Preek Goede Vrijdag 2019

Preek Goede Vrijdag 2019
Schriftlezing: Mattheüs 27:33-56

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de beschrijving, die Mattheüs van het gebeuren op Golgotha geeft,
krijgt het kruis de minste aandacht.
Meer aandacht is er voor wat er om het kruis gebeurt:
Hoe de mensen, die zich om het kruis verzameld hebben, zich gedragen
en op de gebeurtenissen die plaatsvinden rondom het kruis.
Het enige dat Mattheüs vertelt over Jezus aan het kruis
is dat Hij weigert om te drinken, dat Hij de regel uit Psalm 22 uitroept:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten
en dat Hij vrij snel daarna overlijdt.
Voor de rest laat hij vooral het tafereel om het kruis zien.

Het begint al met de aankomst op de heuvel Golgotha.
De naam die de mensen aan deze plek hebben gegeven,
geeft aan dat het geen fijne plek is om te verkeren.
Schedelplaats betekent deze naam.
Het is niet helemaal duidelijk of de naam afkomstig is van de vorm van de heuvel,
die op een schedel zou lijken
of van de schedels die daar kunnen liggen, afkomstig van de mensen die gekruisigd zijn.
Meestal werden degenen, die gekruisigd werden niet begraven,
maar liet men hen hangen tot ze vergaan waren, of werden ze in de buurt neergegooid.
De naam geeft in ieder geval aan, dat het een lugubere plaats is om te zijn,
een plek waar een macabere sfeer hangt, de sfeer van de dood, van verdoemd-zijn.
Dit is het koninkrijk van deze koning: een rijk dat ten dode is opgeschreven.
Hier in dit land dat mag Hij koning zijn.
Alles wat er verder gebeurt,
is bedoeld om de vernedering van deze koning compleet te maken.
Bij aankomst op de heuvel Golgotha, waar het kruis opgericht zou worden,
krijgt Jezus een wat te drinken, alsof hij door kameraden wordt onthaald,
die samen willen vieren dat Hij als koning de troon zal bestijgen.
Maar in de wijn, die Jezus aangeboden krijgt, hebben ze iets gedaan,
waardoor de wijn niet te drinken is: met gal gemengd.
Voor het oog is het vriendschap die aangeboden wordt, kameraadschap.
Maar met het aanbieden van dit gemixte drankje,
wijn gemengd met spot, minachting, wordt Jezus op de ziel getrapt
en nog eens meer vernederd dan al gebeuren zal aan het kruis.
Het is wat in Psalm 69 beschreven wordt: Ze mengden gif door mijn eten
en lesten mijn dorst met azijn.
Alles wordt aangegrepen om Jezus nog eens extra te vernederen.
Jezus wil echter niet drinken: Hij weigert deze beker.
Niet omdat Hij de steek onder de gordel opmerkt in de beker die aangereikt wordt,
maar omdat Hij het lijden met volle bewustzijn wil ondergaan.
Hij heeft ingestemd om die andere beker leeg te drinken,
de figuurlijke beker die Hem door de Vader in de hemel is aangereikt
en omdat Hij daarmee instemde, die te zullen drinken.
Aan het kruis brengen en Hem koning maken van dit macabere koninkrijk
is nog niet vernederend genoeg. De vernedering gaat door.
Om aan te geven dat Hij helemaal niets voor voorstelt en zich niets hoeft in te beelden
Wordt het laatste dat Hij heeft, Zijn meest persoonlijke eigendom, Zijn kleren
verdeeld onder de soldaten die aan het kruis moeten waken
om te voorkomen dat de aanhangers van Jezus komen om Jezus van het kruis te halen.
Het laatste dat Jezus bij zich had, wordt Hem nog afgenomen.
Hij heeft geen volgelingen meer.
Ja, alleen wat vrouwen die in de verte kijken wat er gebeurt.
Ook geen eigendommen meer, zelfs geen kleren meer.
Hier hangt geen mens meer, maar minder dan een mens
van al het menselijke ontdaan.
Nog meer vernedering, steeds verder tot de diepste vernedering is bereikt.
Mattheüs, de evangelist, registreert wat er gebeurt, maar ziet ook met de oog van het geloof.
Hij ziet dat in de diepste vernedering waarin Jezus af moet dalen
tegelijk ook Gods plan ten uitvoer wordt gebracht, de Schriften worden vervuld (Ps 22).
Twee uitersten komen hier samen: het verwerpen van Gods Zoon,
waarmee God zelf door de mensen verworpen wordt
en het plan van God om de mensen te redden door deze dood.
Jezus die door de mensen verworpen en vernederd wordt, brengt juist daardoor redding.
Voor de mensen die daar lopen is dat niet zichtbaar.
Ze kunnen en ze willen dat niet zien.
Ze zien een machteloze man, die een te grote pretentie had, zichzelf Messias noemde
en vooral Mensenzoon, de goddelijke rechter die aan het einde van de tijden zou komen.
Moet je Hem daar zien hangen! Als dit een koning is…
Het is eerder een parodie op wat een koning hoort te zijn.
Zijn eer en waardigheid is Hem afgenomen.
Hij regeert niet vanaf een troon over een heel koninkrijk,
maar vanaf het hout op deze kleine heuvel,
Waar alleen maar opstandelingen en misdadigers aan het kruis worden getoond
om het volk te laten weten, dat het niet in hun hoofd moesten halen om in opstand te komen.
Hij – redding brengen? Hij kan zichzelf nog niet eens redden.
Wat had die Man aan het kruis ook al weer gezegd?
Dat Hij de tempel kon afbreken en in drie dagen weer op kon bouwen?
Mattheüs vermeldt nergens dat Jezus heeft gezegd dat Hij de tempel zal afbreken.
Als Jezus voor de hogepriester staat en zich moet verantwoorden,
wordt ook als beschuldiging naar voren gebracht:
Hij heeft gezegd dat Hij de tempel van God kan afbreken en in 3 dagen opbouwen.
Je proeft de verontwaardiging in die woorden:
het meest heilige gebouw dat er op de wereld bestaat, de plaats waar God woont,
waar Zijn aardse troon staat – afbreken en snel herstellen.
Als de brand van de Notre Dame al diep raakt,
dan kunnen we voorstellen dat het spreken over het afbreken van de tempel
nog dieper snijdt in de harten van de Joden.
De tempel afbreken betekent dat God er niet meer is,
dat Zijn woonplaats op aarde overbodig is geworden
of ontheiligd is, niet meer waardig om de heilige God te huisvesten.
Hoe durft Hij te zeggen, dat de tijd van God in Jeruzalem voorbij is
en de tempel geen functie meer heeft en daarom afgebroken kan worden.
En hoe kan zo’n gebouw, waar jaren aan gewerkt is, weer in 3 dagen opgebouwd worden?
Nu Jezus aan het kruis hangt, zie je hen daar onder het kruis over gniffelen:
Heeft Hij dat werkelijk gezegd? Hoe heeft Hij dat kunnen bedenken?

