Psalm 82

Psalm 82

Psalm 82 is een bekende psalm in de uitleg van het Oude Testament, omdat er gesproken wordt over de raad van goden die in de hemel bij elkaar komt. Uit de omringende culturen is zo’n raad van goden bekend. Net als de aardse koning had de hemelse hoofdgod een hofhouding, waarbij allerlei lagere goden als adviseurs en uitvoerders aanwezig waren om de troon van deze god. In deze psalm wordt zichtbaar dat het Oude Testament oud-oosterse kenmerken heeft.

De vraag bij deze psalm is: gaat het om hetzelfde fenomeen: rondom God een raad van lagere goden? Dat is om twee redenen een vraag:
– Men geloofde in het oude Israël toch dat er maar één God is? Waarom kan men dan spreken over een raad van goden?
– Als dit bij andere, omringende goden bekend is, heeft het oude Israël dan iets van hen overgenomen? Met andere woorden: is men beïnvloed door de omringende Kanaänitische godsdiensten?

In de uitleg wordt er vaak gekozen voor 3 opties:

  1. In deze psalm gaat het om de dood van de goden, die hun plicht als goden niet nagekomen zijn.
  2. In de psalm gaat het om aardse rechters die geen recht spreken en aan hun einde komen.
  3. De keuze is een verkeerde, omdat bij onderdrukking door aardse machthebbers er altijd goden achter hen staan en bij goden die hun aardse plicht niet nakomen dat altijd tot uiting komt door middel van aardse machthebbers.

Wie is er in deze psalm aan het woord?
Een belangrijke vraag bij deze psalm is wie er aan het woord is. Duidelijk is dat in vers 8 een mens aan het woord is. Meestal wordt aangenomen dat in het begin de God van Israël aan het woord is. Het is echter ook mogelijk om er vanuit te gaan dat in de hele psalm er een mens aan het woord is.

Gaat deze psalm over de God van Israël?
Meestal wordt in het Oude Testament de God van Israël aangeduid als HE(E)R(E). In deze psalm ontbreekt deze naam. De vraag is of deze psalm wel over de God van Israël gaat. Omdat deze psalm in het boek van de Psalmen is opgenomen mag je daar toch vanuit gaan. Er zijn ook wel meer psalmen waar niet over HEER, maar over God gesproken wordt. Blijkbaar maakt dat in poëtische teksten als de psalmen niet uit.

Wat doet de God van Israël in deze psalm?
In deze psalm wordt niet verteld dat de God van Israël de raad van de goden voorzit. Dan zou hij zitten. Aangezien hij staat, heeft hij de rol van aanklager. Hij klaagt de andere goden aan dat zij hun taak niet nakomen. De God van Israël roept hen ter verantwoording.

Waarom wordt er over de raad van goden gesproken?
Het is vreemd dat er over een raad van goden gesproken wordt, omdat in veel gevallen het Oude Testament ervan uit gaat dat er maar één God is. De andere goden kunnen wel in de gedachten van mensen bestaan en worden wel vereerd, maar ze zijn lucht en leegte, hebben oren maar horen niet.
Hier wordt over de raad van goden gesproken omdat de andere goden worden aangeklaagd. Die goden staan symbool voor de landen om Israël heen, die allemaal hun eigen beschermgoden hebben. Deze goden worden door de God van Israël aangeklaagd voor hun onverschilligheid en wreedheid.
Het gaat hier niet om een abstract of leuk theorietje over goden in de hemel, maar het gaat hier wat er op aarde gebeurt. De psalm staat in de buurt van psalmen die spreken over de inval van andere volken in Israël (Psalm 74, 79, 80). Israël heeft te lijden onder het geweld van de andere goden, omdat hun onderdanen in Israël huishouden. Terwijl het de taak voor een god is om te zorgen voor de armen, de weduwen en andere kwetsbaren in het land (vers 3-4)
Doordat de goden hun taak niet nakomen is de gehele wereld in gevaar: het is duister en de fundamenten van de aarde wankelen. In het Oude Nabije Oosten was er een verband tussen het slechte gedrag van de mensen en het voortbestaan van de wereld: door slecht gedrag (onderdrukking, uitbuiting, oorlog, plundering) raken de fundamenten uit het lood en dreigt de wereld in te storten. De goden doen niets. Nu moet de God van Israël wel ingrijpen. met het einde voor die andere goden als gevolg. Zij stortten ter aarde. Zij verliezen hun macht en hun einde is nabij. Het einde van een god wordt zichtbaar in het einde van een rijk of dynastie. Hoe machtig de landen zich nu tonen (en daarmee hun goden), het einde van die wereldrijken komt er aan en wordt door de God van Israël bewerkstelligt.

Psalm 82 gaat dus over de val van de wereldrijken vanwege hun geweld. Dat wordt verteld in de vorm van goden die hun onsterfelijkheid kwijt raken. Het gaat dus om het tegenovergestelde van apotheose: hoe machtig een wereldrijk is, er komt een einde aan als de God van Israël dat bepaalt.

Een vergelijkbare tekst is: Jesaja 14, waar de val van het rijk van Babylon wordt verteld als een val van de god van Babylon uit de hemel. De zo onsterfelijk geachte god valt van zijn hemelse troon en komt in het dodenrijk terecht. Zijn we daar altijd zo bang voor geweest, vragen de anderen in het dodenrijk zich verbaasd af.

 

Preek zondagavond 28 april 2019

Preek zondagavond 28 april 2019
Schriftlezing: Psalm 30

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Met Pasen vieren we dat Jezus is opgestaan uit het graf, dat Hij de dood overwon.
Hij was sterker dan de dood. Het graf kon Hem niet vasthouden.
Dat Hij de dood overwon en sterker is dan de dood, heeft ook voor ons betekenis.
Wie in Christus gelooft, zal eens opstaan uit het graf en een nieuw leven ontvangen.
Zoals Jezus een nieuw, een verheerlijkt lichaam kreeg,
zullen ook wij een nieuw, verheerlijkt lichaam ontvangen.
Dat zal later zijn, als Christus terugkomt en ons uit het graf zal doen opstaan.
Ook als we hier nog op aarde leven, kan God laten zien dat Hij sterker is dan de dood.
We zingen dat graag:
Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naadren van de dood volkomen uitkomst geven.

