Die Reformatoriese Tradisie as ’n Teologie vir Jongmense

Die Reformatoriese Tradisie as ’n Teologie vir Jongmense

Die Gereformeerde Protestantisme het ontwikkel as ’n stroming naas ander strominge soos die Lutherane, Rooms-Katolieke en Anglikane. ’n Gereformeerde kerk is ’n Christelike Kerk, dit wil sê ’n kerk onder haar hoof, Jesus Christus. Christus is verhoog in die hemel, maar tegelyk by sy kerk op aarde aanwesig.

Gereformeede kerke was daarom van oorsprong af ekumenies ingestel: een van die belangrikste belydenisskrifte is vir ’n groot deel deur ’n Lutheraan opgestel (Die Heidelbergse Kategismus). Wanneer ’n nuwe geloofsbelydenis opgestel word, word daar nie gesoek om die eie kerk te verdedig nie, maar word daar saam met andersoortige kerke gesoek na die waarheid van die Evangelie. Dit gaan om die belydenis van Christus as Hoof van die kerk en as Heer.

Wat hou die terme reformatories of Gereformeerd in? Dié aanduiding beteken vernuwend en is ’n onderdeel van ’n langer sin: gereformeerd beteken vernuwend volgens en deur die Woord van God. Die Woord van God is die norm van die vernuwing, maar ook die veroorsaker van die vernuwing. Deur die Woord van God word die kerk geskape en deur dieselfde Woord word die kerk telkens weer nuutgemaak.

Die gereformeerde tradisie en vormgewing van die kerk kan daarom nie as afgehandel beskou word nie. Dit geld die geloofsbelydenis, die manier waarop die kerk bestuur word en die invulling van die erediens.. Die kerk moet telkens van voor af deur en ooreenkomstig die Woord nuutgemaak word.

Die Gereformeerde tradisie gaan daarvan uit dat God deur sy Woord tot ons praat. Die Skrif is daarom nie alleen ’n historiese dokument nie, maar die Woord waarmee die Here ook in die hede praat en waarmee Hy in sy gemeente en in die lewe van gelowiges werk. Die gelowiges het ontsag vir hierdie spreke van die Here en laat hulle daardeur in gehoorsaamheid lei.

Die reformatoriese tradisie is derhalwe by uitstek geskik as ’n teologie vir jongmense. Hierdie tradisie is naamlik nie gerig om die handhawing van homself nie, maar soek in elke tydsgewrig na die eer van God. Die inkleding van die erediens, die geloofsbelydenis, die riglyne vir die daaglikse lewe kan nie deur die tradisie bepaal word nie, maar moet telkens weer deur die eerbiedige luister na die spreke van God in sy Woord gesoek word. Die reformatoriese tradisie bied vir jongmense ’n geestelike tuiste by Christus en in die Skrif, maar leer tegelykertyd die jongmense om krities te bly ten opsigte van hulle eie tradisie en ten opsigte van die wêreld waarin hulle leef.

’n Bykomende voordeel is dat die gereformeerde tradisie reeds ervaring opgedoen het oor hoe om in ’n tyd van sekularisasie en kritiek op die Christelike geloof tog die Here te bly dien. Gereformeerdes word al vir ’n lang tyd vervolg en teen gediskrimineer. Van hulle oorsprong af is hulle gewoond om vanuit ’n gemarginaliseerde posisie terwyl hulle openlik bespot word, Christus te dien. Selfs al verloor hulle gereeld hulle poste of hulle lewens, bly hulle bereid om God en die samelewing te dien. Hierdie manier van doen help jongmense om in belangrike poste hulle werk getrou te doen sonder om verbitterd te raak oor die aanvalle op hulle Christelike geloof.

Met dank aan dr. Wouter van Wyk, Sekretaris: Toerusting, Inligting en Kommunikasie van de Nederduitsch Hervorme Kerk van Afrika – voor de vertaling en de publicatie in het kerkblad e-Hervormer

Karel Schoeman, ’n Lug vol helder wolke

Karel Schoeman, ’n Lug vol helder wolke (1967)

Karel Schoeman is op dit ogenblik een van de belangrijkste schrijvers van Zuid-Afrika. In de novelle ’n Lug vol helder wolke komen enkele thema’s voor, die in andere romans van Schoeman ook terugkomen:
* De beklemmende sfeer, die ontstaat door de beschrijving van het weer, het landschap en de stroeve contracten tussen mensen
* De dramatische geschiedenis van Zuid-Afrika in de 20e eeuw.
* Het calvinistische verleden van de blanke boeren, dat in het heden voorbij is. De hoofdpersoon is niet meer in staat om het geloof van zijn (voor)ouders over te nemen.