Ook hier moet Mattheüs aan eerdere woorden uit de Schrift denken, woorden uit Ps 22:
Ze kijken vol leedvermaak naar mij. Ze schudden hun hoofd als ze mij zien.
Het is leedvermaak waarom ze daar bij het kruis blijven staan:
Hoe heeft Hij dat allemaal kunnen bedenken? Zoon van God, Zoon des mensen?
waar is toch uw almacht thans, waar uw goddelijke glans?
Kan de spot je dieper raken dan wanneer ze over je machteloosheid beginnen
en je daarom uitlachen?
Anderen kon Hij wel helpen, maar nu Hij zelf in nood is, blijkt er van Zijn macht niets meer.
Anderen kon Hij op de goede weg helpen, maar nu er voor Hem geen uitweg meer is,
is Hij alleen en wordt Hij door niemand geholpen.
Zelfs God heeft Hem in de steek gelaten.
Hij vertrouwde toch op God?
Kan een vernedering dieper raken dan wanneer mensen je geloof raken,
je vertrouwen op God en zeggen dat de God in wie je gelooft er niet is,
zich niet laat zien, je in de kou laat staan.
‘De spotters die hem omringen wachten met huiverende sensatiebelustheid
op het ingrijpen van God, die toch zeker zijn messias niet de dood zal laten ingaan.
Een wending in de laatste minuut: (….) dat zou een bewijs zijn dat God hem goedgezind is.’
Als er al een antwoord van God komt is dat een duisternis die over het hele land valt
op het toppunt van de dag, er van uitgaande dat God de hand heeft in de schepping
en dat wat er gebeurt niet buiten Hem om gaat.
Alleen voor wie is die duisternis en wat heeft die duisternis te zeggen?
Duisternis is er op de aarde aan het begin van de schepping,
als God het licht nog niet geroepen heeft om te schijnen en het duister te verdrijven.
Het is een duisternis dat de wereld steeds kan bedreigen.
Duisternis is er in Egypte als de farao weigert om te buigen
en het gevecht aangaat met de God van Israël en Israël weigert te laten gaan.
In die duisternis moet de farao ervaren dat de God van Israël sterker is dan hij
en aan hem en zijn machtige rijk Zijn wil kan opleggen.
Duisternis is er op de berg Sinaï als de Heere daar verschijnt en Zijn geboden geeft,
een duisternis die aangeeft dat God te heilig is om zomaar tot Hem te komen.
Duisternis zal er zijn, zegt de profeet Amos als de Dag des Heeren aanbreekt,
de dag waarop God terug zal komen om de wereld en ook Israël te oordelen.
Het zal de dag zijn, waarop de Zoon des mensen terugkeert
om op de rechterstoel in Jeruzalem plaats te nemen en iedereen zal oordelen.
Wat voor duisternis valt er over het kruis heen?
Voor Jezus is de stilte de afwezigheid van God,
Want na 3 uur klinkt er een luide schreeuw van Jezus naar de Vader:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
De luide stem geeft aan dat Jezus nog bij volle bewustzijn is
en weet wat Hem overkomt, wat Hij moet doorstaan:
de duisternis die er over de aarde is als God er niet meer is.
Temidden van de spot en de hoon van de mensen aan de voet van het kruis,
laat God Jezus ook alleen zijn in het donker en trekt zich terug.
Dit is de beker die Jezus moet leegdrinken,
de beker van de toorn die voor Zijn volk bedoeld is
En die door de Koning van Israël plaatsvervangend wordt leeggedronken.
Bijna is het moment dat Hij Zijn leven geeft als offer voor de zijnen.
Voor Hij sterft, is er nog een keer de spot van degenen onder aan het kruis.
Ze moeten de tekst hebben herkend als een tekst uit de Bijbel,
maar ze doen net of ze Jezus verkeerd verstaan
en op dit heilige moment voor Jezus en voor de Vader in de hemel
komen degenen voor wie Jezus lijdt en Zijn leven opgeeft niet meer bij van het lachen.
Elia? Op dit moment? Ze stoten elkaar aan, hikkend van de lach: Hoor je om wie Hij roept?
Er is er een die denkt: Laat ik Zijn lijden verlengen door hem te drinken te geven,
maar de anderen duwen hem weg:
‘Laat dat. Wacht of Elia ook werkelijk komt om deze Koning te bevrijden.’
Maar het is al te laat, want terwijl ze zich opmaken om op Elia te wachten,
laat Jezus met een luide roep weten dat Zijn einde gekomen is
en zich overgeeft in de dood.
Voor de aanwezigen mag Zijn heengaan wellicht onverwacht komen,
voor Jezus zelf niet.
Dit is het moment.
Nee, Hij heeft zichzelf niet willen redden,
al moet de verleiding groot geweest zijn, omdat de omstanders de woorden gebruiken,
Waarmee de duivel aan het begin van Jezus rondgang op aarde naar Hem toe kwam:
Als je de Zoon van God bent, als je werkelijk door God gestuurd bent,
Als je een missie hebt, kom dan van het kruis af en wij zullen in je geloven.
Dan heb je ons, dan vallen we voor u op de knieën.
Dan is er geen lijdensweg nodig, maar gaan we achter u aan naar de troon in Jeruzalem.
Maar nee, Jezus slaat deze verleiding af en blijft volhouden op de weg,
De weg die voor Hem doodloopt, maar voor ons leven geeft.
Hij wilde zichzelf niet redden, omdat Hij niet aan zichzelf dacht,
maar aan al die anderen voor wie Hij leed, voor wie Hij daar aan het kruis hangt,
die door het offer aan het kruis gered kunnen worden,
Die aan de macht van de dood kunnen ontkomen, omdat Hij zich overgeeft in de dood,
die bij God kunnen horen, omdat Hij door God verlaten werd.
Die vergeving kunnen ontvangen, omdat Hij daar in de duisternis hing
en onze zonden wegdroeg.

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

hangt ten spot van snode smaders.

Zoon des Vaders,

waar is toch uw almacht thans,

waar uw goddelijke glans?

 

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

en Hij hangt er mijnentwegen,

mij ten zegen.

Van de vloek maakt Hij mij vrij,

en zijn sterven zaligt mij.

Amen

 

Offeren, waarom moet dat eigenlijk?

Offeren, waarom moet dat eigenlijk?
De manier waarop Jezus sterft is niet willekeurig of toevallig

Iemand die sterft voor jou, voor je zonden. Het is een ergernis of een dwaasheid maar gewoon geaccepteerd wordt het nooit. Hoe moet je dat offer van Jezus duiden? De valkuilen zijn legio, zeker in een cultuur waarin we geen offercultus kennen.

Vanaf het moment dat Jezus stierf, hebben christenen nagedacht over de betekenis van dit sterven en over de betekenis van de manier waarop hij stierf. Al in de allereerste reflecties op de betekenis wordt Jezus’ sterven aan het kruis verbonden met God. Het kruis is geen toevallige gebeurtenis, maar in de ogen van Paulus het middel dat God koos om de mensen te bevrijden uit de macht van de zonde.

sllcrocifissoguidoreni
altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina (Rome)

Het sterven van Jezus aan het kruis is allereerst een handelen van God, waarin God iets bewerkstelligt: Hij brengt daarin twee partijen bij elkaar die zonder dat kruis niet te verenigen zijn. In het sterven van het kruis wordt de mensheid, die in de macht van de boze en de zonde geraakt was, verenigd met God.

Verzoend
Aan het kruis wordt de mensheid verzoend met God. God hoeft niet verzoend te worden, aan zijn kant zit de fout niet. De mensen moeten verzoend worden met God. Voor Paulus gaat het sterven van Jezus aan het kruis niet buiten ons om. Als Jezus sterft aan het kruis, sterft elke gelovige op dat moment aan het kruis met Jezus mee, schrijft hij in Romeinen 6.

Op beeldende wijze
In de vier evangeliën wordt de betekenis van Jezus’ dood op beeldende wijze verteld. In Mattheüs, Markus en Lukas worden op cruciale momenten teksten uit Jesaja 53 verwerkt, waarmee zij willen aangeven dat er met het sterven van Jezus er iets gebeurd is in de relatie tussen God en mensen. Jezus sterft in de plaats van de mensen. Hij neemt het oordeel van God op zich en draagt dat weg. Zijn dood is een loskopen. Dat beeld wordt niet ontleend aan de slavenhandel, maar aan het vrijkopen van krijgsgevangenen die in de macht van de vijand zijn geraakt. Zo koopt de dood van Jezus de gelovigen vrij uit de macht van de zonde en de duivel.

Johannes legt andere accenten: zijn evangelie verbindt aspecten uit de tempelcultus met het Joodse Pesachfeest. Jezus is het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Jezus sterft bij Johannes op het moment dat het Pesachlam wordt geslacht. In alle vier de evangeliën staat Jezus dicht bij God of kan hij worden gezien als God zelf.
16th-St-Baptist-Ch-Wales
“The Black Christ of Alabama” – Gebrandschilderd raam in de 16th Street Baptist Church Birmingham (Alabama)

Onttronen van de kwade machten
Ook in de overige geschriften van het Nieuwe Testament is de dood van Jezus onderdeel van het handelen van God. De dood van Jezus onttroont de kwade machten, verslaat de duivel, verbreekt de macht van de dood. In zijn dood daalt Jezus in het dodenrijk neer om daar zijn overwinning te proclameren en aan te kondigen dat de gelovigen, die nu nog gevangen zijn in het dodenrijk, bevrijd zullen worden. In alle gevallen kan de betekenis van de dood van Jezus niet los gezien worden van zijn opstanding en binnengaan in de hemel.

Niet willekeurig of toevallig
De manier waarop Jezus sterft is ook niet willekeurig of toevallig. De dood aan het kruis is de meest vernederende en de meest gruwelijke vorm van ontmenselijking. Daarnaast is de kruisdood de meest eenzame vorm van sterven, want als Jezus sterft aan het kruis is hij ook door God verlaten, het is de totale vorm van Godverlatenheid.
william-congdon-crucifix-no.-2
William Congdon – Crucifix no. 2

Daarom hebben buitenstaanders en ook christenen geregeld moeite met deze vorm van sterven van Jezus aan het kruis. In de tijd van het Nieuwe Testament was de gedachte dat een God sterft aan het kruis de grootst mogelijke onzin en de hoogste vorm van Godslastering. Voor gelovigen is het moeilijk om te zien dat God ervoor kiest verworpen en vernederd te worden, dat Hij zijn zwakheid toont in plaats van zijn macht.

Moeite
Tegenwoordig hebben mensen niet minder moeite met de dood van Jezus, eerder meer. Een van de moeiten ontstaat als Jezus helemaal losgemaakt wordt van zijn eenheid met de Vader. Jezus wordt dan een mens, weliswaar een van de meest bijzondere, maar wel een mens. Dan valt het aspect weg, dat Jezus niet alleen mens is maar ook God en aan het kruis niet alleen als mens, maar ook als God daar hangt. Wanneer dat aspect van het God-zijn van Jezus wegvalt, ontstaat het beeld dat God de last van de zonde neerlegt op een mens. Dat een mens de volle woede van God over zich heen gestort krijgt.