Van zo’n ervaring zingt Psalm 30 ook: de dood in ogen gezien,
het had niet veel gescheeld of er moest afscheid genomen worden van het leven.
Met één been in het graf
En dan ook nog eens onverwacht: : in mijn zorgeloze rust zei ik, dat ik niet zal wankelen.
Als je onverwacht opeens stil gezet wordt, moet ervaren dat je leven kwetsbaar is,
dan is dat vaak een hele schok.
Als je altijd goed gekund hebt en je krijgt opeens gezondheidsklachten,
kan dat hard aankomen, helemaal van slag zijn.
OF als je jong bent en nog allerlei plannen hebt en allerlei idealen,
dan weet je ergens wel dat je geen eeuwig leven hebt
En dat het ooit een keer ophoudt, maar als je altijd goed kunt,
schuif je die gedachte voor je uit. Dat komt later wel.
Totdat er opeens wat gebeurt, iets onverwacht, met jezelf of met iemand anders.

Hier in deze Psalm is ook iemand aan het woord, die er ook niet op gerekend had
en een crisis overvalt hem en alle zekerheid die hij had, bleek niets te zijn.

in mijn zorgeloze rust zei ik, dat ik niet zal wankelen.
Iemand die het leven neemt als een vanzelfsprekendheid.
Vanzelfsprekend ben ik gezond. Dat hoort bij mijn leeftijd.
Vanzelfsprekend bruis ik van energie. Dat hoort bij deze levensfase.
Vanzelfsprekend dat ik alles kan.
Ook het geloof kreeg iets vanzelfsprekends: God is er.
Je bidt om Gods zegen en Hij geeft die.
Je hebt het goed en daarin mag je de zegen van God zien,
als bevestiging dat je op de goede weg bent.
Mij kan niet gebeuren – dat zeg je vaak als je in de kracht van je leven bent,
Als je merkt dat allerlei plannen hebt, die je ook tot uitvoer kunt brengen.
Je denkt bij jezelf: Ik kan de hele wereld aan.
Alleen als het vanzelfsprekend gaat worden, dan ga je denken dat het altijd zo zal zijn
Het leven zoals je hebt als vanzelfsprekend nemen,
Dan denk je er niet over na dat het wel eens anders zou kunnen zijn.
Realiseert u zich wel eens, dat je leven zoals je nu hebt, helemaal op de kop kan staan?
En ben jij je ervan bewust dat je leven wel eens helemaal kan veranderen
Als je vader ziek wordt, of je leven heel anders zou zijn als je een beperking zou hebben
en alles wat je nu kunt doen helemaal niet zo vanzelfsprekend is?
Hoe zou je erop reageren?

Hier in deze psalm verwoordt David, dat hij er niet op bedacht was
en dat toen alle vanzelfsprekendheid uit zijn leven weg was
hij in een diepe crisis belandde: in een donker gat viel.
Hij spreekt over een graf, een kuil waarin hij terecht gekomen is.
David spreekt over de Sjeool, het dodenrijk.
Dat is ongeveer het ergste wat je kan overkomen,
want dan ben je afgesneden van alles en iedereen, onbereikbaar en je kunt niet meer terug.
Het is een duister waarin je gevangen wordt gehouden,
Waarin alles wat je hebt afgebroken wordt, er blijft niets van je over.
In de psalmen wordt geregeld verwoord, dat je daar zo diep weggezonken bent,
dat je voor je gevoel zelfs niet meer door God bereikt wordt
En dat als je roept naar God je het idee hebt dat je stem gesmoord wordt
en je noodkreet niet aankomt bij God.
Het aangrijpende hier is dat deze crisis door God gestuurd wordt.
Je kunt dat lang niet van alle crises zeggen.
Vaak weet je niet, waarom je iets overkomt, waarom je zo in een donker gat valt.
Hier heeft het te maken met die vanzelfsprekendheid,
vergeten dat je leven een geschenk is, dat Hij dit alles heeft gegeven,
dat wat je hebt aan gezondheid en kracht van de Heere komt,
dat Hij de basis van je leven is.
De crisis heeft hier een oorzaak: toen U Uw aangezicht verborg.
Dat is een huiveringwekkende ervaring,
want dat is zoiets als dat God zich uit je leven terugtrekt en je loslaat
en wat blijft er dan van je over?
De grond valt onder je voeten weg, er blijft niets meer van je over.
Alle bescherming is weg.
Waarschijnlijk moeten we denken aan een ernstige ziekte.
Iemand die kerngezond is, getroffen wordt door een virus of bacterie,
Waardoor hij opeens moet vechten voor zijn leven en hij zo hard achteruitgaat
Dat je je afvraagt of iemand het nog haalt.
Het gaat hier in deze psalm om een crisis waarin alles afgenomen wordt:
gezondheid, vertrouwen in jezelf en zelfs geloof en zelfs de aanwezigheid van God.
Want het graf, de kuil waarin hij dreigt weg te zinken, het dodenrijk,
dat is een gebied waar God niet komt, waar je onbereikbaar bent voor God.
Althans, dat is een gedachte die vaker opduikt in de psalmen.

Toch vanuit de plaats waar David onbereikbaar was voor God, zo was zijn ervaring,
komt zijn noodkreet toch bij God aan en hij werd door God vastgepakt en eruit getrokken.
Dat is al een eerste teken van Pasen:
dat je als mens ook in de diepste duisternis niet onbereikbaar bent voor God,
dat Hij je eruit omhoog kan trekken en je met beide voeten op de grond kan zetten.
Dat de duisternis niet meer de macht over je heeft
En dat de gevangenis, waarin je gevangen zat, open blijkt te zijn:
uit het graf gered, uit de kuil omhoog getrokken. Uit het dodenrijk uitgeleid.
Al wordt de naam van Christus hier niet genoemd,
we kunnen hier wel iets zien van wat Pasen betekent:
Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood volkomen uitkomst geven.

