Preek Tweede Paasdag

Preek Tweede Paasdag
Lukas 24:13-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

‘Dominee, gelooft u dat nou echt, dat van die opstanding?’
De vraag wordt mij gesteld voordat hij mij vraagt of ik koffie wil
en voor ik een antwoord kan geven, is hij mij voor:
‘Ach, laat maar,
u hebt natuurlijk op uw opleiding geleerd dat de opstanding wáár is.’
De man had ook kunnen zeggen:
‘De kerkenraad verwacht van u natuurlijk
dat u de opstanding als waargebeurd beschouwd
en dat u ook gelooft dat iedereen eens zal opstaan.’
Deze man kon dat niet meer geloven;
het zat hem ook hoog – dat geloof in de opstanding,
want hij viel direct bij de deur in huis.
Op de kerkenraad was zijn naam gevallen
toen ik in mijn eerste gemeente vroeg wie ik zou kunnen bezoeken
en er werd erbij gezegd
dat hij een van de laatste vrijzinningen van onze gemeente was,
opgegroeid in de tijd dat de predikanten van onze gemeente vrijzinnig waren.

Deze man, die ik ontmoette in mijn eerste gemeente,
Was op weg naar Emmaüs.
Hij was lid van de gemeente en kwam elke zondag trouw in de kerk
maar dan vooral om geamuseerd te kijken wat er gebeurde.
Innerlijk was hij afgehaakt,
Zoals die twee mannen
het gebeuren in Jeruzalem niet meer kunnen meemaken
Als er enthousiast verteld wordt dat Jezus is opgestaan uit de dood.
Juist dan gaan deze mannen naar huis. Ze kunnen het niet meer opbrengen
om aanwezig te zijn bij degenen die weer opnieuw geloof gevonden hebben
in Jezus, maar dan in een Jezus die leeft, uit de dood opgestaan.
Dat kunnen ze niet hebben.

Dat was ook bij die man zo.
Hoe ik geantwoord heb, weet ik niet meer.
Ik herinner me nog wel zijn levensverhaal.
Hoe zijn vrouw enkele jaren geleden gestorven was,
na een ingrijpende ziekte,
Waarbij hij moest toezien hoe zijn vrouw steeds meer werd afgebroken.
Terwijl zijn vrouw zich steeds meer overgaf aan Christus
en steun vond bij haar Heer – in deze weg,
leed bij hem het geloof schipbreuk en kon hij er weinig meer mee aanvangen.
Tenminste, zo gaf hij dat ook aan.

Ik denk dat er in Oldebroek ook heel wat zijn
die de weg naar Emmaüs zijn gegaan,
die het niet meer kunnen geloven
en het ook niet meer kunnen opbrengen om naar de kerk te gaan
om daar tussen al die mensen te zitten
die nog wel kunnen geloven
terwijl voor hen het geloof gebroken is, afgeknapt
op de kerk, op God, op wat er in hun leven is gebeurd.
Mensen om ons heen die de feestvreugde en het geloof niet meer kunnen hebben
en daarom zich afzijdig houden, of weggaan.
Net als Kleopas en zijn metgezel.
Weg uit Jeruzalem.
Deze mensen raken vaak uit beeld bij de kerk.
Misschien nog een enkele keer dat ze worden opgezocht door een ouderling,
of zijn ze onderwerp van gesprek op een bijbelkring:
‘Weet je nog van die en die? Die ging vroeger ook altijd naar de kerk.
Ik heb hem al tijden niet meer gezien in de kerk.’
En vaak laten we het er dan maar bij,
alsof we accepteren dat het eenmaal nu zo gaat.

Jezus is de goede herder,
Jezus, Hij is overal,
zingen we vaak met Elly en Rikkert.
Hier zien we waarom Hij een herder is, de goede herder,
omdat Hij deze mensen opzoekt op hun weg naar Emmaüs.
Hij vergezelt hen op de weg naar Emmaüs.
Jezus vergezelt hen op de weg van teleurstelling en verbittering,
de weg van vervlogen hoop, de weg waarop ze langzaamaan afhaken.
Als het aan Kleopas en zijn reisgenoot ligt
komen ze voorlopig niet meer in Jeruzalem, of misschien helemaal wel niet meer.
Jezus geeft deze mensen niet op.
Hij laat ze niet zomaar gaan.
Ook dat is logica van de opstanding:

dat Jezus iedereen opzoekt, die vol teleurstelling is.
Zo voegt Hij zich ook bij deze twee mensen
die zich in een heftige discussie verwikkeld zijn.
Ze bevragen elkaar: begrijp jij het? Ik niet! Nee, ik ook niet!
Hoe kunnen ze daarmee komen?
En hoe kunnen ze die kletspraatjes geloven?
Van die vragen waarmee ze zoeken naar de betekenis, die zij er zelf niet inzien.
Wellicht zo’n gesprek waarbij je elkaar meeneemt in een negatieve stemming,
vol boosheid over de achtergeblevenen in Jeruzalem
die opeens die verhalen waarmee de vrouwen komen zijn gaan geloven
dat Jezus is opgestaan
en zijn ze er wellicht stilletjes tussen uitgeknepen zonder dat iemand hen miste.
Het gemeentelid waar ik het over had,
kwam weliswaar in de kerk,
maar hij was eigenlijk niet te bereiken voor het evangelie.
Wanneer ik dichtbij kwam, ontweek hij mij met een glimlach.
Hij liet het over zich heen komen, waarbij ik merkte dat ik hem niet kon raken.

Zouden deze twee mensen op weg naar Emmaüs, weg van Jeruzalem,
weg van de gemeente,
ook onbereikbaar zijn geworden,
omdat ze te cynisch geworden zijn, te vol van verbittering?
Jezus zoekt hen speciaal op en loopt met hen mee.
En daarmee wordt, zonder dat ze het doorhebben, alles anders.
Ik zal wandelen voor het aangezicht van de Heere in het land van de levenden
Ze wandelen nu met de Levende mee
en in plaats van dat ze Hem volgen op Zijn weg,
Waartoe Hij hen opgeroepen had
en waarop zij hadden geantwoord door in gehoorzaamheid met Hem mee te gaan
gaat Hij nu hen mee, achter hen aan.
Als de goede herder die het verlorene zoekt
en net zo ver gaat tot Hij de verloren mens gevonden heeft.
Daarom is Hij, de goede herder, daar op de weg van de teleurstelling,
Van de ontnuchtering, de kater, de gebroken hoop.
Hij deelt in hun verdriet en wanhoop.
Hij gaat dat niet uit de weg, maar daalt daarin af
om dat te ondergaan en aan te horen.
Ook dat is Psalm 116:
Want Hij hoort mijn stem, mijn smekingen
Hij neigt Zijn oor tot mij.
Neigen is voorover buigen – en dat doet Christus hier.
De levende.
Terwijl deze twee mensen nog bij een dode Jezus zijn
zoekt de Levende hen op.
De HEERE – Ik ben er bij in alle omstandigheden.
Hij is overal – ook op de weg van de wanhoop, het donker.
Die weg gaat Hij niet uit de weg,
maar zoekt Hij ons op en loopt met ons mee
ook als we dat niet doorhebben.
Hij is er dan.
Als ze met elkaar er niet uitkomen
en allerlei theorieën uitproberen, anderen verwijten maken,
zoeken naar de betekenis van dit alles, op zoek naar een antwoord op het waarom.
Dan zoekt Hij ze op en loopt met ze mee.
Hij komt bij hen. Dat heeft een diepe betekenis.
Wanneer je mensen opzoekt, geef je daarmee aan:
Ik heb jou op het oog.
Ik kom speciaal voor jou.
Dat is onze HEER:
Hij zoekt je op en loopt met je mee, samen op.
Samen – Hij deelt hun weg. Ze hoeven niet alleen.
Hij zoekt hen op, zodat ze nooit meer alleen hoeven te zijn,
maar voor altijd samen met Hem, de levende Heer.
SAMEN!
En Hij daagt ze uit om te vertellen wat hen dwars zit,
De steen die zwaar op hun hart ligt.
Vanuit die verbondenheid, die er voor de HEERE reeds is,
ook al wordt dat samen, die verbondenheid nog niet opgemerkt door de Emmaüsgangers.
Sommige vragen kunnen een gedachtengang onderbreken, je stilzetten:
Wat is er eigenlijk gebeurd?
En dat gebeurt er ook op die weg.
Waar de Herziene Statenvertaling vertaalt: ‘Waarom ziet u er zo bedroefd uit?’
kan ook een vertaling zijn: ze blijven treurig staan.
De vraag van de Heere Jezus stopt hun gang naar Emmaüs.
Vertel maar eens wat er is gebeurd.
En de mannen ze blijven staan.
Dat is een eerste keerpunt op hun weg:
Is dit het moment waarop ze teruggaan naar Jeruzalem?
Zullen ze de stem van de herder herkennen?
Hebben ze door dat ze op de verkeerde weg zijn
en hebben ze door dat ze geroepen worden om met de Levende weer terug te gaan?
Nee, hun weg gaat verder naar Emmaüs
en hun onbegrip over de gang van zaken blijft er
en klinkt als een verwijt naar de man die zich na Jeruzalem bij hen heeft gevoegd.
Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem?
Bent u zo wereldvreemd dat u niet weet wat er in deze nabije omgeving zich heeft afgespeeld?
Bent u zo in uw eigen wereldje geweest
dat er geen enkel bericht tot u is doorgedrongen?
Ze vragen nog net niet: heeft u de afgelopen dagen onder, achter een steen geleefd?
Heeft u niet de moeite genomen om u op de hoogte te laten brengen?
Heeft u niet de moeite genomen om uw engagement, uw betrokkenheid te laten zien?
Vragen die normaal in een worsteling met de Heere worden gesteld
Worden nu aan de Heere gesteld
zonder dat ze het door hebben dat ze met Hem in gesprek zijn.
Ik vind dat altijd een heel bijzonder moment uit het evangelie van Pasen
en dat bemoedigt mij ook als predikant
Want ik zie vaak mensen die zonder dat ze het doorhebben
met Jezus in gesprek zijn
en soms is daar een vreemde voor nodig
een ouderling, een predikant, iemand van de kerk
waarbij je je hart uitstort voor God – Want Hij hoort mijn stem,
ook al heb ik zelf niet door dat ik mij tot Hem richt.
Op het eerste keerpunt kunnen ze nog niet terug,
omdat eerst hun hart leeg moet,
Schoongemaakt worden.
Dat doet Hij door eerst te vragen
naar wat er met hen gebeurd is, wat er zich in hun leven heeft afgespeeld.
Vertel maar je teleurstelling, je boosheid.
Ik loop er niet voor weg, zegt Jezus.
Soms is pastoraat niet meer dan het luisteren naar de pijn en teleurstelling
echt horen
en die pijn en teleurstelling uithouden.
Die man die zo cynisch geworden was,
ik heb hem een keer emotioneel gezien na een preek.
Toen in een preek er ruimte was voor de aanvechting
en de worsteling met God
kon ik aan hem zien, toen hij mij bij de uitgang de hand gaf,
dat de preek hem geraakt had.
Die worsteling, het gevecht met God dat verwoord werd
had hem geraakt en wie weet ook wel troost gegeven.

Als ze weer verder gaan naar Emmaüs, de weg toch verder vervolgen
neemt Jezus het initiatief over
en geeft Hij uitleg:
Heb je niet geweten dat dit zou gebeuren?
Heb je dan nooit in de Bijbel gelezen?
Heb je dan Gods plan nooit gesnapt.
Dat zegt Hij niet direct,
maar pas nadat Hij hun vragen en hun boosheid heeft uitgehouden en verdragen.
Het valt me vaak op dat deze belangrijke stap vaak wordt overgeslagen
de stap van het aanhoren en er niet voor weglopen
maar het uithouden een meegaan, ondergaan
En dat de uitleg hoe het zit met Gods plan
ook kan worden gebruikt om je eigen machteloosheid te overschreeuwen
omdat je zelf geen raad weet met de woede en teleurstelling bij de ander
de woede en teleurstelling die ook over God kan gaan.
Over Jezus die voor jou zoveel betekent.
Pas als de Emmaüsgangers weten
Dat Jezus niet voor hun vragen en onbegrip op de loop gaat,
draait Hij het gesprek om en heeft Hij voor hen vragen.
Niet bij iedereen werkt deze aanpak,
maar Jezus weet dat deze leerlingen het kunnen hebben
om aangesproken te worden op hun leven met God,
op hun hart dat altijd vol van Jezus was
maar nu Jezus levend geworden is Hem niet meer kan zien
en Zijn stem niet kan vernemen.
Onverstandig – je bent niet in staat om Gods weg te zien.
Traag van hart – je volgt het niet, je hart is niet open.
Later zullen ze aangeven
dat vanaf dat moment er iets bij hen gebeurde.
Dat er een verlangen werd wakker geroepen
dat ze niet begrepen,
Dat in hen groeide,
dat er iets gebeurde, dat het begon te gloeien
dat de verbittering wegsmolt en dat er een nieuwsgierigheid kwam:
Hoe zit het dan – vertel ons meer
Zo wordt hun hart langzaam ingewonnen,
ook al hebben ze nog niet begrepen wat er met hen en in hen gebeurt.
Zo wordt de weg naar Emmaüs zonder dat ze het doorhebben
verandert in een weg waarop ze Jezus volgen
en ze volgen Hem zonder dat ze dat door hebben
en het verlangen naar Hem is het geloof in Hem vooruit.
Zo werkt God – zo dorst mijn ziel naar de Levende,
Wanneer kan ik opgaan om Hem te aanschouwen?
Het wonder van de opstanding is niet alleen
Dat Jezus uit het graf kwam,
maar dat wonder, die daad van God, gaat door in ons eigen leven.
Dat Jezus zich bij ons voegt,
ook al hebben wij dat niet door.
En dat wonder loopt weer uit op een ander wonder
dat onze weg naar Emmaüs, onze weg vol teleurstelling en verbittering
wordt veranderd in een weg waarop we met Jezus wandelen.
Hij wandelde met Jezus en zijn weg was er niet meer
want het was nu, ongemerkt de weg van Jezus geworden,
die jou meeneemt en uitleg geeft
en zo wint voor Hem.
Totdat uiteindelijk de ogen opengaan
Bij deze leerlingen is dat aan de maaltijd
als Jezus het brood breekt en daarmee een stille hint geeft over Zijn dood
dan begrijpen zij dat Hij het is.
Zo gaan onze ogen op heel verschillende tijdstippen open.
Daarna zien we onze levensweg heel anders
en zien we dat Hij er al die tijd toch is geweest.

Soms kan iets heel gewoon zo bijzonder worden
Dat je opeens door hebt
Dat het de stem van Jezus is die nu met je in gesprek is.
Ik las daarover een verhaal van een vrouw.
Een gewaardeerd gemeentelid, die veel bezoekwerk deed in de gemeente.
Je kon met haar over alles praten:
Over gewone alledaagse dingen en over diepe geestelijke zaken.
Op een dag werd er bij haar borstkanker geconstateerd.
Er volgde een operatie
waarna men dacht dat ze schoon was.
Na verloop van tijd stak de ziekte toch weer op
en de dokters in het ziekenhuis moesten haar vertellen dat ze niet meer beter zou worden.
De vrouw bleef zoals ze was
opgewekt en voor anderen een steun.
Ze beurde eerder anderen op dan dat zij anderen moest opbeuren.
Die zomer ging ze met haar vriendin op vakantie.
Tijdens de vakantie bezocht ze met haar vriendin een kerk
en ging daar stil zitten
en liet de ruimte op zich inwerken.
Toen ze rondkeek zag ze ook het gebrandschilderde raam.
Doordat het licht door het raam naar binnen viel
was het raam helder en kon zij ook de tekst lezen
die er op was aangebracht:
Wie Mij vindt, vindt het leven.
Toen ze die spreuk las, moest ze huilen.
Het was alsof ze alles wat ze in haar binnenste opgeborgen had
naar buiten kwam:
haar verdriet, haar vragen, haar ‘pijn van het sterven’.
Maar ze ervoer dat die tekst voor haar was geschreven/
Het gebeuren had is van: ‘Ze herkende Hem.’
Met dat beeld en die tekst ging zij naar huis
en in de maanden die haar nog gegeven waren
begeleidde deze tekst haar op haar weg
en kon zij met die tekst de mensen om zich heen troost en uitzicht geven.
Wie Mij vindt, vindt het leven.
Dat is ook wat Jezus Kleopas en zijn metgezel wil leren
en dat leert Hij hen op de weg naar Emmaüs,
waarbij Hij hen dat leert op die weg
en terwijl Hij hen dat leert veranderd Hij hun weg
van een weg die een weggaan was in een weg naar het leven.
U hoort mijn stem, mijn smeken
en daarom neigt U uw oor tot mij – U zoekt mij op
en zo laat U mij wandelen in het land van de levenden, voor Uw aangezicht
en maakt mijn levensweg een weg met U
en naar U toe,
omdat U mij gevonden heeft op de weg naar Emmaüs.
Amen

Het voorbeeld aan het einde van de preek komt uit: HC vd Meulen, De pastor als reisgenoot.