Een ander probleem ontstaat wanneer Jezus als individueel mens gezien wordt en niet meer als representant van de hele mensheid. Dan wordt ingewikkeld om te zien wat de dood van Jezus met mij te maken heeft en raakt de gedachte uit beeld dat ik aan het kruis in de dood van Jezus meesterf.

Offer
Weer een andere moeite gaat over de beelden die gebruikt worden om de betekenis van het kruis uit te leggen. Neem het beeld van het offer, dat toegepast wordt op de dood van Jezus. Al gauw is de gedachte dat Jezus door God is opgeofferd, God slachtoffert een mens als Jezus voor een doel, dat God wil bereiken.

En dan is er nog de taal van de offercultus uit het Oude Testament die gebruikt wordt om de betekenis uit te leggen. Bij een offer in de tempel vloeide namelijk bloed. De oud-testamentische offercultus is voor ons moderne mensen moeilijk te begrijpen, omdat er met het bloedvloeien het idee ontstaat dat er iets wreeds gebeurt. De gedachte bij het offer is echter dat een dier de plaats van een mens inneemt. De kern van het offer is dat er één dier zijn leven geeft, waardoor een heel volk het leven van God ontvangt en verder kan blijven leven.

Bloed
Wanneer in Hebreeën gesteld wordt dat Jezus als hogepriester met zijn eigen bloed de hemel ingaat en voor God verschijnt, is dat een uitleg van de betekenis van Jezus’ dood: zoals het offer reinigt van zonden – een reiniging die nodig is om in gemeenschap van God te komen – zo is de dood van Jezus aan het kruis het definitieve offer. Jezus wordt niet door God geofferd, maar geeft zijn leven over in de dood. Dat doet hij bewust, met het oog op ons. Om ons vrij te kopen en te reinigen van de zonde.

Het uitleggen van de dood van Jezus aan het kruis is niet eenvoudig. We staan op heilige grond, omdat we hier te maken hebben met het meest diepe van Gods wezen, woorden schieten tekort. Woorden schieten ook tekort omdat we hier met het meest diepe in de geschiedenis van de mensheid in aanraking komen, namelijk de totale Godverlatenheid.

Daarnaast worden beelden, die in het verleden iets van dit heilige en diepe lieten zien, onbegrijpelijk doordat de tijden veranderen. Omdat we geen offercultus kennen, wordt het zoeken naar wat de Bijbel wil uitdrukken met het toepassen van het offer op Jezus’ dood. Bovendien hebben we een eeuw achter de rug waarin mensen rücksichtslos geslachtofferd werden. Er is een gevoeligheid ontstaan met betrekking tot een dood die gewild is door God.

Als we Jezus’ gewelddadige dood op Golgotha in verbinding brengen met Gods handelen, zoals heel het Nieuwe Testament doet, kunnen we er niet aan voorbij gaan dat God met het kruis op Golgotha meer doet dan vergeving en verlossing bieden: God rectificeert. Hij herstelt geschonden recht, dat wij als mensen God en elkaar hebben aangedaan. Wanneer wij als mensen het recht van een ander schenden, kunnen wij het nooit helemaal goed maken. Wij kunnen de persoonlijke schade die is aangericht bij de ander hooguit erkennen, maar rechtzetten niet.

Het bijzondere van het kruis is God zelf met Jezus’ dood, die mens is en ook God, zich verantwoordelijk maakt voor die schade en onze schuld op zich neemt, verzoent en ons en die ander herstelt.

Gepubliceerd in Christelijk Weekblad 18 april 2019

Preek Goede Vrijdag 2018

Preek Goede Vrijdag 2018
Schriftlezing: Mattheüs 27:27-56
Tekst: vers 45-46

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wie kan de diepe afgrond peilen, waarin Christus afdaalt aan het kruis?
Zo diep is nooit een mens gegaan,
Al zijn er heel wat mensen die zich in Psalm 22 hebben herkend en ook hebben uitgeroepen:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
Nog dieper daalt Jezus af aan het kruis.
En zelfs degenen die de ervaring kennen, door God verlaten te zijn,
kunnen nog niet peilen hoe diep onze Heiland ging
toen Hij daar in die duisternis aan het kruis hing en uiteindelijk tot God riep.

Door God verlaten, Hij die op aarde gekomen is als de Immanuël,
om voor ons God-met-ons te zijn,
Hij, God-met-ons, wordt aan het kruis door iedereen verlaten,
zelfs door Zijn eigen Vader in de hemel.
Een gesloten hemel, het ergste wat je als mens kan overkomen,
God die bij je was, maar dan Zich terugtrekt en jou alleen laat.
God, wiens Naam HEERE is: Ik zal zijn, die Ik zijn zal
– je kunt op Mij aan, Ik ben er altijd voor je: in de hemel sta Ik klaar om in te grijpen.
Maar niet voor Jezus,
Niet voor Zijn eigen Zoon, die naar deze wereld is gestuurd om de wereld te redden.
Voor de Redder zelf is er geen redding, maar verlatenheid,
al zoekt Hij Zijn hulp bij de Vader – geen gehoor.

Deze uitroep van Jezus – deze schreeuw om hulp – roept de spot op van de omstanders,
degenen die het meest aan het woord zijn
– Jezus zwijgt – op die ene schreeuw naar de Vader na,
en de Vader laat zich helemaal niet zien of horen. –
Het zijn de omstanders die het hoogste woord hebben
en de meeste aandacht krijgen van de evangelist.
Juist op het moment waarop Jezus aan het kruis hangt,
het moment waarop het allemaal draait in de komst van deze Immanuël – God-met-ons,
gaat de aandacht naar degenen die de spot drijven met deze Jezus,
die Zich verbeeldt heeft de Redder te zijn, de Zoon van God.
Anderen kon Hij redden, zichzelf niet – hoor maar hoe Hij roept naar God:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
De omstanders, ze wrijven in hun handen: eens kijken of deze roep tot God wordt gehoord
en kijken of Elia gezonden wordt om deze Jezus te redden.

Duidelijker kan het niet worden, dat zij niet geloven dat Jezus die hier aan het kruis hangt
de Zoon God is, de beloofde Messias –
zo door God verlaten, dat niet de messias, niet Gods eigen Zoon zijn.
Het is een opeenstapeling: eerst laten de discipelen hun Meester in de steek,
de priesters en de leidslieden, het volk, ze roepen om de dood van Jezus: kruisig Hem
en stadhouder gaat ermee akkoord
en op compassie van de Romeinse soldaten hoeft Jezus niet te rekenen.
Nu aan het kruis is  de laatste die bij Hem was ook weggegaan: Zijn eigen Vader.

Waarom doet God dat?
Als Jezus alleen maar een mens was, net als wij,
hadden we God ook kunnen aanklagen, zoals het begin van Psalm 22 ook aan aanklacht is,
hadden we partij kunnen kiezen voor Jezus:
God, ziet U dan niet wat er gebeurt met Jezus die niets verkeerds heeft gedaan
en nu hulpeloos en kwetsbaar hangt aan het kruis, door iedereen bespot
en zelfs door U in de steek gelaten.
Als Jezus alleen maar mens als wij was, hadden we medelijden kunnen hebben,
diep geraakt door het lijden waardoor Hij getroffen wordt
en door de wanhoop waarin Hij wegzinkt.
Maar Jezus is meer, Gods eigen Zoon, God-met-ons,
God neergedaald en mens geworden hier op deze aarde om onze Redder te zijn.
De schreeuw van Jezus naar de Vader is niet alleen voor onze hemelse Vader bedoeld,
maar ook voor ons
en is verkondiging voor ons, heeft ons, hier vanavond bij elkaar om Zijn dood te gedenken,
iets te zeggen.
Maar wat? Want Mattheüs lijkt ons alleen maar verslag te doen van wat er gebeurt,
als een verslaggever die alleen maar de gebeurtenissen aan kijkers of luisteraars doorgeeft.
Mattheüs vertelt hoe Jezus gekruisigd wordt,
hoe Jezus tussen twee misdadigers in wordt gekruisigd,
hoe de omstanders de spot drijven, hoe het duister wordt
en Jezus aan het einde van het duister roept tot God.
En toch is het meer dan alleen de feiten, die Mattheüs ons doorgeeft.
De profeet Amos had het aangekondigd, hoe het midden op de dag donker zal worden.
Een duisternis over het gehele land, over de gehele aarde,
zoals dat ook drie dagen was in Egypte.
In Egypte was dat om de grootheid van God te laten zien,
zoals een andere profeet dat namens God zei:
Ik formeer het licht, Ik schep de duisternis.
Als het kruis midden op de dag opgericht is en de spot van de omstanders klinkt,
is er een duisternis, die door God geschapen wordt,
de zon is weg, ondergegaan – het licht gedoofd als Jezus aan het kruis hangt.
Niet meer het vriendelijk aangezicht van God dat over Jezus licht,
maar de duisternis, die om Hem heen is,
de duisternis die er is, als God zich terugtrekt en een leegte achterlaat.
De duisternis maakt het zichtbaar dat God zich teruggetrokken heeft.