Dat roept wel de vraag op: als Davids gebed in de hemel aankomt
en God aanzet tot redding van David, hoe zit het dan met de andere gebeden,
die ook opgezonden zijn, maar die niet verhoord zijn.
Of de momenten waarop er geen tijd meer was voor gebed, zelfs geen schietgebed,
zoals de drie kerken die afgelopen zondag, die tijdens de paasdiensten,
tijdens de viering van de opgestane Heer, werden getroffen door aanslagen.
Ik denk dat iedereen hier wel kan aanvullen met verhalen
over iemand uit je eigen familie- of vriendenkring.
Het is beide waar: die kleine lichtpuntjes, waarmee er iets van Pasen zichtbaar wordt.
Iemand die ernstig ziek is en moet vrezen voor haar leven
en toch onverwacht er bovenop komt of nog een tijd krijgt om te leven,
na een ernstig hartfalen toch weer opknapt en weer mag opkrabbelen.
Tegelijkertijd is dat andere waar: dat er anderen zijn voor wie het te laat was,
die het niet overleefden.
Het wonder en de tragedie – ze zijn allebei waar,
waarbij het wonder ons hoop geeft, iets laat zien van de opstanding van Christus
en de tragedie iets laat zien van de wereld die nog zucht.
De worsteling die er kan zijn, een roepen naar God: Hoor, Heere, red mij,
laat mij niet neerzinken.

Hier in deze psalm wordt verhaald van het wonder, de uitredding,
God die vastgrijpt en optrekt.
Er gebeurt meer dan redding alleen.
De relatie met de Heere wordt hersteld.
Het wordt heel subtiel verwoord en je zou er bijna overheen lezen.
Met het vastgrijpen en omhoogtrekken brengt God David niet terug in zijn vorige leven
dat voor hem vanzelfsprekend was.
Het is niet de bedoeling dat David zijn vanzelfsprekende leven verder voortzet.
Er moet wel iets veranderd zijn, namelijk dat vanzelfsprekende weg.
DAt David zijn lesje geleerd heeft, kunnen we zien aan hoe hij God aanspreekt.
Hij zegt: Heere, mijn God: vers 3, vers 13.
In de duisternis die hem overviel, de crisis waar hij in raakte,
begon het hem te dagen dat hij God kwijt was, dat God zich verborgen hield.
Hij miste God in zijn leven.
Dat was de reden waarom dit hem overkwam.
De Heere kan soms voor ons gevoel een harde manier kiezen om te komen in ons leven.
Dat doet Hij niet bij iedereen, maar Hij kan het wel.
Als we zelf een heel leven opgebouwd hebben,
dat zo vanzelfsprekend is dat we er geen plek voor God hebben,
kan Hij dat vanzelfsprekende leven afbreken.
Niet omdat Hij een hekel aan ons heeft, maar omdat Hij ziet
dat het vanzelfsprekende leven een luchtkasteel is,
dat we ons iets voorspiegelen, dat helemaal geen waarde, geen houvast heeft.
Hij breekt dat af, niet om een leven met leegte te geven,
maar om ons op Hem te bouwen, om ons echte vastigheid te geven,
een fundament onder ons bestaan.
De vreugde die hier verwoord wordt, is niet alleen een vreugde om langer te mogen leven,
om te merken dat God inderdaad kan, wil en zal redden van de dood.
Het is de vreugde om God weer terug te hebben, om van Hem te zijn
om te kunnen zeggen: mijn God, we zijn weer samen.
Vanuit die ervaring wil David opnieuw beginnen met zijn leven.
In vers 1 staat dat dit lied geschreven is voor de inwijding van Davids huis.
Zijn huis moet aan God gewijd worden.
Dat kan een huis van hout of steen zijn dat net is afgebouwd.
Dat gebeurt in bepaalde christelijke tradities wel,
dat bij de bouw van een huis of bij de intrek in een nieuw huis
dat nieuwe huis wordt ingewijd met Gods zegen of met gebed.
Hier gaat het allereerst om de inwijding van een huis van hout of steen.
Maar vanuit de ervaring dat hij weer opnieuw mag beginnen,
dat hij van de Heere een tweede kans krijgt, wil hij zijn hele bestaan aan God wijden.
Waar ik thuis ben, dat is niet meer van mij, maar van U.
Vanuit het besef dat wat ik heb, heb ik alleen maar gekregen van U.
Het is een geschenk. Het is niet van mijzelf. Ik heb het hooguit in bruikleen gekregen
en als U het terug vraagt moet ik het zonder mankeren terug kunnen geven.

Een andere manier om te oefenen in het besef dat je leven niet vanzelfsprekend is,
maar dat wat je gekregen hebt van de Heere komt
En dat kun je oefenen door God te loven: Uw naam wil ik groot maken, prijzen.
Loven heeft twee kanten: het is allereerst aan God gericht, dankbaarheid naar Hem toe.
Loven is ook gericht aan de gemeenschap: je roept anderen op om in te stemmen,
mee te doen, zodat zij ook zien dat wat ze hebben van God hebben.
Dat ze niet een crisis nodig hebben om te weten te komen wie God is
en welke plek Hij in je leven inneemt.
Loven is ook vertellen: wat God doet. Dat Hij je heeft gered.
Dat jij in je eigen leven een glimp van Pasen mocht opvangen,
Dat je zelf mocht ondervinden wat Pasen kan betekenen.
Dat je het leven terug krijgt en door Gods genade opnieuw mag beginnen.
Er is verandering gekomen in je leven, door God.
Van verdriet in vreugde, van toorn in liefde, van tranen in gejuich,
de klacht weggenomen en nu kun je dansen van vreugde.
Je hoeft geen rouwkleed meer te dragen, niet meer te treuren,
omdat de tranen zijn gedroogd en het rouwkleed voor een mantel van vreugde is ingeruild.
Geen afstand meer tot God, maar Heere, mijn God.
Niet meer God die Zijn aangezicht voor je verbergt en je in het diepe stort,
maar de Heere, die Zijn hand uitsteekt en je omhoog tilt en een hernieuwd leven geeft.
Niet meer de vanzelfsprekendheid, maar de wetenschap: U hield mij in het leven.
Wat gebeurd is, de donkerheid, de crisis hoeft niet weggestopt te worden,
maar wordt mee doorverteld, maar wel binnen het grote verhaal,
dat God in liefde en zorg op ons leven betrokken is,
Zijn liefde die een echo vindt in ons, opgevangen en beantwoord wordt.
De Psalmen zijn het antwoord van Israël op wat God doet.
Hier is het antwoord: dankbaarheid.
Hier is het antwoord: nooit meer vergeten dat het leven eens zo vanzelfsprekend was
dat er geen plek meer voor God was.
Nooit meer vergeten dat wanneer God zich terugtrekt er niets meer van me overblijft.
OOk altijd blijven herinneren, dat hoe diep ik ook zink, Hij neerdaalt om mij te redden.
Hij ging zelf het graf in, liet zich binden, ging de duisternis binnen,
om die macht te breken en een weg eruit te banen.
Legde ik mij in het rijk van de dood, ook daar bent U.
Overal waar ik ben, elke plek op deze aarde is een plek waar GOd kan komen
waar Hij machtiger is dan welke vijand ook, sterker dan de dood, de duivel of welke macht.
De psalm eindigt met een persoonlijke vreugde – ik hoop dat het ook uw vreugde is:
Mijn ziel zal voor U zingen en niet zwijgen. Heer, mijn God ik wil U eeuwig loven.
Amen

