Vergeven

Vergeven

Als we met elkaar nadenken over de betekenis en de mogelijkheid van vergeving doen we dat omdat de Heere Jezus ons opdraagt om elkaar te vergeven.

Op verschillende plaatsen in Zijn onderwijs komen wij de opdracht ook tegen om elkaar te vergeven. In de gelijkenis van de onbarmhartige knecht bijvoorbeeld. De Heere Jezus vertelt deze gelijkenis als antwoord op een vraag van Petrus: ‘Heere hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?’ (Mattheüs 18:21) Dan zegt de Heere Jezus: ‘Ik zeg u: niet to zevenmaal, maar tot zeventig maal zevenmaal.’
Een ander voorbeeld uit het onderwijs van de Heere Jezus is het gebed dat Hij ons heeft geleerd. In het Onze Vader bidden wij: Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Elke keer als wij het Onze Vader bidden, geven wij aan de Heere aan
dat ook wij vergeven, die ons iets schuldig zijn.
Die gelijkenis en die bede uit het Onze Vader kunnen bij ons 3 reacties oproepen:
(1) Vergeven is voor een theoretische mogelijkheid. We weten dat we zouden moeten vergeven, maar we weten niet wie ons iets aangedaan heeft. We zijn ons ook niet bewust dat wij een ander iets hebben aangedaan.
(2) We weten dat een ander ons iets heeft aangedaan.  Wij worden opgeroepen om deze ander te vergeven.
(3) De rollen kunnen ook omgedraaid zijn. Niet een ander heeft ons iets aangedaan, maar wij hebben iemand anders iets aangedaan. Wij zijn afhankelijk van de vergeving die een ander aan ons wil schenken.

In onze maatschappij
Vergeving komt niet alleen in de Bijbel voor.  Ook in de wereld om ons heen kan over vergeving nagedacht worden. Vergeving is bijvoorbeeld een heel belangrijk begrip in de hulpverlening. Wanneer in de hulpverlening nagedacht wordt over vergeving
heeft dat tot doel om een relatie tussen twee personen, die beschadigd is geraakt of zelfs verbroken, te herstellen.
Wordt in beide gevallen hetzelfde bedoeld? Als er in de Bijbel gesproken wordt over vergeving, is dan hetzelfde als de hulpverlener zegt dat het beter is als u vergeeft?
Dat hoeft niet direct zo te zijn. Het verwarrende is dat beide soorten vergeving ook door elkaar heen gebruikt kunnen worden, maar dat er ook over en weer geleerd kan worden.
Naast het spreken van de hulpverlening over vergeving kunnen gebeurtenissen in onze maatschappij ons nadenken over vergeving inkleuren en beïnvloeden.
Ik geef twee voorbeelden:
(1) Enkele weken geleden kwam naar buiten dat Michele Martin de mogelijkheid kreeg om uit de gevangenis te komen, op voorwaarde dat zij opgenomen werd in een klooster. Michele Martin is de vrouw van Marc Dutroux, de man die verscheidene Belgische meisjes in zijn kelder gevangen hield, misbruikte en soms ook liet sterven. Martin was veroordeeld wegens medeplichtigheid. Een vrouwenklooster was bereid om haar voor de rest van haar leven op te nemen in haar gemeenschap. Een voorstel van vergevingsgezindheid dat veel verzet in de Belgische maatschappij opriep. Was het voorstel van dit Belgische vrouwenklooster een grootmoedige daad, die in lijn ligt met de opdracht van de Heere Jezus om te vergeven?
(2) Het omgekeerde kan ook. Ook wanneer iemand niet in staat is om te vergeven kan dat verontwaardiging oproepen. ‘Heeft zij dit nog steeds niet vergeven? Draagt zij dit hem nog steeds na?’

Nadenken over vergeving kan dus verwarrend zijn. Als wij met elkaar nadenken over vergeving gaat om de vraag: Wat bedoelde de Heere Jezus toen Hij de opdracht gaf dat wij elkaar moeten vergeven?

