Preek 21 juli 2019 avonddienst

Preek 21 juli 2019 avonddienst
1 Johannes 2:18-23, 1 Johannes 4:1-6

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de brief die Johannes schrijft gaat het steeds over het kennen van God.
Nu zijn er, schrijft Johannes ook mensen, die ons een verkeerd beeld van God willen geven.
Ze doen dat expres, bewust.
Want ze willen dat we het beeld dat we van God hebben wordt ingeruild
voor een ander beeld.
In het beeld dat ze willen schetsen, past Christus niet.
Als je aan God denkt, moet je Christus weg-denken.
Als je aan God denkt, moet je niet aan Christus denken
en helemaal niet aan een Christus die hangt aan het kruis,
Die daar voor jou hangt.
Ze willen ons doen geloven, dat het beeld dat Johannes ons schetst, een omweg is,
een overbodige omweg,
want voor Johannes kunnen we God alleen kennen als we via Christus gaan.
Wil je buiten Christus om bij God komen, dan is dat niet mogelijk.
Als Johannes schrijft, dat we moeten bidden in de naam van Jezus
– dat zeggen we vaak aan het eind van het gebed: om Jezus’ wil, om Christus’ wil –
is dat niet een beleefde zin, die je nu eenmaal hoort te zeggen.
Nee, we zeggen dat we dit gebed alleen maar kunnen bidden
omdat we dat via Christus doen, omdat Hij voor ons de weg is tot God,
omdat we Hem hebben leren kennen.
Nu schrijft Johannes over mensen, die dat onzin vinden, overbodig.
Je kunt wel zonder dat om-Jezus’-wil.
Er is een weg buiten Jezus om tot God.
Je moet Christus inruilen. In plaats van Christus moet je God nemen.
In plaats van is in het Grieks: anti.
Anti-Christ betekent: je ruilt Christus in voor iets of iemand anders.
Antichrist kan ook betekenen: iemand die de plek van Christus overneemt
en Christus aan de kant schuift.
De antichrist komt eraan en er zijn nu al veel antichristen gekomen, schrijft Johannes.
Eén persoon, of één macht die groter is dan één persoon
die komt om de plek van Christus over te nemen en Hem overbodig te maken.
En die ene persoon of die ene macht krijgt grote invloed,
omdat voor de komst van die macht er al velen zijn, die zich laten beïnvloeden
en de plek, die Christus in hun leven innam, ingeruild hebben
en daarmee een lege plek hebben gecreëerd
die door die ene macht zo ingenomen kan worden.
Johannes legt niet uit, wie of wat hij op het oog heeft met die macht.
Dat kan bewust zijn, zodat we niet naar één kant kijken
en daardoor niet het gevaar zien dat van de andere kant komt.
Je wordt in de rug aangevallen.
Of je wordt beïnvloed zonder dat je er op bedacht bent
omdat je de tactiek niet kent die nu gebruikt wordt
om Christus in jouw leven van Zijn plek te krijgen.

Met die macht (of die persoon) die komt om de plek van Christus in te nemen,
wordt nog helderder waarom het kennen van God voor ons zo belangrijk is.
Alleen als je God kent, ben je in staat om te zien wat echt van God is.
Alleen dan ben je in staat om te zien dat wat je hoort echt door God gezegd wordt.
Heb je nu echt God in je leven? Of heb je de verkeerde in je hart?
Dat maakt nogal uit.
en als gelovige moet je, zegt Johannes, dat verschil kunnen zien.
Je moet in staat zijn als gelovige om onderscheid te maken
tussen wat wel van God komt en niet van God komt.
Dat zou wel eens een aardig criterium kunnen zijn
om te zien of iemand belijdenis van het geloof kan afleggen:
kun je bij iets aangeven of je met God te maken hebt of niet?
En zeker van ambtsdragers mag je ervan uit gaan,
dat ze dat verschil kunnen aangeven.
Iemand vertelt op huisbezoek een stukje levensverhaal,
allerlei gebeurtenissen die iemand meegemaakt heeft
En als ambtsdrager moet je in staat zijn om te zien of daarin God aan het werk is
of juist niet.
En dat is belangrijk, want er is in deze wereld een macht aan de gang
die ons juist bij God vandaan wil hebben en ons zover brengt dat we Christus inruilen
of een macht die de plek van Christus in ons leven wil overnemen.
Iemand die je – om het plat te zeggen – beduvelt.
Of om het anders te zeggen: de duivel die nog één probeert om een slag te slaan.
Want bewust een verkeerd beeld over God neerzetten,
en willen dat je Christus inruilt en uit je leven wegdoet
en via valse boodschappen invloed op je leven willen krijgen,
moeten we dat niet herleiden op de duivel die God tegenwerkt.

Dat is niet iets om ons bang te maken,
Want juist als de duivel zich roert, zegt Johannes,
mag je weten dat de Wederkomst dichtbij is: de laatste uur.
Daarom moeten we niet onder de indruk raken,
maar scherp blijven: beproef de geesten of ze uit God zijn.
De toets op basis waarvan je kunt bepalen of je met God te maken hebt
is dat je het in verband kunt brengen met Christus.
Dat je het kunt verbinden aan de komst van Christus op aarde.
In de afgelopen dagen is er veel aandacht geweest voor de eerste landing op de maan.
Er zijn in totaal 6 maanlandingen geweest.
Op de vierde missie ging James B. Irwin mee,
Een astronaut die zich later een wedergeboren christen noemde.
Hij zei: Op de maan werd het mij duidelijk dat het belangrijker is dat Christus
een voet op de aarde heeft gezet dan dat de mens een voet op de maan zette.
We kunnen als mens nog zulke technologische hoogstandjes creëren,
maar het belang ervan haalt het niet bij de komst van Christus op aarde.
Dat Christus een voet op aarde zette en dat daarmee God mens werd
en uit de hemel kwam en in onze wereld en onder ons kwam,
zodat we Hem konden zien en konden aanraken,
dat we konden zien hoe Hij de tekenen deed en vooral Zichzelf gaf aan het kruis:
dat is God – daar kennen we God.
Als je dat niet kunt accepteren, als je dat niet kunt geloven,
dan heb je God zelf ook niet.
Geen God zonder Christus, hoe mooi de verhalen over God ook gebracht worden.
Niet alles wat over God gezegd wordt komt ook echt van God.
Kun je dat in onze tijd ook nog merken, dat er over God gesproken wordt
zonder dat je echt iets merkt van Christus,
gelovigen voor wie het niet nodig was dat Jezus naar de aarde kwam?
Je kunt dan naar hele moderne kerken kijken, waar nauwelijks over Jezus gesproken wordt.
Of naar juist hele behoudende kerken waar Christus zo ver weg is
en het kruis zo onbereikbaar, dat je er niet komt.
Ik denk alleen niet dat het goed is om naar anderen te kijken,
maar naar de gevaren die wij zelf lopen, hier in onze omgeving
en binnen de kerk zoals we die hebben.
Om te voorkomen dat we in slaap vallen
en zonder dat we er erg in hebben gevaar lopen.

Nu kun je denken dat in slaap vallen niet zo erg is.
Als dat achter je bureau is of in een luie stoel is dat misschien niet erg.
Maar wel als je in een auto zit en onderweg bent en je ogen vallen dicht.
Dan raak je van de weg en bots je tegen een ander op of duik je een greppel in.
Daar wil Johannes ons voor waarschuwen, zodat we wakker zijn,
net als die 5 wijze meisjes, die voorbereid waren op de komst van de bruidegom.

Houd ons gemoed voor U bereid,
Opdat het blij Uw komst verbeid’,
Daar ’t in een stil vertrouwen leeft,
Dat Gij ons onze schuld vergeeft.

Bescherm ons, in den bangen tijd
Van zielsverzoeking en van strijd;
Laat nooit den bozen vijand toe,
Dat hij ons enig’ hinder doe.
Amen

Preek zondag 21 juli 2019 morgendienst

Preek zondag 21 juli 2019 morgendienst
Schriftlezing: 1 Johannes 5:13-21

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Bij iets voor een ander vragen kunnen we denken aan enkele meiden uit groep 8,
die samen op een groepje jongens afstappen.
Een van de meisjes heeft laten merken dat ze verliefd is op een bepaalde jongen,
maar ze durft het zelf niet te laten merken en zeker niet te vragen.
De vriendinnen durven het wel voor haar te vragen.
Ze gaan naar het groepje jongens toe en spreken de bewuste jongen aan:
‘Wil je verkering met haar?’
Het meisje zelf durft het niet te vragen en daarom doen zij het.
En de jongen om wie het gaat? Dat hangt ervan af.
Als hij haar leuk vindt, kan hij ermee instemmen.
Het kan ook zijn dat hij helemaal nog niet toe is aan verkering
en niet goed weet wat hij met deze vraag moet.

Je kunt ook denken aan iemand die voor een ander een baan of een stageplaats regelt.
Als je de opleiding dierenverzorging wil doen,
moet je al stage gelopen hebben bij een dierenarts.
Als je zelf geen dierenarts kent, kun je een beroep doen op iemand die wel contact heeft.
Je gaat naar diegene toe en vraagt:
‘Zou jij niet wat voor mij doen? Jij kent die dierenarts?
Kun je niet zorgen dat ik daar stage kan lopen? Want ik wil die opleiding graag doen!’

Soms kun je iemand nodig hebben die iets voor je doet, iets voor je vraagt.
Omdat je het zelf niet durft, of omdat je niet hoe je dat moet doen of waar je moet zijn.