Preek Eerste Paasdag 2016

Preek Eerste Paasdag 2016
Bevestiging ambtsdrager
Markus 16: 1-8

Kindermoment
Toen ik 4 jaar was kreeg ik er een zusje bij.
Ik zat toen net in groep 1.
In mijn fotoboek dat mijn moeder over mijn kindertijd maakte,
staat dat ik niet op school tegen de juf had verteld
dat ik een zusje had gekregen.
Toen de zuster beschuit met muisjes kwam brengen
was dat voor de juf een grote verrassing.
Waarom ik dat niet tegen de juf verteld heb, weet ik niet meer.
Het kan zijn dat ik te verlegen was om het te vertellen.
Het kan ook zijn dat ik teveel onder de indruk was
van alle gebeurtenissen die plaatsvonden.
Ik weet het niet meer.
Vanmorgen in de kerk lezen we een verhaal
waarbij de vrouwen die bij het graf geweest zijn
ook niet vertellen wat er is gebeurd.
Ze krijgen de opdracht om tegen de discipelen te vertellen
dat de Heere Jezus is opgestaan
en dat ze naar Galilea moeten gaan
en dat ze de Heere Jezus, die is opgestaan, daar zullen ontmoeten.
Van schrik vertellen ze niet wat er is gebeurd.
Ze zwijgen.


Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Markus 16 is een een evangelie voor onze tijd,
Voor onze 21e eeuw.
Want er staat: ze zeiden niemand iets.
Dat is iets wat je in onze tijd zou verwachten
dat er niet over gesproken wordt dat Christus is opgestaan.
Je zou verwachten dat de vrouwen heel anders zouden reageren:
dat ze direct op weg zouden gaan naar de discipelen
nadat ze deze opdracht gekregen hadden
en nadat ze alles hadden gezien en gehoord.
Maar nee, ze zwijgen erover.
Ze houden hun mond.
Dat is meer iets dat je vandaag de dag zou verwachten.
Kerkgangers die naar de kerk komen
en daar onder de indruk raken van de opstanding van Christus,
maar dat ze dat voor zichzelf houden.
Als een ervaring die hen zelf is overkomen,
maar die je niet deelt – niet kunt delen – met anderen.
Je houdt het voor jezelf.
Dat je zelf geraakt bent door de opstanding van Christus uit de dood
dat houd je voor jezelf.
En dat je daardoor hoop hebt, dat geef je niet door.
Zou daar niet een taak van de ouderlingen liggen?
Zo staat het niet in het formulier,
dat de ouderlingen hebben toe te zien
dat u als gemeente niet alleen leeft uit de opstanding,
maar ook getuigt van de levende Heer.
Toch zou het prima passen op een huisbezoek, de vraag:
‘Kunt u er samen over praten als man en vrouw,
dat u leeft uit de hoop omdat Christus is opgestaan?’
Of de vraag: ‘U hebt het er toch wel met uw kinderen over
dat deze wereld geen hopeloze zaak is,
maar dat de levende Heer regeert?’
Of aan iemand die alleen is:
‘Heb je mensen om je heen die jou stimuleren
en mensen met wie je het er over kunt hebben
en voor wie jij tot zegen kunt zijn,
omdat ze zien dat je houvast hebt in de Heer die is opgestaan uit de dood.’
Of is het de rest van de zondag bij u in huis
net zo stil als op de eerste Paasdag die er ooit was.
Ze zeiden tegen niemand iets,
want ze waren bevreesd.
Ze vluchten bij het graf weg,

omdat beving en ontsteltenis hen had aangegrepen.

Is dat eigenlijk niet herkenbaar
dat als je er over nadenkt wat het betekent
dat Christus is opgestaan uit de dood,
dat het graf Hem niet kon houden,
maar moest laten gaan,
als je dat echt beseft, dat je dan ook vol ontsteltenis bent?
Ik heb dat wel gehad,
dat ik als predikant bij een graf stond
en de kist met de overledene werd neergelaten,
Dat het door me heen ging:
Wat als het niet zo is, dat Jezus is opgestaan.
De dood maakt scheiding
en dat kan vaak zo wreed voelen
Dat je iemand moet laten gaan met wie je zo verbonden bent
en die je nog zo heel lang bij je wilt houden.

Dat gold voor de vrouwen ook.
Ze kwamen terug om het lichaam te verzorgen,
omdat er geen gelegenheid was om dat eerder te doen.
Een laatste eerbetoon aan hun Meester.
Dit was het laatste wat zij voor Hem konden doen.
Een laatste keer om hun liefde te tonen.
Wat waren ze trouw geweest.
Terwijl al die mannen, die Jezus gevolgd waren, gevlucht waren
en het niet uithielden, inclusief Petrus,
Hadden deze vrouwen uit de verte toegekeken
en hielden ze in de gaten waar Jezus werd begraven
en daarom komen ze terug,
in alle vroegte, opgestaan terwijl het nog donker was,
Op het eerste moment dat ze konden, nu de sabbat voorbij was
en misschien ook wel
om te voorkomen dat ze werden tegengehouden om Hem te bezoeken.
Ze vluchten weg als ze de boodschap horen
en vol ontsteltenis zwijgen ze over wat er is gebeurd.
Ze vluchten weg vanwege de boodschap van de engel.

Markus heeft in zijn evangelie de gelijkenis van de zaaier opgenomen,
de zaaier die het Woord van God zaait.
Als de engel, die op de steen naast het graf zit
de boodschap van God, ook namens de opgestane Heer,
is hun hart geen aarde, die dit zaad opneemt.
Het blijft in hun hart op de weg liggen.
Ze kunnen het door hun ontsteltenis niet opnemen
en dragen daarmee ook geen vrucht.
Als God voor Zijn werk hier op aarde afhankelijk zou zijn van mensen
dan zou er helemaal niets van terecht komen.

En is dat Pasen bij uitstek,
dat God het werk doet
– nog voor wij iets kunnen of iets doorhebben.
Het begint al in de tijdsaanduidingen:
de sabbat die voorbij is gegaan.
Had Markus niet een uitspraak van Christus overgeleverd
dat de sabbat er is voor de mens?
De sabbat is er ten dienste van de mens.
Wat zullen de vrouwen die weten waar Jezus is neergelegd
op de sabbat hebben gedaan?
Zullen ze op die dag hebben gevierd,
dat de tijd in Gods hand is:
de HEERE die in zes dagen de hemel en de aarde schiep
en rust hield op de zevende dag?
De rust die de HEERE ook aan Zijn volk voorschrijft,
omdat ze dan kunnen zien dat God als Schepper in deze wereld werkt.
De sabbat die voor altijd een herinnering is aan de uittocht uit Egypte
waardoor het volk geleerd heeft
dat het bestaande nooit definitief is, zoals het lijkt,
omdat God een verandering brengt, reddend ingrijpt.
Juist de sabbat is er voor
om ons te oefenen in de hoop dat God in deze wereld veranderingen aanbrengt.
Zoals voor ons ook de zondag steeds weer een levend houden is
van het geloof, de hoop dat de wereld in Gods hand is,
wat er ook gebeurt.
Er is een God die hoort.
De sabbat voor de vrouwen en de zondag voor ons
is bedoeld om dat geloof steeds weer te versterken,
dat God hoort en bezig is in deze wereld.
Dat geloof staat zo gemakkelijk onder druk
en dan zien we ook niet wat God doet in onze wereld en in ons leven
en dan zien we – net als de vrouwen
alleen maar het hopeloze, het einde
De vrouwen die bezig zijn met de steen voor het graf
terwijl dat graf al open is
terwijl ze op weg zijn om een lichaam te verzorgen dat al is opgestaan.
Alle tekenen die er zijn en die wijzen op God merken ze niet op.
De sabbat is alleen een dag waarop zij niet naar het graf kunnen
en als de sabbat voorbij is gaan ze allereerst de benodigdheden kopen
om het lichaam van een overledene te kunnen verzorgen.
Ze zien niet dat het dag geworden is

en als ze bij het graf komen, merken ze niet op dat de zon reeds schijnt.
Ze kunnen deze tekenen van God niet zien.
De steen die reeds is weggerold als ze bij het graf komen,
de doeken die zijn opgevouwen,
het graf dat leeg is,
de engel die bij het graf zit.
Allerlei tekenen die er zijn.

Dat is herkenbaar toch,
Dat je in je eigen leven die tekenen van God niet ziet of niet begrijpt.
Dat je niet ziet
dat de levende Heer ook in jouw eigen leven werkt.
Ook dat zouden we als een taak voor de ouderlingen kunnen zien:
dat ze u of jou helpen
om te zien hoe Christus in je leven is.
Want het kan zijn dat de Heere reeds aanwezig is,
maar dan verborgen
en de tekenen van Zijn aanwezigheid reeds laat zien
en dat je die zelf ook moet leren zien.

Dan is de taak van een ouderling net als die jonge man
die daar bij het graf zit en de vrouwen aanspreekt.
Er is trouwens iets bijzonders in dat gesprek
en ik hoop dat ook in een huisbezoek dat gebeurt:
De engel zegt tegen de vrouwen:
U bent op zoek naar Jezus de Nazarener, die gekruisigd is.
Eigenlijk is dat een vreemde uitspraak,
want ze wisten waar ze naar toe moesten gaan,
ze hadden gezien, waar ze het lichaam van de gestorven Jezus hadden neergelegd.
En nu zijn ze op zoek naar dat lichaam.
Jullie zijn op zoek,
maar jullie zoeken de verkeerde.
Wat zou het mooi zijn als dat op huisbezoek ook gebeurd.
Dat de ouderling die bij u op bezoek is
in wat u vertelt kan horen dat u op zoek bent naar Jezus,
dat u wat van Hem zou willen zien en merken.
Hier is wat de engel zegt tegen de vrouwen wel kritisch bezoek.
Jullie zijn op zoek naar Jezus uit Nazareth, die aan het kruis gehangen heeft
maar dat is de verkeerde die jullie zoeken.
Jullie moeten niet op zoek naar Jezus uit Nazareth.
Want degene die jullie zoeken is opgewekt.

Gisteren las ik een interview met een priester in Tsjechië
die zich vooral richt op twijfelaars en zoekers.
‘In TjsechiË zeggen veel mensen: ik geloof niet in God.
Dan vraag ik: in wélke God geloof je niet?
Als ze me dan hun beeld van God vertellen
zeg ik: God zij dank dat je niet in zo’n god gelooft.
Want in zo’n god geloof ik ook niet.’
Ook dat is een taak van de kerk, van ouderlingen
om mensen af te helpen van een verkeerd beeld van God,
een verkeerd beeld van Christus,
zoals de vrouwen de verkeerde Jezus zochten, op een verkeerde plaats.

Een evangelie voor de 21e eeuw, vanwege dat zwijgen,
ook een evangelie voor de 21e eeuw, vanwege het zoeken,
want zijn in onze tijd niet veel mensen op zoek
om iets van God te merken?
In alle verhalen van de opstanding is daar ruimte voor,
Voor dat zoeken naar God, naar de tekenen van God,
maar ook voor de andere kant:
Dat wij vaak verkeerd zoeken en over het hoofd zien en niet begrijpen.
Daarom is de boodschap van de engel van belang:
de aankondiging dat de discipelen Jezus mogen zien
als ze naar Galilea gaan.

Markus schreef zijn evangelie zo,
dat de lezer, dat wij, dat u en ik,
in het verhaal meegaan
en dan door het verhaal te lezen, te geloven, Jezus te zien,
te zien als de levende, de Zoon van God die in deze wereld gekomen is,
aan het kruis, maar ook weer opstond, de levende.
Markus schreef zijn evangelie zo,
dat het zwijgen doorbroken wordt en dat er over Jezus wordt verteld als de levende
Om te laten zien
dat als mensen zwijgen, God zelf wel door gaat
op Zijn manier om de boodschap te laten klinken, levend te houden.
En toch, worden er steeds weer mensen ingeschakeld
om dat geweldige nieuws te vertellen
dat Jezus is opgestaan.
Amen

Preek Goede Vrijdag 2016

Preek Goede Vrijdag 2016
Lukas 23:26-49

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Gisteren kwam er een man bij ons thuis die een klusje moest doen.
De man was door zijn bedrijf vanuit het noorden van het land naar ons adres gestuurd.\
Bij het weggaan vroeg hij: ‘U bent predikant?
Wat vind u van deze tijd, met die aanslagen in Brussel?
De islam wil over de hele wereld regeren.
Wat moet dat van ons worden?’
Ik weet nooit zo goed hoe ik op dat soort vragen moet antwoorden.
Allereerst kon ik niet goed inschatten
of deze man bij een kerk hoorde en geloofde
of dat hij was afgehaakt.
‘We leven in een rare tijd,’ zei ik maar – om tijd te winnen.
‘Ach,’ zei de man, ‘het is met alle oorlogen zo.
Ook in de Tweede Wereldoorlog speelde het geloof een rol.’
‘Bij het kruis op Golgotha toch ook?’ zei ik,
want ik was bezig met de preek.
‘Dat is ook zo,’ zei de man
‘het is van alle tijden.’
Toen wist ik pas wat ik moest zeggen:
‘Er is er maar één die regeert!’
‘Dat is waar.’
Toen vertelde ik hem dat ik vorig jaar de diensten van Goede Vrijdag en Pasen niet kon doen
en dat de diensten door gastpredikanten werden geleid
en dat op Goede Vrijdag de boodschap was
dat Christus aan het kruis de overwinnaar is gebleken,
De overwinnaar op de zonde en op de duivel
En dat daarmee alle kwade en demonische machten overwonnen zijn
en het uiteindelijk niet zullen houden.
‘Moed houden dan maar’ zei ik tegen hem toen ik hem uitgeleide deed.
‘Dat moeten we maar doen: moed houden!’ zei hij.

Dat Christus aan het kruis de overwinnaar is
op alle kwade machten
en dat macht van de duivel en de demonen
dat zien we niet, ook niet in onze tijd.
Juist niet in onze tijd.
De aanslagen in Brussel raken ons diep
en geven het gevoel dat het nu wel dichtbij komt.
Wat we in Brussel hebben gezien,
het geweld dat zo zinloos is en zoveel mensenlevens kost
en zoveel mensen in levenslang verdriet dompelt – ook als de aanslagen vergeten zijn
gebeurt in deze wereld op veel plaatsen dagelijks
waar oorlog, geweld, bombardementen en aanslagen het dagelijks leven beheersen.
Het gebeurt ook dichtbij
wellicht in uw eigen leven
En dan niet in de vorm van een aanslag,
maar dan als ziekte, een tegenslag die ingrijpend is en alles op zn kop zet
een overlijden van iemand die je nu nog niet kunt missen.
Er kan zoveel duisternis in je leven komen.
Er wordt niet voor niets gesproken over een kruis dat iemand te dragen heeft.
Door uw, jouw eigen lijden
kun je soms dichterbij het lijden van Christus komen
omdat je er iets meer van aanvoelt
dan toen je dat kruis niet te dragen had.

