Preek zondagavond 2015

Preek zondagavond 2015
Efeze 1:1-14

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Amerikaanse hoogleraar Eugene H. Peterson, van wie ik momenteel veel lees en veel leer,
heeft een boek over de brief van Paulus geschreven met als titel: Practice resurrection.
Leven uit de opstanding van Christus – de opstanding van Christus in praktijk brengen.
De ondertitel van het boek is net zo belangrijk als de titel”
An conversation on growing up in Christ – een gesprek over groeien in Christus,
een gesprek over in Christus volwassen worden in het geloof.

Dat is ook wat ik als uw predikant met u als gemeente wil doen:
een gesprek met u, vanuit deze brief van Paulus aan de Efeze,
over het in Christus volwassen worden in het geloof, over het groeien in Christus.
Niet vanuit de hoogte, alsof ik wel even weet hoe dat gaat,
maar soms wel een indringend gesprek,
waarbij we elkaar in de ogen kijken, met elkaar meedenken,
elkaar helpen te luisteren naar Christus, de opgestane Heer
die in ons wil wonen en werken.
De brief zelf zet ook in op een gesprek,
en dan niet zozeer van Paulus met de gemeente,
maar door de woorden heen die Paulus schrijft,
klinkt de stem van onze opgestane Heer en Heiland.
Paulus is maar een apostel, de brenger van de boodschap,
Het gaat er niet om wat Paulus vindt, het is niet het gezag dat Paulus uit zichzelf heeft.
Paulus is maar een boodschappenjongen,
hij speelt wel een rol in Gods plan om het evangelie over de wereld te mogen brengen,
om gemeenten te stichten en gemeenten te begeleiden in het groeien in Christus,
maar het gaat hier niet om Paulus, maar om God zelf
die in de woorden van Paulus bij de gemeente van Efeze kwamen
en de woorden van God die bij ons hier in ‘t Loo en in Oldebroek komen.
We kunnen het opschrift van deze brief ook veranderen in:
Aan de Oldebroekers en aan de Loosen
Paulus, die door Gods wil de stem van Jezus doet klinken,
die door zijn brief zich mag richten aan de heiligen en gelovigen in Jezus Christus
die er in Oldebroek en in ‘t Loo zijn.
Huh? Heiligen die er in ‘t Loo en in Oldebroek zijn?
Dat er mensen zijn die in Jezus Christus geloven, dat weten we:
kerken genoeg in Oldebroek, waarmee we samen, hoe verschillend we ook zijn,
het lichaam van Christus vormen.
Maar heilig? Kunnen we dat zomaar van onszelf zeggen?
Is dat niet teveel eer voor ons? Zijn wij wel zo heilig?
Nee, het gaat niet om wat wij voor elkaar hebben gekregen
en dat wij toch best een heel eind op weg zijn om goede mensen te worden.
Het gaat er niet om, dat we onszelf maar eens een flink compliment geven
en tegen elkaar zeggen: We doen het heel goed, beter dan de rest.
We stijgen boven hen uit.
Als we aangesproken worden met heiligen moeten we niet naar onszelf kijken.
Want heilig zijn we niet in onszelf, maar heilig zijn we door wat God doet.
Heilig heeft hier de betekenis van: toegewijd en klaargemaakt om God te kunnen dienen.
Heilig zijn we, net zoals het volk Israël een heilig volk is.
Net zo zondig als wij, met net zoveel moeite om Gods wil in praktijk te brengen als wij
en toch heilig, bijzonder, omdat God dit volk apart zette
en tegen Israël zei: Jullie zijn Mijn volk en je bent hier op aarde om Mij te dienen.
Als we aangesproken worden als heiligen, in dat ene woordje,
wordt heel het werk van God aan ons samengevat:
God die Zijn Zoon naar de aarde stuurt en de Zoon van God die sterft aan het kruis
en opstaat uit de dood – dat maakt ons heilig.
Dat we heilig genoemd kunnen worden, hebben we niet aan onszelf te danken,
is geen verdienste die we op onze eigen conto kunnen schrijven,
maar dat is wat God met ons doet: Hij maakt ons heilig.
Dat wil zeggen: hier op ‘t Loo en in Oldebroek zoekt Hij mensen uit
om hen apart te nemen en tegen hen te zeggen: Je bent van Mij.
Je bent nu niet allereerst meer Oldebroeker of Loose, maar je bent er nu een van Christus.
Gelovigen in Christus, daarmee bedoelt Paulus niet dat wij geloven in Christus,
maar dat we als gelovigen zijn in Christus.
Christus is het gebied, de locatie waarin we ons bevinden.

De Herziene Statenvertaling maakt het wat onduidelijk, het gaat om heiligen die in Efeze zijn
en in Christus Jezus zijn – heiligen die in Oldebroek en ‘t Loo zijn en in Christus.
Daar zit een dubbelheid in – en die dubbelheid is kenmerkend voor een gelovige.
We zijn hier op deze aarde – wonen hier, hebben hier onze relaties, ons werk, ons leven,
maar terwijl we hier zijn, zijn we ook al in Christus, zijn we niet alleen van Hem,
maar ook in Hem.
We zijn burger in twee werelden: dit dorp hier op aarde, maar tegelijkertijd burger van het hemels Jeruzalem. Wel op in deze wereld, maar niet van de wereld,
we zijn van Jezus Christus en daarom zijn we ook in Hem.
Heel deze brief is een gesprek van God met Zijn gemeente om het vol te houden
om hier op aarde van en in Christus te zijn.
Want dat is zo eenvoudig nog niet.
Het Oldebroekse, het Loose blijft aan ons trekken.
En al kunnen we zeggen dat het hier in deze omgeving nog behoorlijk christelijk is
en dat de spanning in een stad als Zwolle of Amsterdam veel sterker wordt ervaren,
ook voor ons hier is er die spanning tussen die beide werelden:
het aardse dat aan ons trekt, dat nog zo in ons werkt
ons doen en laten wil bepalen, ons leven wil laten gehoorzamen,
en aan de andere kant, de Heilige Geest – die Geest van Christus, de opgestane Heer,
die in ons werkt, en dat aardse, dat Oldebroekse, Loose steeds meer uit ons wil hebben.
Groeien in Christus betekent: steeds meer het aardse verliezen,
steeds minder Oldebroeker worden en steeds meer van Christus worden,
steeds minder een Loos karakter, maar gevormd door de Heilige Geest met Christus in ons hart.
Alleen dan worden we volwassen
en alleen dan, met Christus in ons hart en als we door Hem gevormd worden,
kunnen we hier wonen.

