien.
Zo moet het ook met de regels van de Heere zijn, die deze vader geeft.
Je draagt ze bij je. Zichtbaar en in je hart.
Schrijf ze erin. Schrijven kost moeite.
Dat heb je geleerd in groep 3: schrijfletters met mooie lussen.
Steeds weer die letters. Ik was er nooit zo goed in
en soms kan ik in mijn haast nu veel te snel schrijven, zodat ik letters oversla.
Nee, neem de tijd voor Gods geboden, draag en koester het onderwijs dat je gegeven wordt
bij je, zodat je het nooit vergeet, schrijf ze in je hart, dat is: in je gedachten, in je karakter,
schrijf ze door je liefde heen, in je band met God.

Ik begon met een trouwdienst of met stellen die willen trouwen.
Tijdens een trouwdienst maak je ook veel van de ouders mee van bruid en bruidegom.
Ze zitten naast hun kind en hun kind maakt een belangrijke stap.
Zal het goed gaan? Ze zou ze wel willen helpen, maar ze moeten het ook zelf doen.
Je wilt ze bewaren voor fouten, maar zelf heb je ook zo van die fouten geleerd.
Gelukkig dat er een God is.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten.
Het is een opdracht en een gebed, een wens, een zegen.
Alleen God kan ervoor zorgen. God, doe dat alsjeblieft.
Er zijn vanmorgen ook kinderen die van de zondagsschool afgaan.
Een hele stap! Kinderen die deze week afscheid nemen van groep 8.
Er is vast heel wat tegen jullie gezegd, wat je moet onthouden.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten.
Het gaat hier om Gods liefde en Gods trouw
Mogen Gods liefde en trouw je nooit verlaten
en mag Gods liefde en Gods trouw zo in je werken, dat je dat naar anderen uitstraalt.
Dat je zelf iets van Gods liefde en trouw laat zien, in je hart, in je karakter in wat je doet.
Amen

Preek zondagavond 24 juni 2018
Handelingen 8:4-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Heilige Geest laat Zich niet tegenhouden.
Net als het water in een beekje niet tegen te houden is.
Op vakantie hebben we dat vaak gedaan: proberen het water in een beek tegen te houden
door een dam te bouwen van hout en stenen.
Het lukt nooit om het water helemaal te stoppen.
Of het stroomt tussen de stenen gewoon door of het stroomt er na verloop van tijd overheen.
Ook de Heilige Geest is niet te stoppen.
Als in Jeruzalem geprobeerd wordt om het werk van de Geest tegen te houden,
stroomt de Geest naar een andere plaats verder, om daar Zijn werk te doen.
De Geest gebruikt daar juist de vervolging voor:
doordat het voor gewone gelovigen gevaarlijk wordt om in Jeruzalem te verblijven,
vertrekken ze naar elders, worden ze verspreid.
Het is de bedoeling dat het aantal volgelingen van Jezus minder wordt,
maar de acties tegen de kerk en tegen de gelovigen hebben juist het effect
dat de volgelingen van Jezus zich verspreiden en het evangelie op andere plaatsen brengen
waar ze niet naar toe zouden zijn gegaan als ze niet gedwongen werden.
De Geest laat Zich niet tegenhouden en gaat op een verrassende plaats aan het werk.
Samaria- het lijkt voor de hand te liggen om daar naar toe te gaan,
als gebied dat het dichtst bij Jeruzalem ligt,
een gebied ook waar de leiders van Jeruzalem minder over te zeggen hebben
dan bijvoorbeeld Galilea, het gebied waar Jezus rondtrok, vertelde en genas.
Toch ligt Samaria niet zo voor de hand.
Er stond dan niet letterlijk een hek om Samaria heen,
er was wel een onzichtbare muur, die de inwoners van Jeruzalem scheidde
van de mensen die in Samaria woonden.
Samaria was heel wat minder dan Jeruzalem, de stad die als heilig werd beschouwd,
omdat daar de tempel stond, het huis waar God op aarde woonde,
De stad van Gods heerlijkheid, waar Zijn naam op aarde was.
Samaria was ook geen Galilea,
waar de mensen in Jeruzalem al hun bedenkingen over hadden.
Galilea was al minder dan Jeruzalem, dat was al bijna heidens gebied.
Samaria was vanuit Jeruzalem gezien nog minder.
Daar dienden ze God op een verkeerde manier.
Je kon niet van hen zeggen dat ze volksgenoten waren. Ze waren anders.
Als je vanuit Jeruzalem kwam, kon je moeilijk aarden in dat gebied
en liep je het risico ontrouw te worden aan wat je in je opvoeding mee kreeg over God.
Als je daar komt, wordt je boodschap niet snel aangenomen.
De mensen zijn er óf vijandig, óf onverschillig.
Of ze moeten je niet en houden de deur van hun huis dicht voor je en hun hart gesloten
Of ze vinden het de moeite niet waard om naar je woorden te luisteren,
ze hebben hun eigen leven, ze willen niet lastig gevallen worden. Ze redden zich wel.
Er is heel wat nodig om de mensen die hier wonen te winnen.
Er is al heel wat nodig om hun aandacht te krijgen, om hen te interesseren.
Juist van dit gebied vertelt Lukas hoe de Geest hier ook aan het werk gaat
en geloof weet te wekken
De Geest doet dat via gelovigen, die daar voor langere tijd moeten zijn,
daar komen als immigrant, als vluchteling, gedwongen om een nieuw bestaan op te bouwen.
Ze brengen het evangelie met zich mee. Ze spreken over Christus.
Ze hebben Jeruzalem achter zich moeten laten vanwege deze Naam
En waar ze komen zijn ze net zo vol van deze Naam.
Ook hier wordt de kracht van Christus zichtbaar door de wonderen die gebeuren.
Ook hier in Samaria wordt het bevrijdende en helende van de naam van Christus merkbaar.

Wees stil, want de kracht van onze God daalt neer op dit moment.

De kracht van de God die vergeeft en ons genezing brengt;
niets is onmogelijk voor wie gelooft in Hem.
Wees stil, want de kracht van onze God, daalt neer op dit moment.

Ook in Samaria zijn er mensen met een verkeerde, een onreine geest in zich.
In de boodschap van Christus gaat het bij onreinheid om je hart,
om welke krachten je toelaat in je hart, wat de bron van je verlangens is
en het is onrein als de kracht die je hart leidt, als je verlangens niet van God komen.
Als er een andere macht is die je hart aanstuurt
en dat kan alleen dan macht zijn die je van God brengt
of je zelfs in de macht van de duivel brengt.
Als ze de boodschap over Jezus horen, vindt er een reiniging in hun hart plaats
en worden ze bevrijd van die verkeerde machten,
niet meer vatbaar voor die verlangens met een verkeerde oorsprong.
Misschien was er voordat er over Christus gesproken werd,
helemaal geen oog voor dat het menselijk hart ten prooi kan zijn aan verkeerde machten
en was er geen aandacht voor machten die je ziel schade kunnen berokkenen.
De naam van Christus heeft een helende en bevrijdende macht.
Dat is ook de reden waarom zending over de hele wereld gaat,
Niet alleen omdat je dan eeuwig behoud kunt vinden in Christus, toegang tot de heerlijkheid,
maar dat de verkeerde machten geen vrij spel meer hebben in je leven:
er wordt de strijd met hen aangegaan. Ze moeten je laten gaan.
De mensen in Samaria, eerst nog zo vijandig of onverschillig, zijn blij met het evangelie,
zijn dankbaar de gelovigen uit Jeruzalem gekomen zijn om hen te vertellen
over deze ene Naam, in wie redding te vinden is: Jezus Christus.
Een stad vol vreugde, vol blijdschap, dankbaar dat ze in aanraking kwamen met Christus.
Hebben wij die vreugde, die er in Samaria is?
Misschien is het een te bekend verhaal geworden,
Waardoor we af en toe, op momenten, wel die blijdschap hebben,
ervaren dat we opgetild worden boven onszelf uit, bevrijding mochten ontvangen,
vreugde om een gereinigd hart, intense dankbaarheid om Christus te mogen kennen.

Er is een onverwachte bekeerling. Ook hier weer verrassend hoe de Geest werkt.
Het is degene die het meest te verliezen heeft bij de komst van de christenen.
Hij was in aanzien, gevreesd misschien wel, vanwege zijn magische praktijken.
Magie heeft twee kanten:
Er is een bepaalde kracht in je, maar in plaats van je een instrument in Gods hand te weten
zoals Filippus en Stefanus dat zijn,
wil iemand die magie bedrijft die macht kunnen beheersen, kunnen manipuleren
En daarmee de God die beschikt over deze macht beheersen en willen manipuleren.
De magiër is niet een schepsel die zich ondergeschikt weet aan God,
maar een schepsel die denkt over God te kunnen heersen
en daarmee wordt de magische kracht, een gevaarlijke kracht,
Een kracht die losraakt van God en daarmee een occulte kracht, vatbaar voor de boze.
Dat is de ene gevaarlijke kant aan de magische praktijk.
De andere kant is dat het een macht waarmee je over mensen kunt heersen.
De macht gebruik je niet om anderen te dienen, maar over hen te heersen,
om hen in je macht te krijgen, hen angst aan te jagen, zodat ze niet tegen je op kunnen.
Magie is ten diepste manipulatie van God en van mensen.
Daarom was het onder Israël verboden
en dat Simon een goedlopende praktijk had in Samaria zegt ook iets
over de geestelijke toestand van Samaria.
De mensen daar kunnen geen onderscheid maken tussen de Geest van God
En de onreine geesten, die je juist van God afbrengen.
Als de christenen in Samaria komen en vertellen over Jezus raakt Simon zijn macht kwijt.
De mensen in Samaria komen nu niet meer naar hem toe,  maar naar Filippus
En Simon raakt ook onder de indruk van de kracht die in Filippus werkt,
Simon moet zijn meerdere erkennen, in Filippus, in de Heer die door Filippus werkt.
Ook Simon laat zich dopen. Ook hij wil van Jezus zijn.

