Het 2e gebod: Geloof en godsbeelden

Het 2e gebod: Geloof en godsbeelden
De Tien Geboden volgens Fulbert Steffensky

Over het geloof kan men twee tegenovergestelde visies hebben. De ene visie is dat geloven niet zonder beelden kan, omdat het geloof ander blind zou zijn. De andere visie is dat het geloof bestaande beelden neerhaalt en verwoest.

Het geloof ontwerpt beelden
Een geloof zonder beelden is een troostloos geloof. Op hoogte- en dieptepunten van ons leven is taal niet voldoende. En als er taal gebruikt wordt, is het vaak beeldende taal. Als wij liefhebben, lijden, in rouw verkeren, een diep verlangen hebben, grijpen wij terug op beeldende taal. Die beelden komen op ons af. Ook als wij er niet om hebben gevraagd.

Het geloof werpt beelden neer
Een beeld verkondigt leugens (Habakuk 2:18). Dat is te zien als het volk Israël bij de Sinaï verblijft en Mozes geruime tijd op de berg is (Exodus 32). Hun leider is niet in hun midden. Wie geeft hen zekerheid over Gods aanwezigheid? Wie vertelt hen waar zij zich in deze nieuwe omstandigheden aan hebben te houden? Wie verschaft duidelijkheid?
Door zelf een beeld te vervaardigen wil Israël de garantie hebben van Gods aanwezigheid. Maar de god die zij zelf geschapen hebben, heeft een menselijke maat. De stier is hanteerbaar en berekenbaar. En daarom kan het niet de garantie bieden waarvoor het is gemaakt: het kan Gods aanwezigheid niet garanderen. Als het volk dat toch gelooft, gelooft het in een leugen dat door het beeld in het leven wordt geroepen.

Hedendaags
Het geheimenis van God is niet te ontcijferen met namen die wij aan Hem geven.
Steffensky geeft er een actualisering aan, die ik niet snel zal maken: hij heeft kritiek op de belangrijkste namen voor God die in gebeden en de liturgie voor God worden gebruikt. Die beelden zijn namelijk vooral mannelijk en wekken de suggestie dat God mannelijk zou zijn. In zijn ogen kan God ook aangeroepen worden als moeder of zuster, als bruid.
Op de diepste moment spreken wij God aan met een namenloze naam, een naam die niet meer gevangen kan worden in vaste beelden of contouren. Niet alleen maar Vader, of Koning, maar ook lucht of grond, nacht, water, bron, morgenglans, wonder of licht. Woorden die vanuit liefde opkomen. Woorden die opkomen vanuit de bevrijding die God ons geeft. Steffensky betreurt het dat de geestelijke taal zo taalarm is.

Deze actualisering vind ik zelf te ver gaan. Ik ben er voorzichtiger in. Wel deel ik dat het in het tweede gebod het besef wordt levend gehouden van het geheimenis van God, Zijn grootsheid en heiligheid. God overstijgt onze godsbeelden. Ook onze theologisch correcte godsbeelden. En daarom moeten godsbeelden geregeld gecorrigeerd worden. En soms ook neergehaald en vernietigd. Vanuit het besef dat God anders kan zijn en anders is dan wij denken.

Het 1e gebod: ongeloof en scepsis m.b.t. afgoden

Het 1e gebod: ongeloof en scepsis m.b.t. afgoden
De Tien Geboden volgens Fulbert Steffensky (2)

Welke vrijheid geeft het 1e gebod? Dit gebod geeft vrijheid van afgoden die over ons leven willen heersen.

Volgens Steffensky is niet het atheïsme het belangrijkste probleem in de geschiedenis van de mensheid, maar de afgoden waaraan mensen zich kunnen toewijden. ‘Een God hebben’ betekent niets anders, dan dat men van harte op Hem vertrouwt (M. Luther in de uitleg van het 1e gebod in de Grote Catechismus). Mensen zijn in staat om andere mensen of andere zaken het vertrouwen te schenken dat alleen aan God toekomt.

Vaderland
Als voorbeeld geeft Steffensky een voorbeeld uit de Tweede Wereldoorlog. Hij citeert uit een preek: Voor ons is het vaderland heilig. Wij offeren daarom van harte onze jeugd, onze gezondheid en levenskracht voor ons vaderland. Wij eren Gods heilige wil in ons Duits-zijn. De natuurlijke liefde voor het vaderland wordt omgevormd tot een afgod. De godsdienstige typeringen laten dat zien: het vaderland dat heilig is waarvoor onze jeugd, gezondheid en levenskracht aan geofferd wordt.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft men in een schuldbelijdenis gezegd dat men te weinig heeft geloof en te weinig heeft liefgehad. Volgens Steffensky had men ook kunnen zeggen: we hebben teveel geloofd.