Vragen bij de dood van Simson (Richteren 16:22-31)

Vragen bij de dood van Simson (Richteren 16:22-31)

  1. Magdel le Roux, Richteren (2018), p. 321: ‘Het hele leven van Simson was eigenlijk een grote rebellie tegen zijn roeping. Hij had geweten van zijn roeping als nazireeër, maar wilde eerder, net zoals een gewone man, feesten houden, trouwen en hier en daar wat bakkeleien om zijn kracht ten toon te spreiden. Hij was tegen zijn wil door YHWH geroepen en kon daar niet uit ontsnappen, al probeerde hij van alles.’
    Snapt u dat Simson zich wil ontworstelen aan deze speciale roeping en vooral een gewone man wil zijn? 
  2. God kan Zich laten zien in het tegenovergestelde van wat wij gewend zijn van God. Er wordt ook wel gezegd: ‘God kan met een kromme stok een rechte slag slaan.’
    Waarom zou God dat in de tijd van Simson doen? Waarom zou hij zo’n onmogelijke richter als Simson gebruiken? Wat betekent dat voor het herkennen van Gods weg in onze tijd? 
  3. Magdel le Roux, Richteren (2018): ‘Meer dan enige andere richter verpersoonlijkte Simson het decadente Israël van zijn dagen.’ Simson laat dus zien hoe het met Israël gesteld is.
    Kunt u een voorbeeld geven, waarin voor u duidelijk wordt hoe het met onze maatschappij of met de kerk is gesteld? 
  4. In het verhaal van Simson gaat het om de strijd wie de ware God is: de HEERE of Dagon. Dagon lijkt te overwinning te behalen, maar juist dan laat de HEERE hem een nederlaag lijden.
    Hoe maak je in onze tijd uit wie de ware God is of waar God werkt? Kijk je dan naar succes? Of naar iets anders? 
  5. In de uitleg wordt het gebed van Simson op twee manieren uitgelegd: (1) als een een persoonlijk wraakgebed, (2) als een gebed om Israël te wreken. Welke keuze zou u maken en waarom? Zou God vandaag onze gebeden kunnen gebruiken als ze egoïstisch zijn gekleurd? Waarom wel / niet? 
  6. De dood van Simson verbroedert. Werd hij eerst door zijn volksgenoten verraden, nu wordt hij door zijn familie opgenomen en geëerd door bij zijn vader begraven te worden.
    Wat betekent dat voor ons oordeel over mensen? Bijv bij een in memoriam? 
  7. Simson wordt ook wel gezien als iemand die iets laat zien van Christus. Op welke manier zou u de lijn van Simson naar Christus trekken?


Jaap Zijlstra – Simson, een lied


Zegevierend komt hij schijnen
als een zon bij dageraad,
nacht en nevel moet verdwijnen,
al het Filistijnse kwaad;
Simson met z’n zeven lokken
als een vloed,
Simson met z’n hartsgeheimen
en hun gloed.

Kiest het bijenvolk een woning
in de koning der natuur,
die een prooi was, proeft de honing
van het overwinningsuur.
Wat is sterker dan een roofdier,
jong en fel?
Dat wat zoeter is dan honing,
wonderwel.

Vossen, kleine rode honden,
vlekken op de huid van ’t land,
doen allerijl de ronde,
paarsgewijze, moord en brand.
’t Staande koren ging verloren
toen hij kwam;
toorn van een gekrenkte liefde,
vuur en vlam.

Door geen duisternis te keren
– zonne der gerechtigheid –
door geen dodenwacht te weren
– heft uw hoofden, poorten wijd –
stelt hij deuren aan de hemel,
zonneklaar,
stelt de stad in alle diepte
openbaar.

Die de vossen heeft gebonden
en de leeuw heeft aangevat,
Doet ten einde zelf de ronde,
draaiend in het grote rad;
Simson, vorst onder de mensen,
zonnekind,
die gekust werd en verraden,
stekeblind.

Wat van Simson staat geschreven
in de heilige Schriftuur,
van de zon, het licht der wereld,
die de mensen doopt met vuur:
zegevierend gaat hij onder
in de nacht
die z’n leven als een offer
heeft volbracht.

Preek zondagmiddag 17 februari 2019

Preek zondagmiddag 17 februari 2019
Dienst met medewerking van Christelijke Muziekvereniging Concordia
Schriftlezing: Psalm 118

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het loven van God is niet iets dat je in je eentje doet.
Je betrekt er anderen bij: Loof de Heer.
Een oproep om mee te doen in het loven van God.
Je wilt niet de enige zijn die onder de indruk is van de Heere
en je wilt alleen staan in het bezingen van God,
Want Hij is het waard dat er velen zijn die de Heere loven.
Want Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw.
Iedereen moet instemmen met de ervaring die je hebt opgedaan,
dat God goed is en dat aan Zijn trouw nooit een einde komt.
Heel Israël moet er in meestemmen, dat God goed is en Gods trouw nooit eindigt.
Israël, dat vanuit de eigen geschiedenis kan vertellen over Gods goedheid
en verhalen te over heeft om te vertellen van Gods trouw.