Aan Simon kunnen we zien dat als ons hart gereinigd wordt, bevrijd wordt
geen garantie is dat ons hart vrij blijft.
De Heere Jezus had daar ook tegen gewaarschuwd:
Als een kwade geest uitgedreven wordt, bestaat de kans dat hij weer terugkeert.
Het volstaat niet met een gereinigd hart.
Ons hart moet ook beveiligd wordt, afgeschermd worden,
zodat de kwade geest niet meer terugkomt en nog dominanter wordt (Lukas 11:24-26).
Dat lijkt hier met Simon te gaan gebeuren:
Hij raakt onder de indruk van Petrus, die vanuit Jeruzalem gekomen is
afgevaardigd vanuit de moedergemeente, om te zien wat daar in Samaria gebeurt.
Simon staat vooraan, met zijn neus er bovenop, om te zien hoe deze collega het doet,
om de kunst af te kijken, om te weten hoe hijzelf ook die macht kan krijgen,
hoe hijzelf ook de beschikking kan krijgen over de Heilige Geest.
Simon heeft er veel voor over om de kracht van de Geest ook in zich te krijgen.
Er wordt niet vermeld of Simon er een verkeerde kant mee wil opgaan.
We weten niet of Simon een goede bedoeling had of juist een verkeerde.
Later in de kerkgeschiedenis werd de naam van Simon verbonden aan een praktijk
Waarin iemand met behulp van geld een bepaalde positie in de kerk wil kopen.
Simonie: dat betekent dat je er geld voor over hebt om leiding te krijgen in de kerk.
Het gaat ook verder: simonie is je positie binnen de kerk gebruiken
om er geld aan te verdienen, verdienen aan de Heilige Geest die je kreeg.
De fout daarvan is dat je dan als mens denkt boven de Geest te staan.
MAar zoals de Geest niet is tegen te houden, is de Geest niet te sturen.
Het is ook niet de menselijke handeling van Petrus en Johannes
waardoor de Geest wordt doorgegeven.
God bepaalt hoe de Geest werkt en wie de Geest krijgt.
Hier in Samaria wordt de Geest pas uitgestort nadat de apostelen gekomen zijn,
Terwijl de Samaritanen al wel de doop hebben ontvangen.
In andere gedeelten in Handelingen blijkt dat de Geest niet afhankelijk is
Van wat mensen doen, ook niet in het opleggen van de handen.
Daarom gaat in onze traditie aan het opleggen van de handen om de zegen te geven
eerst een gebed vooraf, waarin we bidden om de zegen.
Ook bij een trouwdienst (komende week heb ik weer een trouwdienst) is er
als het bruidspaar reeds geknield is, voor ze de zegen kriigen eerst een gebed
waarin we als gemeente en als familie de Heere vragen of Hij Zijn zegen wil geven.
God verhoort gebeden en daarom mogen we zeker zijn dat Hij de zegen wil geven.
We mogen zeker zijn van de gave van de Geest, omdat God die gave belooft,
beloofd heeft dat we de Geest kunnen, mogen ontvangen.
Simon moest dat leren, met een harde waarschuwing.
Simon moest leren dat de Geest niet te koop is
en dat Petrus ook de Geest niet als bezit heeft
en dat Petrus niet bepaalt aan wie hij de Geest kan doorgeven.
Petrus is alleen maar een instrument in de hand van de Geest.
Hier een instrument in Gods hand om Simon te waarschuwen
dat hij met vuur speelt door een geldbedrag aan te bieden voor de Geest.
Een serieuze waarschuwing: Simon, dat geld brengt je naar de ondergang.
God is niet te koop – ook Zijn Geest niet.
Denken dat je God kunt kopen is een belediging, een aantasting van Gods eer.
Met geld is zoveel moois te doen: je kunt er armen mee steunen,
je kunt het aan de kerk geven voor onderhoud van de gebouwen,
om de verkondiging van het evangelie mogelijk te maken,
maar het kan ook een verkeerde kracht zijn, die je gaat beheersen
en waardoor je je groter maakt dan je bent,
je wilt boven jezelf uitstijgen – niet omdat de Geest je tot bijzondere dingen in staat stelt,
maar hoger reiken, hoger willen komen, groter willen worden dan goed voor je is.
Je denkt heel wat te zijn en nog meer te kunnen worden,
maar het is maar lucht en leegte, inhoudsloos,
Een dam in een beekje gebouwd dat maar even standhoudt
en dat al verdwenen is als je de volgende dag gaat kijken.
Niets is hier blijvend, niets is hier blijvend, alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan.
Je zult vergaan, Simon, jij en je geld met jou.
Het is de vraag of het hier om een vloek gaat, die door PEtrus uitgesproken wordt,
Een oordeel dat door God wordt overgenomen,
of om een welgemeende waarschuwing, om aan te geven hoezeer Simon met vuur speelt.
Je vernietigt jezelf, je gaat er aan onderdoor, je houdt het niet.
DAt wordt in het Oude Testament gezegd over iemand die voor de afgoden kiest:
Je kiest voor iets dat alleen maar een lege huls is, dat verwaaid in de wind,
weggespoeld wordt door de kracht van het water, het blijft niet overeind.
Zo zul je ook niet overeind blijven, Simon, Want de bron is onzuiver.
Het zit van binnen bij je mis.
Je was gedoopt, omdat je geloofde, omdat de Geest je hart had leeggemaakt
om daar plaats te maken voor Christus, maar nu val je weer terug.
Je kunt zo voor God niet bestaan.

De reactie van Simon is net als die van de luisteraars op het tempelplein
op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem bij elkaar, toen de Geest werd uitgestort.
Simons reactie is er een van verslagenheid: nu raakt hij alles kwijt,
een afgrond die zich opent, door de verkeerde gedachte die hij had.
Dat wil hij niet. Bid voor mij. Simon klampt zich aan Petrus vast: Red mij.
Verwerp mij niet van voor uw aangezicht
Ontneem mij niet uw Heilge Geest o God (Psalm 51:5)
Zo leert Simon, wel op een confronterende manier, dat je om God moet vragen, mag vragen
en dat Hij dan Zich geeft aan wie bij Hem aanklopt met lege handen.
Ik heb niets, U hebt alles. Ik heb het nodig dat U Uzelf geeft.
Simon laat zich terugroepen, als een schaap dat de verkeerde kant op was gegaan,
Hij ziet in wat er mis gegaan is en dat hij vergeving nodig heeft,
dat hij het nodig heeft, dat er voor hem een beroep op God wordt gedaan.
Zo stroomt de Geest ook weer door, de Geest is niet tegen te houden,
zelfs niet door de dommigheid van Simon, bij wie zijn oude mens nog bovenkomt,
de magiër, die over Gods kracht denkt te kunnen beschikken.
Ook in het schuldbesef van Simon zien we dat de Geest doorgaat, niet te stoppen.
En wanneer wij soms uit zwakheid in zonde vallen, moeten wij niet aan Gods genade twijfelen en ook niet in de zonde blijven liggen. De doop is immers een zegel en ontwijfelbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond der genade hebben met God.