En in die duisternis hangt Jezus, die duisternis is er niet alleen voor de omstanders,
voor Gods eigen volk, die de gezonden messias aan het kruis hebben geslagen,
maar ook voor Jezus.
De duisternis komt op Hem neer, omhult Hem,
hier aan het kruis niet meer de hemelse glans die Hem omhult,
maar de duisternis.
Het is het oordeel van God, dat over Hem losbarst,
de schalen van Gods toorn worden over Hem uitgestort.
Daar hangt Jezus, terwijl Hij het oordeel van God ondergaat en draagt,
die gebeden in Gethsemané heeft of Hij de beker van Gods toorn niet hoefde leeg te drinken
maar toe Hij bevestigd kreeg, dat het wel Zijn taak, Zijn weg, Zijn missie was,
om die beker leeg te drinken, zei Hij: Uw wil geschiede, niet Mijn wil.
Hier wordt de beker leeggedronken.

Het is de beker die voor ons was bestemd,
het oordeel dat over ons voltrokken had moeten worden.
God die bij ons had moeten weggaan, ons had moeten verlaten,
zodat wij het hadden uitgeroepen: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
Waarbij we – net als Jezus geen antwoord krijgen uit de hemel,
waarin we zouden ontdekken dat wij begonnen waren met het verlaten van God
en dat Hij alleen maar de consequentie van onze eigen daden liet zien.
Het is onze beker die Jezus leegdrinkt,
Het is onze duisternis waarin Jezus hangt,
ons kruis dat Jezus draagt, ons kruis waarin Hij geslagen is,
het oordeel over ons dat Jezus draagt.
Zoals Jezus dat eerder gezegd heeft over Zijn eigen dood
dat Hij Zijn leven zou geven als losgeld voor velen.
Hier betaalt Jezus de prijs voor onze zonden.
Hier betaalt Jezus de prijs voor de keuze die wij gemaakt hadden:
de keuze om God te verwerpen.
Hier koopt Jezus ons, u, jou, mij vrij door het oordeel in te gaan en te dragen,
door in onze plaats door God verworpen te worden, betaalt Hij de prijs
Die wij hadden moeten betalen, maar niet kunnen betalen.

Hij hangt daar voor ons, in onze plaats.
Dat is het aangrijpende, dat is waarom het lijden van Jezus zo diep is,
waarom de afgrond zo diep is, dieper dan er ooit een afgrond kan zijn voor een mens.
Gods eigen Zoon, Immanuël God-met-ons – Hij is het die in onze plaats daar hangt.
En het laat zien hoe ingrijpend het is, om tegen God in te gaan,
hoe ernstig de zonde is, hoe diep de val in het paradijs.
Hier zien we, aan het kruis waar Jezus hangt, wat de diepte van de woorden is,
die we horen bij de voorbereiding op het Heilig Avondmaal:
laat ieder bij zichzelf zijn of haar zonden en vervloeking overdenken,
opdat u  een afkeer van uw zonde heeft en u zich voor God verootmoedigt,
want de toorn van God tegen de zonde is zo groot
dat Hij die niet ongestraft wilde laten,
maar de straf ervoor door de bittere en smadelijke kruisdood heeft voltrokken
aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus.
Dat is de ernst van Goede Vrijdag – het confronterende:
Wij waren eens in de macht van de zonde, op ons rustte een oordeel
en het was verdiend, want wij kozen ervoor God uit te bannen,
wij kozen ervoor God te verlaten, zonder te beseffen hoe ingrijpend dat was.
En hier aan het kruis zien we hoe ingrijpend het is om door God verlaten te worden,
Hier aan het kruis zien we hoe ingrijpend het is om verloren te gaan
als wij het oordeel van God niet kunnen doorkomen.

Het is een aanklacht tegen ons, waarbij we gelijk ook zien
dat de straf gedragen is, het oordeel niet aan ons voltrokken wordt,
er een vrijspraak is
en meer nog dan een vrijspraak: een mogelijkheid om bij God te horen,
onderdeel van Gods gemeenschap te zijn,
zodat de naam van God voor ons waar is: Ik zal zijn die Ik zijn zal.
Ik ben er voor jou, voor u – Ik ben uw God.
Zodat de naam van Jezus waar wordt voor ons: Immanuël, God-met-ons

Daar werd Hij door God verlaten, opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden.
In het leven op aarde worden wij niet meer verlaten.
Als ons leven voorbij is, dan staat Hij aan onze zijde
Als we door de dood heen moeten, draagt Hij ons tot in het Vaderhuis.
Nooit meer door God verlaten.
Dat is de boodschap van het kruis, want Jezus werd verlaten. Hij droeg.
Hoor ik, hoe Hij klaagde dat
Hem zijn God verlaten had,
‘k weet dan, wat mij ook ontvall’
God mij nooit verlaten zal.

God zal mij nooit verlaten.
Ook niet als ik voor God kom te staan, als over mijn leven het oordeel wordt uitgesproken
en mijn zonden een lange lijst zijn,
een lijst die ik maar al te goed kan, omdat zowel de duivel als mijn eigen geweten
die zonde steeds mij onder ogen brengen en mij geen rust gunnen
waardoor het soms moeilijk te geloven is, dat God mij nooit verlaten zal.
Ook niet, nu het er op aan komt, als ik voor Gods troon sta
en het oordeel voorgoed wordt uitgesproken?
Dat er dan niet klinkt: Ga weg, ver bij Mij vandaan, maar: Kom in.
Want dat kruis droeg de straf, nam de schuld van mij af,
‘t werd de toegang voor mij tot Gods troon.
Amen

Preek zondagavond 9 april 2017

Preek zondagavond 9 april 2017
Johannes 19:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Elke keer als ik de verhalen over de kruisiging lees en daarover nadenk,
heb ik het gevoel dat ik heilige grond betreed.
Dan zie ik voor mij hoe de Heere Jezus daar staat voor de hogepriester,
Voor Pilatus voor Herodes.
Het valt mij dan zwaar om er een preek over te maken,
omdat ik dan alleen maar stil zou willen zijn
en willen toezien hoe de Heere Jezus die weg ging.
Het is niet alleen het lijden dat hij ondergaat, niet de pijn van de geseling, van de slagen,
de pijn van de lange doornen die in het hoofd gedrukt worden,
die mij stil doen zijn en mij de woorden ontnemen,
niet alleen de spot, die zo diep in de ziel van Jezus ingesneden moet hebben,
maar vooral het besef dat Hij die weg ging voor mij.
En ook het besef dat ik niet helemaal kan doorgronden wat Jezus moest doorstaan,
want omdat Jezus die weg ging naar Golgotha,
omdat Hij het oordeel van God over ons leven op zich nam,
hoef ik dat oordeel zelf niet te dragen.
Ik zou dan stil van verwondering willen zijn,
of iemand willen hebben die het voor mij verwoordt
wat het ontzaglijke is dat daar op die weg naar Golgotha en op Golgotha zelf gebeurde.

Zie de mens, zegt Pilatus.
Wat zien we dan?
Je zou denken een man die ineengekrompen is door de pijn
die de geselslagen op zijn rug hebben aangericht,
met een gepijnigd hoofd door de slagen en de doornenkroon.
Je zou denken dat je een lachwekkende verschijning zou zien,
een parodie op wat een koning is: de mantel die de soldaten om hem hebben gehangen,
De rietstaf in zijn hand.
De doornenkroon, waarschijnlijk een parodie op de goddelijke status die Jezus zou hebben.
Hadden de Joden niet aangegeven dat Jezus zichzelf Gods Zoon had genoemd
en had die opmerking Pilatus geen vrees ingeboezemd?
Met die doornenkroon, die een parodie zijn op de stralen
die goden op een afbeelding hebben, wordt die vrees weggenomen.
Want als je iemand kunt bespotten, geef je aan dat je niet onder de indruk bent,
spot is een vorm van verzet, van je nog niet gewonnen geven.
Zien we een gebroken man, geknakt door de pijn en de spot?
Nee, het is Jezus zelf die naar voren loopt, met de mantel om en de kroon op.
Pilatus kan Jezus willen tonen aan het volk,
maar het Jezus die zelf naar voren komt om zich te laten zien, om zich te tonen.
Heel subtiel legt Johannes, de evangelist, een link met de allereerste keer
dat Jezus in de openbaarheid kwam, toen Hij zich de eerste keer liet zien.
Toen was daar Johannes, die over Jezus zei: Zie, het Lam Gods,
dat de zonden van de wereld wegneemt.
Nu is het Pilatus die ook op Jezus wijst: Zie, de mens.
Voortdurend worden de lezers van het evangelie van Johannes, worden wij,
opgeroepen om Jezus te zien, op te kijken naar Hem
en kijken is bij Johannes altijd geloven in Hem,
die gekomen is vanuit de hemel, God om mens te worden op aarde.
Zie, kijk! Dat is een oproep om actief toe te kijken,
om het op ons te laten inwerken wat we zien
en met de ogen van het geloof te kijken.