De priesters, die dag in dag uit in de tempel mogen werken
en dicht bij God mogen zijn, vrijgesteld om Hem te dienen met hun werk,
ze worden opgeroepen
om het dienen van God in de eredienst van de tempel niet tot een formaliteit te laten worden
maar om het met hart en ziel te doen, met vreugde om de God die ze mogen dienen:
de goedheid van God is niet alleen maar iets dat je in de tempel ervaart,
maar in alles om je heen, in de schepping, in je eigen leven, in de wereld
kun je steeds weer opnieuw opmerken dat deze wereld geschapen is
door God die alleen maar goed is
– goedheid is Zijn karakter en goed was de wereld toen Hij deze wereld schiep.
Steeds weer opnieuw mag je ervaren
dat je voor altijd geborgen bent in Zijn trouw, Zijn goedertierenheid.
Je kunt niet uit Zijn hand vallen. Daarom: doe mee in de lof op jouw en onze Heer.

Het loven van God is niet iets dat tot de kerk of tot de tempel beperkt mag blijven.
Ook daarbuiten, bij degenen die er van oudsher niet mee opgegroeid zijn.
Dat is namelijk van de derde groep
die na het volk Israël en de priesters uitgedaagd worden om mee in te stemmen met de lof
de gedachte: dat zijn mogelijk degenen die er niet van huis uit mee zijn opgevoed.
Die later in hun leven met God in aanraking gekomen zijn
En onder de indruk zijn geraakt en zijn gaan geloven.
Of je er nu van huis met opgegroeid bent en de verhalen over God hebt meegekregen,
dat je het in je opvoeding hebt meegekregen
dat God goed is en dat je altijd mag rekenen op de trouw van God,
of dat je dat later ook hebt mogen ontdekken en bent gaan geloven:
Iedereen wordt opgeroepen om God te loven,
zodat heel de aarde vol is van de lof op God.

Dat loven van God – is dat nu iets wat je doet als je in de stemming bent?
Als je een dienst hebt met een orkest en waarin je veel liederen zingt?
Stemming kan best uitmaken.
Het valt mij altijd op aan het einde van de winter, als de eerste lentedagen komen
alle mensen gelijk vrolijker zijn, uitbundiger.
Dan ben je misschien wel makkelijker mee te nemen in het loven op God
En geef je wellicht eerder gehoor aan de oproep om God te loven.
Toch gaat het bij het loven van God om meer dan een bepaalde stemming.

Ik kwam dat tegen bij de Duitse theoloog Claus Westermann.
Deze Claus Westermann heeft zich veel met het Oude Testament bezig gehouden
En een van de thema’s uit het OT waar hij mee bezig was, was het loven van God.
In zijn boek over het loven van God in de Psalmen begint hij ermee
door te zeggen dat het loven van God de kerk weer bezig hield.
Het waren juist de moeilijke tijden van de Tweede Wereldoorlog
En voor de Duitse kerk de tijd ervoor, toen Hitler aan de macht gekomen was
En velen in de verleiding raakten om daarin de hand van God te zien,
die tijd was voor de Duitse kerk al een moeilijke tijd,
maar juist in die tijd ontdekte de kerk volgens Claus Westermann weer het loven van God.
Na de oorlog werd een verzameling van brieven uitgegeven,
Die geschreven was door predikanten die in de gevangenis gezeten hadden.
De titel van die uitgegeven brieven was En zij loofden God.
Een andere predikant gaf gedichten uit van de periode 1933-1945
En die bundel gaf hij de titel mee Lof uit de diepte.
Juist de tegenstand waar de kerk mee te maken kreeg,
Zorgde ervoor dat de kerk weer uitkwam bij het loven van God.
Westermann wist overigens waar hij het over had.
Hij was als predikant lid van de groep kerken die zich verzette tegen Hitler,
wat hem in die tijd al verdacht maakte.
diende in de Tweede Wereldoorlog als soldaat
en zat als krijgsgevangene een aantal maanden in een Russisch kamp.
Om zich bezig te houden, verdiepte hij zich in de psalmen.
In zijn voorwoord van zijn boek over het loven van God in de psalmen schrijft Westermann:
Hier en daar ervoeren gemeenteleden onder de zware druk van het gebeuren
dat zij niet alleen het geduld leerden
en zich eerden om zich te voegen in wat hen werd opgelegd,
maar dat zij onder de hun opgelegde last – ondanks alle aanvechtingen –
in staat waren om God te loven.
Voor iedereen die dat meemaakte was dat een ontdekking.
Westermann gaat erop door: de lof op God die in moeilijke omstandigheden opkomt,
zorgt ervoor dat je niet meer alleen staat,
maar dat je onderdeel bent van een gemeente, een gemeenschap
Loof de Heer, want Hij is goed. Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