Dat we inzicht krijgen in onze zonde, is werk van de Geest
En dat we aankloppen bij Christus is ook de Geest.
Simon laat ons zien dat we niet alleen bij Christus moeten aankomen,
maar dat we ook bij Hem moeten blijven,
dat het niet genoeg is om bij Hem te arriveren, maar dat het net zo belangrijk is
dat Christus doorwerkt in ons hart, in onze gedachten, in onze daden,
dat ons hart, ons karakter gevormd wordt door Hem.
Niet meer van de verkeerde machten, maar verlost uit de macht van de satan
en door Christus bewaard.
Dat we van Hem zijn én van Hem blijven.
Laten we ons corrigeren als dat nodig is?
Zoals Simon de woorden van Petrus ter harte nam?
In die waarschuwing kunnen anderen instrument worden in Gods hand,
De stem van Christus, die we horen via iemand die mens is net als wij,
om ons te waarschuwen en terug te brengen bij Hem.
Ontneem mij niet uw Heilige Geest o God,
laat in uw heil mijn hart zich nu verblijve
n
en richt geheel mijn wil op uw gebod,
dan zal ik zondaars op uw wegen leiden.
Amen

Preek zondagmorgen 24 juni 2018

Preek zondagmorgen 24 juni 2018
Handelingen 6:8-15, 7:54-60

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als je op zondagmorgen de drempel van de kerk overgaat,
besef je lang niet altijd wat er op het spel staat.
Of beseft u dat wel dat van u als christen gevraagd kan worden
om alles te geven, dat het zelfs uw leven kan kosten?
Hier in ons land zal dat niet zo’n vaart lopen en kunnen we ons geloof vrijuit beleven,
maar er zijn heel wat landen op deze wereld waarin het heel wat kost om christen te zijn.
Waar je in een strafkamp terecht kunt komen,
of lang in de gevangenis kunt verblijven zonder dat er uitzicht is op vrijlating.
Er zijn landen waar je als christen met de dood bedreigd kunt worden.
Hier hoeven we geen gevaar te vrezen.
En zolang we maar niet beginnen over wat de juiste kerk is,
hoeven we ook niet bang te zijn voor zo’n heftige discussie als waarin Stefanus is beland.
In een veilig Oldebroek, waar kerkgang en het dienen van Jezus ons niets hoeft te kosten
horen we over Stefanus die zijn trouw aan Jezus moet bekopen met de dood.

Stefanus heeft deze dood niet gezocht.
Hij is niet iemand die bewust het gevaar heeft opgezocht,
maar was alleen maar iemand die vol was Christus, gedreven door de Geest
en de aandacht trok door wat hij in de naam van Christus mocht doen:
Door Gods genade en kracht kon hij bijzondere dingen doen: wonderen en tekenen.
Wonderen, dat wil zeggen: het geloof in Jezus Christus heeft iets bevrijdends,
het bevrijd je uit de macht van de duivel, bevrijding uit banden die knellen.
Het geloof in Jezus Christus heeft iets helends:
het is mogelijk om door Christus genezing, heling te ontvangen.
Het optreden van Stefanus heeft dat bevrijdende, dat helende.
Hij had daarmee de aandacht op zichzelf kunnen vestigen
en laten zien hoe bijzonder hij is en welke bijzondere kracht hem gegeven is.
Als een dienaar van zijn Heer wijst hij echter van zichzelf af.
De wonderen die hij doet zijn ook tekenen: ze wijzen naar Jezus, naar zijn Heer,
naar het Koninkrijk van God dat met Christus gekomen is.
Niet iedereen ziet het mooie ervan, niet iedereen is God dankbaar voor de bijzondere kracht,
voor de genezing van zieken, voor de bevrijding van degenen die door de duivel bezeten zijn
van daden waardoor iedereen onder de indruk komt van Gods goedheid en liefde.
Stefanus heeft tegenstanders en door die tegenstanders wordt hij uiteindelijk gedood.
Kan dat ons ook overkomen?
Kan het ook ons gebeuren dat we onze passie voor Christus met de dood moeten bekopen?
Ja, dat kan ons ook overkomen.
Een van de redenen waarom het verhaal van Stefanus in de Bijbel is opgenomen
is om aan alle christenen te laten weten, dat de mogelijkheid bestaat
dat je gevraagd wordt om alles te geven voor je Heer.
Vraagt u zich dan niet af hoe u het er vanaf zou brengen als u in zo’n situatie zou komen?
Ik vraag het me geregeld af, zeker als ik weer verhalen over de vervolgde kerk hoor:
Hoe zou ik het er vanaf brengen? Zou ik de moed van Stefanus kunnen opbrengen?
Nou, daar gaat het net niet om, in dit gedeelte.
Het gaat niet om de moed van Stefanus, niet om hoe geweldig dapper hij is.
Stefanus is wel een voorbeeld voor ons, maar dan een voorbeeld van hoe de Geest werkt.
Als de Heilige Geest in je werkt, ben je tot verrassende dingen in staat.
Dan doe je iets, dat je niet van jezelf verwacht, dan kun je boven jezelf uitstijgen.
De Geest is in staat om een standvastigheid te geven, waardoor je trouw blijft, volhoudt.
Want met U ren ik door een legerbende, met mijn God spring ik over een muur,

zingt David in Psalm 18
en ook hier gaat het niet om het bijzondere wat David doet,
dat hij in zijn eentje de vijand kan verslaan en een geweldige sprong doet,
maar net als bij Stefanus zingt David ons voor, wat er kan gebeuren
als God aan je zijde staat, de uitredding die God biedt.
Hier bij Stefanus is de uitredding niet dat de dood bespaard blijft
En op een wonderlijke manier aan de dood kan ontkomen,
maar dat als hij gedood wordt, Christus reeds in de hemel op hem staat te wachten
met de armen wijd, om hem door de dood heen te dragen naar Zijn heerlijkheid.
Vrees niet voor degenen die het lichaam kunnen doden.
Dat is heel wat en ik denk dat Christus dat goed aanvoelde dat we bijna allemaal
wel zouden vrezen voor degenen die zoveel geweld kunnen gebruiken
dat we het er niet levend vanaf zouden brengen.
De garantie van Christus is dat er dan ook een uitweg is, een weg door de dood heen.
Hier bij Stefanus kunnen we dat zien:
in zijn laatste minuten ziet hij de hemel open, ziet hij in de hemel boven zich
zijn Heer, zijn Heiland staan.
Hij staat: klaar om Stefanus welkom te heten in de hemelse heerlijkheid.
Kom in, gij gezegende, over weinig ben je getrouw geweest, over veel zal Ik je zetten.

Over de vraag of wij ons leven kunnen geven, of we bereid zijn om te sterven voor Christus
hoeven we dan gelukkig niet na te denken, wel is de vraag aan ons:
Kunnen we die trouw opbrengen? Hebben we alles voor Hem over?
In deze dienst had de Heilige Doop bediend kunnen worden,
dat was ingepland voor deze dienst.
Bij de doop is er ook het besef dat het leven met Christus niet maar iets simpels is.
Opdat zij hun kruis in de dagelijkse navolging van Christus met vreugde mogen dragen. Opdat zij Hem toegewijd zijn met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.
Opdat zij dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven,
door Uw genade getroost mogen verlaten en onbevreesd voor de rechterstoel van Uw Zoon, Jezus Christus, mogen verschijnen.
Er is door de gemeente gebeden, toen u, toen jij gedoopt werd,
dat alles wat je voor Christus doet, dat je dat met vreugde mag doen,
dat als je een kruis te dragen hebt, dat je dat met vreugde doet,
dat als je te maken hebt met tegenstand, omdat je gelooft,
Dat je dan niet moedeloos wordt of teleurgesteld, maar blij en dankbaar
omdat je dan beseft dat je gedragen wordt, dat God zich dan juist laat zien,
dat je dan in de voetsporen van Christus gaat, die ook het kruis gedragen heeft.
als we dopen, brengen we niet alleen kinderen bij Christus
en plaatsen we ze ook op de weg van Christus,
met alle risico’s die deze weg met zich meebrengt,
een weg waarop ze heel wat kunnen tegenkomen aan tegenstand, wellicht vervolging zelfs
en toch zetten we hen op deze weg en laten we hen
net als wijzelf die weg gaan, de weg van Christus gaan, achter hem aan,
een weg van kruisdragen en we vragen God aan het begin van deze weg
terwijl we weten dat het hen veel zal gaan kosten, dat ze met vreugde over deze weg gaan.
Vreugde als ze net als Stefanus bestreden worden,
een vreugde die niet eindigt als ze net als Stefanus weten, dat hun leven zal eindigen.
Het houvast dat we hebben en dat we onze kinderen kunnen meegeven,
dat we zo ook kunnen voorleven is dat we in leven en sterven eigendom zijn van Christus,
dat het sterven niet het laatste is en dat je zelfs dan nog een houvast en troost hebt.
Leeft u dat uw kinderen ook voor?
Kunnen ze aan u merken als vader of als moeder dat deze kracht u draagt,
dat deze troost het fundament onder uw leven is?
Dat je leeft met een open hemel, waar Christus is,
staande bij de troon van God, klaar om je op te wachten als je einde gekomen is
en ook klaar om in te grijpen, om als het Zijn wil is je te bewaren voor de dood.
Die Heer die in de hemel staat, bij de troon van God, in de heerlijkheid van God,

is zelf in de dood geweest en weer opgestaan.
Daar ging de discussie met de tegenstanders juist over,
Stefanus haalde een uitspraak van Jezus aan, die over Zichzelf gezegd had:
breek deze tempel af en Ik zal die tempel weer opbouwen.
Jezus had niet bedoeld dat Hij wilde dat de tempel afgebroken zou worden.
Hij had aangegeven dat het hen niet hielp als ze Hem zouden doden,
want net zoals de tempel die verwoest was weer opgebouwd was,
zou Jezus weer opkomen uit het graf, verrijzen.
Die Jezus die door hen is gedood, staat daar in de hemel, in een bijzondere gestalte:
Als de Zoon des mensen, Christus als rechter, die oordeelt over ons leven,
die bepaalt of wij in Zijn heerlijkheid kunnen komen, of dat we verloren gaan.
Het zijn niet mensen op aarde die over ons gaan,
maar Christus in de hemel die bepaalt wat er met ons gaat gebeuren.
Dat is ons houvast, dat is onze toekomst – ons lot is in Zijn handen.
Hij bepaalt wat ons te wachten staat.
aan Stefanus zien we dat we daar niet in onzekerheid over hoeven te verkeren.
Stefanus krijgt de zekerheid: Christus staat daar, klaar om recht te spreken.
Hij kan zich overgeven, Zijn leven in de handen van Christus leggen:
In uw handen beveel ik mijn geest.