Op Golgotha was er ook een sprake van duisternis,
op het zesde uur,
midden op de dag.
Een duisternis die niet gewoon was,
geen gewone zonsverduistering,
maar het is, wat de Heere Jezus al had aangekondigd:
het uur van de macht van de duisternis.
Lukas meldt aan het begin van zijn evangelie,
als de Heere Jezus in de woestijn is verzocht geweest
dat de satan Hem voor een bepaalde tijd verliet
en Lukas heeft er oog voor
dat de satan, als het kruis op Golgotha dichterbij komt,
zijn uiterste best doet
om te voorkomen dat het kruis op Golgotha zal staan.
Door Petrus zo ver te brengen
Dat hij zijn Meester aanspreekt om de weg van het kruis niet te kiezen.
En als het kruis er toch gekomen is,
de verzoeking door middel van de spot probeert op te voeren.
Anderen heeft Hij verlost,
laat Hij zichzelf verlossen,
als Hij de Christus is,
de Uitverkorene.
De uitdaging die ook in de wildernis op Christus afkomt:
Bewijs maar eens dat U het bent:
de Christus waarop heel de wereld wacht,
waar de gelovigen in het Oude Testament naar hebben uitgekeken.
Moet je zien hoe machteloos Hij daar hangt.
Moet dat de Uitverkorene zijn, de Gezalfde?
Is dat Gods zoon, als Hij zichzelf niet eens kan bevrijden?
En als die verzoekingen geen effect hebben,
dan door middel van de duisternis
die midden op de dag, het 6e uur, om het kruis hangt, 3 uur lang.

Enkele uren daarvoor,
toen Jezus voor Herodes stond,
kreeg Jezus de vraag om een teken te geven, een wonder te verrichten.
Hier om het kruis gebeuren er enkele tekenen:
een duisternis van 3 uur,
het gordijn dat in de tempel hangt dat scheurt.
Ondertussen zijn er al meerdere tekenen geweest:
Jezus die op de weg naar het kruis
de vrouwen waarschuwt om niet over Hem te rouwen,
maar over zichzelf vanwege de rampspoed dat hen te wachten staat,
het gebed dat Jezus bidt voor degenen die Hem kruisigen:
Vader, vergeef hen wat zijn weten niet wat zij doen,
de ene moordenaar die het verzoek bij Jezus aan het kruis indient:
Gedenk mij, als U in Uw koninkrijk gekomen bent.
Herodes, je vroeg om een teken.
Nu ze komen, die tekenen, ben je er niet
en als je er was, had je dan die tekenen begrepen?
Had je dan door wat die tekenen tegen jou, tegen de overpriesters, tegen het volk,
tegen ons willen zeggen?
Het duiden van wat er gebeurt,
is niet zo eenvoudig.
We zien dat bij de aanslagen die in Brussel zijn gepleegd.
Als de afschuw en verontwaardiging is geluwd,
hebben we dan door wat die aanslagen betekenen?
Ook de tekenen op Golgotha zijn niet zo eenvoudig
en toch geeft Lukas ons een aantal van die tekenen om het kruis door
om daarmee aan ons aan te geven
wat daar op Golgotha gebeurde
toen Jezus aan het kruis gehangen werd.

Er gebeurt een hoop op Golgotha.
Alles balt er samen, een intense strijd van goed en kwaad,
van Christus tegen de macht van de duisternis,

de rechtvaardige, die terwijl Hij onschuldig is, wordt gestraft als misdadiger
tegen de satan die mensen knecht in boeien van de zonde en opstand tegen God.
Het is er Lukas alles aangelegen
dat wij begrijpen
dat omdat Jezus daar hangt,
u vergeving van zonden kan krijgen als u in Hem gelooft.
Die vergeving is tegelijkertijd een bevrijding, een uittocht uit het slavenhuis,
uit de slavernij van de zonde,
bevrijding van de dictatuur van de satan.
Dat is te zien aan de duisternis die over heel de aarde komt.
Nu kwam het vaker voor dat er gesproken werd over duisternis
bij het overlijden van een grootheid in die tijd.
Ook bij de dood van Julius Caesar wordt zo’n duisternis gemeld,
om aan te geven dat ook de hemel rouwt om de doodheid van deze grote man,
ik denk vergelijkbaar wat er gisteren te zien was in de media
bij het overlijden van Johan Cruyff:
de hele wereld die er bij stilstaat en stilhoudt en een vorm van rouw laat zien.
Maar dat is niet wat Lukas wil aangeven.
Die duisternis om het kruis is een laatste poging van de vorst van de duisternis
om zijn macht over Jezus te laten gelden,
een laatste greep naar de macht over heel de wereld.
Jezus kondigt dat uur aan,
als Hij in Gethsemané gevangen genomen wordt.
Hij uit een verwijt richting de leiders:
Jullie hadden me kunnen oppakken toen Ik in de tempel was.
Dat het nu gebeurt, komt,
omdat nu de tijd is aangebroken van de macht van de duisternis.
Drie uur lang houdt Jezus deze duisternis uit,
drie uur lang, waarbij heel de schepping en alle engelen in de hemel de adem inhouden.
Nooit zijn er op aarde spannender uren geweest,
nooit is een tijdstip op aarde crucialer geweest dan deze uren
die Jezus aan het kruis doorbrengt.
Het is geen gewone duisternis,
maar een zon die verduisterd wordt,
het licht dat elke dag teken is van Gods trouw en goedheid
mag zijn kracht niet laten zien
en Jezus moet in het donker hangen,
de beker die Hij moet leegdrinken van de Vader.
Neem deze drinkbeker van Mij weg,
maar niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.
Daarom houdt Jezus het uit,
in die zwaarste aanval die er is,
de laatste en ultieme poging om Jezus er onder te krijgen
en de macht over deze wereld voort te laten bestaan.

Als die uren van duisternis voorbij zijn, is er een nieuw teken:
het gordijn in de tempel dat scheurt.
Is dat een teken dat de tempel niet meer nodig is?
Of is dat juist een teken dat wat er in de tempel gebeurt onbeschermd is
omdat de Heer die tot Zijn tempel kwam gedood werd?
Geeft God daarmee aan, dat de deur voor iedereen naar Hem open staat
en dat er voor iedereen op deze wereld verzoening, bevrijding, vergeving te vinden?
Een teken dat de poorten van het paradijs zijn opengegaan
en dat iedereen die in Hem gelooft, mag zien, mag geloven
dat er een poort openstaat en dat wij daar vrij door heen mogen gaan?
Of is dat een slag van de boze, een litteken voor altijd op dit heilige gebouw,
Gods huis op aarde?
Dan opeens is het voorbij.
De spot wordt uitgebreid uit de doeken gedaan,
de tekenen om het kruis krijgen volop aandacht,
maar het sterven van Jezus wordt maar kort en sober beschreven.
Jezus blaast de laatste adem uit.
Na alle hectiek, na alle spanning en strijd is er rust en overgave:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.

Een intiem moment: Vader, zoals Jezus steeds zei
om de intieme band te benadrukken
Dat wat Jezus doet op een lijn staat met wat God vraagt
En dat het Gods weg is, Gods wil,
naast de aanval van de boze ook de beker van God.
Vader, hier ben Ik.
Wat U verder doet, is aan U.
Mijn taak is volbracht.
Al zou het moeten zijn dat Ik voor altijd uitgewist zou moeten zijn
om daarmee anderen vrij te kopen.
Vader, wat Gij doet is goed.
Jezus had al aangekondigd
dat Hij de dood moest ingaan,
maar ook dat er een opstanding zou zijn,
een weg door de dood heen.
Hoe zwaar die duisternis ook zou zijn
– we moeten het donker van de dood niet onderschatten –
het zou maar een korte tijd zijn
dat het donker het wint.
Drie uur duisternis bij het kruis,
drie dagen donkerheid in het graf
en dan, op de eerste dag breekt er weer een ochtendgloren aan,
weer een teken,
een teken van God, dat er een nieuwe schepping is,
Dat al het oude voorbij gegaan is,
Daarmee ook de macht van de satan.

Hoe machtig de satan ook is,
Hoe sterk de duisternis ook in ons leven aanwezig kan zijn,
Er komt een einde aan,
Zoals aan de duisternis om het kruis een einde kwam, na 3 uur
en na 3 dagen het licht weer doorbrak, een nieuwe zon
die zich nooit meer liet verduisteren
omdat Jezus sterker bleek dan de dood, dan de duivel.

Dat is moeilijk te geloven, zeker in een week waarin zo’n ingrijpende gebeurtenis plaatsvindt,
een aanslag met zoveel mensen die daarbij het leven moeten laten.
Moeilijk te geloven in een wereld waarin de duisternis sterker overkomt.
‘Moed houden’ zei ik tegen de man die wegging.
Heb ik hem een te makkelijke boodschap gegeven?
Ik weet niet hoe hij thuis kwam, wat zijn privésituatie was,
zelfs niet of hij geloofde.
Ik weet niet wat hij met die opmerking deed.
Misschien was hij die opmerking wel vergeten
toen hij van de Ratelaar de Otto Veeninglaan opreed.

Afgelopen weken las ik een recent boek over de betekenis van het kruis,
waarin de schrijfster alle aspecten van het kruis langs wilde gaan.
In de afgelopen weken zijn verschillende betekenissen langsgekomen:
het dragen van Gods oordeel,
de schande die God draagt en wegdraagt,
Jezus die in onze plaats hangt
en deze preek de overwinning op het kwaad en de duivel aan het kruis.
Op de voorkant van het boek staat een glas-in-loodraam afgebeeld.
Dat raam heeft de bijnaam het Wales-raam,
Het is in 1963 geschonken door de bevolking van Wales
aan een baptistenkerk in de Amerikaanse plaats Birmingham.
Op zondagmorgen 15 september 1963 werden er 4 meisjes doodgeschoten.
Deze meisjes waren in het wit gekleed vanwege de kerkdienst.
Deze meisjes werden doodgeschoten door de Ku Klux Klan.
Het was de tijd van de hevige rassenrellen
en de meisjes werden in de kerk doodgeschoten vanwege hun huidskleur.
Uit diepe medeleven besloot men in Wales geld in te zamelen voor een raam
om de gebeurtenissen te herdenken.
Er werd een raam gemaakt,
met Christus daarop afgebeeld,
Als een gekruisigde,
niet naakt, zoals toen gebruikelijk was,
maar in kleren, dagelijkse kloffie of gevangeniskleren?
Het hoofd gebogen,
als de Christus die lijdt voor de zonde van heel de mensheid,
hier een donkere Christus die lijdt
voor het kwaad dat door blanke mensen werd aangedaan,
De moord op 4 onschuldige meisjes,
Christus die lijdt aan het onrecht van deze wereld en dat draagt.
De ene hand duwt weg,
Duwt de kwade machten weg, het demonische, de behoefte aan wraak,
De andere hand is een zegengebaar,
een hand die zegt: Kom maar bij mij,
Bij Mij ben je veilig, Ik bescherm je.
Jezus die zich geeft in een donkere wereld,
De chaos die zich om het kruis toont als een heftige storm,
een woedende en alles vernietigende storm.
En toch, in die donkerheid is er een licht.
Licht in de vorm van het kruis
en achter het hoofd van Jezus breekt het licht door, een zon die opkomt,
het ochtendgloren reeds, de dag van de opstanding breekt aan.
De duisternis heeft niet het laatste woord.
In die duisternis stond het kruis van Christus,
dat het duister breekt.
Jezus die zich geeft, lijdend,
maar daardoor het licht brengt, het licht is, in deze donkere wereld.

16th-St-Baptist-Ch-Wales

Daarom: het kan – moed houden,
Want Christus stierf,
als overwinnaar – op de zonde, de dood, de satan,
op alle machten die er zijn en ons leven willen beschadigen, kapot willen maken.
De duisternis heeft niet het laatste woord.
Na het kruis gaat het verder.
De nieuwe week begint met het ochtendgloren,
een scheppingsdag – de nieuwe schepping.
Jezus stierf – maar won.
Amen

 

Bezinning op het kruis: hoe geef je het geheimenis woorden?

Bezinning op het kruis: hoe geef je het geheimenis woorden?

Goede Vrijdag. Een dag om naar uit te kijken en te vieren. Toch zie ik er soms ook tegenop. Zo gemakkelijk is het niet om te preken over het lijden en sterven van Christus. Het nieuwe boek van Reiner Knieling over het kruis biedt inspiratie.

In de voorjaarsvakantie was ik in Münster. Ik bezocht de kerken, die een overdaad aan beelden hebben. Die beelden deden me wat. Als protestanten hebben we het dan moeilijk: zonder rituelen waarbij we kunnen knielen voor een beeld, je te laten meenemen in de staties. Dan moet je het hebben van de kerkmuziek. Maar hoe moet dat in een kerk waarin alle nadruk ligt op het gesproken woord, de verkondiging?
In een boekhandel in Münster, die tot mijn verrassing een grote theologische afdeling heeft, vond ik het nieuwe boek van de Duitse theoloog Reiner Knieling: Das Kreuz mit dem Kreuz. Ik had de aankondiging hiervan op de website van de uitgever al gezien, en nu het voor het meenemen lag kon ik het niet laten. Van de praktisch theoloog Knieling heb ik meer gelezen, omdat Knieling zich nadrukkelijk mengt in het missionaire debat. Ik was benieuwd of hij mij zou kunnen helpen om woorden te vinden om de weg van Christus te kunnen doorvertellen.

Das Kreuz mit dem Kreuz von Reiner Knieling

Das Kreuz mit dem Kreuz von Reiner Knieling

Knieling had als tiener moeite om het kruis te begrijpen, vertelt hij aan het begin van zijn boek. Waarom moest Jezus sterven? Wanneer hij zijn vragen stelde, merkte hij dat er geen goede antwoorden kwamen. Je moest het maar geloven. Daarom ging hij zelf op zoek naar de betekenis.

In zijn jongste boek richt hij zich specifiek op de betekenis van het kruis en de zoektocht naar woorden om het geheimenis te kunnen verwoorden. Hij laat zien dat in de kunstgeschiedenis de kruisiging op verschillende manieren is afgebeeld. Jezus is lang niet altijd als de lijdende afgebeeld. Lange tijd werd Jezus aan het kruis als de zegenende afgebeeld. In de twintigste eeuw werd de gekruisigde Christus symbool voor het lijden op de wereld. Ook wordt er geëxperimenteerd: met een Christa aan het kruis of een Jezus die van het kruis afkomt. Knieling wil deze experimenten serieus nemen, omdat ze laten zien dat het kruis iets vreemds, iets aanstootgevends heeft.
De theoloog is van mening dat het christendom het aanstootgevende te veel heeft willen afzwakken. Het zijn vaak de buitenstaanders die het aanstootgevende van het kruis begrijpen. Als voorbeeld geeft hij de rel rondom de oriëntalist Navid Kermani. Nadat Kermani had aangegeven dat hij het kruis een vorm van godslastering en afgodenverering vindt, weigerden de Duitse kardinaal Karl Lehmann en de protestantse theoloog Peter Steinacker (1943-2015) om samen met Kermani een prijs in ontvangst te nemen. Uiteindelijk is de uitreiking doorgegaan. Kermani had het aanstootgevende van het kruis beter begrepen dan Lehmann en Steinacker, vindt Knieling.

Offer?
Ook binnen de kerk krijgt het aanstootgevende aandacht. Steeds meer wordt het pleidooi gevoerd om afscheid te nemen van een bepaalde type van theologie, waarin verondersteld wordt dat God bloed wil zien. Knieling sluit zich er deels bij aan. Hij geeft daarom een andere betekenis aan het kruis. Het kruis op Golgotha heeft voor hem niets te maken met het wegdragen van de straf op de zonde. Het kruis is weliswaar een offer. Dat houdt Knieling nadrukkelijk vast. Maar het kruis is geen wegdragen van de zonde, maar een openstellen van Gods gemeenschap voor mensen. Jezus was de climax van Gods liefde voor de mensen. Nadat de mensen Jezus aan het kruis brachten, had hij ervoor kunnen kiezen om de wereld te straffen. Net zoals dat gebeurde met de zondvloed. Dat deed God echter niet. Ondanks het afwijzen van Gods liefde in Jezus, bleef God vasthouden aan zijn liefde. Nadat Jezus is opgestaan uit de dood, werd zichtbaar dat Gods liefde sterker is dan menselijke haat. Jezus droeg de zonde niet weg, maar overwon de zonde. In die zin is het kruis verzoening. Het kruis is Gods uiteindelijke consequentie van zijn liefde. Ondanks het kruis, waarin mensen God afwezen, blijft God mensen onvoorwaardelijk liefhebben.

