Volharding als geschenk en opdracht

  • Volharding als geschenk en opdracht

    Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de kroon van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben.  (Jakobus 1:12)

    Op de proef gesteld worden is niet altijd prettig. Wanneer je als nieuwkomer binnen een familie getest wordt, kan dat een bepaald wantrouwen betekenen. Ze accepteren je niet zomaar. Je schoonfamilie wil eerst weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Of  nog sterker: of ze je wel in de familie willen hebben.
    We kennen ook andere vormen van testen. Soms kan op het werk een speciale opdracht gegeven worden. Een moeilijke klus. Dan wordt gekeken of iemand het aankan. Diegene wordt getest op zijn kunnen.
    Als de Heere ons geloof op de proef stelt, gaat het niet om wantrouwen. Nee, het gaat Hem er juist om, dat we staande blijven. Dat we er in geloof en vertrouwen sterker door worden.
    Ons geloof kan op veel verschillende manieren worden getest. Het doel van de Here is dan om te zien of wij Hem werkelijk vertrouwen. In een tijd van kredietcrisis is het gemakkelijk te zien, dat geld maar betrekkelijk is. Als het echter voor de wind gaat, als je goed boert, kun je er zo in meegenomen worden. De test in een goede periode is dan: blijft Mijn kind staande te midden van al die verleidingen van het geld? Blijft hij Mij trouw dienen of gaat hij voor het grote geld?
    Het kan ook zijn dat we getest worden op onze naastenliefde. We gaan wel naar de kerk, maar bidden we ook voor de ander? We zeggen dat we christen zijn, maar kan de ander ook de bewogenheid die Christus heeft in ons proeven? We kunnen worden getest op onze vergevingsgezindheid. Christus bracht een offer voor onze zonden. Zijn wij bereid om in conflicten de minste te zijn?
    Het gaat er vooral om of wij staande blijven als concrete verleidingen op ons af komen: verlangen naar geld, verlangen naar roem, als begeerte (in wat voor vorm) in ons boven komt.
    Want als wij daaraan toegeven, wat betekent het dan nog dat wij geloven in het offer van onze Heere Jezus Christus? Wat betekent vrijspraak van onze schuld als wij nog over anderen oordelen? Wat betekent verzoening met God als wij de ander, die ons gekwetst heeft, blijven negeren? Als je zo gemakkelijk toegeeft, dan zet je je redding op het spel: de zaligheid.
    Dat is de ernst van Jakobus’ waarschuwing: het gaat niet zomaar over misstappen. Het gaat om eeuwige consequenties. Daarom moet u de verleiding nooit opzoeken. Ook niet als u denkt dat uw geloof sterk genoeg is. Wrok koesteren is niet gezond. Maar ook niet christelijk: want als de Here Zijn wrok was blijven koesteren, hadden we nooit die hemelse heerlijkheid ontvangen (de kroon van het leven waar Jakobus over spreekt). Ons gedrag, onze daden kunnen vérstrekkende gevolgen hebben. Niet alleen voor de mensen om ons heen. Onze daden kunnen tussen God en ons in staan. Want als Hij in ons woont en we volgen niet na, dat kan op termijn niet goed gaan.
    U moet niet in aandelen gaan als u weet dat je gevoelig bent voor rijk-worden, omdat het u status geeft. U moet er niet in mee gaan als het je hele leven (inclusief je nachtrust) gaat beheersen. Je moet geen groter huis kopen om door anderen te worden gezien. Dat de Here Jezus ons aanneemt, is al waardevol genoeg. Willen we meer? Dat de Here Jezus ons Zijn rijkdom aan genade schenkt, moet genoeg zijn. Zou er een groter geschenk, een meer bevredigendere rijkdom zijn?
    Gelukkig hoeven we het niet alleen te doen Van de Heere mogen wij wijsheid en kracht ontvangen. Zelfs vergeving. Hij heeft beloofd om Zijn Geest aan ons te geven, zodat wij er in de verleiding niet alleen voor staan. Zijn Geest houdt ons staande en dankzij de Heilige Geest mogen wij tot de gemeenschap met Christus behoren. Maar we worden ook aangesproken om het onszelf niet te gemakkelijk te maken. In het avondmaalsformulier staat, dat we aan de Heere beloven dat we met dat nieuwe leven ernst maken: We hebben een serieus voornemen om in dat nieuwe leven te wandelen.
    Het geloof dat de Geest bij ons is en in ons wil wonen, zou ons ertoe moeten brengen om als gelovigen, als navolgers van Christus in het leven te staan. Dat nieuwe leven is immers een geschenk van de Heere?
    Dat nieuwe leven is niet gemakkelijk. Ook niet omdat we ook in dat nieuwe leven tegen onze zonde hebben te strijden. Juist in dat nieuwe leven, dat de Heere ons heeft gegeven, hebben we te maken met beproeving en aanvechting. De Here Jezus wil ons daarom voorgaan. De Heilige Geest wil ons leven vervullen. Dan zullen we staande blijven. Dan zullen we in staat zijn om verleidingen af te wijzen. Alleen in de Here kunnen we volharden in het geloof. Volharding is zowel opdracht als geschenk van God. Die opdracht vraagt al onze inzet. Dat geschenk geeft ons moed om in de verleiding en aanvechting ook alle hulp van de Heere te verwachten.
    ds. M.J. Schuurman