Want hebben onze woonplaats op aarde niet voor niets.
U bent niet voor niets hier in Oldebroek of ‘t Loo woonachtig.
Dat is niet toevallig.
als gelovigen hebben we een hemels paspoort,
maar ook een aards paspoort.
We leven hier op aarde en dat is niet zomaar.
Paulus zegt tegen de gemeente in Efeze niet dat zij uit Efeze moeten wegtrekken
omdat de stad zo goddeloos is.
Christus zegt niet tegen ons, dat we ons moeten afzonderen van de gemeenschap hier,
maar juist hier, op deze plaats zijn we van Christus,
bent u als gemeente een heilige gemeenschap.
Dat wij Hervormde Gemeente Oldebroek – ‘t Loo heten,  is niet alleen een plaatsaanduiding,
geeft niet alleen aan dat wij onze mensen en onze gebouwen in deze twee dorpskernen hebben,
maar dat we hier op deze plaats door God zijn uitgekozen om aan God gewijd zijn.
Wij zijn net als Israël.
Israël kreeg een bijzonder stuk op aarde toegewezen: het Beloofde Land.
Als kerk vervangen we Israël niet.
Dat kan niet, want God heeft met Israël een eeuwig verbond opgericht
en daarom is het goed dat er komende week aandacht is voor Israël,
voor de rol van Israël in deze tijd die de eindtijd is.
Er is wel een overeenkomst: zoals God in Israël werkt, zo werkt Hij ook in de kerk:
er is een gemeenschap van mensen, die door God zijn uitgekozen
om Hem te dienen op een bepaalde plaats.
Israël had God niet uitgekozen, maar God koos dit volk.
En wij hebben God niet uitgekozen, maar Hij koos ons.
Dat we geloven, dat we in Christus zijn,
dat we een dubbel paspoort hebben, een aards en een hemels,
dat hebben we er niet aan te danken omdat wij gelovig zijn.
Net zo min als dat wij ervoor gezorgd hebben dat we heilig zijn,
is geloven is dat bij ons vandaan komt.
Het komt bij God vandaan. Hij maakt ons heilig, Hij zorgt ervoor dat we in Christus zijn
en dat we in Jezus geloven en vertrouwen hebben in onze Heiland.
Dat hebben we allemaal niet aan onszelf te danken.
Dat is allemaal Gods keuze. Zijn keuze om Israël als Zijn volk te kiezen,
en hier in Oldebroek en ‘t Loo u en jou te kiezen.
Uitverkiezing.
En als we dat woord horen, dan kunnen we terugschrikken,
want dat kan voor ons gevoel iets oneerlijks krijgen, iets willekeurigs:
God kiest de één wel en de ander niet.
Als Hij voor een bepaalde groep kiest, betekent dat ook dat Hij andere groepen links laat liggen.
Als we zo denken, zitten we op het verkeerde spoor.
We kunnen het vergelijken met een bruiloft.
Als er iemand trouwt – ik kreeg deze week een trouwkaart en in de komende maanden
is er in onze gemeente een aantal trouwerijen –
dan denken we toch nooit: waarom kiest deze bruidegom nou voor deze bruid.
Hij had toch ook een ander kunnen kiezen?
Het is toch willekeurig dat hij voor dit meisje, voor deze vrouw kiest?
Stel je voor, dat je bij de ingang van het stadhuis kabaal gaat maken
en dat je hier je beklag over doet en roept: de keuze die je maakt is zo oneerlijk, zo willekeurig.
Het gaat in Gods keuze, in Zijn uitverkiezing, om liefde,
liefde die ons opzoekt, Hij kan het niet over Zijn hart verkrijgen om ons te laten gaan.
Daarom kan Paulus er ook zo opgetogen over zijn.
Dat we die dubbele paspoorten hebben, dat is niet zomaar,
dat zegt alles over God en over Zijn hart, Zijn liefde voor ons.
Zie, hoe Zijn hart brandt van liefde voor ons.
En het is ook geen bevlieging van God.
Het is niet, zoals dat bij ons mensen zo kan zijn,
dat je spijt krijgt van je huwelijk, omdat het niet loopt,
omdat degene die je gekozen hebt, toch een ander blijkt te zijn
of niet voldoet aan je maatstaven.
Nee, als God kiest, dan komt Hij er niet op terug.
Dat is het tweede wat bij uitverkiezing komt kijken: eerst liefde, maar ook in de tweede plaats
een keuze waar God niet op terugkomt.
Kijk maar in vers 4: een keuze die Hij al maakte, voordat Hij de wereld schiep.
Dus nog voordat u ging geloven, voordat u geboren werd zelfs,
voordat deze wereld door Hem in het aanzijn werd geroepen, werd geschapen,
voordat alles hier op aarde begon, toen koos Hij al uit.
Daar begint reeds onze groei: voor ons bestaan, voor het bestaan de wereld, in Zijn keuze.

In al die lange tijd dat de wereld bestaat, is Hij niet op die keuze teruggekomen.
Sterker nog: Hij heeft Zijn keuze waargemaakt en uitgevoerd.
Dat we een kerk zijn, is een teken van Gods liefde en trouw.
Als we afvragen waar God is en wat Hij doet,
kunnen we naar de kerk kijken, naar ons gebouw, naar onze samenkomsten,
naar de gelovigen die vanavond uit de kerk hun plaats weer innemen in hun gezin
en morgen op hun werk en in de straat waar je woont.
God heeft u gekozen. En niet alleen u, maar een hele gemeenschap om u heen.
Want alleen red u het niet.
Alleen red u het niet in de strijd tussen het aardse en het hemelse,
tussen het Oldebroekse en wat van Christus is,
tussen ‘t Loose en de Geest, tussen het Nederlandse en wat van het Koninkrijk van God komt.
In die strijd verliezen we als we het alleen moeten doen.
Maar niet alleen vanwege die strijd,
er is nog een reden: God is te groot voor ons
om Hem in ons eentje te kunnen doorgronden.
We hebben elkaar nodig om Gods grootheid en glorie te kunnen zien en ervaren.
Wie door Christus gewonnen is, krijgt er een hele familie bij: broers en zussen.
Geloven is geen privé-onderneming.
Want de Heere is niet mijn privégodje en Christus niet mijn eigen persoonlijke redder
waar anderen niets mee te maken hebben, die alleen maar van mij alleen is.
In het geloof is er geen ik-alleen, geen ego-tripperij,
maar een ons, een wij, een gemeenschap.
Een gemeenschap niet alleen met mensen, maar ook een gemeenschap met God,
door Jezus Christus.
Er is een band, een relatie, een band die niet verbroken kan worden.
Niet meer – omdat Jezus stierf en opstond
en omdat we in Hem leven.