Dat zijn dus niet alleen woorden, die klinken om een mooie dag in februari,
waarbij de lentezon alles weer tot leven wekt
en laat weten dat het met de kou en de regenachtige dagen voorlopig gedaan is.
Juist de ervaring dat alles in je leven op het spel staat  en je alles kunt kwijtraken
die je brengt tot de lof op God.
Uit de benauwdheid heb ik tot de Heere geroepen. horen we in de psalm.
Een nare ervaring, waarbij je geen lucht meer hebt om te ademen en dreigt te stikken.
Ik hoorde een keer iemand in het ziekenhuis zeggen:
‘Benauwdheid is erger dan pijn. Want bij pijn kun je nog pijnstillers nemen,
maar bij benauwdheid weet je niet waar je het moet zoeken.’
Ik heb ook de verhalen gehoord van mensen met longproblemen
die ‘s morgens voor dag en dauw al hapten naar adem
en dan moest de dag nog beginnen.
Een gebrek aan lucht en ruimte – benauwdheid.
Later in de psalm wordt die ervaring concreter gemaakt:
Oorlogsgeweld, een omsingeling, waarbij er geen ontsnappen meer mogelijk is
en de vijand vol dreiging op je afkomt.
Dat is het moment, waarop de lof geboren wordt,
Was het inzicht dat Westermann had opgedaan.
Dat inzicht doe je niet op door met elkaar te discussiëren,
Want daar is geen tijd voor, je kunt alleen maar roepen, roepen om God
dat Hij komt helpen: Uit de benauwdheid heb ik tot de Heere geroepen.
Daar in de benauwdheid wordt de lof geboren,
niet in de zin dat je dan al kunt loven, daar heb je dan geen adem voor,
maar wel, dat als je zelf geen uitkomst meer ziet, als alles verloren lijkt
dat God er dan is, en je eruit helpt en je het leven teruggeeft.
Want dat roepen was niet tevergeefs,
het was geen loze kreet, in het heelal geslingerd uit onmacht,
maar gericht aan de Heere, die het ook hoorde en daadwerkelijk kwam.
Dat is kenmerk van geloof, zo gaan de gelovige en God met elkaar om:
de gelovige roept tot God en om God en de Heere antwoordt,
de Heere laat Zijn trouw en goedheid zien en de gelovige looft de Heer.
God is goed.
Eigenlijk kun je het niet onder woorden brengen.
God is goed – dat zeggen is eigenlijk maar een stamelen, een zoeken van woorden
om aan anderen te beschrijven hoe wij God ervaren:
God is goed – het is een lof op Gods karakter: zo is God.
Zo laat God zich zien en zo heb ik Hem zelf ook mogen ervaren.
En het is niet alleen maar mijn eigen ervaring.
Het wordt ook in de verhalen in de Bijbel zo verteld,
Het is door veel gelovigen voor mij zo ervaren, ze hebben die ervaringen doorverteld
En zelf mag ik het ook ervaren: Gods goedheid en Gods trouw.
En ik wil mee kunnen zingen over Zijn goedheid en over Zijn trouw,
omdat zij daarmee kunnen instemmen en dat ook zelf mogen ervaren.
Loven doe je niet in je eentje. Je betrekt er anderen bij.

Maar wat als je net als Thomas bent, die Jezus nog niet heeft ontmoet
op de eerste avond van Pasen, toen Jezus aan Zijn discipelen verscheen
en daarom het geloof niet heeft?
Toch nodigen ze Thomas weer uit, zodat Hij er de volgende keer er wel bij is
en Hij Jezus mag ontmoeten, opgestaan uit de dood.
En zo heeft Hij zelf die ervaring ook, dat Jezus inderdaad leeft
en zijn verdriet wordt van hem afgenomen, Thomas gelooft
en kan wel zingen van vreugde: Loof de Heer, want Hij is goed.
Zelfs de dood kan Zijn trouw en goedheid niet beëindigen.
Voor altijd geborgen in Gods trouw.

In de uitleg wordt God is goed verbonden aan de schepping,
God zag wat Hij geschapen had en zie het was goed.
De goedertierenheid, de trouw zou dan op de geschiedenis van Israël wijzen.
God gaat met Zijn volk mee:
Vanaf dat Hij deze wereld geschapen had,
Abraham die werd uitgekozen als vader van een volk dat God zal dienen,
God die dat volk uit Egypte bracht, door de woestijn, in Kanaän.
Loof de Heer, want Hij is goed, Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Loven is vol verwondering opzien naar God,
onder de indruk van hoe Hij alles heeft geschapen: Hoe groot zijt Gij!
In het zingen worden we meegenomen in de verwondering
dat Jezus naar de aarde kwam, om onze schuld te dragen.
Loof de Heer, want Hij is goed, Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Hoe groot zijt Gij.
Het uitzicht, de verwachting dat Jezus eens zal komen
met majesteit en luister, om ons thuis te brengen.
Loof de Heer, want Hij is goed, Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Amen

Vragen bij Richteren 13

Vragen bij Richteren 13

history-channel-the-bible-samson
In de miniserie The Bible op History Channel speelde Nonso Azonie de rol van Simson

  1. In de uitleg wordt gesteld dat het in de verhalen over Simson gaat over Gods wil. In Als nazireeër moet hij aan Gods wil voldoen. Wat is Gods wil en wat brengt Simon daarvan terecht?
  2. De vrouw van Manoach is onvruchtbaar en heeft geen kinderen gekregen. Wat is daar de betekenis van? In welke verhalen in de Bijbel speelt kinderloosheid ook een rol?
  3. Er zijn moderne uitleggers die vinden dat de vrouw van Manoach (van wie de naam niet genoemd wordt) de eigenlijke held van het verhaal is. Bent u het daarmee eens?
  4. Waarom komt er een engel? Wat is daar de betekenis van? Wordt de engel wel of niet geloofd?
  5. Op welke manier zal Simson een redder zijn?
  6. De legerpredikant dr. J. van Eck schreef eens: ‘Als je niet van een figuur als Simson hebt leren houden, ben je nog niet rijp voor het Nieuwe Testament.’ Begrijpt u die uitspraak?
  7. Welke lijnen naar het Nieuwe Testament zijn er te trekken?

Vragen bij Richteren 6

Vragen bij Richteren 6
download (1)
Ferdinand Bol – Het offer van Gideon (1640)

  1. Hoe komt het dat het volk Israël vatbaar is voor het afdwalen? Zijn wij ook zo vatbaar voor afdwalen?
  2. Hoe komt het dat het volk Israël zo lang er over doet om in te zien dat het op de verkeerde weg is? Wat heeft u nodig om in te zien wanneer u op de verkeerde weg bent?
  3. Gideon lijkt de verkeerde persoon om Israël te bevrijden: hij is bang en onzeker. Waarom wordt hij toch uitgekozen?
  4. Als God Gideon roept voor zijn taak, reageert Gideon eerst met een klacht over Gods afwezigheid. Welke klachten over God kunnen er vandaag de dag zijn?
  5. Gideon heeft heel wat aarzelingen nodig om aan zijn roeping gehoor te geven. Kunt u zijn aarzelingen begrijpen? Welke aarzelingen hebt u als God u roept voor een taak?
  6. Welke bemoedigingen ontvangt Gideon? Welke bemoedigingen zou u kunnen ontvangen?
  7. Gideon krijgt opdracht op de afgodsbeelden te verwijderen. Wat moet er in uw leven  verwijderd worden?
  8. Gideon verslaat de vijanden van Israël met een kleine legermacht en zonder al te veel strijd. Wat heeft dat ons te zeggen?