In zijn brief schrijft Johannes over iets vragen voor een ander.
Dat kan zonder dat die ander het weet dat je het vraagt.
Je vraagt dat ook aan Iemand die je kent, niet iemand hier op aarde, maar aan God.
Als je de brief van Johannes leest, is dat iets dat je niet zomaar even doet:
naar God toe gaan om iets voor een ander te vragen.
Daar is moed voor nodig – vrijmoedigheid, een onbevangenheid,
waarbij je je niet laat terugschrikken voor de grootheid van God, voor Zijn heiligheid,
maar dat je in gebed gaat om tot Hem te naderen.
Of misschien zeg je wel: moed? Ik mag toch tot God gaan en bidden?
Als ik bid in de naam van Jezus mag ik dat toch doen?
En ik mag Hem toch alles vragen?
Dat heeft Jezus toch zelf gezegd en dat schrijft Johannes toch?
Ook al is God groot en heilig, ik mag toch naar Hem toe gaan omdat Hij dat zelf aangeeft?

Hier geeft Johannes een specifieke reden aan om naar God toe te gaan.
Om voor iemand uit de gemeente, waarvan je weet dat die gezondigd heeft
naar God te gaan – om te bidden om vergeving,
om niet uit de gemeenschap met God gezet te worden, maar om vernieuwing van het hart.
Je ziet dat iemand uit je gemeente op de verkeerde weg is,
of iemand die je kent van wie je weet dat hij of zij met Christus wil leven.
Je weet dat zonde betekent dat iemand de band met God doorsnijdt, bij God vandaan gaat.
Je weet ook: God ziet het ook en de Heere kan er voor kiezen om die ander weg te sturen.
Als de Heere dat zou doen, staat Hij in het gelijk.
Maar wat moet er dan terecht komen van diegene? Die ernst weet God toch ook?
Mag je dan een beroep doen op God, ook al weet je dat iemand zo tegen God is ingegaan?
Iemand die de richtlijnen van God kent? Die het leven met de Heere kent?
Die heeft ontdekt dat Christus redding en bevrijding geeft?
Iemand die de liefde van Christus ervaren heeft en ook nog beaamd heeft: U bent mijn Heer.
Ik kies niets boven U, naast U – geen enkele afgod kan mij bij U vandaan krijgen.
Je weet wellicht ook nog wel het moment dat diegene belijdenis deed.
Of je hebt op bijbelkring iemand zoiets geweldigs horen vertellen over de Heere
en nu dit…

Waar je concreet aan moet denken? Johannes noemt: Een zonde niet tot de dood.
Hij zegt niet, wat hij daarmee bedoelt.
Een zonde – niet tot de dood, betekent: niet helemaal met God breken.
Je wilt niet helemaal van God af.
In je hart ben je nog verbonden, maar je manier van leven staat er haaks op.
Denk aan: vreemdgaan, fraude, diefstal, als baas je personeel uitbuiten.
Johannes zegt: je moet over geen enkele zonde licht denken.
Er is geen enkele zonde, waarbij je je schouders moet ophalen
en kan denken: ach, dat is zo erg niet.
Maar er is wel verschil: Er zijn zonden, waarbij je de band met God bewust doorsnijdt.
Als bijvoorbeeld je bewust afscheid neemt van het geloof en breekt met Christus.
Je wilt geen christen meer zijn. Je geeft je geloof op.
In veel gevallen is zo, hoe erg ook, niet altijd een bewuste breuk met God.
Hij kan dan wel op een afstand staan, je kunt op dat moment niet aan Hem denken.
Als je bijvoorbeeld penningmeester van een club bent
en je merkt dat je niet gecontroleerd wordt en je staat er financieel niet goed voor
en je gaat op een verkeerde manier om met het vertrouwen dat je hebt gekregen
door een deel van de rekening naar jezelf over te maken,
breek je dan op dat moment met Christus?
Je laat wel merken, dat Christus niet meer alles bepaalt in je leven
en dat er een macht is die sterker is: de macht van het geld
of wellicht de schaamte dat je bepaalde dingen niet meer kunt afbetalen.
Om die ene zonde te verbergen heb je meerdere zonden nodig.
Je begeeft je op de verkeerde weg
en de weg naar God toe wordt moeilijker.
Als je beseft wat de gevolgen zijn van je daad, dan kun je moeilijk meer naar God gaan.
Of je verbergt je fout naar de Heere toe en bent niet eerlijk, niet open.
Of je weet dat je verkeerd zit en je blijft daarom maar weg bij God.
Daarom is ons gebed voor zo iemand nodig,
omdat hij of zij dan helemaal kan afhaken en kan wegraken bij God
of denkt in gemeenschap met God te leven, maar buiten die relatie staat
En niet verbonden is met de Heere.
Een gebed om vergeving voor iemand anders,
net zoals Mozes en Samuël voor het volk baden – zoals we zongen in Psalm 99.
Mozes die van de berg kwam en hoorde dat het volk danste voor een afgodsbeeld.
Nadat de Heere aangaf niet verder met het volk te gaan,
ging Mozes in gesprek met de Heere en zei dat ze zonder Hem niet verder kunnen gaan.
Zoals vrienden onder elkaar in gesprek zijn, deed Mozes een beroep op God:
Wij kunnen niet zonder U. Gaat U alstublieft mee met ons.
Bid voor die ander, zegt Johannes, zodat je de Heere op andere gedachten brengt
En Hij die ander niet loslaat, niet prijsgeeft, maar terugkeert
en verder gaat met Zijn werk in zijn of haar leven
– ondanks de fout die hij of zij heeft begaan.

Wat Johannes hier schrijft is bijzonder.
Allereerst het zien van wat de ander doet.
Dat is geen nieuwsgierigheid, niet zien wanneer je de ander op een fout betrapt,
Zodat je van jezelf weet dat je het beter doet.
Zien betekent hier betrokkenheid op elkaar, je hoort bij elkaar, je houd elkaar in het oog,
omdat je niet wilt dat die ander de weg met God kwijtraakt.
Wanneer het gaat om de ander zien, om zien wat de ander doet,
moet ik altijd denken aan de kassacursus die ik moest volgen.
Ik werkte vanaf mijn 16e in een supermarkt en moest ook kassa kunnen draaien.
Tijdens die cursus liet de hoofdcassière mij een aantal klanten afrekenen.
Op een gegeven zei ze: Vertel me nu hoe de afgelopen 3 klanten eruit zagen.
Een cassière moet de klanten zien
– dat werd mij ook al geleerd toen ik aantrad bij de vulploeg.
Dat geeft allereerst binding, maar had ook een tweede reden:
Wanneer je klanten ziet, heb je ook eerder winkeldiefstal door.
Dat gebeurt juist, wanneer medewerkers niet oplettend zijn en je anoniem behandelen.
Bij alle taken die je hebt, zoals het scannen van de producten en vragen om de flessenbon,
moet je ook zien wie de mensen zijn die bij je afrekenen.
Ik heb dat altijd onthouden en ik denk dat het ook voor de kerk van belang is:
Om je mensen te zien, de schapen die aan je toevertrouwd zijn op te merken,
niet aan ze voorbij te kijken, omdat je druk bent met andere activiteiten.
Zodat ze gezien zijn en zich gekend voelen,
maar ook om te voorkomen dat ze een verkeerde kant op gaan.
Uit bescherming voor hen. Niet uit bemoeizucht, maar uit bescherming.
De ander zien: vorig jaar hebben we verschillende doelen gesteund.
Toen ze op catechisatie kwamen vertellen wat ze deden,
lieten ze filmpjes zien van verschillende mensen,
Waarvan we zeggen: ze leven aan de rand van de samenleving,
zoals mensen die op straat zwerven, mensen die verslaafd zijn
en de vraag was: hoe kijk je naar hen? Wat zie je in hen?
Kun je nog zien dat het schepselen van God zijn,
die ook door Christus thuisgebracht moeten worden
en ook – net als wij – aan een nieuw leven moeten beginnen,
het nieuwe leven in Christus.
Vandaag hebben we geld opgehaald voor Stichting Ontmoeting,
‘Vastgelopen mensen worden door Ontmoeting ondersteund om hun leven weer op orde te krijgen. We leren hen om weer op eigen benen te staan, relaties aan te gaan en te onderhouden en de juiste keuzes te maken. Zo krijgen ze weer perspectief in hun leven.’
Hulp verlenen en bij te staan door ze te ontmoeten,
in de ogen te kijken, te zien wie ze zijn en wat ze hebben meegemaakt.

Wat de ander doet gaat je aan – heeft ook met u te maken.
Daarvan kunt u niet zeggen: dat is voor een dominee, wijkouderling, bezoekzuster.
Daar kunt u op z’n minst voor bidden.
Als je iemand niet durft aan te spreken, kun je het bij de Heere brengen.
Moet je het zelfs bij de Heere brengen – als je bewogen met die ander bent.
Je bent niet voor niets broeder en zuster. Dat betekent ook dat je voor elkaar bidt.
In veel gevallen kunnen wij de zonde niet uit iemand krijgen:
We zijn lang niet altijd in staat om een misstap van een ander goed te maken.
Wij zijn vaak niet in staat om iemand die verslaafd is van zijn verslaving af te helpen.
Door te bidden gaan we wel de strijd aan met de verleiding die op de ander vat heeft,
het gevecht met de zonde, door diegene om wie het gaat, bij de Heere te brengen.