Het kruis van Golgotha is voor Knieling van belang. Daarin wordt zichtbaar dat God op de diepste plaats aanwezig is. Waar mensen God afwijzen daar is God. Het kruis is de meest aanstootgevende plaats. Het kruis houdt ons dan ook voor om God in ons leven te zoeken waar we Hem niet verwachten. Daarom wil Knieling meer aandacht voor het tragische van de zonde. Zonde betekent niet alleen schuld, maar ook tragiek, verstrikt zijn in een verkeerde wereld waar je niet uit weg komt.

Het kruis op Golgotha laat volgens Knieling zien dat God wil delen in onze tragiek en verstrikking. Knieling benadrukt een trinitarische visie op het kruis: niet alleen Jezus, maar ook de Vader lijdt aan het kruis op Golgotha. Toch laat Hij zijn liefde sterker zijn. De Geest is de kracht die zichtbaar wordt in de liefde op het kruis. Die Geest werkt ook waar mensen vastzitten in de tragiek en de verstrikking. Hij weet tegenstellingen te overwinnen en verzoening te brengen waar wonden zijn geslagen, door de kracht van Gods onvoorwaardelijke liefde sterker te laten zijn dat de onderlinge afwijzing. De werkelijke betekenis van het kruis wordt pas zichtbaar met Pasen.

Preektips
Halverwege het boek merk ik dat ik niet meekom in deze duiding van het kruis op Golgotha. Omdat voor mij dat kruis heel nadrukkelijk te maken heeft met het wegdragen van onze schuld. Wat het boek niet gemakkelijk maakt, is dat niet altijd duidelijk is tegen welke vorm van theologie Knieling zich afzet. Toch leverde het boek iets op. Bijvoorbeeld in de preektips die hij geeft: het navertellen van de gebeurtenissen en het blijven benadrukken dat het in de kruisiging om het handelen van God gaat. Ook de waarschuwing van Knieling, dat de kerk bij het gebeuren van het kruis te veel in dogmatische formuleringen vervalt, is ter harte te nemen. Tegelijkertijd valt het mij op dat wanneer hij dat wil aantonen aan de hand van kruisliederen uit de zeventiende eeuw, deze liederen voor mij concreter zijn dan Knieling veronderstelt.

Reiner Knieling, Das Kreuz mit dem Kreuz. Sprache finden für das Unverständliche. Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus.

 

Preek zondagmiddag 20 maart

Preek zondagmiddag 20 maart
1 Korinthe 1:18-2:5

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Amerikaanse predikant Eugene H. Peterson vertelt
dat hij op twaalfjarige leeftijd van een klein dorp verhuisde naar de grote stad Seattle.
Op zaterdagmiddagen dwaalde hij door de stad
om de stad te verkennen.
Op die zaterdagmiddagen had hij een doel dat favoriet was:
De Smith Tower, een toren van 149 meter hoog.
Hij ging daar vaak naar toe.
Niet zozeer vanwege het uitzicht,
maar vanwege de wetenschap dat deze toren de hoogste toren was
van de Amerikaanse westkust.
Vanwege dat record ging hij er vaak naar toe.
Door bovenop dat gebouw te staan, was hij onderdeel van dat record.
Onderdeel van iets groots,
iets dat bewondering afdwingt.

Ik herken daar wel iets van.
Als tiener deed ik graag computerspelletjes
en vooral die spellen waarvan ik wist dat het me zou lukken
om bovenaan te staan.
Als mijn broers dat spel dan zouden opstarten,
zouden ze mijn naam bovenaan zien staan.
Computerspellen waarvan ik wist dat mij dat niet zou lukken,
deed ik dan ook lang niet zo vaak
als de spellen waarvan ik wist dat ik een record zou kunnen behalen.
Er zullen anderen zijn,
met meer doorzettingsvermogen
of meer geloof in hun eigen kunnen
die ook een recordpoging doen als ze weten:
Eigenlijk kan ik dat record niet behalen,
maar ik ga net zolang door tot ik in de buurt kom van zo’n record.
Voor mij was zo’n record iets om te laten zien
Dat ik wel iets kon bereiken
en vooral ook iets dat bewondering afdwingt.

Nog steeds ben ik gevoelig dat wat ik doe gezien wordt
en dat meet ik soms af aan de records die ik voor mijzelf behaal.
Ik denk dat ik niet de enige ben,
maar dat we in een tijd leven waarin het erom gaat dat je gezien wordt, opgemerkt:
dat jouw sollicitatiebrief uit het grote aantal inzendingen wordt gehaald,
dat jouw bedrijf een bepaald prestigieuze opdracht binnenhaalt,
dat jouw verhaal de moeite waard is om op tv te komen te vertellen.
Misschien is dat niet alleen iets van deze tijd, maar van alle tijden.
Dat je gezien wordt, dat een leven meetelt dat groots en meeslepend is.

Dat werkt dan ook door in ons geloof en in ons beeld van God.
Er is niets groters dan God.
Dat geloof ik ook, dat God het grootst, het hoogst is.
Niets van wat bestaat, is groter dan God, want God is de schepper van alles.
Het is dan een kleine stap om vandaar uit alles wat groot is
met God te verbinden:
Als de kerk groeit, dan is dat een teken dat God er werkt.
Als er bijzondere gebeurtenissen gebeuren, dan is God er actief.
En dan omgekeerd: als die bijzondere gebeurtenissen er niet zijn,
als de kerk niet groeit,
dan is God er niet.
Dan kun je zeggen dat God verdwijnt uit Nederland
als het aantal mensen dat gelooft in een persoonlijke God daalt.
Dan is dat een behoorlijke aanslag op je geloof
Als je behoefte hebt om onderdeel uit te maken van iets dat telt en gezien wordt,
iets groots, waar mensen op afkomen
en onder de indruk raken van de aantallen.
Is het dan nog wel waar wat er in de Bijbel staat over God
als die boodschap door zoveel mensen niet meer wordt geloofd?
En moeten we als kerk niet van alles uit de kast halen
om mensen die nu niet naar de kerk komen
en nu niet met geloof bezig zijn te interesseren voor het geloof, voor de kerk?

Wij zijn niet de eersten die met deze vragen te maken hebben.
Wij zijn ook niet de eersten die ertegen aanlopen
dat er zoveel mensen zijn die niet geloven in Christus.
Dat er zoveel mensen zijn, die niets hebben met Jezus is al vanaf het begin van de kerk.
Vanaf het begin is het altijd een aanvechting geweest,
een vraag die alles steeds over hoop gooit: is het wel waar,
dat we in Christus te maken hebben met God.
Als je in zo’n grote wereldstad als Korinthe maar een handjevol mensen bij elkaar hebt
die afkomen op dat verhaal van Christus
en het merendeel daar vooral lacherig of geprikkeld op reageert
en de mensen die wel geloven
nu juist niet de mensen zijn van aanzien,
mensen waar je je eigenlijk voor geneert,
omdat ze de omgangsvormen niet beheersen,
niet die culturele diepgang hebben die je nodig hebt om indruk te maken,
niet de populariteit hebben,
waardoor de boodschap van Christus ook door anderen wordt opgepikt.
Ook in Korinthe kwam de vraag op: is God dan wel zo groot?
Heeft Christus dan wel zoveel macht?
Of is dat verhaal over het Koninkrijk van God dat Christus kwam brengen
niet een van de vele mythen, van de verhalen over de goden
die ze vroeger geloofden, maar nu ze christen geworden zijn niet meer kunnen geloven?
Ze gaan opeens merken hoe klein hun gemeente gebleven is
en vragen zich af of er niet een andere vorm, een andere manier moet komen,
iets dat meer opvalt, meer van deze tijd is, meer aanzien heeft
dat je als gelovige ook bevestigd wordt
dat je inderdaad deel uit maakt van iets dat groots is,
het grootste dat in deze wereld te bereiken is op geestelijk gebied,
– de hoogste religieuze toren die er is.

Daar gaat Paulus tegenin
omdat dit verlangen ingaat tegen het tweede gebod:
Maak van God geen beeld en zeker geen beeld dat je zelf als mens graag zou willen zien.
Weet je niet, houdt Paulus de gemeente van Korinthe voor,
dat God lang niet altijd voor het hoogste kiest,
voor wat het meeste indruk maakt of het meeste opvalt.
Kijk maar naar het kruis dat op Golgotha stond.
Ja, wij gelovigen van de 21e eeuw met een eeuwenlange geschiedenis
hebben van het kruis iets dierbaars gemaakt.
Een symbool dat ons zoveel betekent, dat we het om onze nek hangen,
waar liederen over gemaakt zijn die het dierbare verwoorden:
Op die heuvel daarginds, stond een ruwhouten kruis,
het symbool van vervloeking en schuld.

Maar dat kruis is voor ons, toch het kostbaarst kleinood.
Een symbool dat als het in kerken hangt, diepe emotie en diepe devotie oproept.
In de voorjaarsvakantie merkte ik dat weer toen ik in Münster in Duitsland was
en daar enkele grote rooms-katholieke kerken bezocht, die volhingen met kruisen.
Maar we moeten bedenken, dat een kruis in die tijd de lading had van een tbs-kliniek,
een straf waarvan je weet dat degenen die de straf over zich uitgesproken krijgen niet deugen.
Daar wil je niets mee te maken hebben.
Op zo’n plek wil je niet zijn.
Of de lading van een uitzetcentrum, waar uitgeprocedeerde asielzoekers gehuisvest zijn
die hier niet meer mogen blijven, die hier illegaal zijn
maar die ook niet terug kunnen omdat er geen land is die hen wil opnemen,
ook hun vaderland niet.
Hier ongewenst en daar ongewenst, je hoort nergens bij en bent nergens welkom.

Geen wonder dat Paulus schrijft dat de Joden zich er aan ergeren
en dat de Grieken struikelen over zo’n beeld van God,
Een God die zich aan het kruis laat hangen,
als een veroordeelde tbs’er, een uitgeprocedeerde asielzoeker.
Kun je wel geloven in zo’n God die zich op zo’n plek laat brengen,
waar de sloebers worden gestraft, de mensen die geen geld hebben voor een goede verdediging, de meest vernederende straf die er is.
Kun je dat voorstellen: God die zich laat ontkleden
en naakt voor de hele wereld te schande hangt,
God van wie gezegd wordt en geloofd wordt dat Hij de Allerhoogste is,
die alles geschapen heeft?
Toen Adam en Eva in het paradijs ontdekten dat ze naakt waren,
maakten ze voor zichzelf kleren.
Aan het kruis hing Christus van alle kleren ontdaan,
over de kleren die de schaamte en naaktheid moesten verbergen werd gedobbeld
en Hij kon zich niet verbergen, voor God niet, voor de mensen niet.
Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen.
Iemand voor wie je je gezicht verbergt, omdat je dat niet wilt zien.
Aan het kruis – uitgestoten door de aarde, vervloekt door de hemel.

Daar aan dat kruis, zegt Paulus, zie je wie God echt is
en daar aan het kruis kun je Gods karakter zien.
Dat is God!
Het is schande! Het is onzin! Zo’n God.
Navid Kermani, een Duitse moslim, die veel over de islam schrijft
heeft eens over het kruis geschreven
dat het geen onschuldig symbool is,
maar dat het kruis godslasterlijk is en afgodenverering.
Elk weldenkend mens, elke gelovige ook moet van dat kruis afstand nemen.
Schande, zo’n beeld van God!
Onzin om zo’n God te dienen!
Daar moet je afstand van nemen.

Nee, zegt Paulus, dit is de weg die God kiest,
de weg die voor mensen als godslasterlijk overkomt, niet passend bij God.
En dat is de weg die God altijd gekozen heeft en ook nu bij jullie, Korinthiërs, kiest.
Toen God Israël koos om Zijn volk te zijn,
Was dat niet omdat dit volk nou zo’n voorbeeldig volk was,
een volk dat het waard was om verkozen te worden.
Nee, een volk dat het moeilijkst was, dat er voor koos om steeds de eigen God,
die de enige echte, de enige levende God is, te verwerpen,
ook al werden ze steeds door hun God gered.
God kiest ervoor om verworpen te worden, door Israël, door de mensen nu.
De Zoon van God aan het kruis, als de vernederde, de verschoppeling,
is daarop geen uitzondering, maar dat is Gods weg.
Door verworpen te worden, draagt God het oordeel over ons.

Dat het kruis godslasterlijk is en afgodenverering is niet het enige
dat de moslim Kermani over het kruis waaraan Christus hing schreef.
‘Toen zat ik voor het altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina – schreef hij – .
Ik vond de aanblik zo indrukwekkend, zo vol zegen, dat ik het liefst nooit meer was opgestaan. Voor het eerst dacht ik: Ik – niet alleen: men – ik zou in een kruis kunnen geloven.’

Hij ziet in dat schilderij al het lijden van de wereld samenkomen.
Van alle mensen: de mensen in de vluchtelingenkampen, de sloppenwijken.
Paulus zal zeggen: je bent op de goede weg,
maar niet alleen het lijden van de verschoppelingen en vertrapten,
ook van degenen die het goed hebben,
de topmanagers, de bankiers, maar ook de ‘gewonere’ werknemers in het westen:
de leraren, de ambtenaren, de gepensioneerden,
degenen die nog moeten beginnen met carriere.
Want al die mensen, hoe goed ze het ook hebben of beroerd,
al leven ze in de mooiste villawijk of slechts in een krot in een sloppenwijk,
ze hebben één ding gemeenschappelijk:
Ze leven allemaal een verloren bestaan, u, jij en ik ook.
Als je God niet kent en als je niet gelooft dat Christus voor je gestorven is.
Voor degenen die verloren gaan is het kruis een dwaasheid, zegt Paulus.
Die verlorenheid is nu al bezig
en daar kun je je als mens zelf niet van redden
en je kunt ook niet door zelf over God na te denken bij Hem uitkomen.
Al kun je de beste betogen opzetten,
Al kun je de speech van de eeuw houden
– Wir schaffen das! Yes, we can!
Al doe je de beste uitvinding of schrijf je het intelligentste proefschrift.
Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen.
Het is God zelf die dat zegt – al in het Oude Testament
en ook het kruis spreekt daarvan,
van onze verlorenheid, van onze onmacht onszelf te redden
maar ook van wat God doet
dat Hij daar hangt in onze verlorenheid, in onze plaats,
gaat God verloren om ons behoud, redding te geven.
Dit kruis, waar GOd aan hing – o grote nood, God zelf is dood
dit kruis spreekt – van ónze schande en verlorenheid,
net zoals de doop trouwens spreekt – dat we van binnen niet rein zijn
en aan het oordeel onderworpen zijn.
Maar dat kruis spreekt ook van Gods liefde:
Dit is God, hier zie je dat Hij bereid was om zo diep af te dalen,
als verworpene, nedergedaald in de hel, het dodenrijk.
Dat is voor ons Gods kracht, die ons kan redden.
Het is geen onmacht dat God deze weg kiest,
maar een weg om onze wijsheid en onze kennis te bespotten
– als het kennis is buiten Hem om.
Zo is het ook geen onmacht van God, als de kerk kleiner wordt,
maar kan het een manier zijn om ons bezigzijn voor Hem
of de gedachten die er over Hem in onze samenleving onder kritiek te plaatsen
om oog te krijgen voor hoe God echt is, en oog voor de weg die Hij ging.
Om te voorkomen dat we ons vertrouwen bouwen
op wat we hier op aarde voor elkaar kunnen krijgen,
in plaats van op Hem.
Om te voorkomen dat we een weg kiezen, buiten Hem om.
Daarom spreekt het kruis, dat roept.
Dat roept u bij uw naam,
om in Hem te geloven en Hem te dienen
de God die uw plaats inneemt, uw schuld draagt, uw zonden wegdraagt
en u Zijn heiligheid en verbondenheid met God geeft.
Amen

Preek zondagmorgen 20 maart

Preek zondagmorgen 20 maart
Afsluiting winterwerk
Lukas 23:1-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Kun je blij zijn om Jezus te mogen zien?
Koning Herodes is dat wel.
Hij is in de evangeliën een van de weinigen over wie er verteld wordt
dat ze blij zijn om Jezus te kunnen zien.
De leiders van het volk zijn niet blij met Jezus.
Zij zijn wel blij met Judas, die bereid is om zijn Meester te verraden.
Daarom is de blijdschap die Herodes heeft,
omdat hij nu eindelijk de gelegenheid heeft om Jezus te zien, verrassend.
Soms kun je van mensen die niet geloven
of op een andere manier geloven heel veel leren.
Want ik denk dat wij niet altijd blij zijn
als we over de Heere Jezus horen.
Als je naar de kerk moet, verzucht je misschien:
Moet ik al weer?