Omdat we in Hem leven – als ik het zo opschrijf en zo zeg,
dan aarzel ik altijd, want ik weet dat ik daar commentaar op kan krijgen,
want het klinkt wel makkelijk alsof iedereen tot die gemeenschap behoort.
Je moet daar toch wel een keuze voor maken?
God maakt die keuze en wij kunnen dat alleen ontvangen en beamen.
Hij bepaalt wie er tot die gemeenschap behoort
en Hij gebruikt ons om anderen tot die gemeenschap te brengen.
Daarom zijn we een gemeenschap hier in Oldebroek en ‘t Loo.
Maar we zijn niet van hier.
Onze bestemming ligt elders: in het hemels Jeruzalem.
Oldebroek en ‘t Loo – is maar een tussenstation op de reis naar die eindbestemming.
De hele brief wordt gestempeld door de verwondering
dat God ons daar wil hebben: bij Hem in het hemels Jeruzalem,
daar waar onze Heer nu reeds is.
Hier op aarde laat Hij ons al delen in Hem.
Paulus kan zijn geluk niet op.
Kijk maar in vers 3 – dat is de basis voor die hele lange zin, de beruchte zin,
die helemaal doorloopt tot in vers 14,
een van de langste zinnen die er bestaat in het Grieks uit die tijd.
Het is een lofprijzing van een hart dat overstroomt,
er maar niet genoeg van God kan krijgen
er nog steeds niet bij kan, dat God ons mensen heeft uitgekozen in Zijn liefde.
En dat God ons niet alleen heeft uitgekozen, maar ons alles geeft
wat we nodig hebben om het hier op het tussenstation uit te houden
en op het eindstation aan te komen.
Geprezen zij God voor alle zegeningen die we van Zijn kant ontvangen,
Hij geeft alles wat Hij heeft, Hij geeft zichzelf.
Er is een band met God, door God gelegd
en vanuit God stroomt ons alles toe wat wij hier op aarde nodig hebben:
genade, vreugde, kracht om vol te houden, wijsheid om de weg te gaan,
mensen om ons heen, noem maar op.
En het komt allemaal vanuit Christus die voor ons stierf en opstond uit de dood.
We zijn er nog niet, maar we kijken wel uit naar het moment om bij Hem te zijn.
Daar zullen wij onze Heer ontmoeten.
En hier op aarde, waar we nu nog zijn, terwijl we uitkijken, naar omhoog
waar Hij is, onze God, onze Heer.
zijn we al vol van Hem en kunnen we niet wachten.
Geprezen zij de Heer voor alles wat Hij geeft!
Amen

Preek 19 mei 2013 Eerste Pinksterdag en belijdenisdienst

Preek 19 mei 2013 Eerste Pinksterdag en belijdenisdienst
Efeze 1:3-14
tekst: vers 4: omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
Vandaag is het zover. Voor het oog van alle mensen hier in de kerk zul je straks opstaan, je ja-woord geven en knielen. Een belangrijk moment in je leven. Zulke belangrijke momenten in het leven zijn vaak ook spannend om mee te maken. Je leeft er naar toe en je kijkt er naar uit en toch die spanning.
Ik zie dat ook vaak bij trouwdiensten. Van tevoren zeggen aanstaande bruidsparen dat de kerkdienst voor hen het belangrijkste moment van de dag is. Als ik hen dan tijdens de dienst aankijk, zijn ze vaak zo gespannen, dat ik mij wel eens afvraag of bruidegom en bruid er nog wel iets van opvangen. Die gespannenheid komt natuurlijk ook, omdat het een belangrijk moment gaat: het ontvangen van de zegen, de belofte van trouw aan elkaar.
Vandaag is er weer een belangrijke dag in jullie leven. Het is niet niets om je ja-woord tegen God uit te spreken en dat ook nog eens voor in de kerk. Jullie wijden je vanmorgen toe aan de Heere. Je zegt – met ons allemaal als getuige: ik wil niet meer zonder de Heere leven. Deze dag is niet alleen voor jullie bijzonder, maar ook voor ons als gemeente. Ik merk het bij verschillende gemeenteleden gemerkt, dat zij uitkeken naar deze zondag, omdat jullie belijdenis doen. Wij zijn nu getuige en het bemoedigt ons weer. Degenen die nog geen belijdenis gedaan hebben, worden vanmorgen weer aan het denken gezet: waarom doe ik geen belijdenis? Het zal ook voor jullie ouders een bijzonder moment zijn: jullie hebben allemaal de doop ontvangen. Dat hebben jullie ouders niet zomaar gedaan. Daar spreekt toch de hoop uit dat jullie eens vanuit het geloof zouden leven. Ik kan me voorstellen dat het voor u als ouders ook een ontroerend moment is, nu je kind zich toewijdt aan de Heere. Vanaf deze plaats wil ik u dan ook van harte feliciteren met deze zegen in uw leven. Op zo’n morgen kan een lege plaats ook worden gevoeld.

(2) Wanneer is die relatie begonnen?
Jullie doen vanmorgen in het openbaar belijdenis van je geloof. Dat wil zeggen: je geeft aan dat er een relatie is met de Heere, die je niet meer kwijt wilt. Je geeft aan, dat je voor altijd uit de relatie met de Heere wilt leven.
Wanneer is die relatie begonnen? En dat geldt ook voor de andere aanwezigen hier in de kerk: Wanneer is het voor u begonnen, de relatie met de Heere? Wanneer wist jij voor het eerst: ik hoor bij de Heere Jezus en ik wil heb liefhebben en volgen? In het afgelopen seizoen hebben wij daar ook bij stil gestaan. Bij sommigen van jullie is er een tijd geweest dat het leven met God op een laag pitje stond. Het zei je niet zo veel. Geen belangstelling voor catechisatie en daarom er met 16 al van af. Je ging wel naar de kerk, maar het ging helemaal langs je heen omdat je er niet in geïnteresseerd was. Of zelfs een hele tijd niet meer naar de kerk, omdat je God niet begreep.
Als we vandaag terugkijken op die periode, dan kunnen we zeggen dat er veel is veranderd. Soms een langzaam proces, waarbij je steeds meer toegroeide naar deze keuze. Wanneer is de relatie begonnen? Toen je je openstelde voor God? Of toen anderen zeiden: je haalt het geloof er ook altijd bij? Of begint het vandaag – met deze openlijke keuze?
Als we in de Bijbel lezen, bij Paulus, het gedeelte dat we vanmorgen hebben gelezen, staat er iets heel anders: omdat God ons vóór de grondlegging van de wereld heeft uitgekozen. Sta daar eens bij stil: vóór de grondlegging van de wereld. Dat is dus vóórdat jullie je openstelden voor het geloof, voor God. Al hebben mensen nogal eens de neiging als ze een duidelijk moment in hun leven hebben, waarop zij tot geloof kwamen, een bekeringsmoment, dat ze zeggen: toen is het begonnen. Nee, voor de grondlegging van de wereld.
Zelfs voordat je werd gedoopt. De doop wordt door veel ouders gezien als een lijntje dat gelegd wordt met God en hun kind. Wat er ook gebeurt, dat lijntje is in ieder geval gelegd, tussen het leven van een pasgeboren kind en God. Nee, de relatie met God is er reeds voor onze geboorte. Ouders kunnen bij de geboorte van een kind wel heel sterk ervaren dat God met hen bezig is, zo’n bijzondere ervaring is een geboorte. Zelfs voordat wij geboren werden, voordat u en voordat jij geboren werd.
Paulus zegt: voordat de wereld gegrondvest werd. Voordat de wereld werd geschapen, voordat de wereld begon, toen heeft God al gezegd: Ik heb jou, ik heb u op het oog.
En dat is ook voor jullie, kinderen! Dat geldt niet alleen voor de 5 volwassenen hier voor in de kerk, maar dat mag ook voor jou gelden. Als je weet bij jezelf: ik wil bij de Heere Jezus horen, ik luister graag naar de verhalen over God, ik denk er graag over na. Dat kunnen ook hele ingewikkelde vragen zijn, die je vader en je moeder niet kunnen beantwoorden. Voordat God de wereld geschapen had, wilde Hij al dat deze 5 volwassenen tot geloof zouden komen en wilde Hij ook dat jullie erover zouden horen, zodat ook jullie zouden geloven en bij Hem zouden willen horen. Voordat de wereld geschapen werd.