Het geloof ziet meer dan Pilatus wil laten zien.
Het geloof ziet hier haar Koning staan
en geloof stoort zich niet aan de doornenkroon en de nepmantel,
omdat ook een echte kroon en een echte mantel nog te weinig is
om de heerschappij van deze Koning uit te drukken,
die niet een aards koninkrijk bestuurt, maar koning is van heel de wereld, heel de schepping,
ook over alle machten die er zijn en over de engelen.
Zie de mens, zegt Pilatus.
Ja zegt het geloof, dat we een mens zien,
dat is juist het bijzondere, want we weten dat deze mens hier op aarde kwam,
het Woord van God is vlees geworden en heeft onder ons gewoond
en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid van de Eniggeborene van de Vader.
Hier, Pilatus, laat je zonder dat je het doorhebt, die heerlijkheid zien.
Want die heerlijkheid wordt niet zichtbaar in een kroon, een scepter, een mantel,
wordt niet zichtbaar in de macht die je hier op aarde hebt,
maar wordt juist zichtbaar in die doornenkroon, in die mantel die de spot wil aangeven.
Wordt straks nog het meest zichtbaar als op Golgotha een kruis staat opgericht
en daar deze Koning gehangen wordt voor het oog van heel de wereld.
Deze Koning zal vanaf het kruis Zijn heerlijkheid laten zien.
Pilatus, hoe je deze Koning ook wilt bespotten, je krijgt Hem niet klein.

Pilatus heeft een doel om Jezus op deze manier te laten zien.
Een beroep op het volk om Jezus vrij te laten.
Is Hij al niet genoeg gestraft met de geseling en die doornenkroon, met die bespotting?
Is deze vernedering, waarin al Zijn eer is weggenomen, niet genoeg straf,
om Hem de rest van Zijn leven te laten weten dat Hij geen pretenties meer moet hebben
om zich als koning van de Joden op te werpen.
Pilatus wil medelijden met deze Jezus, die zo te kijk staat.
Het geloof wil geen medelijden voelen,
want het geloof ziet hoe haar Koning deze stap naar voren zet
en daarmee aangeeft: Hier ben Ik, om Uw wil te doen.
Het geloof herinnert de woorden die Christus al eerder gesproken heeft,
dat een echte herder bereid is om Zijn te sterven voor Zijn schapen.
Het geloof ziet niet alleen haar Koning, maar ook haar Herder,
de goede Herder, die bereid is om een lam te worden,
het lam van God, zoals Johannes de Doper Jezus al aankondigde.
Het geloof weet dat deze dag, waarop Jezus getoond wordt door Pilatus en zichzelf toont,
niet zomaar een dag is, maar de dag is waarop het Paaslam wordt uitgekozen en geslacht
en het weet dat vandaag de uitspraak van Johannes:
Zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt
een bijzondere betekenis krijgt, want het is vandaag de dag van dit Lam,
Christus die het Lam Gods is, dat zal sterven op de dag waarop het paaslam wordt geslacht.
Zie de mens, zegt Pilatus,
maar het geloof ziet meer dan een mens, meer dan een koning,
en herinnert zich de woorden van Abraham aan zijn zoon Izaak
op de dag dat hij zijn zoon Izaak moest offeren: dat God zelf in een lam zal voorzien.
Hier ziet het geloof dat lam gekomen, dat het offer van God zal zijn.

Hoe zie je dat dan, als je Jezus zo wel wilt zien, maar nog niet ziet?
Johannes vertelt ons daarom de verhalen, zodat als wij die verhalen horen
Jezus zien als degene die op aarde kwam, de koning, die mens werd en een lam,
zodat we gaan geloven
en wanneer we Jezus getoond zien, buigen voor Hem en zeggen:
U wordt hier getoond als Koning, U bent ook mijn Koning,
U wordt hier bespot en als ik niet zou geloven, zou ik meedoen in die spot
U wordt hier getoond als een koning die een lam wil zijn,
ik mag zien hoe U uw leven wilde geven, ook voor mij
Op Golgotha – als het lam van God dat ook mijn zonden weggedragen heeft.

Wanneer je die ogen van het geloof niet hebt, dan kun je Jezus zo niet zien.
Dan zie je Hem als iemand met een gevaarlijke pretentie,
iemand die onrust veroorzaakt en het zwijgen opgelegd wordt,
of als iemand die een pretentie heeft die ongepast is,
omdat Hij zichzelf aan God gelijk maakt, een godslastering die niet ongestraft mag blijven.
De mensen die voor Pilatus staan, zij moeten niets van Jezus hebben,
zij voelen geen mededogen en willen die ook niet voor Jezus tonen.
Het zijn Joden, schrijft Johannes.
Nu kunnen wij daar gevaarlijk mee aan de haal gaan
en de schuld aan de Joden toeschuiven, omdat zij Jezus hebben gekruisigd.
Ik denk niet dat Johannes dit aan ons doorgeeft, om ons beter te voelen,
alsof wij Jezus beter ingeschat zouden hebben
en wil in Hem geloofd zouden hebben, als wij daar hadden gestaan.
Het zijn niet alleen de Joden die Jezus hebben gekruisigd,
ook de Romeinen hebben hun aandeel
En als Johannes het toont dat de Joden riepen om de kruisiging van Jezus
om daarmee een boodschap door te geven, zou het zijn dat niemand van de mensen
zat te wachten op deze Koning die ook een lam wilde zijn,
op deze koning die zijn leven wilde geven voor de zijnen.
Hij kwam tot de zijnen, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen,
schrijft Johannes in het begin.

Het moet hem pijn gedaan hebben, dat zijn eigen volksgenoten niet in Jezus geloofden.
Johannes die zelf Jood was en wil geloofde, omdat zijn ogen open gegaan zijn
en nu niet anders meer dan met de ogen van geloof kan kijken.
Voor dr. Henk Vreekamp was dat een serieuze vraag,
waarmee hij een groot deel van zijn leven geworsteld heeft:
Het nee van het Joodse volk, van Gods volk, dat moeten we serieus nemen.
Blijkbaar past dat in de weg die God gaat met deze wereld en Zijn eigen volk,
dat Hij niet geloofd wordt, dat Hij aan de kant geschoven wordt
en dat als Hij zelf op aarde komt, dat Hij niet direct op geloof kan rekenen,
maar dat er geroepen wordt om een kruisiging.

Zie de mens, zegt Pilatus,
maar het volk roept dat ze deze Koning niet willen
en ze betuigen hun loyaliteit aan de keizer in Rome
waarmee ze ten diepste aangeven dat ze afscheid nemen van de Heere als hun koning.
Met Jezus verwerpen ze God als koning.
Dat moet ons bescheiden maken – ook wij kunnen God als onze koning verwerpen.
Het zegt vooral iets over God.
Zie de mens, zegt Pilatus.
Bij de Schriftgeleerden en de hogepriesters die voor Pilatus stonden,
had een bel kunnen rinkelen,
Want in hun eigen Schrift wordt er ook op deze manier een koning getoond,
als God Saul aan Samuël toont, Saul een bijzondere koning, want de eerste,
maar niet het voorbeeld van de goede koning,
een koning die uiteindelijk door God verworpen wordt.
Deze koning, Jezus, wordt Hij ook door God verworpen?
OF menen zij dat zij alvast het vonnis over deze koning moeten vellen – in Gods naam.