Ook om een andere reden is het bijzonder, dat Johannes opdraagt om te bidden.
Want als je een ander uit je kerk een misstap ziet maken, ziet zondigen,
kun je ook teleurgesteld in die ander raken.
als de teleurstelling gaat overheersen, dan kun je niet meer goed kijken naar die ander.
Dan is alles wat die ander doet verkeerd.
Overal zoek je iets achter. Je kunt niets meer van die ander hebben.
Je kunt je gaan afzonderen van die ander, die ander gaan ontwijken.
Nee, zegt Johannes, niet ontwijken en ook niet afschrijven.
Ga in gebed voor die ander, voordat die ander nog verder wegdrijft bij God vandaan.
In de gemeente, waar Johannes aan schrijft,
heeft zich mogelijk een kerkscheuring voorgedaan:
een groep mensen stapte eruit, omdat ze andere opvattingen hadden over Christus,
Dan kun je als groep die achterblijft, daar sterk door geraakt zijn.
Dan kun je het gevoel hebben, dat die ander op jouw manier van geloven neerkijkt
En een andere kant op gaat, zich te goed voelt voor jou.
Of je voelt je in de steek gelaten.
Dan is het niet gemakkelijk om voor diegene te bidden en die ander bij de Heere te brengen.
Je moet wat in jezelf overwinnen.
Je trots, of je gekrenkt-zijn, je frustratie, je gevoel dat de ander je in de steek liet.
Ook dat mogen we bij God brengen, zoals we onszelf bij God brengen,
ook als we er zelf niet uit komen en overhoop liggen met onszelf,
omdat we merken dat er in onszelf allerlei gedachten en emoties zijn,
die niet goed zijn voor onszelf en voor ons geloof.
Johannes zegt er in een kleine zin iets groots bij: door te bidden geef je die ander het leven.
Je behoudt die ander in het leven door te bidden.
Zoveel kracht kan je gebed hebben, dat het de Heere bereikt
en de Heere iets doet, ingrijpt, de ander terugbrengt bij Hem.
Onderschat het gebed niet – ook niet in de strijd tegen de verleiding,
die vat op een ander lijkt te krijgen of heeft gekregen.

Dat bidden voor die ander heeft ook gevolgen voor onszelf:
Lieve kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden.
Dat kan overkomen als een wat onverwachte, abrupte afronding van de brief.
Maar het is hetzelfde als wat we doen in gebed voor die ander:
De strijd aangaan met de verleiding, die we tegen kunnen komen,
die vat op ons probeert te krijgen.
Lieve kinderen – Johannes spreekt ze aan op de band die ze met Christus hebben:
door Christus geliefd en door Zijn liefde kind van God geworden.
Als je die liefde kent, als je weet dat je kind van God geworden bent,
hoort daar ook strijd bij: strijd om jezelf te bewaren, te beschermen tegen verleiding.
Als je weet dat een weg niet goed voor je is, dan moet je die niet gaan.
Als je weet dat een keuze je bij de Heere vandaan brengt, moet je die tegengaan.
Je kunt je er niet achter verschuilen dat je ook maar een mens bent,
dat je ook je fouten maakt, want als je niet oppast, praat je je eigen fouten goed.
In de strijd tegen die verleiding, om onszelf te bewaren voor die afgoden,
hebben wijzelf ook gebed nodig.
Daar mag je best bij een medegelovige om vragen,
dat je broeder of zuster voor jou bidt en omgekeerd jij voor hem of haar.

Een paar weken geleden waren we als collega’s bij elkaar,
uitgenodigd door de IZB – ik heb volgens mij al eerder naar die ontmoeting verwezen
aan het einde van de morgen werden we gevraagd om degene met wie we in gesprek waren
in gedachten mee naar huis te nemen en een week voor die collega te bidden,
om volharding in het geloof, om vreugde in Christus, om te delen in de zorgen
En na een week eventueel op te bellen om te vragen hoe het gaat.
Het is een notie die in onze reformatorische traditie van groot belang is:
de zorg voor elkaar, voor elkaars geloof, elkaars zieleheil.
We zijn niet zomaar gemeente, maar als gemeente aan elkaar gegeven.
Broeders en zusters, die voor elkaar gaan – ook naar God gaan in gebed.
Zodat u, jij de mensen in de kerk om je heen draagt
en omgekeerd: jij ook wordt gedragen door de gebeden om je heen.
Het zou goed zijn als u, jij zo voor elkaar bidt
en niet wacht tot iemand gezondigd heeft,
maar al preventief bidt, zoals Jezus bad voor Simon:
Simon, Simon, zie, 

de satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe.

Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt.
Amen

 

Preek 20 januari 2019

Preek 20 januari 2019
Mattheüs 5:21-48
Tekst: vers 27-29

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De eerste vraag die boven komt, als je de uitspraak van Jezus hoort,
dat het beter is om je oog uit te rukken dan om door verleiding te struikelen, is:
moet je deze uitspraak letterlijk nemen?
Moet je echt je oog uitrukken om verleidingen tegen te gaan?
Als je deze uitspraak letterlijk neemt, zouden er toch heel wat mannen moeten zijn
zonder rechteroog en zonder rechterhand?
Mannen die weten dat ze kwetsbaar zijn voor verleiding.
En misschien zijn er wel vrouwen, die bij zichzelf denken:
Het is goed dat Jezus hier de mannen aanspreekt,
maar Hij had dit net zo goed tegen vrouwen kunnen zeggen,
Want als vrouw heb ik net zo goed last van die begeerte, die Jezus wil bestrijden.

Zou het helpen om als je zorgt dat je oog niet meer kan zien?
Ben je dan beter bestand tegen bepaalde verleidingen?
Kun je voorkomen dat je een verkeerde kant op gaat als je je hand onbruikbaar maakt?
Dan is je andere oog toch nog in staat om verkeerde dingen te zien?
En daarbij: zonder dat oog ben je nog in staat om je gedachten te laten gaan, te fantaseren.
Als je gevoelig bent voor een bepaalde verleiding,
zoals Jezus hier noemt: bij het zien van een vrouw een bepaalde begeerte voelen opkomen,
dan gaat het toch om een gevoeligheid, die er in jezelf is?
Ik denk dat we al snel tot de conclusie kunnen komen:
Dit kun je niet letterlijk nemen, want je ziet niemand om je heen,
die deze opdracht van Jezus ooit in praktijk gebracht heeft.
en het pakt de bron van waaruit de verleiding komt, ons hart in ons, niet aan.

Toch wil ik er even wat langer bij blijven stil staan:
Want het kan ons ook wel goed uitkomen,
als we deze regel van Jezus niet letterlijk hoeven te nemen,
als we zeggen: het gaat alleen maar om het idee dat je wat doet tegen verleiding.
Want als je tegen jezelf zegt: je hoeft dit niet letterlijk te nemen,
kun je toch, zonder dat je het wellicht zelf door hebt, de deur van je hart toch openzetten
en allerlei uitvluchten en excuses bedenken, waarom je bepaalde verleidingen toelaat.
Je kunt zeggen: iedereen heeft toch zijn zwakten?
We zijn allemaal menselijk? Mensen van vlees en bloed?
Je hebt je ogen toch niet in de zak?
Dat is juist het gevaarlijke van zonde en verleiding,
dat het de neiging heeft om zich kleiner te maken,
wat van het gevaarlijke van de zonde af te dingen en het wat onschuldiger te maken.
Ach, het valt wel mee, wat je doet. Zo erg is het toch niet? Dit moet toch kunnen?
Niemand die het merkt!
Zonde en verleiding heeft ook de neiging om de schuld bij een ander neer te leggen:
Ik kan er niets aan doen! Het is sterker dan ik!
Bovendien: die vrouw moet zich anders kleden, want nu zij die kleren aantrekt,
roept zij een begeerte in mij op, die ik niet kan onderdrukken.

Jezus zegt: ‘Nee!’
Hij zegt zowel tegen die excuus en de uitvluchten:
‘Nee! geen uitvlucht zoeken, geen excuus aandragen!
Trap er niet in als de verleiding zich voordoet als iets onschuldigs.’
Hij zegt ook: ‘Nee!’ als we de schuld bij een ander neerleggen
en zeggen dat wij er niet tegen bestand zijn, omdat het sterker is dan wij
en daarom niets aan kunnen doen.
Dan zegt Hij: ‘Je ontloopt je verantwoordelijkheid.
Jij laat je ogen gaan! Jij houdt je niet in toom!
Jij gaat de strijd niet aan tegen het verlangen dat in je hart leeft.
Je moet er voor zorgen, dat een bepaalde verleiding geen aanknopingspunt in je vindt.
En als je merkt dat je toch vatbaar bent voor een verleiding,
Dat het je niet lukt om de verleiding de baas te blijven,
Wees dan bereid om een radicale maatregel te nemen.
Want zo onschuldig is een verleiding niet:
En als je denkt dat het geen kwaad kan, ja wel degelijk: onderschat verleiding niet.
Het doet je struikelen, het brengt je op de verkeerde weg.
Een weg bij God vandaan, waarbij je je ondergang tegemoet gaat.
Jezus zegt zelfs dat als je de strijd niet aangaat, de verleiding je verloren doet gaan.
En alles beter dan dat, zelfs het leven met één oog, met één hand.

Dit zegt Jezus, die anders zo mild is,
die er niet in meegaat om een vrouw die op overspel betrapt is te stenigen,
die vrouwen, die geen al te beste reputatie hadden, niet negeert,
maar in hun gezelschap verkeert, met hen eet en feest viert,
zodat veel serieuze mensen uit die tijd er schande van spraken
en bij de discipelen hun verontwaardiging uitten over de mensen met wie Jezus omging.
Hier hebben we toch te maken met een andere Jezus,
die juist als het gaat om verleiding stevig stelling neemt.
En in plaats van ruimte te bieden om te vergoelijken, om te zeggen dat het zo erg nog niet is
en dat er voor elke zonde die je begaat ook vergeving is,
waarschuwt en zegt: denk er niet te licht over, neem je maatregel,
wees bereid om ver te gaan in de strijd tegen verleiding.