Advertenties

Een bijzondere casus van bevrijdingspastoraat?

Een bijzondere casus van bevrijdingspastoraat?

De laatste jaren verschijnen er geregeld boeken over bevrijdingspastoraat. In het Reformatorisch Dagblad van vandaag staat een boekbespreking. Het boek dat besproken is vertelt een bijzondere casus van bevrijdingspastoraat.
Hoewel ik de mogelijkheid van bezetenheid niet uitsluit, roept de bespreking wel vragen op. Allereerst de vraag of het integer is om deze casus in de openbaarheid te brengen. Deze vraag komt bij mij boven door deze zin uit de recensie: ‘Steeds meer zaken komen er aan het licht, ook seksueel misbruik van vroeger’. Wanneer er sprake is van seksueel misbruik, is de integriteit en het lichaam geschonden. Dat vraagt om een zorgvuldige verhouding. Is die zorgvuldigheid gegarandeerd wanneer dit verhaal gepubliceerd wordt als bewijs voor de noodzaak bevrijdingspastoraat?
Het valt mij op dat bij situaties waarin bevrijdingspastoraat wordt toegepast er vaak sprake is van seksueel misbruik. Ik merk dat deze verbinding mij steeds sceptischer laat zijn over bevrijdingspastoraat. Sterker nog, ik ben van mening dat bevrijdingspastoraat in het geval van seksueel misbruik ongeoorloofd is. Het gaat om kwetsbare, beschadigde mensen, die met de suggestie van demonen nog meer belast worden.

Het argument dat de Vroege Kerk ook een uitgebreide demonologie heeft, vind ik geen overtuigend argument voor de hedendaagse ‘praktijk’ van bevrijdingspastoraat. Het roept bij mij het beeld op van shoppen uit het verleden van wat goed uitkomt. Wat hetzelfde lijkt, hoeft nog niet hetzelfde te zijn.

Link: http://www.refdag.nl/boeken/elze_stond_oog_in_oog_met_duistere_machten_1_656220

Vragen voor de preek

Vragen voor de preek
(Preekvoorbereiding bij preken voor kinderen)

 In kerkdiensten zijn zeker ’s morgens ook kinderen aanwezig. Het is belangrijk dat een predikant hen bij de voorbereiding van zijn preek al in gedachten heeft. Mogelijk brengt hij het Woord van God dan zo, dat ook zij worden aangesproken. Vragen die een predikant bij een normale preekvoorbereiding overdenkt, kan hij afstemmen op de kinderen. Hoe denkt een kind na over God of de grote levensvragen? Welke bijbelgedeelten zijn voor kinderen geschikt? Wat maken zij mee? Hoe kan het bijbelgedeelte met hun leven verbonden worden?


Wie met kinderen omgaat, merkt dat zij heel goed in staat zijn om na te denken over God of over de vragen van het leven. Hoort een kind dat er iemand is overleden, dan gaat hij zich afvragen: hoe is het om gestorven te zijn? Na het bijbellezen aan tafel kan er opeens een vraag boven komen. Soms vindt een kind het heerlijk om over bepaalde vragen te filosoferen. Het kan ook zijn dat het na blijft denken over iets wat het in het Jeugdjournaal of in de klas heeft opgevangen.