Kruisig Hem

(slot van de preek niet digitaal beschikbaar)

Preek Goede Vrijdag 2017

Preek Goede Vrijdag 2017
Schriftlezing:  Genesis 3, Johannes 19:17-37

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er is een afbeelding die voor mij de Bijbel in een plaat samenvat: Eva ontmoet Maria.
Het is een afbeelding met een ontmoeting van de twee vrouwen.
Eva met een vrucht in de hand, kijkt naar beneden, schuldbewust.
Aan haar ogen is te zien dat ze beseft dat ze met haar daad veel kapot gemaakt heeft.
Voor haar staat Maria, zichtbaar zwanger, met haar ene arm troostend om Eva geslagen,
met haar andere hand heeft ze de hand van Eva vast
en heeft de hand van Eva op haar eigen buik gelegd,
een gebaar waarmee ze aangeeft: wacht maar op het Kind dat uit mij geboren wordt.
Dat zal geboren worden om alles te herstellen.
Op de afbeelding is ook een slang te zien, die zich heeft gekronkeld om de benen van Eva
als teken dat deze slang in Eva een prooi gevonden heeft.
Maar Maria heeft haar voet op de kop van de slang.
En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht.
Dat zal u de kop vermorzelen en u zult het de Hiel vermorzelen.

eve mary

Eva ontmoet Maria.
Het leven van beide vrouwen gaan over een ingrijpende verandering in onze geschiedenis.
Een wissel omgezet.
We hebben het gelezen in Genesis 3, hoe Adam en Eva werden weggestuurd
uit de hof van Eden
en dat bij de ingang van de hof twee engelen staan, die weg versperren.
Het is niet meer mogelijk om in de hof van Eden, in het paradijs te verkeren.
Het paradijs was niet alleen een volmaakte wereld,
een wereld zonder pijn en verdriet, zonder lijden, zonder zonde,
maar ook een plek waar Adam en Eva samenleefden met de Heere God,
Waar Hij hen opzocht om, waar Adam en Eva zich mochten verheugen op Zijn komst.
Dat was voorbij.
De engelen versperren de toegang:
Het leven in het paradijs is voorbij, er is geen terugweg meer mogelijk.
En dat ligt niet aan God, maar dat ligt aan wat er in het paradijs gebeurde,
Wat Adam en Eva deden.
Dat we niet bij God kunnen horen, dat ligt aan ons mensen.
Er is aan onze kant iets misgegaan.
Niet aan Gods kant: Hij is dezelfde gebleven.
Na de zondeval is Hij dezelfde als voor de zondeval, maar wij mensen zijn veranderd
en omdat wij veranderd zijn kunnen we niet in Gods nabijheid blijven.

Vergelijk het met een man die bij een groot bedrijf werkt.
Hij is de rechterhand van de directeur.
Bij een belangrijke beslissing die hij moet nemen, gaat hij niet naar de directeur,
maar naar de concurrent en neemt een beslissing die voor de concurrent goed uit komt
en nadelig is voor zijn eigen directeur.
Als de directeur erachter komt, wat zijn rechterhand heeft gedaan, wordt de man ontslagen.
Dan kunnen we zeggen: de man wordt ontslagen, omdat zijn directeur boos is, beledigd,
maar de fout ligt bij de man zelf, die het vertrouwen heeft beschaamd
en de concurrent in de kaart gespeeld heeft.
Het gaat er niet om dat God beledigd is, in Zijn eer is aangetast of boos
en dat die boosheid of beledigdheid ontladen moet worden op het kruis van Golgotha,
maar wij hebben, in Adam en Eva, het zelf onmogelijk gemaakt om bij God te kunnen blijven.

Vergelijk het met een man die een goed huwelijk heeft.
Hij en zijn vrouw hebben het goed, in materieel opzicht, de klik, er is liefde en vertrouwen
en toch legt de man het aan met een andere vrouw.
Zijn vrouw komt erachter en zet hem het huis uit.
Dan kan hij zeggen: Ik ben het huis uitgezet, omdat mijn vrouw er een punt achter zette.
Zij was boos. Zij wilde niet meer dat ik bij haar in een huis ben.
Dat is de schuld bij de ander leggen.
Wij kunnen niet bij God in het paradijs blijven, omdat er aan onze kant iets mis is gegaan.
Daarvan kunnen we doen dat het iets heel kleins is, iets onbenulligs,
het eten van een vrucht
zoals iemand ook over het doorvertellen van bedrijfsgeheimen luchtig kan doen
of over het er op na houden van een andere relatie.
Het eten van de vrucht betekent dat we het kwade leren kennen
en dat in alles wat we daarna doen, dat kwade meekomt
en dat kwade kan zijn: wantrouwen naar God toe,
dat we Hem niet helemaal vertrouwen en Hem daarom maar niet meer benaderen.
het slechte denken van God,
denken dat Hij het ons niet gunt om meer te weten of meer te zijn,
dat het niet Gods oneindige wijsheid is, maar door jaloezie gedreven.
en als God iets vraagt, het tegenovergestelde doen.
Buiten het paradijs.
Eva die schuldbewust naar beneden kijkt en beseft:
voor mij geen plaats meer bij God en ik kan het niet zelf herstellen.
Zoals de man die bedrijfsgeheimen verkoopt, het niet meer kan herstellen
en geen recht meer kan doen gelden op zijn positie in het bedrijf, omdat hij het verbruid heeft.
Zoals die man die het buiten zijn huwelijk zocht, geen recht meer heeft
om zijn plek thuis op te eisen, maar alleen thuis mag komen als zijn vrouw het toestaat.
De kerk zegt over, wat daar in het paradijs misging en wat in Genesis 3 beschreven is,
dat het niet een kleine vergissing is, die zomaar even goedgemaakt kan worden,
maar dat het een brutale aanval op God was, een daad van opstand, rebellie.

Een wissel omgezet – dat gaat om een trein die een andere kant opgaat
en niet meer terug kan gaan.
Een wissel omgezet, dat gebeurde in het paradijs,
Waarbij de wegen van God en ons mensen uit elkaar gingen,
niet omdat God veranderde, Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid Dezelfde,
maar omdat wij mensen voor een verandering kozen, een ingrijpende verandering,
Die ook effect had op onszelf.
Wij veranderden, zodat wij niet meer bij God kunnen zijn.
Adam en Eva die uit de hof gaan en de engelen die de weg blokkeren,
Dat is niet alleen een straf, maar ook een bescherming voor ons,
omdat wij niet kunnen bestaan bij God die zo heilig is, omdat wij onze heiligheid kwijtraakten.
Met Eva zijn we buiten het paradijs terecht gekomen, een wissel omgezet,
onmogelijk om uit onszelf nog bij God uit te komen.

Johannes heeft gebruikt een woord om de wereld buiten het paradijs aan te geven:
Donkerheid, duisternis, het is de wereld waarin het licht van God ontbreekt.
Als hij het over de wereld heeft, heeft dat woord de betekenis
van de wereld die God de rug toegekeerd heeft
en Gods aanwezigheid niet kan, niet wil verdragen
– ook de aanwezigheid van Christus niet: kruisig Hem!
Het is een wereld waarin God niet de baas is, maar de overste van de wereld,
Dat is die slang die zich om de benen van Eva heeft gekronkeld om haar onderuit te sleuren
en verder weg te voeren bij God vandaan.
De wereld buiten het paradijs – dat is een gevangenis, een slavenbestaan,
vergelijkbaar met het leven van de Hebreeën in Egypte.

Bij Eva staat Maria.
Ze heeft haar arm om Eva heen geslagen, om haar te troosten en op te beuren
en pakt de hand van Eva vast en legt haar hand op haar buik.
Eva, wees getroost, treur niet langer om wat jij fout gedaan hebt.
Jij kunt het niet zelf herstellen, maar in mij groeit Gods Zoon, die gekomen is
om wat fout gegaan is te herstellen, om de breuk te helen,
om jouw schuld van je af te nemen en mee te nemen op het kruis.
Wanneer wij bewust een fout maken,
waarvan we weten dat we een ander daarmee benadelen, kunnen wij dat niet herstellen.
Wanneer je op een negatieve manier over een ander gesproken hebt
omdat je er van geniet om over een ander te roddelen,
en misschien daarmee over jezelf wilt doorgeven dat je heel wat beter bent,
dan kun je het kwaad dat je gestrooid hebt, niet allemaal wegkrijgen.
Wanneer iemand een ander bedrogen heeft, kan het vertrouwen niet zomaar hersteld worden.
Als iemand een moord pleegt en aangehouden wordt en veroordeeld wordt,
betekent de gevangenstraf nog niet dat degene die vermoord is terugkomt.
Kunnen wij, wanneer wij het naar God toe verbruid hebben, het zelf dan wel goedmaken
En herstellen welke schade wij aangericht hebben,
zelf de wissel ombuigen naar het goede spoor en weer in Gods gemeenschap komen?
Maria zegt tegen Eva: dat zal mijn Kind doen.
Maria, die zelf leefde buiten het paradijs
en haar Zoon, niet zomaar een kind, maar Gods eigen Zoon die mens werd
haar Zoon wordt ook geboren buiten het paradijs
en heeft maar één doel: opnieuw een wissel omzetten,
terug naar het goede spoor, om voor de mensen een nieuwe mogelijkheid te geven
toch weer in Gods nabijheid te komen,
niet omdat God veranderd is,
maar omdat aan het kruis onze positie ten opzichte van God veranderd wordt.
De zondeval was de eerste wissel, bij God vandaag,
het kruis is ook weer een wissel, terug naar God.
Maria staat bij Eva en kan Eva troosten: verlies je hoop niet,
want mijn Zoon, die niet alleen mijn Zoon is, maar Gods Zoon,
zal naar het kruis gaan en zal het daar uitroepen, voor iedereen hoorbaar:
Het is volbracht.
Machtige woorden, die voor ons als mensen zo’n wereld van verschil tonen.
Een overwinningsuitroep aan het kruis – vol troost voor de mensen die het willen geloven:
Niet langer heeft het kwade dat de slang gezaaid heeft door zijn listig spreken
meer het laatste woord, maar zijn macht en invloed is verbroken,
een nieuwe tijd is aangebroken, een wissel die is omgezet,
een nieuwe tijd waarin het weer mogelijk is om bij God te horen en bij God te komen.
Wat voor ons mensen niet mogelijk was, heeft God gedaan.
Het is volbracht – woorden waarmee de poorten van het paradijs, van de hemel opengaan,
het kruis als sleutel, waardoor geopend kan worden
Niet een instrument in onze handen, maar in Gods handen.
Het is volbracht, omdat aan het kruis Gods eigen Zoon zich gaf als het paaslam.
Niet alleen de poorten van de hemel zijn open gegaan,
maar ook de poorten van Egypte, waarachter wij gevangen zaten
en waarin de overste van de wereld ons niet liet gaan.
Het is volbracht – dat zijn de poorten van het slavenbestaan van de zonde die opengaan,
de duivel die moet laten gaan, omdat dat Nageslacht van Eva gekomen is
om hem de kop te vermorzelen.
Het is volbracht – dat is: de kop die is vermorzeld, de overwinning is behaald.
Aan het kruis staan daarom de nieuwe Eva en Adam, wordt wel gezegd.
Maria die de rol van Eva heeft en Johannes die de rol van Adam heeft.
Aan het kruis worden ze door de Heer aan elkaar toegewezen.
Bij het kruis, waar het ‘Het is volbracht!’ klinkt, is er daar die nieuwe gemeenschap
omdat nu de Heiland die sterft als het paaslam met Zijn dood de wissel omzet
en het uitroept: Het is volbracht.
Een nieuwe gemeenschap, waarin niet meer de duisternis de macht heeft,
Waarin niet meer de zonde de boventoon voert,
waarin niet meer de slang om de benen kronkelt,
Een nieuwe gemeenschap van mensen die bevrijd zijn: Zoon, zie uw moeder,
moeder, zie uw zoon.
In de Vroege Kerk werd het kruis nogal eens als boom afgebeeld,
de levensboom uit het paradijs, onbereikbaar geworden
door de zonde en door de engelen die de weg versperren.
Maria die de nieuwe Eva mag zijn en Johannes die de nieuwe Adam mag zijn,
ze staan opnieuw bij de boom, niet meer de boom van kennis van het goede en het kwade,
maar de boom van het leven, Christus aan het kruis, die voor hen het leven is
en Zijn leven aan hen schenkt, waardoor zij mogen leven.
Niet meer de verleiding om een vrucht te pakken. Niet meer de breuk,
maar het herstel, omdat het klonk vanaf het kruis: Het is volbracht.