Er is een reden waarom Jezus bij Herodes komt.
Pilatus, bij wie de Heere Jezus werd gebracht,
ontdekte dat de Heere Jezus uit Galilea kwam.
Galilea, dat is niet zijn gebied.
Daar heeft hij geen zeggenschap over.
Als er iets in Galilea aan de hand is, moeten ze daarvoor bij Herodes zijn.
Het komt Pilatus wel goed uit
dat die Jezus uit Galilea komt
en dat Hij vooral daar heeft rondgetrokken en bezig was.
Pilatus mag die Herodes niet zo.
Dat gedoe met die Jezus mag die Herodes mooi opknappen.
Want hij, Pilatus, zal het toch nooit goed doen.
Als hij Jezus laat lopen, heeft hij de leiders van het volk kwaad

en dat kan hij in deze drukke dagen, met al die honderdduizenden extra mensen in de stad,
niet gebruiken.
Hij kan zich ook niet indenken dat die Jezus ook echt gevaarlijk is.
Het zal wel een ruzie onder dat Joodse volk zijn
waar Jezus de dupe van wordt.
Mooi klusje voor Herodes.
Eens kijken hoe die zich hier uit redt.

 

Eerst is Herodes blij om Jezus te zien.
Hij heeft al zoveel over Hem gehoord.
Over wat Jezus allemaal doet.
Nu kan hij met eigen ogen zien

waartoe Jezus allemaal in staat is.
Hij zou ook wel eens zo’n wonder willen zien.
Als Herodes blij met Jezus is, is dat niet omdat hij in Christus gelooft,
maar omdat hij Jezus als een soort hofnar ziet,
een clown, die hem, koning Herodes, kan vermaken.
Ik ben bereid om Jezus serieus te nemen, geeft Herodes aan,
maar die Jezus zal zich eerst moeten bewijzen.
Hij zal eerst zijn goddelijke kracht moeten tonen,
laten zien wat Hij kan en door Wie Hij gezonden is.

Dat verlangen heb jij misschien ook wel:
Ik zou wel willen dat de Heere Jezus nu ook nog wonderen doet,
want ik bid voor mijn zieke opa,
ik bid ervoor dat het huwelijk van mijn ouders weer goed wordt
zodat ze niet uit elkaar zullen gaan.
Of je denkt bij jezelf:
Als de Heere Jezus nou eens een wonder deed,
Dan wist ik zeker dat Hij bestaat
en dan zou ik voor altijd in Hem geloven.

Het klinkt heel mooi,
die blijdschap van Herodes om Jezus.
En toch.
Verlangen naar een wonder, is niet altijd positief.
Toen de Heere Jezus nog vrij rond liep, zei Hij:
De mensen die nu leven, deze generatie,
Ze willen maar één ding: Ze willen een wonder zien,
een teken van het bewijs dat ik namens God kom.
Er zal maar één teken zijn.
Dat is niet een teken dat Ik zal doen voor hun ogen,
maar iets dat in de boeken van ons geloof staat:
Het verhaal van Jona,
een verhaal dat je wellicht in de afgelopen maanden eens hebt gehoord.
Jona, die in Ninevé moest preken.
En jullie kennen vast wel de boodschap, die Jona vertelde:
Bekeer je, want de stad Ninevé zal worden omgekeerd.
En weet je wat Jona meemaakte?
Hij had dat nooit verwacht: de stad Ninevé bekeerde zich.
Ze zeiden: We hebben God in de steek gelaten
En waren Hem vergeten
we hebben tegen Hem gezondigd.
We moeten verdriet hebben over onze zonden, over wat we verkeerd hebben gedaan.
Berouw.
Beste mensen, bedoelde Jezus, de bekering van Ninevé
daar moeten jullie het mee doen.
Jullie moeten je ook bekeren.
Moet je eens kijken wat Jezus doet, daar bij Herodes.
Hij zwijgt.
Jezus doet niets.
Hij reageert niet.
Niet als Herodes vraagt om een teken.
Niet als Jezus wordt bespot en geslagen.
Jezus zwijgt.
Wat zou dat te betekenen hebben,
dat Jezus voor Herodes zwijgt en helemaal niet reageert?

Stel dat je aan tafel iets tegen je vader of moeder zegt,
en dat je vader of moeder niets zegt, wat zou dat te betekenen hebben?
Hebben ze het niet gehoord?
Willen ze je niet horen en reageren ze niet?
Zijn ze boos?
Zijn ze met hun gedachten ergens anders?
Of stel dat je iets tegen je broer of zus schreeuwt
en die zegt niets terug, wat is er dan aan de hand?
Durft je broer of zus dan niets terug te zeggen?
Kan dat zwijgen betekenen: Wacht maar, straks krijg ik je nog wel?
Of trots? Of een houding van: je kan me niets maken?

Jezus zegt niets.
Hij reageert niet op de vragen van Herodes.
Heb je dat wel eens geprobeerd om, als iemand je vragen stelt,
helemaal niets terug te zeggen?
Zal Herodes zich niet ongemakkelijk gevoeld hebben toen hij niets terug hoorde?
Jezus, heb jij je echt uitgegeven voor koning van de Joden?
Zwijgen.
Jezus, doe eens een wonder, dat kun je toch?
Geen woord.
Jezus, wat is jouw plan hier in Jeruzalem?
Geen reactie.
Hoor je dan niet, Jezus, wat ze allemaal over je zeggen?
Hij deed Zijn mond niet open.
Wat Herodes ook probeert: vragen, onder druk zetten, beschuldigen,
Jezus zegt niets.
Ook geen waarschuwing of oproep tot bekering.
Die tijd is geweest.
Toen van Hem geëist werd, werd Hij verdrukt,
maar Hij deed Zijn mond niet open (Jesaja 53:7a)

De Heere Jezus ondergaat het, zonder iets te zeggen.
Zonder iets te laten zien van de grootheid die Hij heeft,
zonder Zijn macht te laten zien.
Hij laat zich meenemen naar Herodes en van Herodes weer terug naar Pilatus.
Is dat nu de beloofde Koning naar wie iedereen heeft uitgekeken?
Ja, zegt Lukas.
Want door te zwijgen laat Hij zien, Wie Hij is
en waarom deze Koning gekomen is, wat Hij komt doen.
Om te lijden.
Te lijden als een lam, zoals Jesaja al zei.
Toen Jezus voor Herodes stond, was het bijna Pascha.
Misschien heb je in het afgelopen seizoen op de club of tijdens zondagsschool
dit verhaal wel gehoord,
over de uittocht uit Egypte:
Er moest een lam worden geslacht
en het bloed van het lam moest na het slachten aan de deurposten worden gesmeerd
en het lam werd gegeten in de nacht
dat Israël mocht wegtrekken uit Egypte.
Jezus is een Koning, de Koning die komt om te zegevieren, te overwinnen.
Maar dan wel op een bijzondere manier – als het paaslam.
Het paaslam in Egypte gaf aan: de deur van Egypte gaat open.
Jezus als paaslam geeft ook aan – de deur gaat open.
Niet van Egypte, maar van de hel, van de dood
om ons vrij te laten.
Israël trok na het eten van het paaslam naar het beloofde land.
Wie in Jezus als het Paaslam gelooft,
mag op weg  naar het land dat God belooft, niet een land op aarde,
maar het Kanaän dat in de hemel is.


Waarom bleef U zo stil
Toen ze U vroegen
Bent U de koning der Joden?

Waarom bleef U zo stil
Toen ze U sloegen
En aan een kruis wilden doden?

Dacht U aan ons
En dat U de Vader zou zien
Dacht U aan ons
Misschien?

Waarom vocht U niet terug
Toen ze U vonden
En als een dief wilden vangen?

Waarom vocht U niet terug
Toen ze U bonden
En aan een hout wilden hangen?

Dacht U aan ons
En dat U de Vader zou zien
Dacht U aan ons
Misschien?

Waarom zei U geen woord
Toen ze zo spuugden
En U bespotten en lachten?

Waarom zei U geen woord
Toen ze U duwden
En U naar Golgotha brachten?

Dacht U aan ons
En dat U de Vader zou zien
Dacht U aan ons
Misschien?

Dat kun je je wellicht niet voorstellen,
Dat Jezus toen al aan ons dacht.
Heeft de Heere Jezus toen echt al aan mij gedacht?
Ja, Hij was bereid om Zijn leven te geven.

Daarom deed Hij geen wonder.
Want dan zou Hij vrij komen
en werd Gods plan niet uitgevoerd en zou Christus het paaslam niet zijn.
Jezus ging. Toch.
Hij liet zich niet tegen houden door Pilatus, door Herodes, door de spot van zijn eigen mensen.

Op de clubs heb je over Jezus gehoord.
Niet om Jezus als een wonderdoener te zien,
maar zodat je Jezus zou zien als jouw Heer
en dat je Hem zelf gaat dienen,
omdat Hij – toen Hij zwijg – aan jou dacht:
Ik zal sterven, Ik moet sterven. Voor jou,
zodat er voor jou een nieuw leven, eeuwig leven mogelijk is.

Dit slaat mijn trots, al mijn verdienste neder,
’t verlaagt mij diep, maar o, ’t verhoogt mij weder!
’t Meldt mij mijn heil, die van Gods tegenstander
in vriend verander.

Daar G’ U voor mij hebt in de dood gegeven,
hoe zou ik dan naar mijne wil nog leven?
Zou ‘k U, o Heer, die voor mijn schuld woudt lijden,
mijn hart niet wijden?
Amen


Preek zondagmorgen 13 maart 2016

Preek zondagmorgen 13 maart 2016
Lukas 22:1-23

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is bijna feest in Jeruzalem:
Pascha, een van de belangrijkste feesten van het volk Israël staat op het punt te beginnen.
Honderdduizenden mensen zijn de stad binnengestroomd,
omdat dit feest vooral binnen de poorten van Jeruzalem moet worden gevierd.
Honderdduizenden lammeren worden aangeleverd
om in de tempel als offerdier te worden geslacht.
Over enkele dagen wordt gevierd
dat de Heere Zijn volk uit Egypte heeft bevrijd.
Elk jaar wordt dat feest gevierd
en komen vanuit de gehele wereld de Joden naar Jeruzalem
om te vieren dat de Heere Zijn volk heeft bevrijd uit de slavernij
en door dat te vieren herinneren ze zich steeds weer opnieuw
dat de Heere Zijn volk niet vergeet,
maar trouw is
en dat Hij Zijn volk bevrijd van de vijanden die het volk knechten.
De stad is reeds gevuld met drukte en met vreugde.

Je zou verwachten dat de hogepriesters hun handen vol hebben
aan de coördinatie van alle festiviteiten,
met de regie van de offerdienst in de tempel.

En dat de Schriftgeleerden bezig zijn om de pelgrims in te wijden
in de Schriften, over wat er gebruikelijk is met Pascha
met het offerlam en de maaltijd in het gezin
en wat de betekenis daarvan is, wat er gevierd wordt.
Of dat ze bezig zijn de liederen aan te leren die gezongen worden.

Bij alle drukte die er in de stad is en die de aandacht van hen vraagt
en bij alle voorbereidingen die er nodig zijn
om het Pascha op een waardige manier te vieren
vinden de hogepriesters en de Schriftgeleerden een moment
om bij elkaar te komen om te praten over de dood van Jezus.
Niet de dood van de lammeren, die geslacht zouden worden
om de bevrijding uit Egypte te gedenken, heeft hun aandacht,
maar de dood van Jezus.
Jezus moet uit de weg geruimd worden,
maar dan op zo’n manier dat het niemand opvalt,
zodat er vanuit het volk geen protest kan komen
tegen het optreden van de hogepriesters en de Schriftgeleerden.
In mijn Bijbel wordt er een verwijzing gemaakt naar Psalm 2:
De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde.
Als Lukas ons vertelt over de weg naar Golgotha
waar het kruis van Christus werd opgericht
wil hij laten zien dat alle volken daar bij betrokken zijn,
zowel Gods eigen volk als de heidenen
en dat uit verzet tegen God en Zijn gezalfde.
Jezus is niet zomaar een willekeurige slachtoffer,
maar de gezalfde, de messias die gekomen is,
maar moet sterven.
Moet – in de ogen van de hogepriesters en de Schriftgeleerden.
Moet – in de ogen van de satan.
Moet – in de ogen van God.

Dat wil Lukas ons ook laten zien,
dat het bij de weg van Jezus naar Golgotha om meer gaat
dan een aards gebeuren,
waarbij de Joodse hogepriesters en de Schriftgeleerden aangeklaagd kunnen worden.
Er is een diepere dimensie in het lijden en sterven van Christus,
die openbaar komt op het moment dat Jezus in Jeruzalem is
Voor de laatste etappe van Zijn leven op aarde.
Een gebeuren, waarbij de hemel en de aarde, maar ook de hel betrokken is.
Toen voer de satan in Judas.
In deze kleine zin gaat een diepte open:
de satan die in iemand vaart
en dan nog wel iemand uit de intieme kring van Jezus zelf,
die erbij is geweest toen Jezus onreine geesten en demonen uitdreef,
die door de Heere Jezus heeft leren bidden: Leidt ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze
En die van de Heere Jezus zal hebben geleerd
dat je je door het geloof moet wapenen tegen de satan.
En dat dan toch de satan in je vaart
en de regie over je leven overneemt.
Zo dicht bij Jezus en zoveel gezien en meegemaakt.
Een van de twaalf die Jezus vergezeld hebben.
Zijn naam is Judas, schrijft Lukas.
Lukas kan ook bedoeld hebben: deze Judas
is ook ooit eens door Jezus geroepen bij zijn naam,
geroepen om zijn Heer te volgen
en elke dag zijn kruis op zich te nemen, achter Christus aan.
Straks zal ook Petrus worden gewaarschuwd:
De satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe.
Hoe dichter Golgotha eraan komt, hoe sterker satan actief wordt.

We kunnen dat soms in ons eigen leven ook herkennen:
Hoe meer je je wilt overgeven aan de Heere,
Hoe sterker de kracht is die je tegenwerkt.

Voor de Heere Jezus gaat het helemaal op:
Het donker pakt zich boven Hem samen, de duisternis maakt zich op.
De satan is bezig.
In de tijd dat het volk Israël bezig is om het paaslam uit te zoeken
en dat naar de priesters te brengen
om het daar te laten slachten en het huis in gereedheid te brengen
om het grote feest van de bevrijding uit Egypte te vieren,
komt Judas bij de hogepriesters en de bevelhebbers van de tempelwacht.
Judas heeft hun haat gemerkt
en weet dat hij nu bij hen moet zijn om Jezus uit te leveren.
Nu alleen nog een geschikt moment en hij kan zijn Meester uitleveren.

Als de componist Johann Sebastian Bach de Lukas Passion schrijft,
neemt hij een tekst op:
Dwaze man, welke verkeerde gedachte heeft bezit van je genomen?
Waarom denk je alleen maar aan winst door geld
en denk je niet aan de hel?
Verkoop je voor geld en goed
het bloed van je meester en jezelf
als knecht van de satan?
Denk aan de lange eeuwigheid,
Ga terug, nu je nog kan.
Het is nog tijd.