Ook voor ouders
Bij de preekvoorbereiding kan een predikant zich afvragen: daagt deze preek uit om na te denken over God? Helpen mijn woorden om het leven wat meer te begrijpen? Deze vragen zijn belangrijk voor jongens en meisjes die in een complexe wereld groot worden. In bepaalde delen van het land groeien kinderen in een multireligieuze omgeving op. Toen onze oudste dochter nog in Purmerend naar school ging, zat zij met moslimkinderen in de klas en werd op school soms ook het Divalifeest gevierd. Haar juf zei dat het niet uitmaakte of je in God of in Allah gelooft. Ze zei ook dat Jezus geen God was. Het zou mooi zijn als de preek kinderen helpt om in het geloof in Christus hun geestelijke basis te vinden.
Genoemde vragen zijn ook van belang voor ouders. Zij weten vaak niet goed hoe zij hun kinderen moeten opvoeden in het geloof. Soms is dat omdat zij dat zelf niet hebben meegekregen, soms omdat zij zich door de veranderingen in de tijd overvraagd voelen. De preek kan een middel zijn om kinderen en hun ouders op een basale manier in te wijden in het christelijk geloof.

Onbekende hoofdstukken
Kinderen kunnen vaak meer aan dan volwassenen soms denken. Bij een preek die op kinderen is gericht, wordt vooral gekeken naar verhalen. Maar waarom zouden de psalmen of de brieven niet voor kinderen geschikt zijn? Psalmen bevatten veel beelden die voor kinderen heel herkenbaar zijn. Neem Psalm 22, een psalm die vol staat met beelden waarover kinderen kunnen dromen: omringd door wilde stieren, opgejaagd door honden, kwetsbaar als een uitgedroogde potscherf. Beelden die de angst van kinderen weergeven. Kinderen kunnen de ervaring die in een psalm aanwezig is, vaak goed aanvoelen, omdat het ook hun ervaringen zijn.
Vanaf een jaar of zeven zijn kinderen vaak uitgekeken op de overbekende verhalen. Op school en in de kinderbijbel hebben ze die al zo vaak gehoord. Zij willen uitgedaagd worden door onbekende bijbelgedeelten. In de preekvoorbereiding moet een predikant zich daarom afvragen: is het overbekende van dit verhaal geen belemmering om de preek te kunnen horen? Welke invalshoek kies ik om een bekend gedeelte op een verrassende manier te laten horen?

Invalshoek
Deze verrassende invalshoek hoeft niet alleen door een volwassene bedacht te worden. Een vraag van een kind kan er vaak voor zorgen dat je een bijbelgedeelte met nieuwe ogen leest. Bij een gesprek over de gelijkenis van de koninklijke bruiloft (Matth.22) vroeg een kind: ‘Waarom dwingt de heer eerst iedereen om te komen en zet hij daarna iemand eruit die zijn eigen kleding heeft aangehouden?’ Het is de moeite waard om een bijbelgedeelte samen met kinderen te lezen.

Gelijkenissen
Kinderen moeten vaak op weg geholpen worden om een bijbelgedeelte te begrijpen. Dat geldt zeker voor gelijkenissen. In een les over gelijkenissen werd de vraag gesteld: ‘Gaat dit verhaal over God?’ Nee, vond een kind, want er is niemand in dit verhaal die op God lijkt.
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen vaak niet het idee hebben dat gelijkenissen over God gaan. Naar hun idee zijn het verhalen over familieaangelegenheden. Bij de gelijkenis van de verloren zoon was iemand van mening dat de vader en de zoon allebei schuld hadden aan het vertrek van de zoon en dat vader en zoon het samen moesten bijleggen.

Thema
Het valt mij op dat voorgangers voor een kinderdienst bijna altijd voor een thema kiezen. Dat brengt wel het gevaar met zich mee dat het bijbelgedeelte kan ondersneeuwen. Bij een thema is een bijbelgedeelte vaak niet meer dan een opstapje. Wanneer een voorganger voor een preek op basis van een thema kiest, dient hij altijd te bedenken welke rol het bijbelgedeelte in de preek heeft. Een thema vraagt bovendien een dubbele uitleg: wat is de betekenis van het thema en wat heeft het met het bijbelgedeelte te maken.
Is een thema toch een must, dan zou ik willen pleiten voor een onderwerp dat de inhoud direct weergeeft. Voor de thema’s die de HGJB voor de laatste dankdag en biddag aandroeg – ‘Verkeerd verbonden’ (Hand.14) en ‘Van harte!’ (1 Sam.1) – is er zeker voor kinderen eerst een denkstap nodig. Waarom niet als: ‘Bidden met je hart’ of ‘Bidden: je hart uitstorten voor God?’ Is het eigenlijk wel nodig om bij dit bijbelgedeelte een thema te kiezen? Kinderen zijn ook zelf in staat om een titel bij een bijbelgedeelte te bedenken. Kies je toch voor een thema, dan zou je het thema kunnen kiezen op basis van een gesprek met kinderen over het desbetreffende bijbelgedeelte.