(3) Betrouwbare keuze
Paulus zegt dat overigens niet – voordat de wereld geschapen werd. Hij zegt: vóór de grondlegging van de wereld. Paulus bedoelde daarmee: voordat de wereld zijn fundament kreeg. Dat lijkt een rare gedachte – heeft onze wereld een fundament? Onze wereld is toch rond? Onze aarde staat toch nergens op? Het is een vergelijking van Paulus. Paulus had ook gewoon kunnen zeggen: voordat God de wereld schiep, wilde Hij ons uitkiezen. Dat doet hij niet voor niets. Een fundament is namelijk heel belangrijk. Als een huis geen fundament heeft, zou het instorten. Hier in Oldebroek heb ik niet gehoord dat bij de nieuwbouw van huizen geheid werd. In Veenendaal, waar ik geboren ben, gebeurde dat wel altijd. ’s Morgens vroeg begon dat al: boing – boing. Als dat niet gebeurde, zou het huis later scheef komen te staan, net zoals de toren van Pisa. Grondlegging van de wereld, dat geeft aan dat onze wereld een fundament heeft. We vallen wij niet van de wereld af. Onze wereld valt niet uit elkaar. Zoals de Bijbel zegt: onze wereld heeft het fundament van Gods trouw en gerechtigheid. Als Paulus wijst op het fundament van de wereld, wijst hij daarmee ook op de betrouwbaarheid van God. Zo betrouwbaar zijn keuze voor ons.
Voor de grondlegging van de wereld, Paulus neemt ons mee naar het begin van onze wereld
en herinnert ons eraan dat de wereld gebouwd is op een fundament: van Gods trouw. Als we over deze wereld lopen, weten we dat we er niet afvallen, dat bergen niet zomaar instorten, er is een orde in deze wereld, een basis, die betrouwbaar is, omdat deze orde door God is geschapen. Daarom spreekt Paulus over dat fundament, de grondlegging van de wereld. Zo zeker als we kunnen zijn van deze wereld, de natuurwetten, de orde, zo zeker kunnen we ook zijn van de keuze die God heeft gemaakt voor ons. Zo zeker als we weten dat de aarde niet uit elkaar valt maar houvast heeft, zo zeker mogen we zijn van de keuze van God voor ons.
Een keuze die Hij maakte voor Hij de wereld schiep, voordat Hij ons het leven gaf, voordat wij aanvingen met leven. Bijzonder he, dat dát aan ons leven vooraf gaat: Gods keuze, zelfs aan de wereld vooraf gaat! Een keuze waar God niet op terugkomt. Dat kan God niet, terugkomen op een keuze die Hij heeft gemaakt. Het ligt vast, van eeuwigheid tot eeuwigheid. ER is niets of niemand betrouwbaarder dan God. En dat geldt ook voor de keuze die Hij heeft gemaakt.
Wij kunnen ons dat niet voorstellen. Als wij uitkiezen, kunnen wij nog wel eens van keuze veranderen. Dat geldt voor kinderen: als er iemand bijna jarig, kan hij tegen een van zijn vrienden zeggen: “Ik neem jou mee de klassen rond.” En als hij dan jarig is, kan hij opeens kiezen voor heel iemand anders, iemand met wie hij nooit speelt. Zo maar een willekeurige keuze, hij heeft iets beloofd en komt het niet na. Veranderd van gedachte. Ook bij volwassenen kan dat gelden. Een bruidegom kan vol overtuiging op een bruiloft “ja!” zeggen tegen zijn bruid – of omgekeerd. Soms kan al na een jaar het huwelijk over zijn. Soms na jaren. Een keuze gemaakt, een belofte gedaan – tot de dood scheidt. Dan … veranderde omstandigheden. De liefde is over, uit elkaar gegroeid, vreemdgegaan …
Gods keuze ligt vast. Voor de grondlegging van de wereld – dat houdt in, dat niets deze keuze kan beïnvloeden. Dat houdt ook in, dat ook wij geen invloed hebben op deze keuze. Als God uitkiest, zegt Hij niet: jij bent niet interessant genoeg, jou kies ik niet. Of jij bent zo bijzonder! Jou kies ik. Hij kiest niet iemand op basis van wat wij kunnen. Ook niet op basis van ons geloof. De keuze die op u viel, de keuze die de Heere voor u maakte, maakte Hij niet omdat Hij van tevoren zag dat u belijdenis zou doen, of dat jij zo’n gelovige jongere zou worden. Gods keuze werkt niet zoals een scout bij een topclub, die verschillende clubs langsgaat om de talenten in de dop te scouten en te werven voor Zijn club. Als de Heere kiest, werkt Hij niet zoals een recruiter voor een groot bedrijf, die op zoek gaat naar iemand die veelbelovend is en een talentvolle werknemer kan worden.
Vaak denken we wel zo over God. Als iemand die het beste kiest, de beste selecteert. Dan denkt u vast: nou, daar hoor ik niet bij. Dat is voor mij niet weggelegd. Ik zal u zeggen: dan hadden de belijdeniscatechisanten hier ook niet voor in de kerk gezeten, als God kiest op basis van wat wij hebben in te brengen.
Ik vind dat de tragiek van onze gemeente: wat ons het meeste houvast zou moeten geven, Gods keuze, niets heeft meer stabiliteit dan God en Zijn keuze, is tot het meest onzekere geworden dat er is: Is het wel voor mij? Het zal wel niet voor mij weggelegd. Het zou wel eens de meest succesvolle strategie van de duivel kunnen zijn om ons bij Christus vandaan te houden, om ons in de waan te brengen, dat zoiets niet voor ons is weggelegd. Dan is er maar één remedie: dat de satan de wacht wordt aangezegd – in Gods naam: zwijg. Laat hem, laat haar gaan. De satan maakt vaak gebruik van onze kwetsbare punten en dat geldt ook hier. Voor de ouderen is dat je je niet teveel moet inbeelden
en voor de jongeren dat de norm van God zo hoog is dat wij er niet aan kunnen voldoen. Ergens klopt het ook – in wat de satan zegt, zit altijd een kern van waarheid. Wij kunnen niet aan de norm voldoen!