Je hebt gehoord, dat tegen het voorgeslacht gezegd is, zegt Jezus.
Het is één van de Tien Geboden, waar Jezus naar verwijst
en iedereen die aanwezig is bij de toespraak van Jezus kent de Tien Geboden.
Er zijn heel wat kerken waarin de Tien Geboden op zondagmorgen worden voorgelezen
En er zijn ook kerken, waarin de Tien Geboden zijn opgehangen aan de muur,

zodat iemand, die in de kerk zit, niet alleen deze geboden ook hoort,
maar ook ziet en ze op zich in kan laten werken, om ze niet te vergeten, en er naar te leven.
Zulke geboden geven duidelijkheid, geven houvast voor het dagelijks leven.
Ze laten zien wat je wel mag en wat je niet mag, hier heb je je aan te houden:
Pleeg geen overspel.
Dat is een duidelijke regel: Je mag het niet aanleggen met de vrouw van een ander,
ga geen relatie aan met een man, als hij al bij een andere vrouw hoort,
of als je zelf een man hebt.
Maar dan begint de discussie: wanneer is het overspel?
Is het overspel als je niet zo gelukkig bent in je huwelijk?
Is het verkeerd als je merkt dat je verliefd wordt op iemand die al bij een ander hoort?
Het is toch niet zo erg om bij iemand die niet erg gelukkig in de liefde is te denken:
als wij eens samen wat hadden?
Je kunt het ook nog eens heel geestelijk brengen: God wil toch dat iedereen gelukkig is?
Met regels ben je er niet, omdat het menselijk leven niet in regels te vangen is.
Bij elke regel kun je wel een uitzondering bedenken.
Daarom wil Jezus leren dat je er niet genoeg aan hebt om dit gebod als regel te zien.
Niet zozeer, omdat het samenleven van mensen te complex is om in regels te vangen,
maar als je de Tien Geboden als regels opvat – dit mag wel, dit mag niet,
dan houd je jezelf buiten schot.
Dan kun je altijd denken: het ligt niet aan mij. Het is zijn, haar schuld! Ik begon niet.
In de tijd van Jezus moest een vrouw zich zo kleden, dat ze niet de begeerte opwekte.
Het ligt aan haar.
Zoals je in de VS onder bepaalde christenen ook wel de regel hebt,
dat je nooit samen bent met een andere vrouw als man als je eigen vrouw er niet is.

Nee, zegt Jezus: je legt het probleem bij iemand anders neer, je moet met jezelf in de weer.
Naar de bron van de verleiding en dat is niet die ander, dat is je eigen hart
en dat moet je onder ogen zien.
Natuurlijk, dat geldt ook voor je buurman of buurvrouw,
dat is alleen hun verantwoordelijkheid en jij kunt alleen aan jezelf iets doen.
Je moet bereid zijn om een offer te brengen.
Ik hoorde een keer het voorbeeld van iemand die zijn computer weg deed,
omdat hij merkte dat hij niet in staat was, om de verleiding die hij via internet kon vinden,
tegen te houden en steeds weer verkeerde beelden opzocht.

Waarom is Jezus zo fel als het gaat om de begeerte?
Jezus heeft oog voor de zonde, die gebruik maakt van die begeerte
en wanneer zonde, wanneer de duivel, de grote verleider
begeerte voor zijn eigen doel gebruikt
dan wordt iets dat God aan de schepping heeft meegegeven, een scheppingsgave
op een verkeerde manier gebruikt en kom je door die verleiding op de verkeerde weg.
Jezus is niet tegen seksualiteit, dat is een gave, een geschenk van God
Hij is er ook niet op uit dat je elk gevoel uit je gedachten of lichaam uitbant.
Hij wil alleen laten zien, waarom God seksualiteit aan de mens gegeven heeft,
Wat het doel daarvan is.
Het doel is niet allereerst: de passie of het genot. Dat is niet het hoogste.
In de seksualiteit, het samen zijn als man en vrouw, gaat het om elkaar kennen.
In het Oude Testament wordt voor seksualiteit het woord bekennen gebruikt,
het is hetzelfde woord als elkaar kennen:
Je kent elkaar als man en vrouw, je kent elkaar intiem, niet alleen op lichamelijk gebied,
maar je kent ook elkaars karakter, elkaars mooie kanten en zwakten,
Je weet van elkaar wanneer de een dreigt te struikelen
en wanneer de ander een verkeerde weg in slaat.
Seksualiteit is dat je geen geheimen voor elkaar hebt, maar dat je elkaar kent door en door.

Dat geeft aan de ene kant het belang van de seksualiteit aan:
het is een bevestiging van het elkaar kennen, het verdiept je band als man en vrouw,
maar het relativeert ook: het is niet de enige manier om elkaar goed te kennen.
Het is een van de vormen om een relatie te hebben.
Ook vriendschap is een vorm, waarbij je elkaar goed kunt kennen, samen verbonden te zijn.
In de geschiedenis van de kerk is vriendschap daarom ook altijd een belangrijk thema
om degenen die nooit een relatie hebben gehad een volledige plek te geven in de kerk.

Wanneer er begeerte boven komt en zeker als die begeerte niet ingedamd, beteugeld wordt,
dan gaat het niet meer om dat kennen, dan gaat het om hebben, om bezitten.
Je bent dan op jezelf gericht.

Een tijdje geleden las ik een boek over karaktervorming
En vooral over hoe het christelijk geloof je karakter kon vormen.
In dat boek ging ook een hoofdstuk over kuisheid.
Het allereerste dat ik dacht bij dat hoofdstuk, was dat dit woord niet meer in gebruik is.
We leven in een tijd waarin niet al te moeilijk gedaan moet worden.
En drempels die verleidingen tegenhouden zijn er al helemaal niet meer.
Juist daarom was het de moeite waard om dat hoofdstuk te lezen.
Kuisheid is weten wanneer je niet op een seksuele verleiding moet ingaan,
is jezelf kennen, ook de kant in jezelf die vatbaar is voor verleiding en fantasie.
Kuisheid, zo las ik, gaat allereerst over geloofwaardigheid.
Ben je echt wie je bent.
Stel dat je een relatie krijgt, verkering krijgt of een huwelijk
en je zet de deur open voor verleiding, zonder dat de ander het weet,
dan houd je jezelf achter, dan ben je niet helemaal jezelf.
Je mist geloofwaardigheid.Je kunt je niet helemaal geven, jezelf niet helemaal laten kennen.
En dat werkt door in je relatie, niet alleen naar je man of vrouw,
maar ook in je relatie naar anderen toe en ook in je relatie met God werkt het door.
Wanneer je je laat leiden door je begeerte,
wanneer je niet in staat bent om er tegen te strijden,
raak je op jezelf, raak je geïsoleerd, omdat je een geheim met je meedraagt,
Maar ook omdat je steeds meer op jezelf gericht raakt
Een relatie is juist bedoeld voor het omgekeerde: om op een ander gericht te zijn,
niet om die te begeren, maar om te kennen en hoog te achten.
Kuisheid – om dat woord nog maar eens te gebruiken – is gericht op samenzijn
samenzijn, waarin iedereen integer is.

Alleen als je integer bent, of je best doet om integer te doen, kun je Gods licht uitstralen.
Want ook daarom is het van belang om te strijden tegen de zonde,
omdat in de ogen van Jezus de gelovige altijd iets van God laat zien.
In het streven naar zorgvuldige, integere omgang met elkaar laat je iets van God zien,
hoe Hij met mensen omgaat.
Het huwelijk is bedoeld om iets te laten zien van hoe God gekomen is om ons te dienen,
maar niet alleen het huwelijk, elke relatie die er is, weerspiegelt iets van God naar ons toe.
Jezus legt de lat hoog: niet alleen als het gaat om de begeerte,
maar in alles in de omgang met anderen:
Wees dan volmaakt.
Hoe kan Jezus dat nu van ons vragen, om volmaakt te zijn?
Niemand kan toch hier op aarde die volmaaktheid bereiken, die alleen God heeft?
Die volmaaktheid betreft ons hart: een hart dat één is,
één in het dienen van God en van de naaste en niet verscheurd is door onze begeerte,
integer en betrouwbaar, waar je op aan kunt,
iemand die zich niet laat leiden door impulsen of begeerten, maar daartegen strijdt.
Dat is een hart, dat ook weet, dat het die volmaaktheid zelf niet kan verkrijgen,
maar geschonken krijgt,
door Jezus die ons vraagt om een offer te brengen in de strijd tegen de verleiding,
die zelf alles gegeven heeft om ons te bevrijden uit de macht van de verleiding
en zich helemaal heeft gegeven, zodat wij gereinigd kunnen worden.

In de radicaliteit die Jezus vraagt, zit ook genade, een geschenk van Zijn kant
Ondanks onze onvolmaaktheid, onze kwetsbaarheid voor verleiding
is de deur niet dichtgeslagen, maar is er een mogelijkheid in Christus
om die reiniging en volmaaktheid te ontvangen.
Dat maakt het appèl van Jezus, Zijn aansporing, des te klemmender
om niet te struikelen door verleiding, maar Zijn weg te gaan.
Hij heeft alles over gehad, meer dan een oog, meer dan een hand,
maar Zijn hele lichaam in de vernietiging, zodat die ons bespaard kan blijven
en er een toekomst kan komen, waarin we niet verloren hoeven te gaan,
niet omdat wij perfect zijn en volmaaktheid hebben behaald,
maar omdat Hij dat ons geeft.
Amen





Preek zondagmorgen 22 april 2018

Preek zondagmorgen 22 april 2018

Openbaring 19:1-10
Bediening Heilige Doop

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders

Een bijzonder moment om hier vanmorgen in de kerk te zijn met je kind.
Het is al bijzonder om vader en moeder te mogen worden,
Dat is al een gebeurtenis, zo bijzonder, dat geeft zoveel vreugde en dankbaarheid.
Dat als zo als je voor het eerst vader en moeder wordt,
maar ook als je dat voor de tweede keer wordt is de vreugde, de dankbaarheid niet minder.
En dan mag je vanmorgen je dochter, die je van God hebt ontvangen
weer bij Hem brengen, in Zijn handen leggen.
Een bijzonder moment ook voor de opa’s en de oma’s om dit te mogen meemaken.
Of het nu het eerste kleinkind is, of je al verschillende kleinkinderen hebt:
het blijft bijzonder om te zien dat je eigen kind zelf ook vader of moeder wordt
en het is ook mooi om te zien dat ze met hun kind zelf ook bij het doopvont staan,
misschien zelfs hetzelfde doopvont waar u zelf ook gestaan hebt
en als het in een andere kerk is dan is het toch ook bemoedigend om te zien
dat je eigen kind zelf ook doorgaat in de weg van de Heere.