Schuld en zonde
Als we ons richten op wat de Heere Jezus bedoelde met vergeving, zullen wij het woord vergeving moeten aanvullen. De Heere Jezus sprak over: vergeving van schuld of vergeving van zonde.
Aan het begin van de lezing haalde ik de gelijkenis van de onbarmhartige knecht aan en de bede van het Onze Vader. In het Onze Vader bidden wij: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.’ Petrus komt naar de Heere Jezus toe met de vraag: als mijn broeder tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik hem dan vergeven?
Dat is van groot belang in bij ons nadenken over vergeving. De woorden schuld en zonde geven namelijk aan, dat vergeving niet alleen iets is tussen mensen onderling. Vergeving raakt ook onze verhouding met God. Wanneer wij vergeven, is daarmee ook de relatie met God in het geding. Dat komt alles wat er tussen mensen gebeurt ook de verhouding met God raakt. Heel ons leven speelt af voor Gods aangezicht. En God is niet alleen mijn God, maar ook de Schepper van de ander. Ieder mens is beeld van God. Niet alleen ik ben dat, maar ook u
en ook degene met wie het niet goed klikt is een beeld van God. Wanneer ik bijvoorbeeld mijn zus schade berokken door een naar bericht over haar de wereld in te helpen, beschadig ik niet alleen haar als persoon, maar ook haar als beeld van God. Ik zondig niet alleen tegen mijn zus, maar ook tegen (haar) God.

Gods bevoegdheid
Wij zijn door het Nieuwe Testament en door de boodschap van de Heere Jezus eraan gewend geraakt, dat wij kunnen vergeven. Toch is de mogelijkheid dat wij als mensen kunnen vergeven een unieke mogelijkheid die door de Heere Jezus aan ons wordt geschonken.
Denk maar aan die gebeurtenis met de verlamde man, die door zijn vrienden door het dak wordt gelaten. (Marcus 2) De man komt voor de voeten van de Heere Jezus terecht en dan zegt de Heere Jezus als eerste tegen hem: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
Deze uitspraak van de Heere Jezus roept verontwaardiging bij enkele van de aanwezige Schriftgeleerden. Zij zijn van mening dat de Heere Jezus dat helemaal niet kan zeggen. Ze vinden het godslastering dat de Heere Jezus durft te spreken over vergeving van zonden. Daar heeft Hij helemaal niet de bevoegdheid voor. Alleen God kan de zonde vergeven.
Wanneer de Heere Jezus ons voorhoudt dat wij onze broeder of zuster moeten vergeven, geeft Hij aan ons een taak die normaal gesproken alleen voorbehouden is aan God Zelf. Alleen God Zelf heeft de volmacht om de schuld die Hem is aangedaan te vergeven.
Dat geldt niet alleen voor de zonden die wij Hem aandoen, maar ook de zonden die wij een ander aandoen. Een van de vragen die mij van tevoren is gegeven, was: moeten we altijd vergeven? Het eerste antwoord op deze vraag: Eigenlijk komt het ons niet toe om te vergeven. Dat is een zaak die God aangaat.

Koninkrijk van God
Toch spreekt de Heere Jezus over de mogelijkheid om elkaar te geven. Het is zelfs een opdracht om elkaar te vergeven. Waarom geeft de Heere Jezus aan Zijn discipelen – en aan Zijn kerk – de opdracht om te vergeven? De opdracht om te vergeven heeft te maken met Zijn boodschap over het Koninkrijk der hemelen. We hebben met elkaar een gedeelte gelezen uit Mattheüs 18.
Het gedeelte gaat over wat we moeten doen als een broeder zondigt. Aan het begin van het hoofdstuk spreekt de Heere Jezus over het Koninkrijk der hemelen. De Heere Jezus is naar de aarde gekomen om het Koninkrijk der hemelen te brengen. Om dat Koninkrijk dichterbij te brengen is Hij gestorven. Door te sterven aan het kruis biedt de Heere Jezus aan zondaren de mogelijkheid om dat Koninkrijk der hemelen binnen te gaan. Als de Heere Jezus Zijn discipelen opdraagt om te vergeven heeft dat te maken met het Koninkrijk der hemelen. De Heere Jezus geeft de volmacht om zonden te vergeven, zodat die zonden en schuld naar elkaar toe geen belemmering meer is om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan.
Wij worden opgedragen om elkaar te vergeven – met als doel dat er ook voor de ander die tegen ons gezondigd heeft redding van verlorenheid mogelijk is. Voordat de Heere Jezus spreekt over de kerkelijke tucht komt de gelijkenis van het verloren schaap aan bod.
In het Mattheüsevangelie eindigt deze gelijkenis met de woorden van de Heere Jezus: Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemel is, dat een van deze kleinen verloren gaat. De opdracht om te vergeven is dus de opdracht om alles wat in onze macht ligt te doen om de ander, die tegen ons gezondigd heeft, te redden van de eeuwige verlorenheid.
Iemand die tegen ons gezondigd heeft, die ons gekwetst of beschadigd heeft of zelfs misbruikt, heeft iets met ons gemeenschappelijk: wij hebben geen recht om dat Koninkrijk binnen te gaan. De toegang wordt ons geschonken door de genade van de Heere Jezus. Het bijzondere van die genade is, dat wij daardoor ook veranderd worden. Net als de hemelse Vader willen wij niet dat de ander verloren gaat.