De novelle speelt zich af aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. De keuze van de Zuid-Afrikaanse regering om met de Engelsen mee te vechten heeft voor spanningen geleid. Men was de Anglo-Boerenoorlog (1899-1902) nog niet vergeten. Een groep Afrikaners komt tegen deze keuze in opstand. De opstand wordt de Rebellie genoemd.
De Rebellie speelt op de achtergrond in dit boek een rol. De oudste zoon, Lood, is omgekomen tijdens de Rebellie. Deze Lood was bovendien een boer in hart en nieren. Hij had na de dood van zijn vader de boerderij kunnen overnemen. Deze boerderij was in de 18e eeuw gesticht. In de Anglo-Boerenoorlog werd deze boerderij verwoest. Oom Barend, de eigenaar van de boerderij, zat na die tijd in krijgsgevangenschap op Ceylon (het hedendaagse Sri Lanka). Na de oorlog bouwt hij de boerderij weer op.
Na de Rebellie en de dood van zijn oudste zoon krijgt oom Barend een hersenbloeding. Hij kan niets meer voor de boerderij doen. Daarom krijgt Kobus, de tweede zoon, een telegram om naar huis te komen en de boerderij over te nemen. Deze Kobus had geen plezier in het boerenleven. Hij was een echte student. Bij terugkomst blijkt hij de boerderij ook niet te leiden, maar ontvlucht hij voortdurend de bezigheden.

Kobus wordt verliefd op zijn nichtje Alida. Alida woont op een boerderijtje in de buurt. Haar vader was nooit erg sterk geweest en is al overleden als het verhaal begint. De familie wordt eigenlijk alleen maar geduld. Deze Alida is intelligent, maar kiest er voor om voor haar moeder te blijven zorgen. Als Hennie Prinsloo avances maakt, lijkt zij te kiezen voor het leven op de boerderij. In dat geval zou zij wel al haar dromen en verlangens opgeven. Kobus spreekt haar weer op haar dromen en verlangens aan. Hij kan niet voorstellen, dat zij voor een leven op de boerderij kiest. Alida vindt in haar geloof steun om toch voor het leven op de boerderij te kiezen.
Kobus loopt juist vast in dit geloof. Dat geloof wordt gebruikt om hem op de boerderij te houden. Na de dood van zijn vader wil hij, als eigenaar van de boerderij, de boerderij verkopen. De familie probeert dat te voorkomen en schakelt de predikant in. De predikant beroept zich op het vijfde gebod. Kobus weigert echter toe te geven en loopt weg. Omdat de boerderij afgelegen lag, kwam de predikant een kerkdienst houden. Ook zou hij wellicht het huwelijk van Hennie en Alida sluiten.
De predikant houdt een boetepreek, waarin hij aangeeft, dat de jeugd verkeerd bezig is. De jeugd weigert om gehoorzaam te zijn. Zonder de naam te noemen geeft de predikant aan, dat er een meisje is, die aan haar boosheid niet beteugeld heeft en zonder berouw te tonen in de dienst aanwezig is. Alida stapt op, omdat zij zwanger is. Niet van Hennie, maar van Kobus. Alida wordt dood teruggevonden in een sloot.
Na het ongeluk ontstaat er een discussie tussen Kobus en de andere familieleden. Doordat hij het voor Alida opneemt, komt de familie erachter dat hij de vader was van Alida’s kind. Het verhaal eindigt ermee, dat de omgeving van de boerderij haast uitgestorven is. ‘Net die skadu van die wolke beweeg oor die verlate werf, oor die leë pad, en daar het niks meer oorgebly as dit nie, asof die laatste inwoner dood is en die plaas reeds al sy mense verloor het.’