Sfeer
De Bijbel is het Woord van God en moet daarom zorgvuldig doorgegeven worden. Het zou mooi zijn als de preek bijdraagt aan waardering voor de tekst van de Bijbel. Het is van grote betekenis dat kinderen leren om de Bijbel zelf te lezen, al dan niet in vereenvoudigde vorm.
Kinderen zijn naar mijn mening goed in staat om naar een preek te luisteren. Zeker wanneer het een preek is die hen uitdaagt om over God na te denken of hen helpt bij het geloven. De ene keer zullen ze aangesproken worden doordat ze begrijpen waar het over gaat. De andere keer zullen ze aangesproken worden doordat ze in de sfeer in de kerk iets van God ervaren of doordat ze in een preek iets bij de predikant of bij de mensen om hen heen merken van het leven met de Heere. Dan hebben ze het Woord van God niet begrepen maar wel ervaren.
Dat een preek zo’n effect heeft, valt niet af te dwingen. Toch kan de predikant er in de voorbereiding wel iets aan doen: door de preek voor te bereiden vanuit het besef dat zowel de voorbereiding als de dienst een ontmoeting is met de levende God.
Ook deze ontmoeting kan niet worden afgedwongen. Ze kan wel in de voorbereiding en in de dienst zelf worden gezocht. Dat naderen tot God gebeurt de ene keer vanuit schroom voor Gods heiligheid, dan weer uit schuldbesef of uit oprecht verlangen naar de Heere. Wanneer die ontmoeting plaatsvindt, leidt dat tot verwondering en dankbaarheid, dat Hij ons toch wil ontmoeten. Wanneer die ontmoeting uitblijft, leidt dat tot verder zoeken of tot aanvechting.
Als deze ervaringen in de preek verwerkt worden, kunnen kinderen ze oppikken zonder de preek wellicht te begrijpen. Maar dan hebben ze wel ervaren dat het om iets wezenlijks gaat

ds. M.J. Schuurman

Gepubliceerd in: De Waarheidsvriend, 100e jaargang, nummer 26 (28 juni 2012), p 14-15

Verbergt God Zich?

Verbergt God Zich?

Het hangt in de lucht om te zeggen of te geloven dat God Zich verbergt. Onlangs was er een conferentie van de Gereformeerde Bond (waar ik bewust niet geweest ben) over het thema: ‘Wachten op een God die Zich verbergt’.
Dat ik niet geweest ben, zegt iets over mijzelf. Tot voor kort was het een thema geweest, die mij uit het hart gegrepen was. Twijfel en aanvechting hebben mij en mijn geloof lang parten parten gespeeld. Inmiddels ben ik van mening dat het tijd is voor een tegengeluid.
We kunnen niet aangeven of God Zich verbergt. Paradoxaal genoeg is de duiding van Gods verborgenheid afhankelijk van een openbaring. De tekst die spreekt over de verborgenheid van God wordt aan een profeet gegeven als een (nieuwe en onverwachte) openbaring.
Het is maar de vraag of teruggang van het christelijk geloof en de neergang van de kerk geduid kan worden als verborgenheid van God. Wanneer we de Bijbelse openbaring serieus nemen, moeten we spreken over Gods verberging op het moment dat wij denken dat Gods zaak goed loopt. En dan vooral goed loopt omdat wij er als mensen er de hand in hebben gehad. Met andere woorden: vanuit de bijbelse theologie dienen we niet in een tijd van secularisatie, maar in een tijd van verzuiling en bloei van christelijke organisaties spreken over de verborgenheid van God.
Wanneer we denken dat God Zich verbergt omdat de hoofdkantoren van de banken boven de kerktorens uitgroeien is het maar de vraag of we kunnen spreken van verberging. Openbaart God Zich d.m.v. kerktorens en kerkgebouwen? Misschien wel, misschien niet.