(4) In Christus uitverkoren
Daarom schrijft Paulus ook dat deze keuze voor ons geldt – in Christus. Daar kunnen we niet aan voorbij. Als God voor ons kiest, doet Hij dat in Christus en heeft Hij het in Christus laten zien. Christus, dat is het bewijs dat Hij voor ons gekozen heeft en ons heeft willen uitkiezen. Zijn keuze voor ons is omwille van Christus. Hoor ik bij God? Als ik van Christus geworden ben wel. Als mijn naam, mijn leven maar met Christus verbonden wordt, dan is het goed. Dat is mijn redding – in Christus. Die twee woorden – in Christus – zijn voor Paulus hele belangrijke woorden. Die kunnen we niet overslaan. Wanneer gebeurt dat dan? Al voor de grondlegging van de wereld …. Wil God ons leven met Hem, met Christus verbinden.
Daarom geeft Hij de meesten van ons een christelijke opvoeding. Daarin geeft Hij de mogelijkheid om het geloof te leren kennen, om Christus te aanvaarden. Heere, dank u wel dat U dat aan mij wilt geven. Elke keer als u een preek hoort, als mensen er met u over spreken, wordt u geroepen: Kom dan – naar Mij, in Mij is het. Kom dan, kom dan! Dat is ook het werk van de Heilige Geest. Hij trekt ons steeds meer naar Christus toe. Onzichtbaar verbindt Hij een touw aan ons en trekt ons – zonder dat we het weten – steeds meer naar Christus toe. Totdat wij bij Hem komen. En dat doet de Geest niet zomaar. Dat doet de Geest niet voor niets. Als Paulus schrijft, dat wij in Christus gekozen zijn heeft dat namelijk een dubbele betekenis. Allereerst, zoals ik al zei: God kiest voor ons omwille van Christus, Zijn keuze geldt omdat Christus voor ons gekomen is en gestorven is en de schuld gedragen heeft.
Voor Paulus heeft in Christus nog een betekenis: Hij bedoelt daarmee een ruimte, een gebied.
Geloven betekent, dat wij zijn verhuisd, van gebied zijn veranderd. Wie gelooft, is verhuisd naar een gebied dat Christus heet. Een gebied waarin Hij koning is en waar Hij wordt gediend.
Als de Geest in ons werkt en ons naar Christus trekt, wil Hij ons over de streep trekken:
over de grens – de grens van de wereld naar Christus, naar het nieuwe leven. Geloven betekent: u bent niet meer van deze wereld. Ja, u leeft er nog wel, maar op deze wereld behoort u al toe aan Christus en leeft u in Hem. Waar woon je als je gelooft: in Oldebroek – maar ook in Christus. De werkelijkheid waarin je leeft – midden in deze wereld. eigendom te zijn van Hem. Van eigenaar verwisseld.

(5) Uitverkiezing tot een heilig leven
Daarmee zijn we bij het laatste punt dat ik aan de orde wil stellen: het doel van de uitverkiezing.
Dat doel heeft ook te maken met dat in Christus zijn, in Christus leven. Paulus beschrijft het doel van de uitverkiezing als volgt: om heilig en zuiver te leven. Heilig en zuiver – grote woorden … en toch het doel van God om dat van ons te maken. Hij wil de gevolgen van de zonde uit ons leven weghebben.
zodat wij voor Hem kunnen leven. Paulus stipt dat in dit gedeelte alleen maar aan. Aan het einde van de brief werkt hij het uit.
Dan heeft hij het over hebzucht. Dat past niet bij heiligen, schrijft hij. Geloven gaat dus niet samen met een jacht naar meer geld en nog meer geld en nog rijker worden. Want dan leeft Christus niet in je, maar de mammon.
Geloven gaat ook niet samen met een gewoonte die hier voorkomt: het veel drinken van alcohol.
Paulus schrijft in hoofdstuk 5 een tegenstelling tussen vervuld raken met alcohol en vervuld raken met de Geest. Wie wil groeien in het geloof, wie van Christus wil zijn en in hem leven, kan niet in het weekend kratten vol bier te halen om die vervolgens na het weekend leeg weer in te leveren. Dat is een belemmering om verder in Christus te groeien. Een keuze van God voor u – zodat u heilig en zuiver gaat leven.
Een laatste voorbeeld: relaties en seksualiteit. Een keuze van God voor u – zodat u heilig en zuiver gaat leven. Daarbij geldt ook een nieuwe norm: zoals Christus met ons omgaat, gaan we met elkaar om. Niet onze norm telt, maar Gods norm – heilig en zuiver leven. Voor Gods aangezicht.

Dat nieuwe leven is allereerst een gave: dat wordt ons gegeven. Wie op de weg van Christus gaat, wie getrokken wordt door de Heilige Geest naar Christus toe merkt dat er onbehagen gaat ontstaan: je wilt bepaalde dingen niet meer. Je wilt niet meer dat je je bezoedelt en bezat. ER komt strijd in je leven – welkom in de strijd. Soms kom je verder en mag je veranderen: oude en verkeerde gewoonten – je hebt ze niet meer nodig, je wilt niet meer, een nieuw leven. Er komt iets anders voor in de plaats: verlangen om de Heere te dienen, te gehoorzamen, te loven. Je groeit in vertrouwen op Hem, in liefde voor Hem, je hebt de vrijmoedigheid om er meer dan vroeger over te spreken, je maakt een keuze voor Hem. Grote en kleine stappen in het leven – die zichtbaar maken, dat Gods Geest in ons werkt en steeds meer meeneemt naar Christus. Dat geeft de Geest ons allemaal – in Christus. En Hij vraagt allereerst maar één ding: wil je bij Christus horen? Wil je dat nieuwe leven?
Dan komt de rest er ook – dat zal de Geest echt geven. Allereerst dat ene: wil je bij Christus horen?
Wat is daarop uw antwoord?
Amen

Gedachten over de Dordtse Leerregels: waar het om gaat

Gedachten over de Dordtse Leerregels

(1): Introductie
De Dordtse Leerregels hebben geen goede naam. Dit belijdenisgeschrift zou star en rechtlijnig zijn. Scherpslijperij. Zo dacht ik er eerst ook over. Tot ik in mijn vorige gemeente gevraagd werd om eens op kerkenraad te vertellen wat er in de Dordtse Leerregels staat.

Want de kerkenraad had in het beleidsplan opgenomen dat de gemeente in haar beleid zich aansloot bij de gereformeerde belijdenisgeschriften. Op papier klinkt dat mooi, maar wat staat er eigenlijk in de Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels? En wat betekent dat voor de praktijk om deze belijdenisgeschriften op te nemen in het beleid? Toen moest ik deze belijdenisgeschriften doorlezen. Bij het lezen  raakte ik onder de indruk van de Dordtse Leerregels. Het is een boek vol troost. Het is de moeite waard om dit belijdenisgeschrift te lezen met het oog op onze eigen tijd. Hoe kunnen wij de troost en de kracht van het evangelie in onze eigen tijd ontdekken? Wat kunnen de Dordtse Leerregels ons leren?
Ik heb overwogen om een prekenserie te wijden aan dit boek vol troost. Het nadeel is dat de leerdiensten in de avonddienst vaak te weinig op elkaar aansluiten. De serie zou te verbrokkeld raken. Daarom probeer ik – als vervanging – in de Veluwse Kerkbode telkens enkele gedachten over dit geschrift op te nemen.

