Preek Goede Vrijdag 2011

Preek Goede Vrijdag 2011
Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping (…) En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft (2 Korinthe 5:17-18)

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

(1) Duisternis
Wat houdt de duisternis in die opkomt als Jezus aan het kruis hangt? Zullen de omstanders rondom het kruis beseft hebben dat die duisternis te maken heeft met Degene die aan het kruis hangt? Zullen de bewoners van Jeruzalem door gehad hebben dat de duisternis die hen overviel in verband stond
met degene die buiten de muren werd terechtgesteld? Of zullen ze er meer gedacht hebben: hè, wat vervelend, nu kan ik niet doen wat ik me voorgenomen had.
Een hinderlijke onderbreking van het werk, zoals een stroomstoring bij ons: je kunt het gewone werk niet doen. Je loopt naar een collega om te mopperen dat je niet verder kunt, of naar een buurman om te vragen of hij er ook last van heeft. Of zullen ze er van opgekeken hebben en gedacht: dit is nu het moment dat God ons iets wil duidelijk maken: we moeten ons werk neerleggen en ons bezinnen op wat Hij ons te zeggen heeft?
Dat is in ieder geval wel de bedoeling van de Here geweest. Het is het duister dat over het land valt als God zijn aangezicht verbergt. Te dien dage zal het geschieden, luidt het woord van de Here HERE, dat Ik op de middag de zon zal doen schuilgaan en bij klaarlichte dag het land in het donker zal zetten. (Amos 8:9) Als de Here zegt: het leven dat jullie leiden, gaat zo aan Mij voorbij en tegen Mij in, Ik vertrek uit jullie midden. Het duister dat over het land valt, is het duister waarin God er niet meer is.

Waar Gij niet zijt, is het bestaan,
 is alle denken, alle doen
zo leeg, zo dood, als toen Gij,
Geest, nog niet waart uitgegaan.
(Gezang 250:2 Liedboek voor de Kerken)

Als Jezus niet was gestorven zou de wereld niets anders zijn dan deze duisternis en donkerheid. Dan zou ons leven zich afspelen in deze duisternis, waarin Gods bescherming er niet meer is. Een duisternis die al het licht dat er is wil verzwelgen, die als een octopus al het leven dat er is met zich mee wil trekken de ondergang tegemoet.
De enige die beseft, wat hier gaande is, is Jezus.
Hij beseft, wat de omstanders niet beseffen, wat de bewoners van Jeruzalem aan voorbij gaan
en wat wij ook niet zouden begrijpen als het ons niet was onthuld in Gods Woord. Jezus beseft, dat wat hier gebeurt het oordeel van God is. Dat God hier als rechter aan Zijn volk laat zien: zo staat het met jullie ervoor. Jullie denken, dat jullie trouw zijn, dat jullie Mij van harte dienen en zoeken.
Jullie denken dat jullie Mij vereren, maar jullie vroomheid is een façade, een schone schijn. Als jullie een oordeel over jezelf zou moeten vellen, zouden jullie aangeven dat jullie in Mijn volle licht zouden staan.
Maar met de kruisdood van Jezus vel ik een oordeel over jullie: dat jullie verkeren in de duisternis, de donkerheid, de doodsheid waar ik niet ben. Ondanks dat jullie de schijn ophouden dat jullie Mij dienen, ben ik er al lang niet meer. De duisternis, die om het kruis opkomt, is de spiegel die God ons voor houdt en waarin Hij onze aanklager is: dat Ik er niet ben, dat alles doods en duister is,
komt omdat jullie het duister over jezelf hebt afgeroepen.
Duisternis wil niet zeggen, dat er geen menselijk leven mogelijk is. Ook op een begraafplaats kan men overleven, zoals de bezetene van Gardara laat zien, de man die door een legioen duivels bezeten was. Ook met een leven vol corruptie en afpersing valt een leven op te bouwen, zoals Zacheüs laat zien. Ook iemand die zich beter voelt dan anderen, zoals de Farizeeër, zal niet het idee hebben dat zijn leven aan geluk ontbreekt.
En toch, het is niet het leven zoals God bedoeld had, dit is niet het leven dat God aan zijn schepselen wilde geven. Dat is wat de dood van Christus aan het kruis onthult: dat wij niet leven, zoals God ons opgedragen heeft. Wat we als kerk op Goede Vrijdag gedenken, is een drama, waar wij bij betrokken zijn, een gebeuren dat ons aangaat. Dat gebeuren pleit niet in ons voordeel. Integendeel, het is een daad van verzet tegen onze Schepper. Een daad van rebellie. Het ongedaan maken van de schepping,
de wereld die God voor ons geschapen had, de wereld waarin wij tot onze recht zouden komen, waarin wij alleen maar gelukkig zouden zijn, omdat wij het kwade niet kenden, maar een wereld die wij niet wilden.
Omdat het ons een te gemakkelijk leven was. Wie gelukkig wil zijn, moet ook het ongeluk kennen. Wie trouw wil zijn, moet ook de ontrouw kennen om te weten waar hij tegen strijdt. Wie God wil dienen, moet weten wat het is om als God te zijn. Dachten we. Niet beseffend dat we daarmee de duisternis en de chaos over ons zouden afroepen. Machten die ons zouden beheersen. In de duisternis die opkomt rond het kruis, daarin laat de Here zien, hoe het met ons zo vergaan,
hoe ons leven er uit zo zien als Hij niet ingegrepen had door Zijn Zoon te sturen. In wat voor afgrond ons leven zich zou afspelen. Wie de baas zou zijn in ons leven, wie wij zouden hebben te dienen.