Ook voor ons als gemeente is de doop van kinderen steeds weer bemoedigend.
Het doet altijd iets met de gemeente, de doop van kinderen.
De betrokkenheid van u als gemeente, bijvoorbeeld door het feliciteren na de dienst,
maakt steeds ook weer indruk op de doopouders.
Ik hoor dat ouders ook vertellen die hier voor in de kerk hebben gestaan
met hun kind voor de doop en na afloop van de dienst in het koor
hoe bijzonder het is dat al die gemeenteleden, dat u, de moeite neemt om te feliciteren.
Daarmee geeft u aan, dat ook zij bij de gemeente horen.

Er is niet alleen dankbaarheid bij de geboorte van een kind.
Je voelt ook de verantwoordelijkheid die je als ouders hebt
voor het kind dat aan jou is toevertrouwd.
Verantwoordelijk naar je kind toe, maar ook naar de Heere toe.
Om het op te voeden, om het voor te gaan, om het te vertellen over Christus.
Een verantwoordelijkheid die je al hebt gekregen vanaf de geboortedag,
een verantwoordelijkheid die je nu nog eens extra, in het openbaar uitspreekt
voor God en voor Zijn gemeente.

Je kunt ook zorgen hebben over de toekomst.
Aan de ene kant geniet je nog zo van het kleine van je kind, al is dat er al snel af,
Aan de andere kant kun je al vooruit denken: Wat zal er van mijn dochter terechtkomen?
Hoe zal het leven van haar zijn? Wat zal ze allemaal meemaken?
Zal zij ook de steun en betrokkenheid van een kerkelijke gemeente hebben,
zoals jullie die mogen ervaren, of zal er voor hen geen gemeente meer zijn?
Wat zal de doop in haar leven uitwerken?
Zal ze gaan geloven?
Zal ze later – als ze zelf kinderen mag krijgen – ook bij een doopvont staan
om haar eigen kind in de handen van Christus te leggen,
zoals het met haar ook gebeurde?
Het is immers niet meer vanzelfsprekend in deze tijd om te gaan geloven.
Een groot deel van de kinderen die nu geboren worden, worden niet gedoopt
en groeien op zonder kennis over Christus.

Is er een tijd geweest waarin het gemakkelijker was om op te voeden als ouders
en om als kind op te groeien
om als ouders te vertellen over Christus en als kind dat eigen te maken,
te geloven als kind en later zelfstandig de weg van Christus gaan?
Elke tijd heeft zijn eigen zorgen en verleidingen.
We zien dat ook in het Bijbelboek Openbaring.
Johannes gebruikt een scherp woord om aan te geven in welke tijd hij leeft:
Het is de tijd van de grote hoer.
In Openbaring gaat het steeds om sterke contrasten:
om God die regeert in de hemel en over de aarde die Hij geschapen heeft,
om Christus die naar de aarde kwam om te redden
en de mensen die in Hem geloven, zij zijn de bruid van Christus.
Er is ook de duivel die steeds voor het negatieve spiegelbeeld kiest, God nabootst.
Hier is de hoer het negatieve spiegelbeeld van de bruid van Christus.
Er is bewust voor dit scherpe woord gekozen, omdat het gaat
om een macht die zichzelf verkoopt aan de duivel,
om een macht die invloed uitoefent op de wereld:
mensen verleidt om bij God vandaan te gaan,
bijvoorbeeld door te kiezen voor het grote geld en zich alleen maar laten leiden
door het verlangen nog rijker te worden en daarvoor al hun principes overboord gooien.
of alles over hebben om de macht te krijgen en die macht behouden
en dat doen door te liegen, door de waarheid achter te houden,
nepnieuws en propaganda brengt en als dat niet werkt geweld gebruikt.

Om in zo’n wereld gelovig te zijn
als je ziet dat je vrienden alleen nog maar aan geld kunnen denken
en alleen maar nog rijker worden, desnoods over de rug van anderen.
Als je ziet dat degenen die de leiding hebben, de macht hebben
er niet op uit zijn om te dienen, om echt te leiden,
maar die macht alleen maar gebruiken voor zichzelf, voor hun eigen positie
en wie daartegen ingaat wordt gevangen genomen, uit de weg geruimd, voor schut gezet.
Om in zo’n wereld als christen je kind op te voeden,
Terwijl je weet dat als je kind het huis uitstapt er zoveel verleidingen op hem of haar afkomen
en als je kind niet meegaat met die verleiding, afzijdig blijft, er tegenstand komt.
Dat was de tijd waarin Openbaring geschreven werd.
Die tegenstand en die druk is er in onze tijd gelukkig niet, maar die verleiding?
Leven wij niet in een tijd waarin er allerlei verleiding op je kind, op jezelf afkomt?
In de wereld die in de reclame getoond wordt, die in films op je afkomt.
Als ouder kun je daar vaak nog wel doorheen prikken, maar je kind:
Wat pikt die ervan op? Wat blijft er haken en hoe werkt dat door op de band met Christus?
Door de doop zijn ze gewijd aan Christus, ze behoren Hem toe
en vanmorgen heeft Christus ook aan hen en aan jou als ouder het ook beloofd
dat Hij voor hen gestorven is en hun zonden zal vergeven
en is de belofte van de Heilige Geest gekomen, dat benadrukt: Ik zal in je kind werken!
Ik zal ruimte in haar hart maken voor Christus en haar hart bewaren voor Christus
dat er geen andere, geen verkeerde invloeden zullen komen.
Dat ze niet meegesleurd wordt, maar trouw blijft aan haar Heer!

Die trouw, daar gaat het om – trouw blijven aan Christus,
ondanks tegenstand, ondanks allerlei verleidingen die op je afkomen.

Daar heeft dat indrukwekkende geluid dat Johannes uit de hemel hoort mee te maken.
Een koor dat op een indrukwekkende manier ‘Halleluja’ zingt.
Het zijn degenen die al in de hemel zijn:
een vader of een moeder, die niet meer hier op aarde leeft, maar in Christus gestorven zijn,
Die zijn voorgegaan, een opa of een oma, een broer of een zus, een vriend, vriendin.
‘Halleluja’ zingt het koor.
Zal het in de hemel altijd zingen zijn? En als je dan niet van zingen houdt?
Dan moet je denken aan de bevrijding.
Het was vorige week 73 jaar geleden, dat Oldebroek werd bevrijd – 17 april 1945.
Op die dag en de dagen erna zal er feest gevierd zijn, gezongen, gedanst.
Zo klinkt in de hemel ook het lied van de verlosten, van degenen die bevrijd zijn: Halleluja!
Halleluja – het is een woord dat om instemming vraagt,
dat wij hier op aarde antwoorden door ook Halleluja te zingen, of te antwoorden met Amen!
Net als in de oorlog Radio Oranje werd uitgezonden om de mensen in Nederland
in bezet gebied moed in te spreken, zodat ze trouw bleven aan de koningin en het vaderland
Halleluja – houd vol: er komt een andere tijd, want Christus heeft reeds overwonnen
En al die verleidingen, de hoer, het negatieve spiegelbeeld van de duivel
is reeds overwonnen, is reeds veroordeeld.
Ze zingen het ons voor, de heiligen in de hemel, degenen die in Christus gestorven zijn,
die hier op aarde hebben geleefd: moeder of vader, zus of broer, vriend of vriendin,
al degenen die geleefd hebben in de wereld die bezet gebied was door de duivel
maar volgehouden hebben en aangekomen zijn: Halleluja.
De eerste begrafenis die ik meemaakte, was van mijn opa. Ik was een jaar of 12.
We zongen aan het einde van de dienst: ‘k Heb geloofd en daarom zing ik.
Ik geloof en daarom zing ik mee met dat lied.
We dragen iemand uit, die ons dierbaar is, maar we hebben het geloof
dat er een opstanding is, dat Christus is opgestaan
en dat de opa die nu gestorven is wel een plek krijgt op het kerkhof achter de kerk
maar eens dat graf weer zal verlaten, omdat Christus leeft, opstond uit de dood.
Zingen is een daad van verzet: in bezet gebied zingen van de Overwinnaar
die ons zal bevrijden, van wie we reeds zijn.
Daarom is ook dopen, net als zingen, een daad van verzet:
We wijden onze kinderen aan Christus, ze zijn apart gezet, voor Christus bestemd.
Een daad van verzet tegen de hoer waar Johannes over spreekt.
Ze zijn voor een Ander: voor Christus. Zo voeden we ze ook op.
Zodat ook onze kinderen meezingen, de groten en de kleinen:
Loof onze God, al Zijn dienstknechten en die Hem vrezen, de groten en de kleinen.
Zo voeden we ze op, dat ze meezingen: Halleluja, Amen!
Opdat ze Hem toegewijd zijn met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.

Waarom gaat niet iedereen in verzet? Waarom zijn er mensen die zich toch laten verleiden?
Het is net als in de oorlog: er waren er ook die kozen voor de Duitsers, zelfs predikanten.
Die dachten: dit is de nieuwe tijd.
We moeten ons gewonnen geven: het is niet anders.
Of misschien zelfs: dit is de weg die Gód met Nederland gaat.
Voor hen geen verzet, maar juist banden aanknopen met de bezetter, meedoen.
Een rijk dat voorlopig blijft bestaan.
Een rijk dat duizend jaar zou bestaan, zo kondigde Hitler aan.
In de tijd van de christenen uit Openbaring was het Rome dat van zichzelf zei:
Wij bestaan voor altijd. Ze spraken over het eeuwige Rome.
Nee zingt het koor: Halleluja, alleen God is eeuwig
en dat eeuwige Rome is slechts een hoopje as, waarvan de rook voor altijd omhoog gaat.
Geen aardse macht begeren wij, die gaat alras verloren.
Verlangen naar macht is wedden op het verkeerde paard.
God is overwinnaar en je gaat – als je je tegen Hem keert – onderuit.
In Psalm 2 zijn er volkeren die onrustig zijn en in opstand komen tegen God
en dan zingt de Psalm: die in de hemel woont zal lachen.
Het lijkt indrukwekkend, het lijkt veel, maar vanuit de hemel is het om te lachen.
Het stelt niets voor. Halleluja. Waarom zou je je uitleveren?
Waarom zou je je ziel verkopen en wedden op de verkeerde macht?