Hiermee geeft Stefanus niet aan, dat zijn leven ten einde is, dat het nu voorbij is,
maar dat hij in Christus’ nabijheid verder leeft
en dat als Christus wil dat hij, Stefanus zal leven, dan zal hij leven.
Dat al wordt zijn leven nu afgebroken door de stenen die tegen hem aan gegooid worden,
hij zal weer opgebouwd worden, zoals Christus als afgebroken tempel herbouwd werd
in de opstanding – Pasen niet alleen voor Jezus, maar ook voor Zijn volgeling.
In uw handen beveel ik mijn geest
– het was het lied waarmee Joodse kinderen gingen slapen.
Ze vertrouwen zich toe in de handen van de Eeuwige, de Schepper.

Maak Uwe weldaan wonderbaar,
Gij, die Uw kindren wilt behoeden.
Voor ’s vijands macht en vreeslijk woeden,
En hen beschermt in ’t grootst gevaar.
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;
Uw zorg bewaak’ mij van omhoog;
Bewaar m’ als d’ appel van het oog;
Wil mij met Uwe vleuglen dekken.

In uw handen beveel ik mijn geest – al word ik afgebroken en vernietigd,
Gods werk wordt niet vernietigd, maar gaat door.
Al lijkt de kerk een slag te krijgen met de dood van deze Stefanus
die in woorden en daden zoveel voor de kerk mag betekenen:
Zijn opvolger staat al klaar.
Het is de meest onwaarschijnlijke opvolger die er is.
Het is degene in wie de haat tegen Christus oplaait, die instemt met de dood van Stefanus
En die het vonnis over Stefanus doortrekt naar andere volgelingen van Jezus.
Zij moeten ook gedood worden.
Saulus, die er bij staat, begint een vervolging van christenen zoals er nog niet was.
Zoals Stefanus gedood wordt, zo moet Christus’ gemeente vernietigd worden.
Juist hij is degene die gegrepen wordt, juist via hem werkt de Geest verder.
Hij is degene die door de Geest als opvolger van Stefanus bedoeld is.
Niet alleen voor mijzelf geldt dat ik in leven en sterven geborgen ben bij Christus,
dat geldt ook voor de kerk.
Totdat Christus terugkomt, zal er een kerk zijn, omdat Christus waakt over de kerk.
De kerk, dat is niet de gemeenschap van allemaal geweldenaars,
Voor al degenen die uit zichzelf wel even op een vijandelijk leger afstormen,
of zelf zo handig zijn, of krachtig om over een hoge muur te kunnen komen,
de kerk dat is de gemeenschap van degenen die hun kracht in Christus zoeken,
die het van Hem verwachten,
die een open hemel boven zich weten, juist als er op aarde geen uitweg meer is

Toen Jezus geboren was, kwam er een engel die het goede nieuws kwam brengen.
Hij bracht ook het licht mee: de heerlijkheid van God kwam over de herders.
Zij stonden in het licht van Gods heerlijkheid.
God kwam op aarde in al Zijn heerlijkheid en de herders mochten daar in delen,
zij werden daarin opgenomen.
Nu ziet Stefanus diezelfde heerlijkheid, niet op aarde maar in de hemel,
maar hij ziet ook dat die heerlijkheid toegankelijk is voor wie gelooft, benaderbaar,
een poort wijd open.
Stefanus wordt zelf een engel die het goede nieuws brengt aan de mensen
die hem zullen gaan doden.
Hij waarschuwt hen, maar geeft ook in zijn heengaan een getuigenis:
Reken hen deze zonde niet toe.
Hij weet, dat ook zij eens voor Christus moeten verschijnen. En dan?
Er staat wat op het spel: voor hem, Stefanus,
maar ook voor degenen die hem gaan doden.
Ook zij kunnen delen in Gods heerlijkheid, daarin opgenomen worden.
Ze kunnen het ook afwijzen, ook zijn boodschap die voor hen bedoeld is afwijzen,
zoals ze eerder steeds alle profeten hebben gedood.
Stefanus beseft dat ze die last niet kunnen dragen: Reken hen die zonde niet aan.
Zij kunnen daarmee niet voor U verschijnen. Dat kunnen ze niet.
Zou ik dat kunnen, dat gebed bidden dat Stefanus bidt,
de woorden van Jezus nasprekend die ook om vergeving bad
voor degenen die Hem aan het kruis brachten?
Kan ik die trouw opbrengen van Stefanus?
Gij wilt uw kinderen behoeden.
En tegelijkertijd, zolang we nog op aarde zijn, hoort het gebed er bij:
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;

Uw zorg bewaak’ mij van omhoog;

Bewaar m’ als d’ appel van het oog;

Wil mij met Uwe vleuglen dekken.
Amen

Preek zondag 17 juni 2018

Preek zondag 17 juni 2018
Schriftlezing: Handelingen 6:1-7

Gemeente van onze Heere Jezus,

Peter wil graag iets voor de ouderen van de kerk doen.
Hij heeft als diaken gemerkt dat er in de zomer heel wat ouderen zijn,
Die zich alleen voelen, omdat de kinderen op vakantie zijn
en veel activiteiten van de kerk een aantal maanden stil liggen.
Hij heeft het er met een paar andere gemeenteleden over.
Ze denken mee en er ontstaat tijdens een avondje nadenken
het idee om in de zomer voor de ouderen een maaltijd klaar te maken.
De ouderen van de gemeente krijgen een uitnodiging om te komen
en de maaltijd zal door het groepje klaar gemaakt worden.
Ze bedenken wat ze allemaal zullen klaarmaken voor die avond.
Omdat het een avond is die met de kerk te maken heeft,
wordt er ook gekeken naar een paar liederen die ze samen kunnen zingen die avond.
Peter en de anderen hebben er steeds meer zin in
en ze hopen dat het een mooie avond zal worden,
een avond waarop de ouderen de gemeenschap ervaren
en weten dat er in een tijd waarin zij zich alleen voelen ook aan hen gedacht wordt
en dat ze de avond een verrijking voor hun leven met Christus vinden.
Als die avond er is, blijkt het inderdaad een mooie avond te zijn.
Er hebben best wat ouderen zich opgegeven.
De organisatoren en de ouderen genieten zichtbaar van deze avond.
De kater komt enkele dagen later, als Peter benaderd wordt door een oudere,
die hem nogal boos aanspreekt en vraagt waarom hij niet uitgenodigd is.
Peter schrikt als hij op deze manier aangesproken wordt
en weet even niet wat hij moet zeggen.
Hij stamelt maar wat: ‘We hebben niemand bewust overgeslagen.
Het moet een vergissing zijn geweest. Ik zal nakijken wat er mis is gegaan.’
Als ze bij elkaar komen voor de evaluatie blijken de anderen ook aangesproken te zijn.
Ze denken na over wat er mis is gegaan
en dan komen ze erachter dat ze vooral de ouderen hebben uitgenodigd die ze kenden,
van wie ze zeker waren dat ze bij de kerk hoorden.
De gemeenteleden, die klaagden dat ze niet waren uitgenodigd,
hebben ze niet bewust gepasseerd. Daar was geen opzet bij.
Ze denken samen erover na,
hoe ze in het vervolg kunnen voorkomen dat ze gemeenteleden passeren.

In de gemeente van Jeruzalem gaat het ook mis,
waardoor er gemeenteleden klagen over de gang van zaken.
Lukas vertelt niet helemaal duidelijk waar we aan moeten denken.
Het gaat om weduwen, die alleen maar Grieks spreken
en niet het Aramees of het Hebreeuws beheersen.
Waarschijnlijk vrouwen die uit het buitenland waren teruggekeerd
en in Jeruzalem – voordat ze over Christus hoorden – hun eigen synagogen hadden.
Het is alleen niet duidelijk of deze vrouwen worden gepasseerd bij het uitdelen
en dat zij minder voedsel uitgereikt krijgen dan de vrouwen die Hebreeuws spreken.
Een vrouw van wie de man overleden was, was vaak aangewezen op de steun
van familie of van de mensen om haar heen
en dan kon ze vanuit de kerk gesteund worden.
Of gaat het er juist om dat ze bij het uitdelen van de gaven worden overgeslagen
en dat niemand hen gevraagd heeft om een taak op zich te nemen?
Het NT wordt ook gemeld dat weduwen een taak binnen de gemeente kunnen hebben.
Waarom zouden we gelijk moeten denken aan vrouwen die hulp moeten krijgen
en niet aan vrouwen die mee doen in het bestrijden van de nood die er is.