Mijns inziens moeten we niet spreken over verberging. En zeker niet over afwezigheid van God. Tenminste als we het klassieke avondmaalsformulier serieus nemen, dat erover spreekt dat Christus door God verlaten werd – opdat wij nimmermeer door God verlaten zouden worden. Kunnen we wel speken over verborgenheid en afwezigheid waar de gemeente van Christus samen komt om Gods Woord te horen en deel te nemen aan de sacramenten? Bovendien kunnen we alleen maar spreken over Gods verborgenheid als we Hem kennen en Hij Zich aan ons openbaart. Mijns inziens gepaster om te spreken van aanvechting dan van afwezigheid of verborgenheid van God.

ds. M.J. Schuurman

 

Meditatie Jesaja 60:19

maar de HERE zal u tot een eeuwig licht zijn en uw God tot uw luister                       Jesaja 60:19

Eind goed, al goed! Nog één laatste vraag: wat als Israël toch niet genoeg geleerd heeft? Wat als Israël toch weer eigen wegen wil kiezen? Het is dezelfde vraag als: “Kan er in de hemel opnieuw een zondeval komen?” Hoe begrijpelijk deze vragen ook zijn, daarmee doen wij de HERE tekort. Want de aanwezigheid van de HERE al de bescherming zijn tegen afval. Als Hij het duister uit ons leven verdreven heeft, zal Hij ons niet opnieuw tot prooi laten worden voor de machten van de duisternis. De heerlijkheid van de HERE zal overweldigend aanwezig zijn. Zon en maan hebben wij niet meer nodig. We hebben genoeg aan de HERE. De HERE zal Zijn heerlijkheid ook aan ons schenken. Wij zullen staan in het licht en de luister van de HERE. Een geweldige toekomst om naar uit te zien! Want dan zullen we helemaal vervuld zijn van de HERE. De HERE schenkt Zichzelf, opdat wij altijd bij Hem zullen horen.

Schriftlezing: Jesaja 60:17-22
Zingen: Gezang 68:1,2

Eerder gepubliceerd in: Immanuëlkalender 2012

Meditatie Jesaja 60:14

zij zullen u noemen: De stad des HEREN    Jesaja 60:14

De schande van Israël was voor iedereen zichtbaar. Het herstel ook. De HERE herstelt Zijn volk in oude glorie: de luister van de HERE straalt over de stad. De volkeren rondom bemerken het: de HERE woont weer tussen Zijn volk. Hij is weer teruggekeerd. Zij geven Jeruzalem een naam waaruit eerbied en ontzag doorklinkt: Stad des HEREN, plaats waar God te vinden is. Uit die naam klinkt de verwondering over de HERE door. Hij hield Zich inderdaad aan Zijn verbond. De volken zullen naar deze stad komen om de HERE geschenken aan te bieden. Niet alleen de volkeren rondom zullen het merken. Ook Israël zelf. De HERE geeft weer bescherming en zegen. De aankondiging uit Jesaja 54, waar we mee begonnen, zal werkelijkheid worden: Israël zal niet meer een verlaten vrouw zijn. Woorden schieten tekort bij zoveel barmhartigheid. Hier kan alleen de lofzang klinken op de HERE, onze God. Wij bezingen Uw eer, opdat Israël ermee kan instemmen.

Schriftlezing: Jesaja 60:8-16
Zingen: Psalm 145:3,4 NB / Psalm 145:3,6 OB

Eerder verschenen in: Immanuëlkalender 2012

Meditatie Jesaja 60:1

Sta op, word verlicht, want uw licht komt                       Jesaja 60:1

Diep was het volk weggezonken in wantrouwen, zonde en onrecht. De wereld was donker en grauw, want de vreugde des HEREN was nergens meer te vinden. Als aankondiger van het licht komt de profeet. De eerste scheppingsdaad van de HERE was het scheiden van licht en donker. Door te scheiden zorgde God ervoor, dat het duister het licht niet kon vernietigen. De profeet kondigt dus aan dat de HERE Zijn volk zal herscheppen. Ze konden zichzelf niet bevrijden. Daarom komt God met Zijn licht. Zoals de engel in het kerstevangelie kwam met Gods licht, dat de herders omstraalde. De engel kwam met eenzelfde boodschap: ‘Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk ten deel zal vallen.’ Als God ons roept, roept Hij ons ten leven. Daarom riep Hij Adam tevoorschijn: ‘Adam, waar zijt gij?’ Daarom zond de HERE voortdurend profeten om Zijn volk terug te roepen. Daarom kwam Christus als het Woord van God, dat ook ons roept.

Schriftlezing: Jesaja 60:1-7
Zingen: Gezang 435:1,2,5