(2) Waar het om gaat

De Dordtse Leerregels zijn voor veel mensen onbekend. Hooguit weet men de jaartallen, waarin de Synode van Dordrecht werden gehouden (1618-1619). En als het om de inhoud gaat, weet men vaak één woord te noemen: uitverkiezing. Dit woord uitverkiezing roept vaak nogal wat onrust op. ‘Ik ben vast niet uitverkoren. Dat is voor mij niet weggelegd. Dat is alleen voor een select groepje weggelegd. Daar hoor ik niet bij!’. De onzekerheid, die het woord uitverkiezing oproept, zou wel eens een van de redenen zijn, waarom de Dordtse Leerregels niet gelezen worden. Dit geschrift roept zoveel op, je kunt het dan beter ongelezen laten.
Maar gaat het daar in de Dordtse Leerregels wel om? Wie de inleiding op de Dordtse Leerregels leest, komt iets anders tegen. Daar wordt begonnen met Mattheüs 28:20: En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Dit is volgens de Dordtse Leerregels de belangrijkste belofte die de Heere aan Zijn kerk heeft gegeven. De kerk heeft het op aarde vaak niet gemakkelijk. Soms heeft de kerk te maken met vervolging. Een andere keer wordt de kerk op een verkeerd spoor gebracht doordat er in de verkondiging een verkeerd beeld van God wordt doorgegeven. De kerk kan van buitenaf aangevallen worden en van binnenuit verdeeld raken. Daardoor lijkt het alsof de kerk alle zekerheid verliest.
Toch is dat niet zo. De kerk heeft één zekerheid: Christus woont niet alleen in de hemel, maar is tot aan de Wederkomst ook aanwezig bij Zijn kerk. Ook al kan het vaak lijken, alsof onze Heer er niet meer is – Hij is er toch! Aanwezig in de eredienst. Aanwezig in de kerk, Zijn lichaam. En Zijn aanwezigheid is onze houvast. De Dordtse Leerregels hebben maar één doel: het geloof in deze belofte sterken. Want als de kerk niet meer gelooft in de aanwezigheid van haar Heer, is zij alle zekerheid kwijt en is zij zelfs alle geloof kwijt. De kerk gelooft de belofte dat Christus aanwezig is, omdat ze gelooft dat God betrouwbaar is.
Deze zekerheid wordt vaak aangevochten. In het leven van de gelovige, die er niets van ziet. In de kerkelijke praktijk, als de eenheid onder druk staat of als de christenen worden vervolgd. Verliest de kerk het geloof in de belofte van Christus’ aanwezigheid, is zij dus alle geloof verloren en is zij geen kerk meer. Wat de Dordtse Leerregels verdedigen,vinden we ook terug in het avondmaalsformulier en in de Heidelberger Catechismus: onze zekerheid vinden we niet in ons zelf, maar in Christus.
Het gaat hierbij niet om scherpzinnige futiliteiten. Het gaat om alle houvast, die wij na dit leven en in dit leven kunnen vinden. Het gaat erom, dat de kerk kerk is en dat de gelovige vertrouwt op en gelooft in Christus. Stelt de kerk haar zekerheid niet meer op Christus (maar op iets anders), dan is zij geen kerk meer. Ook al heeft zij nog zo’n orthodoxe uitstraling.
Waar gaat het in de Dordtse Leerregels om? Om de aanwezigheid van Christus bij Zijn kerk. Om de betrouwbaarheid van deze belofte en om de betrouwbaarheid van Godzelf. En om de zekerheid die er in en na dit leven is te verkrijgen, de zekerheid die alleen God kan schenken.

ds.M.J. Schuurman

Gepubliceerd in de Veluwse Kerkbode van 17 en 24 sept 2011

Een mooie vertaling van de Dordtse Leerregels is te vinden in Belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk in Nederland.
Helaas zijn op de website van de PKN en achterin de Herziene Statenvertaling ouderwetse vertalingen van de Dordtse Leerregels opgenomen.

Zie voor uitverkiezing ook: https://mjschuurman.wordpress.com/2010/12/14/uitverkiezing-gods-bewogenheid-met-zijn-schepselen/

Preek over Romeinen 8:29

Preek 5 december 2010
Tweede zondag van Advent
 (tevens doopdienst)
Schriftlezing: Psalm 139: 12-17, Romeinen 8:28-39

Want die Hij te voren gekend heeft (Romeinen 8:29)

Gemeente van onze Here Jezus Christus, doopouders,

Wat we in Romeinen 8 gelezen hebben, is de kern van het evangelie. Want die Hij tevoren gekend heeft. Beste doopouders, als je dit je kind kunt meegeven, heb je aan je kind geleerd wat het evangelie is. Beste ouders, u hebt al eerder de doopbelofte afgelegd. In de christelijke opvoeding gaat het hier om: dat God ons tevoren heeft gekend.
Nu begrijp ik wel dat u zo’n gedeelte als Romeinen 8 niet zomaar even met uw kinderen bespreekt. Wellicht begrijpt u er zelf niet zoveel van. Het gevaar is dan dat je zo’n gedeelte maar weglegt en het ook niet met je kinderen bespreekt. Dat we er niets mee doen. Dat is jammer, want dit gedeelte is de moeite waard. Dit gedeelte bevat de samenvatting, de kern van het evangelie. Daar mag u ook wel uw best voor doen. Voor uzelf, voor uw kinderen. Christelijke opvoeding is toch niet iets dat komt aanwaaien? Ik geloof ook wel dat u als ouders uw best wel doet om uw kinderen in aanraking te brengen met de Here Jezus. Alleen: hoe doe je dat? Geloofsopvoeding kan ook als een druk voelen. Je voelt het belang om je kinderen in het spoor van het geloof te laten gaan. Maar vooral als ze eens voor de hemelpoort zullen staan.
Juist vanwege die druk – doe ik het wel goed? –is wat Paulus zegt goed nieuws. Voor wij onze kinderen in aanraking brengen met de Here, is God al met hen bezig.