Er is ook onduidelijkheid over wat de oorzaak is dat deze vrouwen niet gezien worden.
Lukas lijkt de nadruk meer te leggen op de oplossing van het probleem,
zodat de eenheid binnen de gemeente niet verbroken
wordt door onenigheid tussen twee groepen.
De reden waarom ik toch wat langer wil stil staan bij de mogelijke oorzaken
is dat in vers 1 wordt gesproken over het aantal leerlingen van Jezus Christus dat toeneemt.
Er komen mensen bij de gemeente die over Jezus hebben gehoord,
Die in hun hart openstellen voor Christus.
Dat is voor hen niet alleen iets van hun hoofd, iets waar ze over nadenken,
het is niet alleen iets van hun hart, een soort innerlijk gevoel,
maar het heeft effect op hun hele leven.
Ze willen in alles leerling van Jezus zijn: ze willen hun geloof ook in praktijk brengen.
We zagen dat de afgelopen weken hoe verschillende leerlingen van Jezus Christus
geraakt waren door het evangelie, door de woorden en de daden van Christus,
Dat ze akkers en huizen verkochten om de armere gemeenteleden te kunnen steunen,
zodat zij geen gebrek zouden hebben.
‘ Bovendien is het door die Geest dat wij als leden van één lichaam met elkaar
in ware broederlijke liefde verbonden worden, zoals de heilige apostel spreekt:
Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn,  één lichaam,
want wij allen hebben deel aan het ene brood.’  (avondmaalsformulier)
Ze willen naar het evangelie leven. Elke keer weer opnieuw.
De Heilige Geest werkt in hun hart en dat komt in hun handelen naar buiten.
Het zijn geen opportunisten of mensen die slechts in naam christen zijn,
maar er ook echt naar willen leven.

In de gemeenschap van mensen die echt willen leren van Jezus,
die Zijn woorden willen bewaren in hun hart en ernaar willen leven,
worden vrouwen over het hoofd gezien, vrouwen die weduwe zijn en alleen Grieks spreken.
Ik dacht altijd dat dit komt, omdat de gemeente groter werd,
dat het een gebrek aan organisatie was en de apostelen daar gewoon niet aan toe kwamen.
Nu ik er zo mee bezig was in de afgelopen week denk ik dat er iets anders speelt.
Heeft het met de taalbarrière te maken dat ze niet worden betrokken?
Of heeft te maken met een ander netwerk, waarbij ze de juiste connecties missen,
waardoor ze over het hoofd worden gezien?
Komen ze niet in beeld omdat ze onbekend zijn?
Dat kan ook in de kerk nu nog gebeuren: je kijkt al gauw naar de mensen die je kent.
Hen benader je en betrekt ze erbij, hen nodig je uit voor activiteiten,
zoals dat gebeurde bij de activiteit die Peter had georganiseerd.
Zonder dat je er van bewust bent, sla je mensen over die er wel bij horen,
omdat je ze niet kent, omdat je geen connectie met ze hebt.
Misschien gaat het nog wel dieper en hebben de vrouwen die Grieks spreken
met hun achtergrond in het buitenland wel een minder strakke manier van leven,
zoals christenen in Nederland in gebieden waar weinig christenen zijn
vaak heel andere regels hebben over wat je wel en niet doet, bijvoorbeeld op zondag.
Dan was de gedachte: laten we deze vrouwen maar niet inzetten,
want stel dat er gezinnen zijn die een heel strikte manier van leven hebben,

dan kunnen zij zich storen aan de vrouwen met minder strikte regels
of kunnen die vrouwen, zonder dat ze het weten, voor anderen een bron van ergernis zijn.
Wat er ook aan de hand is, voor de apostelen gaat het om iets heel fundamenteels,
om iets dat de identiteit van de gemeente op het spel zet.
Als ze dit door laten gaan, dan is de gemeente geen gemeente van Jezus Christus meer.
Ze geven de vrouwen die klagen gelijk,
niet om ervan af te zijn, maar omdat ze merken door de klacht die de vrouwen hebben
Dat er iets grondig mis dreigt te gaan in de gemeente van Christus,
Waardoor de gemeente zou ophouden te bestaan.
De gemeente kan dan nog wel bij elkaar komen, maar kan dan niet meer zeggen
dat ze zich door Jezus laten leren en dat ze van Hem zijn.
Het is een zaak die de hele gemeente aangaat en daarom wordt iedereen erbij geroepen.
Dit gaat iedereen aan.
‘Het is niet goed als wij ons met de tafels bezig moeten houden,’ zeggen ze.
Je kunt dat zo opvatten dat ze bedoelen dat ze te druk zijn met wezenlijker zaken
en dat zoiets kleins als tafelschikking, bepalen wie welk eten mag krijgen
en wie ingeroosterd wordt voor het bedienen en opscheppen aan tafels minder is
dan het werk dat de apostelen doen.
Maar ik denk dat het juist niet om iets minderwaardigs gaat.
Hoe het aan de tafel toe gaat, is een praktische uitwerking van het geloof.
Als je aan tafel gaat, naast wie je plaats neemt, wie ingeroosterd worden voor het bedienen,
wie er allemaal eten krijgen – dat heeft allemaal te maken met de band met Christus.
Het is helemaal niet minderwaardig om daarmee bezig te zijn.
De 7 mannen die gevraagd worden zijn nodig om juist toe te zien
Dat de leer van Jezus niet alleen maar iets van het hoofd is of van het hart,
onzichtbaar voor anderen, een leer die geen betekenis heeft voor je omgang met anderen.

Integendeel: juist daar aan de tafel komt het christenzijn tot uitdrukking.
Zoals je op een dorp niet alleen door op zondagmorgen of op zondagavond laat zien
dat je christen bent door naar de kerk te gaan,
maar op maandag ook hoe je met je buren omgaat en je collega’s,
hoe je op het voetbalterrein je christenzijn niet in de kleedkamer achterlaat bij je tas,
maar meeneemt het veld op in respect voor de tegenstander en de scheidsrechter,
oog voor de mensen die daar zijn, voor de supporters die wat achteraf staan
en er zo te zien niet bijhoren niet te negeren maar hen ook te betrekken.
Dat over het hoofd zien, dat vergeten anderen te betrekken kan heel onbewust gebeuren.
Daarom zijn er 7 wijze mannen nodig, die meer zien, die zien hoe het tussen mensen werkt,
hoe relaties functioneren, die aan de manier waarop mensen aan tafel gaan
merken wanneer er iemand wordt overgeslagen en daar wijs op kunnen reageren.
Wijsheid is in de Bijbel altijd iets praktisch, iets dat je doet vanuit je geloof,
dat je in praktijk brengt wat je geleerd hebt van Christus.
Je bent opgenomen in Gods gemeenschap, als een schaap dat afgedwaald was,
Teruggebracht en daarom krijg je een scherp oog voor degenen die dreigen af te haken
omdat ze het idee hebben dat er voor hen geen plek is in de gemeente.
Al is dat wellicht een gevoeligheid van hun kant.
Er zijn mannen nodig die niet gelijk beledigd raken als deze vrouwen klagen
Dat ze gepasseerd worden, maar beseffen dat het echt om iets wezenlijks gaat.
Ze hebben de Geest ontvangen die hen helpt om situaties in te zien en te handelen.
Zodat de gemeente weer gemeente is.
Want als deze mannen hun taak niet op zich nemen, kunnen de apostelen niet werken.
Het blijft alleen maar theorie dat aan de buitenkant blijft, het bereikt je hart niet,
je gaat er niet naar leven. Het evangelie van Christus verandert je niet.
Deze mannen worden aangesteld om de gemeenteleden te helpen om Christus’ woorden
in praktijk te brengen en ernaar te leven.
Als je naar de namen kijkt, zijn het mensen die vertrouwen genieten van de vrouwen}
die eerder hebben geklaagd dat zij niet gezien zijn.

Omdat vroeger gedacht werd dat het in dit gedeelte ging om een probleem bij het uitdelen
en er arme gemeenteleden werden overgeslagen, zag men hier het begin van de diakonie.
Dat was ook de reden waarom ik dit gedeelte had gekozen voor de preek.
Om ook na te denken over onze diaconale roeping als gemeente.
Dat is niet alleen een taak voor diakenen, maar voor elk gemeentelid
en het is de taak van diakenen om die roeping te stimuleren.
Alleen is het de vraag of hier het begin van de diakonie ligt.
Het heeft wel iets moois om hier het begin van de diakonie te zien.
Want dan zou de diakonie begonnen zijn bij de tafel,
je zou zelfs kunnen zeggen bij de avondmaalstafel, bij het gedenken van Christus’ dood.
Elke keer als het avondmaal is, hebben ook diakenen dienst.
Dat is niet alleen maar omdat het praktisch is, maar dat is omdat de diaken aan de tafel
ons eraan herinnert dat het leven met Christus altijd een praktische kant heeft,
naar de mensen om ons heen.
In het trouwformulier: Vergeet daarbij niet, dat uw gezin deel uitmaakt
van een grotere gemeenschap.
U draagt ook een bredere verantwoordelijkheid:
voor de medemens in nood, voor de kerk en voor de maatschappij.