Daarmee is ook het lot bezegeld van het calvinistische Zuid-Afrika. De hoofdpersoon Kobus kan niets beginnen met het calvinistische geloof. Dat geloof heeft ervoor gezorgd, dat de Afrikaners zich in dit ruige en weerbarstige land konden vestigen. Hem belemmert dat geloof om zijn vleugels uit te slaan. ‘Die Bybel vertel my van dinge wat verby is, dit help my niet meer.’ Ook voor Alida lijkt het erop, dat zij haar geloof langzaamaan kwijtraakt. ‘Al wat vir haar oorbly, is die Bybel, en ook hier ontdek sy met angs dat sy geen vertroosting meer kand vind nie vroeër nog – jare gelede lyk dit nou – was die vertroude verse soos balsem op elke wond, elke klein hartseer en verdriet, maar nou bly hulle woorde op papier wat haar smart niet kan aanraak nie. Sy nid, alleen in haar kamer bid sy met trane tot God, en terwyl sy in die huis besig is, smeek sy om bystand, maar sy ontvang geen antwoord nie en kry geen verligting van haar pyn.’ Zij laat uiteindelijk het geloof niet los, maar kan niet verder met het leven.

Dat gegeven maakt deze novelle zo aangrijpend. Het lijkt alsof het geloof iets van een tijd is die voorbij is. Ook in andere romans van Schoeman lijkt dat zo te zijn. Met het geloof dat voorbij is, is ook de cultuur van de Afrikaanse boer voorbij. Is er nog toekomst mogelijk?

M.J. Schuurman

een krampachtige poging om de droom toch na te streven. (Marita van der Vyver, Stiltetyd)

 ‘Droom je nog? Zijn er nog dromen overgebleven waar je nu bent?’ Zo begint het boek.
De droom die de familie Human had, zijn in duigen gevallen. Het was een mooie droom. Zij hadden geld geërfd en daarvan kochten zij tijdens hun vakantie in de Franse Provence een vervallen boerderij. André, architect van beroep, zou die boerderij opknappen. Hester, voormalig lerares Frans zou haar hart ophalen in deze omgeving.
De droom spat uiteen door het ongeluk met Manon, hun dochter van 5.

De afgelopen weken komen er berichten over gewelddadigheden uit Zuid-Afrika. Al jaren is er veel criminaliteit en geweld in Zuid-Afrika. Door de afschaffing van de apartheid is daar geen einde aangekomen. Het is eerder toegenomen.
Dat geweld staat centraal in dat boek. Manon werd gedood tijdens een roofoverval. In de laatste week van de schoolvakantie maakt Hester haar man een verwijt dat hij nog geen aandacht heeft besteed aan zijn gezin. Daarop besluit hij eerder te stoppen met werken en op het strand te picknicken.
Hun twee kinderen Emile en Manon mogen een ijsje kopen in het café. Een vrolijk begin van de picknick. Ze zijn zo terug, dus er wordt geen afscheid genomen. Als Emile en Manon een ijsje bestellen, wordt het café overvallen. De overvaller roept dat iedereen op de grond moet liggen, maar Manon luistert niet. Waarschijnlijk verstaat ze niet wat de overvaller zegt. Daarop wordt Manon neergeschoten en overlijdt enige tijd later.
De vrouw, die levenslustig was, stort ineen en wordt helemaal apathisch. André besluit om door te zetten. In de hoop zijn vrouw, zoals zij vroeger was, terug te krijgen, realiseert hij háár droom. Het was Hester altijd die het voortouw nam. Het eerste deel heet daarom ook: Illusies. Het gaat over een krampachtige poging om de droom toch na te streven.
Stiltetijd is een indrukwekkende roman over verdriet en rouw. Hester keert zich naar binnen en spreekt amper meer. Daarom de titel. Het gehele jaar in Frankrijk is een periode van zwijgen en stilte.
Tegelijkertijd is die stilte ook het onvermogen om samen over het verdriet te spreken. Hester en André hebben allebei hun eigen rouwproces, waardoor zij uit elkaar groeien. André heeft de levenslustige Hester nog voor zich en probeert die terug te winnen. Ook al houdt hij haar nauwkeurig in de gaten, hij weet haar verdriet niet te peilen.

Matthijs Schuurman