Terwijl de dreiging om Jezus toeneemt,
Het is als op een warme dag in de zomer, waarop het broeit
en je voelt dat er iets gaat gebeuren, een heftig onweer dat komt
en nog is het rustig.
In die rust wil Jezus het Pascha vieren, voordat Zijn tijd gekomen is
omdat Hij hen aan de maaltijd die met Pascha gehouden wordt,
de maaltijd waarin men de bitterheid van de onderdrukking van Egypte proeft
maar ook de hoop dat God de bevrijding spoedig zal brengen,
aan die maaltijd wil Hij hen nogmaals uitleg geven over Zijn dood,
over de betekenis van Zijn dood.
Hij zegt het tijdens die maaltijd: Blijf Mijn dood altijd gedenken,
zoals je nu het Pascha viert, Pesach,
Waarbij je  terugkijkt naar het verleden
om je te herinneren welke machtige daden de Heere heeft gedaan
Door je uit Egypte te leiden,
het diensthuis, het slavenbestaan, waar je jezelf niet uit kon bevrijden.
Die uittocht was meer dan een herinnering,
tijdens de maaltijd wordt dat een werkelijkheid, gebeurt die bevrijding weer opnieuw
en kijk je hoopvol de toekomst in,
omdat je weet God gaat weer Zijn bevrijding geven.
Zo, zegt de Heere Jezus, moet je mijn dood gedenken.
Aan de ene kant een gebeuren op Golgotha, in Jeruzalem,
maar ook meer dan een gebeuren in het verleden.
Gedenk Mijn dood op zo’n manier dat je het nu weer beleeft, alsof je er zelf bij bent
En de betekenis voor je nu levend is.

Lukas wil ons laten zien dat de viering van het Pascha
de betekenis van het kruis op Golgotha kleurt.
Het is niet zomaar dat de hogepriesters en de Schriftgeleerden
kort vooraf aan het Pascha bezig zijn met de dood van Jezus
om Hem uit de weg te ruimen.
Die bevrijding die Christus kwam brengen was echter niet een bevrijding
uit een aards slavenhuis,
maar het verbreken van de macht van de duisternis,
waarin de mensen gevangen zijn.
Aan de tafel, waar Christus het brood breekt,
het brood dat herinnert aan de uittocht uit Egypte,
legt Jezus uit:
Als je dit brood breekt, moet je niet alleen maar denken
aan hoe de boeien van Egypte gebroken werden,
maar denk daarbij ook aan Mijn lichaam, dat verbroken wordt.
Dat gebeurt niet zomaar, maar voor jullie.
Als Mijn lichaam gebroken wordt, gaan voor jullie de deuren van de gevangenis open,
een gevangenis die machtiger en duisterder is dan Egypte ooit was,
En een hardere werkelijkheid dan dat slavenhuis ooit was.
Elke keer als je het brood breekt,
denk er dan aan hoe Ik, jullie Heer, werd gebroken aan het kruis,
om de macht van de satan te breken.
Dat moet je gedenken, dat moet je vieren,
niet alleen als iets uit het verleden, maar als iets dat je nu weer meemaakt,
hoe voor jullie de boeien van de satan worden verbroken
en dat je vrij bent.
Die bevrijding moet je steeds weer ondergaan,
niet om het offer van Christus over te doen,
maar als iets dat steeds weer tot je doordringt, dat je raakt,
Dat je doet geloven en ervaren: je bent vrij gekomen uit de macht van de satan.

Kun je dat wel ervaren?
Hebben we dan niet, dat we steeds die macht van de satan nog ervaren
ook in ons eigen leven?
Vorige week ging het over de hoop, waarvan we moesten getuigen,
de hoop die in ons is als gelovigen.
Misschien dacht u toen wel: Ik zou willen dat ik die hoop had
en dat ik er van kon getuigen, maar die hoop die heb ik niet, die voel ik niet.
Wellicht hebt u dat vanmorgen ook:
Die bevrijding zou ik wel willen ervaren, willen geloven,
maar dat andere is nog zo sterk in mij.
Doe dat tot Mijn gedachtenis, om Mij te gedenken,
net zo lang tot je het beleeft, moet je dat ondergaan,
moet je het kruis dat voor Christus werd opgericht voor je ogen houden
net zo lang tot het tot je doordringt en ook jij het gelooft
en dan niet ophouden, maar het blijven gedenken, voor je blijven zien
als een voortdurende herinnering aan jezelf:
Er heeft een kruis op Golgotha gestaan
waardoor alles, ook mijn leven, helemaal veranderd is.
Geen enkele macht opgewassen tegen mijn Heer,
die zichzelf gaf, Zijn leven overgaf, Zijn ziel uitstortte.
Dat gedenken van de dood van Christus is voor ons een voortdurende opdracht
En dan niet alleen het gebeuren alleen, maar ook de betekenis voor ons,
zodat we die betekenis steeds weer ondergaan,
erin meegenomen worden en het daardoor gaan geloven:
Dat gebeurde ook voor mij.

Dat moest gebeuren, vonden de hogepriesters en de Schriftgeleerden.
Maar dan wel in het verborgen, heimelijk,
zodat er geen haan naar kraait.
Dat moest gebeuren, vond de satan,
maar dan op zo’n manier dat de macht van Jezus gebroken zou worden
En zijn macht gecontinueerd
de macht van de duisternis voorgoed.
Het moet gebeuren, zei God,
om weer een nieuwe exodus te bewerkstelligen,
Waarbij de deuren opengingen, waarin de satan ons gevangen houdt.
Satan voer in Judas.
Aangrijpend, maar door het kruis op Golgotha,
het leven dat Jezus gaf, mogen wij weten dat er voor ons een open deur is
om uit de macht van de satan te komen.
Omdat Jezus zich liet binden, opdat Hij ons zou ontbinden.
Omdat de macht van de satan gebroken is,
is er een nieuwe gemeenschap mogelijk, met God.
En de discipelen aan tafel mogen daar al iets van merken
en Lukas vertelt er ons over
zodat wij het ook zouden zien en geloven,
die nieuwe gemeenschap om Jezus, en door Jezus.
Een nieuwe gemeenschap van God.
Ik heb er naar verlangd om deze maaltijd van Pesach met jullie te vieren.
Want daardoor kan Ik jullie al iets laten zien
van wat Mijn sterven voor jullie gaat betekenen:
de deur gaat open, van de gevangenis die satan had
de deur gaat open, van God, die je roept.
De nieuwe gemeenschap, het koninkrijk van God, dat er komt,
omdat Jezus stierf voor ons.  Amen

Overdenking Paasviering ouderenmiddag 2016

Overdenking Paasviering ouderenmiddag 2016
Jesaja 53:1-8
Lukas 22: 47-63

Als Lukas vertelt over de weg die de Heere Jezus gaat naar het kruis op Golgotha
heeft Hij aandacht voor één discipel in het bijzonder: Petrus.
In zijn hele evangelie laat Lukas deze discipel steeds naar voren komen
alsof hij tegen ons als lezers van zijn evangelie zegt:
Let goed op Simon Petrus,
want als je deze leerling van Jezus in de gaten houdt
dan begrijp je beter welke weg Jezus ging
en wat het betekent om leerling te zijn van Christus.
Zou Lukas zo de aandacht vestigen op Petrus,
zodat wij in zijn voetsporen kunnen gaan?
Ons herkennen in het enthousiasme om bij Christus te zijn en met Hem mee te gaan,
maar ons herkennen in een moment dat we de Heere Jezus niet meer begrijpen
en daarom onze Heere niet meer kunnen volgen?

De weg naar Golgotha begint voor Petrus met een waarschuwing van Christus:
Beste Petrus, er komt voor jou en je medediscipelen een moeilijke weg aan,
want satan heeft het oog op jullie laten vallen.
Hij wil jullie ziften als de tarwe.
Jullie zullen een heftige tijd meemaken,
waarbij de echtheid van je geloof zal worden getest.
De satan zal willen weten of jullie wel echt bij Mij horen
en hij gaat ervan uit dat hij het voor elkaar krijgt
dat jullie Mij allemaal in de steek zullen laten.
Hij gaat ervan uit dat Ik, op de weg die Ik zal gaan,
helemaal niets aan jullie zal hebben.
Hij verwacht dat door zijn toedoen, door zijn aanvallen op jullie geloof in Mij,
jullie allemaal kaf zullen blijken te zijn,
dat door zijn stormwind weggeblazen zal worden.

De satan staat aan de vooravond van zijn grote nederlaag
en toch probeert hij nog zoveel mogelijk schade aan te richten
Door twijfel bij de leerlingen van Jezus te zaaien,
Waardoor Jezus Zijn weg alleen moet gaan,
zonder daarbij gesteund te worden door Zijn leerlingen.
Zijn leerlingen zullen Zijn weg eerder zwaarder maken,
doordat ze Hem in de steek zullen laten
en van Hem zullen zeggen dat ze Hem niet kennen.

Maar, zegt Jezus tegen Petrus, dat is niet het enige dat er gebeurt.
Je hebt ook Mijn gebed nog.
Mijn gebed zal je vergezellen, zodat je in de komende nacht
het geloof in Mij zal behouden.
Terwijl Christus de zware weg in zal gaan,
waarop Hij de beker helemaal zal moeten leegdrinken,
is Hij nog bezig met Petrus,
om hem en zijn geloof te behouden,
zodat de satan geen succes heeft in zijn aanval op Petrus’ geloof
en zijn betrokkenheid op Christus.

Petrus wil deze waarschuwing niet horen.
Als de satan mij en mijn geloof in U wil testen, mij best.
Heert, zit maar niet over mij in.
U kunt op mij bouwen.
Ik ben bereid om met u mee te gaan
de gevangenis in en als het moet de dood in.
Heer, ik geloof in U.
Ik zou niet weten hoe mijn geloof in u zou kunnen breken
en hoe de satan mij zover krijgt
dat hij mij van U losweekt.
Wat een geloof in Jezus, wat een moed.
Ik zou willen dat ik zo vurig in Christus zou kunnen geloven
als Petrus deed,
bereid zelfs om zijn leven te riskeren, op te offeren
om Jezus te dienen.

Nee, Petrus, zegt Jezus, deze nacht nog,
in de duisternis die over ons komt,
nog voordat het nieuwe licht is aangekondigd
zal jouw geloof breken
en zul je tot 3 keer toe zeggen
dat je niet bij Mij hoort.
Wat een waarschuwing voor Petrus!
Wat zou u ervan vinden
als u op deze manier wordt gewaarschuwd?
Nu ben je nog in vuur en vlam, vol geloof, vol overgave
bereid om mee te gaan,
maar op korte termijn zal je zo’n klap krijgen
door de satan
dat je geloof breekt,
zal hij je zover krijgen dat je geen vertrouwen in Mij meer hebt.
Nee, Petrus, in deze nacht nog maakt je geloof, je vertrouwen in Mij
plaats voor ongeloof en zul je afscheid nemen.
Nog voordat de haan zal kraaien.

Petrus kan het zich niet voorstellen.
Vol geloof gaat hij Jezus achterna, Gethsemané in.
Vastberaden om te laten zien dat hij echt bij Jezus hoort.
In Gethsemané worden alle leerlingen, en ook Petrus,
nog twee maal gewaarschuwd:
wat vannacht zal gebeuren, dat zullen jullie niet begrijpen.
Het zal een grote verzoeking voor jullie zijn
om Mij in de steek te laten, om Mij te verraden.
Ga in gebed of God je voor die verzoeking bewaart
en of Hij je zoveel kracht geeft,
niet om voor Mij te strijden, maar om je geloof in Mij sterk te laten zijn.

Ook deze waarschuwing heeft Petrus niet gehoord.
Hij blijft vastberaden, vastberaden om te laten zien wat hij waard is,
bereid om te strijden voor Jezus
en zijn leven te riskeren.
Is het Petrus die het oor van de dienaar afslaat?
Lukas meldt geen naam.
Lukas vertelt alleen maar dat er een leerling is
die in de groep soldaten die op Jezus afkomt
een lafhartige streek van de hogepriester is
die Jezus nu, in het donker, gevangen durft te nemen.
Deze leerling valt daarom een knecht van de hogepriester aan
en brengt een verwonding aan.
Kon de knecht de slag van deze leerling nauwelijks ontwijken?

Daar is al de eerste reactie van Jezus die voor onbegrip zorgt.
Geen signaal voor de aanval.
Blijkbaar is nu nog niet de tijd gekomen voor de Meester
om tot actie over te gaan.
De tijd is nog niet rijp.
Jezus gaat nog verder.
Hij geneest het oor van degene die Hem gevangen komt nemen.
Geen wraak voor Zijn gevangenneming,
geen verzet tegen de lafhartige overval,
geen krachtdadige verdediging,
maar aan een aanraking van het oor,
waarbij Zijn kracht overvloeit in de knecht van de hogepriester
eerder een gebaar van een zegen,
waarbij Jezus zijn vijand zegent dan verwondt.

Petrus kan er niet over uit.
Wat moet er gebeuren?
Hij besluit achter de groep aan te gaan.
Het is een volgen op een afstand,
alsof Lukas wil zeggen:
Kijk, Petrus wordt al halfslachtiger.
Aan de ene kant wil hij Jezus volgen.
Dat heeft Jezus toch van hem gevraagd toen hij discipel werd
dat hij, Petrus, Jezus zal volgen.
Ook al moest hij het kruis op zich nemen, elke dag weer opnieuw.
En toch, er komt al een bepaalde afstand.
Voelt Petrus dat er een kant van Jezus komt
die hij niet verwacht heeft,
die hij niet zal begrijpen?
Die hij niet kan volgen?
Bang is hij in ieder geval niet.
Hij begeeft zich onder degenen die Jezus gevangen genomen hebben
en wil de afstand tot Jezus zo klein mogelijk maken.
Zal zijn Heer hem nog nodig hebben?
Als zijn Heer een teken geeft, moet hij er zijn, klaar staan.
Heer, hier ben ik, om Uw wil te doen.
De ijver voor Uw huis heeft mij verteerd.
Zal Petrus hebben gedacht aan de droom die koning Nebukadnezar had?
Over een steen die naar beneden rolde en alle koninkrijken verwoesten zal?
Is dit het moment?
En zal hij daarbij, hij, Petrus, een rol van betekenis spelen?
Zal Jezus die steen zijn? Of hijzelf?
Petrus zorgt ervoor dat hij Jezus in de gaten kan houden,
gaat het middenplein op
en gaat net als de anderen ook bij het vuur staan.
Terwijl hij daar staat wordt hij aangestaard door een dienstmeisje,
een slavinnetje dat op de hoogte blijkt te zijn:
‘Die man hoorde er ook bij!’
Zou dat meisje geschrokken zijn
dat een van de aanhangers van Jezus zich zo onder hen gevoegd heeft,
zo dicht bij Jezus?
Wat moet Petrus daar nu mee?
Moet hij aangeven dat hij Jezus kent?
Of loopt dan heel het plan van zijn Heer in de soep?
Kan hij niet beter zeggen dat hij Jezus niet kent,
om te wachten op het moment van Jezus?
Dit was nog niet het moment, had Jezus gezegd,
dat is het uur van de duisternis.
Hij lijkt vergeten te zijn wat Jezus nog meer gezegd had,
namelijk de waarschuwing dat zijn geloof in Jezus zal breken deze nacht.
‘Ik ken die man niet.’

Zou daar geen kern van waarheid in zitten?
Dat Petrus ook Jezus niet echt kent

en dat hij zijn eigen beeld van Jezus heeft gevolgd
in plaats van steeds te luisteren naar wat Jezus werkelijk zei?
We lazen ook met elkaar uit Jesaja 53.
Wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de hand van de Heere geopenbaard?
Wij als mensen geloven niet zomaar de boodschap van de Heere.
In Jesaja 53 is er iemand die door de Heere is gestuurd
maar die niet wordt geloofd.
Ze draaien het hoofd om.
Deze man kennen wij niet,
want dit is geen held.
Dit is iemand die lijdt, iemand zonder charisma, zonder kracht.
Dat kan niet de door God gezondene zijn.
Dit is een mislukkeling.
Zo staat Petrus ook in de tweestrijd:
Moet hij trouw blijven aan Jezus?
Maar is dat wel de Jezus die hij kent,
Jezus die zich nu zo weerloos als een lam ter slachting laat leiden?
Dit is inderdaad het moment van de macht van de duisternis
Van de satan die Petrus zift
en Petrus gaat mee: ik ken deze man niet.