Vandaag
En vandaag de dag? Het is gemakkelijker om de afgoden van onze ouders of grootouders te ontmaskeren dan de afgoden die wij dienen. De oorlog is al genoemd. Ook de kerk heeft in het verleden eigenschappen toegeschreven gekregen die alleen voor God gelden: uniciteit, exclusiviteit, onfeilbaarheid.
Maar welke afgoden geven wij de trekken van de ware God? Kan het zijn dat de hedendaagse consumptiementaliteit een afgod geworden is? Op een schoolplein ving Steffensky een gesprek op van 2 meisjes van 6 jaar. Het ene meisje zegt tegen het andere meisje met een wereldwijsheid waar hij van schrok: ‘Ik draag alleen nog maar truien van Marc O’Polo.’ Wat is er met deze kinderen gebeurd, dat zij hun eigen wensen vergeten? Wat hebben de ouders gedaan met de ziel van de kinderen? Kinderen houden ons de spiegel voor van onze eigen slavernij.

Vrijheid
Wat is de vrijheid die het 1e gebod ons geeft? Dit gebod leert ons het ware geloof in God en daarmee het ongeloof en de scepsis met betrekking tot afgoden. Het geloof in God leert ons wantrouwen tegen de netten en de valkuilen van afgoden. Bijvoorbeeld tegen een hedendaagse moloch die ons dwingt om onze kinderen aan hem op te offeren. Ons hart en ons leven is te kostbaar om op iets anders te vertrouwen dan de levende God. Dit gebod is niet door God gegeven uit jaloezie, maar uit Zijn wens de vrijheid die Hij ons schenkt voor ons te behouden.

Richtingwijzers naar het land van de vrijheid

Richtingwijzers naar het land van de vrijheid
De Tien Geboden volgens Fulbert Steffensky (1)

Wij leven in een tijd waarin bijna alle gezaghebbende teksten hun normerend karakter hebben verloren. Of deze teksten raken in de vergetelheid. Voorheen waren mensen bekend met etiquette, leefregels, teksten uit de Bijbel en de catechismus. Veel mensen zijn er niet meer mee bekend. Daarmee raken niet alleen deze teksten weg uit de collectieve herinnering, maar ook de normen en waarden die deze teksten in zich hadden.

Regels voor gerechtigheid
Fulbert Steffensky betreurt dit verlies aan moraal. Steffensky was in zijn werkzaam leven hoogleraar Godsdienstpedagogiek aan een pedagogische faculteit. ‘Wat wordt er uit onze kinderen’, vraagt hij zich af, ‘als zij deze teksten en hun moraal niet meer kennen? Als zij de regels van het recht niet meer kennen?’ En die zorg heeft hij niet alleen voor de kinderen, maar ook voor de zwakken in de samenleving: de armen en de rechtelozen.

Hoeder
Wanneer de regels voor gerechtigheid vergeten dreigen te raken krijgt de kerk een belangrijke taak als hoeder van een oude traditie van gerechtigheid en vrijheid. Steffensky: ‘Het heeft iets moois om tot een groep te behoren waarin verbannen woorden en beelden een plaats hebben: gerechtigheid, medelijden, barmhartigheid, troost, bescherming van zwakken, omverhalen van tirannen; tot een kerk die de naam van God hoog houdt waarin al deze woorden zijn samengevat.’
Steffensky doelt daarmee o.a. op de Tien Geboden, die getuigenis geven van wat recht en gerechtigheid is en die hun oorsprong vinden in de God van bevrijding. Over deze Tien Geboden schreef hij een serie voor het katholieke tijdschrift Frau und Mutter.

Handelen
Toen God deze geboden gaf, nam Hij de mensen serieus in hun waardigheid om te antwoorden in hun daden, om te handelen. De mens is in staat om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht. De mens kan het leven dat God geeft dankbaar aanvaarden. Hij kan het recht dat God voorhoudt liefhebben en zijn leven wijden in dienst van het goede. De mens is geen robot. Hij is zelfs in staat tegen deze geboden in te gaan en zich schuldig te maken.
Volgens het christendom worden de geboden vervuld door de liefde: de dienst aan elkaar en aan God. In het Jodendom spreekt men liever over recht en gerechtigheid. Deze geboden kunnen op verschillende manier misbruikt worden.

Richtingwijzers
Steffensky ziet de Tien Geboden als richtingwijzers om het land van de vrijheid te vinden. In tijden van godsdienstige verstarring vergeet men dat deze geboden bedoeld zijn om de vrijheid te waarborgen. De geboden kunnen misbruikt worden door tirannen om hun macht af te dwingen. Deze geboden zijn bedoeld om de verkregen vrijheid te beschermen en de waarde van deze geschonken vrijheid hoog te houden.
In onze tijd is de stem van de Tien Geboden wellicht vreemd en onbekend. Maar het vreemde kan ook een bevrijdende kracht hebben. Als het vreemde ons aanspreekt en ons een vrijheid voorhoudt die wij niet kennen. Als een vreemdeling die ons een weg te bieden heeft naar de vrijheid, die voor ons onbekend is geworden. Als een vreemdeling met een boodschap van de Andere zijde (van Godswege). Zodat de God die Israël bevrijding schonk die bevrijding ook ons laat toekomen.