Steeds weer dat koor uit de hemel, degenen die al verlost zijn, vol vreugde:
Halleluja, want de Heere, de almachtige God is Koning geworden.
Geen toekomstmuziek, maar nu al.
We leven in bezet gebied, en toch, er is een verschil met de tijd van de oorlog.
Er werd wel eens de vergelijking gemaakt: Golgotha is de D-day, de landing
en de Wederkomst de V-day, de dag van de wapenstilstand.
Dat gaat niet op, want vanaf 6 juni moest nog bijna een jaar gevochten worden
om de bevrijding te brengen en de macht van de tegenstander te breken.
Het kruis is de dag waarop de overwinning werd behaald,
De overwinning is zeker!
De ruimte die de tegenstander heeft, is alleen de ruimte die hij van God krijgt.
Waarom weten we niet, maar het geeft ons wel moed:
Hoezeer hij ook tekeer kan gaan, hoezeer hij ook verleidt
en net doet of hij alle macht heeft – die macht laat God hem
en die macht wordt de boze ook zo weer afgenomen, als God dat wil.

Tegenover die hoer staat een andere vrouw: de bruid.
Daarom dopen we, omdat we geloven dat Christus zijn kerk als bruid ziet.
Om haar als bruid te werven, kwam Hij ten hemel af.
En het is haar gegeven zich met een smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden.
Maagdelijk, zonder zonde.
Wit is ook de kleur van de opstanding, van het leven in Gods heerlijkheid.
De bruid ziet er prachtig uit – wit en smetteloos, want gereinigd door het bloed,
een nieuw leven, opgestaan in heerlijkheid.
Opdat zij dit leven getroost mogen verlaten
en onbevreesd mogen verschijnen voor uw rechterstoel.

Vorig jaar preekte ik tijdens een doopdienst over Hanna,
die haar kind in de tempel bracht bij priester Eli.
Als de hoer ergens zichtbaar was, was dat juist daar in de tempel
bij de zonen van Eli: Hofni en Pinehas, die de dienst van God zo verkwanselden
dat de mensen de tempel gingen mijden.
Hanna bracht toch haar zoon, maar gaf hem iets, elk jaar weer opnieuw:
Een priestermanteltje: SAmuël, mijn jongen, jij bent anders, want jij bent van de Heere.
Dat manteltje als een bescherming, een herinnering.
Zo is de doop ook als dat priestermanteltje: kind, je bent van een Ander, van je Heer.
Voor jou is een andere toekomst weggelegd, als je trouw blijft:
Dat linnen kleed, smetteloos en blinkend van Gods heiligheid.
Het is een bescherming én een aansporing tegelijkertijd.
De bescherming van God: Ik ben er en Ik zal waken voor je kind,
Zoals Ik op Golgotha gestreden heb om ook haar vrij te maken.
En een aansporing ook: voor de kinderen, voor ons allemaal:
Trouw, trouw aan Christus. Twee kanten van het verbond.
God belooft – wij zijn verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid
zodat we hier op aarde al mee kunnen zingen
en later ons mogen voegen bij dat koor in de hemel,
dat koor van verlosten dat mag zingen voor haar Heer en Heiland,
De bruid die niet genoeg kan krijgen van haar Bruidegom Christus: Halleluja.

Het kan best een tijdje duren voor het voor hen of voor ons zover is,
Je zou kunnen zeggen: een lange verkeringstijd: Je hoort bij elkaar, je bent van elkaar,
maar de bruiloft laat zich om een bepaalde reden op zich wachten.
Niet omdat er geen liefde is, niet omdat je niets in elkaar ziet
en dan na een tijd is die tijd voorbij en ben je echt man en vrouw.
In die tijd, al ben je niet met elkaar getrouwd, blijf je elkaar trouw, blijf je elkaar zien,
blijf je bij elkaar horen.
Zo geldt voor ons het leven hier op aarde. Totdat we aankomen, tot de bruiloft aanbreekt
zijn we hier op aarde al van Hem, onze Heer en Heiland, onze liefste
en stemmen we mee in – voor zijn troon in de hemel en hier op aarde: Halleluja!
Amen






Preek zondagmorgen 15 april 2018

Preek zondagmorgen 15 april 2018
Openbaring 13

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Ik zag …
Het is niet alledaags wat Johannes te zien krijgt:
Een beest, een monster dat oprijst uit de zee,
een beest dat op een panter lijkt, met poten van een beer, een bek van een leeuw.
Een draak die die aan dit beest de macht geeft.
Als het een film was, zou het op op zijn minst 12+ krijgen
vanwege de spanning en de dreiging,
of misschien zou het hele boek Openbaring wel vallen in de categorie horror.

Een aantal jaren geleden volgden wij met ons gezin een bijbelrooster
dat was opgesteld door het Nederlands Bijbelgenootschap.
Zes weken lang was het de bedoeling om Openbaring te lezen,
Van het begin tot het einde.
Halverwege zijn we met dit rooster gestopt, omdat er sprake was
van zoveel rampen die over de aarde komen,
een derde deel van de wereld verwoest, een derde deel van de mensen gedood.
Dat zal een reden kunnen zijn, waarom u dit Bijbelboek maar liever niet opendoet.
En als je dan toch doorleest, kom je heel wat tegen wat je niet zomaar begrijpt.
Daardoor kun je dit Bijbelboek links laten liggen.
In de afgelopen jaren heb ik uit Openbaring gepreekt,
maar dat waren altijd de wat meer begrijpelijke delen van dit Bijbelboek
en met een grote boog ben ik om die moeilijkere gedeelten heengegaan.
Als er een tijd is om dit Bijbelboek te lezen, is dat de tijd na Pasen,
want Johannes moet zijn visioenen aan de gemeente doorgeven,
om de gelovigen te leren wat het voor hun leven, voor hun concrete situatie betekent,
dat Jezus is gestorven aan het kruis en is opgestaan uit de dood.
Wat betekent het voor ons eigen leven, wat betekent het voor de wereld waarin wij leven,
dat Christus uit de dood is opgestaan, nu leeft, in de hemel is
en vandaar uit de hemel over ons regeert?
Het Bijbelboek Openbaring wil ons die geloven in Christus dat aan ons leren,
dat we dat bij alles wat ons overkomt, elke nieuwe gebeurtenis die ons overkomt,
dat we dat blijven geloven: in de hemel is Christus,
Hij regeert, Hij waakt over de kerk en mijn leven is in Zijn hand geborgen.

Dat doet Hij ook, als dat er niet op lijkt.
Als je woont in Syrië, waar geen einde aan de oorlog lijkt te komen,
en de manier waarop de oorlog wordt uitgevochten steeds weer onmenselijk is,
er zoveel strijdende partijen zijn, zodat je niet meer weet wie je moet steunen.
Als je woont in Jemen, waar ook net zo’n wrede oorlog is, in de armoede van Venezuela.
Als je opgesloten zit in de werkkampen van Noord-Korea,
in Ravensbrück, Mauthausen of Auschwitz.
Steeds weer blijken mensen voor elkaar de aarde in een hel te kunnen veranderen.
Juist dan, als je daar middenin zit, is het niet altijd makkelijk om te geloven,
dat Christus regeert, dat Hij overwonnen heeft, dat daarom alles op deze wereld goedkomt.
Dan lijkt het erop, dat een ander regeert,
de tegenstander van God, de duivel, die hier in Openbaring aangeduid wordt met de draak.
Hij heeft veel macht die draak,
macht om verwoesting op aarde te brengen, gelovigen te bedreigen,
een handige verleider, gewiekste bedrieger, die bijna alle mensen zover krijgt
in hem te geloven en hem te volgen.
en dan zul je maar gelovig zijn, geloven in Jezus Christus, Gods Zoon,
gestorven aan het kruis en opgestaan uit de dood,
geloven dat Christus regeert, samen met de Vader in de hemel
en je ziet dat iedereen om je heen kiest voor zijn tegenstander,
zich mee laat nemen, kiest voor het beest, de handlanger van de draak,
die zo veel mensen weet te verleiden om bij God weg te gaan
en zich te binden aan Gods tegenstander.

We kijken wel eens naar aantallen, tellen in de kerk, hoeveel mensen er zijn.
Vanmorgen in de Maranathakerk een volle bak, maar als het een avonddienst was…
Gemeenteleden die alleen nog maar meeluisteren met de kerkradio vragen dat wel eens:
Hoe is het kerkbezoek? Heb je nog wel een volle kerk?
Aan het zingen kunnen ze horen of het er veel zijn of weinig.
Johannes houdt het de gemeente voor dat ze niet raar moeten opkijken
Als het leeg wordt in de kerk of er geen instroom van buiten komt,
geen mensen zijn die geïnteresseerd in zijn het evangelie,
omdat het beest, de handlanger van de draak, Gods tegenstander,
bijna alle mensen die er zijn verleidt, wegtrekt bij God vandaan.
Je kunt dat niet altijd gebruiken als het leger wordt in de kerk
en toch moeten we er ook voorbereid zijn, dat het kan gebeuren
dat mensen eerder warmlopen voor iets dat hen bij God wegleidt
en daarom geen interesse hebben in het evangelie van Christus.
Dat kan ook gebeuren.
Dat is wel het doel, waarom de draak dat beest uit de zee laat opkomen
en macht geeft, om zoveel mogelijk te verleiden.
En daarom geeft Johannes het aan ons door,
Zodat u uzelf niet laat meenemen, niet laat inpakken, laat verleiden,
maar dat u trouw blijft aan Christus
En Johannes geeft het ook aan ons door dat we niet moeten gaan twijfelen
als we om ons heen zien, dat heel veel anderen geen interesse hebben in Christus
en een leven kunnen opbouwen, waarin geloof, waarin Christus geen plaats heeft.
Johannes wil ons leren dat die verleiding kunnen doorzien,
Dat we er niet intrappen, ons niet mee laten slepen, maar trouw blijven.