Petrus is nog niet van de vragen af.
Iemand anders vangt op wat hij ontkent
en geeft aan: je hoort wel bij hem!
Petrus, jij kunt nog wel aangeven dat je niet bij Jezus hoort,
maar de mensen om je heen,
ze hebben door dat jij wel bij Jezus hoort.
Nee hoor, klinkt de stem van Petrus vastberaden.
Als er een satan in het spel is.
dan is hij er op uit om Petrus te ontmaskeren,
zodat hij gevangen genomen kan worden
en Jezus geen enkele steun meer heeft.
Na een uur komt er iemand, die het zeker weet:
Jij hoort bij Hem. Jij was ook in de gezelschap van Jezus.
Ontken dat maar niet. Jij hoort er bij!
‘Ik weet niet waar je het over hebt!’

Op dat moment kraait er een haan.
Petrus schenkt daar geen aandacht aan.
Hij is op Jezus gericht.
Wanneer komt dat teken dat Jezus zal geven,
zodat hij, Petrus, tot actie kan overgaan?
Er komt een teken, een ander teken dan Petrus had verwacht,
een teken dat diep door zijn ziel heen snijdt:
Jezus draait zich om en kijkt hem, Petrus, indringend aan.
Als Jezus zich omdraait, dan is er wat aan de hand.
Dan houdt Hij zich stil op de weg die Hij gaat,
Dan onderbreekt Hij alles waar Hij mee bezig is.
Hij draait Zich om – om Petrus lang en indringend aan te kijken.
Jezus kijkt hem lang en indringend aan.
Terwijl Hij bespot en geslagen wordt,
is Zijn blik op Petrus gericht.
Een sprekende blik.
Wat leest Petrus in de ogen die hem aankijken?
Petrus, wat heb je gedaan?
Besef je wel waar je mee bezig was?
Petrus, weet je de waarschuwing die Ik je gaf?
Opeens hoort Petrus de haan.
Het dringt tot hem door.
Doordat hij nu de haan hoort kraaien,
denkt hij terug aan de woorden van Christus:
Je geloof zal breken.
Nu weet hij wat er gebeurd is.
Hij dacht dat hij trouw was aan Jezus en aan Zijn missie.
Maar de afstand tot Jezus heeft gewonnen.
Hij heeft afscheid van Jezus genomen, zonder dat hij, Petrus, daar erg in had.
Ik stond niet klaar om Jezus te helpen,
maar ik hield me juist afzijdig.
Ik wilde niet zien welke weg Jezus in ging.
Opeens dringt het tot hem door,
de satan heeft zijn slag geslagen.
Zijn hoop en vertrouwen in Jezus, waar is dat allemaal gebleven.
Zijn geloof valt op dat moment in scherven uit elkaar.
Nu is hij alles kwijt:
Zijn hoop en ook zijn Heer.
Want heeft hij niet gezegd dat hij Jezus niet kende
en dat hij niet in verband gebracht wilde worden met Jezus?

Had Jezus niet gezegd:
De Zoon des mensen moet lijden en sterven.
Petrus had dat blijkbaar gezien als een soort code,
als een onthulling van hoe het in Jeruzalem er aan toe zal gaan.
als een verborgen aanwijzing voor een soort opstand.
Dat was het niet.
Het was een onthulling, wel van de weg,
maar een andere weg dan Petrus dacht.
Als een lam werd hij ter slachting geleid.
Niet als een onverzettelijke held, die met zijn vijanden de strijd zou aanbinden,
maar iemand die zich overgeeft,
die Zijn vijanden zegent en geneest.
De messias die bereid is te lijden.
De mensenzoon die bespot wordt.
De Zoon van God die afgewezen wordt, zelfs door Zijn eigen leerlingen.
Petrus’ geloof moest breken
om de echte Jezus te zien,
die kwam – als dat lam, om geslacht te worden
Stemmeloos voor het aangezicht van Zijn scheerders.
Zo moest dat.
Alleen zo kon Gods plan worden uitgevoerd.
Petrus kon niet volgen op deze weg.
Jezus moest die alleen gaan,
een eenzame weg,
maar wel een weg van behoud,
voor Petrus, voor ons.
Satan beproeft het geloof
en breekt het geloof van Petrus
en het lijkt voorbij.
Het geloof van Petrus moest breken,
om Jezus te kunnen zien zoals Hij is:
Hij die als een misdadiger werd gevangen genomen
nam onze straf op zich
en Zijn lijden brengt ons, ook Petrus, verzoening.
Daar vieren we een Goede Vrijdag
omdat de dood van onze Heer
voor ons goed nieuws is, evangelie.
Door te sterven kon Hij ons het leven geven.
Jezus leeft – en ik met Hem.
Amen

Preek biddag 2016 – avonddienst

Preek biddag 2016 – avonddienst
Lukas 12:13-21
Lukas 22: 39-46

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In het gebed dat de Heere Jezus gegeven heeft om te bidden,
geeft Hij ook gebeden die over onszelf gaan.
Geef ons heden ons ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Een gebed om elke dag ons brood te mogen ontvangen
laat zien dat de Heere oog heeft voor ons alledaagse leven.
In ons gebed worden we opgedragen
om ook aandacht bij de Heere te vragen voor dat alledaagse leven van ons.
Biddag voor gewas en arbeid is dan ook een herinnering voor onszelf
dat we mogen bidden om eten te ontvangen en werk te hebben
en dat we onze alledaagse zorgen bij de Heere mogen brengen.
Biddag is voor ons ook een dag waarop we dat doen:
speciaal bidden voor het brood dat de Heere ons elke dag wil geven
Heere, ook wat betreft ons eten zijn we elke dag afhankelijk van U.
Wilt u ons dat vandaag ook weer geven?
En niet alleen aan ons, maar ook aan ieder op deze wereld die niet heeft?
Vandaag bidden we voor ons werk in het bijzonder:
Heere, zegen het werk dat we doen:
het werk waarvoor we betaald krijgen
én het werk dat we doen uit zorg voor de mensen om ons heen.
Geef dat we voldoening hebben in ons werk
en dat we door ons werk voor anderen tot zegen mogen zijn.
Als we bidden om dagelijks eten te ontvangen
en als we bidden om een zegen op ons werk
dan laten we zien dat we ook voor ons eten en voor ons werk van de Heere afhankelijk zijn,
van Zijn zorg voor ons.
Alles wat we hebben, hebben we aan de Heere te danken.

Naast het bidden om ons dagelijks brood
leert Christus ons ook te bidden om vergeving van onze schuld
en om te bidden om bewaring voor verleiding.
Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Door dit gebed leert de Heere Jezus ons
dat we in de verleiding komen om te vergeten bij de Heere aan te kloppen
en dat we er niet aan denken
om bij de keuze voor een vervolgopleiding of een nieuwe baan
of om de zegen over onze huidige baan bij de Heere aan te kloppen.
Bij wie kloppen we dan aan om wijsheid, om zegen?
Of denken we dat wij dat zelf wel aankunnen.
Vandaag bidden wij. Heere, bewaar ons voor de verleiding dat we U vergeten,
Bewaar ons voor de verzoeking om de zegen ergens anders te halen
waarbij we U uit het oog verliezen.
Behoed ons ervoor om ergens anders aan te kloppen
voor ons dagelijks brood en een zegen op ons werk.
voor beslissingen die wij te nemen hebben.

We kunnen in de verleiding komen om pas achteraf, als wij ons plan al klaar hebben
en weten hoe het er aan toe moet gaan,
dat we dan nog even naar de Heere gaan,
want Hij moet natuurlijk onze plannen wel zegenen.
Bewaar ons voor de verleiding om zelf eerst onze plannen klaar te hebben
en ons leven al uitgestippeld te hebben
en dat we dan pas bij de Heere aankomen.

Wanneer we het gebed na gaan laten,
als we ons alledaagse leven niet meer aan de Heere voorleggen
en Hem niet meer betrekken in de keuzes die we maken,
dan kunnen we in de verleiding komen
om te denken dat ons leven van onszelf is
en dat wij zelf hebben te zorgen voor ons eten, voor een goede baan,
voor een zinvol en gezegend leven.

We zien dat in de gelijkenis die de Heere Jezus vertelt
over iemand die door de overvloed die hij heeft
denkt dat zijn leven zijn eigen eigendom is, van hemzelf is, zijn bezit.
Dat we gaan denken dat ons leven van onszelf is,
is een grote verleiding.
Zo voor het oog lijkt het er ook op,
dat ons leven van onszelf is en dat wij daar de baas over zijn.
Maar dat is een van de verleidingen, waar de Heere Jezus ons voor wil waarschuwen
Dat we zo gaan denken
en dat we gaan handelen alsof ons leven alleen maar van onszelf is.
Dan vertelt hij over iemand die inderdaad zo denkt en zo leeft:
Alles wat ik heb, is van mij en heb ik zelf opgebouwd.
En wanneer ik een onverwachte meevaller heb,
dan is dat voor mij een uitdaging om daar een goede investering mee te doen,
zodat ik weer verder kan om mijn bedrijf uit te bouwen.
Hij heeft reeds een groot bedrijf
en is enorm vermogend.
Bijna iedereen in het dorp is van hem afhankelijk wat inkomen betreft.
Als de oogst dan veel groter is dan verwacht,
houdt hij het voor zichzelf.
Het is immers zijn eigen bedrijf, zijn eigendom.
En alles wat zijn grond opbrengt, is van hem.
Hij is er maar druk mee om te bedenken wat hij ermee kan:
Wat moet ik doen?
Hoe kan ik met deze onverwacht grote oogst, deze gigantische meevaller
mijn bedrijf nog meer uitbouwen, nog rendabeler maken?
Hij wil niet inzien
dat deze oogst hem gegeven is om anderen te gedenken, bij te staan,
de mensen in het dorp die weinig hebben en nauwelijks rondkomen.
Maar daar heeft hij geen oog voor, verblind door zijn bezit.

Leid ons niet in verzoeking
betekent dat wij de Heere er voortdurend om vragen
of Hij ons ervoor wil behoeden
dat wat wij hebben als puur en alleen ons eigendom zien,
Waar alleen maar wij recht ophebben.
Het is de verzoeking die ons ervoor de ogen sluit
dat wij onze rijkdom in God hebben te zoeken.
We zijn rijk als we God hebben
en we zijn gezegend als we met God leven
en van Hem onze zegen verwachten.

Het is niet zozeer de bedoeling dat de man alles weggeeft,
wel dat hij er blijk van geeft dat de Heere deze grote oogst hem niet zomaar geeft,

dat hij door een deel van die enorme oogst,
boven op de rijkdom die hij toch al had,
had kunnen gebruiken om anderen, die minder hadden, te dienen.
Niemand leeft voor zichzelf alleen, schrijft Paulus.
Maar de man leeft wel voor zichzelf alleen
en kan alleen maar denken aan zichzelf
en aan een goed leven voor zichzelf, voor hem alleen.
Als ik het maar goed heb.
Hoe die anderen dat redden, dat is hun zorg.
Dat is niet mijn verantwoordelijkheid.
Hadden ze maar net zo hard moeten werken als ik.
Of net zoveel geluk moeten hebben als ik.

De verleiding om alles voor zichzelf te houden
hangt samen met een andere verleiding:
te denken dat je zelf verantwoordelijk bent voor je geluk.
Ik kan mijn geld niet weggeven aan anderen,
want stel dat ik dan tekort kom, een stap terug moet doen,
niet meer kan genieten van mijn rust.
Daar heb ik toch recht op?
De verleiding om het geld voor jezelf te houden
houdt ook verband met de verleiding
te denken dat het leven hier op deze aarde alles is.
Je leeft maar eens – YOLO
en je bent een ongelooflijke loser als je niet genoten hebt tijdens dat leven.
Dan moet je wel alles naar te toe halen
en voor jezelf houden,
krampachtig voor jezelf houden, uit angst om alles kwijt te raken.
Want als je je geld kwijtraak,
raak je ook je leventje kwijt, raak je je positie kwijt
en wat houd je dan nog over?
Dat is niet alleen een verleiding voor vandaag,
hoewel die verleiding vandaag ook sterk aanwezig is.
Een verleiding van alle tijden – laat de Heere Jezus zien met deze gelijkenis,
namelijk de gedachte dat wij zelf moeten streven naar ons geluk
en dan vooral een geluk hier op deze aarde.

Het is de mythe van een perfect leven,
een leven dat voor slechts heel weinigen is weggelegd
Deze man van de gelijkenis kan in die mythe van een perfect leven in het hier en nu geloven
omdat hij die luxe heeft
en daardoor ziet hij niet hoe leeg en hoe plat dat is.

Het is de mythe van een perfect leven,
een leven dat voor slechts heel weinigen is weggelegd
en wie misgrijpt en dat leven niet kan bereiken
zal dan de last moeten dragen van een leven dat niet geslaagd is
een last die ook als een schuld naar jezelf toe kan voelen.
Niet iedereen die meegenomen wordt in de verleiding van een perfect leven is oppervlakkig.
Heel vaak zijn het hele serieuze mensen, die de verantwoordelijkheid voelen
om van hun leven wat te maken,
ook in hun verantwoordelijkheid naar de Heere toe.

Afgelopen week hoorde ik hiervan nog een voorbeeld op de radio.
Een moeder die een verslag deed van het overlijden van haar dochter,
die zelf ervoor koos om niet meer verder te leven.
Deze dochter was weliswaar somber geweest,
maar had het verder goed: fijne contacten, bepaalde dromen die ze wilde verwerkelijken,
behoorlijke ambities,
maar ze legde, zonder dat haar omgeving dat door had,
voor zichzelf de lat wel erg hoog.
Zo hoog, dat ze het niet meer aankon.
Ik denk dat deze druk in onze tijd steeds sterker wordt
omdat we als mensen steeds meer verantwoordelijk worden
om onszelf gelukkig te maken.
Een sterke verleiding in een cultuur waarin veel mensen het goed hebben
en doelen kunnen nastreven en ambities kunnen formuleren.
Als je leeft in een maatschappij waar veel mogelijk is,
dan moet je dat ook allemaal waarmaken,
Want stel je voor dat je een kans mist.


De Heere Jezus plaatst er een andere rijkdom tegenover:
niet de rijkdom van veel geld of van veel bezit,
rijkdom heeft te maken met het kennen van God.
Wie God kent, weet dat hij rijk is
en wie zich eigendom weet niet van zichzelf, maar van God
weet dat God voor geluk zal zorgen.
Die rust die de man zelf dacht te bereiken, zegt de Heere Jezus, geef Ik,
want Ik zorg voor jou.
Laat je niet in de verleiding brengen dat jij daar verantwoordelijk voor bent.

Toch zijn we als christenen ook vatbaar voor verleidingen,
Verleidingen die sterk zijn in onze maatschappij.
We zijn als christenen geen morele giganten, die alle verleidingen zomaar de baas zijn.
We voeren vaak een strijd waarin we ten onder dreigen te gaan.
Leid ons niet in verzoeking
is daarom ook een gebed aan God
of Hij ons niet wil loslaten
en ons de ogen wil openen voor de verleiding
en als we de verleiding niet doorhebben en verstrikt raakt,
dat Hij ons dan verlost van de boze.

In de tuin van Gethsemané waarschuwt Christus nogmaals voor de verleiding,
dubbelop zelfs.
Maar de discipelen, ze horen de beide waarschuwingen niet.
Ze zijn teveel bezig met hun eigen weg en eigen gedachten,
hun eigen verdriet waardoor ze in slaap vallen.
‘Als we slapen, verzinken we in een eigen wereld,
onbewust van Gods handelen.’ (Eugene H. Peterson)
Als we op deze manier slapen en vol zijn van onszelf
staan we, als we wakker worden weer op,
vatbaar voor de verleiding om het zelf weer te moeten doen.