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Het verhaal van Deborah, Barak en Jaël is een van de bekendere verhalen uit het bijbelboek Rechters / Richteren. Dat het een bekender verhaal is, wil nog niet zeggen dat dit verhaal gemakkelijk te begrijpen is. Ik wil wat uitleg geven bij het verhaal.

gedeon01
(Gustav Dore, 1885)

Spiegel
De verhalen uit Rchters / Richteren willen niet als historisch verhaal gelezen worden. Daarmee doe ik geen uitspraak over de historische betrouwbaarheid van deze verhalen. Het boek staat in de Bijbel, omdat het ons als lezers iets te zeggen heeft. De verhalen houden ons een spiegel voor: wat zou jij doen in deze situatie.

(Ik baseer me verder op de Herziene Statenvertaling. Deze vertaling is in de gemeente die ik dien in gebruik. Deze uitleg schrijf ik op n.a.v. een bijbelstudie met gemeenteleden. Vandaar dat ik verder spreek over Richteren.)
2a16ade85edd89c3c741322282d386e7


Kanaänitische levensstijl
Richteren 4 begint met de dood van Ehud. Toen Ehud gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE (vers 1). Ehud was richter. Een richter (of rechter) is in dit bijbelboek niet alleen iemand die rechtspreekt, maar ook recht brengt. Het recht dat geschonden is wordt hersteld. De gerechtigheid die ontbreekt wordt teruggebracht.

Na de dood van Ehud blijkt dat het dienen van de Heere niet diep geworteld is in het hart en het leven van de Israëlieten. Ze verlaten Gods weg. Daarmee gaan ze niet alleen de afgoden dienen, maar  de Kanaänitsche levensstijl (zie de blog over Richteren 1) wordt weer hun manier van leven. Dat betekent dat er geen omzien naar elkaar meer is. Het recht van de sterkste geldt. Mensen zijn geen persoon meer met een levensverhaal maar worden een nummer. Een mensenleven telt niet. De Kanaänitische levensstijl is een harde, egocentrische levensstijl. Zo had de Heere Israël niet bedoeld.

Deborah3

De klok terugdraaien
Met de keuze voor de Kanaänitische levensstijl is het ‘project’ verovering van Kanaän mislukt. Het volk Israël had de taak om te leven in Godsvertrouwen en had de taak om te leven volgens Gods sjaloom: tot eer van God en in dienst van de naaste. Met de keuze voor de verkeerde levensstijl draait het volk de klok terug, naar het oude, harde bestaan. Uit dat bestaan waren ooit verlost, toen ze uit Egypte weg mochten trekken.
Als het volk de klok terugdraait naar voor de intocht in Kanaän,. krijgt het een koekje van eigen deeg. De Heere, de God van Israël draait ook de klok terug. De Kanaänieten – volgens Jozua – bijna geheel verslagen, worden door de Heere gestuurd om te laten zien wat er gebeurt als je de klok terugzet naar de oude, harde periode waarvan je juist was bevrijd. Als het volk kiest voor de Kanaänitische levensstijl wordt het zelf slachtoffer van die stijl: ze worden knecht van de Kanaänieten.

2015566_univ_lsr_xl

Weer in Egypte
Ze worden weer tot slaaf gemaakt. Ze zijn weer terug in Egypte. In vers 2-3 wordt de situatie beschreven met kenmerken, die het volk meemaakte toen het in Egypte was: de stijdwagens, de onderdrukking, het roepen tot God. De koning van de Kanaänieten heeft de naam Jabin. Die naam betekent: ‘hij zal het opmerken’. Het is een signaal naar de Israëlieten toe: Merk de hand van je God hierin op. Het is geen Vreemde die het je aandoet. In  de uitleg van het Oude Testament is er altijd de discussie: straft God Zijn volk of laat Hij het volk de gevolgen van hun verkeerde keuze ondervinden. Ik denk dat het allebei is: het is straf om te laten ervaren wat er gebeurt als je als volk recht en gerechtigheid prijsgeeft. Het is de gevolgen van je verkeerde daden en intenties te laten ervaren. Als waarschuwing en oproep tot omkeer. Het verhaal wordt verteld om aan ons te laten zien: dit gebeurt er als je Gods richtlijnen voor de samenleving prijsgeeft.

download (1)

Deborah
De Heere, de God van Israël is niet alleen een oordelende God. Hij brengt ook redding. Welke keuze het volk ook maakt, het blijft Zijn volk. Met dit volk heeft Hij een verbond gesloten. Deze keer wordt een richter niet rechtstreekts geroepen, maar gebeurt het via Deborah. Deborah is rechter en profetes. Israël in Kanaän is niet de ideale samenleving. Er is een rechter nodig. Een rechter moet oordelen in conflictsituaties. Een rechter mag zich daarbij niet laten leiden door de status van een van de partijen. In het oordeel mag de rijkere, sterkere niet een gunstiger vonnis krijgen dan de zwakkere, armere partij. Deborah is niet alleen rechter, maar ook profetes. Zij ontvangt de boodschappen van de Heere, die aanwijzingen geeft. Ze wordt de vrouw van Lappidoth genoemd. Het is de vraag of het hier gaat om een echtgenoot of een plaatsnaam. Lappidoth betekent ‘vuurvlam’, ‘fakkel’ en kan ook duiden op de openbaringen die ze krijgt of op de overwinning van de Heere die aanstaande is.
deborah-barak


Barak
Een andere hoofdpersoon is Barak (‘Bliksemflits’). Barak wil niet gaan als Deborah niet meegaat. Deborah heeft hier dezelfde functie als de ark in de slag met de Filistijnen (1 Samuël 4): Deborah staat voor de zichtbare aanwezigheid van de Heere in het strijdtoneel. Vanwege die wens van Barak gaat de eer van de overwinning niet naar hem. Hij heeft een belangrijk aandeel in de strijd, maar de eer gaat naar een vrouw.