Ik zag …
Uit de zee komt een beest naar boven, het lijkt om een panter,
met berenpoten en een leeuwenbek.
De zee, dat is voor de christenen aan wie Johannes dit vertelt,
de zee waarop de Romeinse machthebber de havens van Klein-Azië komt binnenvaren,
de Romeinse consul, de Romeinse gouverneur, gestuurd uit Rome, over de zee.
Een indrukwekkend gezicht moet dat geweest zijn: de Romeinse vloot,
veel schepen bij elkaar, en dan als de schepen stuk voor stuk aanmeren,
De nieuwe machthebber, de nieuwe gouverneur, die in vol ornaat de boot afstapt,

een gebeuren om indruk te maken op de bewoners van die stad,
om de macht van Rome te laten zien, die ook hier in Klein-Azië gekomen is.
Maar Johannes ziet niet de nieuwe Romeinse gouverneur,
maar hij ziet een beest, uit verschillende dieren samengesteld,

komend over de zee.
De zee waaruit het beest opkomt, de zee waarover de Romeinse gouverneur komt,
De zee, die voor de Romeinen het beeld van hun eenheid was –
al het land om deze zee heen hadden ze immers veroverd.
In de Bijbel is de zee geen macht die eenheid brengt,
die landen samenbrengt, omdat je erover kunt varen,
maar de zee is vooral een macht die verwoest, bedrieglijk is,
je lijkt erover heen te kunnen gaan, maar onverwacht kan het stormen
en kunnen de golven slaan en toont het zijn macht om te vernietigen,
de schepen die erop varen kunnen vergaan, overstromingen houden huis.
Men dacht ook wel, dat in die zee een verschrikkelijk monster woonde,
een zeedraak als het ware, de Leviathan.
drie dieren – afkomstig uit een ander Bijbelboek – Daniël 7.
Daar in Daniël 7 zijn het 4 dieren, die elk een nieuw wereldrijk aangeven,
wereldheersers, waartegen niemand is opgewassen, die alles veroveren
en met geweld hun macht bewaren.
Nu bij Johannes schuiven die beelden van die verschillende rijken inéén.
Die eerdere rijken waren al huiveringwekkend:
wreed, machtsbelust, alles verpletterend, nietsontziend,
maar nu komt er een rijk, dat het ergste is van alles, dat de anderen nog overtreft,
in wreedheid en slechtheid,
maar de mensen hebben dat niet door, knielen neer, leveren zich uit
en verkopen hun ziel, maken zich slaaf, van dit beest.
Zij zien niet wat ze doen, maar jullie, gelovigen, wees alert en lever je niet uit,
blijf trouw aan de Heer die je bent gaan dienen,
ook al ben je een van de weinigen, al krijg je het er zelf moeilijk mee,
vanwege alle tegenstand die er kan komen.

Van de vier dieren uit Daniël 7 ontbreekt één dier: de adelaar
en juist dat was het symbool, dat Rome voerde en dat vast op de schepen was te zien,
Ik denk dat dit bewust is, om te voorkomen dat we gaan denken
dat er één bepaald rijk is, of één persoon is, die het is.
Maar dan kan de waakzaamheid verslappen, omdat we op één vijand voorbereid zijn
En ondertussen meegenomen worden door het beest
dat zich aan ons in een andere gedaante voordoet.
De ene keer toont het zich in de politiek,
zoals we terugkijkend over het Hitler en zijn regime kunnen zeggen.
Een andere keer als een economische ontwikkeling,
die ervoor zorgt dat mensen doordat het zo goed hebben God niet meer nodig hebben
en niet meer gered hoeven te worden door Christus’ dood en opstanding,
omdat ze hier op aarde al een goed leven hebben.

Waar het om gaat, is dat de duivel, de tegenstander van God, God nabootst, nadoet.
Als God zelf in Christus op aarde komt en mens wordt,
dan kan de duivel, de draak uit Openbaring, ook een gestalte op aarde brengen.
Als Jezus gekomen is, om de macht over de aarde weer terug te krijgen,
dan wordt dat nagedaan.
Als Christus na Zijn hemelvaart de Heilige Geest uitstort,
dan doet de draak dat na door een geest die verleidt te sturen.
De demonische drie-eenheid worden ze wel genoemd,
de draak en zijn beesten, de een uit de zee en de ander uit de aarde.
Het duivelse spiegelbeeld van God.
Ze presenteren zich als de redder, als degenen die geluk brengen,
maar zijn het niet, maar verwoesters.
Twee gezichten hebben die gestalten van de draak, die beesten die opkomen,
De een uit de zee en de ander uit de aarde.
Naar buiten toe vriendelijk, maar voor de gelovigen een verschrikking.
Als je niet meedoet, als je je niet gewonnen geeft, als je niet buigt,
dan ben je een bedreiging, dan hoor je er niet bij, dan moet je weg.
Het beest wordt de macht gegeven om te strijden tegen de heiligen,
een strijd tegen degenen die bij Christus horen.
Als je je hart niet geeft, omdat je hart al van Christus is
als je je knie niet buigt, omdat je voor geen andere Heer wilt knielen
dan die je geschapen heeft en aan het kruis en uit het graf heeft gered,
dan beland je in een oorlog met dit beest, een zware strijd, erop of eronder.
Kijk er niet van op als dat gebeurt, zegt Johannes, wees erop voorbereid.
Zorg dat je niet verzwakt, dat je overwonnen wordt.
Want met hoeveel macht dat beest ook op je af komt
en hoezeer je leven overhoop wordt gehaald en je haast bezwijkt onder de druk,
er is een houvast in de Heer die naar de aarde kwam en mens werd,
die niet kwam om te verleiden of te verwoesten, maar die kwam om te redden.
Als je naam geschreven staat in het boek des levens, dan blijf je behouden,
dan word je vastgehouden, dan sta je er niet alleen voor
En heb je de zekerheid in Christus.
Het gaat hier niet om hoe je in dit boek des levens komt,
maar dat als je er in geschreven staat, dat je dan mag geloven
Dat geen draak of beest, welk beest dan ook, dat geen duivel je kan wegroven.
Dat is de volharding van de heiligen: God bewaart je
en dan kun je niet terugvallen in de macht van de duivel, die immers verslagen is.
‘Maar God is getrouw, die hen in de hun eenmaal gegeven genade door zijn barmhartigheid bevestigt en tot het einde toe met kracht bewaart.’ (DL V,3)
God bewaart je en daarom kun je trouw zijn – Hij geeft de kracht.
God bewaart je, daarom moet je trouw zijn. Breng die trouw in praktijk.
Het is evangelie en opdracht inéén.
God bewaart je en tegelijkertijd moet je daar zelf ook aan werken.
Het komt hier aan op volharding en geloof.
Volharden – dat is volhouden, omdat je weet: God heeft het laatste woord,
ook over het beest dat zijn macht van de duivel heeft gekregen.
Niet opgeven, omdat je weet dat de overwinning al is behaald.
Volharden – dat is niet je niet mee laten slepen, al doen anderen om je heen dat wel.
Volharden en geloven – dat is dat je hart van Christus is en van Christus blijft.
Ook in de moeilijkste omstandigheden in je leven,
ook als het in je eigen leven of in deze wereld anders verloopt.
Ze zijn er geweest die hebben volgehouden, martelaren, die voor de leeuwen zijn gegooid,
Die naar concentratiekampen en strafkampen zijn gebracht.
Die druk hebben wij hier gelukkig niet.
En toch, christenen die leven in gebieden waar vervolging is,
die maken zich vaak meer zorgen over ons dan over zichzelf,
want bij hen laat het beest zich openlijk zien,
maar in de luxe en de welvaart kan hij zich ook voordoen, om ons in slaap te sussen
en zo mee te voeren bij Christus vandaan.
Wees op je hoede en geloof tegelijkertijd in de macht van God
die zichtbaar werd aan het kruis waar de draak werd verslagen,
Christus overwon en regeert, over deze wereld, over ons leven,
het heden en de toekomst is in Zijn handen
En Hij strijdt voor ons, gaat ons voor in de strijd.
amen





Les 10 Verleiding

Les 10 Verleiding

 

Rosanne had zich voorgenomen om deze avond te besteden aan zinnige dingen. Het was lang geleden dat ze voor zichzelf uit de Bijbel had gelezen. Dat kon ze vanavond wel eens gaan doen.  Als ze koffie voor zichzelf heeft ingeschonken en haar Bijbel heeft klaargelegd, hoort ze haar telefoon: een Whatsapp-berichtje: even kijken. Er schiet wat te binnen en ze kijkt even wat na op internet. De avond verstrijkt. Als ze op de klok kijkt, ziet ze dat het half 11 is. Tijd om naar bed te gaan. Ze ziet voor zich de Bijbel op tafel liggen. De Bijbel is niet open geweest.

 

Peter las in de Bijbel een gedeelte over vertrouwen op God. Een mooi gedeelte. Hij nam het zich voor om in vertrouwen op God te leven de komende tijd. Dat is toch het mooiste dat er is? In dezelfde periode blijkt dat hij meer rekeningen binnen komen dan waar hij op gerekend had. Er is ook een tegenvaller: de auto startte niet en moest naar de garage. Al met al een maand met veel uitgaven. Hij vertelt het nog niet aan zijn vrouw, maar begint wel te piekeren over hoe het financieel moet en of het nog wel lukt om deze maand wat geld over te maken naar de spaarrekening. Dat was hard nodig, want daar liepen ze ook mee achter. Hij slaapt slecht die nacht. Als hij zo die nacht niet kan slapen, schiet hem de tekst over dat vertrouwen op God te binnen, maar hij krijgt er geen rust door. De zorgen zijn op dat moment te groot.