In de tuin van Gethsemané gaat Jezus de strijd aan
met de verleiding die er voor Hem is:
om terug te deinzen voor de weg die de Vader voor Hem uitstippelde.
Vader, neem deze beker weg van mij,
De beker van uw oordeel
over alle verleidingen waarvoor de mensen zijn gevallen
en waardoor ze in slaap zijn gesukkeld, vermoeid door hun eigen onmacht, verstrikt.
Terwijl zijn leerlingen slapen en Hem hadden moeten steunen,
worstelt Jezus
om niet voor de verleiding te bezwijken: niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde.
Hoe zwaar de druk ook is
– de angst overvalt Hem, ondanks de steun die de engel biedt
en zijn bloed komt over als bloed,
dat kan geduid worden als het zichtbaar worden van zijn innerlijke worsteling
maar ook een teken van bereidheid om de slagen te ondergaan
op weg naar het kruis.
God zij dank zag Christus zijn leven niet als een bezit
Dat alleen maar voor Hem zelf was,
maar zag Hij zichzelf als een offer
en was Hij bereid om zichzelf als dat offer te geven
waarmee Hij betaalde voor al die momenten
Waarop wij voor de verleiding bezweken waren.
Hier zegt Jezus tegen Zijn Vader: Ja, Ik ga
om hen vrij te kopen
en tegen ons: Ja, Ik ga om jullie vrij te kopen.

Wat is uw enige houvast in leven en sterven.
Dat ik het eigendom ben – niet van mijzelf en ook niet van de satan,
maar van mijn getrouwe zaligmaker Jezus Christus
die mij vrijkocht van alles waarin ik verstrikt was
mij vrijkocht door zelf zijn leven te geven
en daarom bestand was tegen die verleiding,
omdat Hij niet aan zichzelf dacht, maar aan iedereen die Hij zou kunnen vrijkopen en redden.
Amen

Preek biddag 2016 – morgendienst

 

Preek biddag 2016 – morgendienst
Dienst samen met C.N.S Looschool
Thema: Rust bij de Vader
Schriftlezing: Markus 1:29-39

Als kind las ik een keer een strip over een jongen,
Kobus heette deze jongen.
In het eerste plaatje zag je dat Kobus om 7 uur wakker schrok.
Daarna had hij alleen maar haast.
Je zag hem snel aankleden, snel wat ontbijten, naar school rennen.
De hele dag door was hij zich aan het haasten en rennen.
Op het laatste plaatje zag je hem op bed liggen
en je zag aan zijn gezicht dat er iets tot hem doordrong:
ik ben de hele dag druk geweest,
maar ik heb niet eens de tijd gehad om God te danken voor deze dag.

Ik denk wat er met die Kobus gebeurde in heel veel gezinnen gebeurt.
Ik zie dat ook bij ons thuis.
Haasten om je aan te kleden, om de tassen voor school klaar te maken,
om te eten,
soms is er geeneens tijd om met elkaar te eten.
Of tijd om met elkaar de Heere God te danken voor deze dag
en te bidden om kracht en wijsheid,
om te bidden of Hij mee wil gaan en wil beschermen en bewaren.

Wat mis je eigenlijk
als je vergeet om te bidden?
Je mist het contact met de Heere God.
Je kunt Hem vertellen dat je dankbaar bent
dat je van Hem weer een nieuwe dag gekregen hebt,
Hem danken dat je weer eten en drinken hebt, en kleren om aan te trekken, gezondheid,
danken dat je naar school kunt gaan.
Als je de tijd neemt om te bidden – en veel tijd kost dat niet eens,
dan sta je er even bij stil dat de Heere God er is,
Dat Hij je niet vergeet en voor je zorgt,
dat Hij meegaat, jou kracht geeft en beschermt.
Als je tijd neemt om te bidden, herinner je jezelf eraan
dat je niet alleen bent, maar dat God er ook is.

We hebben gelezen dat Jezus tijd neemt om te bidden.
Ook al is Hij heel druk geweest met het genezen van zieke mensen
en kan Hij de volgende dag direct weer beginnen met genezen,
Hij neemt de tijd om te bidden:
Hij zoekt rust bij de Vader.
En Hij doet dat door heel vroeg op te staan, terwijl het nog donker is.
Om te begrijpen waarom de Heere Jezus dat doet,
moeten we kijken naar de dag ervoor.
We hebben daar iets over gelezen.
De Heere Jezus die in het huis van Petrus komt
en daar ontdekt dat de schoonmoeder van Petrus ziek is
en haar geneest.
Dat vraagt wel wat uitleg,
Want als in onze tijd iemand koorts heeft, dan blijf je thuis om uit te zieken
en als je er niet overheen komt, ga je naar de dokter
en krijg je een medicijn.
In de tijd van de Heere Jezus werd koorts gezien als een kwade geest
en men dacht dat die kwade geest je dan besprong en de baas over je werd.
Als iemand koorts had,
dan moest je maar een beetje uit de buurt blijven,
want stel je voor dat die demon ook jou besprong
en jou in de macht kreeg.

Als Jezus uit de synagoge komt
en met Petrus en de anderen meeloopt naar hun huis,
hoort hij hen bezorgd praten over de schoonmoeder van Petrus.
Misschien hebben ze de Heere Jezus wel willen waarschuwen:
Denk erom: er is een kwade geest bij ons in huis.
Weet je zeker dat je meekomt? Durft u dat wel?
Of misschien hadden ze juist moed gekregen,
want in de synagoge had Jezus ook iemand genezen die een kwade geest had.
Hij was sterker.

Een kwade geest, daar hebben we tegenwoordig niet zo snel meer over.
Als het in de Bijbel gaat om een kwade geest,
Dan wordt daarmee bedoeld dat er iets in je is
Dat jou iets verkeerds wil laten denken of doen,
waardoor je niet meer aan God durft te denken.
Vandaag de dag zou zo’n kwade geest zijn
dat je bij jezelf denkt:
‘Ik kan helemaal niets.’
‘Het was beter als ik er maar niet was, dan had niemand last van mij.’
‘Iedereen vindt mij stom.’
‘Alleen als ik mij heel gek ga gedragen, als een clown, als anderen om mij lachen
dan heb ik de aandacht.’
Je kunt ook denken aan een vloek in je hoofd.
Je wilt dat niet denken en toch gebeurt het.
Dat zijn gedachten die je misschien helemaal niet wilt,
maar ze zijn sterker dan jezelf
En je kunt er niets aan doen,
ze besluipen je opeens en worden jou de baas.
En ze willen je dan ook doen geloven
dat je voor God niets waard bent
en dat Hij niets met je kan.
Die verkeerde gedachten willen jou doen geloven
dat je niet bij God kunt komen, kunt horen
omdat het verkeerd is wat je denkt.
Dat is een kwade geest.

De hele dag is Jezus bezig geweest
om zulke kwade geesten het zwijgen op te leggen.
Om te laten zien dat Hij sterker is dan zo’n kwade geest
en dat Hij gekomen is
om bevrijding te brengen,
Waardoor de mensen, die eerst zo’n kwade geest hadden,
opgelucht adem konden halen
en gingen geloven: ik mag ook weer bij God horen.
Hij is weer mijn Vader.
Ik mag weer bidden en aan Hem denken.
Ik mag weer rust vinden bij de Vader.

Ook de koorts van de schoonmoeder van Petrus werd gezien als een kwade geest.
Die schoonmoeder moest maar in een kamertje apart.
Je kunt beter maar niet bij haar komen
en ze hoeft ook niet meer te denken, dat God haar gebeden hoort,
Want de kwade geest is de baas over haar
en die wil niet meer dat ze naar God toe roept.
Als Jezus over de zieke schoonmoeder hoort, zegt Hij:
Ik ga naar haar toe.
Ik laat haar niet in dat aparte kamertje,
Waar ze geen hoop meer heeft.
Jezus maakt contact: Hij gaat op haar af en is niet bang om haar aan te raken.
Hij is niet bang dat die koorts op Hemzelf overspringt.
Hij weet: Ik ben sterker.
Als Hij haar aanraakt, voelt die zieke schoonmoeder: Ik hoor er weer bij.
Bij mijn gezin, maar ook weer bij God.
En ze voelt doordat Jezus haar aanraakt, dat de kracht van Jezus in haar komt.
Als Markus dit voorval vertelt, het zijn maar een paar zinnen,
Geeft hij aan: Wat er met die schoonmoeder gebeurt, is bijzonder.
Het is alsof ze weer uit de dood opstaat.
Niet meer de macht van de koorts; ze is helemaal gezond.
Ze kan voor Jezus en zijn discipelen zorgen.
Ze heeft een nieuw leven, waarbij ze van betekenis mag zijn voor de Heere Jezus.
Ze mag Hem dienen.
Ze heeft nu een nieuwe Heer: niet meer de koorts, maar Jezus als haar Heer.
Wat zal ze dankbaar zijn geweest
En dat dienen is vast ook manier om te laten merken dat ze dankbaar is.

Als het donker is, nacht al,
komen er nog meer mensen.
Mensen voor wie het donker is in hun leven.
Ze zijn er slecht aan toe, zegt de Bijbel.
Ze hebben allemaal zo’n kwade geest in zich
die tegen hen zegt:
‘Je hoort er niet bij.’
‘Denk jij dat God om jou geeft?’
‘Je bent voor God niets waard. Je kunt jezelf beter iets aandoen, want God zorgt toch niet voor je.’
Merk je hoe zo’n kwade geest iemand kapot kan maken?
Ze komen bij Jezus – al die mensen die er slecht aan toe zijn
en voor wie het altijd nacht is.
Ze komen bij Jezus en Hij verdrijft voor hen de nacht die hen gevangen houdt.
Jezus is ook gekomen om de strijd aan te binden tegen al die kwade geesten
die het leven van mensen kapot willen maken.
Bij Jezus is een rust te vinden, genezing.

Als deze dag voorbij is, waarop Jezus heel wat kwade geesten heeft moeten verdrijven,
heeft Hij het nodig om weer nieuwe krachten op te doen.
Hij doet dat niet door te gaan slapen,
misschien heeft hij dat wel even gedaan, want de Heere Jezus blijft was ook echt mens.
Die nieuwe kracht wil Hij vooral bij Zijn Vader halen.
Heel vroeg staat Hij op
en gaat Hij naar buiten: buiten de stad, in de eenzaamheid.
Dat is niet alleen maar voor de concentratie,
want dat had vast ook wel gelukt in een huis waar iedereen slaapt.
Nee, hij gaat naar buiten, in de nacht.
Bidden op de plek waar men in die tijd dacht dat de kwade geesten woonden.
Waar je als mens kwetsbaar bent voor die kwade geesten.
Daar gaat Hij bidden.
Waarmee Hij wil laten zien aan die kwade geesten:
Weet je wie Ik ben? Ik ben de Zoon van God
en Ik ga de strijd met jullie aan en Ik zal jullie verslaan,
Want dat is een van de doelen, waarom Ik op aarde gekomen ben.
Jezus is eerder in de wildernis geweest en toen werd Hij door de satan op de proef gesteld.
Nu gaat Hij opnieuw de wildernis in, om te bidden.
Om contact te zoeken met God.
Vader, dit is toch de missie waarvoor Ik naar de aarde ging?
Vader, geef Mij kracht om deze Missie te volbrengen.
Bewaar Mij tegen verleidingen die zullen komen,
waardoor de kwade geesten voor Mij te sterk zullen zijn
en waardoor Ik hen niet meer kan verdrijven.

Weet je waar ik aan moest denken?
Ik moest denken aan een coach van een sporter of een sportploeg.
Een goede coach neemt van tevoren een strijdplan door,
een plan om te winnen, om de tegenstander te verslaan.
Halverwege de wedstrijd kom je als voetballer even naar de kant om te vragen:
coach, houden wij ons nog aan ons plan?
En dan zegt je coach: Ja, het gaat goed, hou vol zo, doorzetten.
Of een schaatscoach, zoals op televisie, die zijn duim omhoog steekt:
Je bent op de goede weg, zo ga je de rit winnen!
Dat is de rust die Jezus bij Zijn Vader zoekt,
de zekerheid dat Hij het goed doet, op de overwinning afkoerst.
Rust bij de Vader, is vooral een concentratie,
concentratie op God en op het doel.

Dat zou voor ons ook goed zijn.
Wij hebben dan niet zoveel macht als Jezus,
maar in de rust die we bij de Vader kunnen vinden,
kunnen we ook de kracht van de Heere ontvangen,
De rust en de concentratie,
en de zekerheid dat de Heere Jezus ook nu nog steeds bij ons, bij jou
die kwade geesten willen verdrijven
en je vrij wil maken.

Er is iemand die Jezus in zijn gebed in de stilte komt storen.
Daar heeft Petrus helemaal geen erg in dat hij een stoorzender is.
Hij is juist onder de indruk van Jezus gekomen
en weet dat er veel meer mensen onder de indruk zijn.
Heer, U moet komen, er zijn zoveel mensen die naar U op zoek zijn.
Petrus heeft Jezus gevolgd,
maar niet als discipel,
maar meer als een jager, als iemand die ontdekt heeft
Dat Hij van Jezus een beroemd persoon kan maken.
Petrus heeft die hele nacht wellicht gedroomd over de beroemdheid van Jezus
en bij die Jezus mag hij dan horen.
Je zou kunnen zeggen, dat het ook een soort kwade geest is,
het verlangen om heel beroemd te zijn.
Voor Jezus is dat in ieder geval wel.
Daarom was Hij die nacht alleen, in de eenzaamheid.
Daar doet Hij vaak Zijn beste werk.

Later zal Hij aan het kruis hangen.
Ook eenzaam.
Al zou je dat niet zeggen, want er zijn veel mensen om Hem heen.
Maar al die mensen lachen Hem uit en bespotten Hem:
Jezus, je hebt zoveel mensen bevrijd en gered.
Bevrijd jezelf nu eens. Kun je dat wel? Heb jij wel die macht?

En God? Die is er ook niet.
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Jezus kon al die mensen helpen, die zich door God verlaten voelden,
omdat er een kwade geest in hen was.
Maar daar aan het kruis lijkt het of de kwade geesten alsnog winnen.
Maar nee, gelukkig niet.
Jezus sterft wel.
Maar als Hij weer uit het graf komt, is dat een teken
Dat de kwade machten voorgoed overwonnen zijn
En dat er niets meer ons bij God kan weghouden.
De rust die Jezus bij de Vader vond,
die mag er daarom voor jullie ook zijn.
Dat is het goede nieuws, waar Jezus over wilde vertellen
en het goede nieuws dat er door Hem gekomen is.
Voor dat goede nieuws moest Hij de eenzaamheid in
om rust te zoeken bij de Vader.

En die Kobus? Wat zou hij missen als hij vergeet te bidden?
En jij? Wat mis je als je te druk bent om te bidden?
Dan vergeet je dat die kwade geesten overwonnen zijn.
Als je niet oppast, ga je daar in geloven
en worden ze de baas over jou.
De rust bij de Vader, door te bidden en op God te concentreren, mag je weten en geloven:
Jezus wil ook jouw Heer zijn,
net zoals Hij dat was voor de schoonmoeder van Petrus.
Je mag rust bij de Vader zoeken, door te bidden.
En dan mag je weten, dat de Vader je dat wil geven.
Daar heeft Jezus voor gezorgd, dat je weer bij God mag horen.
Als je van die kwade gedachten in je hebt,
moet je niet gaan denken: ik heb een kwade geest in mij,
maar mag je geloven:
wat ik ook heb – de Heere Jezus is sterker
en ook al kan ik ze niet de baas, die nare gedachten,
de Heere Jezus kan ervoor zorgen dat ze verdwijnen.
Hij kan ze verdrijven.
Toen Hij in die eenzaamheid was, heeft Hij vast ook gebeden voor zijn discipelen.
Vader, bewaar hen.
Jezus is nu niet meer eenzaam, ook niet meer op aarde.
Hij is nu in de hemel.
Hij is wel in gebed.
En Hij bidt voor iedereen op aarde.
Voor degenen die in Hem geloven
en voor degenen die niet in Hem geloven.
Zodat iedereen in Hem gaat geloven
en de rust en het geloof zoekt en vindt in Zijn Vader. Ook jij.
Amen