Vanavond komt het evangelie tot ons als een opdracht:
om het leven met Christus in praktijk te brengen, in relatie tot de mensen om ons heen.
Het evangelie is nooit alleen maar een opdracht.
We kunnen deze opdracht nooit uitvoeren zonder de kracht van God, zonder Zijn Geest.
Als je leest in Handelingen 6 kun je je afvragen of God wel aan het werk is.
Er wordt niets gezegd over wat God doet.
Er gebeurt wel van alles, maar heeft dat met God te maken?
Allereerst kunnen we zien dat de Heere werkt door de groei van de leerlingen,
niet alleen in aantal, maar ook in diepgang, in hoe levens veranderd worden.
Zouden we ook niet in de klacht van de weduwen Gods hand mogen zien,
die de gemeente herinnerd aan haar roeping?
Moeten we als gemeente niet meer open moeten staan voor wat God ons te zeggen heeft?
Vanmorgen was ik in de gemeente(n) waarin ik bevestig ben als predikant.
De predikant die zij wilde beroepen, had aangegeven niet beroepen te willen worden.
Dat was een teleurstelling. De gemeente moet weer verder zoeken naar een predikant.
Tegelijkertijd hoorde ik hoe gemeenteleden zelf bepaalde taken opgepakt hadden
en dat gemeenteleden zelf op pad gingen om ouderen van 75 jaar en ouder te bezoeken.
Ze kwamen bij mensen, die op papier nog wel lid waren, maar al lang niet meer kwamen.
Ik hoorde het verhaal dat iemand die bezoek ontvang graag wilde dat er gebeden werd
En dat ze graag het krantje Lichtspoor weer wilde krijgen,
want dat gaf ze weer door aan een zus en die gaf het ook weer door aan een ander.
Wanneer het in de gemeente niet loopt, zoals wij graag zouden willen zien
kan het zijn dat de Heere ons iets wil leren en de ogen wil openen voor wat onze roeping is.
De apostelen laten zien dat ze die les van God oppikken
en ze betrekken de gemeente erbij en ook in de keuze van deze 7 mannen
kunnen we Gods hand zien.
In onze kerkelijke traditie word je niet zozeer geroepen door een uitzonderlijke ervaring
maar is het appèl dat de gemeente op je doet om een taak te vervullen al Gods roepstem
die je niet zomaar naast je neer mag leggen zonder erover na te denken.
Er zijn 7 mannen te vinden die wijs zijn en die de Geest hebben – ook Gods hand!
Nadat deze mannen zijn gezegend – ook Gods hand – en zijn aangesteld
gaat de groei van de gemeente weer verder: Het woord groeit.
Mensen die de woorden horen, nemen die woorden ter harte
en veranderen hun levens – hun levens worden veranderd door de woorden van Christus.
Dat levens veranderen, wordt ook voor de buitenwereld zichtbaar.
Buiten de kerk wordt gemerkt dat er binnen de kerk een andere omgang is met elkaar.
Een band van liefde, openheid, betrokkenheid op elkaar, omzien naar elkaar.
Geloven is niet alleen iets van de zondag of iets dat onzichtbaar is,
maar het effect wordt zichtbaar.
Anderen zien dat Gods Geest hier in deze gemeenschap werkt.
Ze willen er meer van weten, ze komen en gaan geloven.
De gemeente die groeit is de gemeente die bereid is te luisteren,
bereid is om op zoek te gaan naar wat er mis gaat en dat laat corrigeren
omdat ze merkt dat de Heere Zelf daarin een weg wijst.
Zo wordt ze een instrument in Gods hand,
de liefde van God die ontvangen wordt, wordt doorgegeven,
maar niet zonder dat die liefde ons veranderd.
We worden andere mensen – anders naar God toe en anders naar elkaar.
Daarmee worden we weer, zoals we geschapen zijn: beelddragers van God.
Anderen kunnen aan ons zien wie God is, niet dat wij dat wel even doen,
maar Hij gebruikt ons om Zijn liefde en genade uit te stralen op anderen te nodigen. Amen

 

Preek zondagavond 10 juni 2018

Preek zondagavond 10 juni 2018
Handelingen 4:32-5:11

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Bijbel kent een aantal aangrijpende verhalen.
Ook het plotselinge sterven van Ananias en Saffira is zo’n aangrijpend verhaal
dat de Bijbel aan ons doorverteld.
Het is een gedeelte uit de Bijbel dat je niet zomaar even leest uit de Bijbel,
maar een verhaal dat indruk maakt, waar je wel over na moet denken,
omdat het confronteert,
confronteert met God, Wiens heiligheid hier in het geding is.
Dat het plotselinge overlijden van Ananias en Saffira, direct nadat hun leugen bekend wordt,
zorgt voor diep ontzag voor God bij de aanwezigen kunnen we goed indenken.
Welke boodschap er uit te halen valt voor de komende week is nog niet zomaar duidelijk,
of het moet de waarschuwing zijn, dat God niet met zich laat spotten,
dat je God niet kunt bedriegen.

Er komen gelijk wel vragen als je het gebeuren van Ananias en Saffira leest:
Waarom zo’n zware straf, dat ze direct overlijden,
een plotselinge dood die blijkbaar door de aanwezigen wordt gezien
als een ingrijpen van God die deze misstap van deze twee mensen niet door de vingers ziet.
En waarom krijgen zij geen mogelijkheid om tot inkeer te komen,
terwijl eerder in het Bijbelboek Handelingen voor degenen van wie Petrus zegt
dat ze Jezus aan het kruis hebben gebracht wel een mogelijkheid is om te bekeren
En hun zonden vergeven te krijgen.
Waarom is er voor deze twee mensen geen tweede kans, geen bekering, geen vergeving?

Een van de boeken die ik er met preken maken op na sla, zegt:
Probeer altijd in een preek evangelie te brengen.
Deze man heeft zelf een voorbeeld gegeven van hoe je toch evangelie kunt brengen
als er in een gedeelte het evangelie ontbreekt of lijkt te ontbreken
met een preek over Genesis 3.
Maar hoe je hier in het gebeuren van Ananias en Saffira evangelie kunt vinden
dat vraagt wel het nodige aan denkwerk, aan zoeken. Wat heeft het ons te zeggen?

Wat mij opviel bij het lezen, is dat er het steeds om hart gaat en om voeten.
Als in hoofdstuk 4 vers 32 gesproken wordt over de eenheid die er in de gemeente is,
Wordt er gesproken over een éénheid van hart en ziel.
Ik denk dat het niet zomaar is.
In de Bijbel is het hart meer dan als wij over hart spreken.
Bij ons heeft hart vooral te maken met liefde voor iemand,
of met compassie, betrokkenheid op iemand.
Als de Bijbel spreekt over ons hart, dan is dat breder.
In je hart gebeuren ook alle beraadslagingen die je hebt, alle overdenkingen en gedachten,
De beslissingen die je neemt, worden altijd vanuit het hart genomen.
Hart dat is welke innerlijke gevoelens je hebt, emoties,
Je hart, dat is wie je van binnen bent.
Ziel lijkt daar trouwens op –  ziel dat is de gesprekken die je in jezelf hebt:
Hart en ziel, dat is ook waar God de mens aanspreekt.
Dat is niet alleen maar een innerlijk gebeuren, dat ben je helemaal.

Nu wordt van de eerste gemeente gezegd dat ze één van hart en één van ziel zijn.
De Heilige Geest werkt zo in de gemeenteleden dat er een verbondenheid groeit.
Niet alleen een verbondenheid waarbij ze elkaar opzoeken,
maar er ook een diepe verbondenheid groeit, een innerlijke betrokkenheid op elkaar.
Hier is geen gemeentelid die van een ander zegt: Ben ik mijn broeders hoeder?
Hier zien we de kracht van de Heilige Geest: mensen die elkaar voorheen niet kenden,
groeien samen, worden één van hart en één van ziel.
Mochten er mensen zijn, die voorheen heel erg met zichzelf bezig waren,
egocentrisch gericht, zichzelf in het middelpunt zetten: de Geest geeft hen een nieuw hart
en opent de deuren van hun hart voor de ander.
Dat het hart opengaat voor Christus is al een hele bekering,
maar dat het hart van iemand voor een ander opengaat, dat je bekeerd wordt
van een houding waarbij je alleen maar op jezelf gericht bent, is niet minder ingrijpend.

Dat is, zoals we hier zien, gevolg van een hart dat open gaat voor Christus,
dan gaat het hart ook open voor anderen.