God doet recht
Vergeven is echter niet hetzelfde als vergeten. Vergeven is niet hetzelfde als met de mantel der liefde bedekken.  In het gedeelte over de kerkelijke tucht staat: ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen. Het woord dat hier gebruikt wordt met terechtwijzen (de ‘oude’ StatenVertaling heeft ‘bestraffen’) heeft de betekenis van ‘iemand overtuigen van zijn of haar schuld’.
De Heere Jezus zegt hier: ga naar iemand toe en zeg hem dat hij door de zonde die hij jou heeft aangedaan niet voor God kan komen.  Degene die gezondigd heeft, moet tot inkeer komen. Iemand die op deze manier naar zijn broeder of zuster toe stapt, is als een gezant van God om de ander op te roepen tot bekering. Zoals de profeet Nathan koning David bestrafte omdat hij zich vergrepen had aan Uria en aan Bathseba.
Een rode draad in het evangelie van Mattheüs is het laatste oordeel. Aan het einde van de tijden zal de Heere Jezus terugkomen als rechter. Iedereen zal rekenschap afleggen voor de Heere voor alles wat hij of zij in het leven heeft gedaan. En dan zal de Heere rechtspreken.
In datzelfde evangelie zegt de Heere Jezus ook, dat God in het verborgene ziet. God kent de harten, de intenties die voor ons verborgen zijn. De Vader in de hemel ziet de zonden in het verborgene.
Als ik mijn zus kwaad berokken zonder dat zij er erg in heeft, ziet God dat. Alle wonden, alle beschadigingen die zijn aangericht zullen dan aan het licht komen. Ons levensboek gaat open.
Wat een ander ons heeft aangedaan, komt aan het licht. Wat wij een ander hebben aangedaan, komt ook aan het licht.
Dat is een spannend gegeven. Veel misbruik, veel beschadigingen en zonden gebeuren immers in het verborgene, zonder dat iemand er weet van heeft. Maar God ziet het wel. Al grijpt Hij nu niet in, in het laatste oordeel komt Hij er wel op terug. God is een God die recht doet aan eenieder – zowel aan de slachtoffer als aan de dader.

Altijd vergeven?
Moeten wij altijd vergeven? Wanneer wij zouden zeggen dat iemand onder alle omstandigheden zou moeten vergeven, halen wij het evangelie onderuit. Vergeving is geen vanzelfsprekendheid, maar een genadig geschenk – de kracht van de Heilige Geest die aan een slachtoffer gegeven wordt.
Zoals wij niet automatisch vergeving krijgen van God wanneer wij er om vragen, zo krijgt een dader niet automatisch vergeving van een slachtoffer.
Wanneer wij zeggen dat wij onder alle omstandigheden moeten vergeven veranderen wij de genade die de Heere geeft aan een slachtoffer om te kunnen vergeven in een menselijke prestatie (waarmee wij onze zaligheid zouden verdienen of waarmee wij onze zaligheid in de weg zouden staan).[1]  
Dat is gevaarlijk, want daarmee zeggen we tegen een slachtoffer: als jij niet kunt vergeven, sta je in schuld bij God. Als we zeggen: “Je moet onder alle omstandigheden vergeven”, praten we een slachtoffer een schuld en een schuldgevoel aan.[2] Iemand is al beschadigd en krijgt ook nog eens de last erbij van het-niet-kunnen-vergeven. Het kan zijn dat iemand zo beschadigd is, dat hij of zij niet kan vergeven. Wie misbruikt is of thuis nooit liefde ontvangen heeft, heeft daar levenslang de last ervan te dragen. Wanneer ik kijk naar het optreden van de Heere Jezus, denk ik dat Hij er begrip voor heeft als iemand niet kan vergeven.
De opdracht om te vergeven raakt wel onze trots en zelfbehoud. Wanneer wij ons te goed voelen om de ander te vergeven, ons meer voelen dan degene die tegen ons gezondigd heeft, zondigen wij zelf. In dat geval vraagt de Heere Jezus van ons om onszelf te verloochenen. Het klassieke avondmaalsformulier kan ons hier verder helpen. In het avondmaalsformulier wordt gezegd
dat wij door de Heilige Geest een nieuw leven ontvangen. Wanneer wij wat beschreven wordt in het avondmaalsformulier toepassen op vergeven, gaat het erom dat wij de intentie hebben,
het voornemen om een ander te vergeven. Als christelijke gemeente moeten we er begrip voor hebben dat iemand wel de intentie heeft om te vergeven, maar door de beschadigingen niet in staat is om te vergeven.