Dat leven in de duisternis is niet iets dat je alleen bij een ander kunt constateren. Alsof wij er van verschoond zouden zijn en alleen een ander er last van zou hebben. Als we zo denken: alleen de ander heeft er last van, maar ik niet zo’n manier van denken – is juist een kenmerk van een even

(2) Gods ingrijpen d.m.v. een oordeel

Dat is gelukkig niet het enige dat God heeft gedaan. Als Hij alleen als rechter zou komen en zou laten weten wat er allemaal met ons mis is, zou goede vrijdag alleen maar een boetedag zijn. Zouden we bij elkaar zitten en vragen of de duisternis ons zou opslokken, zodat dat wij niet oog in oog met God hoeven te staan.
We noemen deze dag Goede Vrijdag, omdat God zelf tegenover de duisternis die wij over onszelf hebben opgeroepen, iets anders stelt.
Als Jezus sterft, is het de beëindiging van de nacht, het doorbreken van de macht van deze duisternis. Het licht der wereld, dat het duister overwint, de duisternis ook in ons leven begrenst. Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping. Schepping: dat wil zeggen dat God zich van Zijn beste kant laat zien. Hij laat Zijn macht zien: wat niet is of dood, wordt tot leven geroepen.  Hij laat zich ook van Zijn barmhartige en genadige kant zien:
Hij gunt ons het leven. Het leven dat van Hem afkomstig is en dat wij zijn kwijtgeraakt, door de duisternis over ons af te roepen.
Dat laat tegelijkertijd zien, dat God niet moet veranderen. Hij moet geen ander worden. Wat God in Christus aan het kruis doet, is dat Hij iets met ons doet. Niet Hij moet zich veranderen om bij ons te kunnen zijn, maar wij moeten veranderd worden om met Hem te kunnen leven.
We begrijpen Golgotha verkeerd als we denken dat de toorn van God iets is als een onweersbui die op komt zetten. Dat God zijn toorn als een onweersbui moet ontladen op het kruis. Dat de Here zijn woede kwijt moet raken.
Het oordeel dat God over ons velt, is dat wij zo niet verder kunnen leven, want een leven buiten Hem om, een leven in donkerheid en duisternis, is een leven dat de ondergang tegemoet gaat.
Hij wil ook niet dat wij verloren gaan. Wat Hij hier uitspreekt is een nee tegen de zonde, tegen het duister dat ons omringt en in ons zit. Hij zegt nee tegen de zonde.
Dat oordeel velt Hij over ons om ruimte te maken voor het Ja van zijn liefde. Dat God Ja tegen ons zegt, betekent dat wij Hem weer kunnen aanspreken. Ja – dat betekent een relatie. Een relatie door God zelf met ons wordt aangegaan. Niet meer een relatie die wordt vertroebeld door wantrouwen of angst, maar die bestaat uit geschonken liefde.  Door God geschonken liefde.
Het Ja dat God tegen ons zegt, is het Ja van de rechter die onze vrijheid aankondigt. De poort van de duisternis gaat open en wij mogen weer in het paradijs zijn. Een nieuwe schepping, zegt Paulus. Dat wil zeggen: de toestand waarmee God met ons begonnen is. Het paradijs waarin wij wandelden met God. Met het nee tegen de zonde en het ja tegen ons plaatst God ons weer in zijn nabijheid. Zoals in het beging wij in het paradijs waren.
Alleen heet het geen paradijs. Dat zou suggereren alsof er een terugkeer naar het oude bestaan mogelijk is, het bestaan voor de zonde. God plaatst ons niet in het paradijs, maar in het lichaam van Christus. In Christus – waarin wij niet meer veroordeeld worden, omdat Christus dat oordeel heeft weggedragen. Omdat hij ons heeft verzoend. Wij worden veranderd. Verzoening betekent dat wij anders worden, een ander. Niet meer als iemand die niets meer met God te maken wil hebben, Hem wantrouwt of wegduwt, maar die Zijn Ja tegen ons kan ontvangen.
Een nieuwe schepping – er is bijna niets moeilijker te geloven dan dat wij nieuwe schepping zijn. Dat over ons leven een gunstig en genadig oordeel is uitgesproken. Dat ons ongeloof, onze twijfel en rebellie is overwonnen.
Is dat uiteindelijk niet de verbazing dat er Iemand is die Ja tegen ons zegt? We kunnen ons er al over verbazen, dat er mensen zijn die van ons houden. De verbazing dat God, die wij hebben losgelaten, ons niet heeft losgelaten, is nog groter. Toch is dat wat er op Golgotha gebeurt: dat God Ja tegen ons zegt en dat Ja ons helemaal nieuw maakt, omdat Zijn ja onze vijandschap overwint. Zijn ja verandert ons, vergeeft ons. Zijn Ja dat de deur opent naar Zijn gemeenschap.
Aan het avondmaal vieren wij dat God Nee zegt tegen onze zonde, maar Ja zegt tegen ons en ons zo redt van de ondergang, waarvoor wijzelf kozen. Niet onze verlorenheid, niet ons nee, maar Zijn ja – dat is het geheim van ons leven. Dankbaar en met grote verwondering ontvangen wij zijn Ja. E

En dit alles is uit God.
Amen