Paulus spreekt over God die ons tevoren gekend heeft. Tevoren: voor onze geboorte, voordat de wereld werd geschapen. Dat kennen is geen afstandelijk kennen. Geen röntgenapparaat die ons eens helemaal doorlicht. Geen strenge docent die weet wat er in de klas gebeurt en bij wie je je niet durft te verroeren omdat je anders gestraft wordt.
Kennen heeft hier een intieme klank: er vertrouwd mee zijn. Met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd. Kennen heeft een gepassioneerde klank:  betrokken op wie wij zijn, op wat wij doen. Alles in ons leven zó leiden, dat het voor ons op het beste uitloopt.
En wat is dat anders dan een leven met onze Here? Hier op deze aarde en in zijn hemelse heerlijkheid. Dat is toch wat God ons het liefste wil geven? Dat de Here ons geluk wil, dat houdt u uw kinderen toch ook voor? Hier in dit leven en na dit leven? Dat zegt Paulus.
Als onze kinderen geboren worden, kan de wereld om ons heen kil en duister aanvoelen. We kunnen ons somber maken over de toekomst, de wereld waarin zij zullen opgroeien. Hij Die ons tevoren gekend heeft: we mogen weten dat God al bezig is met hen te bereiken vóór u over Hem verteld. Advent zegt dat Hij afdaalde in ons midden. We zijn niet overgeleverd aan het toeval. Toen Jezus in de kribbe kwam, liet God zien dat Hij ons tevoren gekend heeft. Dat is het bewijs, de bekendmaking van het evangelie: Ik ben al vóór je bezig. Je Schepper heeft je niet losgelaten. Bij de doop belijden wij samen met onze kinderen dat wij in zonde ontvangen en geboren zijn. De doop laat ook zien, dat de Here zich niet laat belemmeren door onze zonde, door onze traagheid of ons ongeloof. Met als doel om ons weer te vormen naar Zijn beeld, het evenbeeld van Zijn Zoon.
Tevoren gekend: de Vader staat zoals de vader in de gelijkenis van de verloren zoon p[ de uitkijk. Hij is bereid om op zoek te gaan naar de verloren zoon. Ook al zit hij bij de varkens. Ook al heb je je leven vergooid, God laat je niet los. Ook al ben je tegen Hem ingegaan, Hij laat je niet zomaar los. Paulus zelf is daar een sprekend voorbeeld van. Had hij zich niet tegen God verzet door de christenen te vervolgen en te doden? Daarom kan de lof op God zingen. Vol verwondering over het werk van God in zijn leven. Als God Paulus kan veranderen, kan de Here zelfs ons veranderen. En ik weet niet hoe het in uw leven is gegaan, als de Here zelfs mij tot inkeer kan brengen, kan Hij dat ook bij u en uw kinderen doen. Ik heb er lang over gedaan om mij gewonnen te geven aan Christus.
Tevoren gekend: dat haalt de druk van onze schouders. We mogen het geloof ontspannen voorleven. Geloof is iets dat God werkt. Bij jullie, bij onze kinderen. Wij hoeven onze kinderen alleen maar met de Here vertrouwd te maken.
We mogen onze kinderen bekend maken met een barmhartige God. Hij is geen kil systeem, die selecteert: jij wel en jij niet. Onze God brandt van liefde. Hij wil niets liever dan onze redding (Joh. 3:16).  Omdat Hij niets liever wil dan onze redding, doet Hij alle mogelijke moeite.
Hoe dan? Door roeping: door ons het evangelie te laten horen. Door ons met Zijn stem vertrouwd te maken. Roeping is geen stem in ons zelf, geen ervaring (ook geen bevinding). We kunnen het vergelijken met een vader die ’s morgens zijn kinderen wekt om op te staan, omdat ze door de wekker zijn heen geslapen. Op een gegeven moment ontstaat er een patroon dat de kinderen er op vertrouwen dat hun vader hen wekt. Als hij dat eens niet doet, is het dan zijn verantwoordelijkheid als de kinderen te laat op school komen? Zo is God voortdurend met ons bezig om ons te roepen. Bij de ene bonst en klopt Hij. De ander confronteert Hij en zet Hij hardhandig stil. De ander leidt Hij liefdevol binnen. Middelen waardoor de Here ons roept in Zijn dienst. Omdat Hij ons tevoren kent, weet Hij welk middel bij ons het beste werkt. Hij weet hoe Hij ons kan bereiken. We mogen vertrouwen op deze God. Dat is onze troost.

Wat is het doel van dat roepen van de Here? Wat wil Hij met ons en van ons? Hij wil ons Zijn heerlijkheid geven. Op de radio kun je een reclame horen van het Humanistisch Verbond: ik geloof in een leven voor de dood. Alsof wij dat als christenen niet zouden doen. Flauwekul! Hier in dit leven mogen we al iets zien en ontvangen van God. Als een voorbode van Zijn heerlijkheid. Daarom roept Hij ons: zodat wij gaan lijken op de Here Jezus.  Daarom roept Hij ons. Hartstochtelijk. Omdat Hij het beste met ons voorheeft. Omdat Hij, onze Schepper wil, dat wij tot ons recht, tot onze bestemming komen.
Maar ook, omdat Hij weet dat een leven zonder Hem uitloopt op de dood. En dat wil God niet!

Dat roept wel vragen op. Want waarom roept God ons wel en mijn kind of mijn buurman niet? Dat kan een pijn geven. Moeten we daarom maar anders over God gaan denken? Moeten we dan toch maar erkennen dat God willekeurig is? Dat Hij niet almachtig is? Nee, want Hij is bij machte om zelfs het sterkste verzet te verbreken en te overwinnen. Hij is rusteloos bezig, maar ook met degenen die zijn afgehaakt. God laat niet los als wij loslaten. Wat dat betekent? Dat weet ik niet. Maar wel dat de Here niet onverschillig is als Hij ons laat gaan. En bij machte is: kijk maar naar Paulus, kijk maar naar onszelf.
Tevoren gekend – dat hoeven we alleen maar te beamen en voor te leven.
Amen

ds. M.J. Schuurman

Uitverkiezing : Gods bewogenheid met Zijn schepselen

Uitverkiezing : Gods bewogenheid met Zijn schepselen

Uitverkiezing is een beladen term geworden. Tenminste als die uitverkiezing door God gebeurt. Mensen onderling houden er wel van om door elkaar uitverkoren te worden. Terwijl de Bijbel volop over uitverkiezing door God spreekt, is het een woord dat in de kerk en in de preek nauwelijks meer gebruikt wordt.

Een van de redenen is dat men bij uitverkiezing denkt aan een willekeurig selectieproces. Zoals een kamparts ten tijde van de Tweede Wereldoorlog mensen beoordeelde en selecteerde voor de gasovens of het zware werk in het kamp. Wanneer men hoort over verkiezing en verwerping door God is dat vaak de eerste associatie. Hoe begrijpelijk deze associatie ook is, het is een zware karikatuur.

Barmhartigheid van God
Wie de Bijbelgedeelten of de geloofsbelijdenis over uitverkiezing nauwkeurig naleest, zal ontdekken dat men God typeert als barmhartig en met mensen bewogen. Uitverkiezing start dus met de betrokkenheid van God op mensen. De Dordtse Leerregels beginnen daarom ook met het citeren van Johannes 3:16.  Uitverkiezing betekent dat God niets liever zou willen dan dat de gehele mensheid gered zou worden. Het beeld van God als selecterende kamparts past niet bij de God van de Bijbel.
Onze gedachten over uitverkiezing en verwerping moeten dus door de Bijbel worden gecorrigeerd. En dat is niet gemakkelijk. Onze eigen vooroordelen zijn niet zo gemakkelijk te corrigeren. Zeker onze vooroordelen over God niet, want we blijven zondaren! Daarnaast zijn de gedeelten over uitverkiezing niet altijd gemakkelijk en kunnen ze veel misverstanden oproepen.