zo mag het elke zondag klinken, en elke keer als u in Gods Woord leest
en vandaag in het bijzonder: Het is volbracht.
Mogen we bij het kruis staan dat voor ons de boom des levens is geworden,
herstel van wat verbroken is, die wissel die God heeft omgezet
waardoor wij weer terug kunnen komen.
Bij dat kruis mag het “Het is volbracht!” voor ons een loflied zijn,
Waarin we zingen van de bevrijding die onze Heer gaf, die wilde sterven aan het kruis,
Christus ons Paaslam, U hebt het volbracht.
Het is volbracht – we mogen het geloven, dat ook voor ons de poort is opengegaan.
De poort van Egypte, de poort van het paradijs.
Om uit te trekken, naar het Beloofde Land, het huis met de vele woningen, het Vaderhuis.
Daar mogen we voor eeuwig zingen: Het is volbracht! Door Christus onze Heer!
Amen





Herstel van geschonden recht en gerechtigheid

Herstel van geschonden recht en gerechtigheid
Christus’ sterven aan het kruis als rectificatie – Fleming Rutledge 3

Dat Jezus stierf aan het kruis, is volgens Rutledge geen toevalligheid.  De vraag waarom Jezus moest sterven is onvolledig als daar niet de manier waarop wordt toegevoegd. Waarom deze gruwelijke en gewelddadige dood om Gods liefde te laten zien? Waarom deze manier van sterven om verzoening en verlossing tot stand te brengen? In het kruis gaat het om God die gerechtigheid brengt door middel van rectificatie.

Dat is de vraag die centraal staat in het derde hoofdstuk van The Crucifixion van Fleming Rutledgde. Dit hoofdstuk is een brug naar het vierde hoofdstuk over de relevantie van de gedachten van Anselmus voor onze tijd.

Onrechtvaardigheid
Om de diepte van Christus’ sterven aan het kruis te doorgronden, kunnen we niet om de betekenis van onrecht en onrechtvaardigheid heen, volgens Rutledge. Dat het kruis te maken heeft met rechtvaardigheid, waardoor God onrecht recht zet, wordt – aldus Rutledge nogal eens vergeten.

Gods karakter
Bijna iedereen, zelfs mensen die niet kerkelijk betrokken zijn, weten dat God volgens de Bijbel liefde is. Veel mensen kennen zelfs het Griekse woord agapè. Dat Christus’ dood ook te maken heeft met dikaiosynè (recht, gerechtigheid) verliezen veel mensen uit het oog. Gods rechtvaardigheid en Zijn streven naar recht is net zo wezenlijk voor de Bijbel als Gods liefde. Recht en gerechtigheid zijn net als liefde onderdeel van Gods karakter.

Rectificatie
In heel het Oude Testament kunnen we zien dat God streeft naar recht en gerechtigheid. Dat streven is tegelijkertijd een strijden tegen onrecht. God vraagt van Zijn volk om recht en gerechtigheid in praktijk te brengen. God herstelt recht en gerechtigheid waar recht en gerechtigheid geschonden worden. Gods handelen is gericht op herstel, rectificatie.

Vergeven?
Het is een gewoonte van christenen om snel te spreken over vergeven en over Gods barmhartigheid. Daarmee verliezen christenen uit het oog dat voor de Bijbel vergeving en barmhartigheid niet losgemaakt kunnen worden van herstel van recht en gerechtigheid. Rutledge geeft een voorbeeld uit haar eigen land: in de VS zijn er nogal wat schietpartijen op scholen geweest met verschillende leerlingen en studenten die gedood werden. Een van de allereerste  vragen die aan de nabestaanden en de medeleerlingen gesteld werd, was of zij de daders konden vergeven. Volgens haar is vergeving als zodanig niet de essentie van het christelijk geloof, maar moet worden gezien in relatie tot recht en gerechtigheid.

Gaten blijven
Rutledge geeft een verhaal door, opgetekend door een journalist ten tijde van de uittocht van Albaniërs uit Kosovo: Een vader slaat elke keer een spijker in een stuk hout als zijn zoon iets verkeerd heeft gedaan. Wanneer de jongen iets goeds gedaan heeft, haalt hij er weer een spijker uit. Uiteindelijk wist de jongen zijn vader zover te krijgen om alle spijkers eruit te halen. De spijkers waren eruit, maar in het hout zaten nog wel de gaten die de spijkers geslagen hadden. Die gaten blijven altijd.

Wel erkenning, geen herstel
Rutledge geeft voorbeelden van Rwanda na de genocide en de Waarheids- en Verzoeningscommissie uit het Zuid-Afrika van na de apartheid. In beide gevallen ging het er eerst om recht te doen aan slachtoffers, aan het leed dat geleden werd. Er kon geen volledig herstel plaatsvinden. Het recht dat kon geschieden was om de verhalen te vertellen van wat er gebeurd was: de daders moesten vertellen wat zij gedaan hadden, leed werd benoemd, namen van slachtoffers werden genoemd. Terwijl de beulen moesten vertellen wat zij gedaan hadden, waren nabestaanden van de slachtoffers aanwezig. Alleen al het openlijk vertellen, gaf een erkenning. Rechtgezet en hersteld worden kon er niet, want de gaten blijven.

Daders van morgen
De Waarheids- en Verzoeningscommissie werd geleid door aartsbisschop Desmond Tutu. Hij leidde de commissie op een wijze manier. Ook de zwarte bladzijden van het ANC werden publiekelijk verteld. Hij zorgde ervoor dat hij politiek onafhankelijk bleef, om te kunnen spreken wanneer de huidige regering de macht zou misbruiken. Bovendien werd hij geleid door het besef dat de slachtoffers van gisteren de daders van morgen kunnen zijn.

Erkenning
Het verleden kan niet hersteld worden door straf, gaf hij aan. We kunnen alleen de zwarte bladzijden herinneren. Daarom moeten die ook verteld worden. Een slachtoffer van onrecht en onderdrukking verliest zijn waardigheid als persoon. Gerechtigheid is erop gericht om die waardigheid zoveel als mogelijk te herstellen. Dat herstel van die waardigheid kan alleen door openlijk te vertellen wat er gebeurd is. Dan vergeet de natie het niet en krijgt het slachtoffer publiekelijk erkenning voor het leed dat is aangericht.

Herstel van een morele wereld
Michael Ignatieff, een schrijver zonder godsdienstige achtergrond was getuige van het optreden van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Hij schreef daarover: recht en gerechtigheid wordt meestal geassocieerd met straf. Het gaat echter om het herstel van een morele wereld. De commissie was voor hem een publieke ruimte waar waarheid waarheid mocht zijn en leugen leugen.