Deborah-GettyImages-173449598-57068a385f9b581408ce21b8

Barak krijgt de opdracht om 10.000 man te verzamelen op de berg Tabor. Zo vormt hij een lokaas voor Sisera, de generaal van Jabin. Met zijn strijdwagens (geduchte wapens, vergelijkbaar met een tank die een bataljon infanteriesoldaten aanvalt) trekt hij op naar de Tabor. Barak lijkt een makkelijke prooi voor hem: hij hoeft de berg alleen maar te omsingelen en het is uit met de opstand. Als hij de berg Tabor nadert, daalt Barak met zijn 10.000 man af en komt er verwarring en angst in het leger van Sisera. Ook dit is Gods hand en die verwarring die God brengt, ontstaat vóórdat Barak het leger van de onderdrukker aanvalt. Hij wint de slag wel. Heel de vijandelijke legermacht, met zijn indrukwekkende wapenarsenaal, wordt verpletterd. Slechts één man kan ontkomen.
B802153


Jaël
De ene man die kan ontkomen is de generaal: Sisera. Hij gaat op de vlucht voor Barak. Tijdens zijn vlucht komt hij aan in het tentenkamp van een loyale stam, die niet tot de Israëlieten behoort. Het is een groepje dat zich afgesplitst heeft van de Kenieten, die zich aan Israël hadden gelieerd. In plaats van een veilig onderkomen te vinden, wordt hij in een tent vermoord. Men heeft dit Jaël kwalijk genomen in de uitleg. Ze zou zondigen tegen het heilige gebod van de gastvrijheid.
Deborah_and_Barak_battle_C-324


Sisera
Degene die zondigt tegen de gastvrijheid is echter niet Jaël, maar Sisera. Hij vlucht niet naar het stamhoofd Heber, maar naar zijn vrouw. Sisera toont zich als een man die altijd gewend is om zijn zin te krijgen. Wat Sisera doet is oneervol voor Jaël en ook kwetsend en bedreigend. Door naar haar toe te gaan, ontrooft hij haar eer. Hij verlaagt haar en behandelt haar als prostituee. Hij zoekt zijn toevlucht waarschijnlijk bij Jaël, omdat ze een man niet in een tent van een vrouw zullen zoeken. Sisera toont grensoverschrijdend gedrag naar een vrouw. Een vrouw in oorlogsgebied is kwetsbaar. Ze loopt het gevaar om aangerand of verkracht te worden. Als hij in de tent is, vertoont Sisera zich als heer en meester en gedraagt hij zich niet als gast. Opnieuw zondigt hij tegen de gastvrijheid. Hij vraagt om drinken, terwijl een gast altijd gastvrij onthaald wordt met eten en drinken. Een gast hoort nooit te vragen. Hij vraagt ook de achtervolgers voor te liegen. Op tal van manieren schendt Sisera de eer van deze vrouw, ter wille van zijn eigen veiligheid. De tentpin in de slaap (of door de keel) is een vorm van zelfbescherming. Voor Sisera haar eer nog meer kan aantasten door haar aan te randen of te verkrachten, moet hij onschadelijk gemaakt worden.

Spot op de macht
In plaats van water, waar Sisera om vraagt, krijgt hij melk en wordt hij toegedekt. Net of Jaël als moeder een klein kindje toedekt. De harde, wrede, gevreesde generaal is verworden tot een klein hulpeloos kindje. Ook u bent nu  zo zwak geworden als wij,  u bent aan ons gelijk geworden (Jesaja 14:10, het spotlied op de machtige koning van Babel, die zijn onoverwinnelijkheid kwijt is en ook kwetsbaar lijkt te zijn.) Dit is een Bijbelse trek: de spot op de machthebbers, die denken dat ze heel wat zijn, maar wiens macht slechts lucht en leegte, ijdelheid der ijdelheden is. De machthebbers worden op een voor hun vernederende manier van hun tronen gestoten (zie Maria’s Lofzang: Lukas 1:52). Die in de hemel woont zal lachen, de HEERE zal hen bespotten (Psalm 2:4). Zo vernederde God op die dag Jabin, de koning van Kanaän, vóór de Israëlieten (vers 23). De koning van Kanaän leidt gezichtsverlies, een van de ergste dingen die je kan overkomen in het (Oude) Nabije Oosten.
MV5BZWVhYzE0NzgtM2U1Yi00OWM1LWJlZTUtZmNkNWZhM2VkMDczXkEyXkFqcGdeQW1yb3NzZXI@._V1_CR46,0,1401,788_AL_UY268_CR15,0,477,268_AL_
Jaël: een vrouwelijke held à la Wonder Woman?

6a00e5520fbe938834019aff81be70970b-500wi
Of eerder een van de Koreaanse ‘troostmeisjes’ uit de Tweede Wereldoorlog?

Om over te preken
De verhalen van Richteren zijn bedoeld om door te vertellen als verhaal met een boodschap: Wat doe jij? Hoe ga jij om als je de baas bent, als je de macht hebt? Als je directeur bent van een bedrijf, een school, een zorginstelling. Als je in de politiek zit. Als je in de kerkenraad zit. Kies je voor de Kanaänitische levensstijl (die ook heel vroom gecamoufleerd kan worden met een zogenaamd geestelijke levensstijl), of kies je echt om te leven volgens de richtlijnen van de Heere?
Tijdens de Bijbelkring gaven gemeenteleden aan, dat zij de verhalen uit Richteren tijdens het bijbellezen overslaan. Dat is jammer, want daarmee mis je de boodschap, de kritische spiegel: hoe ga je om met je verantwoordelijkheden? Dat heeft volgens de Bijbel altijd te maken met je hart. Daarom: Wie stuurt je hart aan? Wie leeft er in je?

Opdracht:
1) Bekijk de bovenstaande verbeeldingen van Deborah:
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Deborah verbeelden?

2) Bekijk de twee onderstaande schilderijen van Jaël en Sisera
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Jaël en Sisera verbeelden?

1200px-Jacopo_Amigoni_002
Jacopo Amigoni, 1739

Giaele_e_Sisara
Artemisia Gentileschi, 1620