Wraakpsalmen
Vergeving heeft te maken met wat anderen ons aandoen of wij anderen aandoen. Vaak wordt over vergeving nagedacht. Wat is echter niet de enige lijn, die in de Bijbel naar voren komt als het gaat om slachtoffers en daders.
Er is nog een andere lijn – en dat is in het kader van vergeving wellicht een verrassend inzicht – namelijk: de wraak van God.

O God, breek hun tanden in hun mond,
breek de hoektanden van de jonge leeuwen stuk, Heere
. (Psalm 58:7)

Soms kan het gebeuren dat iemand in je leven huishoudt, zoals een leeuw zijn prooi verscheurt. Is dat niet zo als iemand je misbruikt, dat hij je dan als een leeuw verscheurt?
Is dat niet zo als iemand je stalkt of voortdurend allerlei laster over je rondstrooit waartegen je weerloos bent?
Heeft de Heere Jezus met Zijn opdracht om te vergeven de wraakpsalmen niet buiten spel gezet? Nee. Met een wraakpsalm grijpen wij niet zelf naar de wraak. Wij zijn niet als Lamech die zichzelf wreekt – zelfs zevenvoudig. Maar wij leggen de wraak in Gods hand. Als wij onszelf zouden moeten wreken, zouden wij wellicht meer kapotmaken dan een ander bij ons kapot gemaakt heeft. Door de vragen of God ons wil wreken, leggen wij onze zaak in handen van de rechtvaardige God,  die rechtspreekt over ons en de ander.
De profeet Zacharia moet namens de Heere zeggen: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden. Deze tekst komt terug in Romeinen 12: Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe. Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
Manfred Josuttis vertelt bij deze tekst een verhaal dat hij hoorde van iemand van een telefonische hulpdienst. Deze vrijwilligster had een kerkelijke opvoeding gehad, maar had er mee gebroken. Op een avond kreeg zij een telefoontje van een vrouw, die op het punt stond haar man en zijn minnares te vermoorden. De vrijwilligster van de telefonische hulpdienst wist eerst niets te zeggen, maar zei (tot haar eigen verbazing) de tekst uit Zacharia tegen deze vrouw: ‘Mij komt de wraak toe. Ik zal het vergelden, spreekt de Heere.’ Aan de andere kant klonk een zucht van verlichting. De vrouw die zei dankbaar: ‘Dit is wat ik nodig heb. Bedankt!’

Niet willen inzien
Nu maakt het heel erg uit welk perspectief wij kiezen. Bij vergeving gaat vaak de aandacht uit naar het slachtoffer die moet of zou moeten vergeven. Wij zijn lang niet altijd slachtoffer. Soms kunnen wij ook dader zijn. Of slachtoffer én dader. Patronen van misbruik en verwaarlozing kunnen soms ook weer aan kinderen doorgegeven worden. Of dader kan zelf slachtoffer geweest zijn.
Het kan ook zijn dat een dader zich in een slachtofferrol plaatst. Een dader van seksueel misbruik kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Dat meisje heeft mij in de verleiding gebracht.’ Een dader kan zo de schuld van zich afschuiven door niet verantwoordelijk te willen zijn voor zijn daad. Een dader kan zelfs misbruik maken van vrome taal of kerkpolitieke discussies om zijn eigen gelijk te bewijzen of een slachtoffer in zijn of haar greep te houden. De Heere Jezus zegt dat iemand terechtgewezen of bestraft moet worden. Met andere woorden: iemand blijft verantwoordelijk voor de daden die hij of zij doet.
Het schrijnende bij seksueel misbruik is dat een dader vaak niet wil inzien wat er verkeerd is aan zijn vergrijp. Zolang een dader niet inzien welke daad hij verricht heeft, welke psychische en lichamelijke schade hij heeft aangericht, welke levenslange ballast hij een ander heeft opgelegd, lijkt mij dat er van vergeving geen sprake kan zijn.
Het enige wat een slachtoffer kan doen is zijn of haar zaak in handen van God leggen, die rechtvaardig zal oordelen.