Zie voor meer boeken van Steffensky bij een andere uitgever: Radius Verlag

Beeldenstorm

Beeldenstorm
De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (7)

Het eerste gebod geeft aan, dat er maar één God is. In het tweede gebod betreft het dienen van deze ene, ware God. Kenmerkend voor de gereformeerde traditie is, dat men dit gebod voortdurend heeft uitgewerkt. Hierin verschilt de gereformeerde traditie bijvoorbeeld van de Lutherse. Voor Luther was het tweede gebod slechts voor de Joden bedoeld. Binnen de gereformeerde traditie werd dit tweede gebod van belang geacht, omdat de eer van God centraal stond. Het eren van God komt tot uitdrukking in gehoorzaamheid van wat de Here vraagt.

‘Vraag: Wat eist God in het tweede gebod? Antwoord: Dat wij God op geen enkele wijze afbeelden en op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft.’ (HC, vr&a 96).
Dit antwoord uit de HC geeft aan, dat het gebod breder werd ingevuld dan het vervaardigen van stenen of houten beelden. Dit gebod raakt ook de manier waarop wij God vereren en waarop wij over Hem denken. Wij mogen Hem alleen vereren, zoals Hij in zijn Woord voorschrijft. Wij mogen alleen maar die beelden over Hem hebben, zoals Hij Zichzelf bekend maakt in zijn Woord.

Theologie vor jongeren
Op het eerste gezicht lijkt dit de botsen met de theologie die jongeren zelf hebben. De beelden die zij over God hebben zijn meestal juist niet ontleend aan de Bijbel, maar aan hun eigen ervarings- en denkwereld. Deze beelden kunnen ook haaks staan op wat God in zijn Woord over zichzelf te kennen geeft.
Toch kan dit gebod een belangrijke bijdrage leveren aan een theologie voor jongeren. Daarmee bedoel ik: dit tweede gebod (en vooral de uitwerking daarvan in de gereformeerde traditie) kan jongeren juist helpen in hun nadenken over God. Een theologie voor jongeren vraagt kritisch door op de godsbeelden die jongeren hebben. Om schadelijke godsbeelden te ontmaskeren. Om inconsequenties naar voren te halen. Om hen in te wijden in een andere manier van nadenken over God.

Mondig
Het beeldverbod wordt gedragen door het Bijbelse besef, dat mensen niet in staat zijn om geheel te doorgronden wie Hij is. Menselijke woorden en menselijke beelden zijn te beperkt om de grote en heilige God, onze Schepper, af te beelden. De uitwerking van het beeldverbod had in de gereformeerde traditie de intentie om de gewone gelovigen mondig te maken. De reformatoren waren humanistisch geschoolde geleerden, die zich er aan stoorden hoe beelden en godsbeelden de gelovigen van hun tijd onmondig gemaakt hadden. Vanuit het geloof dat het Woord van God de gelovigen bevrijdt van banden die onmondig maakten wezen zij de gelovigen erop, dat zij zich slechts hadden te houden aan de levende verkondiging van Gods Woord (HC, antw 98).

Beeldenvloed
Vandaag de dag stelt het beeldverbod een andere onmondigheid onder kritiek. Jongeren worden in alle media overladen met beelden. Deze beelden kunnen zo overweldigend zijn dat zij moeite krijgen met luisteren en lezen. Deze mediabeelden kunnen ook hun beeld van God beïnvloeden. Het tweede gebod nodigt uit tot een beeldenstorm en te meer tijd te nemen voor luisteren en reflectie op Gods spreken.

Beeldenstorm
In mijn gesprekken met jongeren kom ik verschillende beelden van God tegen. Jongeren die geen kerkelijke opvoeding hebben gehad voelen zich ontheemd. Zij willen net zo vertrouwd worden met God als hun vriend of vriendin die wel die opvoeding heeft gehad. Aan de hand van hoe God Zelf spreekt in zijn Woord mogen zij ontdekken dat God hen dat geestelijk thuis wil bieden.

Aan de andere kant kom ik jongeren tegen met een opvoeding, waarbij geloof vooral bestond uit regels. Of uit een God van Wie niets mocht. Zij lopen vast in hun beeld over God en slagen er met moeite in om een nieuw beeld van God te ontwikkelen, zoals Hij dat aangeeft in zijn Woord.
Deze jongeren kunnen aan de hand van de geschiedenis van Israël leren om de verkeerde beelden van God te verwijderen en te vernietigen. Een beeldenstorm, zoals Mozes , Gideon en Hizkia deden. In de lege ruimte krijgt de Heere ruimte om te onthullen wie Hij werkelijk is.

Geschreven voor HWConfessioneel