Wegkijk-mentaliteit
Deze inzichten wil Rutledge vruchtbaar maken voor haar antwoord op de vraag waarom Jezus aan het kruis moest sterven. Concluderend:
(1) Er is een diep menselijk verlangen naar waarheid en recht en gerechtigheid.
(2) Mensen zijn individueel en collectief niet in staat om volledig recht te doen aan wat er is aangericht. Een volledig herstel door mensen is onmogelijk.

De noodzaak tot recht en gerechtigheid en het herstel hiervan wanneer dit grof geschonden is, wordt slechts door weinigen ingezien. Alleen door degenen die het nieuws intensief volgen. Een groot deel van haar landgenoten worden gekenmerkt door een wegkijk-mentaliteit. Het kruis op Golgotha laat zien dat God niet door een wegkijk-mentaliteit beheerst wordt.
Wanneer we het kruis op Golgotha alleen uitleggen als vergeving, schieten we tekort. Er moet ook herstel van recht zijn wat geschonden is. De Bijbel spreekt er voortdurend over dat God handelt om geschonden recht en gerechtigheid te herstellen.


Relatie tussen recht en barmhartigheid
Het is niet gemakkelijk om in onze westerse cultuur te spreken over het kruis als herstel van geschonden recht. Er zijn uitdagingen voor de kerk:
(1) De Bijbel gaat uit van een gevallen mensheid. Maar hoe kun je daar op een goede en overtuigende manier over spreken in een feel good-maatschappij?
(2) Wanneer op een seculiere wijze recht en gerechtigheid wordt hersteld, mag dat gewaardeerd worden als een diep verlangen naar solidariteit tussen alle mensen.
(3) Niet altijd is direct duidelijk hoe christenen hebben te reageren op onrecht. Wanneer mag er sprake zijn van barmhartigheid en wanneer gaat het herstel van geschonden recht voorop?

Proportioneel
In april 1994 schoten twee Amerikaanse gevechtsvliegtuigen in de no fly-zone boven Irak twee helikopters van hun eigen leger neer. 26 soldaten kwamen om door friendly fire. Slechts één officier werd veroordeeld. In hoger beroep werd hij echter vrijgesproken. Wat de nabestaanden van dit afschuwelijke ongeval het meest dwars zat, was dat hun verdriet en pijn niet serieus genomen werd. Ze hadden het idee dat het hele gebeuren in een doofpot werd gestopt. Een van de vrouwen van de omgekomen militairen zei: ‘Ik was verbouwereerd dat er 26 soldaten om kunnen komen, zonder dat er een militair verantwoordelijk wordt gesteld.’
Het gaat Rutledge niet om de juistheid van het vonnis, maar om de verantwoordelijkheid die ontbrak. Ze wil dit voorbeeld gebruiken om uit te leggen wat er aan het kruis gebeurde:
– Eén mens die de verantwoordelijkheid nam voor velen.
– De relatie tussen het offer dat gebracht wordt en de omvang van de schade die is aangericht.

God neemt verantwoordelijkheid
In het kruis gaat het om recht en gerechtigheid in juiste proporties met wat mensen hebben aangericht. In het kruis wordt de wandaad niet verdoezeld, maar wordt zichtbaar dat God de verantwoordelijkheid voor de wandaden op zich neemt. God nemt die verantwoordelijkheid aan het kruis op zich, om recht en gerechtigheid te herstellen. Het kruis kan daarom niet losgemaakt worden van de toorn van God. Toorn is geen emotie, maar een handeling waarin God rechtzet.

Apocalyptiek
In het Oude Testament is de gedachte dat God ingrijpt in deze werkelijkheid om het recht en de gerechtigheid weer te herstellen. Na de ballingschap komt de gedachte op dat dit herstel pas aan het einde van de geschiedenis plaatsvindt: de apocalyptiek komt op. De nieuwtestamenticus Ernst Käsemann stelde dat de apocalyptiek de moeder van elke christelijke theologie is. Käsemann kreeg later te maken met de diepere betekenis van zijn stelling toen zijn dochter Elisabeth verdween ten tijde van de militaire junta in Argentinië. Elisabeth Käsemann werd gemarteld en vermoord. Lange tijd zweeg het regime over wat er gebeurd was. En in 2011 werden de beulen veroordeeld.

Nieuwe betekenis van gerechtigheid
In het Nieuwe Testament wordt de apocalyptische lijn doorgetrokken. De grondgedachte is dat de hele mensheid door eigen schuld in de macht van de zonde terecht gekomen is. De mensheid is een gevallen mensheid. In het Nieuwe Testament komt dan een nieuwe betekenis van gerechtigheid op: gerechtigheid is geen menselijke mogelijkheid meer; alleen God kan nog gerechtigheid brengen: een reddende en verlossende gerechtigheid. Omdat de hele mensheid gevallen is, heeft ieder mens die bevrijding en redding nodig. Die redding en bevrijding is gekomen door dat Christus stierf aan het kruis. Het kruis is de meest brute en meest inhumane vorm van sterven. Jezus sterft een dood waarin Hij ontmenselijkt wordt.In het kruis wordt Gods gerechtigheid zichtbaar, aldus Paulus. Omdat aan het kruis Christus het oordeel over deze wereld op zich neem. Dat is de manier waarop God zelf geschonden recht en gerechtigheid recht zet.

[Met deze uitleg van het kruis als herstel van geschonden recht en gerechtigheid door God zelf is de visie van Anselmus op de betekenis van Christus’ sterven aan het kruis beter te begrijpen. Daarover het volgende blog over Rutledges boek.]

N.a.v. Fleming Rutledge, The Crucificixion. Understanding the Death of Jesus Christ (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015)  106-145


 

De godloosheid van het kruis

De godloosheid van het kruis

Jezus stierf aan het kruis. Voor het christelijk geloof is het niet alleen van belang dat Jezus stierf, maar ook het hoe van Zijn dood heeft grote betekenis voor de boodschap van het christelijk geloof. De manier waarop Hij stierf het het christelijk geloof voor altijd bepaald. De vraag waarom Jezus moest sterven is daarom een vraag die tekortschiet. De vraag moet zijn: waarom moest Jezus sterven aan het kruis?

Degradatie, ontmenselijking
Het kenmerkende van de dood aan het kruis is dat het om totale ontmenselijking en totale degradatie gaat. Het kruis is de meest inhumane manier van sterven. Voor de Romeinen van de clou van de kruisdood juist de totale ontmenselijking, totale schande, totale degradatie.
De Schepper en Heer van het universum kiest ervoor om deze laagste vorm van de dood te sterven: Jezus sterft niet de dood van een martelaar, maar de dood van een vervloekte, buitengesloten van de gemeenschap met God. Het kruis is totale godloosheid. Het kruis is een doorbreking van alle menselijke religiositeit. Het tegenovergestelde van wat mensen van God verwachten.

Idealisatie
Daarom is het uitzonderlijk dat het kruis wel een religieus symbool geworden is. Voorwerp van romantische verbeelding en idealisatie. Die religieuze strekking wordt ook door niet-gelovigen ingezien: een kruis in de openbare ruimte roept wel discussie op (zie VS en Duitsland), terwijl een kerstboom of een chanoeka-kandelaar die discussie niet oproept.

Vernedering
De dood aan het kruis is met niets uit de Amerikaanse cultuur te vergelijken. Zelfs een vergelijking met de elektrische stoel schiet tekort. De enige overeenkomst die er is, is dat bij de elektrische stoel het vaak om mensen de laagste klasse van de samenleving gaat die deze straf krijgen. Het enige waarmee het te vergelijken is, zijn de reacties van Amerikaanse soldaten op de afbeelding van Jezus aan het kruis: dit hebben wij in Irak gezien, in de vernedering van Iraakse soldaten.

Korinthische mentaliteit
Het kenmerkende van Jezus’ sterven aan het kruis is niet het lichamelijk lijden. De schaamte, de schande, de vernedering, de totale godloosheid is van grotere betekenis. Voor de eerste christenen was de dood van Jezus aan het kruis moeilijk te verkopen: een ergernis, een dwaasheid (1 Korinthe 1:18-25). Alleen deze schande, totale godloosheid en vernedering van Gods Zoon is Gods kracht. Zowel Joden als heidenen willen het kruis niet. Rutledge komt deze ‘Korintische mentaliteit’ ook veel in hedendaagse Amerikaanse kerken tegen. Daar wordt de theologie van het kruis liever ingeruild voor een theologia gloriae.

Vervloekte
Om deze theologia gloriae te doorbreken zou een preek op Goede Vrijdag over Galaten 3:10-14 niet verkeerd zijn. Daarin werkt Paulus uit dat Jezus stierf als vervloekte. Zodat hedendaagse gelovigen inzien waarom God juist deze vorm van sterven heeft gekozen om Christus te laten sterven.

N.a.v. Fleming Rutledge, The Crucifixion. Understanding the Death of Jesus (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015) 72-105