 

Vraag 1 Welke verleidingen zijn er voor Rosanne? Wat zou zij er tegen kunnen doen?




Vraag 2 Welke verleidingen zijn er voor Peter? Wat zou hij er tegen kunnen doen?



Uitleg
Verleiding is gevaarlijk voor je geloof, omdat verleiding je op een weg zonder God brengt. Dat kan heel klein zijn of klein beginnen. Bijvoorbeeld met een afleiding die er is, waardoor je er niet aan toe komt om tijd te nemen voor God. Verleiding kan ook groter uitpakken. Zorgen kunnen heel groot worden, waardoor het voor je niet meer mogelijk is om op God te vertrouwen. Of je kunt het zo goed hebben, dat je God niet meer nodig hebt. Verleiding kan ervoor zorgen dat je gaat geloven dat de zorgen sterker zijn dan God. Of dat een leven zonder God veel mooier is, veel meer geluk brengt.
Dat je God vergeet of dat je te weinig vertrouwen hebt in Gods zorg en leiding gebeurt vaak heel onbewust. Het is net als met een bootje dat bij de wal ligt, waarvan de eigenaar het vergeten is vast te maken aan de wal. Heel kalm dobbert dat bootje weg van de wal. Het is daarom van belang om steeds verbonden te zijn met Christus.

 

Vraag 3 Weet jij van jezelf wanneer je losraakt van God?




Vraag 4 Wat heb jij nodig om verbonden te blijven met God?




Vraag 5 Weet jij voor welke verleidingen jij vatbaar bent? Hoe wapen jij je daartegen?


 


Verleiding kan niet alleen tot grote problemen in je relatie met God leiden, maar ook tot grote brokken in je relatie met anderen. Als je als man getrouwd bent en je vindt een andere vrouw aantrekkelijker. Als je als vrouw getrouwd bent en je hebt het idee dat je bij een andere man je meer op je gemak voelt. Als je jezelf verrijkt op een oneerlijke manier. Als je verhalen de wereld in helpt over een ander die niet kloppen. In de Bijbel wordt steeds gewaarschuwd tegen verleiding. Want als je ingaat op de verleiding kies je weer voor het oude leven. Dan raak je God kwijt en is het sterven aan het kruis van Christus voor niets geweest.
Het is dus van belang dat je jezelf wapent tegen verleiding. Dat je van jezelf weet wanneer je vatbaar bent. Als de batterij van je telefoon leeg begint te raken, krijg je een seintje dat je telefoon opgeladen moet worden. Net zo moet je weten wanneer je los raakt van Christus en niet meer bij Hem gehouden wordt en gevoed wordt in je geloof.
Gelukkig is er wel een weg terug. In het avondmaalsformulier staat bijvoorbeeld: Als je in zonde gevallen bent, als je de verkeerde weg bent ingegaan, moet je daar niet mee doorgaan. Je moet er mee breken en God om vergeving vragen en opnieuw strijden tegen het oude leven, tegen verleiding. Het kan je wel eens moedeloos maken als je merkt dat je toch steeds weer valt voor verleiding. Gelukkig sta je er niet alleen voor en mag je steeds vragen om de Heilige Geest. Hij wil je bijstaan in de strijd tegen het oude leven, tegen de zonde, tegen de duivel.

 

Vraag 6 Herken je dat je soms moedeloos kunt worden? Wat is er dan nodig om toch weer naar God toe te gaan?



Vraag 7 kun je een algemeen voorbeeld bedenken hoe verleiding negatief uitwerkt naar anderen toe?

Bijbel: Lees 1 Timotheüs 6:3-12

 

Vraag 8 Welke verleidingen worden hier genoemd?

Vraag 9 Kun je ook aangeven waarom ze schadelijk zijn voor je geloof?



Vraag 10 Welke rol zal de duivel hierin spelen?

Vraag 11 Welk alternatief wordt geboden?

 

Geloofsbelijdenis
Vraag 127 Wat is de zesde bede (van het Onze Vader)?
Antwoord: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Dat wil zeggen: omdat wij uit onszelf zo zwak zijn, dat wij geen ogenblik kunnen standhouden, en omdat bovendien onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, wil ons daarom door de kracht van de Heilige Geest staande houden en sterken, opdat wij in deze geestelijke strijd niet de nederlaag lijden, maar altijd krachtig weerstand bieden, totdat wij eindelijk volledig de overwinning behalen?

Verleiding

Verleiding
Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt (Galaten 6:1b)

Enige tijd geleden stond ik op een weegschaal. Het was lang geleden dat ik op een weegschaal stond. We hebben er zelf geen. Bij familiebezoek kreeg ik een weegschaal in het oog en ik was benieuwd wat die weegschaal zou aangeven. Omdat ik lang niet meer op een weegschaal gestaan had, kon ik tegen mijzelf zeggen dat het wel meeviel met mijn overgewicht. De weegschaal haalde mij uit de droom. De wijzer gaf meer aan dan ik had gedacht. Daar schrok ik toch wel van en besloot dat ik mijn levensstijl moest veranderen: minder eten, meer bewegen.
Het is een gewoonte van mij om bij de dingen die ik in het dagelijks leven meemaak de vergelijking te maken met het geestelijk leven. Ik ging nadenken over verleidingen, omdat voor mij de overeenkomst opviel. Ik eet meer ongezonde dingen die goed voor me zijn. Dat wist ik wel, maar ik hield me voor dat het wel meeviel met het effect op mij. Verleidingen zijn ongezond voor ons. Voor ons geloof, maar ook voor ons dagelijks leven. Een verleiding is een verslaving, aan mijn mobiel, aan internet, social media. Het is ongezond voor mij als ik dat teveel doe. Mijn aandacht wordt in beslag genomen en dat gaat ten koste van tijd voor mijn gezin, voor God. Maar verleiding heeft ook de neiging om te zeggen dat het wel meevalt. Dat je het kunt hebben. Dat het ook een goede kant heeft. Daardoor ga ik door en stop ik niet met mijn ongezonde gedrag.
Sinds die weegschaal sla ik ook meer dingen af. Koek tijdens huisbezoek, de kroket tijdens kerkenraadsvergadering. Wat mij opvalt is dat als ik dat doe er dan verbaasd wordt gekeken. Ik krijg de vraag: ‘Waarom sla je af? Wat is er aan de hand?’ Of ik krijg de opmerking: ‘Je kunt het best nog hebben.’ Op een subtiele manier komt toch de verleiding naar mij toe iets te pakken, toch mee te doen, geen spelbreker te zijn. Je moet dan sterk in je schoenen staan. Of kijken naar waarom je afslaat. Zo is het ook met verleiding. Die komt vaak subtiel: ‘Deze keer kan geen kwaad!’ ‘Je kunt het nog hebben!’ ‘Wees nou geen spelbreker.’ Ook verleiding zegt tegen ons: ‘Kom, ga met ons en doe als wij!’ Op korte termijn geeft het ons iets plezierigs. Maar we moeten de lange termijn in de gaten houden: de band met Christus die bewaard blijft. Want verleiding weekt ons zachtjes aan van Christus los. Het gaat vaak heel subtiel. Net als een bootje dat niet vast ligt: het dobbert zachtjes weg, op de golven mee, weg van de kant.
In de afgelopen maanden ben ik meer gaan nadenken over verleiding en over de strijd tegen verleiding. Het valt mij op dat die strijd niet zo gemakkelijk is. We zitten in een wereld van verleidingen. We hebben niet altijd door dat die verleidingen slecht voor onze band met Christus zijn. Of we willen dat niet weten, omdat als we het beseffen van ons een andere manier van leven wordt gevraagd.
Dat probeer ik ook: een andere manier van leven. Onder andere door meer te bewegen. Minder achter de boeken, minder tijd achter de computer. Het valt niet mee. Elke week probeer ik een dagdeel in de week vrij te houden om te gaan hardlopen. Het lukt me helaas niet elke week. Maar die keren dat het me wel lukt heb ik er dagen plezier van. Ik voel me fitter en het geeft een positief gevoel dat ik toch in staat geweest ben om mijn leven voor één dagdeel die week anders in te vullen. Ook hier is een vergelijking te maken met het geestelijk leven. Namelijk in het mezelf tijd gunnen bezig te zijn met God. Ook dat is tijd die niet komt aanwaaien, net als tijd voor hardlopen. Het vraagt om een agendaplanning: die tijd bewust in te plannen. Tijd nemen voor God. Ook hiervoor geldt: als ik het doe, dan heb ik er die dag en dagen erna ‘plezier’ van. Ik leef dichter bij God.
Houd uzelf in het oog, schrijft Paulus. Hij heeft net ervoor geschreven over twee manieren van leven: leven uit de Geest van Christus of leven uit de geest van deze wereld. Die laatste geest is niets minder dan de geest van de zonde, die steeds weer probeert om invloed op ons te krijgen en ons wil wegdrijven van Christus. Geloven is niet alleen iets van ons hoofd of iets van alleen de zondag. Geloven is een manier van leven. Om in een wereld die vol is van verleidingen te strijden tegen die verleidingen. Daarbij moeten we niet alleen naar anderen kijken. We moeten onszelf niet vergeten: Houd uzelf in het oog. Want niemand van ons is een supergelovige. Dat kunnen we als troost zeggen. Maar ook als excuus , waarbij we aan verleidingen meer toegeven dan goed voor ons is. Om te voorkomen dat we toch meedoen met die verleidingen, die niet alleen ongezond zijn voor ons geloof, maar ook voor ons dagelijks bestaan. Want ruzie, jaloezie, egoïsme, onenigheid – zomaar wat minder geestelijke verleidingen die Paulus opsomt naast afgoderij en andere geestelijke verleidingen – zijn voor niemand goed. Daarom: Houd uzelf in het oog. Om dicht bij Christus te blijven.

Meditatie voor Hervormd Oldebroek  (plaatselijk kerkblad)