Er ontstaat een sfeer van een open hart voor elkaar, een sfeer van verbondenheid,
omzien naar elkaar, zoals je dat in elke gemeente graag zou zien.
Er is niemand die iets tekort heeft.
Als er iemand in de gemeente is, die iets tekort heeft,
dan is er een gemeentelid dat het financieel goed heeft.
Hij verkoopt een stuk land, of verkoopt zelfs een huis,
zodat degene die in de knoei komt te zitten, geen eten meer heeft, geholpen wordt.
Het verschil tussen rijk en arm valt weg.
Ze hebben alles gemeenschappelijk, schrijft Lukas.
Dat wil niet zeggen dat iemand zomaar kan beschikken over de bezittingen van een ander
of dat je bij lidmaatschap van de gemeente al je bezittingen moet afgeven.
Maar het is een delen in elkaars noden en zorgen, bijspringen wanneer dat nodig is.
Weten van elkaar, wanneer je iets nodig hebt.
dat hoeft niet verborgen te blijven uit angst voor schaamte er niet meer bij te horen.
Hier blijkt dat het geen theorie is, niet alleen een mooi verhaal
dat de gemeente één van hart en één van ziel is, maar praktijk, werkelijkheid.
Zo had God het bedoeld.
Het is steeds weer een terugkerend patroon: Als het nodig is, laat iemand in de gemeente
zijn of haar hart spreken, verkoopt iets binnen de gemeente de nood te lenigen.
Het gebeurt helemaal vrijwillig, niemand wordt gedwongen.
Het gaat Lukas niet om hoeveel, om wie er allemaal meedoen,
maar om het gebaar van vrijgevigheid – liefde van Christus die het hart opent voor anderen.


In het hart van Ananias en Saffira gaat het mis.
Hoe kan dat gebeuren dat in een hart dat aan Christus toebehoort het zo mis kan gaan?
Het is ook de vraag die Petrus aan Ananias en Saffira stelt:
Hoe heeft de duivel jullie hart weer terug kunnen veroveren?
Ananias en Saffira – ze lijken op iemand die de sfeer niet goed aanvoelt,
niet ziet wat er echt in een groep gebeurt, niet merkt dat het om het hart gaat,
hoe je je van binnen opstelt.
Ze zien alleen maar wat er aan de buitenkant gebeurt.
Blijkbaar heeft het gebeuren van Barnabas iets bij hen losgemaakt.
Barnabas die een stuk land verkoopt en de opbrengst van het land bij de apostelen brengt.
Hij legt het geld aan de voeten van de apostelen – daar zijn de voeten.
Steeds als er geld aan de gemeente wordt gegeven wordt dan aan hun voeten gelegd.
Dat hebben ze gezien, Ananias en Saffira.
en wat ze ook hebben gezien – of misschien dachten ze dat bij de anderen te zien,
want alleen God kan in het hart van anderen kijken,
en hoe vaak zitten wij niet mis in het beoordelen van anderen?
Wat ze hebben gezien is dat Barnabas een speciale plek innam
omdat hij een bijzondere naam van de apostelen gekregen heeft: zoon van vertroosting.
Iemand die in staat is om anderen op te beuren,
of een ander zo kan aanspreken dat de ander zegt: Je hebt gelijk, ik moet het anders doen.
Iemand die met gezag een ander kan corrigeren
en op het juiste spoor kan brengen: het spoor van Christus.
Met ernst en bewogenheid. Met humor als dat nodig is.
Iemand die je in het hart kan raken en daar integer en zorgvuldig mee omgaat.
Deze Barnabas heeft gemerkt dat er weer behoefte is aan een bijdrage aan de gemeente
en hij verkoopt een stuk land.
Er wordt niet bij vermeld welk stuk land – of het een stuk land is op Cyprus of in Israël,
er wordt ook niet verteld hoe hij aan het stuk land kwam,
terwijl in de Bijbel wordt gezegd dat een Leviet geen grondbezit mag hebben.
(Maar vanaf de 1e eeuw voor Christus zien we vaker dat een Leviet een stuk land heeft,
Vooral Levieten in de diaspora, Levieten die buiten Israël wonen)
Er wordt ook niet gezegd dat hij geloofde dat de Wederkomst zo dichtbij was
dat hij het stuk land niet meer nodig heeft.
Hij verkoopt en legt de opbrengst bij de voeten van de apostelen neer.

Daarna gaat het gelijk door naar Ananias en Saffira.
Het wordt niet gemeld, maar je krijgt de indruk dat ze zien wat Barnabas doet.
Dat ze zien welk effect dat op de andere gemeenteleden heeft:
hoe Barnabas in achting stijgt, hoe er met waardering over hem gesproken wordt.
Er zijn uitleggers die vinden dat dit gedeelte op Genesis 3 lijkt:
Na de paradijselijke toestand binnen de gemeente, de eenheid, nu de zondeval.
Hoe ze – net als Adam en Eva – zich vergrijpen.
Er is een spreekwoord: Het bederf van het beste is het slechtste.
Maar het verschil is dat het anderen er niet in meegesleurd worden in deze val.
Er wordt ook een vergelijking gemaakt met Achan, die na de val van Jericho
een kleine schat vindt en dat niet afdraagt aan Jozua, maar het voor zichzelf houdt.
In ieder geval bij alles wat ze gezien hebben aan de handeling van Barnabas,
Ze hebben niet de reden gezien, ze hebben niet gezien dat zijn hart open ging,
dat hij anderen binnen de gemeente wilde troosten, bemoedigen, aansporen met zijn gift.
Het lijkt erop dat ze een gebaar willen maken, waardoor zij ook dat aanzien kijken.
Hoe mensen hen meer bewondering en respect behandelen:
Dat zijn Ananias en Saffira – zij hebben er ook een akker voor over gehad
en dat geld brengt Ananias bij de apostelen.
Hij doet Barnabas na, legt het ook aan hun voeten neer.
Hij heeft alleen een deel achtergehouden, met medeweten van zijn vrouw Saffira.
dan gebeurt hij waar hij niet op gerekend had:
Niet de eer en de bewondering: zo, Ananias, heb je dat allemaal voor de gemeente over.
Maar een scherpe vraag naar zijn hart, naar het waarom van zijn daden.
Waarom doe je zo, Ananias?
Het is een scherpe, verdrietige Petrus:
Ananias, waarom heb je je hart weer uitgeleverd aan de satan.
Je was door Jezus’  kracht toch bevrijd?
Het is de tactiek van de satan: eerst door druk van buitenaf de gemeente uiteen te drijven.
Tegenstand die er door de leiders van het volk is, apostelen die gevangen genomen worden.
Nu is het de tijd voor de tweede stap: als de gemeente één van hart is,
Wil de satan verdeeldheid brengen, zodat de eenheid van Christus verdwenen is
en hij vindt de zwakke schakel in het hart van Ananias en SAffira.
Niet het geld dat Ananias met medeweten van Saffira achterhoudt is het eerste probleem
dat door Petrus aangekaart wordt, maar Petrus raakt gelijk dieper:
Ananias, je hart is niet meer van Christus, er is een ander in je hart gekomen
en hij maakt nu de dienst uit – Ananias, waarom toch?
Petrus rekent het zwaar aan: bedriegen van de Geest.
Als we niet zien wat de ernst is van je hart weer opnieuw openstellen voor satan,
wat het aangrijpende is van de Geest bedriegen, dan begrijpen we dit verhaal niet.
Dan is het vooral verbijsterend en geeft het een vraag waarom God bedrog zo zwaar straft.
Het is in ieder geval niet dat Ananias het kan afschuiven:
Hij wordt verantwoordelijk gehouden. Waarom heb je dat gedaan?
Moet je nu zeggen dat Ananias niet echt heeft geloofd?
Dat zijn geloof maar voor een tijd was? Een schijngeloof? Dat het was voor anderen?
Om gezien en geprezen te worden?
Petrus gaat die kant niet op, maar roept hem wel ter verantwoording: Waarom?
Waarom ben je weer teruggevallen in dat oude leven? Waar is je hart dat vernieuwd was?
Waar brengen je voeten je?
Als je je door de duivel laat meenemen, dan kom je op de verkeerde weg.
Als je naar de apostelen toegaat om daar waardering en aanzien te verdienen,
een plek in de gemeente te hebben doordat je een aanzienlijk bedrag afstaat,
dan heb je daar niets aan als je niet werkelijk arm kunt worden.
Dan niet arm in de zin dat je geen geld meer hebt, maar arm van geest.
dat je merkt dat je de Heilige Geest nodig hebt,
zo nodig dat je die niet kunt bedriegen
en dat het nodig is jezelf te onderzoeken: welke Geest of geest laat in mijn leven toe?
Is het de Heilige Geest of is het juist een geest die mij van Christus afbrengt?
Ananias wil zijn hart niet afgeven, wil zijn leven niet verliezen.
wil wat verliezen – misschien wel een flink bedrag – maar niet zichzelf.
Het is niet het geld dat het probleem is.
Het is het hart, wat daarin omgaat en wat uit je hart naar buiten komt,
welke keuze er gemaakt wordt.
Het gaat om je voeten, naar wie je toe gaat en met welke reden.
Of je gaat om te winnen, of dat je gaat om iets te verliezen en daarmee alles te winnen.