Romeinen 9-11
Een belangrijk gedeelte over uitverkiezing is Romeinen 9-11. Paulus gaat in op de vraag, waarom zijn Joodse broeders en zusters niet tot geloof gekomen zijn in Jezus Christus. De Joden waren toch volk van God. Zij hadden toch moeten geloven. Nu zij Christus hebben afgewezen, heeft God zijn handen van dit volk afgetrokken? God werkt met uitverkiezing. Deze uitverkiezing is van voor de grondlegging der wereld.
Maar hoe laat Hij dat aan mensen weten? Door de verkondiging van het evangelie. Paulus gebruikt hiervoor het woord roeping. Hij ziet zichzelf als een bode die de boodschap van God naar alle landen moet gaan om mensen tot geloof te bewegen. Wanneer God mensen uitverkiest, laat Hij hen dus het evangelie horen: mogelijkheid om tot inkeer te komen en van het oordeel te ontkomen.
Maar als mensen de boodschap afwijzen? Dan verwerpt Hij hen – net zoals Hij het volk Israël verwierp. Maar verwerping is voor God niet direct een eindpunt. God kan uit het verkeerde, namelijk verzet tegen Zijn evangelie, nog wegen ten goede leiden. Dat Israël Christus verwierp, is voor God een mogelijkheid om het evangelie naar de heidenen te laten gaan. Het geloof van de heidenen kan Israël weer terugbrengen bij God. Paulus werkt dus onder de heidenen om het geloof aan zijn volksgenoten te brengen.
Voor verwerping gebruikt Paulus in 11:8 het beeld van de slaap. Dit beeld is ontleend aan Jesaja 29, waar de profeet aankondigt dat God Zijn volk laat in de toestand waar ze zelf voor hadden gekozen, namelijk verzet tegen God en zondige praktijken. De profeet Jesaja kondigt aan dat de Here het volk in slaap laat zakken. Met andere woorden: Hij roept hen op dat moment niet terug, zodat ze de gevolgen van hun daden zullen inzien. Paulus haalt dit aan om aan te geven dat de schuld van de val van Israël bij Israël zelf ligt en niet bij God. De Here heeft steeds verkondigd in het midden van Zijn volk. Tot en met het zenden van Zijn Zoon toe. Zelfs die hebben ze afgewezen.

De verloren zoon
Tot nu toe klinkt uitverkiezing en verwerping wellicht nog niet als evangelie. Wat verkiezing en verwerping is, kunnen wij ook zien in gelijkenis van de verloren zoon. De jongste zoon heeft het goed bij zijn vader, maar wil de wijde wereld in. Daarvoor heeft hij zijn erfdeel alvast nodig. De vader geeft dit aan zijn zoon. Met het risico dat het bedrijf in een enorme crisis komt en met het risico dat de zoon alles erdoor heen jaagt. Verwerping hiermee vergelijken: God laat degene die Zijn evangelie afwijst, gaan. In de hoop dat hij ontdekt niet zonder God kan. Zodat hij – net als de verloren zoon op het dieptepunt van zijn leven – ontdekt niet zonder God te kunnen. Terwijl de vader zijn zoon laat gaan, staat de vader op de uitkijk. Nog voor de jongste zoon heel zijn geld erdoor heen heeft gejaagd, wacht de vader op hem.
Zoiets verwoordt Paulus in Romeinen 11 ook: verwerping door God is geen onverschilligheid. Nadat Hij iemand verwerpt, blijft Hij rusteloos bezig om ons het leven in Christus te geven. Hij houdt niet op. God verwerpt in de hoop dat mensen in hun eigen gekozen weg vastlopen. Zelfs als we niet naar God zouden durven toegaan, is Hij bereid om ons te halen (gelijkenis van het verloren schaap).
Op allerlei manieren kan Hij tot ons komen. Als wij Zijn stem horen, mogen wij erop vertrouwen dat God ons ook het geloof wil schenken. God houdt ons geen worst voor. God is betrouwbaar en Gods betrouwbaarheid is een van de pijlers van de uitverkiezing. Zolang er leven is, is er genadetijd. Zolang met ons bezig. Maar Paulus is wel duidelijk. Roeping vraagt wel om beamen: geloof en acceptatie. Paulus leert geen alverzoening. Dan zou hij het niet zo belangrijk vinden om de gemeente te waarschuwen voor een terugval in het oude leven. Want door ons in te laten met het oude leven, zouden we weer onder het oordeel vallen (dat bij na het luisteren naar die roepstem weggedragen was door Christus).

Troost
Wat is de troost van de uitverkiezing? Dat God ons niet kiest op basis van onze prestaties. Ook niet op basis van de verwachting dat wij wel zouden gaan geloven. God kiest voor ons – in de wetenschap dat wij vanuit onszelf helemaal niet willen. Dat wij geloven, is een geschenk van God. Dat betekent dat God rusteloos met ons bezig is geweest. Uitverkiezing betekent ook, dat God al bezig is met ons, voor wij dat beseffen. Als God Paulus en mij tot geloof heeft kunnen brengen, kan Hij dat bij anderen ook doen. Verkiezing betekent, dat God bij machte is elke belemmering om in hem te geloven weg kan nemen.
Uitverkiezing betekent ook dat degenen die afscheid hebben genomen van kerk en geloof geen afscheid hebben genomen van de Heilige Geest. Ook in hen kan God werken. Zelfs tot op het laatste moment voor de dood, zoals bij de moordenaar aan het kruis. Voor ouders van wie de kinderen hebben gebroken met het geloof is dat een houvast. Want gebed is mogelijk en nodig (Romeinen 10:1).
God is barmhartiger dan wij kunnen indenken. In het huwelijk kan een ongelovige man volgens Paulus geheiligd zijn door de vrouw. En als Israëls ongehoorzame dwaalweg al zoveel goeds teweeg brengt (namelijk het geloof van de volken), dan kan de ommekeer van Israël nog veel meer betekenen. En voor onze gereformeerde vaderen gold het geloof van ouders voor kinderen die nog niet mondig waren. Dat is zelfs de basis van de kinderdoop: God rekent de kinderen tot het verbond tot zij zelf de belofte van God kunnen ontvangen.
Uitverkiezing komt tot ons door roeping en vraagt dus geloof. Uitverkiezing gaat ook gepaard met heiliging en volharding. God vormt ons tot het beeld van Zijn Zoon. En hoeveel aanvechtingen en verleidingen er ook mogen komen, als God ons geroepen heeft, zorgt Hij ervoor dat ons geloof staande blijft. Net als uitverkiezing en geloof is ook volharding het werk van God.

ds. M.J. Schuurman