En als wij vergeving nodig hebben?
Niet iedereen zal te maken hebben met zulke schrijnende situaties van misbruik. Voor de meesten zal vergeving te maken hebben met de contacten met familie, buren, collega’s. We moeten ons dan voor waken te gemakkelijk in de slachtofferrol te kruipen. Hoe gemakkelijk is het niet om een ander te beschadigen?
Daarom is de vraag niet alleen: kunnen wij een ander vergeven? Maar ook: wat betekent het om te leven van de vergeving die een ander ons schenkt? Wat als wij vergeving moeten ontvangen voor wat wij een ander hebben aangedaan? Zondigen tegen een ander is niet iets dat ons overkomt, maar een daad waar wij verantwoordelijk voor zijn en gehouden zullen worden. (Kenmerk van de zondaar, dat hij dat wellicht niet waar wil hebben…)
In het Dienstboek (1998) staan enkele gebeden van toenadering en schuldbelijdenis, die voor de eredienst bedoeld zijn:

Zie ons aan zoals wij zijn: vol van onszelf
met de last van het verleden op onze schouders
Vergeef ons Heer….

Voor U belijden wij, almachtige God,
voor heel uw kerk en voor elkaar
belijden wij dat wij gezondigd hebben
in gedachte, woord en daad,
(naar een ander toe)
in het kwade dat wij gedaan hebben
in het goede dat wij hebben nagelaten
(naar een ander toe)
Vergeef ons Heer…

Wie kan onze schuld afnemen die wij naar elkaar hebben? Als we naar elkaar toe tekortgeschoten zijn of tegen elkaar gezondigd hebben? Laten wij ons aanspreken op wat wij een ander hebben aangedaan? Wat als wij afhankelijk zijn van de vergeving van onze dochter, onze buurvrouw, onze vriendin, onze collega, onze vijand? Ik laat het maar als vraag staan…

[Tot slot: Het einde van de lezing laat zien, dat de onderlinge vergeving niet kan zonder het zoeken van Gods wil in gebed. Vergeven gaat ook samen met het gebed om de Heilige Geest: wilt U mij leren om Christus na te volgen. Wilt U in mij komen om mij op deze weg te helpen. En gebed om Gods ontferming: Heere, ontferm U over iedereen die slachtoffer is en beschadigd is en breng daders tot inkeer.]

Lezing voor de regionale vrouwenverenigingen Noord-Oost-Veluwe

 


[1] In theologisch taalgebruik: het evangelie om elkaar te vergeven wordt veranderd in een wet om elkaar te vergeven. Het veranderen van evangelie in wet verandert het karakter van het evangelie (namelijk als genadig geschenk) in een moralistische boodschap. Deze moralistische boodschap staat juist haaks op wat het evangelie inhoudt. De opdracht om te vergeven gaat samen met het geschenk van de Heilige Geest (die de Geest van Christus is) om te kunnen vergeven. Wanneer het evangelie in een wet veranderd wordt, vergeet men dat de Heilige Geest geschonken wordt.

[2] Deze opmerking riep discussie op. Zegt de Heere Jezus niet dat wij 70 x 7 moeten vergeven? Ik wil van deze opdracht ook niets afdoen. Deze opdracht blijft gelden bij familieconflicten, kerkscheuringen, burenruzies. Wat ik wilde aangeven, is: sommige mensen kunnen door het misbruik dat hen is aangedaan niet meer vergeven. Hun wil is daarvoor te sterk beschadigd.

Voor God gemakkelijk

Middelbare scholier in een gesprek over het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw (Johannes 8): voor God is het gemakkelijk om te zeggen dat wij moeten vergeven. Hij is slechts toeschouwer. Wij hier op aarde leven tussen de moordenaars en criminelen. Zij kunnen hetzelfde weer doen. Voor ons is vergeven moeilijker omdat wij het risico hebben zelf het slachtoffer te worden.
(Uit het boek over #jongerentheologie)