Het hart van Ananias was niet voor anderen open.
Ja, hij hunkerde wellicht naar bewondering, naar hoe mensen tegen hem opkeken,
maar zag de gemeenteleden niet als gelijken, gelijkgestemden,
met dezelfde behoeften als hij, dezelfde worstelingen wellicht.
De gemeente is voor hem niet één hart en één ziel,
maar meer een podium, een plaats om applaus te krijgen,
gemeenteleden publiek die voor hem en zijn vrouw klappen.
Gemeenteleden zijn geen mensen, geen medemensen, een kinderen van God.
Ananias verbreekt de eenheid van hart,
niet vanwege het onrecht dat er binnen de gemeente is, niet vanwege een misstand.
Dan mag de eenheid verbroken worden voor het hogere doel,
Dat de gemeente weer op de weg van Christus komt.
Hier wordt de eenheid verbroken voor het pad dat hij voor zichzelf had uitgestippeld.
De gemeente is heilige grond, laat de Heere zien.
Het gaat om het werk wat de Geest doet – dat is het evangelie
en hier zien we een kant van hoe mensen daar aan voorbij gaan
of hoe ze dat werk van de Geest graag hun eigen kant om buigen
om er zelf van te profiteren.
Zo ver laat God het niet komen. Ananias sterft.
Als Saffira komt om het verhaal van haar man te bevestigen,
Te volharden in het kwaad, in de zonde
– zoals de gemeente volhardt in het breken van het brood, in de gebeden, in het omzien –
dan zijn de voeten van degenen die haar man begraven hebben, reeds te horen.
Het zijn niet de voetstappen van de vreugdeboden, die met de boodschap komen
Hoe lieflijk op de brengen de voeten van degene die het goede nieuws brengt
Geen boodschap van vrede, maar van oordeel.
Dat er grote vrees in de gemeente komt is goed te begrijpen.
Het is alleen geen vrees die op verbijstering lijkt, maar diep ontzag,
bewondering voor Gods heiligheid.
Ik heb ooit college gehad van een hoogleraar OT uit Zuid-Afrika,
die had voorgesteld om de vreze des Heren te vertalen met liefde, diepe liefde, vol ontzag
zoals een christen opkijkt naar de gemeente.
Hier wordt de groep mensen in Jeruzalem voor het eerst gemeente genoemd:
Ekklesia – bij elkaar gebracht om Christus heen, door de Geest,
Bewaard bij Christus – door diezelfde Geest. Mensen die het gemeen hebben
dat ze geloven, dat ze vertrouwen, dat ze hun leven overgeven, hun hart,
alles wat ze hebben aan Christus, omdat Hij hen alles geeft:
Getrouwe Heer’, Gij wilt mijn goed, mijn God, Mijn erfenis en ’t deel mijns bekers wezen. Amen

Preek zondag 10 juni 2018 morgendienst

Preek zondag 10 juni 2018 morgendienst
Wieringerwaard – Viering Heilig Avondmaal
Handelingen 2:37-47

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het avondmaal is bedoeld om onze band met God én de band met elkaar te versterken.
Door naar het avondmaal toe te leven, door aan de tafel aan te gaan,
door daar te zitten en brood en wijn te ontvangen wordt de band met Christus versterkt.
Daar is het avondmaal voor bedoeld: om zo weer intens met Christus bezig te zijn,
beseffen dat je Hem nodig hebt, om je zonden vergeven te krijgen,
om een nieuw leven te krijgen,
om gevoed en gesterkt met Christus, vergeven en vernieuwd, je plek weer in te nemen
in de kerk, in deze wereld.
Om daar ook de liefde, de barmhartigheid van God die je ontvangen hebt uit te stralen.
Over vergeving lezen we in Handelingen 2.
Op de Pinksterdag in Jeruzalem zegt Petrus tegen de aanwezigen op het tempelplein:
Jullie hebben Jezus gedood en wat jullie nu zien
is Geest van diezelfde Jezus die jullie gedood hebben, want Hij is opgestaan uit de dood.
Wat moeten we doen?, vragen die aanwezigen.
Petrus zegt: Bekeer je, want God heeft een geweldige belofte voor jullie:
Je kunt vergeving ontvangen én je kunt de Heilige Geest ontvangen.
Dat is onderdeel van diezelfde belofte: God geeft vergeving én geeft Zijn Geest aan ons.
We zien dat ook in het avondmaal.
We horen over vergeving die God door Christus wil geven.
In de afgelopen week bent u daar misschien wel heel erg mee bezig geweest.
U hebt nagedacht over uw eigen geloof, uw band met Christus
En je merkte dat er heel wat aan schortte,
Dat je geloof niet zo geweldig is als je van iemand mag verwachten
die de liefde en genade van God in Christus heeft ervaren.
Dat je leven niet zo geweldig is als je van een volgeling van Jezus zou verwachten.
Je kunt vatbaar zijn voor begeerten, die je op het verkeerde pad brengen, bij Jezus vandaan
Daar hebben we vergeving voor nodig: God die onze fouten vergeeft.
We hebben nodig dat ons hart van binnen gereinigd wordt.
In het avondmaal bevestigt Christus opnieuw: de vergeving is er.
Kom maar bij Mij aan tafel en ontvang brood en wijn,
Die wijzen naar Golgotha, waar Ik Mijn leven voor je gaf.
Als je het brood eet, dan proef je de vergeving, dan proef je de liefde.
Als je de wijn drinkt en in je voelt komen, dan weet je dat Christus je van binnen reinigt.
Je krijgt niet alleen vergeving.
Je krijgt nog meer, want er is iets nodig – Iemand nodig, om je hart te bewaren bij Christus,
om de leegte die er gekomen is, nadat je hart gereinigd, schoongemaakt is,
Te vullen, zodat de duivel niet de kans grijpt om in die leegte terug te komen.
God geeft ook Zijn Heilige Geest.
In het avondmaal gaat het ook om die belofte.
Als je hart gereinigd is door Christus, komt de Heilige Geest in je hart.
Hij zorgt ervoor dat je bij Christus blijft.
Deze belofte, zegt Petrus, is voor jullie, voor jullie kinderen en voor degenen die ver weg zijn
Een ruime belofte van Christus, de liefde stroomt naar je toe, maar stroomt ook verder.
Nodigend, op zoek naar een hart, waarin de liefde van Christus mag komen.
Aan het avondmaal wordt de band met Christus verdiept.
Ook de band met elkaar wordt verdiept aan de tafel van Christus.
We lezen dat ook in Handelingen 2: De gemeente die bij elkaar komt.
Er is trouw in de gemeente, de stap naar Christus is geen bevlieging
die enkele weken later weer over is.
Steeds weer komen ze bij elkaar om te luisteren wat de apostelen vertellen over Christus,
komen ze bij elkaar om elkaars verhalen aan te horen en hun ervaringen te delen.
Steeds weer merk ik hoe dat ook de onderlinge band verdiept,
Als je met elkaar optrekt, in een Bijbelkring, een gesprekskring,
of ‘s zondags voor of na de kerkdienst met elkaar spreekt over wat je bezighoudt.
Dat verbindt met elkaar, je wordt betrokken op elkaar en het verdiept je band met Christus,
Ze zoeken elkaar steeds weer op, de onderlinge gemeenschap groeit.
Ze geven niet op, als het even niet zo stimulerend is.
Ze blijven niet weg, maar ze geven niet op, ze gaan er steeds mee door.
Mensen die weinig met elkaar hadden,
misschien alleen maar het toeval dat ze in Jeruzalem waren juist op dat moment,
mensen die elkaar voorheen niet kenden, ze worden broeders en zusters.
Ook dat is een steeds voortdurend proces. Ze komen bij elkaar om het brood te breken.
Dat is avondmaal vieren, maar dat is ook een gemeenschap buiten het avondmaal om.
Het zijn de gewone maaltijden.
Je kunt niet over hen zeggen: op zondag, of bij het avondmaal is er een gemeenschap,
maar doordeweeks heb je niets met ze. Ze zoeken elkaar steeds weer op
om elkaar te stimuleren de weg van Christus te gaan.
De gemeenschap met Christus opent de ogen voor de mensen om je heen.
Als ze bij elkaar zijn, vergeten ze de band met God niet.
Ze bidden voor elkaar en met elkaar.
Als ze elkaar opzoeken staat de deur naar God open.
Christus leeft en door het gebed kunnen ze Hem zoeken, kunnen ze Hem vinden.
Ook dat vraagt om trouw en volhouden, niet zomaar opgeven.
Omgekeerd brengt de gemeenschap van Jezus’ leerlingen je weer bij Christus.
Met elkaar zoek je Zijn aangezicht in gebed.
De gemeente groeit in eenheid, samen gaan ze op weg.
Het is voor Lukas hét bewijs dat de Heilige Geest Zijn werk doet
dat het waar is wat Petrus zei: de belofte is ook voor hen.
Vanuit de gemeenschap gaat er ook iets naar buiten uit:
Buiten de kerk raken ze onder de indruk van de onderlinge liefde, de trouw in praktijk.
Dat brengt mensen bij de kerk, bij God. Is het een ideale gemeente daar in Jeruzalem?
Nee, daar gaat het niet op. Het gaat om de openheid voor de Geest
die Christus brengt en daarmee vergeving, een nieuwe start,
die je versterkt in de band met Christus, met elkaar
en zo gesterkt je plek in te nemen, in de kerk, in de wereld om je heen
om daar de liefde van Christus, die je vandaag mag ontvangen, door te geven. Amen